Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533962 nr. 111

33 962 Regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)

Nr. 111 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN VELDHOVEN EN DIK-FABER

Ontvangen 24 juni 2015

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 5.46 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Als een voorgedragen oplossing, bedoeld in artikel 5.45, derde lid, geheel of gedeeltelijk in beschouwing wordt genomen, ondersteunt het bevoegd gezag, binnen een door hem te stellen termijn, degene die de oplossing heeft voorgedragen bij het vergaren van de redelijkerwijs nodige kennis en inzichten voor de verdere uitwerking van de oplossing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verdere uitwerking van de oplossing en de ondersteuning daarbij.

Toelichting

Dit amendement regelt het recht voor initiatiefnemers van een voorgedragen alternatieve oplossing op ondersteuning bij onderzoek en verdere uitwerking van het alternatief, zoals is opgenomen in de Code Maatschappelijke Participatie. De wijze waarop deze ondersteuning plaatsvindt, wordt in dit amendement niet verder ingevuld omdat dit veelal maatwerk zal zijn. Wel wordt geregeld dat hierover bij algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld. De bedoelde ondersteuning kan blijkens de Code Maatschappelijke Participatie bestaan uit kennis, informatie, netwerk of een financiële bijdrage voor onderzoek of verdere ontwikkeling.

De Code Maatschappelijke Participatie beoogt dat initiatiefnemers ook bij de verdere uitwerking van hun initiatief een rol kunnen hebben. Het amendement regelt daarom de betrokkenheid van degenen die een oplossing hebben voorgedragen bij verdere uitwerking en de rol van het bevoegd gezag daarbij. Er wordt bewust gesproken over het geheel of gedeeltelijk in beschouwing nemen van oplossingen. Er mag van het bevoegd gezag worden gevraagd om oplossingen niet alleen als geheel te beoordelen, maar zo nodig ook op onderdelen. Het is goed mogelijk dat onderdelen van voorgedragen oplossingen redelijk zijn, maar andere onderdelen niet.

Het uitwerken en onderzoeken van een maatschappelijk initiatief vindt altijd plaats in samenwerking met degene die de oplossing heeft voorgedragen. Deze uitwerking kan door het bevoegd gezag worden gedaan, maar de formulering van het vierde lid geeft aan dat de initiatiefnemer er ook voor kan kiezen om zelf het alternatief binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zo ver uit te werken dat door het bevoegd gezag een onderbouwde voorkeursbeslissing kan worden genomen. Het amendement regelt daarom dat de initiatiefnemer hierbij ondersteuning kan krijgen van het bevoegd gezag. Hier zitten wel grenzen aan. Het moet gaan om ondersteuning die gericht is op het vergaren van kennis en inzichten die redelijkerwijs nodig is voor de verdere uitwerking van de oplossing.

Van Veldhoven Dik-Faber