33 841 Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)

Nr. 46 AMENDEMENT VAN DE LEDEN SIDERIUS EN VAN GERVEN

Ontvangen 27 maart 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 5.1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn de daartoe aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid.

II

Artikel 5.2 komt te luiden:

Artikel 5.2

De met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belaste ambtenaren, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, rapporteren jaarlijks aan Onze Minister omtrent de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de effecten daarvan op het niveau van de maatschappelijke ondersteuning.

III

In artikel 7.7 vervalt het vijfde lid.

Toelichting

Dit amendement regelt dat de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) belast blijft met de toezicht op de kwaliteit van de zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De Inspectie rapporteert hierover aan de Minister. De indieners zijn van mening dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de kennis en kunde heeft om zorgaanbieders op een onafhankelijke wijze te toetsen op de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg. Het is onwenselijk dat deze expertise komt te vervallen en het toezicht over meer dan 400 gemeenten wordt versnipperd. Het is noodzaak dat een onafhankelijke, publieke organisatie verantwoordelijk is voor de toezicht op de kwaliteit van zorg, zoals dat ook geldt voor de zorg verleend in het kader van de AWBZ en de Zorgverzekeringswet.

Siderius Van Gerven

Naar boven