﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE officiele-publicatie PUBLIC "-//Overheid//Officiele publicaties 1.0//NL" "http://standaarden.overheid.nl/op/dtd/offpublicatie.dtd"[]>
<officiele-publicatie>
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31936-35/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2009-2010</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>31 936</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel status="officieel">Luchtvaartbeleid</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">35</ondernummer></stuknr>
      <titel status="officieel">BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 16 september 2010 </al>
            <al-groep>
              <al>Op 14 april 2010 ontving ik het verzoek van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat om toezending van correspondentie met de Europese Commissie over vliegveld Eelde. Bij brief van 4 juni 2010<noot id="ID-79613-d27e137" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al> Kamerstuknr <extref reeks="Kst" doc="kst-31936-28" status="actief">31 936, nr. 28</extref>.
                        </noot.al></noot> heb ik u reeds meegedeeld dat ik graag voldoe aan het verzoek en u de documenten onder strikte vertrouwelijkheid ter beschikking zal stellen zodra overleg over de vertrouwelijkheid is afgerond. In reactie daarop dringt de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat in haar brief van 23 juni 2010 aan op spoedige toezending en – zo nodig – een nadere onderbouwing van het door mij aangekondigde beroep op vertrouwelijkheid mede in relatie tot de motie van uw Kamer van 2 februari 2010<noot id="ID-79613-d27e147" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al> Kamerstuknr <extref reeks="Kst" doc="kst-32123-XIV-147" status="actief">32 123 XIV, nr. 147</extref>. 
                        </noot.al></noot>. In mijn brief van 1 juli 2010<noot id="ID-79613-d27e160" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al> Kamerstuknr <extref reeks="Kst" doc="kst-31936-32" status="actief">31 936, nr. 32</extref>.
                        </noot.al></noot> heb ik mijn beroep op vertrouwelijkheid nader onderbouwd en u uitgelegd dat ik nog overleg voer met de Europese Commissie. In haar brief van 5 juli 2010 herhaalt de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat haar verzoek en dringt erop aan de gevraagde correspondentie tussen het Rijk en de Europese Commissie in zijn geheel in de openbaarheid aan de Kamer te verstrekken.</al>
            </al-groep>
            <al>Het overleg met de Europese Commissie is afgerond. Dit overleg is gevoerd naar aanleiding van een bij de Europese Commissie ingediend verzoek om toegang tot de betreffende documenten, waarbij de Europese Commissie mij geraadpleegd heeft. Op grond hiervan heb ik besloten om in overeenstemming met de beleidslijn van de Europese Commissie een groot deel van de correspondentie openbaar ter beschikking te stellen. De betreffende stukken voeg ik hierbij.<noot id="ID-79613-d27e179" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al> Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.</noot.al></noot></al>
            <al>Voor een ander deel echter, dat ofwel betrekking heeft op bedrijfsvertrouwelijke informatie, ofwel betrekking heeft op maatregelen waarover de Europese Commissie nog een uitspraak zal doen, handhaaf ik mijn verzoek om vertrouwelijkheid in acht te nemen. Deze documenten zal ik u per separaat schrijven doen toekomen.<noot id="ID-79613-d27e193" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al> De vertrouwelijke bijlagen zijn ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.</noot.al></noot></al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>C. M. P. S.</voornaam>
              <achternaam>Eurlings</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>