﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-QC/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>32 317</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>JBZ-Raad</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">QC</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG </titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-05-06">6 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissies voor Immigratie &amp; Asiel / JBZ-raad<noot id="ID-1246658-d40e74" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66) (ondervoorzitter), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> en voor Justitie en Veiligheid<noot id="ID-1246658-d40e85" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> hebben schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Asiel en Migratie over het <nadruk type="vet">verslag van de formele JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025.</nadruk> Bijgaand brengen de commissies hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 9 december 2025.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Een rappelbrief van 28 januari 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 22 april 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Immigratie ＆ Asiel / JBZ-Raad,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Dragstra</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE &amp; ASIEL / JBZ-RAAD EN VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Minister van Asiel en Migratie</al>
            <al>Den Haag, 9 december 2025</al>
            <al>De vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid hebben kennisgenomen van de brief van 3 november 2025<noot id="ID-1246658-d40e130" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-32317-PS" soort="document" status="actief">32 317, PS</extref>.</noot.al></noot> waarbij de regering de Kamer het verslag aanbiedt van de formele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) die op 13 en 14 oktober jongstleden in Luxemburg heeft plaatsgevonden. De leden van de fracties van <nadruk type="vet">JA21</nadruk> leggen naar aanleiding hiervan graag de navolgende vragen aan u voor.</al>
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De leden van de fractie van JA21 lezen dat de regering ter informatie op de uitvoering van de in de Tweede Kamer aangenomen Motie van het lid Eerdmans over een campagne in veilige herkomstlanden om het aantal asielaanvragen te verminderen<noot id="ID-1246658-d40e147" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk>, 2025/26, <extref doc="kst-36704-63" soort="document" status="actief">36 704, nr. 63</extref>.</noot.al></noot> aan dat «Informatiecampagnes worden daarbij ook indien opportuun ingezet.»<noot id="ID-1246658-d40e158" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-32317-PS" soort="document" status="actief">32 317, PS</extref>, p. 3.</noot.al></noot> Kan de regering uiteenzetten wat zij in deze context verstaat onder «opportune inzet»?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Beschikt de regering over concrete plannen voor de inzet van informatiecampagnes en zo ja, welke? Zo nee, wanneer verwacht de regering dergelijke plannen te ontwikkelen? Kan de regering tevens aangeven hoeveel informatiecampagnes zij voornemens is op te zetten en in welk tijdsbestek dat plaatsvindt?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Ten aanzien van de uitvoering van de in de Tweede Kamer aangenomen Motie van het lid Eerdmans over een terugkeerplan met maatregelen tegen onwelwillende herkomstlanden<noot id="ID-1246658-d40e174" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk>, 2025/26, <extref doc="kst-36704-64" soort="document" status="actief">36 704, nr. 64</extref>.</noot.al></noot> schrijft de regering dat «het kabinet zowel positieve (investeringen) als negatieve maatregelen inzet om de terugkeersamenwerking te verbeteren, waar die niet goed (genoeg) verloopt.»<noot id="ID-1246658-d40e185" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-32317-PS" soort="document" status="actief">32 317, PS</extref>, p. 3.</noot.al></noot></al>
              </li>
            </lijst>
            <al>Kan de regering specificeren welke positieve maatregelen en/of investeringen momenteel worden ingezet om de terugkeersamenwerking te verbeteren?</al>
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>Kan de regering eveneens uiteenzetten welke negatieve maatregelen worden toegepast om de terugkeersamenwerking te versterken?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.</li.nr>
                <al>Met welke herkomstlanden kent de regering op dit moment een moeizame terugkeersamenwerking en wat zijn hiervoor de belangrijkste oorzaken?</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>De vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag <nadruk type="vet">binnen 4 weken na dagtekening van deze brief</nadruk>. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad,</functie>
            <naam>
              <voornaam>A.W.J.A. van</voornaam>
              <achternaam>Hattem</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>B.O.</voornaam>
              <achternaam>Dittrich</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE &amp; ASIEL / JBZ-RAAD</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet" />
            <al>Aan de Minister van Asiel en Migratie</al>
            <al>Den Haag, 28 januari 2026</al>
            <al>Het is de vaste commissie voor Immigratie &amp; Asiel / JBZ-raad opgevallen dat diverse brieven over asiel en migratie die zij, al dan niet samen met de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, aan de regering heeft verzonden nog niet beantwoord zijn. Het gaat om de volgende (mede) tot u gerichte brieven:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Brief van 17 september 2025 betreffende Rappel toezeggingen en moties (kenmerk: 178088U).</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Brief van 5 december 2025 betreffende Vragen inzake de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025 (kenmerk: 179110).</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Brief van 9 december 2025 betreffende Vragen inzake het verslag van de formele JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025 (kenmerk: 179131).</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>De commissie verzoekt u te bewerkstelligen dat deze brieven op korte termijn worden beantwoord.</al>
            <al>De commissie wijst daarnaast op de brief van 5 juni 2025 (kenmerk: 177215U) met het verzoek om een uitvoeringstoets met betrekking tot het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1). De commissie zou deze uitvoeringstoets graag snel ontvangen.</al>
            <al>Tot slot wijst de commissie op de eerdere rappelbrief (kenmerk: 179503) betreffende vragen over de Terugkeerverordening en de Verordening «veilig derde land».</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie &amp; Asiel / JBZ-raad,</functie>
            <naam>
              <voornaam>A.W.J.A. van</voornaam>
              <achternaam>Hattem</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet" />
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 22 april 2026</al>
            <al>Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen naar aanleiding van het verslag van de formele JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025.</al>
            <al>Deze vragen werden ingezonden door uw Kamer op 9 december 2025 met kenmerk 179131.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G. van den</voornaam>
              <achternaam>Brink</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>1. De leden van de fractie van JA21 lezen dat de regering betreffende de uitvoering van de in de Tweede Kamer aangenomen motie van het lid Eerdmans over een campagne in veilige herkomstlanden om het aantal asielaanvragen te verminderen ter informatie aangeeft dat «Informatiecampagnes daarbij ook indien opportuun [worden] ingezet.» Kan de regering uiteenzetten wat zij in deze context verstaat onder «opportune inzet»?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet hanteert een breed instrumentarium dat bij kan dragen aan het verminderen van irreguliere migratie, het verbeteren van de terugkeersamenwerking en het beschermen van migranten. Het inzetten van campagnes met informatievoorziening aan migranten is daar onderdeel van. De afweging om een dergelijk middel in te zetten hangt af van meerdere factoren, waaronder een inschatting van de kans dat het beoogde doel van de campagne wordt behaald, bijvoorbeeld doordat de informatie ook daadwerkelijk de beoogde doelgroep bereikt en een inschatting dat het middel effect sorteert op de doelgroep.</nadruk>
            </al>
            <al>2. Beschikt de regering over concrete plannen voor de inzet van informatiecampagnes en, zo ja, welke? Zo nee, wanneer verwacht de regering dergelijke plannen te ontwikkelen? Kan de regering tevens aangeven hoeveel informatiecampagnes zij voornemens is op te zetten en in welk tijdsbestek dat plaatsvindt?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De Nederlandse inzet ten aanzien van bewustwording van migranten reikt verder dan op zichzelf staande informatiecampagnes. Gezien de verhoogde effectiviteit van een geïntegreerde benadering wordt hier over het algemeen ook de voorkeur aan gegeven.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Via het COMPASS-partnerschap tussen Nederland en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) worden in verschillende landen in West-, Noord- en Oost-Afrika jongeren en volwassenen, waaronder ouders/voogden en gemeenschapsleiders, bereikt via bewustmaking over irreguliere migratie en legale alternatieven. Binnen COMPASS is deze informatievoorziening geïntegreerd onderdeel van de sociale, psychosociale en economische ondersteuning in gemeenschappen met hoge aantallen potentiële en teruggekeerde migranten.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Voorbeelden van activiteiten die onder COMAPSS worden geïmplementeerd op dit thema zijn het organiseren van theatervoorstellingen, workshops, radioprogramma’s en bijeenkomsten in lokale gemeenschappen om jongeren en volwassenen te bereiken met informatie over de risico’s van irreguliere migratie en legale alternatieven. Het COMPASS-partnerschap loopt tot eind 2027 en de inzet op informatiecampagnes en bewustwording zal gedurende het partnerschap een belangrijk onderdeel blijven van de Nederlandse inzet.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland droeg van 2023 tot eind 2025 ook bij aan informatiecampagnes via Seefar in Marokko. Dit programma had als doel om besluitvorming over irreguliere migratie naar Europa onder 13 tot 18 jarigen in Noord-Afrika te verbeteren door informatie te verschaffen over lokale mogelijkheden en legale migratieroutes. Via dit programma heeft Nederland zich o.a. ingezet op het vergroten van de kennis en vaardigheden van leerkrachten bij het geven van effectieve voorlichtingssessies om de kans op irreguliere migratie te verkleinen en praktische begeleiding te bieden bij alternatieven. Daarnaast werd via dit programma een landelijke digitale voorlichtingscampagne gelanceerd met als doel het bewustzijn over de risico’s van irreguliere migratie te vergroten en verandering in besluitvorming rondom migratie te stimuleren.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Ook neemt Nederland actief deel aan de werkgroep over informatiecampagnes van het Europees Migratie Netwerk om <nadruk type="vetcur">best practices</nadruk></nadruk>
              <nadruk type="vet">uit te wisselen en kennisdeling onder Europese lidstaten te bevorderen.</nadruk>
            </al>
            <al>3. Ten aanzien van de uitvoering van de in de Tweede Kamer aangenomen motie van het lid Eerdmans over een terugkeerplan met maatregelen tegen onwelwillende herkomstlanden schrijft de regering dat «het kabinet zowel positieve (investeringen) als negatieve maatregelen inzet om de terugkeersamenwerking te verbeteren, waar die niet goed (genoeg) verloopt.» Kan de regering specificeren welke positieve maatregelen en/of investeringen Sinds momenteel worden ingezet om de terugkeersamenwerking te verbeteren?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet hanteert een brede inzet om de terugkeersamenwerking met een land van herkomst te verbeteren en/of om irreguliere migratie te beperken en om migranten te beschermen. Positieve instrumenten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het delen van kennis en expertise om een migratiemanagementsysteem te versterken, bijvoorbeeld door middel van door Nederland gefinancierde projecten in landen van herkomst of doorreis. Een investering vanuit Nederland kan er op die manier bijvoorbeeld aan bijdragen dat fraudedetectie van identiteitsdocumenten in een betreffend partnerland naar een hoger plan wordt getild. Ook wordt de kennis en expertise van de Dienst Terugkeer en Vertrek ingezet om de kennis en expertise te vergroten van operationele diensten in landen van herkomst, hetgeen – samen met andere instrumenten – de terugkeersamenwerking kan verbeteren.</nadruk>
            </al>
            <al>4. Kan de regering eveneens uiteenzetten welke negatieve maatregelen worden toegepast om de terugkeersamenwerking te versterken?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Wanneer de terugkeersamenwerking niet tot tevredenheid voor Nederland en/of andere EU-lidstaten verloopt, zijn er mogelijkheden om daar maatregelen aan te verbinden, bijvoorbeeld in de vorm van EU-brede visummaatregelen. Zo steunde het kabinet bijvoorbeeld het instellen van visummaatregelen tegen Ethiopië vanwege EU-brede gebrekkige terugkeersamenwerking, een besluit dat op 29 april 2024 door de Europese Raad werd aangenomen. Sinds de implementatie van de visummaatregelen in 2024 is de Nederlandse terugkeersamenwerking met Ethiopië significant verbeterd. Nederland heeft de Commissie daarom opgeroepen om te komen met een voorstel voor het opheffen van de 25bis maatregelen tegen Ethiopië. Het kabinet is ervan overtuigd dat een doorlopende dialoog, intensieve samenwerking en een combinatie van positieve en negatieve maatregelen, zoals ook in het geval met Ethiopië, leidt tot het beste resultaat voor de kabinetsdoelstellingen.</nadruk>
            </al>
            <al>5. Met welke herkomstlanden kent de regering op dit moment een moeizame terugkeersamenwerking en wat zijn hiervoor de belangrijkste oorzaken?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">In de brief aan de Tweede Kamer van 18 maart jl. beschrijft het kabinet de stand van zaken in de terugkeersamenwerking met derde landen.<noot id="ID-1246658-d40e338" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025–2026, nr. <dossierref dossier="32317">32 317</dossierref>.</noot.al></noot> Daarin licht het kabinet onder meer toe dat derde landen vrijwel altijd meewerken aan vrijwillig vertrek. Er zijn ook landen die niet of onvoldoende meewerken aan gedwongen vertrek, ondanks de internationaal breed gedeelde consensus dat landen hun eigen onderdanen dienen terug te nemen. Aanvullend stelt het kabinet dat het delen van specifieke informatie een negatief effect kan hebben op lopende trajecten waarmee het kabinet de terugkeersamenwerking probeert te verbeteren. In de jaarlijkse publicatie «Staat van Migratie», die voor de zomer met het parlement wordt gedeeld, zet het kabinet de stand van zaken van de terugkeersamenwerking verder uiteen.</nadruk>
            </al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>