<?xml version="1.0" encoding="us-ascii"?>
<!DOCTYPE kamerwrk PUBLIC "-//SDU//DTD kamerwerk xml 1.1//NL" "../../dtd/kamerwrk-11.dtd"[]>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31765-5/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2009-2010</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_10__1.1" markup="1xa" />
    <ordernr>KST135726</ordernr>
    <vergjaar>2009-2010</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>31 765</nummer>
      <naam>Kwaliteit van zorg</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>5</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg />
      <al>Den Haag, <datum>12 oktober 2009</datum></al>
      <witreg />
      <al>Hierbij bied ik u &#x2013; voorzien van mijn reactie &#x2013; het advies &#xAB;Geven
en nemen in de spreekkamer&#xBB; aan, dat de Raad voor de Volksgezondheid &amp;
Zorg onlangs heeft uitgebracht.<voetref refid="v1.1" nr="1" /></al>
      <al>In de reeds eerder uitgebrachte RVZ-adviezen &#xAB;Vertrouwen in de arts&#xBB;
(kamerstuk 30&#xA0;800 XVI, nr.&#xA0;171) en &#xAB;Goed pati&#xEB;ntschap&#xBB;
heeft de RVZ gekeken naar de afzonderlijke rollen van de zorgverlener en de
pati&#xEB;nt. Het advies &#xAB;Geven en nemen in de spreekkamer&#xBB; is
het vervolg op deze adviezen, waarbij met name de veranderende verhoudingen
tussen zorgverlener en pati&#xEB;nt verder uitgewerkt worden.</al>
      <witreg />
      <al>Uitgangspunt bij de drie adviezen is de noodzaak van een goede relatie
tussen zorgverlener en pati&#xEB;nt en helderheid over wederzijdse verantwoordelijkheden.
De centrale vraag die de RVZ zich stelt is welke verantwoordelijkheden gelden
voor de behandelaar en de pati&#xEB;nt om tot een effectieve en effici&#xEB;nte
zorgrelatie te komen.</al>
      <witreg />
      <al>Om die vraag te beantwoorden is de RVZ een brede discussie gestart tussen
pati&#xEB;nten, zorgverleners, zorgorganisaties en verzekeraars. Hieruit kwam
een debattenreeks voort, waarbij is samengewerkt met KNMG en NPCF. Dit heeft
geleid tot lokale en regionale discussiebijeenkomsten en aanvullende activiteiten
zoals aanvullende vragen aan de jaarlijkse monitor van het consumentenpanel
van het NIVEL. De debattenreeks is afgesloten met een landelijke slotconferentie.</al>
      <witreg />
      <al>Deze intensieve aanpak heeft geleid tot dit advies en tot vijf aanbevelingen
die de RVZ doet in dit advies. In het navolgende geef ik bij de aanbevelingen
mijn reactie.</al>
      <tuskop letat="vet">1.&#x2002;Het bewaken en concretiseren van zorginhoudelijke
autonomie (van de zorgverlener)</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De RVZ ziet het belang van een pati&#xEB;nt die een
meer verantwoordelijke houding aanneemt t.o.v. zijn eigen gezondheid. De overheid
moet die verantwoordelijkheid concretiseren. Deze verduidelijking moet gestalte
krijgen door formulering van goede richtlijnen waarin de Regieraad een aanjaagfunctie
kan innemen.</nadruk>
      </al>
      <witreg />
      <al>De basis voor goede zorg is de vertrouwensband tussen cli&#xEB;nt en zorgverlener.
Het gaat om wederzijds vertrouwen. De cli&#xEB;nt moet erop kunnen rekenen
dat de zorg goed is, dat zijn rechten goed geregeld zijn en dat die rechten
door de zorgverlener gerespecteerd worden. Belangrijke factoren daarbij zijn
respect en keuzevrijheid. Wederzijds vertrouwen is anderzijds ook voor de
zorgverlener de basis om aan de cli&#xEB;nt alle relevante vragen te kunnen
stellen en met hem de mogelijkheden door te nemen voor de beste zorgverlening.</al>
      <al>De cli&#xEB;nt heeft in die relatie zeker zijn eigen verantwoordelijkheid.
Ik ben dat zeer eens met de RVZ. Het gaat om een verantwoordelijkheid zowel
jegens zijn directe zorgverlener als jegens de samenleving. Kern ervan is
dat ook de cli&#xEB;nt zich moet inspannen om resultaat uit de behandeling
te halen. Dat is natuurlijk sterk afhankelijk van de mogelijkheden van de
cli&#xEB;nt en dus per geval verschillend, maar het gaat om de grondhouding.
Tegenover de zorgverlener betekent dat, dat de cli&#xEB;nt hem ook in staat
moet stellen goede zorg te verlenen door bijvoorbeeld het geven van inlichtingen
en medewerking. Van de cli&#xEB;nt mag worden verwacht dat hij binnen zijn
vermogens meedenkt en -beslist over en meewerkt aan de behandeling, verpleging
en verzorging. Hij dient goede adviezen op te volgen en leefregels in acht
te nemen. Ook mag worden verwacht dat hij de algemeen geldende omgangsvormen
in acht neemt en zorgverleners met respect tegemoet treedt. Dus geen agressief
gedrag, geen onredelijke eisen en op tijd op afspraken verschijnen. Tot slot
moet hij ook gewoon zijn zakelijke verplichtingen nakomen. Ik vind het ook
de taak van zorgverleners om cli&#xEB;nten aan te spreken op onverantwoord
gedrag en ook grenzen te stellen als dat nodig is.</al>
      <witreg />
      <al>Open communicatie, wederzijdse inspanningen en gezamenlijke besluiten
tussen zorgverlener en cli&#xEB;nt zijn dus van belang. Het vraagt ook om
beslissingsruimte in de spreekkamer tussen arts en pati&#xEB;nt. Om de betrokkenheid
van de pati&#xEB;nt voor langere tijd te garanderen zijn soms concessies nodig
op klinische behandelresultaten. Dat moet mogelijk zijn.</al>
      <witreg />
      <al>Richtlijnen opgesteld door de betrokken organisaties van zorgprofessionals
samen met cli&#xEB;nten kunnen zorgverleners hierbij ondersteunen. Zoals de
RVZ adviseert ben ik graag bereid om dit aspect onder de aandacht te brengen
van de Regieraad die de richtlijnontwikkeling de komende periode een impuls
moet gaan geven.</al>
      <tuskop letat="vet">2.&#x2002;In richtlijnen en nascholing aandacht voor communicatie
en het gebruik van zorgplannen</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De RVZ hecht groot belang aan nascholing op het gebied
van communicatievaardigheden en het gebruik van zorgplannen. Om vrijblijvendheid
te voorkomen adviseert de RVZ ook een koppeling van deze nieuwe eisen voor
nascholing met herregistratie.</nadruk>
      </al>
      <witreg />
      <al>Het aanleren van goede communicatievaardigheden behoort een belangrijk
onderdeel van de opleiding van beroepsbeoefenaren in de zorg te zijn. In het
merendeel van de beroeps- en opleidingsprofielen is dit ook al het geval.
Het nieuwe Raamplan artsenopleiding 2009 van de NFU (Nederlandse
Federatie van de Universitaire medische centra) beschrijft bijvoorbeeld 7
competentiedomeinen waaraan een arts moet voldoen, waaronder het competentiedomein
communicator.</al>
      <witreg />
      <al>Ook het gebruik van zorgplannen is van groot belang: om deze reden is
het gebruik van zorgplannen in de langdurende zorg verplicht gesteld. Nascholing
op het gebruik van zorgplannen in de praktijk is dan ook noodzakelijk. Dit
RVZ-advies zal ik meegeven aan de desbetreffende beroepsorganisaties die verantwoordelijk
zijn voor de invulling van de nascholing. Daarnaast zal ik de Regieraad die
zich bezighoudt met het stimuleren van richtlijnen, attenderen op deze aanbeveling.</al>
      <witreg />
      <al>Wat betreft de koppeling van nascholing en herregistratie kan ik u melden
dat vanaf&#xA0;1&#xA0;januari 2009 is gestart met herregistratie ingevolge
de Wet BIG (de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). Vanaf
die datum moeten verpleegkundigen, verloskundigen en fysiotherapeuten zich
elke vijf jaar herregistreren. Voor de overige beroepen (apothekers, artsen,
gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten en de tandartsen) volgt herregistratie
op een later tijdstip. Er zijn twee afzonderlijke criteria voor herregistratie
gesteld: werkervaring of scholing. Met deze aanpak is een eerste stap gezet
waarbij voorwaarden worden gesteld voor herregistratie.</al>
      <al>De tijd is nu nog niet rijp om nascholing op het terrein van communicatie
en gebruik van zorgplannen, verplicht te stellen bij herregistratie.</al>
      <al>Naar verwachting zal deze koppeling in de toekomst wel zijn beslag krijgen
als vervolg op de huidige aanpak waarbij de herregistratie aan de werkervaring
wordt gekoppeld.</al>
      <tuskop letat="vet">3.&#x2002;Initiatieven rondom coaching en scholing van pati&#xEB;nten
actief ondersteunen</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Gezien de huidige ontwikkelingen in de zorg is het
van belang dat de overheid snel duidelijk is naar pati&#xEB;ntenorganisaties
over hun rol richting pati&#xEB;nten en de randvoorwaarden die aanwezig moeten
zijn om de pati&#xEB;ntenorganisaties deze rol te laten vervullen.</nadruk>
      </al>
      <witreg />
      <al>Voor een versterking van de positie van de individuele zorggebruiker zijn
krachtige vertegenwoordigende organisaties noodzakelijk. Deze pgo-organisaties
(pati&#xEB;nten, gehandicapten en/of ouderen) hebben een belangrijke rol in
de stelsels van zorg en ondersteuning. Als ervaringsdeskundigen vervullen
zij deze rol onder meer door het opzetten van lotgenotencontact, maar richten
zij zich ook steeds meer op belangenbehartiging en voorlichting. Om deze rol
te vervullen ondersteunen wij deze organisaties door middel van subsidies.
Naast een basis- en ontwikkelingssubsidie voor structurele activiteiten en
professionalisering, kunnen pgo-organisaties aanvullende projectsubsidie(s)
ontvangen voor projecten die direct bijdragen aan de versterking van de positie
van pati&#xEB;nten, gehandicapten en/of ouderen. Ook de organisaties die projecten
rondom coaching en scholing willen uitvoeren en aan de criteria, oftewel randvoorwaarden,
voldoen, kunnen worden ondersteund.</al>
      <witreg />
      <al>De RVZ heeft inmiddels een vervolgadvies ter hand genomen waarin de raad
zich richt op de vraag hoe voor de toekomst de veranderende zorgvraag te accomoderen
in het nieuwe zorgstelsel; Hoe kan de vraagzijde als effectieve countervailing
power binnen de veranderende bestuurlijke verhoudingen optreden. Ik verwacht
dat dit advies kan bijdragen aan de versterking van de vraagzijde in de zorg
(de derde partij) en hoop het advies spoedig te ontvangen.</al>
      <tuskop letat="vet">4.&#x2002;Effectief gebruik van tijd stimuleren door een
duidelijke taakverdeling tussen arts en (gespecialiseerde) verpleegkundigen
en het stimuleren van een zelfstandige positie van de verpleegkundige in de
zorgverlening.</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Volgens de RVZ is effectief gebruik van tijd mogelijk
door de gespecialiseerde verpleegkundige taken over te laten nemen van de
arts, van belang daarbij is duidelijkheid over de functies en verantwoordelijkheidsverdeling,
maar ook de produktgerelateerde financieringssystematiek. Daarmee wordt verpleegkundige
zorg een zelfstandig onderdeel in de zorgverlening.</nadruk>
      </al>
      <witreg />
      <al>De RVZ bouwt in dit advies voort op eerdere aanbevelingen. Professionalisering
van het verpleegkundig beroep is van groot belang. De verpleegkundig specialist
neemt de plaats in tussen de verpleegkundige en de arts en krijgt onderzoekende
en coachende taken. Daarbij is ook de organisatorische inbedding van de zelfstandige
positie van de verpleegkundig specialist van belang.</al>
      <witreg />
      <al>In 2003 heeft de RVZ in het advies Taakherschikking in de Gezondheidszorg
beleidsproblemen bij taakherschikking in vijf clusters ondergebracht: onzekerheid
over de acceptatie van taakherschikking bij pati&#xEB;nten, domeindenken bij
beroepsgroepen, onzekerheid over de effecten van taakherschikking, juridische
obstakels en financi&#xEB;le barri&#xE8;res. Mijn voorganger heeft in antwoord
hierop een aantal acties in gang gezet, waaronder het in het leven roepen
van een centrale stuurgroep om de voortgang van de gewenste ontwikkelingen
te stimuleren en de vernieuwingen in te voeren in de zorg.</al>
      <witreg />
      <al>In 2008 heeft de RVZ geadviseerd in het advies Zorginkoop. Dit advies
gaat in op het kwaliteitstekort in combinatie met de sterke groei van de zorguitgaven,
maar ook op de eerste lijn als ketenregisseur en fundholder voor de zorgverzekeraar.
In mijn reactie op dit advies (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007&#x2013;2008,
29&#xA0;689, nr 216) geef ik daarover al aan dat ik het van belang acht om
belemmeringen weg te nemen die het leveren van maatwerk in de ketenzorg kunnen
bemoeilijken.</al>
      <witreg />
      <al>Mensen met chronische aandoeningen, zoals diabetes of COPD, hebben immers
vaak levenslang zorg en ondersteuning nodig. Dat vraagt om zorg die het liefst
dicht bij huis &#xE9;n in goede samenhang wordt verleend. Het vraagt erom
dat de zorg rond de pati&#xEB;nt wordt georganiseerd, en niet de pati&#xEB;nt
rond de zorg. Daarbij is het van belang oog te hebben voor het feit dat pati&#xEB;nten
met chronische aandoeningen meerdere ziekten kunnen hebben. Dit vergt integrale
zorgverlening. In mijn brief &#xAB;Pati&#xEB;nt centraal door een omslag
naar functionele bekostiging&#xBB; van 22&#xA0;december 2008 (Tweede Kamer,
vergaderjaar 2008&#x2013;2009, 29&#xA0;247, nr.&#xA0;84) heb ik daarom aangekondigd
de zorg voor chronisch zieken zoveel mogelijk integraal te willen bekostigen
door middel van functionele bekostiging.</al>
      <al>Door bekostiging te baseren op heldere op zorgstandaarden gebaseerde functieomschrijvingen,
ontstaat een betaaltitel voor integrale zorg. Daarmee kan door de zorgverzekeraars
de zorg integraal worden ingekocht en worden zorgaanbieders gestimuleerd om
te gaan samenwerken in ketens die zijn vormgegeven rondom de zorgvraag. Doordat
de samenwerking in de zorg wordt gestimuleerd kan de kwaliteit van de zorg
worden verbeterd. De functiegerichte benadering van de zorg bevordert ook
dat de zorg op de meest doelmatige en effectieve wijze wordt uitgevoerd.</al>
      <al>Overigens wil ik het mogelijk maken dat nieuwe beroepen of oude beroepen
met een nieuw deskundigheidsgebied bevoegdheden krijgen tot het zelfstandig
indiceren van voorbehouden handelingen. Ik zal daartoe de wet
BIG (de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg) wijzigen. Deze
beroepen worden middels AMvB geregeld, bijvoorbeeld de verpleegkundig specialist.
Deze wetswijziging gaat naar alle waarschijnlijkheid nog dit jaar naar de
Tweede Kamer.</al>
      <tuskop letat="vet">5.&#x2002;Voortzetten van het debat</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De RVZ pleit voor voortzetting van het debat rondom
de definitie van goede zorgverlening. Voor pati&#xEB;nten, zorgverleners,
instellingsbestuurders en zorgverzekeraars is hier een rol weggelegd.</nadruk>
      </al>
      <witreg />
      <al>Een mooi resultaat van de debattenreeks is dat de KNMG en de NPCF elkaar
gevonden hebben rondom een belangrijk onderwerp.</al>
      <al>De KNMG geeft aan dat het heel belangrijk is voor een arts om feedback
te krijgen van pati&#xEB;nten. Daarvoor moet wel voldoende capaciteit, tijd
en gelegenheid worden gecre&#xEB;erd. Communicatie in de opleiding en nascholing
is voor de KNMG van groot belang. Vanuit de NPCF wordt vooral gekeken naar
de veranderende rollen en verantwoordelijkheden van pati&#xEB;nt en hulpverlener.
De NPCF ziet voor zichzelf en de aangesloten pati&#xEB;ntenorganisaties een
rol in het bevorderen van zelfmanagement.</al>
      <witreg />
      <al>Een belangrijk resultaat van de debatreeks is dat NPCF en KNMG de intentie
hebben uitgesproken actief verder te willen gaan met het debat over verhoudingen
in de spreekkamer. Dat vind ik een zeer waardevol initiatief. Hiermee kan
blijvend aandacht worden gevestigd op dit belangrijke thema.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>A. Klink</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>