Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2017-201834473-(R2069) nr. F

34 473 (R2069) Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 8 april 1979 te Wenen tot stand gekomen Statuut van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling

F VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 februari 2018

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 hebben kennisgenomen van de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 5 december 2017 waarin zij de Eerste Kamer informeert over het kabinetsbesluit om het voorstel van rijkswet tot opzegging van het Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) in te trekken. Naar aanleiding van dit besluit beeft de commissie de Minister op 21 december 2017 een brief gestuurd.

De Minister heeft op 2 februari 2018 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 21 december 2017

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking hebben kennisgenomen van uw brief van 5 december 2017 waarin u de Eerste Kamer informeert over het kabinetsbesluit om het voorstel van rijkswet tot opzegging van het Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) in te trekken.

Naar aanleiding van dit besluit ontvangt de commissie graag nog antwoord op de volgende vragen:

  • 1. Wat wordt de actieve inzet van het kabinet binnen UNIDO nu Nederland haar lidmaatschap van deze organisatie voortzet?

  • 2. Hoe verhoudt de inzet van Nederland binnen UNIDO zich, wat het kabinet betreft, tot het hervormingstraject dat is ingezet door de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer António Guterres?

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking A. Postema

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2018

In reactie op mijn brief van 5 december 2017 aan de Eerste Kamer inzake het kabinetsbesluit om het voorstel van rijkswet tot opzegging van het Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) in te trekken heeft de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking enkele vragen gesteld. Met deze brief geef ik antwoord op de gestelde vragen.

Wat wordt de actieve inzet van het kabinet binnen UNIDO nu Nederland haar lidmaatschap van deze organisatie voortzet?

Nederland zal de inzet binnen UNIDO op het huidige niveau voortzetten. De UNIDO-scorekaart van 2017 biedt de basis voor de invulling van deze inzet. Uit deze scorekaart komen verschillende ontwikkelpunten naar voren, onder meer op het gebied van personeelsbeleid en de opbouw van de projectenportefeuille. Schaalvergroting van de projecten is belangrijk voor de impact in ontwikkelingslanden en kan worden gestimuleerd door betere afstemming met grootschalige programma’s die gefinancierd worden door de Europese Commissie.

Hoe verhoudt de inzet van Nederland binnen UNIDO zich, wat het kabinet betreft, tot het hervormingstraject dat is ingezet door de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer António Guterres?

Nederland zal UNIDO aansporen haar bijdrage aan de VN hervormingen goed in kaart te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan het verder uitwerken van de goede ervaringen met private sector samenwerking, bijvoorbeeld met andere VN organisaties als UNDP en ILO. Ook zal Nederland UNIDO voortdurend wijzen op de noodzaak om mee te werken aan versterking van de VN coördinatie op landenniveau en haar projecten onderdeel te laten zijn van de VN brede inzet op de duurzame ontwikkelingsdoelen.

De Minister voor Buitenlandse Handelen Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP) (vice-voorzitter), Ten Hoeve (OSF), Van Kappen (VVD), Kuiper (CU), Schaap (VVD) (vice-voorzitter), Strik (GL), Knip (VVD), Faber-van de Klashorst (PVV), De Graaf (D66), De Grave (VVD), Martens (CDA), Postema (PvdA) (voorzitter), Vlietstra (PvdA), Lokin-Sassen (CDA), Vac. (PVV), Van Apeldoorn (SP), Dercksen (PVV), D.J.H. van Dijk (SGP), Knapen (CDA), Lintmeijer (GL), Van Rij (CDA), Schaper (D66), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Overbeek (SP), Sini (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS)