﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30800-XVI-27/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2006-2007</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="v2_9__3.8" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST103075</ordernr>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 800 XVI</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2007</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>27</nummer>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 14 november 2006</datum>
      <al>De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet,
heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling
van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Blok</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Teunissen</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="rom">1, 28 en 34</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe zijn de ontwikkeling en het onderhoud van richtlijnen
ingebed in het nieuwe stelsel van gereguleerde marktwerking? Welke partijen
dragen in dit verband welke verantwoordelijkheden? Wie draagt de verantwoordelijkheid
voor de financiering?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze wordt de ontwikkeling en het onderhoud
van richtlijnen van de diverse beroepsgroepen gefinancierd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze wordt er voor gezorgd dat het eenzijdig
afschaffen van subsidies ten koste gaat van de ontwikkeling en het onderhoud
van richtlijnen voor de diverse beroepsgroepen? Bent u bereid een structurele
financiering in te stellen voor ontwikkeling en onderhoud van richtlijnen?
Zo ja, hoe wordt dat mogelijk gemaakt? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mijn visie alsmede die van de staatssecretaris op het gebied van kwaliteit
van zorg in het nieuwe zorgstelsel heb ik beschreven in de nota getiteld «Kwaliteit
van zorg: hoog op de agenda» van 10 februari 2006 (Tweede Kamer,
28 439, nr. 12). In de kwaliteitsbrief staat dat de verantwoordelijkheid
voor de invulling van het kwaliteitsbeleid primair bij het veld ligt. Veldpartijen
dienen gezamenlijk te komen tot afspraken over kwaliteitsprogramma’s.</al>
      <al>Vooruitlopend op het nieuwe zorgstelsel heb ik met ingang van 2004 een
nieuw subsidiebeleid geïntroduceerd, beschreven in de nota «Kennis,
innovatie en meedoen» (KIM). Structurele instellingssubsidies zijn afgebouwd.
Incidentele projectsubsidies worden toegekend op basis van de termen Kennis,
Innovatie en Meedoen (KIM). Projectsubsidies zijn alleen aan de orde wanneer
een vernieuwing niet vanzelf tot stand komt, er meerdere veldpartijen bij
betrokken zijn en de overheid bij de realisatie ervan een duidelijke rol heeft.</al>
      <al>Ontwikkeling en onderhoud van monodisciplinaire richtlijnen is een verantwoordelijkheid
van de beroepsgroepen zelf. Multidisciplinaire ontwikkeling loopt via het
ZonMW meerjarenprogramma «Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve Zorg»,
waarvoor ik eind 2005 opdracht heb gegeven. Bij de ontwikkeling zijn niet
alleen zorgaanbieders, maar ook zorgverzekeraars en patiënten nauw betrokken.
In de multidisciplinaire richtlijnontwikkeling zie ik een beleidsverantwoordelijkheid
van VWS.</al>
      <al>Om de kwaliteit van zorg op de lange termijn te bekostigen blijft bekostiging
via de tarieven die voor die zorg in rekening gebracht kunnen worden de meest
aangewezen wijze. Het instellen van een structurele financiering voor ontwikkeling
en onderhoud van richtlijnen is gezien bovenstaande niet aan de orde.</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke taken zijn de afgelopen jaren vanuit welke instituten
of instellingen overgeheveld naar het RIVM? Welke personele omvang kennen
de verschillende onderdelen van het RIVM?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per 1 juli 2005 is het bureau Landelijke Coördinatiestructuur
Infectieziekten met haar taken van GGD Nederland naar het RIVM overgekomen
(7,5 fte). Dit bureau is opgenomen in het CIb, het Centrum voor Infectieziektebestrijding.
In totaal omvat het Centrum voor Infectieziektebestrijding 273 fte hetgeen
een clustering is van reeds bestaande taken bij het RIVM, taken van LCI –
GGD Nederland, enkele taken die bij VWS belegd waren en nieuwe taken. In een
brief d.d. 13 oktober 2004 (Tweede Kamer, 25 295, nr. 13) is
de Kamer geïnformeerd over deze herstructurering mede naar aanleiding
van (inter)nationale ontwikkelingen om infectieziekten beter lokaal, nationaal
en internationaal aan te pakken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de komst van het nieuwe zorgstelsel is besloten om taken en formatie
van het CVZ op het vlak van bevolkingsonderzoeken over te hevelen naar het
publieke domein. Daarbij is gekozen om per 1 januari 2006 de taken uit te laten voeren door het Centrum voor Bevolkingsonderzoek, dat op dit
moment 9,8 fte groot is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met ingang van 1 januari 2006 voert het RIVM de verlening van subsidies
uit volgend uit de Subsidieregeling Publieke Gezondheid. Deze subsidieregeling
omvat het verstrekken van subsidies op het gebied van programmatische preventie,
zoals het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker en borstkanker, pre-
en postnatale preventie, aanvullende curatieve SOA-bestrijding en grieppreventie.
Het subsidiebureau bij het RIVM dat taken heeft overgenomen van VWS en het
CVZ, is 2,5 fte groot en wordt daarbij inhoudelijk ondersteund door het CIb
en het Centrum voor Bevolkingsonderzoek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per 1 januari 2006 is het Centrum Jeugdgezondheid binnen het RIVM
operationeel. De omvang van het Centrum Jeugdgezondheid is per 1 september
2006 4,5 fte groot. Taken en formatie van het Platform Jeugdgezondheidszorg
zijn per 1 januari 2006 naar dit RIVM-centrum overgegaan.</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ontwikkelt het aantal ligdagen in ziekenhuizen
zich in de loop van de tijd? Hoeveel mensen ontvangen jaarlijks thuiszorg
uit de AWBZ nadat zij zijn ontslagen uit een ziekenhuis?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gemiddeld aantal ligdagen in de ziekenhuiszorg daalt al jaren. In
2003 bedroeg het gemiddelde 7,4 ligdag, in 2005 was dit gedaald naar 6,8 ligdag.</al>
      <al>Bij de indicatie voor thuiszorg wordt alleen de omvang van de noodzakelijke
zorg bepaald. Of een cliënt wel of niet uit het ziekenhuis komt wordt
daarbij niet geregistreerd.</al>
      <tuskop letat="rom">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering een overzicht geven van de ontwikkeling
van de zorguitgaven vanaf 1994 aan de hand van de definities van het
CBS, het CPB en het Budgettair Kader Zorg van VWS? Kan de regering de macro-uitgaven
ook vertalen naar uitgaven per hoofd van de bevolking?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaande tabellen geven de zorguitgaven weer volgens de definities
van het CBS, CPB en VWS (bruto BKZ). De CBS cijfers zijn vanaf 1998 t/m
2004 beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">Bedragen in € miljard </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="15" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="31mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c13" colnum="13" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c14" colnum="14" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c15" colnum="15" colwidth="10mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Zorguitgaven</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1994</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1995</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1996</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1997</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1998</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1999</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2002</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">VWS</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">30,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">32,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">34,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">38,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">43,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">43,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">45,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">46,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">50,1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">CPB</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">26,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">30,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">32,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">34,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">38,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">43,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">45,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">46,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">48,5</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">CBS</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">36,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">39,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">42,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">53,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">57,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">60,1</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="vet">Bedragen in € miljard </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="15" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="31mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c13" colnum="13" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c14" colnum="14" colwidth="10mm"></colspec>
          <colspec colname="c15" colnum="15" colwidth="10mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Zorguitgaven per hoofd</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1994</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1995</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1996</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1997</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1998</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1999</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2002</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">VWS</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 758</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 749</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 790</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 883</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 963</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 065</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 184</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 405</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 674</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 696</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 767</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 842</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 933</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 061</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">CPB</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 747</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 757</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 794</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 869</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 968</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 081</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 200</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 408</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 676</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 835</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 928</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 840</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 923</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 964</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">CBS</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 351</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 494</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 654</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 948</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 293</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 553</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 698</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Bronnen:</al>
      <al>VWS</al>
      <al>MEV 2006, MEV 2007 bijlage A11 (CPB)</al>
      <al>Zorgrekeningen (CBS)</al>
      <al>Bevolking Kerncijfers (CBS)</al>
      <tuskop letat="rom">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven op welke wijze de aanpak van
de ADHD-problematiek wordt meegenomen in het creëren van meer samenwerking
tussen de betrokken departementen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de totstandkoming van het actieplan ADHD in 2001 en volgende jaren
is het Landelijk Centrum Onderwijs en Jeugd (LCOJ) van het NIZW betrokken.
Bij de implementatie van de resultaten van het actieplan ADHD zal het Ministerie
van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen betrokken worden.</al>
      <tuskop letat="rom">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke financiële ondersteuning ontvangt het Steunpunt
Landbouw en Zorg de komende jaren? Welke subsidie is de komende jaren beschikbaar
voor de CVTM-regeling en de VTA-instituten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de CVTM-regeling is dit jaar € 27 miljoen beschikbaar.
Volgend jaar is in het kader van de Wmo € 32 miljoen beschikbaar
voor mantelzorgondersteuning.</al>
      <al>Voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers € 10 miljoen.
De VTA-instituten ontvangen daarvan in 2007 € 7,5 miljoen en in
2008 € 5 miljoen. Gemeenten ontvangen in 2007 € 2,5 miljoen
en in 2008 € 5 miljoen voor deskundigheidsbevordering. Vanaf 2009
wordt het geld deels beschikbaar gesteld aan vrijwilligersorganisaties en
deels aan gemeenten.</al>
      <al>Overeenkomstig amendement 30 300 XVI, nr. 36 bij de begroting 2006
van VWS zijn voor het Steunpunt Landbouw en Zorg de volgende bedragen beschikbaar: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="52.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="15mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van VWS</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">61 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van Landbouw</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">61 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">122 000</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">7 en 31</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel middelen zijn de komende jaren beschikbaar
voor de Hospicezorg in Nederland? Zijn de knelpunten op dit terrein, conform
de toezeggingen van de regering opgelost?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke manier worden hospices financieel gesteund?
Welke voornemens heeft de regering om deze financiering te verbeteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen het huidige stelsel zijn er geen afzonderlijke geoormerkte middelen
voor hospicezorg. Hospicezorg betreft kortdurende terminale zorg aan patiënten
die in palliatieve terminale voorzieningen verblijven. Deze zorg kan verpleging
en verzorging, psychosociale/spirituele hulp, medische hulp en zorg door vrijwilligers
betreffen en wordt geleverd in verpleeghuizen, verzorgingshuizen, high-care
hospices (HCH) en bijna-thuis-huizen (BTH). Deze zorg wordt vanuit diverse
bronnen gefinancierd: AWBZ, Zorgverzekeringswet, subsidieregelingen en met
ingang van 1 januari 2007 de Wmo als het gaat om huishoudelijke hulp.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van het algemeen overleg van 8 september 2005 over
palliatieve zorg heb ik een onderzoek uitgezet naar de financiële knelpunten
in de palliatieve zorg (Tweede Kamer, 29 509, nrs. 9, 10 en 15). Na enige
vertraging heb ik dit rapport inmiddels ontvangen. Ik zal u op korte termijn
mijn standpunt op dit rapport sturen.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken met betrekking tot de financiering
van de cliëntenraden? Wanneer ontvangt de Kamer het toegezegde wetsvoorstel
dat de financiering van de cliëntenraden regelt? Hoe wordt het komende jaar voorzien in gerichte ondersteuning van cliëntenraden indien
de wetswijziging niet op tijd de Kamer passeert?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels heeft de Raad van State geadviseerd over het wetsvoorstel tot
aanpassing van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ)
in verband met de versterking van de positie van cliëntenraden. In dat
wetsvoorstel komt ook de financiering van de cliëntenraden aan de orde.
Het is de bedoeling het wetsvoorstel nog dit jaar in te dienen.</al>
      <al>Ook volgens de huidige WMCZ worden de cliëntenraden gefinancierd
door de zorginstellingen. De voorgenomen wetswijziging gaat om een aanscherping
van deze regeling. Daarnaast krijgen de meeste cliëntenraden ondersteuning
van de organisaties van cliëntenraden</al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is er waar van berichten als zouden er tekorten
zijn bij de G4 bij de uitvoering van de eerste fase van het Plan van Aanpak
Maatschappelijke Opvang 2006–2009? Wie is verantwoordelijk voor het
wegwerken van tekorten? Hoe verloopt de besluitvorming over de herverdeling
van middelen van de maatschappelijke opvang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de opstelling van het Plan van aanpak hebben Rijk en G4 het volgende
afgesproken over de dekking: 2/3 wordt gefinancierd vanuit de AWBZ en 1/3
uit gemeentelijke middelen. Deze verhouding is een aanname, gebaseerd op de
gewenste werkverdeling tussen AWBZ en gemeente, nl. gemeente toeleidend, korte
duur en regisserend, en de AWBZ langdurige zorg. Om de AWBZ-financiering mogelijk
te maken heb ik binnen de groeiruimte voor de AWBZ een ruimte geoormerkt voor
de uitvoering voor het plan van aanpak G4 MO. Voor 2006 bedraagt dit € 40
miljoen voor 2007 € 60 miljoen. Dit geld mag alleen ingezet worden
voor de uitvoering van het Plan. Gemeenten hebben aangegeven vanaf 2009
een structureel bedrag van in totaal € 180 miljoen nodig te hebben.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De G4 gezamenlijk geven aan een structureel tekort te hebben in de gemeentelijke
financiering van het Plan van jaarlijks € 25 miljoen. Ik ben van
mening dat zij zelf dit tekort op moeten vangen en daartoe ook in staat zijn.
Doordat er meer cliënten uit de doelgroep AWBZ-gefinancierde zorg gaan
krijgen, zal dat leiden tot vrijval van gemeentelijke middelen die nu voor
deze groep ingezet wordt.</al>
      <al>Wat betreft de besluitvorming over de verdeelsleutel van de specifieke
uitkering maatschappelijk opvang heb ik op 8 juni 2006 met alle centrumgemeenten
afspraken gemaakt over een onderzoek om te komen tot een meer gerechtvaardigde
verdeling. Ook is afgesproken dat er vóór 1 mei 2007 een
besluit valt. Een eventuele nieuwe verdeelsleutel treedt niet eerder in werking
dan met ingang van 2008.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering een schatting geven van de administratieve
lasten van een burger, die een PGB heeft van € 4000 per jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van onderzoek komt VWS uit op de volgende schatting: een burger
met een pgb van € 4 000 per jaar is 23,3 uur kwijt aan administratieve
lasten. De administratieve lasten zijn deels afhankelijk van de hoogte van
het budget. Voor budgetten &lt; 2 500 en &gt; 5 000 geldt bijvoorbeeld
een ander verantwoordingsregime.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De administratieve lasten verbonden aan budgetten tussen de € 2 500
en € 5 000 zijn als volgt opgebouwd: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="87.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Handeling</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Tijdsbesteding (minuten
per jaar) </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Onderhoud zorgovereenkomsten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">36 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Afleggen verantwoording (twee maal per jaar)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">546 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verzorgen betalingen hulpverleners</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">160 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verzorgen jaaropgave belastingdienst</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">164</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Overige (incidentele) correspondentie ivm administratie
pgb</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">492 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 398</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar in de begroting bevindt zich de neerslag van de
toezegging van de minister dat op samenhangende wijze aandacht zou worden
besteed aan de sector geestelijke gezondheidszorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Begin september heb ik u middels een brief (Tweede Kamer, 29 248,
nr. 29) geïnformeerd over het besluit om in 2007 de bekostiging
en de financiering voor het naar de Zvw over te hevelen deel van de geestelijke
gezondheidszorg ongewijzigd te laten ten opzichte van 2006. Hierdoor maakt
de sector geestelijke gezondheidszorg in 2007 financieel gezien integraal
onderdeel uit van de ontschotte AWBZ-sector en is een separaat overzicht voor
de GGZ minder opportuun. In de begroting voor 2008 zullen de financiële
gevolgen van de overheveling van de GGZ zichtbaar zijn, en zal een samenhangend
overzicht, voor Zvw én AWBZ opgenomen worden.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe staat het met de ontwikkeling van de erkenning
van de medicinale cannabis als medicijn en wanneer ontvangt de Kamer daarover
informatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kamer is hierover inmiddels geïnformeerd met de brief van 31 oktober
jl. (Tweede Kamer 24 077, nr. 192).</al>
      <tuskop letat="rom">13 en 80</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het waar dat er geen specifieke opleidingsmogelijkheden
bestaan voor herintreders in de gezondheidszorg? Is het correct dat gemeenten
geen reïntegratietrajecten financieren voor herintreders omdat zij doorgaans
niet uit een bijstandssituatie komen? Acht u het noodzakelijk om al dan niet
in overleg met de V&amp;V-sector te komen tot afspraken om beleid te ontwikkelen
om herintreders te scholen om deze groep bereidwillige arbeidskrachten zo
snel mogelijk weer op het niveau te laten kunnen functioneren waarop zij voorheen
actief waren in de zorg?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen worden genomen om herintreders in
de zorgsector tot een opleiding of tot na- en bijscholing te bewegen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is primair de verantwoordelijkheid van instellingen om individuele
afspraken te maken met herintreders. Daarin kan ook een opleidingstraject
of extra scholing worden betrokken. Het is niet correct dat gemeenten geen
reïntegratietrajecten financieren voor herintreders, omdat zij doorgaans
uit een bijstandssituatie komen. Gemeenten hebben een budget om voor herintreders
zonder uitkering reïntegratietrajecten te financieren, mits men geïndiceerd
is door het CWI. Gezien de te verwachten arbeidsmarktproblemen voor de zorg
in de toekomst acht ik op zich beleidsafspraken met het veld om herintreders
te scholen een bruikbaar idee. Het is echter aan het volgende kabinet om te
bezien welk gericht beleid hier eventueel noodzakelijk is. </al>
      <tuskop letat="rom">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij de overheveling van middelen naar het Gemeentefonds
wordt uitgegaan van ramingen uit 2005. Heeft dit, gezien de vraagstijging
in de thuiszorg en de grote tekorten die inmiddels zijn ontstaan, tot gevolg
dat gemeenten het zullen moeten doen met een bedrag dat aanzienlijk lager
is dan het beroep op de thuiszorg? Zo ja, wat betekent dit voor de kwaliteit
en toegankelijkheid van de huishoudelijke verzorging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De toegankelijkheid en kwaliteit van de hulp bij het huishouden is gewaarborgd
door het compensatiebeginsel in de Wmo. Het budget van gemeenten moet voldoende
zijn om deze zorg ook te kunnen bieden. Daarover heb ik een financieel arrangement
met als ijkjaar 2005 afgesproken met de VNG. Ik houd vast aan dat financiële
arrangement; gemeenten hebben op basis van dit arrangement voldoende budget
om op een goede manier te starten met de Wmo.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gegevens van het CAK die net beschikbaar zijn gekomen geven mij uiteraard
wel aanleiding een gedegen analyse te plegen op de gegevens over 2006 en de
oorzaken van de groei te onderzoeken. De opdracht voor het onderzoek zal ik
samen met de VNG formuleren. De resultaten komen begin maart beschikbaar,
zodat deze zonodig, meegenomen kunnen worden bij het opstellen van de meicirculaire
in 2007. Ik informeer u over de resultaten.</al>
      <tuskop letat="rom">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel thuiszorgorganisaties hebben op dit moment
een klantenstop? Hoe groot zijn inmiddels de wachttijden en wachtlijsten voor
huishoudelijke verzorging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse Zorgautoriteit maakt op dit moment de balans op van de
effecten van de inzet van € 95 miljoen extra om knelpunten in de
thuiszorg op te lossen. Het landelijk beeld wordt mij eind november gepresenteerd.</al>
      <tuskop letat="rom">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de beloofde extra investering in het jaar 2006 voor
de huishoudelijke verzorging inmiddels besteed en ingezet? Zo neen, waarom
niet? Op welke termijn gebeurt dat dan wel? Zo ja, wat is de voortgang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Tot 15 oktober 2006 konden zorgkantoren en aanbieders nog in
een derde ronde aanvullende afspraken maken. Hierbij kon men beschikken over
de nog aanwezige contracteerruimte bij zorgkantoren en de door mij extra beschikbaar
gestelde middelen voor het oplossen van knelpunten, ad € 95 miljoen
Dit betreft overigens niet alleen huishoudelijke verzorging. Deze afspraken
worden momenteel verwerkt bij de NZa.</al>
      <tuskop letat="rom">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u bereid een meldpunt in te stellen voor klachten
met betrekking tot de toegankelijkheid en kwaliteit van de thuiszorg, zodat
het gat tussen financiering enerzijds en kwaliteit en toegankelijkheid anderzijds
niet te groot zal worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De zorgkantoren zijn er wettelijk voor verantwoordelijk om er voor zorg
te dragen dat de verzekerden de geïndiceerde zorg kunnen krijgen. Zij
dienen die verantwoordelijkheid ook waar te maken. Klachten over toegankelijkheid
van de zorg moeten dan ook bij het zorgkantoor worden gemeld. Wel wordt dezerzijds
initiatief genomen dat er een centraal nummer komt dat verzekerden op een
makkelijke wijze leidt naar het verantwoordelijke zorgkantoor in de regio. </al>
      <al>De IGZ is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de thuiszorg.
Klachten daarover kunnen bij de IGZ worden gemeld.</al>
      <tuskop letat="rom">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is de veronderstelde extra productie in
het AWBZ-convenant daadwerkelijk gerealiseerd? Zo neen, wat betekent dit voor
de financiële aannames in de begroting op dit vlak? Hoe heeft het ministerie
dit gecontroleerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over het jaar 2005 is gemeten dat 1,9% meer mensen met zorg zijn
geholpen met dezelfde middelen (meting excl. Persoonsgebonden budget). Ik
heb u hierover in mijn brief van 16 oktober 2006 (Tweede Kamer, 26 631,
nr. 192) betreffende de verdeling van de contracteerruimte bericht.</al>
      <tuskop letat="rom">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de groeitrend van het aantal AWBZ-indicaties (acht
procent in het eerste kwartaal van 2006) verdisconteerd in de aannames in
de begroting? Hoe groot is de invloed van de uitspraak van de Centrale Raad
van Beroep, waarbij werd bepaald dat het voor aantal indicaties voor ondersteunende
begeleiding geen maximum mag worden gehanteerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment ben ik met het CIZ in gesprek over het budget dat benodigd
is voor 2007. In het antwoord op vraag 193 is aangegeven, waarom de budgetreeks
in de loop der jaren een daling kent. Met het CIZ wordt besproken of de groeitrend
dusdanig is dat deze – mede gelet op de investeringen die de afgelopen
tijd hebben plaatsgevonden – kan worden opgevangen binnen de daarvoor
beschikbare middelen.</al>
      <al>Er is mij tot op heden geen uitspraak bekend van de Centrale Raad van
Beroep die betrekking heeft op het aantal door het CIZ te stellen indicaties
voor ondersteunende begeleiding Als het gaat om de functie ondersteunende
begeleiding is wél relevant geweest de uitspraak van de Centrale Raad
van Beroep van 9 november 2005. De Raad aangeeft daarin aan van oordeel
te zijn dat artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ geen ruimte biedt
voor het hanteren van een uitgangspunt dat de aanspraak op ondersteunende
begeleiding verengt tot gevallen waarin in onvoldoende mate zelfredzaamheid
aanwezig is. Het CIZ heeft daarop de werkwijze conform de uitspraak van de
Centrale Raad aangepast.</al>
      <al>Daaraan voorafgaand heeft het CIZ per 1 november 2005 het maximum
voor het aantal dagdelen ondersteunende begeleiding voor ouderen opnieuw bepaald
op het oude niveau van voor mei 2005. Gezien de korte periode waarop dit maximum
naar beneden was bijgesteld is de verwachting dat het effect hiervan op het
toegekende volume aan AWBZ-zorg minimaal is geweest.</al>
      <tuskop letat="rom">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het toenemende beroep op huishoudelijke verzorging
als gevolg van de maatregelen die worden genomen om te extramuraliseren verdisconteerd
in de begrotingscijfers voor 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, het bedrag voor het basisjaar 2005 is conform de gemaakte afspraken
tussen betrokkenen geïndexeerd voor de toename van het aantal thuiswonende
ouderen van 75 jaar en ouder. Bij de indexatie wordt rekening gehouden met
een toe- of afname van het aantal verblijfsplaatsen.</al>
      <tuskop letat="rom">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u reageren op de brief die Zorgverzekeraars Nederland
op 25 augustus 2006 aan de Kamer heeft gericht waarin zij stellen dat
specifieke GGZ-voorzieningen niet kunnen worden gerealiseerd met de door de
regering beschikbaar gestelde middelen. Kunt u aangeven of autismezorg, ambulante GGZ in relatie tot het gevangeniswezen, verslavingszorg,
chronische traumazorg en uitbreiding bemoeizorg, over voldoende middelen</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">kunnen beschikken? Wordt voldaan aan het verzoek van
ZN en GGZ-Nederland? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze brief is betrokken bij het overleg met partijen over de contracteerruimte
2007. Afgesproken is dat binnen de niet belegde groeiruimte in gezamenlijk
overleg prioriteiten gesteld worden. De uitkomsten van het overleg met partijen
worden betrokken in de aanwijzing aan de NZa in het kader van de contracteerruimte
2007.</al>
      <tuskop letat="rom">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de extra middelen voor contracteerruimte
AWBZ incidenteel worden ingezet t.b.v. volumegroei?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bedrag is erop gericht om de knelpunten 2006 op te lossen. De verwachting
is dat de hiermee gerealiseerde groei binnen het bestaande kader voor 2007
kan worden opgevangen. Het kader 2007 is immers aanzienlijk ruimer dan in
2006.</al>
      <tuskop letat="rom">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel wordt ingezet voor zorgzwaartebekostiging in
de verpleeghuiszorg? Wat zijn de concrete voornemens voor 2007 en op welke
resultaten mag de regering worden afgerekend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De zorgzwaartebekostiging in de AWBZ wordt budgettair neutraal ingevoerd.</al>
      <al>Over extra middelen die in 2007 en later jaren ter beschikking komen naar
aanleiding van het «onderzoek doelmatigheid verpleeghuizen» heb
ik u eerder separaat bij brief van 20 september 2006 (Tweede Kamer, 30 800
XVI, nr. 3) geïnformeerd. Deze extra middelen worden toegevoegd aan het
beschikbare macrobudget en komen bovenop het bedrag dat beschikbaar is voor
de budgettair neutrale invoering van de zorgzwaartebekostiging. Afrekening
vindt plaats op basis van bereikte doelstellingen ten aanzien van het deel
van de tijd dat zorgmedewerkers daadwerkelijk met cliënten bezig zijn.
Ik verwijs hiervoor naar de hiervoor genoemde brief.</al>
      <tuskop letat="rom">24 en 347</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt het negatieve saldo van het vermogen van
het verzekeringsfonds zich tot de amendementen die zijn ingediend op de Zorgverzekeringswet?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom neemt het negatieve saldo van het vermogen van
het Zorgverzekeringsfonds af in 2007? Hoe groot is op dit moment het negatieve
saldo van het Zorgverzekeringsfonds?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelstelling is dat er een inkomensafhankelijke bijdrage wordt geheven,
die de helft uitmaakt van de totale macro premielast (de inkomensafhankelijke
bijdrage plus de nominale premie en de rijksbijdrage), waaruit precies de
uitgaven van het zorgverzekeringsfonds in het betreffende jaar kunnen worden
gedekt (rekening houdende met de hoogte van de rijksbijdrage) en waarmee tekorten
en overschotten die in het verleden zijn ontstaan worden weggewerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op het moment dat de ramingen voor de Begroting 2007 werden opgesteld,
waren er nog geen betrouwbare realisatiecijfers beschikbaar voor de inkomsten
en de uitgaven van het fonds. Omdat 2006 het eerste jaar is dat het fonds –
en de Zorgverzekeringswet – functioneren, zijn er ook geen goede historische
cijfers waarop een goede raming kan worden gebaseerd. De uitgaven die ten
laste van het fonds komen resulteren uit de nacalculatie. De hoogte van deze
nacalculatie volgt niet rechtstreeks simpelweg uit de hoogte
van de uitgaven waarmee verzekeraars geconfronteerd worden, maar vergt berekeningen
op detailniveau. Daarnaast geldt dat de hoogte van de uitgaven waarmee verzekeraars
in 2006 worden geconfronteerd niet goed te bepalen valt, omdat van de kosten
van DBC’s niet goed valt te zeggen in welk jaar bepaalde ziekenhuiskosten
neerslaan. Bij de inkomsten geldt dat een geheel eigen grondslag geldt voor
de inkomensafhankelijke bijdrage.</al>
      <al>Op grond van deze meer dan gebruikelijke ramingsonzekerheden, is er van
afgezien om bijstellingen die louter gebaseerd zijn op zeer voorlopige aannames,
in het eerstvolgende jaar weg te werken via hogere premies. Dit zal dus gebeuren
nadat er realisatiecijfers beschikbaar zijn. Bij de bepaling van het saldo
van het zorgverzekeringsfonds is wel rekening gehouden met deze voorlopige
indicaties. Deze leiden voor 2006 tot een negatief vermogen van het zorgverzekeringsfonds
van € 0,4 miljard. Het saldo van het zorgverzekeringsfonds is in
2006 ook beïnvloed door een post die wel zeker is: de verwerking van
de rekenfout van het CVZ. Het negatieve saldo wat daardoor ontstaat wordt
wel direct in 2007 weggewerkt. Dit effect bedraagt € 0,25 miljard.</al>
      <al>Vanwege deze twee effecten is het exploitatiesaldo van het zorgverzekeringsfonds
in 2006 € 0,65 miljard negatief (wat leidt tot een negatief vermogen
van € 0,65 miljard) en € 0,25 miljard positief in 2007
(wat er toe leidt dat het vermogen groeit tot € 0,4 miljard negatief).</al>
      <tuskop letat="rom">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe staat het met de inhuur van externen bij het ministerie
van VWS? Hoeveel geld is hiermee gemoeid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inhuur van externen (exclusief uitbesteding) bij het ministerie van
VWS is tot en met 30 september 2006 hoger dan de stand per 30 september
2005. De totale kaseffecten tot en met 30 september 2006 bedragen € 8
miljoen. Op de peildatum 30 september 2005 bedroegen de kaseffecten voor
de inhuur van externen (exclusief uitbesteding) € 5,3 miljoen. De
totale kaseffecten voor inhuur van externen in 2005 bedroegen (exclusief uitbesteding) € 5,9
miljoen.</al>
      <al>De stijging van inhuur van externen heeft vooral te maken met een toename
van inhuur voor automatiseringsprojecten.</al>
      <tuskop letat="rom">26</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe groot zijn de wachtlijsten in de jeugdzorg, maatschappelijke
opvang, ziekenhuiszorg, en voor MRI-scans? Wanneer wordt het DIS operationeel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 1 januari 2006 wachtten er 5000 kinderen te lang op provinciale
jeugdzorg. Om deze wachttijden te verkorten heb ik op 28 april 2006,
op basis van door hen ingediende plannen, met alle provincies en grootstedelijke
regio’s afspraken gemaakt. Deze plannen, die gebaseerd zijn op prognoses
van de provincies, hebben tot doel dat op 31 december 2006 geen kind
langer dan 9 weken moet wachten op jeugdzorg. De provincies hebben op basis
van de verwachte vraagontwikkeling een inschatting gemaakt van de grootte
van de wachtlijst op 31 december 2006, als geen extra inspanning zou
worden geleverd. De totale prognose was dat er dan 5274 kinderen langer dan
9 weken op provinciale jeugdzorg zouden moeten wachten. Ik heb aan de provincies
incidenteel € 100 miljoen extra ter beschikking gesteld om hun plannen
uit te voeren en ervoor te zorgen dat alle kinderen op 31 december 2006
binnen 9 weken na indicatiestelling jeugdzorg ontvangen. Alle provincies hebben
zich gecommitteerd aan deze afspraak.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Betrouwbare gegevens over zwerfjongeren uit de Monitor Maatschappelijke
Opvang zijn op zijn vroegst in 2007 beschikbaar. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wachttijden worden maandelijks aangeleverd aan het DBC informatie systeem
(DIS). Sinds juli 2006 zijn door voldoende ziekenhuizen gegevens aan het DIS
geleverd. Vanuit het DIS worden deze gegevens gepubliceerd op www.kiesBeter.nl.
Eind oktober zijn van ongeveer 80 ziekenhuizen de wachttijden gepubliceerd.
Wachttijden voor de MRI worden niet apart vastgelegd.</al>
      <tuskop letat="rom">27</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel fusies zijn er het afgelopen jaar geweest tussen
ziekenhuizen en andere zorginstellingen? Hoeveel worden er verwacht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In gevallen waarbij fusies een bepaalde omzetdrempel overschrijden, dient
een voornemen tot fusie te worden voorgelegd aan de NMA. De NMa heeft tot
op heden vier situaties voornemens tot fusie tussen ziekenhuizen beoordeeld.
Voornemens tot fusie tussen ziekenhuizen en andere zorginstellingen zijn tot
op heden niet aan de NMa voorgelegd. Dat betekent niet dat ze niet voorkomen,
maar dat de omzetdrempel niet wordt overschreden. Een compleet overzicht is
dus niet te geven. In de praktijk is gebleken dat fusies tussen ziekenhuizen
bijna altijd boven de omzetdrempel uitkomen.</al>
      <tuskop letat="rom">28</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 1.</al>
      <tuskop letat="rom">29</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op basis van welke regeling zou stichting Achter de
Regenboog (www.achterderegenboog.nl) in aanmerking kunnen komen voor subsidie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf 1 januari 2007 geldt de Kaderwet VWS-subsidies. Dat is
de titel waarop VWS-subsidies kunnen worden aangevraagd.</al>
      <tuskop letat="rom">30</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er niet – conform het regeerakkoord –
een paragraaf opgenomen over de wijze van uitvoering van palliatieve zorg?
Is dit geen kerntaak meer binnen het ministerie? Wat zijn de uitgangspunten
en voornemens op dit terrein?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het regeerakkoord is opgenomen dat meer aandacht nodig is voor de palliatieve
zorg. Het feit dat de palliatieve zorg niet met name wordt genoemd in de begroting
betekent niet dat er geen beleid ten aanzien van palliatieve zorg wordt gevoerd.
De uitgangspunten van het beleid zijn dat:</al>
      <al>• palliatieve zorg rekening dient te houden met de wensen, behoeften
en voorkeuren van mensen in de terminale fase en hun naasten, en</al>
      <al>• palliatieve zorg geen apart en te onderscheiden onderdeel is van
de gezondheidszorg maar dat ook generalistische hulpverleners en instellingen
in staat moeten zijn om goede palliatieve zorg te leveren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast zijn de concrete voornemens voor 2007 op het terrein van palliatieve
zorg:</al>
      <al>• blijvend inzetten op het verder verbeteren en ontwikkelen van de
palliatieve zorg aan het bed van de patiënt via het financieren van het
landelijke steunpunt Agora, Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland,
het programma palliatieve zorg bij ZonMw, de regionale ondersteuningspunten
palliatieve zorg bij de IKC’s, de (coördinatie van) vrijwilligers
in de palliatieve zorg en de netwerken palliatieve zorg;</al>
      <al>• verdere integratie van de palliatieve zorg in het beleid t.a.v.
het versterken van de eerstelijnszorg; </al>
      <al>• het ontwikkelen van een goede informatievoorziening in de palliatieve
zorg met zo min mogelijk administatieve belasting.</al>
      <tuskop letat="rom">31</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 7.</al>
      <tuskop letat="rom">32</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is met de reductie van de begroting een
verbetering voor wat betreft de VBTB bereikt? Hoe beoordeelt de regering de
begroting VWS voor 2007 op basis van de VBTB-criteria?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De reductie van het aantal pagina’s in de begroting levert op zich
geen directe verbetering op wat betreft het VBTB-gehalte van de begroting.
Wel is de begroting door het weergeven van het VWS-beleid in 7 beleidsartikelen
leesbaarder en toegankelijker geworden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering is van mening dat door het concreter maken van de algemene
en operationele doelstellingen én door het opnemen van prestatie-indicatoren
bij nagenoeg iedere doelstelling het VBTB-gehalte van de begroting sterk verbeterd
is. In de komende jaren zal nog een verdere verbetering doorgevoerd worden
omdat dan iedere indicator gevuld kan worden en van een streefwaarde kan worden
voorzien. Daar waar relevant, is dit in de begroting 2007 overigens ook toegelicht
(comply or explain). Zie hiervoor onder andere de Leeswijzer op bladzijde
5.</al>
      <tuskop letat="rom">33</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is in de begroting 2007 de burger/cliënt
centraal gesteld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting 2007 zijn alle algemene en operationele doelstellingen
geherformuleerd. Naast een concretisering van de doelstellingen zijn ze nu
ook sterk gericht op de burger. Als voorbeeld kan de algemene doelstelling
van artikel 43 genoemd worden: «Een goede en betaalbare zorg voor mensen
met een langdurende of chronische beperking van lichamelijke, verstandelijke
of psychische aard». Een ander voorbeeld betreft de doelstellingen van
artikel 45 Jeugdbeleid. In doelstellingen van dat artikel staan steeds kinderen
en hun ouders/verzorgers centraal.</al>
      <al>Op deze manier is door de hele begroting heen getracht voor de burger
expliciet aan te geven wat het (operationele) beleidsdoel voor hem of haar
betekent.</al>
      <tuskop letat="rom">34</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 1.</al>
      <tuskop letat="rom">35</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Aan de hand van welke onderzoeken heeft de regering
de beschreven voordelen van het zorgstelsel kunnen vaststellen (zoals een
betere verhouding tussen prijs en kwaliteit van de zorg en zorg die beter
aan de wensen van consumenten voldoet)? Hoe is vast te stellen dat dit te
danken is aan het nieuwe zorgstelsel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de invoering van de Zvw is de basis gelegd voor het bereiken van de
genoemde doelen (een betere verhouding tussen prijs en kwaliteit). Dit model
zal zich de komende jaren moeten bewijzen. De eerste voortekenen zijn gunstig,
zoals blijkt uit de monitorrapportage van de NZa uit juni 2006. De premies
zijn lager uitgevallen dan was verwacht, men kan kiezen uit een veelheid van
zorgverzekeringen en verzekeraars hanteren een ruime acceptatie bij de aanvullende
ziektekostenverzekeringen. De ruimte in het nieuwe zorgstelsel lijkt aldus
volop te worden benut. De gereguleerde marktwerking werkt pas echt als de
concurrentie tussen zorgverzekeraars ook leidt tot doelmatige zorgverlening.
De NZa wijst erop dat de eerste voortekenen zichtbaar zijn dat
er meer afspraken worden gemaakt over de kwaliteit van zorg. Op dit punt moeten
zorgverzekeraars nog verdere verbeteringen doorvoeren. De NZa zal de ontwikkelingen
op dit punt volgen.</al>
      <tuskop letat="rom">36 en 46</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan in reële bedragen worden aangegeven wat de «stevige
maatregelen» (pakketinperking etc.) genoemd op blz. 9 per maatregel
hebben opgeleverd? Kan tevens worden aangegeven welk deel van deze kosten
slechts is doorgesluisd van collectieve naar private lasten en hoe groot die
private lasten per onderdeel zijn in verhouding tot de omstandigheid dat ze
collectief gefinancierd zouden zijn gebleven. Bijvoorbeeld: pakketonderdelen
in de aanvullende verzekering versus diezelfde verrichtingen in de collectieve
verzekering, eigen bijdragen, de «prijs» betaald voor «doelmatigheidswinst»,
de no-claimregeling.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn de uitgaven van de zorgkosten volgens de minister
daadwerkelijk beheerst of is het BKZ vooral beleidsmatig aangepast?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inperking van het pakket heeft een besparing opgeleverd voor de BKZ-uitgaven
van € 0,8 miljard. Door de pakketmaatregelen is de verantwoordelijkheid
voor een deel van het vroegere pakket verschoven naar de burger en de bijbehorende
uitgaven van de collectieve financiering naar de private financiering. Voor
een deel van deze uitgaven zullen aanvullende verzekeringen zijn afgesloten,
voor een deel zal de burger uit eigen middelen kosten dragen. Ook mag een
effect verwacht worden van de prikkel die de burger heeft voor efficiënter
gebruik van de betreffende zorg.</al>
      <al>Door de verhoging van de eigen bijdragen in de AWBZ is voor € 180
miljoen verschoven van de collectieve uitgaven naar de gebruiker zelf. Ook
hier is een effect te verwachten van de prikkel die de burger heeft voor efficiënter
gebruik van de betreffende zorg. Voor de AWBZ is dit niet gekwantificeerd.</al>
      <al>Het convenant met de ziekenhuizen over verhoging van de doelmatigheid
heeft een besparing opgeleverd van € 240 miljoen.</al>
      <al>De afspraken die gemaakt zijn met de AWBZ-sector over verhoging van de
doelmatigheid hebben een besparing opgeleverd van 1,25%, ongeveer € 200
miljoen.</al>
      <al>De overeenkomst met de geneesmiddelenindustrie levert een besparing op
die oploopt tot € 1 miljard in 2007.</al>
      <al>De invoering van de no-claimteruggaveregeling in de ziekenfondswet leidt
tot een verschuiving van € 1,4 miljard van de collectieve financiering
naar de private financiering. Daarnaast is de hoogte van het eigen risico
in WTZ-polissen ook gelijkgetrokken met de hoogte van no-claim, wat heeft
geleid tot een verschuiving van € 0,1 miljard van de collectieve
financiering naar de private financiering.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast wordt door het effect van het verhoogde kostenbewustzijn van
de consumenten wordt een volume-effect verwacht. De omvang hiervan wordt geschat
op € 170 miljoen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de bovenvermelde maatregelen hebben nog diverse andere maatregelen
een rol gespeeld in het beheersen van de uitgavenontwikkeling. Daarbij valt
te denken aan de afspraken die zijn opgenomen in het convenant AWBZ en in
het convenant ziekenhuizen over de beschikbare ruimte voor volumeontwikkeling,
en aan de loonmatiging die geldt voor de gehele collectieve sector.</al>
      <al>Informatie over de realisatie van deze maatregelen is te vinden in de
jaarverslagen van VWS. </al>
      <tuskop letat="rom">37</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor welke van de kostenbesparende maatregelen geldt
dat het vooraf geraamde bedrag c.q. effect werkelijk is gerealiseerd? Kan
van iedere maatregel raming en resultaat worden aangegeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Informatie over raming en realisatie van de diverse maatregelen is opgenomen
in de diverse jaarverslagen van VWS. In het jaarverslag over 2004 (Tweede
Kamer, 30 100 XVI, nr. 1) is een uitgebreid overzicht van raming en realisatie
van de maatregelen die in 2004 zijn ingegaan opgenomen. Het overzicht op pagina
192 tot en met pagina 194 van dat jaarverslag is grotendeels nog actueel voor
de verwachte realisatie in de jaren daarna. Uitzondering is de maatregel IVF-behandeling
en bijbehorende medicatie die met ingang van 2007 geheel wordt teruggedraaid.
De maatregel psychotherapie die in het overzicht wordt genoemd, wordt met
ingang van 2007 aangepast.</al>
      <al>In het jaarverslag 2005 (Tweede Kamer, 30 550 XVI, nr. 1) is op pagina
26 informatie opgenomen over de maatregelen die in 2005 zijn ingegaan.</al>
      <tuskop letat="rom">38</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De regering wil de komende periode extra aandacht geven
aan de jeugd. Er wordt daarom een begin gemaakt met het opzetten van Centra
voor jeugd en gezin. In de jeugdzorg staat de jongere centraal. Waarom is
er niet gekozen om dergelijke centrum in gemeenten te bestempelen als «Jeugdcentrum»
in plaats van centrum voor Jeugd en gezin?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De meeste kinderen groeien op in een gezin. Daar ligt de basis voor het
ontwikkelen van kinderen tot volwaardige deelnemers in de maatschappij. Het
centrum voor jeugd en gezin moet een laagdrempelig loket vormen waar zowel
jeugdigen als hun ouders terechtkunnen met vragen over opgroeien en opvoeden.</al>
      <al>Daarnaast is het belangrijk dat de directe omgeving van het kind wordt
betrokken bij de aanpak van problemen bij het opgroeien en opvoeden. Vaak
heeft niet alleen het kind problemen, maar speelt er meer in het gezin.</al>
      <al>Om het voorgaande tot uitdrukking te laten komen heeft het kabinet gekozen
voor de naam centrum voor jeugd en gezin.</al>
      <tuskop letat="rom">39</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">«De gemeenten gaan zoveel als mogelijk de ambulante
jeugdzorg voor hun rekening nemen.» Betekent dit dat de gemeenten taken
over gaan nemen van de bureaus jeugdzorg? Is het niet zo dat bureaus jeugdzorg
verantwoordelijk zijn voor de zorg (residentieel en ambulant) en de gemeenten
voor preventief jeugdbeleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de kabinetsreactie op het Sturingsadvies van de Commissaris Jeugd-
en Jongerenbeleid heeft het kabinet aangegeven de rol van gemeenten in het
jeugdbeleid te willen versterken, onder andere door nader in kaart te brengen
welke licht ambulante hulp, die nu onder bestuurlijke verantwoordelijkheid
van de provincies valt, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de
gemeente gebracht kan worden. Het gaat daarbij uitdrukkelijk om de bestuurlijke
verantwoordelijkheidsverdeling; gemeenten nemen dus geen taken over van bureau
jeugdzorg.</al>
      <al>In het kader van «Opvoeden in de Buurt» wordt samen met gemeenten
en provincies/stadsregio’s de verantwoordelijkheidsverdeling tussen
gemeenten en provincies voor ambulante hulp bekeken, en de randvoorwaarden
waaraan voldaan moet zijn om de gewenste taakverdeling te realiseren. </al>
      <tuskop letat="rom">40</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het juist dat de door de regering behaalde verlaging
van de groei van de kosten neerkomt op een verschuiving van de kosten. Kan
precies worden aangegeven welk deel van de verlaging van de kosten een verschuiving
betreft (naar aanvullende verzekering, eigen betaling) en welk deel een echte
kostenbesparing?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 36.</al>
      <tuskop letat="rom">41</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Gesteld wordt dat bij ongewijzigde groei (en ongewijzigd
beleid) de zorguitgaven per inwoner ruim € 300 per jaar hoger geweest
in 2007. Is het juist dat die € 300 inmiddels al betaald wordt door
verzekerden via de no-claim en de extra uitgaven voor ziektekostenverzekering
en met name aanvullende verzekeringen? Kan dus gesteld worden dat het kostenbesparende
beleid van deze regering berust op een verschuiving van kosten naar burgers?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De genoemde «ruim € 300» heeft betrekking op alle
uitgaven binnen het BKZ, zowel cure als care. Indien een onderscheid wordt
gemaakt dan heeft ongeveer tweederde betrekking op de cure en éénderde
op de care. Voorzover er sprake is van efficiencymaatregelen (convenanten)
kan niet gesproken worden van een verschuiving van kosten naar burgers. In
zowel de care als de cure is de laatste jaren sprake van convenanten. Voorzover
de lagere BKZ-uitgaven betrekking hebben op pakketmaatregelen is wel sprake
van een verschuiving van kosten naar burgers, waarbij er wel vanuit wordt
gegaan dat hierdoor een prikkel wordt gegeven tot efficiënter gebruik
van de betreffende zorg. De verhoging van de eigen bijdragen AWBZ en de invoering
van de no-claimteruggaveregeling zijn bij de berekening van het bedrag van «ruim € 300»
niet meegerekend.</al>
      <al>Zie ook het antwoord op vraag 36.</al>
      <tuskop letat="rom">42 en 342</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Volgens de raming zal de ZVW-premie maar liefst 10%
stijgen. Hoe is deze stijging precies onderbouwd? De stijging wordt slechts
deels opgevangen door een hogere zorgtoeslag, omdat de zorgtoeslag niet is
verlaagd toen de premie in het voorjaar 4% lager uitkwam dan geraamd.
Hoe groot is het negatieve koopkrachteffect van deze slechts gedeeltelijke
compensatie voor mensen ten opzicht van 2006?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen worden in 2007 getroffen om de nominale
premiestijging te beperken? Welk effect hebben die op de nominale premie Zorgverzekeringswet
in 2008 en verdere jaren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het CPB heeft geraamd dat de gemiddelde nominale premie met € 104
zal stijgen van 2006 op 2007. Deze stijging wordt voor circa € 45
verklaard door hogere uitgaven, voor circa € 30 doordat de nominale
premies meer moeten stijgen om in 2007 50% van de macro-premielast
te dekken (in 2006 was het aandeel van nominale premies plus rijksbijdrage
49%), voor een kleine € 10 vanwege het corrigeren van de
onevenwichtigheid in 2006 en voor circa € 20 uit verbetering van
het saldo van het zorgverzekeringsfonds. Incidentele factoren verklaren hiermee
ruim de helft van de premiestijging.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaande tabel bevat informatie over de effecten van de stijging van
de zorgpremie (kolom 1) en de zorgtoeslag (kolom 2). De hogere zorgtoeslag
compenseert de gestegen zorgpremie slechts deels (kolom 3). Dit komt omdat
de zorgtoeslag in 2006 feitelijk te hoog was. Het Kabinet heeft medio 2006
namelijk besloten om de zorgtoeslag ondanks een meevallende zorgpremie niet
te verlagen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het Kabinetsbeleid staat het algemene koopkrachtbeleid centraal en
niet de partiële plussen en minnen. Daarom is ter informatie in kolom
4 het algemene koopkrachtbeeld gegeven.</al>
      <tuskop letat="vet">Effecten stijgende zorgpremie en zorgtoeslag, 2006–2007 </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="51mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="30mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(1)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(2)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(3)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(4)</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"> </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">stijging premie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">stijging zorgtoeslag</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">(1) + (2)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">koopkracht MEV-raming</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">Actieven:</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Alleenverdiener met kinderen</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1%</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">2x modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3/4%</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Tweeverdiener</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Met kinderen</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">modaal + 1/2 modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">11/4%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">2x modaal + 1/2 modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">zonder kinderen</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">modaal + modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">2x modaal + modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Alleenstaande</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">minimumloon</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">2x modaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/4%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">0%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Alleenstaande ouder</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">minimumloon</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1/4%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/4%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3/4%</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11/4 %</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">Inactieven</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Sociale minima</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">paar met kinderen</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">alleenstaande</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">alleenstaande ouder</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 3/4%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">1/2%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">– 1/4%</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">11/4%</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">AOW (alleenstaand)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Sociaal minimum</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11/4% </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">AOW + € 5 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3/4%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/4%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1% </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">AOW (paar zonder kinderen)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Sociaal minimum</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 11/4%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">¾%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1% </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">AOW + € 10 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 1/2%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1%</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">43</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan het cadeautje dat de regering dit voorjaar uitreikte
door de zorgtoeslag niet te verlagen, ondanks het lager uitvallen van de premie
achteraf betiteld worden als «een sigaar uit eigen doos»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De hoogte voor de zorgtoeslag is september vorig vastgesteld op basis
van een geraamde premie van € 1106. De maximale zorgtoeslag voor
alleenstaande kwam uit op € 403 per jaar en voor een meerpersoonshuishouden
op € 1155 per jaar.</al>
      <al>In het voorjaar bleek de gemiddelde premie uit te komen op € 1030
per jaar. De zorgtoeslag zou als gevolg hiervan lager zijn vastgesteld, namelijk € 359
respectievelijk € 1067. Het kabinet heeft echter besloten om de
zorgtoeslag niet te verlagen.</al>
      <al>Dit jaar wordt de gemiddelde premie geraamd op € 1134 per jaar.
De maximale zorgtoeslag berekend op basis van de Wet op Zorgtoeslag afgesproken
formule bedraagt € 448 respectievelijk € 1255.</al>
      <al>Nee; het feit dat de zorgtoeslag niet lager is vastgesteld toen de premie
lager uitviel dan geraamd is een reëel voordeel voor de burger. Het niet
terugvorderen daarvan is daarmee geen sigaar uit eigen doos.</al>
      <tuskop letat="rom">44</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er voor gekozen burgers méér
te laten betalen voor de zorg via een premieverhoging van maar liefst 10%,
terwijl bedrijven een korting op de premie krijgen van 0.02%? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Zorgverzekeringswet is er – ter bescherming van burgers en
werkgevers – voor gekozen om vast te stellen dat de helft van de macropremieopbrengst
zal worden opgebracht via de inkomensafhankelijke bijdrage en de andere helft
via nominale premies. Verder is in de Zorgverzekeringswet vastgelegd, dat
indien achteraf blijkt dat de verhouding niet 50/50 is, er een correctie achteraf
plaatsvindt.</al>
      <al>Als in 2006 exact de helft van de macro-premielast zou zijn opgebracht
via de inkomensafhankelijke bijdrage, dan zou het bedrag dat via de inkomensafhankelijke
bijdrage wordt geheven evenveel moeten stijgen als het bedrag dat via nominale
premies wordt geheven. Omdat de nominale premie een bedrag in euro’s
is en de inkomensafhankelijke bijdrage een percentage van een van jaar op
jaar stijgend inkomen, kan de stijging van het percentage achterblijven bij
de groei van de nominale premie.</al>
      <al>In 2006 wordt naar huidige inschatting 51% van de macropremielast
opgebracht via de inkomensafhankelijke bijdrage. Omdat er in de raming van
wordt uitgegaan dat de inkomensafhankelijke bijdrage in 2007 50% van
de macro-premielast zal bedragen, zal de groei van de inkomensafhankelijke
bijdrage achterblijven bij de groei van de nominale premie. Dit wordt nog
verstrekt omdat in 2007 een vierde van de in 2006 teveel betaalde inkomensafhankelijke
bijdrage wordt gecorrigeerd via een lagere inkomensafhankelijke bijdrage en
een hogere nominale premie.</al>
      <tuskop letat="rom">45</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de verwachting van de minister ten aanzien van
de stijging van de zorguitgaven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De begroting 2007 van VWS bevat mijn verwachting ten aanzien van de stijging
van de zorguitgaven in 2007. Voor de periode na 2007 is de ontwikkeling van
de zorguitgaven die in de begroting is opgenomen gebaseerd op technische uitgangspunten.
Ik verwacht dat ook voor de jaren na 2007 een verdere stijging van de zorguitgaven
door vergrijzing en technologische ontwikkelingen onvermijdelijk is. In welke
mate de zorguitgaven na 2007 zullen stijgen zal echter mede afhangen van het
door het volgende kabinet gevoerde beleid.</al>
      <tuskop letat="rom">46</tuskop>
      <al>zie het antwoord op vraag 36.</al>
      <tuskop letat="rom">47</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe veranderen de koopkrachtplaatjes door de stijging
van de zorgpremie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het effect van de stijging van de zorgpremie bedraagt ¼% à ½%.
Het effect is meegenomen in het evenwichtige koopkrachtbeeld zoals dat in
de Prinsjesdagstukken is gepubliceerd.</al>
      <tuskop letat="rom">48</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop baseert de regering het optimisme, ook verwoord
in de brief van september 2006, dat het percentage ziekenhuiszorg waarover
aanbieders en zorgverzekeraars vrij kunnen onderhandelen per 2008 tot meer
dan driekwart van het aanbod kan worden verhoogd? Welke inschattingen van
algemene en acceptabele kostenstijging voor de gezondheidszorg liggen hieraan
ten grondslag?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de brief «Ruimte voor betere zorg» (Tweede Kamer, 29 248,
nr. 30) staat verwoord op welke wijze en onder welke voorwaarden de uitbreiding
van vrije prijzen in de ziekenhuiszorg gestalte kan krijgen. Uitgangspunt
hierbij is dat de eigen verantwoordelijkheid van partijen in de zorg en de
onderlinge concurrentie, zorg dragen voor een meer efficiënte werking
van de zorgmarkt. In de brief geef ik tevens aan mogelijk per 2008 een tijdelijk instrument van prijsbeheersing in te voeren waarbij de eigen verantwoordelijkheid
van instellingen en concurrentie tussen instellingen intact blijft. De algemene
en acceptabele kostenstijging komt tot uitdrukking in de ontwikkeling van
het BKZ.</al>
      <tuskop letat="rom">49</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de bewering gebaseerd dat de maatregelen
ter beheersing van de kosten hand in hand zijn gegaan met een verbetering
van de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg? Wat wordt precies verstaan
onder «kwaliteit en toegankelijkheid»? Voor welke groepen van
de bevolking geldt dit precies?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>VWS heeft in 2004 een aantal maatregelen genomen om de kosten in de zorg
te beheersen.</al>
      <al>In de Zorgbalans, die de situatie beschrijft zoals die was in 2004, wordt
geconstateerd dat Nederland anno 2004 een toegankelijk zorgsysteem heeft,
dat de kosten tussen 2000 en 2004 sterk zijn gestegen en dat Nederland wat
betreft kwaliteit van zorg op meerdere onderdelen bovengemiddeld presteert.
Wat betreft de effectiviteit van preventie en zorg, patiëntveiligheid
en ketenzorg is nog veel winst te boeken, aldus de Zorgbalans. Meer recente
cijfers over wachtlijsten over 2006 laten zien dat de wachtlijstproblematiek
verder afneemt en daarmee de toegankelijkheid van de zorg verbetert.</al>
      <al>Kwaliteit wordt in de Zorgbalans in navolging van het Amerikaanse Institute
of Medicine (IOM) gedefinieerd als «Kwaliteit van zorg betekent; doe
het juiste op het juiste moment, op de juiste wijze voor de juiste persoon –
wat leidt tot het beste mogelijke resultaat». Deze definitie wordt in
de Zorgbalans uitgewerkt in vijf kernaspecten: effectiviteit, veiligheid,
vraaggerichtheid, accreditatie en certificatie en innovatie.</al>
      <al>Toegankelijke zorg betekent volgens de Zorgbalans dat personen die zorg
nodig hebben, op tijd en zonder grote drempels toegang hebben tot de zorgverlening.</al>
      <al>In de eerste Zorgbalans worden geen uitspraken gedaan voor welke bevolkingsgroepen
dit precies geldt (zie ook het antwoord op de vragen 50, 51 en 159).</al>
      <tuskop letat="rom">50 en 51</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de bewering gebaseerd dat de gemiddelde wachttijden
in poliklinieken en bij dagopnames met 17% zijn gedaald en nu binnen
de normen vallen? Worden hier de Treek-normen bedoeld?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het de bedoeling dat de Treek-norm geldt voor ieder
individueel ziekenhuis en is vastgesteld als maximum wachttijd per specialisme
en niet is opgesteld als gemiddelde voor alle ziekenhuizen samen? Waarom staat
dan in de begroting dat de gemiddelde wachttijd binnen de norm valt als deze
gemiddelde wachttijd er eigenlijk niets toe doet en mensen nog steeds veel
te lang moeten wachten voor een aantal specialismen? Deelt u de mening dat
de bewering dat de gemiddelde wachttijden binnen de norm vallen, zoals nu
in deze begroting staat, eigenlijk een bewering is die geen enkele informatie
geeft, maar hier gebruikt wordt om een geweldig resultaat te suggereren dat
er in werkelijkheid helemaal niet is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er worden drie wachttijden geregistreerd binnen de ziekenhuizen. Als eerste
is dit de toegangstijd tot het ziekenhuis/de polikliniek. In de polikliniek
wordt bepaald welke behandeling noodzakelijk is voor de patiënt en op
welke wijze deze behandeling plaatsvindt; als klinische opname of in dagbehandeling.
Voor beide wordt de wachttijd geregistreerd. Wachttijden worden op het niveau
van het specialisme geregistreerd voor niet acute zorg en worden maandelijks
aangeleverd aan het DBC Informatie Systeem (DIS). Vanuit het DIS wordt maandelijks
een overzicht gepubliceerd op www.kiesBeter.nl. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Treeknormen die in het jaar 2000 zijn ontwikkeld geven maximale wachttijden
aan. Voor de toegangstijd tot de polikliniek is dit maximaal 4 weken, voor
dagopname is dit maximaal 6 weken en voor een klinische opname maximaal 7
weken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gemiddelde wachttijden hebben voor individuele patiënten minder betekenis.
Het geeft echter wel een beeld over de staat van het systeem. Daarom staat
in de begroting aangegeven dat de wachttijden gemiddeld genomen dalen. Dit
is een positieve ontwikkeling. De daling van 17% komt uit een vergelijking
tussen de gemiddelde wachttijd eind 2004 en de gemiddelde wachttijd zomer
2006. Naast de gemiddelde wachttijd wordt ook gekeken in hoeverre de wachttijden
binnen een ziekenhuis en per specialisme daadwerkelijk binnen de Treeknorm
liggen. De wachttijden worden hiervoor niet gemiddeld omdat dit geen zinvolle
informatie oplevert.</al>
      <tuskop letat="rom">52</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is in de praktijk werkelijk sprake van
het op blz. 11 geschetste ideaalbeeld van gereguleerde marktwerking? Bent
u werkelijk van mening dat de verzekeraarsmarkt «doorzichtig»
is en een vrije keuze voor mensen mogelijk is? Heeft u daarbij ook gekeken
naar de markt voor aanvullende verzekeringen? Uit welk onderzoek blijkt dat
de beschreven gunstige effecten daadwerkelijk tot stand zijn gekomen en het
gevolg zijn van de invoering van een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het stelsel van ziektekostenverzekering is de basis gelegd voor gereguleerde
marktwerking. De eerste tekenen wijzen erop dat daadwerkelijk sprake is van
marktwerking op de verzekeraarsmarkt. Zo blijkt uit de monitor van de NZa
uit juni 2006 (Tweede Kamer, 29 689, nr. 101) dat 18% van de verzekerden
is overgestapt naar een andere verzekeraar (tegen 3% van de ziekenfondsverzekerden
en 8% van de particulier verzekerden in voorgaande jaren). Ook blijkt
dat verzekeraars een ruim acceptatiebeleid hebben gehanteerd bij de aanvullende
ziektekostenverzekeringen. Daaruit leid ik af dat de verzekeraarsmarkt zodanig
doorzichtig is dat mensen een keuze hebben. De door de NZa geconstateerde
effecten zijn niet alleen te danken aan het nieuwe zorgstelsel. Het zijn in
de eerste plaats de gevolgen van ondernemend gedrag van de zorgverzekeraars
die zoveel mogelijk verzekerden aan zich hebben willen binden en het gegeven
dat veel verzekerden gebruik maken van de mogelijkheid over te stappen naar
een andere zorgverzekeraar. Het stelsel van ziektekostenverzekeringen maakt
dit mogelijk het door het vastleggen van sociale randvoorwaarden, zoals de
acceptatieplicht en het verbod op premiedifferentiatie.</al>
      <tuskop letat="rom">53</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In welke zin loont het voor patiënten absoluut
de moeite om te shoppen tussen de verschillende aanbieders? Welk voordeel
kunnen patiënten behalen, afgezien van een eventuele verlaging van de
nominale premie op termijn, en alleen als iedere verzekerde zich prijsbewust
gedraagt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wanneer het gaat om de keuze tussen polissen van zorgverzekeraars loont
het momenteel de moeite om te kijken naar verschillen in service-niveau’s
zoals ervaren door de verzekerden en naar aanvullende dekkingen die bijv.
voor chronisch zieken van belang zijn. De keuze-informatie op www.kiesBeter.nl
maakt het mogelijk dat verzekerden hun eigen wensen/voorkeuren aangeven, vervolgens
verschijnen de polissen die bij deze wensen/voorkeuren passen. In de nabije
toekomst zullen zorgverzekeraars zich steeds meer onderscheiden met hun zorginkoop.</al>
      <al>Wanneer het gaat om de keuze tussen zorgaanbieders geldt ook dat de patiënt/cliënt
op www.kiesBeter.nl zijn eigen wensen/voorkeuren kan aangeven (bijv. bij de
keuze van een verpleeghuis: «mag mijn huisdier mee?»,
bij de keuze van een ziekenhuis: «wat is de wachttijd, hoever moet ik
reizen en wat is bekend over de kwaliteit van het ziekenhuis?»).</al>
      <tuskop letat="rom">54</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De zorgaanbieders krijgen meer ruimte voor creativiteit
door een vermindering van de van bovenaf opgelegde beperkingen. Op welke manier
krijgen ze daar meer ruimte voor? Welke van bovenaf opgelegde beperkingen
worden verminderd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om goed aan de behoeften van zorgconsumenten te kunnen voldoen is het
van belang dat zorgaanbieders voldoende vrijheid krijgen bij de inzet van
hun productiemiddelen (arbeid en kapitaal) en dat deze vrijheid ook maximaal
benut kan worden in de onderhandelingen met verzekeraars. Zorginstellingen
moeten zich meer als zorgondernemers kunnen gaan gedragen, met de daarbij
horende lusten en lasten. In dit verband wordt met name het huidige bouwregime
door zorgaanbieders als beperkend ervaren. Door over te stappen op integrale
prestatiebekostiging kan het bouwregime worden afgeschaft en gaan zorgaanbieders
zelf de risico’s dragen van hun investeringsbeslissingen. Gelijktijdig
met de presentatie van een uitgewerkt voorstel voor de implementatie van integrale
prestatiebekostiging zal toezichtvisie voor de WTZi gepresenteerd worden.</al>
      <tuskop letat="rom">55</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de minister van mening dat het toezicht van de patiënt
op de in rekening gebrachte DBC’s cruciaal is ter controle van de rekening?
Is de minister bereid de patiënt altijd inzicht te geven in de gedeclareerde
rekeningen bij de verzekeraar, alsnog over te nemen en dit verplicht te stellen?
Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het proces van het openen van een DBC tot aan de feitelijke DBC-declaratie
is onderhevig aan een aantal controles ter waarborging van de betrouwbaarheid
van het systeem.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zo zijn bij de zorgaanbieders eisen gesteld aan de administratieve organisatie
en interne controle. Deze minimale eisen zijn door het NZa opgenomen in de
nadere regel en de kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle
(AO/IC) inzake DBC-registratie en facturering.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de nadere regel AO/IC staat dat de Raad van Bestuur van een ziekenhuis
verantwoordelijk is voor het opzetten en handhaven van een effectief systeem
van interne beheersing ter verzekering van de betrouwbaarheid van de DBC-registratie
en facturering. Het systeem van interne beheersing heeft betrekking op de
bedrijfsvoering die het gehele traject omvat dat start met de toekenning van
de initiële DBC-score en dat eindigt met de afwikkeling daarvan door
middel van facturering aan de zorgverzekeraars. Hieronder valt het beoordelen
van de indeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, het identificeren
van de belangrijkste risico’s, het adequaat omgaan met deze risico’s,
het toezicht houden op de continue effectieve werking van de beheersingsmaatregelen,
het rapporteren en het verantwoording afleggen. De Raad van Bestuur dient
ieder jaar een bestuursverklaring af te geven over de DBC-registratie en DBC-facturatie.
Vervolgens stelt de accountant een onderzoek in naar het gestelde in de bestuursverklaring
DBC registratie en facturering. Naast de kaderregeling AO/IC geldt dat verzekeraars
naast de formele controle, de mogelijkheid hebben om steekproefsgewijs DBCs
te controleren (materiele controle).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de controles door het ziekenhuis en de controle door de verzekeraar
is het, mede vanwege de transparantie voor de patiënt en het kostenbewustzijn, van belang dat een verzekerde inzage heeft in de in rekening
gebrachte kosten. Er ligt dus een prikkel bij de verzekeraars om hun verzekerden
te voorzien van inzage in voor hen ontvangen en uitgekeerde declaraties, onder
andere door de afrekening van de no-claim.</al>
      <tuskop letat="rom">56</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het systeem van DBC’s moet eenvoudiger. In samenwerking
met de betrokken brancheorganisaties wordt op dit moment bezien welke stappen
genomen kunnen worden. Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomst
van de gesprekken met de brancheorganisaties?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnenkort ontvangt u de reguliere voortgangsrapportage over de invoering
van DBCs. Hierin staat ook de laatste stand van zaken beschreven met betrekking
tot het verbeterplan «DBCs: eenvoudig beter».</al>
      <tuskop letat="rom">57</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de huidige kosten van de DBC’s? Wat
zijn de verwachte kosten c.q. baten van het proces van vereenvoudiging van
het DBC-stelsel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals vermeld in mijn brief van 24 februari 2006 (Tweede Kamer, 29 248,
nr. 24), bedragen de structurele administratieve lasten (AL) vanaf 1 januari
2007 vermoedelijk € 21,9 miljoen per jaar. Dit bedrag is de resultante
van de AL als gevolg van het DBC Informatiesysteem, de validatie module, de
administratieve organisatie en interne controle en softwarelicenties.</al>
      <al>Hierin zijn de baten van de DBC systematiek op de administratieve lasten
niet meegenomen.</al>
      <al>Positieve effecten zijn te verwachten bij het declaratieverkeer door het
afnemen van het aantal facturen en het lagere foutpercentage van facturen
door de validatie module. Daarnaast zal het DIS zijn meerwaarde laten zien
doordat de informatievoorziening nu centraal geregeld is. Deze beide effecten
zijn echter niet gekwantificeerd.</al>
      <al>Overigens hebben de echte baten van het DBC systeem betrekking op transparantie,
nooit eerder is zoveel informatie beschikbaar geweest over de ziekenhuiszorg,
en een beheerste kostenontwikkeling als gevolg van de introductie van marktwerking.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op initiatief van partijen is in juni dit jaar een verbeterplan opgesteld
genaamd «DBCs eenvoudig beter». Het verbeterplan leidt ertoe dat:</al>
      <al>• gelijksoortige gegevens één keer worden vastgelegd,
dat voorkomt fouten en vermindert administratieve lasten.</al>
      <al>• het systeem wordt geüniformeerd, ongeacht specialisme en interpretatie
van registratievoorschriften. Dat zorgt er voor dat er niet 24 systemen zijn
maar 1 systeem is, die de zorgvraag van een patiënt vertaalt in een DBC.</al>
      <al>• er optimaal gebruik wordt gemaakt van de techniek, dit leidt tot
minder administratieve lasten en een eenduidiger DBC registratie en declaratie.</al>
      <al>• er herkenbare DBCs worden gedeclareerd met herkenbare tarieven
voor de patiënt. Daarnaast wordt onderhandeld over slim gevulde mandjes
(clusters) van DBCs.</al>
      <al>Door deze verbeteringen zullen de structurele administratieve lasten naar
verwachting lager uitvallen, maar dat is op dit moment nog niet te kwantificeren.</al>
      <tuskop letat="rom">58</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer wordt gerealiseerd dat de investeringskosten
integraal deel zullen uitmaken van de DBC-tarieven? Wat zijn de effecten voor
de ziekenhuissectoren als de investeringskosten integraal deel uit gaan maken
van de DBC-tarieven? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals in de brief «Ruimte voor betere zorg» van september
jl. is aangekondigd (Tweede Kamer, 29 248, nr. 30), zal er vanaf 1 januari
2008 sprake kunnen zijn van integrale bekostiging. Ziekenhuizen zijn vanaf
dat moment volledig verantwoordelijk voor de exploitatie. Dat betekent dat
zij zelf kunnen beslissen in welke mate ze investeren in (kort gezegd) mensen
of gebouwen en of ze vastgoed kopen, huren of leasen. Daar staat tegenover
dat ze hun inkomsten zelf moeten genereren via productieafspraken met verzekeraars.
Daadwerkelijke invoering wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.</al>
      <tuskop letat="rom">59</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Ook voor de geneeskundige Geestelijke Gezondheidszorg
wordt gewerkt aan financiering op basis van DBC’s. Wanneer wordt de
Kamer geïnformeerd over de voortgang van de invoering van DBC’s
in de curatieve GGZ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de voortgangsrapportage DBCs is een paragraaf opgenomen over de invoering
van de DBCs in de geestelijke gezondheidszorg. De voortgangsrapportage DBCs
ontvangt u binnenkort.</al>
      <tuskop letat="rom">60</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Verdere overheveling van delen van de AWBZ naar de
Zorgverzekeringswet en de Wmo kan volgens de regering bijdragen aan een doelmatiger
stelsel van langdurige zorg en ondersteuning. Welke onderdelen van de AWBZ
wil de regering overhevelen naar de Wmo? Waarom juist deze onderdelen? Wat
zijn de voor- en nadelen van overheveling? Wanneer denkt de regering dat gemeenten
voldoende ervaring hebben opgedaan met de Wmo? Wat is «voldoende ervaring»?
Op welke wijze wil de regering aantonen dat er voldoende ervaring is opgedaan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit kabinet zal geen onderdelen van de AWBZ meer overhevelen naar Wmo
of Zvw. In de brief, waarin het kabinet zijn standpunt formuleert op de rapporten
van de werkgroep IBO-AWBZ en de RVZ over de toekomst van de AWBZ, geeft het
kabinet aan dat zij hieromtrent geen besluiten meer zal nemen. Wel wordt in
kaart gebracht of er verbetering kan worden gevonden in het aanbod, door de
zorg die nu geleverd wordt via de AWBZ te combineren met zorg/ondersteuning
die nu geleverd wordt via de Zvw dan wel de Wmo. Die analyse vindt plaats
op twee niveau’s: vanuit het perspectief van inhoudelijke synergie en
vanuit het perspectief van doelmatigheid. Een viertal gemeenten voeren momenteel
pilots uit met de functies ondersteunende en activerende begeleiding. Deze
pilots duren tot eind 2007. Wanneer de gemeenten voldoende ervaring hebben
opgedaan is niet zonder meer aan te geven, dat is afhankelijk van het betreffende
onderwerp</al>
      <tuskop letat="rom">61</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de kosten van de website KiesBeter.nl?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 is een bedrag van € 3 miljoen begroot voor kiesBeter.nl
(beheer, onderhoud en verdere ontwikkeling). Voor nadere informatie over de
kosten van kiesBeter.nl verwijs ik u naar de antwoorden op vragen van het
Kamerlid Heemskerk (PvdA) over de kosten van de website kiesBeter d.d. 14 december
2005 (kamervragen 2050603500).</al>
      <tuskop letat="rom">62</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de planning voor de kwaliteitsprojecten in het
kader van «Zorg voor beter» voor gehandicaptenzorg en GGZ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Momenteel worden de bestaande verbetertrajecten in het kader van «Zorg
voor Beter», waarin de gehandicaptenzorg reeds participeert, opengesteld voor de ggz. Verder krijgen de gehandicaptenzorg en de ggz meer aandacht
in het «Zorg voor Beter» programma door een extra impuls in de
verbetertrajecten. De voorbereidingen hiervoor lopen tot januari 2007. Begin
2007 vindt hierover besluitvorming plaats waarna de feitelijke uitvoering
van de nieuwe verbetertrajecten zal starten en tot medio 2009 door zal lopen.</al>
      <tuskop letat="rom">63</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe vaak worden de andere steekproefsgewijs bezocht?
Wie bepaalt de steekproef?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de invoering van het gefaseerd en gelaagd toezicht is er geen vaststaande
norm meer voor het aantal instellingen dat de inspectie bezoekt. De kern van
het gefaseerd en gelaagd toezicht is dat de inspectie bij die instellingen
gaat kijken die risicovol voor cliënten lijken te zijn. De risico-inschatting
komt voort uit de analyse van de informatieverzameling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts bezoekt de inspectie een steekproef van a select gekozen organisatorische
eenheden uit de rest van alle instellingen (die niet als risicovol uit de
risico-analyse naar voren komen). De inspectie bepaalt de omvang van de steekproef
aan de hand van de voor de bezoeken beschikbare personele capaciteit.</al>
      <tuskop letat="rom">64</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er voor iedere zorgconsument evenveel te kiezen
in de gezondheidszorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Hoeveel keuzemogelijkheden een zorgconsument heeft hangt af van zijn
persoonlijke wensen en behoeften, zijn persoonlijke situatie en het aanbod
van zorg en verzekeringen dat daarbij past. Zo heeft een zorgconsument die
bereid is te reizen keuze uit meer ziekenhuizen dan een zorgconsument die
per se een ziekenhuis in de buurt wil kiezen.</al>
      <tuskop letat="rom">65</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Verantwoordelijkheid voor kwaliteit van zorg wordt
door de regering primair bij de aanbieders van zorg gelegd. Welke concrete
systeembrede verantwoordelijkheid voor kwaliteit van zorg ziet de regering
voor zichzelf en de overheid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De fundamentele veranderingen van het stelsel in zowel de curatieve sector
als de sector van de langdurige zorg geeft meer ruimte en verantwoordelijkheid
aan zorgaanbieders, financiers/verzekeraars en consumenten. Door concurrentie
wordt onderscheid van belang niet alleen op prijs maar juist ook op kwaliteit.
Door kwaliteitsprestaties transparant te maken, kan goede kwaliteit beloond
worden en wordt achterblijvende kwaliteit niet langer gecontracteerd. Partijen
houden elkaar dus primair scherp op het permanent verbeteren van kwaliteit.</al>
      <al>De verantwoordelijkheid van de overheid ligt in het laten werken van dit
systeem, in het partijen in staat stellen om hun rol in dit systeem te vervullen.
Dat is de reden dat wij ons inspannen om in alle sectoren tot kwaliteitsprogramma’s
te komen (Sneller Beter, Zorg voor Beter, Beter Voorkomen en LAK GGZ/VZ).
Eveneens zijn wij daarom betrokken bij de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren.
Waar nodig heeft de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) vanuit hun toezichthoudende rol een stimulerende en handhavende
taak bij het vaststellen van kwaliteitsindicatoren.</al>
      <al>In het bijzonder hebben wij aandacht voor de ontwikkeling van indicatoren
voor patiëntveiligheid. Bindende normen zijn van belang, zeker voor belangrijke
veiligheidsaspecten. </al>
      <al>Voor de jeugdzorg en de collectieve preventie en maatschappelijke ondersteuning
geldt dat ook provincies respectievelijk gemeenten een taak hebben ten aanzien
van het waarborgen van kwaliteit van zorg.</al>
      <tuskop letat="rom">66 en 67</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven wat de knelpunten zijn in
het huidige beleid met betrekking tot het screenen en behandelen van ondervoeding?
Wat ervaren leidinggevenden in zorginstellingen en zorgverzekeraars naar de
mening van de regering als knelpunten in het screenen en behandelen van ondervoeding?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven in hoeveel instellingen een
protocol gehanteerd wordt ten behoeve van screening en behandeling van ondervoeding,
uitgesplitst naar ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen? Kan de regering
aangeven per soort instelling welk percentage dat is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De problematiek van ondervoeding is divers en complex is. Het betreft
een niet eenduidige groep mensen die om meerdere redenen ondervoed kan zijn.
Het kunnen oudere mensen zijn maar ook mensen die voor een operatie of een
ernstige lichamelijke aandoening in het ziekenhuis verblijven.</al>
      <al>Allereerst is het van belang te realiseren dat bij ouderen door fysieke
veranderingen het gevoel van honger en dorst maar ook de smaak van het eten
verandert. Het gaat daarbij om mensen die (mogelijk in hun laatste levensfase)
niet meer willen of kunnen eten, die daarbij moeten worden geholpen of waarbij
zich zelfs het dilemma van gedwongen voeden voordoet. Het gaat vaak om mensen
die tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen en ondervoed een instelling binnen
komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Personeel moet alert zijn op eetgedrag van bewoners en signaleren dat
bewoners slecht eten. Daar begint de oplossing. De oplossing of behandeling
is vervolgens sterk afhankelijk van de oorzaak van de ondervoeding. Moet er
meer tijd en aandacht worden besteed aan: is een gezelligere ambiance de oplossing
of moet er gestart worden met gedwongen toedienen van voeding. Dit laatste
is altijd een afweging die tussen familie en arts wordt gemaakt. Aandacht
voor eten en drinken is nu een onderdeel van de programma’s Zorg voor
Beter en Sneller Beter. Werken met een screeningslijst en de implementatie
van de richtlijn voeding&amp;vocht krijgen hierin veel aandacht.</al>
      <al>Het is niet bekend in hoeveel instellingen op dit moment een protocol
wordt gehanteerd voor screening en behandeling van ondervoeding. In het toetsingskader
voor verantwoorde zorg in de verpleging, verzorging en thuiszorg is voeding
en ondervoeding als indicator opgenomen. IGZ zal structureel toezien op dit
onderwerp.</al>
      <tuskop letat="rom">68</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe staat het met de invoering van het Elektronisch
Kinddossier? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kamer is met mijn brief van 21 april 2006 (Tweede Kamer, 29 284/30 300
XVI, nr. 19) geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot
het Elektronisch Kinddossier in de Jeugdgezondheidszorg 0–19 jaar. Met
deze brief heb ik de Kamer geïnformeerd over mijn besluit te komen tot
de invoering van één gemeenschappelijk systeem met een planning
voor het invoeringstraject van het EKD JGZ. Na deze rapportage is de Stichting
EKD Nederland opgericht op 26 juli 2006. Deze Stichting heeft inmiddels
een subsidie voor het jaar 2006 ontvangen ten behoeve van het ontwikkelen,
aanbesteden en beheer van het gemeenschappelijk registratiesysteem. Met betrekking
tot de toekenning van subsidie over de jaren 2007 en 2008 vindt nog overleg
met de Stichting plaats. Met de VNG is overleg over de verdeling
van de middelen in verband met de landelijke invoering van het elektronisch
kinddossier in de jeugdgezondheidszorg.</al>
      <tuskop letat="rom">69</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het budget voor de ontwikkeling van Centra voor
Jeugd en Gezin structureel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het budget waar u op doelt, bedoeld om de hulp aan risicokinderen en -gezinnen
vanuit de centra voor jeugd en gezin verder te ontwikkelen, is structureel.</al>
      <al>Voor de periode 2006 t/m 2008 worden deze middelen ingezet bij de zeven
gemeenten van wie op grond van statistische gegevens is vastgesteld dat zij
voor de grootste opgave staan als het gaat om hulp aan risicogezinnen. Na
afloop van deze periode wordt mede op basis van de ervaringen van deze zeven
gemeenten besloten over de structurele inzet van de middelen.</al>
      <tuskop letat="rom">70</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat voor versterkingen in de keten voor jeugd-ggz wilt
u doorvoeren naar aanleiding van het rapport van de Inspectie voor de Jeugdzorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het inspectierapport «Toegang naar jeugd-ggz kan sneller en beter»
maakt duidelijk dat verbetering van de samenwerking tussen bureaus jeugdzorg
en de jeugd-ggz noodzakelijk is. Het IPO heeft in overleg met ZN, de MO groep,
GGZ Nederland, NVO/NIP, het CIZ en mijn ministerie het «protocol indicatiestelling
jeugdigen met psychiatrische problematiek» opgesteld. Doel hiervan is
het bevorderen van een adequate uitvoering van de indicatiestelling en het
bevorderen van samenwerking en afstemming tussen de bureaus jeugdzorg en de
jeugd-ggz aanbieders. Het indicatieprotocol is een belangrijke stap in het
uitwerken van de aanbevelingen van de inspectie. Dit protocol wordt op 1 januari
2007 ingevoerd. Het is aan het veld om de implementatie van het protocol indicatiestelling
verder uit te werken. Verder maakt het inspectierapport duidelijk dat de situatie
per provincie sterk verschilt. Men kan dus van elkaar leren. De situatie in
Zuid-Holland laat bijvoorbeeld zien hoe het wel kan.</al>
      <tuskop letat="rom">71</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen worden genomen om de problemen omtrent
de Europese aanbesteding in de overgang van de huishoudelijke verzorging op
te lossen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Europese aanbesteding is voor zowel gemeenten als de aanbieders van hulp
bij het huishouden een intensief traject. Om gemeenten te ondersteunen is
een uitgebreide handreiking verschenen met uitleg van de regels en tips bij
het aanbesteden. Daarnaast zijn er informatiebijeenkomsten geweest en heb
ik een modelbestek voor aanbesteding laten opstellen en beschikbaar gesteld.
Het overgangsrecht regelt dat gemeenten voldoende kunnen nemen om een zorgvuldig
aanbestedingstraject te doorlopen.</al>
      <tuskop letat="rom">72</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De positie van de burger verandert met de invoering
van de Zorgverzekeringswet en de Wmo. De burger moet zich ontwikkelen tot
een gelijkwaardige partner in relatie tot de zorgaanbieder en de verzekeraar.
Burgers kunnen deze rol alleen waarmaken als ze beschikken over goede informatie.
Pas dan kunnen ze écht kiezen. Goede voorlichting is hierbij ook cruciaal.
Wordt er dit jaar weer een voorlichtingscampagne georganiseerd over de zorgverzekeringswet,
de mogelijkheid van overstappen, de premiestijging van de zorgverzekering,
de verlaging van de AWBZ premie enz? Zo ja, wanneer en op welke manier? Zo
neen, waarom niet? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook dit jaar geeft de overheid voorlichting over de zorgverzekeringswet.
Die voorlichting zal beperkter zijn dan vorig jaar omdat alle burgers inmiddels
een jaar ervaring met de nieuwe zorgverzekering hebben. In de voorlichting
wordt extra nadruk gelegd op de – ten opzichte van vorig jaar afwijkende –
regels die gelden voor het opzeggen en overstappen. Voor dit deel van de boodschap
zal gebruik worden gemaakt van een televisie- en radiospotje en van meerdere
advertenties in de landelijke en regionale dagbladen.</al>
      <al>Naast deze hoofdboodschap worden via een pagina in de huis-aan-huiskranten
(landelijk dekkend) en op de website van VWS (www.denieuwezorgverzekering.nl)
ook andere belangrijke veranderingen in het zorgstelsel bekend gemaakt en
toegelicht zoals de aanpassingen in het verzekerde pakket en de introductie
van het burgerservicenummer.</al>
      <al>Daarnaast is dit jaar ook weer – verdiept en in meer uitgebreide
vorm – de vergelijkingssite www.kiesBeter.nl voor de consument beschikbaar. </al>
      <tuskop letat="rom">73</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe worden de voornemens van de regering ten aanzien
van de rol van zorgaanbieders en -verzekeraars op het terrein van de preventieve
gezondheidszorg geoperationaliseerd? Hoe bevordert de regering dat preventie
onderdeel gaan uitmaken van de dagelijkse praktijk van de zorgverlener? Hoe
wil de regering bevorderen dat zorgverzekeraars een meer belangrijke rol spelen
bij preventie dan tot nu toe?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de preventienota die ik op 6 oktober jl. naar de Tweede Kamer
heb gestuurd (Tweede Kamer, 22 894, nr. 110) heb ik melding gemaakt van
de voorbereidingen voor de ontwikkeling van (individuele) preventieve strategieën
voor zorgverleners, naast de meer collectieve preventieve activiteiten op
lokaal niveau. Ik heb als onderdeel van die voorbereiding concreet genoemd:</al>
      <al>• Advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg over publieke
gezondheid (RVZ, najaar 2006);</al>
      <al>• Advies van het College voor Zorgverzekeringen over preventie (najaar
2006);</al>
      <al>• Rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek preventie
(voor medio 2007).</al>
      <al>Het is de bedoeling dat het volgende kabinet mede op basis van deze adviezen
zijn visie ontvouwt op hoe preventie in het individuele zorgcontact met landelijk
beleid kan worden versterkt. Wat mij betreft zal het versterken van de rol
van de zorgverzekeraars hiervan een belangrijk onderdeel zijn. Het is nu te
vroeg om in extensie uit de doeken te kunnen doen hoe dat concreet gestalte
gaat krijgen. Duidelijk is wel dat hier creatieve oplossingen gevraagd worden
om het bekende dilemma van zorgverzekeraars te doorbreken, namelijk dat hun
investeringen in preventie gemakkelijk de concurrent ten goede kunnen komen
op het moment dat verzekerden hun verzekering opzeggen.</al>
      <al>Overigens is mij gebleken dat de zorgverzekeraars een belangrijker rol
bij preventie willen spelen.</al>
      <tuskop letat="rom">74</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de opvatting dat zorgaanbieders het als hun
taak moeten zien patiënten te wijzen op de gevolgen van (ongezond) gedrag
en dat zorgverzekeraars een meer belangrijke rol kunnen spelen bij preventie
geoperationaliseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de preventieve rol van zorgverzekeraars, zie het antwoord op vraag
73. Voor de preventieve rol van zorgaanbieders zie het antwoord op de vragen
76 en 78. </al>
      <tuskop letat="rom">75</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt de rol die zorgverzekeraars kunnen spelen
bij preventie niet opgenomen als een aspect in het basispakket of meegenomen
in het vereveningsstelsel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Opnemen van preventie in het basispakket is zinvol indien dit doelmatig
is. Daarbij zal ook moeten worden afgewogen of collectieve financiering i.p.v.
meer individuele bekostiging de aangewezen weg is. In overleg met de zorgverzekeraars
zal ik de mogelijkheden hiertoe nader verkennen.</al>
      <tuskop letat="rom">76 en 78</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke rol dienen zorgaanbieders volgens de minister
concreet te vervullen bij het wijzen op ongezond gedrag bij patiënten?
Als zij hier stelselmatig meer tijd voor moeten uittrekken, hoe dient dit
dan te worden bekostigd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zorgaanbieders moeten het volgens de regering als hun
taak zien de patiënt te wijzen op de gevolgen van zijn gedrag. Zij moeten
dat stelselmatiger doen en vooral ook niet vrijblijvend. Wat wordt hiermee
bedoeld? Worden er gevolgen gebonden aan het niet wijzen op de gevolgen van
het gedrag van de patiënt? Zo ja, op welke manier?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De rol die zorgaanbieders hierin vervullen maakt onderdeel uit van de
specifieke behandeling, die over het algemeen is vastgelegd in de kwaliteitsstandaarden
en richtlijnen van de desbetreffende beroepsgroep. De mate en intensiteit
hiervan wordt in eerste instantie bepaald door de zorgverlener op basis van
deze standaarden en richtlijnen. Uiteraard draagt de patiënt ook een
eigen verantwoordelijkheid. Bij tijdsintensieve en medisch noodzakelijk geachte
behandelingen kan ook verwezen worden naar andere zorgverleners: (bijvoorbeeld
fysiotherapeut – bij meer bewegen en diëtist – bij voedingsadvisering)
die het desbetreffende deel van de behandeling uitvoeren. De bekostiging vindt
plaats op basis van de WMG tarieven en/of eigen betalingen. Zie ook antwoorden
op 73, 74 en 75.</al>
      <tuskop letat="rom">77</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe worden de regio’s van de GGD’en en
de veiligheidsregio’s meer met elkaar in overeenstemming gebracht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gemeenschappelijke regeling voor het instellen van een GGD en het in
overeenstemming brengen van GGD’en en veiligheidsregio’s is de
primaire verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het kabinet heeft zich meerdere
malen uitgesproken over het belang van territoriale congruentie tussen GGD’en
de GHOR-regio’s en de veiligheidsregio’s. In 2005 is in samenwerking
met de VNG het project «Openbare gezondheid en veiligheid» gestart.
Hierin delen gemeenten de ervaringen met het realiseren van deze congruentie.
VWS zal in samenwerking met het ministerie van BZK nieuwe initiatieven inzetten
om deze congruentie te stimuleren en indien nodig op termijn wettelijk te
verankeren.</al>
      <tuskop letat="rom">78</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 76.</al>
      <tuskop letat="rom">79</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt vergaande innovatie, zowel op het gebied
van ICT als in de organisatie van de zorg, afgedwongen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Innovatie is te zien als vernieuwing die neerslaat in producten, diensten,
processen of organisatievormen. Op vele plaatsen wordt gewerkt aan innovaties,
in de wetenschap, bij kennisinstituten, maar misschien wel vooral bij de zorgaanbieders
zelf. Vanuit de ideologie van een overheid die systeemverantwoordelijk
is en private partijen die uitvoeringsverantwoordelijk zijn, dient de innovatieve
kracht primair van zorgaanbieders en inkopers te komen. Het feitelijk afdwingen
van vernieuwing in medisch handelen, nieuwe organisatievormen of anderszins
is niet mogelijk. De rol van de overheid op het gebied van innovatie bestaat
uit het creëren van de juiste prikkels voor zorgaanbieders om zich te
verbeteren en voor zorgverzekeraars om zorg met een goede prijs/kwaliteit
verhouding in te kopen. Zorgverzekeraars zullen steeds vaker zorg inkopen
bij verschillende aanbieders en daarbij kiezen voor de zorgaanbieder met de
beste kwaliteit/prijs verhouding, die is bereikt door te innoveren. Zorgaanbieders
zullen moeten voorkomen dat men zich «uit de markt» prijst en
daarom genoodzaakt zijn om meer doelmatigheid te genereren, innovatief te
zijn en zorg van goede kwaliteit te leveren. Innovatie wordt voor aanbieders
en verzekeraars een steeds natuurlijker proces. Verder kan de overheid een
bijdrage leveren aan het transparant maken van innovaties en deze communiceren
zodat deze sneller worden ingevoerd. Een voorbeeld van hoe de overheid dat
doet is het programma Sneller Beter. Een van de activiteiten die in het kader
van Sneller Beter heeft plaats gevonden is een inventarisatie bij de ziekenhuizen
van voorbeelden van goede zorg. Dit heeft ertoe geleid dat op www.SnellerBeter.nl
een overzicht van ruim 400 voorbeelden van goede zorg zijn opgenomen. Het
op deze wijze transparant maken van de goede voorbeelden faciliteert de werkers
in de zorg om van elkaar te leren en brengt daarmee een versnelling aan in
de verspreiding van de goede voorbeelden. Uit bezoekcijfers van de website
www.SnellerBeter.nl blijkt dat elke werkdag ca. 500 personen vanuit de ziekenhuissector
deze database raadplegen.</al>
      <al>Innovatie in de zorg door verdergaande optimalisering van het gebruik
van ICT in de zorg wordt vanuit VWS bevorderd door het faciliteren van de
landelijke basisinfrastructuur in de zorg met het landelijk schakelpunt, de
UZI-pas en de sectorale berichtenvoorziening BSN. Tevens is een wetsvoorstel
gebruik BSN in de zorg ingediend die het betrouwbaar gebruik van het BSN in
de zorg mogelijk maakt. Het zorgveld wordt door een implementatieorganisatie
van VWS ondersteund bij de invoering van het elektronisch medicatiedossier
en het e-waarneemdossier voor huisartsen, de eerste twee hoofdstukken van
het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD). Wetgeving inzake het
verplicht gebruik van het landelijk EPD wordt voorbereid.</al>
      <al>Het nationaal ICT instituut in de zorg (NICTIZ) werkt aan de verdere ontwikkeling
van een landelijk EPD en heeft een belangrijke taak voor het zorgveld op het
gebied van kennis en advies &amp; onderzoek en ontwikkeling inzake ICT.</al>
      <al>Tenslotte is de zorgsector een van de vier sectoren van rijksbrede Actieprogramma
Maatschappelijke Sectoren &amp; ICT. Dit stimuleringsprogramma wil ICT-toepassingen
opschalen. Door brede inzet en slim gebruik van ICT is het beoogd effect het
realiseren van doorbraken, stimuleren van economische groei en bevorderen
van innovatie. Het programma is in 2005 gestart en loopt tot 2008. In 2006
zijn reeds een aantal projecten gericht op doorbraken in de ketenzorg gehonoreerd.</al>
      <tuskop letat="rom">80</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen worden genomen om herintreders in
de zorgsector tot een opleiding of tot na- en bijscholing te bewegen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 13.</al>
      <tuskop letat="rom">81</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Valt het alcoholmatigingsbeleid van sportverenigingen
ook binnen het keurmerk? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het alcoholmatigingsbeleid is onderdeel van het keurmerk van de gezonde
sportvereniging. In het overleg met de georganiseerde sport voor de mogelijke
verbreding van dat keurmerk naar een keurmerk van de moderne sportvereniging
wordt dit onderwerp daarbij betrokken.</al>
      <tuskop letat="rom">82</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk percentage van de VWS-begroting wordt besteed
aan sport? Hoe staat dit percentage in relatie tot de ambitieuze doelstellingen
van de regering op dit onderwerp?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van de totale begrotingsuitgaven van VWS van bijna € 13,6 miljard
wordt in 2007 ruim € 100 miljoen besteed aan Sport. Het sportbudget
maakt daarmee 0,75% uit van de totale begrotingsuitgaven van VWS.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het totaal van de begrotingsuitgaven exclusief Rijksbijdragen is € 4,4
miljard. Daartegen afgezet bedraagt het aandeel van het sportbudget 2,3%.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het opstellen van de nota «Tijd voor sport» heeft het
kabinet het sportbudget verhoogd van ca. € 70 miljoen per jaar naar
ca. € 100 miljoen per jaar. Hiermee krijgt de sport in Nederland
een stevige impuls. Het kabinet is van mening dat dit budget voldoende is,
om in nauwe samenwerking met alle partners, de ambitieuze doelstellingen te
kunnen realiseren.</al>
      <tuskop letat="rom">83</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de kosten voor tijdige en goede indicatie
per kind?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen kostprijs voor een tijdige en goede indicatiestelling per kind
vastgesteld. De beschikbare gegevens laten zien dat er grote verschillen bestaan
tussen de bureaus jeugdzorg. Mede naar aanleiding van het normprijsonderzoek
bureaus jeugdzorg is geconstateerd dat verdere uniformering van de werkwijzen
van de bureaus jeugdzorg nodig is. Met de doorbraakmethode wordt ook een doelmatigheidsslag
in de indicatiestelling verwacht. Deze factoren zijn van invloed op de kosten
van de indicatiestelling.</al>
      <tuskop letat="rom">84 en 334</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waardoor is de tegenvaller bij tandheelkundige specialistische
zorg precies ontstaan?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven waardoor de tegenvallers bij de tandheelkundige
specialistische zorg, overige curatieve zorg, preventie en ergotherapie worden
veroorzaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tegenvaller bij de tandheelkundige specialistische zorg van € 17,8
miljoen kent een structureel karakter en hangt mogelijk voor een deel samen
met demografische groei en verschuivingen in vraag en aanbod. Voorts heeft
het CVZ aangegeven dat de kostenstijging voor een deel kan worden verklaard
door een wijziging in de wijze van verantwoorden. In 2005 moesten zowel de
gedeclareerde honoraria van tandheelkundig specialisten in loondienst als
van vrijgevestigde specialisten onder eenzelfde code worden verantwoord. In
2004 gold dit alleen voor vrijgevestigde specialisten (kaakchirurgen). Door
deze wijziging in verantwoording is een vertekend beeld ontstaan.</al>
      <tuskop letat="rom">85, 90, 337 en 339</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waardoor werd de tegenvaller bij de medisch specialisten
(€ 41 miljoen) veroorzaakt? Welke maatregelen zijn genomen om herhaling
te voorkomen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de oorzaak van de tegenvaller bij medisch specialisten
ter hoogte van € 41 miljoen? </nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke instrumenten heeft het ministerie om de kostenontwikkeling
van medisch specialisten te beheersen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waardoor wordt de tegenvaller van € 41,1
miljoen bij de medisch specialisten exact veroorzaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De lumpsummen van de medisch specialisten worden achteraf bijgesteld naar
rato van de budgetstijging bij de ziekenhuizen. Deze werkwijze brengt met
zich mee dat bijstellingen van de lumpsummen vertraagd in de totaalstanden
van de lumpsummen terecht komen. Uit nieuwe (meer definitieve) cijfers van
de NZa bleek dat deze bijstelling over 2005 € 41 miljoen bedroeg.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2004 heb ik een prestatiecontract gesloten met de NVZ, de NFU en ZN.
De gemaakte afspraken hebben betrekking op 2005 tot en met 2007. De kern van
de afspraak is dat de noodzakelijke groei van het zorgvolume binnen de beschikbare
macrokaders zal plaatsvinden. Omdat de groei van de lumpsummen is gerelateerd
aan de groei van de budgetparameters van de ziekenhuisbudgetten, heeft het
prestatiecontract een dempende invloed op de groei van de lumpsummen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ondanks de afspraken uit het prestatiecontract is gebleken dat er zich
in 2005 bij de ziekenhuizen een overschrijding heeft voorgedaan. Om de financiële
consequenties van de volumegroei weer binnen de afspraken van het prestatiecontract
te brengen, is de procedure voor een macrokorting van de ziekenhuisbudgetten
in gang gezet. De realisatie 2006 en de productie-afspraken 2007 zullen worden
gemonitord. Indien blijkt dat de kostenontwikkeling zich zodanig voortzet
dat dit leidt tot een verdere overschrijding, dan zullen in 2007 additionele
maatregelen worden genomen.</al>
      <tuskop letat="rom">86</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De prijzen voor fysiotherapie zullen in 2006 stijgen.
Er wordt € 17 miljoen meerkosten verwacht. betekent dit dat de premies
voor aanvullende verzekeringen verder zullen stijgen? Zo ja, met gemiddeld
welk bedrag?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De premies voor aanvullende verzekeringen worden door de individuele zorgverzekeraars
vastgesteld en vallen buiten mijn verantwoordelijkheidsdomein. Ik kan en wil
derhalve geen voorspellingen doen over extra premiedruk als gevolg van de
gestegen prijzen voor fysiotherapie. Uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit
blijkt dat de prijzen in 2006 ten opzichte van 2005 met (netto) vijf procent
zijn gestegen. In mijn brief van 10 juli 2006 aan uw Kamer (Tweede Kamer,
30 300 XVI, nr. 164) heb ik de stellige hoop en verwachting uitgesproken
dat de tarieven met deze laatste stijging op een marktconform niveau zijn
terecht gekomen.</al>
      <tuskop letat="rom">87</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In 2006 brengt het geneesmiddelenconvenant € 88
miljoen meer op, voor 2007 € 128 miljoen boven op de structurele
meeropbrengst van 2006. Is dit de maximaal haalbare opbrengst en betekent
dit dat alle kortingen en bonussen van apothekers hiermee worden afgeroomd?
Zo neen, hoeveel aan kortingen en bonussen blijft bestaan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hiermee worden niet alle kortingen en bonussen van apotheekhoudenden afgeroomd.
Zoals in de brief van 13 december 2005 over het Geneesmiddelenconvenant
2006/2007 (Kamerstukken II 2005–2006, 29 477, nr. 21) is aangegeven,
worden de inkoopvoordelen van apotheekhoudenden gefaseerd afgebouwd. Ten behoeve
van het nieuwe, modulaire tarief voor apotheekhoudenden doet de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) onderzoeken naar de praktijkkosten en de kortingen en
bonussen van apotheekhoudenden. Het tarief zal een, met de zorgverzekeraar
af te spreken, financiële stimulans voor doelmatig inkopen
bevatten. Dat bedrag zal uit nu nog resterende kortingen en bonussen beschikbaar
moeten komen. Hetzelfde geldt voor middelen die nodig zijn voor het actualiseren
van het tarief voor apothekers. Vooralsnog worden de kortingen en bonussen
niet afgeroomd met de daarvoor naar inschatting benodigde bedragen. Welk bedragen
uiteindelijk nodig zijn voor het actualiseren van het tarief van apotheekhoudenden
(inclusief de financiële stimulans) vloeit voort uit de onderzoeken van
de NZa. Dan is ook duidelijk welk bedrag aan kortingen en bonussen resteert.</al>
      <tuskop letat="rom">88</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister de conclusie dat het volume-effect
van de no-claimteruggaveregeling is gerealiseerd onderbouwen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik reeds in mijn brief van 16 juni 2006 over de evaluatie van
de no-claimteruggave (Kamerstukken II 2005/06, 29 483, nr. 27) heb aangegeven
hebben «de uitkomsten van de evaluatie (...) [aangetoond]
dat verzekerden kostenbewuster omgaan met zorg. Hier zou een relatie kunnen
liggen met de invoering van de no-claimteruggaaf. Benadrukt moet worden dat
dit zich niet zozeer uit in een afnemend gebruik van zorg maar vooral in een
gebruik van goedkopere medicijnen en hulpmiddelen.» Ik kom dan ook tot
de conclusie dat de no-claimteruggaaf waarschijnlijk heeft geleid tot de beoogde
effecten: een financieringsverschuiving van collectief naar privaat en een
prudenter gebruik van zorg.</al>
      <al>Een verdere onderbouwing van het volume-effect komt mogelijk komend jaar
uit de verdiepingsslag op verzekerdenniveau. Zoals al in het evaluatiekader
is geschreven, is «het (...) niet goed mogelijk exacte uitspraken te
doen over «remgeldeffecten». Dit wordt veroorzaakt doordat zowel
voor de eerste fase van de evaluatie als voor de verdiepingsslag geldt dat
er sprake is van een methodologisch probleem; vanwege het ontbreken van een
betrouwbare controlegroep is het afzonderlijke gedragseffect van de no-claimteruggaaf
niet nauwkeurig te bepalen. De ontwikkeling van de zorgkosten is immers het
resultaat van meer factoren dan enkel de prikkelwerking die uitgaat van de
no-claimteruggaveregeling. Onder de gegeven omstandigheden is in de evaluatie
gepoogd hiermee zo veel mogelijk rekening te houden.»</al>
      <tuskop letat="rom">89 en 96</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de oorzaak van het feit dat de besparing van
het convenant geneesmiddelen € 88 miljoen hoger is dan eerder werd
aangenomen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe komt het dat de besparing die in 2007 zal worden
gerealiseerd door het convenant geneesmiddelen naar verwachting € 128
miljoen hoger zal zijn dan eerder werd aangenomen? Wat levert het convenant
in totaal op?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het Geneesmiddelenconvenant 2006/2007 is deze meeropbrengst ten opzichte
van het Geneesmiddelenconvenant 2005 afgesproken. De hogere besparing op de
uitgaven is mogelijk door het op de markt komen van nieuwe (lager geprijsde)
generieke varianten van geneesmiddelen die niet meer onder octrooi staan en
door de omzetstijging van de al eerder in prijs verlaagde middelen (zie ook
de brief van 13 december 2005, Kamerstukken II 2005–2006, 29 477,
nr. 21).</al>
      <al>Het Geneesmiddelenconvenant 2006/2007 beoogt in totaal € 1,8
miljard op de uitgaven voor de geneesmiddelenvoorziening te besparen: € 843
miljoen in 2006 en € 971 miljoen in 2007.</al>
      <tuskop letat="rom">90</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 85. </al>
      <tuskop letat="rom">91</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Uit de nieuwe cijfers van de Zorgautoriteit blijkt
nu al dat de volumeontwikkeling bij de ziekenhuizen hoger is dan in het prestatiecontract
Ziekenhuizen/convenant UMC’s is overeengekomen. Een macrokorting als
nu voorzien zal weinig baten. Welke scenario’s voorziet de regering
als systematisch te weinig productie wordt geraamd ten opzichte van de reële
noden van patiënten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2004 heb ik een prestatiecontract met de NVZ en ZN en een convenant
met de NFU en ZN gesloten. In dit prestatiecontract/convenant is aangegeven
wat gedurende de looptijd 2004–2007 voor de ziekenhuizen de beschikbare
ruimte financiële ruimte is. De beschikbare middelen bestaan voor een
deel uit beschikbaar gestelde extra groeiruimte en voor een deel uit middelen
die zijn vrijgekomen uit de overeengekomen (doelmatigheids)korting en die
weer binnen de sector kunnen worden ingezet voor extra productie. De stijging
in de zorgvraag kan hierdoor binnen de looptijd van het prestatiecontract/convenant
worden opgevangen door een minder sterke stijging van de daarmee samenhangende
zorguitgaven.</al>
      <al>Nu blijkt uit de cijfers van de Nza dat de met de zorg samenhangende uitgaven
sterker zijn gestegen dan voorzien. Het uitgavenniveau wordt met het doorvoeren
van de macrokorting vanaf 2007 per saldo weer in lijn gebracht met het
uitgavenniveau dat onder het budgettair kader zorg beschikbaar was gesteld.</al>
      <al>Ik deel dan ook niet uw mening dat een macrokorting weinig zal baten of
dat systematisch te weinig productie wordt geraamd.</al>
      <tuskop letat="rom">92</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Er wordt voor 2007 € 120 miljoen beschikbaar
gesteld voor dure geneesmiddelen. Vindt u het realistisch om het budget voor
dure geneesmiddelen weer te laag te ramen? Is het waar dat de stijging van
de kosten voor dure geneesmiddelen in 2006 en 2007 uit de groeiruimte wordt
gehaald en dus ten koste gaat van andere ziekenhuiszorg, zorgvernieuwing e.d.?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De groeiruimte ziekenhuizen is beschikbaar gesteld voor de budgettaire
consequenties van de toenemende productie in de ziekenhuizen, waaronder de
reguliere kostenstijging dure geneesmiddelen. De oorspronkelijke raming was
goed: de reguliere kostenstijging dure geneesmiddelen lag in 2005 in de lijn
der verwachting. In 2005 is echter besloten het vergoedingspercentage op grond
van de beleidsregel dure geneesmiddelen met ingang van 2006 op te hogen naar
een vast vergoedingspercentage van 80%. Tevens wordt verwacht dat nieuwe
geneesmiddelen met ingang van 2006 voor vergoeding op grond van de beleidsregel
in aanmerking zullen komen. Als gevolg van deze specifieke ontwikkelingen
is de reguliere uitgavenraming dure geneesmiddelen opgehoogd met € 112
miljoen in 2006 en € 120 miljoen structureel vanaf 2007.</al>
      <al>Uit de oktoberrapportage van de NZa blijkt dat er op basis van de door
de ziekenhuizen aangeleverde gegevens over de productie-afspraken 2006 sprake
is van een kostenstijging van € 25 miljoen dure geneesmiddelen in
2006. Budgetbijstellingen voor de dure geneesmiddelen kunnen echter plaatsvinden
op basis van nacalculatie. De nacalculatie wordt in komende rapportages van
de NZa opgenomen.</al>
      <al>Er is derhalve vooralsnog geen aanleiding om te veronderstellen dat de
raming dure geneesmiddelen te laag zou zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">93</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom blijft de vergoeding voor dure geneesmiddelen
gemaximeerd op 80% van de daadwerkelijke kosten? Is de problematiek
daarmee opgelost? Zal het feit dat het bedrag voor dure geneesmiddelen dat
ziekenhuizen uit hun reguliere budget moeten halen, in 2007 ten opzichte van
2005 met circa € 43 miljoen toeneemt voor met name
ziekenhuizen met een grote oncologische afdeling een groot probleem worden?
Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit oplossen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Doordat instellingen nog 20% moeten vergoeden uit het reguliere
budget, blijft er een duidelijke stimulans voor onderhandelingen met de leveranciers
en een stimulans voor doelmatige inzet van deze dure geneesmiddelen. Tot en
met 2005 maakten instellingen met verzekeraars afspraken over het vergoedingspercentage
voor de dure geneesmiddelen. Deze percentages lagen tussen de 0 en 75%.
De regeling is vanaf 2006 aangepast waarbij een vast vergoedingspercentage
van 80% is vastgesteld. Hierdoor krijgen alle ziekenhuizen, dus ook
de instellingen met een grote afdeling oncologie, dezelfde vergoeding voor
het gebruik van dure geneesmiddelen. Voor veel instellingen zal dit ten opzichte
van 2005 al een grote verbetering betekenen. Bovendien zijn door het vaste
vergoedingspercentage de regionale verschillen in vergoeding verdwenen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Conform de eerdere afspraken wordt er een monitor opgezet om de kostenontwikkeling
van dure geneesmiddelen in ziekenhuizen te volgen en de beleidsregel te evalueren.</al>
      <tuskop letat="rom">94 en 184</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zegt het feit dat de omvang van de NZa-budgetten
wordt overtroffen over het declaratiegedrag? Hoe groot is het bedrag van de
openstaande DBC’s?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel schadelast van de DBC’s wordt nagecalculeerd
over 2006? hoe groot is de schadelast die over 2007 wordt geraamd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het begrip nacalculatie interpreteer ik als het uitkeren van het budget
waar een instelling recht op heeft.</al>
      <al>In voorjaar 2006 kwamen er steeds sterkere indicaties dat in 2005 de declaraties
van DBCs en het onderhanden werk landelijk duidelijk hoger waren dan de ziekenhuisbudgetten.
De belangrijkste verklaring van de overdekking is een te lage inschatting
(in 2004) van het verwachte volume aan geregistreerde en gedeclareerde DBCs.
Om op het instellingsbudget uit te komen zijn de verrekentarieven daardoor
hoger dan noodzakelijk vastgesteld. Het grotere volume geregistreerde DBCs
met het (te) hoge verrekenpercentage, leidden voor 2005 tot een te hoge opbrengst
in vergelijking met het FB-budget. Ter verduidelijking wil ik nog stellen
dat de tarieven in 2005 rechtsgeldig zijn geweest.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een overdekking van budgetten wordt normaliter via het verrekenpercentage
het daaropvolgende jaar gladgestreken. Echter bij de overgang van 2005 naar
2006 is deze methode niet toepasbaar door de invoering van de Zorgverzekeringswet
en de daarmee gepaard gaande grote schuif in verzekerdenaantallen. Besloten
is om in plaats daarvan een verrekening met vaste bedragen toe te passen waarbij
de overdekking (en sporadisch ook onderdekking) tussen het ziekenhuis en de
verzekeraar wordt verrekend.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De eerste bepaling van de overdekking 2005 is door de NZa uitgevoerd en
is uitgekomen op € 569 miljoen Dit bedrag is uitgesplitst naar ziekenhuis/verzekeraar
en wordt nog in 2006 verrekend. De definitieve vaststelling en verrekening
vinden plaats in het voorjaar van 2007.</al>
      <al>Op basis van de nieuwe informatie over tarieven en volumes heeft de NZa
per 1 september 2006 de verrekentarieven aangepast. Omdat de (te) hoge
verrekenpercentages ook van kracht zijn geweest over de maanden januari tot
en met augustus 2006 wordt over deze periode ook overdekking verwacht. Om
de tarieven (het verrekenpercentage) niet al te zeer te laten
schommelen is besloten ook deze overdekking te verrekenen met vaste bedragen
per ziekenhuis/verzekeraar. Dit zal in het voorjaar van 2007 worden gedaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De omvang van het openstaande bedrag aan DBCs is door mij niet exact te
geven. Dit bedrag bestaat uit twee grotere componenten. Dit is als eerste
de omvang van het onderhanden werk en ten tweede de periode tussen sluiten
van een DBC, declareren en daadwerkelijk geld ontvangen. Het onderhanden werk
is in de NZa beleidsregel Heffingsrente (CI-909) voor algemene ziekenhuizen
geschat op 2,5 maand van de jaaromzet, bij UMCs is dit 3,5 maand. Door de
NVZ en NFU is aangegeven dat het onderhanden werk in werkelijkheid hoger is.
Hierover is nog overleg gaande tussen NZa en NVZ en NZa en NFU. Over de tijdsduur
tussen afsluiten DBC en ontvangen van de vergoeding heb ik geen harde informatie,
dit is afhankelijk van de administratieve organisatie van het ziekenhuis en
de verzekeraar en de afspraken die tussen beide gemaakt worden over de betalingstermijn.
De introductie van DBCs en de ZVW heeft hierop overigens geen invloed gehad.</al>
      <tuskop letat="rom">95</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de macrokorting van € 192 miljoen
geïmplementeerd in het A-segment?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de inwerkingtreding van de WMG per 1 oktober 2006 heeft de NZa
de ruimte om zelf te bepalen op welke wijze de macrokorting richting individuele
instellingen wordt geëffectueerd. In de definitieve aanwijzing zal ik
dan ook niet exact voorschrijven hoe de korting moet worden geëffectueerd.</al>
      <tuskop letat="rom">96</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 89.</al>
      <tuskop letat="rom">97</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de incidentele loonontwikkeling in de OVA
hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het budgettaire beeld wordt periodiek aangepast aan de nieuwste cijfermatige
inzichten die ondermeer via CPB-ramingen worden verkregen.</al>
      <al>De ova-2007 wordt overigens pas in april/mei 2007 definitief bepaald.</al>
      <tuskop letat="rom">98</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke «flankerende maatregelen» om een
doelmatige geneesmiddelenvoorziening na afloop van de convenantperiode te
bewerkstelligen, worden hier bedoeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn nog steeds relevante verbeteringen te boeken met betrekking tot
de doelmatigheid van de geneesmiddelenvoorziening. De flankerende maatregelen
hebben betrekking op uiteenlopende interventies om hier verbetering in aan
te brengen. Ik heb in dit kader diverse onderzoeken uitstaan bij ZonMw naar
mogelijkheden tot verbetering van therapietrouw en verbetering van de doelmatigheid.
Daarnaast heb ik actief innovaties op het terrein van medicatieoverdracht
tussen de eerste en de tweede lijn gefinancierd en het uitrollen van best
practices met betrekking tot herhaalreceptuur, polyfarmacie en therapietrouw
gestimuleerd. Voor 2007 ben ik voornemens actief het generiek voorschrijven
van geneesmiddelen te bevorderen en een publiekscampagne te starten om het
belang van therapietrouw onder de aandacht van de burgers te brengen. </al>
      <tuskop letat="rom">99, 108 en 109</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ontwikkelen de uitgaven voor het «bevorderen
van een gezonde levensstijl» zich ten opzichte van het peiljaar 2005
(=100)? Hoe verhoudt de ontwikkeling in uitgaven zich tot de ambities van
de regering op het terrein van een gezonde levensstijl? Hoe denkt de regering
meer te kunnen doen met minder? Welke beleidsfilosofie ligt daaraan ten grondslag?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom daalt het budget om een gezonde levensstijl
te bevorderen? Is het niet de verwachting dat problemen rond overgewicht en
alcoholgebruik bij jongeren juist toenemen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de afname in bestedingen voor het bevorderen
van een gezonde levensstijl te rijmen met het belang dat de regering hecht
aan een toename van een gezonde leefstijl, en hoe verhoudt deze afname zich
met de aanbeveling van het RIVM om steviger in te zetten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bedragen in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij de operationele
doelstelling Bevorderen van een gezonde leefstijl bevat ook de uitgaven voor
de verslavingszorg. Het budget voor de verslavingszorg is in 2005 incidenteel
verhoogd als gevolg van de eenmalige bijdrage van het Rijk aan gemeenten voor
het realiseren van uitbreidingsplaatsen heroïnebehandeling. Als we primair
kijken naar de uitgaven voor gezondheidsbevordering (preventie), dus zonder
de kosten voor de verslavings<nadruk type="cur">zorg,</nadruk> dan zien we
dat de uitgavenreeks vanaf 2005 (=100), als volgt is (kosten x 1000):</al>
      <al>2005:   12 892 = 100</al>
      <al>2006:   17 707 = 137</al>
      <al>2007:   16 655 = 129</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten opzichte van 2005 is er in feite sprake van een stijging van de uitgaven
voor het bevorderen van een gezonde leefstijl (preventie, gezondheidsbevordering).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De VTV signaleert een toename van gezondheidsproblemen die hun oorsprong
vinden in ongezond gedrag (RIVM, VTV). Het is dus zaak om gezond gedrag te
stimuleren. De Wet collectieve preventie volksgezondheid regelt de verantwoordelijkheid
van zowel de landelijke als de lokale overheid. Zie de antwoorden op de vragen
135 en 136. De landelijke overheid is verantwoordelijk voor de prioritering
van de onderwerpen (Preventienota) die samenhangen met gedrag met inbegrip
van het organiseren van de juiste infrastructuur. De lokale overheid is verantwoordelijk
voor het opstellen van lokale gezondheidsnota’s en het (doen) uitvoeren
en stimuleren van activiteiten die ongezond gedrag beperken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast is het streven om op het gebied van gezondheidsbevordering nadrukkelijk
die beleidsmaatregelen te treffen die geen financieel instrument inhouden,
zoals wetgeving en handhaving. Hierbij valt te denken aan – in navolging
van Ierland, Italië en met ingang van 2008 ook Frankrijk – het
rookvrij maken van de horeca. Ook kan men denken aan het verhogen van de leeftijdsgrens
voor de verkoop van alcohol en geen op minderjarigen gerichte reclame van
ongezonde levensmiddelen in het kader van het tegengaan van overgewicht.</al>
      <tuskop letat="rom">100, 102 en 137</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de streefwaarde voor de levensverwachting,
ondanks de algemene beleidsdoelstelling en beleidsonderwerpen, niet verhoogd?
Kan de minister dit uitgangspunt toelichten? Kan de minister aangeven waarom
hij in de Preventienota specifiek de toename aan levensverwachting wel als
doelstelling ziet?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De regering zegt in de tabel op blz. 28 te streven
naar het handhaven of verlengen van de gezonde levensverwachting, zonder nadere
specificatie. Wat is de informatiewaarde van deze tabel?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u van mening dat Nederland terug moet naar de
top vijf van Europese landen met hoogste levensverwachting en dat hiervoor
structureel beleid (op korte en lange termijn) noodzakelijk is? Zo ja, hoe
gaat u dit invullen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De toename van de levensverwachting is inderdaad een van de doelen van
het preventiebeleid maar ook de levensverwachting in gezondheid, dat wil zeggen
compressie van morbiditeit (ziekte) en voorkomen van voorkoombare ziekte en
sterfte. Zo is het verminderen van alcoholgebruik en stoppen met roken ook
onder jongeren een belangrijke beleidsdoelstelling. In de preventienota kiezen
we voor de nadruk op het bevorderen van gezond gedrag met bijbehorende specifieke
doelstellingen. Gezond gedrag zorgt ervoor dat mensen langer gezond leven.
Het is echter nog niet mogelijk om deze doelstellingen direct te vertalen
naar de winst in het gemiddelde aantal gezonde levensjaren in Nederland. Daarom
noemen we in de begroting van VWS vooralsnog als streefwaarde voor de gezonde
levensverwachting meer dan 69,9 jaar. En streven we ernaar dat Nederland wat
dit betreft weer terugkomt in de top vijf van Europese landen met de hoogste
levensverwachting.</al>
      <tuskop letat="rom">101</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze denkt de regering de verhoging van de
levensverwachting en de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
te bereiken? Hoe hoog zijn deze beide getallen voor de top 5 in Europa en
hoe verhoudt zich dit tot de Nederlandse ambitie? Hoe is de ontwikkeling van
de Nederlandse waarden over de afgelopen 25 jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen lag in Nederland
in 2003 voor vrouwen op 69,8 jaar. De stijging is daarmee 6,7 jaar ten opzichte
van 1989. Voor mannen zijn deze cijfers respectievelijk 69,9 jaar en 6 jaar.</al>
      <al>Van de gezonde levensverwachting zijn van (een aantal) EU-landen gegevens
beschikbaar, maar ontbreken gemiddelden. In de cijfers is geen onderscheid
gemaakt tussen mannen en vrouwen. Met zijn 71,2 jaar behoort Nederland niet
tot de top 5 (Zweden scoort met 73,3 jaar het hoogst en daarna volgen Italië,
Spanje, Frankrijk en Duitsland), maar zit ver boven de laatste 5 met Letland
als hekkensluiter op gemiddeld 62,8 jaren gezonde levensverwachting.</al>
      <al>(bron: VTV 2006 blz. 51, 330, 331).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hart- en vaatziekten en kanker zijn de belangrijkste doodsoorzaken. Angststoornissen,
depressie en coronaire hartziekten zijn de aandoeningen die leiden tot het
hoogste verlies aan kwaliteit van leven (VTV 2006 blz. 42 e.v.). Het voorkomen
en tegengaan van roken, overmatig alcoholgebruik en overgewicht leveren een
grote bijdrage aan het beperken van deze gezondheidsproblemen. In de preventienota «kiezen
voor gezond leven», die op 6 oktober jl. naar de Tweede Kamer is
gestuurd, zijn juist deze leefstijlfactoren als speerpunt voor beleid gekozen,
aangevuld met de ziekten diabetes en depressie. Voor elk van de speerpunten
zijn concrete doelstellingen geformuleerd, waarbij streefcijfers zijn aangegeven.
Programma’s en activiteiten worden ontwikkeld om deze doelstellingen
te halen. Door leefstijlaanpassingen is het mogelijk een deel van ziekten
te voorkomen, uit te stellen naar later of is de ernst ervan te verminderen.
Indien de ziekte of de eerste symptomen ervan zich (desondanks) voordoen,
staat het gehele arsenaal van de curatieve gezondheidszorg ter beschikking
om vroegtijdig in te grijpen, curatief acuut op te treden en op genezing gerichte
zorg te bieden. De resultaten van de gezondheidszorg op belangrijke prestatie-indicatoren
publiceren wij in de toekomst o.a. in de Zorgbalans. De eerste
uitgave hiervan is u toegestuurd op 30 mei 2006 (Tweede Kamer, 28 852/29 689,
nr. 8).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik heb het RIVM gevraagd een internationale vergelijking op te stellen
voor het Nederlands Public Health-beleid. Dit rapport zal voorjaar 2007 verschijnen.
Het rapport zal zich richten op het beleid in de afzonderlijke EU-15 lidstaten
en de Angelsaksische landen (Australië, Nieuw Zeeland, Canada en VS)
op de volgende onderwerpen: roken, alcoholgebruik, overgewicht (waaronder
ook aandacht voor voeding, lichamelijke activiteiten en diabetes), psychische
gezondheid, gezondheidsachterstanden en nieuwe ontwikkelingen in screening.</al>
      <tuskop letat="rom">102</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 100.</al>
      <tuskop letat="rom">103</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Over hoeveel fte’s beschikt de VWA om de naleving
te controleren en gezondheidsbedreigende situaties te signaleren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De formatie van de VWA bestaat momenteel uit 1691 fte. Als uitvloeisel
van de reorganisatie VWA 2006 zijn daarnaast 124 fte als «tijdelijk»
geboekt, deze verdwijnen op termijn. De totale formatie is verdeeld over de
verschillende beleidsterreinen die vallen onder VWS en LNV. Ruim de helft
van de formatie wordt ingezet op het controleren van de naleving van weten
regelgeving en het signaleren van gezondheidsbedreigende situaties op de beleidsterreinen
van VWS.</al>
      <al>Als gevolg van de bij de vorming/fusie van de VWA uit de RVV en de KvW
opgedragen taakstellling, de taakstellingen uit het Strategische- en het hoofdlijnenakkoord
en het overdragen van de Post Mortem-keuringen aan de BV Kwaliteitskeuring
Dierlijke Sector (KDS) is de totale omvang van de VWA-formatie vanaf 2003
de laatste jaren sterk gedaald: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="74.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="19mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="19mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Jaar</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">fte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">index</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 370</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">100 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 050</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">87 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">2006 (incl. tijdelijke formatie)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 815</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">77 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">2006 (excl. tijdelijke formatie)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 691</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">71</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2006 was de feitelijke bezetting van de VWA 915 fte voor het toezicht
op de onder VWS vallende wet- en regelgeving. Hiervan houdt circa 605 fte
verband met het uitvoeren van controles en circa 310 fte met het uitvoeren
van laboratoriumonderzoek.</al>
      <al>De onderverdeling van de capaciteit voor de uit te voeren controles is
op het beleidsterrein van VWS als volgt: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="74.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="19mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="19mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– productveiligheid</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">68
fte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(13%)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– alcohol en tabak</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">118
fte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(19%) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– import</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">33 fte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(5%) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– voedselveiligheid</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">386
fte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(63%)</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een deel van de controles waar VWS verantwoordelijkheid voor draagt,
worden retributies geïnd. Bij import gaat het om circa 3 fte en bij voedselveiligheid
om circa 10 fte.</al>
      <al>Naast de formatie voor toezicht, heeft de VWA ook nog in totaal 13 fte
bij het Bureau Risicobeoordeling voor zowel het LNV als VWS beleidsterrein.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het merendeel van bovengenoemde terreinen vindt de nationale regelgeving
(en daarmee het toezicht) zijn basis grotendeels (90% of meer) in EU-wetgeving. </al>
      <tuskop letat="rom">104 en 105</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden de premie-uitgaven ten behoeve van preventieve
zorg verminderd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Heeft de besteding van minder geld effect op de effectiviteit
van het preventiebeleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De premie-uitgaven ten behoeve van preventieve zorg nemen af ten opzichte
van 2006, doordat met ingang van 2007 een aantal activiteiten niet meer via
de AWBZ maar via de VWS-begroting gefinancierd gaan worden. Er is dus geen
sprake van minder geld, daar er per saldo evenveel geld van het premiekader
naar het begrotingskader is verschoven.</al>
      <tuskop letat="rom">106, 117 en 120</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De minister heeft in 2006 incidenteel € 2
miljoen beschikbaar gesteld voor opvoedingsondersteuning gericht op het tegengaan
van alcoholconsumptie onder de 16 jaar. In het AO van 8 juni jl. is er
vanuit de vaste commissie voor VWS op aangedrongen deze middelen structureel
te maken. Om effectief te kunnen zijn, zullen deze activiteiten langere tijd
voortgezet moeten worden. In de begroting voor 2007 wordt echter slechts € 0,2
miljoen uitgetrokken voor deze activiteiten. Moet hieruit afgeleid worden
dat de minister niet voornemens is structureel in te zetten op opvoedingsondersteuning?
De werkgroep alcohol en jongeren heeft deze zomer haar plan van aanpak gepresenteerd
aan het Regulier Overleg Alcohol en aangeboden aan de voorzitter van dat overleg.
Toegezegd is dat het plan via de minister aangeboden zal worden aan de Kamer.
Wanneer kan de Kamer dit plan tegemoet zien?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het budget van € 0,2 miljoen voldoende
om de wens van de Kamer om ten behoeve van het alcoholontmoedigingsbeleid
aan te grijpen bij de ouders en opvoeders? Welke concrete plannen worden uit
dit budget gefinancierd? Is er sprake van structurele financiering? Wanneer
ontvangt de Kamer het plan van aanpak van de werkgroep alcohol en jongeren?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Betreft de subsidie van € 0,2 miljoen bedoeld
om het alcoholgebruik terug te dringen een structurele subsidie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de VWS-Begroting 2007 is € 0,2 miljoen bestemd voor het project
Alcohol en Opvoeding. Na de verschijning daarvan is de preventienota «Kiezen
voor gezond leven» en het bijbehorende actieprogramma aan de Tweede
Kamer aangeboden. Eén van de elementen daarin is continuering van het
project Alcohol en Opvoeding. Dat project bestaat uit een publiekscampagne
gericht op ouders en aansluitende lokale activiteiten op scholen en in wijken.
Voor 2007 wordt, van de € 4,6 miljoen die voor de uitvoering van
de Preventienota is gereserveerd, € 1,3 miljoen extra beschikbaar
gesteld aan dit project. Het gaat vooralsnog niet om structurele financiering.</al>
      <al>Het rapport van de Werkgroep Alcohol en Jongeren zal ik vóór
de behandeling van de VWS-begroting aan de Tweede Kamer toezenden.</al>
      <tuskop letat="rom">107</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor het monitoren van drankverstrekking aan jongeren
en van alcoholmarketing is € 0,1 miljoen beschikbaar. Dat bedrag
is gelijk aan de subsidie aan STAP voor het monitoren van de alcoholmarketing.
Op welke wijze wordt ingezet op het monitoren van en de verbetering van de
handhaving van de leeftijdsgrenzen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De drankverstrekking aan jongeren en het naleven van de leeftijdsgrenzen
van de Drank- en Horecawet wordt sinds 1999 onderzocht door Stichting Intraval.
De opdracht hiertoe wordt alternerend verstrekt door het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport en de Voedsel en Waren Autoriteit. In 2007 is voorzien in
opdrachtverlening door de Voedsel en Waren Autoriteit. De opdracht
is derhalve opgenomen in het budget voor sociologisch onderzoek van de VWA.</al>
      <tuskop letat="rom">108 en 109</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 99.</al>
      <tuskop letat="rom">110</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Naar welke gezondheidsbevorderende instituten wordt
hier verwezen? Welke verantwoordelijkheidsverdeling bestaat er tussen deze
instituten en het Centrum Gezond Leven (CGL) van het RIVM? Wat is de meerwaarde
van het CGL ten opzichte van de eerdergenoemde instituten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gezondheidsbevorderende instellingen (GBI’s) zijn:</al>
      <al>• Stivoro (niet roken)</al>
      <al>• Voedingscentrum (gezonde voeding, voedselveiligheid en overgewicht)</al>
      <al>• Trimbos-instituut (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg
en maatschappelijke zorg)</al>
      <al>• Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) (meer bewegen)</al>
      <al>• SOA Aids Nederland (expertisecentrum hiv/aids en soa)</al>
      <al>• Rutgers Nisso Groep (kenniscentrum seksualiteit)</al>
      <al>• Schorer Stichting (gezondheid homo’s en lesbiennes)</al>
      <al>• Stichting Consument en Veiligheid (letselpreventie)</al>
      <al>• Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie
(NIGZ) (lokale gezondheidsbevordering)</al>
      <al>• Pharos (landelijk kenniscentrum vluchtelingen en gezondheid)</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kerntaak van het CGL is zorg dragen voor betere samenwerking en afstemming
tussen het lokale niveau en de landelijk werkende GBI’s. De precieze
verantwoordelijkheidsverdeling tussen het CGL en de GBI’s is momenteel
onderwerp van overleg.</al>
      <al>De meerwaarde van het CGL laat zich als volgt samenvatten:</al>
      <al>– spil tussen vraag en aanbod;</al>
      <al>– regie en coördinatie van programma’s en projecten;</al>
      <al>– onderzoekt en bewaakt de samenhang tussen de verschillende leefstijlinterventies;</al>
      <al>– functioneert als informatiemakelaar, die de vrager helpt bij het
zoeken naar de optimale mix van maatregelen;</al>
      <al>– waarborgt de kwaliteit van het aanbod.</al>
      <al>Over mijn voornemens rond het Centrum Gezond Leven heb ik de kamer geïnformeerd
bij de brief d.d. 7 juli 2006 (Tweede Kamer, 22 894, nr. 103).</al>
      <tuskop letat="rom">111</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat moet een nieuw CGL bij het RIVM toevoegen aan de
al bestaande instituten die zich met dit thema bezig houden? Op welke wijze
meent de regering de samenwerking tussen de bestaande centra en dit nieuwe
centrum zonder kapitaalsvernietiging vorm te geven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de eerste vraag verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 110.</al>
      <al>De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) concludeerde in haar rapport «Staat
van de gezondheidszorg 2005 – Openbare gezondheidszorg: hoe houden we
het volk gezond?», dat er sprake is van een ongewenste versnippering
van het landelijke aanbod en dat regie en coördinatie gewenst is om meer
efficiënt en bewezen effectief beleid tot stand te brengen. Het CGL is
het antwoord hierop, en zodoende is er juist geen sprake van kapitaalsvernietiging.
De geïnvesteerde bedragen en kennis in de GBI’s worden hierdoor
optimaal in de lokale uitvoeringssituatie gebracht. </al>
      <tuskop letat="rom">112 en 128</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan aangegeven worden hoeveel gemeenten de verantwoordelijkheid
daadwerkelijk op zich nemen om de keuze voor een gezonde leefstijl te bevorderen,
en op welke wijze gemeenten worden gestimuleerd c.q. aangespoord het tabaksontmoedigingsbeleid
te agenderen en uit te voeren?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze worden gemeenten gestimuleerd c.q. aangespoord
het tabaksontmoedigingsbeleid te agenderen en uit te voeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (gepubliceerd in
november 2005) naar de bestuurlijke betrokkenheid en kwaliteit van het gezondheidsbeleid
is gebleken dat de gemeentelijke gezondheidsnota’s grotendeels voldoen
aan de wettelijke eisen. Zo staan in 98 procent van de nota’s activiteiten
beschreven op het gebied van gezondheidsbevordering. In meer dan driekwart
van de nota’s is aandacht voor overgewicht, roken, alcoholverslaving
of depressie.</al>
      <al>In de Preventienota die ik u op 6 oktober 2006 toezond (Tweede Kamer,
22 894, nr. 110), is tabaksontmoediging een van de speerpunten om de
gezondheid van onze bevolking te verbeteren. Door landelijk aan te geven dat
tabaksontmoediging speerpunt van beleid is, stimuleer ik gemeenten om hieraan
op lokaal niveau ook aandacht te besteden. Daarbij is de «Richtlijn
tabakspreventie in lokaal gezondheidsbeleid» van belang. Deze richtlijn
is in samenwerking met gemeenten en GGD’en door STIVORO voor een rookvrije
toekomst ontwikkeld. De richtlijn is begin 2006 naar alle gemeenten en GGD’en
gestuurd en biedt beleidsmakers een praktische handleiding voor het vormgeven
van een lokaal tabaksontmoedigingsbeleid. STIVORO zal lokale partijen in 2007
ook verder ondersteunen bij de toepassing van deze richtlijn.</al>
      <al>Tot slot gaat het Centrum Gezond Leven (CGL) zorgen voor een betere afstemming
van de producten van de gezondheidsbevorderende instellingen op de behoeften
van gemeenten en GGD’en. Het CGL zal lokale organisaties ondersteunen
en het bestaande aanbod in beeld brengen, beoordelen en toegankelijker maken.
Zo spoor ik gemeenten aan om het roken terug te dringen. De Inspectie voor
de Gezondheidszorg heb ik gevraagd haar toezichtrapporten op gezondheidsbevordering
in het kader van de Wcpv door de GGD in de toekomst ook aan het gemeentebestuur
te zenden.</al>
      <tuskop letat="rom">113 en 119</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De minister stelt als streefwaarde dat het percentage
rokers in 2007 25% bedraagt. Kan de minister aangeven in hoeverre deze
streefwaarde nog realiseerbaar is, aangezien het aantal rokers sinds 2004
niet is gedaald?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de streefwaarde dat het percentage rokers in 2007
25% bedraagt realistisch, aangezien het aantal rokers sinds 2004 niet
is gedaald?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om het percentage rokers te kunnen laten dalen is een gezamenlijke inspanning
en een samenhangend pakket maatregelen noodzakelijk. In het Nationaal Programma
Tabaksontmoediging (NPT) 2006–2010 dat ik u op 9 maart 2006 heb
toegestuurd (Tweede Kamer, 22 894, nr. 78), staan mogelijke maatregelen
om de prevalentie terug te brengen. Dit Programma is tot stand gekomen in
samenwerking met het Astma Fonds, de KWF Kankerbestrijding en de Nederlandse
Hartstichting. Op basis van dit Programma wordt jaarlijks een Actieplan vastgesteld.
Het actieplan voor 2006 bevat een breed pakket met maatregelen (wetgeving,
voorlichting en ondersteunende activiteiten) die een bijdrage leveren aan
de daling van het percentage rokers. In juni van dit jaar werd duidelijk dat
juist de voorgestelde wettelijke maatregelen door de Tweede Kamer kritisch
ontvangen werden. Hierdoor wordt de realisatie van het gestelde streefcijfer
moeilijker. Ik heb er echter niet voor gekozen (vanuit Volksgezondheidsoptiek
en vanwege mijn hoogste prioriteit om hier beleid voor te ontwikkelen)
het streefcijfer alsnog hoger bij te stellen. Als het percentage van 25%
niet gehaald wordt met de wel geaccordeerde maatregelen kan dit voor de regering
aanleiding zijn om aanvullende maatregelen opnieuw te gaan voorstellen.</al>
      <tuskop letat="rom">114</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister aangeven waarom bij alcoholfabrikanten
wel kritisch wordt gekeken naar het marketingbeleid en niet bij de tabaksindustrie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is sinds 7 november 2002 verboden om reclame te maken voor tabaksproducten.
Ook mag de tabaksindustrie sinds die datum geen evenementen sponsoren. Op
dit moment mag er alleen nog reclame voor rookwaren worden gemaakt in tabaksspeciaalzaken.
Steeds meer ontvang ik reacties uit de samenleving om het alcoholbeleid aan
te scherpen met name onder jongeren. In de preventienota (Tweede Kamer, 22 894,
nr. 110) is het kabinet hier ook op ingegaan.</al>
      <tuskop letat="rom">115</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er bij alcoholgebruik gekozen voor een doelstelling
dat het aantal mensen zonder problemen stabiel blijft? Waarom wordt er niet
meer ambitie getoond?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds de recent verschenen preventienota «Kiezen voor gezond leven»
van 6 oktober 2006 (Tweede Kamer, 22 894, nr. 110) is preventie
van schadelijk alcoholgebruik een van de speerpunten van het preventiebeleid.
In die nota is neergelegd dat één van de doelstellingen van
het alcoholbeleid is een daling van het aantal mensen met alcoholproblemen
in 2010 tot 7,5%. De ambitie op korte termijn is stabilisatie, op langere
termijn wordt gestreefd naar daling van het aantal probleemdrinkers. Zonder
beleid verwacht ik een stijging van het alcoholgebruik, met name onder de
jongeren.</al>
      <tuskop letat="rom">116</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De prestatie-indicatoren op blz. 31 (maar ook de jongste
Preventiebrief) laten een heel bescheiden ambitieniveau zien op het terrein
van terugdringen overgewicht (stabilisatie bij mannen en vrouwen, terugdringen
overgewicht bij kinderen). Hoe kan dit ambitieniveau nog worden verhoogd?
Wat zijn de concrete uitkomsten van de gesprekken met de partners in de uitvoering
van het Convenant Overgewicht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelstellingen van het overgewichtbeleid zijn (nog) lastig te kwantificeren.
Dit komt doordat de overgewicht-prevalentie afhangt van beleid (maatregelen/projecten)
maar waarschijnlijk nog meer van de «omgeving». Met name de invloed
van de omgeving is moeilijk te kwantificeren (en dus ook de effecten van veranderingen
daarin).</al>
      <al>In 2004 heeft het RIVM scenarioberekeningen uitgevoerd (Bemelmans et al.
RIVM rapport 260301003) waaruit bleek dat indien we niets doen, de overgewicht-prevalentie
stijgt met ongeveer 3 procentpunten per 5 jaar (overgewicht = BMI &gt; 25).
Daarnaast heeft het RIVM (Wendel-Vos et al. 2005, RIVM rapport 260701001)
bij het bepalen van realistische beleidsdoelen onderbouwd dat alleen bij zéér
grootschalige inzet van effectieve maatregelen een daling van 1 tot 3 procentpunten
(over 5 jaar kan worden bereikt).</al>
      <al>Het stabiliseren van de trend (het tegengaan van de groei van 3 procentpunten
per 5 jaar) is met name door het nog maar in beperkte mate voorhanden zijn
van effectieve maatregelen in onze ogen dus een ambitieus beleidsdoel, dat
alleen met forse inzet van overheid, politiek en samenleving zal kunnen worden
gehaald in 2010. </al>
      <al>Over de afspraken met mijn convenantpartners verwijs ik u graag naar mijn
brief over de motie van de leden Kant en Azough d.d. 20 oktober 2006
(Tweede Kamer, 22 894, nr. 112).</al>
      <tuskop letat="rom">117</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 106.</al>
      <tuskop letat="rom">118</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is de recente constatering dat een rookvrije
horeca in Italië tot minder hartinfarcten heeft geleid van invloed op
uw standpunt inzake rookvrije horeca?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is al geruime tijd wetenschappelijk vastgesteld dat meeroken schadelijk
is en het voorkomen daarvan dus gezondheidswinst oplevert. Ik heb steeds duidelijk
gemaakt dat de horeca ook in Nederland op termijn rookvrij zal moeten zijn.
De horeca is vooralsnog in staat gesteld om via zelfregulering het roken terug
te dringen met als einddoel een rookvrije horeca. Het stappenplan rookvrije
horeca loopt sinds 2005 en bevat te behalen streefcijfers per jaar. De resultaten
van de eerste evaluatie (over 2005) laten te wensen over. Vandaar dat ik heb
aangegeven dat als de resultaten over 2006 wederom achterblijven bij de gestelde
doelen een wettelijke maatregel nodig is (Tweede Kamer, 22 894, nr. 108).
De ontwikkelingen in o.a. Italië sterken mij in dit oordeel.</al>
      <tuskop letat="rom">119</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 113.</al>
      <tuskop letat="rom">120</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 106.</al>
      <tuskop letat="rom">121</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Speelt binnen ZonMw tabaksontmoediging een rol en hoe
vindt afstemming plaats met andere instrumenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen het tabaksontmoedigingsbeleid wordt een mix aan beleidsinstrumenten
ingezet waaronder voorlichting, communicatie en onderzoek. In dat kader maakt
tabaksontmoediging deel uit van de activiteiten binnen ZonMw (onder meer leefstijlcampagnes).
Afstemming met andere instrumenten vindt onder meer plaats in het kader van
het Nationaal Programma Tabaksontmoediging dat op 9 maart 2006 naar de
Tweede Kamer is gezonden (Tweede Kamer, 22 894, nr. 78).</al>
      <tuskop letat="rom">122</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de subsidie aan Partnership Vroegsignalering
Alcohol ingezet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Partnership is een samenwerkingsverband van onder meer het Trimbos-instituut,
het NIGZ, het NHG (huisartsen) en VWS. De doelstelling is het verbeteren van
de beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van vroegsignalering en
kortdurende interventies voor probleemdrinkers binnen de totale zorgketen.
De subsidie is bestemd voor de vijf projecten van het Partnership:</al>
      <al>• basisprogramma van bewezen effectieve vroegsignalering en korte
interventies;</al>
      <al>• alcoholconsulatieprojecten in de eerste lijn;</al>
      <al>• implementatie NHG-standaard;</al>
      <al>• implementatie Multidisciplinaire Richtlijn Verslaving;</al>
      <al>• integrale aanpak gemeenten. </al>
      <tuskop letat="rom">123</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe worden de conclusies van de gezondheidsraad ten
aanzien van de effectiviteit van massamediale voorlichting verwerkt in beleidsartikel
41? Welke massamediale voorlichtingscampagnes lopen wanneer af? Hoe is de
budgettaire verhouding tussen massamediale voorlichting en andere vormen van
gedragsbeïnvloeding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het advies van de Gezondheidsraad «Plan de campagne» van 28 september
jl. stelt dat massamediale campagnes die een gedragsverandering van mensen
beogen, in combinatie met maatregelen in de leefomgeving moeten plaatsvinden.
Ik onderschrijf die conclusie en breng dit bij de beleidsontwikkeling ook
al geruime tijd in de praktijk.</al>
      <al>Dit advies heeft dan ook geen gevolgen voor beleidsartikel 41. Er zijn
geen campagnes die ik wil beëindigen; het gaat bij het bevorderen van
gezond leven immers om een zaak van lange adem en er komen ook steeds nieuwe
jongeren bij die voorlichting behoeven. Van het totale budget voor preventie
is overigens maar een beperkt deel bestemd voor campagnes. De budgettaire
verhouding tot andere vormen van gedragsbeïnvloeding is niet aan te geven
omdat daar bijvoorbeeld ook wet- en regelgeving onder valt.</al>
      <tuskop letat="rom">124 en 131</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Aan welke landen wordt pro-actief informatie verstrekt
over het Nederlandse drugsbeleid? Wat is de inhoud van de informatie en welk
budget wordt voor dit onderdeel van het beleid uitgetrokken?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat behelst het pro-actief informatie verstrekken aan
andere landen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is in het buitenland veel belangstelling voor het Nederlandse drugsbeleid.
Met grote regelmaat bezoeken buitenlandse delegaties op eigen initiatief of
op uitnodiging ons land. Aan deze delegaties geven we pro-actief informatie
over alle aspecten van ons drugsbeleid (uitgangspunten, softdrugsbeleid, preventie,
zorg, behandeling, harm reduction, onderzoek en monitoring). Dit gebeurt ook
op internationale bijeenkomsten en conferenties. In 2007 zal bijvoorbeeld
een Zweedse delegatie onder leiding van de nationale drugscoördinator
Nederland bezoeken.</al>
      <al>In het kader van het drugsoverleg op hoog niveau met Frankrijk zijn er
verschillende activiteiten om kennis en ervaringen uit te wisselen. In 2007
zal er een bijeenkomst voor preventie-experts zijn waar we vooral informatie
zullen verstrekken over preventie op scholen. Met de Verenigde Staten bestaat
er een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van vraagbeperking. In 2007
zullen we de Amerikanen in het kader van deze overeenkomst informeren over
preventie en behandeling via het Internet, het opzetten van een database voor
professionals die werkzaam zijn in het drugsveld en onze nationale drugsmonitor.</al>
      <al>Het pro-actief verstrekken van informatie behelst grotendeels de hiervoor
genoemde activiteiten. Het budget hiervoor bedraagt in 2007 € 155 000,–.
Hieruit bekostig ik onder meer de voornoemde activiteiten.</al>
      <tuskop letat="rom">125</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke instellingen voor verslavingszorg komen in aanmerking
voor subsidie voor voorlichtings- en preventieactiviteiten, onderzoek en monitoring
en welke criteria worden daarbij gehanteerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2003 heb ik mijn subsidiebeleid doorgelicht en de nota Kennis, Innovatie
en Meedoen aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarin staan de algemene VWS-richtlijnen
voor het verstrekken van subsidies; deze gelden ook voor verslavingspreventie,
onderzoek en monitoring. Subsidieaanvragen die hierin passen en die aansluiten
bij de beleidsdoelstellingen toets ik inhoudelijk en op effectiviteit. </al>
      <al>Overigens verloopt de financiering van lokale verslavingspreventieprojecten
via de gemeenten die hiervoor een specifieke uitkering van het rijk ontvangen.
VWS verstrekt alleen subsidies met een landelijke meerwaarde en binnen het
lokale beschikbare subsidiebudget.</al>
      <al>De programmering van wetenschappelijk onderzoek is uitbesteed aan Zon/Mw.
Daar loopt het programma «Risicogedrag en afhankelijkheid». Een
onafhankelijke beoordelingscommissie toetst de voorstellen op relevantie en
kwaliteit.</al>
      <tuskop letat="rom">126</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er veel aandacht voor de infrastructuur rond
het thema leefstijl (zoals het programma Landelijke leefstijlcampagnes, het
Centrum Gezond Leven en het Kennisprogramma Jeugd), zonder dat er een duidelijke
coherentie is aangegeven? Welke visie, welk samenhangend beleid ligt ten grondslag
aan deze verschillende punten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede gelet op de bevindingen van het RIVM (VTV 2002 en 2006) op het gebied
van de volksgezondheid en de conclusies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) in zijn rapport «Staat van de gezondheidszorg 2005 – Openbare
gezondheidszorg: hoe houden we het volk gezond?» (zie het antwoord op
vraag 111), is er thans veel aandacht voor de infrastructuur rond het thema
leefstijl. Enerzijds om gezondheidsproblemen in relatie tot ongezonde leefstijlen
verder te onderzoeken en te analyseren (specialisatie per thema of doelgroep
zoals jeugd). Anderzijds om de gewenste samenhang daartussen aan te brengen
(coördinatie, regie) om zodoende tot een coherent en consistent landelijk
beleid en de uitvoering daarvan te komen.</al>
      <tuskop letat="rom">127</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel gemeenten nemen die verantwoordelijkheid daadwerkelijk?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De mate waarin gemeenten hun verantwoordelijkheid ten aanzien van gezondheidsbevordering
nemen is onderzocht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in het
rapport «Staat van de gezondheidszorg 2005 – Openbare gezondheidszorg:
hoe houden we het volk gezond?» Dit rapport is de Kamer bij brief d.d.
2 november 2005 aangeboden (Tweede Kamer, 30 300 XVI, nr. 26).</al>
      <al>De IGZ concludeerde dat in vergelijking met haar rapport uit 1995, de
kwaliteit van het lokale gezondheidsbeleid en de bestuurlijke betrokkenheid
verbeterd zijn. Van de 467 gemeenten hadden er in mei 2005, 72 nog geen nota
vastgesteld. Bij 67 daarvan was de nota in voorbereiding (zie pagina 38 van
het rapport). De wettelijke verplichting voor gemeenten om elke 4 jaar een
nota gezondheidsbeleid uit te brengen, heeft daaraan een belangrijke bijdrage
geleverd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels is de IGZ binnen het werkprogramma Gezondheidsbevordering gestart
met een onderzoek naar de rol van de gemeente bij gezondheidsbevordering,
met name in relatie tot integraal gezondheidsbeleid. De resultaten van dit
onderzoek zullen, zoals het er nu naar uitziet, in de loop van 2007 bekend
zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">128</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 112.</al>
      <tuskop letat="rom">129</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt ingezet op het monitoren van drankverstrekking,
marketing en probleemgebruik van alcohol en drugs? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het antwoord op de vraag hoe de naleving van de regels omtrent drankverstrekking
aan jongeren wordt gemonitord verwijs ik naar het antwoord op vraag 107.</al>
      <al>De monitoring van de alcoholmarketing wordt uitgevoerd door Stichting
Alcohol Preventie. De activiteiten omvatten de monitoring van trends en innovaties
op het gebied van alcoholmarketing en het verzamelen van concrete gegevens
over alcoholmarketing en -reclame gericht op jongeren onder de 18 jaar.</al>
      <al>De monitoring van (probleem)gebruik alcohol en drugs geschiedt jaarlijks
door het Bureau Nationale Drug Monitor. In het zogenaamde jaarbericht van
dit bureau wordt een overzicht gegeven van recente gegevens over de alcohol-
en drugsproblematiek. Het gaat om gegevens uit onderzoek en registratie en
betreft gebruikscijfers, ziekenhuisopnamen, sterftecijfers, hiv/aids (bij
drugsgebruik) en cliënten bij de ambulante verslavingszorg (trends in
problematiek, leeftijdsontwikkeling cliënten e.d.). Het rapport komt
in het voorjaar van 2007 beschikbaar op www.trimbos.nl.</al>
      <tuskop letat="rom">130</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt ingezet op de verbetering van de handhaving
van de leeftijdsgrenzen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 zullen circa 30 000 VWA-controles plaatsvinden op de naleving
van de bepalingen van de Drank- en Horecawet en de Tabakswet. Een groot aantal
daarvan betreft combi-inspecties van de naleving van de leeftijdsgrenzen in
beide wetten. De inzet is vooral gericht op «hot spots» (plaatsen
waar veel jongeren komen). Het aantal controles is afgestemd op het hiervoor
beschikbare budget.</al>
      <tuskop letat="rom">131</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 124.</al>
      <tuskop letat="rom">132 en 133</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel plaatsen zijn gerealiseerd voor de behandeling
met heroïne?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor welke gemeentes geldt de realisering van heroïnebehandelplaatsen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de 300 al bestaande heroïnebehandelplaatsen hebben eind 2005
12 steden in totaal 415 nieuwe heroïnebehandelplaatsen toegewezen
gekregen. Medio 2006 hebben nog eens vier nieuwe steden in totaal 100 behandelplaatsen
toegewezen gekregen. Het totaal aantal heroïnebehandelplaatsen komt hiermee
op 815 plaatsen verdeeld over 18 steden. In onderstaande tabel wordt het aantal
toegewezen plaatsen en behandeldunits per stad weergegeven. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="24.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="22mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="22mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Stad</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Totaal aantal plaatsen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Bestaande plaatsen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Uitbreidings-plaatsen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Aantal Units</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Amsterdam</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">145</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">70</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">75</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Rotterdam</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">140</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">70</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">70</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Den Haag</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">75</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">45</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Groningen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">50</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">35</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">15</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Heerlen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">35</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">35</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Utrecht</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">45</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">45</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Haarlem</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">50</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">50</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Enschede</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Apeldoorn</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">30</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Arnhem</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Nijmegen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Den Bosch</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tilburg</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Eindhoven</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Leeuwarden</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Maastricht</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Leiden</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Deventer</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">–</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">25</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">815</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">300</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">515</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>De instroom van nieuwe patiënten in de heroïnebehandeling is
inmiddels op gang gekomen. Medio oktober 2006 waren er al 65 uitbreidingsplekken
opgevuld. In de nieuwe steden wordt hard gewerkt om de nieuwe behandelunits
gereed te maken voor de instroom van patiënten. De behandelunits moeten
aan strenge eisen voldoen en er moeten soms bestemmingsplannen worden aangepast.
Een aantal steden is bijna klaar met de voorbereidingen. Op korte termijn
zullen dan ook meer nieuwe patiënten in de behandeling kunnen instromen.</al>
      <tuskop letat="rom">134</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Worden heroïnebehandelplaatsen ook bij andere
ministeries begroot?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heroïnebehandeling wordt momenteel door 3 verschillende departementen
gefinancierd.</al>
      <al>VWS heeft jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar voor de financiering
van de 300 bestaande behandelplaatsen en financiert daarnaast de werkzaamheden
van de Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden. BZK en Justitie
dragen ieder € 7,3 miljoen bij tot en met 2007.</al>
      <tuskop letat="rom">135</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is het feit dat:</nadruk>
      </al>
      <al>– begrotingsbedragen voor «bevorderen van een gezonde leefstijl»
tussen 2005 en 2011 dalen van € 36,9 naar € 25,4 miljoen
(een afname van ruim 30%)</al>
      <al>– er geen sprake is van een toename in de investering in lokale
preventieve gezondheidszorg</al>
      <al>– de premie-uitgaven voor preventie t.o.v. 2006 dalen te rijmen
met het belang dat de regering hecht aan een toename van een gezonde leefstijl?
Is dit een invulling van de aanbeveling van het RIVM (VTV) «dat we veruit
de meeste gezondheidswinst kunnen boeken door steviger in te zetten op gezond
leven»?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de preventienota Kiezen voor gezond leven, die op 6 oktober 2006
naar de Tweede Kamer is gestuurd (Tweede Kamer, 22 894, nr. 110), zijn
de landelijke prioriteiten weergegeven voor de komende vier jaren. De uitvoering
van de openbare gezondheidszorg in Nederland is een gedeelde verantwoordelijkheid
van landelijke en lokale overheden. Gemeenten financieren die met middelen
uit het gemeentefonds. De notie dat veruit de meeste gezondheidswinst te boeken
is door steviger in te zetten op gezond leven, richt zich ook op de lokale
overheden. Het kabinet heeft een actieprogramma geformuleerd voor 2007 om
gemeenten aanvullend te ondersteunen bij het uitvoeren van het lokale preventiebeleid
gericht op de landelijke prioriteiten.</al>
      <al>Wat betreft de daling in de premie-uitgaven voor preventie wordt verwezen
naar het antwoord op vraag 104.</al>
      <tuskop letat="rom">136</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor de realisering van de beleidsdoelstellingen die
in de preventiebrief verwoord zullen worden, is € 4,6 miljoen beschikbaar.
Is dit budget voldoende, gezien de ontwikkelingen die geschetst worden in
de VTV </nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">2006? Waarom worden ambitieuze doelstellingen geformuleerd
zonder dat de investeringen hierop worden aangepast?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de preventienota Kiezen voor gezond leven, die op 6 oktober 2006
naar de Tweede Kamer is gestuurd (Tweede Kamer, 22 894, nr. 110), zijn
de landelijke prioriteiten weergegeven voor de komende vier jaren. De uitvoering
van de openbare gezondheidszorg in Nederland is een gedeelde verantwoordelijkheid
van landelijke en lokale overheden. Gemeenten financieren die met middelen
uit ondermeer het gemeentefonds. Het kabinet heeft voor het uitvoeren van
de preventienota een actieprogramma geformuleerd voor 2007 om gemeenten aanvullend
te ondersteunen bij het uitvoeren van het lokale preventiebeleid gericht op
de landelijke prioriteiten (zie het antwoord op vraag 135).</al>
      <al>De totale inzet van rijksmiddelen voor het terugdringen van roken, schadelijk
alcoholgebruik, overgewicht, diabetes en depressie, maar ook de inzet bijvoorbeeld
op sport en bewegen, is echter omvangrijker dan het budget genoemd in de preventienota.</al>
      <tuskop letat="rom">137</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 102.</al>
      <tuskop letat="rom">138</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister aangeven of hij verwacht dat de besteding
van minder geld effect zal hebben op de effectiviteit van het preventiebeleid
en welk effect dat zal zijn?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen sprake van een afname in de besteedbare middelen voor het preventiebeleid
(zie antwoorden op vraag 104 en 136). In de preventienota <nadruk type="cur">Kiezen voor gezond leven</nadruk> (Tweede Kamer, 22 894, nr. 110) geeft
het kabinet aan gemeenten met een actieprogramma voor 2007 bij het uitvoeren
van het gemeentelijke gezondheidsbeleid gericht op de landelijke speerpunten.
Het kabinet verwacht dat deze extra inzet een positief effect zal hebben op
de effectiviteit van het preventiebeleid.</al>
      <tuskop letat="rom">139</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke wet- en regelgeving geldt op dit moment ten aanzien
van de verkoop van mineralen en vitamines in Nederland? Welke veranderingen
staan hierin de komende jaren te gebeuren onder andere onder invloed van Europese
regelgeving?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds augustus 2005 is de EG-richtlijn Voedingssupplementen (2002/46/
EG) opgenomen in de Warenwet. In het Warenwetbesluit Voedingssupplementen
zijn de voorschriften opgenomen die uitvoering geven aan de richtlijn 2002/46/EG.
Naast dit besluit worden op dit moment ook nog de Warenwetregeling Vrijstelling
vitaminepreparaten en de Warenwetregeling Voedingssupplementen gehandhaafd.
Deze komen in de toekomst te vervallen bij een verdere harmonisatie van de
Europese wetgeving op het gebied van vitamines en mineralen. Onder deze harmonisatie
valt ook de nieuwe EG-verordening m.b.t. de verrijking van levensmiddelen.</al>
      <al>Vitamines en mineralen kunnen ook zijn geregistreerd als geneesmiddel.
Het kan gaan om enkelvoudige of gecombineerde preparaten voor het bestrijden
van een specifiek tekort. Afhankelijk van de dosering en toedieningswijze
zijn ze met of zonder recept verkrijgbaar. Alle regelgeving voor geneesmiddelen
is in 2001 samengevoegd tot een enkele richtlijn en in 2004 is deze nog een
keer herzien. De wijzigingen zijn inmiddels overgenomen in de nieuwe Geneesmiddelenwet
die nu in de Eerste Kamer voorligt. </al>
      <tuskop letat="rom">140</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De regering zegt werk te willen maken van de bevordering
van voedselveiligheid en kwaliteit. Hoe groot is de bereidwilligheid van partners
in de voedselproductie en levensmiddelenindustrie om actief bij te dragen
aan de gezond voedsel campagnes en de bestrijding van alcohol/tabakverslaving?
Wat is de visie van de minister op het gegeven dat de VWA onlangs onder klaarblijkelijke
druk van de CBL op de ministers van LNV en VWS een rapport over de geringe
gezonde voedingswaarde van kant-en-klaarmaaltijden van haar site moest halen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Via het convenant overgewicht draagt de levensmiddelenindustrie bij aan
het bestrijden van overgewicht. Dit betreft onder meer een gezamenlijk logo
voor een gemakkelijker keuze van gezonde voeding door de consument. Ook is
door de levensmiddelenfabrikanten een energielogo ontwikkeld met informatie
over het aantal calorieën per product. Ik verwijs hiervoor naar www.ikkiesbewust.nl
en www.energielogo.nl. Daarnaast heeft de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie
onlangs een zichtboek gepubliceerd met een overzicht van haar inspanningen.
De activiteiten in het kader van het convenant overgewicht staan in de bijlage
bij mijn brief over de evaluatie daarvan, die de Kamer op 20 oktober
jl. ontving.</al>
      <al>De alcoholbranche draagt bij aan onder meer de BOB-campagne, gericht op
het tegengaan van rijden onder invloed. Ook plaatsen de alcoholadverteerders
sinds 2005 bij alle tv- en bioscoopspotjes voor alcoholhoudende dranken een
educatieve slogan («Alcohol onder de 16? Nog even niet» of «Geniet,
maar drink met mate»). Op het gebied van tabak komen bijdragen meer
uit de hoek van de gezondheidsfondsen zoals KWF Kankerbestrijding, het Astma
Fonds en de Nederlandse Hartstichting.</al>
      <al>Voor een antwoord op de vraag over een VWA-rapport over kant-en-klaarmaaltijden
verwijs ik naar mijn antwoord op de vragen van de leden Van Heteren en Waalkens
(PvdA) over de Voedsel en Waren Autoriteit (2060700450), die ik u op 19 oktober
2006 heb gestuurd.</al>
      <tuskop letat="rom">141</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Als het gaat om de prestatie-indicatoren inzake COPD
(longemfyseem en chronische bronchitis, ca. 6000 overlijdens per jaar), wordt
als streefwaarde gesteld dat het aantal gevallen in 2007 minder is dan op
de peildatum, te weten 316 000 patiënten in 2003. Er is mogelijk
een onderschatting van het aantal patiënten in huisartsenregistraties
(Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 3.7, 14 september 2006),
mede gezien de sterke groei van het aantal mensen met COPD is het aannemelijk
dat er momenteel (in 2006) veel meer dan 316 000 COPD-patiënten
zijn.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u een indicatie geven van het huidige aantal patiënten
met COPD?</nadruk>
      </al>
      <al>1. Kunt u de streefwaarde in 2007 specificeren?</al>
      <al>2. In welke mate verwacht u daadwerkelijk een daling te kunnen realiseren?</al>
      <al>3. Hoeveel COPD-patiënten zullen er nog zijn in 2007?</al>
      <al>4. Welke extra maatregelen treft u als blijkt dat er momenteel al meer
dan 316 000 patiënten zijn om toch de streefwaarde in 2007 te realiseren
op dit punt?</al>
      <al>5. De totale kosten van de Nederlandse gezondheidszorg voor mensen met
COPD bedroeg in het jaar 2000 280 miljoen euro, deze zullen in 2025 gestegen
zijn naar bijna 500 miljoen euro (Bron: Hoogendoorn, RIVM rapport 260 604 001.2004).
Kan de minister aangeven hoe hij de preventie van COPD kan verbeteren en een
goede kosten-effectieve zorg denkt te garanderen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. Volgens RIVM-projecties van de prevalentie voor de periode 2000–2025
in het Chronische Ziekenmodel (CZM) (RIVM rapport Hoogendoorn, 2004 tabel
4.7) is de verwachting van het aantal COPD-patiënten in 2005: 329 000
en in 2010: 364 000. Je zou dus kunnen zeggen dat het huidige
aantal ongeveer 350 000 zal zijn. Het genoemde streefcijfer in de tabel
op pag 39 van de begroting zou dan ook &lt; 360 000 patiënten
voor 2007 behoren te zijn. Abusievelijk is bij het bepalen van de streefwaarde
aan deze projectie voorbijgegaan.</al>
      <al>2. Volgens het Nationaal Kompas (14 september 2006): Uitgaande van
alleen demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal personen met COPD
tussen 2005 en 2025 met 38,3% stijgen. Naast demografische ontwikkelingen
hebben trends in roken invloed op de prevalentie van COPD. In de jaren ’90
bleef het percentage mensen dat rookte vrijwel constant. Daarna daalde bij
zowel mannen als vrouwen het percentage rokers. In de toekomst zal de prevalentie
van COPD zowel onder mannen als onder vrouwen hierdoor naar verwachting afnemen.
Voorlopig valt echter, door eerder genoemde demografische ontwikkelingen en
rookgedrag in de afgelopen decennia, eerst nog een toename van de incidentie
van COPD te verwachten, met name onder de vrouwen. De jaarprevalentie van
COPD is voor mannen vanaf de jaren ’90 tot 2004 licht gedaald. Voor
vrouwen bleef de prevalentie in de jaren ’90 vrijwel constant. In de
periode daarvoor, tussen 1984 en 1994, was de prevalentie voor vrouwen bijna
verdubbeld. Om het aantal COPD-patiënten omlaag te krijgen is een volledige
uitvoering van het beleid om het roken te verminderen noodzakelijk. Ik verwijs
u naar mijn plannen daarover (pagina 30 van de begroting 2007). Ik sluit niet
uit dat het kabinet op termijn het beleid op het beperken van roken verder
zal intensiveren.</al>
      <al>3. Gebaseerd op CZM en prognoses in Nationaal Kompas (punt 1) verwachten
we in 2007 ongeveer 350 000–360 000 COPD-patiënten. Het
effect van niet-rokenbeleid zal in de toekomst zichtbaar worden in de prevalentie
van COPD.</al>
      <al>4en5. Met name heb ik grote verwachtingen van het effect van een stevig
stoppen-met-rokenbeleid. Zie hiervoor mijn antwoord onder punt 2 en mijn antwoord
op onder andere vraag 143.</al>
      <tuskop letat="rom">142</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In het Nationaal Kompas wordt de verwachting uitgesproken
dat – als gevolg van de vergrijzing en het rookgedrag in het verleden –
het aantal COPD-patiënten tussen 2005 en 2025 met ongeveer 38%
zal toenemen (Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 3.7, 14 september
2006). Het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 zal onvoldoende
soelaas bieden om het aantal patiënten op deze korte termijn in 2007
te laten dalen. Welke onderdelen van de begroting zijn er op gericht om deze
sterke trend op deze korte termijn aan te pakken? Hoe denkt de minister deze
prestatie-indicator te meten (de laatste meting is uit 2003) en het beleid
hier op aan te sturen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de toekomst zal de prevalentie van COPD zowel onder mannen als onder
vrouwen door afname in roken en demografische ontwikkelingen naar verwachting
afnemen (zie ook antwoorden op de vragen 141 en 143). Prevalentiecijfers van
COPD worden gemeten door gebruik te maken van 5 huisartsregistraties (Nationaal
Kompas 14 september 2006 en VTV 2006). </al>
      <tuskop letat="rom">143</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Een van de indicatoren die de positie van mensen met
astma en COPD in de maatschappij bepaalt, betreft het rookgedrag. Is er aandacht
voor de participatie van chronisch zieken binnen het dagelijks leven? Hoe
ziet de minister in dit kader het realiseren van de rookvrije publieke ruimte
zodat bijvoorbeeld mensen met astma of COPD (die gestopt zijn met roken) kunnen
deelnemen aan het sociale leven? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bescherming van de niet-roker, ofwel het terugdringen van meeroken, is
een van de pijlers van het tabaksontmoedigingsbeleid. Belangrijke delen van
het publieke domein zijn reeds langere tijd (1990) verplicht om de voor publiek
toegankelijke ruimten rookvrij te maken (onder meer: overheidsgebouwen, gezondheidszorg,
onderwijs, zorginstellingen, gemeentelijke sport- en cultuurinstellingen).
Verder gelden sinds 1 januari 2004 de rookvrije werkplek en het rookvrije
personenvervoer. Zie in dit kader ook het antwoord op vraag 118 (rookvrije
horeca).</al>
      <tuskop letat="rom">144</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het Nederlands Vaccin Instituut loopt ver achter met
betrekking tot de invoering van het nieuwe DaKTP vaccin voor 4-jarigen. Op
eerdere vragen was aangegeven dat, na diverse malen te zijn uitgesteld, dit
vaccin uiterlijk medio 2006 in het RVP zou worden ingevoerd. Tot op heden
is het voor dit vaccin door het CBG zelfs niet eens de registratie afgegeven.
Als alternatief werd tijdelijk door het NVI een vaccin met een andere samenstelling
ingekocht.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Ook het DaKTP Hib vaccin voor 0-jarigen is nog niet
geregistreerd. Dat zal ongetwijfeld tot vertraging leiden van de invoering
die gepland staat, voor zover laatst bekend, voor 1 januari 2007. Daar
komt nog bij dat door de invoering van een pneumokokkenvaccin het RVP anders
is opgebouwd omdat er nu op het zelfde moment 2 vaccinaties worden gegeven.
Ten tijde van de voorbereidingen van het NVI vaccin was dit niet bekend en
is er voor zover bekend ook geen klinisch fase 3 onderzoek uitgevoerd waarbij
specifiek gekeken wordt naar de effecten van de gelijktijdige toediening van
het pneumokokkenvaccin en het DaKTPHib vaccin van het NVI. Voor de commercieel
verkrijgbare vaccins zijn deze zogenaamde co-administratie gegevens ruim voorhanden.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan de minister op grond van deze feiten verdere
investeringen in het NVI rechtvaardigen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden keer op keer de toezeggingen van het
NVI niet gerealiseerd en waarom wordt de Kamer hier niet over geïnformeerd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan er, na alles wat er in de afgelopen jaren bij
het NVI is voorgevallen rondom de productie en productontwikkeling van vaccins,
nog altijd worden beweerd dat het bestaansrecht van het NVI gelegitimeerd
kan worden vanuit de stelling dat er in Nederland behoefte is aan een eigen
productie- en ontwikkelingsfaciliteit voor vaccins?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De overheid is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van vaccins voor
het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en in crisissituaties. Gezien de huidige
kwetsbaarheid van de vaccinmarkt en het bestaan van marktfalen, heb ik ervoor
gekozen om de mogelijkheid om bepaalde vaccins te ontwikkelen/produceren te
handhaven onder overheidsverantwoordelijkheid. Deze keus heb ik eerder dit
jaar ook onderbouwd (14 april 2006, Tweede Kamer, 22 894, nr. 80
en 16 juni 2006, Tweede Kamer, 22 894, nr. 98). Het feit dat de
invoering van het nieuwe DaKTP vaccin is vertraagd, doet niets af aan de omstandigheden
die mijn voorgangers hebben doen besluiten het NVI in te stellen. Dat kan
ook met zich meebrengen dat voor het in stand houden van deze voorziening
investeringen nodig zijn. Daarbij maak ik steeds de afweging of de kosten
hiervan opwegen tegen de voordelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De comptabiliteit van gelijktijdige toediening van het pneumokokkenvaccin
met Pentacel, het De comptabiliteit van gelijktijdige toediening van het pneumokokkenvaccin
met Pentacel, het DaKTP-Hib vaccin van Sanofi en met het Hepatitis B vaccin
is onlangs onderzocht en gepubliceerd in «Vaccine», een vooraanstaand
wetenschappelijk tijdschrift als het om vaccins gaat. De conclusie uit deze
studie is dat alle drie de vaccins gelijktijdig kunnen worden gegeven. Het
DaKTP-Hib vaccin van het NVI heeft exact dezelfde formulering als Pentacel.
Daarmee zijn net als bij de commerciële vaccins de in de
vraag genoemde co-administratie gegevens ruim voorhanden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontwikkeling van vaccins verloopt niet altijd eenduidig van maand tot
maand onvoorspelbaar doordat steeds op nieuwe ontwikkelingen ingespeeld moet
worden. De partners van het NVI in de private sector zullen daarover niet
iets anders vertellen. Het gaat immers om biologische processen. In dat opzicht
is de vertraging van de introductie van het DaKTP vaccin, alhoewel vervelend
en zeer ongewenst, geen opmerkelijke gebeurtenis. Zo heb ik medio 2006 mij
extra moeten inspannen om met de commerciële producenten van het regulier
groepvaccin voor het seizoen 2006/2007 voldoende vaccin op tijd gereed te
hebben. Door dat dit jaar bij de verschillende leveranciers de vaccins bijv.
minder snel groeiden start de nationale campagne enkele weken later maar nog
wel op tijd. Mijn afweging bij het al dan niet informeren van de Tweede Kamer
hierover is of ontwikkelingen van belang zijn voor de continuïteit van
het RVP. Immers, waar het uiteindelijk om gaat is de garantie van tijdige
levering van het benodigde vaccin en die is niet in het geding.</al>
      <tuskop letat="rom">145</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In het NVI-magazine «Vaste Prik» van 11 juni
2006 (blz. 21) wordt door een ingewijde gesteld dat er juist door het in stand
houden van het NVI een situatie kan ontstaan waarbij de productkeuze voor
het RVP soms mede-bepalend is.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De door het NVI geproduceerde BMR-prik wordt op dit
moment vervangen door commercieel verkrijgbare vaccins. De reden is naar verluidt
opnieuw een kwaliteitsprobleem.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Een tweede concreet voorbeeld is het feit dat er in
2005 minder bijwerkingen zijn geconstateerd na invoering van DaKTPHib vaccin
bij 0-jarigen (zie RIVM rapport). In hoeverre wordt n.a.v. bovenstaande voorbeelden
de doelmatigheid van het RVP geschaad?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het aanbieden van een Rijksvaccinatieprogramma
voor alle kinderen in Nederland heb ik belang bij vaccins van hoge kwaliteit
en bij de continuïteit van levering van deze vaccins. Met name de kwetsbaarheid
op dit laatste punt heeft het kabinet op 1 februari 2002 doen besluiten
een eigen ontwikkel- en productiecapaciteit in stand te houden, in de vorm
van het NVI. Hieruit volgt automatisch dat er ook eigen vaccins gemaakt worden
en gebruikt worden in het RVP. Bij voorkeur zijn dat de vaccins waar gevreesd
wordt voor marktfalen, of de vaccins waarbij het vanuit datzelfde argument,
van belang geacht wordt om de productietechnieken of capaciteit overeind te
houden. Dit beïnvloedt op haar beurt vanzelfsprekend weer de productkeuze
voor het RVP.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor wat betreft uw vraag naar doelmatigheid van het RVP het volgende.
Ik vind dat het iets mag kosten om het risico van marktfalen te kunnen beperken
en meer garantie te kunnen creëren voor de continuïteit van RVP.
Ik ben van mening dat het hier niet om onverantwoord hoge kosten gaat en dat
dus de doelmatigheid van het RVP niet in het geding is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bovenstaande mag nooit ten koste gaan van de kwaliteit en beschikbaarheid
van vaccins voor het RVP. De voorbeelden die u noemt, zijn daar mijns inziens
juist een illustratie van. Op het moment dat het NVI een vaccin, om wat voor
reden dan ook, (nog) niet zelf kan produceren, maar het vaccin wel nodig is
voor het RVP, wordt dit ingekocht. Ook als dit tijdelijk leidt tot hogere
kosten. Ik laat mij over dit soort kwesties adviseren door de Gezondheidsraad
en besluit op basis van die adviezen. Zo garandeer ik dat het algemeen belang
prevaleert. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Specifiek ten aanzien van BMR en DaKTP het volgende:</al>
      <tuskop letat="cur">BMR</tuskop>
      <al>De reden van tijdelijke aankoop BMR is het feit dat het NVI zijn productie
faciliteit heeft verbouwd. Hierdoor moest de productie tijdelijk stil gelegd
worden en was een overbruggingsaankoop nodig. Er was geen probleem met de
kwaliteit van het BMR vaccin en ook de continuïteit van het RVP was niet
in het geding.</al>
      <tuskop letat="cur">DaKTP</tuskop>
      <al>Er is nog geen RIVM-rapport beschikbaar over de bijwerkingen van vaccinaties
in 2005 maar het RIVM heeft wel een artikel gepubliceerd in het Infectieziekten
Bulletin van maart 2006. Hierin is geconcludeerd dat voorlopige gegevens van
meldingen van mogelijke bijwerkingen van RVP-vaccinaties in 2005 duiden op
een afname van meldingen na de vaccinaties met DKTP-Hib. Dit was ook de verwachting
bij het invoeren van het vaccin en de reden voor de Gezondheidsraad om te
adviseren gebruik te maken van een vaccin met een acellulaire component. Omdat
het NVI-vaccin op dat moment nog niet aangepast was, heb ik gebruik gemaakt
van een tijdelijk aangekocht commercieel vaccin, wat in vergelijking met het
tot dan toe gebruikte DKTP vaccin van het NVI relatief duur is. Dit was geen
keuze op basis van doelmatigheid maar in het belang van de gevaccineerde kinderen
en het behoud van draagvlak voor het RVP.</al>
      <tuskop letat="rom">146</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In de paragrafen over infectieziektebestrijding ontbreken
verwijzingen naar de bestrijding (ook in Europees verband) van de hernieuwde
opkomst van «oude» infectieziekten als tuberculose. Is de regering
van zins in Europees verband hieraan bij te dragen en zo ja, in welke vorm
en mate?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. In de begroting wordt onder andere aandacht besteed aan de verbetering
van de structuur van de infectieziektebestrijding. Deze is vanaf 2005
ingezet en loopt in 2007 nog door. De verbetering heeft zowel betrekking op
de Nederlandse- als internationale infectieziektebestrijding. De Nederlandse
regering onderschrijft daarom – mede gegeven het grensoverschrijdende
karakter van infectieziekten – volledig het nut en de noodzaak om in
Europees en WHO verband samen te werken aan de preventie en bestrijding van
zowel «oude» als «nieuwe» infectieziekten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In Europees verband speelt de World Health Organization (WHO) een belangrijke
rol bij de bestrijding, met name in landen die niet tot de Europese Unie behoren.
De WHO, waaronder het Europese regiokantoor (WHO-Euro), wordt hierbij in belangrijke
mate gesteund door de Nederlandse regering. In de samenwerkingsovereenkomst
die VWS in 2004 is aangegaan met de WHO zijn twee thema’s benoemd die
expliciet betrekking hebben op TB. De eerste vraagt aandacht voor het gezamenlijk
bestrijden van de co-infectie aids en TB, het tweede gaat in op de relatie
tussen drugsgebruik en infectieziekten. Tenslotte ondersteunt Nederland het
WHO «Health in Prisons Project». Gevangenissen in Oost-Europa
zijn één van de belangrijkste bronnen van infectie, zowel voor
TB, soa als aids.</al>
      <al>Naast WHO-Euro is het Europees Centrum voor Ziektepreventie en Bestrijding
(ECDC) te Stockholm een nieuwe partij. Nederland heeft als lid van de adviescommissie
van het ECDC expliciet aandacht gevraagd voor versterking van het Europese
beleid gericht op de TB-bestrijding. Hierbij is Nederland van mening dat de
Europese Unie ook steun zou moeten verlenen aan haar buurlanden, waar de epidemiologische
situatie m.b.t. TB vaak zorgelijk is. Het ECDC is momenteel bezig haar rol
in het speelveld te definiëren, maar ziet in elk geval een grondige evaluatie
van het Europese surveillancesysteem als een van haar taken. Ik onderken de dreiging van TB als een van de «oude» nieuw opkomende
infectieziekten, maar ben van mening dat deze met bovengenoemde activiteiten
op dit moment voldoende aandacht krijgt</al>
      <tuskop letat="rom">147</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt verstaan onder een landelijke organisatiestructuur
voor kansbepalende prenatale screening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 15 september 2005 is de Kamer per brief (Tweede Kamer, 29 323,
nr. 15) geïnformeerd over de voorgenomen organisatie van prenatale
screening. Prenatale screening wordt qua uitvoering en organisatie direct
in de reguliere zwangerschapszorg belegd. De betrokken beroepsgroepen hebben
een voorstel gedaan voor een landelijke organisatiestructuur voor kansbepalende
prenatale screening. In deze structuur zijn taken toebedeeld aan 3 niveaus.
Hoewel er geen sprake is van een rijksprogramma, zal de kwaliteit van prenatale
screening op deze verschillende niveaus gewaarborgd moeten worden. Het gaat
hierbij om het niveau van de individuele zorgverlener (beroepsgroep), op regionaal
niveau (regionale centra) en op landelijk niveau (centraal orgaan). Belangrijke
onderdelen van deze landelijke organisatiestructuur zijn: coördinatie
op de voorlichting aan alle zwangere vrouwen, certificering van vaardigheden
en apparatuur voor prenatale testen, coördinatie op de uitvoering van
prenatale testen en registratie ten behoeve van landelijke evaluatie en monitoring.
Screening op Downsyndroom en neuraalbuisdefecten is vergunningplichtig op
grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). De genoemde kwaliteitseisen
zullen via de WBO-vergunning gewaarborgd worden.</al>
      <tuskop letat="rom">148</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">COPD komt meer voor bij mensen met een lage opleiding
en een laag inkomen. Deze groep rookt gemiddeld meer en preventiemaatregelen
zijn minder effectief. Hoe denkt u dit omvangrijke probleem met een beperkt
budget gericht aan te gaan pakken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij laagopgeleiden komt COPD duidelijk meer voor dan bij hoogopgeleiden.
In 2001 concludeerde het RIVM dat bij laagopgeleiden COPD-symptomen ongeveer
1,9 maal zo vaak voorkwamen als bij hoogopgeleiden. Actief en passief roken
verklaarden een substantieel deel van de waargenomen verschillen in COPD tussen
laag- en hoogopgeleiden. Na correctie voor roken was het verschil tussen laag-
en hoogopgeleiden gereduceerd tot 1,5. Echter ook voedigsfactoren en overgewicht
(Body Mass Index &gt; 25) verklaren een deel van het verschil. Na correctie
hiervoor kwamen COPD-symptomen nog 1,2 maal zo vaak voor bij laagopgeleiden
ten opzichte van hoogopgeleiden (bron: RIVM 260855004).</al>
      <al>De aanpak van sociaal-economische gezondheidsverschillen is echter ingewikkeld.
Zo is het niet duidelijk welke interventies effectief zijn om juist de laagopgeleiden
te stimuleren tot een gezonder gedrag. Binnen de thema’s roken, overgewicht
en voeding wordt zoveel als mogelijk aandacht besteed aan specifieke doelgroepen
waaronder laagopgeleiden. Zo is in het Nationaal Programma Tabaksontmoediging
2006–2010 vastgelegd dat het, omdat een relatief groot deel van de rokers
tot de lage welstandsgroepen behoort, nodig is om nieuwe interventies te ontwikkelen
om het vertrouwen in eigen vermogen tot stoppen te vergroten en ondersteuning
bij gedragsverandering te bieden. Een lokale aanpak biedt, naast accijnsmaatregelen,
zie ook antwoord 152, de beste mogelijkheden voor het bereiken van specifieke
doelgroepen zoals laagopgeleiden. Een voorbeeld van campagne met een lokale
benadering is de campagne «Rokers verdienen een beloning» die
STIVORO samen met tien GGD-en recentelijk heeft gelanceerd. Rokers worden
hierbij gevraagd op 2 november 2006 24 uur niet te roken en hun ervaringen
te delen.</al>
      <al>Vervolgens ontvangen zij «informatie op maat» die de deelnemer
het vertrouwen kan geven voor een stoppoging. Het doel van de campagne is
om rokers met een lage stopintentie te laten ervaren dat stoppen met roken
weliswaar lastig, maar niet onmogelijk is.</al>
      <tuskop letat="rom">149</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk budget is beschikbaar voor geleverde zorg waar
geen betaling tegenover staat (oninbare rekeningen)? Hoe verkopen de onderhandelingen
tussen zorgverzekeraars en betrokken instellingen? Welke knelpunten zijn er
bij de regering bekend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Momenteel bestaan er twee regelingen waaruit oninbare vorderingen kunnen
worden gefinancierd.</al>
      <al>Ten eerste bestaat er voor ziekenhuizen de beleidsregel afschrijvingskosten
dubieuze debiteuren. Deze beleidsregel dubieuze debiteuren is bedoeld om er
(een deel van de) oninbare vorderingen uit te bekostigen in het geval ziekenhuizen,
ondanks hun inspanningen de kosten van geleverde zorg te verhalen op zorgconsumenten,
met oninbare vorderingen blijven zitten. De totale omvang van de vergoeding
die in de budgetten wordt opgenomen voor afschrijving op de post dubieuze
debiteuren in de ziekenhuissector bedraagt circa € 35 miljoen. In
2003 heb ik ZN verzocht haar leden te informeren dat verzekeraars er bij hun
onderhandelingen met ziekenhuizen rekening mee houden dat toepassing van de
beleidsregel dubieuze debiteuren veronderstelt dat partijen uitgaan van een
reëel niveau van aanvaardbaar geachte afschrijvingskosten dubieuze debiteuren.
Sinds het bestaan van de beleidsregel dubieuze debiteuren is het niet voorgekomen
dat een instelling naar aanleiding van de afgesproken omvang van deze post
gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar te maken bij de landelijke
adviescommissie lokaal overleg (LALO-procedure).</al>
      <al>Ten tweede is er het in samenhang met de Koppelingswet ingevoerde fonds
van de Stichting Koppeling. Dit fonds voorziet in gedeeltelijke financiering
van de kosten van door eerstelijnszorgaanbieders, verloskundigen, apothekers
en tandartsen verleende zorg aan illegalen. Voor het Koppelingsfonds stelt
VWS voor 2007 € 3,6 miljoen beschikbaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik heb eerder in de achtste voortgangsrapportage in het kader van de Zorgverzekeringswet
(Tweede Kamer, 25 689, nr. 114) aangegeven dat het op termijn wenselijk
kan zijn, om deze regelingen te stroomlijnen en dat ik de mogelijkheden hiertoe
nader zal onderzoeken.</al>
      <al>Ik heb u op 16 oktober jl. geschreven (29 689/19 637, nr.
116) dat ik u voor het einde van het jaar hierover nader zal berichten.</al>
      <tuskop letat="rom">150</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Nederlandse vereniging voor seksuologische hulpverlening
c.s. bood regering en Kamer onlangs een raamwerk voor seksuologische hulpverlening
aan. Op welke wijze is dit raamwerk verwerkt in de plannen van de regering
voor een nieuw systeem van seksuologische hulpverlening per 2008, en hoe ziet
dit nieuwe systeem er uit?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS) heeft dit «Raamwerk
voor vernieuwing voor de eerstelijns gezondheidszorg rondom seksualiteit en
reproductie per januari 2008» mede op verzoek van VWS gemaakt. De NVVS
heeft dit raamwerk begin september 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het
is de bedoeling dat de aanvullende eerstelijns medische en seksuologische
hulpverlening (de vroegere Rutgershulpverlening, een aanvullende eerstelijns
voorziening op de huisarts) vanaf 2008 vernieuwd wordt, omdat de huidige
subsidieregeling afloopt. Het raamwerk van de NVVS en de evaluatie van de
huidige subsidieregeling van het College voor Zorgverzekeringen, die binnenkort
beschikbaar is, vormen de basis voor mijn beslissing omtrent
de inrichting en financiering van de hulpverlening vanaf 2008. U wordt
in 2007 geïnformeerd over het nieuwe systeem. Op dit moment is hier nog
geen beslissing over genomen. </al>
      <tuskop letat="rom">151</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom zijn het Elektronisch Kinddossier en het Elektronisch
Patiëntdossier twee verschillende systemen? Op welke wijze zijn het Elektronisch
Kinddossier en het Elektronisch Patiëntdossier gekoppeld? Worden gegevens
over de leerling vanuit het onderwijs opgenomen in het EKD? Zo ja, welke?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het veilig en betrouwbaar uitwisselen van zorggegevens is een landelijke
infrastructuur ingericht, waarbij het Landelijk Schakelpunt een spilfunctie
heeft. Het elektronisch medicatiedossier (EMD) en het waarneemdossier huisartsen
(WDH) – de eerste toepassingen van het elektronisch patiëntdossier
(EPD) – maken gebruik van deze infrastructuur. Uitgangspunt is dat elke
zorgaanbieder zijn eigen dossier bijhoudt en – mits geautoriseerd –
inzage heeft in de gegevens van andere zorgaanbieders.</al>
      <al>Voor het elektronisch kinddossier (EKD) is een andere werkwijze gekozen
omdat in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) op informatiseringsgebied een forse
inhaalslag nodig is. De JGZ gebruikt óf nog papieren dossiers, of (half)
geautomatiseerde dossiers die tussen JGZ-instellingen niet elektronisch uitgewisseld
kunnen worden. Het EKD voorziet in één zelfde wijze van gegevensverzameling
en uitwisseling van de gegevens. De Kamer is over het EKD geïnformeerd
per brief van 21 april 2006 (30 380, nrs. 7 en 8). Daarbij werd
de contra expertise van Het Expertise Centrum van 5 maart 2006 betrokken.
De eerste stap van het EKD is gericht op het gebruik van een elektronisch
dossier binnen de JGZ. Dit is al een heel grote operatie. Deze stap maakt
het daarna mogelijk om het EKD op termijn aan te sluiten op de landelijke
infrastructuur.</al>
      <al>Onderwijsgegevens over leerlingen worden niet opgenomen in het EKD. Voor
de uitwisseling van risicomeldingen over kinderen met sectoren buiten de gezondheidszorg
zoals onderwijs wordt momenteel de Verwijsindex risicojongeren ingericht.
Het is niet de bedoeling dat onderwijsgevenden in het medische dossier van
een kind kunnen kijken. Daar waar samenhang van JGZ en bijv. onderwijs nodig
is bij risicogevallen is de verwijsindex ingericht. Deze verwijsindex is 11 oktober
2006 aan de wethouders Jeugd gepresenteerd.</al>
      <tuskop letat="rom">152</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt de accijnsheffing ook daadwerkelijk ingezet om
tabaksgebruik (onder jongeren) te verminderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het heffen van accijns op tabaksproducten is een effectieve maatregel
om het gebruik van tabak terug te dringen. Als de prijs met 10% stijgt,
daalt de vraag naar tabak met ongeveer 4%. Het RIVM heeft geconcludeerd
dat een prijsverhoging van 10% als gevolg van een accijnsverhoging
leidt tot maximaal 70 000 extra stoppers in een jaar en circa 36 000
gewonnen levensjaren (RIVM 260601003/2005; http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/260601003.html).
Een accijnsverhoging draagt ook bij aan het voorkomen dat jongeren gaan roken:
een prijsverhoging van 10% verlaagt het aantal jeugdige rokers op korte
termijn met 10 000. (RIVM 260601002/2005, http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/260601002.html).</al>
      <al>De huidige accijns/BTW-heffingen dragen al bij aan een beperking van het
aantal rokers en bijv. het aantal sigaretten per roker. Het kabinet heeft
voor 2007 geen accijnsverhoging voorgesteld.</al>
      <tuskop letat="rom">153</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Worden ook andere ministeries bij het actieplan betrokken? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het programma richt zich vooral op gezondheidsbevordering, daarom zijn
er primair geen andere ministeries betrokken bij de uitvoering ervan.</al>
      <tuskop letat="rom">154</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen neemt u om veilig vrijen te bevorderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 1 december 2004, «Preventieplan soa en hiv
in Nederland» (Tweede Kamer, 29 220, nr. 4), heb ik u geïnformeerd
over de nieuwe aanpak voor de bestrijding van soa en hiv. Veilig vrijen maakt
een belangrijk deel uit van deze aanpak. Om veilig vrijen te stimuleren heb
ik verschillende maatregelen genomen. Deze zijn zowel gericht op het algemene
publiek als op groepen die extra risico lopen op het krijgen van een soa.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het algemene publiek is er de jaarlijkse «Vrij Veilig»
campagne die als doel heeft de kennis over veilige seks te vergroten en veilige
seks als norm te ondersteunen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast financier ik doelgroep gerichte preventieprogramma’s voor
zes risicogroepen. Dat zijn mannen met homoseksuele contacten, allochtonen,
jongeren, prostituees en prostituanten, druggebruikers en mensen met hiv.
Voor deze risicogroepen zijn specifieke interventies beschikbaar. Uit onderzoek
blijkt dat informatie over veilig vrijen alleen niet voldoende is. Attitude,
vaardigheden, sociale norm en een stimulerende omgeving spelen eveneens een
rol. Voor elk van deze groepen is een organisatie door mij aangewezen die
verantwoordelijk is voor een samenhangend pakket van preventieactiviteiten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de doelgroep jongeren is daarnaast aan ZonMw recent het programma
Seks onder je 25ste opgedragen dat gericht is op gezondheidsbevordering en
preventie. Het voorkomen van soa, onbedoelde zwangerschap en seksueel geweld
zijn hoofdthema’s van dit programma. Tevens financier ik de Rutgers
Nisso Groep voor onderzoek en ontwikkeling van interventies op het brede terrein
van seksualiteit. Veilig vrijen maakt hier ook onderdeel van uit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tenslotte wordt in de soa-centra, die vanuit de nieuwe regeling voor de
curatieve soa-bestrijding zijn opgericht, ook aandacht aan veilig vrijen besteed
bij de counseling van mensen die zich laten testen op een soa.</al>
      <tuskop letat="rom">155</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer krijgt de Kamer de antwoorden op de gestelde
vragen over het standpunt Wet Afbreking Zwangerschap?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De beantwoording van de gestelde vragen worden opgesteld door de Staatssecretaris
van VWS en de Minister van Justitie. Zodra het overleg van beiden is afgerond
zullen de antwoorden zo spoedig mogelijk naar de Kamer gezonden worden.</al>
      <tuskop letat="rom">156</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer is het evaluatierapport over de Wet levensbeëindiging
op verzoek gereed en wanneer krijgt de Kamer een reactie op die rapportage?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het evaluatierapport m.b.t. de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding zal april 2007 gereed zijn. Het standpunt op
de evaluatie zal in november 2007 aan de Tweede Kamer worden gezonden voorzover
dat nu te overzien valt. </al>
      <tuskop letat="rom">157</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u werkelijk van mening dat door de kring van verzekerden
en het pakket van de basisverzekering centraal vast te stellen de toegankelijkheid
van het stelsel is gewaarborgd? Zo ja, waarom?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, die mening ben ik toegedaan. De kring van personen die een zorgverzekering
moeten afsluiten, is immers gelijk aan de kring van verzekerden die bij of
krachtens de AWBZ van rechtswege verzekerd zijn. Dat zijn in beginsel alle
ingezetenen van Nederland en niet ingezetenen die ter zake van in Nederland
in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting zijn onderworpen.
Het pakket omvat alle verstrekkingen die ook in het ziekenfondspakket zaten.
Daarnaast zijn de risicoverevening en de acceptatieplicht belangrijke waarborgen.</al>
      <tuskop letat="rom">158</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor het beoogde stelsel moet sprake zijn van een goede
taakvervulling door overheid, zorgconsument, zorgaanbieder en zorgverzekeraar.
Dit vereist een heldere verantwoordelijkheidverdeling tussen de betrokken
actoren. In hoeverre is op dit moment sprake van een heldere verantwoordelijkheidsverdeling?
Kan de beoogde verantwoordelijkheidsverdeling geschetst worden alsmede het
tijdpad om tot die verantwoordelijkheidsverdeling te komen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verantwoordelijkheden van de verschillende actoren in het zorgstelsel
zijn helder en duidelijk belegd en verankerd in de wet- en regelgeving, zoals
de Zorgverzekeringswet, de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG) en de Wet
Toelating Zorginstellingen (WTZi). Daarmee is de basis gelegd voor het goed
functioneren van het zorgstelsel en de borging van de publieke belangen van
kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Centraal staat de behoefte
van de zorgconsument, die een eigen verantwoordelijkheid heeft bij de keuze
voor een zorgaanbieder en een zorgverzekeraar. De zorgaanbieder is verantwoordelijk
voor het leveren van de gevraagde zorg tegen de met de verzekeraar afgesproken
prijs en conform de wettelijke kwaliteitseisen. De verzekeraar speelt een
centrale rol bij de financiering van zorg voor de zorgconsumenten die zich
bij hem verzekerd hebben. Dit model zal zich de komende jaren moeten bewijzen.
De eerste voortekenen zijn gunstig, zoals blijkt uit de monitorrapportage
van de NZa uit juni 2006. De gereguleerde marktwerking werkt pas echt als
de concurrentie tussen zorgverzekeraars ook leidt tot doelmatige zorgverlening.
De NZa wijst erop dat de eerste voortekenen zichtbaar zijn dat er meer afspraken
worden gemaakt over de kwaliteit van zorg. Op dit punt moeten zorgverzekeraars
nog verdere verbeteringen doorvoeren. De NZa zal de ontwikkelingen op dit
punt volgen.</al>
      <tuskop letat="rom">159</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt voor de begroting van 2008 wel bezien
of het mogelijk is om, mede in relatie tot de Zorg Balans een of meer prestatie-indicatoren
voor artikel 42 te formuleren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Zorgbalans is door VWS opgezet als groeitraject. De Zorgbalans geeft
aan dat de mate van de empirische vulling van de indicatoren voor veiligheid,
patiëntgerichtheid en toegankelijkheid voor de cure nog matig is. Daar
zal richting de volgende Zorgbalans, die in 2008 verschijnt en de prestaties
van de Nederlandse gezondheidszorg anno 2006 beschrijft, aan worden gewerkt.
Bovendien is het voor de volgende Zorgbalans van belang dat de internationale
vergelijkbaarheid wordt vergroot. Dit groeitraject van de Zorgbalans creëert
kansen voor de begroting van 2008 om te bezien of het mogelijk is om mede
in relatie tot de Zorgbalans een of meer prestatie-indicatoren voor artikel
42 (Gezondheidszorg) te formuleren. </al>
      <tuskop letat="rom">160</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De regering stelt dat zorgaanbieders het als hun taak
moeten zien de patiënten te wijzen op de gevolgen van (ongezond) gedrag.
Tevens wordt gesteld dat zorgverzekeraars een belangrijke rol kunnen spelen
bij preventie dan tot nu toe. In de verdere uitwerking van de toelichting
komt dit aspect niet meer concreet terug. Uit onder andere de toelichting
op artikel 42 blijkt niet dat de regering aspecten van preventieve zorg ziet
als noodzakelijke zorg, op te nemen in het basispakket. Hoe denkt de minister
deze opvattingen te operationaliseren in voor artsen en cliënten ondersteunend
beleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie de antwoorden op de vragen 73 t/m 76 en 78.</al>
      <tuskop letat="rom">161</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaruit bestaat de toename in uitgave voor het betaalbaar
verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De geraamde uitgaven voor operationele doelstelling 42.3.4 «Zorgverzekeraars
zijn in staat de consument een voor iedereen betaalbaar verzekerd pakket te
bieden van noodzakelijke zorg» worden uiteengezet op de bladzijden 60
tot en met 66 van de begroting. De geraamde uitgaven zijn ten slotte ook samengevat
in de tabel op bladzijde 66. Uitgaven specifiek gericht op het betaalbaar
houden van het verzekerd pakket betreffen de Rijksbijdrage voor 18- (€ 1,8
miljard) en de zorgtoeslag (€ 2,8 miljard).</al>
      <tuskop letat="rom">162</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop zijn de minimale procentuele mutaties van de
extramurale zorg, de ziekenhuizen en medisch specialisten, het ziekenvervoer,
de genees- en hulpmiddelen en de grensoverschrijdende zorg gebaseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regel procentuele mutatie geeft de mutatie in de zorguitgaven ten opzichte
van het voorgaande jaar weer. De procentuele mutatie in 2007 ten opzichte
van 2006 voor dit artikel blijft beperkt door de overheveling van het opleidingsfonds
naar de VWS-begroting (€ 636,7 miljoen). Omdat deze middelen in
2008 nog wel binnen de premie-uitgaven geraamd staan is het percentage daar
hoger. De geringe groei in latere jaren wordt veroorzaakt door het feit dat
zowel de ruimte voor volumegroei na 2007 als voor nominale aanpassingen vanaf 2007
gereserveerd staan op artikel 99 «nominaal en onvoorzien».</al>
      <tuskop letat="rom">163</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is nog geen welke streefwaarde ingevuld die
gehanteerd zal worden voor het percentage consumenten dat in staat is om een
zorgverzekeraar c.q. zorgaanbieder te kiezen? Waarom kan hier niet al 100%
worden ingevuld, onder aanname dat voor minderjarigen en wilsonbekwamen een
vertegenwoordiger de keuze voor verzekeraar of zorgaanbieder maakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de komende periode wordt gewerkt aan het verder professionaliseren
van het stelsel van prestatie-indicatoren, mede in relatie tot de Zorgbalans
2008. Daarbij wordt ook bezien welke prestatie-indicatoren het meest inzicht
geven in de prestaties die vallen onder artikel 42 (zie ook antwoord op vraag
159).</al>
      <tuskop letat="rom">164</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer is de website www.jaardocument.nl naar verwachting
operationeel? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De website is sinds enige jaren operationeel. Op de website zijn vanaf
2002 de reguliere jaarverslagen en jaarrekeningen van zorginstellingen te
vinden en vanaf 2003 ook de Jaardocumenten.</al>
      <tuskop letat="rom">165</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat voor soort voorlichting en welke leidraden over
gebruik van de Wet BOPZ wil de minister uitbrengen en hoe wil hij hierin meer
eenheid aanbrengen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik zal begin volgend jaar een voorlichtingscampagne opzetten voor de betrokken
doelgroepen (niet alleen psychiaters maar bijvoorbeeld ook huisartsen, andere
hulpverleners, patiënten en hun familie) die regelmatig met de toepassing
van de Wet Bopz in aanraking komen. Het doel van de voorlichtingscampagne
is om de betrokken doelgroepen meer en beter bekend te maken met de mogelijkheden
van de wet. Momenteel bevindt de voorlichtingscampagne zich nog in de conceptuele
fase.</al>
      <tuskop letat="rom">166</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden sommige instellingen in de begrotingsuitgaven
opgenomen, terwijl andere instellingen uit de premies worden bekostigd? Wat
zijn hier de criteria voor?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De op pagina 55 opgenomen instellingen betreffen enkel begrotingsgefinancierde
instellingen.</al>
      <al>De criteria om subsidies te verstrekken ten laste van de premie-inkomsten
zijn opgenomen in de Zorgverzekeringswet en de AWBZ: het verstrekken van tijdelijke
subsidies voor zorg of andere diensten, ten aanzien waarvan het voornemen
bestaat deze te doen opnemen in de verzekerde prestaties. Voor de AWBZ geldt
daarnaast nog dat subsidies verstrekt worden om verzekerden de mogelijkheid
te geven om in plaats van het tot gelding brengen van een aanspraak op grond
van die wet zelf te voorzien in de zorg die zij behoeven (het persoonsgebondenbudget)
alsmede voor zwangerschapsafbrekingen in de zin van de Wet afbreking zwangerschap,
overtijdbehandelingen en aan beide behandelingsvormen verbonden nazorg.</al>
      <tuskop letat="rom">167</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe komt de € 5,3 miljoen voor onderzoek
naar verschillende zorg- en organisatieconcepten met een verhoogde arbeidsproductiviteit
precies tot besteding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen zullen worden aangewend voor onderzoek en subsidie op verschillende
terreinen. Voor het voorkomen van tekorten op de arbeidsmarkt zal er worden
ingezet op vier deelgebieden te weten: het verhogen van de algemene arbeidsparticipatie,
het vergroten van de wervingskracht, het verhogen van de arbeidsproductiviteit
en het beperken van de zorgvraag. Hiernaast wordt er onderzoek gedaan naar
de effecten van maatregelen en ontwikkelingen in de zorg, op de personele
inzet. Bovendien wordt de arbeidsmarkt in de zorg structureel cijfermatig
geanalyseerd. Concreet worden op het gebied van het verhogen van de arbeidsproductiviteit
de volgende activiteiten ontplooid:</al>
      <al>• Onderzoeken gericht op het toepassen van domotica in woningen en
het effect hiervan op de personele inzet.</al>
      <al>• Onderzoeken gericht op het toepassen van technologieën in
het zorgproces gericht op het verhogen van de arbeidsproductiviteit.</al>
      <al>• Onderzoeken gericht op verschillende zorg- en organisatieconcepten
en het effect hiervan op de personele inzet.</al>
      <al>• Onderzoek gericht op het genereren van nieuwe ideeën/concepten
in de zorg ter verhoging van de arbeidsproductiviteit.</al>
      <al>• Subsidiëren van goede initiatieven op dit terrein in het veld. </al>
      <tuskop letat="rom">168</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke instrumenten worden gebruikt om het verhogen
van de arbeidsproductiviteit te meten? Wordt de meting van arbeidsproductiviteit
onderscheid gemaakt tussen verschillende sectoren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door onderzoeksinstituten worden verschillende instrumenten gebruikt voor
het meten van de arbeidsproductiviteit. De meeste methoden gaan uit van een
verhouding tussen het productievolume en de benodigde hoeveelheid arbeid,
gecorrigeerd voor diverse factoren. Er wordt bij de methoden onderscheid gemaakt
tussen de verschillende sectoren. Verder is er een onderscheid tussen het
meten van arbeidsproductiviteit op macroniveau en op microniveau. Op macroniveau
zijn er veranderingen in de bekostigings- en verantwoordingssystematiek. Verantwoording
en bekostiging vinden steeds meer plaats op basis van prestaties/output. Voor
de arbeidsproductiviteit is dit essentieel. Het meten van arbeidsproductiviteit
op macroniveau zal steeds meer aansluiten bij deze veranderende bekostigings-
en verantwoordingssystematiek. Op instellingsniveau (microniveau) wordt er
momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een meetinstrument voor arbeidsproductiviteit
in de care in opdracht van ZonMW. De te gebruiken methodiek voor het meten
van arbeidsproductiviteit zoals genoemd in mijn brief van 20 september
2006 (Tweede Kamer, 30 800 XVI, nr. 3) sluit hierbij aan.</al>
      <tuskop letat="rom">169</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe vaak is de bereikbaarheid van acute zorg in het
kader van de WTZi in 2006 in het regionale ketenoverleg acute zorg ter sprake
gebracht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het regionale acute zorg ketenoverleg is in de beleidsregels acute zorg
ex.Wtzi als verplichting opgenomen voor aanbieders van acute zorg. Het jaar
2006 wordt gezien als een agenderingsjaar. De Landelijke Vereniging van Traumacentra
inventariseert in een ronde langs de 10 traumaregio’s de uitgangssituatie.
De gegevens uit deze ronde worden verwerkt in een landelijk vergelijkbaar
format. Het NIVEL ontwikkelt in opdracht van mijn ministerie een zelfevaluatie-instrument
om een beeld te verkrijgen van de (kwaliteit van de) ketenafspraken. Dit instrument
is begin 2007 beschikbaar. Tevens is de ronde van de LvTC erop gericht een
vergelijkbare aanpak van de belangrijkste zorgprocessen in de acute zorg te
ontwikkelen. Hierbij zullen aspecten als bereikbaarheid, samenwerkingsafspraken,
protocollering, en ook de wijze waarop over de resultaten gerapporteerd kan
worden, ter sprake komen.</al>
      <al>Vooralsnog is er bewust voor gekozen om niet een strak stramien te formuleren.
Elke regio kent andere vraagstukken, en zeker ook andere oplossingen. In de
paar al gestarte regio-overleggen, zoals in de regio Brabant, is VWS overigens
uitgenodigd om de beleidsmatige kant toe te lichten.</al>
      <tuskop letat="rom">170</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is de toezegging aan CDA-senator Klink
om na te gaan of er een elektronisch registratiesysteem kan komen van mogelijke
donoren naast het al bestaande systeem in de beleidsvoornemens voor 2007 verwerkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze toezegging is volledig verwerkt in de beleidsvoornemens van 2007.
Momenteel wordt het automatiseringssysteem van het Donorregister aangepast
om elektronische registratie in 2007 mogelijk te maken.</al>
      <tuskop letat="rom">171</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de criteria/wat is het afwegingskader om sommige
instellingen uit de premies te bekostigen en andere instellingen, zoals het
opleidingsfonds, op te nemen in de begroting? Waarom wordt het opleidingsfonds voor 2008 en verder niet opgenomen in de begroting? Betekent dit dat
dit uit de premie zal worden bekostigd? Wat is hiervan het effect op de premie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de goede orde merk ik op dat het opleidingsfonds geen instelling
is, maar een budget dat wordt afgezonderd voor de bekostiging van een geselecteerde
groep zorgopleidingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij brief van 3 april 2006 (Tweede Kamer, 29 282 nr. 28) heb
ik u medegedeeld dat de keuze van de financiering van het opleidingsfonds
via begroting of premie is gebaseerd op technisch onderzoek naar de voor-
en nadelen van de financieringsvarianten. Bij de afweging heeft het kabinet
3 criteria gehanteerd t.w. 1) verschuiving van premie naar belastingen met
uit dien hoofde koopkrachteffecten 2) de noodzaak tot aanpassing van weten
regelgeving en 3) effecten op administratieve lasten. Het kabinet heeft destijds
op grond van de onderzoeksresultaten alles afwegende besloten om het opleidingsfonds
te financieren via de zorgpremies.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij brief van 25 september 2006 (Tweede Kamer, 29 282, nr. 34)
heb ik u vervolgens medegedeeld, dat de beoogde financiering van het opleidingsfonds
via de zorgpremies een wijziging vergt van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De
huidige Zvw staat immers niet toe dat zorgpremies behalve aan zorgverzekeraars
ook ten goede komen aan opleidende instellingen. Het is echter wetstechnisch
niet mogelijk om deze noodzakelijke aanpassing van de Zvw tijdig door te voeren.</al>
      <al>Om toch, zoals gepland, per 1 januari 2007 daadwerkelijk te starten
met het opleidingsfonds, heeft het kabinet besloten om het opleidingsfonds
in 2007 via de rijksbegroting te financieren. Het is aan het volgende kabinet
om een besluit te nemen over de structurele financieringswijze vanaf 2008.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze toezegging is volledig verwerkt in de beleidsvoornemens van 2007.
Momenteel wordt het automatiseringssysteem van het Donorregister aangepast
om elektronische registratie in 2007 mogelijk te maken.</al>
      <tuskop letat="rom">172</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de administratie van zorgverzekeraars voldoende
voorbereid op de komende periode van overstap van verzekerden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vorig jaar was de administratieve situatie bij zorgverzekeraars ook voor
de regering een bijzonder punt van aandacht omdat een verantwoorde invoering
van de Zorgverzekeringswet daar mede van afhankelijk was. Ook bij de komende
jaarovergang zal het verwerken van alle wijzigingen voor de zorgverzekeraars
weer een inspanning van formaat zijn, maar ik voorzie geen bijzondere problemen.
In de eerste plaats is de administratieve situatie het afgelopen jaar zodanig
geweest dat de invoering van de wet over het geheel genomen bevredigend heeft
kunnen verlopen. In de tweede plaats hebben de verzekeraars de ervaring van
het afgelopen jaar in hun bagage om zaken die nog niet goed liepen, te verbeteren.
Tenslotte heb ik een wetsvoorstel ingediend dat ervoor kan zorgen dat de administraties
minder zullen worden belast dan vorig jaar. Het gaat om het wetsvoorstel wijzing
opzegtermijnen zorgverzekeringswet, dat onlangs door de Tweede Kamer is aangenomen.
Als ook de Eerste Kamer ermee akkoord gaat zullen verzekeraars gevrijwaard
zijn van de zeer bewerkelijke onderlinge verrekeningen van schadelast die
betrekking heeft op het nieuwe verzekeringsjaar.</al>
      <tuskop letat="rom">173</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel mensen hadden uiteindelijk na alle nagekomen
rekeningen recht op no-claimteruggave? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik reeds in mijn brief van 16 juni 2006 over de evaluatie van
de no-claimteruggave (Tweede Kamer, 29 483, nr. 27) heb aangegeven komen «gegevens
over de omvang van het aantal correcties en terugvorderingen (...) niet eerder
dan het voorjaar van 2007 beschikbaar (...), dit vanwege de termijn die geldt
voor deze correctiemogelijkheid. Deze gegevens komen uit de tweede fase van
de evaluatie waarover in juni 2007 wordt gerapporteerd. De problematiek van
de correctie en terugvordering is deels incidenteel. Het aantal correcties
en terugvorderingen vermindert in belangrijke mate indien er minder uitvoeringsproblemen
zijn met DBC’s en deze sneller bij de verzekeraars worden gedeclareerd
en verwerkt. Tegelijkertijd zal er altijd een bepaalde mate van terugvordering
blijven bestaan; dat hangt samen met de maximale looptijd van een DBC van
een jaar. Hierdoor kan in een aantal gevallen een DBC pas gesloten worden
nadat de no-claimteruggaaf is uitbetaald. Het is op dit moment onduidelijk
in welke mate er sprake zal zijn van correctie en terugvordering; ten tijde
van de tweede fase van de evaluatie zal er meer duidelijkheid zijn over de
grootte van deze problematiek.»</al>
      <tuskop letat="rom">174</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In welke beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd
over het voornemen om de bekostiging van gezondheidscentra per 2009 volledig
via de WMG te laten verlopen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Zorgnota 2001 op pagina B105 heeft mijn voorganger aangekondigd
dat wordt bezien of gezondheidscentra vanaf 2002 via de Wet Tarieven
Gezondheidszorg (WTG) bekostigd zullen worden. In mijn brief van 23 november
2005 (Tweede Kamer, 29 247, nr. 34) heb ik u gemeld dat vanaf 1 januari
2007 gezondheidscentra zullen worden bekostigd via de WTG. Zie voorhang aan
Tweede Kamer over WTG bekostiging eerstelijnssamenwerkingsverbanden (Tweede
Kamer, 29 247, nr. 42)</al>
      <tuskop letat="rom">175 en 177</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt in het plan «De nieuwe praktijk»
tevens expliciet de rol van de huisarts opgenomen betreffende het vroegtijdig
signaleren, tegengaan en behandelen van ondervoeding? Kan aangegeven worden
op welke wijze? Welk budget is daarvoor beschikbaar?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt in het plan «De nieuwe praktijk»
tevens expliciet de rol van de huisarts opgenomen betreffende het vroegtijdig
signaleren, tegengaan en behandelen van ondervoeding? Kan aangegeven worden
op welke wijze? Welk budget is daarvoor beschikbaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het inhoudelijk programma van «De Nieuwe Praktijk» moet nog
worden bepaald. Het is dus nog niet bekend welke concrete onderwerpen daarin
worden opgepakt. Ik kan de rol van de huisarts bij het bestrijden van ondervoeding
toevoegen aan de lijst van onderwerpen die mogelijk aan bod komen. De betrokken
partijen – NHG, LHV en VWS – zullen echter de prioriteiten moeten
stellen. In 2007 is een totaal bedrag van € 0,5 miljoen voor «De
Nieuwe Praktijk» beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">176</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is de regering van plan om de aanpak,
screening en behandeling van ondervoeding in de gehele eerstelijnszorg integraal
op te zetten? Kan hiervoor een tijdpad gegeven worden? Kan de regering tevens
aangeven op welke wijze ook de thuiszorg betrokken wordt bij de integrale
aanpak om ondervoeding tegen te gaan door middel van screening en behandeling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het vroegtijdig signaleren, tegengaan en behandelen van ondervoeding is
een onderwerp dat in eerste instantie binnen ziekenhuizen en verpleeg/verzorgingshuizen
is opgepakt. In het kader van de programma’s «Sneller beter»
(ziekenhuizen) en «Zorg voor beter» (verpleeg- en verzorgingshuizen)
zijn initiatieven ontplooid om dit te verbeteren. Deze programma’s worden
de komende tijd uitgebreid onder andere naar de poliklinische zorg.</al>
      <al>Op basis van deze ervaringen kan worden bekeken of en hoe de eerstelijnszorg
hierbij kan aansluiten. Daarbij zullen zowel de huisartsen als de thuiszorg
worden betrokken. Er is op dit moment echter nog onvoldoende informatie beschikbaar
over de rol die de eerstelijnszorg bij het vroegtijdig signaleren en behandelen
van ondervoeding kan spelen.</al>
      <al>Verdere uitwerking van het plan vindt plaats in het Landelijk Overleg
Versterking Eerstelijnszorg (LOVE). Daarbij zijn alle relevante partijen –
waaronder de huisartsenzorg en de thuiszorg – betrokken.</al>
      <tuskop letat="rom">177</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 175.</al>
      <tuskop letat="rom">178</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hangt de bekostiging van de medisch-specialistische
zorg samen met de vereenvoudiging van de DBC’s? In welke vorm zal de
vereenvoudiging van DBC’s geschieden? Hoe wordt de balans tussen de
beschikbaarheid van de zorg en de doelmatigheid van de zorg gewaarborgd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief «Ruimte voor betere zorg» (Tweede Kamer, 29 248,
nr. 30) heb ik aangegeven voornemens te zijn om de bekostiging van medisch
specialistische zorg per 1 januari 2008 te baseren op de DBC systematiek.
Daarbij heb ik aangegeven dat een van de randvoorwaarden is dat er sprake
is van een stabiel DBC systeem.</al>
      <al>Tot 1 januari 2008 zullen nog enkele korte termijn verbeteringen
worden doorgevoerd alsmede enkele verbeteringen in het kader van het verbeterplan «DBCs:
eenvoudig beter», die ervoor moeten zorgen dat het DBC systeem per 1 januari
2008 voldoende stabiel is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een toelichting op het verbeterplan DBCs: eenvoudig beter».
verwijs ik naar de reguliere voortgangsrapportage van de DBC invoering van
juni 2006 (Tweede Kamer, 29 248, nr. 27 ).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De balans tussen de beschikbaarheid van zorg en de doelmatigheid van zorg
wordt geborgd door de kosten van de (acute) zorg zoveel mogelijk tot uitdrukking
te laten komen in DBCs. Hierbij wordt geen onderscheid meer gemaakt in DBCs
die al dan niet spoedeisend worden geleverd.</al>
      <al>Het uitgangspunt van de DBC systematiek is dat de eigen verantwoordelijkheid
van partijen in de zorg en de onderlinge concurrentie zorgdragen voor een
meer efficiënte werking van de zorgmarkt.</al>
      <al>Ziekenhuizen waarvan de spoedeisende hulp door een lage DBC-omzet niet
rendabel is, kunnen in aanmerking komen voor een aparte beschikbaarheidsvergoeding.
Het gaat daarbij uitsluitend om kosten van de spoedeisende hulp, buiten de
reguliere werktijd. Over de hoogte van de beschikbaarheidvergoeding moet nader
onderzoek worden gedaan. In verband met de doelmatigheid zal de komende tijd
worden bezien welke zorgaanbieders in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding.</al>
      <tuskop letat="rom">179</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe voorkomt de regering dat goed presterende ziekenhuizen
onevenredig getroffen worden door de voorgenomen macrokorting ziekenhuizen?
Hoe kan in de toekomst meer recht worden gedaan aan efficiencyverschillen
tussen ziekenhuizen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de inwerkingtreding van de WMG per 1 oktober 2006 heeft de NZa
de ruimte om zelf te bepalen op welke wijze de macrokorting richting individuele instellingen wordt geëffectueerd. In de definitieve aanwijzing
zal ik dan ook niet exact voorschrijven hoe de korting moet worden geëffectueerd.
Wel heb ik besloten dat, indien de NZa niet tijdig een kortingswijze zou kunnen
ontwikkelen, de mogelijkheid bestaat om bij de algemene ziekenhuizen terug
te vallen op een kortingswijze waarbij de korting per individueel ziekenhuis
werd gedifferentieerd aan de hand van een doelmatigheidsindicator.</al>
      <al>In de toekomst kan meer recht worden gedaan aan efficiencyverschillen
door bijvoorbeeld per individueel ziekenhuis de omvang van de geproduceerde
DBCs in ogenschouw te nemen. In een systeem van vrije prijzen zullen efficiënt
werkende ziekenhuizen zich concurrerender kunnen opstellen. Ik verwijs daarbij
nog naar mijn brief «Ruimte voor betere zorg» (Tweede Kamer, 29 248,
nr. 30).</al>
      <tuskop letat="rom">180</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom legt de regering de rekening voor de budgetoverschrijding
eenzijdig bij ziekenhuizen, terwijl zorgverzekeraars – die samen met
het ministerie en de ziekenhuizen een prestatiecontract zijn aangegaan –
buiten schot blijven? Hoeveel extra patiënten zijn geholpen met het bedrag
van de overschrijding? Betekent het feit dat extra patiënten zijn geholpen
dat het oorspronkelijke budget te laag geraamd was?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De zorgverzekeraars zijn vanaf 1 januari 2006 in een volledig
concurrerende omgeving geplaatst. Overschrijdingen van het budget van een
ziekenhuis door een hogere productie heeft effect op een individuele verzekeraar.
Die zorgverzekeraar heeft dan hogere kosten die hij moet vertalen in een hogere
premie. Dit verslechtert zijn concurrentiepositie.</al>
      <al>De vraag hoeveel extra patiënten zijn geholpen met het bedrag van
de overschrijding laat zich moeilijk beantwoorden. De opbouw van het budget
van ziekenhuizen vindt namelijk plaats aan de hand van parameters als aantallen
opnamen, aantallen verpleegdagen etc. en niet aan de hand van aantallen patiënten.
Daardoor is er geen directe relatie tussen budget dan wel overschrijding van
het budget en aantal patiënten. De NVZ heeft hiervoor in haar persbericht
van 31 augustus 2006 wel een indicatie gegeven. Hierover heeft u mij
in het plenair-overleg van 5 september 2006 vragen gesteld. Kortheidshalve
verwijs ik naar mijn reactie zoals weergegeven in mijn brief van 26 september
2006 (29 689, nr. 115).</al>
      <al>Het oorspronkelijk budget is dus niet gebaseerd op het aantal patiënten
maar is de raming van de omvang aan financiële middelen die op grond
van het budgettaire kader zorg (BKZ) aan de sector beschikbaar wordt gesteld.
Dit kader moet voldoende zijn om aan de benodigde zorgvraag te voldoen. Ziekenhuizen
en zorgverzekeraars hebben de mogelijkheid om afspraken te maken over het
leveren van extra productie zonder dat die zich hoeft te vertalen in een hoger
budget en daar waar sprake is van vrije prijzen kunnen ziekenhuizen en verzekeraars
door het afspreken van een lagere prijs per product voor hetzelfde geld méér
zorg leveren, dus méér patiënten helpen.</al>
      <tuskop letat="rom">181</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel zorgverzekeraars hebben in hun jaarrekening
aangegeven dat er te weinig inzicht is in uitstaande en ingediende DBC-declaraties?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Globale bestudering leert dat ongeveer de helft van de zorgverzekeraars
een opmerking heeft gemaakt over uitstaande en ingediende DBC-declaraties.
In de jaarrekening staat dan niet dat er te weinig inzicht bestaat, maar in
de accountantsverklaring wordt gewezen op passages in de jaarrekening waarin
uiteen wordt gezet welke financiële onzekerheden er bestaan als gevolg
van de invoering van de DBC-systematiek. </al>
      <tuskop letat="rom">182</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel DBC-declaraties hebben zorgverzekerars op dit
moment uitstaan? Hoe lang duurt het over het algemeen voordat de uitstaande
declaraties worden verwerkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik interpreteer de vraag als volgt: ziekenhuizen versturen nota’s
naar verzekeraars.</al>
      <al>Deze nota’s worden door verzekeraars ontvangen en verwerkt. Deze
verwerking houdt onder andere in dat de nota’s door de verzekeraar worden
gecontroleerd. Na de verwerking worden de nota’s betaald. Tussen ontvangst
en betaling zit een zekere tijdspanne.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de contractafspraken tussen ziekenhuizen en verzekeraars kunnen afspraken
worden gemaakt over de termijn waarbinnen de betaling dient plaats te vinden
(de betalingstermijn).</al>
      <al>Als een verzekeraar denkt een afgesproken betaaltermijn niet te halen
dan kan hij afspraken maken over het verstrekken van voorschotten.</al>
      <al>Afspraken over voorschotten kunnen ook gemaakt worden als het ziekenhuis
aangeeft dat het niet in staat is haar nota’s op tijd te versturen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De NVZ en ZN houden niet bij wat de verschillende afspraken over betalingstermijnen
e.d. zijn.</al>
      <al>Wel is bekend dat deze voor een verzekeraar per ziekenhuis kunnen verschillen.
Een gebruikelijke termijn is 30 dagen. Dat zou betekenen dat gemiddeld ca.
1/12 van het aantal DBC-declaraties nu bij verzekeraars uitstaat.</al>
      <tuskop letat="rom">183</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke DBC gegevens over 2005 en 2006 zijn in gebruik
voor de raming over 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het opstellen van de raming voor 2007 was nog onvoldoende informatie
aanwezig in het DBC informatie systeem (DIS).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verwachting is dat het DIS voor de toekomst wel een belangrijke rol
bij het maken van ramingen kan gaan vervullen. Het DIS is vanaf begin 2006
langzaamaan gevuld geraakt met de DBC gegevens van de ziekenhuizen. Eind oktober
2006 nadert de vulling van het DIS de 90% zodat de informatie ook voor
kwantitatieve doeleinden gebruikt kan gaan worden.</al>
      <tuskop letat="rom">184</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 94.</al>
      <tuskop letat="rom">185</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven op welke wijze bij de adviesaanvraag
door het ministerie van VWS aan CVZ over modernisering van het prijs- en vergoedingssysteem,
rekening gehouden wordt met de specifieke omstandigheden van bepaalde geneesmiddelenclusters
zoals bijvoorbeeld die van medicatie voor ADHD?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik veronderstel dat hier gedoeld wordt op het verschijnsel dat bij sommige
clusters sprake kan zijn van een hoge bijbetaling voor nieuwe geneesmiddelen
die in het cluster worden opgenomen. Dit is het geval bij het ADHD cluster
waarbij de prijs van Concerta en Strattera vele malen hoger is dan de vergoedingslimiet,
zodat sprake is van een hoge bijbetaling. Genoemde middelen zijn in dit cluster
opgenomen omdat de meerwaarde van deze middelen ten opzichte van het veel
lager geprijsde Ritalin niet is aangetoond. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze problematiek volgt uit het gegeven dat het Geneesmiddelenvergoedingensysteem
(GVS) een bijbetalingssysteem is. Dit systeem heeft tot doel de betaalbaarheid
en brede toegankelijkheid van de farmaceutische zorg te garanderen in die
zin dat nieuwe en «dure» geneesmiddelen uitsluitend tegen volledige
vergoeding in het verzekerde pakket worden opgenomen indien de meerwaarde
en doelmatigheid daarvan is aangetoond. In het geval van Strattera en Concerta
is het aan de fabrikanten om de bijbetaling teniet te doen (of te verlagen),
door de prijzen van de middelen te verlagen. Daarnaast hebben de fabrikanten
ook de mogelijkheid om alsnog de meerwaarde en doelmatigheid van de betreffende
middelen aan te tonen. In dat geval is het mogelijk dat de middelen alsnog
ontclusterd worden en volledig vergoed worden. De problematiek van het ADHD
cluster is daarom niet een gevolg van het bijbetalingssysteem, maar een gevolg
van de prijsstrategie van de fabrikanten en het gegeven dat zij de meerwaarde
van de middelen niet hebben aangetoond. In die zin is deze problematiek geen
punt van aandacht bij de modernisering van het GVS.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is echter wel mogelijk dat bij een eventuele herziening van het GVS
in algemene zin, de specifieke bijbetalingsproblematiek van het ADHD cluster
toch (gedeeltelijk) opgelost wordt. Ook zal bij de modernisering van het GVS
naar verdere mogelijkheden worden gezocht voor het volledig vergoeden van
geneesmiddelen voor specifieke subgroepen, indien de meerwaarde en doelmatigheid
bij die toepassing is aangetoond. Het CVZ brengt zijn advies naar verwachting
eind van dit jaar uit.</al>
      <tuskop letat="rom">186</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhouden praktijkkosten en inkoopvoordelen van
apotheekhoudenden zich tot elkaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment voert de Nederlandse Zorgautoriteit op mijn verzoek onderzoeken
uit naar de hoogte van praktijkkosten en inkoopvoordelen bij apotheekhoudenden.
Deze onderzoeken vinden plaats om te komen tot een nieuw kostendekkend modulair
tariefsysteem voor apotheekhoudenden, dat op 1 januari 2008 inwerking
moet treden. De resultaten van de onderzoeken zullen in samenhang worden bezien.
Indien verhoging van de tarifering van apotheekhoudenden noodzakelijk is om
te komen tot een kostendekkende tariefsystematiek, zal deze verhoging gepaard
moeten gaan met een daarmee corresponderende gelijktijdige verdere afroming
van inkoopvoordelen. Ik verwacht de resultaten van de onderzoeken naar inkoopvoordelen
en praktijkkosten begin 2007.</al>
      <tuskop letat="rom">187</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat levert de bijdrage CVZ inningskosten buitenlandverzekerden
op?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Personen die met toepassing van de Europese sociale zekerheidsverordening
of een bilateraal sociale zekerheidsverdrag een verdragsrecht op medische
zorg in hun woonland ten laste van Nederland hebben, zijn hiervoor een verdragsbijdrage
verschuldigd. De ontvangen verdragsbijdragen vloeien in het Zorgverzekeringsfonds
en de betalingen aan het buitenland worden ook uit dit fonds gedaan. Het CVZ,
dat het Zorgverzekeringsfonds beheert, stuurt mij jaarlijks de jaarrekening
van het Zorgverzekeringsfonds, voor het eerst in het voorjaar van 2007. Ik
zal u dan ook volgend jaar in de reguliere aanbiedingsbrief bij de jaarstukken
2006 rapporteren over de betalingsbalans met betrekking tot het buitenland. </al>
      <tuskop letat="rom">188</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat voor de algemene doelstelling langdurige
zorg geen streefwaarden voor 2007 zijn weergegeven bij de prestatie-indicatoren?
Heeft de regering geen ambities op dit punt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering vindt klantoordelen van groot belang en benoemt dit dan ook
als prestatie-indicator van de algemene beleidsdoelstelling.</al>
      <al>Het komende jaar zal naar een standaardmethode voor de meting van klanttevredenheid
toe worden gewerkt. Klanttevredenheid wordt nu op diverse manieren gemeten.
Zodra de methode is gestandaardiseerd en de streefwaarde goed met het cijfer
van de meting kan worden vergeleken, zal ook een streefcijfer worden vastgesteld.</al>
      <tuskop letat="rom">189</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de oorzaken voor het feit dat slechts 75 procent
van de V&amp;V-instellingen een «voldoende klantoordeel» scoort?
Wat zijn de oorzaken voor deze lage score? Hoe heeft dat oordeel zich in 2006
ontwikkeld? Wat is de doelstelling voor 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Volgens Cliënt&amp;Kwaliteit dat het cliëntenoordeel in 2004
heeft gemeten liggen de zwakke plekken voor verzorgings- en verpleeghuizen
bij de informatievoorziening aan cliënten en familie, inspraak, bijvoorbeeld
via zorgplan en cliëntenraad, en in de organisatie van de zorg. De cliënten
oordelen over de hele linie iets positiever over verzorgings- dan over verpleeghuizen.
(Alles naar wens?, Cliënt en Kwaliteit 2005). Onbekend is hoe men in
2006 oordeelt. De gegevens daarover komen in 2007 beschikbaar. Het is de bedoeling
om vanaf 2007 het cliëntenoordeel over kwaliteit op basis van de
indicatoren voor verantwoorde zorg met een nieuw instrument, de CQ-index,
te meten. Pas op basis van ervaring kan dan een nieuwe norm worden vastgesteld</al>
      <tuskop letat="rom">190</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat voor mensen die zorg met verblijf nodig
hebben er substantieel minder geld beschikbaar is voor dagbesteding en dat
dit verschil oploopt tot € 4000 per volwassene en zelfs € 10 000
per kind?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de VGN heb ik afgesproken dat er in 2007 onderzoek zal plaatsvinden
naar realistische tarieven per zorgzwaartepakket voor het onderdeel dagbesteding.
Uit het ZZP traject komt daarvoor veel informatie beschikbaar. Tot welk bedrag
de verschillen op kunnen lopen weet ik op dit moment niet, maar dat wordt
tevens in het komende onderzoek meegenomen.</al>
      <tuskop letat="rom">191</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat het HKZ-certificaat alleen commercieel
kan worden ingekocht en dat de externe kosten kunnen oplopen tot € 50 000
en de interne kosten eveneens?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>HKZ is een onafhankelijk kwaliteitsinstituut dat ervoor zorgdraagt dat
er een uniform certificeringsschema wordt ontwikkeld per sector. Het uitvoeren
van de toets gebeurt niet door HKZ maar door onafhankelijke toetsinstituten,
zo genoemde conformiteitsinstituten ofwel CI’s.</al>
      <al>Het uitvoeren van de toets moet worden betaald en de kosten hiervan zijn
sterk afhankelijk van het feit of een organisatie één of meerdere
locaties wil laten certificeren. Dit betekent concreet dat het per locatie
ongeveer € 10 000 tot € 15 000 kost voor een
toets. Het uitvoeren van certificering vraagt van de organisatie dat de kwaliteit
goed op orde is. Daarin zitten de interne kosten van certificering. </al>
      <tuskop letat="rom">192</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gebeurt er met de uitgaven voor ambulante forensische
psychiatrie nu de uitgaven voor forensische psychiatrie zijn overgeheveld
naar de Justitiebegroting?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De middelen voor forensische zorg in strafrechtelijk kader die nu deel
uitmaken van de AWBZ worden per 1 januari 2007 overgeheveld naar de justitiebegroting.
Dit is inclusief de middelen voor ambulante forensische zorg in strafrechtelijk
kader. Justitie wordt dus verantwoordelijk voor de inkoop van alle forensische
zorg in strafrechtelijk kader.</al>
      <tuskop letat="rom">193</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de beschikbare budgetten voor tijdige
en goede indicatie worden verlaagd van € 175 475 000 in
2006 naar € 135 524 000 in 2007? Waar wordt op bezuinigd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 10 juni 2004 (Tweede Kamer, 26 631, nr. 95)
heb ik u gemeld dat – o.a. door vereenvoudiging van de werkprocessen
bij het CIZ en de kwaliteitsimpuls – het budget van het CIZ in de loop
der jaren een aflopende reeks kent. De afgelopen jaren is gebleken dat het
CIZ in staat was om binnen deze budgetreeks een hoge productie te leveren,
hetgeen geleid heeft tot een toename van de efficiency. Met de invoering van
de Wmo per 1 januari 2007 zal de Huishoudelijke Verzorging niet langer
deel uit maken van de AWBZ en is het aan de gemeenten om de uitvoering hiervan
voor haar rekening te nemen.</al>
      <tuskop letat="rom">194</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verklaart de grote daling ten opzichte van 2006
van de budgetten voor «keuze voldoende en gevarieerd zorgaanbod»
voor de jaren 2007 en verder?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De grote daling ten opzichte van 2006 van de budgetten voor «keuze
voldoende en gevarieerd zorgaanbod» in de witte tabel op blz. 69 van
de begroting is het gevolg van de technische verandering van begrotingsstructuur.
In de structuur van begrotingsjaar 2006 is het budget van de zorgzbo’s
(Nza, CVZ, CBZ, CTZ en CSZ) opgenomen in artikel 30. In begrotingsjaar 2007
is het budget van deze zorgzbo’s ondergebracht in artikel 98. Zoals
in de conversietabellen (pagina 189 en verder) te zien is, is dit onderdeel
van artikel 30 in de nieuwe structuur komen te vallen onder artikel 43.</al>
      <al>Op het niveau van hoofdbudgetten was in 2006 voor de doelstelling «keuze
voldoende en gevarieerd zorgaanbod» in totaal een bedrag van € 4 563 000
beschikbaar voor instellingssubsidies, projectsubsidies en opdrachten. In
2007 is dat bedrag voor dezelfde beleidsdoelstelling gestegen tot € 4 948 000
zoals aangegeven in de tabel op blz. 77.</al>
      <tuskop letat="rom">195</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verklaart de enorme schommeling in apparaatsuitgaven
die betrekking hebben op de langdurige zorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen VWS heeft er bij het directoraat generaal maatschappelijke zorg
een reorganisatie plaatsgevonden. Directies zijn gereorganiseerd en samengevoegd.
Dit heeft gevolgen gehad voor de apparaatsuitsgaven zoals die bij de artikelen
43 en 44 zijn weergegeven. In totaliteit zijn deze apparaatsuitsgaven nagenoeg
gelijk gebleven</al>
      <tuskop letat="rom">196</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke subsidies langdurige zorg komen te vervallen
als gevolg van de bezuiniging op deze subsidies van ruim € 100 miljoen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er wordt op de subsidies voor langdurige zorg niet bezuinigd. Wel worden
een aantal subsidies of onderdelen daarvan met ingang van 1 januari 2007
van de AWBZ overgeheveld naar de Wmo. Verder wordt het zorgdeel van de subsidie «consultatie,
expertise en bijzondere zorgplannen» naar de AWBZ-aanspraken overgeheveld
en zullen de overige activiteiten uit de Rijksbegroting worden betaald.</al>
      <tuskop letat="rom">197</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de premie-uitgaven voor verpleging
en verzorging dalen van € 11 694 400 000 in 2006
naar € 10 619 000 000 in 2007? Waarom beargumenteert
u deze daling vanuit het feit dat de Wmo in werking treedt? Worden er na invoering
van de Wmo eenvoudigweg minder indicaties voor V&amp;V voorzieningen afgegeven?
Zo ja, welke?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De premie-uitgaven dalen van € 11 649,4 naar € 10 619,0
ofwel € 1 030,4 miljoen.</al>
      <al>Met het vanuit de AWBZ onder de Wmo brengen van huishoudelijke verzorging
per 1 januari 2007 wordt ook de daarmee gemoeide financiering overgeheveld
naar het Gemeentefonds. De verlaging van de premieuitgaven voor de V&amp;V-sector
houdt daarmee rechtstreeks verband. Het verschil tussen 2006 en 2007 wordt
daarmee grotendeels verklaard (in de raming voor 2007 zitten bijvoorbeeld
ook de extra uitgaven van € 63 miljoen voor de verpleeghuizen verwerkt).</al>
      <al>Uiteraard neemt in 2007 ook het aantal indicaties voor de AWBZ af, namelijk
met die voor de enkelvoudige huishoudelijke verzorging.</al>
      <tuskop letat="rom">198</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt er geen rekening gehouden met de stijgende
vraag naar persoonsgebonden budgetten vanaf 2007 e.v.?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de begroting is een bedrag opgenomen (onder groeiruimte langdurige
zorg) om tegemoet te komen aan de stijgende zorgvraag binnen de sector langdurige
zorg. Daaruit wordt ook de stijgende vraag naar PGB’s gedekt.</al>
      <al>In de definitieve vaststelling van het subsidieplafond dat elk jaar beschikbaar
wordt gesteld voor het pgb-AWBZ, wordt rekening gehouden met de meest recente
gegevens over toegekende PGB’s. Met ingang van 2007 gaat de huishoudelijke
verzorging naar de Wmo en wordt dus ook het bedrag voor het pgb-AWBZ dienovereenkomstig
naar beneden bijgesteld.</al>
      <tuskop letat="rom">199</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de motie 26 631, nr. 80 precies uitgewerkt
in concreet beleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de motie-Vietsch (Tweede Kamer, 26 631, nr. 80) wordt de regering
verzocht om zorg te dragen voor eenduidige indicatiecriteria die door de regering
worden vastgesteld.</al>
      <al>Bij brief van 8 juni 2006 (Tweede Kamer, 26 631, nr. 178) is
de Tweede Kamer geïnformeerd over de beleidsregels voor de te indiceren
functies en voor gebruikelijke zorg die het Centrum Indicatiestelling Zorg
(CIZ) op verzoek van VWS heeft opgesteld. Na de reactie hierop van het College
voor Zorgverzekeringen is mijnerzijds vastgesteld dat de huidige concepten
nog nadere aanvulling en verduidelijking behoeven alvorens formeel vastgesteld
te kunnen worden door VWS. Het CIZ is hier inmiddels mee aan de slag gegaan;
over het resultaat zal ik u te zijner tijd informeren.</al>
      <tuskop letat="rom">200</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is de positieve grondhouding van de
regering ten aanzien van het voorstel om de regeling TOG te laten uitvoeren
door het CIZ verwerkt in de Begroting voor het jaar 2007? Hoe zijn de gesprekken
met het ministerie van Sociale Zaken verlopen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de voortgangsrapportage groot project modernisering AWBZ (juni 2006,
Tweede Kamer, 26 631, nr. 180) heb ik u gerapporteerd dat de indicatiestelling
voor de TOG-regeling niet door het CIZ zal worden overgenomen. De belangrijkste
reden van dit besluit is dat een groot deel van de TOG-populatie niet van
de AWBZ gebruik maakt en daardoor onbekend is bij het CIZ. Een andere reden
is dat de indicatiewijze van de AWBZ en de TOG niet met elkaar overeenkomen.
Ik ben momenteel in overleg met Sociale Zaken om afspraken te gaan maken met
betrokken partijen opdat bij het indiceren voor de TOG-regeling zoveel mogelijk
gebruik wordt gemaakt van bestaande besluiten afgegeven door het CIZ en de
bureaus jeugdzorg. Doelstelling hierbij is vermindering van de administratieve
lasten voor de burger.</al>
      <tuskop letat="rom">201</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat mag worden verstaan onder «tijdige indicatie»?
In hoeverre zal de Wet trage overheid een positief effect hebben op het halen
van deze doelstelling? In hoeverre zal de wet trage overheid – gezien
het feit dat nog altijd 14 procent van de indicaties niet op tijd wordt afgehandeld –
leiden tot grote meerkosten voor indicatieorganen, die als gevolg van de wet
boetes zullen moeten gaan betalen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het CIZ is gehouden om binnen de termijn die de AWB stelt te komen tot
het verstrekken van een indicatie. Zoals u ook uit de Begroting kunt lezen,
is mijn inzet erop gericht om de doorloopsnelheid verder te verhogen met inachtneming
van de zorgvuldigheid die vereist is bij een onafhankelijke indicatiestelling.
De afgelopen periode zijn stappen gezet om hieraan invulling te geven, variërend
van het mandateren voor eenvoudige indicaties tot aan het hanteren van standaard-werkprocessen
en het monitoren c.q. wegwerken van achterstanden. Ik ben op dit moment met
het CIZ in gesprek over de begroting 2007 en de prestaties die daarbij kunnen
worden overeengekomen, tot de aandachtspunten wordt ook gerekend de (ontwikkeling
van de) doorlooptijden en de consequenties die we verbinden aan het niet of
ten dele realiseren van prestaties. In dat kader zal ik ook betrekken welke
consequenties er kunnen voortvloeien uit de Wet trage overheid.</al>
      <tuskop letat="rom">202 en 205</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre komen zorgbehoeftigen als gevolg van de
niet tijdige indicatie (in 14 procent van de gevallen) in de problemen? In
hoeverre heeft dit een substitutie-effect naar het beroep op andere (duurdere)
vormen van zorg?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de doelstelling voor wat betreft de «werkvoorraad
aanvragen bij het CIZ»? Wordt getracht deze werkvoorraad en dus de tijdsduur
die verstrijkt alvorens tot indicatie wordt besloten in 2007 te bekorten?
Zo ja, op welke wijze en welke termijn?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik ook in mijn antwoord op vraag 201 heb aangegeven, is mijn inzet
erop gericht om te bevorderen dat indicaties tijdig worden verstrekt. In die
gevallen waarin de zorgbehoefte dusdanig is dat deze geen uitstel kan verdragen,
bestaat de mogelijkheid dat er spoedzorg wordt verleend en met terugwerkende
kracht een indicatie wordt aangevraagd. Ik beschik niet over cijfers waarin
wordt ingegaan op substitutie-effecten als gevolg van niet tijdige-indicatiestelling.
Wel onderken ik dat het van groot belang is dat de benodigde zorg tijdig wordt
geboden, mede om te voorkomen dat de gezondheid verder achteruitgaat en zwaardere
interventies vereist zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat het wegwerken van de werkvoorraad aangaat zal ik in het kader van
de begroting 2007 met het CIZ afspraken maken over de doorlooptijden en de
consequenties die worden verbonden aan het (niet)nakomen ervan. Ik zie de
werkvoorraad als een kengetal dat een goede indicator vormt voor de
ontwikkeling van de uiteindelijke doorlooptijden. Vanzelfsprekend zal ik ook
periodiek met het CIZ bespreken hoe de doorlooptijden en de werkvoorraad c.q.
de volume-ontwikkeling zich ontwikkelt en welke actie zij hierop hebben ingezet
onder vermelding van het resultaat.</al>
      <tuskop letat="rom">203</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat moet worden verstaan onder de passage «voor
de invulling van de begrippen doelmatigheid en redelijkheid ontwikkelt en
heeft het CIZ protocollen ontwikkeld»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het CIZ heeft in de eigen protocollen aan de begrippen «doelmatigheid»
en «redelijkheid» een bepaalde invulling gegeven. Of verzekerde
in redelijkheid is aangewezen op zorg vanwege de AWBZ bakent het CIZ met name
af aan de hand van het begrip «gebruikelijke zorg». Voor wat betreft «doelmatigheid»:
dit beoordeelt het CIZ vooral zorginhoudelijk.</al>
      <tuskop letat="rom">204</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Veel zorginstellingen hebben te maken met onbetaalde
rekeningen voor verleende extramurale zorg in 2006, die tot dusver niet betaald
is vanwege overproductie. Worden deze zorginstellingen hiervoor nog gecompenseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de derde contracteerronde 2006, die tot 15 oktober liep, hebben
de zorgaanbieders en de zorgkantoren aanvullende productieafspraken kunnen
maken om de reële knelpunten in de zorg op te lossen. Het is hierbij
geen verplichting om bij elke aanbieder de overschrijding van de productie
ten opzichte van de gecontacteerde zorg alsnog te gaan contracteren. In beginsel
dient immers aan geleverde zorg een contract ten grondslag te liggen. Instellingen
produceren op eigen risico boven het contract. Het principe van de beheerste
groei (groei binnen een vastgestelde contracteerruimte) is eerder met de Kamer
afgesproken. Dit principe loslaten zou tot ernstige overschrijdingen kunnen
leiden met premieverhogingen en dus negatieve koopkrachteffecten tot gevolg.</al>
      <tuskop letat="rom">205</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 202.</al>
      <tuskop letat="rom">206</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk exact percentage beschikbare overzichtsinformatie
over zorginstellingen hoopt de regering in 2007 te realiseren? Is het zo dat
naarmate de doelstelling voor vergelijkbare informatie over het zorgaanbod
beter wordt gerealiseerd, patiënten daadwerkelijk meer kiezen (en mobiel
zijn) en betere keuzes maken? Heeft de regering de mobiliteit van cliënten
voor langdurige zorg onderzocht? Zo ja, uit welke onderzoeken blijkt dit?
Zo neen, wat wordt verder ondernomen om het kwaliteitsniveau van de langdurige
zorg te verbeteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 wordt een beperkte toename van het aantal instellingen verwacht
dat deze informatie beschikbaar stelt. 80–85% van de instellingen
zal dan overzichtsinformatie aanleveren. Dit wordt met name veroorzaakt door
het feit dat in 2007 nog geen sprake is van een verplichte gegevensaanlevering.</al>
      <al>Ik vind het bestaan van vergelijkbare informatie een noodzakelijke voorwaarde
om te kunnen komen tot een goede keuze. Ik ben er ook van overtuigd dat de
zorgconsument, die steeds kritischer wordt, deze informatie ook in toenemende
mate zal benutten bij zijn keuze.</al>
      <al>Onder meer het SCP doet regelmatig onderzoek naar de mobiliteit en zorgwensen
van langdurige zorgconsumenten. Recent nog in de «Rapportage ouderen
2006» en de rapportage «Ondersteuning gewenst».</al>
      <tuskop letat="rom">207</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Blijft er naast kwantitatief onderzoek naar de klanttevredenheid
via de CQ-index ook geld voor kwalitatief onderzoek, zoals nu bijvoorbeeld
in de gehandicaptenzorg gedaan wordt door stichting Perspectief?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is de verantwoordelijkheid van instellingen in de zorg om zowel voor
de meting van klantenervaringen met de CQ-index als voor het kwalitatief onderzoek
middelen beschikbaar te stellen.</al>
      <tuskop letat="rom">208</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer zal de organisatie voor metingen van klantenervaringen
in de zorg worden opgericht? Hoe frequent gaan zij hun gegevens publiceren?
Op welke wijze worden met het oprichten van de organisatie voor metingen van
klantenervaringen in de zorg de administratieve lasten verminderd? Welke kostenbesparing
levert dit op?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verwachting is dat de organisatie die de meting van klantenervaringen
gaat ondersteunen in november van dit jaar zal worden opgericht. De metingen
zelf worden gedaan in opdracht van verzekeraars of instellingen. De organisatie
beperkt zich tot het ontwikkelen van meetinstrumenten (enquêtes) en
de verdere ontwikkeling van de meetstandaard (de CQ-index) Daarnaast houdt
de organisatie toezicht op het meetproces en draagt zij zorg voor het voor
een hele sector onderling vergelijkbaar maken van betrouwbare meetresultaten.
De meetresultaten zullen te zijner tijd op «Kies Beter»worden
gepubliceerd.</al>
      <al>De frequentie van metingen wordt bepaald in overleg met de partijen in
de sector.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vraag of er een besparing op de administratieve lasten optreedt, veronderstelt
dat klantenervaringen nu al op enige schaal in de zorgsector systematisch
worden gemeten. Dit is echter niet het geval. Als we echter uitgaan van een
situatie waarin klantenervaringen worden gemeten volgens instrumenten en meetmethoden
die niet op een standaard berusten en die louter het belang van iedere metende
partij dient, zullen er relatief hoge kosten voor meting en instrumentontwikkeling
worden gemaakt. Dit zal vanuit algemeen belang gezien een laag rendement hebben.
Immers de meetresultaten zullen, voorzover ze al openbaar worden gemaakt,
niet goed vergelijkbaar zijn vanwege de verschillen in methodiek en tijdstippen
van meting. Ten opzicht van deze situatie betekent het gebruik door alle partijen
van de CQ-index als de meetstandaard een grote winst. Tegen relatief lage
kosten worden de meetresultaten openbaar en zijn ze landelijk en tussen de
instellingen vergelijkbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">209</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de begrotingsuitgaven voor 2006 voor instellingssubsidies,
projectsubsidies, opdrachten, bijdragen aan baten-lastendiensten en bijdragen
aan zbo’s?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaand zijn de begrotingsuitgaven 2006 gespecificeerd conform de
indeling van de in de begroting opgenomen tabel. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="92.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="20mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Instellingssubsidies (totaal)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">33 822</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 706 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verstrekken van subsidies via Fonds PGO</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">30 016 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Projectsubsidies (totaal)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">16 776</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Verstrekken van subsidie via Fonds PGO</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13 448 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Stichting Harmonisatie kwaliteitsbeoordeling in zorgsector</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">751 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Nationaal actieprogramma elektronische snelweg</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">577 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Opdrachten (totaal)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">9 222</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Zorgbalans</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">761</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">www.kiesBeter.nl</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4 340 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">390</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Bijdragen aan ZBO (totaal)</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">1 841</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Fonds PGO (exploitatiesubsidie)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1 841 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">62 051</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">210</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een toelichting worden gegeven op de begrote bedragen
(via projectsubsidies totaal en instellingssubsidies totaal) voor het projectfonds
PGO? De ramingen voor projectsubsidies via Fonds PGO staken na 2007, instellingssubsidies
lopen in de begroting door. Kan worden aangegeven of de € 3,5 miljoen
die nu onder projectsubsidies te boek staat elders is ingeboekt of überhaupt
verdwijnt? Waar wordt dit aan besteed, en waarom is deze in 2008 niet meer
beschikbaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het totale bedrag aan instellingssubsidies dat aan het Fonds PGO beschikbaar
wordt gesteld ter ondersteuning van de pgo-organisaties blijft de komende
jaren gelijk. Afhankelijk van de nadere invulling van de regeling Functiefinanciering
zal dit budget deels worden besteed aan financiering van pgo-organisaties
en deels beschikbaar zijn voor projecten en programma’s zoals de uitvoering
van de motie-Van Miltenburg (levensbrede projecten), innovatie en speerpuntenprojecten
waarvoor pgo-organisaties projectvoorstellen kunnen indienen. Hoe de exacte
verdeling van het beschikbare budget er uit zal zien is nog niet bekend, omdat
dit afhankelijk is van de nadere invulling van de regeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de positie van de zorgafnemers, vertegenwoordigd door hun organisaties,
te versterken wordt in de jaren 2006 en 2007 het programma Zekere Zorg uitgevoerd.
In totaal is voor 2 jaar 7 miljoen euro beschikbaar gesteld (voor 2006 3,5
miljoen euro en voor 2007 3,5 miljoen euro). Het programma loopt eind 2007
af. Derhalve staat er voor 2008 en verder voor dit project niets meer op de
begroting van het Fonds PGO.</al>
      <tuskop letat="rom">211</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het percentage instellingen dat op basis van het
inspectieformulier een 2e fase bezoek krijgt, de enige concrete prestatie-indicator
op het gebied van kwaliteitsbewaking van het zorgaanbod? Vindt de regering
dit een voldoende graadmeter voor de kwaliteit van zorg? Wat is de reden dat
de regering op output verantwoording wenst af te leggen en niet op outcome?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kwaliteitstoezicht vindt op dit moment via twee lijnen plaats. Met het
model van gefaseerd gelaagd toezicht ziet de IGZ toe op de kwaliteit van zorg,
waarbij toezicht op risico’s een belangrijke focus is. De tweede lijn
is het cliëntenwaarderingsonderzoek. Deze twee lijnen samen leveren op
dit moment de belangrijkste informatie als het gaat om de kwaliteit van zorg.
Met ingang van 2007 start de implementatie van de indicatoren voor verantwoorde
zorg in de verpleging, verzorging en thuiszorg. Beide lijnen maken hier deel
vanuit. Dit betekent dat in 2008 alle zorginstellingen hun verantwoording
over de kwaliteit van zorg aanleveren op basis van deze indicatoren. Daarmee
zal het toezicht op kwaliteit voor een deel op proces en voor een deel op
uitkomst plaats vinden. Niet alle facetten van de zorg zijn te formuleren
in uitkomst indicatoren. Een mate van proces indicatoren zal altijd noodzakelijk
blijven. </al>
      <tuskop letat="rom">212</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het waar dat invoering van indicatoren voor verantwoorde
zorg in de langdurige zorg zo lang op zich laat wachten omdat er geen overeenstemming
ontstaat bij de regering over de tarieven voor de langdurige zorg, opdat minimaal
aan de normen kan worden voldaan? Zo neen, wat zijn dan de oorzaken? Op welke
termijn zullen de normen zijn ingevoerd en wanneer zullen ze worden behaald?
Welke extra kosten zullen hiervoor moeten worden gemaakt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De indicatoren verantwoorde zorg voor de verpleging, verzorging en thuiszorg
zijn in 2005 door de veldpartijen opgesteld. In 2006 worden de indicatoren
getest. Een pilot in 115 instellingen moet laten zien of de indicatoren de
juiste informatie opleveren en of het er niet teveel zijn. De resultaten van
de pilot komen in december 2006. In 2007 zullen de indicatoren dan ingevoerd
worden in het toezicht door de IGZ, de cliëntentoetsing, het HKZ certificeringsschema
en het jaardocument maatschappelijke verantwoording. Dit betekent dat in 2008
de eerste rapportages naar buiten zullen komen waarin de indicatoren als toetssteen
zijn gebruikt. De resultaten van de kwaliteit van zorg op basis van deze indicatoren
zullen uiteindelijk leiden tot het formuleren van normen. De indicatoren zijn
opgesteld met de huidige financiële middelen in de sector als uitgangspunt.
Ik heb dan ook geen reden om aan te nemen dat er extra middelen nodig zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">213</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel extra personeel zal in de verpleging en de
verzorging worden gerealiseerd? Betekent dit een verlichting van de werkzaamheden
en dat er meer tijd zal zijn voor de mensen om wie het gaat? Wanneer gaan
verplegenden en verzorgenden de verminderde werkdruk merken? Welke exacte
kwaliteitsdoelstelling zal wanneer worden behaald met de doelmatigheidsimpuls?
In hoeverre wordt nieuwe technologie ingezet en wordt geïnvesteerd in
ICT om meer doelmatigheid te bewerkstelligen? Is de regering voornemens te
snoeien in de steeds wijzigende bureaucratische verantwoordingssystematieken,
waardoor zorgverleners niet aan het echte werk toekomen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 20 september 2006 (Kamerstukken II, 2006–07,
30 800 XVI, nr. 3) heb ik u geschetst welke consequenties ik verbind
aan het Ctg/Zaio rapport Doelmatigheid verpleeghuizen in relatie tot verantwoorde
zorg onderzocht. Eveneens geef ik aan hoe ik die consequenties vorm geef.
Voor een periode van 5 jaar zal, onder voorwaarden, € 430 miljoen
voor de verpleeghuissector beschikbaar worden gesteld. Omgerekend kan dit
een impuls betekenen van 2000 tot 3000 voltijdseenheden verplegend en verzorgend
personeel. Het beschikbaar komen van een deel van de middelen koppel ik aan
het daadwerkelijk bereiken van meer uren aan het bed per medewerker. Dit betekent
dat een medewerker in 2008 gemiddeld 57,3% directe zorg aan een cliënt
verleent (tegen 56,3% in 2007). Verplegenden en verzorgenden zullen
in hun dagelijks werk dus meer tijd kunnen maken voor de mensen om wie het
gaat. De manier waarop de meer uren aan het bed worden gerealiseerd, schrijf
ik niet voor. Instellingen kunnen dit doen door meer mensen te werven, door
de inzet van ICT of andere technologieën, door een vernieuwde zorgaanpak
of door een combinatie van dergelijke maatregelen. Minister Zalm heeft tijdens
de Algemene Financiële Beschouwingen met uw Kamer ook uitgebreid van
gedachten gewisseld over de factoren waarop een instelling zich kan richten
om tot een verhoging van het aantal uren aan het bed kan komen.</al>
      <al>Als specifieke verantwoordingsvragen, die vanuit ons worden gesteld, een
belemmering blijken om de ontwikkeling naar meer uren zorg aan het bed te
realiseren, dan zal ik die kritisch tegen het licht houden. </al>
      <tuskop letat="rom">214</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u toelichten op welke wijze de Centra voor consultatie
en expertise zullen bijdragen aan de «bekostiging», daar deze
worden aangemerkt als bekostigingsinstrument? Wat kosten de centra en welke
besparing genereren ze?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Centra voor Consultatie en Expertise hebben een grote expertise als
het gaat om de behandeling van de zware gevallen in de AWBZ. Het gaat dan
veelal om meervoudig complex gehandicapten en mensen met zeer extreem en problematisch
gedrag.</al>
      <al>De CCE adviseren over de behandeling van deze gevallen waar het lokaal
overleg tussen zorgkantoor en instelling niet met elkaar eens worden over
de problematiek van de patiënt (het gedeelte dat buiten de zorgzwaarteprofielen
valt) en in de gevallen waarin zij in de regeling subsidies AWBZ bevoegd zijn.
De Centra adviseren – en zijn zo poortwachter – over de toekenning
van de middelen uit de NZa-beleidsregel «extreme zorgzwaarte»
(€ 37 miljoen) Zij kunnen extra middelen toekennen bij vastgelopen
behandelsituaties of situaties van handelingsverlegenheid (via bijzondere
zorgplannen is ca. € 12 miljoen op jaarbasis beschikbaar). Voor
de Centra is voor 2007, € 13,1 miljoen in de begroting opgenomen.
De Centra realiseren op twee manieren besparingen. De CCE zijn poortwachter
voor de toegang tot zorgzwaartemiddelen en zij trekken vastgelopen behandelsituaties
bij complexe cliënten vlot.</al>
      <tuskop letat="rom">215</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel is er sedert de start van de AZR in het systeem
geïnvesteerd? Wanneer is het systeem volledig operationeel en hoe is
de structurele financiering van de AZR geregeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds 2001 is er gewerkt aan het gefaseerd ontwikkelen en invoeren van
de AZR. Sinds 2003 is een eerste versie (release 1.0) operationeel bij de
ketenpartners. Op 1 maart 2007 gaat een verbeterde versie (release 2.1)
in productie. De AZR is dan optimaal ingericht voor de ondersteuning van het
proces van zorgtoewijzing en wachtlijstbeheer.</al>
      <al>De kosten die zijn gemaakt in de periode 2001–2006 zijn toe te rekenen
aan beide releases en zijn globaal als volgt samengesteld.</al>
      <al>• Zorgkantoren hebben voor de periode 2001–2004 een projectsubsidie
van VWS gekregen van € 25 miljoen. Voor 2004 en 2005 is additioneel € 10
miljoen toegekend. Tweederde deel hiervan is gebruikt voor compensatie van
tegenvallers bij de ontwikkeling en invoering van de AZR en een derde deel
is bestemd voor het ultiem vullen van de AZR. Met ingang van 2006 verstrekt
VWS geen projectsubsidie meer; de zorgkantoren financieren vanaf dat moment
de AZR uit de reguliere beheerskostenvergoeding van VWS.</al>
      <al>• De kosten van de landelijke projectorganisatie bedragen ongeveer € 7
miljoen over de periode 2000–2004. Deze projectorganisatie is in 2004
afgebouwd.</al>
      <al>• Zorgaanbieders hebben, op basis van het convenant 2005–2007,
in 2005 een bedrag gekregen van VWS van € 60 miljoen. Dit is ter
compensatie van de inspanningen voor het invoeren, in gebruik nemen van de
AZR en het uitvoeren van de ultieme vulling.</al>
      <al>• Het College voor Zorgverzekeringen draagt sinds 2005 zorg voor
het beheer van de AZR. Daarvoor ontvangt het CVZ een jaarlijkse beheerkostenvergoeding
van circa € 1,5 miljoen. Deze wordt geïncorporeerd in het reguliere
werkprogramma van het CVZ.</al>
      <al>De AZR is een dynamisch systeem en daarmee nooit «af». De
AZR wordt gegevensdrager voor de intramurale zorgzwaartepakketten, de bekostiging
en de heffing van de eigen bijdrage (intramuraal). Daartoe wordt in de loop
van 2007 het CAK aangesloten op de AZR. Ook het burgerservicenummer BSN krijgt
in 2007 een plaats in de AZR. Deze ontwikkelingen worden waar
mogelijk reeds in elementaire vorm ingepast in release 2.1 van de AZR. Duurzame
inpassing van deze functionaliteiten vindt plaats in release 3.0 van de AZR.
Deze moet op 1 januari 2008 bij alle ketenpartners in productie gaan.</al>
      <tuskop letat="rom">216</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke criteria zijn aan de impuls voor doelmatigheid
van de verpleeghuiszorg gekoppeld? Is het juist dat verpleeghuizen op dit
moment al een zeer laag overheadpercentage kennen? Zo nee, hoe veel ruimte
is er nog om verdere efficiencyslagen te maken? Is dit op onderzoek gebaseerd?
Zo ja, welk? Zo ja, hoe denkt u nog meer doelmatigheid in de verpleeghuizen
te bewerkstelligen? Is dat in alle verpleeghuizen mogelijk zonder kwaliteitsverlies
te lijden? Is in de doelmatigheidsdefinitie ook de tijd meegerekend die door
het zorgpersoneel zou moet worden besteed aan mensen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een verzorgende brengt 55,3% (Benchmark 2004–2005 V&amp;V)
van de werktijd door met het bieden van directe zorg aan bewoners. De efficiency
vergroting zal moeten blijken uit een toename van tijd aan het bed door zorgpersoneel.
Het gaat hierbij niet zozeer om het meer maar vooral om het anders inzetten
van het personeel. Ervaring uit de sector laat zien dat het dan goed mogelijk
is personeel meer uren aan het bed te laten doorbrengen (bijvoorbeeld door
aanpak ziekteverzuim of aanpassing roostertijden op piekuren).</al>
      <al>Voor een periode van 5 jaar zal, onder voorwaarden, € 430 miljoen
voor de verpleeghuissector beschikbaar worden gesteld. Zie hiervoor ook het
antwoord op vraag 213. Omgerekend kan dit een uitbreiding van werkgelegenheid
betekenen van 2000 tot 3000 voltijdseenheden verplegend en verzorgend personeel.
Voorwaarde hierbij is dat personeel meer tijd aan het bed kan doorbrengen.
Dit betekent dat een medewerker in 2008 gemiddeld 57,3% directe zorg
aan een cliënt verleent<voetref refid="v76.1" nr="1"></voetref>. Verzorgenden zullen
in hun dagelijks werk dus meer tijd kunnen maken voor de mensen om wie het
gaat. Door slimmer te werken is het mogelijk om productiviteit- en kwaliteitswinst
te boeken door het personeel meer tijd aan het bed te laten doorbrengen. De
extra middelen die dit kabinet tijdelijk beschikbaar stelt, faciliteren deze
kwaliteitsslag.</al>
      <tuskop letat="rom">217</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt onder «urgent wachtenden» voor
verpleging en verzorging verstaan? Hoe groot zijn de wachtlijsten in totaal –
op dit moment – uitgesplitst naar verpleging en verzorging en gehandicapten?
Is het juist dat de wachtlijsten tussen 2003 en 2005 met ongeveer 1,2 procent
zijn afgenomen? Is het juist dat uit de laatste wachtlijstgegevens blijkt
dat 28 376 cliënten wachten op een plaats in een somatisch verpleeghuis
en 7523 op een plaats in een psychogeriatrisch huis? Zo ja, wordt ook voor
de wachtlijsten in brede zin (inclusief de urgent wachtenden) een prestatie-indicator
geformuleerd? Hoe denkt de regering de streefwaarde voor 2007 te behalen,
gezien het feit dat de wachtlijsten de afgelopen jaren slechts zeer beperkt
zijn teruggelopen? Wat wordt onder de doelstelling «minimaal»
verstaan bij 2010?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder urgent wachtenden wordt verstaan (zie toelichtende tekst onder de
tabel in de begroting over deze prestatie-indicator): personen die in de AWBZ-brede
zorgregistratie (AZR) als wachtend staan geregistreerd, die zich hebben gemeld
bij het zorgkantoor voor actieve zorgbemiddeling en voor wie op het moment
geen passende zorg beschikbaar is. Uit de meest recente rapportage van het
College voor zorgverzekeringen over de wachtlijstontwikkeling in 2005 (titel:
Wachtlijsten in de verpleging en verzorging en gehandicaptenzorg: ontwikkelingen
in 2005 en achtergronden) blijkt dat bijna iedereen op de wachtlijst (dus
ook de groep urgent wachtenden) AWBZ-zorg ter overbrugging krijgt aangeboden.
Voor de groep urgent wachtenden is deze aangeboden AWBZ-zorg
niet toereikend. Het CVZ-rapport is op vrijdag 13 oktober jl. als bijlage
bij de 11de voortgangsrapportage groot project modernisering AWBZ (Tweede
Kamer, 26 631, nr. 191) naar de Kamer verstuurd. De gegevens in deze
CVZ-rapportage zijn de meest actuele wachtlijstgegevens.</al>
      <al>In dit rapport is een tabel opgenomen met een uitsplitsing van het aantal
wachtenden naar grondslag en type zorg. De aantallen van 28 376 en 7 523
(in tabel 1) hebben betrekking op het aantal wachtenden voor de AWBZ-functie
verblijf, met respectievelijk een somatische en psychogeriatrische grondslag.
Zorg die valt onder de AWBZ-functie verblijf wordt zowel door het verzorgingshuis
als het verpleeghuis geleverd. De modernisering van de AWBZ heeft tot gevolg
dat wachtlijsten niet meer zijn uit te splitsen naar «traditionele»
AWBZ-voorzieningen, maar naar AWBZ-functie. Alleen via omrekening is globaal
iets te zeggen over de wachtlijst voor verpleeghuizen en verzorgingshuizen.
Daarbij geldt als veronderstelling dat verpleeghuizen uitsluitend AWBZ-verblijfszorg
met behandeling leveren en verzorgingshuizen uitsluitend AWBZ-verblijfszorg
zonder behandeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een nadere analyse van de CVZ-gegevens op deze wijze laat zien dat circa
12 000 personen wachten op een plaats in een verpleeghuis en circa 23 000
personen wachten op een plaats in een verzorgingshuis. Dit betekent dat de
veronderstelling t.a.v. het aantal wachtenden voor een verpleeghuis niet juist
is.</al>
      <al>In de sector V&amp;V is de wachtlijst in de jaren 2003, 2004 en 2005 gedaald
van ruim 74 000 personen naar circa 51 000 personen. Dit is een
afname van 31%. In de sector gehandicaptenzorg is de wachtlijst in
dezelfde periode gedaald van circa 17 500 personen naar circa 15 500
personen. Dit is een afname van 12%. Deze cijfers laten zien dat de
veronderstelde afname van 1,2% niet juist is.</al>
      <al>Het CVZ constateert in de wachtlijstrapportage dat circa 90% van
de wachtenden voor AWBZ-verblijf tevreden is met de aangeboden overbruggingszorg
en daardoor afziet van het verzilveren van de verblijfsindicatie. Deze constatering
is aanleiding om af te zien van het formuleren van een prestatie-indicator
die uitgaat van het aantal wachtenden. Deze indicator brengt onvoldoende de
ernst van de problematiek in beeld. Informatie over het aantal wachtenden
blijft wel beschikbaar als achtergrondinformatie. Gelet op de wachtlijstontwikkelingen
in de afgelopen periode acht ik het behalen van de streefwaarde in 2007 realistisch
en haalbaar. Wat betreft de streefwaarde op lange termijn streef ik naar de
situatie waarbij iedereen op de wachtlijst binnen de door het veld opgestelde
Treeknormen passende AWBZ-zorg krijgt aangeboden.</al>
      <tuskop letat="rom">218</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer moet het Kenniscentrum Langdurige zorg zijn
ingericht en wanneer wordt het operationeel? Wat is de opdracht voor dit instituut
de komende jaren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inrichting van het kenniscentrum Langdurige zorg is in volle gang:
De partners van het nieuwe centrum zijn sinds de zomer 2006 voortvarend bezig
met het uitwerken van de fusie (tussen NIZW Zorg, KBOH, KITTZ en straks het
iRv) zowel procesmatig als op inhoud (werkplan). De subsidieaanvraag inclusief
begroting wordt uiterlijk 15 november as. bij het departement ingediend.
Per 1 januari 2007 start het centrum onder een nieuwe rechtspersoon en
nieuwe naam vanuit de locatie in Utrecht. Het kenniscentrum is een door VWS
(publiek) gefinancierd onderdeel van het kennisinstituut Langdurende zorg
en voert voor het veld en namens het veld kennisopdrachten uit. Het instituut
kan daarnaast tevens private opdrachten uit de markt uitvoeren. De missie
van het kenniscentrum luidt: Met kennis die werkt kwaliteit van leven, deelname
aan de samenleving en zelfredzaamheid versterken van mensen met
beperkingen, chronisch zieken en kwetsbare ouderen. De missie is in vier taken,
de zogenaamde vier V’s uitgewerkt, namelijk het verzamelen, verrijken,
valideren (toetsen) en verspreiden van bestaande kennis richting het veld
(zorgaanbieders, verzekeraars, overheden, professionals, branches, cliënten).</al>
      <tuskop letat="rom">219</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de AZR tot op heden slechts één
maal is verschenen en daarna niet meer? Wanneer zat de eerstvolgende rapportage
uitkomen en wat zal de reguliere frequentie zijn van de mate van verschijnen
van deze vraag en aanbodmonitor? Wordt in de AZR ook steeds een vergelijking
gemaakt met voorgaande jaren opdat de wachtlijstontwikkeling ook duidelijker
wordt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) is een automatiseringssysteem dat
betrekking heeft op gegevensuitwisseling tussen partijen in de AWBZ-keten
volgens vooraf afgesproken standaarden. In diverse voortgangsrapportages over
het grote project modernisering AWBZ is een beschrijving opgenomen van de
precieze inhoud van deze berichtenuitwisseling. Het College voor zorgverzekeringen
stelt periodiek op basis van de gegevens die in de AZR worden verzameld een
wachtlijstrapportage samen. Alle 32 zorgkantoren leveren hiervoor hun AZR-bestanden
aan bij het CVZ. Op basis van de AZR heeft het CVZ over het jaar 2004 een
wachtlijstrapportage uitgebracht. Vanwege de toen beperkte implementatie van
AZR in de regio is deze rapportage uiterst moeizaam tot stand gekomen. Vooral
de goede en tijdige melding van nieuw in zorg genomen cliënten door de
duizenden AWBZ-zorginstellingen is een probleem. Met het uitbrengen van een
nieuwe release van AZR in komende periode, het verplicht stellen van het tijdig
aanleveren van in zorg genomen cliënten door zorginstellingen en het
project ultieme vulling AZR zijn de voorwaarden geschapen om snel betrouwbare
wachtlijsten uit AZR samen te stellen. Het CVZ brengt in het voorjaar 2007
de eerstvolgende wachtlijstrapportage uit met de situatie op peildatum 1 januari
2007. Bij een goede inbedding van AZR in de regio zal vervolgens het CVZ ieder
kwartaal een wachtlijstrapportage uitbrengen. Jaarlijks brengt het CVZ een
monitor uit waarbij de AWBZ-wachtlijstontwikkelingen in een meerjarig perspectief
worden geplaatst. Belangrijke uitkomsten uit deze monitor worden opgenomen
in het VWS-jaarverslag. In de naaste toekomst zal het CVZ de uitkomsten uit
AZR ook op haar website presenteren.</al>
      <tuskop letat="rom">220</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Gaat het bij de € 24 miljoen die voor 2008
en verdere jaren ter beschikking wordt gesteld om de wachtlijsten Jeugd GGZ
weg te werken om een jaarlijks bedrag of om een eenmalig bedrag?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten behoeve van het terugdringen van de wachtlijsten jeugd-ggz is per
jaar in 2006 en 2007 € 14 miljoen uitgetrokken. Daarnaast zijn in
2006 extra middelen (€ 17 miljoen) beschikbaar gesteld om de verwachte
autonome groei in de jeugd-GGZ op te vangen. Ten behoeve van de verwachte
groei in 2007 wordt € 34 miljoen beschikbaar gesteld. Dit laatste
bedrag is ook vanaf 2007 structureel beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">Extra geld jeugd-ggz </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="50mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="62.5mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Terugdringen wachttijden jeugd-ggz</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">€ 14 miljoen in 2006 en € 14 miljoen in 2007</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Autonome groei jeugd ggz</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">€ 17 miljoen in 2006 en € 34 miljoen structureel vanaf 2007</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="rom">221</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden de € 31 en € 48 miljoen –
bedoeld voor de versterking van de Jeugd-GGZ – geboekt bij langdurige
zorg en niet bij de «geestelijke gezondheidszorg»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In verband met het uitstel van de overheveling van de curatieve ggz van
de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet naar 1 januari 2008 zijn de bedragen
nog in zijn geheel op artikel 43 (langdurige zorg) geboekt.</al>
      <tuskop letat="rom">222</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Komt het budget (€ 31 en € 48 miljoen
euro) dat extra beschikbaar is gesteld voor de jeugd GGZ ten laste van langdurige
zorg, of is het budget voor langdurige zorg met dit bedrag verhoogd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals reeds is aangegeven in vraag 221 zijn de bedragen – in verband
met het uitstel van de curatieve ggz van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet –
nog op artikel 43 (langdurige zorg) geboekt. De bedragen worden voor een deel
aangewend uit de groeiruimte AWBZ en een deel (€ 17 miljoen) is
afkomstig uit extra t.b.v. jeugd.</al>
      <tuskop letat="rom">223</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wenst de regering de arbeidsproductiviteit exact
te verhogen? Welke doelen stelt de regering? Welke opbrengsten worden verwacht?
Wat betekent dit voor de werkdruk van de werkers in de zorg? In hoeverre zal
verhoging van de arbeidsproductiviteit een verdergaande kwaliteitsdaling tot
gevolg hebben? In hoeverre heeft de doelstelling tot het verhogen van de arbeidsproductiviteit
tot gevolg dat op korte termijn diepte-investeringen gedaan dienen te worden
om bijvoorbeeld te investeren in ICT?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De arbeidsproductiviteit kan op verschillende manieren worden verhoogd.
Dit kan door middel van het toepassen van ICT-toepassingen in de zorg, het
toepassen van innovatieve medische en biotechnologische technologie en vooral
door het invoeren van nieuwe efficiënte werkwijzen/werkprocessen. De
rol van de overheid hierbij is vooral het stimuleren van verschillende partijen
en het bieden van juiste prikkels/randvoorwaarden. De afgelopen jaren zijn
hierin belangrijke stappen gezet. Met de stelselwijziging, de invoering van
DBC’s en outputbekostiging zijn nieuwe prikkels ingevoerd. Verder moet
worden gedacht aan de inspanningen op het gebied van het Elektronisch Patiënten
Dossier (EPD), domotica-toepassingen en diverse goede voorbeelden die zijn
geïdentificeerd en verspreid via de trajecten «Zorg voor Beter»
en «Sneller Beter» (zie ook antwoord op vraag 79). Daarnaast wil
ik voor de verhoging van arbeidsproductiviteit in de verpleeghuizen verwijzen
naar het antwoord op vraag 213. De regering stelt zich als doel om het beleid
op dit gebied met kracht voort te zetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er wordt door het efficiënter inzetten van personeel en middelen
verwacht dat er kwalitatief goede, innovatieve en verantwoorde zorg kan worden
blijven geleverd. Bovendien is het verhogen van de arbeidsproductiviteit een
van de maatregelen die er toe kan bijdragen dat in de toekomst de tekorten
op de arbeidsmarkt in de zorg beperkt zullen blijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er wordt vooral ingezet op slimmer/efficiënter werken. Door bovengenoemde
maatregelen wordt het personeel efficiënter ingezet en door gebruik te
maken van diverse technologieën kan juist (fysieke) arbeid worden voorkomen.
Door slimmer te werken is het mogelijk om productiviteits- en kwaliteitswinst
te boeken. Daarnaast is een brede maatschappelijke discussie gaande om meer
uren te gaan werken dan de huidige 36 bij een fulltime dienstverband. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zal worden doorgegaan op de ingeslagen weg voor het bevorderen van
innovatie door een verregaande optimalisering van ICT in de zorg. Investeringen
op dit terrein zullen worden gecontinueerd (zie ook antwoord op vraag 79).</al>
      <tuskop letat="rom">224</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke voornemens heeft de regering om te kunnen voldoen
aan de behoefte aan goed opgeleid personeel in de zorg? Slaagt de regering
er in 2006 en 2007, conform de prognoses van onderzoeksbureau Prismant, respectievelijk
4500 en 9500 extra werkers in de zorg aan te stellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de jaarlijkse arbeidsmarktbrief, die u binnenkort ontvangt, wordt uiteengezet
welke vier beleidsthema’s ik voorzie in het arbeidsmarktbeleid voor
de zorgsector voor de komende jaren. Kern van de opgave is het kunnen voldoen
aan de behoefte aan goed opgeleid personeel in de zorg. Deze thema’s
zijn: vergroten wervingskracht, vergroten arbeidsaanbod, verhogen van de arbeidsproductiviteit
en beperken van de zorgvraag. In de arbeidsmarktbrief, waarover u dus kunt
beschikken bij de behandeling van de Begroting 2006 van VWS, zullen deze thema’s
uitgebreid worden toegelicht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is primair de verantwoordelijkheid van werkgevers in de zorgsector
om er in te slagen voldoende goed opgeleid personeel aan te stellen. Ik ben
van mening dat werkgevers daar in moeten kunnen slagen. De jaarlijkse netto
instroom van het aantal fte in zorg en welzijn was in 2001 38 000 fte,
in 2002 45 000, in 2003 38 000, in 2004 15 000 en in 2005 18 000
fte.</al>
      <al>Of de gevraagde aantallen van 4 500 en 9 500 extra werkers in
2006 en 2007 ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden, hangt uiteraard
af van de kwalificatieniveaus van werknemers waar werkgevers in 2006 en 2007
behoefte aan hebben, maar ik acht dat gegeven de genoemde cijfers haalbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">225</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de exacte onderzoeksvragen voor het onderzoek
naar de mogelijkheden voor het breed doorvoeren van het scheiden van wonen
en zorg? Deelt u de analyse in het CDA-verkiezingsprogramma dat het scheiden
van wonen en zorg de aanstaande kabinetsperiode al € 1,5 miljard
kan opleveren? Welke stappen moeten hiervoor worden gezet? Gaat dit ten koste
van de kwaliteit van zorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De huidige onderzoeksvraag luidt: wat zijn de gevolgen van het zelf betalen
voor het wonen voor de klanten, de zorgaanbieders, de corporaties en de overheid.
Een tweetal onderzoeken loopt reeds: een eerste onderzoek naar de eventuele
hoogte van de huren in bestaande zorggebouwen en een onderzoek naar verschillen
tussen zorgkantoorregio’s voor wat betreft de mate waarin scheiden van
wonen en zorg heeft plaatsgevonden. Het onderzoek richt zich ook op de financiële
gevolgen voor de overheid; op de resultaten daarvan kan ik niet vooruitlopen.
De Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de nadere uitwerking
van deze vraag.</al>
      <tuskop letat="rom">226</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het waar dat diverse concept-Wmo-verordeningen in
strijd zijn met de door de regering gestelde doelstelling van het bieden van
een PGB, omdat deze gemeenten geen PGB wensen te bieden indien er collectieve
naturavoorzieningen worden geboden, waarmee men aan het compensatiebeginsel
voldoet? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Om hoeveel gemeenten gaat het tot op heden? Hoeveel verordeningen zijn om
deze reden reeds voorgedragen voor vernietiging door de Kroon?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik ben niet bekend met verordeningen die in strijd zouden zijn met de
wet, noch in het algemeen noch op dit specifieke punt. Er zijn dan ook nog
geen verordeningen ter vernietiging voorgedragen aan de Kroon.</al>
      <tuskop letat="rom">227</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer dient de voorstudie naar een integratie van
de bestaande zorgconsumentenwetgeving te zijn voltooid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft op 3 oktober 2006 haar
jaarlijks onderzoek «Staat van de Gezondheidszorg» (SGZ) gepresenteerd.
De SGZ is dit jaar geheel gewijd aan de patiëntenrechten. Binnen enkele
weken brengt de Raad voor de Volksgezondheid &amp; Zorg zijn advies uit over
de voor- en nadelen van een zorgconsumentenwet.</al>
      <al>In de brief waarmee ik de SGZ op 3 oktober jl. aan uw Kamer aanbood
(Tweede Kamer, 30 800 XVI, nr. 9) gaf ik aan beide rapporten te zullen
benutten ten behoeve van de voorbereiding van een volgend regeerakkoord.</al>
      <tuskop letat="rom">228</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke wijzigingen gaat de regering aanbrengen in de
Wet BOPZ, teneinde de rechtspositie te verbeteren van mensen met dementie
en mensen met een verstandelijke handicap? Wat houden deze verbeteringen van
de rechtspositie in? Wanneer komt de regering met het wetsvoorstel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment is een wetsvoorstel in voorbereiding dat een nieuwe formeelwettelijke
regeling zal introduceren als het gaat om vrijheidsbeperking en vrijheidsbeneming
bij mensen met dementie of een verstandelijke handicap. Dit brengt mee dat
de nieuwe regels niet worden opgenomen in de Wet bijzondere opnemingen in
psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).</al>
      <al>De belangrijkste verbetering van de rechtspositie van deze kwetsbare groepen
hangt samen met de reikwijdte van de regeling. Een grootschalig onderzoek
uit 2003 toonde aan dat vrijwel iedere zorgaanbieder in de zorg voor mensen
met dementie of een verstandelijke beperking regelmatig wordt geconfronteerd
met de vraag naar vrijheidsbeperkingen, en die ook toepast. De huidige Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) biedt daarvoor
onvoldoende ruimte. Het feit dat zorgaanbieders toch dit soort maatregelen
nemen leidt ertoe dat de groep mensen die daarmee te maken krijgt onvoldoende
rechtsbescherming heeft. Dat verandert met dit wetsvoorstel, doordat één
uniforme regeling wordt gemaakt die op iedere locatie van toepassing is. Bovendien
is de regeling ook inhoudelijk beter toegespitst op deze doelgroepen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het wetsvoorstel bevat een regeling van de gevallen waarin zorg onder
dwang of bepaalde maatregelen mogen worden toegepast, geeft procedurele waarborgen
tegen een onjuiste toepassing en regelt als sluitstuk de rechtsbescherming
tegen onjuiste toepassing daarvan. Het tweede element van het wetsvoorstel
maakt het mogelijk personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke
handicap op te nemen of te laten verblijven in een accommodatie waarin een
zorgaanbieder zijn zorg levert, ondanks hun verzet tegen een dergelijke opneming.
Op korte termijn zal een voorontwerp ter consultatie worden voorgelegd aan
de veldpartijen. Indiening bij de Tweede Kamer gebeurt naar verwachting in
het voorjaar van 2007. </al>
      <tuskop letat="rom">229</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat betekent het onderzoek naar integratie van patiëntenwetgeving
voor eerdere voornemens om de WMCZ aan te passen en wat is de planning voor
dit onderzoek?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op de planning van de analyses ten behoeve van de standpuntbepaling omtrent
de vraag naar één zorgconsumentenwet is reeds ingegaan in het
antwoord op vraag 227.</al>
      <al>Inmiddels heeft de Raad van State geadviseerd over het wetsvoorstel tot
aanpassing van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ)
in verband met de versterking van de positie van cliëntenraden. Het is
de bedoeling dit wetsvoorstel nog dit jaar in te dienen.</al>
      <tuskop letat="rom">230</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering toelichten wat exact moet worden verstaan
onder een «betaalbaar stelsel» van langdurende zorg? Wat zijn
de «gestelde kaders»? Wanneer is de zorg voor de cliënt betaalbaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vrij algemeen aanvaard is dat het voor de economische ontwikkeling geen
goede zaak is als de belasting- en premietarieven fors oplopen. Dat leidt
tot hoge loonkosten en een verslechterende concurrentiepositie. De houdbaarheid
van de collectieve sector is in gevaar als ongewijzigde handhaving van huidige
collectieve arrangementen op grond van nu al te voorziene ontwikkelingen,
zoals demografische trends, vergt dat belastingen en premies in de toekomst
fors moeten stijgen.</al>
      <al>Op grond van analyses als de bovenstaande maakt elk kabinet bij het opstellen
van een regeerakkoord een afweging tussen de lasten die het aan burgers wil
opleggen voor verschillende collectieve voorzieningen. Voor de zorg leidt
die afweging tot afspraken over de hoogte van het Budgettair Kader Zorg (BKZ).
De afspraken over de hoogte van het BKZ maken het mogelijk om de lasten in
de vorm van premies voor de AWBZ en Zvw in beeld te brengen. Deze premies
vinden hun neerslag in het (door het kabinet) gewenste lasten- en koopkrachtbeeld.
Met andere woorden een betaalbaar stelsel betekent dat het kabinet van oordeel
is dat de premies die voor een dergelijk stelsel betaald moeten worden binnen
het gewenste lasten- en koopkrachtbeeld mogelijk zijn zonder afbreuk te doen
aan de vraag naar zorg.</al>
      <tuskop letat="rom">231</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Worden arbeidsbesparende investeringen ook financieel
gestimuleerd door de regering, wetende dat dergelijke investeringen op korte
termijn vaak geld kosten om op lange termijn te kunnen renderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering stimuleert zorgaanbieders ook financieel om arbeidsbesparende
investeringen te doen. Een voorbeeld daarvan is het convenant AWBZ 2005–2007.
Daarin is voor innovaties in de AWBZ in totaal € 90 miljoen gereserveerd.
Uitgangspunt is dat het gaat om innovaties op het terrein van bijvoorbeeld
arbeidsproductiviteit of arbeidsinnovatie, nieuwe zorgmethodieken, cliënteninitiatieven
en ICT ontwikkeling in de AWBZ zorg. Het resultaat of product dient algemeen
toepasbaar en doelmatig te zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">232</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze tracht de regering juist door het verplicht
stellen van een jaardocument maatschappelijke verantwoording de administratieve
lasten te verminderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De huidige verantwoording van zorginstellingen is sterk versnipperd. Instellingen
zijn naast het jaarverslag en de jaarrekening verplicht om een groot aantal
andere jaarlijkse verantwoordings- en informatiedocumenten aan
te leveren. In de oude situatie leggen instellingen met 30 tot 50 documenten
verantwoording af. Met het jaardocument kunnen instellingen met één
integrale verantwoording voldoen aan hun jaarlijkse verantwoordings- en informatieverplichting
richting VWS, cliëntenorganisaties, toezichthouders, colleges en zorgverzekeraars
in de zorg. Het jaardocument wordt vanaf 2007 ondersteund door een webapplicatie,
waarmee zorgaanbieders op een gebruiksvriendelijke en efficiënte wijze
verantwoording kunnen afleggen. Het nieuwe verantwoordingsproces en de inzet
van ICT moet leiden tot een aanzienlijke reductie van de administratieve lasten.
Overigens is het gebruik van het jaardocument pas vanaf 2008 wettelijk verplicht,
tot die tijd kunnen zorginstellingen op vrijwillige basis gebruik maken van
het jaardocument.</al>
      <tuskop letat="rom">233 en 234</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt verstaan onder de «overheveling van
de Rijksbijdrage AWBZ en een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)»?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de inkomenseffecten van de «Overheveling
van de Rijksbijdrage AWBZ en een bijdrage in de kosten van kortingen»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Geduid wordt op het betalen van de rijksbijdrage AWBZ van de VWS-begroting
aan het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten. Bij de belastingherziening
2001 zijn aftrekposten – die mede op de hoge schijven drukten –
omgezet in kortingen – die louter op de eerste schijf drukken. Voor
personen met een hoog inkomen betekende dit dat zij meer belasting moesten
betalen, omdat de aftrek voor hen tot en met 2000 louter de te betalen belasting
beperkte, omdat de hoogste schijven louter uit belasting bestaan. Macro gezien
steeg door de belastingherziening de belastingopbrengst met vele miljarden,
terwijl de opbrengst van de AWBZ, AOW en ANW-premie met evenveel miljarden
daalde. Om te voorkomen dat dit tot financiële problemen voor deze regelingen
zou leiden – of tot forse premiestijgingen – is besloten tot het
instellen van de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK). Dit is een rijksbijdrage,
waarvan de hoogte via een formule in de wet zodanig is, dat de gevolgen van
de belastingherziening ongedaan worden gemaakt.</al>
      <al>Indien de BIKK vervalt, de AWBZ, AOW en ANW-premie hoger worden vastgesteld
en het belastingtarief in de eerste schijf lager, dan leidt dat niet tot een
inkomenseffect.</al>
      <tuskop letat="rom">235</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel gemeenten kiezen voor Europees aanbesteden
bij de Wmo en hoeveel gemeenten voor prijs-kwaliteit-afspraken, het zogenaamde
Zeeuwse model?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alle gemeenten waarbij het drempelbedrag van de Europese richtlijn wordt
overschreden zullen Europees moeten aanbesteden. Ook de Zeeuwse gemeenten
hebben aanbesteed volgens de Europese regelgeving. De Zeeuwse methode heeft
navolging gevonden bij enkele gemeenten in Nederland, maar de meerderheid
heeft voor een reguliere aanpak, waarbij de prijs vooraf niet vaststaat, gekozen.
Overigens gaat het ook daar om prijs-kwaliteitsafspraken.</al>
      <tuskop letat="rom">236</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er gemeenten die niet op tijd hun aanbesteding
rond krijgen en daardoor in 2007 in de problemen komen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn gemeenten die de aanbesteding niet voor 1 januari 2007 rond
hebben. Zij zullen daardoor niet in de problemen komen. De overgangsbepalingen
in de Wmo maken het mogelijk om meer tijd te nemen voor het afronden van de
aanbestedingsprocedures. De overgangsbepalingen (art. 41 Wmo) regelen namelijk
dat zolang gemeenten geen verordening hebben vastgesteld, zij
moeten handelen <nadruk type="cur">conform de bepalingen van de AWBZ.</nadruk> Het
ligt voor de hand dat in deze overgangsperiode de bestaande contracten met
de aanbieders verlengen (voorbeeldcontract is opgenomen in het overgangsprotocol
VNG-ZN-VWS). Als gemeenten dit doen is het van belang dat zij de Europese
regelgeving in acht blijven nemen en dus al wel gestart zijn met de aanbesteding
en niet onnodig lang met de aanbesteding wachten.</al>
      <tuskop letat="rom">237</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunnen alle gemeenten in 2007 starten met een Wmo-loket
en een Wmo-raad en gebeurt dit in de praktijk ook?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gemeenten kunnen nu al starten met het Wmo-loket en de Wmo-raad en doen
dat veelal ook. Voor sommige gemeenten zijn er slechts minimale aanpassingen
nodig van het huidige loket. Bij andere gemeenten kost dit wat meer tijd.
Op 1 januari a.s. heeft elke gemeente in Nederland in elk geval een punt
waar een burger terecht kan voor informatie en advies over de Wmo. De monitor
naar de implementatie bij gemeenten die in november zal worden gehouden gaat
nader in op de stand van zaken van de loketten in Nederland.</al>
      <al>Het is aan gemeenten hoe zij de inspraak van cliënten willen vormgeven.
De cliëntenraad Wvg of de bestaande seniorenraad vormen in veel gevallen
de basis daarvoor. Het is aan gemeenten hoe zij deze willen omvormen tot een
inspraakorgaan voor de Wmo.</al>
      <tuskop letat="rom">238</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er situaties dat personeel van een thuiszorginstelling
door een gemiste aanbesteding het werk verliest en niet via een andere aanbieder
die het werk heeft gekregen aan het werk kan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn situaties dat het personeel van een thuiszorginstelling door een
gemiste aanbesteding het werk kan verliezen. Zoals ik u bij brief van 30 oktober
2006 (Tweede Kamer, 30 131, nr. 122) heb toegelicht, heb ik gemeenten
gewezen op de mogelijkheden om afspraken te maken met hun nieuwe aanbieders
over het overnemen van personeel (brief aan Colleges B&amp;W 9 november
2006). Daarnaast ben ik met de brancheorganisatie Actiz in overleg hoe deze
mensen behouden kunnen worden voor de zorgsector.</al>
      <tuskop letat="rom">239</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er voorbeelden bekend van gemeenten die Wmo-verordeningen
vaststellen die niet overeenkomstig de wet zijn? Zo dit het geval is, wat
gebeurt daarmee?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik heb geen voorbeelden van verordeningen die in strijd zijn met de wet.</al>
      <tuskop letat="rom">240</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er klachten bij u binnengekomen over de mate waarin
gemeenten cliënten en hun organisatie betrekken bij de ontwikkeling van
het Wmo-beleid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, er zijn hierover bij mij geen klachten binnengekomen. Het college
van burgemeester en wethouders heeft op basis van artikel 11 en 12 van de
Wmo ook de wettelijke plicht om burgers en vertegenwoordigers van representatieve
organisaties van de kant van de vragers te betrekken bij het beleid en hen
om advies te vragen. Uit de derde meting van de invoeringsmonitor Wmo (peildatum
1 juni 2006) blijkt ook dat 85% van de gemeenten oriënterende
bijeenkomsten met burgers, cliënten en lokale betrokken organisaties
heeft georganiseerd en 50% inspraakbijeenkomsten georganiseerd met
burgers en cliënten. </al>
      <tuskop letat="rom">241</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is al bekend hoe groot de vraag naar de totale huishoudelijke
zorg (dus enkelvoudige huishoudelijke zorg en in combinatie met andere functies)
is geweest het eerste half jaar van 2006? is er sprake van een stijging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn voorlopige cijfers bekend over de ontwikkeling van de huishoudelijke
verzorging in de eerste helft van 2006. Deze voorlopige cijfers duiden op
een toename van de huishoudelijke verzorging ten opzichte van 2005. De maximale
uurprijs van huishoudelijke verzorging is in 2006 verlaagd ten opzichte van
2005. De totale kosten van huishoudelijke verzorging in 2005 en in 2006 lijken
redelijk met elkaar te sporen.</al>
      <tuskop letat="rom">242 en 243</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt verstaan onder het in onderlinge samenhang
bezien van de prestaties van gemeenten in het kader van de Wmo? Worden gemeenten
op basis van de prestatievelden in de Wmo met elkaar vergeleken, opdat ook
voor gemeenten duidelijk is wat de criteria zijn die bepalend zijn voor goed
presteren?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt verstaan onder «referentiemateriaal»
waarmee burgers hun gemeenten kunnen beoordelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In artikel 9 van de Wmo is opgenomen dat gemeenten op basis van zowel
tevredenheidsonderzoeken als bepaalde prestatiegegevens met elkaar worden
vergeleken. De gemeenten bepalen in overleg met lokale cliëntenorganisaties
de wijze waarop de tevredenheidsonderzoeken worden uitgevoerd. Om de vergelijkbaarheid
tussen gemeenten te vergroten stellen VWS en VNG een handreiking voor gemeenten
op, met daarin standaard-vragenlijsten om tevredenheid te meten. Als de gemeenten
deze vragenlijst gebruiken, kan per prestatieveld en per gemeente worden bezien
hoe de Wmo-dienstverlening wordt ervaren. Naast gegevens over tevredenheid
zijn er ook gegevens over de prestaties. Deze gegevens worden opgenomen in
een ministeriële regeling. De verschillende prestatievelden zijn in deze
gegevens goed herkenbaar. Met de gegevens over tevredenheid en prestaties
zorg ik voor jaarlijkse rapporten waarin de gemeenten met elkaar worden vergeleken.
Deze rapporten bieden de burgers «referentiemateriaal». Hiermee
wordt het lokale debat over de uitvoering van de Wmo gestimuleerd. Het is
aan de gemeenteraad om de criteria voor «goed presteren» vast
te stellen.</al>
      <tuskop letat="rom">244</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering uiteenzetten wat de rol van het rijk
zal zijn bij de verschuiving in de Wmo van «het hoe» naar «het
wat»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De rol van het Rijk in het kader van de Wmo is richtinggevend, stimulerend
en voorwaardenscheppend. In 2006 lag het accént in het beleid vooral
op de parlementaire behandeling van de Wmo en het ondersteunen van gemeenten
en andere betrokken lokale partijen bij de nieuwe taken in het kader van de
Wmo («het hoe» van de Wmo). Zo is veel aandacht geschonken aan
de financiële, inhoudelijke en praktische zaken rondom de overgang van
de huishoudelijke verzorging vanuit de AWBZ naar de Wmo.</al>
      <al>In 2007 zal het beleid zich meer concentreren op het ondersteunen van
gemeenten bij de vormgeving en invulling van het beleid voor (de prestatievelden
van) de Wmo («het wat» van de Wmo). Dit blijkt ondermeer uit de
voorgenomen activiteiten rondom de ondersteuning bij het opstellen van een
beleidsplan door gemeenten, de ondersteuning van het mantelzorg- en het vrijwilligersbeleid,
de uitbreiding van het plan van aanpak voor de maatschappelijke opvang van
de G4 naar de overige centrumgemeenten enzovoorts. </al>
      <tuskop letat="rom">245</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden voor de verlaging van de uitgaven voor
actieve participatie in maatschappelijke verbanden van € 31,1 miljoen
in 2006 naar € 24,3 miljoen in 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verschil is grotendeels te verklaren door een daling van het budget
in 2007 voor de invoering van de Wmo.</al>
      <al>De kosten voor de invoering van de Wmo vinden in belangrijke mate plaats
in 2006.</al>
      <tuskop letat="rom">246</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt het budget professionele ondersteuning
voor burgers met beperkingen teruggebracht van € 85,2 miljoen naar € 62.5
miljoen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het in werking treden van de Wmo wordt een aantal subsidieregelingen
overgeheveld naar de gemeenten.</al>
      <al>De middelen voor het besluit bijdrage AWBZ gemeenten (Bbag), een specifieke
uitkering in het kader van de WVG (€ 22,7 miljoen) wordt overgeheveld
naar het Gemeentefonds.</al>
      <tuskop letat="rom">247</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verklaart de forse extra investeringen in tijdelijke
ondersteuning bij (psycho) sociale problemen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met ingang van 2007 wordt € 60,6 miljoen overgeheveld uit de
AWBZ-ruimte naar de specifieke uitkering maatschappelijke opvang/verslavingsbeleid
voor taken op het gebied van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz).</al>
      <tuskop letat="rom">248 en 317</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ver bent u gevorderd met het realiseren van de
doelstellingen om zoveel mogelijk gemeenten gebruik te laten maken van «ondersteuning
uitvoering BOS-impuls»? Hoeveel aanvragen zijn in 2004, 2005 en 2006
gedaan voor een BOS-impuls en hoeveel zijn er gehonoreerd? Is het noodzakelijk
om de doelstelling te halen voor 2007 om meer middelen voor de BOS-impuls
ter beschikking te stellen? Zo neen, waarom niet? Wat zijn de doelstellingen
na 2007?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een uitputtend overzicht worden gegeven van de
uitgaven die in het kader van de BOS-impuls zijn gedaan per jaar? Hoeveel
aanvragen zijn in de eerste, tweede en derde tranche binnengekomen en welk
bedragen vertegenwoordigden deze aanvragen? Kon aan alle aanvragen worden
voldaan? Zo nee, acht u het noodzakelijk om de omvang van de beschikbare middelen
te vergroten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De BOS-impuls is een succes. De doelstelling van 400 geslaagde projectaanvragen
is gehaald. In totaal zijn 443 projectaanvragen gehonoreerd.</al>
      <al>Ik ben eveneens geslaagd in mijn doelstelling om zoveel mogelijk gemeenten
gebruik te laten maken van ondersteuning uitvoering BOS-impuls. Via het ondersteuningsnetwerk
BOS-impuls zijn gemeenten ondersteund bij 415 van de 534 aanvragen in de derde
tranche. Waar het netwerk intensief betrokken is geweest bij een aanvraag,
heeft dat de kans aanzienlijk verhoogd dat deze toegekend is. Een quickscan
onder de gemeenten in april-mei 2006 heeft laten zien dat deze tevreden zijn
over de geboden ondersteuning door het ondersteuningsnetwerk BOS-impuls.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit de volgende tabel blijkt hoeveel aanvragen zijn ingediend en gehonoreerd.
Ook staat in de tabel welke bedragen deze aanvragen vertegenwoordigen. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="51mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="30mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="30mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Aanvragen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Toekenningen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Aangevraagd in €</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Toegekend in € </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Eerste tranche (2004)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">69</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">64</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">12 miljoen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">11 miljoen </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tweede tranche (2005)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">135</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">21 miljoen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">20 miljoen </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Derde tranche (2006)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">534</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">279</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">84 miljoen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">47 miljoen </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Totaal uitvoeringskosten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2 miljoen</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">738</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">443</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">117 miljoen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">80 miljoen</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>De 2 miljoen uitvoeringskosten worden grotendeels besteed aan de ondersteuning
van gemeenten. In onderstaande tabel staan de uitgaven voor de BOS-impuls
in miljoenen euro’s per jaar. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="8" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="11mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Jaar</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2008</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2009</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2010</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2011</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Uitgaven</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Aangezien de doelstelling voor 2007 is gehaald, zijn geen extra middelen
nodig voor het bereiken van die doelstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De derde tranche was de laatste tranche van de <nadruk type="cur">Tijdelijke</nadruk> stimuleringsmaatregel buurt, onderwijs en sport. Er worden in de
toekomst geen projectaanvragen meer toegekend.</al>
      <al>In de derde tranche kon ik niet alle aanvragen honoreren. Ik heb geselecteerd
op de kwaliteit van de projecten. Het hoort bij een tender met een vooraf
bepaald budget dat niet alle projecten gehonoreerd worden. Daarom acht ik
het niet noodzakelijk om de omvang van de beschikbare middelen te vergroten.</al>
      <tuskop letat="rom">249 en 250</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waartoe dient het WILL-systeem?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat behelst een landelijk dekkend systeem voor de informatievoorziening
in de welzijnssector? Wanneer is en hoe wordt een landelijk dekkend systeem
gerealiseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>WILL is de afkorting van Welzijn Informatie Lokaal en Landelijk. Het project
is gestart in 2003 en is erop gericht de gegevens over de prestaties in de
welzijnssector uniform en vergelijkbaar te maken. Door standaardisering en
vervolgens digitalisering van producten en methoden komt welzijnsinformatie
op ruime schaal beschikbaar voor welzijnsinstellingen, gemeenten en landelijke
organisaties. Dit sluit goed aan op de ontwikkelingen rondom de Wmo en kan
leiden tot een professionelere relatie tussen gemeenten en welzijnsinstellingen.
Die werken dan ook nauw samen in het project in lokale combinaties (LC’s).
Er zijn nu 51 LC’s, waarin 51 gemeenten en 68 instellingen samenwerken.
De MOgroep en de VNG hebben dit jaar een convenant gesloten over de invoering
van het informatiesysteem. De bedoeling is dat uiteindelijk alle gemeenten
en welzijnsinstellingen meedoen, zodat het informatiesysteem landelijk dekkend
wordt.</al>
      <al>Het project moet een staande organisatie worden, het Servicepunt Welzijnsinformatie.
De MOgroep heeft het op zich genomen het Servicepunt op te zetten en te beheren
en om de ICT-registratiesystemen te helpen implementeren bij de instellingen.
Daar wordt dit najaar mee gestart. Het Servicepunt wordt op 1 januari
2007 operationeel. Het heeft tot taak de registratiegegevens te verzamelen
en te verwerken tot (benchmark)rapportages, ondersteuning te bieden bij de
automatisering en om standaards verder te ontwikkelen. </al>
      <tuskop letat="rom">251</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke taken zal het Kenniscentrum Maatschappelijke
Inzet krijgen? Wat wordt verstaan onder ondersteunen van de oprichting van
het Kenniscentrum Maatschappelijke Inzet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Kenniscentrum Maatschappelijke Inzet (KCMI) krijgt tot taak het verzamelen,
verrijken, valideren en verspreiden van kennis op het gebied van de maatschappelijke
ondersteuning voor het veld, d.w.z. het uitvoerend werk, maar ook gemeenten.
Bij het KCMI is een zestal organisaties betrokken die (deels) zullen fuseren
om het KCMI feitelijk tot stand te brengen. Dat fusieproces ondersteunen wij
door naast onze eigen ondersteuning bij het proces een goede externe procesbegeleiding
te financieren.</al>
      <tuskop letat="rom">252</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke projecten lopen er in het kader van de leefbaarheid
en sociale ondersteuning? Waar moeten deze projecten in resulteren? Op welke
wijze wordt de kennis onder gemeenten verspreid? Wat kosten de programma’s
in het kader van leefbaarheid en sociale ondersteuning? Over welke achterstandswijken
wordt gesproken, wat betreft leefbaarheid en sociale ondersteuning?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Prestatieveld 1 van de Wmo regelt dat alle gemeenten verantwoordelijk
zijn voor de leefbaarheid en sociale samenhang op wijk- en buurtniveau. Mijn
rol is een voorwaardenscheppende.</al>
      <al>Ik ondersteun dit – binnen de daarvoor beschikbare begrotingsgelden –
met diverse programma’s waaronder:</al>
      <al>• De Wmo-Wijken-werkwijze, in dit project sta ik een beperkt aantal
gemeenten met raad en daad bij in het maken van een sociaal buurt(her)inrichtingsplan
waar de behoeften maar ook mogelijkheden van bewoners uitgangspunt is. Deze
ervaringen leiden tot een algemeen ondersteuningsaanbod.</al>
      <al>• Ik laat een benchmark uitvoeren van welzijnsvoorzieningen. De uitkomsten
hiervan kunnen gemeenten gebruiken bij het plannen van voorzieningen in nieuwe-
en herstructureringswijken.</al>
      <al>• Ik subsidieer het project «Welzijn Versterkt». Een
samenwerkingsverband van de welzijnssector gericht op de manieren die welzijnsinstellingen
kunnen bijdragen aan het versterken van het civiele burgerschap.</al>
      <al>• Ik doe mee met het interdepartementale project van BVK «Vitale
coalities voor de wijk». Deze aanpak is gericht op een dertiental achterstandswijken.
Doel is om gezamenlijk – Rijksoverheid en gemeente en lokale veldpartijen –
innovatieve oplossingen te bedenken voor actuele knelpunten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bevorderen van de leefbaarheid en sociale samenhang op wijk- en buurtniveau
heeft niet alleen betrekking op de zgn. «achterstandswijken»,
maar is in alle wijken actueel.</al>
      <al>De verspreiding van de resultaten van mijn diverse programma’s zal
primair lopen via het invoeringstraject Wmo.</al>
      <tuskop letat="rom">253</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete doelstellingen ten aanzien van de sociale
acceptatie van homoseksuelen in Nederland stelt de regering voor 2007? Hoe
gaat de regering dit realiseren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bevorderen van de sociale acceptatie van homoseksuelen in Nederland
is de hoofddoelstelling van de kabinetsnota homo-emancipatiebeleid (Kamerstukken
II, vergaderjaar 2004–2005, 27 017, nr. 11). Het kabinet wil daarvoor
onder meer de dialoog steunen tussen homoseksuelen en verschillende
levensbeschouwelijke en etnische groepen en de maatschappelijke ontwikkelingen
op de voet blijven volgen. Ook wordt er gelet op enkele kwetsbare groepen,
zoals allochtone en oudere homoseksuelen.</al>
      <al>In dat kader zijn er verschillende projecten in gang gezet, bijvoorbeeld
op het gebied van onderwijs (het project «Vier stenen in de vijver»
en het project «De Vrolijke Schooldag») of gericht op gemeenten
(lokale proefprojecten op het gebied van hulp en opvang van allochtone jongeren,
handreiking diversiteit in de Wmo).</al>
      <al>Daarnaast ben ik voornemens het project «Roze Ouderen in Nederland»
(tot eind 2007) van de ANBO voor 50-plussers, COC Nederland, Homo-lesbisch
Kenniscentrum en Schorer te subsidiëren.</al>
      <al>Ten slotte is onlangs het SCP-rapport «Gewoon doen. Acceptatie van
homoseksualiteit in Nederland» verschenen. Het onderzoek is in mijn
opdracht uitgevoerd. Aan de hand van vier dimensies – aanvaarding in
algemene zin, gelijke rechten en (anti)discriminatie, homoseksualiteit in
de naaste omgeving en homoseksualiteit in de openbaarheid – biedt het
SCP inzicht in de stand van zaken. Binnenkort ontvangt de Tweede Kamer mijn
reactie daarop.</al>
      <tuskop letat="rom">254</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe worden de resultaten van samenhangend ouderenbeleid
gemeten? Heeft de regering op dit front vooruitgang geboekt? Zo ja, waar blijkt
dat uit?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De resultaten zullen door het SCP gemeten worden. De eerste monitor verschijnt
begin 2008. Dan wordt vastgesteld of er vooruitgang heeft plaatsgevonden en
of de streefwaarden die in de Nota Ouderenbeleid zijn opgenomen zijn gerealiseerd.
De SCP Rapportage Ouderen 2006 geeft al wel enkele indicaties die duiden op
enige vooruitgang. Zoals verbetering van de gemiddelde financiële positie
van 65-plussers en de toegenomen arbeidsmarktparticipatie van 55–65
jarigen.</al>
      <tuskop letat="rom">255</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete activiteiten worden ontplooid in het
kader van de voorlichting aan de burger ten aanzien van het ouderenbeleid?
Wat is het bereik van de voorlichting?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ouderenbonden hebben een projectsubsidie ontvangen om ouderen voor
te lichten over – de voor het ouderenbeleid belangrijke – Wet
Maatschappelijke ondersteuning.</al>
      <al>Verder wordt het debat over de gevolgen voor de arbeidsmarkt gestimuleerd
door onder andere de activiteiten van de «Regiegroep Grijs Werkt».</al>
      <al>Voorts ben ik in gesprek met de onafhankelijke denktank: «ILC Zorg
voor later».</al>
      <al>Ook ben ik in gesprek met de samenwerkende ouderenbonden en voert de ANBO
al een communicatie project uit gericht op het bewustmaken van de (oudere)
burger over de rol van de Europese Unie op het dagelijkse leven van de Nederlandse
(oudere) burger. In beginsel worden door de ouderenbonden daarmee direct ruim
een half miljoen aangesloten ouderen bereikt. Indirect is het bereik vele
malen groter.</al>
      <al>Tot slot zal ik samen met andere departementen de bestaande voorlichtingsbrochure: «Wat
doet de rijksoverheid voor ouderen», uit 2001, actualiseren.</al>
      <tuskop letat="rom">256</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verklaart de vermindering van de financiële
omvang van de projectsubsidies van € 6 miljoen naar een kleine € 4
miljoen in 2008? Ten koste van welke projecten gaat dit? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vermindering van € 2 miljoen heeft betrekking op de invoering
van de Wmo. In 2007 is voor de invoering van Wmo budget beschikbaar. Vanaf 2008
is dat naar verwachting niet meer nodig.</al>
      <tuskop letat="rom">257</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke manier denkt de regering het aantal mantelzorgers
met 100 000 mensen uit te breiden? Wat is concrete inzet van de rijksoverheid
op dit terrein? Waarom is er geen streefwaarde voor de lange termijn opgenomen?
Is die streefwaarde er wel?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een aantal ontwikkelingen draagt naar mijn mening bij aan een mogelijke
groei van het aantal mantelzorgers. In de eerste plaats zorgt de Wmo (bijvoorbeeld
het compensatiebeginsel, mantelzorg als prestatieveld etc.) voor een stevigere
positie van mantelzorgers. De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om hen de
nodige ondersteuning te bieden. In de tweede plaats heb ik het CIZ opgedragen
om in de loop van 2007 de inzet van mantelzorgers inzichtelijk te maken. Dat
leidt ertoe dat mantelzorgers gemakkelijker respijtzorg kunnen krijgen en
dat sneller professionele zorg kan worden geboden als mantelzorgers onverhoopt
uitvallen. In de derde plaats draagt het overgangstraject van de CVTM-regeling
bij aan de gewenste continuering van de ondersteuning van mantelzorgers. Tenslotte
wordt er vanaf 2007 een financiële waardering aan mantelzorgers
verstrekt.</al>
      <al>Ik heb het SCP opdracht gegeven het vraagstuk van de mantelzorg in een
langere termijn perspectief te schetsen. Deze studie is medio 2007 gereed.</al>
      <tuskop letat="rom">258</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de mate van werkbelasting voor mantelzorgers?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit onderzoek van het SCP blijkt dat mantelzorgers gemiddeld 18 uur per
week zorg verlenen. Voor partners bedraagt dit zelfs gemiddeld 45 uur. Verder
blijken met name die mantelzorgers zwaar belast te zijn die zorgen voor een
terminaal zieke patiënt.</al>
      <tuskop letat="rom">259</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel mantelzorgers zijn werkzaam op het terrein
van de GGZ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn geen gegevens beschikbaar ten aanzien van het aantal mantelzorgers
in de GGZ.</al>
      <tuskop letat="rom">260</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel jeugdige mantelzorgers zijn er?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierover zijn geen onderzoeksgegevens beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="rom">261</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze ondersteunt de regering gemeenten in
het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Behalve dat de financiële middelen vanuit de Rijksbegroting i.h.k.v.
de Wmo «schoon aan de haak» overgaan, ontvangen gemeenten binnenkort
een handreiking over mantelzorg.</al>
      <tuskop letat="rom">262</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verstaat de regering onder «ambassadeurs»
voor vrijwilligerswerk en op welke wijze zullen deze worden ingezet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Momenteel worden zo’n zes ambassadeurs uit de sectoren politiek,
sociale partners, televisie, cultuur, muziek en sport «geworven»
om in provincies en gemeenten het (bestuurlijk) belang van vrijwilligersbeleid nog eens te beklemtonen en nadrukkelijk onder de aandacht brengen.
De ambassadeurs worden dit najaar aangesteld. Daarnaast kunnen tot en met
2007 vijfentwintig adviseurs gemeenten, vrijwilligersorganisaties en steunpunten
helpen met maatwerk en adviezen voor het verder ontwikkelen en invoeren van
het vrijwilligersbeleid. De ambassadeurs zullen ook deze adviseurs onder de
aandacht brengen.</al>
      <tuskop letat="rom">263</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de regering geen concrete streefwaarde
heeft opgenomen in de begroting om de deelname aan vrijwillige inzet te bevorderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door het SCP wordt een Tijdsbestedingsonderzoek uitgevoerd. Daarin wordt
ook gekeken naar het aantal vrijwilligers in de (nabije) toekomst. Deze gegevens
zijn pas begin 2007 beschikbaar. Op grond daarvan worden reële streefcijfers
geformuleerd.</al>
      <tuskop letat="rom">264</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke projecten en programma’s worden opgezet
om nieuwe groepen vrijwilligers te werven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het werven van nieuwe vrijwilligers is primair een verantwoordelijkheid
van gemeenten en organisaties. Met diverse projecten ondersteun ik partijen
hierbij. Bijvoorbeeld:</al>
      <al>• Make a difference Day: het betreft een vrijwilligersdag die op
lokaal niveau wordt ingevuld;</al>
      <al>• Bezien wordt of een vervolg mogelijk is op het Project en Joy van
Civiq;</al>
      <al>• Het bevorderen van vrijwillige inzet via maatschappelijke stages
van jongeren;</al>
      <al>• Pilots in Groningen, Deventer en Vlissingen om mantelzorgers meer
te betrekken bij de vrijwillige inzet;</al>
      <al>• Projecten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
die zijn gericht op het stimuleren van vrijwillige inzet door allochtone vrouwen;</al>
      <al>• Workmate: het bevorderen van vrijwillige inzet door werknemers.</al>
      <tuskop letat="rom">265</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wie voert het onderzoeksprogramma vrijwillige inzet
uit? Wanneer kunnen de eerste resultaten van het onderzoek worden verwacht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er vinden thans de volgende onderzoeken plaats.</al>
      <al>«Leren van Migrantenorganisaties» (CPC, Deventer) is gericht
op het experimenteel ontwikkelen van effectieve samenwerkingvormen tussen
algemene en allochtone organisaties op lokaal niveau om de vrijwillige inzet
van allochtonen, ook buiten eigen kring, te bevorderen. Vrijwilligersorganisaties
hebben aangegeven behoefte te hebben aan een hanteerbaar instrument om de
waarde van vrijwilligerswerk in zowel materiële als immateriële
zin aan te tonen, aangezien subsidieverstrekkers en sponsors daar in toenemende
mate naar vragen en de markt steeds competitiever wordt. In het onderzoek «De
Waarde van Vrijwillige Inzet» (Regioplan, Amsterdam) wordt getracht
om voor lokale organisaties een dergelijk gebruiksvriendelijk instrument te
ontwikkelen.</al>
      <al>«Vrijwillige Inzet en Levensloop» (SCP, Den Haag) analyseert
de causale relatie tussen deelname aan vrijwilligerswerk en verschillende
levensfasen. Het onderzoek is gericht op het identificeren van aanknopingspunten
voor beleidsmaatregelen die de vergroting en intensivering van deelname aan
vrijwillige inzet door verschillende leeftijdscategorieën bevorderen. </al>
      <al>In het kader van het periodieke Tijdbestedingsonderzoek (TBO) 2005 van
het SCP wordt ook participatie aan vrijwillige inzet gemeten en de vijfjaarlijkse
trendanalyse voortgezet. Dit levert op enkele hoofdaspecten inzicht in de
kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van vrijwillige inzet. Beleidsontwikkeling
en -innovatie is het doel van de «Toekomstverkenning Vrijwillige Inzet
2015» die door het SCP wordt uitgevoerd, en de evaluatie van de «Beleidsbrief
Vrijwillige Inzet 2005–2007» die binnenkort in opdracht wordt
gegeven. De resultaten ontvang ik in 2007 en 2008.</al>
      <tuskop letat="rom">266</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de inbedding van ambassadeurs en adviseurs van
vrijwilligerscentrales, waardoor € 1 miljoen effectief landelijk
ingezet kan worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inzet van ambassadeurs en adviseurs voor de inzet van vrijwilligers
wordt uitgevoerd door Civiq en de DSP-groep. Ik verwijs u tevens naar het
antwoord op vraag 262.</al>
      <tuskop letat="rom">267</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In welke mate zijn de VTA-instituten betrokken bij
de overgangstrajecten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met de VTA-instituten over
het nieuwe model voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. Ook bij
de implementatie van dit model zijn zij nauw betrokken.</al>
      <tuskop letat="rom">268</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is op het terrein van deskundigheidsbevordering sprake
van subsidiekorting?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het totale bedrag voor deskundigheidsbevordering blijft gelijk. De subsidie
aan de VTA-instituten wordt geleidelijk afgebouwd. De subsidie wordt omgezet
van een aanbodgericht naar een vraaggericht model en het accent komt te liggen
op lokale deskundigheidsbevordering. Dit betekent dat er in het kader van
de Wmo gelden aan het gemeentefonds worden toegevoegd om op lokaal niveau
activiteiten op het terrein van deskundigheidsbevordering te financieren én
er vindt subsidiering plaats van landelijke vrijwilligersorganisaties voor
deskundigheidsbevordering die op lokaal niveau niet goed tot zijn recht komt.
Er is derhalve geen sprake van een korting op de beschikbare middelen op de
begroting voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers.</al>
      <tuskop letat="rom">269</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er bij de inzet van vrijwilligers als streefwaarde &gt; 31%
opgenomen? Wordt hiermee bedoeld dat de regering die waarde ook werkelijk
wil verhogen? Waarom is er dan geen concrete streefwaarde opgenomen? Wat is
het cijfer voor vrijwilligers in 2006?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanzelfsprekend is het beleid van de regering erop gericht de vrijwillige
inzet te doen toenemen. Zoals uit het antwoord op vraag 262 blijkt, is nader
onderzoek noodzakelijk om concrete reële streefwaarden te kunnen noemen.
Dit onderzoek is thans gaande. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek
heb ik gekozen voor deze formulering van de toename van de streefwaarde voor
de inzet van vrijwilligers.</al>
      <tuskop letat="rom">270</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt gemeten of de investeringen om positie van
de mantelzorger te versterken, daadwerkelijk effect sorteren? Welke prestatie-indicatoren
en welke doelstellingen gelden hier?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2001 heeft het SCP het rapport «Mantelzorg. De zorg voor en van
mantelzorgers» gepubliceerd. In dat rapport is onder meer in gegaan
ophet aantal mantelzorgers, op de mate waarin zij gebruik maken
van ondersteuning, de mate waarin mantelzorgers overbelast zijn enzovoorts.
In de loop van 2007 zal een begin worden gemaakt met een actualisatie van
dit onderzoek. Door de bevindingen in 2007 te vergelijken met die uit 2001
is zicht op het effect van de investeringen mogelijk. Doelstelling is het
gebruik van voorzieningen ter ondersteuning van de mantelzorgers, te vergroten
en de mate van overbelasting te verlagen.</al>
      <tuskop letat="rom">271</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat had het amendement van het lid Van der Vlies bij
het Belastingplan 2006 gekost wanneer het uitvoerbaar was gebleken? Is reeds
bekend wat de regeling ter stimulering van de mantelzorg in plaats van de
fiscale korting zal inhouden? Wanneer en hoe zal de regeling worden ingevoerd?
Wanneer in het najaar wordt de nieuwe regeling precies aan de Kamer gestuurd?
Gaat het dan alleen om een keuzerichting of krijgt de Kamer al de beschikking
over de concept-regeling?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze is de motie-Azough (30 131, nr.
88) uitgevoerd die daarnaast om extra financiële middelen van € 48
miljoen vraagt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het amendement Van der Vlies zijn de kosten bepaald op € 65
miljoen In november 2006 zal een brief aan de Kamer worden gezonden waarin
wordt ingegaan op de contouren van de regeling om mantelzorgers te waarderen.
Tevens zal worden ingegaan op de procedures die worden gevolgd bij de invoering
van deze regeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door middel van een motie hebben de leden Azough en Kraneveldt de claim
van Mezzo ondersteund. Uitwerking van het amendement Van der Vlies komt tegemoet
aan een groot deel van de claim, namelijk daar waar Mezzo geld vraagt voor
een tegemoetkoming voor mantelzorgers. Binnenkort ontvangt u van het kabinet
een brief waarin nader op betreffende motie wordt ingegaan.</al>
      <tuskop letat="rom">272</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het instrument bovenregionaal vervoer gehandicapten
waarbij vervoer per (deel)taxi aangeboden wordt bedoeld voor alle gebruikers
van het bovenregionale vervoer?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alle mensen die een Valys-pas hebben kunnen gebruik maken van het bovenregionaal
vervoersysteem Valys. Mensen kunnen een Valys-pas krijgen als ze de beschikking
hebben over één van de volgende documenten: een Wvg-beschikking
voor vervoer/rolstoel/scootmobiel, een Gehandicaptenparkeerkaart of een OV-begeleiderskaart.
Valys-pashouders krijgen een standaard persoonlijk kilometerbudget (pkb) waarvan
de hoogte is gebaseerd op het uitgangspunt dat zij bepaalde delen van hun
reis met de trein (zonodig met assistentie) kunnen reizen. Pashouders voor
wie de trein, gezien de aard van hun beperkingen, geen optie is kunnen een
indicatie aanvragen voor een hoog pkb.</al>
      <tuskop letat="rom">273</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zal ook bij de hernieuwde aanbesteding voor het bovenregionale
vervoer de kilometergrens gelden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik in mijn brief van 28 maart 2006 (25 847, nr. 35) heb
aangegeven zal bij de (her)aanbesteding van het bovenregionaal vervoer worden
uitgegaan van een vergelijkbaar eisenpakket als bij de vorige aanbesteding
in 2003. De pkb-systematiek blijft dan ook gehandhaafd. Bij een gelimiteerd
budget blijft het immers noodzakelijk dat het gebruik van het vervoer beheersbaar
blijft.</al>
      <al>Jaarlijks wordt aan het eind van het jaar de hoogte van de pkb’s
vastgesteld. Daarbij wordt een aantal zaken afgewogen, zoals de meest recente gebruiksgegevens, de verwachte trend in het gebruik van pkb’s,
het beschikbare budget en het aanbestede contract.</al>
      <tuskop letat="rom">274</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de exacte prognose met betrekking tot het scheiden
van wonen en zorg? Kan worden aangegeven hoeveel intramurale plaatsen er nu
zijn en hoeveel dat er in 2010 zouden moeten zijn als het aan de regering
ligt? Wat gaan de investeringen in het kader van het scheiden van wonen en
zorg opleveren en wat gaan ze kosten? Kan een prognose worden gegeven van
de kosten die gemaakt moeten worden voor de zorgsteunpunten en de voorzieningen
die nodig zijn om het scheiden van wonen en zorg tot een succes te maken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals aangegeven in mijn voortgangsbrief van 20 juli 2006 (Tweede
Kamer, 27 659, nr. 78) zal onderzoek plaatsvinden naar de (financiële
en andere) gevolgen van het breed doorvoeren van het zelf betalen van het
wonen voor klanten, zorginstellingen, corporaties en overheid. In het antwoord
op vraag 225 is aangegeven welk onderzoek al loopt. Op de uitkomsten daarvan
kan ik niet vooruitlopen. Het opstellen van een stappenplan en invoeringstraject
is een zaak voor het volgend kabinet.</al>
      <tuskop letat="rom">275</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven wanneer de onderzoeken naar de samenhang
van preventie, curatieve zorg, langdurende zorg en maatschappelijke ondersteuning;
naar de gevolgen van uitbreiding van Wgbh/cz zullen zijn afgerond, en aan
de Kamer zullen worden gezonden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Kabinet heeft in de brief van 9 juni 2006 (Tweede Kamer, 30 597,
nr. 1) haar standpunt uiteengezet bij de rapportage van de IBO-AWBZ werkgroep.
In die brief heeft het kabinet ook aangegeven te willen onderzoeken welke
maatregelen kunnen bijdragen aan een brede, krachtige en innovatieve eerste
lijn.</al>
      <al>Het onderzoek naar de gevolgen van uitbreiding van de Wgbh/cz zal eind
2007 zijn afgerond en zal dan ook aan de TK worden aangeboden.</al>
      <tuskop letat="rom">276</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Om wat voor type woningen gaat het in het actieplan
Wonen en Zorg? Wordt de taakstelling in het plan gehaald? Hoe staat het met
de voortgang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Actieplan wonen en zorg is gericht op de realisering van een tweetal
typen woningen die geschikt zijn voor mensen met beperkingen. Enerzijds betreft
het nultredenwoningen, dat wil zeggen woningen die intern en extern goed toegankelijk
zijn en waarvan de primaire ruimtes (keuken, sanitair, woonkamer en minimaal één
slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden. Dat kan ook een woning met
meer dan één verdieping zijn waarin een traplift is geïnstalleerd.
Anderzijds betreft het «verzorgd wonen», dat wil zeggen nultredenwoningen
waar ook zorg op afroep en diensten kunnen worden geleverd.</al>
      <al>De voortgangsbrief van 20 juli 2006 geeft een eerste indicatie hoe
het staat met de realisering van deze opgave op het terrein van wonen en zorg.
De WoON-meting die eind 2006 beschikbaar komt, zal de feitelijke resultaten
op het terrein van de opgave wonen en zorg moeten aangeven.</al>
      <tuskop letat="rom">277</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Brengt een mogelijk nieuwe aanbieder voor bovenregionaal
vervoer ook een nieuwe naam, nieuwe pasjes en andere zaken die het gebruik
in de opstartperiode kunnen verminderen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De (merk)naam Valys plus het daaraan verbonden beeldmerk blijft verbonden
aan de uitvoering van het bovenregionaal vervoer. Dit geldt ook als er mogelijk
een nieuwe aanbieder uit de aanbesteding komt. De bestaande Valys-passen zullen
in beginsel niet worden vervangen. Mocht op termijn de noodzaak (introductie
OV-chipkaart) aanwezig zijn om de passen wel te vervangen dan zal alle zorgvuldigheid
worden betracht om de impact voor de klant te beperken.</al>
      <tuskop letat="rom">278</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat wordt verstaan onder «verspreiden van het
toepassen van inclusief beleid»? Welke concrete (meetbare) doelstellingen
stelt de regering hier?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft «inclusief beleid» als uitgangspunt gekozen
om er voor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de verschillen tussen
mensen en dan met name tussen mensen met en zonder beperkingen. Het doel hiervan
is dat mensen met beperkingen beter in de samenleving kunnen participeren.
Beleidsbrieven waarin participatie van burgers een rol speelt, zouden hier
ook een bijdrage aan moeten leveren. Bewustwording is hierbij een belangrijk
middel. Voor 2007 is het doel dat in minimaal een zestal verschillende sectoren
zichtbaar wordt gemaakt hoe rekening wordt gehouden met deze verschillen tussen
mensen met en zonder beperkingen.</al>
      <tuskop letat="rom">279</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt voor 2007 de bescheiden prestatie van &gt; 4
opgenomen voor wat betreft het aantal centrumgemeenten met een plan van aanpak
maatschappelijke opvang? Geeft dit voldoende waarborg dat de doelstelling
voor het jaar 2008 wordt gehaald?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het viel bij het opstellen van de begroting 2007 nog moeilijk in te schatten
hoeveel centrumgemeenten volgend jaar al een plan van aanpak hebben. Inmiddels
ben ik met betrokken gemeenten in overleg. Ik verwacht daarom dat de doelstelling
in 2008 ruimschoots gehaald zal worden.</al>
      <tuskop letat="rom">280</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de planning en uit welke stappen bestaat het
uitbreiden van het plan van aanpak maatschappelijke opvang naar alle centrumgemeenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie voor de planning het antwoord op vraag 279. Het uitbreiden van het
plan van aanpak naar alle centrumgemeenten gebeurt met ondersteuning van de
VNG. Centrumgemeenten moeten een plan opstellen vergelijkbaar met het Plan
van de G4. Afwijkingen daarvan moeten gemotiveerd worden. Zodra een centrumgemeente
haar plan van aanpak heeft ingediend, kan ik dit beoordelen en indien dit
noodzakelijk is – conform afspraak – in overleg treden met de
minister van Financiën over de benodigde AWBZ middelen</al>
      <tuskop letat="rom">281</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke financiële baten kunnen de centrumgemeenten
verwachten wanneer zij een plan van aanpak hebben voor trajecten voor daklozen?
Hoeveel middelen zijn daarvoor gereserveerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zodra een centrumgemeente haar plan van aanpak heeft ingediend, kan ik
dit beoordelen en in overleg treden over de benodigde AWBZ middelen. Ik ga
er vooralsnog vanuit dat de verdeling van de financiering tussen Rijk en gemeenten
gelijk zal zijn als tussen Rijk en G4: voor 2/3 financiering vanuit de AWBZ
en voor 1/3 gemeentelijke financiering. </al>
      <tuskop letat="rom">282</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de verhoging van de specifieke uitkering voor Vrouwenopvang
in verband met de vergroting van de capaciteit structureel van aard?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, de verhoging van de specifieke uitkering Vrouwenopvang is structureel.</al>
      <tuskop letat="rom">283</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de hoogte en duur van de subsidie voor uitvoering
van een plan van aanpak voor verbeterde kwaliteit van het aanbod van vrouwenopvang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dat is nog onbekend. Het onderzoek op basis waarvan het plan van aanpak
wordt gemaakt komt eind november 2006 uit. Dan wordt geïnventariseerd
wat er al in andere trajecten gebeurt en wat er aanvullend nodig is om de
professionalisering van de vrouwenopvang verder vorm te geven. Van belang
zijn hier onder meer het kennisprogramma Maatschappelijke Opvang/Vrouwenopvang
dat bij Zon-MW wordt uitgezet en het project Drempels Weg, waarvoor ik subsidie
verleen aan de Federatie Opvang.</al>
      <tuskop letat="rom">284</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel wordt er, naast de middelen voor bevordering
van de deskundigheid bij «huisuitplaatsing», begroot voor daadwerkelijke
hulpverlening in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod? Is dit gebaseerd
op vrijwilligheid en wat zou het bedrag zijn wanneer de dader verplicht wordt
zich te wenden tot hulpverlening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is € 2,6 miljoen begroot voor hulpverlening na het uitspreken
van het tijdelijk huisverbod. Hiervan is € 2 miljoen bestemd voor
de hulpverlening aan het slachtoffer en € 0,6 miljoen voor hulpverlening
aan de dader.</al>
      <al>Het wetsvoorstel gaat uit van vrijwillige daderhulpverlening. Er is hierbij
uitgegaan van 1000 huisverboden per jaar, waarvan de helft van de uithuisgeplaatsten
in plegerbehandeling zal gaan. Wanneer de behandeling van uithuisgeplaatsten
verplicht zou worden gesteld gaat het om een bedrag van € 1,2 miljoen
bij een aantal van 1000 huisverboden.</al>
      <tuskop letat="rom">285</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u een overzicht geven van de middelen die in 2006
werden begroot voor instellingssubsidies, projectsubsidies, opdrachten en
uitkeringen in het kader van de maatschappelijke ondersteuning? Welke mutaties
zullen plaatsvinden en wat is daarvoor de aanleiding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De artikelen 27 (verpleging, verzorging en ouderen), 28 (wet voorzieningen
gehandicapten) en 34 (Maatschappelijke Ondersteuning), zijn in 2006 overgeboekt
naar artikel 43 (Langdurige zorg) en artikel 44 (Maatschappelijke Ondersteuning.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze overboeking heeft voor artikel 44 als gevolg dat de bedragen voor
2006/2007 afwijken.</al>
      <tuskop letat="vet">bedragen x € 1 000 </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="4" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="61.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="17mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">verschil</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Instellingssubsidies</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">30 335</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">27 300</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3 035</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Projectsubsidies</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">118 493</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">147 702</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29 209</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Opdrachten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1 200</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">200</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Uitkeringen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">231 263</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">297 260</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">65 997</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Toelichting belangrijkste verschillen:</al>
      <tuskop letat="cur">Instellingssubsidie:</tuskop>
      <al>Afname heeft hoofdzakelijk betrekking op de overheveling van € 2,5
miljoen naar het Gemeentefonds, ten behoeve van de lokale deskundigheidsbevordering
vrijwilligers.</al>
      <tuskop letat="cur">Projecten:</tuskop>
      <al>Een stijging van € 65 miljoen ten behoeve van individuele waardering
voor mantelzorgers (motie-v.d. Vlies). Een afname van € 22,7 miljoen.
Dit bedrag is ivm met inwerkingtreding van de Wmo overgeheveld naar het Gemeentefonds
(zie ook antwoord op vraag 246).</al>
      <al>Door reallocatie van de budgetten van bovengenoemde artikelen is het bedrag
voor projectsubsidie afgenomen met circa € 13 miljoen.</al>
      <tuskop letat="cur">Specifieke uitkeringen</tuskop>
      <al>De specifieke uitkering maatschappelijke opvang/verslavingsbeleid is toegenomen
met € 60,6 miljoen ten behoeve van OGGz-activiteiten. Dit bedrag
is overgeheveld vanuit AWBZ-middelen.</al>
      <tuskop letat="rom">286</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven of het niet vergoeden van
langwerkende medicatie voor behandeling van ADHD leidt tot vertraging in de
doorstroming van de jeugdzorg? Indien dit het geval is kan de regering dan
aangeven hoe zij denkt dit tegen te gaan? Kan de regering aangeven of het
niet vergoeden van langwerkende medicatie voor kinderen met ADHD leidt tot
een stijging in de kosten voor de jeugdzorg? Indien dit het geval is kunt
u hier dan een overzicht van geven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is niet juist dat langwerkende ADHD medicatie niet wordt vergoed.
Ook de langwerkende medicatie voor ADHD wordt vergoed. Echter, doordat de
fabrikanten van deze middelen een prijs hebben gekozen die vele malen hoger
is dan de vergoedingslimiet kennen deze middelen een hoge bijbetaling. Omdat
de kortwerkende variant een prijs heeft onder de vergoedingslimiet is er bij
dit middel geen bijbetaling.</al>
      <al>Volgens het College voor zorgverzekeringen is niet aangetoond dat de langwerkende
medicatie voor ADHD een therapeutische meerwaarde heeft boven de kortwerkende
medicatie. Anders gezegd, voor het resultaat maakt het niet uit of een patiënt
een kortwerkend of langwerkend ADHD geneesmiddel gebruikt.</al>
      <al>Het is mij bekend dat binnen instellingen voor de jeugdzorg in sommige
gevallen de langwerkende preparaten beschikbaar zijn voor patiënten.
Dergelijke instellingen hebben de mogelijkheid om hun budget te gebruiken
voor aanschaf van deze therapeutisch gelijkwaardige maar duurdere middelen
en zijn vrij deze keuze te maken. Ik begrijp dat het voor de behandelaar en
de patiënt vervelend kan zijn dat de patiënt na ontslag uit de instelling
voor een geneesmiddel ineens moet bijbetalen of op een ander preparaat moet
worden gezet. Dit is echter een consequentie van de keuze van de instellingen
de patiënten op de gelijkwaardige maar duurdere medicatie te zetten en
de door de fabrikant vastgestelde hoge prijs van de betreffende geneesmiddelen.</al>
      <al>Zolang therapeutische meerwaarde van de langwerkende middelen niet is
aangetoond en de fabrikanten van deze middelen hun prijzen hoog houden, zal
deze situatie, gegeven de huidige vergoedings- en bekostigingssystematiek,
niet wijzigen. Overigens bestaan voor de betreffende patiënten wel andere
mogelijkheden om voor een deel van de bijbetaling financieel gecompenseerd
te worden. Zo worden bijbetalingen voor geneesmiddelen bij een aantal aanvullende
verzekeringen geheel of gedeeltelijk vergoed, vallen deze kosten onder de
belastingaftrek voor ziektekosten en komt de patiënt wellicht
in aanmerking voor bijzondere bijstand.</al>
      <al>Gezien het bovenstaande is er vanuit het perspectief van effectieve geneesmiddelenzorg
geen aanleiding waarom bijbetaling op sommige van de ADHD middelen tot vertragingen
in de doorstroming van de jeugdzorg zou moeten leiden. Om deze reden verwacht
ik ook niet dat deze bijbetalingen zullen leiden tot een stijging van de kosten
in de jeugdzorg. Ik heb ook geen concrete gegevens ontvangen dat dit wel het
geval zou zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">287</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u de laatste stand van zaken geven met betrekking
tot de wachtlijsten bij de Raad voor de Kinderbescherming, het AMK, ambulante
hulp, residentiële hulp, opvoedondersteuning en de jeugd-ggz?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per brief van 12 juli jl. heeft de Minister van Justitie de Kamer
geïnformeerd (Tweede Kamer, 29 815, nr. 82) over de aanvullende
maatregelen die de <nadruk type="vet">Raad voor de Kinderbescherming</nadruk>
neemt om de wachtlijst terug te brengen. De aanpak betreft zowel het optimaliseren
van de werkwijze als het verder versterken van de verwerkingscapaciteit van
de Raad. Beoogd resultaat is om de wachtlijst bij de Raad per 1 januari
2007 in vrijwel alle regio’s te hebben teruggebracht tot het niveau
van de normale werkvoorraad. De verwachting is dat dat lukt. Zoals ook is
aangetekend in de brief van 12 juli, kunnen factoren als een onvoorspelbare
extra verhoogde instroom deze doelstelling nog bedreigen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de <nadruk type="vet">AMK’s</nadruk> is in 2005 en de eerste
helft van 2006 door de provincies en grootstedelijke regio’s en door
het Rijk veel geïnvesteerd in de aanpak van de wachtlijsten. Het aantal
meldingen blijft echter sterk stijgen. Een groot aantal provincies werkt zonder
of met een zeer kleine wachtlijst. Bij een aantal provincies is de wachtlijst
echter gebleven of zelfs gestegen. Al met al is er nog geen duurzame en stabiele
situatie. Daarom heb ik na overleg met het IPO aan alle provincies een checklist
gestuurd en op basis daarvan met alle provincies afzonderlijk gesproken over
de situatie bij de AMK’s.</al>
      <al>Een aantal provincies blijft zo achter dat ik hen na het bestuurlijk overleg
met het IPO op 6 september jl. heb gevraagd plannen in te dienen waaruit
blijkt op welke manier zij vanaf 1 januari 2007 structureel binnen
de wettelijke normen kunnen werken. De provincies nemen met de plannen hun
verantwoordelijkheid om de wachtlijsten weg te werken. De ingediende plannen
geven mij vertrouwen dat de provincies het gaan redden.</al>
      <al>In totaal stel ik voor 2006 en 2007 een incidenteel bedrag van € 5
miljoen ter beschikking. Daarvan wordt een deel gebruikt om de flexforce van
het Leger des Heils voort te zetten, een deel om de provincies hun ingediende
plan te laten uitvoeren en een deel om de overige provincies te ondersteunen
bij de groei van het aantal meldingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 1 januari 2006 wachtten er 5000 kinderen provinciale jeugdzorg.
47% daarvan wachtte op <nadruk type="vet">ambulante zorg</nadruk>,
11% op <nadruk type="vet">dagbehandeling</nadruk>, 19% op <nadruk type="vet">pleegzorg</nadruk> en 23% op <nadruk type="vet">residentiële
zorg</nadruk>. Voor de aanpak van de wachtlijsten bij het zorgaanbod heb ik
met alle provincies en grootstedelijke regio’s op 28 april 2006
prestatie-afspraken gemaakt. Doel van de prestatie-afspraken is dat op 31 december
2006 jeugdigen binnen 9 weken na indicatiestelling jeugdzorg ontvangen. Inschatting
van de provincies was dat zonder extra inspanning op 31 december 2006
de wachtlijst langer dan 9 weken 5274 kinderen zou zijn. Alle provincies hebben
zich gecommitteerd aan de afspraak dat op 31 december 2006 alle kinderen
binnen 9 weken in zorg worden genomen. Voor de uitvoering van de plannen is
incidenteel € 100 miljoen extra beschikbaar. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor <nadruk type="vet">opvoedondersteuning</nadruk> zijn geen wachtlijsten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment is de grootte van de wachtlijsten in de<nadruk type="vet">jeugd-ggz</nadruk> niet goed in te schatten. Met GGZ Nederland en Zorgverzekeraars
Nederland zijn werkafspraken gemaakt om de frequentie van de monitoring van
de wachttijden en wachtlijsten te verhogen. GGZ Nederland heeft ook een plan
van aanpak gemaakt dat nu wordt uitgevoerd. De zorgaanbieders in de jeugd-ggz
hebben in het plan van aanpak creatieve voorstellen gedaan om de nu beschikbaar
komende middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Op basis van het
plan van aanpak van GGZ Nederland hebben instellingen en zorgkantoren productieafspraken
gemaakt.</al>
      <tuskop letat="rom">288</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel kinderen overlijden er gemiddeld per jaar aan
de gevolgen van mishandeling door een of beide ouders? Wordt dit systematisch
bijgehouden? Zo ja, op welke wijze gebeurt dat en kunt u een overzicht geven
van de ontwikkelingen de afgelopen jaren? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoeveel kinderen in Nederland slachtoffer zijn van kindermishandeling
is nooit empirisch onderzocht. Tot op heden wordt uitgegaan van schattingen,
gebaseerd op buitenlandse gegevens. Deze schattingen gaan uit van 50 kinderen
per jaar. Het aantal kinderen dat per jaar overlijdt, is ongeveer 1800.</al>
      <al>Om inzicht te krijgen in het aantal kinderen dat wordt mishandeld, welke
typen mishandeling voorkomen, wie de slachtoffers en daders zijn en in welke
situaties kindermishandeling zich voordoet, financieren de ministeries van
Justitie en VWS gezamenlijk onderzoek naar de prevalentie in Nederland van
kindermishandeling. De resultaten worden eind 2006 verwacht.</al>
      <al>Daarnaast vindt het Kabinet het belangrijk dat nader onderzoek wordt verricht
naar gevallen van onverklaard overlijden van minderjarigen, vooral ook teneinde
gevallen van niet-natuurlijke dood ten gevolge van kindermishandeling te kunnen
opsporen. Er is thans een wetsvoorstel in voorbereiding voor wijziging van
de Wet op de lijkbezorging in het kader van de NODO-procedure (Nader Onderzoek
naar de DoodsOorzaak).</al>
      <tuskop letat="rom">289</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt het budget dat volgens de brief «investeren
in jeugd» extra wordt uitgetrokken voor opvoedondersteuning zich (te
weten een bedrag van € 35,4 miljoen 2004 t/m 2007 voor Impuls opvoed-
en gezinsondersteuning, een bedrag van € 10 miljoen voor Preventief
jeugdbeleid (motie-Verhagen) en een bedrag van € 32,5 miljoen voor
Opvoeden in de buurt) zich tot de in de begroting van 2006 genoemde bedragen
(te weten slechts € 15 miljoen en € 13 miljoen)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het budget dat in de brief «investeren in jeugd» voor opvoedondersteuning
wordt uitgetrokken heeft een meerjarig karakter, terwijl het budget in de
begroting 2007 het jaarbudget voor 2007 is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 is € 15 miljoen beschikbaar (laatste tranche van de € 35,4
miljoen voor 2004 t/m 2007) voor de Impuls opvoed- en gezinsondersteuning.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 is via artikel 41 Volksgezondheid (pagina 44, 6e bullet) € 10
miljoen beschikbaar voor Preventief Jeugdbeleid (motie-Verhagen). Dit budget
wordt aan gemeenten via de tijdelijke Regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg
(Rsu-jgz) beschikbaar gesteld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 is € 13 miljoen beschikbaar voor gezinsgerichte programma’s
voor risicogezinnen (Opvoeden in de buurt) als onderdeel van de meerjarige
reeks (2006 t/m 2008) van € 32,5 miljoen. </al>
      <tuskop letat="rom">290</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven welk bedrag er in totaal gereserveerd
is voor opvoedingsondersteuning in 2008?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2008 is in totaal een bedrag van € 38 miljoen gereserveerd
voor opvoedondersteuning. Dit bedrag is verdeeld over «Impuls opvoed-
en gezinsondersteuning» (€ 15 miljoen), «Preventief
jeugdbeleid» (motie-Verhagen € 10 miljoen) en «Opvoeden
in de buurt» (€ 13 miljoen).</al>
      <tuskop letat="rom">291</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete stappen zullen worden genomen om de
samenhang tussen alle betrokken ministeries op het gebied van jeugd te bevorderen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 7 juli jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer bericht over de stand
van zaken van Operatie Jong en zijn voornemens in reactie op het sturingsadvies
van de Commissaris Jeugd- en jongerenbeleid, de heer S.R.A. van Eijck (Tweede
Kamer 2005–2006, 29 284 en 29 815, nr. 21). In deze voornemens
staan vele concrete te zetten stappen, zoals de totstandkoming van de Jeugdmonitor
in 2007, de totstandkoming van het raamwerk voor afstemming en samenwerking
tussen indicatiestellers, het werken aan verdere kwaliteitsverbetering van
Zorg- en Adviesteams. De in het kader van Operatie Jong ontstane samenwerking
tussen de betrokken departementen ten aanzien van deze aspecten zal gecontinueerd
worden.</al>
      <tuskop letat="rom">292</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de jeugdmonitor ingezet? Meet deze monitor
de effecten op gemeentelijk, provinciaal of rijksbreed niveau?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het doel van de monitor is de toestand van de jeugd in zijn geheel in
beeld te brengen. Voornamelijk om beleidsmakers op het niveau van Rijk, gemeente
en provincie te informeren over de situatie van de jeugd en wat de effecten
zijn van het ingezette beleid. De Jeugdmonitor is structureel van karakter.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Jeugdmonitor is een samenvatting van informatie, op papier en op internet,
over de situatie van de jeugd in Nederland. De monitor wordt samengesteld
op basis van bestaande rapportages en databestanden en geeft daarmee een indruk
van hoe het gaat met de leeftijdsgroep van 0 t/m 24 jaar. Hiervoor wordt een
set van 8 tot 10 kernindicatoren geselecteerd op de volgende gebieden:</al>
      <al>– arbeid</al>
      <al>– onderwijs</al>
      <al>– gezondheid en welzijn</al>
      <al>– veiligheid</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is veel informatie beschikbaar over diverse aspecten van de jeugd.
Het is echter moeilijk om op basis hiervan een samenhangend beeld te krijgen.
Dit komt omdat de informatie voornamelijk sectoraal (onderwijs, jeugdzorg,
justitie, gezondheidszorg etc.) wordt verzameld en veelal niet direct vergelijkbaar
is met informatie uit (een) andere sector(en). De Jeugdmonitor presenteert
de beschikbare informatie naast elkaar. De combinatie van al deze informatie
zal nieuwe inzichten opleveren die van pas kunnen komen bij het beoordelen
van het gevoerde beleid en de ontwikkeling van nieuw beleid.</al>
      <tuskop letat="rom">293</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de regering bereid meer te investeren in schippersinternaten
om het niveau van de daar gegeven zorg te handhaven en te verbeteren? Wanneer
krijgt de Kamer het standpunt over de evaluatie van bureau Berenschot? Wat
is het normbedrag waarvan de regering in 2007 uitgaat? Welke
ontwikkeling hebben deze normbedragen sinds 2000 gekend? Wat is de verklaring
voor deze ontwikkeling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik recent ook heb geantwoord op Kamervragen van het Kamerlid van
Hijum (kamervragen 2050619050) vind ik het van belang dat de verzorging, opvoeding
en huisvesting van kinderen in schippersinternaten van voldoende kwalitatief
niveau blijft en niet vermindert. Daarom heb ik besloten de prijsstijgingen
vanaf 2001 alsnog aan de normprijzen toe te voegen.</al>
      <al>De normprijzen zijn de afgelopen jaren wel steeds verhoogd met de OVA
(loonstijging).</al>
      <al>De officiële reactie van het kabinet op de evaluatie die Berenschot
heeft verricht ontvangt u zeer binnenkort.</al>
      <tuskop letat="rom">294</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zal in het kader van de doorbraakmethode een betrouwbaar
meetinstrument voor de wachttijden in de jeugdzorg worden ontwikkeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, de doorbraakmethode is gericht op het terugdringen van de doorlooptijden
bij bureau jeugdzorg. De resultaten van de inspanningen worden bepaald aan
de hand van registratiegegevens.</al>
      <tuskop letat="rom">295</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt het bedrag van € 20,9 miljoen
voor schippersinternaten zich tot de € 20,7 miljoen in de tabel
op blz. 99?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bedrag van € 20,9 miljoen is het totaal beschikbare budget
dat met de financiering van schippersinternaten samenhangt. De uitgaven voor
de opvang en verzorging in internaten voor kinderen zullen in 2007, als gevolg
van een dalend kinderaantal, naar verwachting € 20,7 miljoen bedragen.
Als gevolg van een dalend kinderaantal ontstaat een hogere wachtgeldverplichting
schippersinternaten. Medewerkers van schippersinternaten hebben bij ontslag
recht op wachtgeld. Als het ontslag ontstaat door teruggelopen kinderaantallen
dan dient VWS dit aan de sector schippersinternaten te vergoeden en ontstaat
er een wachtgeldverplichting. Het verschil (€ 0,2 miljoen) wordt
aan het wachtgeldbudget toegevoegd. Het wachtgeldbudget is niet apart gespecificeerd.</al>
      <tuskop letat="rom">296</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is de streefwaarde voor de doorlooptijd in de
jeugdzorg nauwelijks lager dan in 2004? Hoe verhoudt dit getal van 104 dagen
zich tot de door de staatssecretaris toegezegde 9 weken (=63 dagen)? Is bekend
wat de doorlooptijd was in het derde kwartaal van 2006?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Op dit moment zijn er nog te veel onzekerheden om een goede streefwaarde
te benoemen voor de doorlooptijd van het bureau jeugdzorg. Zeker is wel dat
de doorlooptijd van het bureau jeugdzorg omlaag moet, zo hebben wij ook in
de begroting aangegeven. De doorbraakmethode, die op dit moment wordt toegepast
door alle bureaus jeugdzorg en waarbij de bureaus systematisch nagaan welke
verbeteringen kunnen worden aangebracht in het werkproces, zal hieraan een
belangrijke bijdrage leveren.</al>
      <al>• De negen weken waaraan in de vraag wordt gerefereerd, heeft betrekking
op de wachttijd <nadruk type="cur">na</nadruk> indicatiestelling, tot dat
de zorg start. De 104 dagen heeft betrekking op de doorlooptijd van aanmelding
tot en met indicatiestelling.</al>
      <al>• De cijfers over het derde kwartaal van 2006 zijn nog niet beschikbaar. </al>
      <tuskop letat="rom">297</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is het bedrag van € 100 miljoen voor
het wegwerken van de wachtlijsten over 2006 en 2007 verdeeld? Waarom is voor
2007 nog een bedrag begroot als de wachtlijsten al eind 2006 zullen zijn weggewerkt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van de aanvalsplannen die de provincies en grootstedelijke regio’s
in het kader van het wegwerken van de huidige wachttijden bij het zorgaanbod
in de jeugdzorg hebben ingediend, is aan provincies en grootstedelijke regio’s
in totaal € 100 miljoen (verdeeld over 2006 € 50 miljoen
en 2007 € 50 miljoen) beschikbaar gesteld. Hiertoe zijn met de provincies
en grootstedelijke regio’s prestatieafspraken gemaakt. Indien zij minder
presteren dan is overeengekomen, dan wordt de financiering aangepast.</al>
      <al>Eind 2006 moet de situatie zijn bereikt dat kinderen binnen negen weken
na indicatie de zorg ontvangen. Een aanzienlijk deel van de zorg die in 2006
gestart is, zal in 2007 doorlopen. De uitgaven voor de zorg vallen hierdoor
in het begrotingsjaar 2007.</al>
      <tuskop letat="rom">298</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom stijgt de doeluitkering Bureaus Jeugdzorg niet?
Wordt niet verwacht dat de vraag nog verder gaat stijgen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De totale doeluitkering jeugdzorg neemt vanaf 2007 toe met structureel € 40
miljoen per jaar. Het is aan de provincies om de middelen zo in te zetten
dat vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Provincies kunnen er dus voor kiezen
meer of minder geld toe te delen aan het bureau jeugdzorg. Overigens is onze
inschatting dat de bureaus jeugdzorg de vraagontwikkeling door doelmatiger
te werken kunnen opvangen.</al>
      <tuskop letat="rom">299</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Heeft de regering de indruk dat het aantal klachten
over en vanuit jeugdzorginstellingen in de afgelopen jaren is toegenomen?
Waaruit zijn anders de hogere streefwaarden in 2007 ten opzichte van de streefwaarden
in 2005 te verklaren? Wat is de achtergrond van deze (verwachte) stijging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inspectie maakt een onderscheid tussen klachten over jeugdzorginstellingen
en meldingen van calamiteiten door jeugdzorginstellingen. De afgelopen jaren
is het aantal klachten en meldingen nagenoeg stabiel geweest. Dit jaar (stand
van zaken medio oktober 2006) is het aantal klachten en meldingen reeds aanzienlijk
hoger dan in voorgaande jaren.</al>
      <al>Voor de klachten is de verklaring hiervoor de toegenomen aandacht voor
de jeugdzorg en de toename van de bekendheid van de inspectie bij het publiek.</al>
      <al>Een verklaring van de stijging van de meldingen is dat jeugdzorginstellingen
steeds beter voldoen aan hun meldingsplicht, die sinds 1 januari 2005
geldt.</al>
      <al>Ook voor het jaar 2007 verwacht de inspectie dat deze ontwikkeling zich
doorzet.</al>
      <tuskop letat="rom">300</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven wat de reden is dat de streefwaarde
van het gemiddeld budget per gewogen jeugdige voor de lange termijn lager
is dan de streefwaarde voor 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het bedrag voor 2007 zijn incidentele middelen verdisconteerd die gemoeid
zijn met de aanpak van de wachttijden (50 miljoen euro in 2007). Dit verklaart
waarom in 2007 het bedrag per gewogen jeugdige hoger ligt dan in de jaren
daarna. </al>
      <tuskop letat="rom">301</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk deel van de opbrengsten van de topsport vloeit
terug naar de breedtesport? Welk deel van de opbrengsten van uitzendrechten
van de topsport vloeit terug naar de breedtesport?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze opbrengsten verlopen niet via de VWS-begroting.</al>
      <al>Welk deel van de opbrengsten van topsport, waaronder de opbrengsten van
uitzendrechten, terug vloeit naar de breedtesport is niet bekend. De opbrengsten
van uitzendrechten gaan overigens rechtstreeks naar de sportbonden.</al>
      <tuskop letat="rom">302</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de streefwaarde lange termijn van 65%
gebaseerd als het percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf
keer per jaar aan sport doet? Vindt u de ambitie om het percentage Nederlanders
dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet met twee procent te verhogen
in vier jaar niet aan de magere kant? (2003–2007) Wat is de stand van
zaken op dit moment?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de sportdeelname te meten worden verschillende definities gehanteerd.
De definitie die in Nederland breed geaccepteerd is, is de Richtlijn Sportdeelname
Onderzoek (RSO). Volgens deze richtlijn moet er tenminste 12 keer per jaar
een sport beoefend worden om mee te tellen als sporter. Het SCP hanteert deze
benadering ook. In de Rapportage Sport 2006 van het SCP wordt een trendmatige
ontwikkeling van de sportdeelname geschetst. Na een onstuimige groei tot aan
de jaren negentig vlakt de groeicurve daarna af. De teller voor de sportdeelname
blijft sindsdien steken op ongeveer drievijfde van de bevolking. Internationaal
gezien hoort Nederland met deze score bij de top drie Europese landen. Het
verhogen van dit procentuele aandeel is geen geringe opgave. Op dit moment
zijn er indicaties, gebaseerd op deelonderzoekingen, dat de sportdeelname
weer in de lift zit. Met de inspanningen gericht op de georganiseerde sport
(zie ook antwoord op de vragen 311 en 313) en het bevorderen van sportbeoefening
buiten de kaders van sportverenigingen en sportscholen, is een toename van
drie procentpunten in de periode 2007–2010 alleszins een uitdaging.</al>
      <tuskop letat="rom">303 en 321</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt het budget voor «meedoen met sport»
met bijna € 10 miljoen verminderd? Waarom wordt het budget voor «sporten
aan de top» met bijna € 14 miljoen verminderd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat geen middelen zijn opgenomen in
het artikel sport ten behoeve van de regeling multifunctionele onderwijs/sportvoorzieningen?
Wordt deze regeling – ondanks het grote succes – niet langer voortgezet?
Wat is daarvoor de reden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de Algemene Politieke Beschouwingen over de begroting 2006 heeft uw
Kamer middels een tweetal moties € 20 miljoen extra beschikbaar
gesteld voor het begrotingsjaar 2006. Aangezien het incidentele middelen betrof,
zijn deze bedragen niet meer terug te vinden in de begroting 2007.</al>
      <al>Via de Motie-Verhagen cs. (Tweede Kamer, 2005–2006, 30 300,
nr. 9) is in 2006 eenmalig € 10 miljoen toegevoegd aan het budget
voor «Meedoen door sport» voor het geven van een incidentele kwaliteitsimpuls
in sportaccommodaties rond scholen en buurten. Dit bedrag is ingezet voor
de regeling Multifunctionele sportaccommodaties. Doordat de middelen incidenteel
beschikbaar zijn gesteld, kan deze regeling op dit moment geen vervolg krijgen.</al>
      <al>Via de Motie-Van Aartsen cs. (Tweede Kamer, 2005–2006, 30 300,
nr. 16) is eenmalig € 10 miljoen toegevoegd aan het budget voor «Sport
aan de top» voor topsportfaciliteiten. Dit bedrag is ingezet om de sporttechnische wedstrijd- en trainingsprogramma’s in de aanloop naar de Olympische
en Paralympische Spelen van 2008 in Beijing te intensiveren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast is bij «Sport aan de top» het beleid ten aanzien
van topsportevenementen en -accommodaties aangepast met het uitbrengen van
de nota «Tijd voor sport». Het kabinet heeft de afgelopen jaren
bijgedragen aan de bouw van diverse topsportaccommodaties. De meeste topsporten
in Nederland kunnen in de toekomst met deze nieuwe en bestaande voorzieningen
beschikken over één of meer goede trainings- en wedstrijdaccommodaties.
Een bedrag van € 4 miljoen is daarom gerealloceerd ten behoeve van
andere prioriteiten uit de sportnota.</al>
      <tuskop letat="rom">304</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt er ook aandacht besteed aan het sporten door
specifieke doelgroepen, zoals MBO-ers en ouderen? Zo ja, op welke wijze wordt
de sportparticipatie onder deze groepen bevorderd en wat zijn de concrete
doelstellingen voor 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het sportbeleid is aandacht voor doelgroepen met een bewegingsachterstand
en doelgroepen waarvan de sportdeelname achterblijft. Tot de eerste groep
behoren ook ouderen, tot de tweede groep onder andere MBO-ers.</al>
      <al>MBO-ers zijn een belangrijke doelgroep in de Alliantie School en Sport,
een samenwerkingsverband tussen NOC*NSF en de ministeries van OCW en VWS.
De Alliantie heeft tot doel een sport- en beweegaanbod te realiseren op en
rond 90% van de scholen: primair onderwijs, voortgezet onderwijs én
het middelbaar beroepsonderwijs. Het MBO heeft de bijzondere aandacht vanwege
het geringe sportaanbod dat er momenteel in de beroepsopleidingen is, in combinatie
met de inactieve en relatief ongezonde leefstijl van juist deze doelgroep.
Op een recent congres (2 oktober 2006) is deze problematiek onder de
aandacht gebracht van besturen van ROC’s en is een sprintpremie aangekondigd
voor ROC’s die ook zélf in het sport- en beweegaanbod willen
investeren.</al>
      <al>Voor de doelgroep ouderen zijn in de kabinetsvisie Ouderenbeleid in het
perspectief van de vergrijzing (2005) streefdoelen geformuleerd voor het gezonde
beweeggedrag. Het streven voor 2010 is dat 50% van de 65plussers voldoet
aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. De participatie aan sport en bewegen
wordt met diverse activiteiten bevorderd. De bestaande methodiek Groningen
Actief Leven Model (GALM) wordt via subsidiëring van het NISB ondersteund
ten behoeve van toepassing in gemeenten. Voor toepassing in kleine gemeenten
is een aangepaste methodiek ontwikkeld (SMALL). In de Flash!campagne wordt
periodiek aandacht besteed aan ouderen. De subsidiering van het TV-gymnastiekprogramma
Nederland in Beweging-TV, dat vooral op 55plussers mikt, wordt voortgezet.
Dit programma wordt dagelijks door ruim 200 000 mensen bekeken die ook
actief meedoen. In het kader van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen
(NASB) wordt in het aandachtsgebied «sport» nadruk gelegd op laagdrempelige
sporten als wandelen en fietsen. Binnen de aandachtsgebieden «wijk»
en «zorg» van het NASB zullen ouderen relatief veel aandacht krijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">305</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de effectiviteit van de massamediale voorlichtingscampagnes
gericht op het vergroten van de kennis van mensen over gezondheid en bewegen,
gemeten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontwikkeling van de kennis over de gezonde dagelijkse hoeveelheid bewegen
wordt gemeten in de permanente enquête Ongevallen en Bewegen in Nederland
(OBiN). Bij de evaluatie van de Postbus 51 spotjes wordt eveneens gevraagd
naar kennis over bewegen. </al>
      <al>De op deze wijze verkregen gegevens verschaffen ook een beeld van de effectiviteit
van de voorlichtingscampagnes.</al>
      <tuskop letat="rom">306</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke fronten tekenen de resultaten van het Nationaal
Actieplan Sport en Bewegen zich af?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is nog te vroeg om effecten van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen
(in hoofdlijnen uitgebracht in 2005 als onderdeel van de nota Tijd voor Sport)
te verwachten.</al>
      <tuskop letat="rom">307 en 314</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar dient het onderzoek toe om de kennis van en informatie
over het sporten en bewegen te vergroten? Wie gaat dit onderzoek uitvoeren
en op welke termijn kunnen de onderzoeksresultaten worden verwacht?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaraan worden de subsidies om de kennis van, informatie
over en samenwerking in de sport te vergroten besteed?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In algemene zin is kennis en informatie onmisbaar om een realistisch en
effectief beleid te kunnen voeren. Met name bij het stimuleren van sport en
bewegen zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. Vandaar dat op dit terrein
de ondersteuning door onderzoek extra aandacht krijgt. Diverse instanties
zullen met onderzoek en informatieverzameling belast worden. Het evalueren
van verschillende soorten beleidsinterventies vormt een belangrijk studieobject.
TNO en ZON-MW zijn onder andere organisaties waarmee programmatische onderzoeksafspraken
(meestal vierjarige) zijn gemaakt. De resultaten zullen evenwel op basis van
tussenrapportages de komende jaren al beschikbaar komen. De taak om resultaten
van onderzoek beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken voor het veld
ligt in handen van onder meer NISB en NIGZ.</al>
      <tuskop letat="rom">308</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de streefwaarde van 65% in 2010 gebaseerd
voor het percentage van de Nederlandse bevolking dat voldoet aan de beweegnorm
of de fitnorm ?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De streefwaarde van 65% van de volwassen bevolking (18 jaar en
ouder) is gebaseerd op de cijfers van de permanente enquête Ongevallen
en Bewegen in Nederland (OBiN), gepubliceerd door TNO. In 2004 was de waarde
60%. Uit onderzoek van RIVM en TNO («Kosteneffectiviteit en gezondheidswinst
van behalen beleidsdoelen bewegen en overgewicht», 2005) is af te leiden
dat een stijging van 5 procentpunten haalbaar is.</al>
      <tuskop letat="rom">309</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete doelen worden gesteld ten aanzien van
de samenwerking van betrokken partijen bij gezonde en verantwoorde sportbeoefening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelstellingen van het Kabinet m.b.t. gezonde en verantwoorde sportbeoefening
richten zich vooral op:</al>
      <al>• het kwaliteitsbeleid in de sportgeneeskunde;</al>
      <al>• de sportmedische begeleiding van topsporters;</al>
      <al>• doelgerichte blessurepreventieprogramma’s.</al>
      <tuskop letat="cur">Kwaliteitsbeleid in de sportgeneeskunde</tuskop>
      <al>Doel is een verdere ontwikkeling en toegankelijkheid van de sportgeneeskunde.
De sportgeneeskunde heeft zich de afgelopen tijd ontwikkeld tot een herkenbare
discipline met een breed onderzoeksterrein. Thans buigt de NZA zich over de
vraag of er een bepaalde mate van regulering en erkenning van de sportgeneeskunde
als «gewoon specialisme» mogelijk is met betrekking tot de tarieven.
Voor de financiering van de opleiding tot sportarts wordt gekeken
naar een alternatief voor de huidige wijze van bekostiging. Verder wordt de
ondersteuning van de kwaliteitsverbetering en -borging voortgezet via de Vereniging
voor Sportgeneeskunde. Daarnaast wordt ingezet op betere afstemming van activiteiten
en samenwerking tussen de betrokken partijen in het Landelijk Platform Sportgezondheidszorg
(LPS). In dit kader zullen in een aantal regio’s samenwerkingsprojecten
starten tussen sportartsen, sportfysiotherapeuten, huisartsen en andere relevante
medische disciplines.</al>
      <al>Om de herkenbaarheid van het sportzorgaanbod te vergroten is de site www.sportzorg.nl
ontwikkeld door de VSG (sportartsen) in samenwerking met de NVFS (sportfysiotherapeuten)
en het RIVM.</al>
      <tuskop letat="cur">Sportmedische begeleiding van topsporters</tuskop>
      <al>De sportmedische begeleiding van topsporters wordt doelmatiger ingericht.
De begeleiding wordt meer geconcentreerd aangeboden in plaats van via alle
landelijke sportorganisaties afzonderlijk. Het is de bedoeling dat deze begeleiding
na 2007 wordt aangeboden door drie of vier Topsport Medische Centra (TMC’s).
De keuze van deze centra gebeurt op basis van onafhankelijke kwaliteitscriteria.</al>
      <tuskop letat="cur">Doelgerichte blessurepreventieprogramma’s</tuskop>
      <al>De doelstelling van de blessurepreventieprogramma’s is een daling
van sportblessures per 1000 uur sportbeoefening met 10% van 1,0 naar
0,9 letsels in 2010. Verschillende partijen zoals NOC*NSF, VSG, Consument
en Veiligheid en TNO werken daartoe samen in het Platform Monitoren Sportblessures.</al>
      <tuskop letat="rom">310</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat verklaart de grote toename van de te investeren
projectsubsidies in de sport vanaf 2008? Waaraan worden de projectsubsidies
meer specifiek besteed?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De toename van de te investeren projectsubsidies voor «Gezond door
sport» in 2008 hangt vooral samen met de uitvoering van het Nationaal
Actieplan Sport en Bewegen (NASB). In de nota «Tijd voor sport»
is het NASB aangekondigd en zijn hiervoor extra middelen vrij gemaakt binnen
de begroting.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het NASB wordt momenteel uitgewerkt in een beleidskader, dat afgestemd
wordt met de programma-managers: het NISB voor de aandachtsgebieden Wijk,
School, Werk en Zorg en NOC*NSF voor het aandachtsgebied Sport.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De uitvoering van het NASB gebeurt in verschillende fasen. In fase 1 (2006
en 2007) wordt met name geïnvesteerd in experimenten en methodiekontwikkeling
via proefimplementaties. In fase 2 worden de «bewezen» kansrijke
concepten/producten landelijk verspreid.</al>
      <al>Deze concepten/producten zijn laagdrempelig (inpasbaar en lage kosten),
praktisch uitvoerbaar, flexibel (voor meerdere situaties werkbaar) en met
een goed perspectief met blijvende effecten voor de lange termijn en derhalve
tenminste kosteneffectief. Mede daarom zullen de concepten/producten zoveel
mogelijk moeten worden ingebed in lokale en regionale structuren.</al>
      <al>De programma-managers werken in de eerste fase in overleg met de betrokken
partners aan de verdere ontwikkeling van deze concepten/producten, testen
deze concepten/producten door middel van pilots en stellen op basis hiervan
activiteitenplannen op voor het verder uitrollen van bewezen concepten/producten
vanaf 2008. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen het aandachtsgebied Wijk wordt vooral geïnvesteerd in de «community-aanpak».
Dat wil zeggen een kleinschalige, bottom-up aanpak op buurt- of wijkniveau.
Voorbeelden van bewezen concepten zijn het «Groninger Actief Leven Model»
(GALM) en «Hartslag Limburg». Kansrijk zijn «Communities
in Beweging» (CiB’s) en «Woerden Actief».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Succesvolle en kansrijke concepten binnen het aandachtsgebied Zorg zijn «Bewegen
op recept» en «KNGF-beweegprogramma’s», waarbij de
focus met name gericht is op mensen met een chronische aandoening of een handicap.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het aandachtsgebied Werk zal vooral ingezet worden op werkenden met
een zittend beroep. Daarbij zal aangesloten worden bij de «Denktank
Sport, bewegen en arbeid» van TNO en NIGZ en bij het «Bedrijfsloket
sport» van NOC*NSF. Ook het woon-werkverkeer krijgt aandacht via concepten
als «Fietsen naar het werk» en «Fietsen scoort».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bevorderen van lopen en fietsen naar school is één van
de onderwerpen binnen het aandachtsgebied School. Voorbeeldconcepten op dit
terrein zijn «Actief naar school» en «Trappen scoort».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen het aandachtsgebied Sport krijgen laagdrempelige sporten bewegingsvormen
prioriteit. Voorbeelden van lopende projecten zijn «Nordic Walking», «Start
to run» en de «Nationale Fietsmaand».</al>
      <tuskop letat="rom">311 en 313</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de streefwaarde van 38% in 2010 gebaseerd
als percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Vindt u de doelstelling om het percentage leden van
een sportvereniging in zeven jaar tijd met twee procent te laten toenemen
ambitieus genoeg? Zo ja waarom? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is gekozen voor het percentage mensen dat lid van een sportvereniging
is. Uit onderzoek blijkt dat ruim eenderde van alle Nederlanders lid is van
een of meer sportverenigingen. In absolute aantallen gaat het dan om ruim
4 miljoen mensen. Vergeleken met andere EU-landen staat Nederland hiermee
aan de top. Er is echter de laatste jaren sprake van een stabilisering van
dit percentage. De georganiseerde sport wordt ondersteund bij het vergroten
van het aandeel verenigingssporters. Het lid worden van een sportvereniging
is van veel factoren afhankelijk. Met de inzet zoals geformuleerd in «Meedoen
allochtone jeugd door sport» en «Nieuwe sportmogelijkheden»
en natuurlijk de inspanningen van de sport zelf, is het streven naar méér
leden ambitieus en realistisch.</al>
      <tuskop letat="rom">312</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de streefwaarde van 13% gebaseerd
als percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport
actief?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gegevens over het vrijwilligerswerk in de sport zijn gebaseerd op het
Algemeen Voorzieningen Onderzoek.</al>
      <al>Bij een groeiend aantal sportbeoefenaren blijft het aandeel sportvrijwilligers
op de Nederlandse bevolking de laatste jaren vrijwel constant (11%).
Dat legt een steeds grotere druk op het bestaande kader. Vanuit het sportbeleid
en sportprogramma wordt gestreefd naar het verhogen van het aandeel vrijwilligers
tot 13%. Zo’n stijging kan gerealiseerd worden als het vrijwilligerswerk
in de sport op verschillende fronten gefaciliteerd wordt. Dat varieert van
deskundigheidsbevordering tot het wegnemen van beperkende regelgeving en het
terugdringen van administratieve lasten. </al>
      <tuskop letat="rom">313</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 311.</al>
      <tuskop letat="rom">314</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 307.</al>
      <tuskop letat="rom">315</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke doelstellingen stelt de regering met betrekking
tot de bevordering van sport en beweging op school? Wat moet kinderen minimaal
worden geboden? Wanneer gaat u dat bereiken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderwijs legt de basis voor een gezonde en sportieve leefstijl. Op
school en via naschoolse activiteiten kunnen jongeren worden bereikt en kan
optimaal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden om jongeren te laten
bewegen. De kabinetsnota «Tijd voor Sport» heeft tot doel dat
in 2010 op 90% van alle scholen elke leerling dagelijks kan sporten
binnen en buiten de schooluren. Daarbij is de inzet zowel gericht op de versterking
van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs als op versterking van de relatie
tussen school en sport. Om dit te realiseren is sprake van samenwerking tussen
school en sport op het vlak van een gezamenlijk sport- en beweegaanbod, kaderfuncties
en opleidingen en multifunctionele accommodaties. Hiertoe is een Alliantie
School en Sport gesloten tussen OCW, NOC*NSF en VWS.</al>
      <tuskop letat="rom">316</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete doelen stelt u voor de sportdeelname
van mensen met een beperking? Hoeveel meer mensen met een beperking zal de
mogelijkheid worden geboden in 2007 om te gaan sporten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er bestaat op landelijk niveau onvoldoende zicht op de sportdeelname van
mensen met een beperking. Om zicht te krijgen op de vraag naar en het aanbod
van sporten voor mensen met een beperking, wordt in 2007 gestart met een grootschalig
onderzoek. Mede op basis van de gesignaleerde behoefte aan sport en de mate
waarin mensen met een beperking aan sport en bewegen (willen) doen, zullen
concrete doelen worden geformuleerd en met partners prestatieafspraken worden
gemaakt. Het ingezette beleid gericht op organisatorische integratie van de
gehandicaptensport bij bonden en verenigingen wordt voortgezet in samenwerking
met NebasNsg en NOC*NSF.</al>
      <tuskop letat="rom">317</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 248.</al>
      <tuskop letat="rom">318</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel allochtone jongeren zullen extra gaan sporten
als gevolg van het ingezette beleid voor het jaar 2007?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de partners in het programma Meedoen allochtone jeugd door sport (11
gemeenten en 9 sportbonden) zijn resultaatafspraken gemaakt over de inzet
van 500 sportverenigingen ten behoeve van preventie- en zorgtrajecten voor
allochtone jeugd. Sportdeelname is voor deze trajecten uiteraard wel een voorwaarde.
Daarom hebben de partners zich ook gecommitteerd aan een inspanningsverplichting
om de achterstand in de sportdeelname – en dan met name in de georganiseerde
sport – van allochtone jeugd in te lopen. Landelijk houdt dit een toename
in van 15% allochtone jeugdleden bij sportverenigingen. Momenteel wordt
bezien hoe dit percentage per tak van sport en per gemeente moet worden vertaald.
Hoeveel allochtone jongeren er in 2007 extra sporten kan op voorhand niet
worden gezegd; de afspraken met de partners zijn gemaakt voor de periode 2006
t/m 2010. Wel wordt de realisering van de afspraken nauwlettend
gevolgd. Eind 2006 wordt een nulmeting gehouden en vervolgens zal jaarlijks
monitoring plaatsvinden.</al>
      <tuskop letat="rom">319</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar gaat de gedragscode sportiviteit en respect toe
dienen? Wie zijn er aan gehouden? Hoe gaat u dit handhaven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de nota «Tijd voor sport» is aangegeven dat het kabinet
graag zou zien dat sportorganisaties en supportersverenigingen met hun leden
afspraken maken over regels voor goed gedrag in de sport. De betrokken organisaties
worden opgeroepen een gedragscode te ontwikkelen die betrekking dient te hebben
op goed gedrag van bestuurders, sporters, trainer en coaches, ouders en alle
anderen die direct bij sport betrokken zijn. Bij het opstellen van gedragscodes
kan de sportwereld gebruik maken van de Handreiking Gedragscodes die zeer
recent is gepubliceerd door de Stichting Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid. Deze handreiking is ontwikkeld in het kader van het Actieplan
tegen geweld dat het kabinet heeft geformuleerd en in november 2005 aan de
Kamer gezonden (TK 2005–2006, 28 684, nr. 65). Kern van de handreiking
is, dat uit evaluatie blijkt dat het meeste effect wordt bereikt wanneer een
gedragscode door de direct betrokkenen zelf is opgesteld. De handhaving van
de naleving van de overeengekomen codes is een zaak van de sportorganisaties
zelf.</al>
      <tuskop letat="rom">320</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u de doelstelling tot «het structureel verbeteren
van het lokale sportaanbod» verder operationaliseren? Wat wordt concreet
in 2007 op dit vlak bereikt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het structureel verbeteren van het lokale sportaanbod wordt geconcretiseerd
via de meerjarige ondersteuning van tenminste 12 proeftuinen, verspreid over
Nederland. In een proeftuin werken meerdere sportverenigingen samen aan een
vernieuwend aanbod met als doel meer sporters aan de georganiseerde sport
te binden. De proeftuinen worden gericht op diverse thema’s zoals innovatieve
sportconcepten, naschoolse activiteiten en dagarrangementen. Specifieke doelgroepen
zijn ouderen, jongeren en sporters met een beperking. De proeftuinen starten
in 2007. In 2008 kan aangegeven worden wat de eerste bevindingen en opbrengsten
zijn van de proeftuinen.</al>
      <tuskop letat="rom">321</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 303.</al>
      <tuskop letat="rom">322</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij de plenaire behandeling van de WMG heeft de minister
toegezegd met een visie te komen op meer samenhang in ZBO-structuren en adviesraden
bij VWS. Wanneer kan deze visie worden verwacht en hoe past dit in het meerjarenbeeld
van de apparaatsuitgaven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 9 augustus 2006 (Tweede Kamer, 30 186, nr.
57) heb ik u op de hoogte gesteld van de afbakening en herziening van de VWS-adviesstructuur.
Daarin heb ik een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de adviesorganen en
anderzijds organen als het College voor Zorgverzekeringen en de Nederlandse
Zorgautoriteit, die hoofdzakelijk andere taken uitvoeren dan het uitbrengen
van adviezen. Over de koers voor de zbo-structuur voor zorgzbo’s heb
ik u reeds geïnformeerd in mijn brief van 27 mei 2005 (Tweede Kamer,
29 689, nr. 7).</al>
      <tuskop letat="rom">323</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze rechtvaardigt de regering een verdere
budgetvermindering voor het SCP, bij toenemende complexiteit van de kerntaken
van het Planbureau en de ontwikkeling van nieuwe ramingsmodellen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De neerwaartse bijstelling van het budget van het SCP van 2006 naar 2007
zoals die in de begroting valt af te lezen is het gevolg van een verzoek van
het SCP zelf. Het betreft een technische mutatie: een boekhoudkundige verrekening
tussen ontvangsten en uitgaven van € 580 000, die materieel
geen wijziging inhoudt voor het SCP.</al>
      <tuskop letat="rom">324</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze rechtvaardigt de regering de verdere
budgetvermindering van de Gezondheidsraad, bij toenemende complexiteit van
de wetenschappelijke en maatschappelijke vraag en de eis dat ook deze raad
zich breed internationaal moet kunnen oriënteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afgelopen periode heeft de hele rijksoverheid, niet alleen de adviesraden,
moeten inleveren. De motie-Verhagen uit september 2004 hield voor de adviesraden
van de overheid een extra korting van € 5 miljoen structureel in.
In vergelijking echter met de andere adviesraden heeft VWS de bezuinigingsoperatie
in zijn uitwerking de Gezondheidsraad echter het minst laten treffen. Inmiddels
is de opheffing van de RMO bij brief van 20 oktober 2006 stopgezet in
afwachting van een completer eindbeeld over de toekomst van het adviesstelsel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onverlet de bezuinigingen beschikt de Gezondheidsraad nog steeds over
een aanzienlijk budget. De begroting voor 2007 van de Gezondheidsraad is € 3,7
miljoen (exclusief € 1 miljoen voor de Centrale Commissie Mensgebonden
Onderzoek). De begroting is opgebouwd uit bijdragen van VWS, VROM, SZW en
LNV.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bijdrage van VWS aan de begroting van de GR is in 2007 en 2008 € 4,376
miljoen en daarna € 4,276 miljoen (Hierin is de CCMO verdisconteerd).
Het departement houdt inmiddels rekening met de situatie door een bewuste
inperking van het jaarlijks aantal adviesaanvragen. Aan de recent tot stand
gekomen internationale samenwerking van de gezondheidsraad met zusterinstellingen
in Europa heb ik van harte gestimuleerd met een bijdrage voor enkele jaren
zodat de GR initiatieven kon nemen met onder andere Finse en Belgische collegae.</al>
      <tuskop letat="rom">325</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij brief van 26 september 2006 geeft de minister
aan dat de capaciteit van de IGZ licht is toegenomen, en dat er een forse
verschuiving van overhead naar primair proces heeft plaatsgevonden. Toch zijn
de taakinhoudelijke verschillen tussen het plaatje van de Inspectie in 2002
en dat van de Inspectie anno 2006/7 onvoldoende zichtbaar in het personele
vergelijk en constateren we dat de IGZ met minder inspecteurs veel meer en
complexere taken moet verrichten. Daarnaast is het verloop bij de organisatie
groot, terwijl het maatschappelijk gewicht van de Inspectie alleen maar toeneemt.
Op welke wijze denkt de regering met name de kwaliteitsondersteunende, prestatie-indicatoren
vormende en patiëntinformerende taken van de Inspectie voldoende vorm
te kunnen geven binnen het gegeven budget?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inspectie heeft bij de reorganisatie die in juli 2006 is afgerond voor
een andere functie-opbouw gekozen die aansluit bij de methodiek van gelaagd
en gefaseerd toezicht. Deze methodiek valt uiteen in een fase van informatieverzamelen
en op basis daarvan risico’s detecteren (fase 1), de risicovolle instellingen
bezoeken (fase 2) en wet- en regelgeving handhaven (fase 3). Naast de functie
van inspecteur zijn er nu nieuwe functies van toezichtmedewerker en van programmamedewerker.
De programmamedewerkers ondersteunen bij de informatieverzameling en -verwerking.
De toezichtsmedewerkers doen relatief eenvoudig inspectiewerk. Hierdoor kan
de inspecteur zich concentreren op de zwaardere en complexere inspectietaken.
Bovendien is de managementlijn versterkt. Feit is dat er in 2006 112
inspecteurs zijn (48 minder dan in 2002). Hun inhoudelijke ondersteuning is
echter kwantitatief en kwalitatief toegenomen: 51 toezichtmedewerkers en 52
programmamedewerkers (tegen 88,5 administratief medewerkers in 2002). Het
aantal medewerkers in het primair proces is in 2006 met 50 toegenomen ten
koste van de overhead.</al>
      <al>Het verloop bij de inspectie was in 2005, met name door de mogelijkheden
van uittreding op basis van de zogenoemde «Remkesregeling» relatief
hoog. Dit jaar is het verloop met 17 vertrekkers op het totaal van 396 mensen
4,5 procent. Het merendeel van de vertrekkers (12) behoort niet tot de inspecteursgroep.
Zeker in een jaar van reorganisatie is dat een relatief laag percentage.</al>
      <al>Ik heb de inspectie voor voortzetting van haar kwaliteitsondersteunende
werkzaamheden op het terrein van prestatie-indicatoren een bedrag van € 200 000
ter beschikking gesteld. In het kader van mijn kwaliteitsbeleid waarin de
IGZ een belangrijke rol speelt, heb ik een extra bedrag van € 1
miljoen aan het IGZ-budget toegevoegd.</al>
      <al>De inspectie heeft begin oktober het zogenoemde IGZ-loket geopend. Hier
kunnen burgers, beroepsbeoefenaren en bedrijven terecht voor informatie, klachten
en meldingen. Dit loket verhoogt de efficiency van de behandeling van meldingen.
Ook hieraan levert de nieuwe functie-opbouw een belangrijke bijdrage.</al>
      <al>Met deze maatregelen acht ik de IGZ in staat om ook op langere termijn
adequaat toezicht te houden en flexibel in te springen op veranderingen in
de zorg.</al>
      <tuskop letat="rom">326</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom zijn de begrotingen van het CVZ en de NZa niet
in deze begroting verwerkt? Waar zijn deze te vinden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De geraamde uitgaven van het CVZ en de NZa zijn in deze begroting verwerkt
in artikel 98 «Algemeen» onder de operationele doelstelling «Beheer
en toezicht stelsel». Een uitsplitsing van de bedragen voor de verschillende
Zorg-ZBO’s is bovendien te vinden in de bijlage «ZBO’s en
RWT’s» op pagina 188 van de begroting. Hierin valt af te lezen
dat er in 2007 € 23,6 miljoen voor de NZa en € 40 miljoen
voor het CVZ beschikbaar is.</al>
      <tuskop letat="rom">327</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom nemen de programma-uitgaven met € 2
miljoen in 2011 af?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Artikel 99 heeft een technisch-administratief karakter. Er worden onder
andere taakstellingen op het artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen
zijn toegedeeld. Hierdoor kan een negatief saldo op het artikel ontstaan.
Daarnaast worden middelen voor loon- en prijsbijstelling geplaatst, voordat
die middelen worden verdeeld over de beleidsartikelen. De programma-uitgaven
nemen toe in 2011 (– € 14 541) ten opzichte van
2010 (– € 16 644), omdat de bij voorjaarsnota 2006
aan VWS toegekende reeksen voor structurele loonbijstelling en prijsbijstelling
oplopen in 2011.</al>
      <tuskop letat="rom">328</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat de subsidie voor de pijnkenniscentra
is ingetrokken? Wat is de reden daarvan?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het voornemen om de subsidie per 31 december 2007 in te trekken is
zowel mondeling als schriftelijk diverse malen gecommuniceerd aan de pijnkenniscentra
(PKC’s). In 1994 werden de PKC’s opgericht en ondergebracht bij
de universitair medische centra (umc’s) om het niveau van pijnbehandeling
te verbeteren. Concreet ging het om wetenschappelijk onderzoek naar pijn en
implementatie van de ontwikkelde kennis. De overweging was dat
een tijdelijke impuls noodzakelijk was om in de zorgvraag van toenemende groep
pijnpatiënten te voorzien. Inmiddels is in twaalf jaar tijd een behoorlijke
vooruitgang geboekt en is een goed functionerend netwerk ontstaan rond het
domein pijn. Ook zijn in deze periode via ZON/MW drie achtereenvolgende onderzoeksprogramma’s
voor pijn uitgerold. Wanneer het gaat om verder wetenschappelijk onderzoek
ligt er een duidelijke taak bij de umc’s, waartoe zij de academische
component ontvangen. Mijn opvatting is dat het onderwerp pijn als deelaspect
ondergebracht moet worden in toekomstige onderzoeksprogramma’s. Het
stoppen van de subsidie aan de PKC’s past tevens in het subsidiebeleid
dat met ingang van 2004 is geïntroduceerd, beschreven in de nota «Kennis,
innovatie, meedoen» (KIM): geen structurele instellingssubsidies, projectsubsidies
alleen wanneer een vernieuwing niet vanzelf tot stand komt, indien er meerdere
veldpartijen bij betrokken zijn en de overheid bij de realisatie ervan een
rol heeft.</al>
      <al>De diagnostiek en behandeling van pijnpatiënten is mede door de PKC’s
op een hoger plan gebracht. Het netwerk dat is ontstaan behoeft geen separate
financiering meer. Ik meen dat daarmee de pijnproblematiek en de bijbehorende
zorgvraag binnen de reguliere kaders van het zorgstelsel is teruggebracht,
en dat de subsidie aan de PKC’s beëindigd kan worden.</al>
      <tuskop letat="rom">329 en 330</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een vergelijkend overzicht worden gegeven van het
percentage van het bruto BKZ dat met eigen betalingen wordt bekostigd, van
2003 t/m 2007?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel (in euro’s) is/wordt in de periode 2003–2007
per jaar opgebracht uit eigen bijdragen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaand overzicht geeft een uitsplitsing van de BKZ-uitgaven. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="37.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="15mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="15mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Netto-BKZ</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">41 524,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">42 774,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">42 493,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">44 058,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">46 375,0</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Eigen betalingen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2 126,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2 204,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">3 853,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">3 856,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">3 711,9</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Bruto BZK</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">43 650,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">44 978,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">46 346,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47 915,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">50 086,9</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="cur">Bedragen in € miljoen</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Eigen betalingen als % van bruto BKZ</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4,9%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4,9%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8,3%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8,0%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7,4%</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Bron: VWS</al>
      <tuskop letat="rom">331</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de eigen betalingen in 2007 zijn
gedaald ten opzichte van het bedrag in de begroting van 2006? Wat valt er
wel en wat niet onder de eigen betalingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder de eigen betalingen vallen de volgende posten:</al>
      <al>• No-claim ZVW (het bedrag dat ten gevolge van gebruik van zorg niet
aan de verzekerde wordt terugbetaald)</al>
      <al>• Eigen risico ZVW</al>
      <al>• Eigen bijdragen AWBZ</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De daling van de raming voor eigen betalingen 2007 heeft betrekking op
de eigen bijdragen AWBZ. Het betreft een technische oorzaak die samenhangt
met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). In dit kader
zijn middelen overgeheveld naar het gemeentefonds. Binnen de AWBZ werden ook
eigen bijdragen ontvangen voor de onderdelen (huishoudelijke verzorging) die
naar de Wmo zijn overgeheveld. Doordat deze bijdragen binnen de AWBZ komen
te vervallen zijn de eigen betalingen in 2007 lager dan in 2006. </al>
      <tuskop letat="rom">332</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waardoor stijgen de prijzen van fysiotherapie zo snel,
los van reguliere loonstijgingen? Welke relatie heeft dit met marktwerking?
Hoe wordt getracht die prijsstijging te beperken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het experiment vrije prijsvorming fysiotherapie is de prijsregulering
voor fysiotherapie losgelaten. De prijsontwikkeling die zich in 2005 (en 2006)
voordeed kan voor een belangrijk deel worden beschouwd als een inhaaleffect
op in het verleden afgewezen tariefverzoeken. De tarieven voor 2006 zijn ten
opzichte van 2005 (netto) met vijf procent gestegen. Daarmee is een afvlakking
ontstaan van de in 2005, met de start van het experiment, ingezette tariefstijging.
De verwachting is dat de markt voor 2007 verder zal stabiliseren en de prijsontwikkeling
tot rust zal komen. Zorgverzekeraars zullen onder de Zorgverzekeringswet hun
rol als zorginkoper beter waar kunnen maken. Bij brief van 10 juli 2006
heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn reactie op het rapport «Monitor
fysiotherapie 2006» van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Samen met
de NZa ben ik daarbij tot het oordeel gekomen dat de markt voor fysiotherapie
zich langzamerhand uitkristalliseert. Om deze ontwikkeling meer ruimte te
geven, heb ik besloten om het experiment met één jaar tot 1 januari
2008 te verlengen.</al>
      <tuskop letat="rom">333</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is de teruggave van no-claimregeling 2005 verdeeld
over de leeftijdscohorten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief aan de kamer (Tweede Kamer, 2004/2005, 29 483, nr.
25) heb ik een verdiepingsslag van de no-claimevaluatie toegezegd. «Met
deze verdiepingsslag op micro-niveau kunnen ondermeer de zogeheten remgeldeffecten
van de no-claimteruggaaf beter in kaart worden gebracht. Daarnaast kan hiermee
worden bezien bij welke categorie verzekerden en bij welke categorie verstrekkingen
de no-claimteruggaaf de meeste invloed uitoefent op de zorgconsumptie en de
zorgkosten.» In deze tweede fase van de evaluatie van de no-claimteruggaaf
kan een indicatie worden gegeven over de verdeling van de no-claimteruggave
over leeftijdscohorten. Deze gegevens uit deze evaluatie komen niet eerder
dan het voorjaar 2007 beschikbaar en zullen in juni aan de Kamer worden gerapporteerd.</al>
      <tuskop letat="rom">334</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 84.</al>
      <tuskop letat="rom">335</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u toelichten wat met de ombuigingsbijdrage werd
beoogd, en waarom exact werd geoordeeld dat deze in strijd was met de wet
dan wel met enig beginsel van behoorlijk bestuur?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de ombuigingsbijdrage werd beoogd een budget- c.q. tariefverlaging
van 0,8% met ingang van 1 juli 2003 te bewerkstelligen.</al>
      <al>Het college van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) heeft in september
2005 de bezwaren, gericht tegen de ombuigingsbijdrage als zodanig, verworpen.
Wél had het College er bezwaar tegen dat de ombuigingsbijdrage in 2003
materieel met terugwerkende kracht is toegepast. Naar aanleiding hiervan is
besloten om de (incidentele) extra korting voor de periode 1 juli 2003
tot en met 31 december 2003 terug te draaien.</al>
      <tuskop letat="rom">336</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een toelichting worden gegeven op de aanvankelijke
noodzaak van een intertemporele schuif en op de noodzaak deze in 2006 weer
ongedaan te maken? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op het moment van opstellen van de begroting 2006 leken zich enkele knelpunten
voor te gaan doen binnen de AWBZ in 2005. Ter dekking van deze knelpunten
werd € 34 miljoen van de groeiruimte voor 2006 naar voren gehaald.
Bij 2e suppletore wet 2005 is, op basis van gegevens van NZa en CVZ geconcludeerd
dat deze knelpunten zich toch niet voor leken te gaan doen en is de schuif
teruggedraaid (TK 2005–2006, 30 391 XVI, nr. 2 pagina 6 onder «AWBZ»).
Achteraf gezien is dat ook terecht gebleken. De meerjarige doorwerking van
het terugdraaien van de schuif bij 2e suppletore wet 2005 is in de 1e suppletore
wet 2006 opgenomen (Tweede Kamer, 2005–2006, 30 560 XVI, nr. 2
pagina 10 onder «diversen»).</al>
      <tuskop letat="rom">337</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 85.</al>
      <tuskop letat="rom">338</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de macrokorting op ziekenhuizen vanaf 2007
nu € 291 miljoen of het spiegelbeeldige bedrag € 192 miljoen?
Welke redenen zijn er om te veronderstellen dat die kostenreductie haalbaar
is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals in de begroting is aangegeven, is er sprake van een structurele
tegenvaller van € 192 miljoen in 2006 die naar verwachting in 2007
met € 99 miljoen verder zal oplopen tot € 291 miljoen
De macrokorting die nu wordt doorgevoerd heeft betrekking op € 192
miljoen vanaf 2007. Indien partijen er zelf in slagen om de uitgavenontwikkeling
ziekenhuizen in 2007 weer in lijn te brengen met het budgettaire kader zorg,
is een aanvullende maatregel van € 99 miljoen niet nodig.</al>
      <al>Uit onderzoek en eigen ervaringen van ziekenhuizen die meedoen aan het
programma Sneller Beter blijkt dat er door efficiëntere bedrijfsvoering
(doelmatiger inkoop e.d.) en efficiënter werken nog grote besparingen
mogelijk zijn.</al>
      <tuskop letat="rom">339</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 85.</al>
      <tuskop letat="rom">340</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel is er in totaal beschikbaar voor de doelmatigheidsimpuls
verpleeghuizen? Welk bedrag is nog beschikbaar voor het vijfde jaar (2011)?
Waarom is te verwachten dat na de doelmatigheidsimpuls voor vijf jaar voor
de verpleeghuiszorg, deze daarna niet langer noodzakelijk wordt geacht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een periode van 5 jaar zal, onder voorwaarden, € 430 miljoen
voor de verpleeghuissector beschikbaar worden gesteld. In 2011 is € 32
miljoen beschikbaar. Door de stijging van de arbeidsproductiviteit zullen
minder middelen nodig zijn voor de extra te leveren uren zorg aan het bed.
Met andere woorden, de doelmatigheidsimpuls zal moeten worden «inverdiend»
door verbetering van de arbeidsproductiviteit (zie brief van 20 september
2006; Tweede Kamer, 30 800, XVI, nr. 3).</al>
      <tuskop letat="rom">341</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de omvang van het actuele bouwprogramma (ofwel
investeringen) waarop de exploitatielasten geraamd zijn? Hoe verhoudt zich
dit naar regio’s? Wat zijn de meest omvangrijke meerjarenprojecten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de tabel nr. 4 op blz. 153 zijn de enkelvoudige mutaties in exploitatielasten
opgenomen voor de jaren 2006 tot en met 2010. Het gaat hier alleen om vergunningsplichtige
instandhoudingsbouw, d.w.z. dat uitbreidingsprojecten, renovatieprojecten
en kleinschalige woonvoorzieningen hier niet in zijn opgenomen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een rechtstreekse vertaling in investeringskosten hiervan is niet goed
mogelijk, omdat de exploitatielast in een bepaald jaar een gevolg is van investeringen
die in de voorafgaande jaren zijn gedaan en dat is voor elk project per jaar
anders verdeeld. Een ander aspect is dat door de vele huurprojecten de relatie
investering-exploitatielast niet meer 1 op 1 is. Ook in de actuele bouwprogramma’s
hanteren we daarom de exploitatielast van de projecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een vóórverdeling van middelen per regio wordt niet meer
gemaakt. Bepalend voor het bouwprogramma is welke bouwprojecten, op basis
van hun individuele parameters, in aanmerking komen voor prioritering. Dit
zal ook zo gaan onder het regime van de WTZi met prioriteitscriteria. de volgende
initiatieven zijn geselecteerd op de omvang van de exploitatie gevolgen:</al>
      <tuskop letat="cur">Verpleeghuizen:</tuskop>
      <al>1. De Halderhof te Bennekom, vervangende nieuwbouw</al>
      <al>2. Sammersbrug te Den Haag, renovatie en omvorming tot gecombineerd verpleeghuis</al>
      <al>3. De Hazelaar te Tilburg, renovatie en vervangende nieuwbouw</al>
      <tuskop letat="cur">Verzorgingshuizen:</tuskop>
      <al>1. St. Agnes te Heemskerk, renovatie en uitbreiding</al>
      <al>2. Dr. Arienshuis Enschede te Enschede, vervangende nieuwbouw</al>
      <al>3. St. Catharina te Bergen op Zoom, renovatie en vervangende nieuwbouw
op twee locaties</al>
      <tuskop letat="cur">Gehandicaptenzorg:</tuskop>
      <al>1. De Bruggen locatie Groene Hart Zuid te Zwammerdam, herstructurering
hoofdlocatie</al>
      <al>2. Dichterbij locatie Vizier te Gennep, vervangende nieuwbouw en deconcentratie</al>
      <al>3. Op de Bies te Landgraaf, herstructurering hoofdlocatie</al>
      <tuskop letat="cur">Algemene Ziekenhuizen:</tuskop>
      <al>1. Jeroen Bosch ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch, concentratie nieuwbouw</al>
      <al>2. Isala klinieken te Zwolle, concentratie nieuwbouw</al>
      <al>3. Reinier de Graaf Gasthuis te Delft, concentratie nieuwbouw</al>
      <tuskop letat="cur">Psychiatrische ziekenhuizen:</tuskop>
      <al>1. Symphora Groep te Amersfoort, 2e fase Meregaard</al>
      <al>2. Bouman GGZ te Capelle a/d IJssel, nieuwbouw kliniek</al>
      <al>3. De Grote Rivieren te Dordrecht, uitbreiding capaciteit dmv nieuwbouw</al>
      <tuskop letat="rom">342</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 42.</al>
      <tuskop letat="rom">343 en 348</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan tabel 10 worden uitgebreid met de jaren 2003–2005?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe hebben de beheerskosten/exploitatiesaldi zich in
voorgaande jaren voor ziekenfondsen en particuliere verzekeraars ontwikkeld? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie onderstaande tabel. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="57.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2007</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Uitgaven </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Zorguitgaven verzekeraars</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">25,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">25,4 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Bijdrage voor GGZ aan AFBZ</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2,8 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Uitgaven intern.verdragen/rechtstreekse
betalingen AK</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,2</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– Beheerskosten/saldi verzekeraars</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1,2</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">23,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">24,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">24,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">28,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29,7</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Inkomsten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Inkomensafhankelijke premie Zfw</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Nominale premie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11,1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Rijksbijdrage Zfw</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2,7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">– Eigen betalingen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">0,4</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2,0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2,1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">– Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">23,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">28,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">29,9</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2006 doen zich enkele trendbreuken voor. Tot en met 2005 worden alleen
de kosten van ziekenfondsverzekerden in het buitenland meegenomen. Vanaf 2006
de kosten van alle Nederlanders. Ook is er vanaf 2006 een bijdrage voor
de GGZ. Daarnaast verschuift met ingang van 2006 een deel van de uitgaven
die tot en met 2005 rechtstreeks ten laste van de Algemene Kas kwam naar verzekeraars.
Eenvoudigheidshalve zijn alle premies voor particuliere verzekeringen geboekt
onder nominale premie. Dit betreft voor een klein deel de inkomensafhankelijke
premie die gold bij de zogenaamde IZA-verzekering. </al>
      <tuskop letat="rom">344</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel betalen de werkgevers in 2006 op grond van
de Zorgverzekeringswet? Welk percentage is dat van de totale kosten? Hoeveel
betalen zij teveel, gemeten aan de 50/50 verdeling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tabel Uitgaven Zvw 2006 in miljoen euro’s per jaar </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="38.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="37mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="37mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Raming 2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Realisatie 2006, d.w.z. de stand in de begroting 2007</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Uitgaven verzekeraars</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">26 501</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">26 152 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Rechtstreeks uitgaven GGZ</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">156</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">160 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Bijdrage aan AWBZ voor Zvw</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2 500</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2 500 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">29 157</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">28 812</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Aandeel inkomensafhankelijk</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">14 580</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">14 470</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>De inkomensafhankelijke bijdrage wordt betaald door verzekerden met en
zonder een werkgever. Van de totale inkomensafhankelijke bijdrage betaalden
werkgevers 84% en de verzekerden zonder werkgever 16%.</al>
      <al>Het aandeel in 2006 van de werkgevers in de totale uitgaven van de Zvw
bedroeg 42%.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De 50/50 verhouding waaraan wordt gerefereerd in de vraag heeft geen betrekking
op de verhouding van de kosten, maar op de verhouding van de inkomsten. De
doelstelling is dat de inkomensafhankelijke premie evenveel oplevert als de
som van de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage. Als dat
het geval is, dan vormen de inkomensafhankelijke bijdragen de helft van de
macro-premieopbrengst. De som van de nominale premies, eigen betalingen en
de rijksbijdrage wordt thans geraamd op 13,7 miljard De inkomensafhankelijke
bijdrage bedraagt 14,5 miljard. De inkomensafhankelijke bijdrage is derhalve € 0,8
miljard te hoog. De werkgevers betaalden daarvan 84% ofwel € 0,7
miljard. </al>
      <tuskop letat="rom">345</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarop is de opslagpremie van € 83, zoals
vastgesteld door verzekeraars, gebaseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Via de opslagpremie dienen verzekeraars kosten te dekken die ze niet kunnen
financieren uit het bedrag dat ze ontvangen uit het Zorgverzekeringsfonds
danwel uit de rekenpremie. Veruit de belangrijkste post hierbij vormen de
beheerskosten voor zover die niet worden gedekt door de bijdrage ter dekking
van de beheerskosten van kinderen (€ 1,2 miljard). In deze post
is ook verwerkt dat verzekeraars ook in 2007 door concurrentie gedwongen zullen
zijn om op hun reserves in te teren (€ 0,1 mld). In de raming van
de beheerskosten is rekening gehouden met € 0,05 mld aan kosten
in verband met premiederving in verband met wanbetalers.</al>
      <al>Via de opslagpremie kunnen verzekeraars ook rekening houden met ramingsverschillen
tussen hen en het ministerie bij de zorguitgaven. Hiermee is geen rekening
gehouden bij het opstellen van de raming.</al>
      <tuskop letat="rom">346</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk deel van de premiestijging Zvw wordt gecompenseerd
door de toeslag voor alleenstaanden, gezinnen en AOW-ers met minimuminkomen,
modaalinkomen, 1,5 keer modaal?</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">Stijging zorgpremie en zorgtoeslag (€) </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="46mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="25mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(1)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(2)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(3)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(4)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(5)</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">zorgpremie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">zorgtoeslag</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">zorgtoeslag
2006</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">stijging (toetsings-)
inkomen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">(2) + (3) + (4)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Alleenstaande</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">minimuminkomen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">45</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(44)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">1,5x modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Gezinnen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">minimuminkomen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">99</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(88)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">21</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">79</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(88)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">41</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">1,5x modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">AOW, alleenstaand</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">minimuminkomen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">45</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(44)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">1,5x modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">104</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">AOW, gehuwd</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">minimuminkomen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">99</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(88)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">21</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">84</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">(88)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">36</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">1,5x modaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">208</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>In 2006 viel de gemiddelde nominale premie <nadruk type="cur">lager</nadruk>
uit dan bij het vaststellen van de zorgtoeslag werd aangenomen. Het Kabinet
heeft destijds besloten om de hoogte van de zorgtoeslag niet neerwaarts aan
te passen. Daarom compenseert in 2007 de hogere zorgtoeslag de gestegen zorgpremie
niet volledig.</al>
      <al>Ik verwijs in dit verband ook naar de beantwoording van vraag 43.</al>
      <tuskop letat="rom">347</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 24.</al>
      <tuskop letat="rom">348</tuskop>
      <al>Zie het antwoord op vraag 343.</al>
      <tuskop letat="rom">349</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat de werkelijke opslagpremie in 2006 lager
was dan verwacht? hoe verhoudt dit zich tot de omvang van voorzieningen die
in 2006 mede op verzoek van DNB zijn getroffen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gezien de hoogte van de premies 2006 lijkt de opslagpremie gemiddeld inderdaad
lager te zijn vastgesteld dan verwacht. Ik heb echter geen inzicht in de wijze
van premieberekening bij de zorgverzekeraars.</al>
      <al>In opdracht van DNB hebben een aantal verzekeraars wel een extra voorziening
moeten vormen, als hun premiestelling niet kostendekkend zou zijn. Hiervan
is door DNB in haar kwartaalrapportages verslag gedaan. In mei heeft DNB een
inschatting gemaakt van deze voorziening, namelijk 300 à 400 miljoen
euro.</al>
      <tuskop letat="rom">350</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de Stichting Ouders en Verwanten van Drugsgebruikers
(LSOVD) en het Nationaal Actiecomite Drugsoverlast (NAD) rekenen op structurele
middelen voor hun werkzaamheden? Waarom wordt er slechts € 40 000
structureel uitgetrokken? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de € 100 000
waarover amendement 30 300 XVI, nr. 38 rept?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In navolging van het amendement Vietsch (30 300 XVI, nr. 38) zijn
zowel de LSOVD als het NAD benaderd om een aanvraag voor subsidie in te dienen.
De LSOVD heeft in 2006 een subsidie van € 60 000 ontvangen
en het NAD een subsidie van € 40 000. Beide instellingen zijn
uitgenodigd om ook voor 2007 een nieuwe subsidieaanvraag in te dienen. Hier
is voor 2007 en verder € 100 000 voor begroot.</al>
      <al>Op bladzijde 164 van de begroting van het ministerie van VWS worden de
belangrijkste mutaties tussen beleidsartikelen weergegeven. Hier wordt vermeld
dat een bedrag van € 40 000 structureel wordt overgeheveld
van beleidsartikel 44 naar beleidsartikel 41 ten behoeve van uitvoering van
het amendement 30 300 XVI. Dit is in lijn met het gestelde in het amendement.
De overige € 60 000 wordt in dit overzicht niet genoemd omdat
deze middelen binnen hetzelfde beleidsartikel voor de uitvoering van het amendement
zijn gereserveerd.</al>
      <tuskop letat="rom">351</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaruit bestaat de structurele tegenvaller van € 3,6
miljoen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit artikel worden de ent-administraties en uitgaven voor ouder- en
kindzorg geraamd en verantwoord. Ten behoeve van het Jaarverslag 2005 heeft
op basis van voorlopige cijfers van de NZa een afrekening over het jaar 2005
plaatsgevonden. Bij een zgn. afrekening worden de voorlopige realisatiecijfers
geconfronteerd met de actuele raming van VWS en waar nodig bijgesteld. Op
basis van deze voorlopige cijfers leek zich een overschrijding van € 3,6
miljoen voor te doen bij de ent-administraties. Deze is in de 1e suppletore
wet 2006 structureel verondersteld. Op basis van meer definitieve cijfers
van de NZa heeft in juni wederom een afrekening plaatsgevonden, waarin bleek
dat deze verwachte overschrijding bij de ent-administraties zich niet heeft
voorgedaan. In dezelfde tabel op pagina 166 is dit te zien onder de belangrijkste
nieuwe mutaties waar een meevaller van € 3,1 miljoen wordt gepresenteerd.
Per saldo resulteren deze beide afrekeningen over 2005 voor 2006 en verder
in iets hogere uitgaven voor Volksgezondheid (€ 0,5 miljoen) dan
geraamd was.</al>
      <tuskop letat="rom">352</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden er geen middelen ingezet voor de inningskosten
van verzekerden in het buitenland in 2010 en 2011?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het CVZ is als gevolg van de Zorgverzekeringswet aangewezen als zogenaamd
bevoegd orgaan voor verdragsgerechtigden. Vanwege de toegenomen werkzaamheden
als gevolg van de stelselwijziging met betrekking tot registratie, bijdrageheffing
en -inning, bezwaarschriften en klantencontacten worden aan het CVZ wel degelijk
extra middelen ter beschikking gesteld voor de uitvoering hiervan. Vanwege
de tijdelijkheid van de toegenomen werkzaamheden zijn deze extra middelen
gekoppeld aan de periode van 2006 tot en met 2009. </al>
      <tuskop letat="rom">353</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er pas in 2011 een aanpassing van de rijksbijdrage
voor kinderen in de Zorgverzekeringswet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bijstelling op pagina 167, waarnaar verwezen wordt in de vraag, hangt
samen met het feit dat in eerste instantie in 2011 hetzelfde bedrag was verwerkt
als in 2010, terwijl de rijksbijdrage wel dient te stijgen omdat de nominale
premie ook van 2010 op 2011 zal stijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">354</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er een enorme toename (in 2006: 1 370
en in 2008: 37 370) in de middelen die worden overgeheveld van 2008 tot
en met 2011 ter bevordering van ICT in de zorg en de activiteiten van VWS
in het kader van administratieve lasten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft hier een verdeling van de middelen voor administratieve lasten/ict
die aanvankelijk op de aanvullende post waren gereserveerd. Bij de eerste
suppletore wet/voorjaarsnota 2005 zijn al middelen voor 2006 en 2007 overgeheveld
ter bevordering van ICT in de zorg en de activiteiten van VWS in het kader
van administratieve lasten. Het totale beschikbare bedrag in de betreffende
jaren laat geen toename zien.</al>
      <tuskop letat="rom">355</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden er geen middelen beschikbaar gesteld
na 2008 voor het verhogen van het aantal donoren terwijl er nog altijd een
groot donorentekort is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er worden structureel middelen beschikbaar gesteld voor het verhogen van
het aantal donoren, het bedrag van € 4 miljoen dat in 2007 beschikbaar
is voor het verhogen van het aantal donoren is incidenteel beschikbaar gesteld
in verband met het opnieuw toezenden van een donorformulier aan ongeveer 800 000
niet-geregistreerde ingezetenen tussen de 45 en 50 jaar in 2007, de zogenaamde
doelgroepenaanschrijving.</al>
      <tuskop letat="rom">356</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt er geen geld overgeheveld voor de jaren
2007 en daarna om de kwaliteit in verpleeghuizen te verbeteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van het NZa-rapport over verpleeghuizen zijn voor 5 jaar € 430
miljoen aan extra middelen toegekend om meer handen aan het bed te organiseren.</al>
      <al>De bedragen zijn verwerkt in de post verpleging en verzorging van de tabel
premieuitgaven op blz. 175 van de begroting.</al>
      <tuskop letat="rom">357</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaruit bestaat de overheveling naar artikel 44?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanuit artikel 43 (Langdurige zorg) worden middelen overgeheveld naar
artikel 44 (Maatschappelijke ondersteuning) voor de uitvoeringskosten van
de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze middelen worden vervolgens
overgeheveld naar het Gemeentefonds.</al>
      <tuskop letat="rom">358</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom stijgt de overheveling van middelen naar het
Gemeentefonds in het kader van de invoering van de Wmo niet? De komende jaren
zal de vraag naar maatschappelijke ondersteuning toch stijgen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft met de VNG afspraken gemaakt over het bedrag, dat aan
het Gemeentefonds moet worden toegevoegd om de huishoudelijke verzorging te
kunnen uitvoeren. Daarbij geldt het principe van «schoonaan
de haak». Dit financiële arrangement gaat, net als bij de WWB-systematiek,
uit van een ijkjaar met vertaling van de uitkomsten van de analyse van de
realisatie nog in het lopende jaar in de gemeentelijke budgetten voor het
komende jaar. De VNG heeft er in het overleg sterk op aangedrongen, dat bij
invoering in 2007 het ijkjaar 2005 wordt gehanteerd, zodat gemeenten tijdig
zekerheid over het budget geboden wordt. De financiële Wmo-informatie
voor gemeenten heb ik onlangs geactualiseerd in de septembercirculaire van
BZK.</al>
      <al>De bedragen zijn gebaseerd op het ijkjaar 2005. Uiteraard worden deze
bedragen, conform de afspraak met de VNG, geïndexeerd met een reële
index (het aantal extramuraal wonende 75+ ers) en de loon- en prijsindex.</al>
      <al>In het arrangement is verder afgesproken, dat de onafhankelijke derde
(het SCP) de jaarlijkse ontwikkeling van de gerealiseerde uitgaven volgt.
De gemeten realisaties worden vervolgens geïndexeerd, waarna de onafhankelijke
derde adviseert of het aldus berekende budget past bij de ramingen voor het
volgende jaar. Zonodig wordt op basis van deze rapportage het budget voor
het volgende jaar bijgesteld.</al>
      <al>Of de vraag naar maatschappelijke ondersteuning zal stijgen, zal in belangrijke
mate afhankelijk zijn van de wijze waarop individuele gemeenten uitvoering
aan de Wmo gaan geven.</al>
      <tuskop letat="rom">359</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunnen alle bedragen rond de Wmo eens helder op een
rijtje worden gezet? Hoe is de ruim € 1,3 miljard opgebouwd? Welke
eigen bijdragen worden er nu betaald voor huishoudelijke zorg? Is het de veronderstelling
dat gemeenten dat bedrag ook minimaal moeten gaan «ophalen» aan
eigen betalingen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De begroting 2007 bevat een overheveling van ruim € 1,3 miljoen
aan premieuitgaven naar het Gemeentefonds in het kader van de invoering van
de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze overheveling is gebaseerd
op de voorlopige realisatie over 2005 uit mei 2006.</al>
      <al>De € 1,3 miljoen bestaat uit een bedrag voor huishoudelijke
hulp € 1 194,7 miljoen voor zorg in natura plus € 118,3
miljoen voor persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp. Daarnaast
wordt een aantal subsidieregelingen overgeheveld. Het gaat om: diensten bij
wonen met zorg € 22,9 miljoen, zorgvernieuwingsprojecten geestelijke
gezondheidszorg (GGZ) € 6,7 miljoen en coördinatie vrijwillige
thuiszorg en mantelzorg (CVTM) € 22,5 miljoen (de overboeking van
de overige € 10 miljoen voor de mantelzorg is afzonderlijk toegelicht
op blz. 176). Daarnaast wordt er voor een bedrag van € 27,0 miljoen
voor uitvoeringskosten Wmo overgeheveld vanuit de premie (de overige € 40
miljoen voor de uitvoeringskosten Wmo worden gedekt uit begrotingsmiddelen).</al>
      <al>Daarnaast zijn er nog een aantal begrotingsmiddelen overgeboekt naar het
Gemeentefonds. Zie hiervoor de mutaties op blz. 177 en 178.</al>
      <al>In de septembercirculaire van Binnenlandse Zaken zijn de gemeenten geïnformeerd
over de budgetten voor 2007. Die verdeling is gebaseerd op de werkelijke realisatie
2005 zoals die blijkt uit de gegevens van het CAK. Het budget voor de huishoudelijke
hulp bedraagt op basis van de werkelijke realisatie 2005 € 1 110,4
(€ 1 191,7 miljoen voor zorg in natura, plus € 115,7
voor persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp minus € 197,0
miljoen voor eigen bijdrage zorg in natura).</al>
      <al>Op basis van de werkelijke realisatie 2005 en de regels voor de eigen
bijdrage Wmo uit de Amvb bedraagt het bedrag aan eigen bijdragen € 197
miljoen. Bij de overheveling van de middelen voor de Wmo wordt verondersteld
dat de gemeenten dit bedrag kunnen vragen als eigen betaling. </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al> Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Buijs (CDA), Atsma (CDA),
Arib (PvdA), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD), voorzitter, Smits (PvdA), Örgü
(VVD), Verbeet (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), ondervoorzitter, Vergeer
(SP), Vietsch (CDA), Joldersma (CDA), Varela (LPF), Van Heteren (PvdA), Smilde
(CDA), Nawijn (Groep Nawijn), Van Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg
(VVD), Hermans (LPF), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Azough (GL), Koşer
Kaya (D66), Van der Sande (VVD) en Van Oudenallen (Groep Van Oudenallen).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (CU), Verdaas (PvdA), Ferrier (CDA), Çörüz
(CDA), Blom (PvdA), Halsema (GL), Gerkens (SP), Veenendaal (VVD), Hamer (PvdA),
Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Vacature
(algemeen), Ormel (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Vacature (LPF), Waalkens
(PvdA), Mosterd (CDA), Bussemaker (PvdA), Heemskerk (PvdA), Oplaat (VVD),
Van Egerschot (VVD), Eski (CDA), Van Gent (GL), Bakker (D66), Nijs (VVD) en
Vacature (LPF).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v76.1" nr="1">
    <al>Tegen 56,3% in 2007.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>