33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 256 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2018

Op 8 maart 2018 heeft President Trump vanuit het Oval Office aangekondigd dat de Verenigde Staten per 23 maart 2018 tarieven zal instellen op staalimport van 25% en aluminiumimport van 10% voor alle landen met uitzondering van Canada en Mexico. Met de maatregelen geeft de president gevolg aan de aanbevelingen uit het rapport van het Department of Commerce dat op 11 januari 2018 naar het Witte Huis werd gestuurd. De maatregelen zijn gebaseerd op Sectie 232 van de Trade Expansion Act (1962), die de president mandateert om in uitzonderlijke gevallen importbeperkingen op te leggen ter bescherming van de nationale veiligheid van de VS.

Concreet bestaat de proclamaties die President Trump op 8 maart jl. ondertekende uit drie elementen1:

  • Instelling per 23 maart 2018 van een ad valorem tarief van 25% op import van staalproducten in de HS categorieën 7206.10 tot 7216.50, 7216.99 tot 7301.10, 7302.10, 7302.40 tot 7302.90 en 7304.10 tot 7306.90 uit alle landen, met uitzondering van Canada en Mexico.

  • Instelling per 23 maart 2018 van een ad valorem tarief van 10% op de import van aluminiumproducten in de HS categorieën 7601, 7604 tot 7609, 7616.99.51.60 en 7616.99.51.70 uit alle landen met uitzondering van Canada en Mexico.

  • Mandaat voor de Secretary of Commerce om producten van deze tarieven uit te zonderen, mits dit gebeurt op specifiek verzoek van Amerikaanse gebruikers die kunnen onderbouwen dat het betreffende product niet in voldoende mate of benodigde kwaliteit in de VS geproduceerd kan worden.

Het chapeau van beide proclamaties biedt daarnaast expliciet de gelegenheid aan bondgenoten – zeer ruim gedefinieerd als «any country with which we have a security relationship» – met de Verenigde Staten in overleg te treden om alternatieve oplossingen te vinden om de veiligheidsrisico’s die de exporten van de betreffende bondgenoot voor de Verenigde Staten zouden inhouden te mitigeren.

De Europese Commissie heeft daadkrachtig gereageerd op de aangekondigde maatregelen en zet in op een gebalanceerde aanpak door enerzijds in dialoog te blijven met Amerikaanse autoriteiten en anderzijds maatregelen aan te kondigen. De Commissie benadrukt in dialoog met de Amerikaanse autoriteiten dat de Europese Unie een trouwe bondgenoot is en dat beiden dezelfde belangen hebben om de grondoorzaken van overcapaciteit aan te pakken. De Europese Unie verzoekt daarom een uitzondering van de maatregel voor de EU als geheel.

De Europese Commissie heeft aangekondigd te willen reageren op de aangekondigde Amerikaanse maatregelen volgens een drie-sporen beleid:

  • 1. Het opstarten van WTO geschillenbeslechting, samen met andere getroffen landen;

  • 2. Vrijwaringsmaatregelen om de Europese markt te beschermen tegen mogelijke omleiding van de op jaarbasis ongeveer 30 miljoen ton staal die op de Amerikaanse markt wordt geïmporteerd en door deze heffingen wordt geraakt;

  • 3. Het nemen van rebalancerende maatregelen in reactie op de unilaterale aanpassing van tariefafspraken door de Verenigde Staten.

De EU stelt zich op het standpunt dat de maatregelen van de Verenigde Staten aangemerkt dienen te worden als de facto vrijwaringsmaatregelen. Als een WTO-lidstaat vrijwaringsmaatregelen treft, mag een getroffen WTO-lidstaat, onder bepaalde voorwaarden, rebalancing maatregelen nemen. Dergelijke rebalancerende maatregelen2 moeten binnen 60 dagen na inwerkingtreding van de Amerikaanse maatregelen genotificeerd zijn bij de WTO. WTO regels geven aan dat een deel van de rebalancerende maatregelen binnen 90 dagen na inwerkingtreding van de Amerikaanse maatregelen mag ingaan en een deel van de maatregelen pas na drie jaar of na het winnen van een WTO-zaak. De Commissie wil het eerste deel van de maatregelen pas in werking laten treden als de verwerkende industrie in de Verenigde Staten een kans heeft gehad om te vragen om uitzonderingen.

Ten aanzien van de vrijwaringsmaatregelen voor staalproducten geldt dat deze desnoods snel genomen kunnen worden. WTO-regels bepalen dat vrijwaringsmaatregelen gerechtvaardigd zijn als importen in de Unie proportioneel toenemen en deze schade berokkenen aan de EU-industrie. In de Europese Unie geldt een staaltoezicht, dus importen worden nauwkeurig gemonitord. Omdat voor bepaalde importen al een toename geldt, bereidt de Commissie momenteel al maatregelen voor ten aanzien van acht categorieën producten die samen 37% van het EU importvolume uitmaken en 24% van de importwaarde. Voorlopige maatregelen kunnen via een Implementing Act binnen 7–8 weken worden genomen, definitieve maatregelen binnen 5–6 maanden.

Het kabinet steunt de WTO-conforme aanpak van de Europese Commissie. Ten aanzien van de staalmaatregelen is het zaak dat de Europese Unie gepast en adequaat reageert. De Amerikaanse maatregelen zetten het WTO systeem onder grote druk en de Europese Unie wordt hard geraakt. Het is van groot belang dat de EU eensgezind blijft optreden op dit dossier. De Commissie heeft de lidstaten gevraagd ook in hun bilaterale contacten met de Verenigde Staten de gezamenlijke lijn uit te dragen. Ik heb in een telefoongesprek met eurocommissaris Malmström mijn steun uitgesproken aan de inzet van de Commissie en ik heb ambassadeur Hoekstra gevraagd de Nederlandse opvatting over de maatregelen over te brengen aan de Amerikaanse regering. Daarnaast is er op diplomatiek niveau gedemarcheerd bij verschillende Amerikaanse regeringsinstanties.

Nederland is na Duitsland de grootste Europese exporteur van staalproducten naar de Verenigde Staten. Nederland exporteerde in 2017 voor ongeveer 550 miljoen euro aan staal naar de VS.3 Een invoerheffing van 25% kan resulteren in een verstoring van de aanbodketen, aanzienlijke financiële verliezen door derving aan omzet, negatieve gevolgen voor (voorgenomen) investeringen en extra kosten voor exporteurs om bestaande contracten te heronderhandelen en andere afzetmarkten te ontginnen. De segmenten waarin Nederland actief is, betreffen groeimarkten. De maatregel zet een mogelijke rem op de verdere ontwikkeling van de handelsstromen.

Daarnaast exporteerde Nederland in 2017 voor ongeveer 50 miljoen euro aan aluminium naar de VS.4 De mogelijke effecten zijn dezelfde als beschreven voor mogelijke staalmaatregelen, maar beperkter in omvang.

Het ministerie heeft contact met de geraakte Nederlandse industrie over de Amerikaanse maatregelen en over de Nederlandse inzet.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

Naar boven