﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31731-AC/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>31 731</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Integraal wetgevingsbeleid</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">AC</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 11 mei 2026</al>
            <al>Hierbij bied ik uw Kamer het onderzoeksrapport «Parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving» aan. Het onderzoek is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd door een team van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit Amsterdam onder leiding van prof. mr. L. Groen (VU) en prof. mr. S.A.J. Munneke (RUG).</al>
            <al>Het onderzoek is in 2025 opgestart ten vervolge van de brief van 29 november 2023 aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer.<noot id="ID-1247548-d40e75" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Brief van de Minister voor Rechtsbescherming, Kamerstukken I 2023/24, <extref doc="kst-31731-O" soort="document" status="actief">31 731, O</extref>.</noot.al></noot> Daarmee werd onder meer gereageerd op de wens van de beide Kamers om in het geval van een voorhangprocedure rond een ontwerp-algemene maatregel van bestuur tevens ook het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over dat ontwerpbesluit meegezonden te krijgen.<noot id="ID-1247548-d40e84" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Zie Kamerstukken I 2018/19, <extref doc="kst-34714-G" soort="document" status="actief">34 714, G</extref> en Kamerstukken II 2021–2022, <extref doc="kst-35957-10" soort="document" status="actief">35 957, nr. 10</extref>.</noot.al></noot></al>
            <al>In deze brief heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven in gezamenlijk overleg met beide Kamers te willen komen tot een visie op de vormen van parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving (ook wel voorhangprocedures genoemd) die het meeste recht doet aan de wensen van de Kamers en het kabinet. Daarbij zou met name ook de mogelijkheden bezien moeten worden om een vorm van parlementaire betrokkenheid te vinden waarin de Kamers na de adviesaanvraag bij de Afdeling advisering van de Raad van State de mogelijkheid hebben om opmerkingen bij het ontwerpbesluit te maken.</al>
            <al>Het doel van het onderzoek was primair om in kaart te brengen in welke mate parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving voorkomt. Deze praktijk wordt in het rapport afgezet tegen het normatieve kader dat is weergegeven in de Aanwijzingen voor de regelgeving. De beleidstheorie, inhoudende dat terughoudend met voorhang moet worden omgegaan, kan volgens de onderzoekers bevestigd noch ontkracht worden.</al>
            <al>In totaal zijn 569 wettelijke grondslagen voor voorhang gevonden. Op basis van deze grondslagen werden in de periode 2020–2024 in totaal 618 (ontwerp)besluiten en -regelingen aan het parlement gezonden. De grondslagen zijn verschillend van aard en volgens de onderzoekers niet altijd in lijn met de modelbepalingen uit de Aanwijzingen.</al>
            <al>Momenteel worden de uitkomsten en aanbevelingen van het rapport bestudeerd en wordt er een kabinetsreactie opgesteld. Gelijktijdig worden de contouren van een nieuwe uniforme voorhangprocedure uiteengezet. Hierbij wordt de wens van de beide Kamers betrokken om in het geval van voorhang ook het advies van de Raad van State meegezonden te krijgen. Na de zomer zal een kabinetsreactie op de bevindingen van het onderzoek aan uw Kamer worden verzonden.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>K.T. van</voornaam>
              <achternaam>Bruggen</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>