33 962 Regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)

Nr. 169 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2015

Maandag 29 juni heb ik uw Kamer schriftelijk geïnformeerd1 over mijn waardering van de amendementen met betrekking tot het wetsvoorstel Omgevingswet. Nadien zijn nog een aantal amendementen en moties ingediend of gewijzigd. Via deze brief geef ik mijn waardering van deze amendementen.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 158

Indieners: De Vries / Dik-Faber

t.a.v. artikel: 23.5

Dit amendement voegt ten opzichte van amendement met Kamerstuk 33 962, nr. 70 mevrouw Dik-Faber toe. Mijn waardering blijft oordeel Kamer.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 159

Indieners: De Vries / Van Veldhoven

t.a.v. artikel: 1.3

Dit amendement voegt voegt ten opzichte van amendement met Kamerstuk 33 962, nr. 71 mevrouw van Veldhoven toe als ondertekenaar. Mijn waardering blijft ondersteunen.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 161

Indieners: Mulder / Dik-Faber

t.a.v. artikel: 5.45

Dit amendement bevat ten opzichte van amendement met Kamerstuk 33 962, nr. 155 een technische correctie. Mijn waardering blijft ontraden.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 162

Indiener: Ronnes

t.a.v. artikel: 2.28

Met dit amendement is ten opzichte van amendement met Kamerstuk 33 962, nr. 63 de toelichting aangepast naar aanleiding van mijn technische kanttekening in de waardering van dat amendement. Ik ondersteun daarmee dit amendement.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 163

indieners: Dik-Faber / Mulder

t.a.v. artikel: 5.45

Het amendement bevat een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om vroegtijdig de inrichting van participatie aan te geven. Daarnaast bevat het een AMvB-grondslag om daaraan eisen te stellen. Het wetsvoorstel schrijft voor dat participatie plaats moet vinden bij het projectbesluit. Het bevoegd gezag moet verantwoorden hoe het participatie heeft ingevuld en wat er mee is gedaan. De verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag zorgt ervoor dat hij vroegtijdig participatie zal inrichten. Een wettelijke verplichting om vroegtijdig aan te geven hoe participatie zal worden ingericht benadrukt dus de bedoeling van de participatieverplichting in het projectbesluit en geeft uiting aan de afspraken die in het energieakkoord hierover zijn gemaakt. Ik kan me voorstellen dat daar bij AMvB nog een nadere concretisering aan kan worden gegeven. Ik vind het wettelijk verankeren van gedragscodes, wat in de toelichting als mogelijkheid wordt genoemd, niet wenselijk omdat hiermee voorgeschreven wordt hoe participatie moet worden ingericht. Bovendien wordt hiermee de maatschappelijke dynamiek in het maken van afspraken over participatie verstard. Met deze uitleg van het amendement laat ik het aan het oordeel van uw Kamer

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 164

Indiener: Van Veldhoven

t.a.v. artikel: het opschrift van afdeling 23.3 en artikel 23.5

Het wetsvoorstel regelt de betrokkenheid van publiek en parlement bij de totstandkoming van de uitvoeringsregelgeving. Dit betreft bij de totstandkoming van AMvB’s een internetconsultatie en een voorhangprocedure. Het amendement voegt daar een zogenaamde zware voorhang toe bij de vaststelling van omgevingswaarden. Ook voorziet het in een kennisgeving aan het parlement voor gevallen waarin de voorhangprocedure niet van toepassing is. Tot slot regelt het amendement dat de betrokken Minister beide Kamers in kennis stelt van de inwerkingtreding van een AMvB waarop de voorhangprocedure van toepassing is. Bij de kennisgeving vermeldt de Minister ook de publicatie van het advies van de Raad van State en het nader rapport. Met dit amendement wordt het verkeer tussen parlement en regering bij de totstandkoming van de algemene maatregelen van bestuur nader wettelijk geregeld. De regeling is naar mijn mening niet noodzakelijk; de bestaande parlementaire bevoegdheden en de politieke praktijk bieden al de nodige waarborgen voor een zorgvuldig totstandkomingsproces en parlementaire betrokkenheid. Gezien echter het bijzondere karakter van de stelselherziening kan ik dit amendement ondersteunen.

AMENDEMENT met Kamerstuk 33 962, nr. 165

Indieners: Van Veldhoven / Dik-Faber

t.a.v. artikel: 16.43

Dit amendement bevat ten opzichte van amendement met Kamerstuk 33 962, nr. 112 een technische aanpassing. Mijn waardering blijft ontraden.

MOTIE met Kamerstuk 33 962, nr. 115

Deze motie is op een zodanige manier verduidelijkt dat ik deze zie als ondersteuning van beleid. Ik wil daarbij wel benadrukken dat gemeenten de mogelijkheid behouden om kwijtscheldingsbeleid te voeren, zoals dat nu ook het geval is.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Kamerstukken II 2014/15, 33 926, nr. 160

Naar boven