Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433801 nr. 38

33 801 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten)

Nr. 38 AMENDEMENT VAN HET LID DE GRAAF

Ontvangen 6 februari 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

Aan artikel 13, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • h. die niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het voorstaande geldt niet voor de niet-Nederlander die een arbeidsverleden, als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de Werkloosheidswet, in Nederland heeft van ten minste 10 jaar en gedurende zijn verblijf in Nederland niet onderworpen is geweest aan een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

Toelichting

Niet-Nederlanders worden door dit amendement uitgesloten van een beroep op een sociale voorziening als de bijstand. Australië en Nieuw-Zeeland, beiden bij uitstek immigratielanden, hebben beide in hun nationale wetgeving opgenomen dat persoon met een nationaliteit van het ene land geen beroep kan doen op de sociale voorzieningen van het andere land ook al is die persoon in dat andere land woonachtig. Verschillen in sociale voorzieningenstelsels tussen landen kunnen aanleiding geven kunnen tot verhuisbewegingen naar landen waar het voorzieningenstelsel het gunstigst is. Recent hebben wij dergelijke bewegingen kunnen constateren naar aanleiding van diverse toeslagen. Nu het onderhavig wetsvoorstel het stelsel van sociale voorzieningen betaalbaar wil houden is het noodzakelijk om ook een nationale begrenzing op de wijze van Australië en Nieuw-Zeeland te maken. Het nieuw toe te voegen lid sluit een bijstandsuitkering voor niet-Nederlanders uit. De tweede volzin geeft daarop een nuancering, niet uitgesloten van bijstand zijn niet-Nederlanders die gedurende hun verblijf in Nederland een arbeidsverleden hebben opgebouwd van 10 jaar. Voor het begrip arbeidsverleden wordt aansluiting gezocht bij het begrip arbeidsverleden uit de Werkeloosheidswet. Als extra eis wordt gesteld dat die persoon gedurende zijn verblijf in Nederland niet onderworpen is geweest aan een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

De Graaf