﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE officiele-publicatie PUBLIC "-//Overheid//Officiele publicaties 1.0//NL" "http://standaarden.overheid.nl/op/dtd/offpublicatie.dtd"[]>
<officiele-publicatie>
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33030-4/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2011-2012</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>33 030</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel status="officieel">Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">4</ondernummer></stuknr>
      <titel status="officieel">VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT <noot id="ID-134336-d28e93" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al> Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.</noot.al></noot>  VAN H. W. TE B. <noot id="ID-134336-d28e103" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend. </noot.al></noot>  BETREFFENDE TOEPASSING HARDHEIDSCLAUSULE</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld  <datum isodatum="2011-10-13">13 oktober 2011</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Klacht</tussenkop>
            <al>Verzoekster klaagt dat haar verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule voor een naheffingsaanslag loonbelasting ten onrechte is afgewezen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Feiten</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Verzoekster beschikte in 2010 over een auto die door haar werkgever ter beschikking was gesteld. Zij heeft op haar verzoek een «Verklaring geen privégebruik auto» ontvangen. De werkgever en verzoekster hebben een Overeenkomst gebruik bedrijfsauto gesloten waarin de bepaling was opgenomen dat gebruik van de auto voor privédoeleinden niet was toegestaan; de fiscale bijtelling privégebruik auto kon daarom achterwege blijven. Voorwaarde voor de toepassing van de verklaring is dat een persoon in een kalenderjaar minder dan 500 km privé met de auto rijdt waarvoor een kilometeradministratie moet worden bijgehouden. Na het overlijden van haar partner in oktober 2010 heeft verzoekster haar verklaring ingetrokken en heeft de auto privé gebruikt voor meer dan 500 km. De inspecteur van de Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over de maanden waarin de werkgever geen belasting over het voordeel had ingehouden op grond van de verklaring.</al>
              <al>Verzoekster heeft een bezwaarschrift ingediend dat kennelijk ongegrond is verklaard. Daarna heeft zij een beroep gedaan op de hardheidsclausule dat is afgewezen.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Overwegingen</tussenkop>
            <al>Verzoekster voert aan dat zij haar auto pas na het overlijden van haar partner in oktober 2010 privé ging gebruiken. Zij heeft toen haar verklaring in laten trekken en haar werkgever heeft vanaf dat ogenblik loonbelasting ingehouden voor het privégebruik van de auto. Zij vindt dat zij nu belasting moet betalen voor het privé gebruik van de auto over maanden waarin zij deze niet heeft gebruikt.</al>
            <al>De staatssecretaris van Financiën stelt zich op het standpunt dat ingevolge artikel 13bis, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 de terbeschikkingstelling en het gebruik voor privédoeleinden van meer dan 500 kilometer op jaarbasis bepalend zijn voor het verschuldigd zijn van loonbelasting. Dat verzoekster de auto gedurende een gedeelte van het jaar niet voor privédoeleinden heeft gebruikt, staat niet in de weg aan bijtelling van het voordeel op kalenderjaarbasis. Gezien de omstandigheden heeft de inspecteur van de Belastingdienst terecht geen boete opgelegd bij de naheffingsaanslag. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast bij onbillijkheden van overwegende aard. Daarvan is alleen sprake als het gaat om een gevolg dat de wetgever had voorkomen als hij dat bij het maken van de wet had voorzien. De wetgever heeft echter bewust gekozen voor een uitzondering voor situaties van privégebruik van de auto van de zaak van 500 kilometer of minder.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Oordeel van de commissie<noot id="ID-134336-d28e164" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al> De commissie bestaat uit de leden: Cörüz (CDA), Smeets (PvdA), Neppérus (voorzitter) (VVD), Van Raak (SP), Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), Elissen (PVV), Schouw (D66), Taverne (VVD) en  de plaatsvervangend leden Biskop (CDA), Klijnsma (PvdA), Harbers (VVD) en Mulder (VVD).</noot.al></noot></tussenkop>
            <al>De staatssecretaris kan worden gevolgd in zijn standpunt.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Voorstel aan de Kamer</tussenkop>
            <al>Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Neppérus</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>De Gier</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>