Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731985 nr. 44

31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek

Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2016

De Commissie heeft een concept van de CETA-verklaring met de lidstaten gedeeld. Het betreft een gemeenschappelijke interpretatieve verklaring die tegelijkertijd met CETA moet worden ondertekend. Zoals toegezegd in de geannoteerde agenda voor de RBZ/Handel (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1670) doe ik u hierbij een appreciatie toekomen van de verklaring1.

De verklaring bestaat uit een inleiding gevolgd door verschillende paragrafen. Met deze verklaring geven Canada, de EU en haar lidstaten een heldere boodschap af over wat zij op gevoelige terreinen zijn overeengekomen. De verklaring gaat specifiek in op het recht om te reguleren, samenwerking op regelgeving, publieke diensten, investeringsbescherming, handel en duurzame ontwikkeling, bescherming van werknemers, milieubescherming, herziening en consultatie van stakeholders, water, overheidsaanbestedingen en inheemse bevolking.

Aard van de verklaring

De CETA-verklaring is een gemeenschappelijke interpretatieve verklaring. De verklaring geeft een ondubbelzinnige uitleg over wat Canada, de EU en haar lidstaten overeen zijn gekomen in CETA. Het legt de overeenstemming tussen partijen vast met betrekking tot de uitlegging van het verdrag en/of de toepassing van zijn bepalingen. Zoals neergelegd in artikel 31 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht en het internationaal gewoonterecht zijn partijen verplicht om bij de uitlegging en toepassing van CETA rekening te houden met de inhoud van de verklaring.

Concreet betekent dit dat de verplichtingen en beleidsruimte van overheden helder in kaart zijn gebracht zodat eens te meer duidelijk is dat CETA overheden bijvoorbeeld niet dwingt om publieke diensten te privatiseren. De interpretatieve verklaring heeft daarnaast juridische waarde in het geval van geschillenbeslechting.

Voor CETA betekent dit dat zowel in het geval van geschillenbeslechting onder het Investment Court System als in het geval van geschillenbeslechting tussen de Verdragspartijen EU en Canada de rechter ingevolge het verdragenrecht en het gewoonterecht gehouden is de interpretatieve verklaring te betrekken bij uitlegging van de verplichtingen die uit CETA volgen. De intentie van partijen, zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke interpretatieve verklaring, is van belang op het moment dat de rechter een geschil moet beslechten. In het geval van geschillenbeslechting onder het Investment Court System kunnen overheden bijvoorbeeld een beroep doen op het recht om te reguleren zoals bevestigd in de verklaring en de bevoegdheid om wetten in het publiek belang op te stellen. In het geval van geschillenbeslechting tussen de EU en Canada kunnen partijen eveneens een beroep doen op de verklaring, bijvoorbeeld op het vereiste dat geïmporteerde producten gewoon moeten voldoen aan nationale standaarden. Het panel zal de verklaring gebruiken in de interpretatie van de verplichtingen die uit CETA volgen.

Inhoud van de verklaring

De verklaring biedt een heldere bevestiging van wat Canada, de EU en de EU-lidstaten overeen zijn gekomen in een aantal CETA-bepalingen die onderwerp zijn geworden van het publieke debat. CETA is een moderne en progressieve handelsovereenkomst die een impuls geeft aan handel en tegelijkertijd gedeelde waarden beschermt en versterkt.

In de inleiding van de verklaring worden de belangrijkste doelstellingen van CETA uiteengezet. Onder andere wordt benadrukt dat Canada, de EU en haar lidstaten streven naar meer en eerlijke handel, het creëren van banen en duurzame economische ontwikkeling, en het behoud van het recht om te reguleren in het eigenbelang.

De verklaring bevestigt dat CETA geen afbreuk doet aan de standaarden op het terrein van voedsel- en productveiligheid, consumentenbescherming, gezondheid, milieu en arbeidsbescherming. Ook na inwerkingtreding van CETA moeten Canadese producten, dienstverleners en investeerders onverkort voldoen aan eisen die de EU en haar lidstaten zijn overeengekomen. Bovendien bevestigt de verklaring dat CETA geen afbreuk doet aan het recht van overheden om te reguleren in het publiek belang, waardoor het gebruik van het voorzorgsprincipe wordt verankerd. Partijen behouden de bevoegdheid om wetten en regels in het publieke belang op te stellen en om legitieme doelstellingen na te streven zoals de bescherming van volksgezondheid, sociale diensten, publiek onderwijs, veiligheid, milieu, publieke moraal, sociale- of consumentenbescherming en de bescherming van culturele diversiteit.

De verklaring verduidelijkt dat samenwerking op regelgeving op vrijwillige basis plaatsvindt en evenmin zorgt voor risico’s op het terrein van het recht om te reguleren. Wat betreft publieke diensten is ondubbelzinnig opgenomen dat niets in CETA afdoet aan de mogelijkheden voor overheden om publieke diensten te leveren en te reguleren. Ook wordt duidelijk gesteld dat niets in CETA overheden dwingt om diensten te privatiseren of om nieuwe diensten als publieke dienst aan te merken.

De verklaring gaat ook in op het nieuwe systeem van investeringsbescherming en bevestigt de onafhankelijkheid en het permanente karakter van het tribunaal en het beroepshof. Het legt duidelijk uit dat leden van het tribunaal een hoge mate van expertise hebben, aangesteld door de EU en Canada voor een vooraf bepaalde tijd en met strikte gedragsregels. Ook wordt vermeld dat met het oog op consistentie en om fouten te voorkomen een beroepsmechanisme wordt ingesteld. Gezien het maatschappelijke debat hierover wordt bevestigd dat geen afbreuk wordt gedaan aan het recht van overheden om te reguleren. De hoogte van eventuele compensatie wordt gebaseerd op objectieve factoren en zal niet hoger zijn dan de geleden schade.

De verklaring bevestigt het belang dat partijen hechten aan duurzame ontwikkeling en dat CETA bindende afspraken op het terrein van de bescherming van werknemers en milieu bevat. Canada, de EU en de EU-lidstaten kunnen elkaar aanspreken wanneer ILO-conventies en internationale afspraken over bijvoorbeeld klimaatverandering niet worden nageleefd. De EU en Canada bevestigen de belofte in de verklaring om binnen afzienbare tijd te kijken naar een herziening van het mechanisme voor de beslechting van geschillen onder de duurzaamheidshoofdstukken. De uitkomsten van het Nederlandse onderzoek over een sanctiemechanisme voor arbeids- en milieunormen kunnen hierin worden meegenomen.

Concluderend

De afgelopen twee jaar is een groot aantal moties door uw Kamer aangenomen en uitgevoerd door het kabinet. Het gaat hierbij over het openbaar maken van de onderhandelingsrichtsnoeren (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1437), aanpassing van de ISDS-clausule in CETA (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1544) het in het kader van een parlementair voorbehoud geen positie uitdragen over CETA (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1615), het uitsluiten van het Investment Court System van de voorlopige toepassing van CETA (Kamerstuk 31 985, nrs. 28 en 36), de inspanning dat (i) publieke diensten en (ii) andere sectoren als gemengde competentie worden aangemerkt zodat de Kamer zich hierover kan uitspreken (Kamerstuk 31 985, nr. 30) en dat het parlement zich kan uitspreken over het Investment Court System (Kamerstuk 31 985, nr. 32).

Het kabinet is daarnaast positief over de voorliggende CETA-verklaring. De verklaring bevat alle voor Nederland relevante onderwerpen waaronder op het gebied van publieke diensten, investeringsbescherming en ICS, de versterking van het geschillenbeslechtingsmechanisme in de duurzaamheidshoofdstukken en de bevestiging van het feit dat EU-standaarden niet ter discussie staan.

Gelet op de uitvoering van de aangenomen moties door het kabinet is het kabinet van mening dat met betrekking tot de inhoud van CETA is voldaan aan de wensen van de meerderheid van uw Kamer. De verklaring adresseert daarnaast op gedegen wijze de politieke en maatschappelijke zorgpunten die over CETA zijn geuit. Het kabinet is derhalve van mening dat CETA met alle bijbehorende stukken een ambitieuze handels- en investeringsagenda combineert met een duidelijke keus voor duurzaamheid en transparantie. Hiermee is CETA een voorbeeld voor een nieuw soort handelsverdrag, waarbij duurzaamheid en transparantie belangrijke uitganspunten vormen.

Tegelijkertijd is in de verklaring opgenomen dat bij de verdere uitwerking van CETA een sleutelrol is weggelegd voor relevante stakeholders. Ook hiermee kan CETA bepalend zijn in de wijze waarop stakeholders worden betrokken bij de uitvoering van een handelsverdrag.

Het kabinet neemt zich voor om in te stemmen met de Raadsbesluiten voor ondertekening en voorlopige toepassing, doorgeleiding van het Raadsbesluit tot sluiting naar het Europees Parlement en de CETA-verklaring.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.