Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132710-VI nr. 1

32 710 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Veiligheid en Justitie 2010

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aangeboden 18 mei 2011

Gerealiseerde uitgaven van het departement 2010 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Totaal € 6 098,9 miljoen

 Gerealiseerde uitgaven van het departement 2010 verdeeld 				  over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Totaal € 6 098,9 				  miljoen

Gerealiseerde ontvangsten van het departement 2010 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Totaal € 1 065,0 miljoen

 Gerealiseerde ontvangsten van het departement 2010 verdeeld 				  over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Totaal € 1 065,0 				  miljoen

INHOUDSOPGAVE

A.

ALGEMEEN

5

HOOFDSTUK 1

AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

5

HOOFDSTUK 2

LEESWIJZER

9

   

B

BELEIDSVERSLAG

13

HOOFDSTUK 3

BELEIDSDOELSTELLINGEN

13

HOOFDSTUK 4

BELEIDSARTIKELEN

26

 

11. Nederlandse rechtsorde

26

 

12. Rechtspleging en rechtsbijstand

34

 

13. Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding

45

 

14. Jeugd

77

 

15. Vreemdelingen

87

 

17. Internationale rechtsorde

98

HOOFDSTUK 5

NIET-BELEIDSARTIKELEN

102

 

Niet-beleidsartikel 91. Algemeen

102

 

Niet-beleidsartikel 92. Nominaal en onvoorzien

103

 

Niet-beleidsartikel 93. Geheim

103

HOOFDSTUK 6

BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

104

HOOFDSTUK 7

RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK

107

   

C.

JAARREKENING

109

HOOFDSTUK 8

DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

109

HOOFDSTUK 9

DEPARTEMENTALE SALDIBALANS

110

HOOFDSTUK 10

BATEN-LASTENDIENSTEN

118

10.0

SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT 2010

118

10.1

IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST (IND)

119

10.2

DIENST JUSTITIËLE INRICHTINGEN (DJI)

123

10.3

CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU (CJIB)

131

10.4

NEDERLANDS FORENSISCH INSTITUUT (NFI)

136

10.5

JUSTITIËLE UITVOERINGSDIENST TOETSING, INTEGRITEIT, SCREENING

140

10.6

GEMEENSCHAPPELIJK DIENSTENCENTRUM ICT (GDI)

146

HOOFDSTUK 11

PUBLICATIEPLICHT OP GROND VAN DE WET OPENBAARMAKING UIT PUBLIEKE MIDDELEN GEFINANCIERDE TOPINKOMENS BIJ HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

150

   

D

BIJLAGEN

151

HOOFDSTUK 12

TOEZICHTSRELATIE ZBO, RWT

151

HOOFDSTUK 13

OVERZICHT NIET-FINANCIËLE INFORMATIE OVER DE INKOOP VAN ADVISEURS EN TIJDELIJK PERSONEEL

155

HOOFDSTUK 14

OVERZICHT VAN IN 2010 TOT STAND GEKOMEN WETTEN

156

HOOFDSTUK 15

LIJST MET AFKORTINGEN

158

HOOFDSTUK 16

TREFWOORDENLIJST

164

A. ALGEMEEN

HOOFDSTUK 1 – AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

Aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bieden wij, de Minister van Veiligheid en Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Immigratie en Asiel, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) over het jaar 2010 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal ons decharge te verlenen over het in het jaar 2010 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het financieel jaarverslag van het Rijk over 2010;

  • b. het voorstel van de slotwet over 2010, dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over 2010 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2010, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2010 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

De Minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

HOOFDSTUK 2 – LEESWIJZER

Algemeen

In dit departementaal jaarverslag 2010 leggen de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatis, voor Immigratie en Asiel en Veiligheid en Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2010.

In dit departementaal jaarverslag wordt verantwoord over het gevoerde beleid en beheer over het jaar 2010. Daarbij geldt als uitgangspunt dat dit jaarverslag de spiegel is van de begroting.

Op 14 oktober van 2010 is het kabinet Rutte aangetreden, hetgeen voor het toenmalige Ministerie van Justitie heeft geresulteerd in een aantal wijzigingen. De beleids- en interdepartementale herkavelingen die de resultante zijn van het Regeerakkoord hebben in het jaar 2010 nog geen inhoudelijke gevolgen gehad voor de begroting voor het jaar 2010. Derhalve zijn er geen (inhoudelijke) aanpassingen geweest van de begrotingen, anders dan dat er een wijziging is opgetreden in de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat laatste komt in voorliggend document tot uiting in de ondertekening.

Dit jaarverslag valt uiteen in:

  • deel A Algemeen;

  • deel B Beleidsverslag;

  • deel C Jaarrekening;

  • deel D Bijlagen.

Deel A – Algemeen

In deel A zijn opgenomen het verzoek tot dechargeverlening aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal en deze leeswijzer.

Deel B – Beleidsverslag

In deel B wordt ingegaan op de beleidsmatige resultaten. Hoofdstuk 3 «Beleidsprioriteiten» geeft inzicht in de voortgang van de doelstellingen uit het Kabinetsprogramma «Samen werken, Samen Leven». Het begrotingsjaar 2010 kende echter het grootste deel van het jaar een demissionair kabinet waardoor dit deel een andere invulling heeft gekregen dan gebruikelijk. In dit hoofdstuk wordt daar nader op ingegaan. Hoofdstuk 4 «Beleidsartikelen» schetst per beleidsartikel de resultaten van het in 2010 gevoerde beleid. Dit op basis van de doelstellingen zoals geformuleerd in de begroting 2010. De realisatie van deze doelstellingen wordt in dit jaarverslag toegelicht, evenals de politiek en maatschappelijk relevante resultaten. Hoofdstuk 5 bevat de niet-beleidsartikelen. In deel B is tevens de Bedrijfsvoeringparagraaf (hoofdstuk 6) en het hoofdstuk Raad voor de rechtspraak (hoofdstuk 7) opgenomen.

De indeling van de beleidsartikelen volgt de indeling van de begroting 2010 te weten:

  • 11. Nederlandse rechtsorde;

  • 12. Rechtspleging en rechtsbijstand;

  • 13. Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding;

  • 14. Jeugd;

  • 15. Vreemdelingen;

  • 17. Internationale rechtsorde.

Naast deze beleidsartikelen kent Veiligheid en Justitie ook een drietal niet-beleidsartikelen, te weten:

  • 91. Algemeen;

  • 92. Nominaal en onvoorzien;

  • 93. Geheim.

Het beleidsverslag bevat zowel financiële als niet-financiële informatie. Deze zijn aan verschillende kwaliteitsnormen onderhevig.

Deel C – Jaarrekening

Deel C bestaat uit de verantwoordingsstaat van het departement, de departementale saldibalans en de samenvattende verantwoordingsstaat van de baten-lastendiensten. Per baten-lastendienst wordt de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht gepresenteerd. Ook is hier het overzicht van de uit publieke middelen gefinancierde topinkomens opgenomen.

In de beleidsartikelen in deel B is het jaarrekeninggedeelte terug te vinden in de tabellen budgettaire gevolgen van beleid met bijbehorende financiële toelichting. In de toelichtende paragraaf zijn verschillen en mutaties toegelicht die groter zijn dan € 5 miljoen, dan wel politiek of anderszins relevant. Mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen toegelicht.

Deel D – Bijlagen

Deel D bevat de volgende bijlagen:

  • Een overzicht toezichtrelatie ZBO/RWT;

  • Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel;

  • Overzicht in 2010 in werking getreden wetsvoorstellen;

  • Lijst met afkortingen en

  • Trefwoordenlijst

Tevens zijn als sluitstuk van het jaarverslag stroomschema’s opgenomen voor de strafrechtsketen, voor de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, bestuurlijke boete en voor de vreemdelingenketen. Deze schema’s bieden inzicht in de diverse organisatieonderdelen die deel uitmaken van de keten en hun onderlinge relaties.

Afspraken ten aanzien van de begroting 2010

Zoals in de begroting 2010 is vermeld heeft de toenmalige Minister van Justitie over een aantal punten specifieke afspraken gemaakt met het Ministerie van Financiën. De afspraken die ook doorwerken in deze verantwoording worden hieronder gememoreerd.

Positionering apparaatsuitgaven

Alle apparaatsbudgetten van beleids- en stafdirecties zijn – met uitzondering van het apparaatsbudget van de Directie Wetgeving – bij het niet-beleidsartikel 91 «Effectieve besturing van het Justitie-apparaat» ondergebracht. De apparaatsbudgetten van de Directie Wetgeving staan op de artikelen 11 «Nederlandse rechtsorde» en 17 «Internationale rechtsorde».

Subsidies

Bij de tabellen met de budgettaire gevolgen van beleid worden subsidieverplichtingen niet gespecificeerd.

Toelichten van programma- en apparaatsuitgaven met volume- en prijsgegevens

In overleg met het Ministerie van Financiën zijn apparaats- en programma-uitgaven niet toegelicht met volume- en prijsgegevens indien Veiligheid en Justitie dit niet zinvol acht.

Outcome- en outputindicatoren

In elk beleidsartikel is aangegeven welk type prestatiegegevens is opgenomen: wanneer mogelijk outcomegegevens en indien niet mogelijk output- of inputgegevens of wordt verwezen naar evaluatieonderzoek of beleidsdoorlichtingen. In 2010 zijn beleidsdoorlichtingen uitgevoerd naar Jurisprudentie toepassing van anti-terrorismemaatregelen en naar de tenuitvoerlegging van jeugdsancties.

Bij de operationele doelstellingen 11.1, 11.2, 13.6 en 17 ontbreken outcome- en outputindicatoren. Bij deze artikelen gaat het om prestaties of activiteiten die zich lastig in kwantificeerbare gegevens laten uitdrukken. Waar mogelijk wordt volstaan met input- en / of througputgegevens, kwalitatieve gegevens of wordt door middel van evaluatieonderzoek inzicht verkregen in de beleidseffecten.

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Daarmee heeft de Minister van Veiligheid en Justitie geen directe verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering. Wel heeft de Minister een verantwoordelijkheid als toezichthouder.

De bekostigingswijze van de Raad is volledig gebaseerd op outputfinanciering. Over de Raad voor rechtspraak is een apart hoofdstuk opgenomen (deel B, hoofdstuk 7).

Gehanteerde toerekeningssleutels

Het komt voor dat een budgethouder of een organisatie-eenheid een bijdrage levert aan meerdere doelstellingen. Indien geen betere informatie voorhanden is, zijn bij de verantwoording over de begroting van het jaar 2010 de toerekeningssleutels toegepast zoals werden gehanteerd bij de begroting 2010.

Derdeninformatie

Daar waar informatie van derden is opgenomen, wordt dit specifiek in de toelichting bij de betreffende operationele doelstelling vermeld.

Positionering baten-lastendiensten

De bijdragen aan alle uitvoerende diensten, inclusief de baten-lastendiensten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst, worden wat betreft de begrotingsindeling aangemerkt als programma-uitgaven.

Overige punten

Relatie rijksbijdrage en baten-lastendiensten

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie draagt aan de diverse baten-lastendiensten (DJI, CJIB, NFI, Dienst Justis, GDI) een jaarlijkse bijdrage af. Omdat deze diensten vaak beschikken over meerdere inkomstenbronnen en zij onder andere hun uitgaven ten laste moeten brengen van het jaar waarin de prestatie is geleverd is het niveau van de gerealiseerde uitgaven ten laste van het ministerie (de rijksbijdrage) meestal niet gelijk aan de kosten van het agentschap in het betreffende kalenderjaar. In de begroting en het jaarverslag zijn de (gerealiseerde) rijksbijdragen op de betreffende operationele doelstellingen vermeld. Voor een juist beeld van de kosten en het exploitatieresultaat van de baten-lastendiensten wordt verwezen naar de specifieke verantwoording over de baten-lastendiensten (deel C, hoofdstuk 10).

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in dit jaarverslag ook wordt verantwoord over de baten-lastendienst IND. Dit is het laatste verslagjaar dat deze dienst onderdeel uitmaakte van de begroting van Veiligheid en Justitie. Met ingang van het jaar 2011 wordt de bijdrage voor de IND verantwoord in het departementaal jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

B. BELEIDSVERSLAG

HOOFDSTUK 3 – BELEIDSDOELSTELLINGEN

1. Inleiding

De afgelopen jaren werd het beleidsverslag opgebouwd aan de hand van de kabinetsdoelstellingen van het Kabinet-Balkenende IV. Met het aantreden van het huidige Kabinet-Rutte komt deze indeling te vervallen.

Het begrotingsjaar 2010 was in meerdere opzichten een bijzonder jaar; het kende het grootste deel van het jaar een demissionair kabinet. Concreet betekent dit dat veel initiatieven die waren aangekondigd in de beleidsagenda 2010 niet volledig of met vertraging tot uitvoering zijn gebracht. Zo zijn onderdelen van het kabinetsbeleid controversieel verklaard en andere onderdelen zijn voorlopig – in afwachting van een nieuw Kabinet – opgeschort. Een groter aantal beleidsmaatregelen dan gewoonlijk het geval is, is daardoor niet tot een afronding gekomen. Echter, waar mogelijk en gepast is de uitvoering van beleidsmaatregelen voortgezet.

Bij het aantreden van het Kabinet-Rutte medio oktober 2010 zijn met een nieuw Regeerakkoord andere beleidsprioriteiten bepaald. Op 14 oktober 2010 was ook het nieuwe Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) een feit. Zo is op grond van het Regeerakkoord het Directoraat-Generaal Veiligheid van het Ministerie van BZK overgegaan naar het Ministerie van VenJ en is de verantwoordelijkheid voor het Vreemdelingen- en Immigratiebeleid overgegaan van het Ministerie van Justitie naar het Ministerie van BZK (IenA). Bij dit alles is als rode draad overeind gebleven het streven naar een veiligere samenleving door een gecoördineerde aanpak, waarin preventie en repressie elkaar versterken en dan niet alleen van de kleine criminaliteit, maar zeker ook van de georganiseerde criminaliteit. Consequente handhaving van het recht is net zo belangrijk voor de rechtsstaat als de voortdurende aandacht voor de instituties van die rechtsstaat. Het Kabinet-Rutte zet in op de volgende vier prioritaire beleidslijnen:

  • 1. De buurt veilig voor bewoner en ondernemer;

  • 2. Offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit;

  • 3. Slagkracht voor onze professionals;

  • 4. Versterking van de rechtsstaat.

Het uitgangspunt om de begroting en het jaarverslag aan elkaar te spiegelen blijft ook overeind en in het hiernavolgende wordt hiervan dan ook – zoveel als mogelijk – verslag gedaan. Voor een overzicht op hoofdlijnen over de uitvoering van de onderdelen van het vorige kabinetsprogramma, dient de tabel «Doelstellingen Beleidsprogramma «Samen werken, Samen Leven»», op pagina 23.

2. Realisatie beleidsprioriteiten in 2010

Hierna wordt per kabinetsdoelstelling (en voor een aantal niet-kabinetsdoelstellingen) aangegeven wat er bereikt is in 2010.

Veiligheid begint bij Voorkomen

Een reductie van criminaliteit met 25 procent in 2010 ten opzichte van 2002

Het project «Veiligheid begint bij Voorkomen» (VbbV), waarvoor de toenmalige Minister van Justitie als projectminister was aangewezen, is uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor Jeugd en Gezin en voor Wonen, Werken en Integratie. Ook is nauw samengewerkt met onder meer gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie en andere partners.

Hoofddoelstelling van het project «Veiligheid begint bij Voorkomen», dat in het verlengde van het Veiligheidsprogramma 2002–2006 is uitgevoerd, is een reductie van criminaliteit (gewelds- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25 procent in 2010 ten opzichte van 2002. De eindrapportage met de titel «Tastbare resultaten en een vooruitblik» van dit brede project is aan de Tweede Kamer gezonden (TK 28 684, nr. 276). Ook de Integrale Veiligheidsmonitor maakt hier deel van uit. Hoewel het project niet de hele beoogde looptijd heeft kunnen volmaken, zijn er goede resultaten geboekt.

Minder geweldsdelicten

De geweldscriminaliteit is in 2010 met 19% gedaald ten opzichte van 2006 door in te zetten op het vergroten van weerbaarheid op scholen en in buurten, het aanpakken van risicofactoren als wapens en alcohol en het ontwikkelen van een dadergerichte aanpak.

Eergerelateerd geweld

In december 2010 is het interdepartementale beleidsprogramma (onder coördinatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie) afgesloten. In het programma is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar het fenomeen eergerelateerd geweld en zijn instrumenten ontwikkeld voor de lokale aanpak. De kennis en instrumenten uit het programma zijn beschikbaar gesteld aan lokale uitvoeringsinstanties en gemeenten via diverse websites, in het bijzonder via www.huiselijkgeweld.nl. De methode die door het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse politie is ontwikkeld, is – en wordt – verder binnen de regiokorpsen uitgerold. De instrumenten voor samenwerking op lokaal niveau, tussen ketenpartners en met lokale organisaties van migranten en vluchtelingen, die in drie gemeentelijke pilots zijn ontwikkeld, zijn via genoemde website beschikbaar voor andere gemeenten. Het werkboek, het wegingsinstrument en het beschermingsarrangement uit de pilot Rotterdam vormen samen een bestuursmodel voor de gemeentelijke regie in middelgrote en grote gemeenten. De producten uit de pilot in Twente zijn daarentegen in kleinere gemeenten toepasbaar. In het programma zijn opleidingen en trainingen ontwikkeld voor medewerkers in de uitvoering, waarmee de deskundigheid en kwaliteit van de dienstverlening in gevallen van eergerelateerd geweld worden bevorderd.

Huiselijk geweld

Bij huiselijk geweld is zoveel mogelijk op zowel preventie als op interventie ingezet. Daarbij is een samenhangende gezinsgerichte aanpak onontbeerlijk gebleken.

Op internationaal gebied is in 2009 een start gemaakt met het ontwerpen van een verdrag van de Raad van Europa over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De conceptverdragstekst is in 2010 afgerond. Meer over dit onderwerp is te lezen in beleidsartikel 13.1.

Daling criminaliteit tegen ondernemingen met 25 procent

Het geweld tegen het bedrijfsleven is blijkens de in 2011 gepubliceerde Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven in de periode 2004 tot en met 2010 gedaald in de sectoren detailhandel, transport, zakelijke dienstverlening en horeca. Na een daling in 2009 is in 2010 de diefstal in de detailhandel weer toegenomen met ruim 11,6% (ten opzichte van het jaar 2004). Na Utrecht is ook in winkelgebieden in andere steden het instrument overlastdonatie geïntroduceerd. Met het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en de Stichting Overlastdonatie zijn afspraken gemaakt over de landelijke uitrol in 2011.

Het aantal overvallen is in 2010 met 11% gedaald ten opzichte van 2009. Gerichte inzet van politie en OM, met onder andere speciale overvalteams en acties als een «Donkere Dagenoffensief» samen met het bedrijfsleven hebben daaraan bijgedragen. Het doel was echter ambitieuzer (– 20%). Om dit doel te bereiken heeft de Taksforce Overvallen begin 2011 een actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit opgezet. In dit programma staan meer dan 100 acties voor politie, OM, gemeenten en private partijen (TK, 28 684, nr. 305).

Daling 7- jaarsrecidive met 10 procentpunt

Veel criminaliteit wordt veroorzaakt door recidivisten. Daarom was de doelstelling voor de periode 2002–2010 het verlagen van de 7-jaars recidive onder ex-gedetineerden met 10 procentpunt. Om de vereiste daling van de recidive te bereiken, is ingezet op een persoonsgerichte aanpak waarbij de dader, het delict en het risico dat de dader vormt voor de samenleving belangrijke indicatoren zijn voor de op te leggen sanctie en de tenuitvoerlegging. Persoonsgericht ingrijpen is nodig, omdat een criminele daad vaak geen incident is, maar eerder een levenspatroon. Om die reden is het van belang de problemen die justitiabelen hebben én veroorzaken aan te pakken bij de kern. Geen symptoombestrijding, maar zoveel mogelijk aansluiten bij de individuele criminogene factoren. Het gericht werken aan recidivevermindering is alleen mogelijk als in alle fases van het proces bewezen effectieve middelen worden ingezet. De inspanningen zijn de afgelopen periode erop gericht geweest de samenleving veiliger te laten worden door de inzet van bewezen effectieve middelen. De Erkenningscommissie Gedragsinterventies heeft daarbij een spilfunctie en toetst justitiële gedragsinterventies op verwachte effectiviteit. De instelling van de erkenningscommissie heeft volgens evaluatieonderzoek een belangrijke bijdrage geleverd aan de benodigde cultuuromslag om evidence based te gaan werken (TK, 28 684, nr. 259).

In 2010 zijn erkende gedragsinterventies ingezet voor volwassenen en jeugdigen en is gewerkt met de wetenschappelijke onderbouwde diagnose-instrumenten Quick Scan en RISc. Ook de effectiviteit van het nieuwe reclasseringstoezicht is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek (TK, 29 270, nr. 32). Dit laatste vormt een belangrijke stap in het verbeteren van het proces van voorwaardelijke straffen. Gedragsbeïnvloeding als onderdeel van bijzondere voorwaarden is kansrijk door de combinatie met gevangenisstraf als stok achter de deur. De invulling van de bijzondere voorwaarden is gericht op re-integratie en gedragsverandering door wetenschappelijk onderbouwde interventies of behandeling. Het reclasseringstoezicht is primair gericht op de controle op het nakomen van de bijzondere voorwaarden en het signaleren van (dreigende) overtreding daarvan. Overigens is reclasseringstoezicht alléén onvoldoende om herhalingscriminaliteit terug te dringen. Adequate nazorg kan daarbij niet ontbreken. Daartoe zijn in het kader van het programma Sluitende aanpak Nazorg afspraken gemaakt tussen Justitie en gemeenten en andere maatschappelijke organisaties om deze opvang naadloos te realiseren. Recente cijfers uit de jaarlijkse Recidivemonitor (Recidivebericht 1997–2009) van het WODC (www.wodc.nl) laten zien dat de strafrechtelijke recidive voor het tweede achtereenvolgende jaar zowel bij de volwassenen als bij de minderjarige justitiabelen licht is afgenomen.

Vernieuwing Forensische Zorg

Strafrechtelijke sancties worden meer dan voorheen afgestemd op onderliggende verslavingsproblematiek. Een zeer groot deel van de justitiabelen heeft immers matige tot zeer ernstige problemen met middelengebruik, vaak in combinatie met andere (psychiatrische) stoornissen en/of zwakbegaafdheid. Om deze knelpunten aan te pakken is een gericht offensief ingezet tegen verslavingsproblematiek en het daaraan gerelateerde delictgedrag. Dit heeft ertoe geleid dat een substantiële toename is gerealiseerd van het aantal verslaafde justitiabelen dat toegeleid is naar zorg, waarmee overlast en criminaliteit zijn verminderd. De doelstelling was om het aantal toeleidingen naar verslavingszorg onder justitiële titel te doen stijgen naar 5 000. In 2010 zijn ruim 6 000 toeleidingen gerealiseerd naar zorg in strafrechtelijk kader.

Het programma «Vernieuwing Forensische Zorg in strafrechtelijk kader» heeft als einddoel om via een stelselwijziging de maatschappelijke veiligheid te vergroten door er voor te zorgen dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt en dat de zorg kwalitatief goed is en gericht is op de veiligheid van de samenleving. Het plaatsingsbeleid voor forensische zorg is in 2010 gerealiseerd en daarmee onder ministeriële verantwoordelijkheid gebracht van de Minister van Veiligheid en Justitie. Ter ondersteuning van de gehele keten is het Informatie-uitwisselingsysteem Zorg (Ifzo) in gebruik genomen. De wetsvoorstellen Forensische Zorg en Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg zijn in juni 2010 bij de Tweede Kamer ingediend (TK, 32 398, nr. 2).

Justitiële Voorwaarden

Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties en voorwaardelijk invrijheidstelling (v.i.) is in maart 2010 controversieel verklaard, waardoor er een vertraging is ontstaan. Wel zijn in 2010 landelijke ketenafspraken over het inrichten van de keten op toename van voorwaardelijke straffen vastgesteld en geïmplementeerd, gericht op een persoonsgerichte aanpak in ieder arrondissement. Tevens is er een monitor justitiële voorwaarden ontwikkeld. Er is in alle arrondissementen een nul- en eerste meting uitgevoerd, waarbij een geringe stijging van het aantal schorsingen met voorwaarden nu al zichtbaar is. In april 2010 is de Tweede Kamer door middel van de recidivebrief geïnformeerd over schattingen van het aantal personen dat voor v.i. in aanmerking komt. (TK, 28 684, nr. 276). In 2010 bedroeg de realisatie op voorwaardelijke invrijheidstelling 1 076 v.i.-zaken, waarvan 640 (47%) met bijzondere voorwaarden (peildatum 1-12-2010).

Modernisering Gevangeniswezen (MGW)

Er wordt binnen detentie prioriteit gegeven aan orde en veiligheid. Tegelijkertijd wordt detentie zo goed mogelijk benut om een succesvolle terugkeer van de gedetineerden in de samenleving mogelijk te maken. De levensloopbenadering staat hierbij centraal. Deze persoonsgerichte aanpak van gedetineerden is de kern van het programma «Modernisering Gevangeniswezen (MGW)». In 2010 is de implementatie van het programma MGW gestart. Die aanpak bestaat onder meer uit regionale plaatsing van gedetineerden (dat wil zeggen plaatsing in de regio van terugkeer), het aanbieden van gedragsinterventies die zoveel mogelijk zijn afgestemd op de individuele criminogene factoren en tekorten op het gebied van schuldhulpverlening, huisvesting en zorg alsmede het aanbieden van een dagprogramma dat maximaal is ingericht op het bevorderen van een succesvolle terugkeer in de maatschappij. In 2010 is verder invulling gegeven aan de levensloopbenadering door reeds gestarte trajecten, indien mogelijk, tijdens detentie voortgezet, om deze vervolgens na detentie in een eventueel gewijzigde vorm te continueren. Op deze wijze kan het effect van de interventies in het gevangeniswezen versterkt worden in termen van recidivereductie. Het programma bevat voorstellen die moeten bijdragen aan een effectiever en efficiënter capaciteitsmanagement bij een fluctuerend aanbod van het aantal in te sluiten personen. Tevens geeft dit plan uitdrukking aan het uitgangspunt van regionale plaatsing van gedetineerden ten behoeve van de samenwerking met de ketenpartners gericht op het terugdringen van de recidive.

Nazorg

In de recidive-aanpak is de sluitende aanpak rond de re-integratie van ex-gedetineerden een uitermate belangrijke pijler, omdat de doelgroep zo groot is: hij beslaat de gehele populatie van (ex-)gedetineerden. In de afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet om de overgang van detentie naar de gemeente goed te laten verlopen. Vanuit elke penitentiaire inrichting wordt inmiddels informatie over gedetineerden overgedragen aan gemeenten. Langs deze weg kunnen gemeenten de nodige maatregelen treffen en DJI van relevante informatie voorzien. Er waren eind 2010 in 406 gemeenten nazorgcoördinatoren. Deze coördinatoren vervullen, samen met de Medewerkers Maatschappelijk Dienstverlening (MMD’ers), een spilfunctie in het regelen van nazorg. Per november 2010 waren er in 60% van de regio's sluitende afspraken over nazorg gemaakt.

Jeugd

De doelstelling om de recidive met 10%-punt te laten dalen is ook van toepassing op jeugdcriminaliteit. Uit het recidivebericht van het WODC blijkt dat de 2-jaarsrecidive onder jeugdige daders afneemt. De strafrechtelijke recidive van minderjarige daders die in 2007 naar aanleiding van het plegen van een misdrijf een straf kregen opgelegd (en in 2009 al dan niet gerecidiveerd hebben) is gedaald van 39,3% in 2006 naar 37,3% in 2007. De strafrechtelijke recidive van jeugdigen die in 2007 uitstroomden uit een justitiële jeugdinrichting is gedaald van 53,9% in 2006 naar 53,0% in 2007.

Om de recidive verder terug te dringen is in 2010, in het kader van het programma Aanpak Jeugdcriminaliteit ingezet op: de uitrol van de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM), de verdere ontwikkeling van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen, het verbeteren van doorlooptijden en nazorg.

  • Het project met betrekking tot de implementatie van de GBM is in 2010 afgerond. Met de GBM kan de rechter meer maatwerk bieden aan de jeugdige delinquent.

  • Het programma zet ook in op een persoonsgerichte aanpak. In dit kader wordt een samenhangend diagnose-instrumentarium ontwikkeld: het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen. Dit instrumentarium heeft tot doel iedere jongere naar een passende straf of maatregel te leiden. Ook in 2010 is dit instrumentarium in pilots beproefd en verder ontwikkeld. Het instrumentarium kan leiden tot het opleggen van een gedragsinterventie. Indien een dergelijke interventie noodzakelijk is, is het van belang dat deze interventie effectief is. De erkenningscommissie gedragsinterventies justitie toetst de effectiviteit van interventies. Inmiddels zijn 14 interventies volledig erkend en 4 interventies voorlopig (voor ogen is een pakket van 20 erkende gedragsinterventies). Tevens zijn standaarden en minimumvereisten voor kwaliteitszorg en -monitoring van gedragsinterventies ontwikkeld.

  • Het project «doorlooptijden» heeft in 2010 bij de verschillende kantoren/afdelingen/arrondissementen van de ketenpartners good practices opgehaald, die de doorlooptijden doen verkorten. Deze zijn afgelopen jaar middels een tweetal informatiepakketten landelijk verspreid. Tevens is een ideaaltypisch proces voor het traject OM/ZM geformuleerd.

In 2010 is de landelijke structuur van netwerk- en trajectberaden, die ten grondslag ligt aan het leveren van passende nazorg aan alle jongeren die een JJI verlaten, verder geprofessionaliseerd. Om de informatie-uitwisseling in het belang van het bieden van passende nazorg te ondersteunen, is de ICT-nazorgapplicatie landelijk beschikbaar gekomen.

Verbetermaatregelen Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s)

In november 2010 is aan de Tweede Kamer het eindrapport toegezonden over het verbetertraject van de Justitiële Jeugdinrichtingen (TK 24 587, nr. 402). Een groot aantal verbeteringen is gerealiseerd:

  • De basismethodiek YOUTURN is volledig geïmplementeerd en er wordt gewerkt met erkende gedragsinterventies.

  • In 2010 zijn verdere stappen gezet in de invoering van een systeem voor kwaliteitsborging. In dat kader is een eerste jeugdinrichting in 2010 gecertificeerd.

  • Het werven van extra personeel is door de forse onderbezetting van de JJI’s niet nodig gebleken, maar wel is in 2010 verder gewerkt aan het op grote schaal bijscholen van JJI-medewerkers op hbo-niveau.

De gezamenlijke inspecties hebben in hun eindrapport over de JJI’s geconstateerd dat in de JJI’s de randvoorwaarden zijn gerealiseerd om een goed leef-, behandel- en werkklimaat te bieden.

In 2010 zijn de wetswijzigingen ten aanzien van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) door de Tweede en Eerste Kamer aanvaard. Het betreft onder meer een wettelijke regeling voor nachtdetentie, een wettelijke regeling van de pedagogische «time-out»-maatregel en een regeling voor verplichte nazorg voor jeugdigen na verblijf in een JJI.

Slachtofferbeleid

Met de inwerkingtreding van de Wet Versterking Positie Slachtoffers in het strafproces (VPS) op 1 januari 2011 zijn de rechten van slachtoffers uitgebreid en wettelijk verankerd. Slachtoffers krijgen daarmee onder andere recht op een voorschot van de overheid wanneer een opgelegde schadevergoedingsmaatregel niet binnen acht maanden is voldaan. De pilot vernieuwd slachtofferloket heeft geleid tot een verbeterde werkwijze in de loketten, waarin het OM, Slachtofferhulp Nederland en de politie samenwerken. Daarom is besloten om het aantal loketten in 2011 uit te breiden tot elf waarmee landelijke dekking wordt gerealiseerd. Met de ketenpartners is een meetinstrument ontwikkeld om de kwaliteit van de diensten aan slachtoffers in beeld te kunnen brengen. Deze monitor wordt in 2011 uitgevoerd. De aanwijzing zelfverdediging is per 1 januari 2011 aangepast, zodat slachtoffers die zichzelf verweren niet direct als verdachte worden meegenomen.

Uiterlijk in 2011 geen coffeeshops meer in de nabijheid van scholen

De toenmalige Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben in het bestuursakkoord met de VNG afgesproken dat alle gemeenten in 2011 voor coffeeshops een afstandscriterium van minimaal 250 meter voor scholen tot het voortgezet onderwijs hanteren of andere drempelverhogende maatregelen. Een onderzoek in 2010 heeft uitgewezen dat eind 2011 naar verwachting 101 van de 106 gemeenten met één of meer coffeeshops op enigerlei wijze voldoet aan de afspraak die in 2008 tussen Rijk en VNG in het Bestuursakkoord over het afstandscriterium gemaakt is. Het huidige Regeerakkoord bevat echter een verscherping van dit beleid, te weten een afstandcriterium van 350 meter tussen coffeeshops en scholen.

Nieuw identificatiesysteem in 2010 in gebruik

In 2010 is verder gewerkt aan de voorbereiding ter invoering van de nieuwe systematiek om de identiteit van verdachten en veroordeelden vast te stellen. De wet die de identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen regelt, is op 1 oktober 2010 in werking getreden. Eind 2010 waren alle voorbereidingen klaar om te gaan werken volgens de nieuwe systematiek.

Een steviger aanpak van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime

De reeds genoemde eindrapportage van het project «Veiligheid begint bij Voorkomen» (TK, 28 684, nr. 276) van de toenmalige bewindslieden van Justitie en van BZK bevat eveneens een uitvoerige beschrijving van de stand van zaken bij de aanpak van georganiseerde misdaad, financieel-economische criminaliteit en cybercrime. Sinds het verschijnen van die rapportage is verdere voortgang geboekt en zijn diverse aanvullende maatregelen tot uitvoering gekomen.

De belangrijkste zijn:

  • De voor de periode 2007–2010 beoogde versterking van de capaciteit bij het Openbaar Ministerie is voltooid. Deze versterking heeft geresulteerd in het aanstellen van informatieofficieren, criminologen, fraudeofficieren, cybercrime-officieren, mensenhandelofficieren van Veiligheid en Justitie en advocaten-generaal.

  • Bij de bestrijding van georganiseerde misdaad is meer focus gekomen op het aanpakken van de onderliggende gelegenheidsstructuren en criminogene factoren én op het samen met andere organisaties opwerpen van barrières tegen het plegen van strafbare feiten. De informatiegestuurde werkwijze is versterkt (voorbeeld is de uitrol van het Nationaal Intelligence Model bij de politie). Deze zogeheten programmatische aanpak heeft gestalte gekregen in concrete onderzoeken op thema’s als mensenhandel, georganiseerde hennepteelt en vastgoedcriminaliteit witwassen, fraude/heling op internet, ICT als doelwit en onverklaarbaar vermogen.

  • De specifiek op de thema’s mensenhandel, georganiseerde hennepteelt en vastgoed ingerichte Task Forces hebben in 2010 een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbeterde gezamenlijke aanpak van OM, politie, gemeenten én private partijen.

De aanpak van georganiseerde misdaad, financieel-economische criminaliteit en cybercrime is in 2010 verder versterkt conform de doelstellingen. Ook de komende jaren vragen deze thema’s om onverminderde inzet. Er is de afgelopen periode een goede basis gelegd, waarop de komende jaren wordt voortgebouwd. Intensivering van de aanpak van criminele organisaties, een verdere professionalisering en toepassing op grotere schaal van de «programmatische aanpak» en het zoveel mogelijk afnemen van criminele winsten staan op de agenda.

Prostitutie onderwerpen aan scherper vergunningenbeleid

In april 2010 is de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche aan de Tweede Kamer toegezonden. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel regulering heeft inmiddels (januari 2011) plaatsgevonden.

Het tegengaan van radicalisering

Het contraterrorismebeleid van het kabinet is in 2010 net als de voorgaande jaren gericht geweest op het voorkomen van iedere vorm van terrorisme en gewelddadige radicalisering. Daartoe is – onder coördinatie van de NCTb – intensief samengewerkt tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten, politie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Koninklijke Marechaussee, lokale autoriteiten en vele andere diensten en organisaties.

Door het optimaal verbinden van inlichtingen, beleid en uitvoering vormt de NCTb een belangrijke schakel in het voorkomen en het tegengaan van radicalisering. Hierbij worden ontwikkelingen op lokaal, nationaal en internationaal niveau vertaald naar nieuw beleid of bestendiging van huidig beleid. Inzichten uit wetenschappelijke hoek worden naar praktische toepasbaarheid

In 2010 is veel aandacht uitgegaan naar het analyseren van de ideologie van het jihadisme. Bezien is welke argumenten de jihadisten gebruiken die jongeren doen radicaliseren. Dit heeft geresulteerd in de NCTb-studie «Ideologie en strategie van het jihadisme» en de bundel «Countering Violent Extremist Narratives».

Het formuleren van tegenargumenten tegen het jihadistische discours en het onderscheiden van doelgroepen voor deze tegenargumenten, is iets dat internationaal wordt erkend als noodzakelijk om radicalisering te voorkomen en tegen te gaan. Door intensieve samenwerking van de Nederlandse overheid op dit gebied met internationale partners, heeft Nederland een vooraanstaande positie verworven op het gebied kennisuitwisseling, expertiseopbouw en de inventarisatie van passende maatregelen.

Het versterken verdediging tegen catastrofaal terrorisme

Het programma CBRN heeft tot doel het voorkomen van (de dreiging) van terrorisme met C(hemische), B(iologische), R(adiologische) en N(nucleaire) middelen of stoffen, of de gevolgen van een aanslag op voorhand te beperken. Een aanslag met CBRN-middelen leidt tot grote maatschappelijke ontwrichting. Vaak wordt derhalve gesproken (naast het massavernietigende effect) over het potentieel massadisruptieve effect van deze middelen. Een aanpak ter voorkomen van dergelijke aanslagen is derhalve geboden.

In 2010 is het reeds ingezette traject dat gericht is op weerstandsverhoging bij risicovolle CBRN-instellingen conform planning voortgezet. Het gaat om maatregelen ter fysieke beveiliging in publieke onderzoeksinstellingen zoals laboratoria en ziekenhuizen. De implementatie van de maatregelen bij de laatste serie objecten is gestart. In 2013 is het gehele programma afgerond.

In aanvulling op deze maatregelen is binnen het NCTb-programma «Security Awareness & Performance» een specifieke component CBRN-awareness opgenomen voor deze instellingen.

Veiligheidshuizen in grotere steden

In de afgelopen jaren zijn er in hoog tempo 45 Veiligheidshuizen gerealiseerd. De eerste resultaten van deze netwerksamenwerking rond veelplegers, huiselijk geweld, risicojongeren en nazorg (ex) gedetineerden zijn hoopgevend. Het kabinet wil de Veiligheidshuizen dan ook met kracht voortzetten. Het doel is om meer focus aan te brengen in de doelen, functie en werkwijze van de Veiligheidshuizen. Ook moet elke gemeente in Nederland aansluiting kunnen krijgen bij een regionaal Veiligheidshuis, zodat kennis en krachten gebundeld worden en er van elkaar geleerd kan worden.

De persoonsgerichte aanpak komt voor een belangrijk deel samen in de Veiligheidshuizen, waar gemeenten, jeugd- en zorginstellingen, (jeugd)reclassering, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie met het Openbaar Ministerie samenwerken. De casusoverleggen in de Veiligheidshuizen richten zich op veelplegers en ex-gedetineerden, risicojongeren en huiselijk geweld. Afhankelijk van de regionale problematiek worden geprioriteerde groepen of specifieke vormen van criminaliteit besproken.

Introductie van een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming

Uit het voorlopige verslag van de Tweede Kamer (TK 32 003 nr. 6) kwam naar voren dat aarzelingen bestonden over de wenselijkheid en de meerwaarde van een eenvormige regeling. De parlementaire behandeling is na de val van het kabinet Balkenende IV niet voortgezet. Het nieuwe kabinet heeft besloten tot een sectorale aanpak, onder meer blijkend uit de voornemens ten aanzien van zorginstellingen. Het voorstel, dat beoogde voor stichtingen en verenigingen die een maatschappelijke onderneming in stand kunnen houden regels toe te voegen aan boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt daarom ingetrokken. De in het wetsvoorstel geregelde onderwerpen als beperkte winstuitkering en meer transparantie van de bestuursstructuur kunnen in die sectorale wetgeving terugkeren

Vergroting van de aantrekkelijkheid van Nederland voor kenniswerkers

Het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid is zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer aanvaard. Naast het aantrekken van kenniswerkers, staan hierin de verbetering van de asielprocedure en het bewerkstelligen van terugkeer centraal. De inwerkingtreding van deze wet, die was voorzien op 1 januari 2011, is echter vertraagd vanwege problemen bij het geautomatiseerde systeem INDiGO. Naar aanleiding hiervan is een audit gestart (TK 32 175, nr. 15).

Daarnaast is samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een proeftuin kort verblijf kennismigranten. De conclusie van dit onderzoek is dat afschaffing van de arbeidsmarkttoets in de tewerkstellingsprocedure de meest wenselijke versoepeling is

Het verbeteren en versnellen van de asielprocedure

Nadat de Eerste Kamer op 18 mei 2010 het wetsvoorstel betreffende een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure heeft aangenomen, is op 1 juli 2010 de verbeterde asielprocedure in werking getreden (TK 31 944, nrs. 58).

Sindsdien wordt de asielprocedure vooraf gegaan door een rust- en voorbereidingstermijn, waarin identiteits- en nationaliteitsonderzoek wordt gedaan, voorlichting aan de asielzoeker wordt gegeven door Vluchtelingenwerk, een medisch advies wordt uitgebracht en de asielzoeker in staat wordt gesteld naar zijn advocaat te reizen ten behoeve van de voorbereiding op de asielprocedure.

De «oude» 48-uursprocedure is vervangen door een algemene asielprocedure van 8 dagen. Doordat gedurende deze 8 dagen meer werkzaamheden worden verricht wordt de duur van de verlengde asielprocedure met 8 weken bekort ten opzichte van de oude situatie.

Na afwijzing van een asielverzoek in de algemene asielprocedure volgt een vertrektermijn van vier weken. De ex nunc toetsing in beroep is uitgebreid.

Het daadwerkelijk doen terugkeren van vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben

In 2010 is onverminderd ingezet op het opbouwen van de relatie en het verbeteren van de samenwerking met landen van herkomst, door middel van gesprekken met vertegenwoordigingen, missies naar herkomstlanden en het opzetten van verschillende samenwerkingsprojecten.

In 2010 is de inzet op het maken van terug- en overnameafspraken met herkomstlanden geïntensiveerd. De EU-overnameovereenkomst met Pakistan is op 1 december inwerkinggetreden. De EU-overnameovereenkomst met Georgië is op 22 november 2010 ondertekend. De Benelux heeft onderhandelingen afgerond met Servië en Montenegro over een uitvoeringsprotocol.

Een verbeterde werking van de Vreemdelingenwet en het uitvoeren van een pardonregeling

Medio 2010 is het WODC gestart met de evaluatie van de uitvoering van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet en de afspraken die daarover in het bestuursakkoord met de VNG zijn gemaakt inzake uitvoering van de Vreemdelingenwet.

Implementatie EHRM arresten Salduz

De Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor van het College van procureurs-generaal is op 1 april 2010 in werking getreden. Deze Aanwijzing is tot stand gekomen naar aanleiding van arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden inzake de bijstand van verdachten door een raadsman (Salduz en Panovits) en drie daarop volgende arresten van de Hoge Raad. Deze aanwijzing regelt de mogelijkheid voor de verdachte om, voorafgaand aan het politieverhoor, gedurende een half uur een raadsman te consulteren. De Raad voor rechtsbijstand heeft door middel van een beleidsregel een speciale piketregeling ingesteld die ervoor zorgt dat de raadsman binnen twee uur op de verhoorlocatie aanwezig is. In 2010 zijn voorbereidingen getroffen om de rechtsbijstand van een verdachte vast te leggen in wet- en regelgeving. Daarbij worden ook nieuwe ontwikkelingen betrokken die door de Europese Commissie worden geëntameerd op het gebied van de aan de verdachte te verstrekken informatie en de bijstand door een raadsman.

Doelstellingen Beleidsprogramma «Samen werken, Samen leven»

Onderstaande tabel geeft inzicht in de doelstellingen uit het beleidsprogramma 2007–2011 voorzover betrekking hebbend op Justitie. Daarbij wordt verwezen naar het beleidsartikel, waarin wordt bijgedragen aan het realiseren van die doelstelling.

Daarnaast worden in deze tabel het financieel belang inzichtelijk gemaakt. De bedragen in deze tabel illustreren het financieel belang van een kabinetsdoel of -project. Deze bedragen zijn daarom indicatief en niet één op één uit de departementale administratie te herleiden. Het is in dit overzicht mogelijk dat een bedrag ten goede komt aan meerdere doelstellingen en dus meerdere keren wordt genoemd.

Tabel «Doelstellingen Beleidsprogramma «Samen werken, Samen Leven»»

Nr.

Omschrijving kabinetsdoelstelling

Artikel

Financieel belang: realisatie 2010

x € 1 000

Relevante beleidsnota’s (indien niet in jaarverslag vermeld)

Behaalde eind- en tussenresultaten voor 2010

13

Vergroting van de aantrekkelijkheid van Nederland voor kenniswerkers.

15

500

Stukken behorende bij de behandeling van het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid.

Het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid is zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer aanvaard. De inwerkingtreding die voorzien was op 1 januari 2011, is echter opgeschort vanwege problemen bij INDiGO.

49

Door gerichte maatregelen bevorderen van een respectvolle omgang van mensen met elkaar en van fatsoen in het maatschappelijke verkeer.

14

562

  

50

Een reductie van de zichtbare criminaliteit met 25% in 2010 ten opzichte van 2002.

13 en 14

3 614

De Slotrapportage inclusief Integrale Veiligheidsmonitor is aan de Tweede Kamer verzonden (TK 28 684, nr. 276)

Zie slotrapportage.

54

Uiterlijk in 2011 geen coffeeshops meer in de nabijheid van scholen.

13

0

n.v.t.

Beleidsverkenning is afgerond

56

Nieuw identificatiesysteem in 2010 in gebruik.

13

7 406

n.v.t.

Sinds december 2010 werkt de infrastructuur naar behoren

57

Een steviger aanpak van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime.

12 en 13

19 600

Brief bestrijding georganiseerde criminaliteit is op 18 mei 2010 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 29 911, nr. 41)

Het Wetsvoorstel growshops wordt aangepast n.a.v. consultatie

58

Prostitutie onderwerpen aan scherper vergunningenbeleid.

13

6 653

n.v.t.

Dertien projecten lopen, eerste evaluatie heeft plaatsgevonden.

59

Het tegengaan van radicalisering

13

186

  

60

Versterken verdediging tegen catastrofaal terrorisme.

13

3 872

n.v.t.

Het NFI Field Lab is in het najaar opgeleverd en in gebruik genomen voor opleidingen en trainingen.

Voor de ondersteunende werkzaamheden op een plaats delict is een aanvang gemaakt met het opstellen van de onderzoeksprotocollen en zijn de eerste concrete maatregelen uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie (d.d. najaar 2009) geïmplementeerd.

61

Samenwerkingsverbanden binnen de organisatie van de veiligheid worden

versterkt met betrokkenheid van de burger.

13

100

n.v.t.

Om de samenwerking binnen de organisatie van de veiligheid te versterken zijn onder andere de proeftuinen Burgernet gestart.

De uitrol van Burgernet is vertraagd tot 2011.

62

Veiligheidshuizen in grotere steden.

13

4 400

Slotrapportage, incl. Integrale Veiligheidsmonitor is op 23 april 2010 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 28 684, nr. 276)

In 2010 is een landelijk dekkend netwerk van veiligheidshuizen gerealiseerd en is gewerkt aan de landelijke verbinding tussen de veiligheidshuizen en de Centra voor Jeugd en Gezin en Zorgadviesteams.

66

Het voor 2011 introduceren van een wettelijk kader voor de maatschappelijke onderneming.

11

26

 

Besloten tot intrekking.

70

Het verbeteren en versnellen van de asielprocedure.

15

750

Stukken behorende bij de behandeling van het wetsvoorstel betreffende een wijziging van de vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure (TK 31 944)

TK 31 994, nr. 5;

TK 31 994, nr. 6;

TK 31 994, nr. 7;

TK 31 994, nr. 8;

TK 19 637, nr. 1 305,

TK 2009Z23460,

Verslag van een schriftelijk overleg inzake rechtsbijstand en medische problematiek in het vreemdelingenbeleid

11 juni 2010, Brief aan de Tweede Kamer «Uitvoeringsbrief verbeterde asielprocedure»

De verbeterde asielprocedure is per 1 juli 2010 ingevoerd. Er is nog geen volledige cijfermatige informatie beschikbaar over de ervaringen in het eerste half jaar, maar wel is duidelijk dat een aantal belangrijke doelstellingen, zoals meer afdoeningen in de snelle algemene asielprocedure, ruimschoots worden behaald.

71

Het daadwerkelijk doen terugkeren van vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben.

15

5 000

Bij brief van 4 oktober 2010 is het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met verruiming van de bevoegdheden in het kader van het vreemdelingentoezicht bij de Tweede Kamer ingediend.

De EU-overnameovereenkomst met Pakistan is op 1 december inwerking getreden. De EU-overnameovereenkomst met Georgië is op 22 november 2010 ondertekend. De Benelux heeft onderhandelingen afgerond met Servië en Montenegro over een uitvoeringsprotocol.

Door de strategische landenbenadering en periodieke agendering daarvan in de Ministerraad is terugkeer een meer ingebed onderdeel van het buitenlands beleid geworden en wordt het onderwerp terugkeer in toenemende mate opgebracht in bilaterale relaties, wat ten aanzien van een enkel land al heeft geleid tot concrete afspraken over terugkeer.

72

Verbeterde werking van de Vreemdelingenwet en het uitvoeren van een pardonregeling.

15

16 800

n.v.t.

Alle personen met een vergunning op basis van de Regeling zijn gehuisvest.

HOOFDSTUK 4 – BELEIDSARTIKELEN

11. NEDERLANDSE RECHTSORDE

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 11 Nederlandse rechtsorde 0,3%

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 11 Nederlandse rechtsorde 0,3%

Algemene doelstelling

Een goed functionerende rechtsorde waarbinnen samenleving en burger tot hun recht komen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De zorg voor een goed functionerende rechtsorde komt onder meer tot uitdrukking in het beheer en onderhoud van de algemene wetboeken en de Algemene wet bestuursrecht. Zwaartepunten lagen in 2010 bij wetgeving op stroomlijning van procedurele voorschriften voor een beter bestuur, bevordering van de toegang tot het recht, een betere dienstverlening aan de burger, aanpassing van de regelgeving in verband met de nieuwe staatkundige verhouding met de Nederlandse Antillen en Aruba en coherentie tussen nationale en Europese rechtsorde en uitvoering van Europeesrechtelijke instrumenten. De positie van het slachtoffer in het strafproces is versterkt door wijzigingen in het strafprocesrecht.

Het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de wetgeving heeft nieuwe impulsen gekregen door de uitvoering van het integraal wetgevingsbeleid en programma «Versterking Juridische Functie Rijk».

Externe factoren

Sociale, culturele en economische ontwikkelingen en maatschappelijke incidenten hebben hun weerslag op recht en wet. Zo is de financiële crisis aanleiding geweest voor de inwerkingtreding van de crisis- en herstelwet in 2010 (Stb. 2010, 135) en de tijdelijke verruiming van de mogelijkheid van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor jongeren per 1 juli 2010.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bevordering van een goed functionerende rechtsorde laten zich niet goed cijfermatig in beeld brengen (explain). Ten aanzien van de in de begroting 2010 genoemde voortgangsindicatoren op genoemde dossiers (Wijziging staatkundige verhoudingen BES, Coherentie tussen nationale en Europese rechtsorde) kan worden gemeld dat aan de streefwaarde 2010 is voldaan.

Figuur: aantal geldende wetten, amvb’s en ministeriële regelingen per 1 januari 2004–2011

Figuur: aantal geldende wetten, amvb’s en ministeriële 					 regelingen per 1 januari 2004–2011

Bovenstaande gegevens zijn verkregen uit het basiswettenbestand. Het aantal geldende regelingen per 1 januari 2011 (= 9 596) vertoont een geringe stijging ten opzichte van 2010 (= 9 477). Deze groei lijkt in hoofdzaak toe te schrijven aan de regelgeving met betrekking tot de nieuwe staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk.

Ontwikkeling van de administratieve lasten
 

Realisatie 2010 (%)

Streefwaarden 2010

Administratieve lasten bedrijven uit Justitieregelgeving

16,7

20% t.o.v. nulmeting 1 maart 2007

Administratieve lasten burgers uit Justitieregelgeving (in tijd)

17,3

23,6% t.o.v. nulmeting 31 december 2002

Administratieve lasten burgers uit Justitieregelgeving (in out-of-pocket kosten)

19,7

19,7% t.o.v. nulmeting 31 december 2002

In bovenstaande tabel zijn de streefwaarden voor 2010 afgezet tegen de realisatie in 2010. De realisatie voor administratieve lasten burgers in tijd is lager vanwege de vertraagde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Elektronische Burgerlijke Stand. Wel zal de reductie in tijd, als het wetsvoorstel in werking treedt, groter zijn dan eerder was voorzien. De realisatie voor administratieve lasten bedrijven is lager dan verwacht vanwege de vertraagde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Flexibilisering en Vereenvoudiging BV-recht

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Overig evaluatieonderzoek

    

Burger en AWB bezwaarschriften in de praktijk

11.1

2007

2010

www.wodc.nl

Evaluatie van de Wet bevoegdheden vorderen gegevens

11.1

2009

2010

www.wodc.nl

Evaluatie Programma «Legis»

11.2

  

Uitgesteld tot 2011

Het onderzoek naar burger en Awb bezwaarschriften in de praktijk is in 2010 afgerond. De resultaten van dit onderzoek worden meegenomen in de vierde evaluatie van de Awb in 2011.

De evaluatie van het Programma «Legis» vindt eind 2011 plaats omdat de tweede tranche van het programma pas aan het einde van 2011 wordt afgerond.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

8 690

11 450

12 289

17 149

17 515

16 609

906

         

Apparaat-uitgaven

10 030

11 237

12 187

15 322

18 454

16 609

1 845

         

11.1

(Nationale) wetgeving

5 469

6 238

6 219

7 528

7 820

7 184

636

11.1.1

Directie Wetgeving

5 469

6 238

6 219

7 528

7 820

7 184

636

         

11.2

Wetgevingskwaliteitsbeleid

4 561

4 999

5 968

7 794

10 634

9 425

1 209

11.2.1

Directie Wetgeving

4 561

4 999

5 968

7 794

10 634

9 425

1 209

         

Ontvangsten

1 265

608

34

34

886

0

886

Operationele doelstelling 11.1

Het tot stand brengen van wet- en regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk- en strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen.

Doelbereiking

In 2010 is uitvoering gegeven aan het Wetgevingsprogramma, waarbij prioriteit is gegeven aan de wetsvoorstellen ter uitvoering van het geldende Regeerakkoord, EU-implementatiewetgevingen en wetsvoorstellen met een politieke prioriteit. In dit jaar zijn 49 wetten tot stand gekomen en gepubliceerd in het Staatsblad (zie Hfst. 14). Aan het einde van 2010 waren 54 wetsvoorstellen in behandeling bij de Tweede Kamer, 16 bij de Eerste Kamer. 106 Wetsvoorstellen bevonden zich in de voorbereidingsfase (van ambtelijke voorbereiding tot en met voorbereiding voor indiening bij de Tweede Kamer).

Onderstaand per rechtsgebied de belangrijkste ontwikkelingen op het terrein van de wetgeving in 2010.

Privaatrecht

Instrumenten

Een coherente rechtsorde

In 2010 is het wetsvoorstel (TK 32 426) invoeringswet BV-recht, nodig voor de versoepelde Besloten Vennootschap (BV), bij de Tweede Kamer ingediend. Daarnaast is ingediend het wetsvoorstel aanpassing en terugvordering van bonussen, dat onder meer een alternatief wil voorstellen voor een regeling in het BV recht. Nieuwe regels voor het spreekrecht van de ondernemingsraad en nieuwe rechten voor aandeelhouders traden in de zomer van 2010 in werking. De Tweede Kamer ging akkoord met het wetsvoorstel boek 10 BW, de codificatie van de IPR-wetgeving (TK 32 137).

Het bevorderen van toegang tot het recht

In 2010 is het gewijzigde griffierechtenstelsel tot stand gekomen (in werking per 1 november 2010). Verder is een voorontwerp gepubliceerd over informatiegaring bij civiele geschillen. Het toepassingsbereik van de Brusselse executieverordening is uitgebreid met de landen aangesloten bij het Luganoverdrag door uitbereiding van het toepassingsbereik in 2010. In de ministerraad werden aanvaard de wetsvoorstellen concentratie Europees Betalingsbevel, digitale aanbrenging dagvaarding en aanpassing van de regeling voor openbaarheid van familierechtszaken. De deelgeschilprocedure trad op 1 juli 2010 in werking.

Ruimte geven aan de samenleving

Door de Tweede Kamer werden de wetsvoorstellen consumentenkrediet en timeshare aanvaard. De onderhandelingen over de richtlijn consumentenrechten zijn in 2010 grotendeels voltooid. De regeling voor elektronisch verkeer in het privaatrecht (onderhandse akten en algemene voorwaarden) trad op 1 juli 2010 in werking.

Inspelen op behoeften van de economie/lastenverlichting

Bij de Tweede Kamer werd ingediend een nieuwe regeling voor buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast zijn expertmeetings georganiseerd in verband met de mogelijke invoering van een trustfiguur in het Nederlandse recht. Ook kwam een nieuwe regeling tot stand over verhuiskostenvergoeding bij renovatie en is op verzoek van de praktijk een overgangsregeling getroffen voor de inschrijving van ondergrondse netwerken. Op diverse plaatsen is lastenverlichting aangebracht, bijvoorbeeld bij het elektronische salarisstrookje. Het wetsvoorstel elektronische burgerlijke stand werd bij de Tweede Kamer ingediend (TK 32 444).

Staats- en bestuursrecht

De activiteiten op het gebied van de staats- en bestuursrechtelijke wetgeving hebben zich toegespitst op de volgende thema’s: de stroomlijning van het bestuursprocesrecht, de Staatkundige hervorming van het Koninkrijk, de modernisering van de gerechtelijke indeling en de nationale politie.

Stroomlijning van procedures en deformalisering

Het wetsvoorstel aanpassing bestuursprocesrecht is ingediend. Eind 2010 heeft de Tweede Kamer hierover een verslag uitgebracht.

De crisis- en herstelwet is in 2010 in werking getreden. In 2010 is een voorstel voorbereid om de verworvenheden uit de crisis- en herstelwet permanent te maken.

In 2010 werd het voorstel Schadevergoeding en nadeelcompensatie bij onrechtmatige besluiten voorbereid. Dit leidt tot een harmonisatie van dit deel van het recht. In 2010 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State hierover advies uitgebracht en is een nader rapport voorbereid. Tevens is gewerkt aan een voorstel voor schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn door de rechter.

Toegang tot het recht

Het wetsvoorstel elektronisch verkeer met de bestuursrechter (TK 31 867), waarmee een vergroting van de efficiency in de communicatie tussen burgers en rechtbank wordt beoogd is in werking getreden. Dat geldt eveneens voor het Besluit elektronisch procederen.

Bescherming persoonsgegevens

De twee wetsvoorstellen betreffende de PassengerNameRecord-overeenkomst VS-EU (TK 31 548 en 31 735) zijn in behandeling bij de Tweede Kamer. Een reactie is gezonden op de mededeling van de Europese commissie over een nieuwe privacyrichtlijn.

Herziening gerechtelijke kaart en nationale politie

In verband met de modernisering van de gerechtelijke indeling is een voorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart voorbereid en eind 2010 in consultatie gedaan. In verband met het in 2010 tot stand gebrachte regeerakkoord is eind 2010 een omvangrijke nota van wijziging op het voorstel Politiewet 200x (30 880) voorbereid en in consultatie gebracht.

Bevorderen dat de mensenrechten gerespecteerd worden

Veiligheid en Justitie heeft in een groot aantal gevallen geadviseerd over de verenigbaarheid van voorgenomen regelgeving met mensenrechtelijke waarden en normen.

Strafrecht en strafprocesrecht

De herziening van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering had in 2010 betrekking op de inwerkingtreding van de Wet versterking positie slachtoffers in het strafproces, de verdere parlementaire behandeling van het wetsvoorstel verruiming mogelijkheden DNA-onderzoek, de versterking van de positie van de rechter-commissaris, de hervorming van de herzieningsprocedure in strafzaken, de herziening van de regeling van de processtukken en de verruiming van de mogelijkheden tot voordeelontneming. Voor advies is aan de Raad van State voorgelegd het wetsvoorstel regeling opheffing samenloop.

De herziening van het penitentiaire recht kwam een stap dichterbij door de indiening bij de Tweede Kamer van het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidzorg en het wetsvoorstel forensische zorg, alsook door de inwerkingtreding van de Wet Aanpassingen Tbs met voorwaarden en de Wet regelende de beëindiging van illegale vreemdelingen.

Vertrouwen in de rechtsorde

De parlementaire behandeling van de twee wetsvoorstellen tot hervorming van de herzieningsprocedure is opgehouden in afwachting van de in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet aangekondigde nota van wijziging bij het wetsvoorstel herziening ten nadele. Deze nota van wijziging is in november 2010 voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

De implementatie van Europese regelgeving omvatte de implementatie van het kaderbesluit recidive en van het kaderbesluit bestrijding terrorisme.

Volume- en prestatiegegevens

Voor een overzicht van de in 2010 tot stand gekomen wettenwordt verwezen naar Hoofdstuk 14 «Overzicht van de in 2010 tot stand gekomen wetten». Na de val van het kabinet Balkenende IV verklaarde de Tweede Kamer een groot aantal wetsvoorstellen controversieel. Hierdoor werd de parlementaire voortgang van de wetgeving in 2010 vertraagd (zie TK 32 333).

Operationele doelstelling 11.2

Het bevorderen van de kwaliteit van wetten en regels, van de onderlinge samenhang en consistentie van de wetgeving en het versterken van de juridische functie binnen de Rijksoverheid.

Doelbereiking

Heldere, uitvoerbare en rechtmatige wetgeving is noodzakelijk voor een rechtsorde waarin mensen vertrouwen stellen. Mensen moeten de ruimte krijgen zich te ontplooien en hun onderlinge relaties vorm te geven. Bedrijven moeten kunnen ondernemen en zo bijdragen aan het economisch herstel. De leefomgeving moet worden beschermd. Wetgeving kan daaraan bijdragen door duidelijke regels en kaders te bieden. Daarvoor moet regelgeving voldoen aan hoge kwaliteitseisen en departementen moeten voldoende juridische kwaliteit leveren. Speerpunten in 2010 waren: aandacht voor nut en noodzaak van wetgeving; ruimte voor burgers, professionals, bedrijven en medeoverheden en aandacht voor informatie- en communicatietechnologie.

Vernieuwing van het wetgevingsbeleid

Instrumenten

In 2010 hebben diverse activiteiten plaatsgevonden om aan het zgn. integraal wetgevingsbeleid, zoals neergelegd in de nota «Vertrouwen in wetgeving» (TK 31 731, nr. 1), uitvoering te geven. Op 24 juni 2009 is het experiment «Internetconsultatie bij voorbereiding van wetgeving» van start gegaan. Sinds de start in 2009 zijn 84 voorstellen voor nieuwe wetgeving op internet geplaatst, waarop burgers, bedrijven en organisaties konden reageren. In juli 2010 is een tussenbalans aan het parlement gezonden over het verloop van het experiment met enkele verbeterpunten voor het tweede jaar van het experiment. Zo zal meer bekendheid worden gegeven aan het experiment en aan de nieuwe consultaties. Daarnaast zal de toegankelijkheid van de informatie op de website worden verbeterd en zal meer aandacht worden besteed aan een tijdige en begrijpelijke feedback naar de deelnemers aan een consultatie. Vóór de zomer van 2011 neemt het kabinet een beslissing over voortzetting van internetconsultatie over nieuwe wetgeving.

Verder is met andere departementen (V&W, VROM, LNV en BZK) gewerkt aan versnelling en stroomlijning van procedures, in het bijzonder op het terrein van het omgevingsrecht. In mei 2010 heeft de Minister van Justitie het (eerste) rapport van het project Versnelling besluitvorming in het ruimtelijk domein aan de Kamers aangeboden.

Kennisontwikkeling en -verspreiding

In 2009 is het Kenniscentrum Wetgeving gestart met het programma «Legis» dat gericht is op standaardisatie en ICT-ondersteuning in het wetgevingsproces.

Tijdens de ontwerpfase van de voorziening voor de uitwisseling van voortgangsgegevens betreffende wetgeving in 2010 is besloten om een interdepartementaal wetgevingsvoortgangssysteem te ontwikkelen. Voorts is een onderzoek naar de huidige situatie in het wetgevingsproces – opgedragen aan een samenwerkingsverband van de TU Delft en Universiteit Leiden – afgerond met het rapport «Zo maken wij wetten».

Ten slotte is de website van het Kenniscentrum volledig vernieuwd.

Door vertraging in de opstartfase van het Legis programma is de tweede tranche niet eind 2010 afgerond maar zal deze eind 2011 eindigen. Eind 2011 zal een evaluatie van het programma plaatsvinden.

Integraal afwegingskader beleid en regelgeving (IAK)

In 2010 is in proefprojecten bij verschillende ministeries ervaring opgedaan met de toepassing van het IAK. Daarnaast is het IAK zelf gebruiksvriendelijker gemaakt en is in overleg met gebruikers van verschillende departementen het digitale IAK Afwegingsdossier ontwikkeld als instrument om het IAK toe te passen op een concreet beleid- en wetgevingstraject. Het kabinet zal in het voorjaar van 2011, op basis van de resultaten van de doorontwikkeling van het IAK in 2010, een standpunt bepalen over de vraag of het IAK structureel wordt ingevoerd bij de voorbereiding van en verantwoording over beleid en regelgeving.

Evaluatie van wetgeving

Het is van belang om inzicht te hebben in de mate waarin wetgeving doeltreffend is. Het «Clearing-house voor systematische wetsevaluatie» brengt informatie samen over de werking van wet- en regelgeving. Op basis van een meta-evaluatie van de gegevens uit de departementale wetsevaluaties worden algemene uitspraken gedaan over de voorwaarden waaronder wetgeving en het daarmee verbonden beleid het meest effect heeft. In 2010 zijn in het kader van het clearing-house onder andere «bouwstenen voor een bruikbare wetgevingstheorie» geformuleerd. Tevens heeft een onderzoek plaatsgevonden naar het gebruik van experimenteer- en horizonbepalingen in wetgeving. Dit onderzoek is aangeboden aan de Commissie regeldruk bedrijfsleven (Commissie-Wientjes) (brief van de Minister van Justitie van 7 april 2010). Onder bepaalde voorwaarden kunnen experimenteer- en horizonbepalingen een bijdrage leveren aan verlichting van de regeldruk 1.

Versterking van de juridische functie van het Rijk

In vervolg op het Programma «Versterking Juridische Functie Rijk» is in 2010 de samenwerking tussen de centrale juridische directies van de departementen verder geïntensiveerd. Doel is te waarborgen dat de overheid «in control» is bij de uitvoering van haar juridische taken. Daartoe is de taakopdracht van de Interdepartementale commissie voor constitutionele aangelegenheden en wetgevingsbeleid uitgebreid tot alle juridische aangelegenheden van het Rijk.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Voor de algehele wetgevingskwaliteit kan geen cijfermatig inzicht worden geboden in de te verwachten beleidseffecten, maar de kwaliteit van wetgeving wordt uiteraard wel continu getoetst, per wetsvoorstel. Voorstellen voor regelgeving worden voor behandeling in de Ministerraad getoetst aan de kwaliteitscriteria zoals verwoord in de Aanwijzingen voor de regelgeving en bestaande toetsingskaders. De adviezen van de Raad van State en het uiteindelijke oordeel van de beide Kamers der Staten-Generaal zijn een graadmeter van de kwaliteit.

Volume- en prestatiegegevens

In onderstaande tabel zijn streefwaarden vermeld voor de belangrijkste beleidsinstrumenten

Rijksbrede wetgevingskwaliteit (operationele doelstelling 2)

Systematisch monitoren wetgevingskwaliteit en daar algehele beleidslijn t.b.v. wetgevingskwaliteit uit destilleren.

Wetsevaluaties worden systematisch bijeengebracht.

Het clearing-house voor wetsevaluaties levert een model op dat zorg draagt voor meta-evaluatie voor wetsevaluaties.De eerste wetsevaluaties worden gescored.

Nieuwe wetsevaluaties worden bijeengebracht.Een eerste tussenrapportage wordt opgeleverd.

Integraal afwegen of wetgeving het juiste instrument is.

Invoeren integraal afwegingskader

Afronding implementatie in 2010

 

Voor het bereiken van maatschappelijke effecten op diverse beleidsterreinen is een goede kwaliteit van wetgeving en een sterke juridische functie van het Rijk van groot belang. De directe maatschappelijke effecten van de instrumenten om de kwaliteit van wetgeving te bevorderen en de juridische functie te versterken, zijn echter moeilijk meetbaar. Zoals in bovenstaande is aangegeven, worden diverse inspanningen verricht om de kwaliteit van wetgeving voortdurend te monitoren en te verbeteren.

Voor een overzicht van de in 2010 tot stand gekomen wetten wordt verwezen naar Hoofdstuk 14 «Overzicht van de in 2010 tot stand gekomen wetten».

12. RECHTSPLEGING EN RECHTSBIJSTAND

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 12 Rechtspleging en rechtsbijstand 23,5%

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 12 Rechtspleging en rechtsbijstand 23,5%

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

In 2010 stonden drie thema’s centraal: het streven naar een doelmatig functionerend rechtsbestel, de kwaliteit en integriteit van de juridische dienstverlening en de toegankelijkheid van het rechtsbestel. Daartoe is onder meer aandacht besteed aan het volgende:

Zo is de herziening van de gerechtelijke kaart verder uitgewerkt en met de Tweede Kamer besproken (TK 29 270). Door de herindeling zal in de toekomst een betere behandeling van zaken bij een rechtbank of gerechtshof mogelijk zijn. Het programma Rechtsbijstand en Geschiloplossing waarmee naar een besparing op de kosten van de gesubsidieerde rechtsbijstand wordt gestreefd, is afgerond. Tevens zijn in het programma eRechtsbestel onder meer de mogelijkheid tot elektronisch procederen in het bestuursrecht en het Besluit elektronisch proces-verbaal tot stand gebracht. Voorts is de bestuurlijke centralisatie van de Raden voor rechtsbijstand afgerond. Bij de Tweede Kamer zijn twee wetsvoorstellen ingediend tot wijziging van de Advocatenwet naar aanleiding van het rapport van de Commissie van Wijmen en ten behoeve van een versterking van de cassatierechtspraak. Ook is een voorstel tot wijziging van de Wet op het Notarisambt ingediend naar aanleiding van de evaluatie van de wet door de Commissie Hammerstein. Tot slot is gewerkt aan de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen, door bij te dragen aan de inrichting van en werkzaamheden voor een Gemeenschappelijk Hof, een Openbaar Ministerie, politie (justitiële aspecten en Rijksrecherche) en de Raad voor de Rechtshandhaving en Rechtsbijstand.

Externe factoren

De economische crisis heeft ook in 2010 doorgewerkt in het rechtsbestel. De instroom en de druk op de gefinancierde rechtsbijstand zijn wederom toegenomen.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

De bevoegdheid van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van het rechtsbestel is beperkt, slechts voorwaardenscheppend. Toch is Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor de doeltreffendheid en doelmatigheid van het rechtsbestel als zodanig.

Deze «normen» voor een adequaat rechtsbestel laten zich niet in indicatoren vatten, die in één oogopslag de beleidseffectiviteit in beeld brengen. Met behulp van monitoren, trendrapportages en beleidsdoorlichtingen en beleidsevaluaties wordt op kwantitatieve, maar ook op kwalitatieve wijze inzicht verkregen in de effecten van het beleid om de toegang tot de rechtspleging te bevorderen (12.2). Voor de rechtspraak (12.3) kan dit slechts met kwalitatieve indicaties.

Daarnaast zijn bij de operationele doelstellingen een aantal input, throughput en outputindicatoren opgenomen die samen inzicht bieden in de effectiviteit van beleidsinstrumenten op de geformuleerde doelstellingen.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Overig evaluatieonderzoek

    

Planevaluatie Deskundigenregister in strafzaken

12.3

2009

2010

www.wodc.nl

Experiment met advocaat bij eerste politieverhoor

12.1

2008

2010

www.wodc.nl

Periodieke informatievoorziening rechtspraak en buitengerechtelijke geschilbeslechting 2007

12.1

2008

2010

www.wodc.nl

Meta-analyse pro-actieve aanpak conflicten door de overheid

12.1

2009

2010

www.wodc.nl 1

X Noot
1

Is opgegaan in de Monitor Rechtsbijstand en geschiloplossing.

Toelichting

Planevaluatie Deskundigenregister in strafzaken

Dit onderzoek behelst een voorbereiding voor een latere evaluatie van het in 2010 nationaal ingevoerde deskundigenregister. De volgende onderzoeksvragen komen aan de orde:

  • Welke gevolgen heeft de invoering van de Wet deskundigen in strafzaken (TK 31 116) en het instellen van een deskundigenregister voor het strafprocesrecht betreffende deskundigen?

  • Hoe wordt in andere landen bevorderd dat deskundigenbewijs bijdraagt aan strafvorderlijke doelstellingen, in het bijzonder de waarheidsvinding? In welke mate spelen deskundigenregisters daarbij een rol? Kunnen uit buitenlandse ervaringen voorwaarden en omstandigheden worden afgeleid die hierop van invloed zijn?

  • Welke informatie is nodig om te kunnen beoordelen of het deskundigenregister goed werkt?

Experiment met advocaat bij eerste politieverhoor

In dit experiment is onderzoek gedaan naar het verloop van de eerste politieverhoren waarbij gebruik wordt gemaakt van consultatie vooraf en aanwezigheid tijdens van de advocaat. Daarnaast is onderzocht wat de feitelijke waarneembare gevolgen zijn van de consultatie en de aanwezigheid op het verloop van het verhoor. De deelvragen waren gericht op de drie deelnemers aan de verhoren binnen het experiment: de advocaat, de verhoorders en de verdachte. Belangrijkste conclusie is dat de toetreding van de raadsman tot het verhoor relatief geruisloos (tijdelijk) geïmplementeerd is. De consultatie voorafgaand aan het verhoor blijkt de kans te vergroten dat verdachten gebruik maken van het zwijgrecht. Daarbij is de politie meer geneigd ten aanzien van de verdachte een intimiderende ondervragingsmethode in te zetten wanneer hij gebruik maakt van het zwijgrecht. De aanwezigheid van de advocaat lijkt er juist weer voor te zorgen dat de politie minder intimiderend optreedt naar de verdachte toe. Deze optelsom maakt duidelijk dat voorafgaande consultatie en toelating van de raadsman tot het verhoor niet los van elkaar gezien kunnen worden. Wanneer voorafgaande consultatie ingevoerd wordt, ligt het dientengevolge in de rede ten aanzien van het tegengaan van ongeoorloofde druk en eventueel het voorkomen van valse bekentenissen eveneens de raadsman toe te laten tot het verhoor.

Periodieke informatievoorziening rechtspraak en buitengerechtelijke geschilbeslechting 2007

Het (periodieke) onderzoek heeft tot doel een overzicht te geven van ontwikkelingen in het (maatschappelijk) functioneren van het stelsel van geschilbeslechting. Met behulp van deze informatie is meer inzicht verworven in de trends en ontwikkelingen in het stelsel van geschilbeslechting. Daarnaast heeft het onderzoek geleid tot een structurele versterking van de beleidsmatige informatievoorziening over het stelsel van geschilbeslechting.

Meta-analyse pro-actieve aanpak conflicten door de overheid

De uitgaven aan gesubsidieerde rechtsbijstand zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Deze monitor behoort bij het Programma Rechtsbijstand en Geschiloplossing, dat gericht is op het realiseren van zowel verbeteringen in de kwaliteit van de dienstverlening door de overheid binnen het justitiedomein als structurele besparingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand en de rechtspraak. Naast de maatregelen zelf bestrijkt deze nulmeting ook de terreinen waarop deze maatregelen betrekking hebben. Deze analyse geeft inzicht in met name de aantallen toevoegingen die zijn vastgesteld, de aantallen rechtszaken die zijn gestart of gevoerd en de uitgaven die aan deze toevoegingen en rechtszaken zijn gedaan over de periode 2000–2009.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

541 460

1 359 205

1 314 339

1 490 881

983 503

1 444 435

– 460 932

waarvan garanties

       
         

Programma-uitgaven

1 290 788

1 314 684

1 346 680

1 435 514

1 436 132

1 444 435

– 8 303

         

12.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

427 320

447 536

444 942

482 093

483 277

488 040

– 4 763

12.2.1

Raden voor rechtsbijstand

397 372

419 619

420 012

455 200

458 368

453 437

4 931

12.2.2

Overig

29 948

27 917

24 930

26 893

24 909

34 603

– 9 694

         

12.3 1

Slagvaardige en kwalitatief goede rechtspleging

863 468

867 148

901 738

953 421

952 855

956 395

– 3 540

12.3.1

Raad voor de rechtspraakgerechten

815 555

825 370

857 353

907 413

904 692

913 218

– 8 526

12.3.2

Hoge Raad

25 396

28 057

28 671

30 546

32 949

26 611

6 338

12.3.3

Overige diensten

22 517

13 721

15 714

15 462

15 214

16 566

– 1 352

         

Ontvangsten

180 292

176 444

182 519

194 389

199 380

198 655

725

Waarvan griffieontvangsten

163 487

156 305

162 850

185 140

190 743

194 526

– 3 783

X Noot
1

Met ingang van de ontwerpbegroting 2010 is beleidsdoelstelling 12.1 hernummerd tot 12.3.

Verplichtingen

Financiële toelichting

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt verklaard doordat in vorige jaren de verplichting voor de rechtsbijstand in het voorgaande jaar van uitvoering werd vastgelegd. In 2010 is de verplichting voor het jaar 2011 niet in 2010 vastgelegd maar in 2011. Hierdoor is er in 2010 minder verplicht dan aan ruimte beschikbaar was.

Uitgaven

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

Operationele Doelstelling 12.2

  • Meevallers op Juridische beroepen en mediation en, omdat een deel eigen vermogen is ingezet, een lagere subsidiebijdrage aan de Schuldsanering (WSNP), in totaal € – 9,6 miljoen.

Operationele Doelstelling 12.3

  • Bijdrage van € 8,5 miljoen van de Raad voor de rechtspraak aan met name facilitaire Justitiebrede zaken;

  • De tijdelijke capaciteitsuitbreiding om achterstanden weg te kunnen werken bij de Hoge Raad en door kosten in verband met de nieuwbouw Hoge Raad van in totaal ongeveer € 6 miljoen;

Ontvangsten

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door de lagere ontvangsten op de griffierechten, als gevolg van een latere invoering van het nieuwe griffierechtenstelsel (€ 3,7 miljoen lager dan geraamd).

Operationele doelstelling 12.2

Burgers en bedrijven hebben toegang tot een passende en effectieve vorm van geschillenbeslechting en/of rechtspleging.

Doelbereiking

Ook in 2010 heeft de toegang tot het rechtsbestel breed in de politieke en publieke belangstelling gestaan. Beleidsaandachtspunten waren integriteit, kwaliteit en toegankelijkheid van het rechtsbestel. Voorts zijn de financiële taakstellingen van (grote) invloed geweest op het uitgevoerde- en nieuw ontwikkelde beleid. Wijzigingen in de gefinancierde rechtsbijstand beïnvloeden zowel de rechtshulpverlening door advocaten als het aanbod en de kwaliteit van zaken die aan de rechterlijke macht worden voorgelegd. Dat betekent dat steeds een balans moet worden gevonden tussen enerzijds de doelmatigheid van de rechtspleging en geschillenoplossing met de daarmee gemoeide uitgaven en anderzijds de kwaliteit en rechtsstatelijkheid van het stelsel. Vanuit dit beleidsperspectief zijn de onderstaande instrumenten in 2010 ingezet.

Buitengerechtelijke geschilbeslechting

Instrumenten

De verwijzingsvoorzieningen voor mediation bij het Juridisch Loket en bij de rechtspraak zijn structureel vastgelegd, nadat de eindevaluatie Mediation aan de Tweede Kamer is voorgelegd (TK 29 528, nr. 6). Deze verwijzingsvoorzieningen zijn effectief en dienen ervoor te zorgen dat partijen hun verantwoordelijkheid voor het oplossen van hun conflict nemen, al dan niet met behulp van een mediator.

Rechtsbijstand

De bestuurlijke centralisatie van de raden voor rechtsbijstand is in 2010 afgerond. Tevens is op 1 juli 2010 een nieuwe asielprocedure in werking getreden (zie ook artikel 15«Vreemdelingen», pagina 71). Als uitgangspunt geldt dat de asielzoeker tijdens de gehele aanvraagfase rechtsbijstand krijgt van dezelfde advocaat. Deze toevoeging is algemeen van aard. Achteraf, bij vaststelling van de vergoeding, geldt er een modulair systeem van vergoedingen. De fase waarin de asielaanvraagprocedure is beëindigd is bepalend voor de hoogte van de vergoeding.

Rechtsbijstand en geschiloplossing

Het beleid met betrekking tot de gefinancierde rechtsbijstand heeft in 2010 voornamelijk in het teken gestaan van de verdere uitwerking en succesvolle afronding van het programma «Rechtsbijstand en Geschiloplossing». Het programma heeft tot doel de structurele taakstelling op de gesubsidieerde rechtsbijstand van € 50 miljoen in 2015 te bewerkstelligen.

De maatregelen die in het kader van het programma genomen zijn, leveren naar verwachting een hogere besparing op, zij het dat deze gefaseerd gerealiseerd worden. Als onderdeel van het programma is het minimale financiële belang om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen opgetrokken en is het bereik van de toevoeging voor verzoeken tot opheffing van vreemdelingenbewaring aangepast. Het project «Pro-actieve geschiloplossing door de overheid» heeft laten zien dat de inzet van mediationvaardigheden bij bestuurszaken veelbelovend is. De doorlooptijd van procedures neemt af en de tevredenheid van burgers en medewerkers neemt toe.

Naar aanleiding van het arrest Salduz (EHRM 27 november 2008) is per 1 april 2010 een regeling in werking getreden waarbij verdachten voorafgaande aan het politieverhoor de gelegenheid krijgen een advocaat te consulteren.

Juridische beroepsgroepen

Met betrekking tot de juridische beroepsgroepen zijn in 2010 verschillende wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer ingediend, zoals de wijziging van de Wet op het notarisambt (TK 32 250) en de wijziging van de Advocatenwet (TK 32 382). Beide wetsvoorstellen beogen een verdere versterking van de kwaliteit en integriteit van de juridische beroepsbeoefening door onderscheidenlijk notarissen en advocaten. Voorts is een wetsvoorstel ingediend waarin door wijziging van de Advocatenwet de versterking van de cassatierechtspraak mogelijk is (TK 32 576). Voor de gerechtsdeurwaarders zijn in 2010 door de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders (KBvG) twee verordeningen opgesteld die door Justitie zijn goedgekeurd. Het betreffen verordeningen inzake kwaliteitsnormen voor de gerechtsdeurwaarders en de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.

Het evaluatierapport inzake de tuchtrechtelijk handhaving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is in 2010 betrokken bij de vormgeving van het toezicht en het takenpakket van het Bureau Financieel Toezicht. De beleidsreactie wordt naar verwachting in het voorjaar 2011 aan de Tweede Kamer toegezonden.

Evaluatie van het Bureau Financieel Toezicht

Ten aanzien van het toezicht op de juridische beroepen is in maart 2010 een brief met een toezichtvisie aan de Tweede Kamer gezonden (TK 2009/10, 29 911, nr. 33 ). De evaluatie van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) is in 2010 onderwerp van gesprek geweest met onder andere de Nederlandse Orde van Advocaten. Kern van de besprekingen was daarbij op welke wijze een toezichtmodel voor de advocatuur vorm zou moeten krijgen. De NOvA heeft het voorstel tot afbouw van de subsidie inzake tuchtrechtspraak advocatuur geaccepteerd. De subsidie wordt tot en met 2013 afgebouwd en stopt per 2014.

Schuldsanering

In 2010 is de Monitor Wsnp 6e meting (TK 32 123 VI, nr. 125) aan de Tweede Kamer aangeboden, dit in het kader het schuldsaneringbeleid in 2010. Voor nadere analyses wordt verwezen naar deze monitor. In 2010 is het aantal uitgesproken schuldsaneringen gestegen naar 11 360, dit is een stijging van 25% ten opzichte van 2009. Het is aannemelijk dat als gevolg van de economische recessie er meer mensen een beroep deden op de schuldhulp- en schuldsaneringsregelingen. Dat het effect van de recessie zich pas in 2010 laat zien in meer schuldhulp- en schuldsaneringszaken komt doordat er sprake is van een vertragend effect voordat men in werkelijke schuldenproblematiek belandt. De doelstelling van de wetgever dat een natuurlijk persoon niet tot in lengte der dagen door zijn schulden wordt achtervolgd, wordt wederom behaald: uit de Monitor Wsnp, (TK 2010, D 32 123) blijkt dat het percentage van het aantal personen dat een beroep doet op de schuldsanering en niet terugvalt stabiel rond de 70% ligt.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Volume- en prestatiegegevens alternatieve geschillenbeslechting

Mediation

      

Aantal

     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Slagingspercentage mediations binnen het justitiële domein (%)

62

57

59

58

57

60

– 3

Verwijzing door de rechter

2 151

3 355

3 708

4 183

4 311

10 000

– 5 689

Verwijzing door het Juridisch Loket

1 433

2 137

2 419

2 198

1 924

2 500

– 576

Afgegeven mediation toevoegingen

2 572

4 570

5 524

6 798

7 330

5 000

2 330

Toelichting

Uit het evaluatieonderzoek naar de mediation door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (TK 29 528, nr. 6) blijkt dat de doorverwijzingsvoorzieningen bij het Juridisch Loket en bij de rechtspraak effectief zijn en nodig blijven om ervoor te zorgen dat partijen hun verantwoordelijkheid voor de oplossing van hun conflict ook op zich nemen, al dan niet met behulp van een mediator. Op grond van het evaluatieonderzoek zijn de prognosecijfers voor 2011 bijgesteld voor het aantal verwijzingen door de rechter en het aantal afgegeven mediation toevoegingen.

Het aantal mediation toevoegingen dat is afgegeven door Raad voor rechtsbijstand is in 2010 verder toegenomen dan verwacht, tot ruim 7 300 (een toename van circa 8% ten opzichte van 2009). Ook het aantal verwijzingen door de rechter is, enigszins minder dan verwacht, opnieuw gestegen (circa 3%).

Geschillencommissies

Het jaarverslag van de stichting geschillencommissies consumentenzaken kan worden gedownload via: www.degeschillencommissie.nl

Rechtsbijstand x € 1 000
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Apparaat uitgaven Raden voor rechtsbijstand

62

57

59

58

57

60

– 3

Prijs (x € 1)

41,7

51,5

52,7

52,9

51,9

52,4

– 0,5

Volume

391 277

386 231

405 974

421 801

424 181

410 789

13 392

        

Vaste kosten (incl. automatisering, projecten)

6 987

2 265

2 341

2 341

2 338

2 405

– 67

        

Programma

       

Strafzaken (ambtshalve)

       

Prijs (x € 1)

1 065

1 079

1 094

1 128

1 139

1 108

31

Volume (afgegeven toevoegingen)

103 757

102 617

105 792

101 111

98 125

109 798

– 11 673

        

Strafzaken (regulier)

       

Eigen bijdrage (x € 1)

73

74

76

74

133

118

25

Prijs (x € 1) (excl. Eigen bijdrage)

666

688

701

705

737

707

30

Volume (afgegeven toevoegingen)

48 783

50 688

52 711

54 615

52 652

52 127

525

        

Civiel

       

Eigen bijdrage (x € 1)

161

164

148

148

147

153

– 6

Prijs (x € 1) (excl. Eigen bijdrage)

701

708

754

791

810

786

24

Volume (afgegeven toevoegingen)

217 351

216 888

228 241

240 911

244 203

221 324

22 879

        

Inverzekeringstellingen

       

Prijs (x € 1)

249

252

260

267

270

273

– 3

Volume

88 887

82 465

82 923

89 219

100 360

82 784

17 576

        

Juridisch Loket

       

Vaste kosten (x € 1)

22 292

20 734

21 581

21 751

21 751

21 745

6

Volume (aantal)

575 314

599 383

654 451

770 252

770 374

639 000

131 374

        

Lichte adviestoevoegingen

       

Gemiddelde opgelegde eigen bijdrage (x € 1,–)

13,1

13,1

13,5

47,1

47,1

47,1

0

Prijs (x € 1)

239

210

249

249

239

228

11

Volume

17 588

19 846

16 556

13 792

10 660

24 000

– 13 340

        

Asiel

       

Prijs (x € 1)

2 668

2 583

1 821

1 708

2 731

2 176

555

Volume (instroom asielzoekers)

9 261

8 384

14 173

16 163

15 150

17 000

– 1 850

Toelichting

Het aantal afgegeven toevoegingen (volume) in ambtshalve strafzaken vertoont een daling ten opzichte van de begroting. Het aantal afgegeven toevoegingen (volume) in reguliere strafzaken is een fractie meer dan begroot. Voor beide soorten toevoegingen geldt, in vergelijking met het voorgaande jaar, een daling. De effecten van de diverse wettelijke maatregelen op het gebied van civiel- en bestuursrecht komen nog niet geheel tot hun recht in de cijfers. Met name het programma «Proactieve Overheid bij Geschiloplossing» (PAGO) moet op termijn leiden tot minder procedures. Bij de toevoegingen in civiele zaken is echter de realisatie hoger dan begroot voor het jaar 2010.

De inverzekeringstellingen vertonen een stijging van 21% ten opzichte van de begroting. Dit heeft te maken met de maatregelen in het kader van de uitspraken door het EHRM inzake Salduz, waarbij verdachten voorafgaand aan het politieverhoor de gelegenheid krijgen een advocaat te consulteren.

Het Juridisch Loket vertoont een stabilisatie in het volume van het aantal burgercontacten en ook qua budget.

Door de invoering van een hogere eigen bijdrage laten de lichte adviestoevoegingen een daling zien in vergelijking met het jaar 2009 en een halvering ten opzicht van het begrootte aantal voor 2010.

Het aantal ingestroomde asielzoekers in 2010 is 15 150, 10% minder dan begroot voor 2010 en 6% minder t.o.v. de realisatie 2009. Door de invoering van de nieuwe duurdere asielprocedure per 1 juli 2010 is een aanzienlijke kostenstijging voor de rechtsbijstand inclusief tolkkosten gerealiseerd.

Verdeling realisatie rechtsbijstand 2010

Verdeling realisatie rechtsbijstand 2010
Inkomens- en eigen bijdrage tabel
 

Verzamelinkomen tot1

  

inkomenscategorie

alleenstaande

Niet-alleenstaande

Eigen bijdrage1

Aandeel in totaal inkomensonafhankelijke toevoegingen2

A

€ 17 200

€ 24 000

€ 100

84%

B

€ 17 700

€ 24 800

€ 158

2%

C

€ 18 700

€ 26 100

€ 272

3%

D

€ 20 500

€ 29 000

€ 478

5%

E

€ 24 400

€ 34 400

€ 750

7%

Totaal

   

100%

X Noot
1

Per 1 januari 2010.

X Noot
2

Bron: monitor rechtsbijstand 2010.

Operationele doelstelling 12.3

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel.

Doelbereiking

Burgers en bedrijven hebben baat bij een sterke juridische infrastructuur. Deze draagt bij aan een snellere oplossing van conflicten, beperking van financiële en emotionele schade, vermindering van administratieve lasten en aan het voor overeenkomsten en transacties noodzakelijke onderlinge vertrouwen.

In 2010 is, in vervolg op de afgelopen jaren, ingezet op een doelmatig functionerend rechtsbestel. Gewerkt is aan samenwerking in de keten, dat wil zeggen aan het rechtsbestel als geheel. Met het wetsvoorstel Gerechtelijke kaart, dat in consultatie is gedaan, is een verbetering van de efficiency en doelmatigheid van het rechtsbestel beoogd. Verder is video-conferencing mogelijk gemaakt bij 13 rechtbanken en de burger kan nu digitaal beroep instellen tegen een bestuursorgaan.

Kwaliteitsindicatoren

Instrumenten

In de prijsafspraken tussen de toenmalige Minister van Justitie en de Raad voor de rechtspraak is voor de periode van 2008–2010 vastgelegd om circa € 62 miljoen in te zetten voor een kwaliteitsimpuls binnen de rechtspraak. De rechtspraak heeft zes kwaliteitsindicatoren genormeerd, waarover de Raad voor de rechtspraak in het jaarverslag 2010 rapporteert. Dit jaarverslag wordt toegestuurd aan de Staten-Generaal.

Kwaliteit en professionaliteit van de vervolging

Het programma «Versterking Opsporing en Vervolging» is succesvol afgesloten. Het Openbaar Ministerie, de politie en het Nederlands Forensisch Instituut hebben maatregelen geformuleerd waarmee gerechtelijke dwalingen voorkomen worden. Deze maatregelen hebben onder meer betrekking op het organiseren van tegenspraak, auditieve en audiovisuele registratie van verhoren, de wijze van verhoren, het rapporteren over forensisch onderzoek en de inschakeling van deskundigen. Dit alles heeft geleid tot nieuwe werkwijzen en meer onderlinge samenwerking.

Modernisering rechterlijke organisatie en herziening gerechtelijke kaart

Op 16 december 2010 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie het wetsvoorstel Herziening gerechtelijke kaart in formele consultatie gedaan. Door het wetsvoorstel wordt de gebiedsindeling van de rechtbanken (arrondissementen) en gerechtshoven (ressorten) gewijzigd. Doel van de wijziging is de behandeling van zaken binnen één rechtbank of gerechtshof beter te organiseren. De rechtspraak krijgt meer ruimte om deskundigheid op te bouwen op specialistische terreinen. Ook biedt de nieuwe indeling van de gerechtelijke kaart meer mogelijkheden om maatwerk te leveren en rechtspraak zichtbaarder te maken voor de burger.

Door het wetsvoorstel wordt het aantal arrondissementen teruggebracht van 19 naar 10 en het aantal ressorten van 5 naar 4. Diverse rechtbanken fuseren, zodat er 10 rechtbanken ontstaan. Elke rechtbank en elk gerechtshof krijgt verschillende zittingsplaatsen; in het hele land in totaal 32.

Het wetsvoorstel Deetman, waarbij de competentiegrens van de kantonrechter verhoogd wordt tot € 25 000 is in 2010 ingediend en wordt naar verwachting in de eerste helft van 2011 door de Eerste Kamer behandeld. Na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel betalen gedaagden in zaken met een financieel belang tot € 25 000 geen griffierecht.

Betere digitale toegankelijkheid en bevorderen moderne technologie

In internationaal opzicht speelt Nederland een actieve rol in het European e-Justice programma, dat tot doel heeft het gebruik van moderne technologie op het justitiële domein te bevorderen. Met subsidie van de Europese Commissie is onder andere een project gestart om het gebruik van videoconferentie binnen de Europese Unie te bevorderen en een project om te komen tot standaarden voor gegevensuitwisseling op het justitiële domein.

In 2010 is een belangrijke vooruitgang geboekt op het terrein van videoconferentie. Dertien rechtbanken zijn op dit moment geëquipeerd voor videoconferentie en de eerste zittingen met het gebruik ervan in vreemdelingenbewaringszaken zijn succesvol verlopen. Ook is een start gemaakt met het toepassen van videoconferentie in het strafrecht.

Ook bij het digitaal procederen bij de rechter is een belangrijk resultaat geboekt. Sinds 1 oktober is het voor burgers mogelijk digitaal beroep in te stellen bij de rechtbank tegen een bestuursorgaan.

In het strafrecht is de benodigde regelgeving voor het gebruik van een elektronisch proces-verbaal afgerond. Inwerkingtreding is 1 januari 2011 voorzien. De website tuchtrecht.nl is in 2010 vaak bezocht en voorziet in een onverwacht grote behoefte.

Normstellende rol Hoge Raad

Overeenkomstig het rapport van de commissie Hammerstein wordt de normstellende rol van de Hoge Raad versterkt (TK 32 576, nr. 4). Het wetsvoorstel Versterking cassatierechtspraak is daartoe eind 2010 aan de Tweede Kamer aangeboden. De Hoge Raad heeft in 2010 de aanbevelingen van de Commissie die gericht waren op de Hoge Raad uitgewerkt, zoals meer cassatie in het belang der wet, stages van rechters en anticiperen op de selectiekamer. Het wetsvoorstel Prejudiciële vragen zal in 2011 worden aangeboden. Het doel van de wetsvoorstellen en organisatiewijzigingen is een zwaarder accent op de rechtseenheid en de rechtsvorming.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Belangrijke indicatoren voor het functioneren van de rechtspraak zijn de verwachte ontwikkelingen bij de instroom en afhandeling van zaken in relatie tot de financiering van de rechtspraak. Meer informatie daaromtrent is te vinden in het hoofdstuk 7 van de Raad voor de rechtspraak. In het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak wordt ingegaan op de volume- en prestatiegegevens, concrete ontwikkelingen en de gevolgen voor de doorlooptijden.

Volume- en prestatiegegevens

Meerjarige instroomontwikkeling rechtspraak
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Totaal instroom

1 755 261

1 732 646

1 833 438

1 961 242

1 975 184

2 159 462

184 278

Jaarlijkse mutatie

 

– 1%

6%

7%

1%

  
Meerjarige productie ontwikkeling rechtspraak
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Totaal productie

1 751 421

1 725 301

1 827 279

1 934 225

1 959 617

1 893 843

65 773

Jaarlijkse mutatie

 

– 1%

6%

6%

1%

  

Toelichting kengetallen

Het aantal afgehandelde zaken nam evenals de instroom toe. In 2009 stroomden ruim 1,96 miljoen zaken in bij de gerechten. De groei is echter minder sterk dan voorgaande jaren. Het aantal afgehandelde zaken nam met ruim 1 procent toe.

Gerealiseerde in- en uitstroom Hoge Raad
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Straf

       

Instroom

3 599

3 943

3 685

3 554

3 685

3 900

– 215

Uitstroom

3 370

3 419

3 375

3 695

3 681

4 000

– 319

        

Civiel

       

Instroom

542

582

585

569

653

635

18

Uitstroom

504

498

588

586

627

655

– 28

        

Belasting

       

Instroom

922

760

748

868

1 030

750

280

Uitstroom

1 115

939

1 037

1 079

1 081

950

131

        

Totaal

       

Instroom

5 063

5 285

5 018

4 991

5 368

5 285

83

Uitstroom

4 989

4 856

5 000

5 360

5 389

5 605

– 216

Toelichting

De instroomcijfers zijn hoger uitgekomen dan verwacht. Voor zowel straf als civiel zijn de streefcijfers voor de uitstroom te ambitieus gebleken. Bij straf is dit een gevolg van een stijging van zaken met schrifturen, hetgeen de bewerkelijkheid heeft verhoogd. Over het geheel is de uitstroom licht toegenomen ten opzichte van de realisatie in 2009.

13. RECHTSHANDHAVING, CRIMINALITEITS- EN TERRORISMEBESTRIJDING

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 13 Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding 47,8%

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 13 Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding 					 47,8%

Algemene doelstelling

Het bestrijden van criminaliteit en terrorisme door een doelmatige en effectieve preventie, rechtshandhaving en sanctietoepassing.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De trend dat de criminaliteit in Nederland daalt, heeft zich ook in 2010 doorgezet (bron: Integrale Veiligheidsmonitor 2010). De aanpak van georganiseerde criminaliteit is verder verstevigd. Dat geldt evenzeer voor de bestrijding van cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Voor elk van deze onderwerpen wordt een versterkingsprogramma uitgevoerd door het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. Ook het openbaar bestuur heeft een belangrijke rol bij het tegengaan van dit soort criminaliteit.

Het programma «Veiligheid begint bij voorkomen» (eindjaar 2010) is door de val van het kabinet Balkenende IV vroegtijdig tot een eind gekomen. Een eindrapportage is medio 2010 aan de Tweede Kamer gezonden. Hieruit blijkt onder meer dat de criminaliteit is afgenomen, dat in de recidive onder ex-gedetineerden en jeugdige daders een kentering ten goede is gekomen en het aantal zeer actieve volwassen veelplegers is afgenomen.

Externe factoren

Een goed functionerende strafrechtketen hangt mede af van een aantal externe factoren. De economische crisis en stijging van de werkeloosheid hebben geen aantoonbaar effect gehad op de criminaliteit. Op het terrein van de ketensamenwerking noch op het internationale vlak hebben in 2010 ontwikkelingen plaatsgevonden die substantiële invloed hebben gehad op de criminaliteitsbestrijding. De val van het kabinet Balkenende IV in 2010 heeft wel op een aantal beleidsterreinen vertragend effect gehad, doordat bepaalde beleidsdossiers, zoals het drugsbeleid, «controversieel» zijn verklaard tot het moment van aantreden van het nieuwe kabinet eind 2010.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

De doelstelling voor 2010 was het gereduceerd hebben van de criminaliteit met 25 procent in 2010 ten opzichte van het jaar 2002. Dit door de volgende instrumenten:

1. Twintig procent minder geweldsdelicten

Afname geweldsdelicten
 

Overall doelstelling2010 t.o.v. 2002

Herijkte «doelstelling» 2010 t.o.v. 2006

Gerealiseerd 2006

Resultaat monitor2008 t.o.v. 2006

Resultaat 2010

Nog te realiseren

Geweld

25%

20%

6%

14,50%

19

1

De geweldscriminaliteit is sinds 2006 sterk afgenomen: het aantal geweldsdelicten is volgens de laatst bekende cijfers met 19% gedaald ten opzichte van 2006 (TK 28 684, nr. 276). De reductie van geweld vormt een gezamenlijke opgave van de programma's Aanpak Geweld in het (semi-)publieke domein, Eergerelateerd Geweld en Huiselijk Geweld. Het gaat hierbij om vormen van expressief en cultureel bepaald geweld en niet om instrumentele vormen van geweld, zoals overvallen en straatroof. Overigens is het aantal overvallen, na een sterke toename sinds 2007, het afgelopen jaar met 11% afgenomen.

2. Daling criminaliteit tegen ondernemingen met vijfentwintig procent

Om het aantal diefstallen in de detailhandel verder terug te dringen, is in 2010 in samenwerking met het bedrijfsleven een aantal proeftuinen tegen winkelcriminaliteit gestart. Deze worden in 2011 geëvalueerd. In mei van 2011 zijn de cijfers uit de monitor criminaliteit bedrijfsleven over 2010 beschikbaar en worden aan de Tweede Kamer aangeboden.

3. Daling recidive met tien procentpunt

Het vergroten van de maatschappelijke veiligheid was een prioriteit van het kabinet Balkenende IV en veel criminaliteit werd veroorzaakt door recidivisten. De inspanningen waren daarom onder meer op gericht de recidive van justitiabelen te laten dalen. De inspanningen van het huidige kabinet kunnen uiteraard nog niet zichtbaar zijn in de recente recidivecijfers. Wel zetten de dalende recidivecijfers het kabinet aan stevig te blijven investeren in recidivebestrijding, zoals dat de afgelopen jaren is ingezet.

Recidiveontwikkeling Ex-gedetineerden (2-jaarsrecidive)

Recidiveontwikkeling Ex-gedetineerden 						(2-jaarsrecidive)

De WODC-Recidivemonitor is de belangrijkste informatiebron voor de uiteindelijke toets of de kwantitatieve kabinetsdoelstelling van 10 procentpunt recidivereductie behaald is. Voor het meten van het effect van de kabinetsdoelstelling geldt echter dat pas na enkele jaren zichtbaar is of ex-gedetineerden blijvend niet terugvallen in de criminaliteit. Het is gebruikelijk dat hierover na een periode van zeven jaar uitspraken kunnen worden gedaan. Het WODC is echter gevraagd een inschatting te maken van de definitieve effecten op basis van de 2-jaars recidive, zodat deze cijfers eerder beschikbaar zijn. De doelstelling om de 7-jaars recidive onder ex-gedetineerden met 10 procentpunt te verlagen komt tot uitdrukking in de verlaging van het 2-jaars recidivepercentage met 7,7 procentpunt (TK, 24 587, nr. 299). Het laatste jaar van de monitor heeft betrekking op personen die in 2007 een strafzaak hadden of in dat jaar uitstroomden uit een justitiële inrichting. Dit is het meest recente uitstroomjaar, omdat deze personen vervolgens nog 2 jaar worden gevolgd om de recidive te kunnen meten 7.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

    

Jurisprudentie toepassing van anti-terrorismemaatregelen

13.6

2010

2010

www.wodc.nl

     

Effectenonderzoek ex-post

    

OM proeftuinen

13.3

2008

2010

www.wodc.nl

Onderzoek bereik geestelijke verzorging

13.4

2008

2010

www.wodc.nl

Monitor nazorg 2008–2009

13.4

2008

2010

www.wodc.nl

     

Overig evaluatieonderzoek

    

Landelijk invoering OK-punten

13.1

2008

2010

www.wodc.nl

Evaluatie van de pilots Stay in love Plus

13.1

2009

2010

www.wodc.nl

Effect van «Behave» van gedragscodes binnen in het onderwijs

13.1

2008

2010

www.wodc.nl

Procesevaluatie Halt-afdoening Alcohol

13.1

2009

2010

www.wodc.nl

Proces- en effectevaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan

13.1

2010

2011

 

Procesevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod

13.1

2009

2010

www.wodc.nl

Planevaluatie forensisch psychiatrisch toezicht en procesevaluatie pilots forensisch psychiatrisch toezicht

13.4

2009

2010

www.wodc.nl

Onderzoek naar de effectiviteit van de gedragsinterventie CoVa

13.4

2010

2012

 

Landelijke implementatie van Slachtoffer-dadergesprekken door Stichting Slachtoffer in Beeld (SIB)

13.5

2009

2010

www.wodc.nl

Evaluatie van de invoering van de wet over spreekrecht

13.5

2008

2010

www.wodc.nl

Jurisprudentie toepassing van anti-terrorismemaatregelen

Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het rapport «Antiterrorismemaatregelen in Nederland in het eerste decennium van de 21ste eeuw» (zie operationele doelstelling 13.6, pagina 71).

OM proeftuinen

Proeftuinen zijn intelligent ingerichte leeromgevingen waarin het OM en de politie niet alleen opsporen met innovatieve methoden, maar ook andere partners als (lokale) overheden, providers en energiebedrijven betrekken bij het bestrijden van een criminaliteitsprobleem. In dit overkoepelende verslag zijn de ervaringen uit de drie proeftuinen gebundeld en is een voorstel gedaan voor de tweede fase van de evaluatie.

Evaluatie van de pilots Stay in love Plus

Uit het WODC-rapport «Geweld verslagen?» is de aanpak «Safe Dates» geselecteerd om te toetsen en te evalueren in de Nederlandse praktijk. In dit kader is het Nederlandse project «Stay in Love» aangevuld met de sterke «Safe Dates»-elementen uit de Verenigde Staten. De evaluatie heeft van januari 2009 tot mei 2010 geduurd. Algemeen genomen kan gesteld worden dat «Stay in Love» een klein, kortdurend effect op attitude en in mindere mate op kennis en sociale vaardigheden met betrekking tot partnergeweld heeft. Vervolgonderzoek moet vaststellen of de effecten van «Stay in Love» ook daadwerkelijk leiden tot een vermindering van partnergeweld.

Effect van «Behave» van gedragscodes binnen het onderwijs

In 2008 is gestart met de ontwikkeling en uitvoering van «Zo gaat dat hier: Behave!», een programma voor de onderbouw van het VMBO, HAVO en VWO waarbij leerlingen projectmatig aan de slag gaan met het ontwikkelen van een gedragscode. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat het programma in opzet sterk is op het vlak van motivatie, werkvormen en flexibiliteit. Maar in de praktijk biedt het programma te veel variatie in inhoud en uitvoering en de professionalisering is onvoldoende gericht op hoe het programma in didactisch opzicht moet worden uitgevoerd. De scholen vinden het belangrijk om blijvend aandacht te besteden aan gedrag en gedragsregels, maar zijn er minder zeker van of dat door middel van het programma «Behave» moet gebeuren.

Proces- en effectevaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan

In veel gemeenten zijn samenwerkingsverbanden gesmeed tussen de politie, het lokaal bestuur en de uitbaters van de horeca. Via convenanten «Veilig Uitgaan» en «Kwaliteitsmeters Veilig Uitgaan» (KVU) wordt samenwerking en het treffen van preventieve maatregelen gestimuleerd. In 2004 heeft de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uitgebracht over het effect van deze samenwerkingsverbanden op het uitgaansgeweld en is in 2006 nagegaan wat er met de aanbevelingen uit 2004 is gedaan. Thans zijn de KVU’s zowel in kwaliteit als in aantal toegenomen en is in 2010 de (plan)evaluatie van de KVU’s ter hand genomen. Het onderzoeksrapport verschijnt in 2011.

Procesevaluatie Halt-afdoening Alcohol

Plegers van geweld onder invloed van alcohol zijn vooral man en jong. In de Halt-afdoening Alcohol, waarmee in de afgelopen jaren regionaal ervaring is opgedaan in de vorm van het project «Boete of Kanskaart», krijgen jongeren die onder invloed van alcohol een Halt-waardig feit gepleegd hebben, een interventie opgelegd die ingrijpt op alcoholmisbruik in relatie tot de delictpleging. Ook de ouders van de jongeren zijn betrokken bij de afdoening. In 2009 is ingezet op een extra kwaliteitslag in de afdoening en is de checklist Halt-afdoening Alcohol ontwikkeld, waarna de procesevaluatie in 2010 van start is gegaan. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er regionaal een aantal verschillen is in de uitvoering. Deze constatering heeft geleid tot de start, eind 2010, van de uniformering van de Halt-afdoening, zodat in 2011 de effectevaluatie uitgevoerd kan worden.

Evaluatie landelijke implementatie slachtoffer-dadergesprekken door Slachtoffer in Beeld (SiB)

Uit de evaluatie is gebleken dat het algemene oordeel over de interne implementatie binnen SiB goed is. Het aantal zaken dat door SiB in behandeling is genomen laat een gestage groei zien van 467 in 2007 naar bijna 1 100 in 2009. Aanmeldingen via de Raad voor de Kinderbescherming en de Jeugdreclassering zijn verantwoordelijk voor 66% in 2007 en 88% in 2009 van het totale aantal aanmeldingen. Aanmeldingen vanuit Slachtofferhulp Nederland (SHN) blijven constant op ongeveer 130, terwijl slachtoffer-dadergesprekken primair bedoeld zijn voor slachtoffers.

Evaluatie van de invoering van de wet over spreekrecht

Het onderzoek naar de werking van het spreekrecht en de reactie daarop zijn in 2010 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK 32 500 VI, nr. 9). Het blijkt dat het spreekrecht in de praktijk goed functioneert en dat secundaire victimisatie of een te grote belasting voor de rechtspraak zich niet voordoet. Op basis van enkele gesignaleerde knelpunten wordt het spreekrecht op onderdelen aangepast.

Procesevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod

De toenmalige Minister van Justitie heeft bij de wetsbehandeling toegezegd dat de wet tussentijds, binnen 2,5 jaar na inwerkingtreding van de wet, geëvalueerd zou worden. In november 2010 is de Procesevaluatie «Wet tijdelijk huisverbod» opgeleverd. Het onderzoeksrapport is in 14 februari 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd, voorzien van een beleidsreactie (TK 28 345, nr. 112).

Planevaluatie forensisch psychiatrisch toezicht en procesevaluatie pilots forensisch psychiatrisch toezicht

Het WODC heeft onderzoek verricht naar het forensisch psychiatrisch toezicht op Tbs-gestelden. Daaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het forensisch psychiatrisch toezicht bijdraagt aan het verminderen van recidive. Het forensisch psychiatrisch toezicht heeft volgens het onderzoek een positief effect op vroegsignalering van terugval van Tbs-gestelden. Dit betekent dat dreigende recidive vroegtijdig wordt gesignaleerd, zodat onmiddellijk kan worden ingegrepen waardoor gevaarsrisico’s en eventuele slachtoffers worden voorkomen. Op basis van de positieve resultaten van het WODC-onderzoek wordt het forensisch psychiatrisch toezicht landelijk geïmplementeerd.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

2 127 707

2 349 592

2 722 045

2 938 544

3 075 007

2 895 925

179 082

waarvan garanties

2 759

3 631

134

293

286

388

– 102

         

Programma-uitgaven

2 118 339

2 504 516

2 694 104

2 939 067

2 913 129

2 895 925

17 204

        

13.1

Preventieve maatregelen

13 555

11 865

15 322

19 315

27 793

24 736

3 057

13.1.1

Dienst Justis

898

596

4 313

4 537

9 501

8 921

580

13.1.2

Overig

12 657

11 269

11 009

14 778

18 292

15 815

2 477

         

13.2

Opsporing en forensisch onderzoek1

71 166

72 929

0

0

0

0

0

13.2.1

NFI

54 509

57 911

0

0

0

0

0

13.2.2

Overig

16 657

15 018

0

0

0

0

0

         

13.3

Handhaving en vervolging1

536 681

564 701

716 149

794 078

811 137

789 418

21 719

13.3.1

Rechtshandhaving

16 529

19 774

82 941

115 972

129 084

133 501

– 4 417

13.3.2

Openbaar Ministerie

520 152

544 927

570 903

611 165

615 642

588 885

26 757

13.3.3

NFI

54 509

0

62 305

66 941

66 411

67 032

– 621

         

13.4

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

1 442 548

1 793 652

1 886 853

2 055 808

2 000 713

1 993 384

7 329

13.4.1

DJI-gevangeniswezen-regulier

1 057 474

1 103 134

1 043 547

1 164 888

1 035 610

1 017 232

18 378

13.4.2

DJI-TBs

130 894

403 169

532 803

577 162

672 255

668 136

4 119

13.4.3

Reclasseringsorganisaties

119 943

148 227

211 715

236 982

241 569

268 155

– 26 586

13.4.4

SRN – taakstraffen

40 121

41 403

0

0

0

0

0

13.4.5

CJIB

89 346

92 221

93 503

70 050

43 978

32 514

11 464

13.4.6

Overig

4 770

5 498

5 285

6 726

7 301

7 347

– 46

         

13.5

Slachtofferzorg

25 835

31 001

32 331

33 996

33 072

54 346

– 21 274

13.5.1

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

12 438

13 334

14 706

15 407

17 384

32 129

– 14 745

13.5.2

Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

13 397

17 667

17 625

18 589

15 688

22 217

– 6 529

         

13.6

Terrorismebestrijding

28 554

30 368

43 449

35 870

40 414

34 041

6 373

13.6.1

NCTb

25 494

27 241

40 352

32 697

37 374

30 870

6 504

13.6.2

IND

3 060

3 127

3 097

3 173

3 040

3 171

– 131

         

Ontvangsten

727 730

841 973

818 542

846 774

842 826

879 110

– 36 284

Waarvan Boeten en Transacties

679 906

718 012

731 143

763 625

746 106

830 991

– 84 885

Waarvan Pluk-ze

17 541

23 572

23 401

39 116

33 885

27 820

6 065

X Noot
1

In het jaar 2007 heeft er een wijziging plaatsgevonden in de budgettenstructuur. Hierdoor is een aantal budgetten verplaatst.

Verplichtingen

Financiële toelichting

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

  • Het Openbaar Ministerie heeft in 2009 verplichtingen vastgelegd die geraamd waren in 2010. Hierdoor ontstond er in 2010 een onderuitputting op de verplichtingen van € 17,9 miljoen;

  • Omdat veel subsidies voor 2010 en 2011 al in 2009 zijn vastgelegd ontstond er in 2010 een onderuitputting op verplichtingenruimte van (€ 27,3 miljoen);

  • Ook ten aanzien van de reclasseringsorganisaties, Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er een onderuitputting van € 12,8 miljoen ontstaan doordat er al in 2009 verplichtingen zijn aangegaan voor het jaar 2010.

Uitgaven

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

Operationele Doelstelling 13.3

De Justitiële informatiedienst (JustID) voert naast de reguliere taken ook een aantal opdrachten voor derden uit, zoals het beheer van systemen. Deze middelen zijn toegevoegd aan het budgettaire kader (€ 17,6 miljoen).

  • Door onderuitputting op diverse beleidsdossiers en schadeloosstellingen van in totaal € 6,7 miljoen

  • Diverse overige mutaties, zoals Veiligheidshuizen, art 30 WAM (onverzekerd rijden), forensisch onderzoek, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerleggeing geldelijke sancties en beslissing tot confiscatie, en subsidies aan onder andere CCV, van per saldo – € 15,5 miljoen.

  • Budgetophogingen bij het OM door diverse mutaties voor onder andere Veiligheidshuizen, justitiële voorwaarden, slachtofferhulp, forensisch onderzoek van totaal bijna € 11,8 miljoen. Daarnaast heeft het OM een overschrijding van ruim € 15 miljoen op het P&M budget, omdat de niet ontvangen loonbijstelling in 2010 niet meer geheel kon worden gecompenseerd door maatregelen en dit budget voor een groot deel uit salariskosten bestaat.

Operationele Doelstelling 13.4

  • Een verhoging van de bijdrage met € 15 miljoen in verband met de inzet van extra personeel in de avond en nacht in het kader van de brandveiligheid:

  • Een verhoging van de bijdrage met € 9,6 miljoen in verband met diverse capacitaire maatregelen in het gevangeniswezen op grond van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ);

  • Door opgelegde taakstellingen en bijdragen aan Justitiebrede activiteiten is de bijdrage verlaagd met € 23,4 miljoen;

  • Een verhoging van de bijdrage met per saldo € 14 miljoen in verband met de uitvoering van diversen projecten waaronder het ISD verbeterplan, het Programma «Nazorg», het Programma «Voorwaardelijke invrijheidsstelling» en het Libanontribunaal;

  • Een verhoging van de bijdrage met € 10 miljoen ter financiering van de autonome groei van de inkoop van forensische zorg in het strafrechtelijk kader;

  • Een verhoging van de bijdrage met € 8,0 miljoen ten behoeve van de inkoop van Justitiële verslavingszorg;

  • Een verhoging van de subsidies aan de 3RO met € 10,8 miljoen De herziene bekostigingssystematiek en wijzigingen van de kwaliteitseisen die gevolgen hebben voor de reclasseringsorganisaties liggen hieraan ten grondslag. Tevens zijn de reclasseringsorganisaties betrokken in de voorbereidingen en implementatie van de diverse beleidsprogramma’s die betrekking hebben op ondermeer justitiële voorwaarden en Forensisch Psychiatrisch Toezicht. Zie ook de toelichting die is opgenomen in Hoofdstuk 12 Toezichtrelatie ZBO/RWT;

  • herschikkingen tot een bedrag van circa € 17,8 miljoen die grotendeels binnen beleidsdoelstelling 13 hebben plaatsgevonden. Dit in verband met de verdere ontwikkelingen en implementatie van de diverse beleidsprogramma’s betreffende ondermeer justitiële voorwaarden, Nazorg, ISD verbeterplan en inkoop justitiële verslavingszorg. Hierbij zijn verschillende uitvoeringsorganisaties zoals het OM, CJIB en DJI betrokken;

  • In het kader van in te vullen taakstellingen is het artikel met € 6,1 miljoen verlaagd;

  • uitgaven op het terrein van het programma «justitiële voorwaarden» zijn getemporiseerd vanwege het controversieel verklaren van het wetsvoorstel justitiële voorwaarden. Dit impliceert het inwerking treden van de wet op 1 januari 2012. Zie voor de nadere toelichting onder operationele doelstelling 13.4. Hierdoor is er circa € 5 miljoen minder uitgegeven dan geraamd.

Operationele doelstelling 13.5

Het verschil van € 14,7 miljoen ten opzichte van het begrote bedrag wordt ten dele verklaard met de budgetoverboekingen vanuit dit artikel naar het OM (€ 5,1 miljoen), het CJIB (€ 0,3 miljoen) en DJI (€ 0,2 miljoen) ten behoeve van de voorbereidings- en implementatiekosten van de Wet «Versterking van de positie van het slachtoffer». De vertraging van de inwerkingtreding van deze wet naar 1 januari 2011 verklaart het overige verschil van € 8,3 miljoen, omdat in 2010 nog geen sprake was van uitvoeringskosten, in het bijzonder van de voorschotregeling.

De oorzaken van het verschil van € 6,5 miljoen ten opzichte van het voor het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) begrote bedrag zijn: enkele taakstellingen (in totaal € 0,5 miljoen), een lager beroep op de Regeling Overvallen (€ 2,9 miljoen) en een gemiddeld lager verstrekte tegemoetkoming, onder meer door een beleidswijziging ten aanzien van bedreiging met vuurwapens.

Operationele Doelstelling 13.6

  • In 2010 is circa € 6,5 miljoen extra uitgegeven dan geraamd. Dit is voornamelijk het gevolg van onvoorziene uitgaven in verband met ministeriële aanwijzing nummer 5636068/09, naar aanleiding van het incident op vlucht NW253 van Schiphol naar Detroit op 25 december 2009.

Ontvangsten

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

Operationele Doelstelling 13.3

  • JustID beheert systemen voor derden. Met deze ontvangsten (€ 11,2 miljoen) is het uitgavenbudget verhoogd;

  • PlukZe en verbeurd verklaringen: Er is een meevaller op de PlukZe en ontvangsten uit verbeurd verklaringen gerealiseerd van € 27,3 miljoen;

  • Overige ontvangsten: Er is meer rente ontvangen over de in zekering gestelde gelden bij het Ministerie van Financiën. Daarnaast is er een bedrag van € 2,1 miljoen ontvangen van de RGD. Dit betrof een nacalculatie.

Operationele Doelstelling 13.4

Boeten & Transacties: Op boeten en transacties is in 2010 een tekort van circa € 85 miljoen ontstaan. Het aantal opgelegde (verkeers)boetes is sterk teruggelopen. Oorzaak is ondermeer het winterweer van de eerste maanden van 2010. Tevens zijn een aantal trajectcontrolesystemen in onderhoud geweest en is met het programma «optimalisering van de verkeershandhaving» een lagere opbrengst gerealiseerd dan geraamd.

Operationele doelstelling 13.1

Het voorkomen en verder terugdringen van criminaliteit door inzet van een effectief instrumentarium van preventie en het effectief bestrijden van huiselijk geweld.

Doelbereiking

Een effectieve en efficiënte rechtshandhaving is gebaat bij een combinatie van preventie en repressie. Bij de preventie van criminaliteit heeft niet alleen de (rijks)overheid verantwoordelijkheden, maar ook de samenleving als geheel. Vanuit Veiligheid en Justitie is in 2010 de publiek-private samenwerking bij de aanpak van overvallen geïntensiveerd in de Taskforce overvallen. Met de transportsector zijn de afspraken uit het convenant «Aanpak Transportcriminaliteit» geïmplementeerd. Met een aantal grote winkelketens zijn proeftuinen opgezet om het aantal winkeldiefstallen terug te dringen.

De aanpak van geweld

Instrumenten

De geweldscriminaliteit is in 2010 met 19% gedaald ten opzichte van 2006 (TK, 28 684 nr. 276). In het programma «Geweld in het (semi-)publieke domein» zijn de volgende resultaten in 2010 behaald:

  • 1. weerbaarheid vergroten:

    • scholen: gedragscodeprojecten (400 scholen voor het primair onderwijs en 70 scholen voor het voortgezet onderwijs) en leerlingbemiddeling (70 scholen voor primair onderwijs) zijn geïmplementeerd. In drie regio’s zijn Platforms Veiligheid actief (Den Haag, Leeuwarden en Amsterdam), bestaande uit veiligheidscoördinatoren van de deelnemende scholen, politie, Halt en waar nodig andere externen;

    • buurten: in 150 gemeenten is buurtbemiddeling en in 75 buurten zijn gedragscodeprojecten ingevoerd.

  • 2. risicofactoren voor geweld:

    • wapens: checklisten voor preventieve controle zijn ontwikkeld, twee metingen over wapengerelateerd geweld zijn uitgevoerd en 500 wapenkluizen zijn aan de horeca ter beschikking gesteld.

    • alcohol: de Halt-afdoening Alcohol is ontwikkeld, erkend en op proces geëvalueerd. De kosten en baten van alcoholregistratie door de politie bij geweld zijn berekend. Op basis hiervan wordt in 2011 besloten over de invoer van alcoholregistratie bij geweld.

    • schadelijk beeldmateriaal: de maatregelen voor een betere naleving van artikel 240a Wetboek van Strafrecht (de strafbaarstelling van het aanbieden, verstrekken of vertonen van voor jongeren onder 16 jaar schadelijk beeldmateriaal, aan een jongere in die leeftijdsgroep) zijn in uitvoering en de handhaving via bijzondere opsporingsambtenaren van de toezichthoudende instantie is gestart.

  • 3. risicogroepen voor geweld:

    • de gebiedsscan Criminaliteit en Overlast risicogroepen is ontwikkeld, een overzicht van effectieve interventies is opgesteld en 45 scholen namen deel aan de Agressie RegulatieTraining.

  • 4. dadergerichte aanpak:

    • De modelaanpak is ontwikkeld, de ontwikkelfase in 3 pilots is afgerond en de kennisplatforms voor de Veiligheidshuizen worden van informatie over de dadergerichte aanpak voorzien. Deze aanpak wordt middels pilots, die zijn gekozen op basis van geweldsconcentraties, verder uitgerold. Daarbij is gekeken naar spreiding van initiatieven over het land, zodat de ontwikkelde instrumenten breed toepasbaar zijn in het hele land. Geweld, met name expressief geweld komt breed voor in Nederland en is, anders dan instrumenteel geweld, niet geconcentreerd in de vier grote steden.

Tegengaan van huiselijk geweld

Om huiselijk geweld en kindermishandeling vroegtijdig te kunnen signaleren zijn, vooruitlopend op de wettelijk verplicht te stellen meldcode, de beroepsgroepen die in hun beroepsuitoefening te maken kunnen krijgen met huiselijk geweld of kindermishandeling (naast artsen en leraren bijvoorbeeld medewerkers kinderopvang) gestimuleerd om meldcodes te ontwikkelen en het gebruik daarvan door hun medewerkers te bevorderen.

Voorts is een nieuwe gedragsinterventie voor daders van partnergeweld ontwikkeld. Ook is in 2010 – in het verlengde van de landelijke modelaanpak huiselijk geweld – een start gemaakt met het opzetten van een databank met effectieve interventies voor huiselijk geweld. Deze databank is bedoeld voor een zo breed mogelijk publiek en is via internet bereikbaar.

In 2010 is een derde inventarisatie van de stand van zaken bij de aanpak van huiselijk geweld door gemeenten, politie, OM, hulpverlening, en in de ketensamenwerking tot stand gekomen; deze is in juli 2010 naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 28 345, nr. 106).

Het landelijke onderzoek naar de omvang en aard van huiselijk geweld is in december 2010 afgerond. Hierover is de Tweede Kamer in januari 2011 geïnformeerd (TK 28 345, nr. 109). Uit het onderzoek is gebleken dat huiselijk geweld vandaag de dag een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van geweld is (jaarlijks 200 000 slachtoffers van ernstige vormen van huiselijk geweld en 1 miljoen slachtoffers van incidenteel huiselijk geweld).

Bij al deze onderwerpen is en wordt op een goede en intensieve wijze samengewerkt met de andere betrokken ministeries, met name met het Ministerie van VWS.

Aanpakken van criminaliteit in het bedrijfsleven

  • De Taskforce Overvallen heeft in 2010 de publiek-private aanpak van overvallen geïntensiveerd. In diverse regio’s heeft de politie speciale overvallenteams opgezet. In het najaar is een landelijk «Donkere Dagenoffensief» georganiseerd. De meeste overvallen vinden plaats in de maanden waarin het vroeg donker is. Winkeliers zijn ervan bewust gemaakt om alert te zijn en voorzorgsmaatregelen te nemen. Een onderzoeksgroep heeft in 2010 onderzocht wat de oorzaken zijn van het gestegen aantal overvallen, wat de karakteristieken van de daders zijn en hoe de aanpak verder kan worden verbeterd. Op basis van het rapport heeft de Taskforce begin 2011 een actieprogramma «Ketenaanpak Overvalcriminaliteit» opgesteld. De inspanningen in 2010 hebben ertoe geleid dat het aantal overvallen met 11% is gedaald van ongeveer 2 900 naar zo’n 2 600 overvallen.

  • Ter voorkoming van winkeldiefstallen is in 2010 een start gemaakt met een aantal proeftuinen. Verschillende maatregelen zijn uitgerold, zoals overlastdonatie (schade die een winkelier lijdt door een winkeldiefstal in de vorm van oponthoud en overlast die bij de winkeldief in rekening wordt gebracht) en het verbeteren van de aangifte. Eén van de proeftuinen richt zich op de informatie-uitwisseling tussen grootwinkelbedrijven en het KLPD over rondtrekkende bendes; deze heeft tot enkele concrete aanhoudingen geleid.

  • Ter bestrijding en voorkoming van criminaliteit in de transportsector is de landelijk officier van Justitie voor transportcriminaliteit in 2010 gestart. In samenwerking met het bedrijfsleven en de politie is een integrale aanpak ontworpen. Een evaluatie van het project «Secure Lane», een systeem met intelligent cameratoezicht in Zuid-Nederland, heeft aangetoond dat hiermee het aantal diefstallen van en uit vrachtwagens sterk kan worden gereduceerd.

Daling criminaliteit in het bedrijfsleven
    

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2004

2008

2009

2010

2010

 

Aantal overvallen

 

2 575

2 898

2 572

1 900

672

Aantal diefstallen detailhandel

1 500 000

1 727 000

1 527 000

1 674 000

1 125 000

549 000

Geweld tegen bedrijfsleven (% slachtoffer)

      

– bouw

2,2

1,8

1,7

1,7

1,5

0,2

– detailhandel

6,7

5,6

5,4

5,9

5,0

0,9

– transport

7,3

4,2

4,6

5,3

5,0

0,3

– zakelijke dienstverlening

3,6

2,8

2,6

2,4

3,0

– 0,6

– horeca

10,0

9,1

8,0

8,5

7,5

1,0

Het aantal overvallen ligt dankzij acties als ondermeer een «Donkere Dagenoffensief» samen met het bedrijfsleven en extra inzet van politie 11% lager dan in 2009. Hiermee is de stijgende lijn doorbroken.

Integriteit

Om te voorkomen dat burgers en bedrijven geconfronteerd worden met criminaliteit is ingezet op het beschermen van de integriteit van kwetsbare groepen (kinderen, hulpbehoevenden), de integriteit van de publieke sector en de integriteit van het financieel-economische stelsel door het screenen en toetsen van (rechts)personen en het inschatten en signaleren van risico’s op misbruik.

Herziening Toezicht op rechtspersonen

Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Wet controle rechtspersonen, is de Verklaring van geen bezwaar bij oprichting in 2010 gehandhaafd.

Verklaring Omtrent het Gedrag

In 2010 is naar aanleiding van een aantal incidenten in de taxibranche de politieke en maatschappelijke roep om meer controle op taxichauffeurs ontstaan. De Tweede Kamer is op 16 november 2010 geïnformeerd (TK 31 521, nr. 57) over het voornemen de screening in de taxibranche te verbeteren als ook te onderzoeken onder welke voorwaarden screening voor andere beroepsgroepen kan worden geoptimaliseerd.

Op 1 juli 2010 is gestart met een pilot van de elektronische aanvraag voor de Verklaring omtrent gedrag (VOG). Via de pilot kan een representatieve groep van externe organisaties en burgers nu op een elektronische, plaats- en tijdsonafhankelijke manier een VOG aanvragen. Deze pilot loopt door in 2011, waarna deze elektronische aanvraag beschikbaar komt voor in principe alle burgers en organisaties in Nederland.

De Ministeries van Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport financieren de uitwerking van een samenhangend pakket aan maatregelen om seksueel misbruik door vrijwilligers die met jongeren werken te voorkomen. Deze aanpak, «In veilige handen», omvat onder andere gedragsregels, een omgangscode, een meldprotocol, een stappenplan voor organisaties en een risicoprofiel voor functies waarvoor een vrijwilligersorganisatie een VOG kan vragen van vrijwilligers.

BIBOB

De Wet Bibob biedt bestuursorganen de mogelijkheid te voorkomen dat ongewild criminaliteit wordt gefaciliteerd door het verlenen van vergunningen of subsidies en het verstrekken van opdrachten. In 2010 heeft de Raad van State advies uitgebracht op het wetsvoorstel voor de uitbreiding en verbetering van de toepassing van de Wet Bibob.

Kansspelbeleid

Ter voorbereiding op mogelijke aanpassingen in het kansspelbeleid is in 2010 onderzoek gedaan naar kansspelen op internet (TK 24 557, nr. 123). Een ambtelijke werkgroep heeft eind 2010 twee rapporten opgeleverd over transparante vergunningverlening voor loterijen. In maart 2011 is het kabinetsstandpunt over deze thema’s in een visiebrief over kansspelen met de Tweede Kamer gedeeld.

Het wetsvoorstel tot oprichting van de Kansspelautoriteit is in december 2009 aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer. De schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel heeft in 2010 plaatsgevonden. De plenaire behandeling wordt begin 2011 verwacht en er wordt gekoerst op inwerkingtreden van de wet medio 2011. Voor zover mogelijk zijn voorbereidingen getroffen voor de inrichting van de organisatie.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

1. Terugdringen van alcoholgerelateerd geweld

Alcoholgerelateerd geweld
  

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2010

2010

 

Aantallen

38 600

PM

36 670

PM

De alcoholregistratie door de politie bij geweldsdelicten is nog niet standaard ingevoerd, omdat eerst de kosten en baten van deze registratie becijferd moesten worden. De uitkomsten van deze becijfering is in 2010 afgerond en ter finale besluitvorming voorgelegd aan de Minister van Veiligheid en Justitie. De weergave van de realisatie is afhankelijk van het besluit van de minister om de registratie wel of niet te bekostigen.

2. Terugdringen van wapengerelateerd geweld

Wapengerelateerd geweld
  

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2010

2011

 

Incidenten in percentages op scholen

24,0%

20%

20,4%

0,4%

Rond scholen

18,0%

15%

15,3%

0,3%

In de horeca

7,0%

5%

6,0%

1%

Rond horeca

23,0%

21%

19,6%

– /– 1,4%

Toelichting kengetallen

De percentages voor wapengerelateerd geweld zijn gebaseerd op de vervolgmeting «Wapens weren». Zowel op als rond scholen en horecaaangelegengeden zijn de wapengerelateerde incidenten gedaald. Van de scholen acht 88% lokale samenwerking bij de aanpak van wapens essentieel en 70% werkt ook daadwerkelijk samen met lokale partners. In de horeca bedragen deze percentages respectievelijk 44% en 14%. Daar waar samenwerking van de grond is gekomen, wordt het meest met de politie samengewerkt (scholen 98%, horeca 90%), gevolgd door samenwerking met andere scholen/horecazaken en met gemeenten (scholen 73%, horeca 73%). De politie werkt het meest samen met scholen, horeca en gemeente (> 80%). In mindere mate werkt zij samen met het OM (76%) en particuliere beveiligingsbedrijven (57%). Ook noemt de politie samenwerking met Halt en jongerenwerk. Gemeenten geven aan vooral met horeca samen te werken (66%) bij de aanpak van wapens en in iets mindere mate met scholen (59%). Ook Koninklijke Horeca Nederland en Halt noemen de gemeentes als samenwerkingspartners.

3. Verhogen van de naleving van de leeftijdsgrenzen van Kijkwijzer en PEGI

In samenwerking met de audiovisuele branches zijn maatregelen in uitvoering, die ertoe moeten leiden dat het nalevingspercentage stijgt van gemiddeld 14% in 2008 naar ten minste 70% bij de hoogste categorie schadelijk beeldmateriaal (films en games met een classificatie van 16 of ouder) eind 2011. In 2010 is een publiekscampagne uitgevoerd, is het toezicht van start gegaan en is gestart met maatregelen voor betere bescherming van jongeren en betere leeftijdscontrole bij verkoop op het internet.

4. Integriteit

Integriteit (aantal BIBOB-adviezen en BIBOB-adviezen ernstig gevaar)
    

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Aantal adviezen

197

265

237

212

400

188

Waarvan ernstige mate van gevaar

118

113

100

92

n.n.b.

92

In 2010 zijn 212 BIBOB-adviezen afgegeven. Dit betekent dat sprake is van een lichte daling ten opzichte van het aantal afgegeven adviezen in 2008 en 2009. Daarnaast is de afgelopen jaren een toename te zien in het aantal aanvullende adviezen van 5 in 2007 tot 63 in 2009 en 43 in 2010. Ook bij deze aanvullende adviezen is er in 2010 sprake van een daling. Deze aanvullende adviezen worden niet bij de telling van het aantal afgegeven adviezen meegenomen omdat het hier om adviezen gaat die in het verlengde liggen van de eerder geleverde adviezen waarover de aanvrager nog specifieke vragen had.

Aantal aangevraagde en geweigerde VOG’s
    

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Aantal aangevraagde VOG’s

373 072

471 300

460 073

504 033

555 100

– 51 067

Waarvan geweigerd in de beschikkingsfase op basis van antecedenten

   

4 064

0

4 064

Ten opzichte van 2010 is er sprake van een algemene toename van het aantal gevraagde VOG’s. Deze toename heeft zich vooral voorgedaan bij VOG-rechtspersonen en Integriteitsverklaringen Beroepsgoederenvervoer (IVB), zowel voor rechtspersonen als natuurlijke personen.

Operationele doelstelling 13.3

Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging.

Aanpak van minder zichtbare criminaliteit

Doelbereiking

De organisaties van het OM en politie zijn in 2010 beter toegerust voor de bestrijding van voor de burger minder zichtbare vormen van criminaliteit, zoals de georganiseerde misdaad. De capaciteit van de organisaties is versterkt, op een groot aantal plaatsen in het land is een brede, programmatische aanpak gestart waar de georganiseerde misdaad niet alleen met strafrechtelijke, maar ook met bestuurlijke en fiscale instrumenten wordt aangepakt. Deze vernieuwende aanpak is in het bijzonder toegepast op de prioriteiten «georganiseerde hennepteelt»,«mensenhandel» en «vastgoedfraude».

Kwaliteit en professionaliteit van de opsporing

Aangevangen is onder meer met de verbetering van de opsporing door middel van de automatische kentekenherkenning (Automatic Numberplate Plate Recognition) door de politie (TK 31 051, nr. 6 en TK 31 051, nr. 8). Hiervoor zijn in 2010 wetswijzigingen voorbereid.

Voor de resultaten van het programma «Versterking Opsporing en Vervolging» wordt verwezen naar operationele doelstelling 12.3 (rechtsbestel).

Internationale samenwerking

Internationale samenwerking heeft plaatsgevonden als onderdeel van de versterking van de aanpak van georganiseerde misdaad. Bereikte resultaten op dit gebied zijn onder meer de verbetering van de internationale rechtshulp, de operationele aansluiting van Nederland bij en de samenwerking met het Maritieme Analyse en Operatie Centrum Narcotica (MAOC(N)) waardoor Nederland een bijdrage kan leveren aan de Europese maritieme bestrijding van smokkel van verdovende middelen. In de samenwerking met Suriname inzake bestrijding cocaïnesmokkel via luchthavens zijn speurhonden en bagagescans geleverd die hebben gezorgd voor een verdere daling van deze smokkel. Ook heeft versterking plaatsgevonden van de operationele samenwerking met onder meer Bulgarije. Deze intensieve samenwerking met Bulgarije heeft geleid tot verschillende veroordelingen in beide landen, een bestuurlijke rapportage en een voorlichtingsfilm voor Bulgaarse middelbare scholen over het gevaar van seksuele uitbuiting.

Programma «Versterking aanpak georganiseerde misdaad»

Instrumenten

De vernieuwende, programmatische aanpak van georganiseerde misdaad is in 2010 verder in de praktijk gebracht en ontwikkeld in concrete proeftuinen op de thema’s bestrijding georganiseerde hennepteelt, mensenhandel en vastgoedfraude, vaak in combinatie met andere criminaliteitsfenomenen. Op elk van deze thema’s is een Task Force actief die de voortgang van de proeftuinen monitort. Een aantal proeftuinen is inmiddels afgerond, een aantal loopt nog door tot in 2011. De aanbevelingen uit de afgeronde proeftuin zijn via de verantwoordelijke Task Force in uitvoering genomen.

De aanpak van vastgoedcriminaliteit en de uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in de beleidsbrief «aanpak misbruik vastgoed» (TK 29 911, nr. 16) zijn in volle gang.

Het wetsvoorstel tot verbetering van de uitvoering van de ontnemingsmaatregel (wetsvoorstel TK 32 194); Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten ter verbetering van de toepassing van de maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (verruiming mogelijkheden voordeelontneming) bevindt zich in de fase van schriftelijke behandeling in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2011.

Programma «Aanpak cybercrime»

  • De organisaties van politie en OM zijn in 2010 beter toegerust voor de bestrijding van Cybercrime. De versterkingsprogramma's die tot en met 2012 doorlopen, liggen op schema. In 2010 zijn diverse grote zaken met succes aangepakt, waarvoor ook relatief veel media aandacht bestond.

  • Het Platform «Internetveiligheid» dat in december 2009 is gestart, is in 2010 gestart met de uitwerking van de afspraken met providers over het filteren en blokkeren van kinderporno. Ook heeft via het Platform in 2010 het botnet-experiment verder vorm gekregen en is gewerkt aan de uitbouw en bestendiging van de «Notice & Take Down» Code. Deze code is een gefaseerde procedure die gebruikt wordt om servers met illegale inhoud van het internet te verwijderen. Deze code houdt in dat zodra kinderporno wordt waargenomen (notice), het eraf gehaald wordt (take down).

  • Een eerste onafhankelijke Trendrapportage Cybercrime («Nationale Trendrapportage Cybercrime en Digitale Veiligheid 2010») is uitgebracht, waarin onder andere trends op het terrein van cybercrime en digitale veiligheid worden gesignaleerd en maatregelen die daarop zijn gericht worden afgewogen en waarvan de werking wordt beoordeeld. Bevindingen in 2010 zijn uiteenlopend: onder meer dat systemen in de procesautomatisering, vaak gebruikt in vitale sectoren, momenteel meer risico lopen dan voorheen, burgers en bedrijfsleven ICT veilig genoeg vinden om te gebruiken, er veel initiatieven voor ICT-veiligheid zijn genomen maar dat de coördinatie daarvan een aandachtspunt blijft en dat cyberspace in opkomst is als vijfde domein van de krijgsmacht. Het rapport is op 15 november 2010 aan de Tweede Kamer gezonden (TK 28 864, nr. 292).

  • Evenals in 2009 heeft in 2010 in opdracht van de Ministeries van Justitie en Economische Zaken een postbus 51 campagne «Veilig Internetten» plaatsgevonden. Het brede publiek werd gewaarschuwd om ook op internet zorgvuldig om te gaan met de eigen persoonsgegevens. Naast een tv- en radiospot en een website is de viral «the online identity» ontwikkeld om met name jongeren gericht te benaderen. Met Marktplaats is een take-over (scherm overname) van hun website ontwikkeld. De impact ervan voor kijkers was aanzienlijk. Iedereen die in een bepaalde periode op Marktplaats een transactie pleegde of contact opnam met aanbieders, kreeg via een filmpje zogenaamde hackers te zien die zogenaamd meekeken. Ook ontving men tips. Tot slot is in het najaar samen met Habbo voor de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar een hacker hunt georganiseerd, met chatsessies door de hoofdcommissaris van Amsterdam en een echte hacker. Deze actie was een doorslaand succes binnen Habbo. Meer dan 95 000 jongeren bezochten in drie weken de headquarters van de Hacker Hunt binnen Habbo.

Prostitutie en mensenhandel

In april 2010 is de nota naar aanleiding van het verslag aan de Tweede Kamer (TK 32 211) verstuurd. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche heeft inmiddels (januari 2011) plaatsgevonden. Maatregelen voor regulering prostitutie en mogelijkheid om misstanden te bestrijden zijn in gang gezet.

Programma «Versterking aanpak financieel-economische criminaliteit en fraude»

  • In 2010 is een verbreding van de aanpak geïntroduceerd: niet alleen strafrechtelijk, maar een geïntegreerde aanpak met betrokkenheid van OM, politie, Bijzondere Opsporingsdiensten, Belastingdienst, Financiële toezichthouders, gemeenten en private partijen;

  • De Nederlandse aanpak financieel-economische criminaliteit is in de EU-raadswerkgroep positief beoordeeld als «helder en duidelijk regeringsbeleid», de uitwerking waarvan in de praktijk is «flexibel en pragmatisch, gebaseerd op een scala van instrumenten van preventie en bestuurlijke maatregelen tot vervolging en strafsancties»;

  • Goede resultaten als gevolg van versterking financiële recherche in 5 politieregio’s: meer fraudezaken en witwaszaken opgepakt, intensieve samenwerking met partners als Belastingdienst, OM en banken, werving van ruim honderd financiële experts uit onder meer de bankwereld om de politiekorpsen te versterken.

Drugs

De toenmalige Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben in het huidige bestuursakkoord met de VNG afgesproken dat alle gemeenten in 2011 voor coffeeshops een afstandscriterium van minimaal 250 meter voor scholen tot het voortgezet onderwijs hanteren of andere drempelverhogende maatregelen treffen. Een evaluatie in 2010 heeft uitgewezen dat eind 2011 naar verwachting 101 van de 106 gemeenten waarbinnen zich één of meer coffeeshops bevinden, op enigerlei wijze voldaan heeft aan de afspraak die in 2008 tussen Rijk en VNG in het Bestuursakkoord over het afstandscriterium is gemaakt. Het huidige regeerakkoord bevat echter een verscherping van dit beleid, tot een afstandscriterium van minimaal 350 meter.

Veiligheidshuizen

De slotrapportage van «Veiligheid begint bij Voorkomen» is op 23 april 2010 aan de Tweede Kamer gezonden (TK 28 684, nr. 276) samen met de Integrale Veiligheidsmonitor. In de slotrapportage is de verantwoording tot mei 2010 opgenomen. Sindsdien is er een doorstart gemaakt; het Programma «doorontwikkeling veiligheidshuizen» is binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie opgestart en de overgebleven doelstellingen worden in dat kader opgepakt. In 2010 is een landelijk dekkend netwerk van veiligheidshuizen gerealiseerd en is gewerkt aan de landelijke verbinding tussen de veiligheidshuizen en de Centra voor Jeugd en Gezin en Zorgadviesteams.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Productie en prestaties Openbaar Ministerie

 Arrondissementsparketten

2006

2007

2008

2009

Realisatie 20101

Begroting 2010

Verschil

Rechtbankzaken

       

Afdoeningen

269 400

261 500

264 900

260 000

209 900

269 000

– 22%

Overdracht aan buitenland

200

200

200

100

100

300

– 67%

Onvoorwaardelijk sepot

27 400

27 100

31 400

31 200

23 900

26 900

– 11%

Transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

81 700

73 500

72 800

77 100

55 000

72 600

– 24%

Voegen (ter berechting of ad info)

11 700

11 600

12 000

8 600

5 200

13 600

– 62%

Dagvaarding

148 400

149 200

148 500

143 000

125 700

155 600

– 19%

w.v. Meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

13 100

13 800

14 500

14 800

14 800

14 800

0%

Politierechter (inclusief economisch en militair)

122 000

121 100

119 600

115 500

99 900

126 800

– 21%

Kinderrechter

13 300

14 300

14 500

12 700

11 100

14 000

– 21%

Interventiepercentage (%)

88

88

86

87

87

90

– 3%

Gemiddelde doorlooptijd (vanaf instroom OM in dagen)

139

137

158

174

172

130

32%

 

       

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan (%)

79

77

79

79

81

80

1%

        

Kantonzaken

       

Afdoeningen

279 300

268 700

241 000

243 000

216 000

329 800

– 35%

waarvan sepot, transactie, strafbeschikking, voegen en overdracht buitenland

112 500

104 500

91 400

84 500

45 800

118 600

– 61%

waarvan dagvaarding

166 800

164 200

149 600

158 500

170 200

211 200

– 19%

        

Mulderzaken

       

Uitstroom beroepen Openbaar Ministerie

362 200

376 500

329 500

360 200

321 200

361 100

– 11%

        

Hoger beroep (ressortsparketten) (uitstroom)

       

Rechtbankappellen (incl. inttrekkingen)

18 200

16 100

12 800

13 600

16 100

13 400

20%

Kantongerechtsappellen (incl. inttrekkingen)

7 800

7 900

5 700

4 800

4 400

8 200

– 46%

Mulderberoepen

1 500

1 700

1 600

2 300

2 300

2 100

10%

Klachten artikel 12 Sv

2 200

2 300

2 500

2 400

2 500

2 400

4%

X Noot
1

Deze cijfers zijn voorlopig

Toelichting kengetallen

Ten opzichte van 2009 is het aantal verwerkte zaken gedaald. De volgende oorzaken liggen daaraan ten grondslag:

  • Dalende instroom. Dit is deels het gevolg van succesvol beleid zoals de invoering van de OM-afdoening en de bestrijding van de jeugdcriminaliteit. Politie en OM investeren in de samenwerking met de partners (programmatische aanpak, veiligheidshuizen).

  • De overgang van het registratiesysteem Compas naar het nieuwe bedrijfsprocessysteem GPS. Deze overgang heeft in 2010 door de organisatorische aanpassingen, de aanpassing van de processen en de gewenning aan het systeem (zoals verwacht) in 2010 nog niet tot de beoogde efficiëntie geleid. De voordelen van GPS op het gebied van efficiëntie in de bedrijfsvoering en de kwaliteit van het juridische proces zullen in 2011 en de jaren daarna merkbaar zijn.

Volume- en prestatiegegevens

Ontwikkeling afdoening rechtbankzaken en kantonzaken

Kantonzaken

Kantonzaken

Ontwikkeling afdoening rechtbankzaken

Ontwikkeling afdoening rechtbankzaken

Toelichting grafieken

De productie van het aantal rechtbank- en kantonzaken is lager dan volgens de prognoses werd verwacht. Dit komt mede doordat in het Prognosemodel Justitiële Ketens de effecten van de sinds 2009 dalende instroom nog niet geheel waren doorgetrokken naar de voorspelling voor 2010. Met name de prognose van de instroom van kantonzaken bleek te hoog.

Ontwikkeling hoger beroep (ressortsparketten)

Ontwikkeling uitstroom hoger beroep ressortparketten

Ontwikkeling uitstroom hoger beroep 						ressortparketten

Toelichting grafiek

Over het algemeen is de uitstroom ongeveer net zo hoog als geraamd, De uitstroom voor Rechtbankappellen is fors hoger, en de uitstroom voor Kantongerechtsappellen is gedaald.

Verdeling dagvaardingen 2010

Verdeling dagvaarding realisatie 2010

Verdeling dagvaarding realisatie 2010

Toelichting taartdiagram

De realisatie is ten opzichte van de begroting nagenoeg even groot als geraamd.

Volume en prestatiegegevens

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU NL)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Aantal ongebruikelijke transacties

172 865

214 042

388 800

163 900

183 400

403 000

– 219 600

Aantal verdachte transacties

34 531

45 656

54 600

32 100

29 800

58 000

– 28 200

Percentage verdachte transacties (%)

20

21

14

20

16

14

2

Toelichting kengetallen

De prognose van 403 000 ongebruikelijke transacties (OT's) en 58 000 verdachte transacties (VT's) in 2010 is mede gebaseerd op de realisatie van 2008. Dit was echter een uitzonderingsjaar waarin de FIU-Nederland een bulk van zo'n 175 000 achterstallige meldingen ontving. Dit verklaart het achterblijven van de realisatie bij de prognose.

Volume en prestatiegegevens

Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Aantal aanbieders

29

64

101

114

153

140

13

Aantal vragen

1 771 941

1 901 024

2 800 000

2 930 941

2 592 320

3 200 000

– 607 680

Hit-rate (%)1

83–93

84–94

88–94

90–94

93

96

– 3

X Noot
1

Hit-rate is het aantal hits gedeeld door het aantal vragen maal 100%. De hit-rate wordt bepaald door het aantal aangesloten aanbieders, de kwaliteit van de vragen en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Een hit op een vraag kan een of meerdere antwoorden bevatten.

Toelichting

De autonome realisatie van de bevragingsmodule van het CIOT is afhankelijk van de behoefte van de (Bijzondere) Inlichtingen- en Opsporingsdienst ((B)IOD).

Ontwikkeling aantal aanbieders

Ontwikkeling aantal aanbieders

Ontwikkeling aantal vragen

Ontwikkeling aantal vragen

Volume en prestatiegegevens

Unit Landelijke Interceptie (ULI)
 

Realisatie

 

20071

2008

2009

2010

Aantal telefoonnummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

12 4911

26 425

24 724

22 006

Gemiddeld aantal taps per dag

1 6811

1 946

2 121

1 635

Percentage taps op mobiele lijnen

84%1

90%

86%

2

Percentage taps op vaste lijnen

16%1

10%

14%

2

IP-taps3

   

1 704

Gemiddeld aantal IP- taps per dag

   

131

Aantal aanvragen op historische gegevens4

   

24 0125

     
X Noot
1

Cijfers over de tweede helft 2007

X Noot
2

Het onderscheid tussen vaste telefoonaansluitingen en mobiele telefoons is komen te vervallen. Deze gegevens zijn onbetrouwbaar geworden, omdat vaste aansluitingen vaker zijn gekoppeld aan mobiele nummers.

X Noot
3

Dit betreft zowel Internettaps als emailtaps.

X Noot
4

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens.

X Noot
5

Cijfers over de tweede helft van 2010

Toelichting kengetallen

Jaarlijks worden tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van Veiligheid en Justitie.

Ten opzichte van 2009 is het aantal telefoontaps met 11% gedaald. Ook de gemiddelde duur van een tap in 2010 is ten opzichte van 2009 met 23% afgenomen. Dit blijkt uit de afname van het gemiddeld aantal taps per dag.

Operationele doelstelling 13.4

Het bestrijden van criminaliteit met een effectieve en doelmatige tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen.

Doelbereiking

Veel criminaliteit werd en wordt veroorzaakt door recidivisten. Om de recidive te verminderen is in 2010 onder andere ingezet op een toename van voorwaardelijke straffen met bijzondere voorwaarden en het versterken van de nazorg.

Ruimere toepassing justitiële voorwaarden

Instrumenten

Het controversieel verklaren van het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties en voorwaardelijke invrijheidstelling heeft tot gevolg dat de inwerkingtreding is verschoven naar 1 januari 2012. Toename van vonnissen voorwaardelijke straffen met bijzondere voorwaarden wordt ná de wetswijziging verwacht.

Vanuit het programma «justitiële voorwaarden» is in 2010 ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de wetswijziging en een verwachte groei ingezet op kwaliteitsverbetering. In alle arrondissementen is een projectteam opgezet waarin onder regie van het OM wordt gewerkt aan implementatie van landelijke ketenafspraken, lokale verbeterpunten en tijdigheid binnen het strafproces, gericht op de verwerking van de toename van voorwaardelijke straffen met bijzondere voorwaarden.

Tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen

Vrijheidsstraffen blijven onmisbaar, zowel met het oog op de doelstelling van vergelding, als op het ontnemen van de mogelijkheid om delicten te begaan. Een eerste vereiste is de beschikbaarheid van voldoende sanctiecapaciteit. In 2009 is het «Masterplan Gevangeniswezen 2009–2014» opgesteld. Belangrijk onderdeel van het Masterplan is de regionale plaatsing van gedetineerden, zodat het strafproces en de reïntegratie beter op elkaar aansluiten. De regionale plaatsing van preventief gehechten (doelstelling is 90%), kort- en langverblijvenden in de laatste vier maanden van detentie dient eind 2012 te zijn gerealiseerd.

De persoonsgerichte aanpak op basis van de levensloopbenadering vormt de kern van het programma «Modernisering van het Gevangeniswezen» (MGW). De persoonsgerichte aanpak richt zich op screening bij binnenkomst, een detentie- en reïntegratieplan voor elke gedetineerde en het aanbieden van een dagprogramma dat gericht is op resocialisatie en reïntegratie.

In 2010 is de implementatie van het programma MGW gestart. Het afgelopen jaar is er al veel in gang gezet. Doelstelling is dat alle projecten van het programma eind 2011 zijn geïmplementeerd. Belangrijke successen in 2010 zijn:

  • Er is een werkwijze opgesteld om een gestandaardiseerde screening van gedetineerden bij binnenkomst in te voeren. Deze werkwijze dient begin 2011 in alle penitentiaire inrichtingen te zijn gerealiseerd. Per 1 juni 2011 heeft elke gedetineerde een detentie- en reïntegratieplan.

  • In alle penitentiaire inrichtingen is een extra zorgvoorziening ingericht.

  • Het dagprogramma I (OPI I) is nagenoeg overal ingevoerd. Vervolgens wordt in alle penitentiaire inrichtingen in de eerste helft van 2011 het avond- en weekendprogramma ingevoerd.

  • Alle doelgroepen komen in aanmerking voor arbeid. Gedetineerden zijn minimaal 20 uur in de week ononderbroken beschikbaar voor arbeid.

  • Ongeveer 60% van het personeel is geschoold in motiverende bejegening.

  • De concentratie en uitbreiding van de zorgplaatsen in vijf PPC’s is gerealiseerd.

ISD-maatregel

Het beleid ten aanzien van (zeer actieve) veelplegers is voortgezet, met name in het kader van de uitvoering van de ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders). In 2010 is de, in de begroting 2010 aangekondigde, verbetering van de uitvoering van de ISD-maatregel gerealiseerd.

Nazorg

Op het terrein van nazorg is grote vooruitgang geboekt. Er waren eind 2010 in 406 gemeenten nazorgcoördinatoren. Deze coördinatoren vervullen, samen met de Medewerkers Maatschappelijk Dienstverlening (MMD’ers), een spilfunctie in het regelen van nazorg. Een goede, snelle communicatie tussen deze MMD’ers en de gemeenten is essentieel voor de inrichting van een nazorgtraject. Eind 2010 is een meer uitgebreide en gebruikersvriendelijker versie van het Digitaal Platform Nazorg (DPAN) in gebruik genomen, waardoor de informatie-uitwisseling tussen de Penitentiaire Inrichtingen en gemeenten sneller, vollediger en betrouwbaarder wordt. In juni 2010 had meer dan de helft van de centrumgemeenten de nazorg structureel en op regionaal niveau georganiseerd, veelal via vastgelegde afspraken in het Veiligheidshuis. In de meeste Veiligheidshuizen is er inmiddels een casusoverleg ten behoeve van de terugkeer van gedetineerden. Dat leidt ertoe dat de krachten rond gedetineerden met hoog risico op terugval en meervoudige problematiek worden gebundeld. Tot slot zijn in 2010 werkwijzen ontwikkeld en beproefd op het terrein van arbeidstoeleiding en schuldhulpverlening in detentie en zijn 5 regiobijeenkomsten georganiseerd die zeer goed bezocht zijn door vertegenwoordigers van PI-en, gemeenten en maatschappelijke organisaties.

Forensische zorg/terbeschikkingstelling

In 2010 is verder gewerkt aan de verbetering en veilige tenuitvoerlegging van de Tbs-maatregel. Zo is bij het forensisch psychiatrisch toezicht, na een positieve evaluatie door het WODC en een onderzoekvan de Inspectie sanctietoezicht, gestart met landelijke implementatie. Het wetsvoorstel aanpassingen Tbs met voorwaarden is in 2010 in werking getreden. Het Adviescollege verloftoetsing Tbs is geëvalueerd. De Tweede Kamer is op 5 oktober 2010 geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek (TK 24 452, nr 135). Voorts heeft het WODC onderzoek verricht naar de opgelopen behandelduur van Tbs-gestelden. Dit onderzoek wordt in 2011 aan de Tweede Kamer gezonden.

Daarnaast zijn bij de uitvoering van het programma «Vernieuwing Forensische Zorg» in 2010 de volgende doelstellingen behaald:

  • Alle klinische forensische zorg wordt op basis van de indicatiestelling verleend. Op deze wijze wordt de zorgbehoefte en het vereiste beveiligingsniveau gestructureerd vastgesteld. De drie reclasseringsorganisaties gaan de indicatiestelling bij ambulante forensische zorg verrichten. In december 2010 is een pilot gestart waarin de nieuwe werkwijze getest wordt.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de plaatsing van justitiabelen. Het plaatsingsbeleid met de daarbij horende verantwoordelijkheidsverdeling is gerealiseerd. In 2011 vindt implementatie plaats.

  • Om de informatie-uitwisseling voor de gehele keten te optimaliseren, is het Informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) opgericht. Ifzo is sinds 1 januari 2010 gedeeltelijk operationeel en ondersteunt de hele keten van forensische zorg, van indicatiestelling tot en met facturering.

  • De wetsvoorstellen Forensische Zorg en Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg zijn in juni 2010 bij de Tweede Kamer ingediend (TK 32 398, nr. 2). Het interim-besluit forensische zorg, dat vooruitlopend op inwerkingtreding van het wetsvoorstel forensische zorg een wettelijke kader voor het forensisch zorgstelsel creëert, is per 1 januari 2011 in werking getreden.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Justitiële voorwaarden
   

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2009

2010

2010

 

Aantal kandidaten voorwaardelijke invrijheidstelling1

30

430

1 076

900

176

Aantal verslaafden dat onder justitiële voorwaarden naar zorg wordt toegeleid

3 736

4 000

6 2002

5 000

– 1 200

X Noot
1

Dit betreft het aantal personen dat de aanvraagprocedure voor v.i. ingaat. Het aantal dat daadwerkelijk met v.i. gaat wijkt hiervan af.

X Noot
2

Dit betreft een voorlopig aantal.

Toelichting kengetallen

Voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) zijn in de recidivebrief schattingen van het aantal gedetineerden opgenomen dat voor v.i. in aanmerking komt. De schatting van het aantal personen dat met v.i. gaat vanaf 2009 is ten opzichte van de cijfers in de recidivebrief geactualiseerd. In april 2010 is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd (TK 28 684, nr. 276).

Mede door toename van het aanbod van zorg voor een complexe doelgroep met triple problematiek is het aantal verslaafden dat kon worden toegeleid naar de zorg hoger dan eerder was gepland.

Nazorg
   

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2009

2010

2010

 

Percentage screeningen en informatie-overdracht aan gemeenten

60

80

90

100

– 10

Percentage dekking gemeentelijke contactpersonen

75

90

90

100

– 10

Toelichting kengetallen

In 90% van de gevallen wordt tijdig informatie overgedragen aan gemeenten via DPAN. In geval van zeer kortgestraften is screening op de leefgebieden niet haalbaar. In die gevallen wordt alleen melding van detentie gemaakt. Eind 2010 waren er 406 gemeentelijke nazorgcoördinatoren bij gemeenten werkzaam.

Operationele doelstelling 13.5

Het bijdragen aan de beperking van schade van slachtoffers door een effectieve slachtofferzorg.

Doelbereiking

De versterking van de positie van slachtoffers is gerealiseerd door inwerkingtreding van de Wet Versterking Positie Slachtoffers in het strafproces (VPS) waarmee de rechten van slachtoffers zijn uitgebreid en wettelijk verankerd. Onderdeel van de wet is de introductie van een voorschotregeling waarmee de overheid aan het slachtoffer na acht maanden de schadevergoedingsmaatregel vooruit betaalt en de vordering op de dader overneemt.

Schade verhalen op dader

Instrumenten

In de wet VPS is het voegingscriterium verruimd. Dat betekent dat meer slachtoffers zich kunnen voegen als benadeelde partij in het strafrecht en dus minder slachtoffers zich zelfstandig hoeven te wenden tot de civiele rechter.

Verbetering informatievoorziening aan slachtoffers en kennisnemen van processtukken

In de wet VPS is de informatiepositie van het slachtoffer verbeterd. Het slachtoffer moet door politie en justitie worden geïnformeerd over het verloop van «zijn» zaak, mag kennisnemen van processtukken en zelf stukken toevoegen aan het dossier.

Verbeteren informatievoorziening over strafverloop

Slachtoffers die daar prijs op stellen worden, conform de wet VPS, door het OM geïnformeerd over het verloop van de strafzaak.

Verplichte verschijning van ouders van minderjarige verdachten

De pilot «verschijningsplicht» is in december 2010 afgerond. Op 1 januari 2011 is de verschijningsplicht voor beide ouders ter terechtzitting van hun minderjarig kind in werking getreden. In 2011 wordt de uitvoering van de verschijningsplicht geëvalueerd. Aandachtspunt in dat kader is onder meer het feit dat de verschijningsplicht extra inzet vergt van de politie, de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en de Rechterlijke Macht.

Verbetering afstemming van diensten op slachtoffers en nabestaanden

Voor wat betreft de afstemming van de slachtofferdiensten van de politie, het Openbaar Ministerie, de Zittende Magistratuur en Slachtofferhulp Nederland op de behoeften van slachtoffers is in 2010 een kwalitatieve monitor ontwikkeld.

Stand van zaken slachtofferloket

De pilot «vernieuwd slachtofferloket» heeft geleid tot een verbeterde werkwijze in de bestaande loketten, waar het OM, Slachtofferhulp Nederland en de politie samenwerken. Op basis hiervan wordt het aantal loketten uitgebreid naar elf (medio 2011), waarmee landelijke dekking wordt gerealiseerd.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Aantal uitkeringen uit Schadefonds geweldsmisdrijven (SGM)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Aantal positieve beslissingen SGM

3 325

4 689

4 459

5 459

5 266

4 700

566

Toelichting kengetallen

In de ontwerpbegroting 2010 kon nog geen rekening gehouden worden met de forse toename in 2009. Ten opzichte van de begroting is daardoor sprake van een hoger aantal positieve beslissingen. De toename van het aantal positieve beslissingen hangt samen met het toegenomen aantal verzoeken om een tegemoetkoming.

Aantal slachtoffer-dadergesprekken
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Aantal slachtoffer-dadergesprekken

75

366

904

1 050

1 075

1 100

– 25

Toelichting kengetallen

In 2010 konden 25 minder zaken worden afgerond dan geraamd. Een geringer aantal aanmeldingen via de Raad voor de Kinderbescherming is daarvoor de belangrijkste verklaring.

Aantal slachtoffers dat juridische ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Juridische ondersteuning

1

1

49 241

42 599

43 311

48 200

– 4 889

X Noot
1

Vanwege een gewijzigde registratiewijze niet beschikbaar voor de jaren vóór 2008.

Toelichting kengetallen

De omvang van de in 2010 verleende juridische ondersteuning is beperkt hoger dan die in 2009. De verwachte stijging ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting 2010 heeft zich niet voorgedaan.

Aantal slachtoffers dat emotionele ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Emotionele ondersteuning

1

1

43 544

39 678

34 471

43 000

– 8 529

X Noot
1

Vanwege een gewijzigde registratiewijze niet beschikbaar voor de jaren vóór 2008.

Toelichting kengetallen

De omvang van de in 2010 verleende emotionele ondersteuning is lager dan begroot. De belangrijkste verklaring daarvoor zijn registratie-effecten van het nieuwe dienstenregistratiesysteem, waarbij een verschuiving optreedt van emotionele ondersteuning naar praktische ondersteuning.

Aantal slachtoffers dat praktische ondersteuning ontvangt van Slachtofferhulp Nederland (SHN)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Praktische ondersteuning

1

1

28 910

23 867

35 524

28 000

7 524

X Noot
1

Vanwege een gewijzigde registratiewijze niet beschikbaar voor de jaren vóór 2008.

Toelichting kengetallen

De omvang van de in 2010 verleende praktische ondersteuning is aanzienlijk hoger dan in 2009 en begroot voor 2010. Een belangrijke verklaring daarvoor zijn registratie-effecten van het nieuwe dienstenregistratiesysteem, waarbij een verschuiving optreedt van emotioneleondersteuning naar praktische ondersteuning

Operationele doelstelling 13.6

Het risico op en de vrees voor terroristische aanslagen in Nederland zoveel mogelijk verkleinen, alsmede het op voorhand beperken van schade als gevolg van een mogelijke aanslag.

Doelbereiking

In Nederland zijn ruim 20 instanties 19 betrokken bij de bestrijding van terrorisme. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) heeft tot taak een doeltreffende coördinatie, samenwerking en afstemming van beleid en uitvoering te ontwikkelen. Dit betreft niet uitsluitend een preventieve taak, maar is ook noodzakelijk op het moment van concrete dreiging.

Wegnemen voedingsbronnen terrorisme

Instrumenten

Radicalisering

Begin 2010 is de Tweede Kamer met twee brieven geïnformeerd over een aantal wetenschappelijke en AIVD-studies naar het jihadisme en het salafisme. In de brieven (TK 29 754, nr. 178 en TK 29 614, nr. 22) is naar aanleiding van de studies het beleid hieromtrent verder uitgewerkt en toegelicht. In de loop van 2010 zijn een aantal studies en onderzoeken opgeleverd die verband houden met radicalisering. Deze studies naar bijvoorbeeld radicalisering onder kleine etnische groepen, internationale deradicaliseringsaanpakken, het salafisme in Nederland, mediagebruik onder jongeren, hebben bijgedragen aan de verscherping van ontwikkelde contrastrategieën.

Signaleren en wegnemen terrorismedreiging

Dreigingsbeeld Terrorisme, dreigingsanalyses

In 2010 is vier keer een Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) opgesteld. Dit is een analyse van de nationale en internationale terroristische dreiging tegen Nederland en Nederlandse belangen in het buitenland. Het algemene dreigingsniveau is gedurende heel 2010 ongewijzigd gebleven en bevindt zich op het niveau beperkt.

(Zelfgemaakte) explosieven

In september 2010 presenteerde de Europese Commissie een concept-verordening (COM (2010) 473) welke de beschikbaarheid van risicovolle chemische stoffen voor particulieren beperkt. De ontwerp-verordening behandelt het misbruik van chemische stoffen als precursoren van zelfgemaakte explosieven en draagt bij aan het verkleinen van het risico dat terroristen en andere criminelen hier aanslagen mee plegen. Het Nederlandse beleid is in lijn met de voorgestelde regelgeving en maatregelen.

In 2009 is een pilot uitgevoerd waarbij het Meldpunt misbruik chemicaliën is ingezet voor verdachte transacties inzake (precursoren voor) zelfgemaakte explosieven. Inmiddels is één loket voor meldingen over (mogelijk) verdachte transacties van chemicaliën voor zowel explosieven als drugs gerealiseerd. Dit loket wordt gecontinueerd. Dit gebeurt mede op verzoek van bedrijfsleven, vooruitlopend op de verplichting hiertoe in genoemde verordening.

Cameratoezicht

Het subsidieprogramma «Cameratoezicht in het Openbaar Vervoer» (CTOV) heeft door cofinanciering van projecten op het gebied van cameratoezicht een impuls gegeven aan de beveiliging van de voor terroristische aanslagen kwetsbare openbaar vervoerssector. Veiligheid is het doel, camera’s zijn het middel. Samenwerking tussen de betrokken partijen staat centraal.

In het kader van het subsidieprogramma is in 2010 de bouw van de in 2009 gestarte cameraprojecten op zeven stationslocaties voortgezet. De projecten bevonden zich eind 2010 conform planning in de afrondende bouwfase. De afronding van de fysieke bouw van de projecten zal het sluitstuk zijn van het programma CTOV. Het bevorderen van samenwerking ten behoeve van meer veiligheid is steeds het centrale thema geweest. Voor wat betreft die samenwerking zijn in 2010 verdere stappen gezet. Partijen hebben elkaar nader leren kennen en vanuit hun respectieve bevoegdheden en mogelijkheden de samenwerking verder geïntensiveerd.

Project «Gemeenschappelijke Meldkamerinfrastructuur (GMI)»

In 2010 is onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van het GMI met het oog op een eventuele vervolgfase. Uit deze evaluatie is gebleken dat de betrokken partijen het GMI als een toegevoegde waarde zien voor ondersteuning bij primaire taken van risicobeheersing, handhaving, controle en procesbeheersing. In 2011 wordt op basis van een evaluatie besloten over mogelijke vervolgstappen binnen het project .

Bewaken en beveiligen

In 2010 is «veiligheidsbewustzijn» onder de aandacht gebracht van beveiligingsprofessionals door een periodieke training. Het betrof professionals van bedrijven afkomstig uit sectoren als chemie, gas, nucleair, elektriciteit, telecom, drinkwater, financieel, luchthavens, zeehavens, stads- en streekvervoer, tunnels en waterkeringen, hotels, publieksevenementen en de overheid.

Beveiliging burgerluchtvaart

In april 2010 is de EU verordening nr. 300/2008 betreffende gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart van kracht geworden en in Nederland geïmplementeerd. Deze verordening en de onderliggende implementatie regelgeving beoogt het regelgevend kader voor de beveiliging van de burgerluchtvaart in de EU verder te harmoniseren, te verbeteren en te verduidelijken. Het betreft hier onder meer regelgeving met betrekking tot de beveiliging van een luchthaven, beveiligingsmaatregelen die moeten worden toegepast door luchtvaartmaatschappijen en vrachtbedrijven, trainingsvereisten, eisen voor beveiligingsapparatuur.

Passenger Name Records

De NCTb is betrokken bij de ontwikkelingen omtrent een voorstel van de Europese Commissie met betrekking tot het verzamelen van Passenger Name Records (PNR-gegevens) in de EU. Dit Europese systeem dient een bijdrage te leveren aan de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit, doordat inlichtingen kunnen worden verkregen over het reisgedrag van terroristen, criminelen en risicovolle passagiers. Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in december 2009, werd het voor de Commissie noodzakelijk een nieuw voorstel in te dienen. In tegenstelling tot eerdere berichten is dit nieuwe voorstel eerst op 2 februari 2011 gepubliceerd (COM2011/32), waardoor de onderhandelingen in Europees verband in 2010 hebben stilgelegen.

BES-eilanden

Vanaf 10 oktober 2010 is de Minister van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor de beveiliging van de burgerluchtvaart (security) op de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden).

In 2010 heeft er een nulmeting plaatsgevonden van de huidige beveiligingsmaatregelen. Op basis hiervan wordt verder uitvoering gegeven aan het plan van aanpak voor de beveiliging van de burgerluchtvaart op de BES-eilanden, waarbij als uitgangspunt de ICAO-regelgeving geldt. In het kader daarvan is er een start gemaakt met het opstellen van de drie Nationale programma’s voor de beveiliging van burgerluchtvaart op de BES-eilanden gebaseerd op de ICAO-regelgeving. Deze Nationale programma’s (Beveiligings-, Kwaliteitscontrole- en Trainingsprogramma) zijn noodzakelijk omdat zij een overzicht geven van alle (juridische) verplichtingen die rusten op alle belanghebbenden die een positie innemen in het proces van de beveiliging van de burgerluchtvaart.

Voorbereid zijn op een terroristische aanslag

Alertering

In 2010 zijn oefeningen gehouden voor de sectoren Zeehavens, Chemie en Drinkwater.

Feitelijk alerteren van een van de 15 aangesloten sectoren is in het verslagjaar niet noodzakelijk gebleken. Wel zijn de sectoren meerdere keren geïnformeerd naar aanleiding van mediaberichtgeving over (terreur)dreigingen tegen landen in West-Europa, waarbij sectoren de indruk zouden kunnen krijgen dat zij daarbij onderwerp zouden kunnen zijn. Gelet op de reacties uit de sectoren wordt deze vorm van direct informeren gewaardeerd en verstevigt dit het gevoel van de gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Beleidsdoorlichting

Vervolg Commissie Suyver

De Ministers van BZK en Justitie hebben op 29 oktober 2009 de Tweede Kamer toegezegd dat zij zorgdragen voor een handzame evaluatie van antiterrorismemaatregelen. De NCTb heeft de opdracht gekregen de aanpak hiervan te coördineren.

De aanpak is gebaseerd op de geclusterde aanbevelingen van de commissie Suyver die in mei 2009 zijn rapport uitbracht over de wijze waarop antiterrorismemaatregelen kunnen worden geëvalueerd. Op basis van dit kader is een beschouwing gegeven van (a) het gehele antiterrorismebeleid op hoofdlijnen, (b) een beschouwing van vijf door de commissie Suyver geselecteerde afzonderlijke maatregelen, (c) een casusgerichte beschouwing over de toepassing van maatregelen en (d) een beschouwing van antiterrorismemaatregelen vanuit een juridisch perspectief (fundamentele rechten).

Het onderzoek langs de vier hiervoor genoemde hoofdlijnen is eind 2010 afgerond. Het eindrapport is op 28 januari 2011 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK 29 754, nr. 199).

Naar aanleiding van de evaluatie onderneemt het kabinet verschillende acties. Zo wordt een nationale contraterrorismestrategie opgesteld waarmee een samenhangende aanpak van terrorisme verder wordt bevorderd. Het lerend vermogen wordt geborgd door in ieder geval vijfjaarlijks een dergelijke evaluatie uit te voeren. Bevorderd wordt dat het wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid wordt ingetrokken. Ten slotte worden geleerde lessen opgenomen in de oefen- en opleidingsprogramma’s voor professionals.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

De maatschappelijke effecten in het kader van de terrorismebestrijding zijn moeilijk meetbaar te maken (explain). Voor meetbare gegevens wordt verwezen naar de periodieke voortgangsrapportage terrorismebestrijding aan de Tweede Kamer waarin een beeld wordt geschetst van de stand van zaken van het terrorismebeleid in Nederland.

14. JEUGD

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 14 Jeugd 7,3 %

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 14 Jeugd 7,3 %

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen tegen aantasting van een goede opvoedings- en leefsituatie op het terrein van interlandelijke adoptie en internationale kinderontvoering en het bestrijden en voorkomen van jeugdcriminaliteit.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Het justitieel jeugdbeleid omvat het beleid inzake de aanpak van jeugdcriminaliteit, interlandelijke adoptie en internationale kinderontvoering.

In 2010 is de beleidsdoorlichting jeugdsancties uitgevoerd (artikel 14.2). Er is goede vooruitgang geboekt bij de tenuitvoerlegging van jeugdsancties, zowel in het op orde brengen van vraag en aanbod van capaciteit als verbetering van de kwaliteit. De ontwikkeling en invoering van een aantal instrumenten is nog in volle gang, terwijl er gelijktijdig ook nieuwe beleidsmaatregelen worden genomen en worden ingevlochten in het systeem. De resultaten op terugdringen van recidive zijn pas over enkele jaren zichtbaar. De wijziging van focus van delictgebonden naar persoonsgericht is van grote betekenis geweest voor de aanpak van de jeugdcriminaliteit. Het sanctiearsenaal is uitgebreid en toereikend om bij de achterliggende problematiek maatwerk te kunnen leveren. Een trendbreuk in de jeugdcriminaliteit is al zichtbaar. In 2010 is er sprake van een daling van bijna alle sanctiemodaliteiten. Het is plausibel dat deze daling mede te danken is aan het gevoerde beleid. Het beeld is dat er minder vaak zware delicten worden gepleegd en dat vaker sprake is van overlast (TK 31 101, nr. 8).

Externe factoren

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft geen invloed op het aantal kinderen dat voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt. Als gevolg daarvan is de rol van het ministerie beperkt tot de handhaving van de regelgeving en de controle en het toezicht op het adoptieproces. Dit geldt ook voor het aantal kinderontvoeringen.

De omvang van jeugdcriminaliteit is deels afhankelijk van ontwikkelingen in de samenleving, zoals sociale problemen en demografische veranderingen.

Maatschappelijk effect: Jeugdrecidive

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

De strafrechtelijke recidive is voor het tweede achtereenvolgende jaar over een vrij breed front gedaald. Het percentage daders dat binnen twee jaar opnieuw met Justitie in aanraking kwam is bij de minderjarige justitiabelen licht afgenomen. De daling van de strafrechtelijke recidive is volgens het WODC reëel, omdat de recidivecijfers zijn gecorrigeerd voor verschuivingen in de samenstelling van de onderzoekspopulatie en omdat er is gecontroleerd op het bestaan van registratie-effecten als gevolg van schommelingen in de aangiftebereidheid en het ophelderingspercentage. De belangrijkste uitkomsten van de Recidivemonitor zijn:

  • De strafrechtelijke recidive van minderjarige daders die in 2007 een straf kregen opgelegd naar aanleiding van het plegen van een misdrijf is gedaald van 39,3% in 2006 naar 37,3% in 2007.

  • De strafrechtelijke recidive van jeugdigen die in 2007 uitstroomden uit een justitiële jeugdinrichting is gedaald van 53,9% in 2006 naar 53,0% in 2007.

Bovenstaande gegevens zijn gecorrigeerde recidivepercentages over een tweejarige periode.

Figuur Gecorrigeerde percentages algemene recidive twee jaar na oplegging van de straf c.q. vertrek uit de inrichting; naar jaar van oplegging/uitstroom

Figuur Gecorrigeerde percentages algemene recidive twee 					 jaar na oplegging van de straf c.q. vertrek uit de inrichting; naar jaar van 					 oplegging/uitstroom
Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

    

Doorlichting tenuitvoerlegging van jeugdsancties

14.2

2010

2010

TK 31 101, nr. 8

     

Effectenonderzoek ex-post

    

Procesevaluatie van het Handboek Jeugdreclassering

«De jongere aanspreken»

14.2

2009

2010

www.wodc.nl

Evaluatie pilots landelijk kader instrumentarium jeugdstrafrechtketen

14.2

2008

2010

www.wodc.nl

     

Overig evaluatieonderzoek

    

Evaluatie gedragsmaatregel jeugdstrafrecht

14.2

2005

2011

1

Procesevaluatie Agressie Regulatie op Maat

14.2

2009

2011

2

De gedragsinterventie Tools4u

14.2

2009

2010

www.wodc.nl

Procesevaluatie van YOUTURN

14.2

2009

2010

www.wodc.nl

Bruikbaarheid van diagnostische instrumenten t.b.v. noodzaak gedragsinterventie

14.2

2010

2011

3

Doel van de PIJ- maatregel en rechtsvergelijkend onderzoek naar

mogelijke alternatieve maatregelen voor PIJ-doelgroep

14.2

2009

2010

www.wodc.nl4

Beleving van de werkstraf in de buurt door jeugdigen

14.2

2009

2010

www.wodc.nl

X Noot
1

Herziene opleverdatum in verband met vertraging bij toegang tot de dataverzameling.

X Noot
2

Opleverdatum was aanvankelijk 2010.

X Noot
3

Werktitel luidt «Validering/verbetering landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtsketen».

X Noot
4

Werktitel luidt «Vergelijking van de PIJ-maatregel met bestaande alternatieven wettelijke afdoeningen 2010».

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

501 849

1 015 149

481 470

528 109

419 600

490 316

– 70 716

waarvan garanties1

83 943

80 673

0

0

0

69 813

– 69 813

         

Programma-uitgaven

732 505

802 018

517 921

526 011

445 177

490 316

– 45 139

         

14.1

Uitvoering jeugdbescherming

305 215

339 487

8 635

7 020

6 721

11 052

– 4 331

14.1.1

RvdK – civiele maatregelen

115 935

115 593

4 960

5 070

4 798

4 728

70

14.1.2

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

3 265

4 206

0

0

0

0

0

14.1.3

Bureaus jeugdzorg – (gezins)voogdij

171 814

205 096

0

0

0

0

0

14.1.4

Overig

14 201

14 592

3 675

1 950

1 923

6 324

– 4 401

         

14.2

Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

391 810

442 739

509 286

518 991

438 448

479 264

– 40 816

14.2.1

DJI – jeugd

299 075

337 872

333 010

324 912

253 982

271 680

– 17 698

14.2.2

RvdK – strafzaken

31 283

45 556

97 564

102 679

98 264

89 446

8 818

14.2.3

HALT

11 761

11 742

12 909

12 540

12 986

12 572

414

14.2.4

Bureaus jeugdzorg – Jeugdreclassering

49 691

47 569

53 390

57 877

60 194

65 203

– 5 009

14.2.5

Overig

0

0

12 413

20 983

13 022

40 363

– 27 341

         

14.3

Voogdij AMV’s

 

19 792

0

0

0

0

0

14.3.1

NIDOS – opvang

 

11 998

0

0

0

0

0

14.3.2

NIDOS – voogdij

 

7 794

0

0

0

0

0

         

Ontvangsten

18 442

11 838

4 010

12 850

8 048

1 487

6 561

X Noot
1

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichting betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Het daadwerkelijke risico dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie loopt vanwege de verleende garantie kan als laag worden gekwalificeerd.

Verplichtingen

Financiële toelichting

Het verschil tussen vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard doordat er minder meerjarige verplichtingen met meerjarige kasgevolgen zijn aangegaan, voor onder andere het programma «Aanpak jeugdcriminaliteit» en de Stichting Adoptie Voorzieningen (SAV).

Waarvan garanties

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt verklaard doordat in het kader van de scheiding van straf- en civielrechtelijk geplaatste pupillen een deel van de particuliere JJI-capaciteit is overgedragen aan het gesloten jeugdzorgdomein. In 2010 heeft de formele overdracht van de aan deze capaciteit gerelateerde garantstellingen aan het Programmaministerie van Jeugd en Gezin plaatsgevonden.

Uitgaven

Het verschil tussen vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

  • 14.1.4: een vertraging in de regeling tegemoetkoming adoptiekosten heeft geleid tot onderbesteding van € 4 miljoen. Het wetsvoorstel ligt in de Tweede Kamer, maar is nog niet in werking getreden.

  • 14.2.1: een verlaging van de bijdrage met € 13,9 miljoen in verband met de tijdelijke overdracht van twee locaties van Justitiële jeugdinrichtingen naar de gesloten jeugdzorg.

  • 14.2.2: Overheveling van middelen uit het programma «jeugdcriminaliteit» (€ 11,8 miljoen) en vertraging in de uitvoering van het ICT-project «Gemeenschappelijk Casus Overleg Systeem (GCOS)» (– € 2,6 miljoen) dat nu begin 2011 wordt opgeleverd.

  • 14.2.4: een lager aanbod van cliënten bij de Bureaus Jeugdzorg dan geraamd (€ 4,6 miljoen).

  • 14.2.5: een verlaging van € 27,5 miljoen op het programma jeugdcriminaliteit. Een deel wordt verklaard door een taakstellende bijstelling van het kader. Daarnaast heeft een overheveling van budget plaatsgevonden naar DJI en de Raad voor de Kinderbescherming in verband met het uitvoeren van plannen uit het Programma «Aanpak jeugdcriminaliteit». Daarnaast is de instroom voor de Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) en de Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC ) lager uitgevallen.

Ontvangsten

Het verschil tussen vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door:

  • Ontvangsten voortkomend uit de definitieve afrekening outputfinanciering van de DJI over 2009.

  • Extra ontvangsten als gevolg van de in 2010 definitieve afrekening over de subsidie 2009 van Halt Nederland en Legers des Heils.

Operationele doelstelling 14.1

Een zorgvuldige uitvoering van en toezicht op interlandelijke adoptie en zaken van internationale kinderontvoering in het licht van de relevante verdragen en Europese verordeningen op dit terrein.

Doelbereiking

Om te voldoen aan de uitgangspunten en waarborgen van het Haags Adoptieverdrag en het Internationaal Verdrag voor de rechten van het Kind is gewaarborgd dat ouders voorlichting krijgen (uitgevoerd door de Stichting Adoptie Voorziening), is toezicht gehouden op de vergunninghouders (deze zijn verantwoordelijk voor de adoptiebemiddeling) en is vormgegeven aan het gezinsonderzoek (uitgevoerd door de Raad voor de Kinderbescherming). De Centrale Autoriteit internationale kinderontvoering voerde activiteiten uit ter bescherming van jeugdigen in het kader van internationale kinderontvoering. Onder meer door het geven van voorlichting en het bieden van procesvertegenwoordiging. Tevens is de duur van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken verkort.

Interlandelijke adoptie

Instrumenten

Naar aanleiding van de aardbeving in Haïti zijn in januari 2010 105 kinderen die in aanmerking kwamen voor interlandelijke adoptie versneld naar Nederland overgekomen. Door de inspanning en samenwerking van diverse betrokken partijen zijn deze kinderen in Nederland goed opgevangen en is passende nazorg georganiseerd voor ouders en kinderen. Deze kinderen zijn inmiddels allemaal ondergebracht bij adoptieouders in Nederland, die tevens de voogdij hebben gekregen over deze kinderen. Naar omstandigheden gaat het met de Haïtiaanse adoptiekinderen over het algemeen redelijk; bij enkele kinderen is sprake van problematiek die terug te voeren is op de situatie in Haïti voor en tijdens de aardbeving.

Om de kwaliteit van het adoptieproces te verbeteren is gedurende het jaar 2010 ingezet op toezicht op de kwaliteit van de «matching».

  • Zo zijn de vergunningen voor de vergunninghouders interlandelijke adoptie verlengd op basis van de resultaten van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg en een externe audit naar de implementatie van het kwaliteitskader voor vergunninghouders. Er wordt op toegezien dat de aanbevelingen van de Inspectie jeugdzorg worden geïmplementeerd.

  • Het wetsvoorstel wijziging Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie om de Regeling Tegemoetkoming adoptiekosten te kunnen invoeren, is ingediend bij de Tweede Kamer en inmiddels in behandeling genomen.

Internationale kinderontvoering

  • De Centrale Autoriteit biedt ondersteuning bij teruggeleiding van het ontvoerde kind, zowel naar als uit Nederland. Daarnaast bemiddelt de Centrale Autoriteit ook in internationale omgangszaken. De procesvertegenwoordigende taken van de Centrale Autoriteit worden later dan gepland beëindigd. De behandeling van het wetsvoorstel is vertraagd.

  • Wat betreft internationale kinderontvoering van en naar Nederland is in 2010 beoogd de duur van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken te verkorten. Hiertoe heeft een pilot plaatsgevonden. De resultaten van de evaluatie van deze pilot zijn positief. De pilot wordt in 2011 voortgezet en geformaliseerd. Door de verkorting van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken van internationale kinderontvoering wordt de doorlooptijd verkort tot zes maanden, inclusief de tenuitvoerlegging van de teruggeleidingsbeschikking.

I. Interlandelijke adoptie

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal kinderen dat in een jaar in adoptiegezinnen is geplaatst (realisatiecijfer) alsmede de aantallen afgegeven beginseltoestemmingen (aantal geschikte ouders).

Beginseltoestemmingen
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

  

Verstrekte beginseltoestemmingen

1 644

1 546

1 047

946

959

900

59

Ter adoptie opgenomen kinderen
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

  

Ter adoptie opgenomen kinderen

816

782

767

682

705

  

II. Uitvoering adoptieprocedures

Doorlooptijden
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

  

Zaken binnen de norm voor doorlooptijden: adoptieonderzoek (norm 90 dagen, in %)

60

57

53

52

57

60

– 3

Toelichting kengetallen

Het percentage zaken binnen de normtijd ligt met 57% slechts iets lager dan de norm van 60%. De lagere realisatie komt onder andere door de verhoogde instroom op verlengings- c.q. aanvullingsonderzoeken op adoptie, doordat het aanbod van buitenlandse kinderen, die beschikbaar zijn voor adoptieadoptie, is afgenomen.

Operationele doelstelling 14.2

Het voorkomen dat jeugdigen delicten plegen en wanneer zij dat wel doen, niet in herhaling vervallen (het verminderen van recidive).

Doelbereiking

Jeugdcriminaliteit brengt zowel de samenleving, als de ontwikkeling van de individuele jongere schade toe en dient daarom voorkomen te worden. Speerpunten voor het jaar 2010 waren de uitrol van de gedragsbeïnvloedende maatregel, de doorontwikkeling van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen en het verbeteren van doorlooptijden.

In 2010 is voortvarend verder gegaan met de uitvoering van het verbetertraject van de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s). De gezamenlijke inspecties hebben in hun eindrapport geconstateerd dat in de JJI’s de randvoorwaarden zijn gerealiseerd om een goed leef-, behandel- en werkklimaat te bieden. Het verbetertraject is daarmee succesvol afgesloten. Verdere inspanningen zijn gericht op het behouden en borgen van de gerealiseerde kwaliteitsverbeteringen (TK 24 587, nr. 402).

In 2010 zijn de aanpassingen van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) door de Tweede en Eerste Kamer aanvaard. Het betreft onder meer een wettelijke regeling voor nachtdetentie, een wettelijke regeling van de pedagogische «time-out»-maatregel en een regeling voor verplichte nazorg voor jeugdigen na verblijf in een JJI (EK 31 915).

In juli 2010 is de beleidsdoorlichting jeugdsancties over de periode 2004–2009 aan de Tweede Kamer gezonden (TK 31 101, nr. 8).

Toelichting instrumenten

Programma «Aanpak Jeugdcriminaliteit»

In het programma «Aanpak Jeugdcriminaliteit» is een samenhangend pakket van maatregelen ondergebracht. Dit pakket betreft:

Vroegtijdig ingrijpen

In het kader van de verbeterde aanpak van 12-minners is in 2009 gestart met het verbeteren van de registratie van 12-minners met politiecontacten. In 2010 is een eerste meting met verbeterde registratie door de politie van 12-min verdachten uitgevoerd. Begin 2011 wordt het rapport verwacht.

Daarnaast is er voor 12-minners een signaleringsinstrument, ProKid, ontwikkeld met als doel risicovol gedrag bij 12-minners te signaleren. Dit instrument is in 2010 in 4 politieregio’s, gedurende een langere periode tot 1 december, getest. Het instrument «Prokid» wordt geëvalueerd, waarna besloten wordt over de landelijke uitrol.

Voortbouwend op de samenwerking tussen de politie en Bureau Jeugdzorg wordt een nieuwe, sluitende aanpak voor delictplegende 12-minners en hun ouders voorbereid. In deze aanpak signaleert de politie 12-minners, spreekt de ouders aan en leidt ze op basis van de uitkomst van «Prokid» door naar het Bureau Jeugdzorg (BJZ). Naar aanleiding van resultaten uit het eerste gedeelte van de pilot periode is besloten dat deze aanpak in 2011 landelijk wordt uitgerold.

In 2010 is op 2 plaatsen een pilot verhoging pakkans uitgevoerd. In Tilburg is een pakket aan maatregelen op bestaande jeugdgroepen vormgegeven en uitgetest. In Roermond is vooral gewerkt aan het aspect burgerparticipatie om de (subjectieve) pakkans te verhogen. Voor beide projecten is voorzien in een evaluatie in 2011.

Persoonsgerichte aanpak

De ontwikkeling van gedragsinterventies voor jeugdigen verloopt voorspoedig. Inmiddels zijn 18 gedragsinterventies (voorlopig) erkend. Het doel is in 2011 een volledig pakket aan erkende gedragsinterventies (circa 20) beschikbaar te hebben. In 2010 zijn in overleg met de betrokken ketenpartners en ontwikkelaars van gedragsinterventies standaarden en minimumvereisten voor kwaliteitszorg en -monitoring ontwikkeld. In de JJI’s krijgt inmiddels ruim driekwart van de langverblijvers een erkende gedragsinterventie aangeboden. Bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) is een start gemaakt met de implementatie van de gedragsinterventie Tools4u. Er zijn 3 evaluatiestudies van erkende gedragsinterventies opgestart.

Vanaf oktober 2009 wordt in een tweetal pilotgebieden in Nederland het landelijke instrumentarium jeugdstrafrechtketen uitgetest. De eerste fase is in maart 2010 afgesloten en vervolgens geëvalueerd. Naar aanleiding van de uitkomst van de evaluatie is in september 2010 is een tweede pilotfase in een groter gebied met een iets aangepast instrumentarium van start gegaan. Deze tweede fase loopt tot maart 2011, waarna een beslissing zal worden genomen over de landelijke uitrol.

Sinds 1 februari 2008 wordt gewerkt aan de implementatie van de Gedragbeïnvloedende maatregel (GBM). Niet alleen het aantal opgelegde gedragsmaatregelen neemt toe, maar ook het aantal arrondissementen waar de gedragsmaatregel wordt opgelegd. In totaal is sinds de inwerkingtreding van de wet (peildatum 1 november 2009) aan ongeveer 180 jongeren een gedragsmaatregel opgelegd (15 vonnissen in 2008, 78 in 2009 en ruim 90 in ultimo 2010). Om deze stijgende lijn voort te zetten heeft de projectgroep samen met ketenpartners, mede op basis van de tweede impactanalyse dit jaar een landelijk model uitvoeringsproces ontwikkeld, vastgesteld en verspreid onder alle belanghebbenden. Bovendien zijn ketenpartners voorzien van een digitale toolkit GBM.

Snelle en consequente jeugdketen

In 2010 is in de pilot Amsterdam-West gewerkt aan een snelle risicotaxatie, een betere combinatie van straf en zorg en het substantieel versnellen van de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Daar de nieuwe werkwijzen nog niet voldoende binnen de organisaties waren ingebed, is de evaluatie verschoven naar begin 2011.

Verbeteringen in de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen zijn geïmplementeerd; good practices zijn binnen de keten uitgewisseld, een ideaaltypisch proces OM/ZM is geformuleerd en de good practices worden geborgd in het Landelijk strafprocesreglement voor rechtbank en het Openbaar Ministerie en in de Landelijke aanwijzing «Effectieve afdoening jeugdstrafzaken». Arrondissementen zijn aan de slag gegaan met het implementeren van de good practices en de uitkomsten van de dossieronderzoeken. De resultaten worden gemonitord.

In de periode van februari 2010 tot oktober 2010 heeft in arrondissement Breda een pilot plaatsgevonden waarin verbetermaatregelen zijn uitgetest. Deze maatregelen hadden tot doel het toezicht op naleving van voorwaarden te verbeteren. Uit de pilot is gebleken dat het toezicht voor jeugdigen, met name in het kader van de maatregel «Hulp & Steun» de nodige verbetering behoeft. De resultaten van de procesevaluatie van de pilot worden daarom meegenomen in het landelijke en bredere onderzoek wat per 1 december draait; Redesign Toezicht Jeugd. Hierop wordt de komende jaren ingezet.

Nazorg na verblijf in een JJI op strafrechtelijke titel

Voor een geslaagde terugkeer in de samenleving is passende nazorg van groot belang.

In november 2010 is het Uitvoeringskader «Netwerk- en Trajectberaad Nazorg Jeugd», op basis waarvan de uitvoeringsorganisaties samenwerken bij het realiseren van de nazorg aan ex-gedetineerde jeugdigen, uitgebreid en opnieuw vastgesteld.

Het wetsvoorstel herziening Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) treedt in het voorjaar 2011 inwerking, gelijktijdig met de uitvoeringsregelgeving. Met de wet is het mogelijk om nazorg verplicht door de rechter op te laten leggen. Gedurende de periode dat de wet nog niet geldt wordt aan elke Pij-jongere, op vrijwillige basis nazorg aangeboden, zodra zij de JJI verlaten.

Op 23 september 2010 is de applicatie «ICT Nazorg Jeugd», die de netwerk- en trajectberaden ondersteunt, landelijk beschikbaar gekomen. In december 2010 is deze applicatie overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming als ketenregisseur.

Verbeterplannen Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s)

Het tegengaan van recidive vraagt om kwalitatief hoogwaardige behandeling en begeleiding van jeugdige delictplegers in de Justitiële Jeugdinrichtingen.

Het eindrapport over het verbetertraject van de Justitiële Jeugdinrichtingen is aangeboden aan de Tweede Kamer (TK 24 587, nr. 402). Een groot aantal verbeteringen is gerealiseerd: de basismethodiek YOUTURN is volledig geïmplementeerd en er wordt gewerkt met erkende gedragsinterventies. Ook is in 2010, in het kader van het certificeringstraject volgens het model van het instituut Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ), een eerste Justitiële Jeugdinrichting gecertificeerd en is verder gewerkt aan het op grote schaal bijscholen van JJI-medewerkers op HBO-niveau.

Om de gerealiseerde kwaliteitsverbeteringen en de financiële houdbaarheid in de JJI-sector te kunnen borgen, is eind 2010 besloten de beschikbare capaciteit in de JJI’s fors terug te brengen. Daarmee zal de komende jaren de grote onderbezetting worden verminderd. De Tweede Kamer is hierover in november 2010 geïnformeerd (TK 24 587, nr. 403).

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Doorlooptijden Jeugdstrafrechtketen
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Percentage binnen de normtijd (%):

Norm

       

1e verhoor:

        

Haltverwijzing

7 dgn

64

67

74

76

76

80

– 4

Ontvangst pv

1 mnd

75

74

74

82

80

80

0

Start Halt-afdoening

2 mdn

68

63

72

76

69

80

– 11

Afdoening OM

3 mnd

79

77

79

79

81

80

1

Vonnis ZM

6 mnd

59

57

54

62

62

80

– 18

         

Melding Raad:

        

Afronding taakstraf

160 dgn

79

80

81

80

84

80

4

Rapport Basisonderzoek

40 dgn

66

60

63

65

72

80

– 8

Vervolgonderzoek

115 dgn

85

85

87

90

76

80

– 4

Toelichting

Nog niet op alle terreinen wordt de norm voor doorlooptijden behaald. Dit hangt samen met het feit dat de ketenpartners nog bezig zijn met het implementeren van verbetermaatregelen. Naar verwachting worden de resultaten van deze maatregelen in 2011 goed zichtbaar.

Bereik nazorgtraject in %
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

  

Jongeren die nazorg aangeboden krijgen

70

80

85

100

100

0

Jongeren waarvoor trajectberaad is gehouden

90

100

90

10

15. VREEMDELINGEN

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 15 Vreemdelingen 17,3 %

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 15 Vreemdelingen 17,3 %

Algemene doelstelling

Een gereglementeerde en beheerste toelating tot verblijf in en vertrek uit Nederland of terugkeer, op een wijze die in nationaal en internationaal opzicht maatschappelijk verantwoord is.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

In 2010 is gewerkt aan verdere verbeteringen van het vreemdelingentoezicht, grenstoezicht, asielbeleid, het reguliere beleid en het terugkeerbeleid. Dit alles met als doel dat een vreemdeling die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijft, Nederland zelfstandig of gedwongen verlaat. Hiermee wordt illegale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit voorkomen. Hierbij is de nadruk gelegd op zelfstandig en vrijwillig vertrek en vermindering van herhaalde aanvragen. Met voorrang is in 2010 gewerkt aan het vertrek van vreemdelingen die een veiligheidsrisico vormen, zoals criminele vreemdelingen, al dan niet illegaal.

Externe factoren

Het vreemdelingenbeleid wordt mede beïnvloed door internationale factoren zoals de medewerking van derde landen bij de terugname van terug te keren personen, of de toestand in de landen van herkomst van de vreemdelingen. Ook is het succes van het vreemdelingenbeleid grotendeels afhankelijk van de mate waarin het Europese migratiebeleid wordt vertaald naar de Nederlandse praktijk. In dit verband heeft Nederland in 2010 gewerkt aan een integrale visie op het Europese immigratiebeleid en wordt er intensief samengewerkt met andere lidstaten.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Het is niet mogelijk om aan de hand van enkele indicatoren uitspraken te doen over de maatschappelijke effecten van het vreemdelingenbeleid. Dit omdat kwalificaties als beheerste en gereglementeerde toelating en maatschappelijk verantwoord moeilijk cijfermatig zijn uit te drukken. Wel wordt onder de operationele doelstellingen daar waar mogelijk inzicht gegeven in de gerealiseerde input, throughput en output van het beleid.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid van beleid

Omschrijving

Doelstelling

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

    

Zorgvuldige en tijdige afdoening aanvragen verblijfsvergunning/naturalisatieverzoek

15.2

2010

 

Effectiviteit van het vreemdelingentoezicht

15.3

2010

 

De operationele doelstellingen 15.2 en 15.3 waren onderdeel van de Meerjarige programmering beleidsdoorlichting 2006–2012. Voor deze operationele doelstellingen is besloten dat deze in 2010 zouden worden doorgelicht. Echter, tussentijds is het beleid zodanig gewijzigd, dat daardoor het onderzoek naar het nut en de noodzaak van beide operationele doelstellingen niet zinvol leek. Het is de bedoeling dat in 2013, wanneer het beleid is vorm gegeven, beide operationele doelstellingen (waarover met ingang van het verslagjaar 2011 wordt verantwoord op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) alsnog worden doorgelicht.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

932 691

1 082 070

1 107 045

663 906

1 052 589

939 838

112 751

waarvan garanties

108 100

108 100

0

0

0

0

0

         

Programma-uitgaven

973 400

1 059 944

1 064 761

1 099 984

1 055 196

939 838

115 358

        

15.1

Verblijfsrechten vreemdelingen1

190 159

234 089

282 036

302 212

0

0

0

15.1.1

IND

190 159

234 089

281 940

302 205

0

0

0

15.1.2

Overig

0

0

96

7

0

0

0

         

15.2

Opvang gedurende beoordeling verblijf

495 244

489 987

494 189

521 702

798 959

684 902

114 057

15.2.1

COA en overige opvanginstellingen

478 496

473 379

458 311

494 772

463 780

394 460

69 320

15.2.2

Overige instellingen

16 748

16 608

35 878

26 930

38 742

9 046

29 696

15.2.3

IND

0

0

0

0

296 437

281 396

15 041

         

15.3

Terugkeer vreemdelingen

287 997

335 868

288 536

276 070

256 237

254 936

1 301

15.3.1

DJI – vreemdelingenbewaring

133 331

205 606

160 693

142 443

127 648

134 886

– 7 238

15.3.2

DJI – uitzetcentra

53 812

49 908

42 595

43 339

39 480

40 488

– 1 008

15.3.3

IND

88 235

24 524

23 893

24 111

23 754

23 754

0

15.3.4

Overig

12 619

7 127

7 646

7 161

7 400

7 485

– 85

15.3.5

Dienst terugkeer en vertrek

0

48 703

53 709

59 016

57 955

48 323

9 632

         

Ontvangsten

136 400

95 842

190 226

252 697

6 920

253 893

– 246 973

X Noot
1

Met ingang van de begroting 2010 zijn de artikelen 15.1 en 15.2 (voorheen: opvang) samengevoegd.

Verplichtingen

Financiële toelichting

De verschillen tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie 2010 zijn in overeenstemming met hetgeen onder uitgaven wordt toegelicht.

Uitgaven

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt voornamelijk verklaard door het volgende:

Operationele doelstelling 15.2

  • In 2010 is de gemiddelde bezetting van de opvang 21 641 gebleken. In de begroting was uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 18 802. De uitstroom bleek lager dan de verwachting. De invoer van nieuwe beleidsmaatregelen zorgde ook voor een prijsmutatie. Hierdoor is het budgettaire kader verhoogd met € 27 miljoen.

  • Er zijn meer alleenstaande minderjarige vreemdelingen (Amv’s) naar Nederland gekomen dan geraamd en er bleken derhalve meer Amv-plaatsen nodig te zijn, zowel in campussen als in de kleinschalige opvangvoorzieningen. Daardoor is € 18,4 miljoen meer uitgegeven. Daarnaast bedroegen de extra kosten voor de opvang van bijzondere groepen € 3,7 miljoen.

  • De hoge bezetting van de Tijdelijke Noodvoorziening Vreemdelingen (TNV) in 2009 heeft ertoe geleid dat tijdelijk gebruik is gemaakt van paviljoenen om te voldoen aan de benodigde capaciteit. Dit leidt tot een tegenvaller van € 3,2 miljoen.

  • Bij de eerste en tweede suppletoire wet zijn verschuivingen in het budgettaire kader geweest. Het gaat hier onder andere om extra middelen voor de vernieuwde asielprocedure waardoor meer plekken in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) nodig waren (€ 9,3 miljoen), aanpassing kostprijzen COA (€ 6,8 miljoen), middelen voor de Taskforce Thuisgeven (€ 12 miljoen), tegenvaller Regeling Afhandeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (RANOV) (€ 15,1 miljoen), middelen voor Biometrie en keteninformatisering (€ 9,3 miljoen) en aanpassing kostprijzen IND (€ 9 miljoen) en lagere uitgaven dan geraamd voor de opvang van zieke uitgeprocedeerde asielzoekers (€ 15 miljoen). Deze posten zijn in de eerste en tweede suppletoire wet nader toegelicht.

Ontvangsten

Het verschil tussen de vastgestelde begroting 2010 en de realisatie over 2010 wordt verklaard doordat volgens de huidige methodiek een deel van de asieluitgaven op de Justitie-begroting ook verantwoord wordt op de begroting van Buitenlandse Zaken (een zogenaamde bijdrageconstructie). Besloten is de huidige methodiek te wijzigen. Dit betreft een begrotingstechnische aanpassing, zonder beleidsmatige gevolgen.

Operationele doelstelling 15.2

Zorgvuldige en tijdige afdoening van aanvragen om verlening en verlening van een verblijfsvergunning of van een naturalisatieverzoek.

Doelbereiking

Per 1 juli 2010 is de verbeterde asielprocedure inwerking getreden, waarmee de toelatingsprocedure voor asielzoekers sneller en zorgvuldiger is geworden. Ten behoeve van de huisvesting van statushouders is de Taskforce Thuisgeven opgericht, die dit proces faciliteert en stimuleert.

Tevens is er in 2010, op de gebruikelijke wijze, op toegezien dat de optieverklaringen voor de verkrijging van het Nederlanderschap door de Nederlandse gemeenten op de voor hun gebruikelijke tijdige en zorgvuldige wijze werden afgedaan. Bij zowel optieverklaring als naturalisatie is met de staatkundige hervormingen van de Nederlandse Antillen het moment benut om op de betreffende eilanden te komen tot regels voor het indienen van een optieverklaring dan wel naturalisatieverzoek.

De asielprocedure

Sneller en beter besluiten

Het wetsvoorstel betreffende een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure, is op 1 juli in werking getreden (zie ook TK 31 944). De ex nunc toetsing in beroep is uitgebreid.

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De asielprocedure voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) is in 2010 aangepast in lijn met de verbeterde asielprocedure. Nederland bevordert de duurzame terugkeer van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, door onder andere adequate opvangplekken te creëren en door te zorgen voor begeleiding in het land van herkomst.

De Tweede Kamer heeft de aangekondigde herijking van het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen na de val van het Kabinet Balkenende IV controversieel verklaard, evenals de brief met interim-maatregelen voor amv’s (TK 27 062, nr. 64 en 65).

Het experiment «Steunpunt Perspectief» loopt nog en de evaluatie hiervan is vertraagd en zal in 2011 gereed zijn.

Opvang van asielzoekers en andere opvanggerechtigden

In 2010 is de opvangbehoefte stabiel gebleven ten opzichte van 2009. Het aantal personen dat een beroep deed op de opvangvoorziening van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bedroeg gemiddeld 21 641. In 2009 was dat 21 749. De stabiele bezetting is voor een belangrijk deel een gevolg van de diverse uitspraken van de rechter waardoor de doorstoom en uitstroom aanzienlijk is beperkt en hierdoor de verwachte dalende bezetting als gevolg van de effectieve asielprocedure, daar waar het in centrale opvang betreft, niet geëffectueerd kon worden.

Opvang zieke uitgeprocedeerde asielzoekers

De motie Spekman (TK 30 846, nr.4) verzocht de regering opvang te verlenen aan uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag om medische redenen hebben ingediend. De uitvoering van de motie is in de reguliere werkprocessen van de uitvoeringsorganisaties opgenomen.

De reguliere procedure

Uitnodigend waar het kan

In 2010 is het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid (MoMi) zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer aanvaard. Vanwege problemen met INDiGO is de inwerkingtreding van MoMi, die voorzien was op 1 januari 2011, echter uitgesteld (TK 5675077/10)

Proeftuinen en versnelde procedures voor bepaalde categorieën migranten blijven echter in tact, zoals die voor au pairs, studenten en kennismigranten. Voor de opzet van een proeftuin toelating kort verblijvende kennismigranten heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een onderzoek uitgevoerd.

Op EU-niveau verlopen de onderhandelingen over het voorstel voor een single permit moeizaam; op 14 december 2010 heeft het Europese Parlement het voorstel verworpen. Het is nog niet duidelijk of de Commissie het voorstel zal aanpassen.

Op 13 juli heeft 2010 de Europese Commissie twee nieuwe voorstellen voor richtlijnen gepubliceerd: een met betrekking tot de toelating van seizoenswerkers, de ander met betrekking tot de toelating van intra corporate transferees. De onderhandelingen over beide voorstellen zijn in de Raadswerkgroep gestart.

Restrictief waar het moet

Om het toezichts- en handhavingsstelsel voor de reguliere procedure te versterken is de informatie-uitwisseling en ketensamenwerking ten behoeve van de handhaving in 2010 geïntensiveerd. Zo maakt de Immigratie- en naturalisatie Dienst (IND) gebruik van SUWI-net om loongegevens te checken van kennismigranten. Om misbruik en oneigenlijk gebruik van de kennismigrantenregeling tegen te gaan, is een wijziging van het Vreemdelingenbesluit voorbereid, op basis waarvan de IND een aanvraag kan weigeren wanneer het salaris onevenredig hoog is, gelet op de functie.

Tevens is in 2010 in het wetsvoorstel MoMi een uitgewerkt handhavingssyteem opgenomen, dat gelijktijdig met MoMi in werking zal treden. In de MoMi-proeftuinen wordt ook ingezet op handhaving; zo heeft de IND het convenant met een onderwijsinstelling en een au pairbureau opgezegd vanwege het niet nakomen van de voorwaarden.

In 2010 zijn de legestarieven bij verlies, vermissing of diefstal van het verblijfsdocument verhoogd (TK 30 573, nr. 48).

Naturalisatie

De wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) is per 1 oktober 2010 van kracht gegaan. Hiermee is de plicht om afstand te doen van de vreemde nationaliteit uitgebreid naar onder meer optanten die al sinds hun vierde jaar hun hoofdverblijf hebben in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ook is daarmee het Nederlands verplicht als onderdeel van de taaltoets bij naturalisatie. Het is nu tevens mogelijk om het Nederlanderschap in te trekken na een onherroepelijke veroordeling wegens misdrijven die de essentiële belangen van de staat ernstig schenden. Verder krijgen vreemdelingen die vóór 1985 zijn geboren uit een Nederlandse moeder (de zogenaamde «latente Nederlanders») de gelegenheid het Nederlanderschap te verkrijgen.

Daarnaast zijn de naturalisatieleges per 1 januari 2010 verhoogd .

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

a. Prognose Instroom

Prognose instroom (autonome ontwikkeling)
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

1. Asielinstroom

       

Asielinstroom

14 465

9 700

15 300

16 163

15 148

19 000

– 3 852

Overige instroom

10 127

7 000

3 800

6 475

8 566

5 339

3 227

Regulier (asielgerelateerd)

9 245

5 500

1 600

1 659

1 154

1 505

– 351

Totale instroom

33 837

22 200

20 700

24 297

24 868

25 844

– 976

        

2. Regulier

       

Machtiging tot Voorlopig Verblijf

       

– Gezinsvorming en –hereniging

22 884

20 800

26 900

29 000

33 200

16 452

16 748

– Overig

17 548

19 400

22 500

21 700

20 400

33 658

– 13 258

        

Vergunning tot Verblijf Regulier

       

– Eerste aanleg gezinsvorming en -hereniging

25 770

19 600

22 000

22 000

20 900

10 549

10 351

– Eerste aanleg overig

84 632

35 400

38 500

36 100

35 100

49 951

– 14 851

VVR – Verlenging

125 501

129 300

95 800

95 700

74 600

96 200

– 21 600

Overig

 

48 500

19 200

17 400

22 800

22 000

800

Visa

15 814

14 600

8 000

5 000

3 400

9 000

– 5 600

Totaal instroom

292 149

287 600

232 900

226 900

210 400

237 810

– 27 410

        

3. Naturalisatie

       

– Verzoeken

28 221

27 100

24 500

25 150

26 276

26 500

– 224

– Fraudeonderzoeken

  

150

200

125

200

– 75

Totale instroom

28 221

27 100

24 650

25 350

26 401

26 700

– 299

Toelichting kengetallen

Asielinstroom

De asielinstroom is circa 3 900 lager uitgevallen dan begroot. De lagere asielinstroom wordt gedeeltelijk verklaard door het afschaffen van het categoriaal beschermingsbeleid voor vreemdelingen uit Irak (november 2008) en Somalië (mei 2009). In 2010 zijn vergeleken met 2009 ongeveer 2 300 asielaanvragen minder ingediend door vreemdelingen uit Somalië.

De overige instroom heeft betrekking op de zij-instroom, de uitgenodigde vluchtelingen en de herbeoordelingen van vergunningen voor verlenging of intrekking. Deze overige instroom was in 2010 3 200 hoger dan begroot. Van de 3 200 hebben 1 250 zaken betrekking op de herbeoordelingen van vergunningen van asielzoekers uit Irak. Deze zijn in 2010 in behandeling genomen. In de begroting zijn deze 1 250 in de beginvoorraad opgenomen. Tezamen zijn de voorraad en de instroom vrijwel conform de begrote beginvoorraad.

In de begroting is geen rekening gehouden met ongeveer 450 intrekkingen van vergunningen van asielzoekers uit overige landen.

Regulier

De realisatie van de instroom Machtiging tot Voorlopig Verblijf (MVV) voor de categorie gezinsvorming en hereniging is aanzienlijk hoger dan de begroting, wat voornamelijk veroorzaakt is door een stijging van het aantal aanvragen voor verblijf van nareizende familieleden en pleegkinderen bij vreemdelingen met de Somalische nationaliteit.

De instroom Vergunning tot Verblijf Regulier (VVR) is lager dan begroot. Dit heeft voornamelijk te maken met een daling van het aanbod «Eerste aanleg overig» en «VVR-Verlenging».

De realisatie van visum blijft achter bij de begroting. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat de buitenlandse posten visumaanvragen in toenemende mate zelfstandig afdoen. Daarnaast geldt dat het aantal visumaanvragen wereldwijd afneemt. Dit heeft te maken met het feit dat het aantal niet-visumplichtige nationaliteiten toeneemt.

Naturalisatie

De instroom Naturalisatie is nagenoeg gelijk aan de begroting.

b. Streefwaarden doorlooptijden

vreemdelingenzaken waarop binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten in %
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Asiel

91

51

65

73

82

65

17

Regulier

89

81

88

93

95

88

7

Naturalisatie

99

85

84

95

96

84

12

Toelichting kengetallen

In de loop der jaren zijn de percentages op verschillende manieren bepaald, waardoor de jaren onderling niet geheel vergelijkbaar zijn. Zo zijn in 2008 de verschoonbare beslisbelemmeringen die de wettelijke termijn opschorten niet meegenomen. Vanaf 2009 is dat wel het geval, waardoor het percentage hoger uitkomt.

Van de zaken binnen het proces Regulier is 95% afgesloten binnen de wettelijke termijn. In 2009 was dit percentage nog 93 procent.

Gemiddeld genomen is voor de afgehandelde aanvragen van Nederland een doorlooptijd van 29 weken gerealiseerd. De tijdigheid van beslissen binnen de wettelijke termijn van 52 weken is in 2010 gelijk gebleven.

De tijdigheid van beslissen van aanvragen uit het buitenland en de Caribische delen van het Koninkrijk binnen de wettelijke termijn is ten opzichte van 2009 met bijna 10 procent verbeterd.

c. Streefwaarden kwaliteit procedures

Standhouding beslissingen in %
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Asiel

79

81

82

78

77

85

– 8

Regulier

77

78

81

82

82

80

2

Toelichting kengetallen

Bij Asiel is er vanaf 2008 een daling van standhouding beslissingen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de Dublin-Griekenland-problematiek.

Kwaliteit vreemdelingenprocedures in %

Doelstelling

Indicator

Realisatie 2010

Streefwaarde 2010 en verder

Verschil

Kwaliteit asielprocedure

Klachten

1,2

< 2

– 0,8

Kwaliteit reguliere procedure

Klachten

0,8

< 2

– 1,2

Kwaliteit procedure naturalisatie

Klachten

0,2

< 0,5

– 0,3

Toelichting kengetallen

Het aantal ingediende klachten met betrekking tot de kwaliteit vreemdelingenprocedures van de IND is binnen de gestelde streefwaarden gebleven.

d. Voortgang modern migratiebeleid

Voortgang implementatie modern migratiebeleid

Mijlpaal

Realisatie 2010

Planning

Behandeling in de Tweede Kamer

Gerealiseerd

Eind 2009/begin 2010

Akkoord Eerste Kamer

Gerealiseerd

Juni 2010

Gefaseerde implementatie

Onbekend

Oktober 2010 – januari 2011

Toelichting kengetallen

Het wetsvoorstel Modern Migratiebeleid is zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer aanvaard (EK 32 052, B).

e. Voortgang implementatie asielbrief

Voortgang implementatie asielbrief

Mijlpaal

Realisatie 2010

Planning

Akkoord Tweede Kamer

December 2009

Eind 2009

Akkoord Eerste Kamer

Mei 2010

April 2010

Implementatie

Mei 2010

1 juli 2011

Toelichting kengetallen

De behandeling van de asielbrief in de Eerste Kamer heeft enkele maanden vertraging opgelopen in 2010. Uiteindelijk is de brief in mei van 2010 behandeld en geïmplementeerd.

f. Opvang

Kerngegevens opvang
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

20061

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Instroom

7 772

8 977

14 623

15 343

15 624

17 100

– 1 476

Uitstroom

13 190

10 308

16 148

13 726

16 640

17 800

– 1 160

TNV-capaciteit

700

707

2 064

2 231

656

800

– 144

Gemiddelde bezetting

25 780

23 114

19 704

20 914

21 641

18 802

2 839

Gemiddelde kosten per opvanggerechtigde (x € 1)

17 960

20 760

23 980

24 280

22 425

20 550

1 875

X Noot
1

De cijfers die zijn opgenomen voor de jaren 2006 tot en met 2009 in deze tabel wijken af van voorgaande jaarverslagen. Uitgangspunt voor de hierboven vermelde cijfers is de goedgekeurde jaarrekening van het COA over het jaar 2009.

Toelichting kengetallen

Instroom

In begroting 2010 is rekening gehouden met een instroom 17 100 vreemdelingen. De totale instroom is met 15 632 lager dan begroot.

Uitstroom

De uitstroom van 16 640 is lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een stagnatie van de uitstroom en doorstroom van specifieke groepen. Een aantal voorbeelden zijn:

  • Er is een tijdelijk opschorting van uitzettingen van personen afkomstig uit Zuid- en Centraal Somalië.

  • Uitzetting naar Afghanistan en delen van Irak en Ivoorkust zijn niet mogelijk.

  • Er zijn geen uitzettingen van uitgeprocedeerde gezinnen met minderjarige kinderen.

  • Dublin-claimanten kunnen niet teruggeleid worden naar Griekenland.

  • Er is een achterstand in het uitplaatsen van de groep statushouders die recht heeft op vestiging.

TNV/POL-capaciteit

In 2010 zijn gemiddeld 800 TNV-plaatsen besteld. Deze plaatsen zijn na 1 juli door de invoering van de vernieuwde asielprocedure ingezet als POL-capaciteit (Procesopvanglocatie). In 2010 is er sprake geweest van een constante TNV/POL bezetting.

Bezetting opvang

Het aantal asielzoekers dat door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in 2010 wordt opgevangen, schommelt tussen de 21 000 en 22 000. Er is sprake van forse tegenvaller op het aantal mensen dat moet worden opgevangen ten opzichte van het in de begroting opgenomen aantal. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stagnatie in de uitstroom. Zie ook toelichting bij uitstroom.

Gemiddelde kosten per bezette opvangplaats

De gemiddelde kosten zijn als volgt berekend: De gerealiseerde kosten voor 2010 gedeeld door de gerealiseerde gemiddelde bezetting. De werkelijke kostprijs wordt pas nadat afrekening met het COA heeft plaatsgevonden vastgesteld. De kosten zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar als gevolg van loon- en prijsbijstellingen, kwaliteitsverbetering van de voorzieningen voor de Vrijheidsbeperkende locatie en TNV-POL.

g. Kwaliteit opvang

Het project «Herijking producten en kostprijzen van het COA», dat in eind 2009 van start is gegaan, is in oktober 2010 afgerond. Over het jaar 2010 waren nog geen indicatoren voorhanden.

Operationele doelstelling 15.3

Een effectieve en zorgvuldige uitvoering van het vreemdelingentoezicht, grenstoezicht en terugkeerbeleid, opdat een vreemdeling die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijft, Nederland zelfstandig of gedwongen verlaat.

Motivering

Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven zijn maatschappelijke en sociaal-economisch bijzonder kwetsbaar. Bovendien vormen zij een belasting voor (gemeentelijke) overheden.

Het terugkeerbeleid is gericht op het vertrek van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. Zij dienen terug te keren naar het land van herkomst of te vertrekken naar een ander geschikt land. Illegaal verblijf van vreemdelingen in Nederland moet zo veel mogelijk voorkomen worden, onder meer door een effectief en goed georganiseerd grenstoezicht.

Ketensamenwerking en gegevensverstrekking

Door de verruiming van de bevoegdheden van de Vreemdelingenpolitie (VP) en de Koninklijke Marechaussee (KMar) wordt beoogd de ketensamenwerking te verbeteren en de gegevensuitwisseling te vereenvoudigen. Daarvoor is het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met verruiming van de bevoegdheden in het kader van het vreemdelingentoezicht bij de Tweede Kamer ingediend (TK 32 528).

Betere afspraken met landen van herkomst

In 2010 is onverminderd ingezet op het opbouwen van de relatie en het verbeteren van de samenwerking met landen van herkomst, door middel van gesprekken met vertegenwoordigingen, missies naar herkomstlanden en het opzetten van verschillende samenwerkingsprojecten.

In 2010 is de inzet op het maken van terug- en overnameafspraken met herkomstlanden geïntensiveerd. De EU-overnameovereenkomst met Pakistan is op 1 december inwerkinggetreden. De EU-overnameovereenkomst met Georgië is op 22 november 2010 ondertekend. De Benelux heeft onderhandelingen afgerond met Servië en Montenegro over een uitvoeringsprotocol.

In bilaterale relaties met landen waarbij de bereidheid tot samenwerking op het gebied van terugkeer onvoldoende is, wordt het onderwerp terugkeer in toenemende mate opgebracht, dat ten aanzien van een enkel land al heeft geleid tot concrete afspraken over terugkeer.

Beter grenstoezicht

Naar aanleiding van de resultaten van de Schengenevaluatie van de lucht- en zeegrenzen in 2009, zijn door Nederland in 2010 operationele maatregelen getroffen. Het gaat hier om het verhelderen van de instructies voor de KMar en Zeehavenpolitie (ZHP) op basis van de Schengengrenscode, alsmede training en opleiding van grensbewakingspersoneel.

Met betrekking tot het programma «Vernieuwing Grens Management» (VGM) is de pilot waarbij de overheid API gegevens van de KLM ontvangt, succesvol gebleken bij de bestrijding van illegale migratie. In 2010 zijn binnen deze pilot de voorbereidingen getroffen om de pilot te verlengen zodat het op kan gaan in het in te richten nationaal informatie en analysecentrum grens.

De proef met de automatische grenspassage op de luchthaven heeft voldoende input opgeleverd om te starten met een Europese aanbesteding.

De derde pilot «FLUX» is succesvol geëvalueerd waarna vervolgens gewerkt is aan het uitbreiden van regitered travellers voor derde-landers.

Effectieve bestrijding illegaliteit

Op 31 juli 2010 zijn de maatregelen met betrekking tot het aangescherpte openbare-ordebeleid, zoals aangekondigd bij brief van 30 oktober 2009, in werking getreden. Deze maatregelen zijn in het bijzonder gericht op de aanpak van daders van ernstige delicten en veelplegers.

Het programma «Uitzetten/Vastzetten» van criminele vreemdelingen heeft onder meer uitvoering gegeven aan de verbeterpunten van het protocol ten aanzien van de Vreemdelingen in de Strafrechtsketen (VRIS). Om de VRIS-uitvoeringspraktijk te optimaliseren is onder voorzitterschap van het Openbaar Ministerie op 26 januari 2010 een Taskforce VRIS opgericht. De Taskforce heeft als focus het realiseren van de noodzakelijke verbinding tussen de strafrechtketen en de vreemdelingenketen om zodoende een optimaal ketenproces te waarborgen.

Het wetsvoorstel uitbreiding van de toezichtsbevoegdheden draagt bij aan de bestrijding van illegaal verblijf.

Volume- en prestatiegegevens

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Kengetallen terugkeer (percentage van uitgeprocedeerden) in %
    

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Zelfstandig vertrek

7

12

14

16

10

6

Gedwongen vertrek

38

34

33

35

40

– 5

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

55

54

53

48

50

– 2

Totaal

100

100

100

100

100

0

Toelichting kengetallen

In 2010 is een hoger percentage vertrek gerealiseerd (namelijk 16%) dan verwacht (10%) en het gerealiseerde percentage zelfstandig vertrek is bovendien hoger dan de voorgaande jaren. Dit is mede het gevolg van het gestegen aantal personen die met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is vertrokken. De gerealiseerde percentages gedwongen vertrek en vertrek zonder toezicht zijn lager dan verwacht. Aangezien het zelfstandig vertrek de voorkeur heeft boven gedwongen vertrek, kan dit gezien worden als een positieve ontwikkeling.

17. INTERNATIONALE RECHTSORDE

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen art. 17 Internationale rechtsorde 0,04 %

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 					 miljoen  art. 17 Internationale rechtsorde 0,04 %

Algemene doelstelling

Bevorderen van de ontwikkeling van de Europese en internationale rechtsorde.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Veiligheid en Justitie streeft naar een veilige en rechtvaardige samenleving. Dat geldt zowel nationaal als voor de Europese Unie en daarbuiten. Veiligheid en Justitie levert een aandeel daaraan door de bevordering van een Europese en internationale rechtsorde en coherentie met de nationale rechtsorde.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

De bijdrage van Nederland aan de totstandkoming van internationale regelgeving in de Europese Unie laat zich in algemene zin niet goed in meetbare prestatie-indicatoren uitdrukken. Dit als gevolg van de doorgaans onvoorspelbare onderhandelingsdynamiek. Wel is onder operationele doelstelling 17.1 aangegeven op welke wijze het Ministerie van Veiligheid en Justitie zo optimaal mogelijk bijdraagt aan internationale regelgeving en samenwerking. Mede vanwege de lastige effectmeting heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie de internationale functie laten evalueren.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

1 873

2 073

2 123

2 464

2 359

1 854

505

        

Apparaat-uitgaven

1 873

2 030

2 113

2 444

2 415

1 854

561

         

17.1

Internationale regelgeving

1 873

2 030

2 113

2 444

2 415

1 854

561

17.1.1

Directie Wetgeving

1 873

2 030

2 113

2 444

2 415

1 854

561

         

Ontvangsten

68

90

4

4

87

0

87

Operationele doelstelling 17.1

Het bijdragen aan de inzet van Nederland aan de totstandkoming van deugdelijke en effectieve EU- en internationale regelgeving evenals de verbetering van samenwerking op het terrein van justitie en politie in EU-verband en op internationaal niveau.

Doelbereiking

Veiligheid en Justitie heeft bijgedragen aan de ontwikkeling en instandhouding van de instituties die aan de Europese en internationale rechtsorde verbonden zijn, aan Europese en internationale regelgeving en structuren voor justitiële en politiële samenwerking. Daarbij is actief gestuurd op het realiseren van Nederlandse prioriteiten in het Actieprogramma «Stockholm», in Europese wetgeving en in praktische en operationele samenwerking ter vergroting van vrijheid, veiligheid en recht binnen de Unie. Ter bevordering van de rechtsstatelijkheid elders in de wereld in landen waarmee Nederland een (justitiële) samenwerking mee heeft, zijn bijdragen geleverd aan rechtsstaatopbouw. Dit in onder meer nieuwe en kandidaat-lidstaten, de Westelijke Balkan, het mediterrane gebied, Indonesië, Suriname, Irak en Afghanistan.

Slagvaardige instituties voor de mensenrechten

Instrumenten

Het mensenrechtenbeleid in Europees en internationaal verband vraagt om een slagvaardig Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Samen met de Minister van Buitenlandse Zaken heeft de Minister van Justitie in 2010 actief bijgedragen aan het «Interlaken-Actieplan» dat de werklast van het Hof moet verminderen. Dit actieplan bepleit onder meer de drempel tot het Hof te verhogen, repetitieve klachten eenvoudiger af te doen en een nieuw filtermechanisme bij het Hof in te stellen.

Veiligheid, vrijheid en recht binnen de Europese Unie

In 2010 is het Actieprogramma aangenomen dat voortvloeit uit het JBZ-meerjarenbeleidsprogramma 2010–2014 (Stockholm Programma). Veiligheid en Justitie heeft in de Europese Unie in 2010 actief aangestuurd op het concreet vormgeven van de Nederlandse prioriteiten in het «Stockholm Programma» en de Tweede Kamer is daar actief bij betrokken. In juni 2010 heeft de Raad conclusies aangenomen over het door de Commissie gepresenteerde actieplan. De Tweede Kamer is geïnformeerd over de Nederlandse inzet en wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het «Stockholm Programma» (TK 22 112, nr. 1027).

Opbouw van de nationale rechtsorde in andere landen

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie biedt hulp bij de rechtsstaatopbouw in derde landen en draagt bij aan de regeringsbrede inzet bij de opbouw van fragiele staten. Rechtsstaatopbouw is een vorm van non-operationele samenwerking en ondersteunt het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast geeft het uitvoering aan artikel 90 van de Grondwet. In 2010 is op dit terrein een groot aantal activiteiten ontplooid. Ter illustratie volgen hier een aantal voorbeelden:

  • Zo zijn de Kroatische autoriteiten geadviseerd over de hervorming van hun ministerie van Justitie en over de versterking van hun justitiële organisatie.

  • Veiligheid en Justitie en politie zijn actief betrokken geweest bij de oprichting van de Bulgaarse Nationale Commissie ter bestrijding van Mensenhandel en de ontwikkeling van een Bulgaars Nationaal Systeem voor de opvang en doorverwijzing van slachtoffers van Mensenhandel.

  • Als onderdeel van het samenwerkingsprogramma met Indonesië is in 2010 een opleidingsprogramma voor wetgevingsjuristen van de ministeries en het Parlement afgerond. Daarmee is een versterking van de wetgevende capaciteiten van de Indonesische ministeries bereikt.

  • Verder was de IND actief met het opbouwen van een zusterdienst in Bosnië Herzegovina, de DJI in Macedonië en het NFI in Suriname.

  • Samen met BZ heeft een training plaatsgevonden van tientallen magistraten uit de landen van het Euromediterrane Partnerschap, waaronder ook Israëlische magistraten. Het subject van de cursus was internationale strafrechtelijke samenwerking.

  • Veiligheid en Justitie heeft in 2010 rond de zeven «Rule of Law»-experts gedetacheerd bij EU-missies in Afghanistan, Irak en Kosovo. Daarnaast worden ook opleidingen verzorgd in Nederland. Zo zijn ten behoeve van de EUJUST LEX missie in Irak, trainingen uitgevoerd voor magistraten in Den Haag.

Volume- en prestatiegegevens

Naar aanleiding van de evaluatie van de internationale functie heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie een aantal verbeterpunten opgesteld, dat in 2011 wordt geïmplementeerd.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Bevorderen internationale rechtsorde
  

Indicator / verwijzing

Realisatie 2010

Streefwaarde 2010 en verder

Verschil

Bevorderen mensenrechten

– Ontwikkeling in de totstandkoming van de verdragstekst in 2011

– Appèls tot implementatie van uitspraken van het EHRM in bilaterale ministeriële contacten met Raad van Europa-lidstaten

Er is overeenstemming bereikt over een conceptverdragstekst van het CAHVIO verdrag. Dat is ter advisering voorgelegd aan de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. VenJ heeft actief aan de werkgroep deelgenomen.

Bij werkbezoeken en bilaterale contacten met relevante RvE lidstaten zijn waar dit gewenst werd geacht spreekteksten in de dossiers van de bewindslieden opgenomen over (naleving van) hofuitspraken.

– Een door lidstaten geïmplementeerd, effectief Verdrag ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in 2014.

– Betere opvolging van uitspraken van het EHRM

Het streven om in 2011 een verdragstekst tot stand te laten komen is goed op koers. Nederland meent dat de huidige tekst een effectief verdrag tot gevolg zal hebben en zet zit in tot een spoedige afronding van de onderhandelingen.

Nederland is tevreden over de wijze waarop de naleving van hofuitspraken meer aandacht krijgt in dossiervorming voor de bilaterale contacten. Deze inzet kan zich echter niet alleen beperken tot een dergelijk forum, ook institutionele inbedding aan de zijde van de RvE is van belang.

Nederlandse prioriteiten in JBZ-meerjarenprogramma

– Voortgang op overname van (aspecten van) Nederlandse prioriteiten en voorstellen in JBZ verband

In april 2010 heeft de Commissie het Actieplan ter uitvoering van het Stockholm Programma vastgesteld. Nederland kan zich vinden in de vijf hoofdlijnen van de Commissie1.

In het Actieplan komen veel Nederlandse prioriteiten voor het Stockholm Programma terug:

– een geïntegreerde benadering van veiligheid, recht en grondrechten;

– verminderen van grensoverschrijdende administratieve lasten voor het vrij verkeer van burgers;

– ontwikkeling van een strategie voor interne veiligheid, waarbij wordt gestreefd naar onderling samenhangende inzet van preventieve, bestuurlijke en strafrechtelijke maatregelen;

– Nederlandse initiatief voor rechtsstaat-monitoring/aanvullende evaluatie voor justitiële samenwerking in strafzaken is in het Actieplan opgenomen;

– Nederland is mede initiatiefnemer geweest van resolutie die verdere ontwikkeling van het systeem van de justitiële opleidingen in de EU-lidstaten bevordert.

Opname van (aspecten van) Nederlandse prioriteiten en voorstellen in het «Actieplan Stockholmprogramma» (vast te stellen door Spaans voorzitterschap)

Nederland is in algemene zin tevreden gezien eerdere inzet van Nederlandse zijde.

Waar kanttekeningen zijn te maken, spant Nederland zich waar mogelijk en nodig in voor het bereiken van de eigen prioriteiten.

X Noot
1

Deze hoofdlijnen betreffen:

– betere integratie met andere beleidsgebieden van de Unie;

– Europese wetgeving van betere kwaliteit;

– betere uitvoering op nationaal niveau;

– beter gebruik van evaluatie-instrumenten; en

– voldoende financiële middelen voor politieke prioriteiten, binnen de bestaande financiële kaders.

HOOFDSTUK 5 – NIET-BELEIDSARTIKELEN

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen Niet-beleidsartikelen (91, 92, 93) 3,7%

Realisatie begrotingsuitgaven Justitie € 6 098,9 miljoen  				  Niet-beleidsartikelen (91, 92, 93) 3,7%

Niet-beleidsartikel 91. Algemeen

Algemene doelstelling

Effectieve besturing van het Justitie-apparaat.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

201 074

237 449

185 624

251 375

188 658

194 338

– 5 680

         

Programma-uitgaven

27 427

31 539

0

0

0

0

0

         

91.1

Algemeen

27 427

31 539

0

0

0

0

0

91.1.1

Effectieve besturing van het Justitieapparaat

27 427

31 539

0

0

0

0

0

         

Apparaat-uitgaven

181 034

196 627

185 032

218 652

225 982

194 338

31 644

         

91.1

Algemeen

181 034

196 627

185 032

218 652

225 982

194 338

31 644

91.1.1

Effectieve besturing van het Justitieapparaat

181 034

196 627

185 032

218 652

225 982

194 338

31 644

         

Ontvangsten

9 256

5 317

5 386

7 584

6 445

2 073

4 372

Financiële toelichting

Op het niet-beleidsartikel 91 «Algemeen» staan apparaatsuitgaven (personeel en materieel) van stafdiensten die voor het ministerie als geheel werkzaamheden verrichten. Tevens zijn bij niet-beleidsartikel 91 uitgaven opgenomen van de drie Directoraten-Generaal (DG) en hun staven: DG Preventie, Jeugd en Sancties, DG Rechtspleging en Rechtshandhaving en DG Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, alsmede de uitgaven van politieke en ambtelijke leiding.

Verplichtingen

Het verschil tussen de begroting en realisatie op de verplichtingen bedraagt € 11,7 miljoen. Dit is voornamelijk veroorzaakt doordat een deel van de verplichtingen voor P-direkt in 2009 zijn aangegaan, terwijl deze geraamd stonden voor 2010.

Uitgaven

In totaal is in 2010 een bedrag van circa € 31,6 miljoen meer uitgegeven dan in de ontwerp-begroting was geraamd.

Bij de eerste suppletoire begroting zijn de middelen voor P-direkt centraal gepositioneerd. Hieraan hebben alle dienstonderdelen bijgedragen. Alle uitgaven voor P-direkt lopen nu via dit artikel. Daarnaast hebben zich extra uitgaven voorgedaan in het kader van de digitale werkplek Rijk en Digijust (een project dat de primaire werkprocessen ondersteunt en harmoniseert).

Niet-beleidsartikel 92. Nominaal en onvoorzien

Algemene doelstelling

Nominaal en onvoorzien.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

0

0

0

0

0

– 18 017

18 017

         

Programma-uitgaven

0

0

0

0

0

– 18 017

18 017

         

92.1

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

– 18 017

18 017

92.1.1

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

– 18 017

18 017

         

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

De grondslag voor het in de begroting opnemen van het niet-beleidsartikel «Nominaal en onvoorzien» staat in artikel 6, lid 1c van de Comptabiliteitswet 2001 (CW). Niet-beleidsartikel 92 wordt bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie niet gebruikt voor het aanhouden van middelen ter dekking van onvoorziene uitgaven. Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het tijdelijk «parkeren» van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, het tijdelijk «parkeren» van andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Niet-beleidsartikel 93. Geheim

Algemene doelstelling

Geheime uitgaven.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
      

Realisatie

Begroting

Verschil

  

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Verplichtingen

1 657

2 649

2 808

2 611

2 428

3 049

– 621

         

Programma-uitgaven

1 657

2 629

2 828

2 611

2 429

3 049

– 620

         

93.1

Geheim

1 657

2 629

2 828

2 611

2 429

3 049

– 620

93.1.1

Geheime uitgaven

1 657

2 629

2 828

2 611

2 429

3 049

– 620

         

Ontvangsten

46

53

627

111

254

0

254

De grondslag voor het in de begroting opnemen van geheime uitgaven staat in artikel 6, lid 1b van de Comptabiliteitswet 2001 (CW).

HOOFDSTUK 6 – BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Verslagjaar 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie verklaart dat:

In het begrotingsjaar 2010 is, uitgaande van het normenkader bedrijfsvoering, op een gestructureerde wijze aandacht besteed aan de primaire- en ondersteunende processen en de hiermee samenhangende beheertaken bij de organisatieonderdelen van het toenmalige Ministerie van Justitie. De in het verleden aan de Algemene Rekenkamer gedane toezeggingen maakten hier onderdeel vanuit.

Op basis van risicoanalyses is een systematische afweging gemaakt inzake de in te zetten instrumenten van sturing en beheersing. Dit omvat mede het vaststellen van het van toepassing zijnde normenkader en de uitgangspunten voor opname van de relevante aandachtspunten in deze bedrijfsvoeringsparagraaf.

Een en ander heeft in het jaar 2010 geresulteerd in beheerste bedrijfsprocessen. Daarbij zijn de volgende punten van aandacht naar voren gekomen:

Comptabele rechtmatigheid en getrouwheid

Het aantal fouten en onzekerheden in de uitgavensfeer is gedurende het jaar 2010 binnen de gestelde toleranties gebleven. Daarnaast geven de financiële overzichten een getrouw beeld van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering.

Totstandkoming beleidsinformatie

De betrouwbaarheid van centrale (management)informatie uit decentrale systemen is een continu aandachtspunt. Op basis van de beschikbare informatie zijn geen tekortkomingen in de totstandkoming van beleidsinformatie op artikelniveau geconstateerd.

Financieel en materieel beheer

Het begin 2010 gestarte project «Verbetering Inkoopbeheer», met in totaal zestien verbetermaatregelen, heeft geleid tot een verscherpte monitoring van het bedrag aan onrechtmatige inkopen en een verbetering van het inkoopproces. De onrechtmatigheden blijven ook dit jaar binnen de controletoleranties.

Het betaalproces binnen het Ministerie heeft naar aanleiding van de rijksbrede gemaakte afspraken continu aandacht gekregen. De rijksbrede doelstelling van 90% van de facturen tijdig betaald is ondanks de stijgende lijn uiteindelijk niet gerealiseerd. Er zal daarom in 2011 blijvend aandacht zijn voor verdere verbetering van het betaalgedrag.

Door de invoering van het rijksbrede HRM-systeem met zelfbedieningsconcept van P-Direkt, eind 2009, heeft het ministerie haar personeelsbeheer niet op orde. Dit heeft in 2010 o.a. geleid tot onvolkomenheden in de personeels- en de salarisgegevens. Deze onvolkomenheden zijn middels een spoedactie personeelsbeheer grotendeels weggenomen en heeft ook de hiermee in verband staande onvolledigheid van personeelsdossiers aandacht gekregen. Het op orde brengen van het personeelsbeheer zal in 2011 voor het ministerie grote inspanning vergen. De grote inspanning wordt mede veroorzaakt door onvolkomenheden in het zelfbedieningsconcept van P-Direkt, waarvoor noodmaatregelen getroffen moeten worden.

Overige aspecten van bedrijfsvoering

Er hebben zich geen knelpunten voorgedaan die buiten mijn verantwoordelijksgebied liggen en die een belemmering vormen voor het leveren van de prestaties.

De bovengenoemde punten verdienen de aandacht maar zijn niet zodanig dat deze een bedreiging vormen voor de goede uitvoering van de taken van het ministerie. Ik heb er alle vertrouwen in dat de

getroffen maatregelen effect sorteren. De bedrijfsvoering van de organisatieonderdelen voldoen, met inachtneming van bovenstaande punten, aan de daaraan te stellen eisen.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Toelichting

Comptabele rechtmatigheid en getrouwheid

Het aantal fouten en onzekerheden bevindt zich binnen de tolerantiegrenzen maar vormt een blijvend aandachtspunt (zie financieel en materiaalbeheer).

Totstandkoming beleidsinformatie

De veelheid en diversiteit van onder verantwoordelijkheid van het ministerie fungerende organisaties zorgen ervoor dat de aggregatie en betrouwbaarheid van beleidsinformatie belangrijke aandachtspunten binnen de bedrijfsvoering zijn. De implementatie van nieuwe bedrijfsprocessystemen binnen het ministerie maken dit ook noodzakelijk. De verbetering van de (bestuurlijke) informatievoorziening en de centrale regie daarop blijft daarom binnen het ministerie prioriteit hebben. In 2010 zijn verder de introductie en implementatie van nieuwe systemen bij de Raad voor de Kinderbescherming, IND en Leonardo binnen de financiële bedrijfsvoering belangrijke activiteiten die moeten leiden tot een verdere verbetering van de totstandkoming van de beleidsinformatie.

Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer is voor het ministerie een belangrijk aandachtspunt. Dit naar aanleiding van ontwikkelingen in de rechtmatigheid, maar ook zoals die zich op andere punten in het financieel beheer hebben voorgedaan.

Het inkoopproces, en meer in het bijzonder de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen, is in 2009 door Algemene Rekenkamer bestempeld tot een kritiek onderdeel binnen de bedrijfsvoering van het ministerie. In 2010 is ten opzichte van 2009 sprake van een verbetering van het inkoopproces. De doelstelling van het ministerie om in 2010 maximaal 30 miljoen euro (in 2009: 50 miljoen euro) aan onrechtmatigheden te verwezenlijken is gerealiseerd. In 2010 is een bedrag van 29,7 miljoen euro aan onrechtmatigheden met betrekking tot naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen geconstateerd. Het bedrag aan onrechtmatigheden is exclusief de departementale uitgaven voor het rijksbrede wagenparkbeheer (in 2010: 8,9 miljoen euro) dat losstaat van het eigen inkoopbeheer.

Het uitvoeren van het plan van aanpak «Verbetering Inkoopbeheer» heeft tot resultaat geleid. Het betreft hier een verscherpte monitoring en sturing op de kwaliteit van het inkoopbeheer, onder andere door een verplichte maandelijkse rapportage door de betreffende diensten. Ook de verbetering van de opzet en werking van het management controlsysteem (op centraal en decentraal niveau), en versterking van de concerncontrol op inkoop hebben geleid tot een toenemende aandacht voor de inkoop als onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces. Daarnaast zijn er in 2010 doorlichtingen uitgevoerd naar de inkoop bij drie zelfstandig aanbestedende diensten van het ministerie. De versterking van de interne controle op het inkoopbeheer is conform de toezegging aan de Algemene Rekenkamer verder vorm gegeven.

Het project «Verbetering Inkoopbeheer» wordt in 2011 voortgezet.

Het betaalproces heeft naar aanleiding van de rijksbreed getroffen maatregelen binnen het ministerie extra aandacht. De maatregelen hebben geleid tot een betere bewaking van betalingstermijnen en invoering van een aangepast betaalregiem. De doelstelling voor 2010 van 90% van de facturen tijdig betaald is uiteindelijk aan het eind van het jaar niet gerealiseerd. In de maand december was 87% van de facturen tijdig betaald.

Eind 2009 heeft het ministerie het zelfbedieningsconcept HRM-processen van P-Direkt geïmplementeerd. Het blijkt dat deze implementatie niet optimaal heeft plaatsgevonden, waardoor onder meer de manager onvoldoende zijn verantwoordelijkheid voor de hieraan gerelateerde HRM-processen heeft genomen. Als gevolg hiervan zijn onvolkomenheden in de personeels- en salarisgegevens geconstateerd. Door het uitvoeren van een spoedactie, waarbij de manager de salarisgegevens van alle medewerkers heeft gecontroleerd en zo nodig hersteld, beschikt het ministerie over een volledig gecontroleerde beginstand van 2011.

Tevens leidt de spoedactie ook tot een deugdelijk personeelsdossier qua financiële rechtspositie en is conform de toezegging aan de Algemene Rekenkamer in 2010 voortgezet.

In 2011 zal een verscherpte sturing en monitoring plaatsvinden op de kwaliteit van het personeelsbeheer door de manager. Hierdoor kan worden voorkomen dat een spoedactie opnieuw moet worden uitgevoerd. Met P-Direkt zullen afspraken worden gemaakt om de onvolkomenheden in het zelfbedieningsconcept met voorrang op te lossen.

HOOFDSTUK 7 – RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK

Algemeen

In 2010 stroomden circa 1,96 miljoen zaken in bij de gerechten, vrijwel gelijk aan de instroom in 2009. Het aantal civiele zaken nam toe. Op het terrein van bestuursrecht daalde de instroom als gevolg van de afname reguliere bestuurszaken en vreemdelingenzaken. Op het terrein van strafzaken daalde de instroom sterk.

Hieronder is de realisatie weergegeven over het aantal afgedane zaken door de rechtspraak en de doorlooptijden in het jaar 2010. In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2010.

Productie
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Totaal

1 751 421

1 725 301

1 827 279

1 934 225

1 959 617

1 893 844

65 773

        

Gerechtshoven

  

Civiel

14 417

14 709

15 038

16 136

16 661

14 964

1 697

Straf

39 285

38 075

36 767

37 612

37 815

41 820

– 4 005

Belasting

4 906

3 300

2 793

3 371

3 657

3 275

382

        

Rechtbanken

 

Civiel

258 173

262 368

261 299

280 107

288 057

282 384

5 673

Straf

221 802

216 017

219 498

217 460

195 955

211 786

– 15 831

Bestuur (excl. VK)

50 229

49 039

45 457

44 409

46 963

49 513

– 2 550

Bestuur (VK)

62 189

56 816

45 090

45 858

50 739

57 000

– 6 261

Kanton

1 065 792

1 052 913

1 168 785

1 258 442

1 288 999

1 193 532

95 467

Belasting

26 692

24 606

25 177

23 286

23 221

31 899

– 8 678

        

Bijzondere colleges

 

Centrale Raad van beroep

7 936

7 458

7 375

7 544

7 550

7 671

– 121

Het aantal afgehandelde zaken nam in 2010 met 1 procent toe tot 1,96 miljoen zaken. Circa de helft van de werklast bij de rechtspraak betreft de afhandeling van civielrechtelijke zaken, ruim een kwart betreft de afhandeling van strafzaken en minder dan een kwart van de capaciteit is besteed aan zaken betreffende het bestuursrecht (inclusief vreemdelingen- en belastingzaken).

Het volume aan afgehandelde zaken was gelijk aan de instroom. Bij de civiele sectoren en belastingsectoren van de appelcolleges en bij de bestuurssectoren van de rechtbanken zijn de werkvoorraden verkleind.

Het totaaloverzicht met gemiddelde doorlooptijden laat een zeer uiteenlopende ontwikkeling zien.

Doorlooptijden in %
 

realisatie

  
 

2008

2009

2010

norm 2010

 

Rechtbanken, sector kanton

    

binnen

Handelszaken met verweer

95

96

95

90

1 jaar

 

81

81

78

75

6 maanden

Beschikking arbeidsontbinding op tegenspraak

96

95

96

90

3 maanden

Handelszaken zonder verweer (verstek)

92

91

84

90

15 dagen

Beschikking geregelde arbeidsontbinding

79

77

83

90

15 dagen

Kort geding

96

95

95

90

3 maanden

Overtreding

89

88

88

80

1 maand

Mulderzaak

74

80

80

80

3 maanden

      

Rechtbanken, sector civiel

     

Handelszaken met verweer

85

86

87

80

2 jaar

Handelszaken zonder verweer (verstek)

69

73

76

90

1 maand

Verzoekschriftprocedure handel (vooral insolventie)

84

86

84

90

3 maanden

Beëindigde faillissementen

73

72

77

90

3 jaar

Scheidingszaak

91

94

93

95

1 jaar

Alimentatie en bijstandsverhaal

94

94

93

90

1 jaar

Omgangs- en gezagszaken

83

82

81

80

1 jaar

Beschikking verzoekschriftprocedure kinderrechter

90

90

92

90

3 maanden

Kort geding

91

91

92

90

3 maanden

      

Rechtbanken, sector straf

     

Strafzaak MK (=meervoudig behandeld)

86

85

84

90

6 maanden

Politierechterzaak (incl. economische)

85

86

84

90

5 weken

Strafzaak bij de kinderrechter (enkelvoudig)

84

83

82

85

5 weken

Raadkamerzaken m.b.t. voorlopige hechtenis

99

100

99

95

2 weken

Raadkamerzaken niet voorlopige hechtenis

82

81

80

85

4 maanden

      

Rechtbanken, sector bestuur

     

Bodemzaak bestuur regulier

73

71

68

90

1 jaar

Voorlopige voorziening bestuur regulier

95

95

94

90

3 maanden

Bodemzaak belasting lokaal

44

42

48

90

9 maanden

Bodemzaak rijksbelastingen

51

51

53

90

1 jaar

Bodemzaak vreemdelingen

68

67

57

90

9 maanden

      

Gerechtshoven

     

Handelszaak dagvaarding

67

71

74

80

2 jaar

Handelsrekest

57

70

70

90

3 maanden

Familierekest

88

87

85

90

1 jaar

Belastingzaak

33

30

42

85

1 jaar

Strafzaak MK (=meervoudig behandeld)

74

67

55

85

9 maanden

Strafzaak EK

59

44

36

90

6 maanden

Strafzaak EK kantonzaak

64

55

67

90

6 maanden

Raadkamerzaken m.b.t. voorlopige hechtenis

50

45

55

95

2 weken

Raadkamerzaken niet voorlopige hechtenis

32

61

46

85

4 maanden

In grote lijnen voldoet de lengte van de rechtszaken bij de familiesectoren en kantonsectoren aan de gestelde normering. De afhandeling van strafzaken bij de rechtbanken voldoet ook vrijwel aan de normen voor de duur van die procedures. De handelszaken met verweer bij de civiele sectoren, de rechtszaken bij de bestuurssectoren van de rechtbanken en de rechtszaken bij de gerechtshoven duren nog te lang. Een nadere toelichting en analyse zal worden opgenomen in het jaarverslag van de Raad van de rechtspraak.

C. JAARREKENING

HOOFDSTUK 8 – DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

Departementale verantwoordingstaat 2010 van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) x € 1 000

Artikel

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

TOTAAL

5 968 347

5 968 347

1 335 218

5 741 659

6 098 906

1 064 846

– 226 688

130 559

– 270 372

           
 

Totaal beleidsartikelen

5 788 977

5 788 977

1 333 145

5 550 573

5 870 495

1 058 147

– 238 404

81 518

– 274 998

           

11

Nederlandse rechtsorde

16 609

16 609

0

17 515

18 454

886

906

1 845

886

12

Rechtspleging en rechtsbijstand

1 444 435

1 444 435

198 655

983 503

1 436 132

199 380

– 460 932

– 8 303

725

13

Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding

2 895 925

2 895 925

879 110

3 075 007

2 913 129

842 826

179 082

17 204

– 36 284

14

Jeugd

490 316

490 316

1 487

419 600

445 169

8 048

– 70 716

– 45 147

6 561

15

Vreemdelingen

939 838

939 838

253 893

1 052 589

1 055 196

6 920

112 751

115 358

– 246 973

17

Internationale rechtsorde

1 854

1 854

0

2 359

2 415

87

505

561

87

           
 

Totaal niet-beleidsartikelen

179 370

179 370

2 073

191 086

228 411

6 699

11 716

49 041

4 626

           

91

Algemeen

194 338

194 338

2 073

188 658

225 982

6 445

– 5 680

31 644

4 372

92

Nominaal en onvoorzien

– 18 017

– 18 017

0

0

0

0

18 017

18 017

0

93

Geheim

3 049

3 049

0

2 428

2 429

254

– 621

– 620

254

HOOFDSTUK 9 – DEPARTEMENTALE SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2010 van het Ministerie van Justitie
Bedragen x € 1 000

1

Uitgaven ten laste van de begroting

6 098 903

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1 064 851

3

Liquide middelen

190

   

4

Rekening-courant RHB

 

4a

Rekening-courant RHB

4 718 857

5

Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)

6 899

6

Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra-comptabele schulden)

322 284

7

Openstaande rechten

0

7a

Tegenrekening openstaande rechten

0

8

Extra-comptabele vorderingen

587 888

8a

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

587 888

9a

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

9

Extra-comptabele schulden

0

10

Voorschotten

1 582 290

10a

Tegenrekening voorschotten

1 582 290

11a

Tegenrekening garantieverplichtingen

79 310

11

Garantieverplichtingen

79 310

12a

Tegenrekening openstaande verplichtingen

380 940

12

Openstaande verplichtingen

380 940

13

Deelnemingen

0

13a

Tegenrekening deelnemingen

0

      
 

Totaal

8 736 420

 

Totaal

8 736 420

De saldibalans per 31 december 2010 geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van 2010 bestonden en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren. Hieronder worden de onderdelen van de saldibalans nader toegelicht.

ad 1 en 2) Begrotingsuitgaven en -ontvangsten

Begrotingsuitgaven x € 1 000
 

2010

2009

Uitgaven ten lasten van de begroting 2009

0

6 239 600

Uitgaven ten laste van de begroting 2010

6 098 903

0

 

6 098 903

6 239 600

Begrotingsontvangsten x € 1 000
 

2010

2009

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2009

0

1 314 447

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2010

1 064 851

0

 

1 064 851

1 314 447

Onder de post uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting zijn de gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten van het jaar 2010 opgenomen.

ad 3) Liquide middelen

Het totaalbedrag van 190 is als volgt opgebouwd:

Liquide middelen x € 1 000
 

2010

2009

Kas

171

185

ING Bank

19

119

Royal Bank of Scotland

0

131

Saldo liquide middelen

190

435

ad 4 en 4a) Rekening-Courant

De post Rekening-Courant bij de Rijkshoofdboekhouding geeft de volgende stand:

Rekening-Courant x € 1 000
 

2010

2009

Rekening-Courant RHB

4 718 857

4 629 628

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weer. Het saldo sluit aan bij het Rekening-Courant overzicht van de afdeling Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën.

ad 5 en 6) Uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband

De uitgaven buiten begrotingsverband worden als volgt gespecificeerd:

Uitgaven x € 1 000
buiten begrotingsverband
 

2010

2009

Door te belasten uitgaven

4 332

3 725

Salarisvoorschotten

2 567

298

Nog te verantwoorden salarisjournaal

0

838

Nog te betalen premies

0

0

Totaal

6 899

4 861

Door te belasten uitgaven

Het saldo van deze post wordt gevormd door projecten die door het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden uitgevoerd en waarbij de uitgaven en ontvangsten niet binnen hetzelfde jaar worden verantwoord doordat de projectafrekening achteraf op declaratiebasis plaatsvindt.

Salarisvoorschotten

Op deze rekeningen worden de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt na goedkeuring van de salarisadministratie. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden.

Het saldo in 2010 vertoont een enorme toename door de implementatie van de voorschotten onderwijskosten door P-Direkt.

De ontvangsten buiten begrotingsverband worden als volgt gespecificeerd:

Ontvangsten buiten begrotingsverband x € 1 000
 

2010

2009

RC-kasbeheerders

15

25

Vooruitontvangen bedragen

38 050

27 457

Af te dragen inhoudingen

41 826

42 756

Tussenrekening liquide middelen

13 194

12 787

Af te wikkelen proceskosten

2 429

2 325

Af te wikkelen OM

78 913

73 565

Conservatoir IBG

115 631

111 473

Gedeponeerde geldsommen

8 985

9 248

Nog te betalen premies

22 746

21 185

Nog te verantwoorden salarisjournaal

495

Salarisvoorschotten

Totaal

322 284

300 821

RC-kasbeheerders

Met de onder het ministerie ressorterende kasbeheerders wordt een Rekening-Courantverhouding aangehouden. Het saldo wordt normaliter veroorzaakt door een tijdsverschil tussen het boeken in de concernadministratie en de decentrale financiële administratie.

Vooruit ontvangen bedragen

Het saldo van deze rekening bestaat voornamelijk uit sociale lasten over de maand december die bij de agentschappen in rekening zijn gebracht. Deze bedragen zijn in januari 2011 aan de diverse instanties afgedragen. Daarnaast wordt het creditsaldo opgenomen van de projecten die door het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden uitgevoerd en waarbij de uitgaven en ontvangsten niet in hetzelfde jaar worden verantwoord.

Af te dragen inhoudingen

Op de rekening af te dragen inhoudingen is met name de loonheffing verantwoord, die in de maand december 2010 op de ambtenarensalarissen is ingehouden. In de maand januari 2011 is deze post aan de Belastingdienst afgedragen.

Tussenrekening liquide middelen

Op deze rekening worden ontvangsten verantwoord, waarover op het moment van ontvangst nog geen zekerheid bestaat over de bestemming van het geld.

Af te wikkelen proceskosten

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend.

Af te wikkelen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borgtocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord. Daarnaast wordt deze rekening gecrediteerd voor de gelden die in beslag genomen zijn. De uiteindelijke bestemming van de gelden wordt bepaald door een uitspraak van de rechter in de desbetreffende zaak of door het Openbaar Ministerie. Een dergelijke beslissing kan leiden tot geheel of gedeeltelijke teruggave of verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld.

Conservatoir In Beslaggenomen Gelden

Het creditsaldo op deze rekening wordt gevormd door de gelden waarop in het kader van ontnemingsmaatregelen conservatoir beslag is gelegd.

Gedeponeerde geldsommen

Betreft ontvangsten van partijen in rechtszaken waarvan de rechter een deskundigenonderzoek heeft gelast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden hiermee gefinancierd.

Nog te betalen premies

Deze premies zijn afkomstig uit het salarisjournaal van december 2010 en zijn in januari 2011 betaalbaar gesteld.

Nog te verantwoorden salarisjournaal

Het betreft hier mutaties uit het salarisjournaal waarvan niet duidelijk is ten laste van welke rekening deze dienen te worden verantwoord. Na beoordeling van de salarisadministratie worden deze posten alsnog verwerkt.

ad 8 en 8a) Extra-comptabele vorderingen

Onder de post extra-comptabele vorderingen wordt het totaal bedrag opgenomen van de betreffende rekening(en) uit de administratie. Voor het inzicht in de ouderdom van de vorderingen wordt in de toelichting een nader onderscheid gemaakt naar de mate van liquiditeit/opeisbaarheid van de vorderingen en wel in direct opeisbare vorderingen, op termijn opeisbare vorderingen en geconditioneerde vorderingen. De toelichting op artikel 22 (mogelijke overige administraties), onderdeel a, van de Regeling departementale begrotingsadministratie 2007 geeft een uiteenzetting van de hiervoor genoemde verschillende categorieën vorderingen. In 2010 is er een zichtbare toename bij de vorderingen ex–personeel en bij de gesubsidieerde instellingen. De toename vorderingen ex-personeel is enerzijds veroorzaakt door de toename van het aantal debiteuren en anderzijds door het niet versturen van vorderingsbrieven vanuit P-Direkt. De toename bij de gesubsidieerde instelling is te wijten aan een teveel ontvangen subsidie 2008 van € 1,6 miljoen. De vordering is in januari 2011 voldaan.

Extra-comptabele vorderingen x € 1 000
 

2010

2009

Vorderingen binnen begrotingsverband

587 888

572 281

Totaal

587 888

572 281

Onderscheiden naar organisatie x € 1 000
 

2010

2009

Veiligheid en Justitiebrede vorderingen

0

0

Bestuursdepartement

13 791

3 842

Jeugdbescherming en reclassering

72

181

Rechtspleging

33 334

28 632

CJIB

540 691

539 626

Totaal

587 888

572 281

Ingedeeld naar aard x € 1 000
 

2010

2009

Salarisvorderingen op ex-personeel

1 994

1 240

Ministeries

1 703

2 074

Semi-overheden/gesubsidieerde instellingen

2 422

264

Voorlopig buiten invordering gestelde vorderingen

3 513

3 355

Eenmalige debiteuren

16 510

12 272

Advocaten rechtspraak

9 124

4 114

Strafrechtelijke boetes (STRABIS)

115 728

124 241

Sancties (wet Mulder)

208 254

206 154

Vorderingen opgelegde ontnemingmaatregelen

216 710

207 068

Derden

11 930

11 499

Totaal

587 888

572 281

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen x € 1 000
 

2010

2009

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

587 888

572 281

Totaal

587 888

572 281

ad 10 en 10a) Voorschotten

De post voorschotten wordt als volgt gespecificeerd:

Voorschotten x € 1 000
 

2010

2009

Voorschotten gesubsidieerde instellingen

1 519 921

1 654 517

Incidentele reisvoorschotten

182

163

Doorlopende reisvoorschotten

9

9

Kasvoorschothouders

23

24

Overige voorschotten

62 155

71 604

Saldo voorschotten

1 582 290

1 726 317

Ouderdom van voorschotten x € 1 000

Jaar

Subsidies

Overige voorschotten

< 2006

30

3 902

2006

1 306

59

2007

1 620

351

2008

16 145

492

2009

149 904

2 878

2010

1 350 916

54 473

Totaal

1 519 921

62 155

Overeenkomstig de subsidievoorschriften dienen de gesubsidieerde instellingen binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een door een registeraccountant gecertificeerde jaarrekening bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie in te dienen. Na controle en accoordbevinding van de stukken wordt de subsidie definitief vastgesteld en vindt verrekening met de verstrekte voorschotten plaats. Indien in afwijking van de wens van een gesubsidieerde instelling een of meerdere posten uit de jaarrekening niet subsidiabel worden verklaard, vindt overleg met betrokkenen plaats, alvorens tot vaststelling van de exploitatiesubsidie wordt overgegaan. Bij de overige voorschotten bestaat het saldo voornamelijk uit betalingen waarbij de bijbehorende prestatie op het moment van de betaling nog niet is verricht.

ad 11 en 11a) Garantieverplichtingen

Onder de post garantieverplichtingen in de saldibalans worden de bedragen opgenomen die de hoofdsommen vormen van de garanties. Een verleende garantie wordt gezien als een verplichting en moet op dezelfde manier in de administratie worden verwerkt. Er is dus geen verschil in de registratie van garantieverplichtingen en andersoortige verplichtingen. Een verschil tussen een garantie en een andere verplichting is wel dat de hoofdsom van een garantie veelal niet of slechts gedeeltelijk tot uitbetaling zal leiden.

De garantieverplichtingen, die een onderdeel zijn van de openstaande verplichtingen, dienen apart te worden toegelicht.

Tegenrekening garantieverplichting x € 1 000
 

2010

2009

Tegenrekening garantieverplichtingen

79 310

76 986

De tegenrekening garantieverplichtingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking garantieverplichtingen.

Garantieverplichting x € 1 000
 

2010

2009

Garantieverplichtingen

79 310

76 986

De door het Ministerie van Veiligheid en Justitie afgegeven garanties betreffen ultimo 2010:

Afgegeven garanties x € 1 000 000
  

2010

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Rekening-Courant Limiet

70,0

Procesrisico’s faillissementscuratoren

 

9,3

  

79,3

Naast bovenvermelde afgegeven garanties is er nog een wettelijke garantie voor gerechtsdeurwaarders en notarissen.

Gerechtsdeurwaarders

Voor zover de verplichtingen die krachtens artikel 480 Rechtsvordering op de gerechtsdeurwaarder rusten, niet worden nageleefd, is op grond van lid 3 van dit artikel de Staat jegens belanghebbenden voor de daaruit voor hen voortvloeiende schade met de gerechtsdeurwaarder hoofdelijk aansprakelijk.

Het risico voor Veiligheid en Justitie is echter klein. Het afgelopen decennium betrof dit enkele gerechtsdeurwaarders, met vorderingen variërend van enkele tienduizenden tot ruim € 2 miljoen.

Notarissen

Een soortgelijke regel is opgenomen in artikel 3:270 lid 6 BW ten aanzien van de (opbrengst) van de executie van registergoederen door notarissen.

Artikel 3:270 lid 6 BW is in de afgelopen 10 jaar niet toegepast.

ad 12 en 12a) Openstaande verplichtingen

Openstaande verplichtingen x € 1 000
 

2010

2009

Openstaande verplichtingen

380 940

720 144

Openstaande verplichtingen x € 1 000
 

2010

2009

Openstaande verplichtingen per 1 januari

 

720 144

Aangegane verplichtingen in 2010

5 621 418

 

Tot betaling gekomen in 2010

5 960 622

 

Openstaande verplichting per 31 december 2010

 

380 940

Een opgave per begrotingsartikel van de stand per 31 december 2010 van het deel van de aangegane verplichtingen dat nog niet tot uitgaven heeft geleid (bedragen op duizenden euro's naar boven afgerond), geeft het volgende beeld:

Openstaande verplichtingen x € 1 000

Art

Omschrijving

 

11

Nederlandse rechtsorde

1 615

12

Rechtspleging en Rechtsbijstand

4 680

13

Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding

293 519

14

Jeugd

25 290

15

Vreemdelingen

16 084

17

Internationale rechtsorde

0

91

Algemeen

39 752

92

Nominaal en onvoorzien

0

93

Geheim

0

Totaal

380 940

Tegenrekening openstaande verplichtingen x € 1 000
 

2010

2009

Tegenrekening openstaande verplichtingen

380 940

720 144

De tegenrekening openstaande verplichtingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking openstaande verplichtingen.

HOOFDSTUK 10 – BATEN-LASTENDIENSTEN

10.0 SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT 2010 INZAKE BATEN-LASTENDIENSTEN VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE (VI)

x € 1 000

Art.

Omschrijving

-1

-2

(3) = (2)-(1)

  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Immigratie en Naturalisatiedienst

   
 

Totale baten

360 498

365 144

4 646

 

Totale lasten

363 498

362 419

– 1 079

 

Saldo van baten en lasten

– 3 000

2 725

5 725

     
 

Totale kapitaalontvangsten

10 200

18 606

8 406

 

Totale kapitaaluitgaven

28 939

37 029

8 090

     

2

Dienst Justitiële Instellingen

   
 

Totale baten

2 204 145

2 272 279

68 134

 

Totale lasten

2 217 145

2 285 286

65 141

 

Saldo van baten en lasten

– 13 000

– 13 007

– 7

     
 

Totale kapitaalontvangsten

50 000

66 381

16 381

 

Totale kapitaaluitgaven

87 600

73 409

– 14 191

     

3

Centraal Justitieel Incasso Bureau

   
 

Totale baten

119 378

113 820

– 5 558

 

Totale lasten

119 378

111 987

– 7 391

 

Saldo van baten en lasten

0

1 833

1 833

     
 

Totale kapitaalontvangsten

15 775

3 797

– 11 978

 

Totale kapitaaluitgaven

26 085

10 931

– 15 154

     

4

Nederlands Forensisch Instituut

   
 

Totale baten

69 504

70 593

1 089

 

Totale lasten

69 504

70 660

1 156

 

Saldo van baten en lasten

0

– 67

– 67

     
 

Totale kapitaalontvangsten

6 209

1 952

– 4 257

 

Totale kapitaaluitgaven

11 455

7 017

– 4 438

     

5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening

   
 

Totale baten

28 333

28 083

– 250

 

Totale lasten

28 333

29 388

1 055

 

Saldo van baten en lasten

0

– 1 305

– 1 305

     
 

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

 

Totale kapitaaluitgaven

1 337

1 841

504

     

6

Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT

   
 

Totale baten

32 762

42 566

9 804

 

Totale lasten

32 762

37 799

5 037

 

Saldo van baten en lasten

0

4 767

4 767

     
 

Totale kapitaalontvangsten

2 873

1 478

– 1 395

 

Totale kapitaaluitgaven

6 431

8 192

1 761

10.1 IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST (IND)

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement van de IND in de begroting 2010 was vastgesteld op € 304 miljoen. Als gevolg van besluitvorming bij Voorjaarsnota is de bijdrage moederdepartement per saldo gestegen. Aanvullende bijdragen hangen samen met de compensatie leges Sahin, vervroegde invoering asielbrief, asiel correctie kostprijzen en taakstellingen. Hierdoor is de uiteindelijke bijdrage € 315 miljoen.

Opbrengst derden

Eind 2009 zijn verschillende legestarieven voor Regulier gewijzigd. Reden hiervoor is de uitspraak in de zaak Sahin waardoor een aantal legestarieven voor Turkse onderdanen gelijk zijn gesteld met de tarieven voor EU-onderdanen (en daarmee lager zijn geworden). Daarnaast zijn de tarieven voor Verlenging, Onbepaalde Tijd en MVV Kennismigrant verhoogd en is per 1 januari 2010 een nieuw legessysteem ingevoerd. Dit heeft geresulteerd in een gerealiseerde legesopbrengst circa € 6,5 miljoen lager dan begroot.

Lasten

Personele en materiële lasten

  • Personele lasten

    De totale bezetting (ambtelijk en extern) is in 2010 met circa 240 fte afgenomen ten opzichte van ultimo 2009 (3 558 fte). De capaciteitsdaling houdt grotendeels verband met de productiedaling als gevolg van de instroomdaling. Door de vertraging bij de invoering van INDiGO zijn de daarmee samenhangende besparingen in beperkte mate gerealiseerd.

    De uitgaven voor externe inhuur bedragen € 36 miljoen In de afgelopen jaren is een sterke daling te zien in de kosten externe inhuur. In 2009 waren de kosten voor externe inhuur nog € 58 miljoen en in 2008 € 76 miljoen.

  • Apparaatskosten

    De realisatie blijft achter in vergelijking met de begroting, vooral door lagere automatiseringskosten (zowel beheer als afschrijvingen) in verband met de vertraging van de implementatie en het beheer van INDiGO. Daarnaast zijn de programmakosten (onder andere voor Tolken en/of voor proceskosten) lager dan begroot.

  • Afschrijvingskosten

    Door de vertraging bij de invoering van INDiGO zijn de daarmee samenhangende afschrijvingskosten lager dan begroot.

Voorzieningen

Voorzieningen 2010 x € 1 000

Omschrijving

Stand per 01-01-2010

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

FPU plus

4 720

  

1 313

3 407

Saldo Baten en Lasten

De IND heeft een positief financieel resultaat van € 2,7 miljoen gerealiseerd door een stevige financiële sturing. Het positieve resultaat vloeit mede voort uit een aantal genomen maatregelen: (selectieve) vacaturestop, (selectieve) stop op inhuur van uitzendkrachten en specifieke bezuinigingsmaatregelen. Met het resultaat van € 2,7 miljoen heeft de IND ook de tekorten op de legesontvangsten à € 6,5 miljoen weten op te vangen. Het resultaat op de «going concern» bedraagt daarmee € 9,6 miljoen.

Doelmatigheid

Doelmatigheid 2010
    

Realisatie

Begroting

Verschil

Omschrijving

2007

2008

2009

2010

2010

2010

IND-totaal:

      

Ambtelijk FTE-totaal (gemiddeld)

3 206

3 150

3 199

3 110

3 113

– 3

Saldo van baten en lasten in % totale baten

– 8,4

– 9,7

– 10,5

0,7

– 0,8

 
       

Asiel

      

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

51

65

73

82

65

17

Standhouden van beslissingen in %

81

82

77

77

85

– 8

Aantal gegronde klachten in %

1,0

1,1

1,1

0,7

< 2%

 

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

3 988

8 400

n.t.b.

PM

5 708

 

Omzet (p*q)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

       

Regulier

      

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

81

88

93

95

88

7

Standhouden van beslissingen in %

78

81

82

82

80

2

Aantal gegronde klachten in %

0,7

0,5

0,6

0,5

< 2%

 

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

502

680

n.t.b.

PM

708

 

Omzet (p*q)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

       

Naturalisatie

      

Doorlooptijd (gestelde termijn) in %

85

84

95

96

84

12

Aantal gegronde klachten in %

0,2

0,1

0,1

0,1

< 0,5%

 

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

580

700

n.t.b.

PM

446

 

Omzet (p*q)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

IND totaal

Het gemiddeld aantal fte (ambtelijk personeel) is in 2010 afgenomen van 3 199 in 2009 naar 3 110 in 2010. Dit houdt verband met een productiedaling. Het batig saldo van € 2,7 miljoen leidt tot een positief resultaat van 0,7%

Asiel

82% Van de productie in 2010 is binnen de toegezegde termijn gerealiseerd. Hiermee is aan de doelstelling van 65% voldaan en is de sinds 2007 ingezette stijgende lijn vastgehouden. De gemiddelde doorlooptijd is teruggelopen. Dit is mede het gevolg van de invoering van de verbeterde asielprocedure, waarin meer zaken binnen de korte Algemene Asielprocedure worden afgehandeld.

Ten aanzien van de standhouding beslissingen wordt opgemerkt dat «veel» gegrondverklaringen verband houden met Dublin-beroepen. Van de Dublin-beroepen wordt 36% gegrondverklaard. Dit heeft een drukkend effect op het percentage instandhoudingen.

Regulier

De Reguliere beslissingen zijn in 2010 voor 95% genomen binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn.

De units administratieve ondersteuning zijn in 2010 opgehouden te bestaan. Met de vertraagde uitrol van INDiGO is het uitvoeren van administratieve taken verdeeld over de medewerkers van de beslisunits. In de zomer zijn de werkvoorraden en de doorlooptijden opgelopen. Door middel van efficiëntere werkwijzen en inzet van externe krachten bij Telefonie – het werkaanbod daar kon niet voldoende tijdig worden afgehandeld, waarmee de bereikbaarheid van de IND terugliep – is de voorraad inmiddels op een normaal niveau en dalen de doorlooptijden.

Balans per 31 december 2010 x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

47 321

33 492

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

3 805

4 601

– installaties en inventarissen

3 110

2 800

– overige materiële vaste activa

13 928

17 379

Voorraden

696

1 309

Debiteuren

5 191

6 089

Nog te ontvangen

12 750

12 445

Liquide middelen

11 783

12 260

Totaal activa

98 584

90 375

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

– 34 976

0

– verplichte reserves

0

0

– onverdeeld resultaat

2 725

– 34 976

Leningen bij het Ministerie van Financiën

63 070

60 701

Voorzieningen

3 407

4 720

Crediteuren

4 354

10 604

Nog te betalen

60 004

49 326

Totaal passiva

98 584

90 375

Gespecificeerde staat van baten en lasten 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2) – (1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

304 321

314 974

10 653

291 005

Opbrengst overige departementen

   

0

Opbrengst derden

55 977

50 170

– 5 807

44 183

Rentebaten

200

0

– 200

0

Bijzondere baten

   

0

Totaal baten

360 498

365 144

4 646

335 188

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

195 362

211 375

16 013

228 455

– materiële kosten

147 155

138 381

– 8 774

131 599

Rentelasten

1 272

1 869

597

1 579

Afschrijvingskosten

    

– materieel

16 508

9 580

– 6 928

8 532

– immaterieel

3 200

1 214

– 1 986

0

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

   

0

– bijzondere lasten

   

0

Totaal lasten

363 498

362 419

– 1 078

370 164

     

Saldo van baten en lasten

– 3 000

2 725

5 724

– 34 976

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 x € 1 000
  

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening-Courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

492

13 370

12 878

     

2

Totaal operationele kasstroom

16 421

19 149

2 728

     
 

Totaal investeringen

– 10 200

– 20 873

– 10 673

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

81

81

3

Totaal investeringskasstroom

– 10 200

– 20 792

– 10 592

     
 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

 

Aflossing op leningen

– 18 739

– 16 156

2 583

 

Beroep op leenfaciliteit

10 200

18 525

8 325

4

Totaal financieringskasstroom

– 8 539

2 369

10 908

     

5

Rekening Courant RHB 31 december 2010 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

– 1 827

14 096

15 923

 

(noot: maximale roodstand € 0,5 miljoen)

   

Het verschil tussen realisatie en begroting van de Rekening-Courant RHB per 31 december 2010 is voornamelijk ontstaan door een hogere beginstand. Daarnaast zijn de investeringen hoger dan oorspronkelijk gepland, maar dit heeft voor de stand Rekening-Courant geen effect doordat ook een groter beroep op de leenfaciliteit is gedaan.

10.2 DIENST JUSTITIËLE INRICHTINGEN (DJI)

Toelichting exploitatie 2010

Baten

Opbrengst Moederdepartement

De bijdrage 2010 van het Moederdepartement is gedurende het jaar per saldo met € 3,5 miljoen neerwaarts bijgesteld in verband met kortingen en taakstellingen (– € 53,0 miljoen), beleidsmatige mutaties (+ € 23,3 miljoen), (inter)departementale overboekingen (+ € 19,7 miljoen) en technische bijstellingen (+ € 6,5 miljoen).

Het bedrag van de beleidsmatige mutaties (in- en extensiveringen) heeft betrekking op:

  • inzet extra personeel ten behoeve van de brandveiligheid in de Justitiële inrichtingen (+ € 15,0 miljoen);

  • de autonome groei van de forensische zorg in het strafrechtelijk kader (+ € 10,0 miljoen);

  • capacitaire maatregelen op grond van de uitkomsten Prognosemodel Justitiële ketens (+ € 9,2 miljoen);

  • inkoop van Justitiële verslavingszorg (+ € 8,0 miljoen);

  • omzetten in stand te houden capaciteit vreemdelingenbewaring korte termijn in lange termijn (– € 5 miljoen);

  • de tijdelijke overdracht van twee locaties van Justitiële jeugdinrichtingen naar de gesloten jeugdzorg (– € 13,9 miljoen).

De bijdrage van het Moederdepartement wordt verstrekt op kasbasis. De Dienst Justitiële Inrichtingen is een baten-lastendienst. Als gevolg van de verschillende stelsels wijkt de stand van de definitieve kasbijdrage 2010 circa € 1,7 miljoen af van de opbrengst Moederdepartement in de gespecificeerde staat van baten en lasten 2010.

Opbrengsten derden

De gerealiseerde opbrengsten van derden zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting € 62,8 miljoen hoger uitgekomen. Ten gevolge van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de ter beschikking stelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen is een opbrengst van € 28,4 miljoen gerealiseerd. In verband met het beschikbaar stellen van de capaciteit van de locatie Overberg van Rijks-JJI De Heuvelrug aan het gesloten jeugdzorgdomein van het voormalige programmaministerie voor Jeugd en Gezin is een opbrengst van € 12,2 miljoen gerealiseerd. Bovendien is door de Belastingdienst een bedrag ad € 9,4 miljoen aan DJI uitgekeerd in het kader van de regeling vermindering afdracht loonbelasting in verband met door DJI-medewerkers gevolgde MBO-gecertificeerde opleidingen in de periode 2004 t/m 2009. Deze opbrengsten waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2010 nog niet voorzien.

Hier staat tegenover dat als gevolg van onder meer de economische tegenwind en het lagere aantal gedetineerden de arbeidsopbrengsten in de penitentiaire inrichtingen € 11,8 miljoen lager zijn uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd.

Rentebaten

Door gebruik te maken van de depositofaciliteit van het Ministerie van Financiën is in 2010 € 0,3 miljoen aan rentebaten gerealiseerd. Door de lage rentestand zijn de rentebaten lager uitgekomen dan oorspronkelijk begroot.

Bijzondere baten

De bijzondere baten zijn het gevolg van vrijval uit de balanspost voorzieningen. Verderop in dit hoofdstuk worden de mutaties van de voorzieningen afzonderlijk toegelicht.

Met de bijdrage van het Moederdepartement en de overige opbrengsten dient DJI de kosten af te dekken die worden gemaakt om de afgesproken productietaakstelling en de opdrachten voor derden te realiseren. De gerealiseerde productie is opgenomen en nader toegelicht bij de betrokken operationele doelstellingen, te weten: 13.4, 14.2 en 15.3.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn circa € 26,8 miljoen (circa 1,3%) hoger uitgekomen dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De loon- en prijsontwikkeling in 2010 heeft geleid tot een stijging van de kosten. Bovendien heeft de uitvoering van de voornoemde beleidsintensiveringen en het beschikbaar stellen van capaciteit aan derden geleid tot hogere kosten. Hier staat tegenover dat een kostenbesparing is bereikt door de verdere implementatie van diverse tekortbeperkende maatregelen in 2010. Een voorbeeld hiervan is de verdere reductie van de kosten van het inhuren van externe deskundigen en uitzendkrachten met circa € 37,3 miljoen (– 50,7%) ten opzichte van de realisatie 2009.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de leningen van het Ministerie van Financiën. Omdat de afgelopen jaren voor een lager bedrag aan nieuwe leningen is afgesloten dan oorspronkelijk geraamd, zijn de totale rentekosten lager uitgekomen.

Afschrijvingskosten

In de oorspronkelijke begroting 2010 zijn de afschrijvingskosten van de immateriële vaste activa nog niet afzonderlijk geraamd. Per saldo zijn de gerealiseerde afschrijvingskosten € 3,7miljoen (6%) lager uitgekomen dan begroot.

Voorzieningen Bedragen x € 1 000

Omschrijving

Stand per 31-12-2009

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

Functioneel leeftijdsontslag

58 194

– 2 738

4 734

– 17 697

42 493

Substantieel bezwarende functies

  

24 747

– 3 654

21 093

FPU-plus

27 446

– 985

101

– 9 257

17 305

Wachtgelden

3 887

– 932

 

– 842

2 113

Afkoop boekwaarde gebouwen

21 832

– 1 544

4 702

– 6 663

18 371

Reorganisatie

9 391

– 1 562

11 715

– 4 618

14 926

Verzelfstandiging Mesdagkliniek

16 569

– 1 326

 

– 2 012

13 231

De Lingeburcht

1 600

– 1 600

  

0

Verlieslatende contracten

250

 

727

 

977

Totaal

139 169

– 10 687

46 726

– 44 743

130 465

Functioneel leeftijdsontslag (FLO)

De omvang van de voorziening is gebaseerd op de bestaande verplichting aan personeelsleden die op 31 december 2010 gebruik maakten van de FLO-regeling. Voor deze personen bestaat een verplichtingdie maximaal tot het einde van 2015 loopt. De in 2010 betaalde FLO-uitkeringen zijn aan de voorziening onttrokken. Ten gevolge van het herberekenen van de voorziening in 2010 is € 2,7 miljoen vrijgevallen.

Substantieel bezwarende functies (SBF)

De dotatie aan de voorziening SBF houdt verband met de nieuwe instroom in de SBF (voorheen FLO). De werkgever is wettelijk verplicht de kosten per werknemer voor de gehele looptijd van de regeling (circa 3 jaar) in één keer te doteren aan de voorziening.

FPU-plus

In 2004 is een voorziening gevormd in verband het gebruikmaken van het FPU-plus arrangement door DJI-medewerkers. De betalingen ad € 9,3 miljoen aan de ex-medewerkers, die van dit arrangement gebruikmaken, zijn aan de voorziening onttrokken. Ten gevolge van het herberekenen van de voorziening in 2010 is € 1,0 miljoen vrijgevallen.

Wachtgelden

Met ingang van 2007 is een voorziening wachtgelden gevormd voor ex-DJI-medewerkers die op deze datum onder de wachtgeldregeling vallen. De omvang van de voorziening is berekend op basis van het aantal deelnemers en de verwachte einddatum van de uitkering. Ten gevolge van het herberekenen van de voorziening in 2010 is € 0,9 miljoen vrijgevallen.

Afkoop boekwaarde gebouwen

DJI heeft ten aanzien van een aantal van de RGD gehuurde panden de beslissing genomen deze af te stoten. Aan deze beslissingen zijn veelal kosten verbonden, zoals nog resterende huren, kosten wederoplevering en sloopkosten. De in 2010 met de RGD afgerekende bedragen zijn onttrokken aan de voorziening.

Reorganisatie

In verband met de verplichtingen die voortvloeien uit (voorgenomen) reorganisaties zijn reorganisatie-voorzieningen gevormd. De dotaties in 2010 vloeien voornamelijk voort uit reorganisaties die verband houden met de capacitaire krimp (het sluiten van delen van inrichtingen en het buitengebruikstellen van plaatsen).

Verzelfstandiging Van Mesdagkliniek

Per 1 januari 2008 is de Van Mesdagkliniek verzelfstandigd in de vorm van een private stichting. Dit heeft tot gevolg dat de medewerkers van de Van Mesdagkliniek zijn overgegaan naar een ander pensioenfonds. In verband met de kosten die hiermee samenhangen is een voorziening gevormd.

De Lingeburcht

Begin 2010 is een vaststellingsovereenkomst door alle partijen getekend, waardoor de overeenkomst die ten grondslag ligt aan deze voorziening is ontbonden. Het resterende bedrag ad € 1,6 miljoen is vrijgevallen ten gunste van de exploitatierekening 2010.

Verlieslatende contracten

In verband met de overgang naar de nieuwe rijksbrede huisstijl wordt verwacht dat aan de leverancier van de uniformen van DJI een vergoeding van de kosten dient te worden verstrekt. Hierom is in 2009 een voorziening gevormd ad € 0,25 miljoen. In 2010 is een bedrag gedoteerd in verband met diverse verlieslatende contracten.

Bijzondere lasten

In 2010 is de subsidierelatie met JJI Rekken beëindigd. Hierbij is overeengekomen dat DJI in 2010 een vergoeding verstrekt aan de stichting LSG-Rentray en de stichting Trajectum ter dekking van de kosten die samenhangen met het realiseren van de alternatieve bestemming.

Saldo Baten en Lasten

Over 2010 is een negatief exploitatieresultaat ad € 13,0 miljoen gerealiseerd. Dit komt overeen met circa 0,6 % van de totale omzet in 2010. Dit saldo is het resultaat van de consolidatie van de administraties van de onder de DJI ressorterende inrichtingen en diensten. In de oorspronkelijke begroting 2010 was reeds een tekort van € 13 miljoen geraamd.

In overeenstemming met de Regeling baten- en lastendiensten 2011 wordt voorgesteld het negatieve exploitatieresultaat ad € 13,0 miljoen ten laste te brengen van de exploitatiereserve. De omvang van de exploitatiereserve zal hierdoor dalen tot € 49,8 miljoen.

Conform de regelgeving is het maximum van de exploitatiereserve beperkt tot 5% van de gemiddelde omzet van de drie meest recente jaren. Voor DJI bedraagt de maximale stand per ultimo 2010 circa € 113 miljoen.

Doelmatigheid

Doelmatigheid 2010
    

Realisatie

Begroting

Verschil

Omschrijving

2007

2008

2009

2010

2010

 

DJI-totaal:

      

FTE-totaal

17 804

18 175

17 221

16 698

17 949

– 1 251

Saldo van baten en lasten in %

0,8%

– 3,7%

2,1%

– 0,6%

– 0,6%

0

       

Productiviteitsindicatoren

      

1. gemiddeld aantal Tbs-passanten

150

120

76

32

0

32

2a. gemiddeld aantal personen in PP’s (equivalentplaatsen)

524

442

466

450

0

450

2b. verhouding equivalentplaatsen/gemiddelde bezetting

4,3

3,9

4,2

4,2

0

4,2

Toelichting productiviteitsindicatoren

  • 1. Het gemiddeld aantal Tbs-passanten geeft de mate van druk op de intra/transmurale capaciteit weer. Als gevolg van enerzijds capaciteitsuitbreidingen en anderzijds een afname van het aantal opleggingen Tbs met bevel tot verpleging is het gemiddeld aantal Tbs-passanten de afgelopen jaren sterk afgenomen.

  • 2. Als gevolg van de inzet van penitentiaire programma’s (PP’s) heeft DJI in 2010 450 intramurale plaatsen «bespaard». Gerelateerd aan de gemiddelde bezetting GW-strafrechtelijk verblijvenden ontstaat een verhoudingsgetal. Hoe hoger het verhoudingsgetal hoe groter het aandeel van de equivalentieplaatsen. Na een dip in 2008 neemt het aandeel PP’s toe tot een niveau van 4,2. Met andere woorden ruim 4 per 100 bezette GW-plaatsen.

Doelmatigheid per operationele doelstelling

In de onderstaande tabellen worden doelmatigheidsgegevens gepresenteerd. Voor de volumegegevens met betrekking tot de capaciteit wordt verwezen naar de volume- en prestatiegegevens die zijn opgenomen bij de betreffende operationele doelstelling. De verschillen bij de omzet (PxQ) kunnen zowel het gevolg zijn van volumeverschillen als van prijsverschillen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.

Operationele doelstelling 13.4

Sanctiecapaciteit volwassenen
     

Realisatie

Begroting

verschil

Gemiddelde prijs (x € 1)

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Operationele intramurale sanctiecap. per plaats per dag

181

197

208

216

229

222

7

Reservecapaciteit per plaats per dag

    

133

130

3

Omzet operationele en res.capaciteit (p*q * € 1 miljoen)

987,7

1 065,5

1 126,7

1 089,7

1 004,7

972,0

32.7

Bezettingsgraad operationele intramurale capaciteit (%)

83,5

83,3

77,3

90,4

90,9

91,3

– 0,4

        

Extramurale sanctiecapaciteit per plaats per dag

72

72

60

85

51

49

2

Omzet extramurale sanctiecapaciteit (p*q * € 1 miljoen)

22,3

18,0

12,8

19,1

9,6

12,5

– 2,9

        

Tbs-capaciteit per plaats per dag

446

449

455

478

480

478

2

Omzet (p*q * € 1 miljoen)

277,2

300,9

322,8

363,6

377,6

382,1

– 4,5

Bezettingsgraad Justitiële Tbs-klinieken (%)

96,2

96,2

96,8

94,6

91,9

96,0

– 4,1

        

Gemiddelde prijs per rapportage Pieter Baan Centrum1

49 196

65 315

     

Gemiddelde prijs per plaats per dag PBC

  

1 565

1 464

1 523

1 444

79

Omzet (p*q * € 1 miljoen)

10,8

12,1

18,3

17,1

17,8

16,9

0,9

        

Gemiddelde prijs per dag per plaats intramurale inkoopplaats forensische zorg in gevangeniswezen

   

328

367

358

9

Omzet (p*q * € 1 miljoen)

   

23,2

93,8

91,5

2,3

        

Gemiddelde prijs per dag per plaats intramurale inkoop-plaats strafrechtelijke forensische zorg in GGz en Ghz

   

283

285

306

– 21

Omzet (p*q* € 1 miljoen)

   

107,0

129,4

148,7

– 19,3

X Noot
1

Met ingang van 2008 wordt de productie van PBC niet meer uitgedrukt in rapporten maar in plaatsen.

Toelichting op de prijsverschillen >5%

In 2010 zijn bij de intramurale inkoopplaatsen strafrechtelijke forensische zorg minder dure (FPK-)plaatsen ingekocht. De gemiddelde prijs van de gerealiseerde productie is hierdoor lager uitgekomen dan begroot.

Operationele doelstelling 14.2

Justitiële Jeugdinrichtingen
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Gemiddelde prijs operationele capaciteit p.p.p.d. (x € 1)

301

326

398

436

510

502

8

Gemiddelde prijs aan te houden cap. p.p.p.d. (x € 1)

    

153

153

0

Omzet (p*q * € 1 miljoen)

293,8

329,4

320,6

299,7

246,1

269,9

– 23,8

Bezettingsgraad operationele capaciteit (%)

90,8

87,8

81,5

67,4

52,8

90,0

– 37,2

Scholings- en trainingsprogramma’s (extramuraal, substitutie-effect) prijs per plaats per dag (x € 1)

32

32

32

32

32

32

0

Omzet (p*q * € 1 miljoen)

0,9

1,0

1,0

0,8

0,5

0,5

0

Operationele doelstelling 15.3
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

 

Vreemdelingenbewaring

       

Gemiddelde prijs operationele cap. p.p.p.d. (x € 1)

143

155

159

170

193

174

19

Gemiddelde prijs reservecapaciteit p.p.p.d. (x € 1)

    

134

127

7

Gem.prijs aan te houden cap. kort p.p.p.d. (x € 1)

    

79

72

7

Gem.prijs aan te houden cap. lang p.p.p.d. (x € 1)

    

23

0

23

Omzet (p*q* € 1 miljoen)

126,8

173,3

125,8

135,6

132,9

125,1

7,8

Bezettingsgraad operationele + reservecap. (%)

90,6

63,9

64,6

72,6

70,9

86,2

– 15,3

        

Uitzetcentra

       

Gemiddelde prijs operationele cap. p.p.p.d. (x € 1)

143

155

159

170

193

174

19

Gemiddelde prijs reservecapaciteit p.p.p.d. (x € 1)

    

134

127

7

Gemiddelde prijs aan te houden cap. p.p.p.d. (x € 1)

    

79

72

7

Omzet (p*q* € 1 miljoen)

45,9

42,1

34,8

37,0

38,1

34,5

3,6

In verband met de verwachte lagere behoefte aan capaciteit zijn in de ontwerpbegroting 2011 bij de vreemdelingenbewaring 284 aan te houden plaatsen korte termijn omgezet in aan te houden plaatsen lange termijn. Voor deze (nieuwe) categorie plaatsen was nog geen dagprijs opgenomen in de begroting 2010.

Balans per 31 december 2010 x € 1 000
 

2010

2009

Activa

  

Immateriële activa

7 455

10 344

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

– installaties en inventarissen

163 021

180 916

– overige materiële vaste activa

12 121

13 241

Voorraden

3 515

3 425

Debiteuren

9 495

17 011

Nog te ontvangen

102 450

117 618

Liquide middelen

149 416

109 665

Totaal activa

447 473

452 220

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

62 805

14 551

– verplichte reserves

– onverdeeld resultaat

– 13 007

48 254

Leningen bij het Ministerie van Financiën

81 100

53 741

Voorzieningen

130 465

139 169

Crediteuren

9 254

5 330

Nog te betalen

176 856

191 175

Totaal passiva

447 473

452 220

Gespecificeerde staat van baten en lasten 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil real. en oorspr. vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst Moederdepartement

2 132 422

2 127 317

– 5 105

2 266 590

Opbrengst overige departementen

    

Opbrengsten derden

71 223

133 990

62 767

69 417

Rentebaten

500

285

– 215

0

Vrijval voorzieningen

 

10 687

10 687

11 267

Bijzondere baten

    

Totaal baten

2 204 145

2 272 279

68 134

2 347 274

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

* personele kosten

1 025 137

1 031 344

6 207

1 049 799

* materiële kosten

1 102 185

1 122 772

20 587

1 147 322

Rentelasten

4 823

2 397

– 2 426

3 081

Afschrijvingskosten

    

* materieel

60 000

52 024

– 7 976

57 602

* immaterieel

 

4 268

4 268

 

Overige lasten

    

* dotaties aan voorzieningen

25 000

46 726

21 726

41 216

* bijzondere lasten

 

25 756

25 756

 

Totaal lasten

2 217 145

2 285 286

68 141

2 299 020

     

Saldo baten en lasten

– 13 000

– 13 007

– 7

48 254

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

124 206

107 703

– 16 503

     

2

Totaal operationele kasstroom

16 425

46 798

30 373

     
 

Totaal investeringen

– 75 000

– 60 769

14 231

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

26 381

26 381

 

Overdracht boekwaarde activa aan VWS

0

  

3

Totaal investeringskasstroom

– 75 000

– 34 388

40 612

     
 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

  
 

Eenmalige storting door moederdepartement

0

  
 

Aflossing op leningen

– 12 600

– 12 640

– 40

 

Beroep op leenfaciliteit

50 000

40 000

– 10 000

4

Totaal financieringskasstroom

37 400

27 360

– 10 040

     

5

Rekening Courant RHB 31 december 2010

103 031

147 473

44 442

 

+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

   

Toelichting op kasstroomoverzicht

Bij het opstellen van de begroting 2010 is er van uitgegaan dat de resterende vordering op de AWBZ nog in 2009 geïncasseerd zou worden. De werkelijke overboeking heeft echter in 2010 plaatsgevonden. Hierdoor is de beginstand van de rekening-courant lager dan begroot.

De operationele kasstroom is als volgt te specificeren (x € 1 000,-):

saldo van baten en lasten

– 13 007

afschrijvingen (incl. afschr. interne overboekingen)

56 292

mutaties voorzieningen

– 8 704

mutaties werkkapitaal

12 217

Totaal operationele kasstroom

46 798

De mutaties in het werkkapitaal zijn voornamelijk het gevolg van de afname van de post kortlopende vorderingen (incl. de vordering AWBZ, totaal € 22,7 miljoen) en de afname van de post kortlopende schulden (€ 10,4 miljoen).

Als gevolg van de verplichtingenstop die een deel van 2010 gold en de capacitaire krimp in verband met de lagere behoefte aan sanctiecapaciteit is de investeringskasstroom lager uitgekomen dan geraamd.

10.3 CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU (CJIB)

Toelichting exploitatie 2010

Baten

De hogere «opbrengst moederdepartement» is hoofdzakelijk te verklaren door ontvangen gelden ten behoeve van de invoer van strafbeschikkingen en door extra ontvangen middelen in verband met de implementatie en uitvoering van de OM-afdoening. Deze middelen zijn vooral ingezet ter dekking van de hogere personeelskosten.

De lagere «opbrengst overige departementen» is vooral het gevolg van lagere door te belasten kosten aan het College van Zorgverzekeraars (op basis van nacalculatie). Dit betreffen vooral lagere gerechtskosten.

Door lagere aantallen WAHV-sancties blijven de ontvangen administratiekosten («opbrengst derden») achter bij de begroting. Het winterweer en de uitval van en onderhoud aan trajectcontrolesystemen zijn hier debet aan.

Lasten

De hogere personele kosten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de omzetting van externen naar internen, door inzet ten behoeve van de implementatie van de OM-afdoening en de invoer van strafbeschikkingen. Daarnaast hebben ook de CAO-wijzigingen geleid tot hogere personeelskosten.

De materiële kosten zijn vooral lager als gevolg van de omzetting van externen naar internen en door de lagere productieaantallen.

De lagere gerechtskosten zijn hoofdzakelijk te verklaren door lagere kosten ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten voor het College van Zorgverzekeraars, dit als gevolg van latere instroom dan voorzien.

De afschrijvingen met betrekking tot de immateriële vaste activa hebben grotendeels betrekking op het Programma NoorderWint (totaal € 8,1 miljoen). Hierin is het effect van de aanpassing van de afschrijvingstermijn van 5 jaar naar 3 jaar zichtbaar.

De lasten aangaande systeemvernieuwing betreffen hoofdzakelijk de uitgaven die in 2010 ten behoeve van het Programma NoorderWint zijn gedaan (€ 6 miljoen).

Voorzieningen

Voorzieningen 2010 x € 1 000

Omschrijving

Stand per 01-01-2010

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

FPU-plus

510

– 151

359

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft voor de rijksdiensten de mogelijkheid geschapen om medewerkers die daarvoor in aanmerking komen een FPU-plus arrangement aan te bieden. De onttrekkingen betreffen de feitelijke uitbetalingen.

Saldo Baten en Lasten

Het CJIB heeft over 2010 een positief exploitatieresultaat van € 1,8 miljoen behaald. Dit resultaat zal ten gunste van de exploitatiereserves worden gebracht. Het eigen vermogen bedraagt eind 2010 € 2,3 miljoen. Het eigen vermogen blijft binnen de hiervoor geldende maximum en minimum grenzen.

Doelmatigheid 2010 x € 1
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

CJIB-totaal:

       

FTE-totaal

   

913

929

933

– 4

Saldo van baten en lasten in %

   

– 2,2

1,6

0

1,6

        

WAHV- Sancties1

       

Aantal

11 646 232

12 754 001

11 647 249

11 960 177

11 285 857

12 000 000

– 714 143

Kostprijs (x € 1)

4,04

3,93

4,15

4,94

5,18

6,002

– 0,82

Omzet (p*q)

47 050 777

50 123 224

48 336 083

59 083 274

58 460 739

  

% geïnde zaken binnen 1 jaar

95,4

95,2

95,7

95,7

95,6

95,0

0,6

        

Boetevonnissen

       

Aantal

201 013

213 788

200 027

183 473

147 156

200 000

– 52 844

Kostprijs (x € 1)

43,74

45,77

54,54

69,92

70,79

51,68

– 19,11

Omzet (p*q)

8 792 309

9 785 077

10 909 473

12 828 432

10 417 173

10 337 000

– 80 173

% afgedane OH-zaken binnen 1 jaar

66,6

66,6

71,6

72,5

70,4

70,0

0,8

        

Transacties (incl. OM-afdoeningen)

       

Aantal

672 897

624 393

561 801

565 804

467 155

610 000

– 142 845

Kostprijs (x € 1)

13,82

16,22

16,58

23,40

34,76

16,16

– 18,60

Omzet (p*q)

9 299 437

10 127 654

9 314 661

13 239 814

16 238 308

9 858 000

– 6 380 308

% geïnde zaken binnen 1 jaar

65,7

66,9

65,7

65,2

64,9

65,0

– 0,1

        

Vrijheidsstraffen3

       

Aantal

   

25 036

23 568

25 000

– 1 432

Kostprijs (x € 1)

   

115,97

73,35

77,14

3,79

Omzet (p*q)

   

2 903 425

1 728 713

1 928 000

199 287

        

Taakstraffen

       

Aantal

   

40 324

36 996

42 000

– 5 004

Kostprijs (x € 1)

   

50,38

25,90

35,91

10,01

Omzet (p*q)

   

2 031 523

958 196

1 508 000

549 804

        

Schadevergoedingsmaatregelen

       

Aantal

13 576

13 656

13 660

12 426

11 671

13 500

– 1 829

Kostprijs (x € 1)

409,44

397,02

489,42

449,67

438,47

390,46

– 48,01

Omzet (p*q)

5 558 557

5 421 705

6 685 477

5 587 599

5 117 383

5 271 000

153 617

% afgedane zaken binnen 3 jaar

71,6

78,8

83

84,8

87,4

82,0

5,4

        

Ontnemingsmaatregelen

       

Aantal

1 514

1 539

1 375

1 232

1 150

1 500

– 350

Kostprijs (x € 1)

1 385,24

1 787,16

1 994,72

3 029,50

3 745,49

1 734,89

– 2 010,60

Omzet (p*q)

2 097 253

2 750 439

2 742 740

3 732 344

4 307 314

2 602 000

– 1 705 314

% afgedane zaken binnen 3 jaar

55,1

50,9

53,6

56,1

   

% afgedane A-zaken binnen 3 jaar

    

64,3

60,0

4,3

% afgedane B-zaken binnen 5 jaar

    

41,3

60,0

– 18,7

X Noot
1

De totale productie WAHV-sancties bedraagt 11 285 857. Hiervan zijn 472 336 zaken aan het moederdepartement in rekening gebracht. Dit betreffen zaken met een pleegdatum < 2/7/2009. De overige zaken zijn gefinancierd door middel van aan de burger in rekening gebrachte administratiekosten.

X Noot
2

Dit bedrag betreft het tarief aan administratiekosten dat aan de burger in rekening wordt gebracht.

X Noot
3

Voor vrijheidsstraffen en taakstraffen zijn er geen kwaliteitsindicatoren die direct aan de activiteiten van het CJIB zijn te koppelen. De taak van het CJIB is de administratieve regie (coördinatie) op de betreffende ketenprocessen.

Voor de meeste producten geldt dat de nacalculatorische kostprijzen hoger zijn uitgekomen dan begroot. Algemeen geldt dat de productie voor alle producten lager is uitgekomen dan begroot, waardoor de vaste kosten over een lager aantal producten worden verdeeld, wat een kostprijsverhogend effect heeft.

Daarnaast kunnen nog enkele productspecifieke oorzaken worden genoemd:

  • Bij de transacties/strafbeschikkingen is het effect zichtbaar van veel handmatige inzet in het proces strafbeschikkingen. De handmatige inzet is het gevolg van een nog niet werkend digitaal systeem;

  • Bij de vrijheidsstraffen en taakstraffen zien we een productiviteitsverbetering terug in een lagere kostprijs dan begroot;

  • Ontnemingsmaatregelen: ten opzichte van de andere producten is de kostprijs van de ontnemingsmaatregel sterker gestegen. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat er meer personeel op het proces is ingezet. Dit moet zich in de toekomst (ontnemingszaken kennen over het algemeen een lange(re) doorlooptijd) vertalen in een toename van de opbrengsten in ontnemingszaken.

Balans per 31 december 2010 x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

1 110

9 654

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

2 779

3 342

– installaties en inventarissen

3 413

4 290

– overige materiële vaste activa

5 592

6 037

Voorraden

Debiteuren

41

37

Nog te ontvangen

19 196

21 239

Liquide middelen

9 606

– 217

Totaal activa

41 737

44 382

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

421

– 6 790

– verplichte reserves

0

9 654

– onverdeeld resultaat

1 833

– 2 443

Leningen bij het Ministerie van Financiën

22 257

27 101

Voorzieningen

359

510

Crediteuren

6 297

7 284

Nog te betalen

10 570

9 066

Totaal passiva

41 737

44 382

Gespecificeerde staat van baten en lasten 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2) – (1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

32 514

47 963

15 449

88 655

Opbrengst overige departementen

18 501

6 604

– 11 897

6 344

Opbrengst derden

68 113

59 253

– 8 860

15 143

Rentebaten

250

– 250

188

Bijzondere baten

-

-

-

0

Totaal baten

119 378

113 820

– 5 558

110 330

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

44 393

58 117

13 724

52 378

– materiële kosten

32 976

24 663

– 8 313

30 742

Rentelasten

1 264

1 066

– 198

1 418

Gerechtskosten

20 166

7 350

– 12 816

6 537

Afschrijvingskosten

    

– materieel

5 696

4 084

– 1 612

4 326

– immaterieel

5 548

8 544

2 996

6 089

Dover-gelden

0

579

579

1 195

Systeemvernieuwing

9 337

7 584

– 1 753

10 086

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

0

-

-

2

– bijzondere lasten

 

-

-

0

– bijzondere waardevermindering

 

-

-

 

Totaal lasten

119 378

111 987

– 7 391

112 773

     

Saldo van baten en lasten

0

1 833

1 833

– 2 443

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 x € 1 000
  

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

19 363

– 227

– 19 590

     

2

Totaal operationele kasstroom

11 244

16 961

5 717

     
 

Totaal investeringen

– 15 775

– 2 787

12 989

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

497

497

3

Totaal investeringskasstroom

– 15 775

– 2 290

13 485

     
 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

-

-

 

Eenmalige storting door moederdepartement

0

-

-

 

Aflossing op leningen

– 10 310

– 8 144

2 166

 

Beroep op leenfaciliteit

15 775

3 300

– 12 475

4

Totaal financieringskasstroom

5 465

– 4 844

– 10 309

     

5

Rekening Courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen (= 1+2+3+4)

20 297

9 600

– 10 697

 

(noot: maximale roodstand € 0,5 miljoen)

   

De operationele kasstroom is hoger dan begroot. Dit is vooral veroorzaakt door veranderingen in het werkkapitaal.

Met ingang van 2010 worden de uitgaven met betrekking tot Programma NoorderWint volledig ten laste van het resultaat gebracht. Vooral hierdoor blijven de investeringen fors achter bij de begroting.

Voorgaande is ook zichtbaar in het beroep op de leenfaciliteit. Voor het overige geldt dat het beroep op leenfaciliteit in lijn is met de totale investeringen.

10.4 NEDERLANDS FORENSISCH INSTITUUT (NFI)

Toelichting exploitatie 2010

Baten

Als gevolg van taakstellingen is de gerealiseerde opbrengst moederdepartement per saldo € 0,7 miljoen lager dan begroot. De gerealiseerde opbrengst derden is circa € 2,0 miljoen hoger dan begroot. Het verschil van circa € 2,0 miljoen betreft een samenstel van diverse posten. De grootste posten binnen het geheel betreffen: niet begrote bijdragen voor het project Forensic Genomics Consortium (€ 0,6 miljoen), niet begrote doorberekeningen van kosten van Sporen Identificatie Nummer-labels aan de politie (€ 0,4 miljoen), hogere ontvangsten voor het FES-project Veiligheidsverbetering door Information Awareness (+ € 0,3 miljoen) en een lagere declaratie voor het Platform Interceptie & Decriptie Signaalanalyse (–€ 0,2 miljoen).

Lasten

De gerealiseerde personeelskosten zijn circa € 3,3 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Het verschil van circa € 3,3 miljoen laat zich met name verklaren door niet gecompenseerde kosten CAO stijging, financieel effect van het functiehuis NFI en iets hogere bezetting dan begroot.

De gerealiseerde materiële kosten zijn circa € 1,4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Het verschil van circa € 1,4 miljoen is opgebouwd uit diverse kleinere meevallers en tegenvallers.

De gerealiseerde afschrijvingskosten zijn circa € 0,6 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door een terughoudend investeringsbeleid.

Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

Voorzieningen 2010 x € 1 000

Omschrijving

Stand per 01-01-2010

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

Voorziening FPU

214

 

49

– 116

147

Voorziening Wachtgelden

214

 

10

– 45

179

Totaal

428

 

59

– 161

326

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft voor de rijksdiensten de mogelijkheid geschapen aan medewerkers die daarvoor in aanmerking komen een FPU-plus arrangement aan te bieden. In 2007 is, naast de bestaande voorziening FPU, een voorziening getroffen voor wachtgelden. Op grond van de Regeling baten-lastendiensten 2011 van het Ministerie van Financiën is deze voorziening gevormd ten laste van het resultaat 2007.

Saldo Baten en Lasten

Het negatieve resultaat bedraagt € 67 000 en wordt ten laste van de exploitatiereserve gebracht.

De reserve per 1 januari 2010 bedroeg € 1,956 miljoen. Na verwerking van het onverdeeld resultaat van 2010 resteert er per 1 januari 2011 een reserve van € 1,889 miljoen.

Doelmatigheid 2010 x € 1
    

Realisatie

Begroting

Verschil

Aantal geleverde producten forensisch onderzoek (per extern product)

2007

2008

2009

2010

2010

 

NFI-totaal:

      

FTE-totaal

457

491

516

524

520

4

Saldo van baten en lasten in %

7,4%

1,2%

– 1,5%

– 0,0%

– 0,0%

– 0,0%

       

Forensisch onderzoek

      

Aantal

   

42 109

84 193

– 42 084

Kostprijs (per onderzoek)

   

1 377

673

 

Omzet (p*q)

   

57 991 173

56 675 621

1 315 552

       

Research & Development

      

Aantal (uren)

   

68 156

74 549

– 6 393

Kostprijs (per uur)

    

n.v.t.

 

Omzet (p*q)

    

n.v.t.

 
       

Kennis en Expertise

      

Aantal (uren)

   

29 914

26 589

3 325

Kostprijs (per uur)

    

n.v.t.

 

Omzet (p*q)

    

n.v.t.

 
       

Digitale Technology en Biometrie

      

Aantal

600

900

967

965

1 450

– 485

Kostprijs

10 637

9 628

7 773

5 649

5 578

 

Omzet (p*q)

  

7 516 850

5 450 819

8 089 170

– 2 638 351

       

Frontoffice

      

Aantal

400

1 100

192

210

556

– 346

Kostprijs

5 068

1 971

11 620

11 199

4 689

 

Omzet (p*q)

  

2 213 049

2 351 791

2 608 342

– 256 551

       

Fysische en Chemische Technologie

      

Aantal

1 200

1 100

1 063

862

3 457

– 2 595

Kostprijs

4 905

6 141

5 823

7 232

1 803

 

Omzet (p*q)

  

6 189 333

6 234 079

6 234 443

– 364

       

Humane Biologische Sporen

      

Aantal

27 000

38 000

31 086

28 969

66 782

– 37 813

Kostprijs

547

431

596

660

277 1

 

Omzet (p*q)

  

18 518 984

19 107 978

18 476 983

630 995

       

Microsporen

      

Aantal

1 400

1 200

1 260

1 101

2 203

– 1 102

Kostprijs

5 087

6 334

6 022

6 724

3 997

 

Omzet (p*q)

  

7 587 738

7 402 598

8 086 209

– 683 611

       

Pathologie/ Toxicologie

      

Aantal

5 800

6 100

6 607

5 591

5 243

348

Kostprijs

1 390

1 572

1 479

2 390

1 739

 

Omzet (p*q)

  

9 771 279

13 363 586

9 118 377

4 245 209

       

Verdovende middelen

      

Aantal

5 000

5 100

5 024

4 411

4 681

– 270

Kostprijs

690

719

741

925

868

 

Omzet (p*q)

  

3 723 234

4 080 320

4 062 016

18 304

       

Totaal

      

Aantal

41 400

53 500

46 199

42 109

84 193

– 42 084

Kostprijs

1 152 2

1 025

1 202

1 377

6733

704

X Noot
1

De in 2010 gerealiseerde gemiddelde kostprijs per eenheid product is circa de helft van de geplande kostprijs. De oorzaak daarvoor is dat de gerealiseerde DNA-productie lager is dan de bij het NFI beschikbare DNA-onderzoekscapaciteit (met name minder onderzoek t.b.v. de Wet DNA-V). De geplande en gerealiseerde kostprijs is gebaseerd op respectievelijk de capaciteit en de gerealiseerde productie.

X Noot
2

De kostprijs 2007 is niet helemaal vergelijkbaar met 2008 maar een benadering. Dit wordt veroorzaakt door een reorganisatie waarbij één afdeling is opgegaan in de overige afdelingen. Daarnaast zijn productgroepen gesplitst en samengevoegd en is de staf gereorganiseerd waardoor deze kosten alleen bij benadering kunnen worden doorbelast aan lijnafdelingen.

X Noot
3

De in 2010 gerealiseerde gemiddelde kostprijs per eenheid product is circa de helft van de geplande kostprijs. De oorzaak daarvoor is dat de gerealiseerde DNA-productie lager is dan de bij het NFI beschikbare DNA-onderzoekscapaciteit (met name minder onderzoek t.b.v. de Wet DNA-V). De geplande en gerealiseerde kostprijs is gebaseerd op respectievelijk de capaciteit en de gerealiseerde productie.

Balans per 31 december 2009 x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

  

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

  

– installaties en inventarissen

13 771

15 044

– overige materiële vaste activa

1 290

1 963

Voorraden

26

53

Debiteuren

502

389

Nog te ontvangen

3 181

3 503

Liquide middelen

2 234

5 792

Totaal activa

21 004

26 744

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

1 956

3 020

– verplichte reserves

-

– onverdeeld resultaat

– 67

– 1 064

Leningen bij het Ministerie van Financiën

12 262

14 864

Voorzieningen

326

428

Crediteuren

374

1 753

Nog te betalen

6 153

7 743

Totaal passiva

21 004

26 744

Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

67 032

66 311

– 721

68 941

Opbrengst overige departementen

   

0

Opbrengst derden

2 300

4 258

1 958

4 032

Rentebaten

172

24

– 148

86

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

69 504

70 593

1 089

73 059

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

35 415

38 704

3 289

37 514

– materiële kosten

28 016

26 637

– 1 379

31 152

Rentelasten

734

541

– 193

664

Afschrijvingskosten

    

– materieel

5 339

4 719

– 620

4 690

– immaterieel

   

0

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

0

59

59

103

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

69 504

70 660

1 156

74 123

     

Saldo van baten en lasten

0

– 67

– 67

– 1 064

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 X € 1 000
  

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

6 769

5 789

– 980

     

2

Totaal operationele kasstroom

5 339

1 917

– 3 422

     
 

Totaal investeringen

– 6 209

– 2 490

3 719

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

27

27

3

Totaal investeringskasstroom

– 6 209

– 2 463

3 746

     
 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

 

Aflossing op leningen

– 5 246

– 4 527

719

 

Beroep op leenfaciliteit

6 209

1 925

– 4 284

4

Totaal financieringskasstroom

963

– 2 602

– 3 565

     

5

Rekening Courant RHB 31 december 2010

6 862

2 641

– 4 221

 

+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

   
     

10.5 JUSTITIËLE UITVOERINGSDIENST TOETSING, INTEGRITEIT, SCREENING

Toelichting exploitatie 2010

Baten

Justis heeft voor de producten BIBOB, COVOG natuurlijke personen (NP) en Naamswijziging minder adviezen/aanvragen binnen gekregen dan verwacht. Dit komt vermoedelijk door het heersende economisch klimaat.

Daarentegen zijn de opbrengsten uit de Verklaring van Geen Bezwaar (VvGB) hoger (bijna verdubbeld, van € 3 630 000 in de begroting naar € 6 445 000 realisatie). Deze opbrengsten zijn in heel 2010 ontvangen, omdat het programma Herziening Toezicht Rechtspersonen (HTR) in 2010 nog niet is gestart. HTR is een nieuwe dienst/systeem in ontwikkeling. Deze dienst zal rechtspersonen op natuurlijke levensloopmomenten gaan screenen. HTR vervangt de VvGB. De VvGB screende alleen de rechtspersonen bij oprichting. Doordat over heel 2010 leges zijn ontvangen voor de Verklaring van Geen Bezwaar heeft Justis over 2010 meer opbrengsten derden ontvangen, dan begroot. Daarbij is het verwachtte resultaat 2010 van Justis begin 2010 afgeroomd.

Lasten

Binnen de personele- en materiële lasten is een verschuiving te constateren. Deze verschuiving wordt veroorzaakt door minder vast en meer extern personeel.

In 2010 zijn de lasten in- en uitbesteding (gerubriceerd onder de materiële kosten) € 1 700 000 hoger dan begroot. Deze stijging komt door inhuur voor het project HTR en het intern vernieuwingsprogramma. Door personeel extern in te huren, in plaats van vast personeel in te zetten (wat voorzien was in de begroting) voor het vernieuwingsprogramma vallen de vaste personeelskosten lager uit dan begroot.

Daarnaast heeft HTR vertraging opgelopen en is dit project in 2010 niet opgeleverd. De vertraging is opgelopen doordat diverse koppelingen met informatie leveranciers nog niet gerealiseerd waren en doordat HTR omvangrijker is dan in eerste instantie verwacht. Door deze vertraging zijn de kosten inzake ICT en inhuur externen hoger dan begroot over 2010. De afschrijvingskosten HTR zijn in 2010 niet verwerkt, omdat HTR nog niet in gebruik is genomen.

Voorzieningen

Voorzieningen 2010 x € 1 000

Omschrijving

Stand per 01-01-2010

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

Voorziening FPU

260

  

117

143

Reorganisatievoorziening

9

 

308

9

308

Voorziening wachtgeld

193

  

65

128

Totaal

462

 

308

191

579

Saldo Baten en Lasten

In 2010 is conform de Regeling baten- en lastendiensten 2011 de wettelijke reserve komen te vervallen. Het saldo van deze reserve ad € 818 000 is vrijgevallen ten laste van de exploitatiereserve. De exploitatie-reserve bedraagt op 1 januari 2010 € 2 031 000.

Conform Regeling Baten- en lastendiensten 2011 is het eigen vermogen gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2008, 2009 en 2010, bedraagt de maximumomvang van het eigen vermogen € 1 315 000.

Het onverdeeld resultaat over 2010 bedraagt voorlopig negatief € 1 305 000. Dit voorlopig resultaat over 2010 wordt in mindering gebracht op de exploitatiereserve. De exploitatiereserve bedraagt hierdoor € 726 000 (€ 2 031 000 -/- € 1 305 000). Deze omvang ligt binnen de maximumomvang van het eigen vermogen.

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het lopende boekjaar. De balanswaarde van het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2010 € 726 000.

Doelmatigheid

Productievolume

De productie van de Verklaring van Geen Bezwaar(VvGB) is in 2010 bijna het dubbele dan begroot, doordat HTR in 2010 nog niet van start is gegaan en Justis over heel 2010 de VvGB heeft afgegeven.

Daarnaast is een stijging van het aantal VOG’s Rechtspersonen (RP) en Integriteitsverklaring Beroepsgoederenvervoer (IVB) te zien door de invoering van de IVB en meer aanvragen VOG’s RP ten behoeve van aanbestedingen. De verwachte stijging VOG’s NP, zoals verwacht op basis van de stijgingen in de afgelopen jaren, heeft zich in 2010 niet voorgedaan.

Doorlooptijden

De doorlooptijden van de verschillende producten is in vrijwel alle gevallen conform de voor 2010 aangescherpte normen. Justis heeft in vrijwel alle gevallen de wettelijk vastgestelde doorlooptijden gerealiseerd. Bij BIBOB is de norm van de doorlooptijd net niet gerealiseerd (realisatie 52%, begroot 60%) Dit komt doordat in 2010 extra adviezen, waarvan één omvangrijke zijn afgegeven. Bij de EG-verklaringen is eveneens de doorlooptijd niet gerealiseerd. Dit komt omdat het nog niet goed mogelijk is een database op te bouwen met erkende diploma’s, alsmede een efficiënt netwerk met buitenlandse instellingen. Hierdoor moet vaak lang op buitenlandse informatie worden gewacht, waardoor de gestelde norm niet altijd wordt gerealiseerd.

Kwaliteit

Kwaliteit heeft betrekking op klachten, klachten ombudsman, bezwaar- en beroepszaken.

Het overgrote deel van de bezwaren en beroepen wordt voor COVG NP 86,6% en Naamswijziging 12,5% ontvangen. Het aantal ontvangen bezwaren en beroepen blijft binnen de norm. Van de ontvangen bezwaren en beroepen COVOG NP in 2010 1 064 stuks is 75,6% ongegrond verklaard. Van de ontvangen bezwaren en beroepen Naamswijziging in 2010 169 is 73,4% ongegrond verklaard. Het gegrond verklaren van bezwaarschriften is vaak het gevolg van nieuwe informatie die in de bezwaarfase naar voren wordt gebracht. Het komt ook voor dat een nadere beschouwing door Justis leidt tot een andere conclusie dan in de eerste beoordeling. Na het bezwaar bestaat de mogelijkheid een beroep te doen bij de rechter. In 2010 is bij 91% van de beroepszaken Justis in het gelijk gesteld.

De verschillenanalyse ten aanzien van de begrote en gerealiseerde kostprijzen is niet goed mogelijk. Dat komt doordat de gerealiseerde kostprijzen via een andere kostprijssystematiek zijn berekend dan de begrote kostprijzen

Doelmatigheid 2010
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Dienst Justis -totaal:

       

FTE-totaal

-

205

233

219

234

248

– 14

Saldo van baten en lasten in %

-

22,3%

18,2%

7,0%

– 3%

0

– 3

        

Beleidsartikel 13.1

       

Verklaring van Geen Bezwaar (VvGB)

       

Kostprijs (x € 1)

44,08

55,58

48,19

54,52

39,77

41,92

– 2,15

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

7 081

6 445

3 630

2 815

Doorlooptijd: oprichten % in 6 dagen

83

70

92

97

98

95

3

VIV

       

Kostprijs (x € 1)

    

15,49

37,73

– 22,24

Omzet (p*q)(x € 1000)

    

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd:verstrekkingen in 6 dagen

n.v.t.

79

63

67

73

65

8

Doorlooptijd: aanwijzingen % in 48 uur

100

100

100

100

100

100

0

Doorlooptijd faillissementen % 5 dagen

95

95

96

96

96

95

1

        

GSR

       

Kostprijs (x € 1)

    

675,49

568,75

106,74

Omzet (p*q)(x € 1000)

    

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: Positieve beslissingen % binnen 4 weken

n.v.t.

95

98

97

95

90

5

Doorlooptijd: negatieve beslissingen % binnen 8 weken

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

86

100

– 14

        

BIBOB

       

Kostprijs (x € 1)

n.v.t.

n.v.t.

9 755,92

11 208,99

19 105,65

11 557,13

7 548,52

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

117

111

194

– 83

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

14

8

19

58

52

60

– 8

        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)1

       

Kostprijs (x € 1)

18,99

13,45

13,82

17,37

16,41

14,75

1,66

Omzet (p*q) (x € 1000)

   

11 201

12 134

13 155

– 1 021

Doorlooptijd: % binnen 2 weken

 

98

92

98

95

95

0

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

100

nvt

99

n.v.t.

100

100

0

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

   

56

74

90

– 16

        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

       

Kostprijs (x € 1)

99,33

65,40

69,11

86,84

142,17

216,20

– 74,03

Omzet (p*q)(x € 1000)

       

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

100

90

91

97

   

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

n.v.t.

n.v.t.

98

50

99

90

9

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

n.v.t.

100

95

n.v.t.

83

90

– 7

        

IVB

       

Kostprijs (x € 1)

    

108,26

270,88

– 162,62

Omzet (p*q)(x € 1000)

       

Doorlooptijd: ??

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bij VOG NP en RP

  
        

Naamswijziging (NM)

       

Kostprijs (x € 1)

300,26

460,63

518,15

759,32

532,50

483,07

49,43

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

684

769

965

– 196

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

89

85

90

87

94

95

– 1

        

Beleidsartikel 13.2

       

Wet Wapens en Munitie/Flora- en Faunawet2

       

Kostprijs (x € 1)

  

1 847,58

1 770,27

 

 

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

13

13

12

1

Doorlooptijd administratieve beroepen: % binnen 16 weken

40

0

6

16

12

 

Doorlooptijd verzoeken om ontheffing: % binnen 12 weken

95

43

91

84

89

 
        
        

WWM beroepen

       

Kostprijs (x € 1)

   

6 679,16

2 965,17

3 713,99

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken

   

12

90

– 78

        

WWM ontheffingen

       

Kostprijs (x € 1)

   

436,57

791,20

-354,63

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

   

89

90

– 1

        

WWM beslissingen

       

Kostprijs (x € 1)

   

 

 

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

 

 

Doorlooptijd: ??

   

 

 
        

Buitengewone opsporingsambtenaren (BOA)

       

Kostprijs (x € 1)

  

103,21

116,45

116,88

205,79

– 88,91

Omzet (p*q)

   

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: binnen 16 weken (verzoek art. 1a)

82

78

97

82

100

95

5

Doorlooptijd: binnen 4 weken (verzoek art. 1b/art. 1c)

81

73

100

n.v.t.

100

95

5

        

WPBR ondernemingen3

       

Kostprijs (x € 1)

   

919,54

665,32

254,22

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

356

383

– 27

Doorlooptijd: % binnen 16 weken

  

82

91

92

90

2

        

WPBR leidinggevenden

       

Kostprijs (x € 1)

   

312,40

669,01

– 356,61

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken

  

87

96

93

90

3

        

WPBR weigeringen en intrekkingen

       

Kostprijs (x € 1)

   

 

 

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

 

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken

  

83

97

98

90

8

        

WBP

       

Kostprijs (x € 1)

   

320,06

255,82

64,24

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken

   

n.v.t.

90

 
        

EG-verklaringen

       

Kostprijs (x € 1)

   

654,89

2 829,13

– 2 174,24

Omzet (p*q)(x € 1000)

   

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd:% binnen 16 weken

   

56

90

– 34

        

Beleidsartikel 13.4

       

Gratie

       

Kostprijs (x € 1)

235,99

309,55

374,77

617,43

629,39

542,80

86,59

Omzet (p*q)

   

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

86

83

85

84

96

90

6

X Noot
1

De bij COVOG Natuurlijke Personen genoemde omzet bevat omzet van COVOG NP/RP en IVB NP/RP.

X Noot
2

De omzet Wet Wapens en Munitie/Flora-en Faunawet is inclusief omzet WWM beroepen en ontheffingen.

X Noot
3

De omzet WPBR ondernemingen bestaat uit omzet WPBR onderneming/leidinggevenden en WPBR weigeringen en intrekkingen.

Balans per 31 december 2010 x € 1 000
 

2010

2009

Activa

  

Immateriële activa

2 622

818

Materiële activa

231

332

– grond en gebouwen

  

– installaties en inventarissen

229

315

– overige materiële vaste activa

2

17

Voorraden

  

Debiteuren

2 709

2 771

Nog te ontvangen

189

3 253

Liquide middelen

1 198

2 753

Totaal activa

6 949

9 927

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

726

3 741

– exploitatiereserve

2 031

1 004

– verplichte reserves

0

818

– onverdeeld resultaat

– 1 305

1 919

Leningen bij het Ministerie van Financiën

136

247

Voorzieningen

579

462

Crediteuren

944

767

Nog te betalen

4 564

4 710

Totaal passiva

6 949

9 927

Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

9 994

8 252

– 1 742

7 386

Opbrengst overige departementen

    

Opbrengst derden

18 339

19 831

1 492

19 456

Rentebaten

   

10

Bijzondere baten

    

Totaal baten

28 333

28 083

– 250

26 852

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

16 040

13 784

– 2 256

14 044

– materiële kosten

10 805

15 165

4 360

10 713

Rentelasten

151

10

– 141

16

Afschrijvingskosten

    

– materieel

1 337

121

– 1 216

160

– immaterieel

    

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

 

308

308

 

– bijzondere lasten

    

Totaal lasten

28 333

29 388

– 1 055

24 933

     

Saldo van baten en lasten

0

– 1 305

– 1 305

1 919

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2010

785

2 752

1 967

 

+ stand depositorekeningen

   

2

Totaal operationele kasstroom

1 337

286

– 1 051

     

3a

Totaal investeringen

0

– 20

– 20

3b

Totaal boekwaarden desinvesteringen

0

0

0

3c

Totaal investeringskasstroom

0

– 20

– 20

     

4a

Eenmalige uitkering aan Moederdepartement

0

– 1 710

– 1 710

4b

Eenmalige storting door Moederdepartement

0

0

0

4c

Aflossing op leningen

– 1 337

– 111

1 226

4d

Beroep op leenfaciliteit

0

0

0

4

Totaal financieringskasstroom

– 1 337

– 1 821

– 484

     

5

Rekening Courant RHB 31 december 2010

785

1 197

412

 

+ stand depositorekeningen*

(5)= (1+2+3+4)

   

De eenmalige uitkering moederdepartement € 1 710 000 is conform de jaarrekening 2009.

De aflossing op leningen is lager dan begroot. Dit komt omdat bij het opstellen van de begroting uit is gegaan van het opvragen van het leenplafond. Justis heeft echter in 2010 geen gebruik gemaakt van deze leenfaciliteit. Hierdoor is de aflossing op leningen in 2010 een stuk lager.

10.6 GEMEENSCHAPPELIJK DIENSTENCENTRUM ICT (GDI)

Toelichting exploitatie 2010

Baten

Ten opzichte van de begroting 2010 zijn € 9,8 miljoen meer baten gerealiseerd. Deze bestaan uit € 6,4 miljoen uit projecten voor diverse opdrachtgevers (voornamelijk binnen Veiligheid en Justitie en beperkt voor andere ministeries), € 1,0 miljoen meer baten voor verschillende beheerdiensten (€ 1,7 miljoen meer binnen Veiligheid en Justitie en € 0,7 miljoen minder van andere ministeries) en € 2,4 miljoen aan bijzondere baten (baten waarvan de oorsprong vóór 2010 ligt).

Lasten

Ten opzichte van de begroting 2010 zijn € 5,0 miljoen meer lasten gerealiseerd. Dit bestaat voor € 5,7 miljoen uit apparaatskosten (personeel en materieel), € 0,4 miljoen minder rentekosten, € 2,4 miljoen minder afschrijvingskosten en € 2,1 miljoen aan bijzondere lasten (lasten waarvan de oorsprong vóór 2010 ligt).

Voorzieningen

Voorzieningen 2010 x € 1 000

Omschrijving

Stand per 01-01-2010

Vrijval in 2010

Dotatie in 2010

Onttrekking in 2010

Stand per 31-12-2010

FPU-plus

305

0

0

77

228

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft voor de rijksdiensten de mogelijkheid geschapen aan medewerkers die daarvoor in aanmerking komen een FPU-plus arrangement aan te bieden. De onttrekkingen betreffen uitbetalingen aan ex-medewerkers die gebruik maken van de FPU-plus regeling.

Saldo Baten en Lasten

Het onverdeelde resultaat van 2010 komt uit op een saldo van € 4,8 miljoen. Het eigen vermogen per 31-12-2010 bedraagt -/- € 0,5 miljoen. Dit is als volgt tot stand gekomen:

 

Bedrag x € 1 mln.

Eigen vermogen per 31-12-2009

1,977

– Toevoeging resultaat 2009

2,130 +

– Afdracht moederdepartement (resultaatbestemming)

2,600 -

– Voorafdracht aan moeder op basis van verwacht resultaat 2010

2,000 -

Saldo

0,492 -

Conform de Regeling baten-lastendiensten 2011 mag het GDI een eigen vermogen hebben van circa € 1,8 miljoen. Van het onverdeelde resultaat van 2010 van € 4,8 miljoen dient € 2,3 miljoen toegevoegd te worden aan het eigen vermogen om dit weer op de toegestane omvang van € 1,8 miljoen te brengen. In overleg met de eigenaar van het GDI wordt voor het restant van € 2,5 miljoen een bestemming vastgesteld.

Doelmatigheid 2010
    

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2010

2010

 

GBO

GBO

GDI

GDI

GDI

GDI

GDI-totaal:

      

FTE-totaal

122

133

162

176

163

13

Saldo van baten en lasten in % van totale baten

0,12

– 1,09

5,58

11,2

0

11,2

Gemiddeld uurtarief in €

91,49

97,95

100,47

102,55

107,00

– 4,45

Omzet (p*q)

20 184

25 994

38 492

40 142

32 762

7 380

       

Beheerdiensten (incl. opleidingen)

      

Omzet (p*q)

16 075

19 052

31 502

30 628

29 616

1 012

Consultancy en projecten

      

Omzet (p*q)

9 919

6 581

6 990

9 514

3 146

6 368

       

Doelmatigheidsverbetering op de kostprijs van bestaande diensten

   

7,29%

8%

– 0,81

Benchmark ten opzichte van vergelijkbare ICT-organisaties

– 3,6%

+1,6%

– 4,4%

NB

2%

n.v.t.

       

Specifiek

      

Kwaliteitsindicatoren:

      

Beschikbaarheid systemen

99,98%

99,87%

99,95%

99,99

99,99%

0%

Betrouwbaarheid dienstverlening

98%

97,34%

97,0%

91,1%

98%

– 6,9%

Klanttevredenheid

6,9

6,9

6,8

7,3

7,0

+0,3

Tot en met 2009 zijn de kengetallen van GBO (voorzover beschikbaar) vermeld; vanaf 2009 is sprake van GDI. Hieronder een korte toelichting op deze kengetallen:

  • Het nacalculatorisch gemiddeld uurtarief 2010 bedraagt € 102,55. Vooral de lagere loon- en inhuurkosten hebben tot een lager nacalculatorisch tarief geleid.

  • Omzet van de productgroep Consultancy en projecten is in 2010 fors gestegen. Het verschil met de begrote omvang is veroorzaakt doordat de begroting nog was gerelateerd aan de «restcapaciteit binnen GDI» en niet aan een reële omzetprognose op basis van klantwensen.

  • Aantal fte’s: met de uitbreiding van beheertaken en omzet is GBO gegroeid naar de huidige omvang van GDI. In 2010 is de normbezetting overschreden door meer (tijdelijk) personeel aan te nemen om de gevraagde dienstverlening te kunnen leveren en tegelijkertijd inhuur te beperken.

  • Baten-lasten saldo: in 2010 hoog positief saldo € 4,8 miljoen.

  • Doelmatigheidsverbetering op de kostprijs van bestaande diensten: De waarde van de afgesloten DFA’s voor bestaande dienstverlening in 2010 is 7,29% lager dan in 2009. Dit is met name veroorzaakt door lagere uur- en producttarieven.

Balans per 31 december 2010 x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

0

0

Materiële activa

4 323

5 564

– grond en gebouwen

80

0

– installaties en inventarissen

320

336

– overige materiële vaste activa

3 923

5 228

Voorraden

0

0

Debiteuren

2 824

3 289

Nog te ontvangen

982

598

Liquide middelen

7 612

7 368

Totaal activa

15 741

16 819

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

– 492

1 977

– verplichte reserves

-

-

– onverdeeld resultaat

4 766

2 130

Leningen bij het Ministerie van Financiën

5 287

5 809

Voorzieningen

228

305

Crediteuren

1 105

1 472

Nog te betalen

4 847

5 126

Liquide middelen

0

-

Totaal passiva

15 741

16 819

Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2010 x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

30 762

38 876

8 114

35 855

Opbrengst overige departementen

2 000

1 267

– 733

2 663

Opbrengst derden

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

2

Bijzondere baten

0

2 423

2 423

46

Totaal baten

32 762

42 566

9 804

38 566

     

Lasten

    

Apparaatskosten

26 982

32 678

5 696

32 959

– personele kosten

14 899

20 142

5 243

20 230

– materiële kosten

12 083

12 536

453

12 729

Rentelasten

528

131

– 397

157

Afschrijvingskosten

5 252

2 833

– 2 419

3 182

– materieel

2 236

2 833

– 2 419

3 182

– immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

2 157

2 157

138

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

2 1 570

2 157

138

Totaal lasten

32 762

37 799

5 037

36 436

     

Saldo van baten en lasten

0

4 767

4 767

2 130

Kasstroomoverzicht 2010 x € 1 000
  

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2010

201

7 368

7 167

     

2

Totaal operationele kasstroom

4 726

6 958

2 232

     

3a

Totaal investeringen

– 2 873

– 1 594

1 279

3b

Totaal boekwaarden desinvesteringen

0

2

2

3c

Totaal investeringskosten

– 2 873

– 1 592

1 281

     

4a

Eenmalige uitkering aan Moederdepartement

– 1 000

– 4 600

– 3 600

4b

Eenmalige storting door Moederdepartement

0

0

0

4c

Aflossing op leningen

– 2 558

– 1 998

560

4d

Beroep op leenfaciliteit

2 873

1 476

– 1 397

4

Totaal financieringskasstroom

– 685

– 5 122

– 4 437

     

5

Rekening Courant RHB 1 januari 2010

1 369

7 612

6 243

 

(5)= (1+2+3+4)

   

Toelichting verschillen groter dan 10%

Operationele Kasstroom: het hogere saldo ten opzichte van de begroting is het gevolg van:

  • het hogere positieve saldo van baten en lasten, € 4,8 miljoen t.o.v. begroot € 0 miljoen (GDI gaat uit van een kostendekkende begroting);

  • minder afschrijvingskosten: € 2,4 miljoen

  • een toename van de omvang van de kortlopende vorderingen met € 0,7 miljoen;

  • een afname van de omvang van de kortlopende schulden met € 0,7 miljoen;

  • een toename van de voorzieningen met € 1,4 miljoen.

Investeringskosten: de lagere investeringskosten zijn het gevolg van uitgestelde vervangings-investeringen en investeringen welke door de klant zelf zijn gedaan in plaats van door GDI (zoals begroot).

Financieringskasstroom: de éénmalige uitkering aan Moederdepartement bestaat uit een restitutie van € 2,6 miljoen conform de resultaatbestemming 2009 en € 2,0 miljoen aan een voorlopige afroming van het eigen vermogen van GDI op basis van de resultaatsprognose 2010 per augustus 2010.

HOOFDSTUK 11: PUBLICATIEPLICHT OP GROND VAN DE WET OPENBAARMAKING UIT PUBLIEKE MIDDELEN GEFINANCIERDE TOPINKOMENS BIJ HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) dient elk departement via het departementaal jaarverslag een overzicht op te nemen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare jaarloon van een minister. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2010 vastgesteld op € 193 000,–.

Het betreft hier medewerkers waarvan het uitbetaalde belastbare jaarloon ten laste is gekomen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Voor het ministerie van Veiligheid en Justitie geldt dat er 3 functionarissen werkzaam zijn waarvan het inkomen (gemiddeld belastbaar loon) over 2010 uitstijgt boven de grens van € 193 000,–.

 

2009

2010

Bedragen x € 1

Functie bij VenJ

Belastbaar jaarloon

Pensioenaf-dracht etc.

Totaal

Belastbaar jaarloon

Pensioenaf-dracht

Ontslagver-goeding

Totaal 2010

Motivering & opmerkingen

Psychiater

191 153

46 548

237 701

164 332

39 356

 

203 688

Eenmalige toeslag ontvangen van 48 936

Raadsheer

110 562

27 112

137 674

178 038

28 707

 

206 745

Overgang OM naar ZM Stimuleringspremie OM 63 325

Directeur

91 760

20 498

112 258

179 976

22 027

 

202 003

Stimuleringspremie 81 852

Gegeven de aard van de informatie bestaat er een inherente onzekerheid omtrent de volledigheid van dit overzicht. Dit heeft te maken met de inrichting van de financiële systemen en de afhankelijkheid van derden voor wat betreft de aanlevering van benodigde informatie.

D. BIJLAGEN

HOOFDSTUK 12: TOEZICHTSRELATIE ZBO, RWT

ZBO/RWT X € 1 000

Naam organisatie

   

Realisatie

Begroting

Verschil

 

ZBO

RWT

Actor

2010

2010

 

1

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

 

X

13.5.1

14 999

11 770

3 229

2

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

X

X

13.5.2

15 688

22 217

– 6 529

3

College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)

X

 

12.1.3

8 130

7 168

962

4

Commissie Gelijke Behandeling (CGB)

X

 

12.1.3

5 387

5 489

– 102

5

Raad voor Rechtsbijstand (RvRb)

X

X

12.2.1

458 368

453 437

4 931

6

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

X

X

12.2.2

5 113

5 680

– 567

7

Particuliere Justitiële Jeugdinrichtingen

 

X

14.2.1

99 336

131 352

– 32 016

8

Particuliere Tbs-inrichtingen

 

X

13.4.2

207 422

236 603

– 29 181

9

HALT-bureaus

 

X

14.2.3

10 230

12 572

– 2 342

10

Reclasseringsorganisaties

 

X

13.4.3

222 693

191 300

31 393

11

Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA)

X

X

15.2.1

463 778

425 860

37 918

12

College van Toezicht op de Kansspelen (CvTK)

X

 

13.1.2

498

506

– 8

13

College van Toezicht en Auteursrechten en Naburige rechten

X

   

0

 

14

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

X

   

0

 

Toelichting

1. Slachtofferhulp Nederland (SHN)

SHN biedt slachtoffers van misdrijven juridische, emotionele en praktische ondersteuning.

Het verschil van € 3,2 miljoen is opgebouwd uit enkele aan SHN in 2010 ter beschikking gestelde projectsubsidies, in het bijzonder voor het project casemanagement nabestaanden van moord en doodslag (€ 1,2 miljoen), casemanagement slachtoffers zware gewelds- en zedenzaken (€ 0,7 miljoen), de implementatie van de Wet VPS (€ 0,2 miljoen), het project voegingsmedewerkers (€ 0,7 miljoen) en het vernieuwde slachtofferloket (€ 0,2 miljoen).

2. Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

Het schadefonds stelt een financiële tegemoetkoming ter beschikking aan slachtoffers van een geweldsmisdrijf voor de opgelopen letselschade.

De oorzaken van het verschil van € 6,5 miljoen ten opzichte van het voor SGM begrote bedrag zijn enkele taakstellingen (in totaal € 0,5 miljoen), een lager beroep op de Regeling Overvallen (€ 2,9 miljoen) en een gemiddeld lager verstrekte tegemoetkoming, onder meer door een beleidswijziging.

3. College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) houdt toezicht op de naleving van wetten die gebruik van persoonsgegevens regelen. Het CBP houdt dus toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA). Het budget van het CBP is vanaf 2010 structureel verhoogd met € 0,6 miljoen, omdat het CBP vanaf 2010 zelf de huisvestingskosten zal betalen. Het CBP heeft in 2010 binnen haar budgettair kader overschreden met € 0,45 miljoen, doordat nog nagestuurde rekeningen van de RGD uit 2008 diende te worden betaald.

4. Commissie Gelijke Behandeling (CGB)

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) draagt bij aan de realisatie van gelijke behandeling door toe te zien op de naleving van gelijke behandelingsnormen en de naleving te bevorderen, het bewustzijn van gelijke behandelingsnormen te bevorderen, en het expliciteren van gelijke behandelingsnormen en het signaleren van spanningsvelden tussen deze normen en (politiek en maatschappelijke) ontwikkelingen. Het CGB heeft een aantal wettelijk verankerde bevoegdheden en taken: Op verzoek onderzoek doen en oordelen of verboden onderscheid is of wordt gemaakt naar aanleiding van individuele (discriminatie-)klachten en verzoeken van organisaties om hun eigen beleid of handelen te oordelen. Het CGB kan aanbevelingen aan verweerders doen in het kader van oordelen vooral gericht op implementatie van gelijke behandelingsnormen; Uit eigen beweging onderzoeken of verboden onderscheid stelselmatig is of wordt gemaakt in een bepaalde sector of organisatie; Gevraagd en ongevraagd adviseren van de overheid, organisaties en instellingen zoals werkgevers-, werknemers- en beroepsorganisaties over de toepassing van gelijke behandelingswetgeving in concrete zaken; Normontwikkeling, door brede opzet van de Europese en nationale wet- en regelgeving is behoefte aan de ontwikkeling van normen voor de concrete toepassing daarvan; Periodiek evalueren van de effectiviteit en doeltreffendheid van gelijke behandelingswetgeving; Het geven van voorlichting in woord en geschrift, in het algemeen en gericht op specifieke doelgroepen

5. Raad voor Rechtsbijstand (RvRb)

De Raad voor Rechtsbijstand is een ZBO belast met de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand door het Juridisch Loket, advocaten en mediators. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september 2009 t/m 31 augustus 2010.

Over 2010 is als uitzondering een gedeelte van de toegewezen middelen pas begin 2011 aan de Raad voor Rechtsbijstand uitbetaald. Het budget van de Raad voor Rechtsbijstand is in 2010 aangevuld met € 27 miljoen voor de te verwachten stijgende meerkosten op basis van de PMJ-ramingen en voor de invoering per 1 juli 2010 van de nieuwe duurdere asielprocedure. Bij NJN is € – 15,2 miljoen ingezet voor verlichting van de problematiek bij ondermeer de Hoge Raad, CJIB en OM. Voor de resterende problematiek is nog eens extra € – 3,5 miljoen ingezet. Er hebben diverse andere mutaties plaatsgevonden met een totaalbedrag van € – 3,4 miljoen, waardoor per saldo bij de Raad voor Rechtsbijstand een verschil van € 4,9 miljoen resteert t.o.v. het oorspronkelijke budget 2010.

6. Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) houdt financieel toezicht op zo’n 1 500 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Daarnaast ondersteunt het BFT de Commissies van deskundigen bij het beoordelen van ondernemingsplannen. Sinds 2003 is het BFT ook belast met het toezicht op de naleving van de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) en de Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot). Beide wetten zijn per 1 augustus 2008 vervangen door de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Bij de naleving daarvan zijn de volgende beroepsgroepen betrokken: notarissen, advocaten, accountants, belastingadviseurs, bedrijfseconomische adviseurs en onafhankelijke juridische adviseurs. De toezichtstaken zijn binnen het BFT belegd bij de sector WWFT Toezicht.

De bijdrage aan het BFT is € – 0,5 miljoen lager geweest in 2010.

7. Particuliere Justitiële Jeugdinrichtingen

De Particuliere Justitiele Jeugdinrichtingen behandelen jeugdigen op grond van een strafrechterlijke titel.

In verband met de lage bezetting van de capaciteit van de Justitiële Jeugdinrichtingen is een aantal maatregelen genomen die hebben geleid tot een reductie van de kosten. Het gaat hierbij om de tijdelijke overdracht van JJI Harreveld naar het gesloten jeugdzorgdomein (€ 9,9 miljoen), het concentreren van de leegstand (€ 9,9 miljoen) en het opleggen van een voorcalculatorische onderbezettingskorting aan de inrichtingen (€ 2,5 miljoen). Voorts zijn de kosten van het flankerend beleid in verband met de groepsverkleining (€ 3,7 miljoen), de huisvestingskosten (€ 2,5 miljoen) en de kosten van vervanging van groepsleiders die een HBO-opleiding volgen (€ 1,5 miljoen) lager uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd.

8. Particuliere Tbs-inrichtingen

Het behandelen van Tbs-gestelden.

Voornamelijk als gevolg van de lagere productie en bezetting zijn de kosten bij de particuliere Tbs-inrichtingen lager uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd.

9. Halt-bureaus

De Halt-bureaus leveren een bijdrage aan de preventie en bestrijding van jeugdcriminaliteit. Via een Halt-afdoening kunnen jongeren rechtzetten wat zij hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie.

De lagere realisatie ten opzichte van de begroting is het gevolg van verminderde productie (minder Halt-afdoeningen).

10. Reclasseringsorganisaties

De reclasseringsorganisaties zijn gericht op het voorkomen en verminderen van crimineel gedrag door het begeleiden van mensen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht.

Als gevolg van een nieuw kostprijsmodel dat met de 3 reclasseringsorganisaties is overeengekomen, is totaal € 19,6 miljoen meer uitgegeven. Met name de producten toezicht en advisering zijn wegens een andere opzet en kwaliteitsverbeteringen aanzienlijk gewijzigd en uitgebreid waardoor beter werd aangesloten op het bereiken van doelstellingen zoals ondermeer het verminderen van recidive. Mede in verband met het voorgaande en de technische noodzaak het bestaande systeem aan te passen, ondergaat ook het cliëntvolgsysteem – het Integraal Reclasserings Informatie Systeem (IRIS) – aanzienlijke aanpassingen. Hiervoor is € 6 miljoen meer uitgegeven dan geraamd. Tenslotte zijn ook de diverse beleidsprogramma’s, zoals ondermeer justitiële voorwaarden, Forensisch Psychiatrisch Toezicht, in 2010 verder voortgezet. Hiervoor is € 5,4 miljoen meer uitgegeven dan geraamd en is ten behoeve van de uitvoering van de motie Van Velzen € 0,4 miljoen meer uitgegeven.

11. COA

De totale gemiddelde bezetting van het COA (inclusief de bezetting van de Tijdelijke Noodopvang (TNV) eerste halfjaar) is in 2010 ongeveer gelijk aan die van 2009, waardoor de totale kosten van het COA vergelijkbaar zijn met die van 2009. In de ontwerpbegroting was echter rekening gehouden met een lagere instroom en een lagere bezetting dan in voorgaande jaren. Dit is toelicht onder art 15.2.1.

De stijging van de totale kosten zijn onder andere veroorzaakt door de loon- en prijsontwikkeling, investeringen in brandveiligheidsvoorzieningen, structurele verhoging kostprijs voor Kleinschalige wooneenheden (KWE) en Kleinschalige woongroepen (KWG) verwerkt.

Het eigen vermogen van het COA komt niet boven het genormeerde percentage van de omzet uit.

De belangrijkste publieke (wettelijk geregelde) taken van de ZBO en RWT zijn:

  • Huisvesting van asielzoekers;

  • Het geven van begeleiding en informatie aan asielzoekers;

  • Het leveren va