﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32802-146/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>32 802</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Toepassing van de Wet open overheid</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">146</ondernummer></stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-06-10">10 juni 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief van 15 april 2026 over zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (Kamerstuk <extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">32 802, nr. 140</extref>).</al>
            <al>De vragen en opmerkingen zijn op 18 mei 2026 aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van 10 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Steen</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>Adjunct-griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>De Keijzer</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vetcur">
          <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk </nadruk>
              <extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">
                <nadruk type="cur">32 802, nr. 140</nadruk>
              </extref>
              <nadruk type="cur">). Deze leden onderschrijven de afweging en het besluit van de Minister en hebben hierover geen verdere vragen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de gewijzigde werkwijze bij Woo-verzoeken inzake emissiegegevens in de landbouw. Deze leden onderschrijven het belang van openbaarheid van bestuur en transparantie. Tegelijkertijd vinden zij dat openbaarheid niet los kan worden gezien van zorgvuldigheid, uitvoerbaarheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van betrokken ondernemers en hun gezinnen. Deze leden achten het van belang dat transparantie niet leidt tot onnodige veiligheidsrisico’s of een onevenredige belasting voor betrokkenen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Gewijzigde zienswijzeprocedure</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie constateren dat wordt gekozen voor een zienswijzeprocedure via publicatie in de Staatscourant, in plaats van de eerdere werkwijze waarbij belanghebbenden individueel werden aangeschreven. Deze leden hebben begrip voor de wens om te komen tot een doelmatige en uitvoerbare werkwijze, zeker waar het gaat om procedures met grote aantallen belanghebbenden. Tegelijkertijd vinden zij dat efficiëntie niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid en effectieve rechtsbescherming. Tegen deze achtergrond vragen deze leden welke concrete verschillen bestaan tussen beide procedures in termen van uitvoeringslasten, doorlooptijden en het bereik van belanghebbenden.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Zoals ook in de Kamerbrief van 15 april 2026<noot id="ID-1253741-d40e113" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">32 802, nr. 140</extref></noot.al></noot> toegelicht begrijp ik de zorgen van agrarisch ondernemers en de wens tot een zorgvuldige en transparante zienswijzeprocedure. De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Ik realiseer mij dat het actief verzenden van brieven naar individuele agrarisch ondernemers in potentie meer belanghebbenden bereikt dan alleen een publicatie in de Staatscourant. Voor een robuuster bereik zullen daarom aanvullend relevante belangenbehartigers vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie.</al>
            <al>De gekozen werkwijze sluit aan bij de Rijksbrede werkwijze<noot id="ID-1253741-d40e127" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Zoals de werkwijze van het Ministerie van VWS, zie Scrt. 2025, 41620 en RDI (Scrt. 2024, 10846),</noot.al></noot> met betrekking tot aankondigingen met grote aantallen belanghebbenden. Ook wordt publicatie in de Staatscourant door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien.<noot id="ID-1253741-d40e136" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot><nadruk type="cur">«Belanghebbenden zijn voldoende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven door middel van de algemene publicatie in de Staatscourant. (...) Dat er 3000 zienswijzen zijn binnengekomen op de oproep van de Minister in de Staatscourant bevestigt bovendien dat de Minister op effectieve wijze toepassing heeft gegeven aan artikel 4:8 van de Awb, een wijze die bovendien recht doet aan het uitgangspunt dat publieke informatie tijdig en snel openbaar moet worden gemaakt.»</nadruk></al>
            <al>Het versturen van brieven is een arbeidsintensief en kostbaar proces. Er moeten vele brieven worden opgesteld en verzonden. Staatscourant hoeft er slechts één tekst te worden opgesteld en aangeboden ter publicatie en wordt de sector hierover geïnformeerd.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Effectiviteit en rechtsbescherming</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat betrokken ondernemers daadwerkelijk tijdig kennis kunnen nemen van een voorgenomen openbaarmaking die hen direct raakt. Deze leden vragen welke aanleiding bestaat om te veronderstellen dat publicatie in de Staatscourant, in combinatie met het informeren van belangenorganisaties, in de praktijk voldoende effectief is om betrokken ondernemers tijdig te bereiken. Daarnaast vragen zij hoe wordt beoordeeld of deze werkwijze in de praktijk leidt tot een gelijkwaardig niveau van rechtsbescherming ten opzichte van de eerdere werkwijze waarbij belanghebbenden individueel werden geïnformeerd.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op de voorgaande vraag.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Persoonlijke levenssfeer en veiligheid</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie lezen dat emissiegegevens in bepaalde gevallen gegevens kunnen betreffen waarbij een bedrijfsadres tevens een woonadres is. Deze leden vinden het begrijpelijk dat dit tot grote zorgen kan leiden bij betrokken ondernemers en hun gezinnen. Openbaarheid van overheidsinformatie is een belangrijk uitgangspunt, maar deze leden vinden het eveneens van groot belang dat zorgvuldig wordt omgegaan met situaties waarin openbaarmaking direct raakt aan de persoonlijke levenssfeer en veiligheid. Deze leden vragen welke onderdelen van de openbaarmaking binnen het bestaande juridische kader nog ruimte laten voor een afweging ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van betrokken ondernemers en hun gezinnen. Daarnaast vragen deze leden of bekend is in hoeveel gevallen openbaarmaking van dergelijke gegevens heeft geleid tot intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Emissiegegevens moeten openbaar worden gemaakt. Er zijn op grond van de Wet open overheid (Woo) geen uitzonderingsgronden om dit niet te doen. Dit volgt uit jurisprudentie en is ook door het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding ACOI en de Raad van State bevestigd. Ook als het hierbij gaat om gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen zijn. Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG) en het Verdrag van Aarhus. Daarom wordt ook in Brussel ingezet op het agenderen en verder brengen van het vraagstuk rond de openbaarmaking van emissiegegevens – die ook woonadressen zijn.</al>
            <al>Een direct causaal verband aantonen tussen openbaarmaking van emissiegegevens en gevoel van sociale veiligheid is statistisch complex. Er zijn geen feitelijk vast te stellen gevallen bekend waarbij een direct en aantoonbaar verband is gebleken tussen het openbaar maken van dergelijke gegevens en intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Het onderzoek richt zich op aard, omvang en achtergronden van agressie tegen agrariërs. Ook wordt de veiligheidsbeleving van agrariërs hierin meegenomen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Evaluatie van de Wet open overheid</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie nemen kennis van de aangekondigde evaluatie van de Wet open overheid (Woo). Deze leden vinden het van belang dat in deze evaluatie niet alleen juridisch, maar ook nadrukkelijk praktisch wordt gekeken naar de werking van de huidige systematiek. Zij vragen welke concrete knelpunten in relatie tot openbaarmaking van emissiegegevens daarin worden betrokken. Wordt daarbij expliciet gekeken naar de verhouding tussen verplichte openbaarheid enerzijds en privacy- en veiligheidsbelangen anderzijds? Indien uit de evaluatie blijkt dat de huidige systematiek in de praktijk knelpunten oplevert, vragen deze leden of aanpassing van wet- of regelgeving tot de mogelijkheden behoort.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>In de evaluatie van de Woo wordt expliciet gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens (zoals bijvoorbeeld bedrijfsadressen van agrarische ondernemers die tevens een woonadres zijn) in relatie tot de uitzonderingsgronden, de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Betrekken van belangenorganisaties</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de VVD-fractie begrijpen dat belangenorganisaties aanvullend worden geïnformeerd om voorgenomen openbaarmaking onder de aandacht te brengen. Deze leden vragen welke organisaties hierbij worden betrokken en op welke wijze wordt vastgesteld of deze aanvullende route in de praktijk daadwerkelijk voldoende bereik heeft.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Uiteraard zal per geval worden bekeken welke belangenorganisaties geïnformeerd worden. We kijken daarbij naar de inhoud van het verzoek en op welke doelgroep de informatie betrekking heeft. Bij algemene verzoeken zullen organisaties zoals Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) worden betrokken, eventueel aangevuld met relevante sector specifieke organisaties zoals bijvoorbeeld Vee &amp; Logistiek, Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) of Brancheorganisatie Akkerbouw. Belangenorganisaties kennen de te bereiken doelgroep goed en dragen bij aan het leveren van maatwerk. Dit is ook gebleken in het eerder aangehaalde voorbeeld waarbij na aankondiging in de Staatscourant en het aanschrijven van enkele belangenorganisaties 3.000 zienswijzen zijn ontvangen.<noot id="ID-1253741-d40e199" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot></al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister en hebben hier op dit moment geen vragen of opmerkingen over.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk </nadruk>
              <extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">
                <nadruk type="cur">32 802, nr. 140</nadruk>
              </extref>
              <nadruk type="cur">) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister het met deze leden eens is dat het vervangen van individuele aanschrijvingen door een summier bericht in de Staatscourant een schandalige verslechtering van de rechtsbescherming van agrarisch ondernemers is. Hoe kan van een boer, die van ‘s morgens vroeg tot «s avonds laat op het land werkt, redelijkerwijs worden verwacht dat hij dagelijks in de Staatscourant controleert of zijn privéadres niet door de overheid op straat wordt gegooid?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Voor een robuuster bereik wordt daarom niet alleen gecommuniceerd via de Staatscourant, aanvullend zullen ook belangenbehartigers vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister zo gemakkelijk zwicht voor de juridische druk van mediabedrijven zoals NRC, Omroep Gelderland en Follow the Money. Waarom weegt de snelheid waarmee deze journalisten hun artikelen willen publiceren voor de Minister zwaarder dan de sociale veiligheid en de privacy van gezinnen van wie grotendeels het woonadres vaak exact hetzelfde is als het bedrijfsadres?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Antwoord</tussenkop>
            <al>Wanneer een uitspraak onherroepelijk is, moet de overheid hiermee aan de slag. In de zaak waar de Raad van State uitspraak heeft gedaan, hebben de journalisten van NRC, FTM en Omroep Gelderland van de Raad van State (deels) gelijk gekregen. De verplichting uit het vonnis tot het openbaar maken van de gegevens in deze casus is daarom al door mijn ambtsvoorganger uitgevoerd.<noot id="ID-1253741-d40e233" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot></al>
            <al>Daaronder ligt de Wet open overheid (Woo) die zorgt voor een transparante en controleerbare overheid door burgers, media en organisaties via actieve en passieve openbaarmaking direct toegang te geven tot publieke informatie. Meer specifiek is het recht op openbaarmaking van emissiegegevens belangrijk om controle uit te kunnen oefenen op een gezonde leefomgeving voor ons allemaal.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister de werkwijze nu al verslechtert, terwijl de resultaten van het onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers nog niet eens bekend zijn. Is de Minister het met deze leden eens dat dit de wereld op zijn kop is, eerst de data van boeren openbaar maken en pas achteraf onderzoeken of zij nog wel veilig zijn op hun eigen erf?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De nieuwe werkwijze doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de procedure en de rechtsbescherming van belanghebbenden, maar biedt met behoud van alle waarborgen een andere, efficiëntere aanpak. Naast de genoemde rechtspraak hebben ook meerdere onafhankelijke adviesorganen, te weten de AP en het ACOI, aangegeven dat emissiegegevens rechtmatig openbaar gemaakt kunnen en moeten worden. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat dit veel impact kan hebben op ondernemers en hun gezinnen en maak ik mij zorgen over de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kunnen vervolgstappen worden gezet. Overigens zijn bedrijfsadressen ook op andere manieren toegankelijk, zoals in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om in Brussel met de vuist op tafel te slaan tegen de Europese milieu-informatierichtlijn die blijkbaar wordt misbruikt om zelfs de meest persoonlijke gegevens openbaar te maken. Is de Minister het met deze leden eens dat het recht op een veilig thuis voor de Nederlandse burger altijd zwaarder moet wegen dan Europese transparantieregels over emissiegegevens?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de brief van de Minister van BZK inzake openbaarmaking van emissiegegevens van 8 juni 2026.<noot id="ID-1253741-d40e261" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-145" soort="document" status="actief">32 802, nr. 145</extref></noot.al></noot></al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister erkent dat de keuze voor de Staatscourant onder het mom van doelmatigheid feitelijk een bezuiniging over de rug van de boer is. In hoeverre vindt de Minister het acceptabel dat het administratieve gemak van de overheid en het verkorten van afhandeltermijnen belangrijker worden gevonden dan het individuele recht van een burger op een zorgvuldige zienswijze?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Zoals eerder benoemd en uitgelicht verandert deze werkwijze de rechtspositie van derde-belanghebbenden niet. De Staatscourant werkwijze is zorgvuldig en doet bovendien recht aan de individuele rechten van betrokken burgers.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister het met deze leden eens is dat het een bewijs van onvermogen is dat de overheid belangenverenigingen wil inzetten om haar eigen informatieplicht over te nemen? Waarom schuift de overheid verantwoordelijkheid om burgers tijdig en persoonlijk te informeren over ingrijpende besluiten af op sectororganisaties?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Publicatie in de Staatscourant wordt door de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien. Aanvullend daarop zullen belangenbehartigers vooraf geïnformeerd worden over aanstaande publicaties om te zorgen dat zoveel mogelijk derde-belanghebbenden worden bereikt. Belangenbehartigers kunnen dan zelf een afweging maken of en hoe zij richting hun doelgroep willen communiceren.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PVV-fractie vragen waarom de uitkomst van de wetsevaluatie van de Woo, die nota bene dit jaar plaatsvindt en specifiek kijkt naar de openbaarmaking van emissiegegevens, niet wordt afgewacht voordat deze procedurele wijziging wordt doorgedrukt. Is de Minister bereid deze wijziging onmiddellijk op te schorten totdat er keiharde garanties zijn dat de sociale veiligheid van boerengezinnen niet verder wordt aangetast? Zo nee waarom niet?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De werkwijze met aankondiging via de Staatscourant biedt dezelfde rechtsbescherming voor derde-belanghebbenden, is in lijn met de geldende Rijksbrede werkwijze en door de Raad van State als zorgvuldig aangemerkt.<noot id="ID-1253741-d40e292" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Zoals de werkwijze van het Ministerie van VWS, zie Scrt. 2025, 41620 en RDI (Scrt. 2024, 10846),</noot.al></noot> Hiermee hanteren we een werkwijze die in overeenstemming is met wetgeving, bevestigd is door de Raad van State en ook bij andere bestuursorganen gebruikelijk is. Overigens zijn bedrijfsadressen ook op andere manieren toegankelijk, zoals in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens en hebben daarbij nog enkele vragen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CDA-fractie zien het belang van een goed gewogen balans tussen transparantie van data en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze leden kijken dan ook uit naar de geplande wetsevaluatie en vragen wat de inzet van de Minister gaat zijn om openbaarmaking van gegevens uit persoonlijke levenssfeer te beperken.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Openbaarmaking van milieu-informatie zorgt ervoor dat de samenleving de gevolgen van uitstoot op het milieu kan controleren en dat inwoners betere keuzes kunnen maken over hun leefomgeving en voor hun gezondheid. Op internationaal niveau zijn daarom afspraken gemaakt over de openbaarmaking van milieu-informatie. Het recht op openbaarmaking van emissiegegevens is belangrijk om controle uit te kunnen oefenen op een gezonde leefomgeving voor ons allemaal.</al>
            <al>In de evaluatie van de Woo wordt expliciet gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens. Belangrijk is dat hierbij wordt gekeken naar de uitzonderingsgronden, de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen. Dit in relatie tot bijvoorbeeld bedrijfsadressen van agrarische ondernemers die tevens een woonadres zijn.</al>
            <al>De verplichting tot de openbaarmaking van emissiegegevens vloeit voort uit internationale wet- en regelgeving. Daarom wordt ook in Brussel ingezet om het vraagstuk rond de openbaarmaking van emissiegegevens – die ook woonadressen zijn – te agenderen en verder te brengen.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CDA-fractie merken op dat het halen van gestelde termijnen voor openbaarmaking van gegevens en de benodigde tijd voor inventarisatie van zienswijzen op gespannen voet kan staan. Deze leden vragen de Minister wat zijn verwachting is van de benodigde tijd en capaciteit om de zienswijzeprocedure via de Staatscourant en maatschappelijke partijen te organiseren. Zij vragen ook of deze procedure wel mogelijk is binnen de termijn van openbaarmaking van gegevens.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De leden van het CDA vragen terecht naar de verwachtingen rondom de termijnen voor openbaarmaking van gegevens. De werkwijze via de Staatscourant zal naar verwachting een forse inkorting van de beslistermijn betekenen. Deze winst zit voornamelijk in het niet langer versturen van individuele brieven naar alle belanghebbenden. Zelfs met de gewijzigde werkwijze kan de termijn bij een omvangrijk verzoek krap zijn. Verzoekers worden uiteraard op de hoogte gesteld dat gebruik wordt gemaakt van de procedure via de Staatscourant. Indien er veel zienswijzen worden ontvangen, kost de zorgvuldige verwerking daarvan tijd. In dat geval kan er met verzoekers in overleg worden getreden om nadere afspraken te maken over de beslistermijn. Uiteraard neemt dit niet weg dat we voortdurend streven naar spoedige beantwoording van Woo-verzoeken.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk </nadruk>
              <extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">
                <nadruk type="cur">32 802, nr. 140</nadruk>
              </extref>
              <nadruk type="cur">) en hebben daarover nog enkele vragen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de SGP-fractie horen graag wanneer het onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarische ondernemers en de wetsevaluatie van de Woo naar verwachting worden afgerond en met de Kamer zullen worden gedeeld.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Ik begrijp dat openbaarmaking van emissiegegevens (die tevens woonadresgegevens zijn) veel impact kan hebben op ondernemers en hun gezinnen. Daarom werk ik met het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan een onderzoek naar agressie tegen agrariërs. Dit was een aanbeveling van het ACOI en een aangenomen motie van uw Kamer<noot id="ID-1253741-d40e341" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2024/25</nadruk><extref doc="kst-32802-111" soort="document" status="actief">32 802, nr. 111</extref></noot.al></noot> die ik graag gestand doe. Het onderzoek wordt uitgevoerd via het WODC, het kennisinstituut voor de rechtsstaat. Het onderzoek richt zich op aard, omvang en achtergronden van agressie tegen agrariërs. Ook wordt de veiligheidsbeleving van agrariërs hierin meegenomen. Gelet op de gevoelde impact op ondernemers en hun gezinnen is het belangrijk dat het onderzoek grondig en zorgvuldig uitgevoerd wordt. Ik verwacht de uitkomsten daarom begin 2028 met uw Kamer te kunnen delen.</al>
            <al>Dit jaar wordt voorts inderdaad de Woo geëvalueerd. De resultaten hiervan worden uiterlijk 1 mei 2027 aan uw Kamer aangeboden. In de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juni 2026 wordt nader ingegaan op hoe het vraagstuk van de openbaarmaking van emissiegegevens in de wetsevaluatie wordt meegenomen en welke stappen vooruitlopend op de wetsevaluatie op dit vlak worden gezet.<noot id="ID-1253741-d40e354" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-145" soort="document" status="actief">32 802, nr. 145</extref></noot.al></noot></al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet aangeeft dat emissiegegevens openbaar gemaakt moeten worden en er op grond van de Woo geen uitzonderingsgronden zijn om dit niet te doen. Deze leden hebben in dit verband een vraag over het verstrekken van gegevens van landgebruik van gronden met gewascodes. Deelt de Minister de analyse van deze leden dat daarbij geen sprake is van een rechtstreeks verband met emissies naar het milieu, aangezien dit afhankelijk is van het management van de al dan niet biologisch telende boer? Is de veronderstelling juist dat jurisprudentie uitwijst dat «hypothetische emissies» niet onder de emissiegegevens als bedoeld in de Woo vallen? (ECLI:EU:C:2025:195) (ECLI:NL:RVS:2026:1075) Is de veronderstelling juist dat bij gegevens omtrent landgebruik en gewascodes sprake is van «hypothetische emissies»? Deelt de Minister derhalve de mening dat wat betreft gegevens omtrent landgebruik en gewascodes een nadere afweging in het kader van de uitzonderingen op grond artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo mogelijk is? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Gewassen die op een perceel worden geteeld hebben invloed op de toestand van het milieu. Hiermee kwalificeert deze informatie in beginsel als milieu-informatie. Artikel 5.1, zesde lid, van de Woo bepaalt dat openbaarmaking van milieu-informatie achterwege kan blijven indien het bedrijfsbelang ernstig wordt geschaad en het algemeen belang van openbaarmaking niet opweegt tegen deze schade.</al>
              <al>In specifieke situaties kan deze informatie echter ook kwalificeren als een emissiegegeven, bijvoorbeeld wanneer de informatie over het landgebruik nodig is voor het controleren of de vaststelling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies goed zijn uitgevoerd.</al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de SGP-fractie lezen dat er op grond van de Woo geen uitzonderingsgronden zijn om verstrekking van emissiegegevens te weigeren. Deze leden hebben in dit verband enkele vragen over het Verdrag van Aarhus en de Europese milieu-informatierichtlijn. Klopt het dat zowel het Verdrag van Aarhus als de Europese richtlijn de mogelijkheid geven om ook het verstrekken van emissiegegevens te weigeren als een verzoek «kennelijk onredelijk» is? Zo ja, waarom is dat niet overgenomen in de Woo? Klopt het dat de Europese richtlijn de mogelijkheid geeft om het openbaar maken van emissiegegevens te weigeren als het afbreuk doet aan onder meer de openbare veiligheid en aan de rechtsgang/de mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen? Zo ja, waarom is dat niet overgenomen in de Woo? Klopt het dat het Verdrag van Aarhus en de Europese richtlijn ruimte geven om – gemotiveerd – de data in aangepaste vorm beschikbaar te stellen? Zo ja, welke ruimte geeft dat om emissiegegevens op een hoger abstractieniveau dan het bedrijfsadres ter beschikking te stellen?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Het Verdrag van Aarhus en de Europese implementatierichtlijn bevatten een bepaling voor kennelijk onredelijke en te algemeen geformuleerde verzoeken. Op dit moment is er in de Woo geen bepaling opgenomen waarmee een onredelijk verzoek kan worden afgewezen. In de Woo zijn wel bepalingen opgenomen waarmee een te algemeen geformuleerd verzoek kan worden afgewezen indien de verzoeker niet meewerkt aan precisering en kent de Woo een antimisbruikbepaling waarmee verzoeken die kennelijk een ander doel hebben dan openbaarmaking van publieke informatie buiten behandeling kunnen worden gesteld. Er is vanuit BZK een handreiking gepubliceerd die bestuursorganen handvatten biedt bij het toepassen van de antimisbruikbepaling uit de Woo.</al>
            <al>Het verdrag van Aarhus en de Europese richtlijn bevatten geen bepaling die ruimte biedt voor het beperken van het recht op informatie tot een hoger abstractieniveau. In Oostenrijk wijst een uitspraak van de tegenhanger van onze Raad van State erop dat hier geen mogelijkheid toe is. Daar gold namelijk een bepaling die grote gelijkenissen vertoont met de door de vraagstellers voorgestelde regeling. Deze bepaling is onverbindend verklaard omdat dit in strijd is met de Europese milieu-informatierichtlijn.<noot id="ID-1253741-d40e385" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>VwGH 6 juli 2021, Ra 2020/07/0065</noot.al></noot></al>
            <al>Dit jaar vindt de wetsevaluatie van de Woo plaats. Het streven van het kabinet is om de Woo beter toepasbaar maken. Op basis van de evaluatie wordt bezien of aanpassing wenselijk is. Daarbij zal ook aandacht zijn voor de uitzonderingsgronden die op grond van het verdrag van Aarhus en de Europese implementatierichtlijn voor emissiegegevens kunnen worden geïntroduceerd.</al>
            <al>Ten slotte wordt momenteel onderzocht om emissiegegevens actief openbaar te maken op een manier die recht doet aan de verschillende belangen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief over de openbaarmaking van emissiegegevens. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Dierenwelzijn en maatschappelijke controle</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Woo zich de afgelopen jaren herhaaldelijk heeft bewezen als essentieel instrument om maatschappelijke misstanden, zowel binnen als buiten de veehouderij, en het toezicht daarop zichtbaar te maken. Woo-verzoeken leiden regelmatig tot het aan het licht brengen van ernstige misstanden, zoals malafide hondenhandel en het ernstige dierenleed bij de horrorfokker uit Eersel. Ook openbaarmakingen over stalbranden, ernstige dierenwelzijnsovertredingen bij slachthuizen en verzamelplaatsen en situaties waarbij levende dieren ter destructie werden aangeboden zijn aan het licht gebracht door openbaarmakingen. Juist dankzij Woo-verzoeken konden journalisten, wetenschappers, maatschappelijke organisatie en burgers kennisnemen van dergelijke kwesties en daarover het publieke debat voeren.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Deze leden vragen de Minister of hij onderschrijft dat de Woo en de openbaarmaking van toezicht- en milieu-informatie van wezenlijk belang zijn voor democratische controle, journalistiek onderzoek en maatschappelijke verantwoording binnen de landbouw- en veehoudersector, mede waar het gaat om dierenwelzijn, voedselveiligheid, milieu en handhaving.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Het klopt dat openbaarmaking en transparantie een belangrijke rol spelen in en voor het publieke debat. Woo-verzoeken brengen regelmatig misstanden naar voren; dit draagt bij aan beter beleid en vergroot de naleving van wet- en regelgeving.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Emissiegegevens</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie achten het van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds eventuele veiligheidsvraagstukken en anderzijds de juridische verplichting tot openbaarmaking van emissiegegevens en andere milieu-informatie. Het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) heeft immers expliciet benoemd dat het onderliggende probleem volgens het college ziet op gevoelens van sociale onveiligheid en niet op de openbaarmaking van emissiegegevens zelf (Acoi, 19 mei 2025, «Advies na bemiddeling Follow the Money, NRC en Omroep Gelderland inzake intrekking Woo-besluit RVO», (</nadruk>
                <extref doc="https://eur06.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.acoi.nl%2Fpublicaties%2Fpublicatie%2Fcapr8usl%2Fadvies-na-bemiddeling-follow-the-money-nrc-en-omroep-gelderland-inzake-intrekking-woo-besluit-rvo&amp;data=05%7C02%7Cd.dkeijzer%40tweedekamer.nl%7C83c6c366818841c4405408deb4de6a26%7C238cb5073f714afeaaab8382731a4345%7C0%7C0%7C639147064502358508%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=ON3LwzdKC2hu81yEaj4Iwcm4DRuh2KU%2B7Yr5CuTohq8%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">
                  <nadruk type="cur">https://www.acoi.nl/publicaties/publicatie/capr8usl/advies-na-bemiddeling-follow-the-money-nrc-en-omroep-gelderland-inzake-intrekking-woo-besluit-rvo</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="cur">)).</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Deze leden merken daarbij op dat in de praktijk vanuit delen van de agrarische sector bij vrijwel iedere vorm van openbaarmaking het veiligheidsargument wordt aangevoerd. Daarmee dreigt feitelijk de redenering te ontstaan dat informatie over waarschuwingen, overtredingen, handhaving of andere misstanden in de agrarische sector niet openbaar zou mogen worden gemaakt omdat ondernemers daardoor gevaar zouden lopen.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie vragen de Minister daarom of hij kan bevestigen dat eventuele zorgen over de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers volledig losstaan van de vraag of emissiegegevens of enige andere informatie met betrekking tot de agrarische sector openbaar moeten worden gemaakt, gelet op het zwaarwegende belang van openbaarheid zoals dat volgt uit de Woo, de Europese milieu-informatierichtlijn en vaste jurisprudentie. Zo nee, waarom niet?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Emissiegegevens moeten openbaar worden gemaakt, er zijn op grond van de Woo geen uitzonderingsgronden om dit niet te doen. Ook als het hierbij gaat om gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen zijn. Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG) en het Verdrag van Aarhus.</al>
            <al>Een direct causaal verband aantonen tussen openbaarmaking van emissiegegevens en gevoel van sociale veiligheid is statistisch complex. Er zijn geen feitelijk vast te stellen gevallen bekend waarbij een direct en aantoonbaar verband is gebleken tussen het openbaar maken van dergelijke gegevens en intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten. Dit neemt niet weg dat het openbaar maken van woonadresgegevens veel impact kan hebben op ondernemers en hun gezinnen en maak ik mij zorgen over de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. Daarom werk ik ook met het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie plaatsen grote vraagtekens bij de werkwijze van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) omtrent de afhandeling van Woo-verzoeken. Naar aanleiding van aangenomen moties (Kamerstuk </nadruk>
                <extref doc="kst-32802-113" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="cur">32 802, nr. 113</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="cur">) (Kamerstuk </nadruk>
                <extref doc="kst-32802-114" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="cur">32 802, nr. 114</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="cur">) over het opschorten van openbaarmaking zolang rechtsmiddelen openstaan en automatische opschorting bij bezwaar van derde-belanghebbenden, is de NVWA in de praktijk vooruitlopend op eventuele wetgeving overgegaan tot een uitvoeringspraktijk waarvoor geen wettelijke grondslag bestond. Dit heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen bij openbaarmaking en ernstige gevolgen voor de rechtspositie van Woo-verzoekers.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Deze leden vragen de Minister of hij kan bevestigen dat moties van de Kamer niet zelfstandig kunnen dienen als aanleiding om af te wijken van de Woo of de Algemene wet bestuursrecht. Tevens vragen zij of de Minister kan toezeggen dat de NVWA bij eventuele toekomstige moties over openbaarmaking niet opnieuw vooruitlopend op wetgeving een uitvoeringspraktijk zal hanteren waarvoor geen wettelijke basis bestaat.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Daarnaast vragen deze leden een uitgebreide en inhoudelijke reactie op de brandbrief van Stichting Animal Rights over het ondermijnen van de Wet open overheid door de NVWA (</nadruk>
                <extref doc="nds-tk-2026D18911" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="cur">2026D18911</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="cur">). Is de Minister bereid om het handelen van de NVWA weer in overeenstemming te brengen met zowel de letter als de geest van de wet? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De werkwijze van de NVWA betrof een pilot die was ingezet vanuit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid. Met die werkwijze beoogde de NVWA zoveel mogelijk recht te doen aan de procesrechtvaardigheid van zowel verzoeker als bezwaarmaker en tegelijkertijd de publieke middelen voor het afhandelen van Woo-verzoeken efficiënt en effectief in te zetten. De NVWA past haar werkwijze aan nu de Landsadvocaat, op verzoek van de NVWA, heeft bevestigd dat opschorting van openbaarmaking uitsluitend mogelijk is op basis van een rechterlijke uitspraak van de voorzieningenrechter. Ook als daarvoor goede uitvoeringsredenen bestaan, kan een bestuursorgaan dit niet zelfstandig en op structurele wijze doen.</al>
            <al>De komende tijd gaan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en ik in gesprek binnen het kabinet om te verkennen wat mogelijke oplossingen zijn ten aanzien van deze casuïstiek. Het advies van de Landsadvocaat is bijgevoegd. Uw Kamer zal binnenkort een afschrift van de reactie op de brief van Stichting Animal Rights ontvangen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Transparantie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie vinden het daarnaast van groot belang dat oog blijft bestaan voor het maatschappelijk belang van transparantie. Vorig jaar hebben 31 maatschappelijke organisaties hierover gezamenlijk een brandbrief aan de Kamer gestuurd (Greenpeace, 18 maart 2025, «Brandbrief over de voorgestelde inperking Wet open overheid», (Brandbrief over voorgestelde inperking Wet open overheid (Woo), <?xpp afbreek?>(</nadruk>
                <extref doc="https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2025/06/f1e60fcc-250318-brandbrief-over-voorgestelde-inperking-wet-open-overheid.pdf?gp_anonymous_id=8fc6972c-c184-4224-a564-8476f031aea4" soort="URL" status="actief">
                  <nadruk type="cur">f1e60fcc-250318-brandbrief-over-voorgestelde-inperking-wet-open-overheid.pdf</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="cur">)). Daarin werd onder meer gewezen op het risico dat commerciële en sectorale belangen in toenemende mate druk uitoefenen op het fundamentele recht op toegang tot overheidsinformatie, terwijl transparantie over milieu en emissiegegevens juist van groot belang is voor publieke controle, volksgezondheid, milieu en democratische verantwoording.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Deze leden vragen de Minister daarom of hij kan bevestigen dat het onwenselijk is indien commerciële of sectorale belangen ertoe leiden dat fundamentele transparantierechten onder druk komen te staan, in het bijzonder waar het gaat om milieu en emissiegegevens die van essentieel belang zijn voor de volksgezondheid, natuur, milieu en democratische controle.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Openbaarmaking van overheidsinformatie is een groot goed en vergroot ook de effectiviteit van toezicht en handhaving. Het is belangrijk dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie, zodat zij goed geïnformeerd zijn en van daaruit de overheid kritisch kunnen volgen, kunnen participeren en onderzoek kunnen uitvoeren. Ook aandacht voor de positie en rechtsbescherming van derde-belanghebbenden zoals agrarische ondernemers is van belang. Een goede balans tussen de belangen van verzoekers, van derden én (tijdige) openbaarheid van voor de samenleving essentiële informatie is belangrijk.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Rechtsbescherming</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">De leden van de PvdD-fractie merken op dat sectorpartijen in de praktijk reeds beschikken over omvangrijke mogelijkheden om openbaarmaking langdurig te vertragen via zienswijzen, bezwaarprocedures, beroepsprocedures en verzoeken om voorlopige voorzieningen. In veel dossiers leidt dit ertoe dat openbaarmaking jarenlang wordt vertraagd, ondanks dat de informatie uiteindelijk alsnog openbaar moet worden gemaakt.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Deze leden vragen de Minister of hij erkent dat de bestaande rechtsbeschermingsmogelijkheden voor agrarische ondernemers en andere derde-belanghebbenden reeds vergaand zijn en dat juist de positie van Woo-verzoekers onder druk staat door langdurige vertragingen bij openbaarmaking. Tevens vragen zij of de Minister de opvatting deelt dat de nadruk in dat licht zou moeten liggen op snellere en effectievere openbaarmaking in plaats van verdere beperkingen van de Woo.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Als kabinet streven we ernaar om de Woo beter toepasbaar te maken. In de wetsevaluatie van de Woo is dat dan ook een belangrijk aandachtspunt. Daarbij moeten relevante factoren worden betrokken zoals mogelijkheden voor snellere en effectievere openbaarmaking. Maar er moet ook aandacht zijn voor bijvoorbeeld de positie en rechtsbescherming van derde-belanghebbenden zoals agrarische ondernemers. Het openbaar maken van emissiegegevens wordt daarom in de wetsevaluatie bekeken in relatie tot de uitzonderingsgronden, de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CU-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de Minister. Deze leden zien de kwetsbaarheid van veel agrarische ondernemers, waarbij het bedrijfsadres tegelijkertijd ook het thuisadres is, waardoor de persoonlijke levenssfeer grof kan worden aangetast. Deze leden begrijpen het belang van transparantie, maar vinden tegelijkertijd dat deze agrarische ondernemers moeten worden beschermd tegenover persoonlijke bedreigingen. Zij vragen of deze nieuwe procedure rondom Zienswijzeprocedures recht doet aan de kwetsbaarheid van agrarische ondernemers en hebben daarom vragen aan de Minister.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CU-fractie lezen dat het actief informeren van agrarische ondernemers «zorgt voor hogere uitvoeringslasten en langere afhandeltermijnen». Kan de Minister inzicht geven wat de hogere uitvoeringlasten zijn en hoe lang de afhandeltermijnen worden verlengd? Acht de Minister het gerechtvaardigd dat een effectievere aanpak ten koste gaan van agrarische ondernemers, die door deze nieuwe methode minder worden betrokken bij de Woo-verzoeken over hun ondernemingen?</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CU-fractie lezen ook dat de Minister met deze nieuwe aanpak «geen afbreuk wil doen aan de positie van agrarische ondernemers.» Is de Minister het met deze leden eens dat agrarische ondernemers minder worden betrokken in het proces rondom het Woo-verzoek en dat daarmee hun positie verzwakt? Hoe garandeert de Minister dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de positie van agrarische ondernemers?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Zoals ook in de Kamerbrief van 15 april 2026<noot id="ID-1253741-d40e499" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">32 802, nr. 140</extref></noot.al></noot> toegelicht begrijp ik de zorgen van agrarisch ondernemers en de wens tot een zorgvuldige en transparante zienswijzeprocedure. De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Ik realiseer mij dat het actief verzenden van brieven naar individuele agrarisch ondernemers in potentie meer belanghebbenden bereikt dan alleen een publicatie in de Staatscourant. Voor een robuuster bereik zullen daarom aanvullend relevante belangenbehartigers vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie.</al>
            <al>De gekozen werkwijze sluit aan bij de Rijksbrede werkwijze<noot id="ID-1253741-d40e514" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Zoals de werkwijze van het Ministerie van VWS, zie Scrt. 2025, 41620 en RDI (Scrt. 2024, 10846),</noot.al></noot> met betrekking tot aankondigingen met grote aantallen belanghebbenden. Ook wordt publicatie in de Staatscourant door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien.<noot id="ID-1253741-d40e523" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot><nadruk type="cur">«Belanghebbenden zijn voldoende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven door middel van de algemene publicatie in de Staatscourant. (...) Dat er 3000 zienswijzen zijn binnengekomen op de oproep van de Minister in de Staatscourant bevestigt bovendien dat de Minister op effectieve wijze toepassing heeft gegeven aan artikel 4:8 van de Awb, een wijze die bovendien recht doet aan het uitgangspunt dat publieke informatie tijdig en snel openbaar moet worden gemaakt.»</nadruk></al>
            <al>Het versturen van brieven is een arbeidsintensief en kostbaar proces. Er moeten vele brieven worden opgesteld en verzonden. Bij een publicatie in de Staatscourant hoeft er slechts één tekst te worden opgesteld en aangeboden ter publicatie en wordt de sector hierover geïnformeerd.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de CU-fractie vragen de Minister daarnaast of er mogelijkheden zijn om bij de openbaarmaking van emissiegegevens meer te werken met aggregatie of publicatie op gebiedsniveau, in plaats van op individueel bedrijfsniveau. Deze leden denken daarbij bijvoorbeeld aan aggregatie via landbouw- of gebiedscoöperaties waarbij wel inzicht wordt gegeven in de totale emissies binnen een regio, maar zonder directe herleidbaarheid naar individuele bedrijven en woonadressen. Kan de Minister aangeven in hoeverre deze wijze van openbaarmaking juridisch mogelijk is binnen de kaders van de Woo en de Europese milieu-informatierichtlijn en of hij bereid is deze optie te verkennen, mede in het licht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en sociale veiligheid van agrarische ondernemers?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Ik begrijp de wens van de leden van de CU-fractie om op deze manier een balans te vinden tussen openbaarmaking en het beschermen van de persoonlijke levenssfeer en sociale veiligheid van ondernemers. Op basis van de Woo is er geen grond om de emissiegegevens bij verzoeken om openbaarmaking te aggregeren zonder een specifiek verzoek vanuit de verzoeker. De uitspraken van de Raad van State wijzen eveneens op het bekendmaken van een specifieke locatie, namelijk de bron van de emissies. Ook voor het verkennen van genoemde optie is de ruimte beperkt. In Oostenrijk wijst een uitspraak van de tegenhanger van onze Raad van State erop dat hier geen mogelijkheid toe is. Daar gold namelijk een bepaling die grote gelijkenissen vertoont met de door de vraagstellers voorgestelde regeling. Deze bepaling is onverbindend verklaard omdat dit in strijd is met de Europese milieu-informatierichtlijn.<noot id="ID-1253741-d40e544" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>VwGH 6 juli 2021, Ra 2020/07/0065</noot.al></noot> Daarom wordt ook in Brussel ingezet op het agenderen en verder brengen van het vraagstuk rond de openbaarmaking van emissiegegevens – die ook woonadressen zijn.</al>
              <al>Momenteel wordt desalniettemin onderzocht hoe emissiegegevens actief openbaar kunnen worden gemaakt op een manier die recht doet aan de verschillende belangen.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk </nadruk>
              <extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">
                <nadruk type="cur">32 802, nr. 140</nadruk>
              </extref>
              <nadruk type="cur">) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie maken zich in verontrustende mate zorgen over de veiligheid van mensen die werken in de agrarische sector. Dit geldt niet alleen voor boeren. Ook transportondernemers en chauffeurs die actief zijn in de keten hebben met toenemende mate last van intimidatie, bedreigingen en levensgevaarlijke acties zoals het hinderen van vrachtauto’s of het doorknippen van remleidingen tot aan brandstichtingen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie constateren een toename van Woo-verzoeken waar informatie gedeeld wordt die toeziet op privégegevens van ondernemers en hun gezinnen, de GPS-gegevens van autoritten tot grote overzichten met emissiegegevens. Deze verzoeken voldoen lang niet allemaal aan het doel van de Woo om de overheid kritisch te kunnen volgen, maar ondertussen worden er databanken opgevraagd en openbaar gemaakt met informatie waar activistische organisaties gretig gebruik van maken. Deze leden constateren helaas na vele gesprekken met boeren en andere ondernemers in de keten dat de overheid een zeer afwachtende houding aanneemt naar de mensen die iedere dag werken in de agrarische-, veelogistieke- en verwerkende sectoren.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie stellen allereerst de simpele vraag aan de Minister waarom wordt afgezien van individuele kennisgeving terwijl het vorige kabinet juist benadrukte dat dit van groot belang is voor de zorgvuldigheid.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie horen daarnaast graag van de Minister welke concrete tijdswinst wordt verwacht door over te stappen van individuele aanschrijving naar publicatie in de Staatscourant.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Zoals ook in de Kamerbrief van 15 april 2026<noot id="ID-1253741-d40e578" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-140" soort="document" status="actief">32 802, nr.140</extref></noot.al></noot> toegelicht begrijp ik de zorgen van agrarisch ondernemers en de wens tot een zorgvuldige en transparante zienswijzeprocedure. De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Ik realiseer mij dat het actief verzenden van brieven naar individuele agrarisch ondernemers in potentie meer belanghebbenden bereikt dan alleen een publicatie in de Staatscourant. Voor een robuuster bereik zullen daarom aanvullend relevante belangenbehartigers vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie.</al>
            <al>De gekozen werkwijze sluit aan bij de Rijksbrede werkwijze<noot id="ID-1253741-d40e595" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Zoals de werkwijze van het Ministerie van VWS, zie Scrt. 2025, nr. 41620 en RDI (Scrt. 2024, nr. 10846),</noot.al></noot> met betrekking tot aankondigingen met grote aantallen belanghebbenden. Ook wordt publicatie in de Staatscourant door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien.<noot id="ID-1253741-d40e604" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot><nadruk type="cur">«Belanghebbenden zijn voldoende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven door middel van de algemene publicatie in de Staatscourant. (...) Dat er 3000 zienswijzen zijn binnengekomen op de oproep van de Minister in de Staatscourant bevestigt bovendien dat de Minister op effectieve wijze toepassing heeft gegeven aan artikel 4:8 van de Awb, een wijze die bovendien recht doet aan het uitgangspunt dat publieke informatie tijdig en snel openbaar moet worden gemaakt.»</nadruk></al>
            <al>Het versturen van brieven is een arbeidsintensief en kostbaar proces. Er moeten vele brieven worden opgesteld en verzonden. Bij een publicatie in de Staatscourant hoeft er slechts één tekst opgesteld te worden en aangeboden worden ter publicatie en wordt de sector hierover geïnformeerd.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie lezen in de brief dat de Minister aangeeft dat het openbaar maken van overheidsinformatie een groot goed is en het belangrijk is dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie zodat zij goed geïnformeerd zijn en de overheid kritisch kunnen volgen. Deze leden vragen de Minister wat naar zijn mening de positie van burgers is die door openbaarmaking van de overheidsinformatie geraakt worden. Kan de Minister aangeven hoe hij burgers beschermt tegen het openbaar maken van overheidsinformatie zoals het delen van privégegevens?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Emissiegegevens moeten openbaar worden gemaakt. Er zijn op grond van de Wet open overheid (Woo) geen uitzonderingsgronden om dit niet te doen. Dit volgt uit jurisprudentie en is ook door het ACOI en de Raad van State bevestigd. Ook als het hierbij gaat om gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen zijn. Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG) en het Verdrag van Aarhus. Daarom wordt ook in Brussel ingezet om het vraagstuk rond de openbaarmaking van emissiegegevens – die ook woonadressen zijn – te agenderen en verder te brengen.</al>
            <al>Een direct causaal verband aantonen tussen openbaarmaking van emissiegegevens en gevoel van sociale veiligheid is statistisch complex. Er zijn geen feitelijk vast te stellen gevallen bekend waarbij een direct en aantoonbaar verband is gebleken tussen het openbaar maken van dergelijke gegevens en intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Het onderzoek richt zich op aard, omvang en achtergronden van agressie tegen agrariërs. Ook wordt de veiligheidsbeleving van agrariërs hierin meegenomen.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister voorts welke maatregelen hij recent heeft getroffen om mensen in de agrarische, veelogistieke en de verwerkende sectoren te beschermen? Welke maatregelen heeft de Minister ambtelijk voorbij zien komen, maar hebben uiteindelijk geen doorgang gevonden?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Ik realiseer mij dat het openbaarmaken van adresgegevens veel impact kan hebben op ondernemers en hun gezinnen en maak ik mij zorgen over de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kunnen vervolgstappen worden gezet. Overigens zijn bedrijfsadressen ook op andere manieren toegankelijk, zoals in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij bekend is met het feit dat het hier niet alleen om het gevoel van sociale onveiligheid gaat, maar daadwerkelijk om intimidatie, bedreiging, vernieling en erger. Zo ja, vragen de leden de Minister om een opsomming te geven van de informatie die hij tot zijn beschikking heeft.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Een direct causaal verband aantonen tussen openbaarmaking van emissiegegevens en gevoel van sociale veiligheid is statistisch complex. Er zijn geen feitelijk vast te stellen gevallen bekend waarbij een direct en aantoonbaar verband is gebleken tussen het openbaar maken van dergelijke gegevens en intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Het onderzoek richt zich op aard, omvang en achtergronden van agressie tegen agrariërs. Ook wordt de veiligheidsbeleving van agrariërs hierin meegenomen.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie constateren dat in het regeerakkoord wordt gesproken over herstel van vertrouwen door middel van een transparantere overheid en intensieve betrokkenheid van burgers. Deze leden constateren dat het kabinet met de voorliggende brief onderscheid maakt tussen burgers en organisaties die informatie opvragen en burgers waarvan privégegevens worden gedeeld. Iedere burger kan overheidsinformatie opvragen maar de burgers waarover de (privé)informatie wordt gedeeld, worden met het besluit van de Minister op achterstand gezet omdat het kabinet kiest voor een forse versobering van communicatie. De Minister kiest ervoor de mensen die het betreft niet langer persoonlijk en actief te informeren maar via een melding in de Staatscourant. Deze leden vragen de Minister hoe hij dit rijmt met de ambities in het regeerakkoord en op welke manier worden burgers beschermt.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Openbaarheid van overheidsinformatie is een groot goed. Deze werkwijze draagt bij aan een transparante en efficiënte overheid zonder af te doen aan de rechtsbescherming voor belanghebbenden. De gekozen werkwijze sluit aan bij de Rijksbrede werkwijze met betrekking tot aankondigingen met grote aantallen derde-belanghebbenden. Ook wordt publicatie in de Staatscourant door de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie merken op dat in Nederland strenge regels gelden met betrekking tot de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Is de Minister van mening dat de AVG voor alle burgers in Nederland zou moeten gelden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat hij beleidsmatig zetten om alle burgers in Nederland (dus ook de boeren en mensen die actief zijn in de aanverwante sectoren) te beschermen tegen de ongebreidelde groei van Woo-verzoeken waarbij steeds vaker privé gegevens worden gevraagd en gedeeld? Is er onderzocht of andere Europese richtlijnen en verordeningen ruimte bieden voor een zwaardere belangenafweging rondom woonadressen?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De Minister van BZK heeft naar aanleiding van een motie van het lid Van der Plas advies gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over de verhouding tussen de Woo en de AVG in relatie tot het openbaar maken van emissiegegevens die overlappen met woonadressen. De AP geeft in haar advies van 23 september 2025 aan dat dat het openbaar maken van de locaties van de stallen van veehouderijen rechtmatig kan plaatsvinden als daarom wordt gevraagd, ook als deze gegevens tevens persoonsgegevens zijn. In het advies aan de Minister van BZK geeft de AP aan dat de Woo daarvoor de wettelijke grondslag biedt. Voor verdere toelichting verwijs ik naar de brief van de Minister van BZK inzake openbaarmaking van emissiegegevens van 8 juni 2026<noot id="ID-1253741-d40e663" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-145" soort="document" status="actief">32 802, nr. 145</extref></noot.al></noot>.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister waarom niet wordt gekozen voor anonimiseren of geografische clustering van emissiegegevens zodat individuele gezinnen minder herleidbaar zijn. Is er onderzocht of openbaarmaking op bedrijfsniveau daadwerkelijk noodzakelijk is voor het publieke belang, daar waar de Woo er toch echt is om de overheid te controleren?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Ik begrijp de zorgen van de leden van de BBB-fractie over de mogelijke herleidbaarheid van gegevens naar individuele bedrijven en gezinnen. Emissiegegevens moeten echter openbaar worden gemaakt, er zijn op grond van de Wet open overheid (Woo) geen uitzonderingsgronden om dit niet te doen. Ook als het hierbij gaat om gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen zijn. Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG).</al>
              <al>Ook voor het verkennen van genoemde optie is de ruimte beperkt. In Oostenrijk wijst een uitspraak van de tegenhanger van onze Raad van State erop dat hier geen mogelijkheid toe is. Daar gold namelijk een bepaling die grote gelijkenissen vertoont met de door de vraagstellers voorgestelde regeling. Deze bepaling is onverbindend verklaard omdat dit in strijd is met de Europese milieu-informatierichtlijn.</al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie ontvangen graag een overzicht over de afgelopen tien jaar per jaar in beeld gebracht over alle Woo-verzoeken ingediend bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) (en haar voorgangers), de NVWA en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze leden zien in het overzicht graag het Woo-verzoek (onderwerp), de hoeveelheid betrokken ondernemers en/of reikwijdte van het Woo-verzoek per Woo-verzoek en of er gegronde bezwaren zijn ingediend.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie begrijpen dat de Woo-verzoeker in principe niet kenbaar wordt gemaakt, echter bij een aantal Woo-verzoeken heeft de verzoeker zich gemeld. Daar waar de Woo-verzoeker zich actief gemeld heeft zien deze leden dat graag in het overzicht.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De hoeveelheid betrokken ondernemers, de reikwijdte van verzoeken en of een verzoeker zich actief heeft gemeld worden niet op deze manier geregistreerd. Voor LVVN is een overzicht opgenomen in de bijlage met de Woo-verzoeken vanaf 2017. Hierin is ook aangegeven of er zienswijze is gevraagd en er dus derde-belanghebbenden zijn. En wat de beslissing was op de ingediende bezwaren.</al>
            <al>Voor de NVWA en RVO is het niet mogelijk om een vergelijkbaar overzicht op te stellen omdat Woo-verzoeken anders worden geregistreerd. In onderstaande tabel is het aantal Woo-verzoeken per jaar opgenomen bij RVO en NVWA.</al>
            <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <title>Tabel</title>
              <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="37.5*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="37.5*" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="37.5*" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>NVWA</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>RVO</al>
                    </entry>
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2016</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>436</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>276</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2017</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>294</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>238</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2018</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>423</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>264</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2019</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>259</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>256</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2020</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>227</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>247</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2021</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>278</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>299</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2022</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>242</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>299</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2023</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>265</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>340</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2024</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>293</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>315</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2025</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>309</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>386</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>De manier van registreren is bij RVO gewijzigd, waardoor de gegevens van andere jaren niet vergelijkbaar zijn. Ook bij de NVWA is de registratie veranderd. Sinds medio 2022 worden door de NVWA alleen Woo-verzoeken ingeboekt die daadwerkelijk ook een Woo-verzoek zijn. Daarvoor werd een Wob-verzoek gezien als een verzoek waar de term «Wob» in stond, ook al was het een verzoek dat niet met een Wob-besluit werd afgehandeld.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie constateren in de brief van de Minister dat het delen van gegevens in de persoonlijke levenssfeer zoals woonadressen van ondernemers veel impact kan hebben en dat de Minister zich zorgen maakt over de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. De Minister stelt dat hij met het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&amp;V) werkt aan onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. Allereerst constateert deze leden dat verschillende sectorpartijen met enige regelmaat aandacht vragen voor de onveilige situaties. LTO Nederland, de Producentenorganisatie Varkenshouderij en Vee&amp;Logistiek Nederland hebben meermaals de noodklok geluid. Welke stappen heeft de Minister in de richting van deze organisaties gezet? Waarom heeft de Minister nog geen contact opgenomen met deze organisaties over het meldpunt Agro Intimidatie over de meldingen van inbraken, intimidatie en bedreigingen? Waarom heeft de Minister zijn collega van J&amp;V niet al uitdrukkelijk gevraagd om de meldingen die in het land gedaan worden over inbraken, bedreigingen, intimidatie en vernielingen die tot grote ongelukken kunnen leiden in de Agro-keten te verzamelen en met regelmaat te delen?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Op 16 oktober 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de toenmalige Minister van Justitie &amp; Veiligheid (J&amp;V), de toenmalige Minister LVVN, de Nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid en vertegenwoordigers uit de agrarische sector. Dit gesprek was naar aanleiding van brieven vanuit de sector over meldingen bij het door hen opgerichte meldpunt Agro-intimidatie en over hun gebrek aan herkenning van het huidige dreigingsbeeld. Door de Minister van J&amp;V is het belang van aangifte doen verschillende keren benadrukt. Ook het huidige kabinet volgt deze signalen nauwgezet en heeft vervolgstappen gezet in het onderzoek naar sociale veiligheid van agrariërs. Met genoemde partijen is ten algemene breed en goed contact.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om aan te geven hoe het staat met de uitvoering van de motie van het lid Wijen-Nass (Kamerstuk </nadruk>
              <extref doc="kst-36512-83" soort="document" status="actief">
                <nadruk type="cur">36 512, nr. 83</nadruk>
              </extref>
              <nadruk type="cur">) over de mogelijkheid verkennen om het Verdrag van Aarhus op te zeggen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de brief van de Minister van de Minister van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening van 19 juni 2025 (Kamerstuk <extref doc="kst-36512-104" soort="document" status="actief">36 512, nr. 104</extref>).</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie merken op dat dit kabinet heeft aangegeven te werken aan een slagvaardige overheid. Kan de Minister toelichten waarom een slagvaardige overheid moet leiden tot een ernstige beperking in de communicatie? Realiseert de Minister zich dat ondernemers vooral bezig zijn met hun onderneming draaiende te houden en zich niet elke dag zouden moeten richten tot de Staatscourant?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Voor een robuuster bereik wordt daarom niet alleen gecommuniceerd via de Staatscourant, aanvullend zullen ook belangenbehartigers vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij kan aangeven waarom hij een grote ambitie uitstraalt om de informatie opgevraagd in een Woo-verzoek tijdig en snel te delen, terwijl de overheid aan de andere kant zelf lange procedures hanteert bij het beantwoorden van vragen van ondernemers. Welke garantie biedt de Minister dat in de nieuwe procedure alle betrokken brancheorganisaties tijdig op de hoogte gesteld worden? Kan hij aangeven wat in uw optiek «tijdig» betekent?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Het tijdig en zo transparant mogelijk delen van informatie die op basis van de Woo wordt opgevraagd is inderdaad het streven. Dit draagt bij aan het vertrouwen van burgers en ondernemers in de overheid. Tegelijkertijd erken ik dat de afhandeling van vragen van ondernemers soms langer kan duren, bijvoorbeeld vanwege de noodzaak tot afstemming met meerdere betrokken ministeries of partijen, of vanwege complexiteit van de vraagstukken. Dit is een praktische uitdaging die aandacht verdient. Het streven blijft echter om informatie tijdig en zo transparant mogelijk te communiceren, zonder dat de kwaliteit van het besluitvormingsproces over de openbaarmaking hiervan in het geding komt.</al>
            <al>«Tijdig» betekent in de praktijk dat belangenorganisaties minimaal twee weken voor besluitvorming worden geïnformeerd en er gelegenheid is om te reageren. Zo wordt gewaarborgd dat alle partijen op een zorgvuldige en evenwichtige manier worden betrokken.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie kunnen, zoals ook al eerder gezegd, niet instemmen met deze nieuwe werkwijze waarbij de communicatie ernstig wordt beperkt. Dit past niet in de ambitie van het kabinet om te werken aan een transparante overheid die het vertrouwen van burgers wil herwinnen. Transparantie staat immers voor helder, open en duidelijk, zonder verborgen agenda’s en waar beslissingen proactief worden gedeeld en onzekerheid wordt weggenomen. Met alleen een melding in de Staatscourant en het betrekken van de brancheorganisaties wordt daar geen invulling aan gegeven. Het past ook niet bij de wijze waarop ondernemers mogen verwachten dat de overheid met hen omgaat. Ondernemers zijn in bepaalde periode zo druk dat men naast de administratieve lasten niet nog eens tijd zal vrijmaken om de Staatscourant te volgen. Is de Minister bereid om harde afspraken met alle betrokken brancheorganisaties te maken dat zij minimaal zes weken de tijd krijgen om hun leden bij een melding in de Staatscourant te informeren en als dit om welke reden dan ook niet gebeurt de termijn van reactie op te rekken zodat er ruim voldoende tijd is om bezwaar te maken? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Nee, de Raad van State ziet een zienswijzeprocedure via de Staatscourant zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht.<noot id="ID-1253741-d40e868" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4557, 8.4.4</noot.al></noot><nadruk type="cur">«Belanghebbenden zijn voldoende in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven door middel van de algemene publicatie in de Staatscourant. (...) Dat er 3000 zienswijzen zijn binnengekomen op de oproep van de Minister in de Staatscourant bevestigt bovendien dat de Minister op effectieve wijze toepassing heeft gegeven aan artikel 4:8 van de Awb, een wijze die bovendien recht doet aan het uitgangspunt dat publieke informatie tijdig en snel openbaar moet worden gemaakt.»</nadruk></al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister wat de opdracht is die hij heeft gegeven voor de gesprekken die georganiseerd worden over het actief openbaar maken van emissiegegevens. Is hierbij het leidende principe dat informatie voorafgaand openbaar gemaakt zal worden of is er in de opdracht ook enige ruimte om juist te zoeken naar de mogelijkheid van een betere bescherming van privégegevens? Deze leden vragen ook welke agrarische organisaties worden betrokken bij de aangekondigde gesprekken.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>In de reactie op het ACOI-advies is door mijn ambtsvoorganger (TK verwijzing brief mei 2025) aangekondigd een verkennend gesprek te organiseren met agrarische sector en vertegenwoordigers van de journalistiek en wetenschap. Daarbij is aangegeven dat in zo’n gesprek onderzocht kon worden welke mogelijkheden er zijn om in de toekomst te komen tot een manier van beschikbaar stellen die recht doet aan de verschillende belangen.</al>
            <al>Vanuit de agrarische sector waren vertegenwoordigers aanwezig van LTO, Agractie, POV, Vee &amp; Logistiek en NAJK. In de uitnodiging voor het verkennend gesprek is richting de deelnemers het belichten van de verschillende perspectieven en te komen tot een dialoog over wat de gemeenschappelijke delers zijn in plaats van waar de verschillen op actieve openbaarmaking van emissiegegevens benoemd als doel van de gesprekken.</al>
            <al>De uitkomsten van deze gesprekken worden betrokken bij de verkenning naar de mogelijkheden van actieve openbaarmaking van emissiegegevens.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister naar de evaluatie van de Woo. Wanneer wordt deze verwacht? Welke rol hebben agrarische organisaties in de evaluatie van de Woo?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Dit jaar wordt de Woo geëvalueerd en de resultaten hiervan worden uiterlijk 1 mei 2027 aan uw Kamer aangeboden. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder begeleiding van het onafhankelijke kennisinstituut WODC. Zoals hiervoor aangegeven, wordt bij de wetsevaluatie expliciet gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens (zoals bijvoorbeeld bedrijfsadressen van agrarische ondernemers die tevens een woonadres zijn) in relatie tot de uitzonderingsgronden, de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen. Het ligt hierbij voor de hand dat de onderzoekers de relevante betrokkenen om input zullen vragen.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om een compleet overzicht van het aantal fte's bij het Ministerie van LVVN (en haar voorgangers), de NVWA en RVO die zich bezighouden met het verwerken van de Woo-verzoeken. Ook willen deze leden een inschatting van de kosten die elk van deze drie genoemde organisaties maken in het kader van de capaciteit die nodig is om de Woo-verzoeken te verwerken. Kan de Minister daarbij een vergelijking maken met bijvoorbeeld 10 en 5 jaar terug?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Het is helaas niet mogelijk om deze inschatting te maken. Het Woo-proces is belegd bij verschillende afdelingen en directies bij de twee kerndepartementen EZK en LVVN en bij verschillende afdelingen en directies van de RVO en de NVWA. Bij de RVO en de NVWA komt daarbij dat zij niet alleen werken voor het Ministerie van LVVN, maar ook voor andere ministeries. Het is daardoor niet aan te geven hoeveel FTE zich bezighouden met het verwerken van Woo-verzoeken en de kosten hiervan.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister op de hoogte is van het rondetafelgesprek georganiseerd in de Kamer over de uitvoering van de Wet open overheid van 13 februari 2025. (Tweede Kamer, 13 februari 2025, «Rondetafelgesprek over de uitvoering van de Wet open overheid», (</nadruk>
              <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A07781" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2024A07781</extref>
              <nadruk type="cur">)) Deze leden merken op dat tijdens dit rondetafelgesprek andere lidstaten aan bod kwamen en hoe zij met het verdrag van Aarhus omgingen. Kan de Minister daarop reflecteren en met deze leden delen welke delen van de aanpak van andere lidstaten dit kabinet eventueel zou willen overnemen?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Voor het antwoord op de aanpak van andere landen verwijs ik naar de brief van de Minister van BZK inzake openbaarmaking van emissiegegevens van 8 juni 2026<noot id="ID-1253741-d40e922" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II 2025/26</nadruk><extref doc="kst-32802-145" soort="document" status="actief">32 802, nr. 145</extref></noot.al></noot>.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie lezen in de beslisnota dat de Minister geadviseerd wordt om rondom de verzending van de brief contact te (laten) leggen met de sector. Kan de Minister aangegeven hoe dit advies samengaat met de ambities in het regeerakkoord waarin hij spreekt over het herstellen van vertrouwen door middel van een transparante overheid en intensieve betrokkenheid van inwoners? De Minister heeft immers meermaals benadrukt de noodzaak tot samenwerking. De sector pas tijdens of na het verzenden van een brief informeren over de gewijzigde procedure lijkt hierin niet passend. Betekent deze zin dat de betrokken brancheorganisaties dus ook niet geconsulteerd zijn over deze beleidswijziging? Graag een uitgebreide toelichting hierop.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Ik hecht aan transparantie, wat ook betekent dat betrokken partijen tijdig worden geïnformeerd en niet worden verrast. Het advies om rondom de verzending contact te leggen met de sector sluit hierop aan: het gaat om het actief informeren van brancheorganisaties, zodat zij weten wat er speelt en dit niet uit de media hoeven te vernemen. In toekomstige gevallen zal ik sector partijen blijven informeren over procedures en eventuele wijzigingen daarin. Ook breng ik uw Kamer graag op de hoogte wanneer significante wijzigingen optreden.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe ver volgens dit kabinet de reikwijdte van het begrip «emissiegegevens» strekt. Waar ligt voor de Minister de grens tussen informatie die nodig is om de overheid te controleren en informatie die vooral leidt tot herleidbaarheid van individuele burgers, ondernemers en gezinnen? Zou het ministerie bijvoorbeeld meewerken aan een Woo-verzoek om alle dienstreizen van ambtenaren en de Minister, inclusief bestemming, openbaar te maken onder verwijzing naar emissiegegevens? Zou een gemeente naar het oordeel van de Minister moeten meewerken aan openbaarmaking van adressen van huishoudens met honden wanneer een verzoeker dat zou koppelen aan stikstofuitstoot of hondenbelasting? Deze leden vragen de Minister hierop te reflecteren en daarbij expliciet aan te geven waarom naar het oordeel van de Minister dit wel of niet onder de Woo zou vallen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Openbaarmaking van emissiegegevens staat ten dienste van effectieve controle van de overheid door journalisten en belanghebbenden en participatie van burgers ten aanzien van beleid dat invloed heeft op de leefomgeving. Dit brengt met zich dat de informatie die valt onder het begrip emissiegegevens zich niet beperkt tot de uitstoot van industriële installaties, maar ook het vrijkomen van stoffen als gevolg van de veehouderij, tuin- en akkerbouw omvat. Het moet daarbij gaan om daadwerkelijke of voorzienbare emissies, en om gegevens die nodig zijn om te controleren of de daadwerkelijke of voorzienbare emissies goed zijn uitgevoerd.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van Groep Markuszower</tussenkop>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De leden van de Groep Markuszower vragen allereerst of het kabinet kan kwantificeren hoeveel tijd en kosten worden bespaard door af te zien van individuele aanschrijving?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Het versturen van brieven is een arbeidsintensief en kostbaar proces. Er moeten vele brieven worden verzonden. Bij een publicatie in de Staatscourant hoeft er slechts één tekst te worden opgesteld en aangeboden ter publicatie en wordt de sector hierover geïnformeerd.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Waarom weegt het kabinet de uitvoeringslasten zwaarder dan het actief betrekken van belanghebbenden in deze zeer gevoelige materie met hoog risico op misbruik van deze gegevens?</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Acht het kabinet de publicatie in de Staatscourant en mogelijke publicatie door belangenorganisaties als voldoende om alle relevante agrarisch ondernemers daadwerkelijk te bereiken? Waarom is hiervoor gekozen?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, waar nodig, voor hen open. Ik realiseer mij dat het actief verzenden van brieven naar individuele agrarisch ondernemers in potentie meer belanghebbenden bereikt. Om te zorgen dat zoveel mogelijk belanghebbenden worden bereikt breng ik daarom aanvullend diverse belangenorganisaties op de hoogte met het verzoek of zij dit onder de aandacht kunnen brengen bij hun achterban.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Hoe wordt gewaarborgd dat agrarisch ondernemers daadwerkelijk in staat zijn tijdig een zienswijze in te dienen als zij niet individueel worden geïnformeerd?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>De gekozen procedure biedt dezelfde rechtsbescherming voor belanghebbenden. Concreet kunnen derde-belanghebbenden nog steeds een zienswijze indienen en staan nadere rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep, wanneer zij dit wensen, voor hen open. Voor een robuuster bereik wordt daarom niet alleen gecommuniceerd via de Staatscourant, relevante belangenbehartigers zullen vooraf worden geïnformeerd over de aanstaande Staatscourant publicatie. Per geval wordt bekeken welke belangenorganisaties geïnformeerd worden. We kijken daarbij naar de inhoud van het verzoek en op welke doelgroep de informatie betrekking heeft.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Deze leden willen weten welke specifieke risico’s het kabinet ziet voor individuele ondernemers bij actieve openbaarmaking van emissiegegevens?</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Er zijn gesprekken georganiseerd met vertegenwoordigers uit de agrarische sector, journalistiek en de wetenschap. Het doel van de gesprekken was het belichten van de verschillende perspectieven en een dialoog over wat de gemeenschappelijke delers zijn in plaats van waar de verschillen op actieve openbaarmaking van emissiegegevens liggen. De uitkomsten van deze gesprekken worden op dit moment verder uitgewerkt.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ten slotte vragen deze leden of het kabinet denkt dat deze werkwijze bijdraagt aan het vertrouwen van agrarisch ondernemers in de overheid.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="rom">Antwoord</tussenkop>
            <al>Een zorgvuldige procedure is voor alle betrokkenen belangrijk, ook agrarisch ondernemers. De Raad van State heeft geoordeeld dat een zienswijze uitvragen via de Staatscourant zorgvuldig is. Daarnaast wil ik benadrukken dat deze wijziging geen gevolgen heeft voor de rechtspositie van de ondernemers. Zij behouden dezelfde mogelijkheden om hun zienswijze in te dienen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>