﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="sg" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31507-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>1/2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008 A</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_6_6__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST119522</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <volgnr>A</volgnr>
    <onderw>
      <nummer>31 507</nummer>
      <naam>Stichting Servicecentrum Scholenhuisvesting</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN</titel>
      <al>Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>11 juni 2008</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 12 juni 2008. De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen
te ontvangen kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien
leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen
worden gegeven uiterlijk 10 september 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging
bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk
op 10 september 2008 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken
van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Bij deze termijnen is rekening gehouden met de recesperiode
van de Tweede Kamer.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
(PO) en in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Schoolbesturenorganisaties
leg ik u hierbij voor conform artikel 34 Comptabiliteitswet en het Beleidskader
voor stichtingen het voornemen om een stichting op te richten voor het servicecentrum
voor onderwijshuisvesting. Tevens stuur ik u bijgaand de concept-statuten
en de concept-subsidiebeschikking voor de stichting.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit servicecentrum zal gemeenten en schoolbesturen voor voortgezet en
primair onderwijs ondersteunen en begeleiden bij hun keuze voor integrale
aanbestedingsvormen in de scholenbouw. Onder integraal aanbesteden wordt verstaan één
contract aan een privaat consortium waarbij van tevoren een gewenste kwaliteit
output en risicoverdeling worden afgesproken over de levensduur van een gebouw
waarbij twee of meer van de volgende onderdelen worden geïntegreerd:
ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en exploitatie. Door integratie van
deze onderdelen en benutting van de creativiteit en innovativiteit van private
partijen kan over de levensduur van een gebouw kwalitatieve en financiële
meerwaarde worden bereikt. Het schoolbestuur kan zich hierdoor meer richten
op haar kerntaak van onderwijs geven en hoeft zich minder zorgen te maken
over huisvestingsaangelegenheden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het servicecentrum wordt het centrale aanspreekpunt voor integrale aanbestedingsvormen
bij onderwijshuisvesting. Het doel van het servicecentrum is om scholen en
gemeenten binnen drie jaar in staat te stellen om door middel van innovatief
aanbesteden over de levensduur van schoolgebouwen meerwaarde («value
for money») te realiseren. Innovatieve projecten zullen worden gestimuleerd.
Het voornemen is om het servicecentrum de vorm van een stichting te geven
die zo dicht mogelijk is gepositioneerd bij de feitelijke beslissers over
investeringen in onderwijshuisvesting, namelijk de scholen en gemeenten. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hieronder geef ik achtereenvolgens een korte terugblik op de introductie
van innovatief aanbesteden bij onderwijshuisvesting, de argumenten voor de
oprichting een servicecentrum, het nut en de noodzaak voor het oprichten van
een stichting alsmede de voorgestelde governance.</al>
      <tuskop letat="cur">Terugblik en situatieschets</tuskop>
      <al>Conform de aanpak in andere sectoren ten aanzien van de introductie van
DBFMO-contracten (Design-Build-Finance-Maintain-Operate) is bij onderwijshuisvesting
in 2005 een pilotproject uitgevoerd (Montaigne Lyceum in Den Haag; tevens
het eerste DBFMO-gebouw in Nederland). De positieve evaluatie (zie hiervoor
www.minfin.nl/pps) hiervan toont aan dat DBFMO en meer in den brede integraal
aanbesteden bij scholen in de praktijk werkt en meerwaarde oplevert. Ook in
andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België is integraal
aanbesteden ontstaan in de scholenbouw.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderwijsveld is te karakteriseren als een «polder» van
gefragmenteerde, autonome en kleine scholen. In Nederland is de besluitvorming
over het bouwen van een nieuwe school, alsmede de bekostiging daarvan belegd
op decentraal niveau bij in beginsel de gemeente, die kan beslissen om verder
te decentraliseren aan een individuele school. Deze versnippering maakt het
voor individuele scholen en gemeenten lastig om de benodigde expertise structureel
op te bouwen en te benutten voor vervolg projecten. Voorts hebben scholen
en gemeenten gemiddeld onvoldoende schaalgrootte en relevante kennis/expertise
voor integraal aanbesteden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wel is er veel concrete interesse in en behoefte aan integrale oplossingen
voor complexe huisvestingproblemen. Maar er is ook koudwatervrees voor de
laatste stap om te kiezen voor integraal aanbesteden. Een centrale probleemeigenaar
voor integraal aanbesteden ontbreekt die (bestuurlijk) dicht bij scholen en
gemeenten staat, hun probleem met schaalgrootte en gebrek aan relevante kennis/expertise
mitigeert én hen kan helpen de koudwatervrees te overwinnen. Dit is
de belangrijkste belemmering geweest voor de totstandkoming van een succesvolle
en structurele toepassing van integraal aanbesteden bij onderwijshuisvesting.</al>
      <tuskop letat="cur">Oprichten servicecentrum</tuskop>
      <al>Gelet op bovengenoemde argumenten hebben de bestuurders van schoolbesturenorganisaties,
de VNG, de staatssecretaris van OCW en minister van Financiën in 2007
besloten tot de oprichting van een servicecentrum voor onderwijshuisvesting.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om het nut en de noodzaak van een servicecentrum vast te stellen is een
business plan (bijgevoegd) opgesteld in het kader waarvan een marktverkenning
is uitgevoerd onder scholen en gemeenten. Belangrijkste conclusies uit deze
marktverkenning zijn dat er grote behoefte bestaat aan innovatief bouwen maar
dat de kennis en expertise hiervoor over het algemeen ontbreken. Verder speelt
mee dat bij veel schoolbesturen en gemeenten koudwatervrees bestaat ten opzichte
van relatief onbekende en complexe vormen van aanbesteden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelstellingen van het servicecentrum zijn:</al>
      <al>a. bevorderen van onderwijshuisvesting met een betere prijs-kwaliteitverhouding
(value for money) door de toepassing van innovatieve contractvormen;</al>
      <al>b. stimuleren en in staat stellen van schoolbesturen en gemeenten om een transparante en zakelijke afweging te maken tussen innovatief en
traditioneel aanbesteden;</al>
      <al>c. in staat stellen van schoolbesturen en gemeenten om innovatieve aanbestedingsvormen
op effectieve wijze te implementeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het op te richten servicecentrum zal er voor zorgen dat scholen en gemeenten
over expertise kunnen beschikken en dat de leerervaringen worden vastgehouden.
Hierdoor wordt de decentraal versnipperde kennis en expertise over innovatief
aanbesteden gecentraliseerd. Ook kan de nog bestaande koudwatervrees bij scholen
en gemeenten ten aanzien van complexe innovatieve aanbestedingsvormen overwonnen
worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het servicecentrum zal zich richten op het stimuleren van alle vormen
van integraal aanbesteden, waaronder de meest geïntegreerde vorm van
DBFMO waarvoor thans conform kabinetsbeleid Financiën en OCW verantwoordelijk
zijn. Het servicecentrum maakt waar opportuun gebruik van de bestaande kennis
van de Rijksgebouwendienst, van Financiën en andere partijen zoals PIANOo
(Professioneel en Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers).
Verder zal door ervaringen die worden opgedaan bij nieuwe pilotprojecten in
de toekomst minder beroep hoeven te worden gedaan op juridische, technische
en financiële adviseurs. Hierdoor zullen de transactiekosten voor integraal
aanbesteden over de levensduur in vergelijking met die voor meer traditionele
aanbestedingsvormen naar verwachting geen doorslaggevende belemmering meer
hoeven te vormen voor de keuze om integraal aan te besteden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het servicecentrum zal de volgende algemene werkzaamheden gaan uitvoeren:</al>
      <al>– Centraal loket voor vragen van scholen en gemeenten;</al>
      <al>– Scholen en gemeenten stimuleren alsmede voorzien van informatie
en advies over de verschillende aanbestedingsvormen. Scholen en gemeenten
kunnen dan beter kiezen voor de uitvoeringsvariant die hun de meeste (financiële
en kwalitatieve) meerwaarde oplevert;</al>
      <al>– Het opdoen, verzamelen, bundelen en verspreiden van kennis over
integrale aanbestedingsvormen;</al>
      <al>– Het begeleiden en ondersteunen van nieuwe en complexe integrale
projecten (pilotprojecten). Scholen en gemeenten zullen met name in het uitvoeren
van de nieuwe en complexe integrale aanbestedingen begeleiding nodig hebben.
Het servicecentrum zal deze projecten (met fysieke capaciteitsinzet) ondersteunen.
De kennis en leerervaringen die hierdoor worden opgedaan, zal het servicecentrum
beschikbaar maken voor nieuwe projecten.</al>
      <tuskop letat="cur">Steunpunt brede scholen</tuskop>
      <al>In de brief van 6 december 2007 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2007/08,
31 200 VIII, nr. 75) heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap de Tweede Kamer geïnformeerd over de brede school in Nederland.
Brede scholen bieden kinderen een stimulerende en uitdagende leeromgeving
omdat onderwijs wordt gecombineerd met opvang, zorg, welzijn, sport en cultuur.</al>
      <al>Bij de ontwikkeling van brede scholen worden gemeenten geconfronteerd
met een aantal problemen op het terrein personeel, huisvesting, proces en
regie. Er is behoefte aan kennis en expertise die op de lokale situatie is
toegesneden. Dergelijke kennis is nu (onvoldoende) aanwezig en beschikbaar.
OCW subsidieert daarom een nieuw steunpunt voor de brede school, waarin informatievoorziening
en voorlichting een belangrijke rol zal spelen. Dit steunpunt zal een aanspreekpunt
worden voor zowel gemeenten als schoolbesturen. </al>
      <al>In bovengenoemde brief is er op gewezen dat het nieuwe steunpunt brede
school zal worden samengevoegd met het servicecentrum scholenbouw, zodat de
ondersteuning op het fysieke en het inhoudelijke vlak op één
plek te vinden zijn. In de komende periode zal het business plan voor het
steunpunt en de samenvoeging met het servicecentrum nader worden uitgewerkt.
Daarna zal de samenvoeging plaatsvinden nadat hiervoor de gebruikelijke procedure
is gevolgd.</al>
      <tuskop letat="cur">Nut en noodzaak stichting als organisatievorm</tuskop>
      <al>Er is gekozen voor de oprichting van een nieuwe stichting omdat hierin
het zuiverst de verantwoordelijkheden en aansturing kunnen worden geregeld
op het juiste niveau: bestuurlijk zo dicht mogelijk bij de scholen en gemeenten.
Het servicecentrum moet worden van én voor scholen en gemeenten en
zelfstandig zijn. Omdat scholen en gemeenten autonoom zijn in hun vastgoedinvesteringsbeslissingen
is er verder geen mogelijkheid van inbedding van de verantwoordelijkheid voor
het stimuleren van integraal aanbesteden op centraal niveau in bijvoorbeeld
de organisatie van het ministerie van OCW conform de inbedding van DBFMO bij
de Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat. Verder zou aansluiten bij bestaande
stichtingen in onderwijsland fundamentele wijzigingen vereisen in statuten
van deze stichtingen, onder meer om ook de betrokkenheid van gemeenten te
borgen. Het wordt dan eigenlijk een nieuwe stichting.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het servicecentrum krijgt een tijdelijke opdracht voor drie jaar. De betrokkenheid
en subsidies van Financiën en OCW worden stopgezet na drie jaar. Voorafgaand
hieraan zal de directeur van het servicecentrum een evaluatie uitvoeren om
te beoordelen of de gewenste situatie na drie jaar is gerealiseerd. Onderstaand
is deze gewenste situatie weergegeven.</al>
      <al>– Schoolbestuurders en -medewerkers alsmede burgemeesters, wethouders,
gemeenteambtenaren maken bij investeringen in onderwijshuisvesting een transparante
afweging over welke aanbestedingsvorm de meeste meerwaarde oplevert in financieel
en kwalitatief opzicht;</al>
      <al>– Binnen het servicecentrum is voldoende kennis en expertise opgebouwd
teneinde zelfstandig scholen en gemeenten te adviseren alsmede te participeren
in projecten. Deze kennis en expertise is toegankelijk gemaakt voor scholen
en gemeenten;</al>
      <al>– Eventuele belemmeringen voor de toepassing van integrale aanbestedingsvormen
zijn in kaart gebracht en zoveel mogelijk weggenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie zal het servicecentrum zelfstandig
verder gaan, worden ondergebracht bij een reeds bestaande organisatie of worden
opgeheven. Na drie jaar moet het servicecentrum in ieder geval financieel
zelfstandig zijn. Het is aan de directeur om dit vorm te geven ruim voor de
deadline van drie jaar. De directeur zal verkennen op welke wijze scholen
en gemeenten alsmede eventueel brancheorganisaties van marktpartijen een bijdrage
kunnen betalen voor de geleverde diensten van het servicecentrum (gratis dienstverlening
betekent immers vaak ook vrijblijvend voor de klant).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede op basis van de marktverkenning en een inschatting van het mogelijk
aantal projecten per jaar zijn als targets voor het servicecentrum afgesproken
dat na drie jaar 30 nieuwe PPC’s/afwegingsinstrumenten behandeld zijn
waarvan 20 nieuwe projecten innovatief zijn aanbesteed. Verder dient integraal
aanbesteden voor schoolbesturen en gemeenten een reëel alternatief te
zijn geworden voor traditionele en minder geïntegreerde aanbestedingsvormen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Financiën en OCW zullen elk de helft van de subsidie aan het servicecentrum
betalen gedurende drie jaar. De begrote totale kosten voor het servicecentrum
bedragen € 1 mln per jaar. De directeur van het servicecentrum zal
binnen dit budget jaarlijks een begroting (inclusief jaarplan) uitwerken voor
concrete activiteiten om de doelstellingen te bereiken, inzet van personeel
voor de diverse taken etc.. De prestatie-indicatoren (zoals b.v. aantal pilots,
uitgevoerde PPC’s/afwegingsinstrumenten, mate van bekendheid van en
tevredenheid over het servicecentrum bij scholen en gemeenten etc.) worden
ook uitgewerkt in deze begroting (inclusief jaarplan). Deze begroting (inclusief
jaarplan) behoeft goedkeuring door de staatssecretaris van OCW en minister
van Financiën.</al>
      <tuskop letat="cur">Governance servicecentrum</tuskop>
      <al>In de bijgevoegde statuten voor de stichting is de governance van het
servicecentrum geregeld. Op hoofdlijnen is de governance als volgt.</al>
      <al>– De oprichting van de stichting geschiedt door de directeur die
is benoemd door de minister van Financiën en staatssecretarissen van
OCW;</al>
      <al>– De directeur is enig bestuurder van de stichting;</al>
      <al>– Vertegenwoordigers van schoolbesturen, VNG, Financiën en
OCW vormen samen een opdrachtgeversberaad. Doel hiervan is uitwisseling van
informatie en afstemming. Om procedurele redenen zal de VNG formeel over haar
rol nog een besluit nemen, maar dit vormt inhoudelijk geen beletsel om de
governance en statuten nu al voor te leggen;</al>
      <al>– Een raad van advies wordt opgericht van mensen met relevante praktijkervaring
en afkomstig uit het veld van scholen, gemeenten en marktpartijen. Deze raad
verleent gevraagd en ongevraagd advies aan de directeur omtrent het beleid
en het beheer van de stichting;</al>
      <al>– De directeur en medewerkers worden door de stichting tijdelijk
ingehuurd (op detacherings- c.q. freelance basis).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tussentijds zal het servicecentrum over de voortgang rapporteren aan Financiën
en OCW. Financiën en OCW zullen gedurende de periode van subsidieverlening
politiek eindverantwoordelijk zijn voor het servicecentrum waaronder de doelstelling
om conform het kabinetsbeleid DBFMO bij onderwijshuisvesting tot een reëel
alternatief te maken. Financiën en OCW zullen in de jaarlijkse PPS voortgangsrapportage
over de prestaties van het servicecentrum rapporteren aan de Tweede Kamer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens de Staatssecretaris van OCW (PO),</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Financiën,</functie>
        <naam>W. J. Bos </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>