﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31293-43/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_10__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST132709</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>31 293</nummer>
      <naam>Primair Onderwijs</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>43</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>25 juni 2009</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 25 augustus 2008 heeft uw Kamer mijn brief over excellentie in
het basisonderwijs ontvangen (uw kenmerk 08-OCW-B-044). Daarin heb ik aangekondigd
ruimte te bieden aan projecten van schoolbesturen voor onderwijs aan toptalent.
Met deze brief stel ik u nu op de hoogte van de uitkomsten van de regeling
excellentie voor schoolbesturen.</al>
      <al>In het kader van die subsidieregeling zijn schoolbesturen uitgenodigd
om met voorstellen te komen. Het gaat om innovatieve projecten die breder
toepasbare kennis opleveren. De 195 projectvoorstellen (waarbij vele honderden
scholen zijn betrokken) die daarop zijn binnengekomen, bevestigen mijn beeld
dat excellentie een thema is dat leeft. Een onafhankelijke adviescommissie
excellentie, onder leiding van prof. dr. R. Dijkgraaf, heeft de projectvoorstellen
beoordeeld en mij geadviseerd welke projecten het meest interessant en veelbelovend
zijn.</al>
      <al>Dat advies is bijgevoegd.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> In deze brief wil
ik u informeren over dit advies en het vervolg voor de projecten van deze
subsidieregeling, in het bredere kader van het excellentieprogramma.</al>
      <tuskop letat="vet">§ 1. Excellentieprogramma 2008–2011</tuskop>
      <al>Alvorens ik inga op het advies van de adviescommissie Dijkgraaf, schets
ik voor u nog graag de contouren van het huidige excellentieprogramma. In
mijn brief van 25 augustus 2008 (Kamerstuk 31 293, nr. 19)
heb ik aangegeven dat ik naast de subsidieregeling voor lokale projecten,
ook een aantal landelijke projecten zou starten, om álle scholen in
Nederland te ondersteunen bij hun aanbod voor toptalent. De lokale en de landelijke
projecten samen vormen het excellentieprogramma basisonderwijs.</al>
      <al>De landelijke projecten staan op de rails:</al>
      <al>– <nadruk type="cur">Digitale Topschool</nadruk>: Kennisnet werkt
aan een digitale topschool; een website waar leraren en (hoog)begaafde leerlingen
terecht kunnen voor uitdagende opdrachten en de uitwisseling van kennis en
ervaringen. Daarvoor werkt Kennisnet samen met deskundigen en enkele pilotprojecten:
het Protestants-Christelijk Basisonderwijs (PCBO) in Apeldoorn,
dat al langer ervaring heeft met onderwijs aan toptalent, enkele scholen in
de gemeente Den Haag, de Jongste Akademie van de KNAW en oud-deelnemers aan
de Toptoets die lesmateriaal voor toptalenten ontwikkelen. Aan het begin van
volgend schooljaar wordt de eerste gebruikersversie beschikbaar.</al>
      <al>– <nadruk type="cur">Excellentieknooppunten</nadruk>: Samen met
de VSNU, de KNAW en Platform Bètatechniek werk ik aan manieren om de
verbindingen tussen universiteiten en (basis)scholen te versterken. Het gaat
ook hier om een lerend traject, waarvoor begin volgend schooljaar enkele pilots
van start zullen gaan. Samen met mijn collega’s, minister Plasterk en
staatssecretaris Van Bijsterveldt, betrekken we ook het voortgezet onderwijs
bij deze pilots, voor een doorlopende lijn tussen de sectoren. Op basis van
een uitgebreide inventarisatie van Platform Bètatechniek lijkt een
werkwijze naar Engels model veelbelovend. Excellence hubs, vertaald «excellentieknooppunten»,
staan daarin centraal en vormen als een soort kennis- en activiteitenmakelaar
het centrale punt van het Engelse excellentieprogramma. Deze aanpak gebruiken
we als inspiratie voor de verbindingen die we in Nederland leggen tussen universiteiten
en (basis)scholen. Daarbij gaat het niet alleen om bètaonderwijs; we
werken nadrukkelijk ook aan de verbinding met alfaen gammawetenschappen. Eind
augustus starten de eerste pilots.</al>
      <al>– <nadruk type="cur">Research en Development</nadruk>: de Landelijke
Pedagogische Centra en de SLO hebben opdracht gekregen om te starten met Research
en Developmentprojecten (R&amp;D) gericht op vroegsignalering, op kwaliteitszorg
voor plusarrangementen, op individuele leerlijnen voor cognitieve talenten
en op de handelingsbekwaamheid van leraren. De verspreiding van de hierbij
opgedane kennis maakt een belangrijk onderdeel uit van deze projecten. Vanaf
komend schooljaar vindt het praktijkonderzoek hiervoor op enkele tientallen
scholen plaats; eind 2011 zijn de genoemde instrumenten breder beschikbaar.</al>
      <al>– <nadruk type="cur">Pilots</nadruk>: ten slotte heb ik enkele pilots
bij scholen in Den Haag, die voorop lopen in het aanbod voor excellentie,
ondersteund. Hierin werk ik samen met de Gemeente Den Haag, waarvoor we een
convenant hebben gesloten. Met deze pilots verzamelen we, vooruitlopend op
de andere projecten, alvast zo veel mogelijk praktijkkennis die we breder
beschikbaar stellen.</al>
      <al>Het excellentieprogramma wordt gemonitord door onderzoek in het kader
van de BOPO-programmering, onderzoek onder auspiciën van de Inspectie
en (praktijk)onderzoek van de SLO als monitor van de lokale subsidieregeling.</al>
      <tuskop letat="cur">§ 2.1 Regeling en advies</tuskop>
      <al>De commissie Dijkgraaf deelt mijn interpretatie van de hoeveelheid ingediende
projectvoorstellen: excellentie «leeft» op de basisscholen! Bij
haar beoordeling heeft de commissie gelet op de kwaliteit van projectvoorstellen
en op de bijdrage die de projecten leveren aan het innovatieve en lerende
vermogen van het totaalpakket van lokale projecten. De commissie Dijkgraaf
adviseert mij om 28 geselecteerde projecten te subsidiëren. Dat advies
neem ik over.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het vernieuwende aspect van de projecten die subsidie zullen ontvangen
zit in ICT-toepassingen (elektronische leeromgevingen, virtuele ontmoetingsplaatsen,
e-learning) en samenwerking door scholen met (onderwijs-)partners als PABO’s
en universiteiten. De scholen maken creatief gebruik van de mogelijkheden
die andere sectoren in de onderwijskolom bieden. Ook staat kennisverzameling
en -deling binnen een regio centraal in een aantal projecten. Verder zoeken
de scholen op verschillende manieren samenwerking met ouders;
via klankbordgroepen, maar ook door ze actief te betrekken bij kennisteams,
curricula en projecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de positieve ontvangst van de projectvoorstellen geeft de commissie
ook aan dat begeleiding en monitoring van de projectvoorstellen belangrijk
zullen zijn om het succes van de gesubsidieerde projecten zoveel mogelijk
te waarborgen. Daarom organiseer ik, naast de flankerende activiteiten door
een samenwerkingsverband van PK, EDventure en de SLO die al waren gepland,
extra begeleiding en monitoring van de gesubsidieerde projecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van alle ingediende projectvoorstellen kan slechts een deel worden gehonoreerd.
Het doel van het subsidieprogramma is, om innovatieve projecten te steunen,
die als een olievlek in de regio werken. De 28 gekozen projectvoorstellen
hebben naar verwachting dat effect: ze zijn innovatief en betrekken hun omgeving
actief bij het project, ook voor verspreiding van de opgedane (praktijk)kennis.
Voor de subsidie heb ik in totaal € 5,1 miljoen gereserveerd.</al>
      <al>Veel andere schoolbesturen hebben ook initiatief getoond en gaan actief
aan de slag met een project voor het toptalent op hun school. Ook deze scholen
wil ik, hoewel ik ze geen subsidie kan geven, een steun in de rug bieden.
Daarom nodig ik deze scholen actief uit om deel te nemen aan de landelijke
excellentieprojecten (zoals samenwerkingsverbanden met universiteiten en de
digitale topschool). Bovendien heb ik het samenwerkingsverband van PK, EDventure
en de SLO gevraagd, de scholen die geen subsidie kunnen ontvangen jaarlijks
bij elkaar te brengen. Zo kunnen de scholen elk jaar kennis en ervaringen
uitwisselen over de projecten die ze met eigen financiering opzetten. Met
dit pakket aan activiteiten moedig ik alle scholen die met excellentie aan
de slag willen aan, om daar actief mee door te gaan. Op die manier ontwikkelt
zich de komende jaren een zoveel mogelijk landelijk dekkend netwerk van scholen
met aanbod voor toptalent.</al>
      <tuskop letat="cur">Vooruitblik 2010/2011</tuskop>
      <al>Goede prestaties zijn niet goed genoeg, uitstekende prestaties zijn pas
goed genoeg! Dat was de kernboodschap van mijn Kamerbrief van 25 augustus
vorig jaar. Het afgelopen jaar heb ik alle onderdelen van het excellentieprogramma
op de rails gezet. Het komende schooljaar gaan de lokale, innovatieve excellentieprojecten
van start. In veel regio’s in Nederland ontstaat daarmee ruimte voor
talent en worden kinderen die het aankunnen éxtra uitgedaagd. Op die
manier komt de lat hoger te liggen. Dat is goed voor de maatschappij en de
economie en vooral voor die kinderen zelf.</al>
      <al>De komende jaren wordt verder gewerkt aan de R&amp;D projecten. De digitale
topschool wordt begin volgend schooljaar bruikbaar voor leraren en leerlingen,
waarna hij steeds verder geoptimaliseerd zal worden. Ook zullen volgend schooljaar
de pilots (excellentieknooppunten) voor samenwerking tussen universiteiten
en basisscholen starten. Ik streef naar vormgeving van vijf pilots in verschillende
regio’s van Nederland.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Via deze weg wil ik nogmaals mijn dank uitspreken aan de commissie Dijkgraaf
voor het advies. Ik ben ervan overtuigd dat de landelijke én de lokale
projecten zorgen voor een cultuuromslag in Nederland. Samen met het veld werk
ik aan een omgeving waarin het een eer is om boven het maaiveld uit te komen.
Zodat kinderen alles ontwikkelen wat ze in huis hebben.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Graag ga ik met u het gesprek aan over de inhoud van deze brief.</al>
      <ondtek>
        <functie>De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</functie>
        <naam>S. A. M. Dijksma</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>