34 116 Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Trb. 2014, 160)

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

I. INLEIDING EN SAMENVATTING

ALGEMENE INLEIDING

Associatieovereenkomsten, meestal associatieakkoorden genoemd, zijn een belangrijk instrument om de Europese betrekkingen met derde landen aan te halen. De Europese Unie (EU) heeft de laatste jaren bijzondere aandacht besteed aan de landen van het Oostelijk Partnerschap (OP). Het OP is een samenwerkingsverband met de zes landen direct ten oosten van de Unie (Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Wit-Rusland), dat zich tot doel stelt om politiek stabiele en economisch welvarende buitengrenzen tot stand te brengen door middel van het versterken van de politieke associatie en economische integratie van deze landen met de EU. Dit is niet alleen in het belang van de landen in kwestie, maar dient ook het directe belang van de EU. Genoemde landen maken deel uit van een regio waar voor de EU grote mogelijkheden liggen, maar tegelijkertijd ook aanzienlijke geopolitieke uitdagingen. Dit associatieakkoord (hierna AA of Akkoord) is een belangrijke stap in het versterken van de relaties van de EU met Oekraïne, dat als een van de eerste OP-landen een dergelijk akkoord is aangegaan met de EU. Ook Moldavië en Georgië gingen een dergelijk akkoord aan met de Unie.

Oekraïne kent een lange gemeenschappelijke historie en culturele verbondenheid met de landen die deel uitmaken van de EU. Het AA, inclusief een diepe en brede vrijhandelszone (Deep and Comprehensive Free Trade Area – hierna: DCFTA), beoogt deze verbondenheid te vergroten door de politieke en economische relaties tussen de EU en Oekraïne te verdiepen. Het akkoord is het meest verstrekkende en diepgaande associatieakkoord dat werd getekend tussen de EU en een derde land. Het doel is het verwezenlijken van politieke associatie, gebaseerd op gedeelde waarden, en economische integratie, waarbij Oekraïne uiteindelijk deel moet gaan uitmaken van de interne markt van de EU. Oekraïne is een strategisch gelegen land, grenzend aan zowel EU-lidstaten in het westen, als aan de Russische Federatie ten (noord-) oosten van het land, en telt ruwweg 45 miljoen inwoners. Dat maakt Oekraïne een aantrekkelijke handelspartner en potentiële afzetmarkt voor de EU en bedrijven uit de EU, zeker zodra de vrijhandelszone is geëffectueerd. Het AA/DCFTA zal naar verwachting van invloed zijn op de handelsstromen tussen beide gebieden; een groot deel van dit Akkoord is gewijd aan het DCFTA en de liberalisering van de handel. De overige delen van het Akkoord richten zich op cruciale hervormingen, economisch herstel en economische groei, evenals bestuurlijke en sectorale samenwerking op een breed scala aan terreinen. Het Akkoord legt sterke nadruk op kernwaarden als democratie en rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden, goed bestuur, een markteconomie en duurzame ontwikkeling. Het Akkoord behelst zo ook een hervormingsagenda voor Oekraïne.

Het AA/DCFTA tussen de EU en Oekraïne kent een turbulente voorgeschiedenis: het Akkoord heeft in de huidige geopolitieke context een bijzondere historische betekenis gekregen.

ASSOCIATIE AKKOORDEN INCLUSIEF DIEPE EN BREDE VRIJHANDELSZONES

Een AA is, evenals een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), een politieke overeenkomst die door de EU wordt gesloten met derde landen. AA’s bevatten in tegenstelling tot PSO’s doorgaans ook preferentiële handelsbepalingen en andersoortige economische paragrafen. In dit Akkoord is het economische deel nog omvangrijker, omdat de verwezenlijking van een diepe en brede vrijhandelszone erin ligt besloten. De reikwijdte en diepte van het AA/DCFTA is zonder precedent: nooit eerder werden zoveel beleidsgebieden bestreken en zoveel gedetailleerde afspraken gemaakt.

AA’s zijn gebaseerd op artikel 217 van het op 13 december 2007 in Lissabon tot stand gekomen Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Trb. 2008, 51). De AA’s hebben een gemengd karakter. De materie die door deze overeenkomsten wordt bestreken, is breder dan de bevoegdheden van de EU, reden waarom ook de EU-lidstaten partij zijn. Het doel van deze overeenkomsten is het bieden van een raamwerk voor een politieke dialoog, het ondersteunen van inspanningen op het gebied van democratisering en ontwikkeling en het versoepelen van handel en investeringen tussen de EU en het betreffende land. Een AA voorziet doorgaans ook in sectorale samenwerking op diverse terreinen. Algemene principes die ten grondslag liggen aan AA’s zijn democratie, respect voor mensenrechten en voor de principes van het internationale recht, maar – zeker in dit geval – ook de fundamentele beginselen van een vrijemarkteconomie. In een aantal standaard politieke clausules komen deze belangrijke onderwerpen terug, zoals met betrekking tot mensenrechten, goed bestuur, massavernietigingswapens, het Internationaal Strafhof, bestrijding van terrorisme en het tegengaan van de proliferatie van kleine wapens. Voor wat betreft de handelscomponent van een AA, dient deze complementair en ondersteunend te zijn aan de multilaterale handelsafspraken in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. De akkoorden mogen geen struikelblok, maar moeten juist een opstap zijn voor de onderhandelingen in multilateraal verband.

GESCHIEDENIS EN TOTSTANDKOMING VAN HET AKKOORD

De betrekkingen tussen de EU en Oekraïne waren lange tijd gestoeld op de op 14 juni 1994 te Luxemburg tot stand gekomen Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Trb. 1994, 230), die in 1998 in werking is getreden. Tijdens de EU-Oekraïne Top in 2008 in Parijs, kwamen de leiders van de EU en Oekraïne overeen dat de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst moest worden opgevolgd door een AA. Het AA tussen de EU en Oekraïne moest de eerste van een nieuwe generatie associatieakkoorden worden met landen van het OP. Na het besluit over toetreding van Oekraïne tot de Wereldhandelsorganisatie, begonnen de EU en Oekraïne in februari 2008 ook aan onderhandelingen over een diepe en brede vrijhandelszone, als integraal onderdeel van het AA. Tijdens de vijftiende topbijeenkomst tussen Oekraïne en de EU op 19 december 2011 werd de tekst van het AA door de leiders van de EU en Oekraïne besproken, waarna op 30 maart 2012 het AA door de EU en Oekraïne werd geparafeerd. Het handelsgedeelte van het akkoord werd geparafeerd op 19 juli 2012.

De Oekraïense parlementsverkiezingen van 2012 verliepen niet transparant en onregelmatig. Als gevolg daarvan verbond de Raad Buitenlandse Zaken op 10 december 2012 strikte voorwaarden aan het Europese streven om het AA/DCFTA met Oekraïne te ondertekenen. De Oekraïense autoriteiten werden opgeroepen om op drie gebieden hervormingen door te voeren: het garanderen van vrije en eerlijke verkiezingen, aanpakken van de selectieve rechtspraak en doorvoeren van brede hervormingen. Indien deze voorwaarden tijdig zouden zijn vervuld, zou ondertekening van het AA/DCFTA kunnen plaatsvinden tijdens de OP Top op 28 en 29 november 2013 in Vilnius. Kort voor de Top maakte toenmalig Oekraïens President Janoekovitsj echter kenbaar dat hij had besloten ondertekening te willen uitstellen.

Dat besluit zorgde voor een spontaan en massaal volksprotest in Kiev en andere plaatsen. Deze onrust zou uiteindelijk na vele straatgevechten, doden en gewonden leiden tot de val van Janoekovitsj. De periode daarna werd gekenmerkt door politieke en maatschappelijke onrust. De inderhaast gevormde interim-regering werd – na de presidentsverkiezingen van 25 april 2014 – eind mei 2014 vervangen door het kabinet van de nieuw verkozen president Petro Porosjenko.

De politieke delen van het AA/DCFTA werden op 21 maart 2014 getekend door de interim-regering van Oekraïne. Met deze snelle ondertekening van de politieke delen – waarbij de integraliteit van het AA/DCFTA echter nadrukkelijk werd gegarandeerd – ging een duidelijk signaal uit naar de Oekraïense bevolking dat de nieuwe regering gehoor gaf aan de roep om een nauwere associatie met de EU. Tegelijkertijd werd afgesproken het handelsdeel later te ondertekekenen, om de interim-regering de tijd te geven om de korte termijn gevolgen voor de Oekraïense economie in kaart te brengen. De economische delen werden uiteindelijk ondertekend op 27 juni 2014 in Brussel. Het Europees parlement en het Oekraïens parlement hebben op 16 september 2014 het AA/DCFTA geratificeerd.

Bij Raadsbesluiten van 17 maart 2014 (2014/295, Pb L161) en 23 juni 2014 (2014/668/EU, Pb L 278) is bepaald welke delen voorlopig toegepast zullen worden tussen de EU en Oekraïne:

  • Titel I;

  • Titel II: artikelen 4, 5 en 6;

  • Titel III: artikelen 14 en 19;

  • Titel IV: volledig met uitzondering van artikel 158 voor zover dit artikel betrekking heeft op de strafrechtelijke handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, en met uitzondering van de artikelen 285 en 286, voor zover die artikelen betrekking hebben op administratieve procedures, toetsing en beroep op het niveau van de lidstaten;

  • De voorlopige toepassing van artikel 279 laat de soevereine rechten van de lidstaten ten aanzien van hun koolwaterstoffen overeenkomstig het internationale recht, daaronder begrepen hun rechten en plichten als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, onverlet. Tevens laat de voorlopige toepassing van artikel 280, lid 3, door de Unie de bestaande afbakening van de bevoegdheden tussen de Unie en haar lidstaten inzake het verlenen van vergunningen voor de prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen, onverlet;

  • Titel V: hoofdstuk 1 (met uitzondering van artikel 338, onder k), en de artikelen 339 en 342), hoofdstuk 6 (met uitzondering van artikel 361, artikel 362, lid 1, onder c), artikel 364 en artikel 365, onder a) en c)), hoofdstuk 7 (met uitzondering van artikel 368, lid 3, en artikel 369, onder a) en d) (1)), hoofdstuk 12 en hoofdstuk 17 (met uitzondering van artikel 404, onder h)), hoofdstuk 18 (met uitzondering van artikel 410, onder b), en artikel 411), de hoofdstukken 20, 26 en 28, alsmede de artikelen 353 en 428;

  • Titel VI;

  • Titel VII (met uitzondering van artikel 479, lid 1), voor zover de bepalingen van deze titel enkel strekken tot de voorlopige toepassing van de overeenkomst overeenkomstig dit artikel;

  • De bijlagen I tot en met XXVI, bijlage XXVII (met uitzondering van nucleaire aangelegenheden), de bijlagen XXVIII tot en met XXXVI (met uitzondering van punt 3 van bijlage XXXII);

  • De bijlagen XXXVIII tot en met XLI en de bijlagen XLIII en XLIV, alsmede de protocollen I tot en met III.

Bij Raadsbesluit van 29 september 2014 (2014/691, Pb L289/2) is het Raadsbesluit van 23 juni 2014 echter gewijzigd. Naar aanleiding van een trilateraal overleg tussen de EU, de Russische Federatie en Oekraine werd besloten tot een geleidelijke voorlopige toepassing van de titels III, V, VI en VII (en de bijbehorende Bijlagen en Protocollen). Tevens werd besloten tot uitstel van de voorlopige toepassing van de handelsdelen van het Akkoord (titel IV) tot 1 januari 2016. Tot die datum heeft de EU autonome handelsmaatregelen afgekondigd vis-à-vis Oekraïne, zodat het land eenzijdig profiteert van de bepalingen uit het DCFTA.

DOELSTELLINGEN VAN HET AKKOORD

De voornaamste doelstelling van het AA/DCFTA is het verdiepen van de politieke en economische banden tussen de EU en Oekraïne door politieke associatie en economische integratie. Uitgangspunt daarbij is dat een geleidelijke toenadering tussen partijen geschiedt op basis van gedeelde waarden. Dit zijn dezelfde waarden die ook ten grondslag liggen aan de EU. Daarnaast is wederzijds (economisch) belang steeds een leidend uitgangspunt geweest, waarbij rekening is gehouden met het ontwikkelingsniveau van Oekraïne, alsmede de regionale (politieke) situatie.

De belangrijkste doelstellingen van het akkoord zijn:

  • Geleidelijke toenadering bewerkstelligen tussen partijen op basis van gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, alsmede de associatie van Oekraïne met EU-beleid.

  • Totstandkoming van een passend kader voor een versterkte politieke dialoog.

  • Bevordering en versterking van vrede en stabiliteit, op regionaal en internationaal niveau.

  • Scheppen van voorwaarden voor versterkte economische- en handelsrelaties in het licht van de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU, onder meer door het opzetten van een diepe en brede vrijhandelszone als bepaald in Titel IV van het akkoord, met inachtneming van de regelgeving van de Wereldhandelsorganisatie.

  • Versterken van de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid ter versterking van rechtsstaat, democratie en respect voor fundamentele rechten en vrijheden.

  • Scheppen van de voorwaarden voor steeds nauwere samenwerking op andere gebieden.

In het akkoord zijn tevens bepalingen opgenomen over:

  • Meer samenwerking op het gebied van buitenland- en veiligheidsbeleid, waaronder het Europese Gemeenschappelijke Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en Gemeenschappelijke Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB);

  • Non-proliferatie van massavernietigingswapens;

  • Bevorderen van duurzame ontwikkeling;

  • Bevorderen van goed bestuur en corruptiebestrijding;

  • Regionale (economische) integratie en (politieke) samenwerking;

  • Verbintenissen en samenwerking op het gebied van de beperking van illegale immigratie, terug- en overname, drugs, het witwassen van geld en terrorismebestrijding;

  • Sociale en culturele samenwerking;

  • Financiële samenwerking om bij te dragen aan de Oekraïense inspanningen op het gebied van economische hervorming.

OPBOUW VAN HET AKKOORD

Algemene en politieke bepalingen

In de standaard politieke clausules komen de belangrijkste onderwerpen van de associatie terug, zoals mensenrechten, goed bestuur, massavernietigingswapens, het Internationaal Strafhof, bestrijding van terrorisme en het tegengaan van de proliferatie van kleine wapens. Het AA/DCFTA begint met een preambule, waarin wordt verwezen naar de gemeenschappelijke geschiedenis, alsmede de «Europese aspiraties» van Oekraïne en de publieke steun voor dit AA bij het Oekraïense volk. Het eerste artikel van het AA bevat vervolgens de doelstellingen van de associatie. Titel I (artikel 2 en 3) richt zich op de algemene beginselen van het AA/DCFTA. Deze omvatten onder meer mensenrechten, democratische beginselen en fundamentele vrijheden. Bijzonder in dit AA is dat bij de algemene beginselen ook is meegenomen dat partijen een vrijemarkteconomie omarmen als uitgangspunt voor hun onderlinge betrekkingen. Titel II behelst de politieke dialoog, waaronder hervormingen, politieke associatie, vergaande samenwerking en toenemende samenwerking voor wat betreft buitenland- en veiligheidsbeleid. Artikel 4 t/m 13 beschrijven het kader, de fora en de doelstellingen voor de uitgebreide politieke dialoog die aan de hand van dit Akkoord moet gaan plaatsvinden. Titel III focust zich met artikel 14 t/m 24 op de justitiële sector, vrijheid en veiligheid. In deze passages wordt het kader geschetst voor de toekomstige samenwerking op het gebied van de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden. Hieronder vallen bijvoorbeeld de bescherming van persoonsgegevens of samenwerking op het gebied van migratievraagstukken en grenscontroles. Tevens spreken artikel 17 en 18 over de behandeling en mobiliteit van werknemers en artikel 19 over mobiliteit in het algemeen. Artikel 20 t/m 23 behandelen de samenwerking bij het bestrijden van terrorisme, economische criminaliteit en drugs- en wapenhandel. In artikel 24 spreken partijen tot slot af om de juridische samenwerking op genoemde vlakken verder uit te breiden en waar mogelijk te intensiveren.

In Titel VII zijn institutionele bepalingen opgenomen (artikel 460 t/m 470), die zich met name richten op de manier waarop – en op welk niveau – overleg plaatsvindt tussen partijen. Zo is in artikel 460 opgenomen dat er in principe eens per jaar een Top zal plaatsvinden als hoogste politieke overlegorgaan tussen de verdragsluitende partijen. De Top zal richting geven aan de toepassing van het AA/DCFTA. De artikelen 471 t/m 486 bevatten algemene en afsluitende bepalingen, bijvoorbeeld over de internationale veiligheidsbelangen van partijen en dat niets partijen ervan zal beletten om maatregelen te nemen met betrekking tot het behoud van de nationale veiligheid. Voorts is een verbod opgenomen op discriminatie van burgers van de verdragspartijen, alsmede procedurele aspecten.

Economische bepalingen

Het handelsgedeelte van het AA (Titel IV, V en VI van het akkoord) begint bij artikel 25 en gaat door tot artikel 459. Deze bepalingen bevatten vrijhandelsafspraken ter bevordering van de bilaterale handelsrelaties in overeenstemming met algemene beginselen van de Wereldhandelsorganisatie.

In Titel IV worden handel en handelsgerelateerde aangelegenheden geadresseerd. Dit belangrijke deel van het AA richt zich op nationale behandeling en markttoegang voor goederen (art. 25–39), handelsmaatregelen (art. 40–52), technische handelsbelemmeringen (art. 53–58), sanitaire en fytosanitaire maatregelen (art. 59–74), douane en handelsbevordering (art. 75–84), vestiging en handel in diensten en elektronica (art. 85–143), betalings- en kapitaalverkeer (art. 144–147), overheidsopdrachten (art. 148–156), intellectuele eigendom (art. 157–252), mededinging (art. 253- 267), handelsgerelateerde energie (art. 268–280), transparantie (art. 281–302), beslechting van geschillen (art. 303–336).

Titel V gaat, iets algemener, over economische en sectorale samenwerking. De volgende zaken worden achtereenvolgens geadresseerd: samenwerking inzake energie met inbegrip van kernenergie (art. 337–342), macro-economische samenwerking (art. 343–348), belastingen (art. 349–354), statistiek (art. 355–359), milieu (art. 360–366), vervoer (art. 367–370), ruimtevaart (art. 371–373), wetenschap en technologie (art. 374–377), industrie- en ondernemingsbeleid (art. 378–380), mijnbouw en metaalindustrie (art. 381–383), financiële diensten (art. 383–386), vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle (art. 387–388), informatiemaatschappij (art. 389–395), audiovisueel beleid (art. 396–398), toerisme (art. 399–402), landbouw en plattelandsontwikkeling (art. 403–406), visserij- en maritiem beleid (art. 407–413), zaken m.b.t. de Donau (art. 414), consumentenbescherming (art. 415–418), werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen (art. 419–425), volksgezondheid (art. 426–429), onderwijs, opleiding en jeugd (art. 430–436), cultuur (art. 437–440), sport en beweging (art. 441–442), maatschappelijke samenwerking (art. 443–445), grensoverschrijdende en regionale samenwerking (art. 446–449) en tenslotte deelname aan EU-agentschappen en programma’s (art. 450–452).

Titel VI richt zich van art. 453 tot en met 459 op financiële samenwerking en fraudebestrijding.

KARAKTER VAN HET AKKOORD

Het AA/DCFTA is een gemengd akkoord. De materie die door dit akkoord wordt bestreken, is breder dan de bevoegdheden van de EU en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, reden waarom ook de EU-lidstaten partij zijn. Delen van het akkoord vallen onder de exclusieve competentie van de EU. Andere delen vallen onder de gedeelde bevoegdheden van de EU en de lidstaten. De artikelen 3 en 4 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) bepalen op welke gebieden de EU exclusief bevoegd is en op welke terreinen de EU een gedeelde bevoegdheid heeft.

De EU heeft onder meer een exclusieve bevoegdheid op het gebied van de douane-unie, de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de gemeenschappelijke handelspolitiek. Dit impliceert dat het handelsgedeelte van het AA grotendeels onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Dit geldt niet evident voor die onderdelen van het akkoord die zijn uitgesloten van voorlopige toepassing.

Voor zover onderdelen van het AA vallen onder de in artikel 4, lid 2 VWEU genoemde terreinen (dus waar het de gedeelde bevoegdheden betreft), heeft de EU enkel een exclusieve bevoegdheid voor zover de Unie haar bevoegdheid heeft uitgeoefend en het risico bestaat dat het AA deze interne wetgeving aantast. Het gaat hier onder meer om de onderdelen van het akkoord op het terrein van milieu, consumentenbescherming, vervoer en energie. Ook op het terrein van het GBVB is de EU niet exclusief bevoegd: de lidstaten blijven vrij standpunten in te nemen en uit te voeren zolang zij niet in strijd met een eventueel EU standpunt handelen.

Tot slot is vermeldenswaard dat aan het akkoord niet rechtstreeks rechten kunnen worden ontleend door burgers. Het AA bevat ook geen verplichtingen waarop bij rechterlijke instanties van de Unie of de lidstaten beroep kan worden gedaan (zie artikel 5 van het Raadsbesluit van 17 maart 2014 Pb L 161).

BEOORDELING VAN HET AKKOORD

De regering is van oordeel dat het AA/DCFTA tussen de EU en Oekraïne het belang onderstreept dat Nederland hecht aan de betrekkingen met Oekraïne als Oosterbuur van de Unie. De regering meent dat de overeenkomst een passend en ambitieus kader biedt voor de versterking van de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne, zowel op politiek als economisch vlak. Dit AA past goed in het streven van het kabinet om te investeren in de nabuurschapsregio’s van de EU, en toenadering te betrachten op basis van waarden die fundamenteel ten grondslag liggen aan de EU. Het Oostelijk Partnerschap is daarbij in de ogen van Nederland een alternatief pad voor het EU-lidmaatschapstraject, waarbij de bilaterale betrekkingen op een duurzame en vergaande manier kunnen worden geconsolideerd en versterkt.

Politieke delen

Het Akkoord reflecteert de normen en waarden van de EU, onder andere door opname van de politieke clausules op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat, maar ook door het bredere streven naar politieke associatie met de Unie dat in het akkoord is verankerd. De samenwerking tussen de EU en Oekraïne wordt voorts op tal van terreinen met een gemeenschappelijk belang versterkt. In het akkoord worden de doelstellingen beschreven voor een intensievere politieke dialoog waarmee wordt gestreefd naar geleidelijke harmonisering inzake buitenlandse en veiligheidskwesties en steeds diepere integratie van Oekraïne in de Europese ruimte van veiligheid. In het akkoord worden verschillende fora voor politieke dialoog ingesteld en er wordt voorzien in dialoog en samenwerking inzake binnenlandse hervormingen op basis van de door de partijen vastgestelde gemeenschappelijke beginselen. Het akkoord bevat ook bepalingen inzake intensivering van de dialoog over het GBVB, waaronder GVDB, ter bevordering van de vrede en het internationale recht door het ratificeren en uitvoeren van het Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof, en gezamenlijke inspanningen inzake regionale stabiliteit, conflictpreventie, crisisbeheersing, militaire en technologische samenwerking, terrorismebestrijding, non-proliferatie en ontwapening en wapenbeheersing.

Op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht besteedt het akkoord bijzondere aandacht aan de rechtsstaat en de versterking van de justitiële instanties en praktijken. In het akkoord wordt richting gegeven aan de samenwerking op het gebied van migratie, asiel en grensbeheer, bescherming van persoonsgegevens, het witwassen van geld, terrorismefinanciering en drugsbestrijding. De desbetreffende titel bevat bepalingen inzake het verkeer van personen, waaronder overname, visumversoepeling en de stappen die op termijn zou kunnen leiden tot visumvrij reizen – mits is voldaan aan alle voorwaarden. In dat kader is vermeldenswaard dat Oekraïne zich in een separaat visumliberalisatietraject bevindt; dit traject is verbonden aan strikte voorwaarden – bijvoorbeeld op het gebied van anti-corruptie en mensenrechten – welke complementair zijn aan dit AA. De gelijke behandeling en de mobiliteit van werknemers is in dit akkoord opgenomen en er wordt een verbintenis aangegaan inzake verdere ontwikkeling van de justitiële samenwerking in civiele en strafrechtelijke zaken. Daarbij wordt ten volle gebruik gemaakt van de desbetreffende internationale en bilaterale instrumenten.

Het Akkoord voorziet in sectorale samenwerking gericht op hervormingen op meer dan dertig terreinen, waaronder economisch herstel en economische groei, bestuur, energie, vervoer, milieubescherming, industrie en kleine en middelgrote ondernemingen, sociale ontwikkeling en bescherming, gelijke rechten, consumentenbescherming, onderwijs, opleiding en jongeren, en cultuur. Op al deze terreinen start de versterkte samenwerking vanuit de huidige kaders, zowel bilateraal als multilateraal, en wordt gestreefd naar een meer systematische dialoog en de uitwisseling van informatie en goede praktijken. In de hoofdstukken inzake sectorale samenwerking staat een uitgebreid pakket voor aanpassing van de regelgeving, zoals beschreven in de Bijlagen van het Akkoord. Specifieke tijdschema's voor de overname en uitvoering door Oekraïne van delen van het EU-acquis geven richting aan de lopende samenwerking, en vormen de kern van de agenda voor binnenlandse hervormingen in Oekraïne.

In de ogen van de regering is dit Akkoord een unieke kans voor Oekraïne om te werken aan een toekomst die is geschoeid op de leest van Europese waarden. Deze toekomst zal verder worden bestendigd door de verwachte welvaartsgroei die voortvloeit uit de geleidelijke integratie met de Europese interne markt.

Economische delen

De doelstelling van economische integratie is goed vertaald in het akkoord. Een goed voorbeeld is de afschaffing van invoerrechten op vrijwel alle handel, alsmede het bewerkstelligen van een sterk bindend kader voor een verbod op alle willekeurige handelsbeperkende maatregelen, waaronder uitvoerrechten en kwantitatieve uitvoerbeperkingen. De Oekraïnse autoriteiten zullen technische normen geleidelijk moeten aanpassen aan regels die in de EU gelden, om ongeoorloofde handelsbelemmeringen op te heffen. Dankzij een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten zorgt dit AA/DCFTA ervoor dat Oekraïense wetten en overige systemen voor markttoezicht congruent worden met EU-acquis. Hierdoor kan handel tussen de partijen plaatsvinden onder dezelfde voorwaarden als die tussen EU-lidstaten (gelijk speelveld).

Met betrekking tot de handel in dieren, planten en daarvan afgeleide producten voorziet de regeling in aanpassing van Oekraïense regels inzake sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en dierenwelzijn aan die van de EU. In dat kader wordt een mechanisme tot stand gebracht om partijen in staat te stellen snel overleg te voeren bij wrijvingen in het handelsverkeer die verband houden met sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden.

Hoofdstuk 5 van titel IV en Protocol II betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bouwen voort op de bestaande samenwerking, maar bieden een sterker wettelijk kader voor de correcte toepassing van douanewetten.

Het DCFTA biedt een hoog niveau van bescherming aan geografische aanduidingen voor landbouwproducten uit de EU; dat geldt niet alleen voor bijvoorbeeld wijn en gedistilleerde dranken, maar ook voor nieuwe producten die aan de lijst van beschermde geografische aanduidingen worden toegevoegd via de gebruikelijke overlegprocedure. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen inzake auteursrecht, tekeningen en modellen (ook niet-geregistreerde) en octrooien, die de TRIPS overeenkomst (Trb. 1994, 235) aanvullen en die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten volgens de interne regels van de EU.

Aan de hand van dit DCFTA krijgt Oekraïne toegang tot de EU-markt voor overheidsopdrachten. Deze integratie van markten voor overheidsopdrachten kent geen precedent, omdat Oekraïne immers niet behoort tot de Europese Economische Ruimte (EER). Na een overgangsperiode, waarin Oekraïne EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten zal overnemen, hebben leveranciers en dienstverleners wederzijdse toegang tot de markt van overheidsopdrachten. Uitzondering is de defensiesector. Met de tenuitvoerlegging van DCFTA brengt Oekraïne op diverse terreinen zijn wetten en handhavingspraktijken in overeenstemming met EU-acquis. Voor overheidsondernemingen gelden dezelfde bepalingen, zodat discriminatie door bepaalde monopolies niet mogelijk is.

De regering concludeert dat dit AA/DCFTA de geleidelijke economische integratie van Oekraïne in de EU zal bewerkstelligen, en daarmee een krachtige stimulans zal zijn voor de economische groei van het land. Het DCFTA zal zowel in de EU als in Oekraïne zakelijke kansen creëren en daadwerkelijke modernisering van de economie en integratie met de EU teweegbrengen. Dit proces moet uitmonden in strengere productnormen, betere dienstverlening aan burgers, en vooral het vermogen van Oekraïne om daadwerkelijk concurrerend te zijn op internationale markten.

OPSCHORTING VAN HET AKKOORD

Op basis van artikel 478 kan het AA/DCFTA worden opgeschort, met inachtneming van een termijn van zes maanden. Partijen kunnen (unilaterale) stappen nemen om het akkoord op te schorten wanneer een schending van het akkoord plaatsvindt, die niet in overeenstemming is met de essentiële elementen van het AA.

Deze «essentiële elementen» staan genoemd in artikel 2 en 11 en omvatten eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals gedefinieerd in internationale verdragen; eerbieding van de rechtsstaat; bevordering van de eerbiediging van de soevereiniteit en de territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid; en het tegengaan van de proliferatie van massavernietigingswapens, verwante materialen en overbrengingsmiddelen daarvoor.

II. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

PREAMBULE

De preambule bevat een opsomming van intenties en grondslagen die de context vormen van het verdrag. Partijen benadrukken de bijzondere onderlinge historische betrekkingen en de steeds nauwere band tussen partijen, alsmede hun gezamenlijke wens om hun banden te versterken, duurzame betrekkingen te ontwikkelen en economische relaties verder te verdiepen. Tevens wordt in de preambule expliciet verwezen naar het belang van democratische beginselen, eerbiediging van de rechtsstaat en mensenrechten, goed bestuur, fundamentele vrijheden, respect voor diversiteit en menselijke waardigheid en gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, waardoor Oekraïne gemakkelijker kan deelnemen aan Europees beleid. Voorts wordt bevestigd dat Oekraïne en de EU een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden delen en men bereid is deze waarden te bevorderen. Partijen merken op dat Oekraïne hecht aan zijn Europese identiteit. Daarnaast wordt erkend dat de politieke associatie en economische integratie van Oekraïne in de EU zal afhangen van de vooruitgang van de uitvoering van dit Akkoord en de mate waarin Oekraïne erin slaagt om gemeenschappelijke waarden te omarmen. De EU en Oekraïne verbinden zich in de preambule andermaal uitvoering te geven aan fundamentele internationaalrechtelijke beginselen zoals deze voortvloeien uit het Handvest van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) – met name de Slotakte van Helsinki (1975). Daarmee committeren partijen zich tevens om zich voortdurend in te zetten voor onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en onschendbaarheid van de grenzen. Partijen streven ernaar om hun standpunten nader tot elkaar te brengen inzake internationale vraagstukken van wederzijds belang, rekening houdend met het GBVB en het GVDB. Op economisch vlak streven partijen naar economische integratie, in het bijzonder via de vestiging van een DCFTA die integraal deel uitmaakt van dit Akkoord, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie. Partijen zeggen toe zich in te zetten voor meer samenwerking op energiegebied, onder meer door te streven naar continuïteit van energievoorziening en ontwikkeling van energie-gerelateerde infrastructuur.

Artikel 1

In het eerste artikel wordt de associatie tot stand gebracht en worden de doelstellingen omschreven. Zie voor de doelstellingen ook de inleiding op pagina 3 en 4.

TITEL I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

In dit artikel worden de politieke beginselen van de associatie vastgesteld. Allereerst wordt herbevestigd dat wordt uitgegaan van eerbiediging van de democratische beginselen, de fundamentele rechten van de mens, fundamentele vrijheden en het beginsel van de rechtsstaat. Dit zijn essentiële elementen die als uitgangspunt moeten dienen van het binnenlands- en buitenlands beleid van partijen en leidend zijn in het Akkoord. Andere belangrijke onderdelen van het Akkoord zijn het respect voor de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van grenzen en onafhankelijkheid en de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens.

Artikel 3

Dit artikel bepaalt dat partijen erkennen dat de beginselen van de vrijemarkteconomie ten grondslag liggen aan hun betrekkingen. Een goed functionerende rechtsstaat, het bevorderen van goed bestuur en het tegengaan van corruptie zijn daar onder meer onderdeel van.

TITEL II

POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING, POLITIEKE INTEGRATIE, SAMENWERKING EN CONVERGENTIE OP HET VLAK VAN BUITENLANDS- EN VEILIGHEIDBELEID

Artikel 4

Hier wordt voorzien in een politieke dialoog tussen verdragsluitende partijen. In dit artikel benadrukken partijen dat de politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang zullen worden geïntensiveerd, onder meer als ondersteuning voor geleidelijke harmonisering van het GBVB. Zodoende wordt Oekraïne nog meer betrokken bij de Europese ruimte van veiligheid. De zeven doelstellingen van de politieke dialoog zijn:

  • Een diepere politieke associatie en meer harmonisering en doeltreffendheid op het vlak van politiek en veiligheidsbeleid;

  • Meer internationale stabiliteit en veiligheid, op basis van efficiënt multilateralisme;

  • Meer samenwerking en dialoog tussen partijen over internationale veiligheid en crisisbeheersing, vooral om wereldwijde en regionale problemen en fundamentele bedreigingen aan te pakken;

  • Meer samenwerking tussen partijen ter bevordering van de vrede en stabiliteit in Europa;

  • Meer respect voor democratische beginselen, rechtsstaat en goed bestuur, mensenrechten en fundamentele vrijheden, ook de rechten van personen die behoren tot minderheden en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;

  • Verdere dialoog en meer samenwerking tussen partijen op het vlak van veiligheid en defensie;

  • Bevordering van de beginselen van soevereiniteit en onschendbaarheid van de grenzen.

Artikel 5

Artikel 5 beschrijft de diverse fora waarin regelmatig op verschillende niveaus de politieke dialoog kan plaatsvinden. Het hoogste niveau is binnen de in art. 460 van het Akkoord bedoelde Associatieraad tussen de Ministers van Buitenlandse Zaken. Daarnaast ook op het niveau van directeuren politieke zaken en andere hooggeplaatste overheidsfunctionarissen, deskundigen op het gebied van specifieke kwesties en vertegenwoordigers van de EU en Oekraïne. Ook andere (internationale) fora kunnen hier onderdeel van uitmaken, zoals in het kader van de VN en de OVSE. Ook op parlementair niveau vindt dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.

Artikel 6

Betreffend artikel beoogt samenwerking tot stand te brengen inzake binnenlandse hervormingen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden zoals onder meer bepaald in artikel 14 van het Akkoord.

Artikel 7

Aan de hand van artikel 7 intensiveren partijen de dialoog en samenwerking op het gebied van buitenland- en veiligheidsbeleid, en ondersteunen daarmee de geleidelijke harmonisering op dit gebied. Bijzondere aandacht gaat uit naar conflictbeheersing, territoriale integriteit en regionale stabiliteit. In dat kader zullen partijen hun convergerende beleid baseren op gemeenschappelijke waarden en belangen. Streven is om het beleid zodoende doeltreffender te maken. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van internationale en regionale fora, ook op ministerieel niveau.

Artikel 8

In dit artikel hebben de partijen vastgelegd dat samengewerkt zal worden teneinde vrede en de internationale rechtsorde te bevorderen. Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof is daartoe een effectief instrument; partijen zullen het Statuut ratificeren en ten uitvoer leggen.

Artikel 9

Partijen komen overeen om de gezamenlijke inspanningen op te voeren voor meer stabiliteit in het gemeenschappelijke nabuurschapsgebied en samen te werken aan vreedzame oplossingen voor regionale conflicten, met inachtneming van het VN Handvest en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa.

Artikel 10

Partijen spreken af om de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer te intensiveren – in het bijzonder met het oog op Oekraïense deelname aan door de EU geleide crisisbeheersingsoperaties en oefeningen in het kader van het GVDB. Ook zullen mogelijkheden worden onderzocht voor samenwerking op militair-technologisch vlak.

Artikel 11

In dit artikel wordt naleving van de non-proliferatie van massavernietigingswapens als essentieel element van het akkoord beschreven. Tevens komen de partijen overeen samen te werken aan de tenuitvoerlegging van de geldende internationale instrumenten en aan de instelling van een effectief systeem van nationale exportcontroles.

Artikel 12

Betreffend artikel streeft naar intensievere samenwerking op het gebied van wapenbeheersing, illegale wapenoverdracht, wapenproductie en wapenhandel. Deze samenwerking heeft tevens betrekking op de vermindering van lichte wapens en niet ontploft achtergelaten materieel als bedoeld in Titel V, hoofdstuk 6 (Milieu) van het Akkoord.

Artikel 13

Hier komen de partijen overeen samen te werken om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in overeenstemming met de internationale mensenrechten, het internationale recht, het vluchtelingenrecht en het humanitair recht.

TITEL III

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel 14

Dit artikel beoogt kader te geven aan de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid; partijen spreken af om de rechtsstaat te consolideren en instituties op alle niveaus te versterken.

Artikel 15

Om de bescherming van persoonsgegevens en het vrije verkeer van persoonsgegevens tussen partijen te waarborgen, is dit artikel opgenomen. Daarbij moet aan de hoogste Europese en internationale normen worden voldaan, met inbegrip van de relevante instrumenten van de Raad van Europa.

Artikel 16

In dit artikel bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan gezamenlijke beheersing van migratiestromen. Deze samenwerking is in het bijzonder gericht op:

  • De grondoorzaken van migratie;

  • De gezamenlijke opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van illegale migratie;

  • Ontwikkeling van een uitgebreide dialoog over migratie;

  • De toelatingscriteria, de rechten en de status van toegelaten personen, en de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen;

  • Verdere ontwikkeling van operationele maatregelen inzake grensbeheer;

  • Betere beveiliging van documenten;

  • Ontwikkeling van een efficiënt terugkeerbeleid;

  • Uitwisseling van standpunten betreffende informele werkgelegenheid voor migranten.

Artikel 17

Partijen zijn overeengekomen om met inachtneming van geldende nationale en Europese wetten, legale Oekraïense werknemers in EU-grondgebied niet te discrimineren op basis van hun nationaliteit. Omgekeerd zal hetzelfde gelden voor EU-burgers die legaal werkzaam zijn in Oekraïne.

Artikel 18

Op basis van dit artikel dienen lidstaten, rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de betreffende landen, zorg te dragen voor het in stand houden en waar mogelijk verbeteren van de werkgelegenheidsmogelijkheden voor Oekraïense werknemers. Ook kijken partijen naar kansen om de mobiliteit van werknemers door middel van bilaterale overeenkomsten verder uit te breiden.

Artikel 19

Aan de hand van artikel 19 zorgen partijen voor de volledige tenuitvoerlegging van de reeds overeengekomen afspraken met betrekking tot het verkeer van personen tussen de EU en Oekraïne. Partijen streven op termijn visumvrijstellingen na, mits aan alle voorwaarden is voldaan.

Artikel 20

In dit artikel wordt bestrijding van witwaspraktijken behandeld. De partijen zijn overeengekomen samen te werken aan het voorkomen van het gebruik van financiële stelsels en ondernemingen voor het witwassen van onder andere opbrengsten uit ernstige misdrijven, illegale drugs en terrorisme.

Artikel 21

De partijen zullen op grond van dit artikel samenwerken om een evenwichtige en geïntegreerde benadering van de illegale drugsproblematiek (productie, handel en gebruik) te garanderen. Deze samenwerking gaat uit van gedeelde verantwoordelijkheid, relevante internationale verdragen en is gericht op coördinatie en uitbreiding van de gezamenlijke inspanningen om het probleem aan te pakken.

Artikel 22

Verdragsluitende partijen komen overeen samen te werken bij de preventie en bestrijding van georganiseerde en financiële misdaad teneinde een betere veiligheid voor burgers te bewerkstelligen. Daartoe wordt onder meer gefocust op illegale handel in drugs, wapens, andere goederen en mensenhandel. Ook beogen partijen economische criminaliteit en corruptie in zowel de private als publieke sector aan te pakken. Tevens zal samenwerking worden geïntensiveerd om cybercrime tegen te gaan.

Artikel 23

Artikel 23 beschrijft de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding met volledig respect voor een eerlijke rechtsgang conform (inter-)nationaal recht en mensenrechten.

Artikel 24

Op basis van dit artikel zullen partijen de juridische samenwerking in burgerlijke en strafzaken verder ontwikkelen, daarbij gebruik makend van de geschikte nationale en internationale instrumenten.

TITEL IV

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

Hoofdstuk 1: Nationale behandeling en markttoegang voor goederen

Artikel 25 tot en met 27

In dit hoofdstuk stellen de partijen een vrijhandelszone in met een maximale transitieperiode van 10 jaar tussen de EU en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (Trb. 1950, 440; GATT). De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen afkomstig van het grondgebied van de partijen zoals vastgelegd in protocol 1 van dit akkoord en een definitie van douanerechten is gegeven.

Artikel 29 t/m 31

De partijen schaffen hun douanerechten af op goederen afkomstig uit de andere partij, in overeenstemming met het tempo zoals daarvoor is bepaald in de tariefschema’s van de annexen I-A en B van het Akkoord. Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord zullen de partijen met elkaar overleggen om te bekijken of het tempo van afschaffing van de tarieven versneld kan worden en of het aantal tarieflijnen uitgebreid kan worden. Daarnaast is afgesproken dat alleen onder bepaalde voorwaarden nog invoer – en uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of uitvoerbelastingen mogen worden ingesteld.

Artikel 32 tot en met 35

Exportsubsidies worden afgeschaft voor landbouwproducten die bestemd zijn voor het grondgebied van de andere partij. De partijen verplichten zich verder onder meer tot het principe van «nationale behandeling». Dit wil zeggen dat geïmporteerde en binnenlands geproduceerde goederen gelijk moeten worden behandeld door elk van de partijen. Verder moeten de vergoedingen en heffingen in verband met de invoer van een goed worden beperkt tot de kosten van verleende diensten.

Artikel 37 en 38

Partijen zijn het er over eens dat administratieve samenwerking essentieel is voor de juiste implementatie van en controle op de voorkeursbehandeling die in het kader van dit akkoord gegeven wordt. Wanneer één van de partijen vindt dat de ander niet goed samenwerkt en er sprake is van onregelmatigheden of fraude dan kan zij de voorkeursbehandeling tijdelijk schorsen. Er zijn afspraken gemaakt over wat onder fraude en onregelmatigheden verstaan wordt en onder welke omstandigheden tijdelijk opgeschort mag worden. Dit gebeurt na overleg met het Handelscomité (het comité bedoeld in artikel 465 en dat ingevolge artikel 29, vijfde lid, wordt aangeduid als Handelscomité).

Artikel 39

Dit associatieakkoord vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van een douane-unie, vrijhandelsgebieden of regelingen voor grensverkeer zolang ze niet in strijd zijn met dit akkoord. Partijen kunnen kwesties die verband houden met de handel in goederen opbrengen bij het Handelscomité.

Ook kan dit comité voorstellen beoordelen die door de partijen worden gedaan over bijvoorbeeld het versneld afschaffen van douanerechten of wanneer de handel met derde landen invloed heeft op de DCFTA afspraken.

Hoofdstuk 2: Handelsmaatregelen

Artikel 40 tot en met 43

In deze artikelen behouden de partijen wat betreft multilaterale vrijwaringsmaatregelen hun rechten en verplichtingen zoals bepaald in artikel XIX van GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst. Daarnaast behoudt de EU-partij haar rechten ingevolge artikel 5 van de Landbouwovereenkomst als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst. Het Akkoord verplicht tot transparantie bij het instellen van dergelijke maatregelen. Indien Oekraïne wordt aangemerkt als ontwikkelingsland op grond van artikel 9 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zal de EU ten aanzien van Oekraïne geen vrijwaringsmaatregelen kunnen instellen.

Artikel 44 tot en met 45 bis

Er zijn aparte afspraken gemaakt met betrekking tot import van personenauto’s uit de EU naar Oekraïne. Dit land mag onder bepaalde voorwaarden vrijwaringmaatregelen instellen indien, als gevolg van de afschaffing of verlaging van de invoerrechten (zoals vastgelegd in Bijlage II van dit akkoord), de import zo snel stijgt dat het schadelijk is voor de binnenlandse autoproductie. De mogelijkheid van het opleggen van een vrijwaringsmaatregel geldt alleen gedurende een overgangsperiode van 10 jaar, eventueel te verlengen met 3 jaar. De hoogte van de heffing zal conform het schema in Bijlage II vastgesteld worden. Een dergelijke vrijwaringsmaatregel mag niet tegelijkertijd met een multilaterale vrijwaringsmaatregel op hetzelfde product worden toegepast. De bepalingen van deze artikelen maken onderdeel uit van de geschillenbeslechtingsregeling van het Akkoord (zie artikel 52).

Artikel 46 tot en met 52

Deze artikelen bevatten bepalingen over antidumping- en compenserende maatregelen. Van dumping is sprake wanneer een partij tegen een lagere prijs goederen verkoopt op een buitenlandse markt dan op de thuismarkt. Dit is in beginsel niet verboden, mits er geen schade wordt toegebracht aan de industrie van de buitenlandse markt. In dat geval mogen de partijen antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen nemen. De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen die uit de WTO-akkoorden op dit gebied voortvloeien. Handelsmaatregelen moeten conform de WTO-akkoorden en op een transparante manier worden toegepast. Indien een partij besluit tot het toepassen van een handelsmaatregel dan is zij verplicht om inzicht te geven in de relevante overwegingen die tot het besluit hebben geleid. Voor antidumping- en compenserende maatregelen zijn specifieke procedures voorzien of bestaan alternatieve mechanismen voor het beslechten van geschillen, zoals rechtsvordering in het kader van de WTO. Daarom is met uitzondering van artikel 44 en 45bis ervan afgezien dit onderdeel uit te laten maken van de geschillenbeslechtingsregeling van het Akkoord.

Hoofdstuk 3: Technische handelsbelemmeringen

Artikel 53 tot en met 57

In deze artikelen worden de doelstellingen (handel in goederen vergemakkelijken en onnodige handelsbelemmeringen uit de weg ruimen), het toepassingsgebied, de definities en de technische voorschriften en normen beschreven ten aanzien van technische handelsbelemmeringen. Verder spreken de partijen af de samenwerking op het gebied van o.a. technische regelgeving, standaarden, accreditatie en procedures voor conformiteitsbeoordeling te verstevigen. Oekraïne zal geleidelijk de eigen regelgeving aanpassen aan die van de EU en neemt de verplichting op zich de relevante EU besluiten en verordeningen over te nemen conform het tijdschema van Bijlage III.

Artikel 58

In dit artikel worden, in het kader van de relevante bepalingen van de op 12 april 1979 te Genève tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen in het handelsverkeer (Trb. 1980, 19; TBT-overeenkomst), afspraken gemaakt over de voorwaarden waaraan het opleggen van een verplichting tot het aanbrengen van merktekens of etikettering op producten moet voldoen. Een verplichting tot het etiketteren van producten kan alleen worden opgelegd als de informatie op het etiket noodzakelijk is voor de consument, bijvoorbeeld als het product gevaar oplevert voor de gezondheid.

Hoofdstuk 4: Sanitaire en Fytosanitaire maatregelen

Artikelen 59 tot en met 74

Het doel van deze artikelen is de negatieve gevolgen van sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-maatregelen) voor de handel tussen de EU en Oekraïne te beperken en tegelijkertijd het leven of de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen. Verder is het doel van deze artikelen om een gemeenschappelijk begrip over dierenwelzijn te bereiken. Ook willen de partijen de transparantie vergroten als het gaat om het opstellen van sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Oekraïne zal geleidelijk de eigen regelgeving aanpassen aan die van de EU en neemt de verplichting op zich de relevante EU besluiten en verordeningen over te nemen conform de afspraken zoals vastgelegd in Bijlage V van het Akkoord.

De EU en Oekraïne bevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge de WTO SPS-overeenkomst. Tevens erkennen zij de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid en het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (Trb. 1952, 100). In artikel 65 worden afspraken gemaakt over het erkennen door de importerende partij van de indeling in regio’s (regionalisatie) door de exporterende partij bij de uitbraak van dierziektes. De gedachte hierachter is dat niet het hele gebied van de EU of Oekraïne gesloten hoeft te worden indien ergens een uitbraak is.

De artikelen voorzien verder in verplichtingen met betrekking tot transparantie en de uitwisseling van informatie, de gemeenschappelijke ontwikkeling en toepassing van internationale normen. Verder wordt ook afgesproken op welke wijze import controles zullen plaatsvinden en wat de hoogte van de daar bijbehorende vergoedingen moeten zijn. Partijen worden ook verplicht om samen te werken om niet alleen de capaciteiten van een partij ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden te verbeteren, maar ook om de toegang tot de markt van de andere partij te bevorderen door o.a. ook afspraken te maken over equivalentie van maatregelen. Artikel 73 biedt de mogelijkheid tot het nemen van noodmaatregelen in geval van ernstig risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten. Het is de invoerende partij in dat geval toegestaan maatregelen te nemen zonder de andere partij daar van tevoren op de hoogte te stellen. Wel dient de uitvoerende partij niet later dan één werkdag geïnformeerd te worden.

Ten slotte worden de taken van het op te richten Sanitaire en Fytosanitaire Management (SPS) Sub-comité omschreven. Deze kan onder meer de details van de procedure voor de erkenning van ziekte- of plagenvrije gebieden nader definiëren. Indien zich problemen voordoen bij de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen kunnen partijen dit sub-comité met spoed bijeenroepen voor overleg.

Hoofdstuk 5: Douane en handelsbevordering

Artikel 75 tot en met 81

De partijen komen overeen de samenwerking op het gebied van douane en handelsbevordering te versterken. De wetgeving en procedures van overheden moeten voldoen aan de doelstellingen in deze artikelen: een effectieve douanecontrole en het bevorderen van het handelsverkeer. De partijen komen een aantal uitgangspunten overeen om efficiëntie, transparantie en voorspelbaarheid van douaneprocedures en wetgeving op dit gebied te waarborgen. Het akkoord biedt een uitgebreid toetsingskader voor het toepassen van handels- en douanevoorschriften en procedures. Handels- en douanewetgeving dienen te worden gebaseerd op de bestaande internationale standaarden. Ook voorzien deze artikelen in een verbetering van douaneprocedures, een vermindering van documentatievereisten en de vereisten voor bezwaar- en beroepsprocedures tegen douanebesluiten. Het verplicht stellen van het gebruik van douane expediteurs en inspectie vóór verzending wordt verboden. Ook worden er regels vastgesteld voor het instellen van administratieve heffingen door de douane autoriteiten. Deze heffingen mogen niet het zelfde effect hebben als een export- of importheffing. In artikel 80 zijn afspraken gemaakt over intensieve samenwerking op douane gebied.

Artikel 82 tot en met 84

Het sub-comité voor Douanezaken ziet toe op de implementatie en de werking van dit hoofdstuk en protocol 1 en 2 van dit akkoord. Het sub-comité dient met name als forum voor overleg en discussie over alle onderwerpen die met de douane te maken hebben om daarmee de doelstellingen van dit hoofdstuk te helpen realiseren. Verder zal, conform Bijlage XV van dit akkoord, Oekraïne de EU douane wetgevingsregels overnemen.

Hoofdstuk 6: Vestiging, handel in diensten en elektronische handel

Artikel 85 tot en met 143

De artikelen opgenomen onder hoofdstuk 6 hebben betrekking op geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in diensten, het recht van vestiging en samenwerking op het gebied van elektronische handel. Deze titel bevat ook bepalingen inzake de liberalisering van investeringen en bepalingen die de tijdelijke aanwezigheid van personen voor zakelijke doeleinden regelen.

Afdeling 1: Algemene bepalingen

Artikel 85 en 86

In artikel 85 wordt de reikwijdte van de afspraken vastgelegd. Zo zijn de afspraken niet van toepassing op overheidsopdrachten of op door een partij verstrekte subsidies (artikel 85, lid 2 en 3). Ook zijn de afspraken uit deze titel uitdrukkelijk niet van toepassing op personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een andere partij zoeken of op maatregelen inzake staatsburgerschap, permanent verblijf of werk op permanente basis (artikel 85, lid 5). In artikel 86 zijn de definities en het toepassingsgebied van de afspraken over vestiging vastgelegd. Onder vestiging wordt verstaan: het recht op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten op het grondgebied van een verdragspartij door oprichting van bijvoorbeeld een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor (geldt voor rechtspersonen) of door oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen (geldt voor natuurlijke personen. Uitgezonderd van de toepassing zijn maatregelen op het gebied van winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal en de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel. Eveneens uitgezonderd zijn audiovisuele diensten, nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren en luchtvervoersdiensten. De artikelen onder deze titel hinderen de partijen niet om maatregelen te nemen om het tijdelijk verblijf van natuurlijke personen te reguleren.

Afdeling 2: Vestiging

Artikel 87 tot en met 91

In deze artikelen verbinden de partijen zich ten aanzien van markttoegang voor vestigingen en investeerders uit de andere partij. Deze verbintenissen en de uitzonderingen zijn per sub sector van dienstverlening opgenomen in de Bijlagen XVI-B en XVI-E. Daarnaast spreken de partijen het principe van nationale behandeling af. Dit wil zeggen dat zij vestigingen en investeerders uit de andere partij niet minder gunstig behandelen dan eigen soortgelijke vestigingen en investeerders. Indien er sprake is van technische of juridische verschillen mag hier wel van afgeweken worden. De afspraken staan niet in de weg van gunstiger bepalingen die van toepassing zijn op de bescherming van investeringen, inclusief procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat. Artikel 89 voorziet in een evaluatie van wetgeving over investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen. Artikel 90 garandeert de rechten en verplichtingen van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling indien daar in een bestaande of toekomstige internationale investeringsovereenkomst is voorzien.

Afdeling 3: Grensoverschrijdende dienstverlening

Artikelen 92 tot en met 96

Deze artikelen zijn van toepassing op maatregelen van partijen die van invloed zijn op grensoverschrijdende dienstverlening. Uitgezonderd zijn audiovisuele diensten, nationale cabotage in het zeevervoer en binnenlandse en internationale luchtvervoersdiensten en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten. De partijen zijn voor grensoverschrijdende dienstverlening verbintenissen aangegaan ten aanzien van markttoegang en nationale behandeling. De specifieke verbintenissen en de uitzonderingen zijn per sub sector van dienstverlening opgenomen in de Bijlagen XVI-B en XVI-E (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening). De partijen zullen in het Handelscomité regelmatig de voortgang van deze liberalisatie bespreken en beoordelen of er voldoende resultaat wordt geboekt op de aangegane verplichtingen zoals opgenomen in de Bijlagen XVI-B en XVI-E.

Afdeling 4: Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden

Artikel 97 tot en met 102

Deze artikelen voorzien in de mogelijkheid voor bedrijven om personeel zoals opgesomd in artikel 86 in te zetten in vestigingen op het grondgebied van de andere partij (stafpersoneel, waaronder zakelijke bezoekers en binnen de onderneming overgeplaatste personen zoals managers en specialisten), afgestudeerde stagiairs en de tijdelijke aanwezigheid van verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van vrije beroepen.

De partijen staan toe dat voor de sectoren die geliberaliseerd worden met betrekking tot het recht van vestiging, investeerders uit de verdragspartijen natuurlijke personen naar hun vestiging overplaatsen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel of afgestudeerd stagiair zijn. De duur van het tijdelijke verblijf bedraagt ten hoogste drie jaar voor stafpersoneel, ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers en ten hoogste een jaar voor afgestudeerde stagiairs. Artikel 8 van de Uitvoeringsregels behorende bij het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen behelst de mogelijkheid voor sleutelpersoneel (personeel in leidinggevende of specialistische functies) en trainees uitzonderingen te maken en de bepalingen over tewerkstelling uit associatieakkoorden toe te passen. Er hoeft voor stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs dus niets te worden gewijzigd.

Voor welke sectoren en onder welke voorwaarden de verdragspartijen deze liberalisering hebben afgesproken staat vermeldt in artikel 101 en artikel 102 en de Bijlagen XVI-C en XVI-F. In deze Bijlagen staan ook de voorbehouden op deze toegang opgenomen.

In artikel 1 van het Besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen is incidentele arbeid door verkopers van zakelijke diensten toegestaan voor arbeid met een maximale duur van vier weken binnen een tijdbestek van 13 weken. Om aan te sluiten bij de afgesproken periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een tijdbestek van twaalf maanden, is het besluit aangepast per 1 januari 2013.

Afdeling 5: Regelgevingskader

Artikel 103 tot en met 138

De artikelen in dit hoofdstuk bevatten een kader voor de regulering van wederzijdse erkenning van kwalificaties en professionele ervaring en er worden aanvullende afspraken gemaakt over een aantal specifieke sectoren van dienstverlening: computerdiensten, koeriersdiensten, telecommunicatie diensten, financiële diensten en internationale zee-vervoersdiensten.

Artikel 103 en 104

Voor grensoverschrijdende dienstverlening, voor de vestiging van bedrijven en personen en het tijdelijk verblijf van personen is vergunningverlening noodzakelijk. Er wordt uitgelegd wat een vergunning is en door wie het uitgegeven wordt en welke procedures gevolgd moeten worden. Verder wordt een mate van transparantie geëist over de criteria en procedures die verband houden met het verlenen van vergunningen. Ook de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een besluit wordt beschreven.

Artikel 105 tot en met 107

Deze artikelen beschrijven het kader voor de regulering van de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen die gelden ten aanzien van een dienst of dienstverlener. De EU en Oekraïne moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties aan om gezamenlijke aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen. Ieder afspraak of overeenkomst moet voldoen aan de eisen van artikel VII van de GATS. Verder wordt een mate van transparantie geëist over de criteria en procedures die verband houdt met het verlenen van vergunningen aan en de certificering van dienstverleners.

Artikel 108 tot en met 138

In deze artikelen worden afspraken gemaakt over markttoegang voor diensten in verband met computers, koeriersdiensten, telecommunicatiediensten, financiële diensten en internationaal zeevervoer en luchtvervoer. Het gaat hierbij onder meer over afspraken rondom het afgeven van vergunningen in verband met het toekennen van frequenties en telefoonnummers. Ook waarborgen partijen het vertrouwelijke karakter van telecommunicatieverkeer. Verder moet er een wettelijke procedure zijn op basis waarvan een bindend besluit genomen kan worden ten behoeve van het beslechten van telecommunicatiegeschillen. Wat betreft financiële diensten verbinden de EU en Oekraïne zich tot het bevorderen van transparantie van regelgeving en wordt onder meer de procedure om informatie in elektronische vorm uit te wisselen, vereenvoudigd. Voor wat betreft het internationale zeevervoer passen beide partijen het principe van nationale behandeling en non-discriminatie toe. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering zullen de voorwaarden voor toekomstige wederzijdse markttoegang via de weg, per spoor en over de binnenwateren doormiddel van speciale afspraken worden vastgelegd. De markttoegang via de lucht zal conform de afspraken van de Overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de EU en Oekraïne geregeld worden. Tenslotte wordt afgesproken dat Oekraïne zijn wetgeving op al deze terreinen, voor zover het gaat om liberalisering, wederzijdse toegang tot elkaars markten en het vervoer van personen en goederen, zal aanpassen aan die van de EU. De aanpassing zal uiteindelijk tot alle elementen van het EU-acquis worden uitgebreid, conform Bijlage XVII van dit Akkoord.

Afdeling 6: Elektronische handel

Artikel 139 en 140

De partijen erkennen dat de handelsmogelijkheden op het vlak van e-commerce in tal van sectoren toenemen en komen overeen de onderlinge ontwikkeling van e-commerce te bevorderen. Er is afgesproken dat er geen douanerechten worden geheven op leveringen langs elektronische weg.

Verder onderhouden de partijen een dialoog over regelgevingskwesties in verband met e-commerce onder meer over:

  • erkenning van aan het grote publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen.

  • bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;

  • behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;

  • consumentenbescherming op het gebied van e-commerce; en

  • alle andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van e-commerce.

Afdeling 7: Uitzonderingen

Artikel 141 tot en met 143

Deze artikelen staan de partijen onder voorwaarden toe maatregelen te nemen, in afwijking van de bepalingen in Hoofdstuk 6 en de Bijlagen XVI-A t/m/ XVI-F en XVII, op het gebied van: bescherming van de openbare orde, bescherming van gezondheid van mensen, dieren en planten, in standhouden van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, bescherming van artistiek, historisch of archeologisch erfgoed, het voorkomen van fraude, bescherming van privacy en veiligheid. Zaken die direct te maken hebben met de nationale en internationale veiligheid worden separaat genoemd.

Hoofdstuk 7: Betalings- en Kapitaalverkeer

Artikel 144 tot en met 147

Deze 4 artikelen gaan over het vrije verkeer van kapitaal. Partijen zullen betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans toestaan. Partijen zullen directe investeringen en het terugtrekken daarvan niet belemmeren. In uitzonderlijke omstandigheden is het de partijen toegestaan vrijwaringsmaatregelen te nemen. Van een uitzonderlijke omstandigheid is sprake als het kapitaalverkeer ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid van een verdragspartij. Deze vrijwaringsmaatregelen mogen maximaal voor de duur van zes maanden worden ingesteld. Aan het eind van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van dit akkoord zal het Handelscomité, na een evaluatie, beslissen onder welke voorwaarden verdere liberalisatie van het betalingsverkeer zal plaatsvinden.

Hoofdstuk 8: Overheidsopdrachten

Artikel 148 tot en met 156

In dit hoofdstuk worden afspraken gemaakt over de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor overheidsopdrachten op basis van het beginsel van nationale behandeling. De bedoeling is om bedrijven in de EU en in Oekraïne op een gelijkwaardige basis mee te laten dingen naar overheidsopdrachten van beide partijen.

Artikel 149

De partijen erkennen het nut van goede afspraken op het gebied van overheidsopdrachten. Het Akkoord voorziet ook in de geleidelijke aanpassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten in Oekraïne aan het EU-acquis hierover en in een institutionele hervorming alsmede de inrichting van een doeltreffend systeem voor overheidsopdrachten op basis van een aantal EU Richtlijnen. Volgens bijlage XXI-P gelden drempelwaarden variërend van 133.000 Euro tot 5.150.000 Euro afhankelijk van het soort contract. Deze drempelwaarden worden om de 2 jaar herzien en goedgekeurd door het Handelscomité.

Artikel 150

In artikel 150 spreken de partijen af om passende institutionele kaders tot stand te brengen voor het op een juiste manier uitvoeren van de afspraken over overheidsopdrachten. Vooral Oekraïne heeft hiervoor nog het nodige te doen en spreekt af om een centraal uitvoerend orgaan voor het economisch beleid, inclusief overheidsopdrachten, op te richten. Daarnaast ook een onpartijdig en onafhankelijk orgaan voor de beoordeling van besluiten van de aanbestedende diensten.

Artikel 151

De partijen spreken af dat, uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van het Akkoord, zij zullen voldoen aan een serie basisnormen voor de gunning van alle opdrachten zoals verwoord in de leden 2 tot en met 15 van dit artikel. Deze basisnormen zijn overgenomen uit het bijbehorende EU-acquis. De leden 2 t/m 4 bevatten bepalingen over de publicatie van informatie over overheidsopdrachten. Leden 5 t/14 behandelen de gunning van opdrachten zoals aan welke kenmerken het te leveren product of dienst moet voldoen. Daarnaast ook over de wijze van gebruikmaking van kwalificatiesystemen en de manier waarop een besluit genomen wordt en tenslotte over de wijze waarop gecommuniceerd moet worden met inschrijvers. In lid 15 spreken de Partijen af dat belanghebbenden bij een gunning recht hebben op rechtsbescherming tegen besluiten van de aanbestedende dienst.

Artikelen 152 en 153

Oekraïne zal een stappenplan voor de aanpassing van de wetgeving t.a.v. overheidsopdrachten ter goedkeuring aanbieden aan het Handelscomité. De EU zal Oekraïne helpen bij het uitvoeren van dit plan om het EU-acquis op dit gebied over te nemen. De aanpassing geschiedt in opeenvolgende fasen zoals vermeldt in de bijbehorende bijlagen en zal beoordeeld worden door het Handelscomité.

Artikel 154

Dit artikel regelt de wijze van openstelling van elkaars markten. De mate van openstelling wordt afhankelijk gemaakt van de overname van het EU acquis door Oekraïne. Verder komen de partijen overeen om elkaars goederen, diensten en dienstverleners nationale behandeling toe te kennen. Na completering van het overnameproces zullen beide partijen bekijken of ook opdrachten die lager zijn dan de afgesproken drempelwaarde opengesteld kunnen worden.

Artikel 155

De partijen verplichten zich ertoe om de transparantie van overheidsopdrachten te waarborgen. Informatie over procedures omtrent overheidsopdrachten zal daadwerkelijk verspreidt worden.

Artikel 156

Aan het eind van dit hoofdstuk wordt afgesproken om door middel van uitwisseling van ervaring en informatie de samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten te verstevigen. Verder wordt ook afgesproken dat de EU technische bijstand zal verlenen en in sommige gevallen ook financieel.

Hoofdstuk 9: Intellectuele Eigendom

Artikel 157 tot en met 252

De artikelen onder dit hoofdstuk hebben als doel het bevorderen van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten en het bereiken van adequate en doeltreffende bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Ook komen partijen overeen standpunten en informatie uit te wisselen over hun interne en internationale praktijk en beleid met betrekking tot de overdracht van technologie. Verder wordt ingezet op het bevorderen van de samenwerking tussen beide partijen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten.

Afdeling 1: Algemene bepalingen

Artikel 157 tot en met 160

In het kader van deze overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's en databanken, en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, met inbegrip van octrooien voor biotechnologische uitvindingen, handelsmerken, handelsnamen voor zover deze in het betrokken interne recht als uitsluitende eigendomsrechten worden beschermd, tekeningen en modellen, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, aanduidingen van herkomst, kwekersrechten, alsmede bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Trb. 1969, 144)

Afdeling 2: Normen betreffende intellectuele eigendomsrechten

Artikelen 161 tot en met 229

In dit hoofdstuk geven de verdragspartijen invulling aan de bepalingen op het gebied van auteursrechten en naburige rechten (artikelen 161 – 192), handelsmerken (artikelen 193 – 200), geografische aanduidingen (artikelen 201 – 211), tekeningen en modellen (artikelen 212 – 218), octrooien (artikelen 219 – 223), topografieën van halfgeleiderproducten (artikelen 224 – 227).

Door partijen wordt over octrooien het belang erkend van de Verklaring van Doha van november 2001, waarin door de WTO-leden een nadere interpretatie van de TRIPS overeenkomst overeengekomen is inzake octrooien om zodoende een betere toegang tot essentiële geneesmiddelen voor WTO-leden te bevorderen. De partijen dragen daarnaast bij aan de uitvoering van het WTO Besluit van 30 augustus 2003 over de uitvoering van punt 6 van de Verklaring van Doha. Dit houdt in dat indien een land geen of onvoldoende eigen productiecapaciteit heeft en de geneesmiddelen (en/of medische technologie) die buitenlandse producenten aanbieden, te duur zijn, moet het land wel in staat worden gesteld elders een geschikte leverancier te vinden, die de markt van het land in kwestie kan voorzien door export. In artikel 228 spreken de partijen af samen te werken om de bescherming van kwekersrechten, conform het op 2 december 1961 te Parijs tot stand gekomen Internationaal verdrag tot bescherming van kweekproducten (Trb. 1962, 21; UPOV) te bevorderen en te waarborgen. In artikel 229 zorgen de partijen voor de eerbiediging, bescherming en instandhouding van traditionele kennis die van belang is voor het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit.

Bijlage XXII-C (behorende bij de artikelen over geografische aanduidingen) bevat de beschermde geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen. Ook een aantal Nederlandse producten staat op deze lijst, namelijk Boeren-Leidse met sleutels, Noord-Hollandse Edammer, Noord-Hollandse Gouda, Opperdoezer Ronde en Westlandse druif. Bijlage XXII-D bevat de beschermde indicaties voor wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde drank. Voor Nederland zijn de producten jonge jenever, oude jenever, graanjenever en vruchtenjenever beschermd.

Afdeling 3: Handhaving van intellectuele eigendomsrechten

Artikel 230 tot en met 252

In de artikelen 230 en 231 herbevestigen partijen hun rechten en verbintenissen op grond van de TRIPS overeenkomst, in het bijzonder deel III daarvan (handhaving van de rechten uit hoofde van intellectueel eigendom) en voorzien in aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen voor de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten. Dit instrumentarium is te vinden in de artikelen 232 – 243 (bijvoorbeeld bepalingen over de procedures en te nemen maatregelen inzake bewijsmateriaal, dwangsombepalingen of in beslagname van goederen.

In de artikelen 244 tot en met 249 zijn afspraken gemaakt over de aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten. De partijen erkennen dat derden voor inbreuk makende activiteiten gebruik kunnen maken van de diensten van intermediairs. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en tegelijkertijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorzien de EU en Oekraïne in maatregelen die de aanbieders van intermediaire diensten vrijwaren van aansprakelijkheid wanneer deze niet betrokken zijn bij de doorgegeven informatie. Ook leggen partijen aanbieders van deze diensten geen algemene toezichtverplichting op ten aanzien van de informatie die zij doorgeven of opslaan.

Tenslotte komen de partijen overeen samen te werken en elkaar te helpen met technische assistentie en capaciteitsopbouw bij het uitvoeren van de verplichtingen die vastgelegd zijn in dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 10: Mededinging

Artikel 253 tot en met 267

De partijen erkennen het belang van vrije mededinging. Tevens erkennen ze dat concurrentiebeperkende praktijken negatieve effecten kunnen hebben op de werking van het Akkoord.

Partijen leggen vast wat zij verstaan onder concurrentiebeperkende praktijken: mededinging beperkende afspraken, misbruik van economische machtspositie en concentraties van ondernemingen die de mededinging beperken. De partijen benadrukken dat zij hun wetgeving op het gebied van mededinging zullen handhaven. Voor de EU en haar lidstaten zijn dit de artikelen 101, 102 en 106 VWEU en Verordening 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (Pb L 24/1 van 29.01.2004). Voor Oekraïne is dit wet nr. 2210-III van 11 januari 2001. In geval van strijdigheid tussen2210-III en een andere mededingingsbepaling zorgt Oekraïne ervoor dat eerstgenoemd wet voorrang heeft.

Het Akkoord staat de verdragspartijen niet in de weg om, overeenkomstig nationaal recht, monopolies of staatsondernemingen in stand te houden. Wel is afgesproken dat ingeval van commerciële staatsmonopolies binnen 5 jaar na inwerkingtreding van het akkoord gewaarborgd moet zijn dat er geen maatregelen bestaan die natuurlijke personen t.o.v. rechtspersonen of omgekeerd uit de partijen discrimineren. De partijen erkennen het belang van samenwerking en coördinatie tussen hun mededingingsautoriteiten om de doelstellingen zoals neergelegd in dit hoofdstuk te realiseren. Oekraïne heeft afgesproken zijn mededingingswetgeving en handhavingspraktijk aan te passen aan het EU-acquis hierover. Artikelen 262 tot en met 267 zijn gewijd aan het onderwerp staatsteun. Afgesproken wordt dat zowel Oekraïne als de lidstaten van de EU zullen afzien van het verlenen van overheidssteun aan bedrijven indien daardoor de concurrentieverhoudingen worden vervalst. Uitzonderingen hierop zijn o.a. compensaties in geval van natuurrampen, steun met een sociaal karakter aan individuele consumenten, steun ter bevordering van cultuur en erfgoed en steun om belangrijke EU projecten t.b.v. gemeenschappelijk Europese belang uit te voeren. Teneinde te kunnen voldoen aan deze verplichtingen zal Oekraïne additionele wetgeving invoeren en een onafhankelijk autoriteit opzetten die de gemaakte afspraken binnen 3 jaar moet implementeren.

Hoofdstuk 11: Handelsgerelateerde energie

Artikel 268 tot en met 280

Oekraïne is een belangrijk doorvoerland voor de EU van Russische energie waardoor het noodzakelijk is om hierover separate afspraken te maken. In artikel 268 wordt gedefinieerd wat onder energiegoederen, vaste infrastructuur, doorvoer, vervoer en ongeoorloofde toe-eigening verstaan wordt. In de overige artikelen wordt o.a. afgesproken op welke wijze de prijzen berekend zullen worden en dat dubbele prijsstelling en het opleggen van douanerechten en kwantitatieve beperkingen bij in- en uitvoer verboden zijn. Verder spreken de partijen af met elkaar samen te werken op het gebied van infrastructuur en ook om ongeoorloofde toe-eigening en onderbreking van levering van energiegoederen te bestrijden. Wanneer bepalingen van dit hoofdstuk in strijd zijn met het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap door de Europese Gemeenschap van 2005 of met de EU-wetgeving in het kader van ditzelfde verdrag hebben deze laatste twee voorrang. Tenslotte wordt ook afgesproken op welke wijze de partijen toegang t.b.v. prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen (gas, olie en steenkool) aan entiteiten zullen verlenen.

Hoofdstuk 12: Transparantie

Artikel 281 tot en met 288

Deze artikelen bevatten bepalingen om te waarborgen dat de maatregelen en de beslissingen die de EU en Oekraïne in het kader van de naleving van het akkoord nemen, transparant zijn. De partijen zijn verplicht om wetten, rechterlijke en administratieve uitspraken openbaar te maken. Er is een aantal voorwaarden opgenomen waaraan administratieve procedures van de verdragspartijen moeten voldoen. De betrokken personen moeten tijdig op de hoogte worden gesteld wanneer een procedure wordt gestart met daarin een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring van de bevoegde rechterlijke instantie en een algemene beschrijving van de in geding zijnde onderwerpen. Vertrouwelijke informatie, waarvan de openbaarmaking de rechtshandhaving zou belemmeren, hoeft niet openbaar te worden gemaakt.

Partijen dienen de mogelijkheid te bieden om in bezwaar te gaan tegen overheidsbesluiten en daarbij de gelegenheid krijgen om hun standpunt toe te lichten. Daarnaast moet een beslissing voldoende gemotiveerd zijn en moet de mogelijkheid geboden worden om in beroep te gaan.

Elk van beide partijen voert passende mechanismen in om vragen van belanghebbenden over maatregelen van algemene strekking te beantwoorden.

Hoofdstuk 13: Handel en duurzame ontwikkeling

Artikel 289 tot en met 302

In deze artikelen herbevestigen de partijen hun verbondenheid aan duurzame ontwikkeling. Zij verplichten zich om internationale handel te bevorderen op een wijze die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. De doelstellingen van de artikelen onder deze titel zijn onder andere het verbeteren van de naleving van arbeids- en milieuwetgeving en internationale akkoorden, het versterken van de rol van handelspolitiek bij de bescherming van biodiversiteit en het bevorderen van de publieke betrokkenheid bij deze onderwerpen. De partijen streven ernaar, dat hun wetgeving en beleid voorziet in een hoog beschermingsniveau van arbeidsomstandigheden en milieu. Om dit laatste te bereiken zal Oekraïne haar wet- en regelgeving aanpassen aan het desbetreffende EU-acquis. Verder herbevestigen de partijen ook hun verplichtingen ten aanzien van de fundamentele arbeidsstandaarden zoals vastgelegd in de Conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hieronder vallen de vrijheid van vereniging en het voeren van collectieve onderhandelingen, uitbannen van iedere vorm van dwangarbeid, de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid en het uitbannen van discriminatie met betrekking tot werk en beroep.

De partijen verplichten zich in artikel 292 er toe om multilaterale milieuakkoorden in hun wetgeving uit te voeren en in praktijk na te leven. Partijen zullen met elkaar samenwerken om de bijdrage van handel aan duurzame ontwikkeling te bevorderen en zo nodig een collaboratieve aanpak daarvoor te ontwikkelen.

Ter bevordering van duurzaam bosbeheer zullen partijen met elkaar samenwerken aan betere handhaving van de wetgeving op het gebied van de bosbouw, beter bestuur in de bosbouw en de bevordering van de handel in legale en duurzame bosproducten.

De partijen erkennen de noodzaak van het op verantwoorde wijze beheren van visstanden en het belang om samen te werken om illegale visserij te bestrijden. Partijen zullen het beschermingsniveau waarin de interne milieu en arbeidswetgeving voorziet, niet verlagen voor het aanmoedigen van handel of investeringen. Daarnaast zullen de partijen gezamenlijk evalueren wat de bijdrage van de activiteiten, genoemd in titel IV van deze overeenkomst, aan duurzame ontwikkeling is.

Zowel de EU als Oekraïne wijzen een nieuwe of bestaande adviesgroep voor duurzame ontwikkeling aan die moet adviseren over maatregelen die in het kader van dit hoofdstuk genomen zullen worden. Deze adviesgroep bestaat uit onafhankelijke representatieve organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Leden van de adviesgroep van beide partijen komen bijeen in een Forum waarin gediscussieerd zal worden over duurzame ontwikkelingsaspecten van de handelsbetrekkingen tussen de EU en Oekraïne. Het Forum komt ten minste één maal per jaar bij elkaar.

Het Akkoord voorziet tevens in procedures voor het geval er sprake is van een verschil van inzicht in de toepassing van dit hoofdstuk. In eerste instantie betreft het overleg op hoog ambtelijk niveau. Als er geen oplossing bereikt kan worden kan de kwestie voorgelegd worden bij de op te richten sub-comité handel duurzame ontwikkeling. Indien deze niet leidt tot een bevredigende oplossing kan worden over gegaan tot instelling van een deskundigenpanel.

Hoofdstuk 14: Beslechting van geschillen

Artikel 303 tot en met 326

Deze artikelen bevatten de procedures voor het beslechten van geschillen over interpretatie en toepassing van deel IV, de handelscomponent van het Akkoord voor zover het hoofdstuk 3 (Technische handelsbelemmeringen), hoofdstuk 4 (Sanitaire en fytosanitaire maatregelen), hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering), hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel), hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) en hoofdstuk 10 (Mededinging) betreft. De artikelen voorzien in een consultatieprocedure tussen de verdragspartijen en een panelprocedure voor het geval consultatie niet tot een bevredigende oplossing van het geschil leidt.

Het panel bestaat uit drie arbiters. Deze worden gekozen van de lijst van personen die door het Handelscomité zal worden opgesteld. Indien er geen gehoor wordt gegeven aan de uitspraak van het arbitragepanel binnen de daarvoor gestelde tijd, kan er schadevergoeding toegekend worden of kunnen de handelsvoordelen worden opgeschort. Het arbitragepanel zal de bepalingen die onder het toepassingsbereik van deze titel tot geschillenbeslechting vallen, interpreteren in overeenstemming met de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationale publiekrecht. Met betrekking tot hoofdstuk 11 (Handel gerelateerde energie) zijn afwijkende afspraken gemaakt omtrent de procedure en termijnen. Zo kunnen verzoeken tot heroverweging van bepaalde aspecten in een tussentijds verslag binnen 5 dagen gedaan worden i.p.v. 14 dagen. Daarnaast kan vanwege de dreiging van een onderbreking van levering van aardgas, olie of elektriciteit een van de partijen de voorzitter van het panel verzoeken als verzoener op te treden om een overeenstemming te bereiken. In deze titel zijn verder afspraken gemaakt over de relatie tot WTO-verplichtingen.

Hoofdstuk 15: Bemiddelingsmechanisme

Artikel 327 tot en met 336

Naast het mechanisme voor het beslechten van geschillen bevat het handelsdeel ook een bemiddelingsmechanisme. Partijen kunnen dit gebruiken om met behulp van een bemiddelaar tot een onderling overeengekomen oplossing te komen van geschillen behorende bij hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van dit akkoord. De bemiddelaar wordt in onderlinge overeenstemming aangewezen of door loting vastgesteld. Deze zal 60 dagen na zijn aanstelling een advies verstrekken en een oplossing voorstellen. Het is niet zijn taak om een uitspraak te doen over de conformiteit of over de legitimiteit van de met de maatregel beoogde beleidsdoelstellingen. Het advies en de voorstellen van de bemiddelaar zijn niet bindend. De bemiddelingsprocedure laat de mogelijkheid van partijen om gebruik te maken van geschillenbeslechting onverlet. Deze titel bevat voorts algemene bepalingen m.b.t. tenuitvoerlegging van een wederzijds overeengekomen oplossing, de relatie met hoofdstuk 14 over geschillenbeslechting, de bevoegdheid om in onderling overleg termijnen te wijzigen, hoe om te gaan met vertrouwelijke informatie en vaststelling van de kosten van de bemiddelings- procedure en de verdeling daarvan over de partijen.

TITEL V

ECONOMISCHE EN SECTORALE SAMENWERKING

Artikel 337 tot en met 452

Deze gehele titel V staat in het teken van afspraken tussen beide partijen over economische en sectorale samenwerking op 28 onderwerpen, die in de desbetreffende paragrafen vermeld staan. De afspraak voor samenwerking gelden voor: 1) energie, inclusief nucleaire onderwerpen, 2) macro economie, 3) management van openbare financiën, 4) Belasting, 5) Statistiek, 6) Milieu, 7) Transport, 8) Ruimte, 9) Wetenschap en technologie, 10) Industrie- en ondernemingsbeleid, 11) Mijnbouw en metalen, 12) Financiële dienstverlening, 13) Vennootschapsrecht, bedrijfsbestuur, financiële administratie en controle, 14) Informatie maatschappij, 15) Audiovisueel beleid, 16) Toerisme, 17) Landbouw en plattelandsontwikkeling, 18) Visserij- en maritiem beleid, 19) Donau rivier, 20) Consumentenbescherming, 21) Werkgelegenheid en sociaal beleid, 22) Gezondheidszorg, 23) Onderwijs, training en jeugd, 24) Cultuur, 25) Sport en beweging, 26) Maatschappelijke samenwerking 27) Grensoverschrijdende en regionale samenwerking en 28) Deelname aan EU organisaties en programma’s.

De EU en Oekraïne zijn overeengekomen om over al deze onderwerpen regulier dialoog te houden. Per onderwerp zijn er afspraken gemaakt over de inhoud en doel van de dialoog en de wijze waarop samengewerkt zal worden. Verder is ook afgesproken dat Oekraïne op een aantal onderwerpen de eigen wetgeving geleidelijk zal aanpassen, conform afspraken zoals vastgelegd in de daarbij behorende Bijlagen van deze titel. De aanpassingen zullen plaatsvinden door overname van relevante EU acquis. Het betreft hier de onderwerpen belastingen, statistiek, milieu, transport, vennootschapsrecht, bedrijfsbestuur, financiële administratie en controle, audiovisueel beleid, landbouw en plattelandsontwikkeling, consumenten- bescherming en gezondheidszorg.

TITEL VI

FINANCIELE SAMENWERKING en FRAUDEBESTRIJDING

Artikel 453 tot en met 459

Om bij te dragen aan het realiseren van de doelen zoals gesteld in dit Akkoord zal Oekraïne mogen profiteren van financiële steun van de EU door gebruik te maken van relevante financieringsmechanismen en instrumenten. Dit zal moeten plaatsvinden conform relevante EU regelgeving en principes van deugdelijk financieel beheer zoals aangegeven in de verschillende artikelen van deze titel. De partijen spreken ook af om effectieve maatregelen te treffen ten einde fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te bestrijden en te voorkomen. Hiervoor zal Oekraïne, conform Bijlage XLIV, zijn wet- en regelgeving aanpassen.

TITEL VII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Hoofdstuk 1: Institutioneel kader

Artikel 460

In dit artikel worden de afspraken over de regelmaat en agenda van de politieke dialoog op hoog niveau tussen de Partijen van het Akkoord vastgelegd. In beginsel zal een keer per jaar een Top plaatsvinden.

Artikel 461

Hierin wordt de oprichting van een Associatieraad aangekondigd, die jaarlijks op ministersniveau bijeen zal komen en als hoofdtaak heeft het toezicht houden op de voortgang van de implementatie van het Akkoord.

Artikel 462

Dit artikel geeft toelichting op de samenstelling en functioneren van de Associatieraad. Vertegenwoordigers van de Europese Raad, de Europese Commissie en de regering van Oekraïne zullen zitting hebben in de Associatieraad. Het voorzitterschap rouleert tussen de EU en Oekraïne.

Artikel 463

Beslissingen van de Associatieraad zijn bindend. De Associatieraad heeft voorts het recht om aanbevelingen te doen en heeft een rol als platform voor informatie uitwisseling inzake wetgeving, in het kader van geleidelijke harmonisering van Oekraïense wetgeving met EU-standaarden.

Artikel 464

Hierin wordt de oprichting van een Associatiecomité vastgelegd. Deze zal bestaan uit hooggeplaatste overheidsfunctionarissen van zowel de zijde van de EU als de Oekraïne, en is belast met het ondersteunen van de Associatieraad.

Artikel 465

In artikel 465 wordt nader ingegaan op de bevoegdheden van het Associatiecomité, die onder de Associatieraad zal ressorteren en primair is belast met de voorbereiding van vergaderingen van de Associatieraad. Het Associatiecomité zal in afwijkende samenstelling periodiek ook spreken over de onderwerpen genoemd onder Titel IV (handel en handel gerelateerde zaken).

Artikel 466

Toelichting op de rol en functie van subcomités van het Associatiecomité. Subcomités worden door het Associatiecomité ingesteld en leggen hier ook verantwoording aan af.

Artikel 467

Dit artikel kondigt de oprichting van een Parlementair Associatiecomité aan, dat een platform moet bieden voor uitwisseling tussen leden van het Europees parlement en de Oekraïense Verchovna Rada. Inrichting van de procedures en werkmethodes worden door deze partijen zelf bepaald.

Artikel 468

Toelichting op de bevoegdheden van het Parlementaire Associatiecomité, in het bijzonder in relatie tot de Associatieraad.

Artikel 469 en 470

Een Platform voor het maatschappelijk middenveld zal worden opgericht ter bevordering van uitwisseling van informatie door maatschappelijke organisaties uit de EU en Oekraïne. Het voorzitterschap zal afwisselend door de EU en door Oekraïne worden vervuld. Het Platform stelt zijn reglement van orde zelf vast. De Associatieraad zal het Platform geïnformeerd houden over haar beslissingen en aanbevelingen. Daarnaast zullen het Associatiecomité en Parlementaire Associatiecomité regelmatig in contact treden met leden van het Platform. Verder heeft het Platform het recht om aanbevelingen te doen aan de Associatieraad.

Hoofdstuk 2: Algemene en slotbepalingen

Artikel 471

Via dit artikel verbinden verdragspartijen zich aan het waarborgen van de vrije en eerlijke toegang tot rechtbanken en administratieve organen voor personen en rechtspersonen van de andere partij.

Artikel 472

Dit artikel beschrijft dat partijen zich het recht voorbehouden om onder bepaalde voorwaarden maatregelen te treffen om de eigen veiligheidsbelangen te beschermen.

Artikel 473

Hierin wordt ingegaan op het voor de partijen geldende principe van non-discriminatie, d.w.z. de gelijke behandeling van burgers, ondernemingen en bedrijven in respectievelijk de EU lidstaten en de Oekraïne, bijvoorbeeld bij belastingheffing.

Artikel 474

Bevestiging van het doel van het gelijktrekken van Oekraïense wetgeving met EU standaarden, in overeenstemming met eerder in het AA opgenomen artikelen.

Artikel 475

Partijen verbinden zich aan regulier toezicht op de implementatie van het AA, waaronder met betrekking tot de voortgang van de aanpassingen in de Oekraïense wetgeving aan EU-normen. De betrokken instellingen zullen de resultaten van inspectiemissies bespreken en mogen op basis van unanimiteit gezamenlijke aanbevelingen doen aan de Associatieraad. In geval er geen overeenstemming kan worden bereikt over de te maken aanbevelingen zullen deze niet onder de geschillenbeslechtingsmechanismes van het Akkoord vallen. Voorts heeft de Associatieraad het recht om tot verdere marktopening te besluiten, mits is vastgesteld dat de noodzakelijke maatregelen voldoende zijn geïmplementeerd en van kracht zijn.

Artikel 476 en 477

Dit onderdeel schrijft voor dat de Partijen alle maatregelen moeten treffen om aan de verplichtingen die voortvloeien uit het verdrag te voldoen. Partijen zullen mogelijke interpretatieverschillen, via de daartoe bestemde kanalen bespreken. Mogelijke geschillen zullen worden voorgelegd aan de Associatieraad, waarbij Partijen de Raad van alle gewenste informatie zullen voorzien en op basis van goed vertrouwen consultaties aangaan om op zo kort mogelijke termijn tot een oplossing te komen.

Artikel 478

Artikel 478 schrijft voor onder welke voorwaarden en op welke manier Partijen passende maatregelen mogen treffen in het geval de andere Partij zijn verplichtingen onder het akkoord niet nakomt. In algemeenheid geldt dat als binnen drie maanden na het voorleggen van een geschil nog geen oplossing is bereikt, maatregelen mogen worden getroffen. De aan handel gerelateerde clausules van het akkoord mogen slechts onder zwaar wegende omstandigheden worden opgeschort.

Artikel 479

Dit artikel geeft een beschrijving van de relatie van het AA met andere akkoorden tussen de EU, de EU-lidstaten en Oekraïne. Zo zal het AA de op 14 juni 1994 te Luxemburg tot stand gekomen PSO tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, in zijn geheel vervangen.

Artikel 480

De Bijlagen en protocollen vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

De Bijlagen zijn van uitvoerende aard. Wijzigingen van de Bijlagen behoeven, als en voor zover het de competentie van de lidstaten betreft, op grond van artikel 7, onderdeel f, van de rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geen parlementaire goedkeuring, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht tot goedkeuring terzake voorbehouden.

Ook de protocollen zijn van uitvoerende aard. Wijzigingen ervan behoeven, als en voor zover het de competentie van de lidstaten betreft, op grond van artikel 7, onderdeel b, van de rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geen parlementaire goedkeuring, behoudens het bepaalde in artikel 8 van die rijkswet.

Zie hieronder (deel III van de memorie) voor een beknopte toelichting op sommige bijlagen en de protocollen.

Artikel 481

Het akkoord kent geen vervaldatum; binnen vijf jaar of op het verzoek van de andere partij op een willekeurig ander moment, zullen beide partijen een uitgebreide evaluatie van het akkoord aan elkaar voorleggen. Partijen hebben het recht om het akkoord op te schorten, waarbij een opzegtermijn van zes maanden geldt.

Artikel 482

Definiëring van de term «partijen». De term verwijst naar de EU en/of de EU-lidstaten en in bepaalde gevallen Euratom enerzijds en Oekraïne anderzijds.

Artikel 483

Dit artikel omschrijft het grondgebied waar het Akkoord op van toepassing is, zijnde het gebied van de Europese Unie, zoals vastgelegd in de relevante verdragen enerzijds en de Oekraïne anderzijds.

Artikel 484

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie treedt op als depositaris van het Akkoord.

Artikel 486

Het Akkoord treedt in werking als alle Partijen de ratificatie hebben voltooid.Tot die tijd worden onderdelen van het Akkoord geleidelijk voorlopig toegepast (zie hierover pagina 2 en 3 van deze memorie). In de periode van voorlopige toepassing blijft de PSO tussen de EU en Oekraïne voor wat betreft de onderwerpen uit het Akkoord die in deze periode nog niet kunnen worden toegepast van kracht. De Partijen behouden zich het recht voor om de voorlopige toepassing op te schorten. De opschorting wordt na een termijn van zes maanden na ontvangst van de notificatie geeffectueerd.

III TOELICHTING BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN

Het akkoord bevat 44 bijlagen (25 bij Titel IV, 17 bij titel V en 2 bij titel IV) en 3 protocollen.

De bijlagen bij Titel IV bevatten onder meer gedetailleerde tarieflijsten voor de (geleidelijke) opheffing van douanerechten, vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot bepaalde producten, contactpunten en websites per partij, lijsten van dierziekten waarvan aangifte moet worden gedaan, richtsnoeren voor de uitoefening van verificaties en benamingen voor geografische aanduidingen, afspraken ten aanzien van grensoverschrijdende diensten, overzichten van de wet- en regelgeving die Oekraïne dient over te nemen, indicatief tijdschema voor institutionele hervorming, indicatieve lijst van samenwerkingsgebieden, overzichten van beschermde geografische aanduidingen voor landbouwproducten, levensmiddelen en alcohol houdende drank en een regelement van orde voor geschillenbeslechting.

De bijlagen bij titel V bevatten onder andere gedetailleerde afspraken over de wijze waarop zal worden samengewerkt en per wanneer welke wetten en regels overgenomen zullen worden door Oekraïne. De samenwerking zal plaatsvinden op de volgende terreinen: energie, belastingen, statistiek, milieu, vervoer, vennootschapsrecht, audiovisueel beleid, landbouw en plattelandsontwikkeling, consumentenbescherming, werkgelegenheid en sociaalbeleid, volksgezondheid en onderwijs.

De bijlagen bij titel VI betreffen afspraken over de wijze en de voorwaarden waarop Oekraïne mag gebruikmaken van financiële ondersteuning door de EU. Deze voorwaarden zijn met name gericht op fraudebestrijding

In Protocol I zijn afspraken opgenomen over wat onder de definitie van het begrip «producten van oorsprong» verstaan zal worden en welke de regelingen zijn voor administratieve verwerking.

In Protocol II zijn afspraken vastgelegd inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.

Protocol III is een kaderovereenkomst tussen de EU en Oekraïne over de algemene beginselen voor deelname door Oekraïne aan EU-programma’s.

IV KONINKRIJKSPOSITIE

Het Akkoord zal wat betreft het Koninkrijk alleen voor het Europese deel van Nederland gelden. Omdat het Caribisch deel van Nederland niet onder de EU-verdragen valt, strekt de reikwijdte van dit Akkoord zich niet uit tot dit deel van Nederland.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN VAN HET AKKOORD

Bijlagen bij Titel IV

Bijlage I-A bij hoofdstuk 1

afschaffing van douanerechten:

 

Deze bijlage bevat een gedetailleerde uitwerking inclusief liberaliseringsschema’s van de afspraken over het (geleidelijk) opheffen van douanerechten.

Aanhangsel A

indicatief totale tariefcontingent voor de invoer in de EU

Aanhangsel B

indicatief totale tariefcontingent voor de invoer in Oekraïne

Bijlage I-B bij hoofdstuk 1

Aanvullende voorwaarden voor de handel in oude kleren

Bijlage I-C bij hoofdstuk 1

Schema voor de afschaffing van uitvoerrechten

Bijlage I-D bij hoofdstuk 1

vrijwaringsmaatregelen voor uitvoerrechten

Bijlage II bij hoofdstuk 2

vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van personenauto’s

Bijlage III bij hoofdstuk 3

lijst van aan te passen wetgeving door Oekraïne, met tijdschema voor de tenuitvoerlegging

Bijlage IV-A bij hoofdstuk 4

Overzicht van SPS maatregelen

Bijlage IV-B bij hoofdstuk 4

Dierenwelzijnsnormen

Bijlage IV-C bij hoofdstuk 4

Andere maatregelen

Bijlage IV-D bij hoofdstuk 4

Maatregelen die moeten worden genomen na de onderlinge aanpassing van de wetgevingen

Bijlage V bij hoofdstuk 4

Omvangrijke strategie voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk

Bijlage VI-A bij hoofdstuk 4

Lijst van dierziekten en aquacultuurziekten waarvan aangifte moet worden gedaan en gereglementeerde plagen ten aanzien waarvan regionalisatie wordt toegepast

Bijlage VI-B bij hoofdstuk 4

Erkenning van de status inzake plagen, plagenvrije gebieden en beschermde gebieden

Bijlage VII bij hoofdstuk 4

Regionalisatie zonering, plagenvrije gebieden en beschermde gebieden

Bijlage VIII bij hoofdstuk 4

Voorlopige goedkeuring van inrichtingen

Bijlage IX bij hoofdstuk 4

Bepaling van gelijkwaardigheid

Bijlage X bij hoofdstuk 4

Richtsnoeren voor de uitvoering van verificaties

Bijlage XI bij hoofdstuk 4

Controles bij invoer en inspectievergoedingen

Bijlage XII bij hoofdstuk 4

Certificering

Bijlage XIII bij hoofdstuk 4

Overige aangelegenheden

Bijlage IV bij hoofdstuk 4

Compartimentering

Bijlage XV bij hoofdstuk 5

Aanpassing van douanewetgeving

Bijlage XVI bij hoofdstuk 6

lijst van voorbehoud inzake vestigingen; lijst van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening; lijst van voorbehouden inzake dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Bijlage XVI-A bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van de EU inzake vestigingen

Bijlage XVI-B bij hoofdstuk 6

Verbintenissen van de EU inzake inzake grensoverschrijdende diensten

Bijlage XVI-C bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van de EU inzake dienstverleners contractbasis en beoefenaars van vrij beroep

Bijlage XVI-D bij hoofdstuk 6

Voorbehouden van Oekraïne inzake vestiging

Bijlage XVI-E bij hoofdstuk 6

Verbintenissen van Oekraïne inzake grensoverschrijdende diensten

Bijlage XVI-F bij hoofdstuk 6

Voorbehoud van Oekraïne inzake dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Bijlage XVII

Aanpassing van de regelgeving door Oekraïne

Aanhangsel XVII-1

horizontale aanpassingen en procedureregels

Aanhangsel XVII-2

Regels ten aanzien van financiële diensten

Aanhangsel XVII-3

Regels ten aanzien van telecommunicatie diensten

Aanhangsel XVII-4

Regels ten aanzien van post- en koeriersdiensten

Aanhangsel XVII-5

Regels ten aanzien van internationaal zeevervoer

Aanhangsel XVII-6

Bepaling in verband met monitoring

 

Bijlage XVIII bij hoofdstuk 6

Informatiepunten

Bijlage XIX bij hoofdstuk 6

Indicatieve EU lijst van relevante producten- en dienstenmarkten die moeten worden geanalyseerd overeenkomstig artikel 116.

Bijlage XX bij hoofdstuk 6

Indicatieve lijst van Oekraïne van relevante markten die moeten worden geanalyseerd overeenkomstig artikel 116.

Bijlage XXI bij hoofdstuk 8

Overheidsopdrachten

Bijlage XXI-A bij hoofdstuk 8

Indicatief tijdschema voor institutionele hervormingen, aanpassing van de wetgeving en markttoegang.

Bijlage XXI-B bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 2)

Bijlage XXI-C bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 89/665/EEG, als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 2)

Bijlage XXI-D bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 2004/17/EG (fase 3)

Bijlage XXI-E bij hoofdstuk 8

Basiselementen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 3)

Bijlage XXI- F bij hoofdstuk 8

Andere niet-verplichte elementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 4)

Bijlage XXI-G bij hoofdstuk 8

Andere verplichte elementen van Richtlijn 2004/18/EG (fase 4)

Bijlage XXI-H bij hoofdstuk 8

Andere elementen van Richtlijn 89/665/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 4)

Bijlage XXI-I bij hoofdstuk 8

Andere niet-verplichte elementen van Richtlijn 2004/17/EG (fase 5)

Bijlage XXI-J bij hoofdstuk 8

Andere elementen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG (fase 5)

Bijlage XXI-K bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 2004/18/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-L bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 2004/17/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving

Bijlage XXI-M bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 89/665/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving.

Bijlage XXI-N bij hoofdstuk 8

Bepalingen van Richtlijn 92/13/EEG als gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG buiten het toepassingsgebied van het proces van aanpassing van de wetgeving.

Bijlage XXI-O bij hoofdstuk 8

Indicatieve lijst van samenwerkingsgebieden

Bijlage XXI-P bij hoofdstuk 8

Drempels

Bijlage XXII-A bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen – wetgeving van de partijen en elementen voor registratie en controle

Bijlage XXII-B bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen – criteria voor bezwaarprocedure

Bijlage XXII-C bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levens-middelen als bedoeld in artikel 202, lid 3, van deze overeenkomst

Bijlage XXII-D bij hoofdstuk 9

Geografische aanduidingen van wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken als bedoeld in artikel 202, lid 4

Bijlage XXIII bij hoofdstuk 10

Verklarende woordenlijst

Bijlage XXIV bij hoofdstuk 14

Reglement van orde voor geschillenbeslechting

Bijlage XXV bij hoofdstuk 15

Gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars

 

Bijlagen bij Titel V

Bijlage XXVI hoofdstuk 1

Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie

Bijlage XXVII hoofdstuk 1

Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie

Bijlage XXVIII hoofdstuk 4

Belastingen

Bijlage XXIX hoofdstuk 5

Statistieken

Bijlage XXX hoofdstuk 6

Milieu

Bijlage XXXI hoofdstuk 6

Milieu

Bijlage XXXII hoofdstuk 7

Vervoer

Bijlage XXXIII hoofdstuk 7

Vervoer

Bijlage XXXIV hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXV hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXVI hoofdstuk 13

Vennootschapsrecht, corporate governance, boekhouding en boekhoudkundige controle

Bijlage XXXVII hoofdstuk 15

Audiovisueel beleid

Bijlage XXXVIII hoofdstuk 17

Landbouw en plattelandsontwikkeling

Bijlage XXXIX hoofdstuk 20

Consumentenbescherming

Bijlage XL bij hoofdstuk 21

Werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen

Bijlage XLI bij hoofdstuk 22

Volksgezondheid

Bijlage XLII bij hoofdstuk 23

Onderwijs, beroepsopleiding en jeugd

 

Bijlagen bij Titel VI

Bijlage XLIII bij titel VI

Financiële samenwerking en fraudebestrijding

Bijlage XLIV bij titel VI

Financiële samenwerking en fraudebestrijding

 

Protocollen

Protocol I

Protocol betreffende de definitie van het begrip «producten van oorsprong» en regelingen voor administratieve samenwerking

Protocol II

Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol III

Protocol inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake de algemene beginselen voor deelname van Oekraïne aan EU-programma’s

Naar boven