﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32645-V/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>32 645</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Kernenergie</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">V</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG </titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-05-01">1 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei<noot id="ID-1246289-d40e74" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris en de Minister van Klimaat en Groene Groei over <nadruk type="vet">versnellen voortgang Programma Small Modular Reactors, in het bijzonder het project Opmeer nabij Hollands Kroon. </nadruk>Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 31 maart 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 22 april 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Karthaus</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI</tussenkop>
            <al>Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei</al>
            <al>Den Haag, 31 maart 2026</al>
            <al>De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van uw voorganger van 26 januari 2026 betreffende de voortgang van het Programma Small Modular Reactors (hierna: SMR).<noot id="ID-1246289-d40e117" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, 32.645, U.</noot.al></noot> De leden van de fractie van de <nadruk type="vet">BBB </nadruk>hebben naar aanleiding daarvan een aantal nadere vragen en opmerkingen. De vragen richten zich op het versnellen van de voortgang van het Programma en in het bijzonder het lokale project in Opmeer nabij Hollands Kroon, één van de twee regio’s waar in uw ogen nog ruimte is voor <nadruk type="cur">hyperscales</nadruk>.</al>
            <al>U geeft aan dat de aanleg van een SMR een forse ruimteclaim legt van 10 tot 15 hectare voor de installatie en nog eens 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein, terwijl de gemeente Opmeer juist aangeeft dat de ruimteclaim relatief beperkt is.<noot id="ID-1246289-d40e137" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26, 32.645, nr. 164, p. 81; «Op de kernreactor in Opmeer moet «een atoombom kunnen vallen», NH nieuws, 27 januari 2026.</noot.al></noot> Kunt u aangeven hoe u tot deze forse ruimteclaim komt terwijl SMR’s bijvoorbeeld ook worden gebruikt op schepen?</al>
            <al>U erkent de enorme en snelle groei van AI-datacenters, maar stelt dat de ontwikkeling daarvan veel sneller gaat dan SMR's gebouwd kunnen worden, waardoor u locaties niet op voorhand wilt koppelen.<noot id="ID-1246289-d40e152" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, 32.645, U, p. 8.</noot.al></noot> Hoe gaat u de lokale leefomgeving (zoals in Hollands Kroon) beschermen tegen de ruimtelijke gevolgen van de stroomvraag van <nadruk type="cur">hyperscales</nadruk>, als de beloofde «eigen» stroomvoorziening via een SMR voorlopig nog toekomstmuziek is?</al>
            <al>De fractieleden van de BBB stellen het op prijs dat u aangeeft dat, indien private belangstelling ontstaat voor de ontwikkeling van datacenters in combinatie met een SMR, de relevante kennis en expertise waar mogelijk worden gedeeld en initiatieven waar mogelijk worden ondersteund.<noot id="ID-1246289-d40e169" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, 32.645, U, p. 8.</noot.al></noot> Gezien de grote stroomvraag van AI-fabrieken en datacenters, de netcongestie en de overcapaciteit van datacenters in Nederland vragen deze leden zich af waarom u vergunningen voor dergelijke initiatieven niet koppelt aan de verplichting van een eigen stroomvoorziening (al dan niet door een SMR)? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.</al>
            <al>U stelt dat besluitvorming over SMR's op puur gemeentelijk niveau niet wenselijk is vanwege «gemeentegrensoverschrijdende effecten», zoals evacuatiegebieden.<noot id="ID-1246289-d40e183" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, 32.645, U, p. 6.</noot.al></noot> Hoe zorgt u ervoor dat lokale projecten niet belemmerd of vertraagd worden door regels die provinciaal of landelijk nog bedacht moeten worden? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.</al>
            <al>De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei</functie>
            <naam>
              <voornaam>S.M.</voornaam>
              <achternaam>Kluit</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI</tussenkop>
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 21 april 2026</al>
            <al>Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fractie van BBB over de voortgang van het Programma Small Modular Reactors (kenmerknummer 18040), ingezonden op 31 maart 2026.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei,</functie>
            <naam>
              <voornaam>J. de</voornaam>
              <achternaam>Bat</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">18040</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">1</nadruk>
              </al>
              <al>U geeft aan dat de aanleg van een SMR een forse ruimteclaim legt van 10 tot 15 hectare voor de installatie en nog eens 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein, terwijl de gemeente Opmeer juist aangeeft dat de ruimteclaim relatief beperkt is. Kunt u aangeven hoe u tot deze forse ruimteclaim komt terwijl SMR’s bijvoorbeeld ook worden gebruikt op schepen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Antwoord</nadruk>
              </al>
              <al>De studie «Ruimtelijke en Energetische inpassing Small Modular Reactors (SMR's) bij de industrie»<noot id="ID-1246289-d40e245" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-32645-164" soort="document" status="actief">32 645, nr. 164</extref></noot.al></noot> waar u aan refereert heeft expliciet gekeken naar middelgrote (50–250 MWe) en grote SMR’s (GEN III+ en GEN IV, 250–500 MWe).</al>
              <al>Naast de grote en middelgrote SMR’s zijn ook kleinere SMR’s en microreactoren in ontwikkeling. Deze groep is niet meegenomen in deze studie waarbij SMR-toepassing bij de industrie werd onderzocht, omdat ze veelal voor afgezonderde locaties zijn bestemd en vanwege hun beperkte vermogen geen betekenisvolle bijdrage kunnen leveren binnen de scope van dit specifieke clusteronderzoek.</al>
              <al>De ruimteclaim van 10 tot 15 hectare voor de installatie en 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein is gebaseerd op de categorie grote SMR’s. Voor middelgrote SMR’s (50–250 MWe) heeft het onderzoek een ruimteclaim van 3 tot 10 hectare voor de installatie en 6–20 hectare voor het tijdelijke bouwterrein bepaald.</al>
            </al-groep>
            <al>Dat verklaart waarom de ruimteclaim uit eerdergenoemd onderzoek, waar grote en middelgrote SMR’s zijn meegenomen, niet overeenkomt met de ruimteclaim voor o.a. de toepassing op schepen; in het laatste geval hebben we het over zogeheten <nadruk type="cur">micro-reactoren</nadruk> die geen onderdeel waren van het onderzoek.</al>
            <al-groep>
              <al>2</al>
              <al>U erkent de enorme en snelle groei van AI-datacenters, maar stelt dat de ontwikkeling daarvan veel sneller gaat dan SMR’s gebouwd kunnen worden, waardoor u locaties niet op voorhand wilt koppelen. Hoe gaat u de lokale leefomgeving (zoals in Hollands Kroon) beschermen tegen de ruimtelijke gevolgen van de stroomvraag van <nadruk type="cur">hyperscales</nadruk>, als de beloofde «eigen» stroomvoorziening via een SMR voorlopig nog toekomstmuziek is?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De bescherming van de lokale leefomgeving is onderdeel van de vergunningaanvraag die een initiatiefnemer zal moeten indienen op het moment dat deze een datacenter wil gaan bouwen. Via de wet- en regelgeving die hiervoor dus geldt in Nederland (zoals de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving) is deze bescherming geregeld.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>3</al>
              <al>Gezien de grote stroomvraag van AI-fabrieken en datacenters, de netcongestie en de overcapaciteit van datacenters in Nederland, vragen de leden zich af waarom u vergunningen voor dergelijke initiatieven niet koppelt aan de verplichting van een eigen stroomvoorziening (al dan niet door een SMR)?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Het Rijk is geen bevoegd gezag voor datacenters, dat zijn gemeenten. Gemeenten gaan over de eisen waaraan vestiging van een datacenter moet voldoen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>4</al>
              <al>U stelt dat besluitvorming over SMR’s op puur gemeentelijk niveau niet wenselijk is vanwege «gemeentegrensoverschrijdende effecten» zoals evacuatiegebieden. Hoe zorgt u ervoor dat lokale projecten niet belemmerd of vertraagd worden door regels die provinciaal of landelijk nog bedacht moeten worden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Het kabinet heeft gekozen voor een aanpak waarbij het Rijk voor een eerste SMR-project bevoegd gezag zal zijn. Dit is ongeacht het vermogen en/of het ruimtelijk beslag van het SMR-project. Afhankelijk van de <nadruk type="cur">lessons learned </nadruk>bij het eerste project zal vervolgens de provincie of het Rijk voor volgende SMR’s optreden als bevoegd gezag. Deze aanpak is opgesteld op basis van de simulaties uitgevoerd onder het SMR-programma, waarbij het «decentraal, tenzij»-principe centraal heeft gestaan. De achterliggende gedachte hierbij is om zowel de kracht van de regio te benutten als regie te behouden over ontwikkelingen. Daarnaast geeft dit ook een kans om het bestuurlijk draagvlak verder te verstevigen voor de realisatie van SMR’s.</al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet ziet dat onzekerheid een grote vertragende factor kan zijn in de ontwikkeling van SMR’s en ziet het bieden van zekerheid waar dat kan als een optie om realisatie te versnellen. Doordat bij het eerste project de regierol bij het Rijk ligt, is het mogelijk om uit dat project te leren over knelpunten en mogelijke risico’s, om zo mogelijk versnellingsopties te vinden voor volgende projecten.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>