﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30523-20/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_6_8__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST119965</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 523</nummer>
      <naam>Bepalingen met betrekking tot de veilige vaart op de binnenwateren (Binnenvaartwet)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>20</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 24 juni 2008</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>
heeft op 29 mei 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris Huizinga-Heringa
van Verkeer en Waterstaat over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende antwoorden op vragen van het lid Roemer over centrale
bediening van sluizen, bruggen en stuwen, d.d. 4 april 2007 (Aanhangsel
Handelingen II 2006–2007, nr. 1204);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende antwoorden op vragen van het lid Roemer over centrale
bediening van sluizen, bruggen en stuwen, d.d. 22 juni 2007 (Aanhangsel
Handelingen II 2006–2007, nr. 1931);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende antwoorden op vragen van het lid Roemer over de brugbediening
bij de Zaan, d.d. 24 oktober 2007 (Aanhangsel Handelingen II 2007–2008,
nr. 352);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat ter aanbieding van het Ontwerpbesluit houdende nadere regels
voor de binnenvaart (Binnenvaartbesluit), d.d. 20 december 2007 (30 523,
nr. 15);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende antwoorden op vragen naar aanleiding van voorhang tot
het Binnenvaartbesluit, d.d. 31 maart 2008 (30 523, nr. 17);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende antwoorden op commissievragen over het Visiedocument
Toezicht Binnenvaart, deel 1: Taakoverdracht certificering en meting, d.d.
14 mei 2008 (30 523, nr. 18);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat inzake uiteenzetting van het beleid ten aanzien van het bedienen
op afstand van sluizen, bruggen en stuwen in beheer bij de RWS, d.d. 15 mei
2008 (31 200 A, nr. 80);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat houdende afschrift reactie aan maritieme sector inzake de IVW-tarieven
2008, d.d. 20 mei 2008 (VW-08-416);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat over het Binnenvaartbesluit, d.d. 21 mei 2008 (30 523,
nr. 19).</nadruk>
      </al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Roemer</nadruk> (SP) is sceptisch over de oplossingen
van de staatssecretaris voor het slecht functioneren van de Inspectie Verkeer
en Waterstaat (IVW). Het ministerie heeft de problemen zelf veroorzaakt door
het toezicht stelselmatig weg te saneren. Het is onverstandig om veiligheid
aan de markt over te laten.</al>
      <al>De informatieverstrekking en medewerking van het ministerie liet te wensen
over op het punt van het bedienen op afstand van sluizen. Ook het samenstellen
van een programma voor het werkbezoek verliep stroef. De heer Roemer heeft
al in maart 2007 Kamervragen over bedienen op afstand gesteld. De staatssecretaris
heeft daarop geantwoord dat er geen onderzoek is gedaan naar het op afstand
bedienen van sluizen. Het is in dat licht erg vreemd dat zij vlak voor dit
overleg nog een groot aantal onderzoeken naar de Kamer heeft gestuurd, ook
van voor 2007. Waarom zijn deze niet eerder met de Kamer gedeeld? Heeft de
Kamer nu alle onderzoeken naar op afstand bediende sluizen?</al>
      <al>Het op afstand bedienen van grote sluizencomplexen baart zorgen. Bij zowel
sluizen als bruggen zijn er voorbeelden van (bijna-)ongelukken. Waarom wil
Rijkswaterstaat bedienen op afstand doordrukken, ongeacht de gevolgen voor
de veiligheid en zonder een gedegen analyse en testperiode? Is het bezuinigen
op arbeidskrachten belangrijker dan de (sociale) veiligheid, menselijke aspecten
en een gedegen invoering?</al>
      <al>Innovatieve en technische verbeteringen ter ondersteuning van het personeel
om de doorstroming, veiligheid en de efficiëntie te verbeteren, verdienen
uiteraard steun. Op de kleinere complexen kan daarom wel met bediening op
afstand worden gewerkt, omdat dit geen onaanvaardbare veiligheidsrisico’s
oplevert. Op de grotere sluiscomplexen moet echter bedienend personeel aanwezig
blijven. Menselijke aanwezigheid voorkomt incidenten. Er kan beter en sneller
op (dreigende) problemen en vragen worden gereageerd en hulp worden verleend
bij medische calamiteiten. Grote complexen zijn bovendien veelal voorzien
van stuwen. Verder zijn er vaak ligplaatsen voor de binnenvaart; de staatssecretaris
gaat voorbij aan het belang van dit menselijke contact.</al>
      <al>De grote complexen zijn vaak toeristische trekpleisters. Het invoeren
van bedienen op afstand kan tot gevolg hebben dat ze met hekwerken moeten
worden afgesloten om te voorkomen dat mensen te dichtbij komen. Is er een
kosten-batenanalyse uitgevoerd van de invoering van bedienen op afstand?</al>
      <al>Het beste zou zijn om bedienen op afstand bij de grote objecten stop te
zetten en terug te draaien. Dit ligt echter moeilijk omdat inmiddels al aanbestedingen
zijn gedaan. Wel kan er een pas op de plaats worden gemaakt. De reeds aanbestede
objecten – dit betreft projecten in Zeeland en het project Maas-Zuid –
kunnen dan worden beschouwd als pilotprojecten. Na een paar jaar ontstaat
er een reëel beeld van de voor- en nadelen, de financiële consequenties,
de veiligheid en de service. Technische verbeteringen om de doorstroom te
verbeteren, hoeven uiteraard niet achterwege te blijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Rouwe</nadruk> (CDA) vindt het bedienen
op afstand van sluizen en bruggen een goed middel om gebruikers vlot, veilig
en voordelig te faciliteren. Bediening op afstand maakt het tevens mogelijk
om een ruimere bedieningstijd te hanteren en doorstroming via een «groene
golf» te bevorderen.</al>
      <al>Het is belangrijk voor binnenvaartschippers dat sluizen 24 uur per dag,
zeven dagen per week open zijn. Het spreiden van de drukte op het water vergroot
bovendien de veiligheid. De schippersvereniging Koninklijke Schuttevaer steunt
dan ook – soms met enige argwaan – het invoeren van bedienen op
afstand. Zij pleit er wel voor om eerst ervaring op te doen bij de
objecten waarbij al is besloten tot invoering. Wat vindt de staatssecretaris
hiervan? Hoe verloopt het besluitvormingsproces?</al>
      <al>In de brief van 15 mei jongstleden schrijft de staatssecretaris over
voorwaarden voor de veiligheid. Kan zij de veiligheid en kwaliteit garanderen
bij verdere uitbreiding van bedienen op afstand, ook bij een toenemend gebruik
van de kunstwerken?</al>
      <al>Bedienen op afstand vraagt om maatwerk. Bij grote objecten kan het nodig
zijn om het menselijke oog te behouden. Waar ligt de grens? Welke criteria
worden gebruikt om bij een complex wel of niet over te gaan tot bedienen op
afstand?</al>
      <al>Een zorgvuldige invoering van bedienen op afstand komt zowel de veiligheid
als het draagvlak ten goede. Krijgt de Kamer de resultaten van de nog lopende
onderzoeken, zodat zij de vinger aan de pols kan houden?</al>
      <al>In de zomer is er veel recreatievaart, wat extra toezicht vraagt. Ziet
de staatssecretaris kans om dit in de toekomst te behouden of zelfs verder
uit te breiden?</al>
      <al>De staatssecretaris heeft het Binnenvaartbesluit al naar de Raad van State
gestuurd, terwijl de Kamer zich daarover nog een oordeel moet vormen. Staat
de staatssecretaris nog open voor suggesties van de Kamer nadat zij het advies
van de Raad van State heeft ontvangen? Zo is het belangrijk om regels te vereenvoudigen,
bijvoorbeeld de eisen voor pleziervaartuigen tussen 25 en 40 meter. Verschillende
regelingen moeten op elkaar aansluiten en er moeten vrijstellingen mogelijk
zijn indien competenties al eerder zijn beloond met certificaten. Er moet
een werkbare regeling komen voor grotere pleziervaartuigen, zonder al te veel
administratieve en financiële lasten. Met name bij de opleiding en examinering
moet maatwerk worden geleverd, waarin vrijwilligers en burgers zich kunnen
herkennen. Om het aantrekkelijk te maken om door te stromen naar de beroepsvaart –
daarbij kan worden gedacht aan de scouting – is het belangrijk dat er
een helder vrijstellingenbeleid komt. Een certificaat pleziervaart aangevuld
met enkele modules en vaartijd zou moeten kunnen leiden tot een beperkt groot
vaarbewijs.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Roefs</nadruk> (PvdA) stelt vast dat verandering
altijd weerstand oproept. Het is daarom goed dat Rijkswaterstaat bij de invoering
van bedienen op afstand verandermanagement toepast. Zakelijk geredeneerd zijn
er veel voordelen aan op afstand bedienen, maar dit betekent niet dat het
tussen de oren zit. Daarom is het goed om de weg van de geleidelijkheid te
bewandelen: stap voor stap en goed evalueren. Waarom staat een project als
bedienen op afstand overigens niet in het Meerjarenprogramma Infrastructuur,
Ruimte en Transport (MIRT)?</al>
      <al>Het bedienen op afstand van kleine sluiscomplexen is geen probleem; er
is veel draagvlak voor. De situatie bij het grotere complex Weurt leek tijdens
het werkbezoek echter nogal chaotisch, wellicht mede door de bouwwerkzaamheden.
Op de Maas is veel beroeps- en pleziervaart. Is het daarom niet veel prettiger
en veiliger als er bij een sluis zoals in Sambeek iemand aanwezig is die persoonlijk
aanwijzingen kan geven? Ook is het prettig als er ’s nachts toezicht
is. Bovendien is de sluis bij Sambeek een toeristische attractie met educatieve
waarde. Zijn efficiencyoverwegingen voldoende reden om die met hekken af te
schermen? Het is treurig dat de VVV-rondleidingen worden gestopt. Steunt de
staatssecretaris de mening van Koninklijke Schuttevaer dat eerst ervaring
moet worden opgedaan bij grote complexen alvorens nieuwe projecten worden
gestart?</al>
      <al>Mevrouw Roefs sluit zich aan bij de vragen van de heer De Rouwe over het
beperkt groot vaarbewijs.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Krom</nadruk> (VVD) ziet de voordelen van
bedienen op afstand bij de kleinere complexen. Grote sluiscomplexen kunnen
echter (voorlopig) niet geheel onbemand worden gelaten. Het is daarom onverstandig
om daar te snel alleen met camera’s te gaan werken. Is de staatssecretaris
bereid om geen nieuwe projecten meer te starten tot meer ervaring
is opgedaan? Zo ja, wat zijn daarvan de consequenties?</al>
      <tuskop letat="vet">Antwoord van de staatssecretaris</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris</nadruk> bestrijdt dat het toezicht
is weggesaneerd. De IVW is al lange tijd zorgvuldig bezig om taken over te
dragen. Dit gebeurt in nauwe afstemming met de sector en het Deelorgaan Binnenvaart,
dat deze inzet deelt. Op verzoek van dit orgaan doet de staatssecretaris een
extra inspanning om kennis zorgvuldig over te dragen. Dit vindt plaats in
een combinatie van theorielessen en praktische ervaring. Deze aanpak heeft
veel draagvlak in de gehele sector.</al>
      <al>Het vrijstellingenbeleid voor het beperkt groot vaarbewijs is in grote
lijnen uiteengezet in de brief van 31 maart. De mogelijkheden om jongeren–
bijvoorbeeld uit de scouting – te laten doorstromen, worden nader onderzocht
in het overleg tussen de grote pleziervaart en de exameninstantie CCV. De
nadere uitwerking vindt plaats in de Binnenvaartregeling, die ter voorhang
aan de Kamer zal worden aangeboden. De pleziervaart kan zich vinden in de
grote lijnen van het voorstel van de staatssecretaris. Het spreekt voor zich
dat het opleidingsbeleid maatwerk moet zijn.</al>
      <al>De staatssecretaris heeft het Binnenvaartbesluit in september vrijwillig
ter voorhang aangeboden bij de Kamer. Een verplichte voorhang duurt zes weken;
deze vrijwillige voorhang duurt inmiddels vijf maanden. In de brief van 31 maart
zijn de schriftelijke vragen van de Kamer beantwoord. Het tot stand komen
van het Binnenvaartbesluit is gebonden aan een strak schema in het licht van
de implementatie van de Europese richtlijn inzake technische eisen per 30 december
2008, zodat het moest worden doorgestuurd naar de Raad van State. Bovendien
wordt ook de regeling, de uitwerking van het Binnenvaartbesluit, nog bij de
Kamer ter voorhang aangeboden.</al>
      <al>Bedienen op afstand is mede bedoeld om het vervoer goed te laten doorstromen
in het licht van de geplande groei van het containervervoer over water. Er
ontstaan zo corridors waarbij de sluizen op elkaar zijn afgestemd. Bovendien
zorgt bedienen op afstand ervoor dat er 24 uur per dag bediening kan zijn,
ook bij kleine sluiscomplexen waarvan de pleziervaart veel gebruikmaakt. Bedienen
op afstand zal gefaseerd en zorgvuldig worden ingevoerd. Er wordt gewerkt
van klein naar groot en van zuid naar noord. Veiligheid en betrouwbaarheid
zijn daarbij altijd de belangrijkste randvoorwaarden. De planning van de projecten
is dan ook indicatief; indien daartoe aanleiding is, kan erin worden geschoven.
Overigens valt bedienen op afstand onder onderhoud; daarom staat het niet
in het MIRT.</al>
      <al>De aan de Kamer toegestuurde rapporten betreffen de meest recente onderzoeken.
Die gaan over de Zeeuwse objecten, omdat Zeeland is benoemd tot pilotproject.
De ervaringen die daar worden opgedaan, worden gedeeld met andere regionale
diensten om tot landelijke standaarden voor bedienen op afstand te komen.
Uit de rapporten blijkt dat het bij veel zaken om maatwerk gaat, bijvoorbeeld
de camera- en beveiligingsplannen en het werkbelastingsonderzoek. Per object
wordt bezien of bedienen op afstand mogelijk is, waarbij veiligheid en betrouwbaarheid
de leidende principes zijn.</al>
      <al>Op dit moment is nog niet voor heel Nederland duidelijk welke objecten
geschikt zijn voor bedienen op afstand. Daarom is ook nog niet helder wat
precies de kosten en opbrengsten zijn. De verwachting is dat de investeringen
in ongeveer tien jaar kunnen worden terugverdiend. De besparing op personele
kosten lijkt tussen 30% en 50% te liggen, terwijl het serviceniveau
wordt verhoogd. Kostenbesparing is overigens niet de primaire reden voor invoering
van bedienen op afstand; dat is het faciliteren van de groei van de binnenvaart.
In dat licht zijn er ook geen scenario’s doorgerekend. De staatssecretaris
zegt toe, helder voor de Kamer uit te werken hoe de kosten zich hebben ontwikkeld
bij de projecten die al zijn aangepakt. Daarbij zal zij ook inzichtelijk
maken welke projecten in de planning zitten. Wellicht kan dit worden gecombineerd
met de corridorstudie, die de Kamer nog zal ontvangen. De besluitvorming verloopt
overigens stap voor stap; het is geen automatisme. Het is onverstandig om
projecten waarbij de aanbesteding al in gang is gezet– daarbij gaat
het bijvoorbeeld om Nederrijn en Lek – nu stop te zetten. Dat kan namelijk
extra kosten met zich meebrengen en het personeelsbeleid doorkruisen.</al>
      <al>De ervaring van beroeps- en recreatievaart met bedienen op afstand leert
dat deze goed wordt gewaardeerd. In gebruikerstevredenheidsonderzoek in Zeeland
waardeert de beroepsvaart deze met een 7,9. De afhandeling verloopt bij bedienen
op afstand sneller dan bij centrale bediening op het object zelf. Ook Koninklijke
Schuttevaer en de Stichting Recreatietoervaart Nederland zijn daar positief
over.</al>
      <al>Met name voor de recreatievaart kan het van belang zijn dat er wel iemand
aanwezig is op een complex. Er zijn daarom pilots om in periodes met veel
recreatievaart stewards taken – zoals het helpen bij aanleggen en het
geven van aanwijzingen – te laten uitvoeren bij de op afstand bediende
bruggen en sluizen. De staatssecretaris zal de resultaten van deze pilots
aan de Kamer toesturen.</al>
      <al>Het spreekt voor zich dat het niet verstandig is om op dit moment ook
al de mensen bij de grotere objecten weg te halen. Veiligheid is heel belangrijk,
dus er zal eerst worden bezien hoe bedienen op afstand werkt voordat kan worden
besloten over het volledig onbemand laten van grote objecten. Dat gebeurt
pas als de grootst mogelijke zekerheid is verkregen dat hun aanwezigheid niet
vereist is.</al>
      <al>De staatssecretaris wil bezien of toeristische rondleidingen mogelijk
kunnen blijven na het invoeren van bedienen op afstand. Overigens is het nog
niet duidelijk wanneer in Weurt en Sambeek op afstand bediende complexen komen
en waar de bediening komt. Indien wordt gekozen voor Weurt – deze beslissing
wordt genomen in 2009 – dan zal daar een heel nieuw bedieningsgebouw
moeten worden gebouwd.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Roemer</nadruk> (SP) is blij dat zijn «doorzeuren»
gedurende ruim een jaar ervoor heeft gezorgd dat de staatssecretaris haar
beleid ten aanzien van bedienen op afstand heeft aangepast. Veel zaken blijven
echter nog vaag. Wat voor personeel blijft er aanwezig op de grote complexen?
Gaat het om stewards of om technisch goed opgeleid personeel met een bhv-bevoegdheid?
Mensen met goede kwalificaties kunnen veel ellende voorkomen. Ook lijkt de
staatssecretaris weinig aandacht te hebben voor de menselijke aspecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Rouwe</nadruk> (CDA) is tevreden met de
toezegging van de staatssecretaris om een overzicht te geven van de kosten
en de planning. Het is goed dat de Kamer bij het proces wordt betrokken. Er
zijn nu nog aanloopproblemen, maar voor de langere termijn lijkt bedienen
op afstand de goede lijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Roefs</nadruk> (PvdA) is verheugd dat de staatssecretaris
in een brief nader ingaat op een aantal zaken. Hierin moeten in ieder geval
aan de orde komen: de wijze van evalueren, de nieuwe planning en een cijfermatige
onderbouwing. Het is vreemd dat de Kamer niet is betrokken bij de start van
bedienen op afstand.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Krom</nadruk> (VVD) waarschuwt voor een «penny
wise, pound foolish» houding ten aanzien van de veiligheid bij de grote
objecten. Het is verstandig om daar voorlopig goed opgeleid personeel te houden. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris</nadruk> legt uit dat er geen duidelijke
start is geweest van bedienen op afstand. In 1995 zijn de eerste op afstand
bedienbare bruggen en sluizen geïnstalleerd. Door beheer en onderhoud
is dit langzaam uitgebouwd. Overigens is de inzet altijd geweest dat het zorgvuldig
moet gebeuren en dat de veiligheid heel belangrijk is; er worden geen stappen
gezet als die niet is gewaarborgd. Er worden dus geen «penny wise, pound
foolish» keuzes gemaakt. Als blijkt dat (goed opgeleide) bemanning nodig
is, zal die niet van sluizen en bruggen worden gehaald. Koninklijke Schuttevaer
wordt betrokken bij de besluitvorming. Met de toegezegde brief en de evaluatie
van de inzet van stewards is ook de betrokkenheid van de Kamer bij het proces
geregeld. De staatssecretaris zal de brief nog voor het zomerreces naar de
Kamer sturen.</al>
      <tuskop letat="vet">Toezeggingen</tuskop>
      <al>– De Kamer zal vóór het zomerreces een actuele planning
ten aanzien van de fasering van de invoering van bedienen op afstand ontvangen.
Daarbij zal ook worden ingegaan op de wijze van evalueren.</al>
      <al>– De Kamer zal vóór het zomerreces de evaluatie ontvangen
van de pilot met stewards op objecten in periodes met veel recreatievaart.</al>
      <al>– De staatssecretaris zal de Kamer vóór het zomerreces
informeren over de kosten en besparingen verbonden aan de lopende projecten
van bedienen op afstand.</al>
      <al>– De Binnenvaartregeling zal bij de Kamer worden voorgehangen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Roland Kortenhorst</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Sneep</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA),
Duyvendak (GroenLinks), Roland Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA),
Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom
(VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer
(ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV),
Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA)
en De Rouwe (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent
(GroenLinks), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya
(D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem
(PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen
(SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD),
Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>