Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031763 nr. 14

31 763
Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen

nr. 14
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID KALMA C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8

Ontvangen 1 december 2009

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt na onderdeel I een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ia. Afdeling 7 komt te luiden:

Afdeling 7. Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen

Artikel 166

1. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.

2. In een vennootschap, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over vrouwen en mannen bij:

a. het benoemen en het voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 132 lid 1, 133 en 162;

b. het opstellen van een profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen 142, 158 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 159;

c. het opstellen van een profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende bestuurders als bedoeld in artikel 164a lid 1 en 2.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een naamloze vennootschap die tot bestuurder is benoemd in:

a. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1; of

b. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.

II

In artikel I wordt na onderdeel O een onderdeel ingevoegd, luidende:

Oa. Afdeling 7 komt te luiden:

Afdeling 7. Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen

Artikel 276

1. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.

2. In een vennootschap, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over vrouwen en mannen bij:

a. het benoemen en het voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 242 lid 1, 243 en 272;

b. het opstellen van een profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen 252 lid 1 tot en met 3, 268 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 269;

c. het opstellen van een profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende bestuurders als bedoeld in artikel 274a lid 1 en 2.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in:

a. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1; of

b. een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.

III

In artikel I wordt na onderdeel O een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ob. Aan artikel 391 wordt een lid toegevoegd, luidende:

7. In het geval de artikelen 166 en 276 op een vennootschap van toepassing zijn en in die vennootschap de zetels in het bestuur of de raad van commissarissen, voor zover deze zetels zijn verdeeld over natuurlijke personen, niet evenwichtig zijn verdeeld over vrouwen en mannen als bedoeld in de artikelen 166 en 276, wordt in het jaarverslag uiteengezet:

a. waarom de zetels niet evenwichtig zijn verdeeld;

b. op welke wijze de vennootschap heeft getracht tot een evenwichtige verdeling van de zetels te komen; en

c. op welke wijze de vennootschap beoogt in de toekomst een evenwichtige verdeling van de zetels te realiseren.

IV

Na artikel IIIA wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIIB

Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 166 vervalt.

B

Artikel 276 vervalt.

C

Artikel 391 lid 7 vervalt.

V

Artikel IV komt te luiden:

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van artikel IIIB dat op 1 januari 2016 in werking treedt.

Toelichting

Dit amendement sluit aan bij de op 24 april 2008 door een ruime Kamer-meerderheid aangenomen motie-Kalma c.s. Daar werd gepleit voor het opnemen van streefcijfers voor de participatie van vrouwen in raden van bestuur en raden commissarissen in de code Tabaksblat. Aan deze motie is geen uitvoering gegeven.

Nederland kent in vergelijking tot andere landen een erg laag aantal vrouwen in bestuurlijke functies, en de verwachting is dat dit aantal op natuurlijke wijze nauwelijks zal groeien. Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat een eenzijdige samenstelling van raden van bestuur en raden van commissarissen leidt tot slechtere financiële resultaten en uit overwegingen van arbeidsmarktbeleid problematisch is. Dus niet alleen vanuit emancipatoir oogpunt, maar ook om sociaal-economische redenen is deze tijdelijke overheidsmaatregel wenselijk.

Het amendement regelt dat naamloze en besloten vennootschappen de betreffende zetels zodanig verdelen dat zij ten minste voor 30% worden bezet door vrouwen, en ten minste voor 30% door mannen. Dit streefcijfer geldt zowel voor one-tier als voor two-tier vennootschappen. Naamloze en besloten vennootschappen welke aan de streefcijferbepalingen dienen te voldoen, maar deze niet hebben bereikt, moeten in hun jaarverslag uiteenzetten waarom de zetels niet evenwichtig zijn verdeeld, op welke wijze de vennootschap heeft getracht tot een evenwichtige verdeling van de zetels te komen en op welke wijze zij beoogt in de toekomst een evenwichtige verdeling van de zetels te realiseren.

De streefcijfer-bepalingen zijn alleen van toepassing op grotere NV’s en BV’s. Naamloze en besloten vennootschappen vallen niet onder de streefcijfer-bepalingen indien zij (conform artikel 2:397 lid 1 BW) voldoen aan twee van de volgende drie vereisten:

1. de waarde van de activa van de vennootschap bedraagt volgens de balans met toelichting op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs niet meer dan € 17 500 000;

2. de netto-omzet van de vennootschap over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 35 000 000; en

3. het gemiddeld aantal werknemers van de vennootschap over het boekjaar bedraagt minder dan 250.

De streefcijfers kunnen – per definitie – geen betrekking hebben op bestuurzetels die worden bezet door naamloze of besloten vennootschappen. In dat geval dienen de besturen van die naamloze of besloten vennootschappen , zelf wel aan de streefcijfer-bepalingen te voldoen. Hetzelfde geldt voor de naamloze en besloten vennootschappen die weer bestuurder zijn van deze bestuurders. De verplichting wordt aldus aan de moeder-vennootschap doorgegeven, ook als deze zelf van kleinere omvang is. In hoeverre de naamloze of besloten vennootschappen als bestuurder voldoen aan de vereisten van artikel 2:397 lid 1 BW is in zo’n geval niet van belang.

De reikwijdte van de voorgestelde bepalingen beperkt zich in de tijd door het opnemen van een horizonbepaling, welke regelt dat de artikelen welke het amendement invoert in het Burgerlijk Wetboek, per 1 januari 2016 komen te vervallen.

Kalma

Van Vroonhoven-Kok

Weekers