﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31066-1530/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>31 066</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Belastingdienst</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">1530</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 2 maart 2026</al>
            <al>Hierbij stuur ik u de evaluatie van de jaarlijkse ouder-kindschenk<?xpp afbm?>vrijstelling. De schenkbelasting kent een jaarlijkse vrijstelling van € 2.769 (bedrag 2026). Schenkingen van ouders aan hun kinderen genieten een hogere jaarlijkse vrijstelling van € 6.908 (bedrag 2026). De hogere schenkvrijstelling voor kinderen ten opzichte de vrijstelling zoals die voor andere verkrijgers geldt is voor het eerst geëvalueerd in het kader van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE).</al>
            <al>De evaluatie is uitgevoerd door het Ministerie van Financiën in samenwerking met de Belastingdienst. Een onafhankelijke deskundige van het Centraal Planbureau heeft meegelezen op de resultaten. De evaluatie is mede gebaseerd op de uitkomsten van een enquête waarin burgers is gevraagd naar hun schenkgedrag. Uit de evaluatie blijkt dat de doelstellingen die door de wetgever aan de schenkvrijstelling zijn meegegeven bereikt worden. De doelmatigheid van de schenkvrijstelling is beoordeeld als hooguit beperkt.</al>
            <al>Uit de evaluatie blijkt dat de wetgever de hoogte van de ouder-kindschenkvrijstelling niet heeft gemotiveerd vanuit de doelstellingen die ze in 1917 aan de vrijstelling heeft meegegeven. Bovendien is de samenleving sindsdien veranderd. Een verschil in de hoogte van de schenkvrijstelling tussen kinderen en overige verkrijgers is minder vanzelfsprekend dan begin vorige eeuw. Het rapport beveelt daarom aan om de hoogte van de vrijstelling in samenhang met de andere vrijstellingen binnen de schenkbelasting te heroverwegen.</al>
            <al>De uitkomsten van de evaluatie worden de komende tijd gewogen. Zoals beschreven in de begrotingsregels van dit kabinet geldt als uitgangspunt dat voor een negatief geëvalueerde fiscale regeling moet worden bezien of de regeling wordt afgeschaft, versoberd, hervormd of gemotiveerd gehandhaafd. In het tweede kwartaal van 2026 volgt een kabinetsreactie.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Financiën,</functie>
            <naam>
              <voornaam>E.</voornaam>
              <achternaam>Eerenberg</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>