﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31089-14/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_5_7__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST116664</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>31 089</nummer>
      <naam>Urgentieprogramma Randstad</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>14</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>20 maart 2008</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer informeer ik u met deze brief over het kabinetsbesluit voor het
project OV SAAL.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft zich met het programma Randstad Urgent ten doel gesteld
de economische concurrentiepositie van de Randstad op een duurzame wijze te
verbeteren. Om aan de verkeersproblematiek in de Noordvleugel van de Randstad
tegemoet te komen, zal het kabinet zowel in de weg als in het openbaar vervoer
(OV) investeren. De investeringen in het OV moeten leiden tot een grote kwaliteitssprong
in dit dichtbevolkte gebied met een voor Nederland vitale economische betekenis,
passend bij de metropolitane ontwikkeling van de Noordvleugel. De ontwikkeling
en ontsluiting van Almere, waar gestreefd wordt naar de bouw van 60 000
woningen tussen 2010 en 2030, is daarbij een urgente opgave. Het kabinet investeert
aanzienlijk in concrete maatregelen voor een volwaardig en robuust OV systeem.
Deze maatregelen leiden niet alleen op de middellange en lange termijn (2020
en 2030), maar zeker ook op de korte termijn tot noodzakelijke verbeteringen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de verbetering van het OV in de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad
(SAAL) heeft het kabinet in totaal een bedrag van maximaal € 1,35
miljard gereserveerd. Dit is vermeld in de brief over de Zuiderzeelijn, die
ik op 16 november 2007 aan uw Kamer heb gestuurd (Tweede Kamer, vergaderjaar
2007–2008, 27 658, nr. 35). Het project OV SAAL en het daarvoor
gereserveerde bedrag maken onderdeel uit van de ambitie voor hoogfrequent
spoorvervoer. Deze ambitie heb ik op basis van de LMCA Spoor op 19 november
2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 29 644 en 29 984,
nr. 85) kenbaar gemaakt. In totaal is voor deze ambitie een investering
in het spoor van ca. € 4,5 miljard nodig, waarover ik u bij het
uitbrengen van de mobiliteitsvisie nader informeer. </al>
      <tuskop letat="vet">Besluiten</tuskop>
      <al>Het aantal reizigers in de corridor tussen Schiphol en Lelystad groeit
sterk. Mede als gevolg van de opening van de Hanzelijn in 2013 zal het aantal
reizigers in de corridor op korte termijn al fors toenemen. Om de knelpunten
op te lossen, die ontstaan als gevolg van deze grotere vervoervraag, moet
de capaciteit en kwaliteit van treindiensten op korte termijn worden verbeterd.
Op de langere termijn (2020/2030) zullen opnieuw knelpunten in het OV op de
SAAL corridor ontstaan als gevolg van de verwachte voortgaande reizigersgroei
en de voorziene grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe woon- en
werklocaties) in en rond de corridor.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Samengevat besluit het kabinet voor OV SAAL derhalve als volgt:</al>
      <al>1. Op korte termijn maatregelen te treffen om het aanbod van treindiensten
in de corridor uit te kunnen breiden en de kwaliteit van de treindienst in
termen van reistijd en betrouwbaarheid te verbeteren. Hiertoe wordt een bedrag
van € 531 miljoen geïnvesteerd in het spoor tussen Schiphol
en Lelystad. Het gaat met name om uitbreidingen van het bestaande spoor ten
oosten en ten westen van station Amsterdam Zuid en een partiele uitbreiding
van de Flevolijn naar vier sporen in Almere (tussen de stations Almere Muziekwijk
en Almere Centrum en tussen de stations Almere Buiten en Almere Oostvaarders).
Naast dit investeringsbedrag wordt voor de periode 2014–2020 een budget
van € 75 miljoen gereserveerd ten behoeve van het beheer en de instandhouding
van deze maatregelen na realisatie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>  De maatregelen worden in de volgende fase van het project OV-SAAL
conform de gebruikelijke planstudieprocedures nader uitgewerkt, zodat nog
deze kabinetsperiode het uitvoeringsbesluit kan worden genomen. In de planstudieprocedure
zal gelijktijdig een volwaardige uitwerking van een uitbreiding naar vier
sporen op het traject tussen de stations Almere Centrum en Almere Buiten plaatsvinden.
Hiermee wordt gewaarborgd dat een volledige uitbreiding van de Flevolijn naar
vier sporen tussen de stations Almere Muziekwijk en Almere Oostvaarders ook
in één keer zou kunnen worden gerealiseerd, indien in de volgende
fase van het Project OV SAAL op basis van o.a. een kosten-batenanalyse wordt
vastgesteld dat dit nuttig is vanwege ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de
schaalsprong Almere. Hiermee is naar de mening van het kabinet invulling gegeven
aan de motie De Krom (31 200 XII-44).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2. In een volgende fase van het project OV SAAL nadere uitwerking te geven
aan spoormaatregelen die op middellange termijn (2020) en de OV oplossingen
(spoor en andere OV modaliteiten) die op lange termijn (2030) in de corridor
nodig zijn. Voor aanvullende uitbreidingen van het spoor in de SAAL corridor
tot 2020 wordt een budget van maximaal € 744 miljoen gereserveerd.
In de volgende fase van het project OV SAAL wordt nader onderzocht om welke
maatregelen het dan gaat. Het kabinet zal in 2009 een besluit nemen over de
spoormaatregelen op de middellange termijn (2020), inclusief de financiering.
Indien uit het onderzoek blijkt dat eerder dan in 2009 over deze spoormaatregelen
moet worden besloten, dan is dit een optie (bijvoorbeeld eind 2008). Het onderzoek
naar de oplossingen voor de lange termijn (2030) heeft, net als in de eerste
onderzoeksfase, een verkennend karakter. In 2009 volgt een besluit over de
oplossingsrichtingen voor de lange termijn, waaronder een principebesluit
over een IJmeerverbinding.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>3. De vervolgfase van het project OV SAAL gezamenlijk aan te sturen met de regio. Deze aansturing vul ik in samen met wethouder Herrema van
de gemeente Amsterdam, mijn duo-partner in het kader van Randstad Urgent.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alle hierboven genoemde bedragen zijn inclusief BTW, prijspeil 2007. De
investeringsbedragen zijn gebaseerd op kostenramingen die, zoals gebruikelijk
in deze fase, nog relatief grote marges en onzekerheden kennen. De ramingen
worden in de vervolgfase nader uitgewerkt tot taakstellende budgetten en voorzien
van een audit en risicoanalyse.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet onderstreept met bovengenoemde besluiten de urgentie van een
integrale verbetering van de bereikbaarheid van de Randstad. Hierna volgt
een nadere toelichting op deze besluiten.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere toelichting</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Aanleiding</tuskop>
      <al>Directe aanleiding voor het project Openbaar Vervoer Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad
(OV SAAL) vormt de Structuurvisie Zuiderzeelijn van april 2006, waarin is
vastgesteld dat er op de corridor tussen Schiphol en Lelystad knelpunten in
het OV ontstaan die om een oplossing vragen. Dit staat in de zogeheten Noordvleugelbrief
van het kabinet uit 2006. Het doel van de Planstudie OV SAAL<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref> is om in beeld te brengen wat de OV knelpunten zijn in de corridor
en welke kansrijke en kosteneffectieve oplossingen er zijn.<voetref refid="v3.2" nr="2"></voetref> Dit project is in samenwerking met de overheden in het plangebied
en met Prorail en NS uitgevoerd.</al>
      <tuskop letat="cur">Investeren in pakket korte termijn maatregelen</tuskop>
      <al>Het aantal reizigers in de corridor tussen Schiphol en Lelystad groeit
sterk. Uit vervoeranalyses blijkt dat het aantal treinreizigers over de Hollandse
brug in de afgelopen tien jaar is verdubbeld naar circa 40 000 per dag.
Er zullen al op korte termijn, na het openen van de Hanzelijn in 2013, knelpunten
ontstaan op het bestaande spoor in de SAAL corridor. De treinen in de spits
zullen overvol zijn, wat nu af en toe ook al het geval is, en reizigers vanuit
Flevoland richting Amsterdam Zuid/Schiphol en Amsterdam Centraal zullen mogelijk
zelfs op een volgende trein moeten wachten. De capaciteit én kwaliteit
van deze verbinding moeten worden verbeterd. Dat wil onder andere zeggen:
een hogere frequentie, goede tijdligging van treinen<voetref refid="v3.3" nr="3"></voetref>, meer zitplaatsen en een verbeterde betrouwbaarheid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de spooruitbreidingen waartoe het kabinet heeft besloten is het mogelijk
het aantal personentreinen (IC’s en Sprinters) tussen Flevoland en Amsterdam
van 8 naar 12 per uur op te hogen en de kwaliteit in termen van reistijden
en betrouwbaarheid te verbeteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uiteraard hecht het kabinet belang aan de kosteneffectiviteit en efficiëntie
van de investeringen. Daarom is een pakket aan maatregelen geselecteerd, dat
enerzijds nodig is om het groeiende aantal treinreizigers aan te kunnen, en
dat anderzijds een goede eerste stap vormt voor de verdere kwaliteitssprong
van het spoor en regionaal OV op deze corridor op de langere termijn<voetref refid="v3.4" nr="4"></voetref>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het korte termijn maatregelenpakket is een maatschappelijke kosten-batenanalyse
(MKBA) opgesteld. Deze analyse heeft het karakter van een «quick scan»,
wat betekent dat nog niet alle kosten en baten nauwkeurig in beeld zijn. De
analyse geeft echter wel een duidelijk beeld van de uitkomsten. Het totale
maatregelenpakket heeft een baten/kostenverhouding van 0,65–0,8<voetref refid="v3.5" nr="5"></voetref>. Dat wil zeggen dat de kosten grotendeels, maar niet volledig door de baten worden gedekt. Desondanks is het kabinet
van mening dat het van groot belang is om op korte termijn maatregelen te
treffen. Zonder maatregelen kunnen er geen extra treinen met voldoende kwaliteit
in de dienstregeling worden ingepast en kan de kwaliteit van het OV in de
SAAL corridor onvoldoende worden verbeterd. De knelpunten die in diverse studies
worden aangetoond, worden dan niet opgelost. Dit zou niet stroken met de ambities
die het kabinet voor het OV heeft. Met het oog op de urgentie van de problematiek,
is het kabinet van mening dat er voldoende argumenten zijn om te kiezen voor
het pakket korte termijn maatregelen.</al>
      <tuskop letat="cur">Korte termijn maatregelen, voornamelijk ten oosten en
ten westen van Amsterdam Zuid</tuskop>
      <al>Tot de korte termijn maatregelen, die voornamelijk ten oosten en ten westen
van Amsterdam Zuid worden uitgevoerd, behoren:</al>
      <al>1. Dynamisch verkeersmanagement in de Schipholtunnel;</al>
      <al>2. Aanpassing van de aansluiting bij Riekerpolder (dubbele vorkaansluiting);</al>
      <al>3. Uitbreiding van de Zuidtak van Amsterdam naar vier sporen (Riekerpolder
tot en met de Utrechtboog) inclusief een ontvlechting van treincorridors;</al>
      <al>4. Verkorten van opvolgtijden rond station Duivendrecht;</al>
      <al>5. Een wachtspoor bij Venserpolder voor kruisende goederentreinen;</al>
      <al>6. Aanleg van keersporen bij en verlengen perrons van station Almere Centrum;</al>
      <al>7. Toepassen van beheersmaatregelen op de Flevolijn;</al>
      <al>8. Verkorten van opvolgtijden tussen station Bussum Zuid en Hilversum.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In een volgende fase van het project zullen bovenstaande maatregelen nader
worden uitgewerkt, zodat vóór 2010 een uitvoeringsbesluit kan
worden genomen en de realisatie tijdig kan starten. De afronding van deze
realisatie is gericht op 2013. Gelet op de benodigde doorlooptijden voor onder
meer de planologische procedures zullen enkele onderdelen naar verwachting
in 2014 gereed zijn. Maatregelen op de Zuidas worden nauw afgestemd met het
project Zuidas. In de nadere uitwerking worden eventuele verdere optimalisaties
meegenomen.</al>
      <tuskop letat="cur">Uitbreiding van de Flevolijn</tuskop>
      <al>Het pakket korte termijn maatregelen bevat naast bovenstaande spooruitbreidingen
ten oosten en ten westen van Amsterdam Zuid tevens een partiele uitbreiding
van twee delen van de Flevolijn naar vier sporen in Almere. Hiervoor zijn
diverse varianten onderzocht. Tot deze varianten behoren: een alternatief
met alleen een keerspoor bij Almere Centrum (zonder uitbreiding naar vier
sporen), een variant met een volledige uitbreiding naar vier sporen in Almere
tussen de stations Muziekwijk en Oostvaarders en twee alternatieven voor een
gedeeltelijke uitbreiding van de Flevolijn naar vier sporen in Almere. Alle
varianten zijn op hun kosten en baten en op hun kwaliteitsaspecten beoordeeld
in de uitgevoerde maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). aHet kabinet
kiest, op basis van de onderzoeksresultaten en gelet op de motie de Krom c.s.,
voor een uitbreiding van de Flevolijn naar vier sporen tussen de stations
Almere Muziekwijk en Almere Centrum en tussen Almere Buiten en Almere Oostvaarders.</al>
      <tuskop letat="cur">Second opinion Centraal Planbureau (CPB)</tuskop>
      <al>Het CPB heeft een second opinion op de MKBA gegeven.<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref> De belangrijkste opmerkingen van het CPB zijn de volgende: </al>
      <al>– Het CPB acht het verstandig dat in een vroegtijdig stadium van
de besluitvorming op basis van een quick-scan meerdere alternatieven voor
uitbreidingen van de Flevolijn zijn onderzocht met een MKBA-systematiek.</al>
      <al>– Het CPB constateert dat de additionele baten van uitbreidingen
van de Flevolijn in het korte termijn pakket (de 4-sporigheid tussen de stations
Almere Muziekwijk en Almere Centrum en tussen Almere Buiten en Almere Oostvaarders)
niet opwegen tegen de kosten. Bij het volgens het CPB meest realistische vervoerscenario
bedraagt de baten/kosten-verhouding van deze variant 0,3. Toevoegen van deze
uitbreiding van de Flevolijn verlaagt de baten/kosten-verhouding van het totale
pakket korte termijn maatregelen van 0,8 naar 0,6.</al>
      <al>– Het CPB constateert dat de baten/kosten-verhoudingen eerder overschat
lijken dan onderschat. De genoemde resultaten betreffen het meest realistische
vraagscenario. In het hoge vraagscenario liggen de baten/kosten-verhoudingen
van uitbreidingen van de Flevolijn tussen de 0,2 en 0,6. De onderbouwing van
dit hoge vervoerscenario acht het CPB echter onvoldoende.</al>
      <al>– Het CPB merkt verder op dat het een aantal zaken minder goed heeft
kunnen controleren dan nodig zou zijn. Dit betreft met name de reistijdbaten
en betrouwbaarheidsbaten.</al>
      <tuskop letat="cur">Risico’s en onzekerheden</tuskop>
      <al>In de kostenramingen is rekening gehouden met een deel van de potentiële
risico’s. Het gaat daarbij om ramingonzekerheden met betrekking tot
het ontwerp, de prijzen en de hoeveelheden materiaal die nodig zijn om het
project te realiseren, evenals risico’s die binnen de scope van de uitgewerkte
maatregelen liggen. Deze onzekerheden komen tot uitdrukking in een bandbreedte
van 40% en een trefzekerheid van 50% voor de geraamde investeringsbedragen.<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref> Ook de vervoeranalyse kent onzekerheden die vertaald
zijn in een bandbreedte van het te verwachte aantal reizigers. Een kwantitatieve
risicoanalyse waarin mogelijke risico’s systematisch worden geïnventariseerd
en beprijsd maakt onderdeel uit van het vervolgproces. Dit geldt ook voor
een nadere analyse van beslisonzekerheden, zoals nog te nemen besluiten in
het kader van het Project Zuidas, die voorgestelde maatregelen van OV SAAL
kunnen beïnvloeden.</al>
      <tuskop letat="cur">Verbeteren bereikbaarheid op middellange termijn</tuskop>
      <al>In aanvulling op de investeringen die op korte termijn tot een verbetering
van de bereikbaarheid in de SAAL-corridor moeten leiden, zullen ook op langere
termijn uitbreidingen op het spoor in de SAAL-corridor nodig zijn. Het kabinet
reserveert een budget van maximaal € 744 miljoen voor aanvullende
uitbreidingen van het spoor in de SAAL-corridor. In de volgende fase van het
project OV SAAL wordt nader onderzocht om welke oplossingen het dan gaat.</al>
      <tuskop letat="cur">Nader onderzoek naar oplossingen voor de lange termijn</tuskop>
      <al>Op de lange termijn (2030) zullen opnieuw knelpunten in het OV op de SAAL-corridor
ontstaan. Die knelpunten ontstaan in het totale OV netwerk, als gevolg van
de verwachte voortgaande reizigersgroei en de voorziene grootschalige ruimtelijke
ontwikkelingen (nieuwe woonen werklocaties) in en rond de corridor. De opgaven
voor het OV in de SAAL corridor zijn een afgeleide van de ambities die rijk
en regio voor deze regio hebben. Het rijksbeleid, zoals vastgelegd in de Nota
Ruimte en de Nota Mobiliteit, gaat uit van het vasthouden en zo mogelijk versterken
van de internationale concurrentiepositie van de Randstad. Opgaven voor de
Noordvleugel zijn onder meer de verdere groei van Almere met 60 000 woningen
(eventueel via Almere Pampus) en de Amsterdamse agglomeratie,
en een eventuele verdere ontwikkeling van Schiphol (aanleg van een tweede
terminal) en Lelystad Airport. Deze ontwikkelingen en de zich voortzettende
groei in het aantal OV reizigers zullen leiden tot aanzienlijke reizigerstromen
in de corridor die adequaat via het OV netwerk verwerkt dienen te worden.
Een goede bereikbaarheid, met een goed functionerend en betrouwbaar OV systeem,
is een essentiële voorwaarde voor de economische ontwikkeling van de
regio.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet kiest ervoor in een vervolgfase van het project OV SAAL nadere
uitwerking te geven aan de OV maatregelen (spoor en andere OV modaliteiten)
die op de lange termijn nodig zijn. Het onderzoek naar de lange termijn oplossingen
zal ook in de volgende fase nog een verkennend karakter hebben, en onder meer
een onderzoek naar de milieueffecten, een maatschappelijke kosten-batenanalyse
en een kwantitatieve risicoanalyse bevatten. In de eerste onderzoeksfase van
OV SAAL is een zo breed mogelijk scala aan lange termijn oplossingen bestudeerd.
Zo is gekeken naar oplossingen via het spoor, een RER verbinding, een metroverbinding
en een magneetzweefbaan. En er zijn zowel oplossingen in ogenschouw genomen
met een tracé via de Hollandsebrug, als oplossingen met een tracé
via het IJmeer. OV verbindingen via het IJmeer kunnen eventueel worden gecombineerd
met een IJmeerweg.</al>
      <tuskop letat="cur">Invulling vervolgproces</tuskop>
      <al>In 2009 zal het kabinet een besluit nemen over de spoormaatregelen op
de middellange termijn (2020), inclusief de financiering. Indien uit het onderzoek
blijkt dat eerder dan in 2009 over deze spoormaatregelen moet worden besloten,
dan is dit een optie (bijv. najaar 2008). Verder volgt in 2009 een besluit
over de oplossingsrichtingen voor de lange termijn, waaronder een principebesluit
over een IJmeerverbinding. Dit besluit neemt het kabinet in samenhang met
besluiten over de projecten Schaalsprong Almere 2030 en Toekomstagenda Markermeer/IJmeer.
Voorts is er samenhang met besluiten over de ontwikkelingsmogelijkheden op
de lange termijn van Schiphol en luchthaven Lelystad. Deze projecten maken
eveneens deel uit van het Programma Randstad Urgent. In de volgende fase van
het Project OV SAAL zal met al deze projecten worden afgestemd en/of samengewerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Rijk en regio sturen de volgende fase van het Project OV SAAL gezamenlijk
aan. Deze aansturing vul ik in samen met wethouder Herrema van de gemeente
Amsterdam, mijn duo-partner in het kader van Randstad. De structuur en vorm
van deze samenwerking en de aansturing van het vervolgproces zal bij de start
van de volgende fase worden vastgelegd. Mevrouw van Nieuwenhoven is de ambassadeur
vanuit Randstad Urgent voor het Project OV SAAL.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Rijk, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, is ook in de volgende
fase eindverantwoordelijke voor het project OV SAAL, aangezien het bevoegd
gezag voor de vervolgprocedures bij het Rijk ligt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>C. M. P. S. Eurlings</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.2" nr="2">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 687-1.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.3" nr="3">
    <al>De tijdligging betreft het spreidingspatroon van treinen in de tijd. Bij
vier treinen per uur is een ideale tijdligging 15/15: om de 15 minuten een
trein. Een 10/20-ligging zou betekenen dat de intervallen respectievelijk
10 en 20 minuten bedragen. De treinen die volgen na een lang interval zullen
over het algemeen drukker bezet zijn dan de treinen na een kort interval.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.4" nr="4">
    <al>Zie ook de brief in het kader van Randstad Urgent (Tweede Kamer, vergaderjaar
2007–2008, 31 089, nr. 6).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.5" nr="5">
    <al>De bandbreedte wordt verklaard door een hoog en laag vervoerscenario.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Dit wil zeggen dat er een kans van 75% is dat de investeringskosten
voor het korte termijn pakket, van € 531 miljoen, niet boven de € 743
miljoen zullen uitkomen.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>