<?xml version="1.0" encoding="us-ascii"?>
<!DOCTYPE kamerwrk PUBLIC "-//SDU//DTD kamerwerk xml 1.1//NL" "../../dtd/kamerwrk-11.dtd"[]>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32123-X-89/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2009-2010</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_10__1.1" markup="1xa" />
    <ordernr>KST139420</ordernr>
    <vergjaar>2009-2010</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>32 123 X</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie
(X) voor het jaar 2010</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>89</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg />
      <al>Den Haag, <datum>21 december 2009</datum></al>
      <witreg />
      <al>Op 8&#xA0;december jl. heeft de Kamer gestemd over de moties die zijn
ingediend naar aanleiding van de defensiebegroting 2010. Hierbij wordt u ge&#xEF;nformeerd
over de wijze waarop de regering met de aangenomen moties zal omgaan.</al>
      <witreg />
      <al>Met deze brief voldoen wij tevens aan het verzoek van de vaste commissie
voor Defensie van 11&#xA0;december jl. (kenmerk 2009Z24235/2009D63694).</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Defensie,</functie>
        <naam>E. van Middelkoop</naam>
        <functie>De staatssecretaris van Defensie,</functie>
        <naam>J. G. de Vries</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Poppe en Van Velzen over veteranen
met een post traumatisch stress syndroom (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;62)</tuskop>
      <al>De Politieacademie begint in januari 2010 met het onderzoek naar de aard
en omvang van de contacten tussen de politie en veteranen. Defensie is hierbij
betrokken. Aangezien het onderzoek een doorlooptijd heeft van acht maanden
zijn de resultaten niet eerder dan in augustus 2010 te verwachten. Zodra de
resultaten beschikbaar zijn, zullen ze met een appreciatie naar de Kamer worden
gestuurd.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Van Velzen, Eijsink, Peters, Pechtold
en Voordewind over tekenen van het Verdrag van Oslo door NAVO-landen (32&#xA0;123
X, nr. 64)</tuskop>
      <al>Nederland zet zich in voor een spoedige ratificatie van een zo breed mogelijk
gedragen verdrag over clustermunitie en zal landen die het verdrag nog niet
hebben ondertekend blijven aansporen dit te doen. In het verdrag is een artikel
opgenomen waarin staat dat staten die partij zijn bij het verdrag niet-partijen
zullen aanmoedigen om toe te treden tot het verdrag. Uiteraard zal Nederland
actief uitvoering geven aan deze bepaling, ook binnen de Navo. Bovendien zullen
staten die partij zijn bij het verdrag trachten om niet-partijen te ontmoedigen
clustermunitie te gebruiken.</al>
      <witreg />
      <al>De behandeling in het parlement en een snelle voltooiing van de Nederlandse
ratificatieprocedure zouden de inspanningen van de regering verder ondersteunen
om andere landen te overtuigen toe te treden tot het clustermunitieverdrag.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Van Velzen, Eijsink en Voordewind over
ondertekening van het Verdrag van Ottawa (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;65)</tuskop>
      <al>Net als voor het clustermunitieverdrag, zet de regering zich in voor ondertekening
van het verdrag van Ottawa door landen, zoals de Verenigde Staten, die dit
nog niet hebben gedaan.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Knops, Voordewind en Eijsink over een
cyber security strategie (32&#xA0;123 X, nr. 66)</tuskop>
      <al>Binnen het Programma Nationale Veiligheid co&#xF6;rdineert het ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), als onderdeel van de
Nederlandse strategie Nationale Veiligheid, de beleidsontwikkeling betreffende
de weerbaarheid van de vitale sectoren tegen uitval van ICT. Defensie werkt
in de Interdepartementale Commissie van <nadruk type="cur">Chief Information
Officers</nadruk> (het ICCIO) onder verantwoordelijkheid van het ministerie
van BZK mee aan de totstandkoming van een rijksbrede strategie op het gebied
van informatiebeveiliging.</al>
      <witreg />
      <al>Gezien de ontwikkelingen binnen het digitale domein werkt Defensie ook
aan de ontwikkeling van specifiek defensiebeleid op dit vlak. Hierbij wordt
ook aandacht besteed aan het juridische kader. Verder speelt het organiseren
van kennisopbouw een belangrijke rol. Activiteiten worden afgestemd met het
nationale <nadruk type="cur">Governmental Computer EmergencyResponse Team</nadruk> onder leiding van het ministerie van BZK en andere rijksbreed opererende
organisaties. Dit geldt eveneens voor internationale organisaties als de Navo,
waaronder het <nadruk type="cur">Cooperative Cyber Defense Centre of Excellence</nadruk> in Estland en het NC3A te Den Haag. De Kamer zal uiterlijk 1&#xA0;maart
2010 worden ge&#xEF;nformeerd over de voortgang van de gekozen aanpak.</al>
      <witreg />
      <al>Ten slotte wordt in het kader van het interdepartementale project Verkenningen
aandacht besteed aan de dreigingen binnen het digitale domein en <nadruk type="cur">cyber warfare</nadruk>.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Knops, Ten Broeke, Voordewind en Eijsink
over langetermijncontracten met werkgevers (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;67)</tuskop>
      <al>Met het ge&#xEF;ntensiveerde reservistenbeleid worden stappen gezet om
de inzet van reservisten te vergroten en om de werkgevers van ingezette reservisten
beter te informeren en compenseren. Werkgevers zijn immers een belangrijke
partij bij de inzet van reservisten. Defensie zal voor de communicatie met
werkgevers gebruik maken van haar contacten bij het Platform Defensie Bedrijfsleven
en bij het Dienstencentrum Externe Bemiddeling, waar het nieuwe Expertise
Centrum <nadruk type="cur">Employer Support</nadruk> wordt ingericht.</al>
      <al>Defensie zal in de eerste instantie met individuele reservisten contracten
aangaan. Op termijn zal worden bezien of verdere formalisering van samenwerking
met bedrijven wenselijk en mogelijk is.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van het lid Knops over toepassing van de DMP-procedure
(32&#xA0;123 X, nr. 68)</tuskop>
      <al>Volgens het huidige beleid worden de B, C en D-fase van het Defensie Materieel
Proces (DMP) niet gecombineerd, tenzij hier goede redenen voor zijn. Deze
uitzonderingen zijn opgenomen in de brochure &#xAB;Hoofdlijnen van het DMP&#xBB;
die de Kamer op 18&#xA0;september 2007 heeft ontvangen (Kamerstuk 27&#xA0;830,
nr.&#xA0;46) en die op 13&#xA0;februari 2008 tijdens een algemeen overleg
is besproken (Kamerstuk 27&#xA0;830, nr.&#xA0;50). Het uitgangspunt is dat
een toereikende informatievoorziening aan de Kamer te allen tijde gewaarborgd
moet zijn. Zoals toegezegd in de brief van 19&#xA0;november jl. over het JSS-project
(Kamerstuk 32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;38) en tijdens het algemeen overleg van
26&#xA0;november jl. zal de Kamer ook tussen de rapportagemomenten van het
DMP worden ge&#xEF;nformeerd over belangrijke ontwikkelingen bij materieelprojecten
indien daartoe aanleiding bestaat, om daarmee de Kamer in staat te stellen
haar controlerende taak naar behoren te kunnen uitoefenen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Knops, Voordewind, Peters en Ten Broeke
over medegebruik van defensieterreinen (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;69)</tuskop>
      <al>Defensie erkent dat zij een maatschappelijke rol heeft op het gebied van
recreatie. Om die reden zijn alle reguliere militaire oefenterreinen opengesteld
voor natuurgericht recreatief medegebruik, zoals wandelen, fietsen en paardrijden.
Op verschillende plaatsen heeft Defensie hiervoor voorzieningen aangebracht,
zoals fietspaden en picknickplaatsen. Zelfs tijdens oefeningen zijn de meeste
terreinen toegankelijk. Van de oefenterreinen zijn slechts de Leusderheide,
vanwege ongesprongen munitie uit de Tweede Wereldoorlog, en de Wezeperberg
vanwege oefeningen met zwaar geniematerieel om veiligheidsredenen gesloten.
Schietterreinen zijn om dezelfde reden niet toegankelijk.</al>
      <witreg />
      <al>De beleidsregel recreatief medegebruik, waarin medegebruik door lawaaisporten
zoals auto- en motorsport zoveel mogelijk wordt be&#xEB;indigd, wordt op dit
moment herzien.</al>
      <al>Deze beleidsregel is opgesteld om de rustzoekende recreant van dienst
te zijn, de natuurwaarden te beschermen en spanning met wet- en regelgeving
te voorkomen. Bij de herziening komt onder meer aan de orde of er defensieterreinen
buiten de ecologische hoofdstructuur en Natura2000 gebieden zijn die zich
lenen voor lawaaisporten. Het gaat dan om incidentele activiteiten en niet
om permanente auto- of motorcircuits. Medegebruik mag niet leiden
tot een beperking van de operationele mogelijkheden of tot een strenger vergunningenregime
voor Defensie.</al>
      <witreg />
      <al>Er zijn op dit moment vier motorcrosscircuits op defensieterreinen. Deze
worden alleen verplaatst als er een alternatief voorhanden is. Dat is bijvoorbeeld
nu al het geval voor de motorcrossclub uit Ede. Deze verhuist naar een defensieterrein
in Arnhem. Het al dan niet verpachten van gronden voor recreatiedoeleinden
en de voortzetting van pachtovereenkomsten zullen per geval worden beoordeeld.
Er is geen beleid om pachtovereenkomsten systematisch te be&#xEB;indigen.
Zo nodig zal Defensie in overleg treden met belangenverenigingen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van het lid Eijsink over het onderzoeksprogramma
bij TNO (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;73)</tuskop>
      <al>Over de motie om ook voor 2010 geen onomkeerbare stappen te zetten in
het onderzoeksprogramma bij TNO en de herijking van de kennisportfolio heeft
de Kamer afzonderlijk een brief ontvangen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Eijsink, Knops, Ten Broeke en Voordewind
over in stand houden van materieelsystemen (32&#xA0;123-X, nr.&#xA0;74)</tuskop>
      <al>Voor het onderhoud van nieuw materieel wordt door de Defensie Materieel
Organisatie (DMO) een plan van aanpak opgesteld. Ook werkt Defensie aan plannen
voor het onderhoud van materieel in het kader van de voorziene <nadruk type="cur">redeployment</nadruk> uit Afghanistan. In beide gevallen wordt vastgesteld
of Defensie voldoende capaciteit en expertise heeft voor het onderhoud. Wanneer
dit niet mogelijk of doelmatig is, zal het onderhoud worden uitbesteed aan
onderhoudsbedrijven buiten Defensie of zullen de mogelijkheden tot samenwerking
met andere landen worden onderzocht.</al>
      <witreg />
      <al>In die gevallen dat Defensie besluit tot de uitbesteding van onderhoudswerkzaamheden
zullen de Europese aanbestedingsregels in acht worden genomen bij het onderhoud
van materieel dat niet onder de uitzonderingen van artikel 346 van het Verdrag
van Lissabon valt (het oude artikel 296 EG-verdrag). Hierdoor zullen ook buitenlandse
bedrijven in de gelegenheid worden gesteld tot deelname aan de aanbestedingsprocedure.
Indien dit artikel wel wordt toegepast, stelt dit Defensie in staat rekening
te houden met de positie van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook dan blijft
echter het uitgangspunt dat bij uitbesteding concurrentie zal worden gesteld.
Wanneer bij het opstellen van onderhoudsplannen wordt geconcludeerd dat de
onderhoudswerkzaamheden uitbesteed moeten worden, zullen de mogelijkheden
om de bedrijven daarbij te betrekken worden onderzocht.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Eijsink, Knops en Voordewind over be&#xEB;indigen
van betrokkenheid bij het 5&#xA0;mei-defil&#xE9; (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;75)</tuskop>
      <al>Met de organisator van de 5&#xA0;mei viering in Wageningen, het Nationaal
Comit&#xE9; Herdenking Capitulaties, is reeds afgesproken dat na de viering
in het jubileumjaar 2010 zal worden gesproken over de betrokkenheid van Defensie
bij de nog te volgen vieringen. In dat overleg zal Defensie de motie, die
oproept om nog drie jaar te ondersteunen en dan te stoppen, als uitgangspunt
nemen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Eijsink, Voordewind en Knops over een
fonds voor het ontwikkelen van militaire producten door mkb-bedrijven (32&#xA0;123
X, nr.&#xA0;76)</tuskop>
      <al>In het kader van de Defensie Industrie Strategie (DIS) onderzoekt Defensie
momenteel de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een <nadruk type="cur">Launching Customer</nadruk> instrument. Een instrument zoals een fonds voor
de ontwikkeling van militaire producten waarbij zowel Defensie als de industrie
een bijdrage leveren aan technologie- en productontwikkeling kan daarbij een
belangrijke stap voorwaarts zijn. Voorwaarde is hierbij dat het voorstel de
bestaande begrotingssystematiek volgt. Defensie heeft wel behoefte aan een
duidelijke <nadruk type="cur">business case</nadruk> die de kosten en de baten
per ingediend voorstel inzichtelijk maakt.</al>
      <al>Daarnaast zal moeten worden bezien hoe het beoogde voorstel kan worden
ingepast in de keten van behoeftestelling, technologieen productontwikkeling
en productverwerving. De industrie zal worden benaderd om de mogelijkheden
van een instrument zoals een gezamenlijk fonds uit te werken. Hierover zal
de Kamer in het najaar van 2010 worden ge&#xEF;nformeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van het lid Brinkman over openbaar maken van toelages
en bijzondere beloningen van de top van Defensie (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;77)</tuskop>
      <al>De Kamer zal uiterlijk 1&#xA0;februari 2010 worden ge&#xEF;nformeerd over
de bijzondere toelagen en beloningen die de vlag- en opperofficieren en burgers
met vergelijkbare schalen in 2009 hebben ontvangen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Voordewind en Eijsink over prioriteit
voor een vliegende radar (32&#xA0;123 X, nr.&#xA0;78)</tuskop>
      <al>Defensie zal zich inzetten voor de financiering via de Maatschappelijke
Innovatie Agenda (MIA) Veiligheid van de ontwikkeling van een vliegende radar
die zowel boven land als boven de zee kan functioneren. Het is echter niet
op voorhand zeker of dit voorstel zal worden geselecteerd uit de projecten
die in de tweede tender van de MIA-Veiligheid worden ingediend. De Kamer wordt
uiterlijk 1&#xA0;april 2010 over de voortgang ge&#xEF;nformeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie van de leden Peters en Knops over intensivering
van SSR-activiteiten (32&#xA0;123 X, nr. 84)</tuskop>
      <al>Nederland is reeds zeer actief op het gebied van <nadruk type="cur">Security
Sector Reform</nadruk> (SSR) en heeft verschillende instrumenten ontwikkeld
om SSR-activiteiten te ondersteunen, zoals het Stabiliteitsfonds, uitbreiding
van de Korte Missie pool, Defensie expertise voor SSR en het <nadruk type="cur">International Security Sector Advisory Team</nadruk>. Het interdepartementale
SSR-team waarvan de motie melding maakt is echter in 2007 opgeheven.</al>
      <witreg />
      <al>Het is niet zo dat er wereldwijd in algemene zin een gebrek is aan SSR-specialisten.
Wel is er schaarste in de categorie experts die ervaring heeft met SSR-processen
die meer dan &#xE9;&#xE9;n terrein beslaan, bijvoorbeeld de versterking
van bestuur. Politietrainers vallen niet in deze categorie.</al>
      <witreg />
      <al>In Nederland heeft de Koninklijke marechaussee 153 functies beschikbaar
voor internationale civiele vredesmissies. De politie heeft recent de capaciteit
voor missies en SSR-activiteiten uitgebreid van 40 naar 100 functies. Het
is tot nu toe niet voorgekomen dat Nederland niet heeft kunnen deelnemen aan
een missie door gebrek aan capaciteit.</al>
      <witreg />
      <al>In de motie wordt de regering verzocht de Kamer te informeren over de
mogelijkheden om in te zetten op intensivering van SSR-activiteiten bij buitenlandse
missies, met een focus op politietraining. De regering is van mening dat het
niet de voorkeur heeft om bij voorbaat deze focus aan te brengen. Het doel
en de lokale vraag dienen bij de inzet van middelen voorop te staan. De Kamer
zal voor 1&#xA0;april 2010 nader worden ge&#xEF;nformeerd over de mogelijkheden
tot intensivering van SSR-activiteiten bij buitenlandse missies.</al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>