﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="vraa">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31200-VIII-31-h1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_5_5__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST113582</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>31 200 VIII</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>31 HERDRUK<voetref refid="v1.1" nr="*"></voetref></nummer>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 7 november 2007</datum>
      <al>De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap<voetref refid="v1.2" nr="1"></voetref>, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet,
heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden. Met de vaststelling van het verslag acht de
commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Van de Camp</naam>
        <functie>Adjunct-griffier van de commissie</functie>
        <naam>Jaspers</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="rom">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er naar uw mening sprake van een zwarte handel in
concertkaartjes? Op welke wijze kan deze het meest effectief bestreden worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De term zwarte handel duidt op illegale transacties. Op internet zijn
handelaren actief die concerttickets aanbieden tegen prijzen die hoger zijn
dan de oorspronkelijke ticketprijs. Het op die wijze doorverkopen van concerttickets
is op zichzelf niet illegaal, zoals door staatssecretaris Heemskerk van Economische
Zaken in antwoord op eerdere vragen van lid Gerkens (SP) reeds is toegelicht
(Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, nr. 1061).</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Ziet u in de bestrijding van woekerhandel in concertkaartjes
een rol weggelegd voor de overheid? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom
niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het wetsvoorstel Oneerlijke Handelspraktijken, dat nu voorligt in de Tweede
Kamer, biedt na aanvaarding mogelijkheden voor de Consumentenautoriteit op
te treden indien sprake is van misleidende handelspraktijken. Ik verwijs in
dit kader naar de antwoorden van staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken)
op vragen van lid Gerkens (SP) over dit onderwerp (Tweede Kamer, vergaderjaar
2006–2007, nr. 1061).</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de concrete financiële gevolgen van de
afspraak tussen de minister van Justitie en Musicopy voor amateurkoren en
-orkesten zoals toegezegd in de brief 12 juli 2007<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref> ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vast staat dat de eerder door Musicopy verzonden sommaties waarin ingeval
van een inbreuk schadevergoeding werd geëist, zijn opgeschort. Het is
niet mogelijk om een exacte en definitieve becijfering van de financiële
gevolgen te geven. De Stichting Musicopy biedt amateurkoren en -orkesten nu
licenties «Additioneel kopiëren» aan. Alle muziekverenigingen
die voor hun additioneel kopiëren een regeling met Musicopy treffen,
betalen daarvoor de volgende vergoeding: voor koren € 1,–
per lid en € 12,50 per jaar, voor orkesten € 2,–
per lid en € 25,– per jaar.</al>
      <tuskop letat="rom">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer komt de herziening van de begroting van het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2008 naar de Kamer? Welke
bedragen zijn daarmee gemoeid? Wat voor scenario’s zijn er gemaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nota van Wijziging van de begroting van OCW zal zo spoedig mogelijk
naar de Kamer worden gestuurd na besluitvorming in de ministerraad over de
reactie op het rapport Rinnooij Kan over het lerarenbeleid. Ik streef ernaar
deze voor begrotingsbehandeling van OCW, welke gepland staat voor 4, 5 en
6 december, aan de Tweede Kamer te sturen, doch ik kan daar pas later
deze maand definitief uitsluitsel over geven.</al>
      <tuskop letat="rom">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel extra middelen ten opzichte van 2007 zijn er
in 2008 beschikbaar voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In totaal is er verdeeld over verschillende begrotingsartikelen voor VSV
in 2008 voor een aantal inpulsen meer beschikbaar dan in 2007. € 26
miljoen vloeit voort uit het Coalitieakkoord (€ 22,1 miljoen regulier
en € 3,9 storting naar het gemeentefonds).</al>
      <al>Daarnaast zijn er door de toenemende leerlingaantallen extra middelen
in het kader van de kwalificatieplicht beschikbaar (€ 76,4 miljoen).</al>
      <al>Tenslotte is er met betrekking tot het IBO MBO in 2008 circa € 10
miljoen beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is bij het opstellen van de begroting het rapport Dynamisering
van de Commissie Chang betrokken? Zo neen, volgt er nog een reactie vóór
de behandeling van de OCW-begroting?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Er zijn middelen toegevoegd voor de doelen die de Commissie Dynamisering
noemt in haar rapport. In de Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek
en wetenschap, die binnen kort aan uw Kamer wordt aangeboden, ga ik daar nader
op in.</al>
      <tuskop letat="rom">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt de dynamisering van de eerste geldstroom gelijkelijk
verdeeld over de alfa-, bèta- en gammadisciplines?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen van de dynamisering eerste geldstroom zullen worden ingezet
voor een gefaseerde versterking van de Vernieuwingsimpuls. Deze wordt persoonsgericht
ingezet, op basis van de kwaliteit van de onderzoeker. NWO wordt gevraagd
een voorstel uit te werken voor de vernieuwde Vernieuwingsimpuls die vanaf 2009
ingaat. Tot dusverre werd van de Vernieuwingsimpuls ongeveer een derde ingezet
op alfa- en gammaonderzoek. Dat is een hoger percentage dan in het eerste
geldstroom onderzoek.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de prestatieafspraken die met de Raad van
Bestuur van de publieke omroep over de bereiksdoelen met betrekking tot de
programmering voor de multiculturele samenleving zijn opgemaakt voor 2008
en de verdere beleidsperiode? Indien er nog geen afspraken zijn, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnenkort sluit ik een prestatieovereenkomst met de Nederlandse Publieke
Omroep (NPO) voor de periode 2008–2010. Deze zijn mede gebaseerd op
de uitwerking van de doelstellingen uit het tussentijds concessiebeleidsplan
van de publieke omroep in de meerjarenbegroting 2008–2012. Daarom was
het niet eerder mogelijk deze te sluiten. Ik verwacht u voor de behandeling
van de mediabegroting te kunnen informeren over de inhoud van de overeenkomst.
Diversiteit is een onderdeel van de prestatieovereenkomst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Meerjarenbegroting van de publieke omroep is diversiteit een speerpunt,
op televisie, radio en internet. De publieke omroep heeft een werkprogramma
onder de naam «Kleuren-tv» dat als doel heeft de publieke omroep
een betere afspiegeling te laten zijn van de samenleving. Er zijn acties per
net.</al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is er met de aanbeveling van de Kamer gedaan om
het Commissariaat van de Media meer bevoegdheden te geven in de rapportage
van de publieke omroepen over hun multiculturele programmering. Is de rapportage
over het diversiteitbeleid van de omroepen verbeterd? Zo ja, hoe? Zo neen,
waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds 2001 bericht de Publieke Omroep (NPO) in de «Rapportage Multiculturele
Programmering» aan de minister van OCW over de diversiteit van de programmering.
In de prestatieovereenkomst worden eveneens afspraken gemaakt over diversiteit. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de publieke omroep is diversiteit één van zijn speerpunten.
In 2007 zijn verdere stappen gezet om de diversiteit van het aanbod goed in
kaart te brengen. Dit vooruitlopend op het ontwikkelen van een eenduidigere
wijze van rapporteren. Er wordt niet alleen gekeken naar hoeveelheid zendtijd
en bestedingen (zoals nu in de Rapportage Multiculturele Programmering) maar
er wordt ook op het niveau van programma’s gerapporteerd. Diversiteit
speelt ook een rol in de interne werkwijze in Hilversum, bij de individuele
prestatieovereenkomsten (IPO’s) met de omroepen en bij het intekenproces
voor 2008. Op titelniveau worden afspraken gemaakt over de mate waarin en
de wijze waarop het betreffende programma een bijdrage levert aan het diversiteitsbeleid.</al>
      <al>Bij de rapportage over 2008 wordt bekeken in hoeverre de inhoudelijke
afspraken zijn nagekomen. Dit nieuwe format zal de NPO afstemmen met het Commissariaat
voor de Media.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre worden nieuwe burgerinitiatieven die gebruikmaken
van IPTV en/of internet onderdeel van het lokale en regionale omroepbeleid?
Is er gezien de nieuwe technische mogelijkheden en ontwikkelingen ook geen
noodzaak tot herdefiniëring van «community media»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de omroepbrief van 5 oktober 2007 (Kamerstukken II, vergaderjaar
2007–2008, 31 200 VIII, nr. 14) ga ik onder meer in op de multimediale
taak van de publieke omroep. Een «multimediawet» is in voorbereiding.
Mogelijkheden om multimediaal te werken worden verruimd, ook voor (lokale
en regionale publieke) omroepen. De lokale omroep is een laagdrempelige voorziening
die community media kan faciliteren. Dit gebeurt al bij een aantal lokale
omroepen via zogenaamde toegangsomroep op «open kanalen». De keuze
voor een techniek (zoals IPTV) is aan de omroepen zelf.</al>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt in uw brief van 5 oktober 2007<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref> het multicultureel aanbod beperkt tot FunX en MTNL? Waarom
wordt hier niet gerefereerd aan de opdracht van de publieke omroep en aan
de voorwaardenscheppende activiteiten die noodzakelijk zijn om tot een multicultureel
aanbod te komen, zoals publieksparticipatie, woordvoerders vanuit minderheden,
diversiteitbeleid van beroepsopleidingen en multimedia initiatieven die onder
meer door het Stimuleringsfonds voor de Pers worden ondersteund?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 5 oktober 2007 geef ik duidelijk aan dat de publieke
omroep (landelijk, regionaal en lokaal) alle geledingen binnen het Nederlandse
publiek moet aanspreken en bereiken. Dat vraagt ook om de voorwaardenscheppende
activiteiten die u noemt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze activiteiten vallen naar mijn mening buiten de context van de brief
van 5 oktober. Op dit moment voert TNO een evaluatie uit van het media
en minderhedenbeleid in de afgelopen jaren. De resultaten stuur ik begin volgend
jaar aan de Tweede Kamer. In deze brief wordt ook ingaan op de genoemde voorwaardenscheppende
activiteiten.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Komt het aparte budget voor Nederlands drama bovenop
de 50 miljoen euro enveloppegelden uit het coalitieakkoord voor 2008?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, het aparte budget voor Nederlands drama is onderdeel van het totale
budget voor de landelijke publieke omroep. Binnen de enveloppegelden wordt
dit budget apart gereserveerd. </al>
      <tuskop letat="rom">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een nadere onderbouwing worden gegeven van de 50
miljoen euro enveloppegelden voor «herstel van de programmering»
en van de «dekking van de tekorten op hun begroting»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de dalende reclameopbrengsten is het budget van de publieke omroep
de laatste jaren onder druk komen te staan. Hierdoor zijn structurele tekorten
ontstaan op de begroting van de publieke omroep. Tot 2008 zijn de tekorten
opgevangen door het inzetten van reserves en het maken van keuzes in de programmering,
zoals meer herhalingen in de zomerperiode. Van het extra geld is € 30
miljoen bestemd ter dekking van de tekorten die voorheen door het inzetten
van de reserves werd opgevangen en € 20 miljoen voor het herstel
van de programmering.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) doet in de meerjarenbegroting 2008–2012
een voorstel voor de inzet van het extra geld. In de Mediabegroting die ik
in november naar de Tweede Kamer zal sturen, geef ik mijn reactie op de meerjarenbegroting
van de NPO.</al>
      <tuskop letat="rom">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom kan er nog geen streefwaarde voor het bereik
van de landelijke publieke omroep worden opgenomen, «vooruitlopend op
de nog af te sluiten prestatiecontracten»? Heeft u ter zake niet ook
een eigen verantwoordelijkheid? Wat is in bredere zin de inzet voor het maken
van prestatieafspraken met de publieke omroep? Wanneer kunnen deze afspraken
worden afgerond?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inzet van het kabinet is dat de publieke omroep zoveel mogelijk mensen
bereikt. Daarom kiest het kabinet ook voor een sterke publieke omroep. In
de prestatieovereenkomst die ik binnenkort sluit, maak ik vervolgens afspraken
over het minimum bereik. Daarbij betrek ik de inschatting van deskundigen
van de Publieke Omroep, die dagelijks in een overvol medialandschap grote
groepen mensen weten te bereiken. Ik verwacht u voor de behandeling van de
mediabegroting te kunnen informeren over de inhoud van de overeenkomst.</al>
      <tuskop letat="rom">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt precies de taak en functie van het Media
Educatie Expertisecentrum? Hoe ziet de begroting van dit centrum er uit en
hoe vindt de financiële dekking plaats? Welke afrekenbare doelen zijn
er voor dit centrum geformuleerd? Waaruit bestaat het «breed netwerk
voor media-educatie betrokkenen»? Kunt u aangeven wat wordt verstaan
onder «mediawijsheid»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taak en functie van het media-educatie en expertisecentrum is om vooral
kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan
met de veelheid van media-uitingen. Ook moet het centrum de samenhang en samenwerking
versterken tussen bestaande en nieuwe initiatieven op het terrein van mediawijsheid.
Onder «mediawijsheid» wordt verstaan de kennis, vaardigheden en
mentaliteit waarover burgers moeten beschikken om zich bewust en kritisch
en actief te kunnen bewegen in een samenleving waar media alom zijn. Er zijn
veel organisaties die al actief zijn op het terrein van media-educatie en
mediawijsheid. Zij vormen het brede netwerk dat ik betrek bij de vormgeving
van het centrum. Voor het eind van het jaar stuur ik een brief aan de Tweede
Kamer over de functie, opzet en inrichting van het media-educatie en expertisecentrum,
inclusief begroting. Het centrum wordt gefinancierd uit de mediabegroting. </al>
      <tuskop letat="rom">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de betekenis van de streefwaarde van 22 als
het gaat om het aantal redactioneel zelfstandige dagbladen? Hoeveel zijn er
nu?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het aantal redactioneel zelfstandige kranten is een indicator voor de
diversiteit van de (dagblad)pers. Na de fusie van het Algemeen Dagblad met
7 regionale dagbladen (2005) is het aantal redactioneel zelfstandige kranten
gedaald naar 22 (9 landelijke en 13 regionale kranten). Inzet van het beleid
is om het aantal op dit peil te houden. OCW kan uiteraard krantenconcerns
niet dwingen om marginale of verlieslijdende titels in stand te houden. Wat
wel kan is de mogelijkheden verruimen voor krantenconcerns om zich te ontwikkelen
tot multimediale ondernemingen (zie de Tijdelijke wet mediaconcentraties,
die medio 2007 in werking trad) zodat zij bedrijfseconomisch beter in staat
zijn om ook marginale krantentitels op de markt te houden.</al>
      <al>Bij de berekening van deze streefwaarde blijven de gratis kranten (inmiddels
4) en de specialistische kranten (eveneens 4) buiten beschouwing.</al>
      <tuskop letat="rom">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de visitatie van de landelijke publieke omroep
en de wereld omroep pas afgerond in 2009?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op grond van artikel 30c van de Mediawet vindt aan het eind van de concessietermijn
(2005–2010) de visitatie van de landelijke publieke omroep plaats. Deze
is gebaseerd op zelfevaluaties die alle omroepen momenteel opstellen. De visitatiecommissie
brengt voor 1 mei 2009 een rapport uit over haar bevindingen.</al>
      <al>In mijn reactie op het evaluatie-onderzoek van de Wereldomroep (Kamerstukken,
2006–2007, 30 800 VIII, nr. 136, Tweede Kamer) heb ik aangekondigd
dat de Wereldomroep dezelfde beleidscyclus gaat volgen als de landelijke publieke
omroep. Dit betekent dat de Wereldomroep ook vijfjaarlijks een eigen visitatiecommissie
in stelt. De eerste visitatiecommissie zal al in 2009 rapport uitbrengen.</al>
      <tuskop letat="vet">Beleidsagenda</tuskop>
      <tuskop letat="rom">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot
nieuwe taken in de school, in hoeverre wordt dan rekening gehouden met de
mogelijkheden van de school en wordt hierover overleg gevoerd met het onderwijsveld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over nieuwe opdrachten voor scholen wordt vooraf overleg gevoerd met het
onderwijsveld. Mede door dit overleg wordt een beeld gekregen van de mogelijkheden
van scholen om nieuwe taken uit te voeren en de voorwaarden waaronder dit
voor scholen mogelijk is. Verder worden er standaard uitvoering- en handhavingstoetsen
uitgevoerd bij nieuwe beleidsvoorstellen.</al>
      <tuskop letat="rom">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Om de horizontale verantwoording te verankeren komt
er een wetsvoorstel Goed onderwijs, goed bestuur in het primair en voortgezet
onderwijs. Maar hoe zit het dan met de bve-sector en het hoger onderwijs?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In november 2007 ontvangt u een brief over goed bestuur in de bve-sector.
Deze brief informeert u over onze aandachtspunten en activiteiten op het terrein
van goed bestuur in de bve-sector voor de komende periode. Daarbij zal ook
worden ingegaan op de horizontale verantwoording in de bve-sector.</al>
      <al>In het hoger onderwijs is een wetsvoorstel in voorbereiding voor bekostiging
en besturing van hoger onderwijs en onderzoek, aangekondigd in het Coalitieakkoord
en onlangs nog eens bevestigd in mijn brief aan de Tweede Kamer van 28 september,
kenmerk HO/BS/2007/38 554 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008,
31 200 VIII, nr. 10). In dit verband is relevant dat in dat wetsvoorstel
een wettelijke verplichting tot een raad van toezicht en college van bestuur
en een verbetering van de medezeggenschapspositie van personeel en studenten
zullen worden voorgesteld.</al>
      <tuskop letat="rom">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaraan wordt concreet gedacht met betrekking tot een
transparant bestuur en een intern systeem van onafhankelijk toezicht bij scholen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 10 september 2007 aan de TK over Governance in
het onderwijs en de nieuwe wijze van onderwijstoezicht (Tweede Kamer, vergaderjaar
2006–2007, 30 183, nr. 18) heb ik mijn visie uiteengezet op transparant
bestuur en de rol van het intern toezicht.</al>
      <tuskop letat="rom">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete maatregelen worden uitgevoerd om de
overgangen tussen primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
te vergemakkelijken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De PO- en VO-sector werken samen om goede voorbeelden van overdracht van
leerlingen van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs te verzamelen
en te verspreiden. Daarnaast willen we scholen in staat stellen betere doorlopende
leerlijnen voor rekenen en taal te realiseren. De «Expertgroep Doorlopende
Leerlijnen Rekenen en Taal» ontwikkelt daarvoor referentieniveaus van
PO tot HO. Ik zal de overgangen qua niveau niet vergemakkelijken, maar beter
op elkaar laten aansluiten. De kwaliteitstandaarden van zowel het PO, VO als
het MBO moeten gehandhaafd blijven. Voor het VO en MBO heb ik enkele concrete
maatregelen voor ogen: de aanpassing van het Besluit samenwerking vo-mbo (Staatsblad
348, 2007) en de wettelijke verankering van de Assistentenopleiding in het
vmbo. Daarnaast buigt de Adviesgroep vmbo zich over een meer regionale programmering
in het vmbo. In het kader van VSV worden nog maatregelen getroffen om een
warme overdracht te bevorderen.</al>
      <tuskop letat="rom">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke bewijsvoering is de zinsnede gebaseerd dat
het koppelen van onderwijsinhoudelijke vernieuwing aan andere vernieuwingen
binnen het mbo het beroepsonderwijs «beter, leuker en doelmatiger»
maakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij competentiegericht beroepsonderwijs is ten eerste sprake van vernieuwing
van de inhoud van het onderwijs («wat» er geleerd moet worden),
voorvloeiend uit de nieuwe competentiegerichte kwalificatiedossiers, gericht
op verbetering van de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt. Ten tweede
is sprake van vernieuwing van de vormgeving van het onderwijs («hoe»
er onderwezen wordt), gericht op verbetering van de aansluiting van het onderwijs
op de gevarieerde populatie deelnemers. Die vormgeving, en dus ook de vernieuwing
hiervan, bepaalt de instelling zelf, in samenspraak met deelnemers en leerbedrijven.</al>
      <al>Competentiegericht beroepsonderwijs beoogt het mbo «beter, leuker
en doelmatiger» te maken: met de vernieuwde inhoud de deelnemers beter
toe te rusten voor beroepsuitoefening en met een adequate vormgeving het onderwijs
attractiever te maken voor deelnemers, zodat er sprake is van meer gediplomeerde
uitstroom en minder voortijdig schoolverlaten en meer doorstroom naar een
vervolgopleiding.</al>
      <al>Uit de jaarlijkse evaluatie van de voortgang blijkt in welke mate de beoogde
resultaten worden gerealiseerd. In de brief aan de Tweede Kamer van 19 oktober
2007 (kenmerk BVE/Stelsel/2007/39 586) heb ik de Kamer nader geïnformeerd
over de voortgang en de versterkte aanpak. </al>
      <al>In deze brief ben ik specifiek ingegaan op de volgende rapportages:</al>
      <al>– Kern van de aanpak mbo 2010 en een nadere uitwerking hiervan in
het plan van aanpak mbo 2010;</al>
      <al>– Een inspectieonderzoek naar de onderwijskundige kwaliteit van
de vernieuwing in het mbo;</al>
      <al>– De derde meting van de monitor onder experimentele opleidingen
2007 van Cinop.</al>
      <tuskop letat="rom">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre verhoudt zich het werken met branchecodes
voor de bezoldiging van bestuurders met de voorstellen van de Commissie Dijkstal?
Kan in een code worden bepaald dat wordt afgeweken van de cao, terwijl de
bestuurders gewoon in dienst zijn van de vereniging of stichting? Zo ja, geldt
dat ook voor het primair en voortgezet onderwijs? Welke visie uit de Kamer
heeft u meegegeven aan de algemene ledenvergadering van de VO-Raad?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de voorstellen van de Commissie Dijkstal is de beloningscode aangemerkt
als één van de normeringsregimes die voor een bepaalde (semi-publieke)
sector kan gelden; de andere normeringsregimes betreffen openbaarmaking (cf.
de wet op de openbaarmaking publiek gefinancierde topinkomens) en salarismaximum.
De Commissie heeft geadviseerd alle onderwijssectoren onder het regime «salarismaximum»
te brengen. Dit houdt tevens in dat de normeringsregimes «openbaarmaking»
en «beloningscode» van toepassing zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de uitwerking voor de verschillende onderwijssectoren ga ik de komende
tijd aan de slag. Allereerst verschijnt naar verwachting in december de kabinetsreactie
op het rapport van de commissie Dijkstal. Daarop vooruitlopend kan ik u wel
melden dat ik het advies, om bestuurders van onderwijsinstellingen aan het
salarismaximum te binden, onderschrijf. De implementatie daarvan in verschillende
beloningscodes per sector, eventueel als onderdeel van de branchecode, en
de wettelijke verankering van die codes in de onderwijswetten incl. het salarismaximum,
volgt z.s.m. daarna. De beloningscode staat in principe los van de afspraken
in de cao, waarmee ik behoudens in het PO, geen directe bemoeienis meer heb.
Daar waar zaken als een salarisstructuur (en dus een maximum) voor bestuurders
zijn geregeld in de cao, ligt het voor de hand daarbij in de beloningscode
aan te sluiten.</al>
      <tuskop letat="rom">24</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre wordt er met de harmonisatie van regelgeving
voor kinderopvang, peuterspeelzalen en voorschoolse educatie alleen beoogd
om alle kinderen met een taalachterstand te bereiken of spelen er ook nog
andere doelen mee?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelen van het harmoniseren van de regelgeving zijn: het tegengaan
van segregatie in de kinderopvang/peuterspeelzalen, het verhogen van de kwaliteit
en het verbeteren van de aansluiting op het eerste jaar van de basisschool
door taalachterstanden te bestrijden in de voorschoolse periode. Het kunnen
combineren van arbeid en zorg is en blijft een kerndoelstelling voor overheidsbeleid
op dit terrein.</al>
      <tuskop letat="rom">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het nu zaak dat de toezichthouder het management
aanspreekt of is dat de taak van de bestuurder?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens het Algemeen Overleg met de TK op 3 oktober ’07 over
mijn brief over Governance en de nieuwe wijze van toezicht (Tweede Kamer,
vergaderjaar 2006–2007, 30 183, nr. 18) is deze vraag aan de orde
geweest. Ik heb toen duidelijk gemaakt dat in formele zin door
de toezichthouder het bevoegd gezag conform de Wet op het Onderwijstoezicht
aangesproken zal worden en dat het de taak van de bestuurder is om het management
aan te spreken. Tegelijkertijd zal het ook zo zijn dat bij schoolbezoek de
inspecteur uiteraard met degene zal spreken die belast is met de dagelijkse
leiding van de school, wat de schoolleiding zal zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">26</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Van hoeveel combinatiefuncties in onderwijs, buitenschoolse
opvang en sport is momenteel sprake? Op welke wijze wordt dit in kaart gebracht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er bestaan in de praktijk nog weinig combinatiefuncties zoals bedoeld
in de Impuls brede scholen, sport en cultuur. Er bestaat wel een aantal «voorlopers»:
duale aanstellingen (werknemers met twee arbeidscontracten), werknemers met
een vaste aanstelling in de éne sector en een los contract in de andere
sector, werknemers in dienst van een gemeentelijke «pool» die
ingezet worden ten behoeve van meer dan één sector, werknemers
in het onderwijs met een aantal «taakuren» die ook buiten het
onderwijs kunnen worden ingezet.</al>
      <al>In overleg met onder andere de VNG zal worden bezien op welke wijze begin
2008 een «nulmeting» kan worden vormgegeven.</al>
      <tuskop letat="rom">27</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze zal de gewichtenregeling aangepast gaan
worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het algemeen overleg van 20 juni jl. is toegezegd dat ik dit jaar
een brief aan de Tweede Kamer zal sturen waarin wordt aangegeven hoe de gewichtenregeling
zal worden aangepast. Op dit moment ben ik hierover in overleg met de onderwijsorganisaties.</al>
      <tuskop letat="rom">28</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het uitgesloten dat onderdelen van de harmonisatie
van kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) al vóór
2010 worden gewijzigd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, dat is helemaal niet uitgesloten. Het kabinet stelt de komende periode
gemeenten financieel in staat om het aanbod van voorschoolse educatie verder
uit te breiden zodat het bereik in de voorschoolse periode snel kan worden
verhoogd. Dit betekent dat met gemeenten in het kader van het Bestuursakkoord
tussen Rijk en gemeenten nadere afspraken gemaakt worden over onder andere
uitbreiding van het aanbod van voorschoolse educatie en het doelgroepbereik.</al>
      <tuskop letat="rom">29</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij welke gemeenten gaat er, naast de vier grote gemeenten,
een pilot van start ten aanzien van gemengde scholen? Wat zijn de kenmerken
van de inwoners van deze gemeenten op de terreinen van buurtsamenstelling,
sociaal-economische status, opleidingsniveau en gezinssamenstelling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van de wijkaanpak (40 krachtwijken) wordt bekeken met welke
gemeenten – naast de vier grote gemeenten – afspraken gemaakt
kunnen worden over een pilot Gemengde Scholen. Deventer en Nijmegen hebben
in een eerder stadium al belangstelling getoond voor deze pilot. Zodra bekend
is welke gemeenten zullen participeren kan antwoord worden gegeven op de vragen
over de kenmerken van de inwoners van deze gemeenten.</al>
      <tuskop letat="rom">30</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt naast taal- en rekenonderwijs de canon
genoemd als aandachtspunt inzake de kwaliteitsagenda? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit is een reactie op het o.a. door de inspectie (Onderwijsverslag) gesignaleerde
zorgpunt van de balans tussen kennis en vaardigheid. Een zekere historisch-culturele
basiskennis is belangrijk voor alle leerlingen.</al>
      <tuskop letat="rom">31</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer wordt de kwaliteitsagenda voor het VO afgerond
en krijgt deze de status van een convenant? Wat is de invloed van de Kamer
daarop?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kwaliteitsagenda VO 2007–2011 is een vervolg op Koers VO en een
nadere concretisering van het Beleidsprogramma en het Coalitieakkoord. Met
de Kwaliteitsagenda VO (Koers VO 2007–2011) wordt een <nadruk type="cur">gezamenlijke</nadruk> agenda van de overheid en de VO-raad vastgelegd. Over
de uitwerking wil ik komende periode overleg voeren met onder andere ouders,
leerlingen en leraren.</al>
      <al>Ik streef ernaar om in de maand november te komen tot bestuurlijke afspraken
met de VO-raad. Zodra dit mogelijk is, zal ik u hierover nader informeren.
Daarbij zal ik u tevens melden welke procedure er gevolgd zal worden.</al>
      <tuskop letat="rom">32</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar wordt nu precies duidelijk welke interventies
de inspectie heeft als de verantwoording tekort schiet? Kan worden aangegeven
wat de stand van zaken is ten aanzien van het wetsvoorstel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de concrete uitwerking van de interventies vindt op dit moment overleg
plaats. Begin december 2007 is de besluitvorming afgerond en is duidelijk
waar en op welke wijze de interventiemogelijkheden van de inspectie worden
uitgewerkt.</al>
      <tuskop letat="rom">33</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt in de experimenten met betrekking tot het mengen
van scholen geëxperimenteerd met dwang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is de bedoeling dat de experimenten (pilots) inzicht geven in de instrumenten
die een daadwerkelijke bijdrage leveren aan het tegengaan van segregatie in
het onderwijs. Naast de in het coalitieakkoord genoemde vaste aanmeldmomenten
kunnen op lokaal niveau bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over de verhouding
allochtone/autochtone leerlingen per school. Daarbij is geen sprake van dwang,
maar deze afspraken kunnen wel zodanige gevolgen hebben voor de schoolkeuze
van ouders, dat er meer gemengde scholen ontstaan. In de experimenten zal
worden nagegaan op welke wijze – zonder acceptatieplicht en rekening
houdend met de vrijheid van schoolkeuze op basis van artikel 23 GW –
maatregelen genomen kunnen worden die tot een betere verhouding in de samenstelling
van allochtone en autochtone leerlingen kunnen leiden.</al>
      <tuskop letat="rom">34</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunnen de maatwerkprojecten omtrent vmbo nader toegelicht
worden.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor leerlingen in de onderbouw is het mogelijk gemaakt binnen de kerndoelen
opdrachten zodanig vorm te geven dat dit de leerling aanspreekt op zijn manier
van leren. Hiernaast hebben de scholen voor alle leerlingen de ruimte te kiezen
uit smalle of brede opleidingen. Vrij vertaald zijn smalle opleidingen de
oude afdelingsprogramma’s en brede opleidingen programma’s die
zijn samengesteld uit afdelingsprogramma’s binnen een sector (intrasectoraal)
of afdelingsprogramma’s uit twee of meer sectoren (intersectoraal).
De samenwerking tussen vmbo-mbo en bedrijfsleven speelt hierbij een grote
rol. Zij die «met hun handen leren», zullen binnen de praktijkgerichte
opdrachten ook praktisch bezig zijn. De scholen kunnen zo – naast de
vanaf het 3e leerjaar al bestaande voorzieningen zoals de leerwerktrajecten
of het zogenaamde mbo-1 traject binnen het vmbo – zelf maatwerk leveren.</al>
      <al>In het pedagogisch-didactisch concept zijn de scholen uiteraard vrij.</al>
      <tuskop letat="rom">35</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er een nadere definitie en toelichting worden gegeven
op het begrip «menselijke maat». Wat wordt hiermee bedoeld.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hiermee wordt uitgedrukt dat het vooral gaat om de uitwerking van de schaalgrootte
op de <nadruk type="cur">mensen</nadruk> binnen de betreffende organisatie.
Hierbij kan worden gedacht aan de volgende zaken:</al>
      <al>– De leerling voelt zich gekend (door de leraar, medeleerlingen
etc.).</al>
      <al>– De leerling en het onderwijsgevend personeel voelen zich veilig.</al>
      <al>– Binnen de organisatie ervaren de leraren voldoende invloed op
het schoolbeleid.</al>
      <al>– Binnen de gemeente/regio hebben ouders en leerlingen voldoende
keuzevrijheid. Het onderwijsaanbod is voldoende divers (denominatie, sfeer,
omvang etc.).</al>
      <tuskop letat="rom">36</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer is het Actieplan Menselijke Maat te verwachten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit plan zal in voorjaar 2008 aan de Kamer worden aangeboden.</al>
      <tuskop letat="rom">37</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer zal de Kamer worden geïnformeerd over
de uitkomsten van het onderzoek naar mogelijkheden om een fusietoets in te
voeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voor- en nadelen van een fusietoets worden op dit moment voor de verschillende
onderwijssectoren bezien in het bredere kader van het streven naar een menselijke
maat in het onderwijs. Het gaat hier om de vraag wat de mogelijkheden van
een fusietoets zijn om die menselijke maat in het onderwijs te stimuleren.
Deze afwegingen in verband met de mogelijkheden van een fusietoets worden
betrokken in de aanpak met betrekking tot de menselijke maat in het onderwijs,
waarover de Kamer uiterlijk voorjaar 2008 wordt geïnformeerd (zie ook
vraag 36).</al>
      <tuskop letat="rom">38</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt voorkomen dat scholen toch van ouders een
bijdrage voor de leermiddelen gaan vragen? Biedt de gedragscode voor schoolkosten
daartegen voldoende waarborgen, waar een groot deel van de scholen die code
nog niet toepast?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als vervolg op de wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO),
de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
en schoolkosten (WTOS) zal ook de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) worden
aangepast in die zin dat de schoolboeken die voortaan door de scholen om niet
ter beschikking van hun leerlingen worden gesteld, worden uitgezonderd. D.w.z.
in de WMS wordt opgenomen dat in het kader van de medezeggenschap het aanschaffen
van de boeken geen onderwerp van bespreking meer is. Hiermee wordt voorkomen
dat scholen geld voor de schoolboeken als bedoeld in de WVO en WEB aan de
ouders kunnen vragen.</al>
      <al>De gedragscode voor schoolkosten is hiervoor strikt genomen niet het geëigende
instrument omdat de gedragscode een aanbeveling is voor scholen om te handelen
conform de gedragscode en geen afdwingbare verplichting.</al>
      <tuskop letat="rom">39</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze zal de groenpluk aangepakt worden? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de participatietop van juni jl. heeft het kabinet met de Stichting
van de Arbeid afspraken gemaakt over onder meer de aansluiting tussen onderwijs
en arbeidsmarkt. Hierbij is het uitgangspunt gehanteerd dat iedere jongere
een startkwalificatie moet behalen, tenzij dat niet binnen de mogelijkheden
van die jongere past. Om dit te realiseren, wordt de komende jaren stevig
ingezet op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Daarnaast is het van
belang dat de jongeren die gestopt zijn met hun opleiding en zijn gaan werken,
alsnog een startkwalificatie behalen. In dit kader beveelt de Stichting van
de Arbeid de cao-partijen aan cao-afspraken te maken over het bieden van mogelijkheden
voor het behalen van de startkwalificatie aan werknemers zonder startkwalificatie,
in combinatie met het gebruik van een leerloopbaanadvies.</al>
      <tuskop letat="rom">40</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel stage- en werkplekken zijn er momenteel en
hoeveel zijn er tekort?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 150.</al>
      <tuskop letat="rom">41</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt er precies bedoeld met de verlengde vmbo-trajecten?
Wordt hier een pleidooi gehouden voor verticalisering? Het vmbo uit het voortgezet
onderwijs halen en bij het mbo aanhaken, of juist omgekeerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment wordt in een 10-tal projecten door vmbo-scholen en ROC’s
gekeken naar de onderlinge opleidingstrajecten en wordt gewerkt aan een betere
afstemming van de programma’s.</al>
      <al>Hiernaast hebben scholen gevraagd het mogelijk te maken over te gaan tot
een geïntegreerd programma vmbo-mbo-2 voor leerlingen in de basisberoepsgerichte
leerweg van het vmbo. De vmbo-school en het ROC stellen het programma samen
op en vast.</al>
      <al>Om ook de uitvoerbaarheid te vereenvoudigen, wordt bezien in hoeverre
via een project hierbij gekozen kan worden voor een totaal traject aan het
vmbo of aan een ROC.</al>
      <al>Doel is dat uiteindelijk de leerling de opleiding verlaat met een mbo-2
diploma welke, indien de opleiding via de vmbo-school loopt, een afsluiting
inhoudt onder auspiciën van het ROC.</al>
      <al>De 10 bestaande projecten zal worden gevraagd of zij bereid zijn mee te
doen.</al>
      <al>Bezien wordt of deze insteek kan bijdragen aan het verlagen van de voortijdige
uitval en het verhogen van het aantal mbo-2 gediplomeerden (startkwalificatie).</al>
      <tuskop letat="rom">42</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel leerkrachten verlaten jaarlijks het po, vo,
bve en het hbo? Wat zijn de verwachtingen voor 2008? Om welke redenen verlaten
deze professionals het onderwijs? Hoeveel nieuwe leerkrachten beginnen er
jaarlijks in het onderwijs? Wat zijn de verwachtingen voor 2008?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afgelopen jaar verlieten circa 11 950 leerkrachten het funderend
onderwijs en het mbo (cijfers over hbo zijn niet voorradig). De redenen van
uitstroom varieren sterk van (pre)pensioen, overlijden, arbeidsongeschiktheid
tot een nieuwe baan in een andere sector of het (voltijd) verrichten van zorgtaken.
Voor 2008 (en de daarop volgende jaren) wordt een verdere toename verwacht
van de uitstroom, met name door de vergrijzing en concurrentie met de werkgevers
in de markt. In 2008 is de uitstroom naar verwachting 14 100. De totale
instroom van nieuwe leerkrachten (pas-afgestudeerden, docenten die werkzaam
waren in de markt en zij-instromers) was afgelopen jaar circa 11 000
fte. De verwachting is dat de instroom het volgend jaar ongeveer 11 600
bedraagt. </al>
      <tuskop letat="rom">43</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er een overzicht per wijk worden verstrekt van
de hoogte van de uitval in de aandachtswijken. Kan worden aangegeven in welke
mate deze uitval hoger is dan het landelijk gemiddelde?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het voorlopige percentage leerlingen dat vroegtijdig school verlaat in
de veertig aandachtswijken (WWI: krachtwijken) is hieronder weergegeven. Het
voorlopige landelijke percentage vsv is 2,0%. In de overige wijken
is dat voor het voortgezet onderwijs (vo) 1,9% en in de aandachtswijken
is dat 3,8%. Voor het vo geldt dat het percentage vsv’ers in
de aandachtswijken twee keer zo hoog is als in gewone wijken. Overigens moet
hierbij worden opgemerkt dat 7,8% van het totale aantal vo-vsv’ers
afkomstig is uit een aandachtswijk. Voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
geldt dat het percentage vsv’ers in de aandachtswijken (14,3%)
hoger ligt dan in de andere wijken (9,0%). Gerekend naar het totale
aantal mbo-vsv-ers is 9% afkomstig uit een aandachtswijk.</al>
      <plaatje file="kst-31200-VIII-31-h1-1.gif" width="54.2mm" height="138.3mm" color="no" format="gif"></plaatje>
      <tuskop letat="rom">44</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat brede scholen alleen in de 40 wijken
worden gestimuleerd? Wat wordt er dan voor de andere plaatsen gedaan? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, dat klopt niet. De impuls zal in 2008 eerst beschikbaar komen voor
de G-31. Hieronder vallen ook de meeste gemeenten met de veertig WWI-wijken.
Voor de latere jaren staan middelen op de aanvullende post bij het ministerie
van Financiën gereserveerd. Definitieve besluitvorming over deze tranches
vindt de komende jaren steeds plaats bij voorjaarsnota. Kortheidshalve verwijs
ik u ook naar de Beleidsbrief Sport die staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, mw. Dr. J. Bussemaker, 15 oktober jl. naar uw Kamer
heeft gezonden (kenmerk S/TOP-SP 2806117).</al>
      <tuskop letat="rom">45</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen kunnen de komende jaren verwacht
worden met het oog op de inzet op «een leven lang leren»? Is er
een plan van aanpak voor «een leven lang leren»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Recent is besloten dat de projectdirectie Leren &amp; Werken, die in 2005
is opgericht om het leren van volwassenen te bevorderen, blijft bestaan tot
2011. Nog voor de begrotingsbehandeling zal de Tweede Kamer het Plan van Aanpak
2008–2011 van deze directie ontvangen. In dat plan worden voornemens
opgenomen op het terrein van: stimuleren van regionale samenwerking tussen
partijen die betrokken zijn bij een leven lang leren, het bevorderen van een
flexibel en efficiënt opleidingenaanbod en het vergroten van de bekendheid
van de mogelijkheden voor scholing bij burgers en werkgevers.</al>
      <tuskop letat="rom">46</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel onbevoegde leraren staan er voor de klas en
wat voor vak geven zij (absoluut en procentueel)? Hoe was dit de afgelopen
vijf jaar? Wat is de prognose voor de komende vijf jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Lessen kunnen onbevoegd verzorgd worden ondanks dat de leraar wel
(voor een ander vak) bevoegd is.</al>
      <al>• Het aandeel lessen dat gegeven is door onbevoegde leraren is de
afgelopen 5 jaar toegenomen (van 10% in 2002/03 naar 10,4% in
2005/06).</al>
      <al>• De meeste onbevoegde en onbenoembare lesuren worden gegeven in
Wiskunde, Engels, Economie en Nederlands. (ITS,<nadruk type="cur">Aandachtsgroepenmonitor</nadruk> 2006)</al>
      <al>• Er zijn geen ramingen voor het aandeel onbevoegde/onbenoembare
leraren/lesuren. Uiteraard is de verwachting dat met het oplopen van het vervangingsprobleem
ook het aandeel onbevoegden zal kunnen oplopen.</al>
      <al>• De komende jaren zullen scholen zich, naast de reeds genoemde vakken,
vooral moeten inspannen voor leraren Duits, Techniek, Natuurkunde en Scheikunde.</al>
      <tuskop letat="rom">47</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel procent van het personeel dat werkzaam is aan
onderwijsinstellingen (po, vo, bve, hbo) houdt zich bezig met lesgeven en
het primaire onderwijsproces? Hoe was dit de afgelopen tien jaar? Wat is de
prognose voor de komende vijf jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 48.</al>
      <tuskop letat="rom">48</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hoog is het percentage middelen dat gaat naar het
primaire proces in het po, vo, bve en hbo? Om hoeveel middelen gaat het?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De minister heeft toegezegd na de zomer (de planning is voor de OCW begrotingsbehandeling)
een reactie naar de Tweede Kamer te sturen op bureaucratiebenchmarks
die zijn uitgevoerd in het onderwijs. Hierin wordt nader ingegaan op de percentuele
samenstelling van de ingezette middelen naar management, onderwijzend personeel,
(in)direct ondersteunend personeel, materiaal en huisvesting. In de reactie
zal ook nader worden ingegaan op het deel van het onderwijspersoneel dat zich
bezighoudt met het primaire onderwijsproces.</al>
      <al>Voor alle sectoren geldt dat de instellingen vrij zijn om de middelen
al dan niet aan te wenden voor het primaire proces.</al>
      <tuskop letat="rom">49</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt de ambitie om ruim baan te geven aan ongebonden
en zuiver wetenschappelijk onderzoek zich tot de impuls voor broodnodige valorisatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze liggen volledig in elkaars verlengde. Grensverleggend onderzoek en
goed opgeleide mensen vormen de basis voor daadwerkelijke innovatie. Valorisatie
en innovatie zijn alleen gediend met een hoge kwaliteit van onderzoek. Daarom
legt dit kabinet, ook bij het benutten van kennis, het primaat bij zuiver
en ongebonden wetenschappelijk onderzoek.</al>
      <tuskop letat="rom">50</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht wat het model van de graduate
schools uit de Verenigde Staten omvat.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het model van graduate schools uit de Verenigde Staten doel ik op
de drie kenmerken:</al>
      <al>• Het werken met gelijke instroommomenten. De meest competitieve
graduate schools hebben maar één keer per jaar een aanmeldingsmoment.</al>
      <al>• Selectie aan de poort. Promovendi worden geselecteerd op onder
andere hun scores op nationale gestandaardiseerde testen (bijvoorbeeld de
Graduate Record Examination, GRE), aanbevelingsbrieven, en gesprekken. De
beste graduate schools vragen hoge scores.</al>
      <al>• Later keuze van een onderwerp en een promotor. In de graduate schools
wordt bijvoorbeeld eerst een aantal korte onderzoeksprojecten uitgevoerd.
Gaandeweg kiest de promovendus een promotor en gaat een proefschrift schrijven.</al>
      <tuskop letat="rom">51</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze kan mogelijk gegarandeerd worden dat
er een goede basis komt waarop excellentie in het onderzoek kan steunen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een goede basis voor excellentie vormt continuïteit van de financiering
van zowel de eerste (universiteiten) als de tweede geldstroom (NWO en KNAW).
Daarnaast wil het kabinet de beste onderzoekers de ruimte bieden omdat hierdoor
het wetenschappelijk kader voor de toekomst wordt gekweekt.</al>
      <tuskop letat="rom">52</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe denkt u te kunnen sturen op het personeelsbeleid
met betrekking tot de ruimte voor talent en diversiteit, gelet op het feit
dat dit niet tot de directe bevoegdheden van u behoort?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Enerzijds is dat door meer ruimte te geven aan de beste onderzoekers en
carrièreperspectieven te bieden aan wie het goed doet. Jonge onderzoekers
moeten op een tijdig moment in hun carrière een positie van wetenschappelijke
onafhankelijkheid krijgen. Het kabinet doet dit door versterking van het onderzoek
via de tweede geldstroomorganisatie (NWO) door het persoonsgericht en in competitie
inzetten van middelen. Daarbij wordt speciale aandacht gegeven aan het percentage
vrouwen en wordt (via het programma Mozaïek) gestimuleerd
dat het aantal allochtonen in de promotiefase toeneemt. Hiermee krijgen jonge
mensen de ruimte om zich te ontplooien. Anderzijds is de overheid voortdurend
in (bestuurlijke) dialoog met universiteiten, tweede geldstroomorganisaties
en organisaties als TNO en GTI’s over (de uitvoering van) het beleid.</al>
      <tuskop letat="rom">53</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete plannen liggen er om wetenschappelijke
ontdekkingen en resultaten beter te gaan vertalen in toepassingen voor bedrijfsleven
en samenleving?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door het vorige kabinet is al stevig ingezet op samenwerking tussen onderzoeksinstellingen
en bedrijven om valorisatie op basis van onderzoek te bevorderen, bijvoorbeeld
in de Bsik-projecten, andere FES-projecten in de biowetenschappen zoals Top
Pharma, CTMM, BMM, Parelsnoer, genomics (samen bijna € 700 miljoen
FES-subsidie voor een periode van ongeveer vijf jaar), het Technopartnerprogramma
en de kennisvouchers MKB. Al langer bestaand zijn de Technologische Topinstituten
en het innovatiemodel van NWO/STW. Het resultaat van deze inspanningen is
dat ons land het op dit moment wat valorisatie betreft niet slechter doet
dan andere Europese landen. Concrete plannen van het kabinet betreffen de
volledige invoering van vraagsturing (in 2010) bij TNO en de GTI’s,
de vorming van de federatie van de drie technische universiteiten en het stimuleren
van praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs. Ook wil het kabinet
bezien of de kerncompetenties van de hierboven genoemde Technologiestichting
STW beter kunnen worden benut en ingezet in de richting van de universiteiten.
En tenslotte wil het kabinet dat onderzoekers meer kunnen profiteren van de
opbrengsten van hun intellectueel eigendom (zie ook het antwoord op vraag
54).</al>
      <tuskop letat="rom">54</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen worden er getroffen, zodat onderzoekers
meer kunnen profiteren van de opbrengsten van de door henzelf gegenereerde
intellectuele eigendommen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet (zie ook het antwoord op vraag 53) wil dat onderzoekers meer
kunnen profiteren van de opbrengsten van hun intellectueel eigendom. Daarvoor
bestaan nu regelingen die van instelling tot instelling verschillen. Het kabinet
wil op dit punt meer uniformiteit bereiken. Zij zal daartoe de wenselijkheid
en mogelijkheden bezien om de huidige wetgeving op het gebied van hoger onderwijs
en onderzoek en op het gebied van intellectueel eigendom aan te passen. Ook
in Europees verband wordt hieraan gewerkt. Aan de Europese Commissie is gevraagd
met voorstellen te komen gericht op het verbeteren van het beheer van intellectueel
eigendom bij Europese kennisinstellingen.</al>
      <tuskop letat="rom">55</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In welke landen buiten Europa speelt niet of in mindere
mate het structurele knelpunt van het Europese kennissysteem van het vertalen
van wetenschappelijke ontdekkingen en onderzoeksresultaten naar toepassingen
binnen het bedrijfsleven? In hoeverre kunnen wij daarvan iets leren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland is in vergelijking met de meeste andere Europese landen niet
slechter of beter. De VS heeft de naam dat de doorstroom van fundamenteel
onderzoek naar bedrijvigheid goed loopt. In de VS laat echter een aantal vakgebieden
(bijvoorbeeld astronomie en fysica) problemen zien waar het gaat om het bijblijven
in fundamenteel onderzoek. De laatste 10 jaar publiceert de VS in totaal minder
in de wetenschappelijke literatuur dan de Europese Unie, zelfs als alleen
wordt gekeken naar de EU-landen voor de uitbreiding met Oost-Europa.
Uit een binnenkort te verschijnen studie van de OECD blijkt dat het beeld
van de valorisatie van Europa t.o.v. de VS genuanceerd is. Er bestaan grote
verschillen tussen de wetenschappelijke en technologische gebieden. De VS
loopt alleen voorop waar het gaat om commercialisering in termen van patenten.
Het Verenigd Koninkrijk gaat aan kop waar het gaat om het uitgeven van licenties,
openbaar maken van uitvindingen en het aantal start ups. Wel kunnen we hiervan
leren. Ik ben van mening dat de onderzoeker moet kunnen profiteren van de
commerciële opbrengsten van het intellectuele eigendom op de onderzoeksresultaten.
Daarom zal ik de wenselijkheid en mogelijkheden bezien om de huidige wetgeving
voor het hoger onderwijs en onderwijs op dit punt aan te passen. In Japan
is het onderzoek altijd sterk gericht op toepassingen en innovatie. Ook daar
is men zich meer en meer gaan richten op fundamenteel onderzoek. China is
nog steeds sterk gericht op toepassingen en innovatie. Desalniettemin nemen
ook daar de investeringen in het fundamenteel onderzoek fors toe. De wereldwijde
trend is dat de aandacht voor fundamenteel onderzoek sterk toeneemt omdat
investeren in ongebonden en zuiver wetenschappelijk onderzoek een noodzakelijke
voorwaarde is voor innovatie. Waar het daarbij op aankomt is dat de besteding
van de middelen volstrekt transparant is en de middelen vooral persoongericht
en in competitie worden ingezet.</al>
      <tuskop letat="rom">56</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Valorisatie is van groot belang voor de toepassing
van wetenschap. Hoe gaat u concreet stimuleren dat wetenschap en bedrijfsleven
elkaar meer opzoeken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de strategische agenda heb ik vermeld ook bij het benutten van kennis,
het primaat bij ongebonden en zuiver wetenschappelijk onderzoek te leggen.
Valorisatie is gediend met een hoge kwaliteit van onderzoek. In de komende
periode wordt uitgezocht welke rol de technologiestichting STW kan spelen
bij de bevordering van de kwaliteit in verschillende delen van het onderzoeksbestel.
Verder wordt uitgezocht of NWO/STW een rol kan spelen bij een verdere kwaliteitsbevordering
van onderzoek van TNO en de GTI’s en de drie technische universiteiten.</al>
      <al>Door het vorige kabinet is stevig ingezet op valorisatie van onderzoek
met de Bsik-projecten, andere FES-projecten in de biowetenschappen zoals Top
Pharma, CTMM, BMM, Parelsnoer, genomics (samen bijna € 700 miljoen
FES-subsidie voor een periode van ongeveer vijf jaar), het TechnoPartnerprogramma
voor starters en de kennisvouchers voor het midden- en kleinbedrijf. Verder
de succesvolle aanpak van Technologiestichting STW en de maatschappelijke
topinstituten (MTI’s) waarin grensverleggende excellente wetenschap
wordt samengebracht met kennisvragen van departementen en maatschappelijke
sectoren. Ook heeft het vorig kabinet een proces in gang gezet om het onderzoek
van TNO en de grote technologische Instituten meer vraaggestuurd te maken
en de overheidsbudgetten te koppelen aan maatschappelijke thema’s.</al>
      <tuskop letat="rom">57</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke rol speelt sociale innovatie in de maatschappelijke
innovatieagenda?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het begrip sociale innovatie wordt meestal in een bepaalde context gebruikt,
namelijk innovatie van de arbeidsorganisatie. Doelstelling is het vergroten
van de innovatiekracht, de productiviteit en de ontwikkeling van menselijke
talenten binnen organisaties. De maatschappelijke innovatieagenda heeft betrekking
op maatschappelijke vraagstukken. Inzichten ontleend aan het begrip sociale
innovatie kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. </al>
      <tuskop letat="rom">58</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel in- en doorstroom werknemers zullen (mogelijk)
het onderwijs verlaten als gevolg van de vermindering van gesubsidieerde arbeid
aan de gemeenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit het Jaarverslag 2006 van de stichting Participatiefonds voor het onderwijs
blijkt dat een verwachte instroomgolf in de werkloosheidsregeling als gevolg
van ontslag van voormalig ID-werknemers zich dat jaar niet heeft voorgedaan.
Van de ontslagen ex-ID werknemers in 2006 zijn er 137 ingestroomd in het landelijke
project «van ID naar werk». Het is onduidelijk of er sprake is
van uitstel van een ontslaggolf of het uitblijven daarvan.</al>
      <al>Wel is bekend dat gemeenten zelf nieuw beleid hebben vastgesteld ten aanzien
van gesubsidieerde arbeid en dat nieuwe afspraken zijn gemaakt met schoolbesturen
ten aanzien van subsidies.</al>
      <tuskop letat="rom">59</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is het huidige percentage van de taalachterstand?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taalachterstand wordt vastgesteld aan de hand van het verschil tussen
toetsscores op diverse leergebieden van doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen.
De verschillen tussen de doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen zijn
voor het laatst in 2005 gemeten. Toen was het verschil met 21% ten
opzichte van 2002 gereduceerd. De volgende meting vindt plaats in 2008. Deze
gegevens zijn eind 2008/begin 2009 beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">60</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom streeft u er naar om pas in 2011 alle vo scholen
en mbo opleidingen te laten voldoen aan de normen voor onderwijstijd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik streef ernaar dat alle vo scholen en mbo opleidingen zowel in kwantitatieve
als kwalitatieve zin op zo kort mogelijke termijn voldoende onderwijstijd
aanbieden. Het inspectietoezicht op de programmering en realisatie van de
onderwijstijd wordt geïntensiveerd en verder verscherpt. Ook wordt in
het reguliere toezicht extra aandacht besteed aan het programmeren en realiseren
van voldoende onderwijstijd. Daarnaast zijn alle scholen en instellingen (meermaals)
per brief verzocht zich in te spannen om te voldoen aan de voorschriften voor
onderwijstijd. Uiteindelijk is het immers de sector zelf die moet zorgen dat
leerlingen voldoende onderwijstijd krijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">61</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Betekent de opmerking dat er in 2011 een 100%
dekkende infrastructuur van regionale samenwerkingsverbanden is, dat er een
structuur van bovenaf wordt opgelegd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Neen, met deze opmerking wordt niet bedoeld dat er in 2011 een structuur
van bovenaf wordt opgelegd. Na een uitvoerige discussie met het onderwijsveld
is besloten om niet een geheel nieuwe structuur te ontwikkelen. Het gaat om
het verbinden van bestaande voorzieningen en samenwerkingsverbanden, zodat
voor alle leerlingen een passend onderwijszorgaanbod kan worden gerealiseerd.
Uitgaande van de huidige samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet
onderwijs worden door het onderwijsveld regionale netwerken gevormd. In elk
netwerk participeren ook de REC’s van de verschillende clusters.</al>
      <tuskop letat="rom">62</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor welk percentage zetten scholen de gelden voor
leerplus-arrangementen in voor overhead? Voor welk percentage komen de gelden
voor leerplus-arrangementen terecht bij havo/vwo-afdelingen van de scholen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De eerste vraag raakt aan de vraag hoe groot de overhead binnen de diverse
onderwijssectoren is. De minister heeft toegezegd na de zomer (de planning
is voor de OCW begrotingsbehandeling) een reactie naar de Tweede Kamer te
sturen op de bureaucratiebenchmarks die zijn uitgevoerd voor alle vier de
onderwijssectoren (po, vo, bve en hbo). Hierin wordt nader ingegaan op de
percentuele samenstelling van de ingezette middelen naar management, onderwijzend
personeel, (in)direct ondersteunend personeel, materiaal en huisvesting. Voor
alle sectoren geldt dat de instellingen vrij zijn om de middelen al dan niet
aan te wenden voor het primaire proces.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van de 94 scholen die voor Leerplus in aanmerking komen hebben 70 scholen
een havo- en/of vwo-component. Bij 56 van de 70 scholen met havo/vwo gaat
het om brede scholengemeenschappen. Het is aan de scholen om de middelen binnen
de school in te zetten daar waar het het hardste nodig is. Er is derhalve
niet aan te geven voor welk percentage middelen terechtkomen bij de havo/vwo-afdelingen
van de scholen.</al>
      <tuskop letat="rom">63</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven hoe – ten aanzien van het
terugdringen van voortijdig schoolverlaters – de streefdatum van 2012
zich verhoudt met de streefdatum van de Lissabondoelstellingen in 2010. Welke
consequenties heeft dat?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet Balkenende IV heeft zich tot doel gesteld om het jaarlijks
aantal <nadruk type="cur">nieuwe</nadruk> voortijdig schoolverlaters te reduceren
tot 35 000 in 2012. Deze doelstelling is met name gericht op preventie:
het voorkomen van nieuwe uitvallers. De doelstelling betreft een halvering
t.o.v. de 71 000 in 2002.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Lissabondoelstelling om de uitval in 2010 tot 8% te reduceren
betreft het aandeel 18–24-jarigen zonder startkwalificatie, die geen
onderwijs of scholing meer volgen. In 2006 zijn dat er circa 197 000.
Dit is indicatief en gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking (EBB)
van het CBS.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De relatie tussen beide streefdata is het terugdringen van voortijdig
schoolverlaten, de ene met name gericht op voorkomen (preventie) en de andere
op het moment dat jongeren na hun 18e al uitgevallen zijn (curatief).</al>
      <al>De nationale doelstelling gericht op preventie is een vertaling van de
Lissabon-doelstelling. Met een meer preventieve aanpak in de leeftijdscategorie
12–23 jaar is de verwachting dat op lange termijn er steeds minder nieuwe
uitvallers komen en dus vanzelf de groep 18–24 jaar zonder startkwalificatie
afneemt. Of dit al in 2010 te realiseren is, is mede afhankelijk van de uitvoering
van de afspraken die in het kader van de participatietop zijn gemaakt en de
gezamenlijke inzet hierop samen met SZW en de werkgevers.</al>
      <tuskop letat="rom">64</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er een overzicht over de jaren worden gegeven welke
bedragen daadwerkelijk overblijven voor de kinderopvang na het aftrekken van
de beleidsmaatregelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaande tabel laat een overzicht zien van de voorlopige verdeling
van de enveloppe kinderopvang. Voor 2008 en 2009 is een deel beschikbaar voor
VVE wat bij artikel 1 Primair onderwijs op de begroting staat. Daarnaast zijn
voor VVE via het accres ook middelen aan het Gemeentefonds toegevoegd. Alleen
de tranche 2008 staat bij OCW op de begroting. De oploop van de extra middelen
voor kinderopvang staan nog gereserveerd bij Financiën. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="62.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="10mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"> Bedragen (x €1
mln)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2011</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2012</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Enveloppe kinderopvang</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">175</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">375</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">525</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">700</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">700 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Nieuw beleid op begroting OCW:</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Voor- en vroegschoolse educatie (artikel 1)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">53,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">41,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Subsidieregeling kinderopvang</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Kwaliteit en opleidingen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Taskforce wachtlijsten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Harmonisering kinderopvang, peuterspeelzalen en VVE</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">30,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">25,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20,5</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Financiering overschrijding budget Wet kinderopvang</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">61</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">125</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">125</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">125</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">94 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Naar gemeentefonds</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">28,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">44,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">56,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">56,5 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Restpost Financien</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">136</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">281</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">449</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">485</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de jaren 2009 en verder zal bij de begroting 2009 inzicht worden
gegeven in de verdeling van de middelen die bij Financiën op een aanvullende
post staan gereserveerd.</al>
      <tuskop letat="rom">65</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat voor de post «Actief burgerschap
en integratie» in het primair onderwijs vanaf 2008 geen geld meer
is gereserveerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De implementatie van Actief Burgerschap en Sociale Integratie is in februari
2006 van start gegaan. Een aantal van de handreikingen is inmiddels afgerond,
enkele activiteiten lopen door in 2008. Dit zijn de «programmering burgerschap»
door Teleac/NOT, het versterken van burgerschapscompetenties bij leraren door
Hogeschool Windesheim en het project «democratische burgerschapsvorming
in de basisschool» door Stichting Eduniek in samenwerking met prof.
De Winter van de Universiteit Utrecht. Deze projecten zijn samen begroot op
220 000 euro in het jaar 2008.</al>
      <tuskop letat="rom">66</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke beleidsmaatregelen zullen worden genomen om vanaf 2009
de kosten voor de Wet kinderopvang structureel naar beneden te brengen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De te nemen maatregelen om de kosten voor de Wet kinderopvang naar beneden
te brengen zullen, naast de huidige ophoging van de werkgeversbijdrage en
de inzet van enveloppe middelen, gevonden moeten worden in de regeling zelf
ter grootte van € 125 miljoen vanaf 2009. Het kabinet zal met
de aanstaande begrotingsvoorbereiding aangeven hoe dit bedrag per 1-1-2009
wordt ingevuld.</al>
      <tuskop letat="rom">67</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Van welke tegenvaller in de prestatiebeurs bij de bol
is er sprake?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met ingang van het schooljaar 2005–2006 is de prestatiebeurs voor
de leerlingen bol op niveau drie en vier in werking getreden. Begin 2007 zijn
voor het eerst realisatiegegevens over een volledig uitvoeringsjaar beschikbaar
gekomen (2006). Op grond van deze realisatiegegevens is een herberekening
gemaakt van de verwachte uitgaven in de bol.</al>
      <tuskop letat="rom">68</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre heeft het beleid om de «1 oktobergrens»
niet meer te hanteren voor de doorstroom van groep 2 naar groep 3 invloed
op de leerprestaties van de kinderen en vooral voor rekenen en taal? In hoeverre
stuurt de Onderwijsinspectie hierop door bijvoorbeeld scholen af te rekenen
op de rendementscijfers? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Inspectie beschikt niet over cijfers om de invloed van (het afschaffen
van) «1 oktober»-beleid op leerprestaties te kunnen vaststellen.
Volgens de Onderwijsinspectie is het in het algemeen zo dat kinderen die doubleren,
daardoor niet of nauwelijks betere leerprestaties behalen (Onderwijsverslag
2005–2006: p. 132). Uit onderzoek blijkt dat dit ook geldt als een kind
langer «kleutert» d.w.z. een jaar langer in groep 2 zit (Basisschoolmanagement,
februari 2005).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Inspectie rekent scholen niet af op het rendement van groep 1 en 2;
zij kijkt wel naar de verblijfsduur van leerlingen in groep 3 tot en met 8.
De Inspectie onderzoekt tevens of de school een beredeneerd beleid heeft voor
de overgang van groep 2 naar groep 3. Is dat er niet, dan spreekt zij de school
daarop aan. Het hanteren van alleen maar een «1 oktobergrens»
is niet genoeg; de ontwikkeling van het individuele kind moet centraal staat.</al>
      <tuskop letat="rom">69</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Ziet u verschillen in de leerlingenontwikkeling per
regio en houdt de bekostigingssystematiek daar rekening mee? Kan een sterke
daling van de leerlingenpopulatie in een regio zelfs de continuïteit
van scholen bedreigen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze vraag heeft betrekking op de prognose van de leerlingenontwikkeling,
die de basis vormt voor de macrobegroting. Voor het opstellen van zo’n
macrobegroting zijn verschillen op regionaal niveau niet relevant.</al>
      <al>Het is wel zo, om antwoord te geven op de vraag, dat er verschillen kunnen
zijn op lokaal en regionaal niveau in de leerlingenontwikkeling. Dit hangt
uiteraard vooral af van verschillen in lokale en regionale demografische ontwikkelingen,
zoals de bouw van VINEX-lokaties. Een sterke stijging of daling van de leerlingenpopulatie
in een bepaalde regio kan verschillend uitpakken, afhankelijk van de onderwijssector,
het gedrag van leerlingen en ouders en de schaalgrootte van de onderwijsinstelling.</al>
      <al>Het zal niet snel voorkomen dat een sterke daling de continuïteit
van een instelling bedreigt: zeker niet bij grotere onderwijsinstellingen.
In het geval van relatief kleine basisscholen kan het voorkomen, zeker als
te weinig ouders hun leerling op die school willen plaatsen of als in een
bepaald plattelandsgebied sprake is van een daling van de bevolking, dat een
school uiteindelijk onder de minimumnorm zakt. Deze «opheffingsnorm»
is vastgelegd in wet- en regelgeving.</al>
      <tuskop letat="rom">70</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de – 6,4 funderend onderwijs in tabel 2 worden
toegelicht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De – € 6,4 miljoen is het saldo van twee boekingen,
namelijk – € 25 miljoen en + € 18,6 miljoen.</al>
      <al>Zoals ook uit de toelichtingen op blz. 32 onder «funderend onderwijs»
blijkt, zijn de aanvragen voor de regeling praktijkgerichte leeromgeving vmbo/pro
achtergebleven bij de raming; er was sprake van een onderbenutting van de
FES-middelen. Als gevolg hiervan is er een bedrag van € 18,6 miljoen
uit 2006 via een kasschuif overgeboekt naar 2007. Vervolgens is dit bedrag
verhoogd met het in 2007 niet uitgegeven bedrag tot in totaal € 25
miljoen. Deze € 25 miljoen is overgeboekt naar beleidsterrein primair
onderwijs voor de ontwikkeling van de brede scholen (zie ook de plus € 25
miljoen in tabel 2 bij artikel 1). Per saldo dus – € 6,4 miljoen.</al>
      <tuskop letat="vet">Primair onderwijs</tuskop>
      <tuskop letat="rom">71</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op hoeveel basisscholen wordt de citotoets niet door
alle leerlingen gemaakt? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie vraag 72.</al>
      <tuskop letat="rom">72</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe groot is het aandeel leerlingen in het basisonderwijs
dat de citotoets niet doet? Hoe groot is het aandeel allochtone leerlingen
dat de citotoets niet maakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het schooljaar 2005/2006 nam 81% van de basisscholen de Eindtoets
Basisonderwijs van Cito af. Op deze basisscholen nam 1 op de 20 leerlingen
uit groep 8 om uiteenlopende redenen niet deel aan deze toets (5,2%).</al>
      <al>Uit: <nadruk type="cur">Rapport «Eindtoets basisonderwijs 2006»</nadruk> (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, bijlage bij 30 183,
nr. 13).</al>
      <al>De inspectie heeft niet onderzocht hoeveel allochtone leerlingen niet
deelnemen aan de eindtoets.</al>
      <tuskop letat="rom">73</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Naar welk type middelbaar onderwijs gaan leerlingen
die geen citotoets hebben gemaakt? Hoe was dit de afgelopen vijf jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De onderwijsinspectie concludeert in haar rapport «De eindtoets
in het basisonderwijs» (oktober 2006) dat op basisscholen waar de eindtoets
wordt afgenomen ruim 5% van de leerlingen daaraan niet meedoet. Tweederde
van deze groep gaat naar verwachting naar het leerwegondersteunend onderwijs,
het praktijkonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs; van de anderen
is dat niet bekend.</al>
      <al>Met de invoering van het onderwijsnummer in de sector PO zal van alle
leerlingen bekend zijn naar welke type voortgezet onderwijs ze gaan.</al>
      <tuskop letat="rom">74</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel basisscholen hebben een vaste conciërge
(absoluut en procentueel)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze informatie wordt niet systematisch verzameld: vooral omdat het aan
de basisscholen is om zelf keuzes te maken in de takenverdeling van beheerfuncties
zoals conciërges. De kosten voor beheerfuncties zoals conciërges
vallen binnen de besteding van hun lumpsumbudget. Bovendien is een belangrijk
streven om de administratieve belasting van de scholen beperkt te houden.</al>
      <tuskop letat="rom">75</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel basisscholen hebben een vaste administratieve
medewerker (absoluut en procentueel)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze informatie wordt niet systematisch verzameld: vooral omdat het aan
de basisscholen is om zelf keuzes te maken in de takenverdeling van administratieve
functies. De kosten voor administratieve functies vallen binnen de besteding
van hun lumpsumbudget. Bovendien is een belangrijk streven om de administratieve
belasting van de scholen beperkt te houden. Zie ook het antwoord op vraag
74.</al>
      <tuskop letat="rom">76</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is er bij het percentage leerlingen
op basisscholen met havo/vwo advies (tabel 1.1) rekening gehouden met de (aangeboren)
cognitieve capaciteiten van leerlingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het percentage in de tabel is gebaseerd op PRIMA-onderzoek: hieruit blijkt
dat pakweg 4 op de 10 kinderen aan het einde van de basisschool een advies
krijgen met de optie van een HAVO of VWO vervolgopleiding. Meestal zal de
directeur van een basisschool bij het bepalen van het advies
rekening houden met het talent van de leerling, de ontwikkeling die het kind
heeft doorgemaakt tijdens de basisschool, de feitelijke scores op bijvoorbeeld
een eindtoets en een indruk van de gezinsomstandigheden en de motivatie van
het kind om te leren.</al>
      <tuskop letat="rom">77</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre wordt er bij het onderzoek naar de mogelijkheden
voor een absolute maatstaf gebruik gemaakt van de Periodieke Peiling van het
Onderwijsniveau (PPON) gegevens?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan de expertgroep Doorlopende leerlijnen Nederlandse taal en rekenen/wiskunde
is gevraagd referentieniveaus vast te stellen voor onder meer het basisonderwijs.
Deze referentieniveaus beschrijven wat leerlingen aan het eind van het basisonderwijs
moeten kennen en kunnen op het gebied van reken- en taalvaardigheid. Bij het
vaststellen van de referentieniveaus maakt de expertgroep gebruik van uitkomsten
van onderzoek, onder andere de rapportages van PPON.</al>
      <tuskop letat="rom">78</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke ambitie heeft u in de 40 zogenoemde krachtwijken
met betrekking tot het percentage leerlingen op basisscholen met havo of vwo
advies?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen centrale doelstelling ten aanzien van het percentage leerlingen
in de krachtwijken dat een havo of vwo advies krijgt. Voor sommige wijken
is in de gemeentelijke actieplannen wel een streefpercentage in de doelstellingen
genoemd. De Rijksoverheid biedt steun om de voor de prachtwijken gestelde
doelen te bereiken.</al>
      <tuskop letat="rom">79</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarvoor dienen de posten overig in tabel 1.2? Kan
toegelicht worden waar deze aan besteed worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bedrag bij de 1e post overig in tabel 1.2 is vooral bestemd voor rugzakken
in het VO.</al>
      <al>De andere posten overig zijn bestemd voor relatief kleine projecten ten
behoeve van de desbetreffende operationele doelstellingen.</al>
      <tuskop letat="rom">80</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan concreet worden toegelicht wat er precies ten aanzien
van cultuur en school wordt gedaan en op welke wijze het budget wordt besteed?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gehele bedrag op de begroting voor primair onderwijs wordt besteed
aan de verlenging van de regeling Versterking Cultuureducatie Primair Onderwijs.
Het doel van deze regeling is om scholen te stimuleren hun visie op cultuureducatie
te formuleren en deze visie te vertalen in culturele activiteiten in samenwerking
met de culturele omgeving. Maar OCW doet nog meer, zie voor de overige uitgaven
in het kader van Cultuur en School artikel 14 van de begroting.</al>
      <tuskop letat="rom">81</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er ten aanzien van de middelden voor passend onderwijs
gespecificeerd worden welke middelen er naar Weer samen naar school (wsns),
leerlinggebonden financiering (lgf) en overige posten gaan.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In tabel 1.2 staat onder doelstelling «Leerlingen kunnen zonder
drempels het primair onderwijs volgen...» € 48 miljoen voor
Passend Onderwijs, WSNS en LGF. Hiervan is € 20 miljoen voor Passend
Onderwijs, half november wordt een invoeringsplan met een onderbouwing naar
de Kamer gestuurd. Van de overige middelen gaat € 6 miljoen naar
diverse projecten Weer samen naar School voor flankerend beleid en € 22
miljoen gaat naar Leerling gebonden financiering (bekostiging
van REC’s, toezicht op de indicatie en overige projecten).</al>
      <tuskop letat="rom">82</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre kan worden ingeschat dat de materiële
bekostiging voldoende is en kan de afname aan middelen vanaf 2008 worden
verklaard.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2006 zijn de programma’s van eisen voor de materiële bekostiging
van het primair onderwijs geëvalueerd. Er is toen geconcludeerd dat de
onderzoeken géén aanleiding gaven om de prijzen te herijken.</al>
      <al>De materiële bekostiging voor een school is in belangrijke mate afhankelijk
van het aantal leerlingen. De afname van de middelen vanaf 2008 kan enerzijds
worden verklaard door de dalende leerlingenaantallen en anderzijds door het
aflopen van regelingen die ook in de reeks «materiële instandhouding»
zijn opgenomen, zoals de regeling Dagarrangementen en Combinatiefuncties.</al>
      <tuskop letat="rom">83</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze wordt de mate van het versterken van
de positie van ouders gemeten? Kan een overzicht worden gegeven van de resultaten
tot nu toe.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2005 is geïnventariseerd wat nodig is om de betrokkenheid tussen
ouders en school te versterken. Daartoe zijn diverse voorzieningen getroffen,
waaronder aanjagers, methodieken en materialen. Daarmee wordt de intentieverklaring
tussen OCW en ouderorganisaties uitgevoerd (TK 30 183, nr. 2).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De onderwijs- en ouderorganisaties hebben op 4 juli jl. een manifest
aangeboden aan de beide staatssecretarissen van onderwijs, waarin zij verklaren
de ouderbetrokkenheid bij hun achterbannen te willen stimuleren. Zij willen
dit najaar het primair en voorgezet onderwijs voorzien van praktische methodieken
en materialen. Scholen worden daarmee in staat gesteld ouderbetrokkenheid
naar eigen behoefte en inzicht te versterken. De positie van ouders wordt
dus versterkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het voornemen bestaat om in 2008 een eerste meting van resultaten uit
te voeren, gevolgd door een eindevaluatie in 2010.</al>
      <tuskop letat="rom">84</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke kwetsbare groepen worden onderscheiden in het
kader van versterking van de positie van ouders?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gaat om twee groepen kwetsbare ouders: allochtone ouders en laag opgeleide
ouders.</al>
      <tuskop letat="rom">85</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Geldt het streven om vanaf 2010 alle scholen te
bekostigen op basis van het onderwijsnummer voor alle sectoren van het onderwijs?
Zullen alle instellingen de verbeteringen in de leerlingenadministraties en
de softwaresystemen tijdig op orde kunnen hebben?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de sector VO is de leerlingtelling waarmee de bekostiging van de instellingen
wordt berekend vanaf 1 oktober 2004 gebaseerd op het onderwijsnummer,
in de BVE-sector is dat vanaf 1 oktober 2006 het geval. In de sector
PO wordt op dit moment gewerkt aan de invoering van het onderwijsnummer. Daartoe
moeten de nodige stappen worden gezet, ook door de scholen. Scholen worden
hierbij in het schooljaar 2007/08 ondersteund door de besturenorganisaties
en AVS, verenigd in de stichting PersoonsGebonden Nummer in het Onderwijs
(PGNO). In het schooljaar 2008/09 zal met name de IB-groep een
belangrijke rol gaan spelen in het voorbereiden van de scholen op de nieuwe
manier van werken. Als deze stappen succesvol zijn afgerond, zal de telling
voor bekostiging vanaf 1 oktober 2009 gebaseerd zijn op het onderwijsnummer.
Er is op dit moment geen reden om aan te nemen dat de verbeteringen in de
leerlingadministraties en de softwaresystemen niet tijdig gereed zullen zijn.
De ontwikkelingen zal ik verder nauwgezet monitoren, o.a. door middel van
een jaarlijks onderzoek onder een representatieve steekproef van scholen door
onderzoeksbureau Regioplan.</al>
      <tuskop letat="rom">86</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze(n) zal de bijzondere aandacht voor de
positieverbetering van kwetsbare groepen ouders tot uitdrukking komen? Op
welke wijze zal hierbij worden recht gedaan aan het gegeven dat het niet altijd
de meest mondige ouders betreft?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het versterken van de positie van kwetsbare ouders gebeurt langs verschillende
lijnen:</al>
      <al>• Een laagdrempelige informatie- en adviesfunctie: ouders kunnen
met al hun vragen over primair en voorgezet onderwijs terecht bij een gratis
telefoonnummer (0800–5010) en/of de website van het ouderinformatiepunt
5010 (www.50tien.nl).</al>
      <al>• Het project «Platform voor Allochtone Ouders en Onderwijs»
(www.paoo.nl) helpt allochtone ouders en scholen met elkaar in contact te
komen en versterkt daarmee de positie van allochtone ouders.</al>
      <al>• Het project «Eutonos» zorgt voor opleiding en bemiddeling
tussen allochtone kandidaat-bestuurders en schoolbesturen.</al>
      <al>• Scholen weten via een website (www.ouderbijdeles.nl) materialen
te vinden om daarmee groepen kwetsbare ouders te kunnen bedienen.</al>
      <al>• Mondige ouders worden ingezet om ook de belangen van minder mondige
ouders te behartigen (Eutonos, Platform).</al>
      <tuskop letat="rom">87</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een overzicht worden gegeven van kenmerken van
leerlingen (cognitieve vermogens, schooladvies, jongens/meisjes, geografische
verdeling) die de basisschool verlaten met een taal niveau van groep 6. In
hoeverre worden dyslectische kinderen tot deze groep gerekend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze informatie is nu niet beschikbaar. Uit het PRIMA-onderzoek is dit
soort informatie wel af te leiden. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden
zou een nadere analyse nodig zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">88</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een tijdpad worden aangegeven ten aanzien van de
ontwikkeling van nieuwe didactische modellen om het leefniveau en rekenniveau
te verhogen. Welke instellingen zijn hierbij betrokken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kortheidshalve verwijs ik voor de beantwoording van deze vraag naar de
kwaliteitsagenda primair onderwijs die naar verwachting nog voor de begrotingsbehandeling
aan u zal worden aangeboden. In deze agenda worden de voornemens met betrekking
tot de kwaliteitsverbetering van het primair onderwijs in het algemeen en
het taal- en rekenonderwijs in het bijzonder inclusief tijdpad opgenomen.
Bij de uitvoering zullen alle relevante actoren worden betrokken.</al>
      <tuskop letat="rom">89</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een overzicht worden gegeven van resultaten en
effecten die het platform Kwaliteit en Innovatie heeft gerealiseerd ten aanzien
van de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taalpilots die onder verantwoordelijkheid van het platform worden uitgevoerd,
leveren eveneens positieve resultaten op bij leerlingen en leerkrachten. Achterstandsleerlingen
leren beter lezen en de leraren geven effectievere instructie en benutten
de leertijd beter. De taalpilots bouwen voort op positieve ervaringen in het
speciaal basisonderwijs (WSNS+).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verder heeft het platform ongeveer 625 zogenaamde «breedteprojecten»
toegekend aan scholen; deze scholen leren van elkaar op het terrein van taal/lezen/rekenen,
omgaan met verschillen, kwaliteitszorg en professionalisering. Tot slot heeft
het platform ongeveer 60 zogenaamde «diepteprojecten» toegekend,
waarin scholen en experts samenwerken op het terrein van taal/lezen, omgaan
met verschillen, opleiden en rijke leeromgeving. Deze projecten worden gemonitord
en geëvalueerd. De eerste resultaten zijn positief.</al>
      <tuskop letat="rom">90</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waardoor wordt de forse daling bij indicator 4 (tabel
1.8) bij peildatum 2005/2006 veroorzaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Inspectie van het Onderwijs constateert in het<nadruk type="cur">Onderwijsverslag
2005–2006</nadruk> (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, bijlage
bij kamerstuk 30 800 VIII, nr. 127, pag. 20) dat de ontwikkeling in kwaliteitszorg
van het onderwijs in de periode 2003–2006 traag verloopt. Het percentage
basisscholen dat jaarlijks de kwaliteit van de opbrengsten en de onderwijsleerprocessen
evalueert, schommelt rond de 40 procent.</al>
      <al>In 2003 hebben veel scholen voor hun nieuwe schoolplan tamelijk actief
evaluaties uitgevoerd. Die evaluaties zijn twee jaar later niet actueel meer,
zeker als de scholen geen nieuwe evaluaties hebben uitgevoerd. Dit verklaart
de daling van 2004/2005 ten opzichte van 2005/2006. In 1998 (het eerste schoolplan)
en daarna hebben we vergelijkbare ontwikkelingen gezien.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verbeteren van de kwaliteitszorg in de klas en op school is één
van de doelstellingen van de Kwaliteitsagenda PO. De trage ontwikkeling in
de kwaliteitszorg is voor de Inspectie aanleiding om kwaliteitszorg goed in
de gaten te houden. Het PO Platform Kwaliteit en Innovatie ondersteunt scholen
bij het vormgeven van kwaliteitszorg. Daarnaast start het ministerie van OCW
een onderzoek naar risico- en succesfactoren voor kwaliteitszorg op basisscholen.</al>
      <tuskop letat="rom">91</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre heeft het beleid om de «1 oktobergrens»
niet meer te hanteren voor de doorstroom van groep 2 naar groep 3 invloed
op de leerprestaties van de kinderen en vooral voor rekenen en taal? In hoeverre
stuurt de Onderwijsinspectie hierop door bijvoorbeeld scholen af te rekenen
op de rendementscijfers?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 68.</al>
      <tuskop letat="rom">92</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er nadere toelichting worden gegeven omtrent de
voortgang van het verscherpt toezicht bij de speciaal basisonderwijs.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verscherpte toezicht wordt uitgevoerd op twee groepen speciale scholen
voor basisonderwijs: de als zeer zwak beoordeelde scholen en risicovolle scholen.</al>
      <al>De zeer zwakke scholen worden conform de daarvoor geldende procedure regelmatig
gemonitord op voortgang in de kwaliteit van het onderwijs, met na twee jaar
(of eerder, op – gegrond – verzoek van de school) een afsluitend
onderzoek naar de kwaliteitsverbetering. </al>
      <al>De groep zwakke of risicovolle scholen wordt dit schooljaar in zijn geheel
bezocht in het kader van een themaonderzoek met als centrale vraag of de kwaliteit
van de scholen is verbeterd sinds het periodiek kwaliteitsonderzoek. Dit gebeurt
aan de hand van onderzoek naar de ontwikkelingen op twee cruciale indicatoren
die betrekking hebben op het ontwikkelingsperspectief. Over de resultaten
van het themaonderzoek zal in ieder geval in het Onderwijsverslag worden gerapporteerd.</al>
      <tuskop letat="rom">93</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk bedrag is specifiek gereserveerd om het proces
naar passend onderwijs te realiseren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting is aangegeven dat voor de invoering van passend onderwijs
in 2008 € 20 miljoen beschikbaar is. Over de investeringen in passend
onderwijs in de jaren daarna zal ik u in de brief met het invoeringsplan passend
onderwijs informeren. Deze brief kunt u in november tegemoet zien.</al>
      <tuskop letat="rom">94</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een overzicht worden gegeven van de budgetten samenwerkingsverbanden
in het huidige systeem? Kan een overzicht van de regionale (toekomstige budgetten)
worden gegeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bekostiging van de samenwerkingsverbanden WSNS is gebudgetteerd op
een vastgesteld percentage zorgleerlingen. Naast middelen voor leerlingen
op scholen voor speciaal basisonderwijs krijgen de samenwerkingsverbanden
middelen voor leerlingen die extra ondersteuning op de reguliere basisschool
nodig hebben. In totaal is hiermee € 365 miljoen gemoeid.</al>
      <al>De bekostiging van de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs
gebeurt op basis van een ministeriële regeling, waarbij een bedrag per
leerling vmbo wordt toegekend voor het regionaal zorgbudget. Het bedrag voor
deze samenwerkingsverbanden in het VO is € 41 miljoen.</al>
      <al>In de brief van 25 juni 2007 aan uw Kamer (Kamerstukken II, 2006/2007,
27 728, nr. 98) is aangegeven dat de bekostiging van de samenwerkingsverbanden
in het primair en voortgezet onderwijs niet verandert. De bekostiging van
leerlingen die met een rugzak in het regulier onderwijs zitten of staan ingeschreven
in het (v)so verandert wel. De bekostiging wordt gebudgetteerd op het niveau
van voorliggende begroting.</al>
      <tuskop letat="rom">95</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is uw ambitie voor de komende jaren ten aanzien
van het aantal scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs
dat zo doel- en opbrengstgericht is dat ontwikkelingsperspectieven en handelingsplannen
wel concreet genoeg zijn en de inspectie wel de opbrengsten kan beoordelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het invoeringsplan passend onderwijs, dat u half november tegemoet
kunt zien, wordt uitgebreid ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het onderwijs
aan leerlingen met een handicap/stoornis. Het doelgerichter maken van het
onderwijs door onder meer het invoeren van kerndoelen en leerlijnen in het
speciaal onderwijs en (meerjarige) handelings-/ontwikkelplannen maken daar
onderdeel van uit. Concreet moet dit ertoe leiden dat zowel het aantal scholen
voor speciaal basisonderwijs als het aantal scholen voor voortgezet speciaal
onderwijs dat onder intensief toezicht staat van de inspectie wordt teruggebracht
tot 12% (was in 2006 50% resp. 60%) (zie ook tabel 1.9).</al>
      <tuskop letat="rom">96</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn uw plannen op het terrein van onderwijsachterstanden? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>U ontvangt dit jaar nog een brief over de voorstellen tot wijziging van
de gewichtenregeling. Op het gebied van de voorschoolse educatie is mijn doelstelling
om de uitvoeringscondities te verbeteren met het oog op de verhoging van het
effect. Daarnaast wil ik het bereik verhogen. Op het gebied van schakelklassen
laat ik de resultaten monitoren en zal ik onderzoeken of een wijziging nodig
is van het wettelijk kader waardoor gemeenten en scholen bijvoorbeeld meer
variatie kunnen aanbrengen in de wijze waarop zij taalachterstanden willen
bestrijden (zoals toegezegd in de brief van 15 oktober jl.; Tweede Kamer,
vergaderjaar 2007–2008, 30 313, nr. 39).</al>
      <tuskop letat="rom">97</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan per gemeente worden aangegeven wat de eerste resultaten
en effecten zijn van de schakelklassen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de brief van 15 oktober jl. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008,
30 313, nr. 39) is aangegeven dat het ITS in Nijmegen en het SCO-Kohnstamm
Instituut in Amsterdam onderzoek hebben verricht naar de leeropbrengsten bij
de deelnemende kinderen tijdens de pilotperiode. De resultaten zijn in het
onderzoek niet gesplitst naar gemeenten. Het totaalbeeld geeft aanleiding
tot voorzichtig optimisme.</al>
      <tuskop letat="rom">98</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke bedragen krijgen scholen rechtstreeks ten behoeve
van vve en in hoeverre zijn deze middelen geoormerkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Basisscholen krijgen in de periode 2006–2010 jaarlijks € 60
miljoen voor vroegschoolse educatie. Deze middelen zijn niet geoormerkt. Voor
2008 en 2009 komt hier € 10 miljoen per jaar bij vanuit de enveloppe
kinderopvang. Daarnaast kunnen scholen leerkrachten laten bijscholen op VVE-gebied.
Dat wordt bekostigd vanuit de € 18 miljoen die vanuit de FES-middelen
beschikbaar zijn. De overige middelen gaan naar gemeenten (zie verder staatje
bij het antwoord op vraag 289).</al>
      <tuskop letat="rom">99</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden verklaard waarom er in tabel 1.9 uitgegaan
wordt van een streefwaarde van 12% in plaats van een lagere streefwaarde?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 95. Het streven is een zeer forse reductie tot
stand te brengen in het aantal scholen voor speciaal basisonderwijs en voortgezet
speciaal onderwijs dat onder intensief toezicht staat. Ook in het basisonderwijs
staat altijd een bepaald percentage scholen – rond de 5% –
onder intensief toezicht. Het is niet realistisch om voor het speciaal basisonderwijs
en voortgezet speciaal onderwijs in een relatief korte periode zo’n
verandering tot stand te brengen, dat de situatie voor deze beide schooltypen
vergelijkbaar wordt met het regulier basisonderwijs.</al>
      <tuskop letat="rom">100</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is het ambitieniveau voor het percentage doelgroepleerlingen
van 4 en 5 jaar dat via VVE wordt bereikt tussen 2005 en 2009 zo laag (van
68% naar 70%)? Hoe reëel is de sprong in dit percentage
van 70% naar 100% tussen 2007 en 2011? Hoe verhoudt dit zich
tot de motie-Hamer c.s.<voetref refid="v28.1" nr="1"></voetref>, waarbij gevraagd wordt
om een bereik van 100% in 2010?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>We streven ernaar het doelgroepbereik in de voorschoolse en vroegschoolse
periode op gelijk streefniveau te houden. De doorgaande lijn tussen het voor-
en vroegschoolse deel is immers van groot belang, zo blijkt herhaaldelijk
uit wetenschappelijk onderzoek. Daarom is het streefpercentage voor beide
vormen van educatie gesteld op 70% op 31 december 2009. Voorschoolse
educatie moet in deze periode groeien van 53% naar 70%, vroegschools
van 68% naar 70%. </al>
      <al>Zowel gemeenten als scholen moeten een behoorlijke inspanning leveren
om het bereik in de voor- en vroegschoolse educatie de komende vier jaar fors
te verhogen. Het overleg met gemeenten en scholen hierover loopt nog. Er zullen
in 2008 en 2009 pilots plaatsvinden in de krachtwijken in de G4 en een aantal
gemeenten in Oost-Groningen en Zuid-Limburg. Doel van deze pilots is om versneld
de doelgroepkinderen te bereiken en in beeld te brengen wat kritische (succes)factoren
zijn. Uit deze pilots zullen lessen worden getrokken over het bereik van doelgroepkinderen
in de overige gemeenten in Nederland.</al>
      <tuskop letat="rom">101</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke bedragen komen er in totaal de komende jaren
vanuit FES, de enveloppemiddelen, cultuur, het ministerie van VWS en structurele
bijdragen van de gemeenten beschikbaar voor de impuls brede scholen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kortheidshalve verwijs ik u naar de tabel op pagina 11 van de Beleidsbrief
Sport die staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mw. Dr.
J. Bussemaker, 15 oktober jl. naar uw Kamer heeft gezonden. Ten tijde
van de beantwoording van deze vraag was er nog geen Kamerstuknummer bekend.</al>
      <tuskop letat="rom">102</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waren de provincie Limburg en/of Movare Onderwijsstichting
toezeggingen gedaan inzake de Euregioschool, waarvoor u het subsidieverzoek
per brief<voetref refid="v29.1" nr="1"></voetref> heeft afgewezen? Op welke wijze(n)
doet u recht aan de bijzondere positie waarin Limburg zich ook in onderwijskundig
opzicht bevindt met zo’n uitgebreid grensgebied?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met betrekking tot dit subsidieverzoek zijn geen toezeggingen gedaan.
Over het subsidieverzoek zijn vanaf eind 2006 diverse gesprekken gevoerd tussen
het ministerie van OCW en betrokkenen. Zoals in de brief waarmee het subsidieverzoek
wordt afgewezen is aangegeven kwamen de voorstellen in het plan sterk overeen
met projecten die al vanuit OCW worden gesubsidieerd (zoals het project LinQ).
Het aandeel van deelnemende scholen en instellingen uit de provincie Limburg
binnen dergelijke projecten is, ten opzichte van andere regio’s, al
hoger dan gemiddeld. Daarmee kan binnen die provincie, met subsidie van OCW,
extra worden ingezet op vreemde talenonderwijs en internationalisering. </al>
      <tuskop letat="rom">103</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een verklaring worden gegeven voor het feit dat
er in 2006 minder aanvragen voor dagarrangementen en combinatiefuncties zijn
ingediend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De belangrijkste reden waarom minder aanvragen ingediend zijn voor de
regeling dagarrangementen en combinatiefuncties is dat de regeling gebaseerd
is op ESF voorwaarden. De eisen aan de administratie zijn zwaarder dan bij
een «gewone» regeling. Dit heeft naar verluid verschillende gemeenten
ervan weerhouden om een aanvraag in te dienen.</al>
      <tuskop letat="rom">104</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de prognoses ten aanzien van het halen van
het aantal brede scholen in 2008 zoals in de streefwaarde vermeld wordt.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit najaar verschijnt een nieuw Jaarbericht brede scholen in Nederland.
Het Jaarbericht geeft een beeld van de stand van zaken in 2007 en geeft inzage
in de ambitie van gemeenten ten aanzien van het aantal nog te realiseren brede
scholen. Op basis van de concept gegevens ziet het er naar uit dat het aantal
brede scholen sterk is toegenomen ten opzichte van het Jaarbericht brede scholen
2005. In november 2007 is de definitieve versie van het Jaarbericht
beschikbaar. Ik zal uw Kamer informeren over de uitkomsten daarvan.</al>
      <tuskop letat="rom">105</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er worden aangegeven hoeveel er precies aan scholing
van overblijfmiddelen wordt uitgegeven, hoeveel mensen jaarlijks deelnemen
aan dit soort scholing en hoeveel soortgelijke scholing per deelnemer kost.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per schooljaar is € 3,0 miljoen beschikbaar voor scholing van
overblijfmedewerkers. Dit schooljaar volgen 4976 overblijfmedewerkers een
vorm van scholing. 339 overblijfmedewerkers volgen een zogenaamde lange cursus,
waarvoor € 2000,– per deelnemer beschikbaar is. 4637 overblijfmedewerkers
volgen een korte cursus waarvoor € 500,– per deelnemer beschikbaar
is. De subsidieregeling scholing overblijfmedewerkers 2007–2010 is gepubliceerd
in de Staatscourant van 9 mei 2007, nummer 89.</al>
      <tuskop letat="rom">106</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke resultaten moeten bij het evaluatieonderzoek
naar het convenant sponsoring minimaal blijken te zijn bereikt, wilt u het
convenant succesvol noemen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om iets over de resultaten van het convenant sponsoring te kunnen zeggen
heb ik een onderzoek naar de werking van het convenant laten doen. Dit onderzoek
is afgerond en u inmiddels toegezonden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008,
31 200 VIII, nr. 20). Mijn reactie op het evaluatieonderzoek kunt u voor
het kerstreces tegemoet zien.</al>
      <tuskop letat="vet">Voortgezet onderwijs</tuskop>
      <tuskop letat="rom">107</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de streefwaarde bij indicator 2 lager dan
de laatst gepeilde waarde (tabel 3.1)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het percentage 15 jarige leerlingen met lage leesvaardigheden, komt
een lage waarde overeen met een meer gewenste situatie. Hoe minder 15 jarige
leerlingen met lage leesvaardigheden, hoe beter. Kortom: hoe lager hoe beter.</al>
      <tuskop letat="rom">108</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zal het, gegeven de trend van de afgelopen jaren, zó
lastig worden om in 2010 de streefwaarde van 85% van de 20–24
jarigen met tenminste hoger secundair onderwijs, dat de streefwaarde neerwaarts
moet worden bijgesteld? Voor welke andere landen die zich aan deze Europese
afspraak hebben gebonden, geldt eveneens dat het zo lastig gaat worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland is er in 6 jaar tijd in geslaagd het percentage te verhogen
met 2,8%.</al>
      <al>Om in 2010 uit te komen op 85%, zou dat een verhoging met zich
meebrengen van 10% in vijf jaar tijd.</al>
      <al>Andere landen die moeilijk het gestelde streefpercentage zullen halen,
zijn: Denemarken, Roemenië, Italië, Duitsland, Luxemburg, Spanje,
Malta en Portugal.</al>
      <tuskop letat="rom">109</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Houdt de zesde maatstaf voldoende rekening met verschillen
tussen kinderen? Waarom wenst u een absolute maatstaf van de toegevoegde waarde
van het onderwijsstelsel te ontwikkelen? Is dat wel mogelijk en doet zo’n
maatstaf voldoende recht aan individuele persoonlijkheidskenmerken en onbeïnvloedbare
externe factoren die de ontwikkeling van een kind mede bepalen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kwaliteitsaspect opbrengsten houdt rekening met verschillen tussen
kinderen.</al>
      <al>Ik wil een absolute maatstaf over toegevoegde waarde van het onderwijsstelsel
ontwikkelen, althans de mogelijkheid daarvan laten onderzoeken om na te kunnen
gaan of er in het onderwijs vooruitgang wordt geboekt.</al>
      <al>Bij toegevoegde waarde wordt gelet op verschillen tussen kinderen. Of
zo‘n maatstaf voldoende rekening houdt met allerlei bijkomende factoren,
moet onderzoek uitwijzen.</al>
      <tuskop letat="rom">110</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan bij de post onderwijsverzorging en projecten worden
aangegeven wat hier nu precies mee gedaan wordt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de post onderwijsverzorging gaat het om de middelen die ter beschikking
worden gesteld op grond van de wet Subsidiering Landelijke Onderwijsondersteunende
Activiteiten (SLOA).</al>
      <al>De SLOA-instellingen ondersteunen met deze middelen de scholen bij de
vormgeving van het onderwijs. Een groot deel van de SLOA-middelen wordt in
het kader van de stelselverantwoordelijkheid ingezet voor examens en leerplanontwikkeling
(CITO en SLO). De onderwijsondersteunende activiteiten van LPC (APS, CPS en
KPC) zijn gerangschikt naar vijf programmalijnen: Onderwijs anders organiseren,
School en omgeving, Passend onderwijs/zorg, De docent en Doorlopende leerlijnen.</al>
      <al>Jaarlijks dienen deze instellingen subsidieverzoeken in voor hun projecten
op basis van de zogenaamde Hoofdlijnenbrief. In deze brief staan de prioriteiten
beschreven voor de onderwijsondersteunende activiteiten over twee kalenderjaren,
met het accent op het eerste jaar. De Hoofdlijnenbrief met beleidsvoornemens
op dit terrein wordt jaarlijks in april naar de Kamer gezonden.</al>
      <al>Bij de projecten gaat het onder meer om middelen die worden ingezet voor
specifieke projecten die veelal tijdelijk van aard zijn. Hiervoor kunnen subsidieaanvragen
worden ingediend. Een paar voorbeelden zijn: subsidies in het kader van veiligheid,
kwaliteitszorg, kwaliteitsbeleid, LAKS en examens.</al>
      <tuskop letat="rom">111</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven waar de eerdere budgetten voor
de experimenten voor maatschappelijke stage in de begrotingsartikelen terug
te vinden zijn en in hoeverre het toenmalige budget in de huidige middelen
is opgenomen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder de operationele doelstelling «leerlingen volgen voortgezet
onderwijs van hoge kwaliteit» (zie blz. 58 tabel budgettaire gevolgen
van beleid) is onder meer een reeks opgenomen voor het <nadruk type="cur">kwaliteitsbeleid van het voortgezet onderwijs</nadruk>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hieronder is deze post nader gespecificeerd. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="4" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="61.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="17mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(bedragen x 1 000)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008 e.v.</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Maatschappelijke stage</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 905</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13 629</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13 629</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Project doorlopende leerlijnen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">• Rekenen en Taal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">985</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Impuls inhoudelijke kwaliteit</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">• Voortgezet onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2 730</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 905</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14 614</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16 359</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast is in dezelfde tabel onder de operationele doelstelling «leerlingen
krijgen een beter leeraanbod gericht op sociale en maatschappelijke vaardigheden»
onder de reeks<nadruk type="cur">maatschappelijke stage</nadruk> het <nadruk type="vet">extra</nadruk> bedrag voor maatschappelijke stage
opgenomen dat volgt uit de ambitie hieromtrent in het Coalitieakkoord.</al>
      <tuskop letat="rom">112</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan de verlaging van het budget Onderwijsverzorging
en projecten worden verklaard? Ten koste van welke doelen gaat dit?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een vergelijking over de jaren heen van het budget voor onderwijsverzorging
en projecten laat inderdaad een dalende trend zien. Voornaamste reden hiervoor
is de doorwerking van de «taakstelling subsidies» zoals die is
opgenomen in het Coalitieakkoord; zie voor een nadere toelichting het algemeen
deel van het verdiepingshoofdstuk (blz. 217). Daarnaast zijn er onder meer
diverse overboekingen uitgevoerd (zowel in de plus als in de min), waardoor
er over de jaren heen een wisselend beeld ontstaat.</al>
      <tuskop letat="rom">113</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het verschil tussen de hoogte van programma-uitgaven
in tabel 3.2 en 3.3 toegelicht worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verschil tussen de hoogte van de programma-uitgaven in tabel 3.2 en
3.3 wordt verklaard door het feit, dat in tabel 3.3 de uitvoeringskosten van
IBG en CFI niet worden meegenomen.</al>
      <al>Als voorbeeld is dit hieronder uitgewerkt voor het jaar 2008. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="87.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaalbedrag programma-uitgaven tabel 3.2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">€ 6 017 375.000 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaalbedrag programma-uitgaven tabel 3.3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">€ 5 994 108.000</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verschil</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">€    23 267 000 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Programmakosten uitvoeringsorganisatie IBG</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">€    14 642 000</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Programmakosten uitvoeringsorganisatie CFI</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">€     8 625 000</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">€    23 267 000</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">114</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In artikel 1 is een aparte post voor veiligheid in
school opgenomen. Op welke wijze worden scholen voor het voortgezet onderwijs
gestimuleerd en gefinancierd om de veiligheid in scholen te vergroten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn structurele middelen beschikbaar voor inzet van leerlingbegeleiders
in het VO in het kader van veiligheid. Deze middelen gaan rechtstreeks naar
scholen. Daarnaast ontvangen de samenwerkingsverbanden VO middelen voor reboundvoorzieningen
voor gedragsmoeilijke leerlingen. Daarnaast subsidieert OCW het Centrum school
en veiligheid. Dit centrum informeert en adviseert onderwijsinstellingen,
besturen, ouders en leerlingen.</al>
      <al>Door het regelmatig laten uitvoeren van een veiligheidsmonitor VO en BVE,
houdt OCW zicht op de ontwikkelingen van het veiligheidsbeleid op scholen.
Momenteel worden de resultaten van het veiligheidsbeleid geëvalueerd.
Ik informeer uw Kamer hier in november over.</al>
      <tuskop letat="rom">115</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er al een toelichting worden gegeven op de uitkomsten
van het onderzoek naar de vermogensposities van scholen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Neen. De uitkomsten van het onderzoek naar de vermogensposities van de
scholen worden eind 2007 verwacht. </al>
      <tuskop letat="rom">116</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Blijft voor scholen de mogelijkheid bestaan om van
ouders een extra bijdrage te vragen om extra schoolboeken te bekostigen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, na aanvaarding van de wetswijziging van de WVO t.b.v. de invoering
van de gratis schoolboeken, krijgt de school de plicht om de schoolboeken
(zoals dan gedefinieerd in de WVO) om niet ter beschikking te stellen van
de leerlingen.</al>
      <tuskop letat="rom">117</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Komen de middelen voor de gratis schoolboeken geheel
ten laste van de onderwijsbegroting?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen voor de gratis schoolboeken komen voor een deel ten laste
van de onderwijsbegroting. Hieronder een totaaloverzicht ten laste van welke
enveloppen de middelen voor gratis schoolboeken zijn gekomen in de ontwerp
begroting 2008 OCW.</al>
      <al>Nadien is de motie-Van Geel c.s. (31 200, nummer 16) aangenomen,
waarmee € 63 miljoen uit de algemene middelen aan het totaal is
toegevoegd, opdat volledige invoering van de gratis schoolboeken per 1 augustus
2008 kan worden gerealiseerd. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="56.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="14mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Enveloppe  (bedragen x € 1 miljoen)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2011 e.v.</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">90</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">118</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">106</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">88 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Kinderen, Jeugd en Gezin</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">59</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">53</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">44</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Koopkracht</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">118</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">106</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">88</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">90</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">295</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">265</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">220</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">118</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke consequenties zijn inmiddels zichtbaar van het
verscherpte toezicht- en handhavingsbeleid op de naleving van de onderwijstijd
voor de mate waarin scholen onderwijspersoneel toestemming geven om deel te
nemen aan nascholing?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Exacte gegevens hierover zijn (nog) niet beschikbaar. Overigens is het
de eigen verantwoordelijkheid van de school hierin keuzes te maken. </al>
      <tuskop letat="rom">119</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de besteding van de middelen ten behoeve van de
kwaliteit van het VO worden gespecificeerd.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen voor 2008 ad € 2 730 000 zijn bestemd
voor basisvaardigheden «rekenen en taal». De exacte aanwending
van deze middelen wordt begin 2008 bepaald op basis van het advies van de
expertgroep rekenen en taal.</al>
      <tuskop letat="rom">120</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de overhead bij de VO-Raad voor het uitvoeren
van kwaliteitsprojecten via de VO-Raad? Hoe borgt u dat alle scholen, ook
kleine, daarop een reëel beroep op kunnen doen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De VO-raad heeft de uitvoeringsorganisatie «VO-project» voor
de uitvoering van de projecten in het leven geroepen. VO-project kent geen
winstoogmerk en stelt de subsidie volledig en direct beschikbaar voor de uitvoering,
aan scholen, en/of aan onderzoek. Het deel dat bestemd is voor de werkzaamheden
van VO-project zélf, verschilt per project volgens de voorwaarden die
daarbij zijn overeengekomen met OCW. In het geval uitvoering van een project
grotendeels extern wordt aanbesteed, is de overhead bij VO-project
gering tot nihil; wanneer VO-project zelf zorg draagt voor de uitvoering,
is dat uiteraard hoger.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De projecten worden sectorbreed ondergebracht en alle scholen binnen het
voortgezet onderwijs hebben toegang tot de subsidiegelden. Alle scholen, ook
kleine, kunnen projectsubsidie aanvragen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij
het innovatie-project <nadruk type="cur">Durven, Delen, Doen</nadruk>, waarin
de aanvragen door een onafhankelijke externe commissie worden beoordeeld.</al>
      <tuskop letat="rom">121</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Overweegt u ook een innovatiebox voor het voortgezet
onderwijs?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het verlengde van de innovatiebox voor de beroepskolom sluit ik een
soortgelijke box voor de gehele vo-sector niet op voorhand uit. Ook hier een
box waarin een structureel budget wordt toegekend en meerjarige thema’s
worden benoemd waarover prestatieafspraken worden gemaakt.</al>
      <al>Gedacht kan worden aan thema’s als doorontwikkeling vmbo en kwaliteitsimpuls
lob (als aanjager van de inzet van de structurele bekostiging lob binnen de
materiële bekostiging). Met de VO-raad wordt hierover gesproken in het
kader van de kwaliteitsagenda VO.</al>
      <tuskop letat="rom">122</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zullen de referentieniveaus voor rekenen en taal, waarover
de Expertgroep Doorlopende leerlijnen Rekenen en Taal adviseert, worden gekoppeld
aan onderwijstypen? In hoeverre zal rekening kunnen worden gehouden met dyslexie
en dyscalculie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De referentieniveaus zullen worden gekoppeld aan onderwijstypen. Uiteraard
wordt in het onderwijs rekening gehouden met verschillen in aanleg voor taal
en rekenen, dat wil zeggen het vermogen om een bepaald niveau te bereiken
en de middelen die daarvoor nodig zijn. Maar het principe van een referentieniveau
houdt per definitie in, dat dit een niveau is dat in beginsel voor alle leerlingen
(van dat schooltype) geldt. Daar moet niet bij voorbaat aan worden afgedaan.</al>
      <tuskop letat="rom">123</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangegeven hoeveel eerstelijns voorzieningen
er voor havo/vwo momenteel zijn?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment zijn er nog geen eerstelijns voorzieningen voor zorgleerlingen
die op het havo/vwo zitten.</al>
      <tuskop letat="rom">124</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u toelichten hoe de uitbreiding van de eerstelijns
zorgvoorziening naar havo/vwo vorm krijgt? Leidt het relatief geringe beschikbare
bedrag niet tot teveel versnippering?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taken van de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs worden uitgebreid
met de zorgstructuur voor havo/vwo-leerlingen. Zij hebben de deskundigheid
en ervaring om deze extra zorg te kunnen organiseren. Hiervoor wordt het regionale
zorgbudget opgehoogd.</al>
      <al>In eerste instantie gaat het om een relatief klein bedrag, maar naar verwachting
zullen niet alle havo/vwo scholen vanaf het begin een beroep doen op deze
voorzieningen. Het bedrag voor 2008 is aan de begroting van OCW toegevoegd.
Vanaf 2009 is de oploop op de aanvullende post van het ministerie van
Financiën gereserveerd. Vanaf 2011 gaat het indicatief om een bedrag
van structureel € 10 miljoen per jaar. </al>
      <tuskop letat="rom">125</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt er niet naar de mening van de leerlingen zelf
gevraagd bij het geven van rapportcijfers voor leraren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Onderwijsmeter is een enquête onder ouders en volwassen Nederlanders.
Leerlingen nemen daar niet aan deel.</al>
      <al>Aan leerlingen uit het Voortgezet Onderwijs worden in de scholierenmonitor
wel vragen voorgelegd over hun mening aangaande leraren, waaronder de volgende.
De antwoordpercentages lopen per kolom van zeer oneens naar zeer eens. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="57.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0" rowsep="1">Relatie tussen leerlingen
en docenten ← Zeer oneens</entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c6" namest="c3" rotate="0" rowsep="1">zeer eens → </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">De docenten behandelen leerlingen met respect</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">21,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">33,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">31,7</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">De docenten behandelen leerlingen eerlijk</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">25,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">32,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">24,2 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">De docenten zijn oprecht geïnteresseerd in leerlingen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">33,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">32,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18,0</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Bron scholierenmonitor 2007</al>
      <tuskop letat="rom">126</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk deel van de middelen voor experimenten ten aanzien
van signalering en begeleiding van hoogbegaafde leerlingen is precies bestemd
voor het primair onderwijs en welk deel voor het voortgezet onderwijs? Kunt
u aangegeven wat de eerste uitkomsten zijn van de experimenten uit 2007. In
hoeverre geven deze eerste uitkomsten aanwijzingen dat een structurele bekostiging
voor begeleiding van hoogbegaafde leerlingen nodig is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit budget wordt gekoppeld met een budget ten behoeve van experimenten
voor efficiency in het onderwijs (zie begroting blz. 60). Zoals aangegeven
wordt ten behoeve daarvan eind 2007, begin 2008 een prijsvraag uitgeschreven
ten behoeve van experimenten die evidence based materiaal moeten opleveren
op het gebied van hoogbegaafden of efficiency in het onderwijs. Op voorhand
is niet vastgesteld hoe dit onder het primair en voortgezet onderwijs wordt
verdeeld. In het kader van hoogbegaafdheid zal er eind 2007 een onderzoek
naar (vroegtijdige) signalering van hoogbegaafde leerlingen starten in het
primair onderwijs. De eerste uitkomsten worden eind 2008 verwacht.</al>
      <tuskop letat="rom">127</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel scholen hebben gebruik gemaakt van de FES-middelen
voor inrichting en kleine bouwkundige aanpassingen ten behoeve van de bètavakken
op havo/vwo?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na een beoordelingsprocedure is van 149 scholen de aanvraag gehonoreerd.</al>
      <tuskop letat="rom">128</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de prognoses inzake het halen van de Europese
doelstellingen betreffende het aantal afgestudeerden in het hoger onderwijs
met een bèta/technische opleiding? Kan hierbij worden aangegeven in
hoeverre de prognoses verschillen tussen het hbo en wo.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat betreft de uitstroomdoelstelling liggen we redelijk op koers met een
groei van 7,1% voor het hele hoger onderwijs voor natuur en techniek.
Voor het hbo is er een groei in uitstroom in 2006 ten opzichte van 2000 van –1,2%
voor techniek. Voor het wo is de groei in 2006 29,5% voor natuur en
techniek ten opzichte van 2000. Het is niet mogelijk om te voorspellen of
de Europese doelstelling in 2010 zal worden behaald. </al>
      <tuskop letat="rom">129</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt zich het nog uit te komen advies samenwerking
vmbo-mbo en bedrijfsleven met de keuzes in tabel 3.2 om vanaf 2008 geen
middelen meer beschikbaar te stellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De analyses die in 2007 worden afgerond, betreffen de onderwijsinhoudelijke
ruimte binnen de huidige programma’s van de scholen, de mogelijkheid
om hierbinnen een regionale inkleuring te geven en de vraag of de samenwerking
tussen het vmbo-mbo en bedrijfsleven voldoende tot stand komt.</al>
      <al>De financiële ruimte die tot 2007 is geboden, zal vanaf 2008
worden ingezet via de innovatie/prestatiebox VO. Zie hiervoor het antwoord
op vraag 121.</al>
      <tuskop letat="rom">130</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze operationaliseert u in VBTB-termen<voetref refid="v36.1" nr="1"></voetref> verder als u stelt dat ook het vmbo in de gelegenheid
wordt gesteld om zich verder te ontwikkelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Doorontwikkeling van het vmbo is moeilijk in VBTB-termen vast te stellen.</al>
      <al>De doorontwikkeling kan per school verschillen van vakinhoudelijke vernieuwingen
tot pedagogisch didactische vernieuwingen. Tot nu toe is aan de school de
ruimte geboden uit diverse thema’s te kiezen afhankelijk van de prioriteit
die de school zelf stelde.</al>
      <al>Met de VO-raad zal in het kader van de kwaliteitsagenda VO nader bezien
worden welke prestatiedoelen en -afspraken te realiseren zijn. Deze bepalen
dan de VBTB-termen.</al>
      <tuskop letat="rom">131</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Blijven de middelen voor Loopbaanoriëntatie enbegeleiding
(LOB) in de lumpsum?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, de bestaande middelen opgenomen in de materiële bekostiging (BSM)
blijven gehandhaafd.</al>
      <al>Zie verder ook het antwoord op vraag 121.</al>
      <tuskop letat="rom">132</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan in een overzicht worden aangegeven hoe de doorstroom
is op basis van alle niveaus specifiek en wat daarbij de streefwaarden zijn
(tabel 3.8). Kan worden toegelicht waarom de laatste waarde van «vmbo
doorstoom totaal» lager is dan de basiswaarde.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De keuzes die leerlingen van de 4 leerwegen maken bij de doorstroom naar
het mbo wisselen per jaar.</al>
      <al>Een van de redenen is het wel of niet hebben van een leerbaan op het geëigend
niveau. Lukt dat niet, dan kiest de leerling tijdelijk voor een bol-opleiding
binnen het ROC.</al>
      <al>Voorts maken ROC’s ook niet altijd onderscheid tussen bb- of kb-leerlingen
of kennen sommige opleidingen in het ROC geen niveau 3.</al>
      <al>Nadat het onderwijsnummer in alle sectoren volledig en enkele jaren wordt
toegepast, is een beeld te geven zoals door u gevraagd.</al>
      <al>De reden dat de laatste waarde lager is dan de basiswaarde (5%)
is gelegen in het feit dat minder gediplomeerde leerlingen direct naar een
vervolgopleiding zijn gegaan en dat een stijgend aantal leerlingen voor een
havo in plaats van mbo-opleiding heeft gekozen.</al>
      <tuskop letat="rom">133</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom formuleert u streefwaarden voor de overgang
van vmbo naar havo? Waarom kiest u een ruime bandbreedte onder het huidige
niveau? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook voor de invoering van het vmbo gingen mavo-leerlingen door naar het
havo.</al>
      <al>Lieten de eerste twee jaren na de invoering vmbo een lagere doorstroom
zien, de daaraan volgende jaren gaven een stijging te zien naar het oude niveau
(15%).</al>
      <al>Veel leerlingen uit de gemengde en theoretische leerweg geven er de voorkeur
aan toch eerst het havo te willen proberen. Als dat niet lukt of niet voldoet
aan hun eerste indruk, is een overstap naar het mbo nog mogelijk. Het doorstroompercentage
van de mavo-leerlingen en leerlingen gemengde leerweg in 2005 naar het havo
bedraagt 16,2 %.</al>
      <al>Echter in de begroting is het percentage uitgedrukt in een percentage
van de totale vmbo-populatie en derhalve lager. Ook de bandbreedte van 5–10%
is daarop afgestemd. De doorstroom van gl-leerlingen hierbinnen is moeilijk
in te schatten.</al>
      <al>Streefcijfer is tenminste het handhaven van het oude niveau mavo naar
havo.</al>
      <tuskop letat="rom">134</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verklaart u de terugval in de «vmbo doorstroom
totaal» met 5% van peildatum 2005 ten opzichte van 2004?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 132.</al>
      <tuskop letat="rom">135</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel budget is er voor brede scholen vo gereserveerd
voor het deel van Nederland dat niet binnen de 40 WWI-wijken valt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De impuls komt ten goede aan de gemeenten. Het budget van VO wordt, samen
met de budgetten van PO, Cultuur en VWS in 2008 eerst verdeeld over de G-31.
Voor de latere jaren staan middelen op de aanvullende post bij het ministerie
van Financiën gereserveerd. Definitieve besluitvorming over deze tranches
vindt de komende jaren steeds plaats bij voorjaarsnota. Kortheidshalve verwijs
ik u voor de budgetten naar pagina 11 van de Beleidsbrief Sport die staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mw. Dr. J. Bussemaker, 15 oktober
jl. naar uw Kamer heeft gezonden (kenmerk S/TOP-SP 2806117).</al>
      <tuskop letat="rom">136</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt er bij brede scholen speciale aandacht
gegeven aan de 40 WWI-wijken, terwijl dit mogelijk geen recht doet aan de
feitelijke behoefte?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is het Kabinetsbeleid om de situatie in de 40 WWI-wijken te verbeteren.
De impuls zal in 2008 eerst beschikbaar komen voor de G-31. Hierbij horen
ook de gemeenten met de veertig WWI-wijken. Gemeenten zijn nu aan zet om brede
scholen in hun wijkactieplannen te betrekken en <nadruk type="cur">kunnen</nadruk> daarbij in de uitvoering ook profiteren van de Impuls brede scholen,
sport en cultuur.</al>
      <tuskop letat="rom">137</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven wanneer het onderzoek over de
leerpluseffecten naar de Kamer gestuurd zal worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals toegezegd, zal de rapportage over de onbedoelde neveneffecten van
de verbreding van de Leerplusindicator met havo/vwo begin 2008 aan de Kamer
worden gestuurd.</al>
      <tuskop letat="rom">138</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer is de tussentijdse evaluatie van het leerplusarrangement
te verwachten? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 137.</al>
      <tuskop letat="vet">Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">139</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Vindt u dat – nu ETV.nl met haar multimediale
activiteiten via een lokaal/regionale aanpak vrijwel dekkend is voor Nederland –
een bijdrage voor activiteiten van Stichting Expertisecentrum ETV.nl vanuit
het rijk niet gewenst is? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet? Van de werkboeken
bij Lees en Schrijf! zijn inmiddels zo’n 20 000 werkboeken verstrekt.
Garandeert u voldoende middelen voor een herdruk?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Stichting ETV.nl is een van de uitvoerders van het aanvalsplan laaggeletterdheid
2006–2010 en krijgt op grond daarvan subsidie voor het uitvoeren van
het project Lees en Schrijf. Inmiddels zijn middelen beschikbaar gesteld voor
het uitvoeren van tweede serie inclusief de daarbij behorende werkboeken.
Overigens is hier sprake van cofinanciering van derden. De serie(s) wordt(en)
door de lokale/regionale zenders kosteloos uitgezonden. Van een herdruk van
het werkboek bij de eerste serie is vooralsnog geen sprake.</al>
      <tuskop letat="rom">140</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Betekent de uitleg bij indicator 4 van tabel 4.1 dat
er nooit met een streefwaarde is gewerkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de voorgaande begrotingen zijn wel streefwaarden voor deze indicator
(werkloosheid van gediplomeerde mbo’ers, anderhalf jaar na het beëindigen
van de opleiding) opgenomen. Deze indicator geeft belangrijke informatie over
de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In de loop van de jaren zijn
we tot het inzicht gekomen dat de bijdrage die onderwijsinstellingen op dit
aspect kunnen leveren afgezet moeten worden tegen de conjuncturele omstandigheden.
Vanuit dit perspectief is er in de begroting 2008 geen streefwaarde opgenomen.</al>
      <tuskop letat="rom">141</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke overwegingen liggen ten grondslag aan de geringe
ambitie (een groei van 48 tot 50%) inzake de tevredenheid van de deelnemers
over de beroepspraktijkvormingsplek?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit heeft te maken met het feit dat dit percentage over een grote periode
(2003–2007) zeer stabiel (48%) is gebleken. Gegeven deze trend,
zou een stijging met 2 procent al een goede verbetering zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">142</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarvoor dienen de posten overig in tabel 1.2? Kan
toegelicht worden waar deze aan besteed worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gaat hier om diverse onderwerpen uit het budget specifieke stimulering
van bve. Per operationele doelstelling zal ik een aantal grotere onderwerpen
voor 2008 noemen die onder de posten overig vallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In operationele doelstelling 1 (Toerusting stelsel) zijn middelen opgenomen
voor onderzoek, voor het Expertisecentrum Beroepsonderwijs, voor het rente
arrangement dat is afgesproken met Flevoland en voor nog te verdelen loon-
en prijsbijstelling.</al>
      <al>In operationele doelstelling 2 (Kwaliteit en innovatieve instellingen)
zijn middelen op genomen die betrekking hebben op de afbouw van innovatieregelingen
(deze worden gefaseerd opgenomen in de innovatiebox) en de imagoverbetering
van het beroepsonderwijs. </al>
      <al>In operationele doelstelling 3 (Toegankelijkheid) zijn middelen opgenomen
ter versterking van de positie van de deelnemer, voor een Leven Lang Leren,
voor internationale Diploma Waardering, voor Examinering van NT2 en voor de
uitvoering van internationale activiteiten.</al>
      <al>In operationele doelstelling 4 (Minder schooluitval) zijn middelen opgenomen
voor diverse activiteiten in het kader van voortijdig schoolverlaten.</al>
      <tuskop letat="rom">143</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Betekent de afname van de cijfers voor de bekostiging
van roc’s dat er een afname van mbo leerlingen wordt geprognosticeerd?
Geldt dit ook voor de lgf middelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De afname van de cijfers voor de bekostiging van roc’s heeft geen
relatie met correcties over de komende jaren van de mbo leerlingen of de lgf-middelen,
maar wordt na 2008 met name veroorzaakt door de teldatum maatregel uit het
coalitieakkoord.</al>
      <al>Er wordt voor de komende jaren juist een stijging van het aantal mbo leerlingen
verwacht als gevolg van invoering van de kwalificatieplicht. In de referentieraming
2007 is de prognose oplopend van circa 466 000 leerlingen in studiejaar
2006/2007 tot circa 498 000 leerlingen in studiejaar 2011/2012. Ook is
de verwachting dat het aantal lgf-geïndiceerde deelnemers verder stijgt.</al>
      <tuskop letat="rom">144</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe komt het dat er na 2008 geen FES-middelen voor
de innovatiebox worden uitgetrokken? Hoe rijmt u dit met de situatie dat de
bve-sector eerst is opgejaagd om samenwerkingsverbanden aan te gaan, die per
definitie langdurig moeten zijn om enig effect te kunnen sorteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de gehele innovatiebox, inclusief de FES middelen, geldt dat samenwerkingsverbanden
gewenst zijn. De middelen afkomstig uit het FES-fonds betreffen altijd incidentele
middelen. De FES middelen die in 2007 beschikbaar worden gesteld moeten worden
besteed aan de volgende drie doelen:</al>
      <al>1. het ontwikkelen van lesmateriaal en examenmateriaal voor competentiegericht
beroepsonderwijs;</al>
      <al>2. het investeren in kennis van docenten over het bedrijfsleven door middel
van docentstages;</al>
      <al>3. het aanjagen van instroom vanuit zwakkere groepen uit de beroepsbevolking
tot 23 jaar in maatwerktrajecten die vooral of geheel in de praktijk worden
uitgevoerd.</al>
      <al>De onderwijs instellingen moeten in gezamenlijkheid met hun samenwerkingspartners
in de regio elk van de afzonderlijke drie doelen in 2008 gerealiseerd hebben.</al>
      <al>De 2e tranche van de FES-middelen komt (in 2008) beschikbaar na gebleken
positieve evaluatie van de behaalde resultaten met de eerste tranche.</al>
      <tuskop letat="rom">145</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke activiteiten ontplooit u met de bijna 22 miljoen
euro die u in verband met de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten
uitgeeft aan Grote Stedenbeleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit bedrag ontvangen 31 gemeenten jaarlijks in een brede doeluitkering.
Met deze gemeenten zijn in het kader van het grote stedenbeleid prestatieafspraken
gemaakt over terugleiden (herplaatsen) naar werk of een opleiding van reeds
uitgevallen jongeren. </al>
      <tuskop letat="rom">146</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De bezuiniging vanwege de teldatum wordt ex ante ingevoerd,
terwijl de minister president heeft aangegeven, dat bezien wordt wat het precies
gaat opleveren. Waarom deze manier van inboeken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De realisatie op 1 februari (het tweede telmoment) bepaalt de eventuele
bijstelling van het macro budget mbo. Dit zal in de Miljoenennota 2009 worden
verwerkt (als gevolg van de bekostigingssystematiek dienen instellingen voorafgaand
aan het jaar in kwestie te weten wat de omvang van hun budget is). Wanneer
instellingen in staat zijn deelnemers op beide teldata binnen de instelling
te houden worden zij gecompenseerd voor de ingeboekte korting.</al>
      <tuskop letat="rom">147</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de verdeling van 148 miljoen euro voor mbo
en 7 miljoen euro voor agrarisch onderwijs gebaseerd? Heeft dit te maken met
de leerlingaantallen of verwachte uitvallers op basis van eerdere gegevens?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het ministerie van LNV zijn afspraken over de verdeling van de mbo
middelen. Zowel in positieve zin als in negatieve zin. Dit wordt gedaan op
basis van het aantal leerlingen.</al>
      <tuskop letat="rom">148</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre doet de ingeboekte korting van 155 miljoen
euro op de mbo-bekostiging recht aan de toezegging van de minister-president
bij het debat over de regeringsverklaring dat het geen taakstellende bezuiniging
betreft? Hoe voorkomt u dat de roc’s mede in het licht van de bekostigingssystematiek
wel degelijk zullen moeten bezuinigen zonder dat duidelijk is of de tweede
teldatum de beoogde opbrengst zal hebben?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord bij vraag 146.</al>
      <tuskop letat="rom">149</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven hoeveel van de middelen ten behoeve
van de kwaliteit examens mbo in 2008 nog naar KwaliteitsCentrum Examinering
(KCE) zullen gaan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taakaanwijzing van KCE wordt per 15 november 2007 ingetrokken.
Vanaf dat moment wordt ook de subsidierelatie met KCE door OCW afgebouwd.
Of en zo ja welke bedragen hiermee in 2008 nog gemoeid zijn is op dit moment
nog niet duidelijk. Dit is mede afhankelijk van de financiële afhandeling
van het beëindigen van de taakaanwijzing, die met grote spoed haar beslag
zal krijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">150</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel stageplaatsen zijn er momenteel en hoeveel
zijn er in de toekomst geprognosticeerd? Op welke wijze wordt het aantal plaatsen
bepaald/onderzocht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het MBO worden geen landelijke cijfers bijgehouden van het aantal
mensen dat op dit moment stage loopt. Colo geeft regelmatig de Colo-barometer
uit, waaruit blijkt welke branches overschotten dan wel tekorten hebben (er
zijn geen kwantitatieve gegevens per sector beschikbaar). Dit wordt gebaseerd
op 198 branche-regiorapportages; 33 branches rapporteren over de beschikbaarheid
van stage- en leerplaatsen in de 6 CWI-regio’s.</al>
      <al>Ik streef wel naar een verbetering van de registratie van stages. Zie
daarvoor het antwoord op vraag 153. </al>
      <tuskop letat="rom">151</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de 3 miljoen euro die vanaf 2008 in de onderwijsenveloppe
beschikbaar is, het volledige bedrag dat voor de invoering van competentiegericht
leren wordt uitgetrokken? Zo neen, waar zijn dan de overige beschikbare middelen
ondergebracht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, dit is niet het volledige bedrag dat voor competentiegericht beroepsonderwijs
beschikbaar wordt gesteld uit de onderwijsenvelop. De oploop van deze middelen
vanaf 2009 staat gereserveerd op de aanvullende post van het ministerie
van Financiën.</al>
      <al>Met de tranche 2008 en de oploop van deze middelen worden onder andere
de volgende maatregelen voorzien:</al>
      <al>1. Het ondersteunen van instellingen bij de overgang naar Competentie
gericht beroepsonderwijs via het procesmanagement tot en met 2010. Het accent
ligt hierbij op inhoud (inclusief examens), personeel en bedrijfsvoering,</al>
      <al>2. Extra personele ontwikkelcapaciteit op de instellingen tot en met 2010,</al>
      <al>3. Extra personele capaciteit op instellingen om vanaf 2011 deelnemers
en het bedrijfsleven structureel op maat te kunnen bedienen.</al>
      <al>Jaarlijks wordt bij voorjaarsnota besloten over de uitdeling van de tranches.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overigens merk ik op dat in aanvulling op de enveloppenmiddelen uit het
coalitieakkoord in 2008 nog € 2 miljoen beschikbaar is voor het
procesmanagement. Daarnaast kunnen instellingen middelen uit bestaande regelingen,
bijvoorbeeld die voor innovatie, mede aanwenden voor competentiegericht beroepsonderwijs.</al>
      <tuskop letat="rom">152</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gaat u ondernemen teneinde onderwijspersoneel bij
te scholen voor het competentiegericht leren en hoeveel mag dat kosten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Instellingen zijn verantwoordelijk voor het bijscholen van het onderwijspersoneel.
Hiervoor kunnen zij de rijksbijdragemiddelen benutten evenals specifieke additionele
middelen voor bijvoorbeeld vernieuwing. Het procesmanagement MBO 2010 ondersteunt
de instellingen bij de invoering van competentiegericht beroepsonderwijs,
onder andere wat betreft de professionalisering van onderwijspersoneel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een overzicht van de extra enveloppenmiddelen uit het coalitieakkoord
voor competentiegericht onderwijs verwijs ik naar het antwoord op vraag 151.</al>
      <tuskop letat="rom">153</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u uitgesplitst naar niveau een overzicht geven
van de aantallen deelnemers die langer dan een maand moeten wachten op een
stageplaats?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gegevens over wachttijden zijn op dit moment niet op landelijk niveau
beschikbaar (wel op het niveau van instellingen). Overigens blijkt uit de
COLO-barometer dat over het algemeen geen tekort is aan stageplaatsen en leerbanen.
Sterker nog: de technische en ambachtelijke sectoren en de handel kampen met
tekorten aan <nadruk type="cur">leerlingen</nadruk>. Ik wil een betere registratie
van de stage. Daarom wordt op dit moment onderzoek uitgevoerd naar de gegevensuitwisseling
tussen kenniscentra en scholen via het basisregister onderwijsnummer (BRON).
Via BRON zal de informatie van de praktijkovereenkomsten uitgewisseld en gelinkt
worden aan www.stagemarkt.nl, de website van de kenniscentra waarin alle erkende
leerbedrijven zijn opgenomen die stageplaatsen en leerbanen kunnen aanbieden. </al>
      <tuskop letat="rom">154</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de huidige stand van zaken ten aanzien van de
experimentele invoering van competentiegerichte onderwijs en van de kwalificatiedossiers?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit de startrapportage van het procesmanagement met de prognosegegevens
van instellingen over dit nieuwe studiejaar 2007–2008 blijkt dat het
competentiegerichte onderwijs groeit tot naar verwachting ongeveer 275 000
deelnemers (dat is circa de helft van alle deelnemers in het mbo) in ongeveer
4700 experimentele opleidingen bij 82 instellingen. Deze opleidingen zijn
gericht op 418 kwalificatiedossiers (dit betreft zowel de eerste generatie
als de tweede generatie kwalificatiedossiers).</al>
      <al>In het studiejaar 2006–2007 volgden ruim 123 000 deelnemers
(dat is circa 25% van het totaal aantal deelnemers in het mbo) bij
bijna 2100 experimentele opleidingen. In het studiejaar 2005–2006 waren
dat respectievelijk 41 000 deelnemers (8%) bij 790 opleidingen
en in het studiejaar 2004–2005 9 600 deelnemers (2%) bij
152 opleidingen.</al>
      <al>In de brief aan de Tweede Kamer van 19 oktober 2007 betreffende de «Beleidsreactie
op rapporten over competentiegericht beroepsonderwijs in het mbo» (
kenmerk BVE/Stelsel/2007/39 586) heb ik de Kamer nader geïnformeerd
over de voortgang en de versterkte aanpak.</al>
      <tuskop letat="rom">155</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel van het budget voor het verminderen van laaggeletterdheid
gaat naar de stichting Lezen en Schrijven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Stichting Lezen en Schrijven ontvangt uit het beschikbare bedrag voor
laaggeletterdheid € 1,1 miljoen.</al>
      <tuskop letat="rom">156</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel zou het kosten om gratis openbaar vervoer te
regelen voor alle mbo’ers die verder van hun opleiding wonen dan 12
km?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 224.</al>
      <tuskop letat="rom">157</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is uw ambitie in meerjarenperspectief inzake het
verminderen van de 1,5 miljoen mensen in Nederland die moeite hebben met lezen,
schrijven of rekenen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het aanvalsplan laaggeletterdheid is de ambitie geformuleerd om per
2010 12 500 laaggeletterden te bereiken met een cursus. Het behalen van
hogere ambities, zoals vastgelegd in het convenant met sociale partners, zal –
afgezien van overeengekomen, gerichte inspanningen onder werkenden en werkzoekenden –
vooral ook afhangen van het succes van preventieve maatregelen in het onderwijs
en de inzet van alle betrokken partijen (waaronder de sociale partners).</al>
      <tuskop letat="rom">158</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is er aangaande de middelen voor lgf rekening
gehouden met een mogelijke groei?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het studiejaar 2007/2008 is voor circa 2 200 deelnemers (inclusief
het groene onderwijs) een lgf-budget verstrekt. Hiermee is een bedrag gemoeid
van circa € 10 miljoen. De verwachting is dat het aantal lgf-indicaties
zal stijgen met circa 10 procent per studiejaar. Deze verwachting is gebaseerd
op het verschil tussen lgf geïndiceerde deelnemers van de studiejaren
2007/2008 en 2006/2007. Het vorenstaande houdt in dat voor het studiejaar
2008/2009 de raming uitgaat van circa 2 400 deelnemers en voor
het studiejaar 2009/2010 van 2700 deelnemers. Deze raming zal worden bijgesteld
op basis van de realisaties per studiejaar.</al>
      <tuskop letat="rom">159</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt precies bedoeld met «Daarom wordt gewerkt
aan de invoering van een samenhangende zorgstructuur in het mbo die moet leiden
tot een versterking van de zorg voor risicodeelnemers op roc’s en vakinstellingen»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontwikkeling van zorgnetwerken rond de BVE-sector is in volle gang,
met hoge prioriteit voor de ontwikkeling van Zorg en Adviesteams (ZAT’s).
Deze aanpak, waarbij scholen in samenwerking met andere instanties (zoals
jeugdzorg, GGD en maatschappelijk werk) problemen bij jongeren snel signaleren
en hulp bieden, is erg succesvol. MBO-instellingen schenken ook veel aandacht
aan de ontwikkeling van de interne zorgstructuur, omdat bij het opzetten van
samenwerking met externe partners de interne begeleidingsorganisatie aan de
orde komt.</al>
      <al>Daarnaast zorgt de invoering van het competentiegericht onderwijs ervoor
dat de taak en rol van de mentor/coach en de aanvullende begeleidingsactiviteiten
punt van aandacht vormen.</al>
      <tuskop letat="rom">160</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een overzicht worden gegeven van het huidige aantal
voortijdig schoolverlaters ten opzichte van 2006?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. In het voorjaar 2008 rapporteert OCW u over (de ontwikkeling van)
het aantal voortijdig schoolverlaters van het schooljaar 2006–2007.</al>
      <al>De cijfers worden tevens in het jaarverslag van OCW gepubliceerd.</al>
      <tuskop letat="rom">161</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht op welke wijze de implementatie
van een landelijk digitaal loket zich verhoudt met de invoering van het onderwijsnummer?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er wordt een landelijk digitaal loket ingevoerd voor het melden van verzuim
en schooluitval. In deze opzet melden scholen en onderwijsinstellingen (VO
en BVE) het verzuim van individuele leerlingen en deelnemers aan de IB-Groep
(via een digitaal loket, op basis van onderwijsnummer). De IB-Groep geleidt
deze informatie vervolgens door naar de juiste gemeente of RMC-functie. Door
koppeling (op onderwijsnummer) aan de gegevens die al bij IB-Groep aanwezig
zijn over ingeschreven leerlingen en deelnemers kan de te leveren verzuiminformatie
beperkt blijven. In 2007/2008 vindt een test van deze opzet plaats in een
aantal pilotgemeenten met een aantal scholen en instellingen. Bij gebleken
succes wordt de opzet landelijk uitgerold in VO en BVE. Wanneer het onderwijsnummer
in het PO is ingevoerd kan dit digitale loket ook daar in gebruik worden genomen.</al>
      <tuskop letat="vet">Technocentra</tuskop>
      <tuskop letat="rom">162</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een overzicht worden gegeven van de Technocentra
en hun specifieke doelstellingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De overkoepelende doelstelling van de technocentra is om meer jongeren
te interesseren voor een studie of loopbaan in de bèta-technieksector
en personen werkzaam in die sector duurzaam te behouden voor die arbeidsmarkt.</al>
      <al>Specifieke doelstellingen van technocentra zijn: kenniscirculatie, gezamenlijke
benutting van hoogwaardige en moderne apparatuur en bevordering van een goede
aansluiting van technisch beroepsonderwijs op de opleidingsbehoeften
van de arbeidsmarkt. Omdat de technocentra zich laten leiden door regionale
knelpunten en uitdagingen kan de uitwerking van deze doelstellingen per regio
verschillen. Activiteiten t.b.v. kenniscirculatie zijn onder meer het vormen
van netwerken en andere samenwerkingsverbanden. Activiteiten t.a.v. de gezamenlijke
benutting van apparatuur zijn bijvoorbeeld Praktijkcentrum Zwolle, Skills &amp;
Knowledge Centres, ITS Lab Amsterdam. Voorbeelden van activiteiten voor het
bevorderen van de goede aansluiting zijn onder meer gericht op evenementen
en promotie zoals de week van de techniek.</al>
      <tuskop letat="rom">163</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer vindt de evaluatie plaats van de Technocentra,
aangezien deze evaluatie is aangekondigd voor na de zomer van 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De evaluatie Jaarverslagen Technocentra 2006 is op 19 oktober 2007
aan staatssecretaris Van Bijsterveldt aangeboden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het evaluatierapport geeft een overall beeld van de door de Technocentra
uitgevoerde activiteiten in 2006. Het beeld dat in het evaluatierapport naar
voren komt is dat de Technocentra op correcte wijze verantwoording afleggen
over de door hen uitgevoerde activiteiten.</al>
      <tuskop letat="rom">164</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ligt de beoogde verhouding van de subsidie in Technocentra
wat betreft de verdeling tussen feitelijke uitvoering en overhead?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De technocentra zijn – in omvang kleine (3 tot 4 personen) –
intermediaire organisaties die op regionaal niveau binnen de technische sector
samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijven initiëren, organiseren
en faciliteren met het oog op het realiseren van voornoemde doelstellingen
(zie antwoord op vraag 162). De basissubsidie die technocentra ontvangen is
bedoeld voor het financieren van de eigen organisatie en voor het uitvoeren
van een aantal basisactiviteiten.</al>
      <tuskop letat="vet">Hoger onderwijs</tuskop>
      <tuskop letat="rom">165</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er een actuele meting voor 2007 met betrekking tot
het percentage hoger opgeleiden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. De meest actuele meting van het percentage hoger opgeleiden is uit
2005 (CBS Statline 2006). Daaruit blijkt dat het percentage hoger opgeleiden
in onze beroepsbevolking tussen de 25 en 44 jaar 34,3% bedraagt.</al>
      <tuskop letat="rom">166</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke beleidsacties worden in de komende jaren genomen
om de streefwaarde voor het percentage hoger opgeleiden te halen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet zet hierop drie beleidsacties in:</al>
      <al>• het terugdringen van de ongediplomeerde uitval uit het hoger onderwijs;</al>
      <al>• het verbeteren van de doorstroom binnen het onderwijs en</al>
      <al>• het verhogen van deelname aan «Leven Lang Leren».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De daarbij behorende aanpak zal ik nader toelichten in de Strategische
agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid, die binnenkort aan
uw Kamer zal worden voorgelegd. </al>
      <tuskop letat="rom">167</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhouden de streefwaarde van 46% hoger
opgeleiden in 2020 (tabel 6.1) en het HOOP 2004 (p. 67), met een percentage
van 50% in 2010, zich tot elkaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gaat hier om twee verschillende streefwaarden.</al>
      <al>Het percentage dat wordt genoemd in het HOOP 2004 betreft de ambitie rondom
de deelname aan het hoger onderwijs.</al>
      <al>De streefwaarde genoemd in de ontwerpbegroting 2008 betreft de ambitie
rondom het percentage van hoger opgeleiden, dus van mensen die een opleiding
in het hoger onderwijs hebben afgerond.</al>
      <tuskop letat="rom">168</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de huidige meerjarenbegroting reeds gebaseerd op
een toename van het aantal studenten zodanig dat de streefwaarde van 46%
hoger opgeleiden per 2020 bereikt zal worden? Zo neen, met welk aantal studenten
zal de instroom in het hbo en wo dan extra moeten groeien tot 2010 om deze
streefwaarde te kunnen bereiken? Hoeveel extra budget is hiervoor benodigd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De meerjarenraming in de ontwerpbegroting 2008 is gebaseerd op de geraamde
autonome groei in het hoger onderwijs. Deze autonome groei leidt tot een deelname
aan het hoger onderwijs van 54% (zie Kennis in Kaart 2006, figuur 30).
Op basis van deze deelname en rekening houdend met het huidige uitvalpercentage
wordt de streefwaarde van 46% hoger opgeleiden echter niet gehaald.</al>
      <al>Om die streefwaarde wel te bereiken, is met name de ambitie geformuleerd
om de uitval vanaf 2014 met 50% terug te dringen (en met 30%
in 2011). Hiervoor zijn extra inspanningen nodig. Deze worden nader toegelicht
in de Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid
(zie ook het antwoord op vraag 166). De middelen voor de extra inspanningen
worden gedekt uit de enveloppe van het Coalitieakkoord.</al>
      <al>Als met de beoogde inspanningen de streefwaarde van 46% wordt bereikt,
hoeft de instroom in het hbo en wo in de periode tot 2020 niet extra te groeien.
Er wordt hierbij vanuit gegaan dat de oploop van de enveloppemiddelen die
vanaf 2009 indicatief op de aanvullende post van het Rijk is gereserveerd
jaarlijks bij Kaderbrief/Voorjaarsnota per tranche beschikbaar wordt gesteld
voor de financiering van de extra inspanningen.</al>
      <tuskop letat="rom">169</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan toegelicht worden dat er voor de hogescholen enerzijds
extra middelen worden ingezet voor «kwaliteits-verbetering docenten»
en «minder uitval en kwaliteitsimpuls» en dat anderzijds de onderwijs-uitgaven
per student gelijk blijven (pagina 96)? Betekent dit dat er voor die extra
intensiveringen elders door de hogescholen bezuinigd moet worden op de onderwijsuitgaven
per student?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Doordat de onderwijsuitgaven per student in de ontwerpbegroting afgerond
worden gepresenteerd, is de verhoging die in 2008 plaatsvindt niet zichtbaar.
De feitelijke verhoging in 2008 ten opzichte van 2007 bedraagt € 47,00
per student. Met ruim 360 000 hbo-studenten komt dit neer op een verhoging
van circa € 17 miljoen. Dit bedrag komt overeen met de enveloppemiddelen
uit het Coalitieakkoord voor het hoger onderwijs, verlaagd met de taakstelling
subsidies voor deze sector van het onderwijs.</al>
      <al>De hogescholen ontvangen extra middelen voor de beoogde intensiveringen
en hoeven dus niet elders te bezuinigen. </al>
      <tuskop letat="rom">170</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden om E-learning na 2006 niet voort te
zetten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beleid rond E-learning in het hoger onderwijs is niet gewijzigd. Wel
is de financiering gewijzigd. In de begroting waren tot en met 2006 middelen
beschikbaar voor subsidiëring door het ministerie van OCW van de uitvoering
van het Nationaal Actieplan E-learning dat SURF heeft opgesteld. Met ingang
van 2007 hebben de ho-instellingen mij verzocht om middelen van de voor de
instellingen beschikbare lumpsum af te zonderen en deze via SURF in te zetten
voor de verdere uitvoering van het actieplan.</al>
      <tuskop letat="rom">171</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar is de investering met betrekking tot de bekostiging
van de nieuwe hbo masteropleidingen van 5 miljoen euro precies voor bedoeld?
Is dit voor de bekostiging of de ontwikkeling van nieuwe hbo masters of de
bekostiging van bestaande masters?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bedoelde middelen hebben als doel de ontwikkeling van nieuwe hbo-master
opleidingen te stimuleren. Dit zal gebeuren middels een tijdelijke subsidie.
Dit zal nader worden toegelicht in de Strategische agenda hoger onderwijs,
onderzoek- en wetenschapsbeleid, die binnenkort aan uw Kamer wordt aangeboden.</al>
      <tuskop letat="rom">172</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Gaan de hbo masters meetellen voor de diplomabekostiging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. Zie ook het antwoord op vraag 171.</al>
      <tuskop letat="rom">173</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is het gevolg als FES-middelen voor béta
en techniek ophouden te bestaan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het FES is bedoeld voor investeringsprojecten van nationaal belang waarmee
beoogd wordt de economische structuur te versterken. Het gaat om een tijdelijke
investering. Doelstelling is dat de projecten vanaf 2010 worden ingekaderd
in het bestaande beleid van de instellingen.</al>
      <tuskop letat="rom">174</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gebeurt er in zijn algemeenheid met de financiering
van projecten na afloop van de investeringen vanuit FES-gelden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 173.</al>
      <tuskop letat="rom">175</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarvoor is de 311 000 euro bedoeld die is aangemerkt
voor Internationalisering Hoger Onderwijs?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De € 311 000 die in tabel 6.2 is opgenomen voor internationalisering
in het hoger onderwijs betreft een realisatie voor het jaar 2006 (Jaarverslag
en slotwet ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2006; Tweede Kamer,
vergaderjaar 2006–2007, 31 031 VIII, nr. 1). De middelen zijn in
dat jaar ingezet voor een project om de instroom te bevorderen van excellente
Indonesische en Chinese studenten in technische hbo-opleidingen in Nederland, én
voor de programma’s Socrates en Leonardo da Vinci.</al>
      <tuskop letat="rom">176</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom lopen de in tabel 6.2 weergegeven ontvangsten
drastisch terug? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontvangsten in tabel 6.2 zijn in 2006 substantieel hoger dan de jaren
daarna omdat in dat jaar de realisaties zijn verwerkt van de verrekeningen
die hebben plaatsgevonden op basis van het onderzoek door de Commissie Vervolgonderzoek
Rekenschap (Commissie Schutte). Verwerking van de verrekeningen die zijn/worden
gerealiseerd in 2007 en volgende jaren vindt plaats bij de slotwetten van
die jaren.</al>
      <tuskop letat="rom">177</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom stopt de financiering van het budget voor verhoging
van de deelname van gehandicapte studenten na 2009?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De extra middelen die voor de uitvoering van het «Plan van Aanpak
terugdringing belemmeringen in het hoger onderwijs voor studenten met een
functiebeperking» tot en met 2009 beschikbaar zijn gesteld aan de ho-instellingen,
moeten ertoe leiden dat de participatie en studieresultaten in termen van
vertraging, uitval en inspanning voor de betrokken studenten aanmerkelijke
verbeteringen te zien geven. Bedoeling is dat vanaf 2010 de ho-instellingen
hun verantwoordelijkheden op dit punt waar (blijven) maken.</al>
      <al>In de ontwerpbegroting 2008 (artikel 7) is wel voorzien in voortzetting
van de financiële ondersteuning van basisactiviteiten door het Expertisecentrum
handicap + studie.</al>
      <tuskop letat="rom">178</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de achtergrond van de drastische afbouw van
het budget voor verhoging van de deelname van gehandicapte studenten in 2009
naar 335 000 euro?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De meeste activiteiten uit het «Plan van Aanpak terugdringing belemmeringen
in het hoger onderwijs voor studenten met een functiebeperking» worden
in 2008 afgerond. In 2009 vindt alleen nog voortzetting plaats van de financiering
van de algemene ondersteunende activiteiten door het Expertisecentrum h+s.
Zie ook het antwoord op vraag 177.</al>
      <tuskop letat="rom">179</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan het dat er voor het nieuwe item Alpha en Gamma
onderzoek reeds in 2006 en 2007 middelen zijn begroot?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De € 6 miljoen die bij het onderdeel Alfa/Gamma-onderzoek is
opgenomen voor de jaren 2006 en 2007 heeft betrekking op de middelen voor
de jonge universiteiten (Universiteit van Tilburg, Erasmus Universiteit Rotterdam
en Universiteit Maastricht).</al>
      <al>Van de middelen die vanaf 2008 uit het Coalitieakkoord beschikbaar
zijn gekomen voor Alfa/Gamma-onderzoek zal eveneens een bedrag van € 6
miljoen per jaar structureel worden ingezet voor deze (jonge) universiteiten.
Om die reden zijn beide in tabel 6.3 samengevoegd.</al>
      <tuskop letat="rom">180</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar is de 2 miljoen euro die vanaf 2008 is begroot
ten behoeve van de graduate schools precies voor bedoeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met VSNU, NWO en KNAW wil ik in de komende periode een aanpak vorm geven,
waarin NWO training grants gaat toekennen aan graduate schools op basis van
open competitie. Zo’n training grant omvat een subsidie voor een aantal
promovendi. In de Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid,
die binnenkort aan uw Kamer wordt aangeboden, wordt ook hierop in gegaan. </al>
      <tuskop letat="rom">181</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de 2 miljoen euro die vanaf 2008 is begroot
voldoende budget in geval deze graduate schools nog opgezet moeten worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen die zijn begroot, zijn bedoeld voor subsidies voor promovendi
in graduate schools (zie het antwoord op vraag 180). In de jaren na 2008 lopen
deze middelen op. Deze oploop staat gereserveerd op de aanvullende post bij
het ministerie van Financiën.</al>
      <tuskop letat="rom">182</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het verschil in het bedrag voor programma-uitgaven
tussen tabel 6.5 en 6.3 toegelicht worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bedrag voor programma-uitgaven in tabel 6.5 heeft betrekking op het
hoger beroepsonderwijs, het bedrag in tabel 6.3 op wetenschappelijk onderwijs
en onderzoek. Deze tabellen hebben dus betrekking op verschillende beleidsterreinen,
waarmee het verschil is toegelicht.</al>
      <tuskop letat="rom">183</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor welke disciplines wordt beoogd om hbo-masteropleidingen
in te stellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De stimuleringsmaatregel is gericht op opleidingen op prioritaire terreinen,
zoals <nadruk type="cur">Creative industries</nadruk> (als aanvulling op de
bekostigde hbo-masters op het gebied van de kunst en bouwkunst), <nadruk type="cur">Onderwijs</nadruk> (als aanvulling de bekostigde hbo-masters op het gebied
van lerarenopleidingen), <nadruk type="cur">Grotestedenproblematiek en plattelandsvernieuwing</nadruk>, <nadruk type="cur">Zorg en technologie</nadruk> (als aanvulling
op de bekostigde hbo-masters op het gebied van gezondheidszorg), <nadruk type="cur">Logistiek</nadruk> en <nadruk type="cur">Bouw.</nadruk> In de Strategische
agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid, die binnenkort aan
uw Kamer wordt aangeboden, volgt ook hierop een nadere uiteenzetting.</al>
      <tuskop letat="rom">184</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het tijdspad en de specifieke taakstelling worden
toegelicht ten aanzien van de commissie die zich bezig gaat houden met alfa-
en gammaonderzoek?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2007 en brengt
vóór 1 april 2008 haar eindrapport uit aan de minister.
De commissie heeft tot taak het opstellen van een nationaal plan waarin de
waarde en positie van de geesteswetenschappen in Nederland, mede in internationaal
perspectief, beschreven worden. Daarmee wordt ook een referentiekader geboden
voor (bestuurlijke) beslissingen op landelijk, instellings- en facultair niveau
ten aanzien van duurzame en hoogwaardige beoefening van de geesteswetenschappen.
De commissie houdt hierbij rekening met het beleidsprogramma van het kabinet
en de komende strategische agenda voor hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap.</al>
      <tuskop letat="rom">185</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe omvangrijk is de doelgroep waarvoor het budget
van 5 miljoen euro voor de verhoging van het studierendement van niet-westerse
allochtone studenten in de Randstad is bedoeld Welk bedrag is er per student
per jaar beschikbaar voor de beoogde investering in kleinschaligheid en meer
contacturen en studiebegeleiding voor deze specifieke studenten? Hoeveel extra
contacturen of uren studiebegeleiding per student kan de instelling hieruit
financieren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het studierendement van niet-westerse allochtonen is nog altijd zorgelijk.
De OESO wijst hier ook op. Het rendement, dat wil zeggen het percentage studenten
dat na 6 jaar een getuigschrift in het hoger onderwijs heeft behaald,
van niet-westerse allochtonen is significant lager dan dat van autochtone
studenten. In het hbo is dit verschil het grootst: na zes jaar heeft 66%
van de autochtone studenten een diploma gehaald en 48% van de niet-westerse
allochtone studenten. Dit verschil is bijna 20 procent (CFI, 2006). Gelet
op deze achterstand en het feit dat 50–60% van de totale niet-westerse
allochtonen studentenpopulatie in de grote steden studeert, is bijzondere
aandacht voor het studiesucces van deze groep de komende tijd noodzakelijk.</al>
      <al>Omdat de problematiek per stad verschillend is, zullen op basis van plannen
van de ho-instellingen nadere afspraken worden gemaakt met als doel te komen
tot verbetering van het rendement.</al>
      <tuskop letat="rom">186</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan toegelicht worden waarom het budget voor kwaliteitsverbetering
docenten in tabel 6.2 hoger is dan tabel 6.3?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het budget voor kwaliteitszorg docenten in tabel 6.2 is hoger dan in tabel
6.3 omdat voor het hbo (tabel 6.2) de middelen zijn verwerkt die bij het Coalitieakkoord
beschikbaar zijn gekomen voor het verhogen van de scholingsgraad van docenten.</al>
      <tuskop letat="rom">187</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke voorstellen zijn er reeds ingediend in het kader
van excellentie in onderwijs?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn nog geen voorstellen ingediend voor de FES-middelen die beschikbaar
zijn voor «Excellentie in onderwijs». Zeer onlangs is een vooraankondiging
voor een programma gericht op excellentie in het hoger onderwijs aan de instellingen
voor hoger onderwijs gezonden. Het doel is om in het studiejaar 2008/2009
van start te gaan met de uitvoering van de voorstellen.</al>
      <tuskop letat="rom">188</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt zich het voorstel voor het oprichten van
graduate schools met de bestaande onderzoeksscholen en graduate schools? In
hoeverre zullen deze mogelijk opgeheven gaan worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 180.</al>
      <tuskop letat="rom">189</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de achtergrond van het ontstaan van het noodfond
Libertas worden toegelicht en kan worden aangegeven in hoeverre er samenwerking
plaatsvindt met het departement voor ontwikkelingssamenwerking en met het
Nuffic?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Libertas Noodfonds is een uitwerking van de toezegging die staatsecretaris
Rutte deed op 18 april 2006 in de Tweede Kamer. De leden Bakker (D66)
en Karimi (GL) vroegen om maatregelen om studenten die in Wit-Rusland het
studeren onmogelijk werd gemaakt op politieke gronden te steunen. Timmermans
(PvdA) en Joldersma (CDA) meenden dat dit met een zekere flexibiliteit mogelijk
gemaakt moest worden (Handelingen 2005–2006, nr. 72, Tweede Kamer, pag.
4531–4533).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 19 mei werden schriftelijke vragen gesteld door de leden Winsen
en Joldersma (beiden CDA) aan de ministers voor Vreemdelingenzaken en Integratie
en van Buitenlandse Zaken over het toelaten van studenten uit Wit-Rusland.
Deze vragen werden door de minister voor Buitenlandse Zaken, mede namens de
minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie en de staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beantwoord (Kamervragen met antwoord 2005–2006,
nr. 2057, Tweede Kamer). De Kamer drong aan op het opnemen van
studenten uit Wit-Rusland, die dankzij de politieke situatie hun studie niet
konden vervolgen. De onderwijskoepels VSNU en HBO-Raad hadden namens de universiteiten
en hogescholen hun uitdrukkelijke medewerking toegezegd om het studenten uit
Wit-Rusland, die vanwege politieke activiteiten van hun onderwijsinstelling
zijn gestuurd, mogelijk te maken aan een Nederlandse HO-instelling (verder)
te studeren (Kamerstuk 2005–2006, 22 452, nr. 26, Tweede Kamer).
Dit is vervolgens uitgewerkt in het Libertas Noodfonds.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kamer had middels de brieven van de leden Winsen en Joldersma en de
mondelinge vragen van de heer Bakker te kennen gegeven enig ongeduld te ervaren.
Om soortgelijke situaties sneller het hoofd te kunnen bieden, werd besloten
de regeling zo te ontwerpen dat in de toekomst de regeling opengesteld kon
worden voor studenten uit andere landen die om politieke redenen niet verder
konden studeren. Hiervoor moet de Nederlandse regering wel uitdrukkelijk toestemming
verlenen. Dit is tot nu toe alleen in het geval van Zimbabwe gebeurd.</al>
      <al>Het departement voor Buitenlandse Zaken werd, zoals uit bovenstaande is
op te maken betrokken bij het tot stand komen en uitvoeren van de regeling.
De Nuffic voert de regeling uit.</al>
      <tuskop letat="rom">190</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Komen de internationale beurzen bovenop de reeds bestaande
instellingsbeurzen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Er zijn instellingen die beurzen aanbieden uit eigen middelen. De
instellingen ontvangen momenteel geen specifiek budget van het ministerie
van OCW om zelf beurzenprogramma’s te financieren. Vanaf 1 januari
2009 zal een deel van de rijksbijdrage bestemd zijn voor het ontwikkelen van
internationaal beleid, waarmee ook beurzen kunnen worden gefinancierd. Dit
staat bekend onder de noemer Kennisbeurzen.</al>
      <tuskop letat="rom">191</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke termijn kan een «robuuste» internationale
benchmark van kwaliteit in het ho worden voorzien op basis waarvan een kwalitatief
oordeel geveld kan worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De kwaliteit en beschikbaarheid van internationale benchmarks over kwaliteit
van het hoger onderwijs hangt af van allerlei factoren, en is niet eenzijdig
vanuit Nederland op te zetten. Om die reden is het niet makkelijk aan te geven
wanneer zo’n benchmark er zal zijn. Wel is het zo dat ik, waar dat kan,
stimuleer dat initiatieven om kwaliteit internationaal te vergelijken tot
stand komen. Zo probeer ik het systeem van studiekeuze-informatie dat wij
in Nederland hebben (www.studiekeuze123.nl) ook in andere Europese landen
te agenderen. Er loopt een pilot om het Duitse CHE-systeem (dat inhoudelijk
erg op studiekeuze123 lijkt) in meer Europese landen ingang te doen vinden
(aan die pilot doen Nederland, Duitsland en Vlaanderen mee).</al>
      <tuskop letat="rom">192</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden verklaard op welke wijze de beoogde daling
van student/staf ratio zich in het kader van de Sjanghai-ranking verhoudt
met de in 6.6.3. doelstelling meer en betere docenten aan te stellen? In hoeverre
is deze Sjanghai-ranking een goede indicator?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Meer docenten bij eenzelfde aantal studenten leidt ertoe dat de ratio
student/staf daalt.</al>
      <al>De Sjanghai ranking is vooral gebaseerd op wetenschappelijke prestaties
van instellingen. De student/staf ratio vormt in de ranking slechts een zeer
klein onderdeel. </al>
      <al>De indicator student/staf ratio wordt voor de binnenlandse monitoring
van het beleid gebruikt.</al>
      <tuskop letat="rom">193</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de indicator student/staf ratio voor de hogescholen
inmiddels wel geschoond voor lectoren en docenten die aan kenniskringen deelnemen?
Wanneer zal de definitieve waarde van deze indicatoren bekend worden gemaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ligt niet in de bedoeling een dergelijke schoning te laten uitvoeren.</al>
      <tuskop letat="rom">194</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke spanning bestaat er tussen het streven naar hogere
participatie en de verlaging van de uitval in het hoger onderwijs? Zijn er
voorbeelden bekend van streefwaarden voor uitval en rendement waarin rekening
gehouden wordt met deze spanning?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van een dergelijke spanning lijkt vooralsnog geen sprake te zijn. Als
we kijken naar de afgelopen 20 jaar, dan zien we dat de participatie aan het
hoger onderwijs toeneemt en dat de uitval uit het hoger onderwijs gelijk blijft.
Het is dus niet zo, dat een hogere participatie tot meer uitval leidt. Maar
tegelijkertijd is ook duidelijk dat het tot nu toe niet is gelukt om een hogere
participatie te combineren met verlaging van de uitval of andere manifestaties
van een groter studiesucces onder studenten. Daarom is belangrijk om een integrale
aanpak van meer deelname, meer studiesucces en betere kwaliteit uit te werken.
Ik zal die aanpak presenteren in de Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek-
en wetenschapsbeleid.</al>
      <tuskop letat="rom">195</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht wat de taakstelling (in studentenaantallen
en termijn) is voor de 5 miljoen euro budgettering in het kader van ondersteuning
allochtone studenten.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord bij vraag 185.</al>
      <tuskop letat="rom">196</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel studenten met een handicap studeren momenteel
in het hoger onderwijs en wat is bij hen de uitval/het rendement?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aangezien er geen sluitende registratie van studenten met functiebeperkingen
plaatsvindt, kan dit niet exact worden aangegeven. Op grond van onderzoek
onder studenten wordt ervan uitgegaan dat 11 à 14% van <nadruk type="cur">alle</nadruk> studenten (60 à 75 000) een functiebeperking
heeft (lichamelijk, psychisch of dyslexie), en dat meer dan de helft ervan,
dus 6 à 8% van alle studenten daarvan belemmeringen ondervindt
bij het volgen van onderwijs.</al>
      <al>Over de uitval zijn in de Studentenmonitor 2002 slechts beperkte gegevens
opgenomen: studenten in de eerste twee jaren van het hoger onderwijs vallen
2,5 x zo vaak uit als studenten zonder handicap. Gezien de validiteit van
deze gegevens wordt ernaar gestreefd om via onderzoek naar de effectiviteit
van maatregelen, naar de specifieke belemmerende factoren in het traject vo-ho én
naar de kosten van ho-instellingen voor aanpassingen, meer betrouwbare gegevens
te verkrijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">197</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhouden de basiswaarden voor uitval en rendement
zich tot die in de omringende landen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor internationale vergelijking van het rendement van hoger onderwijs
is <nadruk type="cur">Education at a glance 2007</nadruk> de meest recente
bron. Daarin wordt door de OECD de verhouding tussen de instroom
en de gediplomeerde uitstroom gebruikt met een tijdsverschil van de studieduur
(voor de meeste opleidingen is dat 4 jaar; voor bèta en techniek 5
jaar; voor medische opleidingen 6 of 7 jaar).</al>
      <al>Nederland slaat bij deze indicator met een rendement van 76% in
2005 geen slecht figuur binnen Europa: slechts drie Europese landen scoren
hoger: Verenigd Koninkrijk (78%), Griekenland (79%) en Ierland
(83%).</al>
      <al>Duitsland heeft een rendement van 73 %; België van 74 %;
de gemiddelden voor Europa19 (19 leden) en voor de OESO als geheel bedragen
71%.</al>
      <tuskop letat="rom">198</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er al enig zicht op de specifieke prestatieafspraken
die met de HBO-raad en VSNU worden gemaakt rond uitvalvermindering en kwaliteitsverhoging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Mijn inzet bij die prestatieafspraken is uitgewerkt in de Strategische
agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid. Daarin doe ik een
voorstel voor concrete ambities rondom het verminderen van uitval en het verbeteren
van onderwijskwaliteit met bijbehorende extra middelen voor de instellingen
en indicatoren om de voortgang van de uitvoering van die ambitie te monitoren.
Ik heb inmiddels verschillende malen met HBO-raad en VSNU overleg gevoerd
over deze strategische agenda en ik concludeer daaruit dat er breed draagvlak
is voor de daarin opgenomen onderwerpen, ambities en aanpak, uiteraard met
inachtneming van de verschillende invalshoeken van partijen en nuances op
onderdelen van de agenda. In het maken van goede prestatieafspraken naar aanleiding
van de strategische agenda heb ik dan ook alle vertrouwen.</al>
      <tuskop letat="rom">199</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke uitgangsniveau kan het huidige wo-bachelor
onderwijs ingeschaald worden? Is dit op dit moment op het gewenste uitgangsniveau
zodat een wo-bachelor ook aansluiting vindt op de arbeidsmarkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Studierendement van het wetenschappelijk onderwijs (zoals in tabel 6.9
op pagina 101 van de ontwerpbegroting 2008) wordt berekend als het percentage
studenten dat na 7 jaar het masterdiploma heeft behaald.</al>
      <al>Op termijn leidt de bachelor-master structuur er naar verwachting toe
dat bachelor- en master-kwalificaties losser van elkaar komen te staan. De
trend dat wo-studenten een master aan een andere universiteit of in het buitenland
gaan volgen heeft zich al ingezet en zal naar verwachting nog toenemen. Ik
verwacht dat dit ertoe zal leiden dat bacheloropleidingen meer dan nu een
duidelijke eindkwalificatie zullen hebben. Het is dan ook zeker denkbaar dat
op termijn studenten met een wo-bachelor diploma, net als met een hbo-bachelor,
goed op de arbeidsmarkt terecht kunnen.</al>
      <tuskop letat="rom">200</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe acht u een verlaging van de uitval met 30%
mogelijk als tegelijkertijd de beschikbare onderwijsuitgaven per student (pagina
96) gelijk blijven? Zijn voor een vermindering van de uitval geen extra uitgaven
nodig, zoals bijvoorbeeld de kosten van een intensievere studiebegeleiding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarvoor zijn inderdaad extra uitgaven nodig. In deze ontwerpbegroting
2008 en in de Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek- en wetenschapsbeleid
worden daarvoor ook nadere voorstellen gedaan.</al>
      <al>Bij de beantwoording van vraag 169 is aangegeven dat de extra middelen
die bij het Coalitieakkoord beschikbaar zijn gekomen voor het hoger onderwijs
(de middelen voor vermindering van de uitval maakt daar deel vanuit)
een verhoging tot gevolg hebben gehad in de onderwijsuitgaven per student.</al>
      <tuskop letat="rom">201</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In de toelichting bij de indicatoren voor uitval en
rendement wordt opgemerkt dat de indicatoren betrekking hebben op het totale
rendement binnen het hoger onderwijs. Een deel van het wo-rendement betreft
hbo-diploma’s en een deel van het hbo-rendement betreft wo-diploma’s.
Hoeveel studenten stappen over gedurende hun bachelor opleiding van hbo naar
wo en omgekeerd? Wat is de waarde van de indicatoren indien hiervoor geschoond
wordt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als wordt geschoond voor bedoeld overstappen, dan zijn de indicatoren
als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het hbo:</al>
      <al>– hbo autochtoon: 66%. Daarnaast start 2% in het hbo
en behaalt alsnog een wo diploma (ongeveer 1000 studenten);</al>
      <al>– hbo niet-westers allochtoon: 47%. Daarnaast start 2%
in het hbo en behaalt alsnog een wo diploma (ongeveer 140 studenten).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het wo:</al>
      <al>– wo autochtoon: 63%. Daarnaast start 8% in het wo
en behaalt alsnog een hbo diploma (ongeveer 1900 studenten);</al>
      <al>– wo niet-westers allochtoon: 48%. Daarnaast start 7%
in het wo en behaalt alsnog een hbo diploma (ongeveer 180 studenten).</al>
      <tuskop letat="rom">202</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven hoeveel vrouwen momenteel deelnemen
aan bètastudies?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In totaal nemen 4312 (18,6%) vrouwen deel aan bètastudies
in het hoger onderwijs (bron: Platform Bèta Techniek). Van deze 4312
vrouwelijke bètastudenten studeren er 2 036 (25,9%) aan
wo-instellingen en 2 076 (14,3%) aan hogescholen.</al>
      <tuskop letat="rom">203</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre zijn de FES-gelden alleen bedoeld voor
techniek? Kan er een overzicht worden gegeven van alle FES-investeringen in
de OCW begroting.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals al aangegeven in het antwoord op vraag 173 zijn FES-middelen bestemd
voor investeringsprojecten van nationaal belang waarmee wordt beoogd de economische
structuur te versterken.</al>
      <al>Van de FES-middelen die zijn genoemd op bladzijde 102 van de ontwerpbegroting
2008 hebben de volgende projecten betrekking op techniek:</al>
      <al>• € 20 miljoen (2007–2009) voor de «Investeringsagenda
bèta en techniek hoger onderwijs» te weten:</al>
      <al>– bijscholen van pabo-studenten (totaal over drie jaren € 10
miljoen) en</al>
      <al>– aanpassen van de fysieke leeromgeving in het voortgezet onderwijs
aan de eisen van bèta &amp; techniek onderwijs (totaal over drie jaren € 10
miljoen).</al>
      <al>• € 50,3 miljoen (2007 tot en met 2011) voor de drie technische
universiteiten voor de oprichting van vijf gezamenlijke toponderzoeksinstituten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De FES-middelen voor «Ondernemerschap» hebben geen betrekking
op techniek. Alle FES-middelen op de OCW-begroting worden in de onderstaande
tabel weergegeven: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="10" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="45mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="29mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="11mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" nameend="c10" namest="c1" rotate="0" rowsep="1" valign="top"> bedrag
x € 1 miljoen</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2011</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2012</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Totaal</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Technocentra</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Kennis Technocentra</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 1998</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">36,6</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ICT/VO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Kennis (ICT en
onderw)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">47,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">47,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">47,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">47,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">191,1</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Kennis, onderz. en
inn. (vernieuwingsimpuls)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">47,7</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Kennis Bsik</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">52,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">32,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">52,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">5,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">142,9</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">PO/VO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VMBO/funderend onderwijs
OCW</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">146,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">146,9</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">PO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A15 VVE (versnelling)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">22,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">13,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">45,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">PO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VVE</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">9,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">8,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">18,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cultuur</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Monumenten</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">2,5</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cultuur</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Archeologisch
bodemonderzoek (Malta)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">8,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">8,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Grootschalige researchfaciliteiten</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">22,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">3,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">71,2</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Inn.progr. en toponderzoek-GATE</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">9,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A1 Parelsnoer</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">35,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A6 ITER</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">15,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">15,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">WO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A9 Rendement&amp;excellentie</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">15,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">15,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">50,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">PO/VO/HBO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A10 Investeringsagenda
beta&amp;techniek</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">23,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">24,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">12,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">60,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A11 Leren door te experimenteren</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">12,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">5,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">25,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">BVE</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A12 Beroepsonderwijs
in bedrijf<sup>*</sup></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">84,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">3,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">87,3</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cultuur</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">A13 Beelden voor
de toekomst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">24,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">23,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">22,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">22,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">21,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">134,7</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">WO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Transitie samenwerking
TU’s</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">50,3</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ICT/VO</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">MS&amp;ICT</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Impuls 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">3,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">7,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">OWB</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Genomics</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Coalitieakkoord</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">12,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">33,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">37,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">41,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">41,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">
                <nadruk type="vet">164,0</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">510,6</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">262,8</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">249,1</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">171,6</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">90,0</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">63,1</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">1 347,2</nadruk>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <sup>*</sup> de 2e tranche van de middelen komt (in 2008) beschikbaar
na een evaluatie naar de behaalde resultaten.</al>
      <tuskop letat="rom">204</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Aan welke activiteiten denkt u nu u schrijft dat er
in het kader van het Deltaplan bèta/techniek meer aandacht nodig is
voor de instroom in het hbo?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beeld eind 2006 was dat negen hogescholen het heel goed deden, maar
negen andere niet, wat het hele resultaat drukte. Het afgelopen jaar heeft
het Platform Bèta en techniek een verscherpte strategie in het hbo
gevoerd. Met de slecht presterende hogescholen zijn gesprekken gevoerd, gekoppeld
aan de inzet van vervolgsubsidies. Deelname aan de tweede tranche is pas mogelijk,
wanneer ze de afgesproken prestaties behalen. Met de instellingen zijn nieuwe
afspraken gemaakt, waarbij extra is ingezet op:</al>
      <al>– allochtonen door middel van een pilot met de hogescholen in het
westen van het land (de Randstad);</al>
      <al>– de aansluiting tussen voortgezet onderwijs en het hbo (dit gebeurt
onder andere door regionale mobiliteitsafspraken voor docenten tussen vo en
hbo/wo en</al>
      <al>– het opstellen van een benchmark om helder te krijgen waarin succesvolle
instellingen zich onderscheiden van hen die nog niet (zo) succesvol zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Resultaten lijken positief:</al>
      <al>– Momenteel loopt de audit voor 2007. De inzet van het Platform
lijkt als resultaat te hebben gehad dat meer instellingen goed bezig zijn:
waren het vorig jaar nog negen instellingen die onderpresteerden, dit jaar
zijn dat er volgens de onafhankelijke experts slechts drie.</al>
      <al>– De officiële instroomcijfers zijn nog niet bekend, maar de
vooraanmeldingscijfers laten voor het eerst in lange tijd weer
een forse groei zien in de sector techniek op het hbo, een grotere groei zelfs
dan het gehele hbo.</al>
      <tuskop letat="rom">205</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel lectoren zijn er momenteel in Nederland en
hoeveel worden er door de instellingen zelf gefinancierd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de beantwoording van deze vraag wordt uitgegaan van het aantal lectoraten.
Het lectoraat bestaat uit één of meerdere lectoren en een kenniskring.
In een kenniskring zijn docenten en externe partners actief. Op dit moment
zijn er 321 lectoraten geteld (bron: SKO). Deze lectoraten worden gefinancierd
uit subsidiegelden dan wel uit de rijksbijdrage van de hogescholen (vanaf 2007
zijn de middelen voor lectoren en kenniskringen toegevoegd aan de rijksbijdrage).</al>
      <tuskop letat="rom">206</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe groot wordt de kans geacht dat de streefwaarde
aangaande de raak-regeling gehaald zal gaan worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het halen van de streefwaarde is afhankelijk van de extra financiële
middelen die de overheid de komende kabinetsperiode beschikbaar stelt voor
RAAK. Bij het vaststellen van de streefwaarde is uitgegaan van een geleidelijk
toename van deze financiële middelen (de toename is gereserveerd op de
aanvullende post van het ministerie van Financiën; zie bladzijde 90 van
de ontwerpbegroting 2008). Gegeven dit voorbehoud is de streefwaarde haalbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">Internationaal onderwijsbeleid</tuskop>
      <tuskop letat="rom">207</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het verschil in het begrote budget tussen 2009,
2010 en 2011 toegelicht worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, het verschil is het gevolg van de invulling van de subsidietaakstelling
in het kader van het Coalitieakkoord. Op dit artikel ziet deze taakstelling
er als volgt uit: voor het jaar 2008 een verlaging van € 0,2 miljoen,
voor het jaar 2009 een verlaging van € 0,4 miljoen en voor de volgende
jaren structureel een verlaging van € 0,8 miljoen. Zie hiervoor
ook de tabel «Specificatie nieuwe mutaties» uit het verdiepingshoofdstuk
op pagina 232 van de begroting 2008.</al>
      <tuskop letat="rom">208</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Worden de Internationale School Eindhoven en het United
World College in Maastricht uit de internationale uitgaven van OCW gefinancierd?
Zo ja, voor welk bedrag? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten laste van de begroting van het voortgezet onderwijs wordt een afdeling
internationaal voortgezet onderwijs gefinancierd die is verbonden met het
Stedelijk College Eindhoven. Deze afdeling duidt zich ook wel aan als International
School Eindhoven. In 2006 had deze afdeling 267 leerlingen, waarmee een bekostigingsbedrag
is gemoeid van ca. € 1,75 miljoen.</al>
      <al>Het UWC in Maastricht is nog in voorbereiding en wordt op dit moment nog
niet gefinancierd vanuit OCW.</al>
      <tuskop letat="rom">209</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het verschil in budget (tabel 8.3) en het verschil
in de participatiegraad tussen po, vo en bve worden toegelicht. </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er bestaat geen direct verband tussen het budget tabel 8.3 Internationale
uitgaven OCW (blz. 108) en de deelnamecijfers van de verschillende onderwijsvelden.</al>
      <al>Daarvoor zijn er verschillende oorzaken:</al>
      <al>1. De Nederlandse onderwijsinstellingen financieren zelf vormen van internationale
samenwerking. Deze middelen maken geen deel uit van het in tabel 8.3 gegeven
overzicht;</al>
      <al>2. Daarnaast kunnen de Nederlandse onderwijsinstellingen ook gebruik maken
van middelen die vanuit de Europese programma’s beschikbaar worden gesteld
voor internationalisering. Deze Europese middelen zijn geen onderdeel van
OCW-begroting.</al>
      <tuskop letat="rom">210</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de score van het percentage mobiele Nederlandse
studenten in het buitenland?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Jaarlijks rapporteren de Nuffic, CINOP en het Europees Platform over de
internationale mobiliteit in het onderwijs. Zoals gebruikelijk is dit rapport «<nadruk type="cur">Internationale Mobiliteit in het Onderwijs in Nederland»</nadruk> over het jaar 2006 in de zomer 2007 aan de de Eerste en Tweede Kamer
aangeboden. De gegevens in het rapport hebben betrekking op de uitgaande mobiliteit
van onze leerlingen, studenten en jonge werkenden in het kader van mobiliteitsprogramma’s.
Volgens opgave in dit rapport bedraagt het aantal Nederlandse studenten in
het buitenland (2003/2004):</al>
      <al>– 10 250 ingeschrevenen binnen de EU;</al>
      <al>– 2 750 ingeschrevenen buiten de EU;</al>
      <al>– 5 250 uitwisselingsstudenten.</al>
      <tuskop letat="rom">211</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze wordt de zinsnede «Leraren en
ander onderwijspersoneel moeten meer zeggenschap krijgen over het beleid van
de school» concreet ingevuld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Meer zeggenschap van leraren over het beleid van de school is een van
de manieren om de positie van leraar te verbeteren. De Commissie Rinnooy Kan
heeft op 12 september het advies «LeerKracht» uitgebracht
over concrete maatregelen om de kwaliteit en positie van de leraar te verbeteren.
In november komt het kabinet met een beleidsreactie op dit rapport. In deze
beleidsreactie worden de kabinetsmaatregelen gepresenteerd ter verbetering
van de kwaliteit en de positie van leraren. Op de precieze inhoud daarvan
kan ik nu nog niet vooruitlopen.</al>
      <tuskop letat="vet">Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid</tuskop>
      <tuskop letat="rom">212</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht waaraan de 1% risicogrens
is ontleend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een arbeidsmarkt is dynamisch, en daar horen openstaande vacatures bij. «Frictievacatures»
zijn daarom een natuurlijk verschijnsel op de arbeidsmarkt. Als er echter
te veel vacatures openstaan in verhouding tot het aantal werkenden (een hoge «vacature-intensiteit»),
wordt het steeds moeilijker om met de zittende personeelsleden het onderwijsproces
goed vorm te blijven geven. Een absolute norm daarvoor is er niet. In het
verleden bleek echter dat als het lerarentekort boven de één
procent komt, het onderwijs in problemen komt. In het primair onderwijs werden
toen klassen samengevoegd of kinderen werden naar huis gestuurd. Directeuren
stonden vaak voor de klas omdat er geen vervangers waren. Voor management
in het onderwijs ligt de norm hoger dan één procent. </al>
      <tuskop letat="rom">213</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Rekent u de vakinhoudelijke verenigingen tevens tot
de maatschappelijke organisaties waarvan het onderwijs als externe factoren
mede afhankelijk is? Hoe houdt u daarmee rekening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Waar dat opportuun is, wordt bij de beleidsvorming (mede) inbreng gevraagd
van de vakinhoudelijke verenigingen. In de Overleggroep Tweede Fase VO werden
de afgelopen jaren alle incidentele en meer structurele beleidswijzigingen
voor de tweede fase havo/vwo besproken. In die overleggroep zat – naast
vertegenwoordigers van besturenorganisaties, schoolleiders en vakbonden –
ook de voorzitter van het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet
Onderwijs (VVVO). Een ander voorbeeld is de samenstelling van de vakgroepen
van de CEVO, welke vakgroepen zich bezighouden met de constructie van de examens.
De docenten in die vakgroepen worden voorgedragen door de vakinhoudelijke
verenigingen. Tevens heeft de voorzitter van het Platform VVVO zitting in
het bestuur van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL). Via de SBL heeft
het Platform VVVO onder meer een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van
de bekwaamheidseisen van leraren. Die bekwaamheidseisen heeft de minister
opgenomen in de Wet op de beroepen in het onderwijs, die per 1 augustus
2006 van kracht is.</al>
      <tuskop letat="rom">214</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete ontwikkelingen liggen ten grondslag
aan de plotselinge stijging van het vacaturepercentage in het vo en bve in
2006?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het aantal openstaande vacatures op de totale Nederlandse arbeidsmarkt
is in de afgelopen jaren fors gestegen: van 90 000 eind september 2003
tot 225 000 eind juni 2007.</al>
      <al>Ook in het onderwijs (po, vo en mbo) is het aantal openstaande vacatures
in het afgelopen jaar fors gestegen. In deze sectoren is het totaal aantal
openstaande vacatures in één jaar tijd bijna verdubbeld van
gemiddeld 870 voltijdbanen in het schooljaar 2005–2006 naar ruim 1600
in het schooljaar 2006–2007. Hierbij gaat het om het totaal aantal vacatures
voor onderwijsgevenden, management en ondersteunend personeel. Deze stijging
van het aantal openstaande vacatures is overigens in lijn met eerdere verwachtingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het hoge aantal vacatures hangt samen met de positieve economische ontwikkeling.
Leraren hebben meer mogelijkheden om ook in het bedrijfsleven een baan te
vinden. Anderzijds beginnen nu ook de gevolgen van de vergrijzing van het
onderwijspersoneel steeds meer zichtbaar te worden. Er is een toenemende groep
leraren die het onderwijs definitief verlaat omdat ze met (pré)pensioen
gaan.</al>
      <tuskop letat="rom">215</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan worden verklaard dat ondanks een acceptabel
geacht vacaturepercentage van lager dan 1% er zowel in po, vo en bve
in 2006 sprake was van lesuitval? Is ziekteverzuim hiervan wellicht de oorzaak?
Zo ja, wordt een verlaging hiervan nagestreefd? Kunnen hiervan percentages
worden gegeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit onderzoek<voetref refid="v57.1" nr="1"></voetref> blijkt dat in het voortgezet
onderwijs ruim zes procent van de lessen uitvalt. Daarnaast wordt nog bijna
twee procent van de lessen vervangen.</al>
      <al>De twee belangrijkste oorzaken van lesuitval zijn (plotselinge) ziekte
van een docent en uitval om organisatorische redenen, zoals vergaderingen
en werkweken. Lessen vallen niet of nauwelijks uit omdat scholen hun vacatures
niet kunnen vervullen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dankzij allerlei beleidsmaatregelen is het ziekteverzuim in het onderwijs
de afgelopen jaren flink gedaald. In het basisonderwijs van 8,9 procent in
2000 naar 5,8 procent in 2006. In het voortgezet onderwijs daalde het ziekteverzuim
in dezelfde periode van 7,9 procent naar 5,0 procent en in het middelbaar
beroepsonderwijs van 7,3 procent in 2003 naar 5,8 procent in 2006<voetref refid="v58.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting zijn over ziekteverzuim geen concrete streefwaarden genoemd
(zie tabel 9.4). Wel wordt er naar gestreefd om minimaal de huidige (lage)
verzuimcijfers vast te houden.</al>
      <tuskop letat="rom">216</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er ook andere mogelijkheden om het lerarentekort
te meten in plaats van de bepaling van het vacaturepercentage? Op welke wijze
wordt er rekening gehouden met een bias wanneer scholen geen nieuwe vacature
plaatsen maar de zaken intern opvullen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie van OCW laat jaarlijks onderzoek uitvoeren naar de vacatures
in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.</al>
      <al>Op basis van een representatieve steekproef onder een groot aantal scholen
worden schattingen gemaakt van het aantal ontstane, vervulde en openstaande
vacatures.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dit onderzoek is een vacature «een arbeidsplaats waarvoor intern
(binnen het bestuur) en/of extern (buiten het bestuur) personeel wordt gezocht
dat onmiddellijk of zo spoedig mogelijk geplaatst kan worden. Het kan daarbij
gaan om een reguliere vacature of een vacature voor vervanging langer dan
drie weken».</al>
      <al>Wanneer scholen de zaak intern opvullen, zonder dat er geworven wordt
voor personeel, wordt dit in het onderzoek wel beschouwd als een ontstane
vacature. Maar omdat de vacature intern wordt vervuld, bijvoorbeeld door uitbreiding
van de aanstelling van zittend personeel, is er geen sprake van een openstaande
vacature.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Indien niet geworven wordt voor (nieuwe) leerkrachten, omdat men structureel
lessen laat vervallen, blijkt dat niet uit de vacaturecijfers, maar komt dat
naar voren in de cijfers omtrent onderwijstijd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een andere mogelijkheid om vacatures te meten zou kunnen zijn om te bekijken
hoeveel vacatures via de media gemeld worden. Nadeel van deze methode is dat
dit geen representatief beeld geeft van de werkelijkheid. Niet alle scholen
adverteren via de media. Zo worden bijvoorbeeld veel vacatures via «mond-op-mond
reclame» doorgegeven. Verder staat vaak dezelfde vacature op verschillende
plaatsen, zodat het gevaar van dubbeltellingen aanwezig is.</al>
      <tuskop letat="rom">217</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre geldt de mobiliteitsregeling ook voor niet-bètadocenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De mobiliteitsregeling geldt alleen voor universitair docenten in de bètatechniek
en bètatechnische docenten uit het voortgezet onderwijs. Deze regeling
is mogelijk door een extra bijdrage van € 10 miljoen uit het Fonds
Economische Structuurversterking (FES) voor het voortgezet en wetenschappelijk
bètatechnisch onderwijs.</al>
      <tuskop letat="rom">218</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden verklaard waarom het percentage ziekteverzuim
in het speciaal onderwijs hoger is (tabel 9.4)? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ziekteverzuimpercentage in het speciaal onderwijs kent door de jaren
heen een hoger niveau. De verzuimduur is lager dan gemiddeld, maar de meldingsfrequentie
is hoger. Dit kan niet vanuit het ziekteverzuimonderzoek worden verklaard.
De achtergrondfactoren die ziekteverzuim (kunnen) bepalen zijn zo divers dat
niet eenduidig kan worden vastgesteld welke factoren doorslaggevend zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">219</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er een voorlopig overzicht worden gegeven van de
uitkomsten van de diepte pilot voor de opleidingsschool en de academische
school?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is te vroeg om nu al vooruit te lopen op de uitkomsten van de diepte
pilot. Op basis van een kritische beoordeling van de tussenrapportages van
de deelnemers is aan het eind van het eerste pilotjaar besloten dat alle deelnemers
hun project mogen voortzetten. De diepte pilot loopt nog door tot eind van
dit schooljaar. Op basis van de rapportages van de deelnemende pilots worden
volgend jaar conclusies getrokken. Deze zijn eind 2008 beschikbaar. In de
tussentijd is informatie over de voortgang van de diepte pilot beschikbaar
op www.deopleidingsschool.nl.</al>
      <tuskop letat="rom">220</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke waarborgen bouwt u in opdat leraren en ander
onderwijspersoneel SBL<voetref refid="v59.1" nr="1"></voetref> niet zien als een zoveelste
onderwijsstichting die maar wat roept, maar zich vertegenwoordigd voelen door
deze organisatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik onderschrijf het belang van een organisatie van de beroepsgroep die
een stevige basis in de beroepsgroep heeft. De commissie Rinnooy Kan heeft
in het advies «LeerKracht» concrete aanbevelingen gedaan om SBL
om te vormen tot een vereniging voor en door leraren, waarvan leraren lid
kunnen worden. Begin november komt het kabinet met een beleidsreactie op dit
rapport. Op de precieze inhoud daarvan kan ik nu nog niet ingaan.</al>
      <tuskop letat="rom">221</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven in hoeverre er een relatie/samenwerking
is tussen het programma Verbetering Techniek Basisonderwijs (VTB) en de expertgroep
doorlopende leerlijnen reken- en taalonderwijs?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tussen het programma Verbetering Techniek Basisonderwijs (VTB) en de Expertgroep
doorlopende leerlijnen reken- en taalonderwijs bestaat een relatie op het
gebied van rekenen. Met het oog hierop is de programmaregisseur VTB gevraagd
contact op te nemen met de secretaris van de Expertgroep om de ontwikkelingen
in beide projecten op elkaar af te stemmen. De programmaregisseur zal dit
contact eind oktober 2007 leggen.</al>
      <tuskop letat="rom">222</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre wordt de tevredenheid van afnemers over
de lerarenopleiding meegenomen in de te ontwikkelen indicator?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De prestaties van lerarenopleidingen kunnen op verschillende manieren
worden gemeten. De tevredenheid van afnemers is een van de aspecten die wordt
verkend bij de ontwikkeling van een indicator.</al>
      <tuskop letat="vet">Studiefinanciering</tuskop>
      <tuskop letat="rom">223</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan de afname van het verwachte rendement worden
verklaard? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De afname van het <nadruk type="cur">verwachte</nadruk> rendement heeft
zich pas voor gedaan in de afgelopen twee jaren. In eerdere jaren is er juist
sprake een stijging geweest.</al>
      <al>De oorzaak van de recente afname van het verwachte rendement is niet eenduidig
aan te geven, maar hangt waarschijnlijk samen met autonome ontwikkelingen
zoals bijvoorbeeld het aantrekken van de conjunctuur en de arbeidsmarkt.</al>
      <tuskop letat="rom">224</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel spaart u uit door geen ov-studentenkaart te
verstrekken aan mbo-studenten jonger dan 18 jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voltijds bol-deelnemers van 18 jaar en ouder komen in aanmerking voor
studiefinanciering. Daarbij kunnen ze ook een ov-studentenkaart ontvangen.
De voltijds bol-deelnemers van 16 en 17 jaar komen niet in aanmerking voor
studiefinanciering en dus ook niet voor een ov-studentenkaart. Een beperkt
deel van deze groep heeft te maken met hoge reiskosten. De gemiddelde reiskosten
voor mbo-deelnemers onder de 18 jaar zijn € 86,– per maand.
Ouders die onder de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS)
vallen, ontvangen een tegemoetkoming in de schoolkosten waarbij ook rekening
is gehouden met reiskosten. Daarnaast kunnen minderjarige scholieren, dus
ook mbo-deelnemers, gebruik maken van een korting van 34% op abonnementen
van het stads- en streekvervoer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deelnemers die ver reizen naar de onderwijsinstellingen hebben niet voldoende
aan de WTOS. In het verleden is al gebleken dat het een dure en ondoelmatige
maatregel is om voor het gehele mbo een «gratis» ov-regeling te
realiseren. Het grootste deel van de ontvangers zou deze reisvoorziening niet
nodig hebben. «Gratis openbaar vervoer» voor alle deelnemers aan
de voltijd bol van 16 en 17 jaar zou circa € 110 miljoen per jaar
kosten. Een meer gerichte benadering voor deelnemers die ver van hun onderwijsinstelling
wonen ligt dan meer voor de hand. Dit gaat echter gepaard met grote uitvoeringsproblemen.
Daarnaast zie ik ook geen financiële mogelijkheden om een eventuele maatregel
te financieren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik heb vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de kosten de doorstroom
van vmbo naar mbo belemmeren. Uit de Schoolkostenmonitor blijkt dat de hoogte
van de reiskosten slechts voor 7% van de ouders een reden is geweest
niet voor een bepaalde school te kiezen, maar voor een school dichterbij.
Overigens komen deeltijds bol-deelnemers niet in aanmerking voor studiefinanciering
en een ov-studentenkaart. Dat geldt ook voor deeltijdstudenten in het hoger
onderwijs. Zij worden geacht naast hun opleiding voldoende inkomen te verwerven.
Bbl-deelnemers krijgen betaald door het leerbedrijf waar zij werkzaam zijn.
Daardoor kunnen zij de reiskosten betalen, of afspraken maken met hun werkgever. </al>
      <tuskop letat="rom">225</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is in tabel 11.3 het bedrag 0 opgenomen voor
de jaren 2006–2012 bij het item bijverdiengrens?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overeenkomstig de begrotingsvoorschriften zijn alle operationele doelstellingen
met de bijbehorende instrumenten in de tabel «budgettaire gevolgen van
beleid» opgenomen. Met het instrument «bijverdiengrens»
gaan geen directe uitgaven gepaard. Om deze reden is bij dit item het bedrag
0 opgenomen. </al>
      <tuskop letat="rom">226</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel studenten maken gebruik van een volledige (uitwonende)
beurs in het ho en in de bol?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het ho ontvangen ongeveer 340 000 studerenden een basisbeurs (2006).
Hiervan ontvangen zo’n 182 000 studeren een uitwonendentoelage
(54%). Voorts hebben van de studerenden met een basisbeurs ongeveer
109 000 studerenden een aanvullende beurs. In de bol ontvangen ongeveer
214 000 studerenden een basisbeurs (2006). Hiervan ontvangen zo’n
66 000 studeren een uitwonendentoelage (31%). Voorts hebben van
de studerenden met een basisbeurs ongeveer 118 000 studerenden een aanvullende
beurs.</al>
      <tuskop letat="rom">227</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er bij de raming van het aantal studerenden met
een aanvullende beurs rekening gehouden met de veranderende samenstelling
van de instroom?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, bij de raming van het aantal studerenden met een aanvullende beurs
is rekening gehouden met de verwachte groei en samenstelling van het aantal
studerenden.</al>
      <tuskop letat="rom">228</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe groot is de studieschuld bij de IB-groep per student
per opleiding op het moment van afstuderen? Hoe heeft zich dit de afgelopen
5 jaar ontwikkeld? Wat is de prognose voor de komende 5 jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afgelopen 5 jaar is de gemiddelde schuld van studerenden, bij de
start van het aflossen van hun lening, toegenomen van ongeveer € 6 800
(2003) tot ongeveer € 11 000 (2007). Gezien de stijging van
het gebruik van de leenfaciliteit in de afgelopen jaren zal deze gemiddelde
schuld in de komende 5 jaar verder toenemen. Er zijn geen gegevens beschikbaar
van de gemiddelde schuld per opleiding.</al>
      <tuskop letat="vet">Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</tuskop>
      <tuskop letat="rom">229</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is voor alle scholieren in het mbo de financiële
toegankelijkheid voor bol-leerlingen onder de 18 voldoende gegarandeerd? Ook
voor leerlingen met een relatief grote reisafstand? Kan dit de doorstroom
van vmbo naar mbo belemmeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie hiervoor mijn antwoord op vraag 224.</al>
      <tuskop letat="rom">230</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er per normbedrag worden aangegeven hoeveel vavo-ers
dit bedrag krijgen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er maken jaarlijks ongeveer 1750 vavo’ers gebruik van de mogelijkheid
om een inkomensafhankelijke tegemoetkoming te ontvangen op grond van de WTOS
hoofdstuk V. Hiervan ontvangen zo’n 550 vavo’ers de norm voor
de categorie «270–540 min.», de overige 1200 de norm voor
de categorie «&gt; 540 min.». Binnen deze groepen worden combinaties
van toekenningen schoolkosten en onderwijsbijdrage verstrekt. Een leerling
kan dus zowel een bijdrage voor de schoolkosten als een onderwijsbijdrage
ontvangen.</al>
      <tuskop letat="rom">231</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de vrijwillige ouderlijke bijdrage niet opgenomen
in de monitor? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gemiddelde vrijwillige ouderbijdrage in het voortgezet onderwijs bedraagt € 59
en is als zodanig opgenomen in de schoolkostenmonitor. Zeven procent van de
totale schoolkosten van ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs bestaat
uit de vrijwillige ouderbijdrage.</al>
      <tuskop letat="rom">232</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is voor alle scholieren in het mbo de financiële
toegankelijkheid voor bol-leerlingen onder de 18 voldoende gegarandeerd? Geldt
dit ook voor leerlingen met een relatief grote reisafstand? Kan dit de doorstroom
van vmbo naar mbo belemmeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie hiervoor mijn antwoord op vraag 224.</al>
      <tuskop letat="rom">233</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de 58% van de schoolkosten die resteert
na de invoering van de gratis schoolboeken samengesteld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per 1 augustus 2008 zullen de schoolboeken in het voortgezet onderwijs
gratis worden. Schoolboeken waren de kostenpost waaraan ouders het meest betaalden.
Schoolboeken betreffen ongeveer 42% van de totale schoolkosten. De
resterende schoolkosten van ongeveer 58% bestaan uit:</al>
      <al>– Kosten atlas, woordenboeken en rekenmachine (8%);</al>
      <al>– Kosten aan ict en ict-benodigheden (7%);</al>
      <al>– Door school in rekening gebrachte kosten voor leermiddelen en
gereedschappen (7%);</al>
      <al>– Kosten van door ouders zelf aangeschafte leermiddelen en gereedschappen
(11%);</al>
      <al>– Kosten van extra schoolactiviteiten (18%);</al>
      <al>– Kosten van vrijwillige ouderbijdrage (7%).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Meer informatie is opgenomen in de schoolkostenmonitor 2006–2007,
die als bijlage bij de brief van de schoolkosten aan de Tweede Kamer is toegezonden
(TK, 2006–2007, 30 800 VIII, nr. 142).</al>
      <tuskop letat="vet">Cultuur</tuskop>
      <tuskop letat="rom">234</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is een manier van samenwerken met de departementen
Economische Zaken en Financiën niet ook van invloed op de resultaten
van het cultuurbeleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze vraag, algemeen gesteld, kan bevestigend beantwoord worden. Wat de
samenwerking cultuur-EZ betreft: het Programma voor de Creatieve Industrie
van EZ en OCW komt voort uit de waarneming dat cultuurbeleid en industriepolitiek
op onderdelen heel goed samen kunnen optrekken. Met een gemeenschappelijk
programma realiseren OCW en EZ zowel economische als cultuurpolitieke doelen.
Momenteel is een regiegroep DMA (design, mode en architectuur) in oprichting
waarin OCW, EZ en BZ met instellingen in het veld (sectorinstituten, branche-
en beroepsorganisaties) gezamenlijk aan plannen gaan werken om de internationale
positie van de drie genoemde sectoren te versterken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat de samenwerking cultuur-financiën betreft: deze samenwerking
speelt een grote rol in het cultuurbeleid via generieke instrumenten. Ik noem
cultureel beleggen, het verlaagde BTW-tarief op boeken en podiumkunsten en
fiscale voordelen voor burgers en bedrijven die willen schenken of nalaten
aan een culturele instelling of Staat, aan sponsoring willen doen of eigenaar
zijn van een rijksmonument.</al>
      <al>Specifieke instrumenten zijn de Regeling indemniteit bruiklenen 2005 en
het Aankoopfonds in het kader van de Wet tot behoud van cultuurbezit. </al>
      <tuskop letat="rom">235</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom gaat het budget voor subsidies Monumentenzorg
en Behoud en Beheer na 2007 omlaag en wordt in het geval van Behoud en Beheer
zelfs gehalveerd, terwijl u 100 extra monumenten heeft aangewezen en heeft
aangekondigd de BRIM<voetref refid="v63.1" nr="1"></voetref> -regeling te willen verruimen?
Op welke subsidies wordt bezuinigd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De daling van het budget «subsidies Monumentenzorg» ten opzichte
van 2007 wordt veroorzaakt doordat in 2007 eenmalig € 1,1 miljoen
extra beschikbaar was vanwege een eenmalige bijdrage voor de BRIM-automatisering
(€ 1 miljoen) en het project modernisering monumentenstelsel (€ 0,1
miljoen).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het structurele budget voor monumentenzorg bedraagt zo’n € 69,4
miljoen. In 2006 is incidenteel € 140 miljoen extra beschikbaar
gekomen voor het wegwerken van de restauratieachterstand. De suggestie dat
het structurele budget gehalveerd zou worden is dus onjuist.</al>
      <al>Toevoeging van 101 nieuwe rijksmonumenten aan het huidige bestand van
56 000 rijksmonumenten zal tot een bescheiden extra belasting van het
monumentenbudget leiden. Ik acht dat acceptabel om de volgende redenen:</al>
      <al>– het grote belang dat verbonden is aan deze voorgenomen aanwijzing:
erkenning van de behoudenswaardigheid van belangrijke gebouwen uit de wederopbouwperiode;</al>
      <al>– de restauratieachterstand van het huidige bestand die lang niet
meer zo urgent is als enige jaren terug;</al>
      <al>– het voornemen om het stelsel van de monumentenzorg op termijn
te herzien, inclusief het financiële ondersteuningssysteem.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De daling van het budget «behoud en beheer (overig)» ten opzichte
van 2007 bedraagt € 1,9 miljoen. In dit budget zijn geen monumentenzorgsubsidies
opgenomen.</al>
      <al>Het verschil wordt veroorzaakt door twee posten:</al>
      <al>– € 0,5 miljoen die in 2007 in het kader van het cultuurconvenant
2005–2008 eenmalig beschikbaar is gesteld voor de samenwerking van het
NISA (Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterarcheologie, onderdeel
van de RACM) met het Nieuwland Erfgoedcentrum;</al>
      <al>– een bedrag van € 1,4 miljoen is geïncorporeerd
in een voorstel voor een meerjarenkasschuif 2008 t/m 2012 (Najaarsnota
2007), ten behoeve van het restitutiedossier.</al>
      <tuskop letat="rom">236</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat het budget voor bibliotheken wordt
verlaagd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als gevolg van een overheveling naar het Gemeentefonds (BZK) is per 1 januari
2008 het rijksbudget voor bibliotheken verlaagd. Het overgehevelde budget
(€ 5,8 miljoen) is bestemd voor de vorming van basisbibliotheken.
Gemeenten ontvangen deze bijdrage aan de vorming van basisbibliotheken vanaf 2008
uit het Gemeentefonds.</al>
      <tuskop letat="rom">237</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven wat wordt bedoeld met provinciale
vernieuwingsplannen onder het kopje bibliotheken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de vernieuwingsplannen geven provincies invulling aan de bibliotheekvernieuwing
op provinciaal niveau, binnen de landelijke kaders die daarvoor door de Stuurgroep
Bibliotheken zijn gesteld. In deze stuurgroep zijn OCW, IPO, VNG en de Vereniging
van Openbare Bibliotheken vertegenwoordigd. </al>
      <tuskop letat="rom">238</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat er met ingang van 2007 geen budget
meer is voor monitoring en evaluatie van bibliotheken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting 2006 is voor monitoring en evaluatie een budget opgenomen
van € 1,4 miljoen. Dit budget heeft betrekking op de uitgaven van
het Procesbureau bibliotheekvernieuwing. Vanaf de begroting 2007 zijn alle
uitgaven voor de bibliotheekvernieuwing, inclusief monitoring en evaluatie,
als één post opgenomen.</al>
      <tuskop letat="rom">239</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden voor de budgetverlaging van het Nationaal
Archief in 2008 en volgende jaren ten opzichte van 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gaat hier niet om een structurele bezuiniging, maar een eenmalige
budgetverhoging van € 9 miljoen euro in 2007. Het budget voor het
Nationaal Archief ligt al sinds 2005 – en volgens de meerjarenbegroting
tot 2012 – gemiddeld op zo’n € 16 miljoen per jaar.
Een uitzondering hierop vormt het jaar 2007: in dit jaar is het budget van
het Nationaal Archief eenmalig met € 9 miljoen verhoogd voor de
grote digitaliseringsslag waarin het Nationaal Archief zich bevindt. Deze
digitaliseringsslag is noodzakelijk, niet alleen vanwege het sterk groeiende
aanbod van te beheren digitale en gedigitaliseerde archieven, maar vooral
ook om aan de vraag uit de maatschappij naar digitale informatie en de bijbehorende
dienstverlening te kunnen voldoen.</al>
      <tuskop letat="rom">240</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In het Coalitieakkoord zijn voor cultuur enveloppegelden
gereserveerd die oplopen tot indicatief 100 miljoen euro in 2011. Wat
wordt bedoeld met «indicatief»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met «indicatief» wordt bedoeld dat over deze middelen nog
geen finale besluitvorming heeft plaatsgevonden. De enveloppegelden uit het
Coalitieakkoord zijn verdeeld in tranches. De eerste tranche, voor 2008, is
aan de begroting van OCW toegevoegd. De resterende tranches staan gereserveerd
op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën. Over deze tranches
heeft wel besluitvorming plaatsgevonden voor wat betreft de bestedingscategorieën
(Mooier Nederland, participatie, sterke sector en innovatie), maar nog niet
voor wat betreft de precieze bedragen. Definitieve besluitvorming daarover
zal de komende jaren steeds plaatsvinden bij Voorjaarsnota, in het kader van
de begrotingsvoorbereiding 2009, 2010 en 2011.</al>
      <tuskop letat="rom">241</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Gaan er dit jaar nog middelen naar het TAX-videoclipfonds
voor Nederlandse popmuziek? Zo ja, hoeveel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de periode van 1 oktober 2006 tot en met 31 december 2008
is het totaalbudget voor het TAX-videoclipfonds € 9 ton. Deze € 9
ton wordt door drie partijen met elk een bijdrage van € 3 ton bijeen
gebracht: het ministerie van OCW, het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving
en Bouwkunst en het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.</al>
      <tuskop letat="rom">242</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe succesvol was het TAX-videoclipfonds het afgelopen
jaar? Waaruit bleek dat? Hoe vaak en op welke zenders zijn de videoclips van
het TAX-videoclipfonds uitgezonden op televisie? Op wat voor manier hebben
de muzikanten hiervan geprofiteerd? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tijdelijke subsidieregeling TAX-videoclipfonds zal begin 2008 worden
geëvalueerd door de beide fondsen die de regeling uitvoeren, Fonds Beeldende
Kunsten en Vormgeving en het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.
Ik wil dat evaluatiemoment afwachten en niet reeds nu een algemeen oordeel
uitspreken over het succes van de regeling. Wel valt te constateren dat er
in de media ruime aandacht is besteed aan videoclips die met cofinanciering
van het videoclipfonds zijn gerealiseerd. De clips zijn uitgezonden op publieke
en commerciële zenders (Nederland 3/3voor12, MTV, TMF) en via internet.
Musici die betrokken zijn bij gehonoreerde projecten hebben hiervan geprofiteerd,
doordat hun mogelijkheden zijn verruimd om producties onder de aandacht van
publiek te brengen.</al>
      <tuskop letat="rom">243</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan gespecificeerd worden welke «overige subsidies»
worden bedoeld bij de taakstelling van 21,2 miljoen euro in verband met de
taakstelling profijtbeginsel cultuur?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een definitief besluit over de invulling van de categorie «overige
subsidies» neem ik in het kader van de Voorjaarsnota 2008. Om tot een
evenwichtige taakstelling te komen wil ik namelijk ook de adviezen van de
commissie Cultuurprofijt bij mijn overwegingen betrekken. Overigens behoort
tot deze categorie in ieder geval het Actieplan Cultuurbereik dat immers in
2008 afloopt.</al>
      <tuskop letat="rom">244</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom staan in tabel 14.2 en 14.3 verschillende bedragen
genoemd ten aanzien van de cultuurnota, behoud en beheer cultureel erfgoed
en verbreden inzet cultuur over 2008?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Oorzaak van de verschillen is dat tabel 14.3 niet op dezelfde manier is
ingedeeld als tabel 14.2. Hieronder zijn de verschillen uiteengezet. Om tot
een cijfermatige aansluiting te kunnen komen tussen de beide tabellen is het
nodig ook de onderwerpen Film en Internationaal Cultuurbeleid (HGIS) hierbij
te betrekken. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="14mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="50mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2008 (x € 1 000)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Tabel 14.2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Tabel 14.3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Verschil</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Verklaring verschil</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cultuurnota 2005–2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">435 137</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">455 137</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">– 20 000</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In tabel 14.2 zijn de Filmstimuleringsmiddelen als apart
subkopje verwerkt onder «Bevorderen deelname van de burgers aan kunsten».
In tabel 14.3 zijn deze middelen verwerkt onder «Cultuurnota 2005–2008».</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Behoud en beheer cultureel erfgoed</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">201 864</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">178 054</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">23 810</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In tabel 14.2 zijn de middelen voor Beelden voor de toekomst
verwerkt onder «Behoud en Beheer Cultureel Erfgoed». In tabel
14.3 zijn deze middelen verwerkt onder «Verbreden inzet cultuur». </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Internationaal Cultuurbeleid (HGIS)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">276</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">276</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In tabel 14.2 zijn de HGIS-middelen verwerkt onder «Bevorderen deelname
van de burgers aan kunsten». In tabel 14.3 zijn ze opgenomen onder «Verbreden
inzet cultuur».</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Verbreden inzet cultuur</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">72 721</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">96 807</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">– 24 086</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Zie toelichtingen bij «Behoud en beheer cultureel
erfgoed» en «Internationaal Cultuurbeleid (HGIS)». Samen
verklaren deze het verschil bij «Verbreden inzet cultuur».</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Film</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">20 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">20 000</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Zie toelichting bij «Cultuurnota 2005–2008».</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Controletotaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">729 998</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">729 998</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">245</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de stand van zaken rondom het bestuur en het
functioneren van de Filmfonds?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het per 1 juli 2007 aangestelde interim bestuur draagt zorg voor
de voorbereiding van de door mij voorgestane wijziging in de bestuur- en directiestructuur
van het fonds; de uitvoering van de nieuwe filmstimuleringsmaatregel; het
voorbereiden van de overdracht van een aantal taken aan het op te richten
sectorinstituut voor de film en de uitvoering van de reguliere taken van het
fonds.</al>
      <al>Het interim bestuur heeft deze taken voortvarend opgepakt en zal zijn
taken per 1 februari 2008 overdragen aan een definitief bestuur.</al>
      <tuskop letat="rom">246</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bestaat er duidelijkheid of het nieuwe filmstimuleringsbeleid
gegarandeerd niet in strijd is met Europese wetgeving?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de uitvoering van het nieuwe filmstimuleringsbeleid is de Suppletieregeling
ontworpen en is de Uitvoeringsregelingen lange speelfilm aangepast. Beide
regeling zijn ter toetsing voorgelegd aan de Europese Commissie. Met een schrijven
van 10 juli 2007 heeft de Europese Commissie haar goedkeuring verleend
aan beide regelingen. Daarmee wordt uitgesproken dat de Nederlandse staatssteun
voor beide regelingen geoorloofd is en niet in strijd is met Europese wetgeving.</al>
      <tuskop letat="rom">247</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Om wat voor voorstellen gaat het als u spreekt over
ontwikkeling van voorstellen voor vergroting van het financiële en maatschappelijke
draagvlak van culturele instellingen in samenspraak met de sector? Op welke
wijze denkt u tot een «sterke sector» te komen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In <nadruk type="cur">Kunst van Leven</nadruk> heb ik hierover mijn uitgangspunten
verwoord. Ik eraan hecht de voorstellen samen met de sector uit te werken.
Daarom heb ik de Commissie Cultuurprofijt gevraagd voorstellen te doen op
twee onderwerpen: (1) de wijze waarop verbindingen gelegd worden tussen de
cultuursector en andere maatschappelijke sectoren; en (2) de mogelijkheden
van zakelijke verbeteringen bij cultuurproducerende instellingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een sterke sector is een sector die professioneel opereert (bijvoorbeeld
door goed bestuur, een efficiënte inzet van middelen en de benutting
van alternatieve financieringsbronnen) en zijn belangenbehartiging goed op
orde heeft (goed functionerende brancheorganisaties), en een stevige maatschappelijke
verankering heeft (bij publiek, sponsors, particuliere gevers en vriendenverenigingen).
Ik ben van mening dat dit primair een verantwoordelijkheid van de sector zelf
is. Wel draag ik zelf bij aan een sterke sector, onder meer door het ondersteunen
van de nu lopende programma’s gericht op het bevorderen van goed bestuur
en het stimuleren van mecenaat. Ik wacht op dit punt verder de voorstellen
van de Commissie Cultuurprofijt af.</al>
      <al>Op een ander punt kan ik bijdragen door de financiering van een goed functionerende
ondersteuningsstructuur, in de vorm van sectorinstituten als onderdeel van
de basisinfrastructuur. Dit is in <nadruk type="cur">Kunst van Leven</nadruk>
uitgewerkt.</al>
      <tuskop letat="rom">248</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gaat er veranderen met betrekking tot het aannamebeleid
van de conservatoria en de toneelscholen, gezien de investering in de begeleiding
en ontwikkeling van (top)talent? Wordt in dit kader ook ingezet op de talentontwikkeling
van jongere kinderen? Zo ja, op welke wijze? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bieden van ruimte aan talent begint bij de eerste kunstbeoefening.
Op talentontwikkeling van kinderen zet ik daarom vooral in op verbetering
van samenwerking tussen culturele instellingen en brede scholen. Verbindingen
tussen cultuurlessen op school en buitenschoolse kunsteducatie en amateurkunst
kunnen ervoor zorgen dat wie op school enthousiast is geworden daar later
in zijn leven verder mee gaat.</al>
      <al>Om jong talent optimaal tot ontwikkeling te laten komen, ben ik in eerste
instantie met instellingen en organisaties die werkzaam zijn in het (voor)opleidingstraject
van dans- en muziektalenten, een interactief traject gestart. In 2008 zullen
zij met voorstellen komen.</al>
      <al>Het aannamebeleid van conservatoria en toneelscholen is de verantwoordelijkheid
van deze instellingen zelf.</al>
      <tuskop letat="rom">249</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Met welk bedrag zal het structurele subsidiebudget
BRIM respectievelijk worden verhoogd in verband met behoud van religieus erfgoed,
toegang van groene monumenten en aanwijzing monumenten van de toekomst?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van het budget voor intensiveringen in cultuur gaat vanaf 2008 structureel € 3
miljoen naar de monumentenzorg. Dit budget is bedoeld voor de uitvoering van
het BRIM en voor stortingen in een revolving fund dat bestemd is voor de Antillen.</al>
      <al>Over de verder inzet op de monumentenzorg vanaf 2009 beraad ik me
nog, waarbij ik de resultaten van de net gestarte evaluatie van het BRIM zal
betrekken.</al>
      <tuskop letat="rom">250</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt kostbaar monumentengeld ingezet ten behoeve
van de herbestemming en exploitatie van beeldbepalende potentiële monumenten
in de 40 wijken van de minister van integratie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In Kunst van leven heb ik aangegeven dat de inrichting van Nederland nadrukkelijk
ook weer als culturele opgave moet worden aangepakt. Ik heb daaraan beleidsambities
gekoppeld op het gebied van het architectuurbeleid en de monumentenzorg. Dit
betekent dat ik de instrumenten en middelen van het architectuur- en monumentenbeleid
sterker wil betrekken bij actuele ruimtelijke opgaven. De wijkaanpak is een
urgente maatschappelijk opgave, met een complexe samenhang van sociale, culturele,
economische en fysiek-ruimtelijke aspecten. Aandacht voor nieuwe en bestaande
(historische) architectuur en stedenbouw kan een bijdrage leveren aan de doelen
van de wijkaanpak.</al>
      <tuskop letat="rom">251</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Met welk bedrag gaat het structurele subsidiebudget
BRIM verhoogd worden ten behoeve van de religieuze monumenten? Erkent u dat
het subsidieplafond voor groot onderhoud voor veel grotere kerken te laag
is vastgesteld? Overweegt u dit subsidieplafond beter te differentiëren
naar grootte van de kerken? Zo neen, op welke wijze wilt u tegemoet komen
uit de vanuit het veld kenbaar gemaakte bezwaren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie ook mijn antwoord op vraag 249. In het BRIM is overigens voor de hele
grote monumenten wel een faciliteit beschikbaar.</al>
      <al>Het BRIM wordt nu geëvalueerd. De uitkomsten verwacht ik medio 2008.
Verhoging van het structurele subsidiebudget BRIM ten behoeve van religieuze
monumenten heeft voor mij prioriteit. Ik ben bereid om te bezien of binnen
het BRIM meer differentiatie mogelijk is.</al>
      <tuskop letat="rom">252</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe zal de regeling met betrekking tot de archeologische
monumenten die wel beschermd, maar niet beheerd worden, eruit komen te zien? Wordt hiertoe ook het budget versterkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De mogelijkheden voor de instandhouding van archeologische monumenten
worden momenteel onderzocht, waarbij overigens een onderscheid aan de orde
is tussen het beheren van archeologische monumenten en het voorkomen van verstoring.
Zie ook mijn antwoord op vraag 249 betreffende het budget.</al>
      <tuskop letat="rom">253</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Met welk bedrag gaat het structurele subsidiebudget
BRIM verhoogd worden ten behoeve van de monumenten uit de wederopbouw?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie mijn antwoord op vraag 235 en vraag 249.</al>
      <tuskop letat="rom">254</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het juist dat nog slechts 60 miljoen euro nodig
is om de restauratieachterstand naar een aanvaardbaar niveau terug te schroeven?
Is het de intentie van u om dat bedrag deze kabinetsperiode bij elkaar te
schrapen? Zo ja, op welke wijze?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de € 140 miljoen die nu wordt ingezet zal de restauratieachterstand
geleidelijk ingelopen worden, waardoor overbelasting van de markt voorkomen
wordt. Er is volgens het PRC-rapport nog € 61 miljoen nodig om de
restauratieachterstand eind 2010 op 10% te krijgen. De berekening is
te vinden in het rapport uit 2005 van PRC Bouwcentrum inzake de restauratieachterstand
(Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 800 VIII, nr. 65). Bij
de nadere voorstellen voor de modernisering van de monumentenzorg zullen de
inzichten uit dit rapport worden meegenomen.</al>
      <tuskop letat="rom">255</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de RRWR (Regeling rijkssubsidiëring
wegwerken restauratieachterstand) urgentie ongevoelig, waardoor geld niet
effectief besteed wordt en monumenten met pech onnodige schade oplopen of
onnodig bouwvallig kunnen raken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de vaststelling van deze regeling is gekozen voor een juridisch waterdichte
regeling. Hiermee wordt voorkomen dat bouwtechnische criteria bij het al dan
niet toewijzen van de subsidies voor restauratieachterstanden leiden tot een
stroom van bezwaar- en beroepsprocedures. De gedachte hierachter is dat technische
urgentie niet te objectiveren is (is een slecht dak erger dan een slechte
fundering?).</al>
      <al>Overigens zal met toepassing van deze regeling wel degelijk een groot
aantal restauraties worden aangepakt die bouwtechnisch urgent zijn. Daarbij
zijn budgetten geoormerkt voor categorieën, waarbij de restauratieachterstand
het grootst is (molens, orgels en boerderijen).</al>
      <tuskop letat="rom">256</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom gelden er steeds wisselende criteria voor de
RRWR, waardoor het niet te voorspellen is wanneer een gebouw kans maakt en
investeerders of sponsoren afhaken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De wisselende criteria van de regelingen 2006 en 2007 zorgen ervoor dat
steeds nieuwe groepen monumenten in aanmerkingen komen voor subsidie. In 2006
werd voorrang gegeven aan objecten binnen beschermde gezichten of beschermde
buitenplaatsen, in 2007 wordt regionale spreiding bevorderd en wordt voorrang
gegeven aan objecten, die niet eerder voor subsidiëring in aanmerking
kwamen. Tevens is in de huidige regeling rekening gehouden met categorieën,
waar de achterstand het meest omvangrijk is. </al>
      <tuskop letat="rom">257</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bestaan er voorfinancieringsmogelijkheden voor eigenaren
die afzien van het maken van een RRWR-herstelplan vanwege de grotere inspanning
en de onzekerheid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het rijk kent hiervoor geen voorfinancieringsmogelijkheden.</al>
      <tuskop letat="vet">Media</tuskop>
      <tuskop letat="rom">258</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken met betrekking tot de begrote
omvang van de fondsen die zijn gebaseerd op de rente op de omroepreserve?
Wat is de omvang en hoe wordt het budget verdeeld? Op welke wijze is de omroepreserve
in 2007 besteed? Is er in 2007 sprake geweest van een vergroting van de omvang
vanwege de rentestijgingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De rentebaten op de algemene omroepreserve zijn voor 2007 begroot op € 1,0
miljoen. De renteopbrengsten worden ingezet als subsidies mediabeleid ten
behoeve van incidentele activiteiten en tijdelijke projecten. Deze projecten
worden jaarlijks beoordeeld. Voor 2007 betreft dit:</al>
      <al>• Stimulering Nederlandse audiovisuele sector in Europese context
(€ 0,1 miljoen)</al>
      <al>• Migranten en media (€ 0,2 miljoen)</al>
      <al>• Kwaliteitsbeleid journalistiek, met name in Oost- en Midden-Europa
(€ 0,2 miljoen)</al>
      <al>• Jeugd en Media (€ 0,15 miljoen)</al>
      <al>• eCultuur (€ 0,2 miljoen)</al>
      <al>• Toegankelijkheid TV (€ 0,05 miljoen)</al>
      <al>• Diverse onderzoeken en projecten (€ 0,1 miljoen)</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De projecten die onder deze hoofdposten vallen, zijn nader toegelicht
in de mediabegrotingsbrief 2007. Voor 2008 is rekening gehouden met de
actuele rente ontwikkeling. De omvang en verdeling van de «subsidies
mediabeleid» in 2008 komt aan de orde in de mediabegrotingsbrief 2008.</al>
      <tuskop letat="rom">259</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de oploop van middelen voor Nederlands drama, crossmediale
ontwikkeling en verbetering bereik onder jeugd worden uitgesplitst per onderwerp
en per jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitsplitsing per onderwerp en per jaar kan nog niet worden gemaakt. Een
groot deel van de maatregelen op het gebied van crossmediale ontwikkelingen
en verbetering van bereik onder jeugd kunnen pas ingaan op het moment dat
het tweede bedrag van indicatief € 50 miljoen in 2011 daadwerkelijk
beschikbaar zijn. Dit geldt ook voor een deel van het extra geld dat voor
Nederlands drama bestemd wordt.</al>
      <tuskop letat="rom">260</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het verschil worden verklaard tussen verplichtingen
en programma-uitgaven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verschil heeft te maken met het moment van het aangaan van verplichtingen.
De verplichtingen voor de omroepinstellingen voor 2008 zijn al in 2007 vastgelegd,
omdat de Minister volgens de Mediawet voor 1 december van enig jaar vast
moet stellen welke bedragen voor het volgende kalenderjaar beschikbaar zijn.
In 2008 wordt vervolgens de raming van de verplichtingen voor 2009 opgenomen.
De verplichtingen voor een volgend jaar kunnen afwijken van de uitgaven in
het huidige jaar. </al>
      <tuskop letat="rom">261</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hoog is het budget voor programma’s bij de
publieke omroep gericht op respectievelijk ontspanning, informatie, educatie
en overige?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het budget van de publieke omroep wordt niet toegekend aan programmacategorieën
maar aan omroepinstellingen. Zij zijn verantwoordelijk voor een divers programma-aanbod.
De wet stelt wel eisen aan het percentage zendtijd dat wordt besteed aan de
programmacategorieën kunst en cultuur, informatie, educatie en verstrooiing.
Het CvdM rapporteert elk jaar aan mij over de naleving van deze programmavoorschriften.
Uit de rapportage over 2006 blijkt dat de publieke omroep in dat jaar het
volgende heeft uitgezonden:</al>
      <tuskop letat="vet">Tabel naleving programmavoorschriften 2006 </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="56mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="56.5mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Wettelijke eis</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Naleving 2006
(tijdvak 00–24 uur)</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">Omroepverenigingen</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Informatie/educatie 35%</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">61% informatie/educatie </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Cultuur 25% waarvan 12,5% kunst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">28%
cultuur waarvan 10% kunst* </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verstrooiing maximaal 25%</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10% </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">NPS</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Cultuur 40% waarvan 20% kunst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">53%
waarvan 25% kunst </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Minderheden 20%</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">20%</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>* Uit dit overzicht blijkt dat de publieke omroep in het tijdvak
00–24 uur niet voldoet aan de voorschriften voor kunst. Op prime time
(16–24 uur) is dat wel het geval (13,5%).</al>
      <tuskop letat="rom">262</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hoog is het budget voor de digitale themazenders?
Hoe groot zijn de STER-opbrengsten uit de digitale themazenders?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De publieke omroep heeft in de meerjarenbegroting 2008 een budget aangevraagd
voor themakanalen televisie van € 12,7 miljoen en themakanalen radio
van € 7,1 miljoen. De aanvraag van de publieke omroep komt aan de
orde in de mediabegrotingsbrief 2008 die de Tweede Kamer in november
ontvangt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De STER opbrengsten uit de digitale themazenders is nihil. Het uitzenden
van reclame op themazenders is nog in een testfase.</al>
      <tuskop letat="rom">263</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel procent van het budget voor de publieke omroep
gaat jaarlijks naar programma’s en hoeveel gaat naar overhead en management?
Hoe hoog zijn die bedragen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van het totale budget van de publieke omroep werd in 2006 circa 88%
besteed aan programmakosten. De indirecte kosten (overhead) waren circa 12%
van de totale lasten. Over de periode 2001–2006 zijn de absolute bedragen
gedaald en is de procentuele verhouding licht gedaald. De bedragen over deze
periode zijn als volgt</al>
      <tuskop letat="vet">(bedragen x € 1 miljoen) </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="7" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="46.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="11mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2002</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal directe kosten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">671,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">706,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">658,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">709,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">679,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">653,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal indirecte kosten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">94,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">92,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">95,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">83,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">95,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">90,2</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>De gecontroleerde gegevens over 2007 zijn nog niet beschikbaar. </al>
      <tuskop letat="rom">264</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel zendtijd wordt jaarlijks besteed aan Europees
nieuws?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse Publieke Omroep rapporteert niet over de onderwerpen die
zij in het nieuws behandelen. Europees nieuws maakt hier veelvuldig onderdeel
van uit. Het Mediabesluit bevat een opdracht aan NOS RTV om ook te berichten
over Nederlandse en Europese parlementaire aangelegenheden. Wijze, aard en
aantal keer berichtgeving ligt in het kader van redactionele onafhankelijkheid
bij NOS RTV zelf. Los daarvan besteden ook de andere publieke omroepen aandacht
aan Europese ontwikkelingen op velerlei gebied. Zo heeft NOS RTV met het programma «Lijn
25» drie maanden lang aandacht besteed aan de Europese verkiezingen.
En in het programma «Brusselse Kermis» van de VPRO (11 afleveringen)
is aandacht besteed aan de Europese politiek.</al>
      <tuskop letat="rom">265</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe groot zijn de inkomsten van de omroepen uit de
programmagidsen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het netto resultaat uit programmagidsen voor de omroepen samen is in 2006 € 19,9
miljoen. In 2005 was het netto resultaat € 17,3 miljoen.</al>
      <tuskop letat="rom">266</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel medewerkers van de publieke omroep (inclusief
dj’s en presentatoren) hebben een inkomen hoger dan het salaris van
de minister president? Kunt u dit uitsplitsen per persoon en per omroep?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In december 2007 zal het ministerie van BZK een «WOPT-rapportage»
publiceren. Hierin worden gegevens van instellingen, welke in overwegende
mate uit publiek geld worden bekostigd, gepresenteerd. Het betreft een inventarisatie
van het aantal functionarissen in 2006 dat een inkomen genoot boven het in
de Staatscourant gepubliceerde Gemiddelde belastbare loon ministers over 2006
(Stcrt. 2007, nr. 39) van € 171 000. Op grond van de Wet openbaarmaking
uit publieke middelen gefinancierde topinkomens worden deze gegevens in de
jaarstukken van de instellingen opgenomen en aan BZK gerapporteerd. De omroepinstellingen
maken onderdeel uit van deze inventarisatie.</al>
      <tuskop letat="rom">267</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat in de begroting staat dat bij de inzet
van de extra middelen ook plannen voor een media-expertisecentrum in de vorm
van een breed netwerk voor media-educatie betrokken worden en u in uw brief<voetref refid="v71.1" nr="1"></voetref> van 5 oktober over de Publieke Omroep spreekt over
een media-educatie en expertisecentrum? Is er sprake van een netwerk of komt
er nu daadwerkelijk een media-educatie en expertisecentrum? Hoe komt dit media-educatie
en expertisecentrum er uit te zien?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik tref voorbereidingen voor de inrichting van een media-educatie en expertisecentrum.
Dit doe ik in overleg met organisaties die zich reeds bezighouden met media-educatie
en mediawijsheid. Doel is dat er in 2008 een centrum is om kinderen en jongeren,
hun ouders en scholen, te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid
van media-uitingen en om de samenhang en samenwerking te versterken tussen
initiatieven op het terrein van mediawijsheid. Voor het eind van het jaar
stuur ik een brief aan de Tweede Kamer waarin ik functie, opzet en inrichting
van het Media-educatie en expertisecentrum uiteenzet.</al>
      <tuskop letat="rom">268</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de dekking van de publieke en regionale omroep
naar aanleiding van de herverdeling van de etherfrequenties? Is er inmiddels
sprake van een goede landelijke dekking? Zijn alle klachten opgelost? Zo neen,
welke problemen doen zich nog voor? Wanneer kunnen wij een oplossing
verwachten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De staatssecretaris van Economische Zaken Heemskerk heeft in zijn brief
van 29 mei jl. (Vergaderjaar 2006–2007, 24 095, nr. 211) de
Kamer geïnformeerd over de gevolgen van de herverdeling van de etherfrequenties
en de oorzaken en oplossingen voor de ontvangstklachten van de landelijke
en regionale publieke omroep. De staatssecretaris heeft op 9 oktober
jl. (vergaderjaar 2007–2008 Aanhangsel nr. 220), mede namens de minister
van OCW geantwoord op vragen van de leden Van Dijk en Gesthuizen (beiden SP)
over de ontvangstproblemen bij de publieke omroep.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze brieven staat dat er in sommige delen van ons land klachten kunnen
zijn over de ontvangst van de uitzendingen van de publieke omroep via de ether.
Om deze problemen op te lossen is EZ afhankelijk van de vrijwillige medewerking
van commerciële radiostations. EZ blijft met deze partijen in gesprek
over een oplossing en bekijkt nogmaals waar mogelijkheden liggen om de klachten
over de ontvangst van de publieke omroepen te verminderen.</al>
      <tuskop letat="rom">269</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de ontvangst van de digitale televisie in Nederland?
Is de ontvangstproblematiek, gezien de diverse klachten na de omschakeling
van analoge naar digitale televisie, inmiddels opgelost? Zo neen, in welke
gebieden doen de problemen zich nog voor en op welke termijn wordt deze ontvangstproblematiek
opgelost?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na de omschakeling naar digitale ethertelevisie eind 2006 is er inmiddels
een dekking bereikt op dakantenne van 98% van Nederland. Dit percentage
is vergelijkbaar met de dekkingsgraad van analoge televisie-uitzendingen voor
de omschakeling. Er is een beperkt aantal gebieden waar bekend is dat de dekking
deels minder goed is, maar dit valt ruim binnen de 2%.</al>
      <al>De klachten die er waren na de omschakeling bleken voor een groot deel
betrekking te hebben op de onbekendheid bij eindgebruikers dat de dekkingsgarantie
voor de publieke omroep zich beperkte tot dakantenne ontvangst.</al>
      <al>KPN is nog bezig met het verbeteren van het netwerk zodat in bepaalde
gebieden in Nederland indoor-ontvangst mogelijk wordt (bedoeld voor het gehele
Digitenne pakket). Met deze aanpassingen mag verwacht worden dat de ontvangst
van de publieke omroep zelfs nog verbetert.</al>
      <tuskop letat="rom">270</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan (in hoofdlijnen) worden aangegeven wat de nieuwe
spelregels zullen zijn voor de multimediale taak van de publieke omroep?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdlijnen ziet de nieuwe totaalsystematiek er als volgt uit:</al>
      <al>1. Het onderscheid tussen hoofd- en neventaken bij de publieke omroep
verdwijnt uit de Mediawet. Dit betekent dat alle vormen van elektronisch aanbod
zullen behoren tot het werkterrein van de publieke omroep, ongeacht de distributiewijze.</al>
      <al>2. De publieke omroep doet voortaan elke vijf jaar in zijn beleidsplan
een voorstel over de aard en de omvang van zijn activiteiten (nu bepaalt de
wet nog op voorhand dat de publieke omroep drie algemene televisiezenders
en vijf algemene radiozenders verzorgt). De overheid zal al dan niet goedkeuring
verlenen. Tussentijdse bijstelling is mogelijk via de jaarlijkse begroting.
Nu bepaalt de wet nog op voorhand dat de publieke omroep drie algemene televisiezenders
en vijf algemene radiozenders verzorgt. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze systematiek maakt de publieke omroep wendbaarder en zorgt ervoor
dat hij adequater kan reageren op technische, programmatische en financiële
ontwikkelingen en op het actuele mediagebruik van mensen.</al>
      <tuskop letat="rom">271</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er al duidelijkheid over de toekomst van radiostation
FunX en televisieproducent MTNL?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>MTNL en FunX spelen een belangrijke rol bij het verzorgen «multicultureel
aanbod» in de Randstad. Eind 2008 lopen de convenanten tussen de vier
grote steden en OCW over MTNL en FunX af. Op dit moment voert TNO een evaluatie
uit van het beleid op dit terrein. Mede op grond van de uitkomsten daarvan
kom ik met voorstellen. Medefinanciering door lokale overheden blijft overigens
het uitgangspunt.</al>
      <tuskop letat="rom">272</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken ten aanzien van het opstarten
van een netwerk dat zich bezighoudt met mediawijsheid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik tref momenteel voorbereidingen voor de inrichting van een media-educatie
en expertisecentrum. Dit doe ik in overleg met organisaties die zich reeds
bezighouden met mediawijsheid. Voor het eind van het jaar stuur ik een brief
aan de Tweede Kamer sturen waarin de functie, opzet en inrichting van het
Media-educatie en expertisecentrum uiteenzet wordt gezet (zie ook vraag 15,
267 en 317).</al>
      <tuskop letat="rom">273</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven met welke maatregelen media zullen
worden gestimuleerd hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet neemt daarvoor de volgende initiatieven:</al>
      <al>• Het kabinet stimuleert een gedragscode, geformuleerd en ondertekend
door de omroepen zelf. Daarin staan afspraken over wat de omroepen wel en
niet willen maken en wanneer ze dat uitzenden, vooral op tijden dat er veel
kinderen en jongeren televisie kijken.</al>
      <al>• Ik heb de media opgeroepen om te komen met een goede klachtenregeling
voor de journalistiek en de mediasector, met als belangrijk onderdeel een
media-ombudsman.</al>
      <al>• Ik zal onderzoeken of er naar Amerikaans voorbeeld een klachtensysteem
moet komen waar ouders terecht kunnen, bijvoorbeeld als zij vinden dat bepaalde
programma’s te ver gaan op het gebied van geweld, seks en vloeken.</al>
      <al>• Ten slotte tref ik voorbereidingen voor de oprichting van een media-educatie
en expertisecentrum waarin ook de verschillende media hun verantwoordelijkheid
nemen.</al>
      <tuskop letat="vet">Onderzoek en wetenschapsbeleid</tuskop>
      <tuskop letat="rom">274</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u puntsgewijs toelichten welke van de 17 aanbevelingen
uit het eindrapport van de Commissie Dynamisering «Investeren in Dynamiek»
binnen het budget dat u beschikbaar stelt voor onderzoek en wetenschapsbeleid
kunnen worden gerealiseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het rapport van de Commissie Dynamisering kent een groot aantal aanbevelingen
die zonder extra investeringen gerealiseerd kunnen worden en maatregelen waarvoor
extra investeringen noodzakelijk zijn. Van de maatregelen waarvoor extra investeringen
nodig zijn kan een deel worden opgepakt:</al>
      <al>– het budget van NWO structureel verhogen: dit wordt gedaan door
de overheveling van € 100 miljoen van de 1e naar de
2e geldstroom. Bovendien worden daar de middelen van smart mix aan toegevoegd
(maatregel 15a).</al>
      <al>– Het inzetten van deze verhoging voor persoonsgericht programma:
dit wordt gerealiseerd door de € 150 miljoen in te zetten voor de
Vernieuwingsimpuls en het laten vervallen van de 1/3 bijdrage van de universiteiten
(maatregel 9a, maatregel 7).</al>
      <al>– Inzetten van extra middelen via de universiteiten voor de instandhouding
van onderzoek in de bedreigde alfa- en gammadisciplines die van belang zijn
voor de kenniseconomie. Dit wordt gerealiseerd door de inzet van extra middelen
voor alfa- en gammaonderzoek (maatregel 15b ii en maatregel 3).</al>
      <tuskop letat="rom">275</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hoog is de derde geldstroom? Kunt u dit uitsplitsen
per bron en instelling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De eerste geldstroom (universiteiten) bedraagt € 1,5 miljard
(overheid).</al>
      <al>De tweede geldstroom (NWO) bedraagt € 0,3 miljard (overheid).
De derde geldstroom (contractonderzoek) bedraagt 0,6 miljard (o.a. EU, bedrijven,
andere departementen, collectebusfondsen, etc.). Deze bedragen kunnen niet
verder worden uitgesplitst naar bron en instelling.</al>
      <tuskop letat="rom">276</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel bedraagt de totale jaarlijkse bekostiging voor
de wo-masteropleidingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis het verwachte aantal masterstudenten is circa € 400
miljoen per jaar beschikbaar voor wo-masteropleidingen.</al>
      <tuskop letat="rom">277</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven hoe het getal in de basiswaarde
zich verhoudt tot de top-5 positie binnen de Europese Unie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De basiswaarde 0,95 representeert het aantal wetenschappelijke publicaties
per jaar in de periode 2000–2003 per onderzoeker werkzaam in de publieke
sector in Nederland in de periode 1997–2000. De cijfers zijn op grond
van onder meer OESO-gegevens bewerkt door het Centrum voor Wetenschaps- en
Technologie Studies (CWTS). Ten opzichte van het totaal aantal onderzoekers
in de publieke sector betekent dit een gemiddelde jaarlijkse productie van één
publicatie in een internationaal tijdschrift. Nederland behoorde daarmee in
deze periode tot de meest productieve landen binnen de groep referentielanden
en binnen de EU tot een (samen met Zweden) gedeelde tweede plaats. Alleen
het Verenigd Koninkrijk scoorde beter. Het doel is erop gericht een top-5
positie binnen de EU te handhaven. Nieuwe cijfers zullen worden gepubliceerd
in het rapport «Wetenschapsen Technologie-Indicatoren 2007» van
het Nederlands Observatorium van Wetenschap en Technologie dat begin 2008
zal verschijnen.</al>
      <tuskop letat="rom">278</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan met de toelichting op pagina 172 het wegvallen
van budgetten voor FES-nanotechnologie, ITER, TNO automotive worden verklaard?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft drie innovatie- c.q. toponderzoeksprojecten waaraan in aanvulling
op de inzet van eigen middelen van de consortia uit de Fes-rondes 2005 en
2006 middelen uit het FES zijn toegekend. In lijn met de voorwaarden voor
financiering uit het FES gaat het om een impulsfinanciering voor een beperkte
periode. </al>
      <tuskop letat="rom">279</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de verdeling van het geld dat nu gaat naar BPRC<voetref refid="v75.1" nr="1"></voetref> /Stichting AAP? Welke partij krijgt hoeveel geld en
in welke gevallen is er sprake van overlap? Waarom is er sprake van overlap?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen sprake van een overlap tussen (activiteiten van) het BPRC en
de Stichting AAP. Als gevolg van de invoering van een verbod op dierproeven
met mensapen, is de huisvesting, verzorging en behandeling van alle geïnfecteerde
chimpansees van het BPRC in 2006 door Stichting AAP overgenomen. Met Stichting
AAP is een Convenant gesloten waarbij ondermeer de vergoeding van de kosten
is geregeld.</al>
      <al>De verdeling van de middelen over BPRC en Stichting AAP is als volgt (bedragen
x € 1000): </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="24.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="22mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">BPRC</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 212</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 212</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 213</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 213</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">AAP</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 796</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">  971</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">  971</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">  971</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">280</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel projecten waar sprake is van proefdieren worden
gesubsidieerd door het ministerie van OCW?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie van OCW financiert geen projecten waarbij proefdieren worden
gebruikt. Het ministerie financiert de universiteiten en deels het BPRC. Aan
deze instellingen vindt onderzoek plaats waarbij proefdieren gebruikt worden.
Het ministerie is hiervan niet de opdrachtgever. Deze instellingen zijn autonoom,
op grond van de wettelijke regelgeving, in hun onderzoek.</al>
      <tuskop letat="rom">281</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel geld is er beschikbaar voor het ontwikkelen
van alternatieven voor dierproeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie van OCW draagt € 182 000 per jaar bij aan
het ZonMW programma «Dierproeven begrensd II» waarvan het ministerie
van VWS penvoerder is. Voor een totaal overzicht van de bijdragen van andere
ministeries en maatschappelijke organisaties aan dit programma verwijs ik
u naar de minister van VWS.</al>
      <al>Het BPRC zet sterk in op de ontwikkeling van alternatieven voor onderzoek
met primaten: € 1,2 miljoen (= 21,35% van de exploitatiesubsidie
die het BPRC van OCW ontvangt) wordt ingezet voor alternatievenonderzoek.</al>
      <al>Binnen de begroting van het Netherlands Genomics Initiative (NGI) dat
gedurende de komende jaren € 240 miljoen ontvangt uit het Fonds
Economische Structuurversterking (FES), is voor het Netherlands Toxicogenomics
Centre (NTC) vanaf 2008 € 5 miljoen per jaar gereserveerd.
Het NTC onderzoek richt zich vooral op het vermijden van de generatie van
data via het gebruik van proefdieren door gebruik te maken van «-omics
technologieën» bij de beoordeling van de veiligheid van chemische
stoffen.</al>
      <tuskop letat="rom">282</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de bijdrage aan proefdieronderzoek naar het
effect van roken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie van OCW financiert geen onderzoeksprojecten naar het effect
van roken. Zie ook het antwoord op vraag 280.</al>
      <tuskop letat="rom">283</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er een nieuw overzicht worden gegeven van tabel
16.2 waarbij de huidige afspraken met de VSNU ten aanzien van de onderzoeksgelden
verwerkt zijn. </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals aangegeven in mijn brief van 20 september 2007 (Tweede Kamer,
vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VIII, nr. 5) leidt het bestuurlijk
akkoord dat met de VSNU is gesloten in verband met de uitbreiding van de Vernieuwingsimpuls
tot mutaties op de begroting. Deze zullen bij uw Kamer worden ingediend met
een Nota van Wijziging. Dit zal binnenkort plaatsvinden. In de Nota van Wijziging
zal het bedrag voor grootschalige research infrastructuur in 2008 worden verlaagd
met € 2 miljoen. Het bedrag voor de Vernieuwingsimpuls in 2008 zal
worden gewijzigd in € 88,6 miljoen (was € 163,6 miljoen).</al>
      <tuskop letat="rom">284</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan er puntsgewijs een samenvatting van de behaalde
effecten van het programma Mozaïek worden gegeven? Kunt u toelichten
wat de redenen zijn dit programma na 2008 te beëindigen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn geen voornemens om Mozaïek na 2008 af te bouwen. Het programma
wordt volgend jaar geëvalueerd en bij een positieve evaluatie zal het
programma worden voortgezet. Voor het programma, dat zich richt op jong onderzoekstalent
uit minderheidsgroepen (volgens de definitie van de Wet Samen), stellen NWO
en het ministerie van OCW jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar, waarmee
in de drie afgelopen rondes 66 promotieplaatsen werden gerealiseerd. In november
vindt weer een toekenning plaats van 22 plekken. Daarnaast hebben nog eens
11 kandidaten via de universiteit een promotieplaats verkregen. In alle rondes
hebben meer vrouwen een aanvraag ingediend en steeg het percentage vrouwen
per selectiemoment. Het merendeel van de aanvragen is afkomstig van de universiteiten
in de Randstad en de Universiteit Utrecht. De onderzoeksvelden <nadruk type="cur">behaviour and society</nadruk> en <nadruk type="cur">life sciences</nadruk>
zijn in de meerderheid, <nadruk type="cur">exact &amp; technology</nadruk>
en <nadruk type="cur">humanities</nadruk> zijn in de minderheid, maar zijn
wel conform de indieningspercentages terug te vinden in de workshopselectie
en de honoreringen. Het aantal aanvragen daalde in de afgelopen jaren. Een
grotere bekendheid van NWO en de selectiecriteria heeft daaraan mogelijk bijgedragen,
terwijl de kwaliteit van de voorstellen minstens gelijk bleef en volgens sommigen
zelfs groter werd. Via voortgangsrapportages, maar ook met het organiseren
van PhD bijeenkomsten kan NWO de Mozaïek groep goed volgen. Vrijwel alle
kandidaten liggen op schema, de eerste promoties worden eind 2008 verwacht. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="9" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="16.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="12mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" rowsep="1" valign="top">RONDE 2004 ingediend</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" rowsep="1" valign="top">RONDE 2005ingediend</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c7" namest="c6" rotate="0" rowsep="1" valign="top">RONDE 2006 Ingediend</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c9" namest="c8" rotate="0" rowsep="1" valign="top">RONDE
2007ingediend</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" rowsep="1" valign="top">%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c7" namest="c6" rotate="0" rowsep="1" valign="top">%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" nameend="c9" namest="c8" rotate="0" rowsep="1" valign="top">%</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">mannen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">90</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">46</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">55</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">39</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">53</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">44</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">44</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">46</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">vrouwen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">54</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">87</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">61</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">68</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">56</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">51</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">54</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">194</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">142</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">121</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">95</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">285</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven wat de specifieke opdracht voor
de evaluatie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)
en Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) zal worden?
Wie wordt als voorzitter benoemd van de evaluatiecommissie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De taakopdracht voor de evaluatie van KNAW en NWO zal in hoofdlijn betrekking
hebben op:</al>
      <al>– de wijze waarop KNAW en NWO haar wettelijke taken uitvoeren</al>
      <al>– welke rol moeten KNAW en NWO vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel
van de komende tien tot twintig jaar gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke
en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld. </al>
      <al>– de structuur van de organisatie</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voorzitter van de evaluatiecommissie KNAW is mw. Prof. dr. Louise Gunning</al>
      <al>De voorzitter van de evaluatiecommissie NWO is Prof. dr. P. van der Vliet</al>
      <tuskop letat="vet">Kinderopvang</tuskop>
      <tuskop letat="rom">286</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er wetenschappelijk aantoonbaar bewijs dat een hoger
opleidingsniveau van medewerkers de kwaliteit van de kinderopvang verbetert?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De opleiding van (pedagogisch) medewerkers is een van de meest gebruikte
en meest onderzochte structurele kwaliteitsindicatoren. IJzendoorn, Tavecchio
en Riksen-Walraven concluderen in <nadruk type="cur">De kwaliteit van de Nederlandse
kinderopvang</nadruk> dat in talloze studies is aangetoond dat het opleidingsniveau
van leidsters en het gevolgd hebben van speciale cursussen over de ontwikkeling,
verzorging en opvoeding van kinderen, de kwaliteit van de leidster-kindinteractie
en de ontwikkeling van kinderen op diverse gebieden bevordert.</al>
      <tuskop letat="rom">287</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven op welke wijze de indicator «oudertevredenheid
kinderopvang» zal worden ingevuld? Op welke terreinen zal de mening
van de ouders worden gevraagd? Zal deze indicator zich alleen richten op kinderdagverblijven
of ook op buitenschoolse en tussenschoolse opvang? Aan hoeveel ouders wordt
gedacht als respondenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de ontwikkeling van de indicator voor oudertevredenheid wordt in 2008
begonnen, zodat de eerste resultaten in de begroting 2009 gepresenteerd kunnen
worden.</al>
      <tuskop letat="rom">288</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de verklaring voor de daling in totale verplichtingen
en totale uitgaven voor kinderopvang in 2009 ten opzichte van eerdere en latere
jaren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf 2009 wordt ter financiering van de overschrijding van het budget
kinderopvang binnen de regeling de kosten voor de Wet kinderopvang met € 125
miljoen oplopend tot € 132 miljoen structureel naar beneden bijgesteld.
Om die reden laat 2009 een daling van de verplichtingen en uitgaven zien ten
opzichte van het jaar 2008. In de jaren tot 2009 staat het budget voor VVE
bij het artikel primair onderwijs met een omvang van € 40 miljoen.
In de jaren na 2009 wordt dit budget met het oog op de harmonisatie toegevoegd
aan het kinderopvangartikel met € 30 miljoen.</al>
      <tuskop letat="rom">289</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan per onderwerp en per jaar worden gespecificeerd
wat de middelen zullen zijn voor respectievelijk VVE, verhoging opleidingsniveau
personeel kinderopvang en acties naar aanleiding van de Taskforce wachtlijsten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het huidig budget voor voorschoolse educatie bedraagt € 110
miljoen structureel, dat voor vroegschoolse educatie € 60 miljoen
structureel. Voorts wordt verwezen naar het antwoord op vraag 64.</al>
      <tuskop letat="rom">290</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er inmiddels al een streefwaarde vastgesteld voor
het percentage van pedagogisch medewerkers met hbo niveau in kinderopvang? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen streefwaarde vastgesteld voor het percentage van pedagogisch
medewerkers met hbo niveau in de kinderopvang. Ik wil een samenhangend pakket
van maatregelen gericht op het verhogen van het opleidingsniveau, het verbeteren
van de bestaande opleidingen en het investeren in de deskundigheid van het
bestaande personeel. Het is aan werkgevers, werknemers, wetenschap en opleidingen
om te komen met goede voorstellen ter invulling van dit pakket. Daarover wil
ik met de sector afspraken maken in de vorm van een convenant.</al>
      <tuskop letat="rom">291</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kinderdagverblijven scoren op proceskwaliteit in 2005
3,1 op een schaal van 7 punten. Kunt u een waardeoordeel hechten aan deze
score in de zin van ruim onvoldoende, onvoldoende, voldoende? Kan ook aangegeven
worden wat de score is op de afzonderlijke onderdelen? Is er al iets bekend
over de score voor 2007 en is deze beter of slechter?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderzoek naar de proceskwaliteit is door de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid op 28-9-2005 aangeboden aan de Tweede Kamer, inclusief
een pakket van maatregelen (Kamerstuk 2004–2005, 28 447, nr. 110).
Op 7-11-2005 heeft de minister de Tweede Kamer een vervolgbrief gestuurd met
een nadere invulling van de maatregelen (Kamerstuk 2005–2006, 28 447,
nr. 115).</al>
      <al>Op dit moment wordt vervolg aan deze maatregelen gegeven.</al>
      <al>De score van 3,1 op een schaal van 7 kan worden gekwalificeerd als middelmatig.
Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) schreef in de conclusie
van het onderzoek <nadruk type="cur">Kwaliteit van Nederlandse kinderdagverblijven:
Trends in kwaliteit in de jaren 1995–2005:</nadruk> «De landelijke
kwaliteitspeiling uit 2005 laat zien dat de gemiddelde proceskwaliteit van
kinderdagverblijven weliswaar voldoet aan de meest basale criteria, maar tekort
schiet als we de individuele ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen in ogenschouw
nemen.» De 6 subschalen lieten de volgende gemiddelde scores zien: Ruimte/meubilering:
3.1, Individuele zorg 2.4, Taal: 3.4, Activiteiten: 2.4, Interacties: 4.3
en Programma: 3.9.</al>
      <al>Het NCKO voert in de periode najaar 2007 – voorjaar 2008 de vervolgmeting
uit. De resultaten daarvan komen naar verwachting najaar 2008 ter beschikking.</al>
      <tuskop letat="rom">292</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom liggen de streefwaarden 2009 voor de punten
1 en 2 lager dan de waarden in 2007? Is het waar dat dit opmerkelijk is daar
vanwege de nadruk op de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen door
de regering de verwachting toch zal zijn dat steeds meer huishoudens gebruik
zullen maken van formele kinderopvang.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De indicator geeft aan dat het gebruik van formele kinderopvang tenmínste
even hoog moest blijven na inwerkingtreding van de Wet kinderopvang per 1-1-2005.
Méér gebruik van kinderopvang is geen doel op zich. Het moet
passen binnen de algemene doelstelling «Kinderopvang zorgt ervoor dat
ouders beter arbeid en zorg kunnen combineren en draagt er toe bij dat kinderen
hun talenten beter kunnen ontwikkelen. Voor de kinderen van 0 tot 4 jaar biedt
kinderopvang de mogelijkheid beter toegerust te beginnen aan het primair onderwijs».</al>
      <al>Met de invoering van de harmonisering per 1 januari 2010 zal voor
dat jaar een nieuwe streefwaarde worden ontwikkeld voor het gebruik kinderopvang.
Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van kinderopvang toeneemt. De definitieve
gegevens over 2006 worden pas eind 2007 verwacht. De cijfers 2005 t/m 2007
zijn onderling niet goed vergelijkbaar. De intensiveringen uit 2005 en 2006
en de invoering van de verplichte werkgeversbijdrage in 2007 zorgden er voor
dat huishoudens die gebruik maakten van formele kinderopvang, maar geen kinderopvangtoeslag
ontvingen en dus niet bekend waren bij de Belastingdienst, nu
wél bekend zijn. Dit geldt met name voor de hoogste inkomensgroepen.</al>
      <tuskop letat="rom">293</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven wat de hoogte is van de middelen
die bestemd zullen worden voor de harmonisering van kinderopvang en peuterspeelzalen,
tevens per jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie voor de verdeling van de middelen het antwoord bij vraag 64.</al>
      <tuskop letat="rom">294</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat wordt gesteld dat de doelstelling van
100% doelgroepkinderen voor VVE nooit helemaal realiseerbaar is? Waarom
wordt dit percentage dan niet bijgesteld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op landelijk niveau worden de maatstaf van de gewichtenregeling gebruikt
om het aantal doelgroepkinderen vast te stellen (opleidingsniveau van ouders).
Op grond van wet- en regelgeving zijn gemeenten vrij in de het vaststellen
van de doelgroep. Deze definitie is vaak ruimer. Ik wil met gemeenten in het
kader van de uitwerking van het Bestuursakkoord het aantal plaatsen afspreken
dat in 2011 bereikt moet zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">295</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er voor gekozen pas in 2011 weer een nieuwe
beleidsdoorlichting te laten plaatsvinden voor kinderopvang en VVE? Is het
gezien alle recente ontwikkelingen niet beter al eerder zo’n beleidsdoorlichting
te laten plaatsvinden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Recent is het kinderopvangbeleid, als onderdeel van het arbeiden zorgstelsel,
doorgelicht en aangeboden aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar
2006–2007, 30 982, nr.1 Herdruk).</al>
      <al>Juist gezien de geplande harmonisering in 2010, waaronder de voornemens
rondom een groter bereik van VVE, is een nieuwe doorlichting pas zinvol als
dit nieuwe beleid is ontwikkeld en ingevoerd. Om deze reden is voor 2011 een
beleidsdoorlichting op het kinderopvangbeleid gepland.</al>
      <tuskop letat="vet">Emancipatie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">296</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een specificatie worden gegeven van de verdeling
van de middelen over de taskforce Deeltijdplus, kennisinfrastructuur, project
tijdenbeleid 7 tot 7 en stimulering (homo)emancipatie, ook per jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitgaande van een indicatieve oploop in de enveloppemiddelen voor emancipatie
van 2 miljoen in 2008, 4 miljoen in 2009, 8 miljoen in 2010 en 10 miljoen
in 2011 is voor de komende jaren totaal ongeveer 66 miljoen beschikbaar voor
het emancipatie- en homo-emancipatiebeleid. De eerste tranche voor 2008 is
reeds aan de begroting van OCW toegevoegd. De resterende tranches staan op
aanvullende post gereserveerd. In het voorjaar 2008, 2009 en 2010 vindt hierover
besluitvorming plaats. Indicatief zijn in deze periode beschikbaar voor het
homo-emancipatiebeleid in totaal 12 miljoen en voor 7 tot 7 tijdenbeleid in
totaal 2,5 miljoen. De definitieve verdeling van de middelen wordt vastgesteld
op basis van concrete plannen en afspraken en is dus mede afhankelijk van
de elk jaar definitief toegekende bedragen. Voor de Taskforce Deeltijdplus
is 5 miljoen gereserveerd op de begroting van SZW. De subsidiebedragen voor
de kennisinfrastructuur zijn nog niet vastgesteld. </al>
      <tuskop letat="rom">297</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u specificeren hoe de 8 miljoen euro aan subsidie
voor emancipatie wordt verdeeld? Onder welke organisaties wordt dit verdeeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord vraag 296.</al>
      <al>Voor de kennisinfrastructuur zijn de reserveringen bedoeld voor E-Quality
en het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging
(IIAV).</al>
      <al>Op welke wijze de overige bedragen zullen worden besteed is nog niet bekend.</al>
      <tuskop letat="rom">298</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden voor de verplaatsing van de oploop
van de enveloppegelden emancipatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap naar de aanvullende post bij Financiën? En wat is hiervan
het gevolg voor de begroting van OCW met betrekking tot emancipatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De oploop van de enveloppe voor 2009 en verder blijft conform de afspraak
uit het coalitieakkoord per departement gereserveerd op de aanvullende post
van het Rijk. Over de toekenning van de bedragen wordt jaarlijks bij Voorjaarsnota
besloten. Zie verder vraag 296 en 297 voor de indicatieve invulling van de
oploop van de enveloppegelden voor 2009 en verder. De beleidsambities in de
Emancipatienota voor 2008–2011 zijn op deze invulling afgestemd.</al>
      <tuskop letat="rom">299</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn de samenwerkingsafspraken met de departementen
zoals vermeld reeds gemaakt? Klopt het dat de nog niet verschenen midterm
review 2009 als instrument wordt vermeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De samenwerkingsafspraken zullen in de loop van 2008 worden gemaakt. Bij
de bespreking van de Emancipatienota in het kabinet is afgesproken dat de
midterm review in 2010 zal plaatsvinden. De midterm review is als instrument
opgenomen omdat onderdeel hiervan is een verkenning per departement naar nieuwe
kansen voor het emancipatiebeleid op de departementen.</al>
      <tuskop letat="rom">300</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven waaraan gedacht moet worden bij
bestuurlijke afspraken met gemeenten over emancipatiebeleid? Wordt bij de
streefcijfers ook een onderscheid gemaakt naar grote en kleine gemeenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aard van de bestuurlijke afspraken zijn onderwerp van gesprek met gemeenten.
De afspraken hebben betrekking op het realiseren van een nieuwe impuls in
het emancipatiebeleid. Deze afspraken zullen gemaakt worden met gemeenten
die een hoge ambitie hebben. Er wordt bij de streefcijfers geen onderscheid
gemaakt tussen grote en kleine gemeenten.</al>
      <tuskop letat="rom">301</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de projecten 1001Kracht en koplopers
tijdenbeleid 7 tot 7 pas in 2011 pas bij 25 gemeentes zijn ingevoerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het streven is de bestuurlijke afspraken zo snel mogelijk te maken, zodat
de projecten op lokaal niveau ook snel kunnen starten. De ervaring leert evenwel
dat een gedegen voorbereiding van bestuurlijke afspraken cruciaal is voor
succesvolle uitvoering. Het gaat bovendien om meerdere thema’s per gemeente
en in totaal om meer dan 25 gemeenten waarmee gesprekken gevoerd zullen worden.
Het streefcijfer voor 2011 dient als een uiterste datum gelezen te worden. </al>
      <tuskop letat="vet">De niet-beleidsartikelen</tuskop>
      <tuskop letat="rom">302</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre heeft het programma «OCW Verandert!»
geleid tot krimp van het ministerie, zoals werd gevraagd in de motie-Kraneveldt/Roefs<voetref refid="v81.1" nr="1"></voetref> ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het programma «OCW Verandert!», dat begin 2006 is gestart,
heeft als zodanig niet tot aanpassingen in de getalsterkte van het ministerie
geleid. De getalsmatige randvoorwaarden voor het programma zijn begin 2007
met het aantreden van het kabinet Balkenende IV duidelijk geworden in de vorm
van de taakstellingopdracht. De precisering daarvan heeft plaatsgevonden in
de Nota Vernieuwing Rijksdienst, die medio september 2007 naar de Tweede Kamer
is gezonden. De veranderingen binnen het ministerie zullen zich derhalve binnen
die randvoorwaarden voltrekken.</al>
      <tuskop letat="rom">303</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is het budget voor de voorlichtingscampagne «Jij
moet verder leren dan je neus lang is»? Hoe groot is het budget voor
andere, vergelijkbare campagnes?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. Het budget voor deze voorlichtingscampagne bedraagt € 1,5
miljoen.</al>
      <al>2. Er zijn geen vergelijkbare campagnes te noemen. In de Jaarevaluatie
Postbus 51-campagnes 2006 die aan de Tweede Kamer (Brief van de minister-president
d.d. 4 juli 2007, 30 800 III, nr. 15) is toegezonden, wordt aangegeven
wat de gemiddelde kosten van campagnes bedragen.</al>
      <tuskop letat="rom">304</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Verdwijnen er banen (fte’s) bij de Onderwijsinspectie
als gevolg van het verlaagde budget van deze instantie? Zo ja, om hoeveel
banen gaat het? Zo neen, op welke wijze gaat de Inspectie de verlaging van
de budgetten opvangen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst wordt bij alle rijksinspecties
een taakstelling van 20% ingevuld. Voor de Inspectie van het Onderwijs
betekent dit een vermindering met circa 90 fte’s.</al>
      <tuskop letat="vet">Bedrijfsvoeringsparagraaf</tuskop>
      <tuskop letat="rom">305</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan al wat gezegd worden over de effectiviteit van
de maatregelen die in 2007 zijn genomen ten aanzien van het beheer van kunstvoorwerpen
door het Rijk naar aanleiding van de onvolkomenheden waarover de Rekenkamer
rapporteerde?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De maatregelen hebben ertoe geleid dat de ministeries een deel van de
kunstwerken die zij in bruikleen hadden van het Instituut Collectie Nederland
(ICN) hebben geretourneerd (in 2007 1300 objecten). Ten aanzien van het
beheer van de kunstwerken die nog wél worden geleend is de «Regeling
Materieel Beheer Museale Voorwerpen» voorzien van een administratieve
organisatie en geïmplementeerd bij de ministeries.</al>
      <al>Inmiddels is het informatiesysteem op orde en kan het beheer dus optimaal
verlopen. Ik verwacht dat daarmee de onvolkomenheid tot het verleden behoort.</al>
      <tuskop letat="vet">Verdiepingshoofdstuk</tuskop>
      <tuskop letat="rom">306</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke subsidies zullen de bezuinigingen genoemd
in tabel 5 over de taakstelling subsidies van toepassing zijn? Waarom is van
deze bezuiniging nog geen melding gemaakt in het beleidsartikel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals op pagina 216 staat verwoord is de aanvullende subsidietaakstelling
waartoe het kabinet in augustus heeft besloten, vooralsnog centraal geparkeerd
op het artikel nominaal en onvoorzien en zal bij 1e suppletoire begroting
2008 worden verdeeld over de verschillende beleidsterreinen. Vanwege het late
tijdstip waarop tot deze taakstelling is besloten, is meer tijd benodigd om
deze taakstelling met maatregelen in te vullen. Vandaar dat hierover in de
beleidsartikelen geen passages zijn terug te vinden. De taakstelling heeft
in principe betrekking op alle middelen die onder het begrip subsidie ressorteren.
Overigens zijn de bedragen van tabel 6, Rente huisvestingsprojecten abusievelijk
in tabel 5, taakstelling subsidies meegenomen. Hieronder de gecorrigeerde
tabellen.</al>
      <tuskop letat="vet">Tabel 5: Taakstelling subsidies (x € 1 000) </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="7" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="40.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="12mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2011</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2012</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Primair onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 89</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 214</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3 644</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3 424</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3 559</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Voortgezet onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 113</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 226</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 5 235</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 5 455</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 5 320</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 133</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 517</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 625</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 960</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 690</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Hoger beroepsonderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 906</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 306</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 7 238</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 7 155</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 7 238</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Wetenschappelijk onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 868</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 5 655</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 10 760</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 10 615</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 10 760</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Internationaal beleid</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 206</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 412</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 832</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 832</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 832</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Onderzoek en wetenschappen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3 354</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 12 258</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 30 579</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 30 472</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 30 514</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Kinderopvang</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 209</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 418</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 418</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 418</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Emancipatie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 126</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 255</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 510</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 510</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 510</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie algemeen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 105</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 215</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 423</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 423</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 423</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Nominaal en onvoorzien</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 8 192</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 16 386</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 32 772</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 32 772</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 16 004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 40 459</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 80 650</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 97 036</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 97 036</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al> </al>
      <tuskop letat="vet">Tabel 6: Rente huisvestingsprojecten op 6,5% (x € 1 000) </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="7" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="40.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="12mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="12mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2011</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2012</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Primair onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 256</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 256</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 256</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 256</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2 256</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Wetenschappelijk onderwijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1 838</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1 838</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1 838</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1 838</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1 838</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Cultuur</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 233</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 233</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 233</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 233</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 233</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Ministerie algemeen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 28</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 28</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 28</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 28</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– 28</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 355</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 355</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 355</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 355</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 4 355</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">307</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht wat de maatregel in 3.19 betekent
voor de Bapo-regeling (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De maatregel heeft geen doorwerking op de Bapo-regeling.</al>
      <tuskop letat="rom">308</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar wordt de daling van honderden miljoenen euro’s
in de ontwerpbegroting 2007 ten opzichte van 2006 door veroorzaakt, met betrekking
tot de meerjarenraming-verplichtingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de op blz. 223 opgenomen tabel «opbouw uitgaven beleidsartikel»
wordt het verloop zichtbaar gemaakt van de uitgaven per jaar in zowel de oude
als de nieuwe begroting in het voortgezet onderwijs.</al>
      <al>Aannemende dat de vraag gaat over het dalend verloop van de uitgaven van
de oude begroting (= stand ontwerpbegroting 2007), wordt hiervoor onderstaand
een verklaring gegeven.</al>
      <al>De belangrijkste oorzaken voor deze daling zijn:</al>
      <al>– het verloop van de incidentele middelen uit het FESfonds (fonds economische structuurversterking). In 2007 is bij VO € 128
miljoen beschikbaar, in 2008 € 23 miljoen en in 2009 € 5
miljoen;</al>
      <al>– daarnaast de doorwerking van het (licht) dalende leerlingenaantal
in het voortgezet onderwijs zoals blijkt uit de Referentieraming 2006. Deze
heeft als basis gediend voor de ontwerpbegroting 2007.</al>
      <tuskop letat="rom">309</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de achterliggende gedachte bij de negatieve
beleidsmatige mutatie voor het kopje cultuur brede school in artikel 14?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft hier de eerste tranche van de bijdrage vanuit de cultuurbegroting
aan de impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur die in samenwerking met de staatssecretaris
van VWS is ontwikkeld (zie TK 2006–200730234, nr. 12) en die gericht
is op het realiseren van in totaal 2500 combinatiefuncties tussen onderwijs,
sport en cultuur.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een meer uitgebreide toelichting verwijs ik u naar de beleidsbrief
Sport, «De kracht van Sport».</al>
      <tuskop letat="rom">310</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een specificatie van de taakstelling voor de NOS
worden gegeven alsmede een motivatie voor deze taakstelling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft besloten om een efficiency-taakstelling op ZBO’s
door te voeren. Hieronder valt ook de NOS/NPO. In de rijksbegroting is de
wettelijke rijksbijdrage over de periode 2008–2011 ten opzichte van
2007 verlaagd met de volgende reeks (x € 1 miljoen):</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2008: € 0,2</al>
      <al>2009: € 0,4</al>
      <al>2010: € 0,8</al>
      <al>2011: € 1,6</al>
      <tuskop letat="rom">311</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een motivatie voor en alsmede een specificatie
van de taakstelling subsidies voor kinderopvang worden gegeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze taakstelling is de doorvertaling van de taakstelling op subsidies
die is afgesproken in het Coalitieakkoord. Deze taakstelling is ingevuld door
een korting toe te passen op de Subsidieregeling kinderopvang.</al>
      <tuskop letat="rom">312</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de motivatie voor de taakstelling subsidies
voor emancipatie mede gezien het belang dat u hecht aan emancipatie? Kan een
specificatie worden gegeven voor welke subsidies deze taakstelling geldt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het totaal aan ombuigingen uit het Coalitieakkoord omvat onder andere
een taakstelling op subsidies. De subsidietaakstelling is door OCW conform
de door het kabinet gehanteerde verdeelsleutels naar de diverse artikelen
doorvertaald. Zo ook naar artikel 25. De bedragen zijn verdisconteerd in de
verdeling van de stimuleringsuitgaven en subsidies. Zie antwoord 296.</al>
      <tuskop letat="rom">313</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt de meerjarenraming verplichtingen subsidies
zich tot de bedragen genoemd bij de budgettaire gevolgen van beleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de overheveling van emancipatie van SZW naar OCW is de oorspronkelijke
meerjarenraming verplichtingen subsidies vanuit SZW aan de OCW-begroting toegevoegd.
Deze meerjarenraming wordt bij 1e suppletore begroting 2008 aangepast
aan de bedragen genoemd in de tabel met de budgettaire gevolgen van beleid.</al>
      <tuskop letat="vet">Bijlagen</tuskop>
      <tuskop letat="rom">314</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het bij het wettelijk voorgeschreven aantal lesuren
en de wens dat docenten zich nascholen teneinde hun vakbekwaamheid op peil
te houden noodzakelijk dat scholen extra docenten in dienst nemen, opdat de
nascholing niet hoeft te leiden tot lesuitval?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. Het is aan de school te bepalen hoe zij het onderwijsprogramma willen
inrichten en daartoe de beschikbare middelen willen inzetten. Dat betreft
ook de invulling van de wettelijke voorschriften voor onderwijstijd. In de
CAO VO zijn (kaderstellende) afspraken gemaakt over de algemene arbeidsduur,
het taakbeleid en scholing (waaronder begrepen het beschikbaar stellen van
faciliteiten in tijd of geld). Binnen deze kaders kunnen scholen invulling
geven aan de inzet van de beschikbare docenten en de nascholing van het onderwijspersoneel.
Indien een school het noodzakelijk acht extra docenten in dienst te nemen
opdat de nascholing niet leidt tot lesuitval is dit een beleidskeuze van de
school.</al>
      <tuskop letat="rom">315</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is inmiddels de stand van zaken bij de uitvoering
van de motie-Lambrechts c.s<voetref refid="v84.1" nr="1"></voetref> ? Wat zijn de ontwikkelingen
sinds 16 april 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Momenteel is overleg met het UWC gaande. Dit is nog niet afgerond.</al>
      <al>U ontvangt zo spoedig mogelijk bericht.</al>
      <tuskop letat="rom">316</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken ten aanzien van de ratificatie
van het UNESCO verdrag van 1970? Is er al een nader rapport?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wetsvoorstellen tot goedkeuring en implementatie van het UNESCO-verdrag
1970 worden thans, ieder vergezeld van een nader rapport, naar de Tweede Kamer
gestuurd.</al>
      <tuskop letat="rom">317</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken ten aanzien van zowel de
brief als het netwerk voor mediawijsheid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik tref voorbereidingen voor de inrichting van een media-educatie en expertisecentrum.
Dit doe ik in overleg met organisaties die zich reeds bezighouden met media-educatie
en mediawijsheid. Doel is dat er in 2008 een centrum is om kinderen en jongeren,
hun ouders en scholen, te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid
van media-uitingen en om de samenhang en samenwerking te versterken tussen
initiatieven op het terrein van mediawijsheid. Voor het eind van het jaar
stuur ik een brief aan de Tweede Kamer sturen waarin ik functie, opzet en
inrichting van het Media-educatie en expertisecentrum uiteenzet.</al>
      <tuskop letat="rom">318</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe staat het met de regeling voor kinderopvang op
grond van een sociaal medische indicatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting is onder de post kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009
inbegrepen een bedrag van € 28,2 miljoen voor kinderopvang op basis
van sociaal medische indicatie. Bij voorjaarsnota 2008 zullen deze bedragen
worden overgeboekt naar het Gemeentefonds om de financiering 2007 te continueren
in 2008 en 2009.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="*">
    <al>* I.v.m. een correctie in de aanhef. Het eerder onder Kamerstuknummer
31 200 VIII, nr. 31 gepubliceerde kamerstuk komt hiermee te vervallen.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA),
Slob (CU), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok
(CDA), Van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen
(PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Van Leeuwen
(SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Van Dijk
(SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GL).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA),
Anker (CU), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA),
Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer
(PvdA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Bommel (SP), Gesthuizen (SP),
Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Leijten
(SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en van Gent (GL).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 30 800 VI, nr. 119.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 31 200 VIII, nr. 14.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v28.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 30 800 VIII, nr. 26.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v29.1" nr="1">
    <al>Kenmerk PO/KO/07/25628.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v36.1" nr="1">
    <al>Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v57.1" nr="1">
    <al>Regioplan, Onderwijstijd en lesuitval in het voortgezet onderwijs 2005–2006.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v58.1" nr="1">
    <al>Voor het middelbaar beroepsonderwijs is geen ziekteverzuimcijfer bekend
over het jaar 2000. Het middelbaar beroepsonderwijs is pas later begonnen
met het sectoraal vastleggen van ziekteverzuimcijfers.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v59.1" nr="1">
    <al>Stichting Beroepskwaliteit Leraren.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v63.1" nr="1">
    <al>Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v71.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 31 200 VIII, nr. 14.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v75.1" nr="1">
    <al>Biomedical Primate Research Centre.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v81.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 30 300 VIII, nr. 134.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v84.1" nr="1">
    <al>Kamerstuk 30 800 VIII, nr. 33.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>