Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734550-X nr. 2

34 550 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1.

Leeswijzer

4

     

2.

De beleidsagenda 2017

6

     

3.

De beleidsartikelen

25

3.1.

Beleidsartikel 1 Inzet

25

3.2.

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

32

3.3.

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

37

3.4.

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

41

3.5.

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

44

3.6.

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

49

3.7.

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

66

3.8.

Beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

68

     

4.

De niet-beleidsartikelen

70

4.1.

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

70

4.2.

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

72

4.3.

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

78

4.4.

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

79

     

5.

Baten-lastendiensten

80

5.1.

Defensie Telematica Organisatie

80

5.2.

Paresto

85

     

6.

Bijlagen

89

6.1.

Verdiepingshoofdstuk

89

6.2.

Financieel overzicht Wapensystemen

100

6.3.

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

105

6.4

Overzicht uitgaven IT

110

6.5.

Overzicht Cyber

111

6.6.

Overzicht Subsidies

112

6.7.

Overzicht Evaluaties- en overig onderzoek

114

6.8.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

115

6.9.

Moties en toezeggingen

116

6.10.

Lijst van afkortingen

135

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat Ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten vastgesteld.

De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO) en Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan door de leden gemeenschappelijk gefinancierde (common funded) NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is begroot, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten. Tevens worden vanaf 2015 de middelen van de Ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) en Buitenlandse Zaken (BZ) in het kader van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) op dit artikel geraamd.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten (CZSK), landstrijdkrachten (CLAS), luchtstrijdkrachten (CLSK), de marechaussee (KMar) en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen voor de krijgsmacht opgenomen, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, IT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de NAVO-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 8 Ondersteuning door Commando DienstenCentra (CDC) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder de Bestuursstaf en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), alsmede de niet aan een specifiek artikel toe te wijzen apparaatsuitgaven voor pensioenen en wachtgelden. Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven respectievelijk de ramingen voor Nominaal en onvoorzien opgenomen.

Overig

In de begroting worden ook de ramingen voor de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO) en Paresto weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de mutaties, het financieel overzicht wapensystemen, de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg, cyber, subsidies, evaluaties, de toezichtrelaties en ZBO/RWT’s alsmede moties en toezeggingen.

De begroting van het Ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt de samenhang met het defensiebeleid en met andere projecten duidelijk gemaakt. In het MPO zijn de lopende en de geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals de politiek gevoelige projecten. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden daarom alleen de grotere projectwijzigingen verder toegelicht.

Groeiparagraaf

In de begroting 2017 zijn ten opzichte van de begroting 2016 de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Op verzoek van de Tweede Kamer wordt met ingang van de begroting 2017 inzicht gegeven in de niet-juridische verplichtingen. Het overzicht en de toelichting hierop is te vinden in de tabel «Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven» in de beleidsagenda.

  • In de doelstellingenmatrices van de beleidsartikelen 2 tot en met 5 worden de doelstellingen op het terrein van de operationele gereedheid in 2017 afgezet tegen de norm operationele gereedheid die hiervoor zijn vastgesteld als afgeleide van de inzetbaarheidsdoelstellingen. Dit om een beter inzicht te geven in de operationele gereedheid van de verschillende operationele eenheden in 2017. Daarnaast is in de doelstellingsmatrix opgenomen wanneer de capaciteiten weer kunnen voldoen aan de norm operationele gereedheid.

  • Op verzoek van de Kamer is in het niet-beleidsartikel 10 een grafiek opgenomen waarin de verdeling is opgenomen van de pensioenen en uitkeringen ten opzichte van de totale begroting.

  • In het niet-beleidsartikel 12 is een overzicht opgenomen van de ontvangen loon- en prijsbijstelling op het artikel Nominaal en onvoorzien.

  • In bijlage 6.4 (overzicht uitgaven IT) is een integraal overzicht opgenomen van de begrote uitgaven aan IT. De uitgaven zijn in de begroting verwerkt op de begrotingsartikelen Investeringen krijgsmacht (investeringen IT) en Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (exploitatie IT).

2. DE BELEIDSAGENDA 2017

Inleiding

De internationale veiligheidssituatie, zowel aan de zuid- als aan de oostgrenzen van Europa, baart zorgen. De gevolgen daarvan zijn tastbaar, ook voor de Nederlandse samenleving. Dreigingen en risico’s zijn diffuus en komen snel op. De weerbaarheid van Nederland heeft dan ook onze volle aandacht. Defensie speelt daarin een cruciale rol. De komende jaren richt zij zich op drie strategische opgaven (Kamerstuk 33 763, nr. 98):

  • 1. Het waarborgen van de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van de NAVO en de EU alsmede de veiligheid van onze samenleving;

  • 2. Het bevorderen van internationale stabiliteit en het tegengaan van dreigingen in de ring rondom Europa en het Koninkrijk;

  • 3. Het beschermen van de fysieke en digitale knooppuntfunctie van Nederland in de wereld, met inbegrip van de aan- en afvoerlijnen.

Voor het kabinet is de behoefte aan een krijgsmacht met een groot handelingsvermogen evident. Sinds 2014 heeft dit kabinet gefaseerd budget toegevoegd aan de defensiebegroting, oplopend tot structureel € 670 miljoen in 2021. In het kader van het meerjarig perspectief op de (verdere) versterking van de krijgsmacht worden in deze begroting opnieuw stappen voorwaarts gezet. Met een intensivering van € 300 miljoen brengt Defensie de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde (voor € 197 miljoen) en wordt bijgedragen aan de Rijksbrede ruilvoetproblematiek (voor € 103 miljoen).

Met dit extra budget kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid worden weggenomen. De materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid worden, met andere woorden, op peil gebracht. Hierbij geeft Defensie prioriteit aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, inclusief snelle reactiemachten. Wel zal het enige jaren duren voordat de effecten van het extra budget ook daadwerkelijk in volle omvang voelbaar zijn. Het spreekt voor zich dat het totale gereedstellingsproces mede afhankelijk is van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Voor de gereedheid op lange termijn is tevens van belang dat benodigde vervangingsinvesteringen gerealiseerd kunnen worden.

In de eerste jaren is een deel van de intensivering gereserveerd voor de dubbele beheerlasten van IT. De intensivering komt in 2021 in volle omvang beschikbaar voor de versterking van de basisgereedheid.

Ten behoeve van de implementatie van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) maakt het kabinet de komende jaren structureel € 20 miljoen vrij.

Meerjarig perspectief

De structurele versterking van de krijgsmacht vergt een stapsgewijze en meerjarige aanpak. Zoals het kabinet reeds eerder heeft gesteld (Kamerstuk 28 676 nr. 242) zijn – ook na het op orde brengen van de basisgereedheid – verdere vervolgstappen nodig, afhankelijk van de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden.

Het gaat om de volgende stappen:

  • Instandhouding van de krijgsmacht op langere termijn

    Om ook in de toekomst snel, flexibel en toereikend te kunnen inspelen op veranderende veiligheidssituaties moet de krijgsmacht met het juiste materieel zijn uitgerust. De NAVO en de EU onderstrepen dat de vervanging, versterking en vernieuwing van wapensystemen cruciaal zijn. Op basis van de afspraken over financiële duurzaamheid, inclusief de levensduurbenadering, heeft Defensie het afgelopen jaar de (investerings-)kosten van de instandhouding en de noodzakelijke vervanging van de huidige wapensystemen in kaart gebracht. Zoals reeds in de begroting 2016 is vermeld, is de investeringsbehoefte voor de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen de komende vijftien jaar groter dan het beschikbare budget. Uiteraard is een goed functionerende «voorzien in»-keten van groot belang;

  • Verbetering van de operationele (gevechts-)ondersteuning van de krijgsmacht

    De inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden in hoge mate bepaald door ondersteunende operationele eenheden. Zoals bekend, kampt Defensie met tekorten in dezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om inlichtingen- en waarnemingsmiddelen (inclusief MALE UAV), vuursteun, genie, geneeskundige ondersteuning, (maritieme) bevoorrading en transport, Command&Control (C2)-support en tactisch/strategisch transport. Een beroep op internationale partners is in de praktijk zeer problematisch gebleken, omdat deze capaciteiten ook bij hen schaars zijn. De NAVO en de EU beklemtonen dan ook dat Nederland zoveel mogelijk zelf in deze operationele ondersteuning moet kunnen voorzien. Dit is van wezenlijk belang om sneller en beter op crises te kunnen reageren en het draagt bovendien bij aan de verdieping van de internationale samenwerking;

  • Uitbreiding van de slagkracht

    De krijgsmacht moet gelijktijdig, voor langere duur en in voldoende omvang kunnen deelnemen aan uiteenlopende activiteiten en operaties ter verdediging van het eigen grondgebied en dat van de NAVO en ter bevordering van de internationale rechtsorde. Als gevolg van het samengestelde «hybride» karakter van tegenwoordige en toekomstige dreigingen, moet ook rekening worden gehouden met een verhoogde inzet in het kader van de nationale bijstandstaken. Bij de uitbreiding van slagkracht kan worden gedacht aan aanvullende gevechtscapaciteiten en nieuwe capaciteiten in bijvoorbeeld het cyber- en informatiedomein.

In de begroting voor 2016 zijn de zorgen tot uitdrukking gebracht over de financiële gevolgen van de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen in verhouding tot de uitgekeerde prijsbijstelling en zo ook van het effect van valutakoerswisselingen. Beide hebben invloed op de betaalbaarheid van de krijgsmacht en op de stabiliteit van de planningsprocessen. Zoals bekend, zijn deze vraagstukken onder de aandacht gebracht van de Studiegroep Begrotingsruimte. Inmiddels is het CBS gevraagd onderzoek te doen naar mogelijk boveninflatoire prijsstijging en een defensiespecifieke prijsindex. Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen. Defensie vult deze reservering verder zelf aan. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering.

De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principes nader uitgewerkt.

Om knelpunten in de bedrijfsvoering te kunnen aanpakken, heeft Defensie verschillende initiatieven genomen. In 2017 wordt gericht gewerkt aan het verbeteren van de prestaties van de «voorzien-in»-keten, dat wil zeggen de keten die tijdig moet voorzien in de materieelbehoeften van Defensie en dus de realisatie van noodzakelijke investeringen. Ook de vernieuwing van de informatietechnologie (IT) wordt voortgezet. In 2017 wordt een belangrijke mijlpaal bereikt met het sluiten van een contract voor een nieuwe IT-infrastructuur, die de komende jaren stapsgewijs wordt verwezenlijkt. Het Enterprise Resource Planning (ERP) systeem, dat het materieellogistieke en financiële domein (ERP M&F) ondersteunt, wordt verder geoptimaliseerd. Voor de versterking van de materiële gereedheid zijn, en worden, belangrijke stappen gezet. Zo voert Defensie, in navolging op de reeds uitgevoerde analyses voor de PzH2000, het LCF en de Apache, ook in 2017 aanvullende instandhoudingsanalyses uit. Voorts werkt Defensie in 2017 gericht en voortvarend aan maatregelen om de ernstige onvolkomenheid, zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de logistieke keten voor reserveonderdelen op te lossen. Daartoe zijn, als onderdeel van een plan van aanpak voor de verbetering van de materiële gereedheid, aanvullende maatregelen genomen. Er wordt versneld werk gemaakt van een verbeterde inrichting van en regie over de reserveonderdelenketen, de beschikbaarheid van reserveonderdelen die cruciaal zijn voor de inzetbaarheid wordt verbeterd en de leverbetrouwbaarheid van reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces wordt verhoogd.

Prioriteiten 2017

Defensie stelt in 2017 de volgende vijf prioriteiten:

  • 1. Versterken van de gereedheid van de krijgsmacht;

  • 2. Vernieuwen van het operationele domein en de ondersteuning;

  • 3. Verdiepen van de internationale samenwerking;

  • 4. Verankeren van financiële duurzaamheid;

  • 5. Investeren in goed werkgeverschap.

1. Versterken van de gereedheid van de krijgsmacht

Met de eerder genoemde intensivering brengt Defensie de basisgereedheid de komende jaren op orde. Zo kan binnen de budgettaire kaders de vulling van eenheden verder worden verbeterd en ontstaat er meer ruimte bij gevechtseenheden voor het uitvoeren van kerntaken. Door het verhogen van de materiële gereedheid kan de krijgsmacht voorts voldoen aan de aangescherpte eisen die de NAVO aan de bondgenoten stelt. De generieke geoefendheid wordt verder op peil gebracht, inclusief de geoefendheid voor grootschalig optreden op hogere geweldsniveaus. Om dit mogelijk te maken wordt er onder meer geïnvesteerd in brandstof, oefenmunitie, operationele IT, inlichtingencapaciteit en verbindingsmiddelen. Organieke eenheden worden ontlast door meer capaciteit aan te wenden voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap».

Om het gereedstellingsproces zo doelmatig en doeltreffend mogelijk in te richten wordt in 2016 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd. Hierbij is uiteraard aandacht voor een optimale aansluiting van de gereedstellingsactiviteiten op de inzetbaarheidsdoelstellingen.

Zoals gezegd, duurt het enige tijd voordat de effecten van voorgaande en deze intensiveringen daadwerkelijk in volle omvang voelbaar zijn. Met (o.a.) de toenemende beschikbaarheid van reservedelen worden de knelpunten in de materiële gereedheid geleidelijk opgeheven. Daarbij is het natuurlijk van belang dat de logistieke keten naar behoren functioneert. Ook in 2017 wordt dus voortvarend verder gewerkt aan de verbetering van de leveringsbetrouwbaarheid. In overeenstemming met de aanbevelingen uit het IBO Wapensystemen worden instandhoudingsanalyses uitgevoerd. Dit is een belangrijke voorwaarde om een structurele verbetering van de materiële gereedheid te bewerkstellingen. In overeenstemming met de aanbeveling van de AR stelt Defensie prioriteiten per wapensystemen en eenheden, gekoppeld aan de gereedstellingsopdracht die voortvloeit uit de inzetbaarheidsdoelstellingen. Zo kan met voorrang worden gewerkt aan de beschikbaarheid van materieel voor eenheden die zullen worden ingezet, onder meer als onderdeel van snelle reactiemachten of ten behoeve van inzet in het kader van crisisbeheersingsoperaties.

2. Vernieuwing van het operationele domein en ondersteuning

De onvoorspelbaarheid en ook de toegenomen complexiteit van de dreigingen vragen om een technologisch geavanceerde krijgsmacht die zich aan een veranderende omgeving kan aanpassen en blijft innoveren. Technologische ontwikkelingen brengen ingrijpende veranderingen in de wereld teweeg. Zeker in het informatiedomein gaan de ontwikkelingen snel en exponentieel. Defensie opereert bovendien niet alleen, maar is onderdeel van een complex bestuurlijk, maatschappelijk en internationaal netwerk.

De vernieuwing van het operationele domein en de ondersteuning richten zich ook de komende jaren op:

  • 1. Het vergroten van kennis en het innovatieve vermogen van de krijgsmacht;

  • 2. Het verder versterken van het (operationele) informatiedomein;

  • 3. Het versterken van onze positie in het defensie- en veiligheidsnetwerk.

Kennis en het innovatieve vermogen

Moderne krijgsmachten streven steeds nadrukkelijker naar dominantie op het slagveld op basis van een technologisch overwicht. In een tijd waarin technologie steeds breder en gemakkelijker toegankelijk wordt, is het moeilijker deze dominantie te bewerkstelligen en te behouden. De krijgsmacht moet daarom blijven innoveren, ook om militairen maximale bescherming te bieden en burgerslachtoffers zo veel mogelijk te voorkomen.

De speerpunten van de nieuwe Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) worden in 2017 geïmplementeerd. Het gaat daarbij om de gerichte versterking van kennisgebieden die voor Defensie van toenemend belang zijn, de versterking van de internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en de versnelling van innovatie. Om innovatie hoog op de agenda te houden zal het in 2016 opgerichte innovatiecentrum FRONT (Future Relevant Operations with Next-generation Technology) een ondersteunende en aanjagende rol gaan spelen. In dat kader worden in 2017, samen met het bedrijfsleven, innovatieve proeftuinen opgezet. Innovaties buiten Defensie worden beoordeeld op hun toepasbaarheid binnen de krijgsmacht en nieuwe bottom-up initiatieven van de defensieonderdelen worden door FRONT ondersteund.

Informatiedomein

Het internet of things, kunstmatige intelligentie en (gebruik van) big data veranderen op drastische wijze de manier waarop wij werken en denken, ook bij Defensie. Militaire capaciteiten zijn bovendien in steeds hogere mate afhankelijk van computertechnologie en de aansluiting op internet, en daarmee kwetsbaar voor cyberaanvallen. Een voorwaarde voor effectief optreden is een ononderbroken en volledig beeld van de (operationele) situatie. Om dat te garanderen moet Defensie zowel defensief als offensief actief zijn in het cyberdomein en via deze weg ook inlichtingen kunnen vergaren.

In 2017 zullen verdere stappen worden gezet om de synergie te vergroten tussen de organisatieonderdelen die actief zijn in het informatiedomein. Het betreft onder meer het Defensie Cybercommando (DCC), het Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaisance Commando (JISTARC), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Civiel Militair Interactiecommando (CMI Co). Tevens zal gewerkt worden aan het verbeteren van de informatie-uitwisseling binnen en tussen de domeinen land, zee en lucht.

Een genetwerkte organisatie betekent dat personen en entiteiten zoveel mogelijk met elkaar verbonden zijn. Een voorwaarde daarvoor is technologisch hoogwaardige IT als strategische enabler voor de krijgsmacht. De vernieuwing van de IT-infrastructuur van Defensie is een belangrijk en omvangrijk programma dat hierop is gericht.

In 2017 wordt de evaluatie van de Defensie cyberstrategie voltooid. De resultaten van deze evaluatie zullen de basis vormen de verdere opbouw van cybercapaciteiten en de inzet hiervan.

Defensie- en veiligheidsnetwerk

Defensie is onderdeel van een breed en gevarieerd bestuurlijk, maatschappelijk en internationaal netwerk. De kracht van Defensie wordt voor een deel bepaald door de vitaliteit van andere partijen in dit netwerk en door de kwaliteit van onze relatie met deze partijen. In reactie op de toegenomen samenhang tussen de interne en externe veiligheid, is de civiel-militaire samenwerking de afgelopen jaren in binnen- en buitenland op tal van manieren verdiept. Het belang hiervan blijft de komende jaren onveranderd groot. Defensie blijft zich dan ook inzetten voor de ondersteuning van civiele autoriteiten en voor de verdere verdieping van de samenwerking binnen het defensie- en veiligheidsnetwerk.

Begin 2017 zal Defensie weer een Future Force Conference organiseren die nadrukkelijk is gericht op de versterking van het defensie- en veiligheidsnetwerk. Verder wordt gewerkt aan cyber security, handelsbevordering en open innovatie. Defensie, TNO en het bedrijfsleven pakken dit gezamenlijk op. De samenwerking in dezen kan variëren van het leveren van diensten tot het optreden als klankbord en het uitwisselen van personeel. Daarnaast heeft Defensie de intentie om de samenwerking met de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie (inclusief de Nationale Politie) verder te verdiepen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gezamenlijke activiteiten op het gebied van kennisopbouw en innovatie.

Investeringen

Om de krijgsmacht van het juiste materieel te voorzien, investeert Defensie in 2017 ruim anderhalf miljard euro.

Ten opzichte van de defensiebegroting 2016 zijn in het investeringsplan diverse projecten herschikt. De ramingen voor de projecten Multi Role Tanker Transport (MRTT) en Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS) alsmede de studie vervanging onderzeeboten sluiten nu beter aan op de verwachte realisatie. Andere projecten, waaronder de vervanging van individuele Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleaire (CBRN-) bescherming, de Multi Ship Multi Type (MSMT-)helikoptersimulator en de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit, zijn vertraagd om binnen de beschikbare financiële kaders te blijven.

Een overzicht van de wijzigingen is opgenomen bij artikel 6 Investeringen krijgsmacht. Daarnaast is informatie opgenomen in het Materieel Projecten Overzicht 2017.

In 2017 zal Defensie onder meer aan de volgende projecten werken:

  • Vervanging onderzeeboten. Voorbereiding (de B-fase) van vervanging van de onderzeebootcapaciteit, overeenkomstig de A-brief die de Tweede Kamer in juni 2016 heeft ontvangen (Kamerstuk 34 225, nr. 14).

  • LC-fregatten. Zoals gemeld in de tussentijdse brief over het project «Instandhoudingsprogramma LC-fregatten» van 21 juni jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 174) zullen eind 2016 en voorjaar 2017 deelcontracten voor dit project worden gesloten, waarna de technische voorbereiding en de productieactiviteiten zullen beginnen.

  • Landing craft Utility (LCU). In 2017 zal het contract worden getekend voor het project Midlife Upgrade Landing Craft Utility (MLU LCU), waarna met het project wordt aangevangen.

  • Munitie. In het kader van de versterking van de basisgereedheid worden in 2017 de voorraden conventionele munitie verder aangevuld. De eerder gemelde aanvulling van diverse kapitale munitiesoorten wordt vanzelfsprekend voortgezet.

  • Multi Role Tanker Transport (MRTT). Op 28 juni jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 183) bent u geïnformeerd over dit Europese samenwerkingsproject en de aanschaf van twee toestellen die in de behoefte aan vlieguren van Nederland en Luxemburg zullen voorzien. België, Duitsland, Noorwegen en Polen hebben interesse om in een later stadium eveneens toe te treden.

  • Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS). Een volledig assortiment van gevechtskleding, inclusief helm, is essentieel voor de individuele bescherming van militairen. Het project Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS) start in 2017. De aanschaf en invoering van de nieuwe helmen gebeurt vanaf 2018. Daarna volgt de kleding (2019–2022).

  • Operationele wielvoertuigen. Zoals gemeld in de brief van 3 juli 2015 (Kamerstuk 26 396, nr 105) zal de Kamer begin 2017 worden geïnformeerd over de resultaten van de D-fase. Er zullen twee D-brieven worden opgesteld: een voor de deelprojecten «Voertuig 50-100-150 kN» en «Containers» en een voor de deelprojecten «12 kN overig inclusief Voertuigwapenstation» en «12 kN Air Assault».

  • Chinook. In september 2015 is de BCD-brief over het project «Chinook vervanging en modernisering» aan de Kamer aangeboden. In 2017 neemt Defensie een besluit over de standaardisatie van de huidige zes CH-47F (Kamerstuk 27 830, nr. 177).

  • Verwerving F-35. Het F-35 Joint Program Office werkt aan een mogelijke meerjarige bestelling om de stuksprijs van de F-35 te verlagen. Over de voortgang en stappen daarin ontvangt de Kamer afzonderlijk informatie.

3. Verdiepen van de internationale samenwerking

Defensie blijft zich in 2017 inzetten voor versterking van de internationale samenwerking. Samenwerking kent belangrijke voordelen, maar het schept ook verplichtingen. Partners moeten op Nederland kunnen rekenen.

Op 1 januari 2017 starten België en Nederland met de integratie van de bewaking van het Benelux-luchtruim. De drie landen hebben hierover op 4 maart 2015 een verdrag gesloten. Nu hebben België en Nederland allebei nog twee jachtvliegtuigen permanent paraat voor de Quick Reaction Alert (QRA), maar vanaf 1 januari 2017 zullen zij elkaar om de vier maanden afwisselen. België vervult deze taak als eerste. De Benelux-landen zullen met Frankrijk een aanvullende overeenkomst sluiten over grensoverschrijdende samenwerking bij de luchtruimbewaking. Ook met Duitsland is een dergelijke overeenkomst in de maak.

De samenwerkingsovereenkomsten tussen Duitsland en Nederland worden verder geconcretiseerd. Het betreft de integratie van de Luchtmobiele Brigade in de Duitse Division Schnelle Kräfte, de integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in de Duitse Eerste Pantserdivisie, het medegebruik door Duitsland van het Joint Support Ship Zr. Ms. Karel Doorman en de integratie van het Duitse Seebataillon in het Commando Zeestrijdkrachten.

De 13e Lichte Brigade in Oirschot zal intensief gaan samenwerken met vergelijkbare brigades in België en Frankrijk en het Korps Mariniers intensiveert de samenwerking met de Belgische Lichte Brigade.

NAVO

De NAVO past zich aan veranderende veiligheidssituatie aan. De NATO Response Force (NRF) is uitgebreid en de NAVO stelt hogere eisen aan de inzetbaarheid en de gereedheid van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. Op de Top in Warschau is besloten dat voor een geloofwaardige afschrikking vanaf 2017 NAVO-strijdkrachten aanwezig zullen zijn in de Baltische staten en Polen. Ook Nederland draagt hieraan in 2017 bij. Tegelijkertijd blijft Nederland aandringen op een dialoog met Rusland.

Naast de collectieve verdedigingstaak hecht Nederland er belang aan dat de NAVO de andere kerntaken, te weten crisismanagement en coöperatieve veiligheid, kan blijven uitvoeren. Ook is versterking van ondersteuning van partnerlanden door de NAVO via het Defence Capacity Building (DCB) voor Nederland van belang. Voorts wil Nederland dat de NAVO met de inzet van de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG-2) een waardevolle bijdrage blijft leveren aan het beheersbaar houden van migratiestromen.

Om de complexe dreigingen op de flanken van het verdragsgebied het hoofd te bieden, is versterking van de samenwerking tussen de EU en de NAVO van belang. De gezamenlijke EU-NAVO verklaring die en marge van de Top in Warschau is aangenomen, vormt hiervoor een goede basis.

Defensiesamenwerking in EU-verband

De internationale geopolitieke en veiligheidssituatie vraagt om een steviger Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Een krachtiger GVDB is in het belang van de EU, de NAVO én de individuele lidstaten. De nieuwe EU Global Strategy, die in juni 2016 is gepresenteerd, onderstreept dit. Tijdens het EU-voorzitterschap heeft Nederland met succes gepleit voor het operationaliseren van die nieuwe strategie. De uitwerking moet het ambitieniveau, de taken en de civiele en militaire capaciteiten beschrijven die de EU nodig heeft om zich als sterke mondiale speler te kunnen manifesteren.

Nederland vindt het voorts van belang dat EU-lidstaten meer openheid betrachten over voorgenomen veranderingen in hun nationale defensiebegroting en plannen voor capaciteitsontwikkeling, onder meer door een jaarlijkse gezamenlijke discussie hierover. Lidstaten kunnen elkaar dan onderling op hun verantwoordelijkheden aanspreken. Deze politieke impuls moet resulteren in meer ownership van de lidstaten met betrekking tot nut en noodzaak van Europese defensiesamenwerking. Ook deze voorstellen zijn tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in de nieuwe EU Global Strategy opgenomen. Door onze verregaande defensiesamenwerking met Duitsland, België, Luxemburg en andere partners, vervult Nederland op dit gebied onveranderd een voorbeeldfunctie.

Voor nauwe samenwerking op het gebied van capaciteitsontwikkeling zijn een goed functionerende defensiemarkt en -industrie uiteraard essentieel. Nederland dringt dan ook aan op de spoedige uitvoering van het Europees Defensieactieplan (voorzien voor eind 2016). Tevens stuurt Nederland aan op het voortvarend ter hand nemen van het EU-beleidskader voor de aanpak van hybride dreigingen. De EU zal hierover in de loop van 2017 een voortgangsrapportage publiceren. Voorts is Nederland van mening dat er op het gebied van CBSD (capaciteitsopbouw ter ondersteuning van veiligheid en ontwikkeling) en Security Sector Reform concrete stappen moeten worden gezet, in overeenstemming met het beleidskader dat in 2016 is gepresenteerd.

Migratie zal in 2017 onveranderd hoog op de politieke EU-agenda staan. Nederland blijft zich inzetten om de migratiestromen naar Europa met alle beschikbare instrumenten te controleren en te beheersen, inclusief eventuele GVDB-gerelateerde initiatieven. Ook blijft Nederland zich inzetten voor een intensieve samenwerking tussen de EU en de NAVO. Beide organisaties hebben elkaar hard nodig.

4. Verankeren van financiële duurzaamheid

Met financiële duurzaamheid streeft Defensie naar een realistisch evenwicht tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen. In de afgelopen jaren zijn belangrijke stappen voorwaarts gezet op het terrein van financiële duurzaamheid:

  • De ramingssystematiek en het risicomanagement van investeringen zijn gestandaardiseerd. Het komende jaar staat in het teken van het toepassen van deze nieuwe standaarden.

  • Voor de eerste drie wapensystemen is een informatieanalysetraject afgerond waarmee inzichtelijk is gemaakt welke knelpunten moeten worden opgelost om structureel inzicht in de gerealiseerde kosten per wapensysteem in de administratie mogelijk te maken. Ook in 2017 wordt hieraan voortvarend verder gewerkt, waarmee inzicht ontstaat in de totale uitgaven per wapensysteem gedurende de gehele levenscyclus («life cycle costing»).

  • Aan het CBS is gevraagd de mogelijkheden voor een defensiespecifieke prijsindex te onderzoeken. Een vergelijkbare index in het Verenigd Koninkrijk kan daarbij als voorbeeld dienen. Als het onderzoek van het CBS voldoende aanknopingspunten biedt, zal in 2017, in samenspraak met het Ministerie van Financiën, de uitwerking van een defensiespecifieke prijsindex volgen.

    Valutaschommelingen hebben invloed op de betaalbaarheid van de krijgsmacht en de stabiliteit van de planningsprocessen en daarmee op het behalen van de doelstellingen op het terrein van de financiële duurzaamheid. Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen. Defensie vult deze reservering verder zelf aan. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering.

    De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principes nader uitgewerkt.

Financiële duurzaamheid heeft de volledige aandacht van de Defensieorganisatie. Problemen zijn onderkend en verbeteringen zijn ingezet. Periodiek wordt de financiële duurzaamheid van Defensie besproken met de Algemene Rekenkamer, de Audit Dienst Rijk en het Ministerie van Financiën. Gezamenlijk leeft het besef dat het verankeren van financiële duurzaamheid een groeitraject is dat tijd vergt.

Financiële duurzaamheid richt zich niet alleen op de uitgaven, maar ook op het verkrijgen van inzicht in kosten. Daarbij vindt de komende jaren een ontwikkeling plaats naar:

  • een toekomstbestendige sturing op de bedrijfsvoering, waarbij het realiseren van de inzetbaarheids- en gereedheidsdoelstellingen binnen de beschikbaar gestelde middelen voorop staat;

  • een robuuste duurzame (meerjarige) begroting gebaseerd op de inzetbaarheids- en gereedheidsdoelstellingen. Daarbij dient sprake te zijn van solide ramingen en een optimale samenhang tussen investeringen en exploitatie.

  • een ERP-systeem dat inzicht biedt in zowel instandhoudingsuitgaven als de daaraan ten grondslag liggende exploitatiekosten en genormeerde gebruiks- en verbruikscijfers per wapensysteem.

5. Investeren in goed werkgeverschap

De kerntaken van Defensie vergen veel van het personeel. Het is dan ook van belang dat Defensie een aantrekkelijke werkgever blijft door voldoende en geschikt personeel aan zich te binden en te motiveren en de verdere ontwikkeling van personeel te ondersteunen.

Defensie streeft naar een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst. Afspraken over een aangepaste diensteinderegeling voor militair personeel en aanpassingen in het flexibel personeelssysteem, waaronder het versterken van employability, maken hier deel van uit. Ook spreken Defensie en de centrales verder over aanpassingen in het pensioenstelsel voor militairen.

Op basis van een plan van aanpak, dat naar verwachting eind 2016 naar de Kamer zal worden gestuurd, wordt het reservistenbeleid verder vormgegeven. Daarmee wordt de beoogde intensivering van het beleid, en dus de verdere integratie van de reservist in de defensieorganisatie, voor de komende jaren concreet gemaakt.

Voorts wordt de mobiliteit van burgerpersoneel vergroot door het aanstellen van loopbaanbegeleiders, re-employment en het creëren van werkervaringsplaatsen.

Ook in 2017 zijn de inspanningen gericht op de werving van schaars, in het bijzonder technisch, personeel. Dit gebeurt met behulp van gerichte arbeidsmarktcampagnes. Verder worden specifieke wervingsactiviteiten ingezet, waaronder Tech Talent events, leerovereenkomsten en stages.

Behoud van welzijn en gezondheid is cruciaal om inzetbaar te zijn en te blijven. Daarom wordt het re-integratiebeleid geactualiseerd en worden er, met het programma Duurzaam Inzetbaar Defensie, concrete maatregelen genomen die toezien op de fysieke, mentale en sociale inzetbaarheid van het defensiepersoneel. Het stimuleren van gezonde voeding en het monitoren van vorming en ontwikkeling maken hier deel van uit.

Tevens neemt Defensie maatregelen om de duurzame geschiktheid van het defensiepersoneel voor functies binnen en buiten Defensie te verhogen. Het Sectorplan Politie en Defensie, dat voorziet in mobiliteitsopleidingen voor ongeveer 3.200 medewerkers en de civiele certificering van militaire vakopleidingen, is in 2017 gereed. Ook intensiveert Defensie de samenwerking met civiele onderwijsinstellingen (ROC, HBO). Naast opleidingen gericht op de instroom van nieuw personeel (de opleidingen Veiligheid en Vakmanschap) komen er opleidingen gericht op de door- en uitstroom van zittend personeel.

Defensie draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor veteranen en voor (voormalig) personeel met werkgerelateerde gezondheidsklachten. Eind 2016 wordt het veteranenbeleid geëvalueerd en eventuele hieruit volgende verbeterpunten worden in 2017 opgepakt.

Voorziene inzet van de Krijgsmacht in 2017

Op de NAVO-top in Warschau is besloten tot een vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen. Deze aanwezigheid geeft verder invulling aan de bondgenootschappelijke solidariteit. In dit kader treft Nederland voorbereidingen om in 2017 een eenheid van compagniesgrootte aan de door Duitsland geleide battlegroup in Litouwen te leveren.

In 2017 stelt Nederland ook eenheden beschikbaar aan de NATO Response Force (NRF). Nederland levert een raiding squadron mariniers met gevechtssteun en logistieke ondersteuning (een eenheid van compagniegrootte) aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Tevens levert Nederland een bijdrage aan de Standing Naval Forces (SNF). Twee mijnenjagers maken elk voor een periode van drie tot vier maanden deel uit van de staande mijnenjagersverbanden van de NAVO. Verder levert Nederland een fregat, voor twee perioden van drie maanden, waarvan de eerste periode met een NH-90 helikopter. In de tweede helft van het jaar is voorts een onderzeeboot op afroep beschikbaar voor de SNF. Daarnaast levert Nederland in 2017 vier F-16’s voor Baltic Air Policing. Tot slot stelt Nederland samen met Duitsland het hoofdkwartier van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps als Joint Task Force Headquarters beschikbaar aan de NAVO. Dit hoofdkwartier zal van juli 2017 tot juli 2018 gereedstaan om deze rol te vervullen.

België heeft met ingang van juli 2016 en voor de duur van een jaar de inzet van F-16’s in de Strijd tegen ISIS van Nederland overgenomen. Nederland verzorgt op zijn beurt de force protection van het Belgische detachement. Nederland zal blijven bijdragen aan de strijd tegen ISIS. Dat gebeurt onder andere door militaire steun en training aan de Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga.

Over de verlenging van de Nederlandse trainingsmissie in Irak en over de deelname aan de EU maritieme operatie Sophia voor de kust van Libië, heeft de Kamer inmiddels een artikel 100-brief ontvangen. Voorts is het kabinet voornemens op korte termijn besluiten te nemen over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, en de voorzetting van de bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan..

Over een verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de EU-operatie Atalanta, tegen piraterij in de Hoorn van Afrika, moet nog worden besloten. Defensie blijft Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten ter bescherming van de koopvaardij.

In 2017 wordt een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten voortgezet. Zo is de bijdrage aan de United Nations Mission in the Republic of South Sudan (UNMISS) verlengd tot maart 2017. De Nederlandse bijdrage aan EUTM Mali is verlengd tot mei 2018. In artikel 1 (Inzet) is een overzicht van de (kleine) bijdragen aan missies opgenomen.

Ook in 2017 draagt Defensie vanzelfsprekend bij aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. Zo voert de Marechaussee nationale politietaken uit en beveiligt de Luchtmacht het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen. Ook levert Defensie, in de vorm van militaire bijstand en steunverlening, ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

Vanaf 2017 is de krijgsmacht inzetbaar voor:

  • 1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

  • 2. De deelname aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

    • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

    • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

    • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

    • Speciale operaties: Langdurige deelname van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

    • Cyberoperaties: Defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

    • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): Onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

  • 3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

    • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

    • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

    • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de catalogus Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) gegarandeerde capaciteiten;

    • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

  • 4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Financiële gevolgen

In onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2016 (in bijlage 4.1 verdiepingshoofdstuk is dit nader uitgewerkt).

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Standen ontwerpbegroting 2016

7.815,8

8.233,9

8.415,9

8.433,6

8.449,3

8.394,9

8.326,5

                 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

 

57,8

4,3

143,3

212,0

368,5

221,8

                 

Stand voorjaarsnota 2016

7.815,8

8.291,8

8.420,2

8.576,9

8.661,3

8.763,3

8.548,3

                 

Belangrijkste mutaties

             

1.

Bijdrage ruilvoet HGIS

 

0,0

– 2,6

– 2,6

– 2,6

– 2,6

– 2,6

2.

Interdepartementale Budgetoverhevelingen

 

6,7

4,5

13,7

13,3

5,5

3,7

3.

Doorwerking Ontvangsten huur Nationaal Militair Museum

 

0,0

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

4.

Doorwerking verkoopopbrengsten

 

0,0

29,1

– 10,4

4,0

– 106,0

– 27,5

5.

Doorwerking overige ontvangsten

 

– 4,7

3,4

1,1

– 0,8

– 1,0

– 1,0

6.

Versterken basisgereedheid

 

0,0

197,0

197,0

197,0

197,0

197,0

 

Waarvan personele gereedheid

 

0,0

45,9

51,0

51,6

52,3

54,2

 

Waarvan materiële gereedheid

 

0,0

75,9

72,6

68,8

69,0

77,7

 

Waarvan geoefendheid

 

0,0

46,3

46,5

49,2

49,9

54,7

 

Waarvan faciliteren operationele gereedheid

 

0,0

7,9

8,0

10,4

10,9

10,4

 

Waarvan dubbele beheerlasten IT

 

0,0

21,0

19,0

17,0

15,0

0,0

7.

Vervallen oude lening ABP

 

– 10,7

– 11,0

– 11,1

– 11,0

– 10,6

– 9,9

8.

Raming nieuwe lening ABP

 

43,6

37,5

26,9

10,2

2,5

0,0

9.

Reservering valutaschommelingen

 

40,0

         
                 
 

Standen ontwerpbegroting 2017

7.815,8

8.366,6

8.686,2

8.799,7

8.879,7

8.856,4

8.716,2

1. Bijdrage ruilvoet HGIS

Om te blijven voldoen aan de Europese begrotingsregels is het kabinet genoodzaakt een taakstelling door te voeren in verband met het ruilvoetverlies. De taakstelling is ook neergeslagen op de HGIS-uitgaven. Dit betreft voor Defensie voor de jaren 2017 en verder een taakstelling van structureel € 2,6 miljoen op de HGIS-uitgaven. Dit zal ten laste worden gebracht van de voorziening van het BIV-budget op artikel 1.

2. Interdepartementale budgetoverhevelingen

Dit betreft onder andere de bijdragen voor de kustwacht door de Ministeries van I&M en EZ (voor de periode 2016 tot en met 2018). De mutaties voor de kustwacht zijn verwerkt op artikel 6 Investeringen in nieuw materieel (de bandbreedteprojecten van het CZSK). Verder is sprake van een bijdrage van het Ministerie van EZ voor de oprichting van het motorenonderhoudsfaciliteit F-135 op het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW), ook deze is verwerkt op artikel 6 Investeringen. Vanuit artikel 9 wordt budget overgeheveld naar het Ministerie van OCW voor de bijdrage aan het sociale beleidskader voor de defensiescholen.

3. Doorwerking ontvangsten (huur Nationaal Militair Museum).

Met de oplevering van de nieuwe locatie te Soesterberg is Defensie eigenaar van het gebouw waarin het Nationaal Militair Museum is gehuisvest. Defensie verhuurt dit aan de Stichting Defensie Musea. Defensie betaalt een maandelijkse gebruiksvergoeding aan het consortium dat verantwoordelijk is voor de nieuwbouw en het beheer van de locatie. Sinds 2016 gebeurt dit door het CDC. Voor de begroting van CDC betekent dit dat zowel de ontvangsten (huur) als de uitgaven (gebruiksvergoeding) stijgen.

4. Doorwerking verkoopopbrengsten

Met het harmoniseren van het investeringsplan zijn ook te verwachten verkoopopbrengsten van de roerende en onroerende goederen bijgesteld. Deze bijstelling in de ontvangsten werken ook door op het uitgavenkader.

5. Doorwerking overige ontvangsten

Dit betreft de ontvangsten van IT medische investeringen en de ontvangsten van de Stichting Ziektekosten Verzekering Krijgsmacht als bijdrage voor de infrastructurele aanpassingen van het Centraal Militair hospitaal.

6. Versterken basisgereedheid

Met dit extra budget kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid worden weggenomen. De materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid worden, met andere woorden, op peil gebracht. Defensie geeft prioriteit aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, inclusief snelle reactiemachten. In de eerste jaren is een deel van de intensivering gereserveerd voor modernisering IT. De intensivering komt in 2021 in volle omvang beschikbaar voor de versterking van de basisgereedheid.

Waarvan personele gereedheid

Er wordt toegewerkt aan herstel van balans tussen personeelsbudget en formatieplan. Binnen de budgettaire kaders kan de vulling van eenheden verder worden verbeterd. Hierdoor ontstaat er bij gevechtseenheden meer ruimte voor het uitvoeren van kerntaken.

Waarvan materiële gereedheid

Door het verhogen van de materiële gereedheid kan de krijgsmacht voldoen aan de aangescherpte eisen die de NAVO aan de bondgenootschappelijke strijdkrachten stelt.

Waarvan geoefendheid

De generieke geoefendheid wordt verder op peil gebracht, ook met betrekking tot grootschalig optreden op hogere geweldsniveaus. Om dit mogelijk te maken wordt er geïnvesteerd in onder meer brandstof, oefenmunitie, operationele IT en verbindingsmiddelen. Door meer capaciteit aan te wenden voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap», kunnen organieke eenheden worden ontlast.

Waarvan faciliteren operationele gereedheid

Ter ondersteuning van het op orde brengen van de basisgereedheid worden enkele diensten versterkt die ondersteunend zijn aan die basisgereedheid. Dit betreft met name de directe ondersteuning vanuit het CDC aan de operationeel commando’s.

Waarvan dubbele beheerlasten IT

De voorziening is bedoeld voor de extra kosten gedurende de transitieperiode naar de nieuwe IT, zoals dubbele beheerlasten, transitie- en migratiekosten.

7. en 8. Lening ABP

Defensie is met het ABP een lening overeengekomen voor het op kapitaaldekking brengen van de militaire ouderdomspensioenen. De ramingen voor opname en aflossing van de lening zijn aangepast naar de actuele cijfers.

9. Reservering valutaschommelingen

Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen.

Overzicht niet-verplichte uitgaven en bestemmingen (bedragen x € 1.000)
Ministerie van Defensie

Art. Nr.

Naam artikel

Uitgaven Budget

Juridisch

verplicht

Niet-juridisch

verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Inzet

325.793

24.544

301.249

Waarvan € 11,6 mln. aan contributies, € 15,1 mln. voor overige operaties en kleine missies, € 20,3 voor inzet VPD's, € 40 mln. voor veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw (BZ/BH&OS), € 20 mln. voor beveiliging van ambassades en diplomaten (BZ/BH&OS), € 59,5 mln. voor ondersteunende activiteiten en training voor Defensie. Het overige betreft de voorziening HGIS voor het aangaan van nieuwe missies en verlengen van bestaande missies

   

8%

92%

2

Taakuitvoering zeestrijdkrachten

721.477

563.072

158.405

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, de bijdrage door de Rijksrederij) instandhouding van de zeesystemen en overige personele en materiele exploitatie.

   

78%

22%

3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

1.251.341

974.209

277.132

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de landsystemen en overige personele en materiele exploitatie

   

78%

22%

4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

681.678

585.409

96.269

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de luchtsystemen en overige personele en materiele exploitatie.

   

86%

14%

5

Taakuitvoering marechaussee

338.752

312.037

26.715

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor de overige personele en materiele exploitatie voor alle districten van de KMar.

   

92%

8%

6

Investeringen krijgsmacht

1.640.538

1.111.740

528.798

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor investeringen nieuw materieel (waaronder kleine (bandbreed)projecten), JSF, NH-90, brugleggende tank, instandhouding LCF, Chinook, reservedelen apache, mobiele energievoorziening, aanpassingen aan infrastructuur, ICT-projecten en wetenschappelijk onderzoek.

   

68%

32%

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

830.335

374.099

456.236

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor brandstof, munitie, communicatie verbindingen, Kleding en uitrusting en informatievoorziening.

   

45%

55%

8

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

1.162.083

516.242

645.841

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor transport (€ 55 mln); gebruik en onderhouden van infrastructuur (€ 252 mln), exploitatie PPS Kromhout (€ 53 mln) en de overige personele en materiele exploitatie (opleidingen, werving en selectie, schadevergoedingen, ondersteuning personeel op buitenlandse posten, sociaal beleidskader).

   

44%

56%

 

Totaal niet verplichte uitgaven

   

2.490.645

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meer organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting van een beleidsthema kan derhalve onderdelen van verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde defensie-uitgaven verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor alle beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland.

In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. De verantwoording over verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt ingegaan op de plausibiliteit. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meer jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Geheel

artikel

Artikel / Operationele doelstelling

             
               

Artikel 1; Inzet

             

Budget Internationale Veiligheid

X

           
               

Artikel 2; CZSK

             

Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)

X

           
               

Artikel 3; CLAS

             

Nationale veiligheid: samenwerking met civiele partners

 

X

         

Omvorming 13 gemechaniseerde brigade

     

X

     
               

Artikel 4; CLSK

             

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

   

X

       
               

Artikel 5; KMar

             

Informatiegestuurd optreden (IGO)

         

x

 
               

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

             

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

       

X

   
               

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

             

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

       

X

   
               

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door CDC

             

V = afgehandeld

X= in uitvoering of in planning

Ten opzichte van de begroting 2016 is de programmering op twee punten gewijzigd. De beleidsdoorlichting «Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)» wordt in 2016 voltooid. Daarnaast is de beleidsdoorlichting «Informatiegestuurd optreden (IGO)» in 2021 toegevoegd.

Garanties en achterborgstellingen

Defensie heeft sinds 2003 een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van defensiepersoneel in het bijzonder voor personeel dat deelneemt aan vredes- en humanitaire operaties. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging. Het doel hiervan is het wegnemen van belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden door uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de financiering van een woning.

Bij het sluiten van levensverzekeringen en de vaststelling van de hoogte van de premie is geen rekening gehouden met het verhoogde risico op overlijden in geval van deelname aan militaire missies. Zodra defensiepersoneel met een dergelijke levensverzekering bij een bij de Vereniging aangesloten verzekeraar tijdens deelname aan vredes- en humanitaire missies komt te overlijden, zal binnen de kaders van de overeenkomst – ondanks een eventuele molestclausule – tot uitkering worden overgegaan. Dit is van toepassing als de aan de woningfinanciering gekoppelde levensverzekering kleiner is dan € 400.000 per situatie. Defensie vergoedt de verzekeraar de helft, zodra die tot uitkering overgaat.

Er wordt een nulraming gehanteerd. De overeenkomst is potentieel van toepassing op een kleine groep, waarvan de omvang vooraf niet te bepalen is. Er wordt geen aanvullende premie gevraagd aan de uitgezonden defensieambtenaren, er bestaat geen begrotingsreserve. Mocht een beroep worden gedaan op de regeling, dan komt dit ten laste van de defensiebegroting.

De duur van de overeenkomst is vijf jaar met een stilzwijgende verlenging voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. De regeling wordt periodiek geëvalueerd. De overeenkomst kent geen plafondwaarde.

Artikel

(Bedragen x

€ 1.000)

Omschrijving

Uitstaande garantie 2016

Geraamd te verlenen 2017

Geraamd te vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantie plafond 2018

Totaal plafond

Artikel 8 – Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Garantie overeenkomst vredes- en humanitaire operaties

0

0

0

0

0

0

0

0

0

n.v.t.

3. DE BELEIDSARTIKELEN

3.1. Beleidsartikel 1: Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde.

Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met een niet-financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) en de Kustwachten. In Beleidsartikel 1 is ook de begroting opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering begroot voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

Beleidswijzigingen

In het begrotingsjaar 2016 zijn Nederlandse bijdragen aan de volgende missies en ontplooiingen aangevangen dan wel verlengd:

  • UNMISS (United Nations Mission in the republic of South Sudan, verlenging);

  • Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS (verlenging);

  • Deelname aan de EU maritieme operatie Sophia voor de kust van Libië;

  • Deelname aan vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen.

Er worden nog besluiten voorzien over de verlenging van de lopende missies of de aanvang van nieuwe missies. Dit betreft de verlenging van de Nederlandse bijdragen aan de missie MINUSMA in Mali en Resolute Support in Afghanistan. Over een verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de EU-operaties Atalanta en EUTM-Somalië moet nog worden besloten. Defensie blijft vessel protection detachments (VPD's) inzetten ter bescherming van de koopvaardij.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

268.240

289.601

325.793

315.793

315.792

315.792

315.791

Uitgaven

272.617

289.601

325.793

315.793

315.792

315.792

315.791

waarvan juridisch verplicht

 

8%

Programma uitgaven

272.617

289.601

325.793

315.793

315.792

315.792

315.791

Opdracht Inzet

– Crisisbeheersingsoperaties / Verdeelartikel BIV (HGIS)

267.491

286.290

322.682

312.682

312.682

312.682

312.682

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

2.109

3.111

3.111

3.111

3.110

3.110

3.109

– Overige inzet

3.017

200

0

0

0

0

0

* bijdrage door SSO's binnen de opdracht Inzet

3.488

996

         
               

Programma ontvangsten

35.300

16.774

33.783

6.707

6.707

6.707

6.707

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

35.212

16.774

33.783

6.707

6.707

6.707

6.707

– Overige inzet

88

           

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op overeenkomsten voor lopende missies en inzet. Voor 2017 gaat het om 8 procent.

Toelichting op de instrumenten

Binnen artikel 1 worden de defensie-uitgaven voor inzet voor internationale veiligheid verantwoord en de uitgaven voor nationale inzet begroot.

De inzet van Defensie voor internationale veiligheid is met ingang van 2014 gefinancierd vanuit het Budget Internationale Veiligheid. Uit dit budget kunnen zowel activiteiten in het kader van officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance; ODA) als non-ODA activiteiten, militair of civiel, worden gefinancierd. Het BIV maakt deel uit van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Het BIV is vanaf 2015 structureel overgeheveld naar de begroting van Defensie. Het totale budget van € 325,8 miljoen voor 2017 en € 315,8 miljoen voor 2018 en verdere jaren wordt in eerste instantie aangehouden op beleidsartikel 1 Inzet.

Een gecoördineerde inzet van diplomatieke, militaire en ontwikkelingsinstrumenten is het uitgangspunt voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het BIV interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Hiermee is het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV geborgd. Na de jaarlijkse interdepartementale besluitvorming worden de middelen gefaseerd toegekend aan andere begrotingsartikelen binnen de HGIS. Middelen voor hervorming van de veiligheidssector, vredesopbouw, rechtsstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw en de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is, worden jaarlijks bij de 1e suppletoire begroting overgeheveld naar de begrotingen van BH&OS en BZ. In het kabinet is afgesproken dat jaarlijks een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar blijft voor activiteiten van BZ en BH&OS. Voor Defensie blijft € 59,5 miljoen beschikbaar voor (onder andere) ondersteunende capaciteiten en training.

Onderstaand overzicht geeft een indicatief overzicht van de inzet van deze middelen in 2017, gebaseerd op een extrapolatie van de besteding in 2016. De € 59,5 miljoen wordt met de 1e suppletoire begroting in 2017 toegevoegd aan de budgetten van de genoemde artikelen binnen deze begroting.

Budget internationale veiligheid (bedragen x € 1.000)
 

2017

Budget Crisisbeheersingsoperaties (Artikel 1)

203.200

Veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw (BZ/BH&OS)

40.000

Beveiliging van diplomaten en ambassades waar dat noodzakelijk is

(BZ/BH&OS)

20.000

Budget voor ondersteunende activiteiten en training beschikbaar voor Defensie

59.500

Waarvan inzet VPD’s (Artikel 1)

8.000

Waarvan training en capaciteitsopbouw (Artikel 2 & 3)

8.900

Waarvan civiel-militaire capaciteiten (Artikel 3)

6.000

Waarvan luchttransport (Artikel 4)

22.000

Waarvan KMar pool (Artikel 5)

4.600

Waarvan nazorg (Artikel 8)

10.000

   

Totaal

322.700

(De bedragen in deze tabel zijn afgerond op € 0,1 mln)

Overzicht missies

Toelichting uitgaven per missie (crisisbeheersingsoperaties)

Overzicht crisisbeheersingsoperaties

(bedragen x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

2021

Resolute support mssion Afghanistan (RSM)

7.369

       

Strijd tegen ISIS in Irak (ATF-ME en CBMI)

23.000

       

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

16.000

10.000

     

Missies Algemeen

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

EU NAVFOR Atalanta/Ocean Shield

1.000

       

EU NAVFORMED Sophia

1.000

       

Vessel Protection Detachments (VPD’s)

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

Contributies

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

kleine bijdragen aan missies (< € 2,5 mln per jaar)

1.325

1.025

850

850

850

Totaal

93.494

54.825

44.650

44.650

44.650

Toelichting per missie

Resolute Support (Afghanistan)

De Nederlandse inzet bedraagt maximaal honderd militairen in Kabul en in de noordelijke provincie Balkh, in de omgeving van de stad Mazar-e-Sharif, waar Duitsland de leiding heeft. De Nederlandse inzet is gericht op de advisering van de Afghan National Defence and Security Forces (ANDSF), het leveren van medische capaciteit en transport en beveiliging in Mazar-e-Sharif. Ook zijn in Mazar-e-Sharif ongeveer vijftig personen werkzaam in de nationale ondersteuning en op het missie-hoofdkwartier in Kabul. Het budget van ongeveer € 7 miljoen in 2017 is nodig voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel na terugkeer van de missies. Het huidige mandaat van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support loopt tot 31 december 2016.

Strijd tegen ISIS

Op 1 juli 2016 heeft de Belgische luchtmacht de Nederlandse F-16’s afgelost. Nederland heeft op zijn beurt de Force Protection van de Belgische toestellen op zich genomen. In het kader van de Capability Building Mission Iraq (CBMI) heeft Nederland ongeveer 155 trainers in Bagdad en Erbil om Iraakse en Koerdische strijdkrachten in staat te stellen ISIS op de grond te bestrijden. Het budget van € 23 miljoen is nodig voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel na terugkeer van de missies.

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

In 2015 heeft Nederland zijn deelname aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, verlengd tot eind 2016. De Nederlandse militaire inzet bedroeg tot 1 juni 2016 ongeveer 450 militairen, aangevuld met nationale eenheden ter ondersteuning. Nadat Duitsland per 1 juni de verkenningseenheid (ISR-compagnie) van Nederland heeft overgenomen, zijn er in totaal nog ongeveer 375 Nederlandse militairen in Mali. Het belangrijkste doel van de Nederlandse militaire bijdrage aan MINUSMA is het bijdragen aan een goede en overdraagbare inlichtingenketen. De Nederlandse militaire bijdrage heeft in 2016 bestaan uit analisten en inlichtingenpersoneel voor de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. Ook heeft Nederland speciale eenheden geleverd. Op het vliegveld nabij Gao is voorts een helikopterdetachement met vier Apache-gevechtshelikopters en drie Chinook-transporthelikopters gestationeerd. In 2015 is gestart met de overdracht van de Nederlandse deelname aan internationale partners. Naast Duitsland hebben ook Denemarken, Estland en Tsjechië taken van Nederland overgenomen, al dan niet tijdelijk.

EUNAVFOR Atalanta

Nederland zal in 2016 met één marineschip met helikopter deelnemen in de internationale maritieme operatie van de EU (Atalanta) in de wateren rond Somalië (Kamerstuk 29 521, nr 307). Het budget van € 1 miljoen is benodigd voor de overloop van uitgaven van de inzet eind 2016.

EUNAFORMED Sophia

Over de deelname aan deze maritieme trainingsmissie van de Libische kustwacht en Marine voor de kust van Libië, heeft de Kamer inmiddels een artikel 100-brief ontvangen. Nederland zal in de periode van medio oktober tot medio december 2016 het amfibisch transportschip Zr. Ms. Rotterdam inzetten als platform voor training van de Libische kustwacht en marine.

Vessel Protection Detachments (VPD’s)

In overleg met reders is de maximaal beschikbare VPD-capaciteit in 2012 uitgebreid tot 175 inzetten. In de begroting is dekking zeker gesteld voor dit volume. De veiligheidssituatie in het operatiegebied waar de VPD’s worden ingezet bepaalt mede wat de definitieve vraag van de reders wordt. Op basis van de huidige veiligheidssituatie en de daaraan gekoppelde vraag wordt verwacht dat in 2017 tussen de 50 en 75 VPD’s worden ingezet. De additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten en de kosten van de opslag van materieelpakketten in de regio. De bijdrage van de Nederlandse reders aan de additionele uitgaven voor de VPD’s is in de uitgavenraming verwerkt.

Contributies

Nederland draagt met contributies bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties van de NAVO en de EU. Deze contributies staan los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de NAVO of de EU. Onderdeel van de contributies is de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van tien NAVO-lidstaten.

Kleinschalige NL-bijdragen

In onderstaand overzicht staan de kleinschalige Nederlandse bijdragen met een financiële omvang van minder dan € 2,5 miljoen per jaar.

Overzicht kleine missies

Max personele omvang

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

4

Combined Maritime Forces (CMF)

3

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

12

United Nations Mission in the Republic of South Sudan (UNMISS)

22

NB De personele omvang varieert in de tijd gedurende de missie van 0 tot de maximale omvang

Opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

Onderstaande programma’s worden door derden (met name door het Ministerie van Buitenlandse Zaken) gefinancierd en mede door Defensie uitgevoerd en daarom hieronder toegelicht.

Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)

Het ACOTA-samenwerkingsprogramma draagt bij aan de versterking van de capaciteit van Afrikaanse partnerlanden zodat zij kunnen deelnemen aan multinationale operaties onder leiding van de VN of Afrikaanse Unie (AU). Nederland zet enkele tientallen militairen in voor verschillende trainingen.

Toelichting op nationale inzet

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben afspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten voor nationale veiligheid, crisisbeheersing en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (bestuursafspraken over intensivering civiel-militaire samenwerking).

Defensie levert de volgende vormen van ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Structurele nationale taken:

    • Inzet van de Koninklijke Marechaussee voor politietaken zoals beschreven in artikel 4 van de Politiewet 2012:

      • Beveiliging Koninklijk Huis;

      • Politietaak voor Defensie;

      • Politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens;

      • Beveiliging burgerluchtvaart;

      • Verlening van bijstand aan en samenwerking met de politie alsmede assistentieverlening bij grensoverschrijdende criminaliteit;

      • Politietaak op plaatsen onder beheer van de Minister van Defensie, op aangewezen verboden plaatsen en de ambtswoning van de Minister-President;

      • Uitvoering van vreemdelingentaken op basis van de Vreemdelingenwet 2000;

      • Bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

      • Beveiligingswerkzaamheden voor De Nederlandsche Bank N.V.

  • Materieel, personeel en coördinatie voor Kustwacht Nederland;

  • Beheer en inzet defensiemiddelen voor Kustwacht Caribisch gebied;

  • Explosievenopruiming;

  • Luchtruimbewaking/bestrijding van terroristische aanvallen tegen de (burger)luchtvaart, waaronder de Quick Reaction Alert (QRA) van twee bewapende F-16’s;

  • Bijzondere bijstandseenheden, waaronder de Unit Interventie Mariniers (UIM), een Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid van de Koninklijke Marechaussee en een personele bijdrage aan de Dienst Speciale Interventies (DSI) van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie;

  • Calamiteitenhospitaal in het Centraal Militair Hospitaal;

  • Hydrografische opneming van de zeebodem en de verwerking daarvan tot zeekaarten.

  • Militaire bijstand op grond van de Politiewet 2012:

    • Ondersteuning van de handhaving van de openbare orde;

    • Ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

  • Militaire bijstand op grond van de Wet Veiligheidsregio’s;

  • Militaire steunverlening in het openbaar belang.

Naast de gegarandeerde militaire capaciteiten worden verscheidene incidentele inzetten verwacht die niet vallen onder structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening.

De tabel indicatieve inzet voor 2017 geeft de geprognosticeerde nationale inzet weer.

Indicatieve inzet in 2017

Betreft

Aantal

Artikel

Explosieven opruiming

Aantal ruimingen

1.900

CLAS/FNIK

Explosieven opruiming Noordzee

Aantal ruimingen

40

CZSK

Duikassistentie

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

30

CZSK/FNIK

Onderscheppingen luchtruim

Aantal onderscheppingen

5

CLSK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

100

KMAR/CLAS/FNIK

Handhaving openbare orde en veiligheid

Aantal aanvragen

30

KMAR/FNIK

Wet veiligheidsregio

Aantal aanvragen

10

KMAR/CLAS/FNIK

Militaire steunverlening in het openbaar belang

Aantal aanvragen

40

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand Caribisch gebied

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Toelichting op overige inzet

Enhanced Forward Presence Litouwen

Op de NAVO-top in Warschau is besloten tot een vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen. In dit kader zal Nederland in 2017 een eenheid van compagniesgrootte aan de door Duitsland geleide battlegroup in Litouwen leveren. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de andere Benelux-landen. Hiervoor is een budget benodigd van € 10 miljoen, dat wordt betaald uit artikel 1.

Toelichting op ontvangsten

Crisisbeheersingsoperaties

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de vergoedingen van de EU-, NAVO en VN-partners voor de door Nederland in het verleden geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Daarnaast ontvangt Nederland een tegemoetkoming van de VN voor deelname aan MINUSMA. Ook wordt de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s hier geraamd.

3.2. Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten alsmede de mate van gereedheid van maritieme eenheden. Het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

In de onderstaande tabel staan de operationele eenheden van het CZSK voor de periode 2017 tot en met 2021. De tabel bevat het aantal eenheden en de operationele gereedheid ervan. Vanwege de cycli voor onderhoud, opwerken, operationele gereedheid en recuperatie hebben planmatig niet alle eenheden de status «operationeel gereed» (OG). In de kolom «Norm OG» staat het aantal eenheden dat nodig is om te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De kolom «OG 2017» bevat de actuele verwachting voor 2017. Tevens is in de begroting 2017 opgenomen wanneer de norm OG volgens verwachting wordt bereikt. Afwijkingen ten opzichte van de «Norm OG» kunnen planmatig zijn, maar ook als gevolg van knelpunten in de bedrijfsvoering optreden.

DOELSTELLINGENMATRIX CZSK 2017–2021

Capaciteit

Bouwsteen/

module voor SE

Totaal

aantal

Norm-

OG

OG 2017

Verwachting behalen Norm-OG

Maritime Battle Staff (MBS)

NLMARFOR/MBS

1

1

1

2019

Mariniers-

eenheden

Marines Combat Group

2

1

1

2019

Surface Assault & Training Group

1

0,5

0,5

2018

Sea-based Support Group

1

1

1

2018

NLMARSOF/

SOF squadrons

2

1,5

1,5

2018

Capital ships

Landing Platform Docks

2

1

1

2019

Joint Support Ship

1

0,5

0

2018

Fregatten

LC-Fregat

4

2

2

2020

M-Fregat

2

1

1

2020

Patrouilleschepen

Ocean Patrolling Vessel

4

2

2

2019

Onderzeedienst

Onderzeeboot

4

2

1*

2021

Torpedowerkschip

1

0,2

0,2

2018

Mijnenbestrijding

AMBV

6

3

3

2019

Duik- en searchcapaciteit

Defensie Duikgroep

1

1

1

2017

Hydrografie

HOV

2

1

1

2018

CZMCARIB

Compagnie (CIDW/CUR)

1

1

1

2017

Raiding Squadron CARIB

1

1

1

2018

Raiding Troop SXM

1

1

1

2017

FRISC Sqaudron CARIB

1

1

1

2018

Ondersteuningsschip

1

0,7

0,7

2017

  • 1. De capaciteiten vermeld in kolom «OG 2017», waarbij in de laatste kolom het jaartal 2017 is vermeld, zijn naar verwachting in 2017 zonder beperkingen inzetbaar.

  • 2. De bouwstenen/modules gemarkeerd met * kennen naast een kwantitatieve ook een kwalitatieve beperking t.o.v. Norm OG in 2017. Voor de capaciteiten waarbij een ander jaartal in de laatste kolom wordt vermeld, geldt dat deze naar verwachting in 2017 inzetbaar zijn maar dat er daarbij beperkingen gelden.

  • 3. De voorlopige prognose is dat de beperkingen van deze capaciteiten zijn opgelost in het jaar dat in de laatste kolom wordt vermeld. Dit is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Beleidswijzigingen

Joint Support Ship (JSS)

Het logistiek ondersteunings- en bevoorradingsschip Zr. Ms. Karel Doorman wordt ingezet voor de maritieme bevoorradingsfunctie. Dit is één van de drie taken die het JSS kan uitvoeren. Voor de overige twee taken (strategisch transport en seabasing) wordt gezocht naar mogelijkheden van medegebruik in internationaal verband (Kamerstuk 33 763, nr. 104). Op 4 februari 2016 is mede hiervoor met Duitsland een Letter of Intent getekend, waardoor inzetvermogen, het delen van kennis en daarmee het vergroten van de slagkracht mogelijk wordt. Ook zijn er gesprekken gaande met België en het Verenigd Koninkrijk. Het feitelijk medegebruiken wordt mogelijk als het schip weer inzetbaar is na het verhelpen van de problemen aan de hoofdelektromotoren (Kamerstuk 33 763, nr. 108). De verwachting is dat het schip in het vierde kwartaal 2017 weer inzetbaar is. Tevens is een nauwere samenwerking overeengekomen tussen het Duitse Seebataljon en het Korps Mariniers.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

790.537

728.322

721.477

716.665

727.634

733.868

736.910

Uitgaven

744.365

728.322

721.477

716.665

727.634

733.868

736.910

Waarvan juridisch verplicht

   

78%

       

Programma uitgaven

135.172

133.491

132.218

125.320

133.257

134.633

137.052

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

135.172

133.491

132.218

125.320

133.257

134.633

137.052

Gereedstelling

36.346

36.848

28.401

23.687

23.677

24.268

24.268

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

2.645

– waarvan bijdrage aan Agentschap RWS

16.199

15.519

12.891

12.891

12.891

12.891

12.891

Instandhouding

98.826

96.643

103.817

101.633

109.580

110.365

112.784

Apparaatsuitgaven

609.193

594.831

589.259

591.345

594.377

599.235

599.858

Personele uitgaven

543.656

530.943

531.133

532.811

536.420

540.272

537.879

– waarvan eigen personeel

538.651

525.443

531.133

532.811

536.420

540.272

537.879

– waarvan externe inhuur

5.005

5.500

Materiële uitgaven

65.537

63.888

58.126

58.534

57.957

58.963

61.979

– waarvan ICT

2.488

2.836

2.680

2.679

2.679

2.678

2.678

– waarvan huisvesting en infra

3.727

3.727

3.726

3.725

3.725

– waarvan overige exploitatie

60.876

56.368

50.960

51.369

50.793

51.801

54.817

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

2.173

4.684

759

759

759

759

759

Apparaatsontvangsten

14.387

15.638

16.201

16.201

16.201

16.201

16.201

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2017 gaat het om 78 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de zeewapensystemen en de verplichtingen voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Een deel van de uitgaven voor gereedstelling zijn gerelateerd aan de vlieguren en de vaardagen van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied. De jaarplannen en jaarverslagen van de kustwachten bevatten nadere informatie over hun activiteiten en middelen.

Bijdrage aan agentschap (onder programma-uitgaven)

Binnen de programma-uitgaven maakt de post «Bijdrage aan agentschap» een onderdeel uit van het instrument Opdracht Gereedstelling en Instandhouding Commando ZSK. Het betreft hier de uitgaven aan de Rijksrederij (€ 12,9 miljoen voor 2017). De Rijksrederij is onderdeel van Rijkswaterstaat (RWS). RWS is een agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Over de precieze bijdrage in 2017 en verder vindt nog nader overleg plaats. De activiteiten die zij verrichten voor het CZSK hebben betrekking op gereedstelling.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek), walinstellingen en procesgebonden installaties, en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden (ketenlogistiek).

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Waarvan bijdragen van SSO’s

Om de uitgaven baten-lastendiensten beter zichtbaar te maken in de begroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten opgenomen in de begroting. Het betreft hier de uitgaven aan Paresto.

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie CZSK

2016

2017

2018

2019

2020

2021

9.834

9.872

9.890

9.928

9.982

9.977

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 (Centraal apparaat).

Groene Draeck

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De uitgaven voor het onderhoud aan de Groene Draeck betreffen met name personele uitgaven en worden daarom onder dit instrument begroot. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-I, nr. 6) is besloten het jaarlijkse onderhoudsbudget bij te stellen naar € 87.000,– en de uitvoering van het onderhoud bij het Ministerie van Defensie te laten zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. Meerjarig wordt daarom een totaalbedrag van € 87.000 geraamd voor het onderhoud aan de Groene Draeck. Dit betreft het hieronder gepresenteerde begrote budget.

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten
(bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

Onderhoud Groene Draeck

87

87

87

87

87

3.3. Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

In de onderstaande tabel staan de operationele eenheden van het CLAS voor de periode 2017 tot en met 2021. De tabel bevat het aantal eenheden en de operationele gereedheid ervan. Vanwege de cycli voor onderhoud, opwerken, operationele gereedheid en recuperatie hebben planmatig niet alle eenheden de status «operationeel gereed» (OG). In de kolom «Norm OG» staat het aantal eenheden dat nodig is om te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De kolom «OG 2017» bevat de actuele verwachting voor 2017. Tevens is in de begroting 2017 opgenomen wanneer de norm OG volgens verwachting wordt bereikt. Afwijkingen ten opzichte van de «Norm OG» kunnen planmatig zijn, maar ook als gevolg van knelpunten in de bedrijfsvoering optreden.

DOELSTELLINGENMATRIX CLAS 2017–2021

Capaciteit

Bouwsteen/

module voor SE

Totaal aantal

Norm-OG

OG 2017

Verwachting behalen Norm-OG

HRF (L) HQ

NLD deel staf

1 (DEU/NLD) Corps

1

1

1

2017

NLD deel CIS BN

1

1

1

2020

NLD deel StSpt BN

1

1

1

2020

BRIG HQ

Staf

3

1

1

2020

Verkenningseskadron

3

1

1

2017

ISTAR Module

5

2

1

NBP

Cimic Support Element

4

2

2

2017

Psyops Support Element

4

2

1

2018

(R) DTF HQ

Hoofdkwartier OOCL

1

1

1*

NBP

BMD, ABT en CRAM (sensor only)

C2 PATRIOT

1

1

0

2021

C2 AGBADS

1

1

1

2018

Patriot Fire Unit

3

3

0

2021

AMRAAM-Peloton

2

2

1

2018

STINGER-Peloton

3

3

2

2018

SOF

SOF-Compagnie

4

2

2

2018

BTG

Manoeuvre Bataljon

7

2

1→2

2020

Pantserhouwitser / Mortier Batterij

3

2

2

2019

Pantsergeniecompagnie

4

1

1

2020

Luchtmobiel Geniepeloton

3

1

1

2020

CIS Compagnie

3

1

0

2019

Geneeskundig Peloton

7

2

2

2020

DEFENSIE CYBER COMMANDO

CYBER module

3

1

1

2017

CS ELEMENT

AFD Staf Vuursteuncommando

1

1

1

2017

Staf Geniebataljon

3

1

1

2018

Constructiecompagnie

2

1

1

2017

Brugmodule

2

1

1

2017

CBRN Compagnie

2

1

1

2017

EODD Ploeg

48

20

20

2017

CSS ELEMENT

Bataljonsstaf National Support

Element

1

1

1

2017

MEDCELL

4

1

1

2018

B&T module

7

2

2

2020

Bevoorradingspeloton

3

1

1

2020

Herstelpeloton

11

4

4

2017

ROLE 2 Medical Treatment Facility

4

2

1

2021

 

CBRN A&A team

8

1

1

2017

 

CBRN DIM team

8

1

1

2017

NATRES

Bataljon

3

3

3

2018

1. De capaciteiten vermeld in kolom «OG 2017», waarbij in de laatste kolom het jaartal 2017 is vermeld, zijn naar verwachting in 2017 zonder beperkingen inzetbaar.

2. De bouwstenen/modules gemarkeerd met * kennen naast een kwantitatieve ook een kwalitatieve beperking t.o.v. Norm OG in 2017. Voor de capaciteiten waarbij een ander jaartal in de laatste kolom wordt vermeld, geldt dat deze naar verwachting in 2017 inzetbaar zijn maar dat er daarbij beperkingen gelden.

3. De voorlopige prognose is dat de beperkingen van deze capaciteiten zijn opgelost in het jaar dat in de laatste kolom wordt vermeld. Dit is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

4. De afkorting NBP in de kolom «Verwachting behalen Norm-OG» staat voor «na begrotingsperiode».

Beleidswijzigingen

De integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in de Duitse Eerste Pantserdivisie. Onderdeel hiervan is de integratie van de personele component voor een Nederlands tankeskadron in een Duits Tankbataljon.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

1.146.024

1.214.273

1.251.341

1.263.710

1.273.873

1.288.117

1.299.872

Uitgaven

1.221.224

1.214.273

1.251.341

1.263.710

1.273.873

1.288.117

1.299.872

Waarvan juridisch verplicht

   

78%

       

Programma uitgaven

158.682

158.899

207.984

212.357

217.495

229.134

240.070

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

158.682

158.899

207.984

212.357

217.495

229.134

240.070

– Gereedstelling

50.989

51.696

54.498

57.674

66.074

66.107

65.110

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

13.944

           

– instandhouding

107.693

107.203

153.486

154.683

151.421

163.027

174.960

               

Apparaatsuitgaven

1.062.542

1.055.374

1.043.357

1.051.353

1.056.378

1.058.983

1.059.802

Personele uitgaven

971.074

945.373

961.016

960.710

965.077

968.169

960.909

– waarvan eigen personeel

966.462

939.875

959.449

958.843

962.310

964.702

957.442

– waarvan externe inhuur

4.612

5.498

1.567

1.867

2.767

3.467

3.467

Materiële uitgaven

91.468

110.001

82.341

90.643

91.301

90.814

98.893

– waarvan overige exploitatie

89.020

98.750

79.550

87.852

88.510

88.023

96.102

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

2.448

11.251

2.791

2.791

2.791

2.791

2.791

Apparaatsontvangsten

13.672

19.546

11.523

11.523

11.523

11.523

11.523

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2017 gaat het om 78 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de landwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling zijn voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek) en de bevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden door het Materieellogistiek Commando (matlogco).

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Waarvan bijdragen aan SSO’s

Om de uitgaven van baten-lastendiensten beter zichtbaar te maken in de begroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten opgenomen in de begroting. Het betreft hier de uitgaven aan Paresto.

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie CLAS

2016

2017

2018

2019

2020

2021

19.298

19.338

19.377

19.361

19.347

19.291

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 (Centraal apparaat).

3.4. Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als nationale taken.

In de onderstaande tabel staan de operationele eenheden van het CLSK voor de periode 2017 tot en met 2021. De tabel bevat het aantal eenheden en de operationele gereedheid ervan. Vanwege de cycli voor onderhoud, opwerken, operationele gereedheid en recuperatie hebben planmatig niet alle eenheden de status «operationeel gereed». In de kolom «Norm OG» staat het aantal eenheden dat nodig is om te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De kolom «OG 2017» bevat de actuele verwachting voor 2017. Tevens is in de begroting 2017 opgenomen wanneer de norm OG volgens verwachting wordt bereikt. Afwijkingen ten opzichte van de «Norm OG» kunnen planmatig zijn, maar ook als gevolg van knelpunten in de bedrijfsvoering optreden.

DOELSTELLINGENMATRIX CLSK 2017 – 2021

Capaciteit

Bouwsteen / module voor SE

Totaal aantal

Norm- OG

OG 2017

Verwachting behalen Norm-OG

Jachtvliegtuigen

F-16

61

11

6→11*

2018

Helikopters

AH-64 Apache

28

10

4*

2019

CH-47 Chinook

17→20

6→8

3*

2019

AS-532 Cougar

8→12

3→5

3*

2019

NH-90

20

2→8

2*

NBP

Transport-vliegtuigen

KDC-10

2

1

1

2017

C-130 Hercules

4

2

2

2017

Kustwacht NLD

Dornier DO-228

2

1

1

2017

Force Protection

OGRV eenheden

4

2

2

2017

Air C4ISR

Luchtverkeersleiding

1

1

1

2017

Luchtgevechtsleiding

1

1

1

2017

NDMC

1

1

1

2017

1. De capaciteiten vermeld in kolom «OG 2017», waarbij in de laatste kolom het jaartal 2017 is vermeld, zijn naar verwachting in 2017 zonder beperkingen inzetbaar.

2. De bouwstenen/modules gemarkeerd met * kennen naast een kwantitatieve ook een kwalitatieve beperking t.o.v. Norm OG in 2017. Voor de capaciteiten waarbij een ander jaartal in de laatste kolom wordt vermeld, geldt dat deze naar verwachting in 2017 inzetbaar zijn maar dat er daarbij beperkingen gelden.

3. De voorlopige prognose is dat de beperkingen van deze capaciteiten zijn opgelost in het jaar dat in de laatste kolom wordt vermeld. Dit is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

4. De afkorting NBP in de kolom «Verwachting behalen Norm-OG» staat voor «na begrotingsperiode».

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

801.969

672.898

681.678

695.296

688.359

692.774

695.362

Uitgaven

711.856

672.898

681.678

695.296

688.359

692.774

695.362

Waarvan juridisch verplicht

   

86%

       

Programma uitgaven

167.717

167.911

181.345

196.054

188.288

192.093

196.410

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

167.717

167.911

181.345

196.054

188.288

192.093

196.410

– Gereedstelling

7.727

12.744

13.071

13.060

13.102

13.102

13.102

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

217

 

– Instandhouding

159.990

155.167

168.274

182.994

175.186

178.991

183.308

 

Apparaatsuitgaven

544.139

504.987

500.333

499.242

500.071

500.681

498.952

Personele uitgaven

415.536

404.408

402.311

406.371

406.228

408.280

405.837

– waarvan eigen personeel

409.168

400.708

401.311

406.371

406.228

408.280

405.837

– waarvan externe inhuur

6.368

3.700

1.000

Materiële uitgaven

128.603

100.579

98.022

92.871

93.843

92.401

93.115

– waarvan overige exploitatie

2.701

98.314

94.763

89.612

90.584

89.142

89.856

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

125.902

2.265

3.259

3.259

3.259

3.259

3.259

Apparaatsontvangsten

14.037

13.166

12.259

12.259

12.259

12.259

12.259

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2017 gaat het om 86 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de luchtwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling zijn voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van de wapensystemen. De instandhoudingsuitgaven van het Logistiek Centrum Woensdrecht zijn hierin opgenomen. Naast uitgaven voor de diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen die in de doelstellingen matrix zijn genoemd.

Waarvan bijdragen aan SSO’s

Om de uitgaven van baten-lastendiensten zichtbaar te maken in de begroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten opgenomen in de begroting. Het betreft hier de uitgaven aan Paresto.

Toelichting op de apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie CLSK

2016

2017

2018

2019

2020

2021

7.432

7.452

7.468

7.474

7.449

7.378

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 (Centraal apparaat).

3.5. Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee (KMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Deze taak wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies uitgevoerd. Daarnaast levert de KMar capaciteit aan de CDS voor deelname aan (militaire) missies waarbij de KMar andere taken uitvoert dan die in de Politiewet (PW) zijn opgedragen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar berust bij meerdere Ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de Ministeries van Veiligheid en Justitie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

In artikel 4 van de Politiewet (2012) wordt de KMar de onderstaande taken opgedragen;

  • Bewaken en beveiligen van koninklijke paleizen, ambassades in risicogebieden1, de Nederlandsche Bank en militaire objecten en personen. De KMar kan ook worden ingezet voor de bewaking en beveiliging van hoog risico objecten;

  • Handhaving van de Vreemdelingenwetgeving waaronder bestrijding van identiteit- en documentfraude, mensensmokkel en grenstoezicht, bijvoorbeeld in Frontex-verband de ondersteuning van de grensbewaking van EU-lidstaten;

  • Politietaken ten behoeve van Defensie;

  • Bijdrage aan de opbouw van veiligheidssector in missiegebieden;

  • Politietaken op en beveiliging van burgerluchtvaartterreinen;

  • Samenwerking met en bijstand aan de Nationale Politie.

Naast het reguliere takenpakket fungeert de KMar als strategische reserve voor de Nationale Politie. Hiermee levert de KMar continue een bijdrage aan de veiligheid van de Staat door optreden in binnen- en buitenland.

In onderstaande tabel staan de operationele eenheden van de KMar voor de periode 2017 tot en met 2021. De gereedstelling voor onderstaande taken wordt onder beheersverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie uitgevoerd. De tabel bevat het aantal eenheden en de operationele gereedheid ervan. Vanwege de cycli voor onderhoud, opwerken, operationele gereedheid en recuperatie hebben planmatig niet alle eenheden de status «operationeel gereed». In de kolom «Norm OG» staat het aantal eenheden dat nodig is om te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De kolom «OG 2017» bevat de actuele verwachting voor 2017. Afwijkingen ten opzichte van de «Norm OG» kunnen planmatig zijn, maar ook als gevolg van knelpunten in de bedrijfsvoering optreden. Indien de «Norm OG» in 2017 naar verwachting niet haalbaar is, wordt de reden kort toegelicht in een voetnoot. Tevens is in de begroting 2017 opgenomen wanneer de norm OG volgens verwachting wordt bereikt. Afwijkingen ten opzichte van de «Norm OG» kunnen planmatig zijn, maar ook als gevolg van knelpunten in de bedrijfsvoering optreden.

Doelstellingenmatrix KMar 2017–2021

Groep

Organieke eenheden

Totaal aantal

Norm- OG

OG 2017

Verwachting

Behalen Norm-OG

LTC/BBM en districten

VTEn voor expeditionaire inzet

306

153

153

2020

LTC/BE

Peloton voor CRC expeditionair

1

1

1

2018

LTC/BSB

VTEn voor CPTs

26

13

13

2017

1. De capaciteiten vermeld in kolom «OG 2017», waarbij in de laatste kolom het jaartal 2017 is vermeld, zijn naar verwachting in 2017 zonder beperkingen inzetbaar.

2. De bouwstenen/modules gemarkeerd met * kennen naast een kwantitatieve ook een kwalitatieve beperking t.o.v. Norm OG in 2017. Voor de capaciteiten waarbij een ander jaartal in de laatste kolom wordt vermeld, geldt dat deze naar verwachting in 2017 inzetbaar zijn maar dat er daarbij beperkingen gelden.

3. De voorlopige prognose is dat de beperkingen van deze capaciteiten zijn opgelost in het jaar dat in de laatste kolom wordt vermeld. Dit is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Geplande inzet

Het takenpakket van de KMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie operationele speerpunten: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaak en internationale en militaire politietaken.

Bewaken en Beveiligen

Vanuit het speerpunt bewaking en beveiliging draagt de KMar zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten en personen. De KMar doet dit in samenwerking met (keten-)partners op nationaal en internationaal, publiek en privaat vlak.

Kengetallen

Prognose 2017

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burger-

 

luchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

7

Het aantal inzetbare Hoog Risico Beveiligingspelotons voor

 

non-permanente bewaking van te bewaken objecten

6

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De

 

Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Grenspolitietaak

Vanuit het speerpunt grenspolitietaak richt de KMar zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze taak wordt doelmatig en flexibel, en zo mogelijk informatie- en risicogestuurd uitgevoerd.

Kengetallen

Prognose 2017

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal prioriteitsmeldingen (op luchthavens waar politietaken

 

worden uitgevoerd

24.000

Aantal verwijderingen (directe verwijderingen zonder tussenkomst

 

Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en verwijderingen na aanlevering

 

van DT&V)

3.500

Waarvan begeleid

500

Internationale en militaire politietaken

Vanuit het speerpunt internationale en militaire politietaken is de KMar als één van de vier operationele commando’s van Defensie medeverantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenland- en veiligheidsbeleid van Nederland. De KMar voert op grond van de PW politietaken uit in Nederland (inclusief Caribisch Nederland op grond van de Rijkswet Politie van Aruba, Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba). Bij inzet van Nederlandse militairen in het binnen- en buitenland wordt aan hen politiezorg verleend door de KMar, onder meer door strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Daarnaast zorgt de KMar voor de bewaking van de integriteit van de krijgsmacht. Vanwege de specifieke organisatiekenmerken en expertise kan de KMar zowel met de andere krijgsmachtsonderdelen als zelfstandige (politie)organisatie in binnen- en buitenland optreden. Daarbij kan capaciteit ook worden ingezet in instabiele landen, bijvoorbeeld door deelname aan opbouwoperaties.

Kengetallen

Prognose 2017

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan OM Arnhem)

725

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor internationale

(zie indicatoren

crisis- en humanitaire operaties

algemene

 

doelstelling)

Beleidswijzigingen

Door de veranderende veiligheidssituatie – bestrijden van terrorisme en het beheersen en controleren van de migratiestromen en bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit – is de vraag naar KMar inzet toegenomen. In 2017 resulteert dit in een intensivering op in ieder geval de volgende onderwerpen.

  • Intensivering op de Frontex-verplichtingen. De nieuwe EU grens en kustwacht-verordening (de nieuwe Frontex-verordening) verplicht lidstaten om materieel en personeel ter beschikking te stellen in tijden van buitengewone druk op de EU-buitengrenzen. Voor Nederland betreft dit ongeveer 50 grenswachters die stand-by moeten staan, het merendeel zal KMar-personeel zijn.

  • Intensiveren grenscapaciteit maritiem en luchthavens. De toegenomen passagiersaantallen op de luchthavens die gepaard gaan met een veranderende veiligheidssituatie zorgen ervoor dat de grensbewakingscapaciteit en grenspolitie op de luchthavens onder druk staat. Er is een berekening van de personele en materiële consequenties voor de periode 2018–2022 opgesteld, die breed draagvlak heeft en momenteel voorligt ter validatie.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

336.732

352.554

338.752

335.195

337.018

336.907

337.255

Uitgaven

337.157

352.554

338.752

335.195

337.018

336.907

337.255

Waarvan juridisch verplicht

   

92%

       

Programma uitgaven

1.747

6.414

6.364

6.364

6.364

6.364

6.364

Opdracht Inzet KMAR

1.747

6.414

6.364

6.364

6.364

6.364

6.364

Gereedstelling

1.747

6.414

6.364

6.364

6.364

6.364

6.364

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

642

           
               

Apparaatsuitgaven

335.410

346.140

332.388

328.831

330.654

330.543

330.891

Personele uitgaven

301.665

312.352

307.674

304.331

306.029

305.949

304.471

– waarvan eigen personeel

301.478

311.452

307.674

304.331

306.029

305.949

304.471

– waarvan externe inhuur

187

900

Materiële uitgaven

33.745

33.788

24.714

24.500

24.625

24.594

26.420

– waarvan overige exploitatie

32.867

32.682

22.895

22.681

22.806

22.775

24.601

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

878

1.106

1.819

1.819

1.819

1.819

1.819

               

Apparaatsontvangsten

5.540

4.408

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2017 gaat het om 92 procent. De 92 procent juridisch verplichte uitgaven bestaan volledig uit apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Gereedstelling

Sinds de begroting 2016 zijn uitgaven (€ 4 miljoen) voor diensten die tolken en vertalers levert aan de KMar, overgeboekt van apparaat (materieel) naar programma.

De overige uitgaven voor gereedstelling betreffen vooral de uitgaven voor meerdaagse (oefen) activiteiten.

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Waarvan bijdragen aan SSO’s

Om de uitgaven binnen baten-lastendiensten beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten zichtbaar gemaakt in de begroting. Het betreft hier de uitgaven aan Paresto.

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie KMar

2016

2017

2018

2019

2020

2021

6.459

6.430

6.407

6.402

6.402

6.402

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 (Centraal apparaat).

3.6. Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen alsmede de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de materiële instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

Beleidswijziging

Investeringsquote

Defensie streeft ernaar om op termijn gemiddeld ten minste twintig procent van haar uitgavenbudget te besteden aan investeringen. Dit streven komt voort uit het besef dat een moderne krijgsmacht voldoende investeringsruimte moet hebben om haar instandhouding op langere termijn te garanderen en te kunnen moderniseren. Het kengetal hiervoor heet de investeringsquote. Ook de NAVO hanteert dit percentage als richtlijn.

Zoals gemeld in de begroting 2016 en toegezegd tijdens het WGO materieel van 2 november 2015, heeft Defensie in 2016 onderzoek gedaan naar de toekomstige waarde van de investeringsquote. Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat het behalen van de jaarlijkse investeringsquote slechts in beperkte mate iets zegt over de duurzaamheid van de defensieorganisatie. De jaarlijkse investeringsquote geeft voornamelijk inzicht in de mate waarin Defensie in enig jaar in staat is de geplande investeringen te realiseren.

De conclusies van het onderzoek onderstrepen de in 2016 ingeslagen weg. Defensie richt zich, overeenkomstig de aanbevelingen van het IBO Wapensystemen, op het behalen van een meerjarig gemiddelde investeringsquote van twintig procent over vijf jaar. Zo is de investeringsquote in 2017 berekend over de jaren 2013 tot 2017. Op basis van de huidige inzichten wordt het doel van twintig procent in 2020 bereikt. De jaarlijkse investeringsquote wordt behouden als indicator voor het behalen van de jaarlijks geplande investeringen en ter vergelijking van de investeringen met NAVO-bondgenoten.

Verplichtingenraming

In deze begroting zijn voor het eerst de geraamde verplichtingen «voorzien in nieuw materieel» voor de periode 2017–2021 gedetailleerd opgebouwd, op basis van het investeringsplan. Hiermee wordt een duidelijk beeld gegeven van de nu verwachte jaarlijks aan te gane verplichtingen. Het resultaat van de gedetailleerde opbouw is dat de geraamde aan te gane verplichtingen in enkele jaren naar boven en in andere jaren neerwaarts is bijgesteld. De raming is gebaseerd op het geraamde moment dat er voor een project een contract getekend wordt. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend, als eindfase van de verwerving, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over een project en de scope en fasering van het project, samenwerking met derden en onderhandeling met een leverancier, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan op dit moment is voorzien. Deze raming is dus nadrukkelijk een momentopname: hoewel de raming van de verplichtingen een betrouwbare weergave is van het actuele beeld, zullen de realisatie en de raming van de aan te gane verplichtingen bij iedere begroting wijzigen.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

2.162.332

1.785.172

2.890.871

1.507.828

1.374.035

920.528

3.680.627

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

1.716.112

1.469.653

2.402.069

1.095.304

979.496

612.828

3.481.265

Opdracht Voorzien in infrastructuur

182.395

104.099

212.602

141.432

123.562

136.784

55.379

Opdracht Voorzien in IT

176.527

82.380

185.382

180.270

180.154

80.093

50.160

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

62.386

61.415

62.468

62.471

62.472

62.472

62.472

Bijdrage aan de NAVO

24.912

27.625

28.350

28.351

28.351

28.351

31.351

Reserve valutaschommelingen

 

40.000

         

Uitgaven

1.101.504

1.372.824

1.640.538

1.792.471

1.956.679

1.846.163

1.681.342

Waarvan juridisch verplicht

68%

Programma uitgaven

1.101.504

1.372.824

1.640.538

1.792.471

1.956.679

1.846.163

1.681.342

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

689.851

880.929

1.151.736

1.379.947

1.562.140

1.538.463

1.484.980

Opdracht Voorzien in infrastructuur

197.960

217.110

212.602

141.432

123.562

136.784

55.379

Opdracht Voorzien in IT

120.722

135.252

185.382

180.270

180.154

80.093

50.160

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

61.612

60.690

62.468

62.471

62.472

62.472

62.472

Bijdrage aan de NAVO

31.359

38.843

28.350

28.351

28.351

28.351

28.351

Reserve valutaschommelingen

 

40.000

         

waarvan agentschap RVB

137.200

191.342

127.289

111.206

123.106

49.841

waarvan SSO DMO/OPS

79.157

58.721

60.638

40.000

40.000

40.000

40.000

Programma ontvangsten

222.796

77.931

161.783

173.603

116.703

76.975

69.175

– Verkoopopbrengsten groot materieel (strategisch)

190.116

58.586

113.186

115.986

76.086

37.158

34.558

– Overige ontvangsten materieel

3.298

 

25.800

40.200

23.700

23.700

23.700

– Verkoopopbrengsten infrastructuur (strategisch)

8.828

16.100

8.950

6.050

5.550

4.750

0

– Overige ontvangsten infrastructuur

2.839

1.080

11.977

9.497

9.497

9.497

9.047

– Overige ontvangsten IT, WOO en NAVO

17.715

2.165

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2017 betreft het juridisch verplichte deel 68 procent.

Bijdragen aan SSO’s

Om de uitgaven binnen baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de begroting. Het betreft hier de uitgaven aan het Rijksvastgoedbedrijf en aan DMO/DTO.

Investeringsquote

Het meerjarig voortschrijdend gemiddelde (periode 2013 – 2017) is naar verwachting 16 procent. De volgende bedragen liggen aan de berekening ten grondslag:

Begrotingsjaar

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Teller (totaal Investeringen) x € 1.000

1.331.345

1.193.516

1.019.656

1.073.768

1.101.504

1.372.824

1.640.538

1.792.471

1.956.679

1.846.163

1.681.342

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

908.594

829.577

739.145

612.302

689.851

880.929

1.151.736

1.379.947

1.562.140

1.538.463

1.484.980

– Zee (zie tabel Projecten Zeestrijdkrachten)

– Land (zie tabel Projecten Landstrijdkrachten)

– Lucht (zie tabel Projecten Luchtstrijdkrachten)

– Projecten Defensiebreed (zie tabel Projecten Defensiebreed)

– Projecten < € 25 miljoen

                     

Opdracht Voorzien in infrastructuur

240.239

255.481

142.451

309.820

197.960

217.110

212.602

141.432

123.562

136.784

55.379

Opdracht Voorzien in ICT

78.518

62.042

47.460

64.938

120.722

135.252

185.382

180.270

180.154

80.093

50.160

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

69.447

70.663

59.166

59.403

61.612

60.690

62.468

62.471

62.472

62.472

62.472

Bijdrage aan de NAVO

34.547

16.852

31.434

27.305

31.359

38.843

28.350

28.351

28.351

28.351

28.351

Noemer (totaal defensiebudget minus HGIS en attachés)

7.949.870

7.861.154

7.511.951

7.531.416

7.528.454

8.022.471

8.346.997

8.470.457

8.550.408

8.527.129

8.386.959

Gerealiseerde investeringsquote per jaar (t/m 2015)

16%

15%

14%

14%

15%

           

Raming van investeringsquote 2016 en verdere jaren

         

17%

20%

21%

23%

22%

20%

5 jaars voortschrijdend gemiddelde investeringsquote

       

15%

15%

16%

17%

19%

20%

21%

De tabel maakt onderscheid in de realisatie van 2010 tot en met 2015 en het vijf jaarlijks voortschrijdend gemiddelde vanaf 2016.

Grafiek 6.1 realisatie investeringsquote en het voortschrijdend gemiddelde investeringsquote

Grafiek 6.1 realisatie investeringsquote en het voortschrijdend gemiddelde investeringsquote

Aan te gane verplichtingen

Gedurende 2017 worden de volgende verplichtingen aangegaan. Projecten waarvoor een verplichting groter dan € 25 miljoen wordt aangegaan en die geen commercieel vertrouwelijke informatie bevatten zijn separaat weergegeven. Niet alle nu voorziene aan te gane verplichtingen zullen daadwerkelijk in 2017 worden aangegaan. Zo is het mogelijk dat contracten later worden ondertekend. Daarom wordt rekening gehouden met overlopende verplichtingen van € 721 miljoen.

Verplichtingen voorzien in nieuw materieel

Aan te gaan in 2017

* NH-90

49,5

* Verwerving F-35

827,7

* AH-64 Zelfbescherming (ASE)

80,0

* Instandhouding LC-fregatten (LCF)

98,0

* Defensie Bewaking en Beveiligingssysteem

59,7

* Dienstpersonenauto’s

41,6

* Diverse projecten

1.496,9

* Bandbreedte projecten (investeringen door operationele commando's)

95,1

* Projecten met aan te gane verplichting ≥ 25 miljoen

75,2

* Projecten met aan te gane verplichting < 25 miljoen

299,0

Totaal

3.122,7

   

–/– overlopende verplichtingen

720,6

   

Totaal aan te gane verplichtingen

2.402,1

Toelichting op de instrumenten

In dit beleidsartikel wordt inzicht gegeven in de uitgaven en verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn geraamd en die van invloed zijn op de investeringsquote. Tevens wordt aangegeven wat de verwachte risico’s zijn voor de realisatie van de uitgaven.

In de tabellen van Voorzien in nieuw materiaal, Voorzien in infrastructuur, Voorzien in IT en Bekostiging Wetenschappelijk Onderzoek zijn alle projecten in realisatie opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen. De projecten in realisatie waarvan de financiële omvang van meer dan € 10 miljoen is gewijzigd, alsmede de projecten waarvan de planning met meer dan een jaar is gewijzigd, worden onderaan de tabellen nader toegelicht. Tevens worden de projecten in planning met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen opgesomd waarvan wordt verwacht dat deze in 2017 tot uitgaven leiden. Wezenlijke veranderingen ten opzichte van de begroting 2016 worden hierbij toegelicht.

Voorzien in nieuw materieel

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle strategische materieelprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen uitgebreid toegelicht. Voor de projecten in planning wordt bovendien de verwachte fasering in het Defensie Materieel Proces (DMP) vermeld.

Het onderzoek naar andere mogelijkheden om in de behoefte aan een MALE UAV te voorzien is nog gaande. Daarom kan daar in deze begroting nog niet op worden ingegaan.

Risico’s bij Voorzien in nieuw materieel

Aan de uitvoering van projecten zijn diverse risico’s verbonden. Hierdoor kan de realisatie afwijken van de initiële planning. Naast risico’s van meer algemene aard, zoals juridische procedures, vertraagde leveringen of het leveren van onvoldoende kwaliteit, kan bij de uitvoering van projecten sprake zijn van omstandigheden die kunnen leiden tot een verhoogd risicoprofiel. Deze zijn:

Internationale samenwerking/co-financiering

Sommige projecten worden in samenwerking met andere landen gepland en uitgevoerd. Het NH-90 project en het project MRTT zijn hier voorbeelden van. Internationale samenwerking brengt extra risico’s met zich mee. De doorlooptijd van de nationale en internationale besluitvorming kan bijvoorbeeld niet altijd worden beïnvloed en duurt mogelijk langer dan initieel voorzien. Vertraging in het sluiten van (gezamenlijke) contracten kan leiden tot latere levering waardoor later in de behoeften van de deelnemende landen wordt voorzien. Bij projecten met cofinanciering bestaat bovendien een risico op het niet tijdig – door alle partners – zekerstellen van de financiering. Vertraging hierin kan leiden tot vertraging in de realisatie.

Wijziging project / scope

Wanneer tijdens de plannings- of realisatiefase de scope van een project wijzigt, bijvoorbeeld als gevolg van ervaringen tijdens missies, kan dit leiden tot vertragingen of kostenstijging. Herprioriteren of harmoniseren van het investeringsbudget kan nodig zijn om uitvoering mogelijk te blijven maken. Hierdoor kunnen kasuitgaven vertraagd tot realisatie komen.

Vertraging in levering

Het risico bestaat dat zich vertragingen voordoen ten opzichte van het beoogde of overeengekomen leverschema, waardoor budget moet worden doorgeschoven.

Kwaliteit

Als bij een levering blijkt dat niet is voldaan aan de kwaliteitseisen worden betalingen opgeschort. In dit geval zullen geplande budgetten pas tot betaling komen nadat aan de kwaliteitseisen is voldaan.

Projecten Zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering

tot en met

 

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Instandhouding Goalkeeper

34,5

30,4

3,5

0,6

     

2018

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

88,8

51,3

6,4

8,0

5,2

5,2

4,3

2022

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

128,5

99,1

14,5

4,1

5,6

2,8

2,4

2021

Midlife upgrade BV206D (MLU BV206D)

32,3

9,8

10,8

7,9

3,8

   

2019

Verbetering MK48 torpedo

150,4

45,6

17,8

24,1

34,0

18,6

10,4

2021

Bij het project Verbetering MK48 torpedo zijn zowel het projectbudget als de looptijd gewijzigd als gevolg van de contractsluiting voor de modificatie van een tweede serie torpedo’s. Hiermee komt het aantal gemodificeerde torpedo’s op het niveau van de operationele behoefte, zoals aangekondigd in de Kamerbrief 27 830 nr. 145 van 30 januari 2015.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2017

Als gevolg van het duurder uitvallen van een aantal deelprojecten in de B/C-fase van het project is de scope van het project Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (IP LCF) aangepast. De Kamerbrief (kamerstuk 27 830, nr.174) bevat de inhoudelijke aanpassing van het project en informatie over de voortgang. Bij het project Midlife Upgrade Landing Craft Utility is de planning voor uitvoering van dit project bijgesteld omdat uitgevoerde studies langer hebben geduurd. Naar verwachting is de verwervingsvoorbereiding van dit project in 2017 gereed.

Projecten Landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering tot en met

 

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Aanvulling Bushmasters

32,8

24,9

7,9

       

2017

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

133,3

126,2

6,0

       

2023

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer), productie

805,9

682,7

105,1

10,4

7,7

   

2019

PATRIOT vervanging COMPATRIOT

38,9

20,5

14,2

4,1

     

2018

Precision Guided Munition

56,6

26,8

8,8

21,0

     

2018

Nieuw in realisatie is het project Precision Guided Munition.

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

Bij het project Army Ground Based Air Defence System (AGBADS) is de fasering gewijzigd naar 2023 als gevolg van een verwachte FMS case closure.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2017

C-RAM en Class 1 UAV detectiecapaciteit

Er wordt een haalbaarheidsstudie verricht naar de vereiste technische specificaties van het systeem. Oorspronkelijk was het de bedoeling om vanaf 2017–2018 met de resultaten van die studie de realisatiefase in te gaan, maar door prioriteitsstelling in het investeringsplan is de realisatie verschoven naar 2020 en verder.

Bij de volgende projecten zijn geen wezenlijke wijzigingen opgetreden:

  • Levensduurverlenging zwaar bergingsvoertuig.

  • Patriot verlenging levensduur;

  • Vervanging brugleggende tank.

Projecten Luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering tot en met

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

AH-64D Block II upgrade

120,7

54,6

15,0

29,5

11,5

   

2023

AH-64D verbetering bewapening

38,9

20,8

4,9

4,7

8,5

   

2019

AH-64D zelfbescherming (ASE)

98,5

7,3

1,0

12,9

 

16,2

16,2

2025

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket

50,5

17,6

5,1

5,8

9,1

12,9

 

2020

F-16 M6.5 onderhoudstape

26,1

15,4

7,2

3,5

     

2018

F16 mode 5 IFF

42,5

37,4

5,1

       

2017

F-16 zelfbescherming (ASE)

97,5

61,1

23,3

13,1

     

2018

Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding

83,0

31,9

15,7

16,9

9,5

0,1

0,2

2022

Langer doorvliegen F-16 – Operationele Zelfverdediging

94,2

57,0

22,9

14,3

     

2018

Langer Doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid & Luchtwaardigheid

44,3

10,8

7,0

7,6

6,6

5,4

6,9

2021

Obsolescence Prevention Program PC-7

38,3

3,4

16,0

18,9

     

2018

Vervanging Medium Power Radars Wier en Nieuw-Milligen

63,2

25,6

11,4

12,6

11,2

2,4

 

2020

Verwerving F-35 (budgetreeks)

4.700,0

619,8

324,3

537,2

673,2

601,6

596,7

2023

Vervanging strategisch luchttransport en AAR (MRTT)

250 – 1.000

           

2023

Nieuw in realisatie zijn de projecten Langer Doorvliegen F-16 – Instandhouding en Langer Doorvliegen F-16 – Operationele Zelfverdediging en Vervanging strategisch luchttransport en AAR (MRTT). Hoewel het MRTT een project in voorbereiding betreft, bevat het opties voor andere landen, waardoor de prijzen commercieel vertrouwelijk behandeld moeten worden.

AH-64D Block II upgrade

Bij het project AH-64D Block II upgrade is de fasering aangepast naar 2023 omdat de apparatuur voor het deelproject «video down-/uplink» later ter beschikking komt.

AH-64D Zelfbescherming (ASE)

Bij het project AH-64D Zelfbescherming (ASE) is de fasering gewijzigd. Dit is het gevolg van de, in de begroting voor 2016 gemelde, verdere uitwerking van de keuze voor het Amerikaanse zelfbeschermingssysteem voor de Apache AH-64D. Deze keuze is een logisch gevolg van het streven naar standaardisatie bij de helikoptervloot van de Luchtmacht omdat ook de nieuwe Chinooks worden uitgerust met dit zelfbeschermingssysteem. Een nieuw verwervingstraject voor dit deelproject moet worden opgestart waardoor dit project langer doorloopt.

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket

Bij het project F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket is de fasering twee jaar verlengd. Dit komt doordat de behoeftestelling is uitgebreid met extra raketten. Deze raketten zijn opgenomen in een contract met 2019–2020 als levertijd.

Verwerving F-35

Raming uitgaven
(bedragen x 1 miljoen)

Project

omschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering tot

   

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022 en verder

2023

Budget VF-35

4.700

619,8

324,3

537,2

673,2

601,6

596,7

1.347,2

2023

Raming VF-35

5.286,5

630,0

254,9

598,3

856,8

990,5

828,8

1.127,2

2023

Waarvan 2 testtoestellen (incl. bijkomende middelen)

281,8

280,2

1,6

0

0

0

0

0

2013

Waarvan verwerving toestellen (inclusief bijkomende middelen)

4.484,7

349,8

253,3

298,3

856,8

895,4

759,9

1.071,2

2023

Waarvan PSFD MOU

205,4

157,3

11,1

9,6

6,7

5,5

5,5

9,5

2023

Waarvan deelname IOT&E (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2019)

91,1

61,4

17,3

12,4

0

0

0

0

2019

Waarvan voorziening risicoreservering investeringen

487,0

0

0

0

0

111,3

111,3

264,4

2023

In voorgaande tabel is weergegeven hoe het investeringsbudget en de kosten van het project F-35 zich ontwikkelen. De prijsbijstelling van € 8,4 miljoen is aan het projectbudget toegevoegd. Het tekort voor de prijsbijstelling van de F-35, bestaande uit het verschil tussen benodigde indexatie en toegekende indexatie, bedraagt € 33,1 miljoen.

Dit jaar is het investeringsbudget door prijsbijstelling toegenomen tot € 4.700 miljoen (prijspeil 2016). Per saldo is sprake van een negatief verschil tussen budget en raming van € 586,5 miljoen. Het verschil tussen raming en beschikbaar budget wordt veroorzaakt door de hoge dollarkoers ten opzichte van de koers gebruikt bij het vaststellen van het budget in 2013.

In navolgende tabel is de ontwikkeling van het beschikbare budget voor de verwerving F-35 weergegeven.

Aanpassing taakstellend budget investeringen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Bedrag

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2015

4691,6

Bijstelling budget

8,4

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2016

4.700

Project in planning met verwachte uitgaven in 2017

Chinook Vervanging en Modernisering

Dit project bestaat uit twee delen. In 2015 is besloten tot de aanschaf van 14 Chinook CH-47D toestellen. Daarnaast wordt voor de overgebleven 6 CH-47F een plan gemaakt voor de modernisering van deze toestellen.

Projecten Koninklijke Marechaussee

De investeringsprojecten (voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening) voor de Koninklijke Marechaussee hebben een investeringsbudget van minder dan € 25 miljoen.

Projecten Defensiebreed

Projecten in realisatie Defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3

54,6

14,6

11,1

15,1

10,4

1,6

0,9

2023

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens

60,2

21,5

27,5

11,0

0,2

   

2019

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn Defensiebreed (MILSATCOM)

132,3

123,9

7,5

0,9

     

2018

Modernisering navigatiesystemen

38,9

24,2

4,9

3,6

3,0

1,2

2,0

2021

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

109,1

2,9

38,1

44,6

23,4

0,1

 

2020

NH-90

1.191,3

1.038,5

38,0

50,0

29,1

10,7

8,0

2023

Uitbreiding Chemische Biologische Radiologische en Nucleaire (CBRN)-capaciteit in het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS), materieel

62,1

38,4

13,6

3,2

4,3

2,5

 

2020

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

215,5

47,7

61,6

50,6

41,1

14,5

 

2020

Vervanging ETS (Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem) (DBBS)

216,2

17,5

59,7

76,4

36,9

25,8

 

2020

Nieuw in realisatie is het project vervanging ETS (Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS) en Munitie ten behoeve van aanvulling inzetvoorraden.

Modernisering navigatiesystemen

De fasering van het project Modernisering navigatiesystemen is met twee jaar gewijzigd. Dit wordt veroorzaakt doordat dit project gerelateerd is aan het Instandhoudings-programma Walrus dat een uitloop kent. De leveringen vanuit Modernisering navigatiesystemen hebben een doorlooptijd t/m 2021.

NH-90

Alle twintig NH-90 toestellen zijn aan Defensie geleverd. De financiële fasering is gewijzigd. Dit is het gevolg van het later contracteren van deelbehoeften en de verschuiving van de risicoreservering. Zo zijn bijvoorbeeld de aanpassingen voor transporttaken verschoven naar latere jaren. De verschuivingen maken het mogelijk aan te sluiten bij reeds onder contract gebrachte behoeften en te profiteren van internationale – technologische – ontwikkelingen. De herfasering heeft geen gevolgen voor de levering en de voorziene maritieme inzet van de toestellen.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2017

Samenvoegen LVNL en LVL op Schiphol

Het betreft het samenvoegen van de militaire luchtverkeersleiding van AOCS Nieuw-Milligen met de luchtverkeersleiding op Schiphol. Dit project bestaat uit drie componenten (voorzien in nieuw materieel, voorzien in infrastructuur en voorzien in IT). Het gezamenlijke volume is meer dan € 25 miljoen.

Verwerving HV brillen

In 2016 is een deelcontract ondertekend. De productie van de uitrustingsstukken verloopt voorspoedig, zodat deze in 2017 aan de gebruiker kunnen worden uitgeleverd. Een tweede deelcontract wordt naar verwachting in 2017 ondertekend en deze uitrustingsstukken worden in 2018 aan de gebruiker verstrekt.

Bij de volgende projecten zijn geen wezenlijke veranderingen opgetreden:

  • Defensiebrede vervanging handgedragen warmtebeeldkijkers;

  • Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen (DVOW);

  • Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS);

  • Joint Fires;

  • Nieuwe generatie identificatie systemen (IFF mode 5/mode S);

  • Vervanging 60/81mm mortieren;

  • Vervanging grondterminals MILSATCOM.

Voorzien in infrastructuur

Grote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Defensie-onderdeel

Project

volume

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021e.v.

Fasering

t/m

Aanpassing vastgoed a.g.v. gewijzigde regelgeving

Algemeen

142,2

10,3

18,2

25,0

22,6

21,6

44,5

2024

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Algemeen

126,7

17,7

33,0

55,0

21,0

   

2019

Deelproject 1.3.7.1. HVD: Schuifplan Ermelo (GSK, JPK, PMK en VHK)

CLAS

65,7

57,3

0,3

0,0

5,0

3,1

 

2020

Deelproject 1.3.7.5. HVD: Herbeleggen RVS Oirschot

CLAS

40,1

27,4

10,7

2,0

     

2018

Deelproject 2a.6. HVD: Belegging Breda (KvB, TvZ, Seelig)

CDC

36,3

22,5

8,3

0

0

0

5,5

2021

EPA Maatregelen

Algemeen

65,3

47,7

8,8

8,8

     

2018

Hoger Onderhoud Woensdrecht

CLSK

67,7

42,4

10,0

15,3

     

2018

Nieuwbouw OTCKMar

KMar

84,5

63,1

18,0

3,4

     

2018

Aanpassing vastgoed a.g.v. gewijzigde regelgeving

Wijzigingen in wet- en regelgeving, aanscherping van milieu- en veiligheidseisen en ontwikkelingen in het omgevingsrecht hebben geleid tot nieuwe eisen aan het vastgoed en de infrastructuur van Defensie. Het aanpassingsproject vastgoed als gevolg van gewijzigde regelgeving omvat een pakket aan maatregelen dat tot en met 2024 uitgevoerd moet worden. De verschillende maatregelen zijn onder andere:

  • Vervanging en/of aanpassing van installaties die werken op koelmiddelen met hydrochloorfluorkoolwaterstof (HCFK);

  • Op norm brengen van drinkwaterinstallaties;

  • Verbetering brandveiligheid van gebouwen;

  • Verwijderen asbest;

  • Het op norm brengen en houden van monumentale panden en terreinen.

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Met de uitvoering van verbetermaatregelen brengt Defensie de brandveiligheid van de meest risicovolle gebouwen op orde en biedt ze haar personeel een veilige woon- (legering) en werkomgeving. De planning is in lijn met de nalevingsafspraak die is overeengekomen met de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Deelproject 1.3.7.1. Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie (HVD) Schuifplan Ermelo

Het schuifplan Ermelo zorgt ervoor dat de verhuizing en sluiting van de Koninklijke Militaire School (KMS) in Weert mogelijk wordt. Daarvoor moet eerst ruimte worden gemaakt door eenheden na elkaar te verhuizen van Havelte naar Wezep, van Ermelo naar Havelte en tot slot van Weert naar Ermelo. De KMS is reeds naar Ermelo verhuisd. Een aantal deelprojecten wordt nog voltooid.

Deelproject 1.3.7.5. HVD Herbeleggen Ruyter van Steveninckkazerne Oirschot

Door gebruik te maken van vrijgevallen infrastructuur (tankbataljons) is een schuifplan opgesteld om oude gebouwen leeg te maken en te slopen en vooral goede infrastructuur aan te houden en te gebruiken voor het huisvesten van de nieuwe organisatie. Aanvullende nieuwbouw wordt gerealiseerd voor de nieuw opgerichte (Chemische, Biologische, Radiologische, en Nucleaire (CBRN)-eenheid. Het project is in uitvoering.

Deelproject 2.a.6. HVD Belegging Breda

Met dit project wordt de verhuizing mogelijk van het Instituut Defensie Leergangen van Rijswijk naar Breda, onder meer door aanvullende nieuwbouw van legering en aanpassing van lesaccommodaties en kantoren op de Trip van Zoutlandkazerne (TvZ). Een verdere concentratie op de Trip van Zoutlandkazerne, het Kasteel van Breda en de Luchtmachttoren maakt het mogelijk elders in de stad locaties af te stoten. Het project is in uitvoering.

Energie Prestatie Adviezen (EPA) Maatregelen

Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur.

Hoger onderhoud Woensdrecht

Het project betreft de totale behoefte aan infrastructuur om het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) op Vliegbasis Woensdrecht te kunnen huisvesten. Hiermee kunnen de defensielocaties LCW Rhenen en LCW Dongen worden afgestoten. De nieuwbouw legering is opgeleverd, evenals het werkcentrum Avionica en het Logistiek Complex. Nieuwbouw voor het squadron Technologie en Missieondersteuning is in ontwikkeling. Het LCW Rhenen is reeds voor afstoting overgedragen aan het Rijksvastgoedbedrijf.

Nieuwbouw OTCKMar (Opleidings- en Trainings Centrum KMar)

Het OTCKMar wordt ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. Het project is in uitvoering en wordt naar verwachting in 2018 voltooid.

Risico’s bij Voorzien in infrastructuur

De volgende drie projecten hebben op basis van de huidige inzichten een risico in het in 2017 realiseren van het geplande budget. In het algemeen geldt dat projecten in uitvoering en dus aanbesteed, een beperkt risico hebben. Alle benodigde vergunningen zijn verleend. Er is immers sprake van een «fixed price» behoudens onvoorzien werk. Als gevolg van een gebrek aan capaciteit zijn er risico’s in de realisatie van nieuwbouwprojecten en het verkopen van infrastructuur.

Aanpassing vastgoed a.g.v. gewijzigde regelgeving

Dit project wordt momenteel ontwikkeld en moet nog worden aanbesteed. Het project kent een onzekerheid voor tijd en budget ten opzichte van de planning.

Deelproject HVD 1.3.6.2. MARKAZ Zeeland

Dit project bevindt zich momenteel in de voorbereidingsfase. Het project kent een onzekerheid voor tijd en budget ten opzichte van de planning.

F-35 Motoronderhoud

Dit project wordt momenteel ontwikkeld en kent een onzekerheid in het tijdig verkrijgen van de benodigde vergunningen en tijd die beschikbaar is voor de realisatie van de faciliteit. Dit kan gevolgen hebben voor de planning. Ook is een gedeelte van het project qua geld gevoelig voor valutaschommelingen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2017

Deelproject HVD 1.3.6.2. MARKAZ Zeeland

Met de bouw van een geheel nieuwe kazerne te Vlissingen wordt de verhuizing mogelijk gemaakt van het Mariniers Trainingscommando vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn en het Logistiek Centrum Maartensdijk. Het project wordt gerealiseerd met een geïntegreerd contract. Vooruitlopend op de uitvoering zal worden geïnvesteerd in diverse omgevingsonderzoeken en is bouwgrond aangekocht.

Deelproject 2.a.5. HVD Realisatie 20 Gezondheidscentra (GZHC) en 7 tandheelkundige centra

Dit project betreft de aanpassing van de huisvesting aan de nieuwe organisatie van de bedrijfsgroep Gezondheidszorg, door aanpassing van bestaande infrastructuur en door nieuwbouw op verschillende locaties. De locaties Ermelo en Stroe zijn in voorbereiding en de overige locaties volgen op korte termijn.

F-35 Motoronderhoud

Nederland is als één van de Europese landen aangewezen om in de toekomst het F-35 motoronderhoud te gaan uitvoeren. Hiervoor moeten faciliteiten worden gebouwd op Vliegbasis Woensdrecht. De motoronderhoudsfaciliteit inclusief de inrichting van de faciliteit vergt een investering. Naast Defensie nemen het Ministerie van EZ en de provincie Noord-Brabant daarvan een deel voor hun rekening.

Huisvesting Operations Center JIVC DMO/OPS

Dit project voorziet op Camp New Amsterdam met renovatie van bestaande huisvesting en nieuwbouw in het onderbrengen van het Operations Center JIVC DMO/OPS. Hierdoor kunnen verschillende (beheer)activiteiten op één locatie worden geconcentreerd.

KMar en Informatie Gestuurd Optreden

In de nota «In Het Belang Van Nederland» is vastgelegd dat het optreden van de KMar transformeert van een gebiedsgebonden aansturing naar een centraal landelijk en meer flexibel optreden. De hierbij behorende centrale aansturing zal plaatsvinden op basis van het sturingsmechanisme informatie gestuurd optreden. Om de KMar informatie gestuurd te laten optreden zullen de districtsstaven bij de brigades komen te vervallen en gereduceerd opgaan in het centraal Landelijk Tactisch Commando (LTC), waarvoor huisvesting gerealiseerd zal worden op het Camp New Amsterdam. Door het vervallen van de districtsstaven kunnen de huidige locaties in Baarn, Fort de Bilt Utrecht en Kamp Nieuw Milligen worden afgestoten.

Nieuwbouw/renovatie NCIA

Nabij de Waalsdorpervlakte in Den Haag bevindt zich één van de vestigingen van het NATO Communications and Information Agency (NCIA). Momenteel heeft het agentschap een drietal hoofdvestigingen in Brussel, Mons (beiden België) en Den Haag. Met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering is besloten een groter aantal activiteiten te concentreren op de NCIA-hoofdvestiging in Den Haag. Om dit mogelijk te maken heeft Nederland zich als Host Nation bereid verklaard om in de jaren 2015–2018 een grootschalig nieuwbouw- en renovatieproject uit te voeren en te financieren, met bijdragen uit het HGIS-budget, het defensiebudget en een bijdrage van de gemeente Den Haag.

Voorzien in IT

Projecten in realisatie IT (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

t/m

 

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

ERP M/F/P Fase 2

120,0

33,1

12,0

12,0

12,0

12,0

12,0

2025

IT-KMAR IGO

51,1

6,9

16,5

12,2

7,7

7,8

 

2020

Bij het project ERP /M/F/P Fase 2 is de fasering vervroegd om het jaarlijks benodigde budget aan te laten sluiten bij de behoefte, binnen het projectbudget. Nieuw in realisatie is het project IT-KMAR Informatiegestuurd Optreden (IGO).

Risico’s bij Voorzien in IT

Het project «IT-KMar IGO» heeft een hoog risico qua impact op het proces. Een succesvolle invoering van het IGO bij de KMar is essentieel voor de toekomstige bedrijfsvoering van de KMar.

Het programma IT-problematiek, dat nog in planning is, kent risico’s op het gebied van projectresultaat, architectuur en doorlooptijd. Om deze risico’s te mitigeren, wordt het project stringent gefaseerd.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2017

IT-problematiek

Een belangrijk element in de oplossing van de IT problematiek is de vernieuwing van de IT-infrastructuur in samenwerking met de markt. De aanbesteding hiervan loopt vertraging op. Dat komt door aanpassing van de aanbestedingsstrategie waarin een fase van publicatie is toegevoegd. Deze is nodig om het marktpotentieel optimaal te benutten en de risico op juridische procedures te verkleinen. De gevolgen van de vertraging zijn beheersbaar.

Vernieuwing TITAAN

Door een wijziging in de scope van het project zal het project vernieuwing Theatre Independent Tactical Army Airforce Network (TITAAN) opnieuw worden aanbesteed.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Programmafinanciering TNO

33.543

37.028

36.807

36.808

36.808

36.808

36.808

Programmafinanciering NLR

517

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

22.853

18.050

18.049

18.051

18.051

18.052

18.052

Contractonderzoek kennistoepassing

4.699

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

Overig Wetenschappelijk Onderzoek

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal

61.612

60.690

62.468

62.471

62.471

62.472

62.472

Het centrale kennis- en technologiebudget voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt om een defensiespecifieke kennisbasis op te bouwen en in stand te houden. Hiermee kan Defensie wetenschappelijk worden ondersteund in haar taakuitvoering. Het budget wordt ook ingezet om innovatieve operationele capaciteiten, werkwijzen of concepten in de defensieorganisatie mogelijk te maken waarmee het operationeel handelingsvermogen wordt vergroot, verbeterd of tegen lagere (levensduur)kosten beschikbaar komt. Met de uitvoering van onderzoekprogramma’s en -projecten wordt tevens invulling gegeven aan de prioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda 2016 – 2020.

Programmafinanciering TNO (inclusief MARIN) en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR)

De uit te voeren onderzoeksprogramma’s bouwen een defensiespecifieke kennisbasis op bij TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het NLR en houden deze in stand conform de Herijking Kennisportfolio Defensie (HKD, Kamerstuk 27 830, nr. 71 van 28 januari 2010). Om praktische redenen wordt het budget voor MARIN toegevoegd aan dat van TNO. Voor 2017 betreft het € 1 miljoen. Naar verwachting zal er ook de komende jaren budget worden besteed voor een defensiespecifieke kennisbasis bij MARIN. Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder een gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze gebieden. De programmafinanciering bedraagt in 2017 ongeveer € 37 miljoen.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Voor technologieontwikkeling is in 2017 € 18 miljoen beschikbaar. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen, de (operationele) output van Defensie kan verbeteren of tot besparingen kan leiden. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Dit instrument draagt bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensie-gerelateerde industrie en daarmee aan de doelstelling van de Defensie Industrie Strategie (DIS, Kamerstuk 31 125, nr. 20 van 13 december 2013) en het Rijksbrede topsectorenbeleid. In de begrotingsafspraken van oktober 2013 is een bezuiniging doorgevoerd op subsidies in het kader van het bedrijfsleven-beleid. De defensiebijdrage hieraan in 2017 bedraagt € 1 miljoen en is in deze reeks verwerkt. De technologieprojecten worden, indien van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (NAVO en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed.

Bijdragen en contractonderzoek kennistoepassing

De toepassing van (met centrale middelen) opgebouwde kennis, wordt primair gefinancierd uit de decentrale budgetten van de behoeftestellende defensieonderdelen. Op centraal niveau is nog een beperkt budget beschikbaar voor acute, onvoorziene kennisondersteuning. Vooral de interdepartementaal afgesproken bijdragen aan de instandhouding van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten bij TNO en het NLR worden uit de centrale middelen betaald. In 2017 is hiervoor € 5 miljoen beschikbaar.

Overig wetenschappelijk onderzoek

Onder Overig Wetenschappelijk Onderzoek vallen de uitgaven die niet direct toe te schrijven zijn aan technologieontwikkeling en kennistoepassing. Het betreft hier onder andere zaken als sociale innovatie en het investeren in en onderhouden van innovatie- en kennisnetwerken.

CODEMO

De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalties over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingsvoorstellen. Defensie heeft € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling. In totaal is voor een bedrag van € 8,5 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd. In 2014 en 2015 hebben ontvangsten plaatsgevonden van royalties die met behulp van CODEMA-gelden (de voorloper van de huidige regeling) zijn ontstaan. Deze ontvangsten van € 3,3 miljoen komen ten goede aan het fonds en vergroten de ruimte voor nieuwe projectvoorstellen

Als antwoord op de motie Günal-Gezer/Eijsink (Kamerstuk 33 750-X, nr. 24) is onderstaande tabel weergegeven.

CODEMO

Ingediende voorstellen

73

Gehonoreerde voorstellen

19

Afgewezen voorstellen

53

Afgeronde voorstellen

7

De gehonoreerde voorstellen betreffen zestien Midden- en Klein Bedrijven (MKB) en drie grootbedrijven. Eén projectvoorstel is nog in behandeling.

Bijdragen aan de NAVO

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde NAVO-investeringsprogramma’s. Ook de investeringsuitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Het uitgavenkader wordt aangepast vanwege bijgestelde ontvangsten. De wijzigingen in de ontvangsten betreffen de neerwaartse bijstelling van de verkoopopbrengsten van groot materieel onder meer door het overdragen van de Leopard 2 tank aan Duitsland (– € 18 miljoen), daarnaast is de raming van de PzH2000 op basis van actuele marktinformatie neerwaarts bijgesteld met € 16 miljoen.

Afstotingen

Het volgende materieel is nog beschikbaar om verkocht te worden:

  • De Pantserhouwitser 2000 (PzH2000) en mijnenbestrijdingvaartuigen: dit betreft afname van deze capaciteit conform eerder genomen maatregelen;

  • Rupsvoertuigen YPR en voorraad wielvoertuigen: dit betreft de reguliere vervanging en invoering van nieuwe wielvoertuigen conform het project DVOW;

  • Overtollige voorraden, onderdelen, etc.: dit betreft het doelmatig afstoten van voorraden die de Nederlandse krijgsmacht niet meer nodig heeft, maar die voor andere landen wel bruikbaar zijn.

Verkoopopbrengsten Infrastructuur

De verkoopopbrengsten Infrastructuur hebben betrekking op opbrengsten van af te stoten objecten. In 2014 is besloten dat departementen en diensten het vastgoed dat zij niet langer nodig hebben voor hun bedrijfsvoering over moeten dragen aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het RVB zal op basis van het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) het overtollige vastgoed van de departementen en rijksdiensten overnemen tegen een inkoopprijs die wordt vastgesteld door gecertificeerde (onafhankelijke) vastgoedtaxateurs van het RVB. De opbrengsten van alle objecten die voor ingangsdatum van het KORV zijn aangeboden aan het RVB worden geëffectueerd na daadwerkelijke verkoop aan een marktpartij. Op dit moment zijn meerdere objecten zowel onder het oude regime als binnen het KORV in afstoting. De grootste overtolligheid van het Defensievastgoed loopt door tot 2019. Vanaf 2019 nemen de verkoopopbrengsten van overtolligheid af.

3.7. Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

830.487

781.912

830.335

832.397

834.819

863.071

869.810

Uitgaven

758.507

781.912

830.335

832.397

834.819

863.071

869.810

Waarvan juridisch verplicht

   

45%

       
               

Programma uitgaven

304.662

324.773

365.671

370.629

364.766

387.086

384.933

Opdracht Logistieke ondersteuning

304.662

324.773

365.671

370.629

364.766

387.086

384.933

– Gereedstelling

222.537

227.817

266.784

269.515

265.444

277.122

271.841

– Instandhouding

82.125

96.956

98.887

101.114

99.322

109.964

113.092

               

Apparaatsuitgaven

453.845

457.139

464.664

461.768

470.053

475.985

484.877

Personele uitgaven

189.754

191.086

185.732

184.878

185.950

187.718

191.647

– waarvan eigen personeel

167.815

174.386

176.032

176.078

181.447

183.218

182.331

– waarvan externe inhuur

21.939

16.700

9.700

8.800

4.500

4.500

9.313

Materiële uitgaven

264.091

266.053

278.932

276.890

284.103

288.267

293.230

– waarvan IT; bijdrage aan SSO DMO/OPS

172.048

182.925

181.442

182.112

189.323

189.432

188.816

– waarvan IT; Overig

25.706

26.702

43.137

43.135

40.164

40.982

40.982

– waarvan overige exploitatie

65.923

55.326

52.534

49.824

52.797

56.034

61.613

– waarvan overige exploitatie; bijdrage aan SSO Paresto

414

1.100

1.819

1.819

1.819

1.819

1.819

               

Apparaatsontvangsten

44.077

42.909

43.433

43.433

43.433

43.433

43.433

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2017 gaat het om 45 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de aanschaf van munitie, brandstof en instandhoudingsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie. Dit betreft uitgaven voor Defensiebrede contracten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando’s. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele commando’s staan de wapensystemen vermeld waarvoor uitgaven worden geraamd.

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie DMO

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2.559

2.560

2.586

2.597

2.623

2.623

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 (Centraal apparaat).

IT-uitgaven

De uitgaven voor de exploitatie IT zijn met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. Dit betreffen uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IT-systemen.

Materiële uitgaven (waarvan bijdragen aan SSO’s)

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastendiensten beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s (shared service organisation). Het betreft voor 2017 uitgaven aan de Defensie Telematica Organisatie (DTO) (€ 181,4 miljoen) en Paresto (€ 1,8 miljoen).

De overige exploitatie is voor het grootste deel persoonsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen, kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

3.8. Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het CDC zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie. Het CDC is daarbij de verbindende schakel tussen vraag en aanbod.

De ondersteuning van het CDC is ingedeeld in drie categorieën, te weten normgestuurd (vast, zoals vastgoed, gezondheidszorg), capaciteitgestuurd (semi-flexibel, zoals opleidingen) en budgetgestuurd (flexibel, zoals transport en media). De drie categorieën zijn nader onderverdeeld in achttien dienstenclusters.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

1.078.400

1.160.849

1.162.083

1.136.757

1.118.407

1.130.527

1.118.770

Uitgaven

1.051.112

1.169.649

1.162.083

1.136.757

1.118.407

1.130.527

1.118.770

Waarvan juridisch verplicht

   

44%

       

Programma uitgaven

             

Opdracht Dienstverlenende eenheden

204

           

– Gereedstelling

198

           

– Instandhouding

6

           
               

Apparaatsuitgaven

1.050.908

1.169.649

1.162.083

1.136.757

1.118.407

1.130.527

1.118.770

Personele uitgaven

465.998

524.565

513.566

508.237

509.231

512.106

507.183

– waarvan eigen personeel

436.045

510.109

504.007

498.678

499.672

502.547

497.624

– waarvan externe inhuur

18.157

4.378

118

118

118

118

118

– waarvan overig; attachés

11.796

10.078

9.441

9.441

9.441

9.441

9.441

Materiële uitgaven

584.910

645.084

648.517

628.520

609.176

618.421

611.587

– waarvan bijdrage agentschap RVB (huisvesting en infrastructuur

220.607

246.114

236.781

236.716

224.269

222.990

229.416

– waarvan huisvesting en infrastructuur overig

134.615

100.630

110.993

107.645

105.039

115.253

115.253

– waarvan overige exploitatie

189.660

261.234

264.824

249.440

246.149

247.059

233.999

– waarvan overige exploitatie; attachés

8.102

7.739

7.122

7.122

7.122

7.122

7.122

– waarvan bijdrage door SSO Paresto (catering)

31.706

29.367

28.797

27.597

26.597

25.997

25.797

– waarvan bijdrage SSO DTO (DMO/OPS)

220

           
               

Apparaatsontvangsten

56.903

58.347

75.866

73.772

69.672

69.472

69.472

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op de apparaatsuitgaven die uit materiële en personele uitgaven bestaan. Voor 2017 gaat het om 44 procent.

Toelichting op apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie CDC

2016

2017

2018

2019

2020

2021

7.586

7.551

7.487

7.460

7.460

7.445

Materiële uitgaven (waarvan bijdragen aan SSO’s)

De materiële uitgaven betreffen uitgaven voor Huisvesting & Infrastructuur, overige exploitatie, bijdragen aan SSO, attachés en departementsbrede uitgaven.

De ondersteuning die het CDC levert is voornamelijk voor de defensieonderdelen en haar personeel in Nederland en het buitenland. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Verzorgen van catering en voeding;

  • Verzorgen van facilitaire diensten zoals centraal wagenparkbeheer en audiovisuele diensten;

  • Verzorgen van P&O diensten voor circa 53.000 defensiemedewerkers;

  • Verzorgen van gezondheidsdiensten voor circa 41.000 militairen;

  • Verzorgen van wereldwijd vervoer van personen en goederen;

  • Leveren van producten op het gebied van kennis, opleiding en ontwikkeling.

Het CDC levert daarnaast, in samenwerking met het RVB, alle ondersteuning op het gebied van het vastgoed van Defensie. Defensie beschikt momenteel over circa 34.503 hectare terreinoppervlak en 5.096.000 m2 bruto vloeroppervlak gebouwen. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Het onderhoud van alle vastgoedobjecten;

  • Beheer van alle huurobjecten en PPS-constructies alsmede het leveren van rijkshuisvesting in het buitenland;

  • Facilitaire ondersteuning voor het vastgoed zoals beveiliging en schoonmaak;

  • Zorg voor nutscontracten.

De bijdrage aan het agentschap RVB (€ 236,8 miljoen) respectievelijk de SSO Paresto (€ 28,8 miljoen) zijn onderdeel van de bovengenoemde uitgaven Huisvesting & Infrastructuur en Overige Exploitatie.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

4.1. Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies en bijdragen, bijdragen aan de NAVO-exploitatie uitgaven en internationale militaire samenwerking en overige (departementsbrede) uitgaven.

Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

103.254

105.955

95.717

96.559

96.256

95.994

96.488

Uitgaven

84.447

106.855

95.717

96.559

96.256

95.994

96.488

Programma uitgaven

84.447

106.855

95.717

96.559

96.256

95.994

96.488

Subsidies en bijdragen

31.495

31.669

30.086

30.058

30.116

29.501

29.597

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

22.085

57.461

52.588

52.608

52.477

52.546

52.545

– waarvan voorziening Very High readiness Joint Taskforce

   

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Overige uitgaven

30.867

17.725

13.043

13.893

13.663

13.947

14.346

Toelichting op de instrumenten

Subsidies en bijdragen

De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben en die defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hiertoe beter geëquipeerd zijn. De defensiesubsidies zijn er op gericht de exploitatie van stichtingen, en daarmee de uitvoering van hun doelen, in stand te houden. De subsidies zijn te verdelen in subsidies voor veteranenzorg, bijzondere vormen van personeelszorg en doelgroepenbeleid. Daarnaast worden er subsidies verstrekt in het kader van het cultureel erfgoed en tradities en op het gebied van onderwijs, kennis en technologie. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 6.6.

Bijdragen aan de NAVO en Internationale samenwerking

De bijdragen aan de NAVO hebben betrekking op NAVO-exploitatie uitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen en voor de NAVO-commandostructuur en programma’s (NCSEP: NATO Command Structure Entities and Programmes). De Internationale Militaire Samenwerking omvat militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensiematerieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking en juridische samenwerking. Daarnaast staat er op nader te verdelen € 10 miljoen voor de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Overige uitgaven

Deze Defensiebrede uitgaven hebben onder meer betrekking op voorlichtings- en communicatieactiviteiten. Overige uitgaven hebben tevens betrekking op de behandeling en uitvoering van schadevergoedingen en de uitvoering van energie- en milieuwetgeving van de Defensie organisatie.

4.2. Niet-beleidsartikel 10: Centraal Apparaat

Algemene doelstelling

Defensie is een operationele en uitvoerende organisatie bedoeld om de belangen van het Koninkrijk te verdedigen en de internationale rechtsorde te bevorderen. Ten behoeve van de drie hoofdtaken van de krijgsmacht stelt zij militaire eenheden gereed en zet deze in nationaal en internationaal verband in. Die inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de Defensiebrede bedrijfsvoering.

Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

1.529.741

1.584.959

1.580.732

1.542.042

1.498.860

1.491.017

1.507.878

Uitgaven

1.527.669

1.621.659

1.580.732

1.542.042

1.498.860

1.491.017

1.507.878

Apparaatsuitgaven

1.527.669

1.621.659

1.580.732

1.542.042

1.498.860

1.491.017

1.507.878

Personele uitgaven

1.513.893

1.605.620

1.562.644

1.524.210

1.480.497

1.472.657

1.488.612

– waarvan eigen personeel

121.123

136.082

144.687

145.253

146.533

149.168

148.962

– waarvan externe inhuur

3.128

4.418

3.564

2.564

2.564

2.564

2.564

– waarvan pensioenen

1.219.738

1.292.592

1.262.391

1.237.751

1.209.646

1.210.165

1.236.577

– waarvan wachtgelden en SBK-gelden

169.904

172.528

152.002

138.642

121.754

110.760

100.509

Materiele uitgaven

13.776

16.039

18.088

17.832

18.363

18.360

19.266

– waarvan overig

13.193

15.658

17.364

17.108

17.639

17.636

18.542

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

583

381

724

724

724

724

724

               

Totaal ontvangsten

28.255

35.195

41.055

37.399

24.973

26.520

35.345

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Bestuursstaf

De Bestuursstaf (bestaande uit (hoofd)directies en bijzondere organisatie eenheden) draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Defensie. De Bestuursstaf geeft namens de Minister sturing aan de defensieorganisatie. Dit gebeurt door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan de defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de Defensiebrede bedrijfsvoering. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, externe inhuur en overig materieel. De Bijzondere Organisatie Eenheden van de Bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), het Militair Huis van de Koning en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Als grootste Bijzondere Organisatie Eenheid (BOE) ressorterend onder de Bestuursstaf is de MIVD belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardig inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland. De uitgaven die daarmee binnen dit artikel gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven en niet gecentraliseerde materiële uitgaven.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven zijn bedoeld voor de volgende aantallen (formatie):

Formatie BS

2016

2017

2018

2019

2020

2021

1.728

1.812

1.827

1.834

1.857

1.857

Pensioenen en uitkeringen

Deze uitgaven betreffen de betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig militair defensiepersoneel.

Op verzoek van de Kamer is in onderstaande grafiek te zien wat de verdeling is van de pensioenen en uitkering ten opzichte van de totale begroting:

De pensioenen en uitkeringen zijn als volgt verdeeld:

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

Deze post betreft de verstrekking van uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid, krachtens het Sociaal Beleidskader en overige regelingen voor voormalig defensiepersoneel.

De overige exploitatie bestaat voornamelijk uit opleidingen, dienstreizen en overige uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastendiensten beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastendiensten zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,7 miljoen voor 2017).

Voor verder inzicht in de personele uitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten Ministerie van Defensie

Bedragen x € 1.000

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

5.544.554

5.746.814

5.673.187

5.617.710

5.581.172

5.609.343

5.640.399

Kerndepartement

1.527.669

1.621.659

1.580.732

1.542.265

1.499.308

1.491.829

1.509.389

               

Uitvoeringsorganisaties

4.016.885

4.125.155

4.092.455

4.075.445

4.081.864

4.117.514

4.131.010

               

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

609.193

594.831

589.259

592.393

596.237

602.519

605.039

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

1.062.542

1.055.374

1.043.357

1.053.712

1.061.182

1.067.811

1.076.063

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

504.987

504.987

500.333

500.109

501.308

503.075

503.917

Taakuitvoering Koninklijke marechaussee

335.410

346.140

332.388

329.343

331.874

332.669

334.669

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

453.845

457.139

464.664

462.119

470.746

477.239

487.018

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

1.050.908

1.169.649

1.162.083

1.136.757

1.118.407

1.130.527

1.118.770

Totaal apparaatsuitgaven

5.544.554

5.749.779

5.672.816

5.611.338

5.568.800

5.586.971

5.601.028

De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel van het Ministerie van Defensie in totaal (gemiddelde jaarsterktes):

Formatie Defensie totaal

2016

2017

2018

2019

2020

2021

54.896

55.015

55.042

55.056

55.120

54.975

Overzicht formatie defensiepersoneel
 

formatie voor reorganisatie

Personeel

1 juli 2016

formatie 2017

formatie 2021

burgerpersoneel

       

Schaal 16 t/m 18

35

25

27

27

schaal 15

46

42

36

36

schaal 14

107

85

89

90

schaal 13

275

294

273

273

schaal 12

743

799

783

803

schaal 11

1.109

1.057

1.107

1.139

schaal 10

1.389

1.215

1.268

1.318

schaal 9

1.046

851

860

872

schaal 8

969

830

788

804

schaal 7

1.442

1.222

1.191

1.196

schaal 6

1.480

1.282

1.245

1.255

schaal 5

2.141

1.904

1.955

1.902

schaal 1 t/m 4

3.224

2.520

3.053

2.794

Totaal burgerpersoneel

14.006

12.126

12.675

12.509

militair personeel

       

GEN

95

72

68

67

KOL

365

321

322

330

LKOL

1.562

1.350

1.320

1.359

MAJ

2.813

2.236

2.260

2.307

KAP

3.106

2.699

2.841

2.920

LNT

2.490

1.986

2.264

2.316

AOO

3.551

2.740

2.847

2.893

SM

5.587

4.348

4.553

4.667

SGT (1)

12.598

10.469

10.939

11.002

SLD/KPL

14.391

10.558

11.928

11.607

totaal op functie

46.558

36.779

39.342

39.468

Initiële opleidingen (NBOF)

4.841

3.202

2.998

2.998

Totaal militair personeel (inclusief NBOF)

51.399

39.981

42.340

42.466

         

totaal burger en militair personeel

65.405

52.107

55.015

54.975

Taakstelling Rijksdienst

In het huidige regeerakkoord is vanaf 2017 een apparaatstaakstelling voor Defensie opgenomen die oploopt tot € 48 miljoen. Binnen Defensie is de taakstelling belegd bij de apparaatsbudgetten van Defensie, de DMO en het CDC

Extracomptabele tabel invulling taakstelling

(Bedragen x € 1 miljoen)

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

39

48

48

Kerndepartement

26

31

31

Agentschappen

     

DTO

8,8

8,8

8,8

DVD

4,2

7,2

7,2

Paresto

 

1

1

Totaal agentschappen

13

17

17

Bedrijfsvoering bij Defensie

Samenhangende bedrijfsvoering

Om voldoende samenhang in de bedrijfsvoering van Defensie te borgen, wil Defensie een bedrijfsvoering die de gereedstelling, inzet en dus de militair adequaat ondersteunt (primair proces centraal). Hiervoor moeten de processen goed op elkaar aansluiten en moeten mensen elkaar versterken (integraal). Daarbij wordt complexiteit zoveel mogelijk teruggedrongen (eenvoud) om het aanpassingsvermogen van de organisatie en het werkplezier voor haar medewerkers te vergroten. Samenhangende bedrijfsvoering betekent daarnaast ook het bewaken van de samenhang met de Rijksbrede bedrijfsvoering en overige militaire en civiele partners. Defensie werkt continu aan het verbeteren van haar bedrijfsvoering, onder andere in projecten en thematische samenwerkingsverbanden.

4.3. Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven

Artikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

5.385

5.390

5.389

5.391

5.388

5.387

5.387

Geheime uitgaven

5.385

5.390

5.389

5.391

5.388

5.387

5.387

Totaal uitgaven

5.385

5.390

5.389

5.391

5.388

5.387

5.387

4.4. Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien

Artikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen en uitgaven

0

50.641

52.407

67.427

26.568

56.757

51.339

Loonbijstelling

             

Prijsbijstelling

             

Nader te verdelen

0

50.641

52.407

67.427

26.568

56.757

51.339

Onvoorzien

             

Totaal uitgaven

0

50.641

52.407

67.427

26.568

56.757

51.339

Toelichting

In 2016 is de onderstaande loon- en prijsbijstelling ontvangen op het artikel Nominaal en onvoorzien. Met de 1e suppletoire begroting 2016 is de loon- en prijsbijstelling uitgekeerd aan de defensieonderdelen.

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Prijsbijstelling tranche 2016

16.083

16.602

16.765

16.835

17.081

16.882

– waarvan investeringen

2.900

3.484

3.562

3.750

3.483

3.365

– waarvan exploitatie

13.183

13.118

13.203

13.085

13.598

13.517

– Loonbijstelling tranche 2016

90.206

79.599

79.010

77.847

78.028

78.045

Naar aanleiding van de motie-Knops (Kamerstuk 34 200, nr. 9) en de motie-Knops/Teeven (Kamerstuk 27 830, nr. 154) onderzoekt het kabinet de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen in relatie tot de te ontvangen prijsbijstelling. In het rapport van de SBR (Kamerstuk 34 300, nr. 74) is de Kamer geïnformeerd dat de voorgestelde loon- en prijsindexatie voor Defensie ruimte biedt voor een oplossing. Defensie heeft op basis hiervan het CBS gevraagd om de mogelijkheid van een specifieke Defensie prijsindex te onderzoeken. Als het CBS onderzoek voldoende aanknopingspunten biedt, zal in 2017, in samenspraak met het Ministerie van Financiën, bekeken worden hoe verder met deze specifieke index omgegaan wordt in het begrotingsproces.

Nader te verdelen

Op de post «Nader te verdelen» is de risicovoorziening voor het toekomstige AOW-gat, de bijstelling van de VUT equivalent en een voorziening voor de flexibele schil ondergebracht.

Aanvullende middelen personele gereedheid (PG)

De middelen voor de personele gereedheid in het kader van het versterken van de basisgereedheid worden voor een deel op het artikel Nominaal en onvoorzien op Nader te verdelen geparkeerd. Bij de voorjaarsnota 2017 wordt de definitieve inzet van deze middelen bezien. Defensie onderzoekt met het Ministerie van Financiën de nu berekende personele kosten en beziet welke mogelijkheden er zijn om deze omlaag te brengen. Als dit niet mogelijk is zonder de basisgereedheid te raken, dan zullen de middelen alsnog worden overgemaakt ten behoeve van de personele gereedheid. Als dit wel mogelijk is, kan het geld op het artikel Nominaal en onvoorzien beschikbaar komen voor stappen op het terrein van investeringen of CS/CSS.

5. BATEN-LASTENDIENSTEN

5.1. Defensie Telematica Organisatie

Algemeen

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) maakt als agentschap deel uit van de DMO. DTO levert geïntegreerde hoogwaardige IT-diensten aan Defensie en ketenpartners binnen de rijksoverheid op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens ondersteunt DTO de operationele informatievoorziening van de operationele commando’s bij internationale en nationale inzet.

Begroting van baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

2014

2015

Begroting 2016

Raming 2017

2018

2019

2020

2021

Baten

               

Omzet moederdepartement

296.897

265.237

220.929

256.580

236.612

243.823

243.932

243.316

– waarvan betaald uit IT-E

157.208

181.442

182.112

189.323

189.432

188.816

– waarvan betaald uit IT-I

58.721

60.638

40.000

40.000

40.000

40.000

– waarvan betaald uit niet IT-budgetten en door BLD-en

5.000

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Omzet overige departementen

36.019

36.258

30.160

30.160

30.160

30.160

30.160

30.160

Omzet derden

120

31

Rentebaten

Vrijval voorzieningen

27

95

Bijzondere baten via Eigen Vermogen

7.000

Totaal baten

333.063

301.621

258.089

273.740

253.772

260.983

261.092

260.476

Lasten

               

Apparaatskosten

               

Personele kosten

164.390

158.790

140.729

150.300

150.300

150.300

150.300

150.300

– waarvan eigen personeel

118.251

115.559

113.908

112.850

112.850

112.850

112.850

112.850

– waarvan externe inhuur tbv apparaat

46.139

13.666

6.400

17.500

17.500

17.500

17.500

17.500

– waarvan externe inhuur tbv IT-projecten

29.565

20.421

19.950

19.950

19.950

19.950

19.950

Materiële kosten

132.309

117.096

91.460

96.840

76.872

84.083

84.192

83.576

– directe kosten

61.340

43.992

– huisvestingskosten

515

52