﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30573-14/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_1__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST125238</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 573</nummer>
      <naam>Migratiebeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>14</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 1 december 2008</datum>
      <al>De vaste commissie voor Justitie<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en de vaste
commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>
hebben op 29 oktober 2008 overleg gevoerd met minister Donner van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Albayrak van Justitie over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van staatssecretaris Albayrak van
Justitie d.d. 11 juni over het ACVZ-advies Toelating en verblijf voor
religieuze doeleinden (19 637, nr. 1159);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van staatssecretaris Albayrak van
Justitie d.d. 27 juni 2008 over de Blauwdruk modern migratiebeleid (30 573,
nr. 10);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van staatssecretaris Timmermans van
Buitenlandse Zaken d.d. 18 september 2008 over de mededeling inzake Europees
migratiebeleid (22 112, nr. 702).</nadruk>
      </al>
      <al>Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk
verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Voorzitter: Dijsselbloem Adjunct-griffier: Beuker</tuskop>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissies</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Voorzitter. Met de
Blauwdruk modern migratiebeleid zet het kabinet de doelstellingen uiteen van
het te voeren migratiebeleid en schetst het de hoofdlijnen van het nieuwe
stelsel. Het moderniseren van het migratiebeleid is inderdaad hard nodig,
maar niet op de manier die het kabinet beoogt. Het is meer dan duidelijk dat
onze samenleving een veel te hoge prijs betaalt voor massa-immigratie van
met name mensen uit moslimlanden als Marokko. Door die migratie hebben wij
te maken met meer overlast, criminaliteit, straatterreur, meer druk op onderwijs
en sociale voorzieningen als de gezondheidszorg. Ook onze kernwaarden, waaronder
gelijkheid van man en vrouw, staan onder grote druk.</al>
      <al>Het is dan ook meer dan duidelijk dat die voortgaande massa-immigratie
eindelijk een halt moet worden toegeroepen. Dan moet je met name kijken naar
de gezinsmigratie. De gezinsmigratie is immers de ware motor achter de schadelijke
massa-immigratie en doet bijvoorbeeld de aantallen asielzoekers
verbleken. Die motor draait op volle toeren. Ik heb de laatste cijfers van
de IND erbij gehaald, waaruit blijkt dat er tot en met september dit jaar
alleen al aan gezinsmigranten meer dan 15 000 verblijfsvergunningen zijn
verstrekt. Over het gehele jaar, dus 2008, zitten wij dus op meer dan 20 000
toegelaten gezinsmigranten: 20 000 allochtonen uit de eerste generatie
die de vicieuze cirkel van maatschappelijke problemen en integratieproblemen
in stand houden.</al>
      <al>Op die manier kunnen die problemen natuurlijk nooit worden opgelost en
blijft het dweilen met de kraan open. Het kabinet ziet dat helaas niet, want
in de blauwdruk wordt op het terrein van de gezinsmigratie geen enkele beperkende
maatregel gepresenteerd. Daarvoor wil ik graag een verklaring van het kabinet.
Juist deze vorm van migratie kunnen wij namelijk allang niet meer aan. Waarom
wordt er bijvoorbeeld niets gedaan aan de bizarre mogelijkheid dat je achter
elkaar een oneindig aantal partners naar Nederland kunt halen? Moeten wij
het echt nog langer goed vinden dat mensen tot wel zeven, acht of negen keer
toe een partner uit een land als Marokko halen en naar Nederland laten gaan?
Dat is een open uitnodiging voor misbruik van het toelatingsbeleid. Waarom
wordt de korte periode van drie jaar, waarna gezinsmigranten een zelfstandige
verblijfsvergunning krijgen, niet opgerekt tot tien jaar? Ook dan ga je misbruik
van het gezinsmigratiebeleid op een effectieve manier tegen. Nu zie je vaak
dat relaties na precies drie jaar stranden. Daarna laten beide partners weer
nieuwe partners overkomen. Daardoor gaat het sneeuwbaleffect door, terwijl
wij ons dat niet kunnen permitteren. Ik zeg nogmaals dat het kabinet daartegen
niets doet.</al>
      <al>Het kabinet maakt het zelfs bond door het gezinsmigratiebeleid te verruimen.
Bij het laten overkomen van ouders uit het buitenland wil het de eis laten
vervallen die inhoudt dat vrijwel al hun kinderen in Nederland wonen. Er zullen
dus meer ouders van immigranten naar Nederland komen. Zij zullen allemaal
een beroep doen op voorzieningen als de AOW en de gezondheidszorg. Daaraan
kunnen wij echt niet beginnen. Ik verzoek het kabinet dus om het gezinsmigratiebeleid
niet te verruimen. Hetzelfde geldt voor de gezinsmigratie van vreemdelingen
die in Nederland zijn afgestudeerd en die gebruikmaken van het zogenaamde
zoekjaar om werk te vinden. Wat heeft het voor zin om voor deze groep gezinsvorming
of -hereniging toe te staan, terwijl nog lang niet zeker is dat hij na dat
zoekjaar een baan heeft en in Nederland mag blijven?</al>
      <al>Ik hoop overigens dat het kabinet ten aanzien van de gezinsmigratie niet
aan de inkomens- en inburgeringseis gaat morrelen, ook niet na de kritiek
van de Europese Commissie daarop.</al>
      <al>Ik kom op de aanpak van referenten, zoals die in de blauwdruk is beschreven.
Daarmee doel ik op de personen of de organisaties die om overkomst van vreemdelingen
vragen. Waarom worden deze referenten alleen aangepakt in het geval van herhaald
wangedrag en zeer ernstige misdragingen? Waarom gebeurt dat ook niet in het
geval van enkelvoudig misbruik van het toelatingsbeleid en op het moment van
misdragingen in het algemeen? Mij lijkt dat er ook dan moet worden opgetreden.
Een bedrijf dat bijvoorbeeld misbruik maakt van het kennismigrantenbeleid
moet voor eens en altijd worden uitgesloten van andere arbeidsmigranten. Dit
voorbeeld is overigens niet uit de lucht gegrepen, want de IND heeft een hoop
rare bedrijven tot de kennismigrantenregeling toegelaten. Ik heb de lijst
bij de hand en zie dat daarop naast Shell onder andere voorkomen: afhaalrestaurant
Melissa, agrarisch loonbedrijf Ersoy, agrarisch loonbedrijf Coprak BV, agrarisch
loonbedrijf Dede en Al madina travel staan. Ik heb op het internet gekeken
of het in het laatste geval een grote touroperator is, maar stuitte op een «dode»
internetlink en vrees dus het ergste. Verder staan op die lijst Auto Cleaning
Plus BV, bakkerij Kismet, bakkerij Nimet en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ik ben namelijk nog maar bij de letter «b». Een kind kan begrijpen
dat iets niet in de haak is en dat er actie moet worden ondernomen. Het is
echt onwaarschijnlijk dat deze bedrijfjes megasalarissen geven
aan hooggekwalificeerde buitenlandse arbeidsmigranten. Dat is misbruik maken
van het kennismigrantenbeleid om mensen een verblijfsvergunning te bezorgen.
Het lijkt evident. Daaraan moet iets worden gedaan. Controleer ook met terugwerkende
kracht of die hoge salarissen die aan kennismigranten moeten worden uitbetaald,
echt zijn overgemaakt en of dat bekend is bij de Belastingdienst.</al>
      <al>Ook personen die optreden als referent moeten in geval van misbruik, bijvoorbeeld
het aangaan van een schijnrelatie, meteen worden uitgesloten van de mogelijkheid
om een andere partner te laten overkomen. Ook hierop wil ik graag een reactie.</al>
      <al>Tot slot wijs ik op het belang van het goed uitvoeren van het vreemdelingenbeleid.
Zolang de IND daarvan een janboel maakt, is de Vreemdelingenwet namelijk niet
meer dan een dode letter. Zelfs de meest voor de hand liggende controles op
bijvoorbeeld inkomen, samenwoning en strafblad, heeft de IND ernstig verwaarloosd.
Ongetwijfeld hebben velen daardoor ten onrechte een verblijfsvergunning gekregen
of behouden. Vorige week maakte de staatssecretaris bekend dat daarin eindelijk
verandering komt. Dat hoop ik van harte, maar ik denk dat het allemaal nog
veel te weinig en veel te licht is. Pas in het uiterste geval zal de vreemdelingenpolitie
adrescontrole doen. Wat is daarvan de reden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De heer Fritsma
bracht het ons bekende verhaal over gezinsmigratie. Hij heeft kritiek op de
kennismigrantenregeling, maar vindt hij niet dat er per definitie iets gedaan
moet worden om het voor kennismigranten mogelijk te maken dat zij gemakkelijk
naar Nederland kunnen komen met de intentie, in ons land te werken in het
belang van onze economie en samenleving?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Ja, daarover heb ik
eerder iets gezegd. De PVV-fractie is niet per definitie tegen de overkomst
van kennismigranten. Zij vindt ook dat aan de behoefte van bedrijven als Shell
om hoog gekwalificeerd personeel naar Nederland te halen, tot op zekere hoogte
moet worden voldaan, mits dat personeel niet in ons land aanwezig is. Dat
moet echter niet op de huidige manier gebeuren. Nu is er alleen de salariseis.
Als je een vermogen verdient, krijg je automatisch een verblijfsvergunning.
De PVV-fractie wil dat aan de eisen in ieder geval de eis van een opleiding
wordt toegevoegd om oneigenlijk gebruik of misbruik grotendeels tegen te gaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De heer Fritsma
stelt dus geen extra criteria aan mensen die uit bepaalde landen komen? Hoog
opgeleide kennismigranten uit Indonesië, Marokko en Turkije zijn wat
hem betreft dus van harte welkom?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Nee. De PVV-fractie
heeft een immigratiestop voorgesteld voor mensen uit moslimlanden. Dat is
altijd één van de voorwaarden voor het regulier toelatingsbeleid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Voorzitter. De VVD-fractie
is voorstander van een modern migratiebeleid. Zij noemt dat immigratiebeleid.
Zij is voorstander van maximale duidelijkheid, af- en stroomlijning, samenvoeging,
vereenvoudiging en versnelling van procedures. Een loket, een procedure, een
vergunning binnen veertien dagen. Wij zijn daarvan voorstander, mits de zorgvuldigheid
daaronder niet lijdt en misbruik wordt voorkomen.</al>
      <al>Wij zijn ook voor het naar behoefte toelaten van immigranten die meerwaarde
hebben voor onze samenleving. In de beleidsnotitie «Naar een modern
migratiebeleid» van 2006 van het vorige kabinet, werd dat prima verwoord.
Daarin staat letterlijk dat het gaat om het gemakkelijker maken van toelating
voor immigranten aan wie in de Nederlandse samenleving behoefte
is. Dat is glashelder. Het duurde ruim twee jaar voordat het huidige kabinet
met een vervolg op deze notitie kwam: de zogenaamde blauwdruk die nu voorligt.
In deze blauwdruk is de doelstelling anders verwoord en is die doelstelling
niet meer helder. Het gaat niet langer om de samenleving maar om het kabinet.
Het kabinet verwoordt het als volgt: «... toelating gemakkelijker maken
voor immigranten voor wie het kabinet dat wenselijk vindt.» Deze formulering
is gekozen omdat het kabinet accent legt op toelating om humanitaire redenen.
Inmiddels krijgen een op de drie asielzoekers geen vergunning asiel meer maar
om humanitaire redenen een vergunning regulier. Zij vallen dus onder het modern
immigratiebeleid waarover wij vandaag spreken. Bescherming als vluchteling
is niet nodig en categoriale bescherming is niet aan de orde. Zij hebben geen
meerwaarde voor de Nederlandse samenleving maar krijgen wel een verblijfsvergunning.
Bovendien geldt in de regel ook voor hen dat zij eerder in een ander veilig
land verbleven – als je over land naar Nederland komt, kom je immers
eerst in zes andere landen– of dat zij op Schiphol hun paspoort en vliegticket
hebben verdonkeremaand. De VVD-fractie vindt dat het weigeren van een verblijfsvergunning
asiel moet resulteren in vertrekken of uitzetten en niet in het verlenen van
een verblijfsvergunning regulier.</al>
      <al>Wij hebben ook vragen over het bericht dat de staatssecretaris op basis
van haar discretionaire bevoegdheid bovenop de categoriale bescherming, waarvoor
twee derde van de asielzoekers in aanmerking komt, tussen de 300 en 400 verblijfsvergunningen
heeft afgegeven. Dat aantal komt bovenop de gewone asielvergunningverlening,
de verlening van reguliere vergunningen aan asielzoekers en het generaal pardon
voor 27 000 afgewezen asielzoekers. Als je dat in vijf of tien gevallen
doet, is het incidenteel en heb je geen probleem. Maar als dat honderden keren
gebeurt, maak je het de facto structureel, worden informeel criteria toegepast
en word je door de rechter gedwongen om die criteria openbaar te maken. Dan
heb je weer een nieuwe regeling. Ik verzoek de staatssecretaris om daarop
in te gaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): Betekent dit dat de heer
Kamp met terugwerkende kracht ook de twaalfhonderd vergunningen afkeurt die
in de vorige kabinetsperiode door de voormalig VVD-minister zijn afgegeven?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Nee. In de vorige kabinetsperiode
waren het twaalfhonderd vergunningen en nu spreken wij over 340 vergunningen
binnen anderhalf jaar. Bovendien is er tussendoor een generaal pardon ingevoerd.
Alle mensen over wie de staatssecretaris heeft gezegd dat zij eigenlijk zouden
moeten blijven, hebben al een vergunning gekregen. En er kwamen 340 vergunningen
bovenop. Daarbij plaatsen wij vraagtekens vanwege het juridisch risico dat
ik zojuist heb verwoord.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): De heer Kamp weet toch
dat het merendeel van die 1200 vergunningen door voormalig minister Verdonk
zijn afgegeven naar aanleiding van onder andere de 14.1-brieven? Dat zijn
de brieven waarin beroep werd gedaan op schrijnendheid. Het is dus ook een
georganiseerde groep. De heer Kamp geeft geen antwoord op mijn vraag over
de terugwerkende kracht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Ik heb die vraag met nee
beantwoord.</al>
      <al>Waarom moest het ruim twee jaar duren voordat er een vervolg kwam op de
genoemde notitie van het vorige kabinet? Het inhoudelijke verschil zoals ik
dat zie, is dat wij niet van 26 naar 5 verblijfskolommen teruggaan maar van
26 naar 8. Twee verblijfskolommen zijn opgesplitst en er is er een toegevoegd.
Verder zie ik dat de referentenregeling is uitgebreid. Had dat niet sneller
gekund? Kon in die twee jaar geen besluit worden genomen over voorstellen
voor het aanpassen van de Wet arbeid vreemdelingen? Dan konden
wij nu over een pakket praten. Kon er in die tussentijd ook geen praktische
regeling komen voor de zogenaamde praktikanten? Nederland is een exportland.
Nederlandse bedrijven hebben veel en gevarieerde contacten met buitenlandse
bedrijven, klanten, leveranciers en zusterbedrijven. Daarom is voortdurend
gedurende korte periodes uitwisseling van personeel nodig en daarvoor moet
een redelijke en uitvoerbare regeling zijn.</al>
      <al>Volgens de reactie van de FNV op de blauwdruk worden de mogelijkheden
om in Nederland te werken groter voor lager en middelbaar opgeleiden. Is dat
waar? De VVD-fractie is daarvan tegenstander, zeker als het lager opgeleide
personen zijn. Zolang in Amsterdam, waar 60 000 Marokkanen wonen, twee
van de drie mensen niet werken, is de VVD-fractie tegenstander van het toelaten
van lager opgeleide arbeidsimmigranten uit landen buiten de EU. Zij is dat
ook zolang van de toegelaten asielzoekers vier jaar na verkrijging van de
verblijfsvergunning, negen van de tien mensen niet werken en gegeven het feit
dat openstelling van de grenzen voor Bulgarije en Roemenië nog slechts
een paar jaar kan worden uitgesteld. De VVD-fractie wil ook niet dat lager
opgeleiden tijdelijk worden toegelaten. Als zij vervolgens weigeren te vertrekken,
is dit kabinet niet bij machte om vertrek af te dwingen, Dat is gebleken.</al>
      <al>De voorliggende blauwdruk biedt geen oplossing voor het grote probleem
waarmee wij in Nederland op het terrein van immigratie worden geconfronteerd.
Dat probleem is dat de waarde van een verblijfsvergunning voor Nederland voor
een kansarme zeer groot is. Het is een vrijbrief voor een voorzieningenparadijs.
Men draait zich dus in alle bochten om een vergunning te bemachtigen: asiel,
regulier, schrijnend, pardon, discretionair, partner. Als er maar een verblijfsvergunning
komt op basis waarvan vervolgens gezinshereniging of -vorming mogelijk is.
De overheid kan dat alles alleen weerstaan door het zojuist door mij geschetste
probleem helder te benoemen, de regels en de uitvoeringsorganisaties op scherp
te zetten en met een krachtige, consequente en politieke aansturing. Helaas
is dat alles niet het geval.</al>
      <al>Natuurlijk zit er ook een andere kant aan het verhaal: het gaat om immigranten
met meerwaarde voor onze samenleving. Voor hen moet er ook een behoorlijke
regeling zijn. De meerwaarde moet in de praktijk blijken. Als die er is, is
hun toelating gewenst. Die moet dan ook op een zorgvuldige, praktische en
vlotte manier worden gefaciliteerd. Hoe dat moet, is tijdens de vorige kabinetsperiode
uitgewerkt in de beleidsnotitie «Naar een modern migratiebeleid»
met als vervolg de blauwdruk. De blauwdruk kan voor de toelating van migranten
met een meerwaarde voor de samenleving een verbetering zijn, mits er aan een
paar voorwaarden is voldaan. De eerste voorwaarde is dat die regelingen zich
echt tot die groep met meerwaarde beperken. De tweede is dat de losse einden,
de Wet arbeid vreemdelingen en de regeling voor praktikanten, niet langer
blijven liggen. De derde voorwaarde is dat de controle en de handhaving goed
worden aangepakt. Ik ben daarover bezorgd, omdat de IND tot nu toe niet liet
blijken dat hij op deze punten presteert. De vierde voorwaarde is dat geautomatiseerde
systemen waarop wordt geleund, in de praktijk werken. Kan de staatssecretaris
aangeven waarom zij ervan overtuigd is dat de controle en de handhaving zodanig
goed zijn opgezet dat de overgang van toetsing vooraf naar toetsing achteraf –
dat is de essentie van de referentensystematiek – verantwoord is? Heeft
zij zich ervan verzekerd dat de geautomatiseerde systemen inmiddels zo robuust
zijn dat daarop kan worden vertrouwd?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Voorzitter. De
CDA-fractie heeft kennisgenomen van de Blauwdruk modern migratiebeleid. Zij
stemt in met de basisgedachte «uitnodigend waar het kan en restrictief
waar het moet». Met name de nadere uitleg en de analyse van het begrip «prioriteitgenietend
arbeidsaanbod in Nederland» spreken ons zeer aan en die moeten
naar onze mening de volle aandacht krijgen en behouden. Wij kunnen ons in
hoofdlijnen vinden in de indeling van de verblijfskolommen, alsmede in de
benadering van het referentensysteem.</al>
      <al>De afgelopen weken heeft de Kamer een paar aanvullende brieven ontvangen,
onder andere die van de VSNU en de HBO-raad. Ik verzoek de staatssecretaris
om daarop te reageren. Die brieven hebben vooral betrekking op de stagiaires.
Is het probleem van de stagiaires in de praktijk opgelost? Ik vraag dus niet
of dat op papier is opgelost. En hoe zit het met de hoog opgeleide onderzoeker
die een jaar lang in Nederland wil werken maar daarvoor geen prioriteitgenietend
arbeidsaanbod mag «vervullen».</al>
      <al>Wij zijn teleurgesteld over het tijdpad. In het voorjaar van 2009 komt
de nieuwe kennismigrantenregeling, maar de uitrol van de Blauwdruk modern
migratiebeleid zal in 2011 niet zijn voltooid. Kunnen wij ons dat met onze
open economie permitteren? Waarom moet het zo lang duren? Wat is er gebeurd
tussen 2006 en 2008?</al>
      <al>In dat verband valt het mij ook op dat – ik kijk ook even naar de
minister van SZW – over 17 punten in de blauwdruk nader overleg moet
plaatsvinden. Ik heb ze geteld. Daarover moet niet alleen overleg plaatsvinden
met de staatssecretaris, maar ook met de minister. Hoe zit het met de afstemming
van de blauwdruk en de aanpassing van de Wet arbeid vreemdelingen? Daarover
worden weliswaar warme woorden gesproken, ook in verband met de eenloketbenadering,
maar de vraag is wat dat in de praktijk betekent. Ik hoop dat de staatssecretaris
en de minister tijdens dit algemeen overleg inzicht kunnen geven over de verdere
voortgang van dat nader overleg. Wij hebben in onze open economie immers niet
eindeloos de tijd om met elkaar te overleggen. Zo meteen kom ik op Europa.</al>
      <al>Ik stel een praktisch vraag over die éne Toegangs- en Verblijfsprocedure
(TeV). Wat betekent die in de praktijk? Een casus: de referent vraagt een
verblijfsvergunning aan. Wat krijgt degene die naar Nederland mag komen op
de ambassade uitgereikt? Ik begrijp dat het ministerie van Buitenlandse Zaken
op de ambassade geen verblijfsvergunningen wil uitreiken. Wat krijgt die man
of vrouw dan in de ambassade van het land van herkomst? Het moet één
procedure worden waarin de mvv wordt opgenomen.</al>
      <al>Ik kom op de referenten. Het valt ons op dat pas bij herhaalde recidive
het Wetboek van Strafrecht in zicht komt. Waarom is dat het geval? Ik ben
het wat dat betreft enigszins eens met de grondtoon van de heer Fritsma die
zegt dat, als een referent het vertrouwen beschaamt, hem de referentenstatus
ontnomen moet worden. Waarom wordt er eindeloos voorzichtig en «gejuridiseerd»
gehandeld?</al>
      <al>Nu stel ik kort de kwestie van de partners van de kennismigranten aan
de orde. Laatst waren wij op bezoek bij mevrouw Maij-Weggen. Zij wordt natuurlijk
in hoge mate geïnspireerd door Brainport Eindhoven. Dat zal ook de voorzitter
genoegen doen. Er zijn veel praktische problemen met de partners. Op bladzijde
22 van het schriftelijk overleg wordt verwezen naar het expertcenter Amsterdam
Area – dat is een prachtige kreet – voor het verbeteren van de
praktische kanten van de kennismigrantenregeling. Wij vinden dat veel te vrijblijvend.
Het kan niet zo zijn dat wij in de Blauwdruk modern migratiebeleid een goede
regeling voor de kennismigranten opstellen en dat iedereen, de partners en
de kinderen, in de bureaucratie van alles wat er omheen hangt ten onder gaat.
Op dat punt zou ik graag wat meer duidelijkheid hebben en ook praktische toezeggingen.</al>
      <al>Ik kom op de kwestie van de sociale zekerheid. Dat is een gevoelig onderwerp.
Ik merk dat onder andere als ik gesprekken voer met de Nederlander op straat
en op de beroemde verjaardagsfeestjes. Het kan niet de bedoeling zijn dat,
als jij je baan kwijtraakt, de verblijfsvergunning gehandhaafd wordt en dat
er een bijstandsuitkering wordt verstrekt. Ook in deze blauwdruk wordt een
en ander heel voorzichtig geformuleerd: «Beroep op de openbare kas kan
gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.» Wij zouden liever zien er
stond «... zal gevolgen hebben voor het verblijfsrecht,
tenzij ...» Natuurlijk kunnen er altijd uitzonderingen zijn, alsmede
verzachtende omstandigheden. «Het verliezen van een baan kan gevolgen
hebben voor het verblijfsrecht», is naar onze mening te voorzichtig
uitgedrukt. In 2006 bleken 280 mensen uit de Midden- en Oost-Europese landen
in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering nadat zij hun baan waren
kwijtgeraakt. Hoe kan dat?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): De huidige regeling houdt
in dat mensen die een jaar in Nederland zijn, gedurende een maand voor bijstand
in aanmerking kunnen komen. Als zij twee jaar in ons land zijn, kunnen zij
daarvoor gedurende drie maanden in aanmerking komen. Voor het derde jaar geldt
een periode van zes maanden en in het vierde jaar kunnen zij onbeperkt in
de bijstand blijven. Moet die regeling naar de mening van de CDA-fractie worden
aangescherpt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Het antwoord op
die vraag is ja.</al>
      <al>Ik ga in op toelating en verblijf voor religieuze doeleinden. Ik heb begrepen
dat wij voortgaan met de tijdelijke regeling totdat er een definitieve is.
Het kabinet heeft gezegd dat het de motie-Sterk niet zal uitvoeren. In die
motie staat dat een imam een Nederlandse opleiding moet hebben. De argumentatie
daarvoor kan ik begrijpen, maar ik vraag mij af wat dat betekent voor de positie
van de Nederlandse imamopleidingen. In diezelfde overgangsregeling staat dat
de toets op prioriteitgenietend arbeidsaanbod per 22 juli 2007 is vervallen.
Daarmee heb ik ingestemd, maar het kan niet de bedoeling zijn dat de Nederlandse
imamopleiding geen positie krijgt. Daarover zou ik willen «elaboreren»,
zoals dat deftig heet, in de zin van hoe wij die Nederlandse imamopleiding
gaan positioneren.</al>
      <al>Ik kom op Europa. De staatssecretaris schrijft twee volledige, «warme»
pagina’s over Europa. Het komt er eigenlijk op neer dat de gunstige
Nederlandse kennismigrantenregeling voorlopig wordt gehandhaafd omdat wij
in Europa geen stap verder komen. Ontplooit de staatssecretaris op dat punt
nog nadere initiatieven?</al>
      <al>Tot slot kom ik op de kwestie van de mvv-vereisten en de ziektekostenverzekering.
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel op stuknummer 31 249 is daarover
uitvoerig met minister Klink gesproken, maar de praktische problemen op dat
punt zijn niet opgelost. Men kan wel een mvv krijgen maar geen ziektekostenregeling.
Wanneer wordt dat fameuze interdepartementale overleg over dat onderwerp tot
een orabeslissing gebracht?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): De CDA-fractie zegt
dat zij voorstander is van restrictief toelatingsbeleid. Hoe je het ook wendt
of keert, dat is niet te rijmen met het jaarlijks binnenhalen van 20 000
gezinsmigranten. Als er niets gebeurt, zit je de komende vijf jaar met honderdduizend
allochtonen uit de eerste generatie die alle problemen in stand houden. Wat
staat de CDA-fractie voor ogen om een rem te zetten op die gezinsmigratie?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Toen de heer Fritsma
over dit punt zijn woorden in eerste termijn uitsprak, zat ik te twijfelen
of ik zou interrumperen. Dat heb ik niet gedaan, want de heer Fritsma sprak
ongeclausuleerd over 20 000 gezinsmigranten en hij wekte daarmee de indruk
dat zij uit één land komen, uit één gebied. Dat
land bevindt zich in Noord-Afrika. Ook wekte hij de indruk dat al die migranten
hetzelfde geloof aanhangen. Ik heb helemaal geen behoefte aan deze containerbenadering.
Van die 20 000 gezinsmigranten zal er helaas een aantal zijn dat hier
niet thuishoort, maar het overgrote deel heeft recht op toelating tot Nederland.
Ik heb in dat opzicht wel vertrouwen in het kabinet. Het zal de heer Fritsma
niet verbazen dat iemand van een gezins- en familiepartij zegt dat het overgrote
deel recht heeft op toelating tot Nederland. Mijnheer Fritsma, misbruik
moet hard worden aangepakt maar ik heb, zoals gezegd, helemaal geen zin in
allerlei ongeclausuleerde containeruitspraken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Gezinsmigranten komen
overal vandaan. Er is bijvoorbeeld ook een grote stijging van aanvragen van
Irakezen en Afghanen die als asielzoekers zijn binnengelaten. Het is naar
mijn idee vrij zorgelijk dat de CDA-fractie het kennelijk prima vindt dat
wij de komende vijf jaar met honderdduizend nieuwe allochtonen uit de eerste
generatie zitten. Zo blijft het dweilen met de kraan open. Ik vind het zorgelijk
dat de CDA-fractie daarop geen concreet antwoord heeft en dat zij geen nieuwe
voorstellen doet om de rem erop te zetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): De heer Fritsma
herhaalt zijn opvattingen alleen maar. Mede dankzij het vorige kabinet is
er sprake van een aanmerkelijke inperking op het punt van de gezins- en huwelijksmigratie.
Ik ga ervan uit dat het kabinet dat beleid voortzet. Vanochtend heb ik het
woord «asiel» niet in de mond genomen en ik zal dat ook niet doen.
Zeker als wij praten over een kennismigrantenregeling en wij willen dat die
mensen op een fatsoenlijke manier naar Nederland komen, hebben wij ook te
maken met gezinsmigratie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): Voorzitter. Mijn fractie
heeft grote bezwaren tegen de Blauwdruk modern migratiebeleid, met name als
het gaat over het verengen van de discussie over het migratiebeleid tot een
enkele? groep. Wij hebben het eigenlijk over hoog opgeleide kennismigranten.
Maar de problematiek is natuurlijk veel groter en ruimer. Wij hebben met de
Kamer veel vaker gesproken over allerlei andere problemen die met migratie
te maken hebben. De discussie ten aanzien van deze blauwdruk wordt verengd
tot modern migratiebeleid ofwel hoog opgeleide kennismigranten. Als je kijkt
naar het verleden, blijkt dat de discussie daarover al verkeerd is aangezet
door de toenmalig Eurocommissaris Vitorino die sprak over the «battle
for brains». Dat begrip komt ook in de nota en in het stuk met het kabinetsstandpunt
voor. Dat is gewoonweg fout. The «battle for brains» geeft precies
aan in welk slecht kader de discussie geplaatst wordt. Wij hebben het immers
over met name hoog opgeleide mensen die je onttrekt aan het land van herkomst.
De staatssecretaris gaat nu zo ver dat zij in de stukken schrijft dat in ieder
geval in bepaalde regio’s en sectoren een braindrain ontstaat. Dat is
steeds het grote probleem van mijn fractie geweest: er wordt van uitgegaan
dat die hersenen hier heen moeten komen en dat het ons een worst zal wezen
wat er in de landen van herkomst gebeurt. Mijn fractie heeft altijd gepleit
voor beleid op dat punt.</al>
      <al>Nu zegt de staatssecretaris dat er een aantal verzachtende omstandigheden
is. In de eerste plaats moeten wij er rekening mee houden dat het kabinet
bezig is met een gedragscode. De Kamer heeft daarover al twee jaar lang gesproken
en op die code zit mijn fractie nog steeds te wachten. In de tweede plaats
zegt de staatssecretaris dat het kabinet de studiekosten aan het land van
herkomst zal vergoeden. De vraag is aan de orde of iemand nog geneigd is om
terug te gaan als hij toch is afgekocht. In de derde plaats wordt erop gewezen
dat die mensen veel geld terugsturen naar de landen van herkomst. Dat zijn
verzachtende omstandigheden die de kern niet raken, namelijk dat je ongeclausuleerd
mensen naar Nederland haalt. Mijn fractie pleit ervoor dat, op het moment
dat wij kennismigranten naar Nederland halen, dit moet gebeuren in een beter
en duidelijker kader: is het verantwoord om mensen uit een bepaalde sector,
met een bepaald beroep, naar Nederland te halen? Laten wij dat toetsen. Het
laatste is door de Kamer, althans door de staatssecretaris, afgewezen. Zij
ziet dat namelijk niet zitten. De aanzet en de kern van het beleid en het
daartoe beperken van de discussie, vinden wij verkeerd. Wij zijn het dus niet
eens met deze invalshoek.</al>
      <al>Ik ga in op een paar onderdelen van het standpunt van het kabinet en de
onderliggende stukken. In de eerste plaats kom ik op de gezinsmigratie die
daarmee samenhangt. Wie zijn de familieleden van de kennismigranten die naar
Nederland komen? Ik heb daarover schriftelijke vragen gesteld. Vanuit de praktijk
wordt erop gewezen dat niet iedereen een vrouw of een man met kinderen heeft.
Er zijn dus ook migranten die in gezinsverband samenwonen met een moeder.
De staatssecretaris zegt dat het kabinet voor het laatste geval de reguliere
procedure zal volgen. De vraag is of dat, waar zij aan de andere kant snelheid
beoogt, niet haaks op elkaar staat en of deze mensen toch niet zullen afhaken
om de simpele reden dat het hen veel moeilijker wordt gemaakt. Ik pleit uiteraard
voor controle, opdat je weet wie je als gezinsmigrant binnenhaalt. Los daarvan,
vind ik dat de staatssecretaris over dat punt moet nadenken.</al>
      <al>In de tweede plaats vraag ik mij af wanneer wij het toegezegde onderzoek
over de inkomens- en leeftijdseis tegemoet kunnen zien. De staatssecretaris
zegt dat de termijn van zes maanden voor de nareistermijn wordt afgeschaft.
Gelet op de praktische problemen die zullen ontstaan, is mijn fractie er voorstander
van om de termijn van zes maanden te handhaven. Waarom wil zij die termijn
terugbrengen? Hetzelfde geldt voor de mvv-termijn. Die wordt teruggebracht
tot drie maanden. Daar staat tegenover dat er heel veel problemen ontstaan
voor mensen die met reisproblemen te maken hebben, bijvoorbeeld als er in
een land geen diplomatieke voorzieningen zijn en die mensen naar een ander
land moeten reizen dat duizenden kilometers verderop ligt.</al>
      <al>Ik kom op de hardheidsclausule. De staatssecretaris heeft daarover gezegd
dat daarvoor geen reden is.</al>
      <al>Wij mogen ervan uitgaan dat de referenten hun verantwoordelijkheid kennen.
Ik ben het eens met de opmerkingen die in de stukken over de referenten worden
gemaakt. Mijn fractie vindt dat er gecontroleerd moet worden, dat misbruik
dient te worden tegengegaan en dat vooral gekeken moet worden of er inderdaad
sprake is van een migrant en de situatie die bedoeld is. Ook de controle op
de werkgevers mag wat mij betreft steviger worden aangezet. In de schriftelijke
inbreng hebben wij gevraagd waarom er bij deze referenten wordt uitgegaan
van vertrouwen en waarom er ten aanzien van gezinsvorming en -hereniging zo
streng wordt gecontroleerd. Waarom geldt die controle niet voor de referenten?
Wij vinden dat er controle moet komen. De IND en andere instanties gaan vooral
samenwerken op het terrein van controle. Hoe staat het daarmee? Wat kunnen
wij daarover van de staatssecretaris tegemoet zien?</al>
      <al>Ik kom op de leges. Als je beoogt om een snellere procedure in te voeren,
is het logisch dat de kosten dalen. Wij hebben destijds het onjuiste besluit
genomen tot het enorm verhogen van de legeskosten. Iedereen moest aan die
kosten bijdragen. Ik vond dat waanzin, want de vraag is dan waarover je praat.
De leges zijn te hoog. Nu gaan wij de procedure versimpelen en versnellen.
Dan kan het niet anders dan dat die legeskosten omlaag gaan. Waarom is dat
volgens de staatssecretaris niet het geval?</al>
      <al>Ik vind dat de staatssecretaris zich er heel gemakkelijk vanaf maakt als
het gaat om de kritiek van de Europese Commissie op de familiehereniging.
Dan doel ik op het beleid van de Nederlandse regering daaromtrent. Dat is
forse kritiek op Nederland. Waarom heeft dat volgens de staatssecretaris geen
consequenties en waarom gebruikt zij als argument dat er nog geen inbreukprocedure
is gestart?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Staaij</nadruk> (SGP): Voorzitter.
Het is goed dat wij vandaag over de uitwerking kunnen spreken van een beleidskader
dat al in oktober 2006 met de Kamer is besproken. Het heeft inderdaad een
behoorlijke tijd geduurd voordat wij de volgende stap konden zetten, maar
misschien geeft de eerste zin van de brief een deel van het antwoord op de
vraag wat daarvan de reden is. Ik las dat deze blauwdruk wordt aangeboden,
mede namens de ministers van Justitie, Buitenlandse Zaken, Economische
Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ontwikkelingssamenwerking, Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en Wonen, Wijken en Integratie. Dat is een indrukwekkende
lijst van departementen die daarbij betrokken zijn. Ik denk dat dit ook aangeeft
welke verschillende invalshoeken er zijn en moeten zijn. Als je alleen vanuit
het perspectief van Economische Zaken naar kennismigratie kijkt en dus niet
vanuit het oogpunt van Ontwikkelingssamenwerking nadenkt over de nadelen van
braindrains en dergelijke, heb je ook een beleid dat tekortschiet. Het toont
dus aan dat het onderwerp dat wij vandaag bespreken, ingewikkeld en veelzijdig
is. Helaas betekent dit in de praktijk ook dat het risico bestaat dat besluitvormingsprocedures
ontzettend lang en ingewikkeld worden voor onder anderen mensen die zitten
te wachten op kennismigranten.</al>
      <al>Wij staan positief tegenover dit beleidskader vanwege de sleutelwoorden «vereenvoudiging»
en «versnelling van besluitvorming». Die zaken zijn namelijk hard
nodig voor aanpassing van het migratiebeleid. Het uitgangspunt was restrictief.
Daaraan wordt nu het woord «selectief» toegevoegd. Dat betekent
dat het beleid op onderdelen uitnodigend kan zijn. Ik zal de logische discussie
over de vraag in hoeverre restrictief en selectief zich laten combineren,
niet voeren. Op een gegeven moment houdt het restrictief zijn op als je op
onderdelen uitnodigend bent. Toch begrijp ik de redenering. Je vertrekpunt
is restrictief en vervolgens moet je op onderdelen uitnodigend zijn. Dan kun
en wil je niet zo restrictief handelen.</al>
      <al>Wat de snelheid van besluitvorming betreft, wordt er natuurlijk ook gekeken
naar het type migratie dat voor onze samenleving de grootste meerwaarde heeft.
Wij vinden dat snelheid van procedures voor het type migratie waaraan onze
samenleving iets heeft, niet ten koste mag gaan van snelheid en rechtszekerheid
van andere procedures. Daarin moet zo veel mogelijk een gelijke route worden
gekozen.</al>
      <al>Ik zei zojuist al dat ook ethische aspecten hierbij een rol spelen: wat
betekent ons migratiebeleid voor bijvoorbeeld de braindrainproblematiek? Die
problematiek hebben anderen ook al aan de orde gesteld. Wij vinden dat uitbreiding
van gedragscodes voor wervingsbeleid mogelijk moet zijn. Dat moet niet alleen
mogelijk zijn voor sectoren als de verpleging maar ook voor andere. Wij moeten
de effecten daarvan in beeld brengen en houden voor de landen van herkomst.</al>
      <al>Als het gaat om de concrete uitwerking, vinden wij het inschakelen van
die maatschappelijke verantwoordelijkheid van referenten een goed idee: concrete,
maatschappelijke legitimatie. In hoeverre kan deze verplichting tot registratie
als erkend referent te rigide uitpakken en onnodige lasten met zich brengen
voor kleinere bedrijven?</al>
      <al>De herziene kolommenstructuur, dus het inperken van het aantal verblijfsdoelen,
is een belangrijke vereenvoudiging die ons ook aanspreekt. Wel vraag ik mij
af of er niet een aparte kolom nodig blijft voor bepaalde religieuze categorieën.
De ACVZ lijkt daarop ook aan te sturen voor geestelijk bedienaren. Hoe zit
het met de bijzondere status voor geestelijk bedienaren in het voorgestelde
model waar het wringt met het vereiste van werkgeverschap? Nu wordt gesproken
over de relaties werkgever, werknemer, onderwijsgevende, student en uitwisselingsorganisatie
jongeren. Kan dat voor religieuze bedienaren van een werkgeverschap in de
normale zin van het woord geen problemen opleveren ten aanzien van het voorgestelde
model?</al>
      <al>Wat de referenten betreft vragen wij ons af of een strafrechtelijke veroordeling
voor delicten die het wezen van de betrouwbaarheid van de referent aantasten,
bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, geen reden is om die partij blijvend
van de status van erkend referent uit te sluiten.</al>
      <al>Vanuit welk gezinsmodel redeneren wij als het gaat om kennismigranten
en hun familie, voor wie die versnelde procedure kan gelden? Is het niet te
eng gedacht als alleen wordt uitgaan van minderjarige kinderen en partners?
Er kan namelijk ook sprake zijn van gezinssituaties met bijvoorbeeld een moeder of een broer die verzorgd wordt. Zou dat potentiële
kennismigranten niet kunnen weerhouden als daarvoor wel een omslachtige procedure
geldt?</al>
      <al>Hoe staat het met de positie van de zogenaamde praktikanten; buitenlanders
die in hun land een vaste baan hebben en die ervaring in Nederland willen
opdoen? Is daarvoor nog geen soepele procedure mogelijk?</al>
      <al>Er is uitvoerig aandacht besteed aan de Europese ontwikkelingen, maar
mij is nog niet helemaal duidelijk in hoeverre het beleid dat wordt uitgewerkt
toekomstbestendig is in het licht van wat er in Europa aankomt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Voorzitter. De
herziening van het immigratiebeleid is, zoals mijn collega’s al meerdere
malen zeiden, hard nodig. Hoewel het herhaaldelijk is aangepast, is het reguliere
toelatingsbeleid nog steeds gebaseerd op de Vreemdelingenwet van 1965. Dat
geeft de urgentie al weer. Deze herziening kwam tot stand na grote druk vanuit
verschillende Kamerfracties die de vele bureaucratische problemen van studenten
en kennismigranten meemaakten die naar Nederland wilden komen om te werken
of te studeren. Daardoor lieten zij Nederland links liggen en vertrokken zij
naar andere Europese landen, Canada of de Verenigde Staten. Dat is een ontwikkeling
die ons als samenleving in onze economische groei belemmert. De fractie van
GroenLinks ondersteunt dus het doel van deze vereenvoudiging en de versnelling
van de procedures. De meest wezenlijke verandering is het punt van de snelheid.</al>
      <al>Wij hebben nog wel een aantal fundamentele vragen en plaatsen diverse
kanttekeningen bij de voorstellen van de staatssecretaris en de minister.
De procedure om als referent erkend te worden, is vooralsnog nogal vaag. Waarom
zijn onderwijsinstellingen, uitwisselingsorganisaties en werkgevers van werk-/kennismigranten
wel verplicht om zich te laten erkennen en werkgevers van reguliere en tijdelijke
arbeidsmigranten niet? Daarop wordt in de blauwdruk naar mijn idee te weinig
toelichting gegeven, terwijl het toch een vreemd onderscheid is.</al>
      <al>Ik moet constateren dat de blauwdruk zich vooral strekt tot de hoger opgeleide
kennismigranten. Toch maken ook lager opgeleide migranten deel uit van de
migratiestromen. Voor hen verandert er in mijn ogen niet zo veel. Ik vind
de brief van de FNV in dat opzicht dan ook een beetje opmerkelijk. Graag wil
ik een reactie van de staatssecretaris op dit punt.</al>
      <al>Ik kom op het punt van het ontbreken van beleid om braindrain te voorkomen.
Wij kunnen onze ogen niet sluiten voor de negatieve gevolgen van kennismigratie
naar Nederland en Europa voor de landen van herkomst. Ik ben niet per definitie
tegen de individuele keuze van de kennismigrant om naar Nederland te komen.
In tegendeel, ik vind dat dit in vrijheid moet gebeuren. Ik heb daarmee zeker
geen ideologisch probleem. In deze blauwdruk ontbreekt het echter nog aan
beleid of voorstellen om dit probleem ook voor de langere termijn op te lossen.
Graag wil ik dus een toelichting van de staatssecretaris op de wijze waarop
zij met concrete voorstellen braindrain wil voorkomen. Er wordt overigens
gesproken van «braingame».</al>
      <al>Mijn collega’s hebben nog niet gesproken over gender. Deze blauwdruk
lijkt sekseneutraal maar is dat niet. Die lijkt vooral gericht te zijn op
mannelijke kennismigranten met als criterium het salaris. Daarmee ga je voorbij
aan het feit dat vrouwen wereldwijd en dus ook in Nederland minder snel aan
de inkomensgrens zullen voldoen, terwijl zij wel daaronder zouden moeten vallen.
Graag wil ik een reactie van de staatssecretaris op meerdere commentaren die
wij vanuit dit perspectief hebben gekregen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Minister Donner wil die vraag
beantwoorden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Vanzelfsprekend
wil ik minister Donner ook de gelegenheid geven om hierop te reageren. Hij
vervult misschien wel de hoofdrol hierin. Ik zie hem afwerend
reageren. Dat sterkt mij des te meer in mijn oproep om juist hem te laten
reageren. Dus, minister Donner, doet u alstublieft uw best.</al>
      <al>In de blauwdruk wordt ten aanzien van lager opgeleide arbeidsmigranten
vooral geschreven over werk in de landbouw, de horeca enzovoorts. Werk in
de huishouding wordt volledig genegeerd. Dat is een probleem. Wij kunnen onze
ogen niet sluiten voor het feit dat veel vrouwen van buiten de EU in Nederland
in de huishouding werken zonder dat zij rechten en enige bescherming hebben.
Dat is een lastig punt. Wij krijgen te vaak signalen dat het fout gaat en
dus problemen oplevert. Dat levert ook problemen op voor de mensen die behoefte
hebben aan huishoudelijke hulp, dus de huishoudens waarvan man en vrouw werken.
Laatstgenoemden willen graag hulp in de huishouding zonder gebruik te moeten
maken van kunstmatige constructies als au pairs.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): Ik erken dat het een
lastig probleem is, maar er is van alles geprobeerd. Ik doel op de «witte
werksters»-regeling en een regeling die daaruit voortvloeide om dat
probleem op te lossen. Is het niet eerder zo dat juist de mensen die deze
werknemers inhuren, niet bereid zijn om het bedrag te betalen dat voor dat
werk staat? Wordt daardoor niet het probleem gecreëerd dat mensen uit
de illegaliteit in dat soort werk terechtkomen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Dat ben ik volledig
met de heer De Wit eens. Ik denk dat een groot deel van het probleem is dat
die mensen niet bereid zijn om het salaris te bieden dat bij dat werk hoort
en dat zij evenmin de benodigde bescherming willen bieden. Misschien wordt
het dan veel te duur voor die huishoudens. Dit probleem doet zich in onze
samenleving voor en deze blauwdruk lijkt dat te negeren. Als wij spreken over
een dergelijke fundamentele herziening van het migratiebeleid, is het noodzakelijk
om ook dit probleem, dat vaak onzichtbaar is, aan te pakken.</al>
      <al>De staatssecretaris heeft het onderwerp leges in haar periode als Kamerlid
vaak aangekaart, evenals wij. En dat kan niet vaak genoeg aan de orde worden
gesteld. De leges zijn veel te hoog. Een vertienvoudiging van de leges in
de afgelopen jaren is gewoonweg bizar te noemen. Ik sluit mij dan ook aan
bij de vele organisaties, waaronder de onderwijsinstellingen die vanuit het
veld hebben aangegeven dat dit een probleem blijft. De staatssecretaris komt
nog met een reactie op dit punt. Ik hoop dat het een positieve reactie is
en dat de leges echt ter discussie komen te staan.</al>
      <al>Ik kom op het gezinsmigratiebeleid. Daarover zijn al vragen gesteld. Ik
vind het verbazingwekkend dat wij een dag voor dit algemeen overleg een briefje
krijgen waarin staat dat de evaluatie weer op zich laat wachten. Ik verzoek
de staatssecretaris om er spoedig voor te zorgen dat het gezinsmigratiebeleid
tegen het licht wordt gehouden, gezien het feit dat met name asielmigranten
het grote probleem veroorzaken. Vluchtelingenwerk Nederland heeft uitvoerig
gereageerd. Ik ga niet alle punten langs, maar verneem graag van de staatssecretaris
hoe zij het probleem voor gezinsmigranten ziet.</al>
      <al>Tot slot kom ik op de kritiek die vanuit Europa op het gezinsmigratiebeleid
is geleverd. Ik sluit mij wat dat betreft aan bij de vragen van de heer De
Wit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Is niet juist de
redenering van het kabinet dat er in Nederland voldoende huishoudelijk personeel
aanwezig is en dat dat prioriteitsgenietend arbeidsaanbod is? Ik doel dan
op het type personeel waarover mevrouw Azough zojuist heeft gesproken. Wat
vindt mevrouw Azough daarvan? Er zijn nog steeds heel veel allochtone vrouwen
die thuis blijven. Dat heb ik ook gelezen in stukken van de GroenLinks-fractie.
Die vrouwen zouden toch de arbeidsmarkt op kunnen, juist in deze sectoren?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Dat is inderdaad
de redenering van het kabinet, maar het probleem is dat deze vrouwen niet
met beleid en maatregelen worden gestimuleerd om dat soort werk te doen tegen
het inkomen dat daarvoor staat en met de bijbehorende beschermende rechten.
Wij zien dat veel huishoudens op een illegale en soms op een immorele manier
misbruik maken van vrouwen uit landen buiten de EU die in een onzekere positie
zitten en dat soort werk doen. Het gaat mij erom dat de Nederlandse samenleving
behoefte heeft aan dit soort werk. Wij zien nu dat die vrouwen in een precaire
situatie zitten waarin zij het slachtoffer kunnen worden van uitbuiting en
misbruik. Dat probleem wordt onvoldoende aangekaart en opgelost.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Is mevrouw Azough
het met mij eens dat wij dat probleem vooral in Nederland moeten oplossen
en dus niet door nog meer van die kwetsbare mensen naar ons land te halen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Wij halen niemand
naar Nederland. Die mensen komen naar ons land en gaan in allerlei huishoudens,
soms onder erbarmelijke omstandigheden, aan het werk. Wat is precies het verschil
tussen tijdelijke arbeid voor laag opgeleiden, bijvoorbeeld seizoenarbeid
of reguliere arbeid, en dit soort arbeid? De heer Fritsma heeft ook al gezegd
dat er veel lager opgeleide arbeidsmigranten zijn die in allerlei andere sectoren
werken waar ook veel mensen uit Nederland ingezet zouden kunnen worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Mevrouw Azough zei dat
vrouwen die al in Nederland zijn, een verblijfsvergunning hebben en die dat
werk kunnen doen, meer gestimuleerd zouden moeten worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): Nee, zij hebben
geen verblijfsvergunning.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Nee, maar er zijn natuurlijk
ook veel vrouwen uit immigrantenkringen die in Nederland zijn, een vaste verblijfsvergunning
hebben en die dat werk zouden kunnen doen. Dat heeft de heer Van de Camp ook
gezegd. De vraag is of wij de zaak niet zo zouden moeten organiseren dat zij
meer gestimuleerd worden om dit werk, dat er is, te gaan doen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De heer Kamp
kent GroenLinks als een emancipatiepartij. Zeker als het gaat om vrouwen die
nu niet economisch zelfstandig zijn, zijn wij voorstander van stimuleren.
Als ervoor wordt gezorgd dat mensen aan de slag kunnen en hun eigen boontjes
kunnen doppen, zijn wij daarvan altijd voorstander. Dat is dus ook het geval
als het over allochtone vrouwen gaat.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Anker</nadruk> (ChristenUnie): Voorzitter.
Ook mijn fractie is heel blij dat deze blauwdruk eindelijk voor ons ligt.
Ik heb een groot aantal punten, maar heb gemerkt dat u een onverbiddelijke
voorzitter bent. Ik zal dan ook door mijn punten heen gaan en zo min mogelijk
proza gebruiken.</al>
      <al>Het eerste punt waarover wij het moeten hebben, zijn de kennismigranten.
Om hen gaat het misschien ook wel het meest. Dat punt heeft een specifieke
plaats in de blauwdruk. Ook wij vragen aandacht voor het probleem van braindrain.
Misschien zijn wij inderdaad te veel met onszelf bezig en te weinig met de
mensen in de landen waar die kennis ook nodig is. Wij pleiten voor een specifieke
categorie voor mensen uit ontwikkelingslanden. Dat hebben wij al eerder gedaan.
Wij moeten er namelijk voor zorgen dat wij die mensen niet «leegtrekken».
Als zij in Nederland een opleiding hebben gevolgd, moeten wij proberen om
hen in het land van herkomst aan het werk te krijgen. Het debat daarover zou
grotendeels binnen OCW moeten worden gevoerd in het kader van
de internationalisering van het hoger onderwijs, maar ik hecht eraan om dat
ook in dit verband duidelijk naar voren te brengen.</al>
      <al>Vandaag spreken wij specifiek over de reguliere kolom in het vreemdelingenbeleid.
Natuurlijk hebben wij ook de asielkolom. Toch is er soms sprake van overlapping.
Ik wil die twee niet te veel met elkaar vermengen, maar wij vragen regelmatig
aandacht voor het feit dat er onder asielzoekers ook mensen zijn met een heel
hoge opleiding. Wij zijn overigens niet de enige die daarvoor regelmatig aandacht
vragen. Het wordt die mensen heel moeilijk gemaakt om daarmee iets te doen.
De reden daarvoor kan zijn dat zij hun opleiding nog niet hebben afgerond
of dat zij die niet één op één kunnen vertalen
naar de Nederlandse situatie. Dat neemt niet weg dat er een enorm potentieel
in die groep zit. Nu zien wij vaak dat die mensen eerder aftakelen en dat
zij op een veel lager niveau aan het werk komen, terwijl wij hen misschien
op een betere manier hadden kunnen inzetten.</al>
      <al>Wij vragen ook specifiek aandacht voor de familie van kennismigranten.
Wij hebben een voorbeeld gekregen van de moeder van een Russische kennismigrant
die niet in Nederland mag blijven. Steeds moet zij terug. Zij is zorgbehoevend,
maar geen 65-plusser. Kan er soepeler met kennismigranten worden omgegaan,
opdat zij meer aandacht kunnen hebben voor datgene waarmee zij in Nederland
bezig zijn?</al>
      <al>Er zijn kennismigranten aan wie veel behoefte is. Bijvoorbeeld in Suriname
lopen veel leraren en verplegers rond. Wij hebben aan die functionarissen
veel behoefte. Zij zouden in Nederland dus relatief eenvoudig aan de bak kunnen.
Is het mogelijk om bijvoorbeeld met het onderwijs en de gezondheidszorg convenanten
af te sluiten waardoor het voor die mensen gemakkelijker is om in Nederland
aan werk te komen?</al>
      <al>Ik kom op de referentensystematiek. Het is een aangescherpte systematiek
waarmee wij op zichzelf blij zijn. Die geeft zekerheid en wij weten waaraan
wij toe zijn. Tevens is er meer sprake van controle. Aan die systematiek zit
echter ook een nadeel, namelijk dat de arbeidsmigrant echt afhankelijk is
van de referent. Wij zijn ook bang voor misbruik. In het schriftelijk verslag
staat dat een aantal partijen vindt dat daarop scherper moet worden gelet:
er moet niet een tijdje worden afgewacht maar er dient snel te worden gehandeld.
Wij ondersteunen dat. Wij maken ons vooral zorgen over de prostitutiesector.
Als wij de Nederlandse manier van denken hierop loslaten, kunnen wij mensen
laten overkomen om in ons land in de prostitutie te gaan. Daarover maken wij
ons zorgen, want daar wordt ontzettend veel misbruik van mensen gemaakt. Ik
verzoek zowel de minister als de staatssecretaris om daarop te reageren. Hoe
wordt hiermee omgegaan in het kader van het bestrijden van mensenhandel? Hoe
willen wij wat dat betreft omgaan met de prostitutiesector? Is het nodig om
een soort uitsluitingsgrond te maken, dus dat wij heel voorzichtig zijn met
het naar Nederland halen van mensen die in de prostitutie aan het werk gaan?
Ik weet niet precies hoe dat nu is geregeld. Wij moeten ervoor oppassen dat
die mensen te veel afhankelijk worden van hun «werkgever».</al>
      <al>Ik vraag vandaag specifiek aandacht voor het probleem van referentenwerving.
Volgens mij heeft de heer Fritsma ook al zoiets gezegd. Hoe wordt daarmee
omgegaan? Wordt echt getoetst of die referent een reden heeft om iemand naar
Nederland te laten komen? Wordt er geen misbruik gemaakt van mensen die niets
met elkaar hebben?</al>
      <al>Geestelijk bedienaren is ook een onderwerp waarvoor mijn fractie meer
dan bovenmatige belangstelling heeft. Op zichzelf ziet het er allemaal wel
goed uit. Toch hebben wij een aantal specifieke vragen. Op dit moment wordt
gebruikgemaakt van een lijst van religieuze organisaties. Wordt die nu door
de referentensystematiek vervangen? Hoe wordt er omgegaan met de mensen op
die lijst? Een specifieke groep zijn religieus bedienaren, mensen met een
geestelijke taak, die leven van giften. Die zijn er veel. In ieder geval in
Christelijke kringen ken ik er een behoorlijk aantal. Zij leven dus
van een giftenkring en hebben niet een enorm hoog inkomen. Is het dan terecht
om die mensen een inkomenseis op te leggen? Wij zijn voorstander van een systematiek
die inhoudt dat zij worden vrijgesteld van de inkomenseis en dat zij geen
gebruikmaken van voorzieningen. Op het moment dat zij niet meer in een inkomen
kunnen voorzien, is er blijkbaar ook geen draagvlak meer voor hen om in Nederland
als zendeling of wat dan ook aan het werk te zijn. Kunnen wij op die manier
met die vergunning omgaan?</al>
      <al>Ik kom op de mvv-criteria. Mijn fractie komt vaak het probleem tegen dat
mensen aan de mvv-vereisten moeten voldoen en dat zij anders terug moeten.
In sommige gevallen is dat heel vervelend, bijvoorbeeld als er net een kind
is geboren of als het ontzettend moeilijk is om de bureaucratie in het land
van herkomst te overwinnen. Hoe wordt daarmee omgegaan? Moeten die mensen
na een verblijf van jaren in Nederland toch terug?</al>
      <al>Wij sluiten ons aan bij degenen die hebben gevraagd hoe wordt omgegaan
met de Europese kritiek. Daarover is schijnbaar een brief gekomen. Die heb
ik nog niet gezien, maar de fractie van GroenLinks heeft daarover volgens
mij wel vragen gesteld.</al>
      <al>Als deze blauwdruk wordt omgezet in wetgeving, is dat een grote operatie.
Hoe gaan wij daarmee om? Op welke wijze wordt de IND geïnstrueerd en
wat betekent het voor alles wat er dan al loopt? Creëren wij daarmee
een enorme hobbel? Moeten mensen wachten? Hoe zit het met de samenhang met
een behoorlijk aantal wetsvoorstellen dat nog moet worden voorgelegd, waaronder
die over de evaluatie van de inkomensnorm en die over visa.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Realiseert de ChristenUnie-fractie
zich dat het mvv-vereiste er juist toe strekt om te controleren of aan de
voorwaarden wordt voldaan op het moment dat de immigrant in het buitenland
verblijft, zodat de Nederlandse samenleving niet met het voldongen feit opgezadeld
zit dat er mensen binnenkomen die niet aan de voorwaarden voldoen? Je kunt
dan toch niet zeggen dat je mensen niet terugstuurt naar het land van herkomst
door geen mvv aan te vragen? Dat is toch tegenstrijdig?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Anker</nadruk> (ChristenUnie): Ik besef volledig
dat die gevoeligheid er is. Dat zag ik ook toen ik mijn vragen voorbereidde
en erover nadacht of ik die vraag zou stellen. Toch zie je mensen die al zes
jaar in Nederland zijn en die terug moeten naar het land van herkomst. De
reden daarvan kan zijn dat zij lang in procedure hebben gezeten en dat zij
na asiel toch voor regulier in aanmerking komen omdat er allerlei dingen in
hun leven zijn veranderd. Wij vragen ons af of het dan altijd nog proportioneel
is om die mensen terug te sturen. Maar ik begrijp de gevoeligheid die de heer
Fritsma aangeeft en vraag daarom een antwoord van de staatssecretaris op deze
ingewikkelde vraag.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Als de collega’s het
goed vinden, lever ik een inbreng namens de PvdA-fractie. Ik doe dat ter vervanging
van de heer Spekman die op dit moment in de plenaire zaal moet optreden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Dijsselbloem</nadruk> (PvdA): Voorzitter. De
PvdA-fractie steunt de hoofdlijnen van het moderne migratiebeleid van harte.
Er wordt winst behaald in een vereenvoudigd stelsel. Wij steunen de referentensystematiek
die aan de instellingen en de werkgevers meer verantwoordelijkheid geeft ten
aanzien van de migrant. En wij zijn blij met de integratie van de afzonderlijke
aanvragen voor een mvv en een verblijfsvergunning. Prima.</al>
      <al>Uiteraard heb ik toch een reeks vragen. In de brief refereert de staatssecretaris
aan uitspraken van de minister-president waarin hij een puntenstelsel
aankondigt. In de voorstellen vonden wij daarover zeer weinig terug. Dat is
jammer, want het puntenstelsel is misschien een interessant alternatief in
een modern, toekomstbestendig migratiebeleid. In de brief troffen wij alleen
de zoekperiode van een jaar aan voor talenten. Dat lijkt enigszins op een
puntenstelsel, maar het is beperkt en bestond al. Wat kan de minister-president
bedoeld hebben? Wij hebben begrepen dat Engeland inmiddels wel een puntenstelsel
heeft ingevoerd. Daar bepaalt een onafhankelijk college wat de arbeidsmarktbehoefte
in bepaalde beroepen is en kunnen aanvragen worden ingediend op basis van
punten. Ik zeg het nu in mijn woorden. Leeftijd, vermogenspositie, arbeidservaring,
beroepskwalificaties en dergelijke. Het is alleszins vergelijkbaar met het
Australische systeem. Waarom is dit alternatief als toekomstig systeem afgevallen?</al>
      <al>In haar brief kondigt de staatssecretaris veel aan. Het zou allemaal gemakkelijker
en beter houdbaar worden. Er zou minder sprake zijn van bureaucratie enzovoorts.
Toch stond deze week in PM Magazine weer een interview met een hoogleraar
die uit Zuid-Afrika is gekomen en nu bij de VU werkt. Hij was door de VU gevraagd,
want hij is een man met talent die wij in Nederland graag willen hebben. Hij
beschrijft hoe het met de aanvraag van de papieren is gegaan. Lees dat eens
om te zien dat papier en werkelijkheid soms volstrekt gescheiden werelden
zijn. Wij zeggen dat het systeem vereenvoudigd moet worden en dat wij het
zo gaan doen. Toch blijven wij verhalen horen over de problemen waartegen
mensen aanlopen. Soms is het echt kafkaësk.</al>
      <al>De minister-president zei ook dat Nederland aantrekkelijker moet zijn
voor talenten dan andere landen. Is dat nu het geval? De staatssecretaris
schrijft dat Nederland eigenlijk 30 000 hoog opgeleide kenniswerkers
moet binnenhalen om aan de Lissabondoelstellingen te kunnen voldoen. Graag
wil ik een vergelijkende studie van onze concurrentiekracht op dit punt. Vaak
doen wij concurrentievergelijkend onderzoek tussen Nederland en andere landen,
bijvoorbeeld naar belastingdruk en het vestigingsklimaat. Laten wij nu specifiek
de bestaande stelsels die gericht zijn op kenniswerkers met elkaar vergelijken
om te zien hoe wij scoren.</al>
      <al>In de schriftelijke beantwoording schrijft de staatssecretaris over de
gedragscode ten aanzien van de braindrainrisico’s. Die gedragscode is
er nog niet. Anderen hebben daar ook naar gevraagd. Wij vragen de staatssecretaris
om een concreet initiatief met de intentie te komen tot compensatie van de
investeringen die gedaan zijn in opleidingen in deze landen. De staatssecretaris
noemt die compensatiemogelijkheid ook. Wij vragen een concreet initiatief
op dat punt.</al>
      <al>Het referentiesysteem is in potentie een verbetering, maar de beschrijving
komt nogal log en bureaucratisch over als je helemaal probeert te begrijpen
hoe het gaat werken. Er wordt veel geleund op ICT-systemen. Het lijkt mij
nogal kwetsbaar om het bij de overheid op die manier te doen. Hoe zal dit
werken? Is er al een testfase? Draait het systeem al?</al>
      <al>Waarom geldt voor werkgevers die een tewerkstellingsvergunning aanvragen
geen beoordeling als referent? Zouden allerlei malafide bedrijfjes er op die
manier niet kunnen worden uitgehaald? De heer Fritsma noemde in zijn inbreng
een aantal bedrijfjes. Dat haalde hij van een lijst van samenwerkingspartners –
ik weet niet welke term wordt gehanteerd – voor de IND. Dat leidde tot
enkele meewarige glimlachjes op de tribune. Dat lijkt mij niet terecht want
de vraag hoe een aantal van die bedrijven in die categorie terecht is gekomen,
lijkt mij terecht. Ik ben dan ook heel benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris.</al>
      <al>Toegelaten buitenlandse studenten die maximaal 10 uur per week willen
bijverdienen, moeten toch een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Waarom
is dat nodig? Er wordt nog steeds niets aan de hoge leges gedaan. In het regeerakkoord
is dat echter wel afgesproken, namelijk op bladzijde 16 onder het kopje «kennis
en innovatie», punt 5. Dat moet dus alsnog gebeuren.</al>
      <al>Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Van de Camp over de Brainport
Eindhoven en met name bij die ten aanzien van de partners van de kenniswerkers.
Ik ben zelf in zekere zin een kind van de Brainport Eindhoven. Vandaar.</al>
      <al>De staatssecretaris doet verder erg relativerend over de zogenaamde Belgiëroute.
Zij noemt die zelfs in het licht van deze blauwdruk niet van wezenlijk belang.
Dat zou het misverstand kunnen oproepen dat wij deze route de facto accepteren.
Kent de staatssecretaris de berichten van de schrikbarende aantallen schijnhuwelijken
in België? Zo ja, wil zij daarop dan reageren?</al>
      <al>De PvdA-fractie hecht zeer aan de evaluatie van de verhoging van de inkomenseis.
Zij is en blijft tegenstander van die verhoging, omdat zij naar onze mening
geen enkele bijdrage levert aan een goede en snelle integratie. Misschien
toont de evaluatie iets anders aan.</al>
      <al>Ik kom op de toelating van geestelijk bedienaren. Ik ben het eens met
het kabinet dat zij onder de Wet arbeidsvreemdelingen blijven vallen en dat
er in principe een arbeidsmarkttoets moet worden gedaan, voorafgaand aan toelating.
Ik stel vast dat die toets tijdelijk is opgeschort. Wat de imams betreft,
is er nu geen prioriteitgenietend aanbod in Nederland. Dat komt er wel –
de heer Van de Camp sprak er ook al over – op het moment dat de imamopleidingen
studenten afleveren. Vanaf dat moment moet het CWI naar onze mening dus weer
een arbeidstoets doen en dient de instroom van import imams geleidelijk te
worden afgebouwd. Ik wil graag een bevestiging van deze denklijn. De antwoorden
op de vragen in het verslag van de Kamer hebben ons op dit punt verbaasd.
Over de motie-Bos/Van Aartsen, die over het afbouwen van het aantal import
imams ging, wordt slechts opgemerkt dat die is vervallen. Dat is echter wel
gebeurd nadat er toezeggingen op dit punt waren gedaan. Die toezeggingen zijn
niet vermeld. Blijkbaar is het nodig om alsnog een gelijkluidende motie in
stemming te brengen.</al>
      <al>Wij zijn het oneens met de staatssecretaris dat de inkomenseis voor de
geestelijk bedienaren kan vervallen. Dat hebben wij althans uit de stukken
begrepen. Uitbuiting onder het mom van de gelofte van armoede – zo noemen
wij dat – lijkt ons ongewenst. Graag een correctie op dat punt.</al>
      <al>Tot slot kom ik op de problematiek van ontwikkelingswerkers. Ontwikkelingswerkers
die terugkomen naar Nederland, hebben in het betreffende ontwikkelingsland
soms een partner ontmoet. Het kost hen moeite om met die buitenlandse partner
en een gezin terug te keren naar Nederland. Dat heeft ook te maken met de
inkomenseis. Het kost hen moeite om vanuit het buitenland een nieuwe baan
te vinden. Zij mogen wel naar Nederland komen om een nieuwe baan te zoeken,
want zij zijn immers Nederlanders. Maar zij moeten wel een gezin achterlaten.
Dat is in sommige landen bepaald niet van risico’s gespeend. Ik meen
dat wij al drie jaar geleden voor verandering hebben bepleit, namelijk tegenover
minister Verdonk. Zij heeft toen gezegd dat zij daarnaar zou kijken. In mijn
waarneming is daarmee echter nooit iets gebeurd. De betreffende Nederlanders
hebben hun beste jaren gegeven om goed werk in de tropen te verrichten. Ik
vind dus dat er voor hen een regeling moet komen of dat zij onder de regeling
voor de kenniswerkers moeten vallen. Het maakt mij niet uit als het probleem
maar wordt opgelost.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Waarom is de PvdA-fractie
tegenstander van de verhoging van de inkomenseis? Tegen welke verhoging van
die eis is die fractie eigenlijk?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Dijsselbloem</nadruk> (PvdA): Een aantal jaren
is de inkomenseis verhoogd. Wij vinden het legitiem dat de partner die in
Nederland is en die een partner of gezinsleden naar Nederland laat komen,
een onderhoudsplicht heeft. Die bestond al, maar onder minister Verdonk is
die inkomenseis een aantal jaren geleden verhoogd naar 120% van het
wettelijk minimumloon. Wij hebben dat nooit begrepen. Die onderhoudsplicht
was er al en is legitiem. Andere eisen, waaronder die op het terrein van de
inburgering, hebben wij gesteund. Die dragen namelijk bij aan integratie.
Het onmogelijk maken van huwelijksmigratie voor mensen met een lager inkomen,
lijkt ons een vorm van inkomensdiscriminatie. Dat wijzen wij principieel af.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Houdt dat ook in dat wij
het risico lopen dat de PvdA-fractie de linkse meerderheid in de Kamer gaat
gebruiken om die inkomenseis van 120%, die mede tot gevolg heeft gehad
dat er veel minder kansarme huwelijksimmigranten kwamen, onderuit te halen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Dijsselbloem</nadruk> (PvdA): De heer Kamp
moet mij zo meteen vertellen welke linkse meerderheid hij op dit punt ziet.
Hij brengt mij wel op ideeën. Ik ga ervan uit dat die evaluatie er snel
komt. Ik ben bereid om die af te wachten. Mocht die niet snel komen, dan moeten
wij misschien beproeven of er een linkse meerderheid is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Dat daarvoor een linkse
meerderheid is, bleek al bij aantreding van de Kamer, toen het generaal pardon
werd ingevoerd: 27 000 verblijfsvergunningen voor illegalen. Als die
inkomensgrens van 120% wordt afgevoerd die tot gevolg had dat het aantal
kansarme huwelijksimmigranten drastisch is teruggedrongen, zijn de beren echt
los.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Dijsselbloem</nadruk> (PvdA): De heer Kamp
loopt sterk vooruit op de evaluatie door de conclusie te trekken dat de verhoging
van de inkomenseis dit effect heeft gehad. Ik ben altijd voorstander geweest
van effectieve inburgeringseisen, bijvoorbeeld voor mensen die vrijwillig
naar Nederland komen en een huwelijk aangaan. Dat is voor ons altijd een veel
betere benadering geweest. Wij hebben de Wet inburgering buitenland ook gesteund.
Ik heb toen zelfs voorstellen gedaan die door sommigen werden gezien als een
aanscherping van de wet. Die weg moeten wij gaan, omdat dat type eisen kan
bijdragen aan integratie. Dat geldt niet voor een onnodige verhoging van de
inkomenseis.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): De aanscherping van de
eis voor huwelijksimmigranten heeft drie elementen. Het eerste is dat de minimumleeftijd
24 jaar wordt. Het tweede is dat de partner die in Nederland blijft 120%
van het minimumloon moet verdienen. Het derde element is dat betrokkenen in
het buitenland moeten inburgeren. Als de heer Dijsselbloem de eis van 120%
onderuit haalt, schrapt hij daarmee een heel belangrijk element uit het vreemdelingenbeleid.
Ik kan mij niet voorstellen dat de CDA-fractie daarmee instemt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Dijsselbloem</nadruk> (PvdA): De heer Kamp
stelt zaken aan de orde die hij volstrekt niet kan onderbouwen, tenzij hij
de uitkomst van de evaluatie al kent. Het element van de verhoging van de
leeftijdsgrens en dat van inburgering in het buitenland, hebben wij volmondig
gesteund. Dat geldt niet voor de inkomenseis. Laten wij de evaluatie afwachten
en vervolgens het debat over deze kwestie voortzetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vergadering wordt van 11.20 uur tot 11.30 uur geschorst.</al>
      <tuskop letat="vet">Antwoord van de bewindslieden</tuskop>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Voorzitter. Er is mij slechts
een beperkt aantal vragen gesteld. De vragen over de positie en de systematiek
van de referenten zal de staatssecretaris beantwoorden. Vooruitlopend daarop
merk ik op dat bij de Arbeidsinspectie niet het beeld bestaat dat van de kennis-migrantenregeling misbruik wordt gemaakt. Wat betreft controle en handhaving
werkt deze regeling bevredigend.</al>
      <al>De heer Kamp vroeg naar de voortgang bij de nieuwe regelingen. Het gaat
daarbij met name om de Wet arbeid vreemdelingen en de praktikantenregeling.
De SER heeft dit punt aangekaart. Er wordt verder een soepel regime toegepast,
want bij de tewerkstellingsvergunning wordt niet getoetst aan prioriteitgenietend
arbeidsaanbod. Tevens hoeft de werkgever voorafgaand geen vacaturemelding
te doen en niet te werven. De aanvraag wordt daardoor meestal binnen twee
weken afgehandeld. De aanvragen betreffen overwegend laaggeschoolde arbeid
en daarom overweeg ik niet om de vergunningsplicht af te schaffen. Daarmee
zou het vreemdelingenbeleid namelijk feitelijk worden getransfereerd naar
de betrokken bedrijven. Bij de notificatie wordt ten slotte niet meer getoetst
op de handhaving van de WML en de huisvestigingseis. Die blijven de verantwoordelijkheid
van de werkgever.</al>
      <al>Voor het voorkomen van oneerlijke concurrentie blijft het belangrijk om
te kunnen toetsen. Een andere toets, die met de notificatie zal komen te vervallen,
is het leerplan. Door middel van het leerplan wordt beoordeeld of er daadwerkelijk
sprake is van het opdoen van praktijkervaring of van het aantrekken van buitenlandse
werknemers. De regeling wordt dus nu al versoepeld.</al>
      <al>De heer Kamp wees erop dat in een brief van de FNV staat dat het regime
voor lageropgeleiden soepeler zou zijn. Dat heeft betrekking op kolom III
Arbeid tijdelijk en meer in het bijzonder op lerend werken, seizoenarbeid,
stagiaires en praktikanten. Het maximumverblijf voor seizoenarbeiders bedraagt
24 weken. Deze periode moet gevolgd worden door een wachtperiode van veertien
weken buiten Nederland. Het toegestane verblijf in Nederland is maximaal één
jaar. In Nederland is wel een tewerkstellingsvergunning vereist, maar er is
geen gezinshereniging mogelijk. Het verblijf is namelijk tijdelijk van karakter
en er is geen beroep op de openbare kas mogelijk.</al>
      <al>De heer Van de Camp en de heer Kamp vroegen waarom nader overleg nodig
is over de vereenvoudiging van de Wav. De vereenvoudigingen die nu al mogelijk
zijn, worden onderzocht. Dat geldt onder meer voor de PUM-projecten. Daardoor
worden korte zakelijke besprekingen veel eenvoudiger. Het leek ons verstandig
om de bespreking van deze notitie af te wachten, voordat wij wijzigingsvoorstellen
voor de Wav doen. Daarbij komt dat er een aantal voorstellen voor EU-richtlijnen
in bespreking is dat daarop mogelijkerwijs van invloed is. Ik denk dan aan
de Kaderrichtlijn voor arbeidsmigratie, het voorstel voor een richtlijn voor «intracorporate
transfers» en de conceptrichtlijn voor seizoenmigratie. Om een volledig
beeld te krijgen, ligt het in de bedoeling om zo vroeg mogelijk in 2009 te
komen met een notitie over verdere mogelijkheden om de Wav te vereenvoudigen.
Eventuele aanpassingen zullen uiteraard zo veel mogelijk de notitie «Naar
een modern migratiebeleid» ondersteunen.</al>
      <al>Zoals bekend is er sinds 2 oktober nog slechts één
loket voor verblijfs- en tewerkstellingsvergunningen. Voor het aanvraagformulier
van het CWI en de IND worden de gegevens slechts een keer opgevraagd. De duur
van de behandeling is bovendien bekort door de samenwerking tussen het CWI
en de IND, want de IND hoeft daardoor niet meer te wachten op het CWI. De
middelentoets door de IND vervalt, want bij de tewerkstellingsvergunning wordt
al getoetst op de vraag of men marktconform wordt betaald. Vanaf 1 januari
2009 is er een mandaatregeling die het mogelijk maakt dat de IND de tewerkstellingsvergunning
afgeeft als er geen arbeidsmarkttoets plaatsvindt. Ook hier is dus sprake
van versnelling en vereenvoudiging voordat de notitie afgerond is.</al>
      <al>De heer Van de Camp stelde een vraag over de 280 personen in de bijstand.
Hierbij gaat het om verschillende situaties. Uit ons onderzoek blijkt dat
die 280 mensen EU-onderdaan zijn. Voor hen geldt daardoor een andere regeling,
hetgeen inhoudt dat het gegeven dat ze in de bijstand zitten,
niet automatisch leidt tot intrekking. Overigens gaat het om een aanzienlijk
percentage, afgezet tegen een vergelijkbaar autochtoon segment. De staatssecretaris
en ik doen desondanks onderzoek naar de wijze waarop gemeenten omgaan met
bijstandsaanvragen. De volgende vragen zijn daarbij aan de orde: wordt er
melding gemaakt bij de IND? In welke gevallen gebeurt dat wel of niet? Als
wij ons daarvan een beeld hebben kunnen vormen, zal de Kamer daarover nader
worden ingelicht.</al>
      <al>De heer Van de Camp vroeg naar de vrijstelling van prioriteitgenietend
aanbod bij de imamopleiding. Deze maatregel is genomen, omdat de imamopleiding
nog geen afgestudeerden heeft opgeleverd. Dit jaar zal een van de opleidingen
voor het eerst een aantal afgestudeerden afleveren. Op het moment dat er voldoende
binnenlands aanbod is, zal uiteraard opnieuw worden bezien of het ingezette
beleid heroverwogen moet worden. Bij de geestelijke bedienaren speelt overigens
natuurlijk wel de meer principiële vraag in welke mate hier sprake is
van inperking van de godsdienstvrijheid.</al>
      <al>Voor de positionering van de imamopleiding verwijs ik naar de brief van
de minister voor WWI van 10 oktober jongstleden. Er zijn ontwikkelingssubsidies
verstrekt aan twee universiteiten en een hoge school. Deze subsidies hebben
tot doel om deze opleidingen te realiseren binnen het bestaande systeem van
bekostiging.</al>
      <al>De heer Van der Staaij en de heer Anker hebben vragen gesteld over de
geestelijke bedienaren. Vreemdelingen die activiteiten verrichten voor een
religieuze of levensbeschouwelijke organisatie hebben gemeen dat ze activiteiten
verrichten waarvoor de betreffende organisatie twv-plichtig is. Tegelijkertijd
is het begrip «werkgever» in de twv zo ruim gedefinieerd dat organisaties
van geestelijke stromingen hieronder vallen, ook al onderhouden ze geen directe
werkgever-werknemerrelatie. Het is dus niet onmogelijk om in dit soort situaties
een twv af te geven.</al>
      <al>De heer Anker vroeg naar de positie van mensen die een gelofte van armoede
hebben afgelegd of die van giften leven. Ik zal in het kader van de notitie
over de Wav bezien in hoeverre afgeweken kan worden van de WML. Als iemand
een gelofte van armoede heeft afgelegd, is het onlogisch om eisen te stellen
die de organisatie niet stelt. Tegelijkertijd moeten wij ook beseffen dat
misbruik hier op de loer ligt. Iemand kan namelijk zeggen voor de zending
naar Nederland te zijn gekomen of om hier contemplatief in Nederland van giften
te gaan leven. In dat geval beschikken wij niet over een criterium om te bepalen
of iemand bona fide religieuze redenen heeft om Nederland binnen te komen.
Het is relatief gemakkelijk om in een individueel geval te bepalen of er een
gelofte van armoede is afgelegd, maar dat geldt zeker niet voor een algemene
systematiek. Hierop zal nader worden ingegaan in de notitie over de Wav.</al>
      <al>De heer Anker vroeg naar de prostitutieproblematiek. Voor werk in de prostitutie
worden geen twv’s verstrekt. Deze groep is verder ook uitgezonderd van
de Kennismigrantenregeling. Dat laat onverlet dat wij ook een antwoord zullen
moeten geven op de meer algemene vraag hoe wij mensenhandel en uitbuiting
kunnen voorkomen. Dat is echter geen probleem dat ik door middel van de twv-plicht
kan oplossen. Daarvoor is toezicht op de migratie nodig.</al>
      <al>Mevrouw Azough ging specifiek in op de kritiek dat de Kennismigrantenregeling
verschillend uitwerkt voor vrouwen en mannen. Ik meen dat dit niet waar is.
Er bestaan namelijk adequate rechtsremedies als hetzelfde werk verschillend
wordt beloond. In Nederland ontstaan wel verschillen in de inkomenspositie
tussen mannen en vrouwen, maar die zijn nauw gerelateerd aan de verschillen
in arbeidspraktijk tussen mannen en vrouwen. Zo werken vrouwen vaker in deeltijd.
Die factor kan echter geen reden zijn om in de Kennismigrantenregeling andere
criteria te hanteren voor mannen dan voor vrouwen. Vrouwen die worden toegelaten,
worden immers geacht om vijf uur te werken en inkomen te verkrijgen.</al>
      <al>Ik kom op het onderwerp werk in de huishouding. Mevrouw Azough weet dat er een aparte regeling is voor au pairs. Behalve voor deze groep
geldt dat men een twv moet aanvragen. Dat is overigens de enige methode om
mensen adequaat tegen uitbuiting te beschermen. In het kader van de twv wordt
immers geëist dat er is gezorgd voor huisvesting en dat het minimumloon
wordt betaald. De Arbeidsinspectie ziet hierop toe en op de vraag of er sprake
is van prioriteitgenietende arbeid, zij het dat dit minder eenvoudig is in
het geval van particulieren. Bij ons bestaat overigens niet het beeld dat
er misbruik voorkomt in de vorm die mevrouw Azough aan de orde stelde. Het
gaat hier dus om arbeid, waarvoor doorgaans alternatief aanbod in Nederland
bestaat.</al>
      <al>De heer Dijsselbloem vroeg waarom het in de kolommen III en IV niet verplicht
is om een erkend referent te zijn. Daartoe is besloten, omdat het de keuze
van de werkgever is om erkend te worden als referent of te werken met twv’s.
De werkgever zal hiervoor ook de lasten moeten dragen en daarom kunnen wij
deze afweging zeker niet voor individuele werkgevers maken. Vandaar dat er
geen verplichting is.</al>
      <al>Buitenlandse studenten komen naar Nederland om te studeren en niet om
te werken. Er is daarop een uitzondering gemaakt door studenten de mogelijkheid
te bieden om maximaal tien uur te werken. Ik zie echter geen reden om dat
aantal uren uit te breiden, tenzij er geen prioriteitgenietend aanbod is,
want dan kan men proberen om in aanmerking te komen voor de gewone regeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): De minister vond aanpassing
van de Wav aanvankelijk niet nodig. Hij is echter van mening veranderd, aangezien
hij de Kamer heeft meegedeeld dat hij in 2008 met aanpassingsvoorstellen zal
komen. Die datum is inmiddels verschoven naar 2009. Is een aanpassing van
de Wav nu wel of niet nodig? Als die nodig is, waarom is die verandering dan
niet in de afgelopen twee jaar doorgevoerd? Waarom moeten wij ten slotte nog
drie of vier maanden langer wachten dan was aangekondigd?</al>
      <al>De minister weet dat EU-onderdanen alleen naar Nederland mogen komen om
te werken en niet om van een bijstandsuitkering te leven. Volgens berichten
genieten echter al ongeveer 280 Polen van een bijstandsuitkering. In het eerste
jaar ontvangt men een maand bijstand, in het tweede jaar drie maanden, in
het derde jaar zes maanden en in het vierde jaar permanent bijstand. Is de
minister het met mij en de heer Van de Camp eens dat wij hieraan een einde
moeten maken? Als je niet werkt, moet je terug!</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Versoepelingen die ingevoerd
kunnen worden zonder wijziging van de Wav, worden, zoals ik al zei, zo veel
mogelijk ingevoerd. Voor de vereenvoudiging van de Wav wil ik de discussie
met de Kamer over deze notitie afwachten. Dat maakt het mij namelijk mogelijk
om mij een beeld te vormen van de steun waarop ik voor bepaalde voorstellen
kan rekenen. Verder ligt een aantal voorstellen voor, waarvan de consequenties
pas in de loop van het jaar duidelijk worden. Ik had de ambitie om het eerder
te doen, maar die kan ik niet waarmaken, omdat de notitie later gereed is
gekomen en de bespreking met de Kamer nu pas plaatsvindt.</al>
      <al>De berichten over de 280 Midden- en Oost-Europeanen betreffen per definitie
allemaal Polen. Ook hier gelden natuurlijk de eisen die wij stellen aan mensen
die gebruik willen maken van sociale voorzieningen. Bij deze groep wijken
de eisen echter wel af van de eisen die wij stellen aan derdelanders, omdat
hier het recht op vrij verkeer in het geding is. Bij derdelanders is de verblijfsvergunning
afhankelijk van de vraag of men kan voldoen aan de eis dat men in het eigen
bestaan moet kunnen voorzien. Bij EU-onderdanen gelden echter de regels voor
het zoeken van werk en de regels voor de toegang, voor een beperkte tijd,
tot sociale voorzieningen. Ik laat nu onderzoeken hoe de gemeenten hiermee
omgaan en of en hoe ze deze afweging maken. Als dit onderzoek
gereed is, kan ik antwoord geven op de vraag of er wel of niet rekening wordt
gehouden met de eisen die wij hieraan stellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Door de gebrekkige
controle van de IND op het inkomensvereiste hebben heel veel migranten een
bijstandsuitkering gekregen en behouden, ook al was dat niet de bedoeling.
Het is namelijk de bedoeling dat gemeenten in het geval van migranten die
geen beroep doen op de openbare kas, een melding doen uitgaan naar de IND.
Vervolgens moet de IND iets met die melding doen. Ik denk dan aan het intrekken
van het verblijfsrecht, want dan kan de uitkering worden stopgezet. De minister
merkt op dat wordt geïnventariseerd of gemeenten dergelijke uitkeringen
melden aan de IND. Is de minister bereid om in die inventarisatie ook aan
te geven hoeveel uitkeringen stop zijn gezet en hoeveel niet? Het zou een
goede zaak zijn als deze inventarisatie zich ook zou uitstrekken tot gezinsmigranten
die geen beroep mogen doen op de openbare kas.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Het onderzoek richt zich
op de gemeentelijke praktijk inzake meldingen en het intrekken van uitkeringen.
Het onderzoek strekt zich verder zeker ook uit tot gezinsmigranten, want zij
doen eveneens een beroep op publieke voorzieningen. Er ligt niet één
op één een verplichting, want het blijft een afweging die door
de IND gemaakt moet worden. Ik ben het met u eens dat er gemeld moet worden,
voordat er besloten kan worden. Er wordt wel degelijk gemeld, maar wij weten
niet of alle gemeenten even consistent melden en of er in alle gevallen gemeld
wordt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Ik ga ervan uit
dat de staatssecretaris ingaat op de mogelijkheid dat een verblijfsvergunning
wordt ingetrokken wanneer een baan verloren is gegaan. Ik heb verder nog een
vraag aan de minister over de praktikanten en de stagiaires. Ik heb altijd
begrepen dat zij aan het werk gaan op grond van een tewerkstellingsvergunning
of de notificatieplicht. De minister wekt nu echter de indruk dat het én, én
is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Op dit moment is voor deze
gevallen een tewerkstellingsvergunning nodig. De toets daarvoor is echter
versoepeld, doordat wij nu ook bezien of er met notificatie gewerkt kan worden.
Dit punt maakt onderdeel uit van de versoepelingen die wij nu onderzoeken.
Hierop wordt verder teruggekomen in de notitie over de Wav, omdat het eigenlijk
een versoepeling van de tewerkstellingsvergunning is. De versoepeling houdt
in dat bepaalde toetsen wegvallen, maar dat betekent nog niet dat wij zouden
denken dat wij geheel zonder tewerkstellingsvergunning kunnen werken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De minister noemde
de au pairs. Zij zijn volgens mij een onderdeel van het probleem. De regeling
is namelijk bedoeld voor culturele uitwisseling, maar in de praktijk verrichten
au pairs heel veel huishoudelijk werk.</al>
      <al>De Arbeidsinspectie ontvangt volgens de minister geen signalen van misbruik
of verkeerd gebruik van de regeling. Dat verbaast mij enigszins. Hoe doet
de Arbeidsinspectie dan eigenlijk onderzoek?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Voor au pairs geldt geen
tewerkstellingsvergunning. Er is ook geen aanleiding om daarin verandering
te brengen. Voor andere gevallen geldt nog steeds gewoon de eis van een tewerkstellingsvergunning.
Uiteraard is het minder eenvoudig voor de Arbeidsinspectie om hierop toe te
zien. Het gaat immers om persoonlijke huishoudens. Desondanks moet nog blijken
of er veel gevallen van mensen zijn die illegaal huishoudelijk werk doen.
Dat beeld hebben wij niet. Verder ontvangen wij geen klachten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De minister heeft
gelijk dat men onder de regeling heel beperkt een aantal huishoudelijke taken
kan laten verrichten door een au pair. Ik ontvang echter, waarschijnlijk net
als hem, berichten dat er wel degelijk mensen zijn die een groot deel van
de dag ingezet worden voor huishoudelijke taken. Hoe wil de minister dergelijk
misbruik tegengaan?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Minister <nadruk type="vet">Donner</nadruk>: Daarover kan ik weinig zeggen.
Als er niet voldaan wordt aan de regelgeving voor au pairs, zal men moeten
constateren dat er sprake is van illegale aanwezigheid. Men valt immers niet
onder de regeling. Als een au pair meent dat zij te veel in het huishouden
moet doen, is het aan haar of hem om de relatie met de familie waarvoor zij
werkt, op te zeggen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Ik stel voor dat wij de minister
na deze beantwoording excuseren. Hij heeft drukke werkzaamheden elders.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daartoe wordt besloten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Voorzitter. In
een debat vorige week over de toekomst van het asielbeleid heb ik gezegd dat
het migratie-instrument een van de allerbelangrijkste instrumenten is om de
samenleving te ordenen. Een dergelijke uitspraak brengt een verantwoordelijkheid
met zich. Die verantwoordelijkheid vult het kabinet in door alle maatregelen
die betrekking hebben op migratie, te nemen op basis van een visie. Wie laten
wij toe? Om welke reden en voor welke periode? Welk type samenleving wil Nederland
over twintig jaar zijn? Wat is de relevantie van het migratie-instrument daarbij?
Wat betekent het voor de bescherming die wij kwetsbare mensen willen bieden?
Wat betekent het voor mensen van wie wij weten dat zij een bijdrage leveren
aan de economische, culturele en de wetenschappelijke ontwikkeling van Nederland?
Een enkele spreker heeft dat benoemd als eigenbelang.</al>
      <al>Het project Modern Migratiebeleid is omvangrijk. Iemand somde het aantal
ministeries op dat hierbij betrokken is en die opsomming illustreert goed
dat dit beleid nadrukkelijk gedragen wordt door het hele kabinet. Overigens
heb ik voor dit project de allerleukste – ik gebruik dit woord bewust –
bijeenkomsten met mijn collega-ministers en collega-staatssecretarissen gehad.
Wij hebben daarbij diepgravend gesproken over de vraag wat het migratie-instrument
precies behelst en wat het betekent voor de beleidsterreinen van de afzonderlijke
bewindspersonen. Het kabinet heeft niet alleen een gedeelde visie op wat wij
met dat middel voor Nederland willen doen, maar het heeft ook nadrukkelijk
nagedacht over de vraag of het de maatregelen van de afzonderlijke departementen
voor zijn rekening kan nemen.</al>
      <al>De uitkomst van dit proces vindt u terug in de Blauwdruk. Ik heb dit stuk
met heel veel genoegen aan de Kamer aangeboden, want het biedt een nieuwe
basis voor het toelatingsbeleid. Het bevat een nieuwe structuur die eenvoudiger
en duidelijker is. Zo worden de verschillende verantwoordelijkheden duidelijk
benoemd. Het grote voordeel daarvan is dat de handhaafbaarheid van het stelsel
zal verbeteren. Naast die grotere overzichtelijkheid noem ik het koppelen
van bestanden en het spreken van dezelfde elektronische taal. Het lijkt misschien
simpel, maar het inkomensbegrip van het ministerie van Financiën is niet
het inkomensbegrip dat het ministerie van Justitie hanteert. Sociale Zaken
hanteert op zijn beurt weer een ander begrip. Als je niet dezelfde definities
hanteert, kun je echter nooit goed handhaven.</al>
      <al>Al dit soort processen hebben wij doorgemaakt. Daarbij kwam heel veel
techniek om de hoek kijken, maar wij hebben daarbij onze blik altijd gericht
gehouden op het doel dat het zo transparant en overzichtelijk moet worden
dat de handhaving gemakkelijk wordt voor alle betrokken diensten
en inspecties. Ik denk dat het door de Blauwdruk modern migratiebeleid een
stuk gemakkelijker wordt.</al>
      <al>Nederland met zijn hoge welvaartsniveau zal altijd een restrictief toelatingsbeleid
moeten hebben; wij kunnen niet iedereen toelaten. Nieuw in het beleid is dat
wij selectief durven te zijn. Wij moeten selectief zijn, niet alleen met het
oog op de economische ontwikkelingen, maar ook om grip te houden op de immigratie.
Die grip is overigens ook nodig omdat een visieloos toelatingsbeleid risico’s
met zich brengt voor de landen van herkomst. Innovatief en toekomstbestendig
zijn de kernbegrippen van deze Blauwdruk. Wij hebben dat uitgewerkt in de
formule: «uitnodigend waar het kan, restrictief waar het moet».</al>
      <al>Een belangrijk aspect van ons beleid is dat wij veel vertrouwen zullen
schenken aan onze afnemers, de gebruikers van het migratiebeleid. Belanghebbende
bedrijven en organisaties krijgen het vertrouwen om medeverantwoordelijkheid
te dragen voor de toelating van mensen die wij in Nederland nodig hebben.
Dat vertrouwen krijgen ze, maar er is zeker geen sprake van blind vertrouwen.
Het hoofdstuk over handhaving neemt daarom ook zo veel ruimte in. Gezien de
manier waarop gebruik wordt gemaakt van de kennismigrantenregeling, denk ik
dat wij dat vertrouwen met recht kunnen geven. Heel veel bedrijven maken niet
alleen gebruik van deze regeling, maar zij houden Justitie ook goed op de
hoogte van gewijzigde omstandigheden, bijvoorbeeld de mogelijkheid dat iemand
uit dienst treedt.</al>
      <al>De laatste jaren werken wij dus al samen, maar wij mogen ons daarvan natuurlijk
niet afhankelijk maken. Het kan niet zo zijn dat wij alleen handhaven op basis
van de informatie van onze afnemers. Met het oog daarop is het zo belangrijk
dat wij bestanden aan elkaar kunnen koppelen en dat Justitie veel meer en
efficiënter gaat samenwerken met Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zo
gaan wij de Suwi-bestanden aan onze bestanden koppelen om te kunnen bepalen
of uitkeringen rechtmatig worden verstrekt en of een verblijfsrechtelijke
reactie nodig is. Verder gaan wij een koppeling tot stand brengen met de bestanden
van de Belastingdienst, omdat het daardoor mogelijk wordt om te bepalen of
iemand voldoet aan de inkomenseis voor kenniswerkers. Als de overheid onvoldoende
toegang heeft tot dergelijke informatie, krijgt zij de handhaving natuurlijk
nooit echt op orde.</al>
      <al>Waarom is dit zo belangrijk? Als de handhaving niet op orde is, je je
eigen regels en normen niet naleeft en strikt handhaaft, dan gaat dat per
definitie ten koste van het draagvlak voor het migratiebeleid. Dat geldt ook
voor de bescherming van asielzoekers. Ik denk dan aan mensen die zijn uitgeprocedeerd.
Die moeten echt worden uitgezet. Ik denk aan mensen die geen kennismigrant
blijken te zijn. Van hen moet de verblijfsvergunning echt worden afgepakt.
Als je die maatregelen niet neemt, gaat dat ten koste van het draagvlak voor
de visie van het kabinet op migratie.</al>
      <al>Ik sluit mijn inleiding af met de opmerking dat de implementatie nog enige
tijd in beslag zal nemen, onder meer omdat daarmee een langdurig wetgevingsproces
is gemoeid. Dat betekent echter niet dat wij in de tussentijd niets doen.
Het kabinet heeft nadrukkelijk gekozen voor een strategie waarbij het op korte
termijn doet wat het kan doen. Ik doel daarmee natuurlijk op de quick wins
en de proeftuinen. Voorbeelden daarvan staan in de brief.</al>
      <al>De heer Kamp vroeg indringend wat er de afgelopen twee jaar is gedaan.
De Blauwdruk modern migratiebeleid is nieuw, maar de gedachte dat kennismigratie
onderdeel dient te zijn van een nieuw migratiebeleid, is ontwikkeld door het
vorige kabinet. Er lag bij mijn aantreden een goed stuk dat al door de Kamer
was geaccordeerd. De gedachte «restrictief en selectief migratiebeleid»
lag er dus al. Na mijn aantreden heb ik onmiddellijk een rondje gemaakt langs
de afnemers – bedrijven, onderwijsinstellingen en kunst- en cultuurinstellingen –
om met eigen ogen te zien hoe de Kennismigrantenregeling in de
praktijk werkte. Dat heeft ertoe geleid dat wij heel snel een aantal knelpunten
hebben kunnen wegnemen.</al>
      <al>Terwijl ik werkte aan deze grote exercitie, heb ik dus wel degelijk gewerkt
aan het perfectioneren van het bestaande systeem en de Kennismigrantenregeling.
Zo heb ik de zoektermijn voor studenten uitgebreid van drie maanden naar een
jaar. Als een student in Nederland afstudeert, heeft hij een jaar de tijd
om een baan te vinden. De inkomenseis voor een pas afgestudeerde student lag
op hetzelfde niveau als de inkomenseis voor kenniswerkers die van buiten kwamen.
Daaraan hebben wij ook iets gedaan door de inkomenseis voor deze pas afgestudeerden
terug te brengen naar een reëel niveau.</al>
      <al>De regel dat de partner van een kennismigrant via de versnelde procedure
mee naar Nederland kon komen, heb ik ook aangepast. Het was namelijk de eis
dat men op hetzelfde moment Nederland binnenkwam. Kwam een partner later naar
Nederland, dan viel hij of zij onder de normale procedure voor gezinshereniging,
een procedure die maanden in beslag kan nemen. Bedrijven die met expats werken,
ervoeren dat als een drempel. Ik heb die regeling zo aangepast dat een gezinslid
van een kennismigrant hem nareist, ook onder de versnelde procedure valt.
In de praktijk deed een dergelijke situatie zich nog wel eens voor, doordat
mensen hun huis nog moeten verkopen of kinderen een semester op school moeten
afmaken. Voor wetenschappers heb ik eveneens een regeling opgesteld. In de
afgelopen periode is dus wel degelijk heel veel gebeurd in de geest van de
nota.</al>
      <al>Niet alleen het grote aantal betrokken ministeries heeft ertoe geleid
dat het zo lang heeft geduurd, maar ook het aantal uitvoeringsorganisaties
en het grote aantal organisaties uit het veld dat hierbij betrokken was. Er
is namelijk uitvoerig onderzocht hoe het in de praktijk gaat werken en of
wij inderdaad kunnen handhaven op de manier die wij op papier hebben gezet.
Daarvoor is een uitvoerige ex-ante-uitvoeringstoets uitgevoerd. Dat proces
heeft de nodige tijd gekost, maar het heeft dan ook het nodige opgeleverd.
Al met al beschikken wij nu over een realistische nota die goed op uitvoeringsaspecten
is getoetst.</al>
      <al>Er komt een lang wetgevingsproces aan. De Kamer heeft de termijnen gezien
waarbinnen wij het allemaal voor elkaar willen krijgen. Begin 2009 starten
wij met een uitvoeringstoets, toegespitst op de uitkomsten van dit debat en
de wijzigingen die sinds de vorige toets zijn doorgevoerd. De uitkomsten daarvan
worden meegenomen in het wetsvoorstel. Het is mijn bedoeling om dat voorstel
voor het zomerreces bij de Kamer in te dienen. Als dit proces voortvarend
doorlopen wordt, voorzie ik publicatie in het Staatsblad voor de tweede helft
van 2010. Op dat moment beginnen wij met de implementatie van die onderdelen
waarmee wij nog niet in de vorm van proeftuinen en quick wins zijn begonnen.
U begrijpt dat ik daarbij hoop op een voortvarende behandeling in de Eerste
Kamer en de Tweede Kamer.</al>
      <al>Voorbeelden van proeftuinen. In de stukken staat voorjaar 2009, maar in
werkelijkheid start in januari 2009 al een proeftuin en wel een proeftuin
met de regeling voor hoger opgeleiden. Daarbij moet u denken aan studenten
die aan topuniversiteiten zijn afgestudeerd en die naar Nederland mogen komen
om binnen een jaar een baan te vinden. Verder starten wij met de regeling
voor au pairs. Ten slotte noem ik de samenvoeging van de loketten van het
CWI en de IND. Dit loket is enkele weken geleden geopend. Bij dit loket gaan
wij zowel de twv als de verblijfsvergunning afgeven. Er gebeurt dus al heel
veel en dat is niet alleen in het voordeel van de gebruikers, maar ook van
de handhaving.</al>
      <al>De heer Dijsselbloem wees op het interview in PM, waaruit zou blijken
dat het in de praktijk anders werkt dan wij op papier neerzetten. Ik kom daar
zelf ook voorbeelden van tegen. Als wij daarvoor een praktische oplossing
zien, voeren wij die onmiddellijk in. Ik vraag hem wel oog te hebben voor
het feit dat wij nu bezig zijn om papier in praktijk om te zetten. Dat proces zal ongetwijfeld nog meer voorbeelden opleveren van zaken, waarvan
de bedoeling niet helemaal strookt met de praktijk. Wij zitten nu middenin
dat proces, een proces dat ertoe moet leiden dat die voorbeelden opdrogen.
Ik sluit dus niet uit dat wij nog meer voorbeelden onder ogen krijgen. Als
ik tegen een zaal werkgevers zeg dat het de bedoeling is dat de IND terugbelt
als een document ontbreekt omdat de aanvraag dan snel in orde kan worden gemaakt,
zie ik instemmend geknik. Maar er zijn ook altijd een paar mensen die zeggen: «Ja
hoor, maar zo gaat het echt niet in de praktijk!»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Het enthousiasme
van de staatssecretaris over de Blauwdruk is groot. Ik zie echter nog steeds
spanning tussen klantgerichtheid en de mogelijkheden voor departementale samenwerking.
Ik zou graag zien dat zij meer nadruk legt op de klantgerichtheid. Ik begrijp
dat al die systemen nog niet met elkaar communiceren en ik weet ook wel dat
wij met vijf inkomensbegrippen werken, maar ik pleit toch voor meer klantgerichtheid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Het veranderingsproces
dat de IND doormaakt, is een randvoorwaarde voor de samenwerking met andere
departementen. De heer Kamp en de heer Dijsselbloem hebben vragen gesteld
over dit veranderingsproces en dan met name over de automatisering.</al>
      <al>De IND is naar aanleiding van een rapport van de Algemene Rekenkamer aan
de slag gegaan. De IND ging dus niet naar aanleiding van de wens om het migratiebeleid
te moderniseren nadenken over de vraag hoe de dienst klantgerichter kan werken.
De Algemene Rekenkamer heeft dit proces aangezwengeld, een proces dat nu al
een jaar of twee loopt. De IND wil anders werken. Daar zijn andere automatiseringssystemen
voor nodig. Het hoofd van de IND, Peter Veld, heeft dit goed opgepakt en werkt
doortastend aan de implementatie.</al>
      <al>De IND krijgt een nieuw systeem, INDIGO. Ik weet niet hoe goed de Kamer
hiervan op de hoogte is. Als daarvoor belangstelling bestaat, zijn wij in
ieder geval bereid om een technische briefing te bezorgen. Het is fascinerend
wat daar gebeurt! INDIGO zal eerder worden geïmplementeerd dan het modern
migratiebeleid. Het komende wetgevingsproces biedt dus de kans om ervoor te
zorgen dat dit systeem goed werkt. De risico’s zijn al met al op dit
moment te overzien.</al>
      <al>De IND heeft een dienstverleningsconcept ontwikkeld, waarin de aanvrager
centraal staat. Dat is van belang voor de positie van de referent. Hier hebben
wij dus al vorderingen gemaakt met de verbetering van de dienstverlening en
met name met die van de telefonische dienstverlening. Wij merken verder dat
achterstanden zijn ingelopen en dat de klanten de IND een ruime voldoende
geven. Belangrijker dan dat is echter dat de Nationale Ombudsman de IND niet
meer in de top heeft staan van de lijst van organisaties die irritaties veroorzaken.</al>
      <al>De heer Anker vroeg of er overgangsrecht komt. Het is een forse operatie.
Op dit moment werken wij namelijk aan de uitwerking van het nieuwe stelsel,
inclusief de wetgeving. Pas als je weet hoe de wetgeving eruit gaat zien,
kun je je een beeld vormen van de mogelijke overgangsproblemen. Als wij dat
beeld hebben, zullen wij de Kamer aangeven of en waar overgangsregelingen
nodig zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Anker</nadruk> (ChristenUnie): Mijn vraag betrof
vooral de mogelijke gevolgen van overgangsrecht voor het werk van de IND.
Het moet voor de IND allemaal wel behapbaar blijven. Zo mogen er geen stapels
dossiers ontstaan die op een nieuwe beoordeling wachten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: INDIGO is voornamelijk
gericht op de gefaseerde invoering. De IND wordt daarbij stap voor stap meegenomen.
De IND bereidt zich dus eigenlijk al twee jaar voor op het modern migratiebeleid. Wij hebben nog ongeveer anderhalf jaar te gaan tot het volgende
toetsmoment van de Algemene Rekenkamer. Dat valt dus mooi samen met het traject
van het Modern Migratiebeleid en de wetgeving.</al>
      <al>Voorzitter. In mijn inleiding heb ik al gezegd dat de handhaving een voorwaarde
is voor de realisatie van dit pakket nieuwe maatregelen. Ik ben er namelijk
van overtuigd dat meer verantwoordelijkheid voor de referenten per definitie
vraagt om meer toezicht. Dat extra toezicht bestaat onder meer uit een inlichtingenplicht
voor de referent. Dat is een nieuwe verplichting die inhoudt dat referenten
alle voor de IND belangrijke informatie over het verblijf van een vreemdeling
moeten doorgeven aan de IND. Daarbij moet u vooral denken aan wijzigingen
in de verblijfsgegevens.</al>
      <al>De referent krijgt een wettelijke positie en dat was tot op heden niet
het geval. Dat betekent dat je kunt gaan handhaven met verplichtingen en sancties.
Nieuw is de sanctie van de bestuurlijke boete, waarvoor de inlichtingenplicht
de grondslag biedt. Wij leggen die boete op als de referent geen of onjuiste
informatie verstrekt. Er is gekozen voor een bestuurlijke boete, omdat die
gemakkelijker ingezet kan worden dan de huidige civielrechtelijke garantstelling.
Deze stelt in de praktijk namelijk niet zo heel veel voor. Ik denk echter
dat het omwille van de tijd beter is om hierop niet al te uitgebreid in te
gaan.</al>
      <al>De heer Van de Camp vroeg waarom gekozen is voor een kan-bepaling voor
het intrekken van de verblijfsvergunning bij een beroep op de bijstand. Het
uitgangspunt is en blijft dat een verblijfsvergunning wordt ingetrokken op
het moment dat iemand een beroep doet op de bijstand. Ik wil echter de ruimte
houden om in individuele gevallen een belangenafweging te maken. Ik denk daarbij
bijvoorbeeld aan gezinshereniging, want dan kun je niet in alle gevallen de
vergunning intrekken, aangezien artikel 8 EVRM dan in de weg staat. Verder
kunnen natuurlijk ook het buitenschuldcriterium, eergerelateerd geweld en
minderjarigheid hiervoor aanleiding zijn. De formulering «kan worden
ingetrokken» biedt ruimte voor een zelfstandige beoordeling in specifieke
gevallen, maar dit zullen heel uitzonderlijke gevallen zijn. De regel is dus
dat er wordt ingetrokken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): De wetgeving moet
helder zijn. Ik zie dan ook liever dat de wetgever opschrijft «zal worden
ingetrokken, tenzij ...» «Kan worden ingetrokken» kan in
onze gejuridiceerde samenleving leiden tot een eindeloos debat.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Voor de wetgevingstechniek
is dat onderscheid niet echt relevant. «Zal worden ingetrokken, tenzij
...» levert verder wellicht nog meer vragen op dan mijn kan-bepaling.
Ik zal zoals gezegd, die kan-bepaling alleen in uitzonderingsgevallen toepassen,
want de regel is en blijft dat de bijstand wordt ingetrokken.</al>
      <al>Voorzitter. De heer Van de Camp en de heer Fritsma vragen waarom niet
onmiddellijk strafrechtelijk wordt opgetreden tegen referenten die de fout
ingaan. Het nieuwe stelsel biedt alle mogelijkheden om bij misdragingen op
te treden. De consequenties voor de verplicht erkende referent zijn ontzettend
groot. Wij mogen daarom alleen na een zorgvuldige afweging tot intrekking
overgaan. De straf op de overtreding moet immers proportioneel zijn. Zo wordt
iemand die slordig is omgegaan met de bewaarplicht, wel heel zwaar gestraft
met intrekking of een schorsing. Wij gaan in alle gevallen contact opnemen.
De eerste keer kan het bij een waarschuwing blijven, zeker als het om een
licht verzuim gaat. Pas bij hardnekkig niet-nakomen van de inlichtingenplicht
gaan wij de betrouwbaarheid ter discussie stellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Het klinkt mij niet
hard genoeg in de oren. Een referent die zich misdraagt – bijvoorbeeld
afhaalrestaurant Melissa die een schijnkennismigrant naar Nederland haalt –
moet worden uitgesloten van het over laten komen van andere migranten als
het wordt betrapt. Het feit dat iemand de boel flest, is toch
zeker voldoende reden om hem uit te sluiten van verdere samenwerking?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Jazeker. Het voorbeeld
dat u geeft, is dan ook precies het voorbeeld van een bedrijf dat wij zouden
aanpakken. Overigens is de lijst die u gebruikt, geen lijst van bedrijven
die kennismigranten naar Nederland halen. Op die lijst staan bedrijven die
na hun aanmelding zijn getoetst. Elke aanvraag van deze bedrijven wordt afzonderlijk
getoetst. Als blijkt dat een van deze bedrijven probeert om iemand onder valse
voorwendselen naar Nederland te halen, dan is het einde oefening voor de samenwerking.
U geeft dus een voorbeeld, waarbij juist wel onmiddellijk hard wordt opgetreden.
Mijn voorbeeld van de inlichtingenplicht voor een groot Nederlands bedrijf
is anders, want daarbij ging het om slordigheid. In zo’n situatie moeten
wij natuurlijk juist niet besluiten om onmiddellijk de vergunning in te trekken.</al>
      <al>Op de door de heren Fritsma en Dijsselbloem genoemde lijst staat inderdaad
een heel divers aantal bedrijven dat kennismigranten naar Nederland wil halen.
Het is inderdaad een beetje vreemde line up. Wij hebben echter goed zicht
op de bedrijven die de afgelopen jaren die vijfduizend kennismigranten naar
Nederland hebben gehaald. Gebleken is dat het daarbij vooral om bedrijven
uit de ICT-sector gaat. Slechts tien vergunningen op een totaal dus van ongeveer
vijfduizend gingen naar de horecasector. De bedrijven waarvan u het raar vindt
dat ze op de lijst staan, zijn dus niet de bedrijven die veel migranten naar
Nederland halen.</al>
      <al>De heer Fritsma vroeg waarom er geen paal en perk wordt gesteld aan het
aantal herhaalde aanvragen dat men mag indienen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Ik doelde niet op het
aantal herhaalde aanvragen, maar op het achter elkaar laten overkomen van
partners. Dat is iets anders.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: U hebt deze vraag
al heel vaak gesteld. Ik zou mij ervan af kunnen maken door te verwijzen naar
mijn eerdere antwoorden, maar ik wil hieraan toch een paar woorden wijden.
Vorige week hebben wij een interessant debatje gevoerd, waarin wij een klein
stapje nader tot elkaar zijn gekomen. Oneigenlijk gebruik en misbruik bestrijden
wij nu al en dat wordt nog gemakkelijker met ons nieuwe beleid. Wat was het
geval? Referenten die hun partner naar Nederland haalden, hadden eigenlijk
geen eigen positie. Nu komt er een referentenregister waardoor de IND veel
meer zicht krijgt op die referenten. Het wordt daardoor gemakkelijker om vast
te stellen of zij serieel een partner uit het buitenland halen. Daar hadden
wij tot nu toe geen goed zicht op. Als dat gebeurt, zullen wij zeker gaan
optreden.</al>
      <al>Het interessante debatje waarover ik sprak, ging overigens over het achterlaten
van vrouwen in de landen van herkomst. Wat wij toen bespraken, is ook van
toepassing op mannen die structureel hun vrouw mishandelen en die hun vrouw
naar het land van herkomst terugsturen om een nieuwe vrouw over te laten komen.
Ik vind dat je op z’n minst moet onderzoeken of dat geen contra-indicatie
is voor het naar Nederland halen van een partner. Je weet dan immers dat er
weer een kwetsbare vrouw in die situatie terecht zal komen. Ik heb u toegezegd
dat ik zal bezien of ik een dergelijke geschiedenis als een contra-indicatie
kan laten gelden. De nieuwe migrantenregeling en het referentenregister bieden
mij de structuur om daarop zicht te houden.</al>
      <al>Ik denk dat ik inmiddels genoeg heb gezegd over de handhaving om ervan
uit te mogen gaan dat ik de vragen van de heer De Wit voldoende heb beantwoord.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): U gaat referenten en
bedrijven dus beter dan tot nu toe controleren, ook als zij erkend zijn? Relativeert
u hiermee het vertrouwen dat u in de stukken lijkt uit te spreken?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Vertrouwen maar
geen blind vertrouwen. Ik zei dat het overzichtelijker en simpeler zou worden,
en daardoor dus ook beter handhaafbaar. Dat is nadrukkelijk relevant voor
de referent die een partner uit het buitenland haalt.</al>
      <al>De heer Fritsma vroeg naar misbruik van de erkenning door werkgevers.
Ik vraag hem daarbij in het oog te houden dat het vergaande gevolgen kan hebben
voor een werkgever met foute bedoelingen als hij zich bij ons meldt met een
verzoek tot erkenning als referent. Het kan zo’n malafide bedrijf fikse
nadelen opleveren. Hij maakt zich namelijk bekend bij de IND, wat leidt tot
een screening op strafrechtelijke overtredingen en overtredingen van de Vreemdelingenwet
en de Wet arbeid vreemdelingen. Als bij de minister van Sociale Zaken of bij
mij zaken bekend zijn, komt dat op dat moment aan het licht. Verder bouwen
wij een dossier op. Alle gegevens in dat dossier kunnen aanleiding zijn voor
intensievere controle. De Arbeidsinspectie, de IND en andere organisaties
wisselen informatie over hem uit. Hij krijgt te maken met regelmatige verzoeken
om wijzigingen door te geven en met stelselmatige digitale controles. Als
hij slordig omgaat met zijn administratie, kan dat tot een boete leiden. Ten
slotte krijgt hij ook te maken met bedrijfsbezoeken van de IND. Als de IND
daarbij iets opvalt, wordt dat doorgegeven aan de Arbeidsinspectie. Er zijn
inmiddels ook afspraken gemaakt over de manier waarop deze dienst zal optreden
en het verhalen van eventuele kosten.</al>
      <al>Een werkgever die wil frauderen, brengt zich dus juist onder de aandacht
van de IND. Hij komt verder terecht in een systeem dat gericht is op de bestrijding
van misbruik. Als mensen zich daarvan bewust zijn, verkleint dat het risico
aanzienlijk dat hiervan op grote schaal misbruik gemaakt zal worden.</al>
      <al>Voorzitter. De gezinsmigratie. Mevrouw Azough en anderen vroegen naar
de evaluatie van het beleid voor gezinsmigratie. Deze evaluatie, waarin ook
de 120%-eis aan de orde komt, was voorzien voor het einde van dit jaar.
Ik heb de Kamer inmiddels geschreven dat er sprake is van enige vertraging.
Het moet een zorgvuldige evaluatie worden en ik wil dan ook niet dat men zaken
afraffelt. Ik benadruk dat, omdat het niet mijn voorstel, maar dat van het
WODC en INDIAC was om de einddatum van de evaluatie te verplaatsen. Ik heb
met deze latere oplevering van het onderzoeksrapport ingestemd. Dat betekent
dat wij begin 2009 in plaats van eind 2008 het rapport zullen ontvangen.</al>
      <al>Er is gevraagd naar de kritiek van de EU op het gezinsherenigingsbeleid.
De heer Fritsma en mevrouw Azough hebben over de mededeling van de Europese
Commissie Kamervragen gesteld. Deze vragen zullen op de kortst mogelijke termijn
beantwoord worden. Overigens staat deze mededeling niet voor vandaag geagendeerd.
Ik kan de Kamer nu al wel mededelen dat het evaluatierapport van de richtlijn
voor gezinshereniging 24 lidstaten betreft. Daarom heb ik aangegeven dat het
geen juridisch onderbouwde inbreukprocedure is. Men richt zich immers op 24
landen. Het is natuurlijk wel mogelijk dat de Commissie op basis van haar
bevindingen een inbreukprocedure start. Mocht dat gebeuren, dan denk ik dat
wij, gezien de uitgangspunten van het huidige gezinsherenigingsbeleid, die
juridische toets kunnen doorstaan.</al>
      <al>De heer Fritsma vraagt waarom ik de termijn voor voortgezet verblijf voor
gezinsmigranten niet op wil rekken naar tien jaar. Daar zijn een aantal formele
en een aantal principiële redenen voor te geven. Een formele reden is
dat in de richtlijn voor gezinshereniging een termijn van maximaal vijf jaar
is opgenomen. Die termijn ligt dus vast. Deze discussie hebben wij ook gevoerd
over de verlenging van het zelfstandig verblijf van drie naar vijf jaar. Je
brengt met name vrouwen die in een afhankelijke positie verkeren
ten opzichte van hun partner in een moeilijkere positie, omdat zij langer
van hem afhankelijk zijn. Om die reden ben ik er ook niet voor om te werken
met een termijn van tien jaar. Dat zou echt onwenselijk zijn, gezien de gevolgen
voor de emancipatie van vrouwen. Overigens is hierover uitgebreid gedebatteerd
met de Kamer en in die debatten heeft zij telkenmale haar steun uitgesproken
voor de gedachte dat je deze termijn niet moet verlengen.</al>
      <al>De heer Fritsma en de heer Anker vroegen naar het verruimde gezinsherenigingsbeleid.
De heer Fritsma is tegen verruiming en de heer Anker zou graag zien dat het
nog wat ruimer wordt. Ik heb met name het gezinsherenigingsbeleid voor ouderen
verhelderd. Zowel de inkomenseis als de voorwaarde voor het aantal kinderen
dat in Nederland woonachtig moet zijn om een oudere over te laten komen, wordt
vereenvoudigd. Verder moet voortaan één van de kinderen volledig
voor de vereiste inkomensnorm staan. Vroeger was de optelsom van de inkomens
van de kinderen voldoende om een oudere over te laten komen.</al>
      <al>Verder laten wij de absolute eis vallen dat vrijwel alle kinderen in Nederland
moeten verblijven. Voortaan is de aanwezigheid van één kind
voldoende. Men moet daarbij uiteraard aan de criteria van het ouderenbeleid
voldoen. Dat betekent dat men alleenstaand moet zijn in het land van herkomst,
ouder dan 65 jaar en verstoken van zorg. Waarom hebben wij de eis losgelaten
dat vrijwel alle kinderen in Nederland moeten verblijven? Dat hebben wij gedaan,
omdat deze eis niet concreet genoeg is en tot heel veel interpretaties en
procedures heeft geleid. Het wordt ook hier eenvoudiger en duidelijker, en
dus beter handhaafbaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Dit is een toch wel
heel erg vreemd antwoord, want een oudere met kinderen mag blijkbaar gewoon
naar Nederland komen als hier een van haar andere kinderen woont. Waarom moet
de Nederlandse samenleving de verantwoordelijkheid op zich nemen voor deze
ouderen met alle gevolgen van dien voor de druk op de AOW en de gezondheidszorg?
Dit ouderenbeleid is een onacceptabele verruiming.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Een oudere in Marokko
met tien kinderen mocht alleen naar Nederland komen als negen van die kinderen
in Nederland woonden. De staatssecretaris maakt daar nu één
kind van. Ik vind het een grof schandaal. Hoe durft zij?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van de Camp</nadruk> (CDA): Eén kind
moet garant staan voor de financiële consequenties, maar hoe lang moet
hij dat doen? Een jaar? Een maand? Mijn fractie heeft deze regeling kritisch
tegen het licht gehouden. Ik ben het met u eens dat het verzamelinkomen ook
vrij fluïde is, maar als één kind garant kan staan, is
het wel de vraag of hij niet na een jaar in de bijstand komt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Anker</nadruk> (ChristenUnie): Het feit dat
iemand in het land van herkomst verstoken is van zorg weegt dus niet zwaarder
dan de leeftijdsgrens?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP): Mensen uit de praktijk
pleiten ervoor om ouderen niet alleen te koppelen aan het speciale beleid
voor 65-plussers. Er zijn namelijk ook mensen die met hun moeder of hun broer
in gezinsverband samenwonen. Voor hen gelden die hoge eisen niet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Bij de heer Kamp
leeft wellicht een misverstand. Ik hoop dat hij zijn forse woorden wil terugnemen
als ik dat ophelder. Het is niet zo dat iemand naar Nederland mag komen als
tien van zijn of haar kinderen in Marokko wonen en één kind
in Nederland. Het is en blijft namelijk een voorwaarde dat je alleenstaand
bent in het land van herkomst. «Alleenstaand» betekent in dit
verband dat er in het land van herkomst geen kinderen zijn die
hun vader of moeder kunnen verzorgen. Dat was en is het uitgangspunt van het
beleid.</al>
      <al>Het komt voor dat mensen kinderen hebben in meerdere landen en dus niet
in het land van herkomst. Als dan de keuze wordt gemaakt om bij het kind in
Nederland te gaan wonen, toetsen wij aan de criteria. Alleen de voorwaarde
dat alle kinderen in Nederland wonen, komt te vervallen. In het land van herkomst
moet iemand ouder zijn dan 65, alleenstaand en verstoken van zorg. Die voorwaarden
blijven gelden.</al>
      <al>De heer Anker vraagt of het criterium «verstoken van zorg»
niet zwaarder moet wegen dan de leeftijdsgrens. De criteria, inclusief de
leeftijdseis, blijven staan. Ik maak daarbij wel de kanttekening dat ik het
niet erg vind om in heel schrijnende gevallen voor de 341ste keer gebruik
te maken van mijn discretionaire bevoegdheid.</al>
      <al>De heer Kamp vraagt mij, in te gaan op de eis dat één kind
garant moet staan voor het hele inkomen. Die eis geldt voor de periode dat
de afhankelijke verblijfsvergunning geldt. Als een oudere na drie jaar een
zelfstandige verblijfsvergunning krijgt, vervalt die eis natuurlijk.</al>
      <al>De heer De Wit vraagt om verruimde gezinshereniging voor kennismigranten.
Hierbij speelt het praktische punt dat de snelle procedure zich niet echt
verhoudt met de toets die wij uitvoeren op de verruimde gezinshereniging.
Ik zeg hem toe dat ik in de gesprekken met de gebruikers zal nagaan of het
een probleem is.</al>
      <al>De heer Fritsma vraagt waarom gezinshereniging mogelijk wordt gemaakt
voor studenten in het zoekjaar. Studenten die hier aan een van de hogescholen
zijn afgestudeerd, hebben soms al een vaste relatie. Als je een student verblijf
toekent in de vorm van voortgezet verblijf, waarom zou je zijn of haar partner
die hier al is dat dan niet toestaan? Deze studenten kunnen een waardevolle
bijdrage leveren aan onze samenleving en deze regeling valt dan ook onder
de gedachte: selectief, omdat wij er een belang bij hebben. Hetzelfde argument
is van toepassing op mensen die in het kader van de proeftuin vanaf 1 januari
naar Nederland mogen komen, omdat ze afgestudeerd zijn aan een van de topuniversiteiten
van de wereld.</al>
      <al>De heer Dijsselbloem merkte op dat ik in het kader van het modern migratiebeleid
gezegd heb dat de Belgiëroute niet van bijzonder belang is voor dat migratiebeleid.
Aan de opmerking waarnaar hij verwijst, moet hij niet meer waarde toekennen
dan in het kader van deze nota nodig is. Ik hecht er namelijk geen bijzonder
belang aan om deze situatie onder deze nota te brengen, omdat deze nota niet
over het vrij verkeer van personen gaat Hiernaar gaat namelijk veel aandacht
uit. Het debat hierover is weer actueel geworden door het Metock-arrest van
het Europese Hof. Hierover zijn schriftelijke vragen gesteld. Een en ander
heeft mij ertoe gebracht om een interventie te plaatsen op de JBZ-raad over
de consequenties hiervan voor de Belgiëroute. De Belgiëroute is
voor een deel legitiem, want sommigen maken gewoon gebruik van de bestaande
Europese regels voor vrij verkeer van personen. Hieraan kan en wil ik niets
veranderen, maar wij weten ook dat er misbruik wordt gemaakt van deze route.</al>
      <al>Mij stoort het dat wij in de praktijk nauwelijks gebruik kunnen maken
van artikel 35 van de Europese richtlijn, die het mogelijk maakt om op te
treden tegen mensen die via deze route een partner naar Nederland halen. Oorzaak
daarvan is dat wij heel erg slecht zicht hebben op de ontwikkelingen rond
deze route. Ik doe alles wat mogelijk is in mijn bilaterale contacten met
mijn Belgische collega, maar het wordt nauwelijks gemonitord. Tegelijkertijd
stijgt het aantal mensen dat naar Nederland komt door gebruik te maken van
deze mogelijkheid in het Europese recht. Tijdens de vergadering van de JBZ-raad
heb ik voorgesteld om het Europees te monitoren en een notificatieplicht in
te voeren. Die notificatieplicht houdt in dat lidstaten elkaar informeren
over opvallende ontwikkelingen.</al>
      <al>Als ik zou constateren dat er opeens heel veel Duitsers naar Nederland
komen, zou dat erop kunnen wijzen dat er een Nederlandroute voor Duitsland aan het ontstaan is. Ik vind dat ik Duitsland daarvan op de hoogte
zou moeten stellen. Ik pleit binnen Europa dus voor monitoring en een notificatieplicht.
Hopelijk gaat dat lukken.</al>
      <al>Ik kom op het stellen van een mvv-eis. Een mvv is een machtiging tot voorlopig
verblijf en eigenlijk is het de toets in het land van herkomst om te bepalen
of iemand aan de voorwaarden voor toelating voldoet. Daardoor kunnen wij voorkomen
dat vreemdelingen ongecontroleerd Nederland in kunnen reizen om vervolgens
een aanvraag voor toelating te doen. De ambassades geven de mvv af. De heer
Van de Camp vroeg hiernaar. Het toegangsvoordeel van de nieuwe procedure voor
toegang en verblijf, de geïntegreerde procedure voor visum en verblijfsvergunning,
is dat een vreemdeling bij aankomst in Nederland niet opnieuw de molen van
toelatingstoetsen hoeft te doorlopen. In die procedure worden nu namelijk
vaak dezelfde documenten gevraagd als die welke soms al eerder aan een andere
instantie zijn overgelegd. De dubbelingen proberen wij er dus uit te halen,
mede omdat dat de administratieve lasten voor het bedrijfsleven kleiner maakt.
Deze stap levert voordeel op, zonder dat het ten koste gaat van de zorgvuldigheid
en de handhavingsmogelijkheden.</al>
      <al>De heer De Wit en mevrouw Azough stelden de termijnen voor de mvv aan
de orde. Ik acht het niet wenselijk om de termijn voor het ophalen van een
mvv in een naburig land op zes maanden te stellen. Bij de keuze voor het bekorten
van de termijn is doorslaggevend geweest dat in de praktijk de meeste vreemdelingen
hun mvv gaan halen, nadat is ingewilligd. De termijn moet je zo kort mogelijk
houden, juist omdat wij de mvv en de vvr gaan samenvoegen. Dat voorkomt namelijk
dat iemands situatie zich in deze periode tot aan de binnenkomst in Nederland
kan wijzigen. De tijd tussen aanvraag, inwilliging en het afhalen van de mvv
wil ik zo kort mogelijk houden, omdat dat in ons belang is en in het belang
van de vreemdeling. Over het wetsvoorstel inzake de mvv wordt op dit moment
schriftelijk overleg gevoerd. Ik zal dus meer gedetailleerd op al deze vragen
terugkomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De meerderheid
van de mensen is inderdaad in staat om binnen drie maanden de mvv op te halen.
Op die groep richtte ik mij dan ook niet. Ik richtte mij op die mensen voor
wie dit te gevaarlijk is. Ik kan mij voorstellen dat in dergelijke gevallen
een uitzondering wordt gemaakt. Zijn uitzonderingen voor specifieke situaties
mogelijk?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Ik denk dat wij
hierop terugkomen in het schriftelijk overleg. Ik kan nu al wel zeggen dat
wij mensen niet vragen om hun mvv op te halen op een plaats waar het voor
hen gevaarlijk is. Als gesteld wordt dat van mensen verwacht kan worden dat
ze in een bepaald land hun mvv op gaan halen omdat er in hun land geen diplomatieke
vertegenwoordiging is, houden wij er rekening mee dat dit binnen de gestelde
termijn mogelijk moet zijn.</al>
      <al>Ik kom op de leges. In het coalitieakkoord staat inderdaad de opdracht
om onderzoek te doen naar de vraag of de hoogte van de huidige leges belemmerend
werken voor kennismigranten. Ik heb de ACVZ gevraagd om hiernaar onderzoek
te doen. Dat onderzoek is inmiddels afgerond en de Kamer krijgt dit rapport,
voorzien van een kabinetsreactie, binnenkort onder ogen. Het lijkt mij goed
om aan de hand van deze kabinetsreactie de discussie over de leges voort te
zetten. Er bestaat een relatie tussen leges en kostprijs. De leges zijn nog
steeds niet kostendekkend. Op dit moment zitten wij op een percentage van
36. Desalniettemin zijn de leges hoog en is de ruimte om ze verlagen dus ook
klein. De heer De Wit zegt dat het modern migratiebeleid tot een snellere
procedure leidt en vraagt zich af of dit vervolgens leidt tot een lagere kostprijs.
Gelet op het gat van 64%, zal deze eventuele verlaging niet leiden
tot een kostendekkend systeem.</al>
      <al>De heer De Wit, de heer Van der Staaij en met name mevrouw Azough vragen
naar de consequenties voor de landen van herkomst als wij te enthousiast kennis
naar Nederland halen uit landen waar ze die kennis zelf keihard nodig hebben.
Er bestond heel lang consensus over dat het effect per definitie negatief
zou zijn voor de landen van herkomst. Inmiddels is er meer onderzoek beschikbaar
en daaruit rijst een genuanceerd beeld op. Juist de gevolgen van migratie
en kennismigranten op de herkomstlanden zijn groot: «remittances»,
internationale netwerken en remigratie van mensen met meer kennis. De zaak
is dus ingewikkelder dan werd gedacht. Nederland en alle andere ontwikkelde
landen die gebruikmaken van kennismigranten van ontwikkelingslanden, dragen
een grote verantwoordelijkheid. Dat is de reden dat wij werken aan een EU-gedragscode.
Nederland zet daar hard op in.</al>
      <al>Recentelijk kreeg ik een voorbeeld van de noodzaak waarom je per land
een plan van aanpak zou moeten opstellen. De president van Ghana was in Nederland
op bezoek en in zijn gevolg bevonden zich ook mensen van de Ghanese immigratiedienst.
Zij vertelden dat zij mensen terughalen naar Ghana. Zij spreken mensen in
Engeland actief aan en bieden hen een baan aan in Ghana. Landen als Nederland
en Engeland moeten dit soort initiatieven ondersteunen. Wij kunnen dat doen
door te helpen met het opvangen van het inkomensverschil tussen in dit geval
Engeland en Ghana. Het salaris van een arts is in Engeland immers veel hoger.
In Malawi loopt een dergelijk project. Daar topt men de salarissen van plattelandsartsen
op. Dat is een goed voorbeeld van een project dat ontwikkelingslanden kan
steunen om mensen te bewegen in hun eigen land te blijven of terug te keren.
Ik geef de voorkeur aan deze route boven een al te gemakkelijke discussie
aan de hand van: «braindrain is slecht». Wij kunnen hier echt
een win/win-situatie van maken, niet alleen voor ons, maar zeker ook voor
de ontwikkelingslanden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Azough</nadruk> (GroenLinks): De staatssecretaris
geeft één concreet voorbeeld van een project dat gericht is
op compensatie. Wij hebben niet veel tijd meer en ik vraag haar daarom, schriftelijk
een toelichting te geven op alles wat er wordt gedaan om het fenomeen van
de braindrain aan te pakken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: Die informatie
komt sneller naar u toe dan u denkt, want de nota over ontwikkeling en migratie
moet nog worden besproken. Ik voer dat debat met de Kamer graag samen met
de minister voor Ontwikkelingszaken. Ik kan u nu al wel zeggen dat Nederland
op dit moment nauwelijks verantwoordelijk is voor braindrain. China, India
en westerse landen als de VS en Canada en Japan zijn de belangrijkste herkomstlanden
van onze kennismigranten. Er komen nauwelijks kennismigranten uit Afrika naar
Nederland. De zorgsector werft overigens niet uit ontwikkelingslanden.</al>
      <al>De heer Van de Camp vroeg naar de blue card van de EU. Europa komt met
een stelsel dat minder ver gaat dan dat wij in Nederland doen. Ik ben daarmee
akkoord gegaan, omdat het belangrijk is dat alle 27 landen van de EU met een
Kennismigrantenregeling gaan werken. Voor ons voegt het niets toe, maar voor
heel veel andere landen is het nieuw. Het is de verwachting dat deze richtlijn
voor het einde van dit jaar wordt aangenomen. De implementatietermijn loopt
twee jaar en drie jaar daarna wordt er geëvalueerd. Op dat moment kunnen
wij zien op welke wijze andere landen die toepassen en of dat ons een goede
positie geeft om te pleiten voor verandering van de Europese Kennismigrantenregeling
en de blue card.</al>
      <al>Ik denk dat ik daarmee ook de vraag heb beantwoord van de heer Van der
Staaij of het toekomst-proof is. Wij hebben het uitdrukkelijk niet alleen
vanuit internationaal perspectief opgesteld, maar ook vanuit Europees oogpunt.
Daarvoor hebben wij het naast alle richtlijnen gelegd. Het Zweeds
voorzitterschap zal een vervolg geven aan het Haags Programma en daarmee is
het Nederlandse beleid zeker toekomst-proof.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Het is op een haar na 13.00
uur. Ik stel voor dat wij de staatssecretaris tot dat moment de tijd geven
om de laatste vragen te beantwoorden. Het is daarna aan ons om te bezien of
wij op een ander moment een tweede termijn willen houden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Staatssecretaris <nadruk type="vet">Albayrak</nadruk>: De minister van
Sociale Zaken heeft al het een en ander gezegd over het verblijf voor religieuze
doeleinden. Er ligt nog een enkele vraag op antwoord te wachten. De heer Anker
vraagt hoe wij omgaan met de lijst, nu de religieuze instellingen ook referent
worden. De organisaties die op deze lijst staan, kunnen hun aanvragen blijven
indienen in het kader van de overgangsregeling. Het is de verwachting dat
diegenen die nu op de lijst staan, straks als referent worden aangewezen.</al>
      <al>Ik kom op de kolommensystematiek en de betrokkenheid van religieuze organisaties.
Aanvankelijk waren religieuze en levensbeschouwelijke organisaties sceptisch
over het voornemen om voor hen geen aparte kolom in te richten. Inmiddels
begrijpen zij waarom een aparte kolom voor religieuze toelating niet nodig
is. Het gesprek met hen is overigens in een goede verstandhouding gevoerd.</al>
      <al>De heer Van de Camp vroeg naar de mogelijkheid van een uitzondering op
het salariscriterium voor gastdocenten in de Kennismigrantenregeling. In de
Blauwdruk kon hij lezen dat het kabinet binnen de Kennismigrantenregeling
verblijf mogelijk zal maken voor onbezoldigde gastdocenten. Wij zullen de
regelgeving daartoe aanpassen. Ik zal kritisch kijken naar de formulering
van de artikelen waarnaar de HBO-raad verwijst.</al>
      <al>De heer Dijsselbloem vroeg waarom wij deze wijziging niet hebben aangegrepen
om met een puntensysteem te werken zoals in Engeland en Australië. Wij
hebben wel iets afgekeken van het Verenigd Koninkrijk. Sinds 2002 kent men
daar het «Highly Skilled Migrant Programme». Ons stelsel is daar
deels op gebaseerd. Er is overigens wel enig verschil voor vreemdelingen tussen
het Britse en het Nederlandse systeem. Zo laten de Britten ook hooggekwalificeerde
mensen in aanmerking komen, terwijl onze definitie van de kennismigrant alleen
gebaseerd is op het salariscriterium.</al>
      <al>Voordat wij overwegen om het Engelse systeem naar Nederland te transporteren,
willen wij ervaring hebben opgedaan met het toelaten van talent. Zij baseren
talent op punten voor het onderwijsverleden en werkervaring, terwijl wij eerst
ervaring willen opdoen met een beperkte groep getalenteerde hoogopgeleiden.
Het toetsen van werkervaring is daarbij niet aan de orde. De situatie in Engeland
is feitelijk een heel andere dan bij ons. Bovendien houden zij hun systeem
op dit moment tegen het licht. Het is dus zeker niet zo dat wij dat systeem
zonder meer kunnen overnemen.</al>
      <al>De heer Dijsselbloem vroeg wat er is gedaan met de aandacht die is gevraagd
voor partners van Nederlandse ontwikkelingswerkers en hun komst naar Nederland
op het moment dat hun partners terugkomen. Deze problematiek is onder mijn
aandacht gebracht. Ik beraad mij op dit moment op een reactie. Ik zal de Kamer
hierover nog voor het kerstreces berichten.</al>
      <al>De heer Anker vroeg naar het EZ-project Branding. Ik zie aan zijn reactie
dat ik mij vergis. Dit project is bedoeld om Nederland aantrekkelijker te
maken als vestigingsplaats. Als je met het oog op innovatie probeert om je
land aantrekkelijker te maken, is de Kennismigrantenregeling vooral faciliterend.
Wij moeten het natuurlijk vooral hebben van onze naam en faam. Hoe staat Nederland
bekend? Is Nederland een aantrekkelijk land om te wonen met een gezin? Is
het een fijn land? Dat speelt allemaal een rol in de hoofden
van mensen en het is dan ook goed dat EZ hard werkt aan het in de markt zetten
van het merk Nederland, de zogenaamde branding.</al>
      <al>De heer Van de Camp wees erop dat er geen ziektekostenverzekering kan
worden afgesloten als men met een mvv Nederland inreist, totdat de verblijfsvergunning
is afgegeven. Door de toegang en verblijfsprocedure zal dit probleem op termijn
verdwijnen. Voor de tussenliggende periode ben ik in overleg met het ministerie
van VWS.</al>
      <al>De heer Kamp haalde het artikel in de Telegraaf aan, waarin staat dat
ik 340 verblijfsvergunningen heb afgegeven op basis van mijn discretionaire
bevoegdheid. Dat aantal zou bovenop de verblijfsvergunningen komen, die wij
nu al «rondstrooien». Toen ik las dat het er 340 waren, dacht
ik: «Zijn het er zo weinig? Ik moet beter mijn best gaan doen».
Ik zeg dat bewust zo, want dit aantal wijkt niet af van het gebruik van de
discretionaire bevoegdheid van mijn voorgangers. Ik zit er zelfs onder. Die
discretionaire afwijkingsbevoegdheid heeft verder niets met het generaal pardon
te maken. Het tegenovergestelde is wel waar, want het generaal pardon heeft
mensen weggehaald die anders een beroep hadden gedaan op mijn discretionaire
bevoegdheid.</al>
      <al>Mijn voorgangers en ik hebben altijd een discretionaire afwijkingsbevoegdheid
gehad en die bevoegdheid zal zeker blijven bestaan. Als een geval aan je wordt
voorgelegd, moet je immers kunnen bepalen of je de optelsom van omstandigheden
zo schrijnend vindt en humanitair zo onacceptabel, dat het reden is om in
afwijking van je eigen beleid een verblijfsvergunning af te geven. Die ruimte
zal elke staatssecretaris of minister voor Vreemdelingenzaken ook in de toekomst
hebben. De aantallen laten zien dat daarvan consequent en zorgvuldig gebruik
wordt gemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Wilt u nu een tweede termijn
houden of op een later tijdstip?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Fritsma</nadruk> (PVV): Ik heb behoefte aan
een korte concluderende termijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD): Ik ook.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk>: Ik zie meer instemmende gebaren.
Dat zullen wij dan voor een ander moment moeten plannen, want daarvoor is
nu geen tijd meer.</al>
      <al>Ik bedank de staatssecretaris. Ik heb negen toezeggingen genoteerd, maar
omdat het debat nog niet is afgerond, kan de buit nog groter worden.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie van Justitie,</functie>
        <naam>De Pater-van der Meer</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>De Wit</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie van Justitie,</functie>
        <naam>Nava</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD),
Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz
(CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok
(CDA), Azough (GroenLinks), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk
(Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken
(PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (ChristenUnie).</al>
    <al>Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD),
Smeets (PvdA), Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA),
Roemer (SP), Jan de Vries (CDA), Halsema (GroenLinks), Dijsselbloem (PvdA),
Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD),
Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD),
Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Slob (ChristenUnie).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GroenLinks),
Blok (VVD), Tichelaar (PvdA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé
Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Timmer (PvdA), Koşer
Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Ortega-Martijn
(ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan
(CDA), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP)
en Vos (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Sap (GroenLinks), De Krom
(VVD), Heerts (PvdA), Smilde (CDA), Depla (PvdA), Aptroot (VVD), Sterk (CDA),
Willemse-van der Ploeg (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Pechtold (D66), Spies (CDA),
Irrgang (SP), Lempens (SP), Cramer (ChristenUnie), Biskop (CDA), Kamp (VVD),
Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP),
Heijnen (PvdA) en Weekers (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>