﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30580-8/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2006-2007</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="v2_9__3.8" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST110077</ordernr>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 580</nummer>
      <naam>Algehele herziening van de douanewetgeving (Algemene douanewet)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>8</nummer>
      <titel>VERSLAG</titel>
      <datum>Vastgesteld 17 september 2007</datum>
      <al>De vaste commissie voor Financiën<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> belast
met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer
als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag
afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling
van het voorstel van wet voldoende voorbereid.</al>
      <tuskop letat="vet">Inhoudsopgave blz.</tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="103.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="9mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Inleiding</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Algemeen</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Moment wetswijziging</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Europees bestuursrecht</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Bedrijfseffecten en administratieve lasten</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">«Eén loket» gedachte</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Heronderzoek</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Authorised Economic Operator</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Bestuurlijke boete</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Bevoegdheden douanetoezicht en -controle</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Lijfsvisitatie</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Artikelsgewijs</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Artikel 1:11</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Artikel 1:12</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Artikel 4:1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Artikel 10:1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende
wetsvoorstel. Zij delen de mening van de regering en van anderen dat onderhavig
voorstel bijdraagt aan een modern, consistent en coherent geheel van bevoegdheden
en correctiemogelijkheden voor alle taken die de Douane moet (gaan) uitvoeren.
Wel hebben zij uiteraard nog een aantal vragen en opmerkingen. Het is per
slot van rekening een substantieel en ingrijpend wetsvoorstel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de PvdA hebben met interesse kennisgenomen
van het wetsvoorstel voor de algehele herziening van de douanewetgeving. Dit
voorstel betreft een ingrijpende herziening van het douanestelsel, waarbij
de fiscaal gerichte controle moet worden omgebogen naar een meer algemeen
gerichte controle op het internationaal goederenverkeer. De nieuwe douanewet
beoogt het toezicht op het goederenverkeer via een wettelijk instrument te
regelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het wetsvoorstel voor de Algemene douanewet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de
algehele herziening van de douanewetgeving. Het verheugt deze leden dat het
voorstel een verduidelijking biedt ten aanzien van de bevoegdheden van de
douane. Dit bleek in de praktijk zeer wenselijk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennis
genomen van de algehele herziening van de douanewetgeving. De fractieleden
spreken hun waardering uit voor het streven naar eenduidiger en duidelijker
wetgeving met betrekking tot douane. Ook de inspanning om administratieve
lasten te beperken spreekt de leden van de fractie van de ChristenUnie aan.
Zij plaatsen echter enkele kritische kanttekeningen.</al>
      <tuskop letat="vet">Algemeen</tuskop>
      <al>De leden van de CDA-fractie constateren dat de huidige douanewetgeving
is versnipperd over een enorm aantal wetten en talloze Europees-rechtelijke
regelingen. De voorgestelde wet draagt bij aan de leesbaarheid, gebruiksgemak
van de regels. en maakt de wenselijke modernisering van de douanefunctie mogelijk.
Voor Nederland als handelnatie is dit van belang. Zien genoemde leden het
goed dat dit wetsvoorstel een initiatief is van de regering en niet direct
een gevolg is van gewijzigde Europese regels?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de PvdA-fractie constateren dat op dit moment de formele
douanewetgeving verspreid is over vele wetten en kent daarbij hiaten en tegenstrijdigheden.
Waar in de oude douanewet veel werd overgelaten aan de individuele lidstaten,
is het streven dat op ieder punt in de Europese Unie dezelfde douaneprocedures
worden toegepast en dat uniforme behandeling wordt verzekerd. Deze leden beschouwen
dit als een positieve ontwikkeling.</al>
      <al>De nieuwe douanewet laat zien dat de douane, als specifiek deskundige
inzake het internationale goederenverkeer, steeds meer als een belangrijke
speler gezien wordt om de fysieke bescherming van onze samenleving te waarborgen.
Daar is niets mis mee. De leden van de PvdA-fractie vragen nog wel bezorgd
of het douanestelsel niet te veel gedomineerd gaat worden door het thema veiligheid.
Graag ontvangen zij een reactie van de regering op dit punt? De nieuwe douanewet
laat een verschuiving van de douanetaken zien van het financiële en fiscale
karakter naar een veiligheidskarakter. De vraag is dan ook onder welke bewindspersoon
de toekomstige douane het beste tot haar recht kan komen en het beste kan
worden aangestuurd? Wat is de reactie van de regering hierop?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SP-fractie constateren dat, aangezien controle zich steeds
meer verplaatst naar de buitengrenzen en er binnen die grenzen sprake moet
zijn van een vrij verkeer van goederen, er een toenemende afhankelijkheid
is van de douane-autoriteiten in andere landen. Hoe kunnen we ons er van verzekeren
dat douane-autoriteiten overal even goed hun werk doen? Welke controle is
daarop? Wat zijn de consequenties van verschillende normen met betrekking
tot zaken als levensmiddelen en medicijnen? Kan Nederland nog
steeds hogere kwaliteitsnormen stellen als het gaat om deze producten en kunnen
producten die niet aan de door ons gestelde normen voldoen geweerd worden?
Is het verplaatsen van douane-activiteiten naar de buitengrenzen in Nederland
opgelegd door Europa? Wat gaat er gebeuren met de accijnscontroles in het
binnenland? Hoe wordt bijvoorbeeld de toename van illegale tabaksproducten
uit de nieuwe lidstaten teruggedrongen? Is het waar dat regionale luchthavens
steeds vaker worden gebruikt voor het smokkelen van verdovende middelen en
liquide middelen? Blijft er voldoende capaciteit in het binnenland beschikbaar
om ook daar zaken als witwassen te kunnen terugdringen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de VVD-fractie omarmen het middels deze herziening vastleggen
van de zogenaamde «huisartsfunctie» van de douane. Hierdoor is
duidelijk dat de douane het primaat heeft met betrekking tot de controle op
grensoverschrijdend vervoer. Alle goederen worden eerst door de douane gecontroleerd
en alleen indien nodig naar «specialisten» doorverwezen. Een door
de Nederlandse douane gecertificeerde onderneming loopt door deze één-loket
gedachte tegen minder fysieke controles aan, dan ondernemingen in andere lidstaten.
Een principe dat de leden van de VVD-fractie van harte ondersteunen. Dit schept
immers mogelijkheden om Nederland extra aantrekkelijk te maken als vestigingsland.
Deze leden zijn verheugd dat aldus globaal een invulling wordt gegeven aan
het voordeel voor ondernemingen om zich in Nederland te laten certificeren
als een zogenaamde Authorised Economic Operator (AEO). Er blijven echter nog
wel wat zaken over die volgens deze leden meer invulling behoeven. Het wetsvoorstel
biedt volgens genoemde leden op onderdelen nog te weinig richting en doet
op sommige punten afbreuk aan rechten van ondernemers die dagelijks met de
douane te maken hebben. Ook zijn bij de leden van de VVD-fractie een aantal
informatieve vragen gerezen. Vandaar dat deze leden op enkele punten behoefte
hebben aan een toelichting. De leden van de VVD-fractie vragen waarom bij
de herziening niet van de gelegenheid gebruik is gemaakt de diversiteit van
begrippen en definities die worden gehanteerd in de wetgeving waarvoor de
douane bevoegd is meer te stroomlijnen? Zo is het begrip <nadruk type="cur">binnenbrengen</nadruk> in vele wetgeving anders gedefinieerd. De voorgestelde
Douanewet brengt hierin geen wijziging.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben enkele vragen over
het waarborgen van de veiligheid. Is door de beoogde reorganisatie, die de
nadruk legt op de buitengrenzen van de Europese Unie, de controle op illegale
handel tussen EU-lidstaten in bijvoorbeeld wapens, munitie en drugs voldoende
gegarandeerd? Ook vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie zich
af op welke manier horizontaal toezicht concreet wordt toegepast in de douanepraktijk.
In hoeverre is dit horizontaal toezicht een geschikte vorm van handhaving
op dit beleidsterrein? Dient niet de overheid in het kader van de strijd tegen
eerdergenoemde illegale handel de centrale positie in te nemen?</al>
      <al>De positie van de Nederlandse Antillen en Aruba is voor de leden van de
fractie van de ChristenUnie niet duidelijk in de huidige douanewetgeving.
Welke regelgeving geldt voor verkeer binnen het koninkrijk, tussen Nederland
en de Nederlandse Antillen en Aruba?</al>
      <tuskop letat="vet">Moment wetswijziging</tuskop>
      <al>De vraag die bij de leden van de CDA-fractie leeft is of het instellen
van een nieuwe algehele douanewet juist op dit moment wel opportuun is. Onder
verwijzing naar de brief van de minister van Financiën d.d. 6 december,
waarin wordt verwezen naar een brief van de Directeur-generaal Thunissen van
de Belastingdienst d.d. 25 november 2006<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref>, constateren de leden dat in de periode 2007–2011 het douanewerk
in het binnenland verdwijnt en aan de buitengrens wordt geconcentreerd. Genoemde
leden constateren tevens dat op Europees niveau de Europese Commissie druk
bezig is met voorbereidingen voor het nieuwe Communautaire Douanewetboek (hierna:
CDW) en de Toepassingsverordening (hierna (TCDW) daarop. Is het niet de verwachting
dat over een paar jaar de Nederlandse wet dan opnieuw gewijzigd zal moeten
worden? Is het niet beter om de huidige wet op een paar punten aan te passen
op gesignaleerde tekortkomingen en te wachten met een geheel nieuwe wet tot
het nieuwe CDW en TCDW van toepassing wordt? Genoemde leden vragen of toekomstige
wijzigingen op Europees niveau niet de nodige additionele aanpassingen op
nationaal niveau zullen vergen, wat tot dubbel werk voor en tot een grotere
administratieve belasting van het bedrijfsleven zal leiden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kan de regering verduidelijken in hoeverre de wetswijziging in 1995 voldeed
aan de toenmalige behoefte van de uitvoeringspraktijk van de douane, zo vragen
de leden van de SP-fractie? Indien dit volledig aan de behoeften voldeed,
wanneer is er opnieuw een verschil tussen praktijk en regelgeving ontstaan?
Betekent de verschuiving van het accent van fiscale naar niet-fiscale zaken
dat er minder aandacht komt voor de fiscale zaken? Volgens de regering is
de huidige gang van zaken waarbij fiscale bevoegdheden worden gebruikt niet
wenselijk vanwege het gebrek aan duidelijkheid en transparantie. Kan de regering
dit verder onderbouwen? Krijgt de douaneambtenaar door de gekozen domeinafbakening
meer bevoegdheden?</al>
      <tuskop letat="vet">Europees bestuursrecht</tuskop>
      <al>De leden van de CDA-fractie lezen dat een deel van de wijzigingsvoorstellen
voortvloeien uit harmoniseringverplichtingen jegens de EU. Over de verhouding
tussen CDW en Algemene wet bestuursrecht (Awb) is ook in het advies van de
Raad van State en in het nader rapport op voorliggend wetsvoorstel het nodige
opgemerkt. Uiteindelijk is er gekozen voor de regeling waarbij het CDW leidend
is en de Awb van toepassing is indien aanvullend recht mogelijk is, zo constateren
deze leden. Betekent dit dat de Awb nog altijd van overeenkomstige toepassing
is op enkele terreinen? Is deze oplossing ook op langere termijn aanvaarbaar
voor de regering, of verdient het de voorkeur om op termijn te komen tot een
duidelijke hiërarchie tussen de stelsels dan wel een scheiding van toepassingsgebieden
van de twee stelsels? De leden van de CDA-fractie erkennen het belang van
een eenduidig wettelijk stelsel met betrekking tot de douane wetgeving, maar
vragen zich tegelijkertijd af of de nu gekozen oplossing op termijn zal leiden
tot onduidelijkheid of rechtsongelijkheid in de toepassing. Is dit een gerechtvaardigde
zorg?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de herziening douanewet is gekozen voor een regeling waarbij het CDW
leidend is en de Awb van toepassing is indien aanvullend recht mogelijk is,
zo constateren de leden van de VVD-fractie. Dit betekent dat de Awb nog altijd
op een flink aantal terreinen van overeenkomstige toepassing is. Waarom is
niet bekeken in hoeverre aan de aanvullende nationale bevoegdheid invulling
gegeven zou kunnen worden door alle bestuursrechtelijke bepalingen op te nemen
in de Algemene douanewet? Is in de nabije toekomst te verwachten dat opnieuw
een herziening wordt voorgesteld welke meer harmonisatie teweegbrengt? Zo
ja; waarom wordt dat niet in één herziening geregeld?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de ChristenUnie zijn benieuwd naar de directe
invloed (buiten de wetgeving om) van de Europese Unie, in het bijzonder van
de Commissie en het Europees Hof van Justitie. Dreigt het Hof van Justitie
niet teveel macht naar zich toe te trekken? Welke invloed hebben de Europese
voorschriften op de gebruikelijke Nederlandse handhavingstijl?</al>
      <tuskop letat="vet">Bedrijfseffecten en administratieve lasten</tuskop>
      <al>De administratieve lasten zullen naar verwachting verminderen door de
grotere transparantie en duidelijkheid, zo constateren de leden van de fractie
van het CDA. Er wordt met de Algemene Douanewet één set van
administratieve verplichtingen gecreëerd in plaats van breed verspreide
verplichtingen opgenomen in de verschillende wetgeving. Er worden kostenbesparingen
verwacht op het terrein van operationele kosten en het duidelijker afbakenen
van de werkzaamheden op het gebied van controle en toezicht op logistieke
processen. Ook verwacht de regering dat de compliance zal verbeteren door
het op één plek verankeren van bevoegdheden, de uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid. Genoemde leden constateren dus dat een herziening van
de Algemene douanewet positieve effecten zal hebben voor het importerend en
exporterend bedrijfsleven in Nederland. Omdat Nederland een handelsnatie bij
uitstek is achten de leden deze bedrijfseffecten van groot belang.</al>
      <al>De regering geeft aan dat de effecten van voorliggend wetsvoorstel voor
het bedrijfsleven vooral liggen op het terrein van de administratieve lasten.
Kan de regering, gelet op het belang voor het bedrijfsleven, dit effect concretiseren?
In welke mate zal deze reductie plaatsvinden? Welke indicatoren worden hierbij
gebruikt? Is het bedrijfsleven betrokken geweest bij de voorbereiding van
voorliggend wetsvoorstel? Momenteel kan geen kwantificering worden gegeven
omdat de hoogte hiervan vooral bepaald wordt door de hiervoor genoemde materiële
wetgeving. Kan de regering verduidelijken wanneer van dit laatste wel een
kwantificering gegeven kan worden? Heeft voorliggend wetsvoorstel de toets
van Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) ondergaan? Zo ja,
wat zijn daarvan de uitkomsten geweest?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de PvdA-fractie merken op dat het gevaar bestaat dat de eisen
die de nieuwe douanewet stelt in het kader van «security» en «safety»
tot overbodige en onevenredige zware lasten voor bonafide bedrijven en burgers
gaan leiden. Hoe denkt de regering dat een goede balans kan worden gevonden
tussen de nieuwe verplichtingen inzake veiligheid enerzijds en «soepele»
controles anderzijds? Op welke wijze kunnen informatietechnologie, risicoanalyse
en geavanceerde auditsystemen hierbij een rol vervullen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de memorie van toelichting (p. 71) wordt aangegeven dat de Algemene
douanewet niet tot hogere uitvoeringskosten zal leiden. De leden van de fractie
van de ChristenUnie vragen zich af of de toets van Actal hierbij is toegepast.
Ook stellen zij de vraag in hoeverre het certificeringsysteem (AEO) tot een
onnodige administratielast leidt.</al>
      <tuskop letat="vet">«Eén loket» gedachte</tuskop>
      <al>De factor tijd is steeds crucialer in het logistieke proces. De leden
van de CDA-fractie vragen in hoeverre het zogenoemde één loket
concept in concreto zal worden doorgevoerd? In het bedrijfsleven bestaan zorgen
over de praktische implementatie van dit concept. Genoemde leden constateren
daarbij dat de «één loket» gedachte nauwelijks wordt
behandeld in het wetsvoorstel. In de Memorie van Toelichting wordt melding
gemaakt van de «één loket» gedachte, welke inhoudt
dat importeurs en exporteurs bij één instantie aan al hun verplichtingen
bij invoer c.q. uitvoer kunnen voldoen. Deze gedachte moet ertoe leiden dat
bedrijven en burgers slechts éénmaal hun gegevens hoeven aan
te leveren en dat deze daarna kunnen worden hergebruikt wanneer
andere, gespecialiseerde diensten de gegevens nodig hebben voor hun controles.
Bedrijfsleven en burgers moeten zich kunnen wenden tot één loket
en daar al hun zaken met betrekking tot grensoverschrijdend (goederen)verkeer
kunnen regelen. De «één loket» gedachte is daarom
een belangrijke invulling van de reductie administratieve lastendruk. Ziet
de één loket gedachte op het idee van één aanspreekpunt
(de douane) voor de marktdeelnemer, waarna de douane de coördinatie op
zich neemt en de diverse instanties inschakelt? Hangt de invulling van de «één
loket» gedachte niet grotendeels af van de deskundigheid van de eerstelijns
douaneambtenaar, zowel wat betreft fiscale als niet-fiscale wetgeving en in
hoeverre is deze deskundigheid gewaarborgd? In hoeverre bestaat het gevaar
dat de belangrijke «één loket» gedachte slechts
in theorie is opgesteld en het bedrijfsleven in de praktijk toch met vele
specialisten en doorverwijzingen te maken krijgt met ieder eigen controlemaatregelen
en -bevoegdheden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het uitgangspunt van het eenmalig hoeven aanleveren van gegevens door
burgers en bedrijven ondersteunen de leden van de SP-fractie als streefdoel.
Het moet er alleen niet toe leiden dat hetzelfde gebeurt als bij de eenmalige
uitvraag van loongegevens door de belastingdienst, waar vervolgens in de keten
loonheffingen met het UWV van alles misging. Erkent de regering dat overheidsdiensten
kwetsbaar kunnen worden indien ze voor hun gegevens afhankelijk zijn van andere
overheidsdiensten? Zijn de geautomatiseerde processen van de verschillende
instanties hierop voldoende voorbereid op het moment dat er sprake moet zijn
van eenmalige aanlevering van gegevens?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de herziening wordt beoogd een één-loket gedachte uit
te voeren waarbij de eerstelijnscontrole berust bij de douane, zo merken de
leden van de VVD-fractie op. Erkent de regering dat de deskundigheid van de
eerstelijnsdouaneambtenaar hierbij een cruciale rol speelt? Hoe waarborgt
de regering dat de eerstelijnsdouaneambtenaar voldoende deskundigheid bezit,
ook van niet-fiscale wetgeving? Hoe waarborgt de regering dat bedrijven niet
alsnog met doorverwijzigingen naar vele specialisten te maken krijgen met
ieder hun eigen controlemaatregelen? Hoe wordt de één-loket
gedachte fysiek vormgegeven? Na 1 juli 2009 moet de zogenaamde pre-arrival
en pre-departure informatie aan de douane verstrekt worden. Dit om de douane
voor aankomst risicoanalyses uit te laten voeren. Waaruit zal de informatie
bestaan die verstrekt dient te worden? Gaat het hier om zowel fiscale als
niet-fiscale informatie? Hoe uitgebreid mag een informatieverzoek van de douane
zijn? Hoe wordt rechtsbescherming geboden tegen buitenproportionele informatieverzoeken?</al>
      <al>Is het denkbaar dat (met het oog op administratieve lastenverlichting
voor ondernemingen), niet-fiscale controles vaker ook in het binnenland mogen
plaatsvinden, als dit een logistiek belang dient? Zo ja; hoe gaat de Belastingdienst
de deskundigheid rond controles in het binnenland waarborgen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de ChristenUnie staan kritisch tegenover de
aangekondigde reorganisatie van de Belastingdienst. Hoe staat de toekomstige
reorganisatie in verhouding tot het standpunt van de regering om geen fysieke
domeinafbakening toe te passen? Het «in het vrije verkeer brengen van
goederen nadat daartoe een douaneaangifte is gedaan of had moeten worden gedaan»
komt het meest voor en is niet aan fysieke grenzen gebonden (Advies RvS en
nader rapport, p. 4). De toekomstige douanereorganisatie beoogt juist wel
een fysieke domeinafbakening. Daarnaast stellen genoemde fractieleden de vraag
of voldoende deskundigheid aanwezig blijft in het binnenland nadat de beoogde
reorganisatie heeft plaatsgevonden. Zo ja, op grond waarvan blijft deze deskundigheid
bestaan?</al>
      <tuskop letat="vet">Heronderzoek</tuskop>
      <al>Wanneer de belastingplichtige het niet eens is met een beslissing van
de douane, staat doorgaans bezwaar en beroep open tegen deze beslissing. De
leden van de CDA-fractie merken op dat het nadeel van een bezwaar- of beroepsprocedure
is dat deze vaak tijdrovend en kostbaar is en dat de bezwaar- en beroepsprocedure
over het algemeen geen schorsende werking heeft ten aanzien van de beslissing
waar men tegen in bezwaar of beroep gaat.</al>
      <al>Wanneer goederen worden aangegeven, kan de douane de goederen onderzoeken
in het kader van de verificatie van de aangifte. Indien de aangever het niet
eens is met de bevindingen van de douane, kan de aangever de uitnodiging tot
betaling afwachten en hiertegen bezwaar maken. De Algemene douanewet biedt
echter ook de mogelijkheid tot heronderzoek van de goederen. Het voordeel
van een dergelijk heronderzoek is dat eventuele misverstanden of verschillen
in opvatting direct met de douane kunnen worden gecommuniceerd en op korte
termijn kunnen worden verholpen, zonder in de procedures van bezwaar en beroep
terecht te komen. De leden van de CDA-fractie vragen of zij het goed zien
dat de mogelijkheid van heronderzoek van goederen niet is opgenomen in het
wetsvoorstel voor de Algemene douanewet? Zien deze leden het goed dat indien
dit heronderzoek niet is opgenomen in de Algemene douanewet dit kan worden
beschouwd als een behoorlijke versobering van de mogelijkheden van een aangever
om op te komen tegen «fouten» van de douane?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de VVD-fractie merken op dat in tegenstelling tot de huidige
douanewetgeving het niet mogelijk is om heronderzoek van goederen tijdens
de verificatie te vorderen. Ziet de regering in dat dit zal leiden tot onnodige
discussies en rechtsmiddelen hiermee overbodig zullen worden benut? Wat is
de reden om de mogelijkheid van heronderzoek niet in stand te houden? Is de
regering bereid dit alsnog te doen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zowel in artikel 1.25 als 2.1 h staat niets over een heronderzoek. In
de huidige wetgeving is er wel de mogelijkheid tot een heronderzoek. De leden
van de fractie van de ChristenUnie zouden graag kennis willen nemen van de
argumenten voor het weglaten van de mogelijkheid tot heronderzoek.</al>
      <tuskop letat="vet">Authorised Economic Operator</tuskop>
      <al>De kleine wijziging van het CDW, neergelegd in Verordening 1875/2006,
introduceert de Authorised Economic Operator. Deze AEO is een ondernemer die
op basis van zijn inspanningen om de kans op terrorisme te verkleinen in aanmerking
komt voor vereenvoudigde procedures en verlaagde controledruk. De kwalificatie
van AEO moet leiden tot een vermindering van de administratieve lastendruk.
Echter, zo menen de leden van de CDA-fractie, bestaat er momenteel veel onduidelijkheid
bij ondernemers over deze figuur. Tegelijkertijd laat de Europese wetgever
binnen het CDW behoorlijk wat ruimte om invulling te geven aan dit beginsel.
Zou voorliggend wetsvoorstel geen prima gelegenheid zijn om aan te geven op
welke manier concrete invulling gegeven zal worden aan de AEO? Zien de leden
het voorts goed dat daarnaast het uitgangspunt van horizontaal toezicht, die
de belastingdienst door middel van convenanten met het bedrijfsleven tot uitvoering
wil brengen, in de Algemene douanewet buiten beschouwing blijft? Is het ten
behoeve van de modernisering van het douanetoezicht en om aan te geven waar
voor het bedrijfsleven de voordelen van de AEO-status liggen, niet een goed
idee om het uitgangspunt van horizontaal toezicht op te nemen in het wetsvoorstel?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Waarom is bij de herziening van de douanewet niet duidelijk vastgelegd
wat de exacte invulling zou moeten zijn van de Authorised Economic Operator,
zo vragen de leden van de VVD-fractie? De ondernemer die vrijwillig zijn fiscale
verplichtingen verricht en tracht de kans op terrorisme te verkleinen. Op
het moment bestaat hier bij ondernemers veel onduidelijkheid over. Welke mogelijkheden
heeft Nederland om nationaal invulling te geven aan deze figuur? Op welke
wijze kunnen de bepalingen rond een in Nederland gecertificeerde AEO zo gunstig
mogelijk worden ingevuld zodat Nederland als vestigingsland ten opzichte van
andere landen zo aantrekkelijk mogelijk wordt? Op welke wijze kan het douanetoezicht
in de herziening meer worden gespecificeerd? Welke rol speelt horizontaal
toezicht hierin? Welke ervaringen zijn er met horizontaal toezicht in de douanesfeer?</al>
      <al>De leden van de fractie van de Christenunie vragen zich af in hoeverre
de eisen aan certificering van de AEO communautair, dan wel nationaal zijn
vastgelegd. Is er sprake van afstemming met andere lidstaten met betrekking
tot deze certificering? Kunnen door de implementatievrijheid van EU-lidstaten
op dit gebied negatieve effecten voor Nederland optreden? De leden van de
fractie van de ChristenUnie willen graag weten of bij het toekennen van de
AEO-status aan bedrijven een accountantsverklaring voldoende kan zijn. Zo
ja, bestaat daarbij een vorm van tweedelijnscontrole vanuit Europa of vanuit
Nederland? Verder bestaat voor de AEO-status geen geldigheidsduur. Op welke
manier vindt de controle op de AEO-status plaats en gebeurt dit met enige
regelmaat? </al>
      <tuskop letat="vet">Bestuurlijke boete</tuskop>
      <al>Met betrekking tot de bestuurlijke boeten constateren de leden van de
CDA-fractie dat in het wetsvoorstel wordt gekozen voor een verhoging van de
verzuimboete van € 90 naar € 300 per verzuim. In het wetsvoorstel
is opgenomen dat het voor het opleggen van een verzuimboete voldoende is dat
aan «een verplichting» voorvloeiend uit «een vergunning»
ingevolge de douanewetgeving niet is voldaan. Zien de leden het goed dat in
het wetsvoorstel de bevoegdheid van de douane voor wat betreft het opleggen
van bestuurlijke boeten daarmee substantieel wordt uitgebreid? Zal deze verhoging
in de praktijk niet kunnen leiden tot frequente en onredelijk hoge boetes
voor kleine fouten? Kan dit wellicht worden voorkomen, door duidelijk in de
tekst en toelichting op te nemen dat de boete <nadruk type="cur">ten hoogste</nadruk> € 300 kan belopen en de douane zodoende een discretionaire
bevoegdheid heeft voor wat betreft het bepalen van de hoogte van de boete?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de PvdA-fractie merken op dat de communautaire douanewetgeving
geen bepalingen bevat omtrent het opleggen van bestuurlijke boeten. Bestuurlijk
beboeten is de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten. In afwachting
van mogelijke verdere ontwikkelingen in Europees verband is op een enkel punt
voor verruiming gekozen. Is er in deze verruiming nog een mogelijkheid voor
douaneambtenaren om zelf een afweging te maken in de hoogte van de bestuurlijke
boete? Op welke andere punten acht de regering een verruiming van het bestuurlijk
boeten mogelijk en welke communautaire en nationale ontwikkelingen worden
in het kader van het bestuurlijk boeten verwacht?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Is de maximum bestuurlijke boete van € 300,– qua hoogte
vergelijkbaar met andere landen, zo vragen de leden van de SP-fractie? Kan
een aantal voorbeelden worden genoemd van overtredingen die dusdanig ernstig
zijn dat er een boete van € 300,– uit kan volgen. Wat zijn
voorbeelden van kleine fouten die in de regel tot een lager bedrag zouden
leiden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de VVD-fractie constateren dat de verzuimboete van € 90
naar € 300 per verzuim wordt verhoogd. Erkent de regering dat dit
in de praktijk zal betekenen dat er een onredelijk hoge boete voor een relatief
klein verzuim zal worden opgelegd? Hoe denkt de regering over de mogelijkheid
om de tekst zodanig aan te passen in die zin dat de boete ten hoogste € 300
kan belopen? Deelt de regering de mening dat de douane een bepaalde «speelruimte»
zou moeten hebben voor wat betreft het bepalen van de hoogte van de boete?
De betreffende bepalingen in de Algemene douanewet («ten hoogste € 300,–»)
en de artikelsgewijze toelichting («maximumbedrag») impliceren
het bestaan van deze ruimte. Echter, ook de huidige douanewet kent dergelijke
bepalingen, maar deze speelruimte wordt momenteel niet gehanteerd. Hoe gaat
de staatssecretaris waarborgen dat in de praktijk wel een speelruimte zal
worden toegepast? In het wetsvoorstel is verder de bevoegdheid van de douane
voor het opleggen van bestuurlijke boeten sterk uitgebreid. Zo leidt het niet
voldoen aan «een verplichting voortvloeiend uit een vergunning ingevolge
de douanewetgeving» tot het opleggen van een boete. Deelt de regering
de mening dat dit wel erg breed is geformuleerd? Dat deze uitbreiding ertoe
kan leiden dat voor elk verzuim, hoe klein en onbeduidend ook, er middels
dit artikel een rechtsgrond wordt gecreëerd voor het opleggen van een
boete? Hoe wordt de rechtsbescherming van betrokkenen in deze gewaarborgd?
Deelt de regering de mening dat op met deze «algemene verzuimregel»
geen recht wordt gedaan aan de grote complexiteit en verscheidenheid in voorwaarden
in de diverse vergunningen? Ziet de regering in dat er een risico bestaat
dat voorgestelde regeling bovendien zal bijdragen aan een lastenverzwaring
(toename bezwaarprocedures) voor zowel de douane als het bedrijfsleven? Erkent
de regering verder dat door het sluiten van steeds meer douanekantoren het
bedrijfsleven afhankelijk is geworden van de diverse vergunningen? Dat door
de administratieve verplichtingen en complexiteit rond deze vergunningenstelsels
kleine onregelmatigheden (onbedoeld) in de praktijk zo nu en dan zullen voorkomen?</al>
      <al>Mede gezien de hoogte van het boetebedrag en de veelheid aan «overtredingen»
die beboetbaar wordt (artikel 9:4 Algemene douanewet), zal volgens de leden
van de VVD-fractie een dergelijke «algemene» en «open»
norm verstrekkende gevolgen kunnen hebben in relatief «onschuldige»
gevallen. Graag ontvangen deze leden een reactie van de regering hierop. Is
de regering bereid de wettekst op dit punt te verduidelijken en de reikwijdte
van het artikel te beperken?</al>
      <tuskop letat="vet">Bevoegdheden douanetoezicht en -controle</tuskop>
      <al>In dit wetsvoorstel krijgen de douaneautoriteiten een aantal aanvullende
toezicht- en controlebevoegdheden. Deze zijn in een aantal gevallen vergaand,
zo constateren de leden van de CDA-fractie. Het betreft bijvoorbeeld de uitgebreidere
mogelijkheid tot lijfsvisitatie en het binnentreden van ruimten (waaronder
zelfs woonruimten) met hulpapparatuur en speurhonden. Genoemde leden onderschrijven
het belang dat de douane, juist ook in een tijd van toenemende dreigingen
van over de grenzen, over de juiste bevoegdheden beschikt om haar fiscale,
financiële en VGEM<voetref refid="v9.1" nr="1"></voetref> taken te vervullen. Daarbij
dienen bevoegdheden van de douane ook in perspectief van de bevoegdheden van
bijvoorbeeld politie, marechaussee en OM beoordeeld te worden. Tegelijkertijd
hechten de leden er aan dat de rechtsbescherming van de burger te allen tijde
veiliggesteld is. Is het zo dat in dit wetsvoorstel aan de douane ingrijpende
bevoegdheden worden verleend met betrekking tot de controle van personen,
voertuigen en ruimtes, ook zonder dat sprake is van een vermoeden van een
strafbaar feit, vragen deze leden zich af? Hoe verhouden deze bevoegdheden
zich tot de bestaande bevoegdheden van de douane? Zien de leden van de CDA-fractie
het goed dat, als dit voorstel kracht van wet krijgt, het ook mogelijk
wordt om bijvoorbeeld drugshonden of scanning hulpmiddelen in te zetten bij
de controle van willekeurige gebouwen en vervoermiddelen zonder dat een vermoeden
van een strafbaar feit bestaat. Is het op dezelfde wijze mogelijk om lijfsvisitatie
toe te passen bij toevallige verkeerscontroles? Zien genoemde leden het goed
dat hiermee de douane over veel verdergaande en ingrijpender bevoegdheden
gaat beschikken dan de politie en marechaussee? En onttrekken die bevoegdheden
zich automatisch aan het toezicht op de rechtsgrond en redelijkheid door de
rechtercommissaris zoals gebruikelijk bij politie werk? In het bijzonder vragen
deze leden zich af hoe de bevoegdheid tot het doorzoeken van «op of
in vervoermiddelen aanwezige woningen» (art. 1:26, eerste lid, onder
d.) zich verhoudt met de bescherming van het huisrecht, terwijl in de onderdelen
b en c, en in de Memorie van Toelichting woningen inderdaad expliciet van
de bevoegdheid tot doorzoeking worden uitgesloten. De leden van de CDA-fractie
hebben kennisgenomen van artikel 1:21 dat stelt: «de inspecteur maakt
van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de
vervulling van zijn taak nodig is». Welke interpretatie moet in dit
verband aan de term redelijkerwijs worden gegeven? Genoemde leden vinden het
de vraag of de uitgebreide douane bevoegdheden rechtstatelijk gezien noodzakelijk
en wenselijk zijn en of de samenleving deze keuze steunt. De vraag komt bij
ons op of de wetgever deze ruime bevoegdheid zo voor ogen heeft. Zou dat niet
het geval zou zijn, dan verdient het de aanbeveling dit dan ook als zodanig
vast te leggen, aldus de leden van de CDA-fractie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de PvdA vragen of de belangen van de individuele
burger bij de nieuwe douanewet voldoende zijn geborgd. Terecht stelt de Raad
van State dat er geen duidelijkheid wordt verschaft ten aanzien van de bevoegdheden
van de douaneambtenaren- en niet-douaneambtenaren bij de handhaving van niet-fiscale
wetten. Onduidelijk voor de burger is nu of de controle door een bevoegd of
niet-bevoegd ambtenaar wordt uitgevoerd en welke bevoegdheden die ambtenaar
mag gebruiken. Wat is de mening van de regering op dit punt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is een strikte scheiding aangebracht tussen de controlefase en de opsporingsfase.
Is het waar dat de douane geen bevoegdheden heeft informatie te gebruiken
die voortkomen uit de risicoanalyses, zo vragen de leden van de SP-fractie?
Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van de bruikbaarheid van
deze informatie? Ziet de regering een rol weggelegd voor de douaneambtenaar
gezien haar plaats in het logistieke proces met betrekking tot de handhaving
van deze strafrechtelijk verboden goederen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennis genomen van
het toekennen van niet-fiscale taken aan douaneambtenaren. Niet-fiscale taken
kunnen behoren tot verscheidene ministeries, zoals EZ, Justitie, LNV, OCW
en V&amp;W. Hoe wordt de verantwoordelijkheid en strategische aansturing vormgegeven,
nu de douane ook deze niet-fiscale taken toebedeeld heeft gekregen? De veronderstelling
dat de meeste burgers ervan uit gaan «dat een douaneambtenaar goederen
in principe altijd mag onderzoeken» (Advies RvS en nader rapport, p.
3) mag volgens de ChristenUnie-fractieleden niet per definitie leiden tot
uitbreiding van bevoegdheden voor douaneambtenaren. Waar wordt «het
verwachtingspatroon van de burger» op gebaseerd?</al>
      <tuskop letat="vet">Lijfsvisitatie</tuskop>
      <al>In het wetsvoorstel wordt in artikel 1:28 geregeld dat de inspecteur bevoegd
is personen aan lijfsvisitatie te onderwerpen. Artikel 1:26 regelt de locaties
waarop dit kan waaronder havens, luchthavens, spoorwegemplacementen
en in vervoersmiddelen. Lijfsvisitatie betreft zowel het«scannen»
van een persoon, waarmee door kleding heen kan worden gekeken, als meer traditionele
betasting tot en met ontkleding. Hieromtrent wijzen de leden van de CDA-fractie
graag nog op het volgende. De Raad van State merkt op dat ten aanzien van
het instrument lijfsvisitatie onduidelijk is welke rechtsbescherming wordt
geboden aan de persoon die wordt aangewezen voor lijfsvisitatie. Daarom adviseert
de Raad de bezwaar- en beroepmogelijkheden toe te lichten en ook het tijdstip
waarop hiervan gebruik gemaakt kan worden. Eveneens merkt de Raad op dat bij
overgaan tot gehele ontkleding van het lichaam dan wel onderzoek daarvan toestemming
is vereist van de daartoe aangewezen ambtenaar. Deze beschikking geldt als
door de inspecteur genomen (art. 1:18, lid 2 Algemene douanewet). De Raad
merkt op dat niet duidelijk is op welke wijze een bezwaar of beroep tijdig
kan worden gehonoreerd. De Raad vraagt om een meer duidelijke toelichting
over de rechtsbescherming die wordt geboden aan de persoon die wordt aangewezen
voor lijfsvisitatie. De regering repliceert dat de toelichting al voldoende
aandacht schenkt aan deze rechtsbescherming. Tevens geeft zij in reactie op
het bovenstaande weer dat in artikel 1:28 Algemene douanewet in wordt gegaan
op de waarborgen die gelden met betrekking tot de lijfsvisitatie. Kan de regering,
mede gelet op het verzoek van de Raad de toelichting te verduidelijken, aangeven
hoe deze waarborgen, zoals genoemd in het nader rapport (p. 12) zich verhouden
tot de rechtsbescherming van degene die de lijfsvisitatie dient te ondergaan?
Worden deze waarborgen voldoende kenbaar gemaakt aan belanghebbende? Kan belanghebbende
de waarborgen bij rechte afdwingen indien nodig? Belanghebbende kan bezwaar
maken tegen de beschikking van de inspecteur, maar kan hij/zij dit ook tegen
de gehanteerde werkwijze? Bovendien vraagt de Raad naar de wijze waarop tijdig
duidelijk kan zijn of het bezwaar of beroep wordt gehonoreerd. Kan de regering
ingaan op deze tijdigheid? Wordt de uitvoering van de lijfsvisitatie opgeschort
hangende het bezwaar of beroep? Zo niet, hoe verhoudt dit zich tot internationale
regelgeving, met name artikel 8 EVRM? Is er jurisprudentie over gevallen waarin
een schadevergoeding is geëist, toen bij beslissing op bezwaar of beroep
bleek dat lijfsvisitatie niet toegepast had mogen worden of niet onder de
aanwezige omstandigheden toegepast had mogen worden? Wat is de gemiddelde
hoogte van de toegekende schadevergoeding? Is de hoogte van de toe te kennen
schadevergoeding in lijn met wat in andere Europese landen gebruik is? Heeft
het Europese Hof zich ook uitgelaten over de hoogte van schadevergoedingen
in vergelijkbare gevallen? Zo ja, hoe verhoudt deze uitspraak zich tegenover
hetgeen in Nederland gebruik is? Kan de regering inzicht geven in de ervaringscijfers
over het gebruik van de bezwaar- en beroepsmogelijkheden? Wordt de mogelijkheid
van bezwaar en beroep voldoende kenbaar gemaakt aan belanghebbenden? Zo ja,
op welke wijze? Zo neen, waarom niet? Ook de ruimte die de douane wordt geboden
voor verschillende niveaus van lijfsvisitaties, met of zonder apparatuur op
locaties anders dan luchthavens, lijkt een uitbreiding van de bevoegdheden.</al>
      <al>In welke mate heeft de douane nu al deze bevoegdheden. Is bij deze bepaling
rekening gehouden met het commentaar van de Nationale Ombudsman over de 100%
controles op Schiphol<voetref refid="v11.1" nr="1"></voetref> ? Hoe moet in dit verband
de redelijkheidtoets van artikel 1.21 beoordeeld worden? Deze bevoegdheden
lijken te kunnen leiden tot een grote inbreuk op de privacy. In het voorstel
zelf zijn geen nadere eisen opgenomen ten aanzien van de apparatuur waarmee
door de kleding van personen kan worden gekeken en het gebruik daarvan. Ook
lijken geen nadere eisen gesteld aan de redelijkheid van de controle. Wel
is een delegatiebepaling opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur
deze nadere eisen kunnen worden gesteld. Verdient het, mede gelet op de internationale
verdragen, niet de voorkeur verdient om in de wet zelf eisen en beperkingen
op te nemen ten aanzien van het gebruik van lijfsvisitatie? In dit kader geeft
de regering aan dat gelet op het feit dat al een uitgebreide
rechtsbescherming wordt geboden, en mede gelet op de professionaliteit van
de douaneorganisatie met betrekking tot het zorgvuldig omgaan met bevoegdheden,
het niet noodzakelijk wordt geacht een speciale bezwaar- en beroepsprocedure
op te zetten. Wat is de reactie van de regering met betrekking tot de verhouding
tussen het bieden van rechtsbescherming en de betrouwbaarheid van een organisatie
bevoegdheden zorgvuldig te hanteren? Deelt de regering de mening dat de rechtsbescherming
losstaat van de uitvoerende organisatie, juist vanwege het feit dat een organisatie
opgebouwd is uit mensen en het uitvoeren van bevoegdheden derhalve, hoe spijtig
ook, onderhevig is aan de (misschien zeldzame) menselijke fout? Kan de regering
nogmaals motiveren waarom een snelle procedure ten aanzien van het bezwaar
en beroep niet geïndiceerd is, mede gelet op het feit dat lijfsvisitatie
een daadwerkelijke beperking vormt van de lichamelijke integriteit en daarom
gekwalificeerd kan worden als een ingrijpende maatregel?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de PvdA-fractie merken op dat voor het onderwerp lijfvisitatie
de Raad van State adviseert in de toelichting uitdrukkelijk in te gaan op
de rechtsbescherming daarbij en de mogelijkheden inzake bezwaar en beroep.
De regering neemt dit advies niet over onder andere omdat reeds een uitgebreide
rechtsbescherming wordt geboden. Lijfvisitatie betreft een ernstige inbreuk
op het recht op integriteit van het lichaam van degene die wordt gevisiteerd.
Op welke wijze en waar kunnen mensen nu een klacht indienen als zij zich onterecht
behandeld voelen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SP-fractie merken op dat, omdat lijfsvisitatie een inbreuk
maakt op de persoonlijke levenssfeer, het goed is dat er binnen deze wet uitvoerig
aandacht aan wordt besteed. Aangezien een discretionaire bevoegdheid wordt
overgelaten aan de inspecteur van de douane is het volgens de leden van de
SP-fractie ook van belang dat de inspecteur zelf aan (steekproefsgewijze)
controle onderworpen is. Hoe wil de regering daar invulling aan geven? Wat
wordt er in verband met de lijfsvisitatie op pagina 102 bedoeld met bestrijding
van de eerbaarheid aanstootgevende goederen? Kan de regering meer toelichting
geven over de rechtsbescherming die wordt geboden aan belanghebbenden? Hoe
worden zij hierover geïnformeerd? Kan men vooraf bezwaar maken? Kunnen
de waarborgen bij rechte worden afgedwongen? Kan het bezwaar zich ook richten
tegen de gehanteerde werkwijze?</al>
      <al>Over de virtuele lijfsvisitatie doen verschillende verhalen de ronde.
Is het waar dat stewardessen hebben aangegeven hier bezwaar tegen te maken?
Het tegenargument was dat de belanghebbenden op de beelden onherkenbaar zouden
zijn. Kan dit met beeldmateriaal worden aangetoond?</al>
      <al>Wat is de reactie op de brieven die zijn gestuurd door de Nationale Ombudsman,
waar met name kritiek wordt geleverd op de 100% controle? Vindt de
regering ook dat lijfsvisitatie pas mag worden toegepast wanneer iemand verdacht
is van een strafbaar feit en er ernstige bezwaren bestaan ten aanzien van
die persoon?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In Artikel 1:28 van de Algemene douanewet staat aangegeven dat de inspecteur
bevoegd is tot het onderwerpen van personen aan lijfsvisitatie. De aanleiding
zal «... worden afgeleid uit een complex van omstandigheden, een combinatie
van factoren» (memorie van toelichting, p. 103). Voor de leden van de
fractie van de ChristenUnie is nog onduidelijk op welke specifieke gronden
tot dit vergaande middel over zal worden gegaan en welke rechtsbescherming
burgers hierbij hebben. Daarnaast geeft de regering aan dat lijfsvisitatie
eerder zal worden toegepast bij personen afkomstig uit een «hoog risicoland».
Hoe wordt bepaald wat een hoog risicoland is? Schuilt in deze
maatregel het risico dat personen op grond van afkomst beoordeeld worden?</al>
      <tuskop letat="vet">Artikelsgewijs</tuskop>
      <tuskop letat="vet">Artikel 1:11</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Douane-expediteur – Factuurverplichting</tuskop>
      <al>De factuurverplichting van de douane-expediteur is opgenomen in artikel
1:11 Algemene douanewet. Hoewel in de artikelsgewijze toelichting wordt vermeld
dat: «de bepaling grotendeels overeenkomt met artikel 32 van de DW»,
willen de leden van de VVD-fractie de regering vragen of bij het «overnemen»
van deze bepaling uit de DW rekening is gehouden met het «uitgebreide»
toepassingsgebied van de Algemene douanewet? In tegenstelling tot het toepassingsgebied
van de Douanewet (DW) (beperkt tot de rechten bij in- en uitvoer), strekt
de Algemene douanewet zich uit tot de gehele douanewetgeving. Douane en opdrachtgevers
kunnen een groot belang hechten aan een bescherming met betrekking tot de
afgedragen rechten bij invoer en andere daarmee samenhangende bedragen, maar
het zou toch niet de bedoeling moeten zijn de factuurverplichting op te rekken
tot alle bedragen die in het kader van deze wet door de expediteur worden
betaald? Deelt de regering de opvatting dat dit onnodig tot meer administratieve
lasten zou leiden? Oprekking van de verplichting zou volgens de leden van
de VVD-fractie bovendien verstrekkende gevolgen kunnen hebben, gezien het
feit dat het niet voldoen aan deze verplichting ingevolge artikel 10:6 Algemene
douanwet een strafbaar feit is. Onderschrijft de regering dit? Voorts wordt
in de Algemene douanewet de factuurverplichting beperkt tot «[...]
voor zover aan zijn opdrachtgever te wijten [...]». Zoals
al eerder opgemerkt verricht de douane-expediteur slechts een dienst en heeft
hij geen financieel belang bij de goederen. Hij verricht de aangifte ten invoer
immers ten behoeve van zijn opdrachtgever en hieruit vloeit een douaneschuld
voort. Deelt de regering de opvatting dat deze toevoeging met betrekking tot
de factuurverplichting aldus voorbij gaat aan de civielrechtelijke rechtsverhouding
tussen de partijen en de toevoeging dus onjuist en overbodig is? Hoe denkt
de regering over het voorstel de toevoeging betreffende de verwijtbaarheid
te schrappen in zowel artikel 1:11 als 1:12 lid 1 Algemene douanewet?</al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 1:12</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Douane-expediteur – wettelijk voorrecht</tuskop>
      <al>Ten opzichte van de DW wordt in artikel 1:12 lid 1 Algemene douanewet
(wettelijk voorrecht douane-expediteur) de zinsnede toegevoegd «[...]
voor zover aan zijn opdrachtgever te wijten [...]». Volgens
de leden van de VVD-fractie doet dit afbreuk aan de rechten van de douane-expediteur.
Deelt de regering de opvatting dat de douane-expediteur van cruciaal belang
is voor logistiek Nederland en in het bijzonder voor het functioneren van
de douane? De douane hoeft door de expediteurs immers geen zaken te doen met
allerlei kleine onervaren partijen, maar kan dit doen met professionals die
de douanetaal spreken. Deelt de regering de opvatting dat de douane-expediteur
geen enkel financieel belang heeft bij de goederen zelf, maar slechts een
dienst verleent? Hij doet aangifte voor goederen en schiet rechten, heffingen
e.d. voor ten behoeve van zijn opdrachtgever. Indien de opdrachtgever zelf
aangifte zou doen, dan moet hij deze bedragen ook zelf aan de fiscus afdragen.
Waarom loopt hij met de wijziging dan wel het risico aansprakelijk te worden
gesteld? Hoe zal de douane-expediteur moet aantonen dat gemaakte fouten aan
zijn opdrachtgever te wijten zijn? Wat gebeurt er als de douane-expediteur
dit niet kan aantonen of er geen verwijtbaarheid is van de zijde
van zijn opdrachtgever? Is de douane-expediteur in zo’n geval bij faillissement
van zijn opdrachtgever opeens «onbeperkt aansprakelijk»? Acht
de regering dit een rechtvaardige gang van zaken? Wat dient er te gebeuren
als noch de douane-expediteur noch diens opdrachtgever verwijtbaar hebben
gehandeld (bijvoorbeeld vals certificaat van oorsprong)? Wat betekent de beperking
voor een afwikkeling van een faillissement? Moet voordat het faillissement
kan worden afgewikkeld eerst de vraag worden beantwoord of er sprake is van
verwijtbaarheid aan de kant van de opdrachtgever? Het kan niet zo zijn dat
de curator deze vraag beantwoordt, dus zal deze vraag eerst door de civiele
rechter/arbiters moeten worden beoordeeld, alvorens tot een afwikkeling van
het faillissement kan worden gekomen. Hoeveel langer zal hierdoor de afwikkeling
van een faillissement gaan duren?</al>
      <al>Deelt de regering de mening dat het wettelijk voorrecht van de douane-expediteur
op alle vermogensbestanddelen van de opdrachtgever voor wie hij rechten, belastingen
of boetes etc. bij invoer heeft betaald, aldus niet ingeperkt moet worden?</al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 4:1</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Vrije zone/vrij entrepot</tuskop>
      <al>Rondom de bepalingen in de het voorliggende wetsvoorstel over de vrije
zone/entrepot van het type II (administratief gecontroleerd) bestaat de vraag
bij de leden van de VVD-fractie of deze bepalingen erop zijn gericht dit type
zone/entrepot te handhaven ook na de invoering van het nieuwe CDW? De Minimum
Common Core (MCC) noemt dit type zone/entrepot namelijk niet expliciet.</al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 10:1</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Summiere aangifte</tuskop>
      <al>In Artikel 10:1 wordt verwezen naar de artikelen 43 en 44 van het CDW,
met betrekking tot de summiere aangifte. De leden van de fractie van de ChristenUnie
wijzen op het vervallen van de artikelen 43 t/m 45 in het CDW (Verordening
648/2005).</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Blok</naam>
        <functie>De adjunct-griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Vente</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Vendrik (GL), Blok (VVD), voorzitter,
Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Gerkens (SP), Van Haersma
Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Dezentjé Hamming (VVD),
Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma
(PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (CU), J. Kortenhorst (CDA),
Van der Burg (VVD), Van Dijck (PVV), Heerts (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand
(PvdD), Tang (PvdA) en Vos (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Dam (PvdA), Halsema (GL), Remkes
(VVD), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), Van Gerven (SP), De Vries (CDA), Van Hijum
(CDA), De Krom (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP),
Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Vacature (CDA), Anker (CU), Mastwijk (CDA),
Nicolaï (VVD), De Roon (PVV), Smeets (PvdA), Van Gijlswijk (SP), Thieme
(PvdD), Heijnen (PvdA) en Spekman (PvdA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Kamerstuknummer 30 800, nr. 10.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v9.1" nr="1">
    <al>VGEM: Veiligheid, gezondheid, economie en milieu.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v11.1" nr="1">
    <al>Brief d.d. 6 november 2006, Fin07005.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>