Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433726 nr. 8

33 726 Afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 november 2013

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A. Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IIIA

De Wet maatschappelijke ondersteuning wordt als volgt gewijzigd:

A. Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

Indien de verordening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, daarin voorziet verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan personen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem en daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten een tegemoetkoming ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren.

B. Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De verordening, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens regels over de toepassing van artikel 4a.

B. In artikel XVII, eerste lid, wordt «artikel III, onderdeel A, onder 1» vervangen door: artikel III, onderdeel A, onder 1, artikel IIIA.

Toelichting

Onderdeel A

De regering is van mening dat niet al het geld dat nu gemoeid is met de CER-uitkering en de algemene Wtcg-tegemoetkoming bij de mensen terecht komt die het nodig hebben. Het huidig complex van onvoldoende gerichte landelijke regelingen wordt daarom vervangen door het handhaven van een aangepaste landelijke fiscale regeling voor aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aangevuld door gericht maatwerk op gemeentelijk niveau. Met een toevoeging van structureel € 268 miljoen aan het gemeentefonds krijgen gemeenten meer financiële mogelijkheden om op een adequate wijze gericht maatwerk te leveren juist aan de personen met een beperking die het nodig hebben. Gemeenten, die als eerste overheid het dichtst bij mensen staan, zijn het beste in staat rekening te houden met de verschillen tussen mensen en datgene waaraan zij behoefte hebben in ondersteuning.

Gemeenten kunnen reeds gericht maatwerk bieden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo) en de bijzondere bijstand. De Wmo is voor iedereen ongeacht het inkomen en vermogen toegankelijk en is gericht op het ondersteunen van mensen in hun participatie en zelfredzaamheid door het bieden van voorzieningen. De individuele bijzondere bijstand biedt gemeenten de mogelijkheid om in individuele gevallen mensen financiële ondersteuning te geven voor (daadwerkelijke en noodzakelijke) kosten waar zij -gelet op de (financiële) bijzondere omstandigheden waarin zij verkeren – niet zelf in kunnen voorzien. Gemeenten hebben in het kader van de individuele bijzondere bijstand beleidsvrijheid in het bepalen van de financiële draagkracht van de belanghebbende. In de gemeentelijke uitvoeringspraktijk komen in het algemeen alleen mensen met een besteedbaar inkomen op of net boven het (huishoudtype gebonden) netto sociaal minimum in aanmerking voor individuele bijzondere bijstand. Gemeenten kunnen ook op grond van de huidige mogelijkheid categoriale bijzondere bijstand verstrekken in de vorm van een (tegemoetkoming in de kosten van de premie van) collectieve aanvullende zorgverzekering. Het is aan de gemeente om hier met de zorgverzekeraars afspraken over te maken.

Met de aanpassing van de Wmo wordt het voor gemeenten uitdrukkelijk mogelijk gemaakt om personen met een chronische ziekte en/of beperking al dan niet in de vorm van een forfaitaire vergoeding te verstrekken. De tegemoetkoming kan ook worden gegeven aan personen met een inkomen boven het netto sociaal minimum. Het ingevoegde artikel 4a van de Wmo geeft aan gemeenten de bevoegdheid om, naast en in samenhang met het reeds bestaande gemeentelijk instrumentarium voor ondersteuning binnen het sociaal domein, gericht een tegemoetkoming op maat te bieden aan personen met een beperking en/of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem met daarmee verband houdende, aannemelijke meerkosten. Gemeenten krijgen hierbij de beleidsruimte om gericht een financiële tegemoetkoming op maat te bieden ook aan personen met een inkomen boven de inkomensgrenzen die in die gemeentelijke uitvoeringspraktijk voor de individuele bijzondere bijstand worden gehanteerd.

Gemeenten kunnen met het ingevoegde artikel 4a van de Wmo, gericht een tegemoetkoming op maat bieden aan personen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem, ter bevordering van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren. De gemeenteraad geeft op basis van artikel 3 van de Wmo, in het beleidsplan voor de maatschappelijke ondersteuning aan, de door het college van burgemeester en wethouders te nemen beslissingen betreffende maatschappelijke ondersteuning. Dit beleidsplan bevat op hoofdlijnen de beleidsmatige samenhang van het gebruik van de verschillende gemeentelijke instrumenten voor de maatschappelijke ondersteuning. Met de voorliggende aanpassing van de Wmo wordt het gemeentelijk instrumentarium ten behoeve van de realisatie van de doelen van de wet, bestaande uit de verstrekking van voorzieningen in natura, van persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen, uitgebreid met de mogelijkheid een financiële tegemoetkoming te bieden in geval van aannemelijke meerkosten als gevolg van een chronische ziekte en/of de beperking.

De gemeenteraad zal in het kader van de vaststelling van zowel het beleidsplan als de verordening, bedoeld in artikel 5 van de Wmo, expliciet de afweging moeten opnemen of en zo ja, op welke wijze invulling wordt gegeven aan de, met het ingevoegde artikel 4a, verkregen bevoegdheid. Daarnaast dient gezien de grote beleidsmatige samenhang tussen de inhoud van het bovenbedoelde beleidsplan met de overige instrumenten binnen het sociaal domein, zoals de bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, het beleidsplan ook in te gaan op de eventuele samenloop met de overige instrumenten binnen het sociaal domein. De gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wmo, bevat de uitwerking van het beleidsplan voor de maatschappelijke ondersteuning.

Het college van burgemeester en wethouders gaat over tot verstrekking van de tegemoetkoming indien en voor zover de gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wmo dit voorschrijft. Het betreft een gemeentelijke tegemoetkoming voor personen met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten. De tegemoetkoming dient ter bevordering van deelname in het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren in de maatschappij. De gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wmo, bevat ingevolge het toegevoegde derde lid van dat artikel, de regels voor de tegemoetkoming. De gemeenteraad kan bij de bovenbedoelde verordening bepalen of en zo ja in welke gevallen en mate het college van burgermeester en wethouders een tegemoetkoming dienen te verstrekken. Het kan gaan om een tegemoetkoming afhankelijk van aantoonbare kosten dan wel om een forfaitaire vergoeding. Het is hierbij afhankelijk van de inhoud en redactie van de verordening ten aanzien van de vorm van de verstrekking of het college van burgemeester en wethouders voor het verstrekken van een tegemoetkoming een beschikking moeten afgeven.

Onderdeel B

Indien de uitgifte van het Staatsblad met het tot wet verheven onderhavige wetsvoorstel na 31 december 2013 zou plaatsvinden, is ook wat betreft de verstrekking van een tegemoetkoming, voorzien in de mogelijkheid van inwerkingtreding met terugwerkende kracht.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn