﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30510-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST96166</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 510</nummer>
      <naam>Verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet Verbetering
Poortwachter</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>30 maart 2006</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met deze brief doe ik u, in overeenstemming met het wettelijke voorschrift,
een verslag toekomen over de werking van de Wet Verbetering Poortwachter (Wvp)
in de praktijk.</al>
      <al>Deze brief gaat vergezeld van een overkoepelend evaluatieonderzoek naar
de werking van de Wvp.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De stuurgroep verbetering poortwachter, waarin alle partijen uit de praktijk
vertegenwoordigd zijn, kan zich vinden in het beeld dat het evaluatieonderzoek
van de werking van de Wvp schetst. De stuurgroep is in de gelegenheid gesteld
commentaar te leveren op het evaluatieonderzoek; dit commentaar is in het
onderzoek verwerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze brief bevat op basis van het verrichte evaluatie-onderzoek de beleidsmatige
conclusies over de werking van de Wvp en is als volgt opgebouwd. Eerst wordt
het doel van de Wvp geschetst. Daarna worden de conclusies van het evaluatieonderzoek
weergegeven. Tot slot volgen de beleidsmatige conclusies die ik naar aanleiding
van het onderzoek trek. </al>
      <tuskop letat="vet">Doel van de Wvp</tuskop>
      <al>De Wvp is op 1 april 2002 in werking getreden. Doel van de Wvp is
om een actieve en doelgerichte aanpak van verzuimbegeleiding, reïntegratie
en werkhervatting te bevorderen en langdurig ziekteverzuim in de eerste twee
ziektejaren te voorkomen, en daarmee de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregeling
te beperken.</al>
      <al>De primaire verantwoordelijkheid voor verzuimbegeleiding, reïntegratie
en werkhervatting ligt in de eerste twee ziektejaren bij werkgevers en werknemers.
Zij laten zich hierbij ondersteunen door bedrijfsartsen en andere professionals,
voor zover zij dit noodzakelijk en wenselijk achten.</al>
      <al>De verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer voor reïntegratie
is niet vrijblijvend. De wet bevat een aantal reïntegratieverplichtingen
voor werkgever en werknemer en een aantal instrumenten om elkaar op nakoming van deze verplichtingen aan te spreken. Voorts wordt deze aanpak
ondersteund door een aantal prikkels, zoals de plicht van de werkgever om
bij ziekte het loon door te betalen en diens bevoegdheid tot sanctioneren
als de werknemer weigert aan de reïntegratie mee te werken.</al>
      <al>Een effectieve aanpak wordt voorts ondersteund door de regeling procesgang
eerste en tweede ziektejaar. De processtappen, die daarin zijn neergelegd,
zijn gericht op meer reïntegratie-inspanningen van werkgever en werknemer,
waarbij het resultaat voorop staat: een betere begeleiding door de bedrijfsarts,
en een effectievere samenwerking tussen partijen. De regeling markeert een
aantal essentiële processtappen voor een effectieve aanpak van verzuim
en reïntegratie.</al>
      <al>Wanneer aan het eind van de eerste twee ziektejaren een aanvraag voor
een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingediend beoordeelt het UWV of
werkgever en werknemer voldoende reïntegratie-inspanningen hebben verricht
(zgn. poortwachterstoets). Wanneer er onvoldoende reïntegratie-inspanningen
zijn verricht, legt het UWV een sanctie op aan de werkgever c.q. de werknemer,
indien de tekortkomingen aan de werkgever respectievelijk de werknemer zijn
toe te rekenen.</al>
      <al>Naast deze toetsende rol achteraf kan het UWV tijdens de ziekteperiode
op verzoek van de werkgever of werknemer een deskundigenoordeel geven over
het bestaan van ongeschiktheid tot werken, de aanwezigheid van passende arbeid
of de adequaatheid van reïntegratie-inspanningen.</al>
      <tuskop letat="vet">Conclusies van het onderzoek</tuskop>
      <al>Over de Wvp zijn de afgelopen jaren veel studies, rapporten en statistieken
uitgebracht. Het uitgevoerde evaluatieonderzoek naar de werking van de Wvp
bevat een analyse op basis van het omvangrijke gepubliceerde materiaal. Het
onderzoek is voorts gebaseerd op nog niet gepubliceerde studies onder zieke
werknemers met een werkgever en onder werknemers zonder werkgever (zgn. vangnetters).
Deze studies die in opdracht van mijn ministerie ten behoeve van deze evaluatie
zijn verricht, worden als bijlage meegezonden. Omdat het achterliggende materiaal
alleen betrekking heeft op het eerste ziektejaar is de reikwijdte van dit
evaluatieonderzoek daartoe beperkt.<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref></al>
      <al>Het evaluatie-onderzoek schetst de ontwikkelingen in het ziekteverzuim
en de WAO-instroom sinds de invoering van de Wvp. Voorts geeft het onderzoek
een beeld van de ontwikkelingen in de reïntegratie-inspanningen van de
diverse partijen, in de samenwerking tussen de partijen en met betrekking
tot de processen in de ziekteperiode.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het evaluatie-onderzoek wijst uit dat inderdaad substantiële volume-effecten
op ziekteverzuim en WAO-instroom zijn bereikt sinds de invoering van de Wvp.
Geconstateerd wordt dat de winst in verzuimdaling vooral is opgetreden bij
het langdurig verzuim. Hoewel de precieze mate waarin de Wvp heeft bijgedragen
aan de daling van de WAO-instroom niet nauwkeurig is vast te stellen, is het
volgens het onderzoek evident dat de Wvp hieraan in positieve zin heeft bijgedragen.</al>
      <al>Een succesfactor daarbij is de inbedding van de Wvp in het bredere beleid:
de Wvp past naadloos bij de beleidsinzet naar meer activering in de sociale
zekerheid en een primaire rol daarbij voor werkgevers en werknemers in de
arbeidsorganisatie.</al>
      <al>Een andere succesfactor die heeft geleid tot een beperking van de instroom
in de WAO wordt gevormd door twee specifieke Wvp-instrumenten: allereerst
de mogelijkheid voor werkgevers en werknemers om een verlenging van de loondoorbetalingsperiode
te vragen en in de tweede plaats doordat in de meeste gevallen waarin een
loonsanctie aan de werkgever is opgelegd het later niet tot een hernieuwde
aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering komt. </al>
      <al>De verankering van de Wvp in het veld door middel van de stuurgroep verbetering
poortwachter blijkt ook een succesfactor te zijn. Het onderzoek geeft aan
dat de stuurgroep veel activiteiten heeft ontplooid om de werking van de Wvp
in de praktijk goed te laten verlopen en het maatschappelijk draagvlak voor
de Wvp heeft vergroot.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het evaluatie-onderzoek wijst uit dat de inspanningen in het eerste ziektejaar
sinds de periode vóór de Wvp aanwijsbaar zijn toegenomen. Werknemers
hervatten het werk sneller sinds de Wvp. Met name de inspanningen van de werkgever
en de bedrijfsarts zijn aanwijsbaar toegenomen. Ook wordt een intensievere
samenwerking tussen bedrijfsartsen en werkgevers gemeld.</al>
      <al>De processtappen volgens de regeling procesgang blijken in veel gevallen
te worden gevolgd.</al>
      <al>Het evaluatie-onderzoek signaleert dat door de Wvp eerder zicht ontstaat
op onderliggende arbeidsconflicten tussen werkgever en werknemer dan in de
tijd vóór de Wvp en dat het aan werkgever en werknemer is om
hierin een constructieve aanpak te kiezen.</al>
      <al>Het deskundigenoordeel wordt sinds de invoering van de Wvp vaker toegepast.
Voorts zijn sinds de invoering van de Wvp nieuwe soorten deskundigenoordeel
ingevoerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts geeft het evaluatieonderzoek aan dat een aantal bezwaren die vóór
de invoering nog tegen de Wvp zijn geuit inmiddels is vervallen. De verantwoordelijkheidsverdeling
is duidelijk, er is meer transparantie in het proces gekomen, de reïntegratie-inspanningen
zijn niet vrijblijvend en afdwingbaar en de voor de Wvp verwachte toename
van privacyproblemen is uitgebleven. Voorts bieden de processtappen van de
regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar een goed houvast voor een
actief verzuim- en reïntegratiebeleid van bedrijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verder signaleert het evaluatie-onderzoek dat een bijzondere positie bij
ziekte wordt ingenomen door vangnetters zonder werkgever. Kenmerkend voor
deze groep is dat zij bij ziekte geen baan hebben waarnaar zij, bij herstel,
kunnen terugkeren. Het UWV is verantwoordelijk voor verzuimbegeleiding en
reïntegratie. Vangnetters, zo stelt het onderzoek vast, hebben in het
algemeen een hoger risico om in de arbeidsongeschiktheidsregeling te komen.
Een positief punt is dat de instroom van uitzendkrachten in de arbeidsongeschiktheidsregeling
de afgelopen jaren is gedaald.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het evaluatieonderzoek signaleert tot slot nog een aantal verbetermogelijkheden.
Deze hebben betrekking op de volgende specifieke punten: de informatie aan
werknemers en werkgevers uit het MKB; de samenwerking en informatieoverdracht
tussen bedrijfsartsen en het UWV; de rol van het deskundigenoordeel, met name
bij conflictsituaties; de interne werkinstructies van het UWV; de competenties
van werknemers en leidinggevenden; de rol van de casemanager en de administratieve
belasting.</al>
      <tuskop letat="vet">Beleidsconclusies</tuskop>
      <al>Uit het evaluatie-onderzoek komt naar voren dat de Wvp ruimschoots aan
zijn doel beantwoordt en effectief is gebleken. De Wvp heeft een krachtige
impuls gegeven aan de tijdige aanpak van ziekteverzuim en reïntegratie
door arbeidsorganisaties en daarmee aan de daadwerkelijke beperking van het
ziekteverzuim en instroom in de arbeidsongeschiktheidsregeling. De substantiële
daling van het ziekteverzuim en de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregeling
illustreren dit. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts kan worden geconcludeerd dat de aanpak volgens de Wvp kan rekenen
op een breed maatschappelijk draagvlak. Met de onderzoekers ben ik van mening
dat de stuurgroep verbetering poortwachter een belangrijke rol heeft gespeeld
bij de implementatie van de Wvp in de praktijk en het oplossen van praktische
knelpunten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook na invoering van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA),
die per 29 december 2005 in werking is getreden, blijft de aanpak volgens
de Wvp in de eerste twee ziektejaren van groot belang. De Wvp staat immers
voor de reïntegratie-inspanningen die werkgever en werknemer gedurende
de ziekteperiode verrichten, met een toetsing achteraf door het UWV in het
kader van de poortwachterstoets, en gaat dus aan de claimbeoordeling voor
de WIA vooraf. Dit is in de WIA gehandhaafd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uiteraard is het van belang dat de positieve ervaringen die met de Wvp
zijn opgedaan, worden onderhouden en waar nodig verder worden ondersteund.
Ook praktische hulpmiddelen zijn hierbij van groot belang. Een voorbeeld hiervan
is de «Reisgids voor de werknemer» die door het Breed Platform
Verzekerden &amp; Werk in het najaar van 2005 is uitgebracht. Deze gids treft
u als bijlage aan. De gids biedt een praktisch hulpmiddel waarbij de werknemer
in elk stadium van zijn ziekmelding tot eventuele werkhervatting informatie
vindt en het tevens als werkboekje kan gebruiken tijdens zijn ziekteperiode.</al>
      <al>Wat betreft de in het evaluatie-onderzoek gesignaleerde verbetermogelijkheden
merk ik het volgende op. Deze verbetermogelijkheden raken niet de hoofdstructuur
van de Wvp, maar gaan met name partijen in het veld aan: werkgevers, werknemers
en degenen die hen ondersteuning, zoals arbodiensten en bedrijfsartsen, en
het UWV. De onderzoekers wijzen erop dat al diverse verbeterinitiatieven lopen.
De stuurgroep verbetering poortwachter heeft onlangs zelf ervaringen en verbetersuggesties
rond de procesgang poortwachter geïnventariseerd. Inhoudelijk spoort
dat met de verbetermogelijkheden in het evaluatieonderzoek. De stuurgroep
start een traject om dit uit te werken in verbeteringen van met name de praktische
uitvoering van de procesgang. De bijlage bevat een overzicht van bedoelde
verbetermogelijkheden en lopende actie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot onderschrijf ik de bevinding van het onderzoek dat aparte aandacht
nodig is voor de groep zieke werknemers zonder werkgever, de vangnetters.
Deze bevinding past bij mijn streven om voorstellen uit te werken die de uitvoering
ondersteunen bij een verdere activering van de vangnet-ZW. Zo ben ik, mede
naar aanleiding van de bevinding van het IWI-rapport over vangnetters, tot
de conclusie gekomen dat de huidige redactie van artikel 19 Ziektewet, waarin
het ziektebegrip is omschreven, de activering van vangnetters kan belemmeren.
Ik acht dit ongewenst en zal op dit punt een wetswijziging voorbereiden. Hiermee
geef ik tevens invulling aan mijn toezegging bij mijn brief van 7 februari
naar aanleiding van het IWI-rapport (kamerstukken II, 2005–2006, 28 719,
nr. 33). Voorts zal ik in vervolg op de evaluatie van de Wvp bezien of
het wenselijk is om te komen tot een beschrijving van de procesgang voor vangnetters.
Hierdoor moet duidelijker worden wat UWV en de vangnetter voor wat betreft
de reïntegratie wederzijds concreet van elkaar mogen verwachten. Tot
slot heb ik, naar aanleiding van het evaluatieonderzoek, de aandacht van het
UWV gevraagd voor preventie en reïntegratie van vangnetters.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>A. J. de Geus </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <al>Bijlagen: Evaluatieonderzoek Wet verbetering poortwachter<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref></al>
        <al> Werking Wet verbetering poortwachter onder werknemers<sup>1</sup></al>
        <al> Werking Wet verbetering poortwachter onder vangnetters<sup>1</sup></al>
        <al> Reisgids voor de werknemer<sup>1</sup></al>
        <al> Reactie op gesignaleerde verbeterpunten (zie bijlage) </al>
        <tuskop letat="rom">BIJLAGE</tuskop>
        <al>In deze bijlage wordt ingegaan op de gesignaleerde verbetermogelijkheden
die in het evaluatie-onderzoek van de Wvp zijn opgenomen. De door de onderzoekers
gesignaleerde verbetermogelijkheden die gebaseerd zijn op bestaande literatuur
zijn enerzijds gericht op de werkgevers en werknemers die gehouden zijn de
wet uit te voeren, en anderzijds op de ondersteuningsstructuur eromheen: de
arbodiensten en het UWV. Zoals ook is aangegeven in het evaluatie-onderzoek
zijn er in de periode na 2003 verschillende initiatieven genomen om gesignaleerde
knelpunten aan te pakken. Hieronder treft u per genoemde verbetermogelijkheid
aan welke activiteiten al zijn ondernomen, lopen of welke voornemens er zijn
om deze aan te pakken.</al>
        <tuskop letat="vet">Informatie aan werknemers en MKB-werkgevers en competentie-ontwikkeling
van werknemers en leidinggevenden</tuskop>
        <al>De onderzoekers signaleren dat de informatievoorziening aan werknemers
en MKB-ondernemers, ondanks alle geleverde inspanningen, beter kan, met name
in de sfeer van de kwaliteit en toepasbaarheid. Verder geven de onderzoekers
aan dat een verbetermogelijkheid ligt in de ontwikkeling van competenties
van werknemer en leidinggevende om invulling te geven aan de procesgang.</al>
        <al>Deze aspecten hangen onderling nauw met elkaar samen. Kernpunt is immers
dat werkgever en werknemer bij verzuim en dreigend langdurige arbeidsongeschiktheid
zich snel en gemakkelijk kunnen informeren, deze informatie in de eigen situatie
kunnen toepassen en zich adequaat kunnen laten ondersteunen door professionals.</al>
        <al>Terecht wijzen de onderzoekers erop dat voor werknemers en MKB-werkgevers
niet nog méér informatie nodig is. Het overgrote deel van werknemers
en werkgevers uit het MKB heeft zelden met dreigend langdurige arbeidsongeschiktheid
van doen. Hen nog meer informatie van algemene aard verstrekken is niet zinvol.
Op het moment dat er echter sprake is van dreigende langdurige arbeidsongeschiktheid
dienen zij wél tijdig en goed geïnformeerd te zijn. Dit impliceert
informatievoorziening en ontwikkeling van competenties op basis van vraagsturing
en maatwerk.</al>
        <al>Naar mijn oordeel ligt het voor de hand dat de verantwoordelijkheid voor
een adequate informatievoorziening en ontwikkeling van vereiste competenties
primair ligt bij werkgevers- en werknemers (organisaties) en van de professionals
die dit proces ondersteunen. Wat het laatste betreft denk ik met name aan
arbodiensten, bedrijfsartsen en UWV. Deze organisaties besteden hier overigens
ook nu al veel aandacht aan. Zo heeft STECR een Assist «De werknemer
als regisseur» ontwikkeld in nauwe samenwerking met het BPV&amp;W.</al>
        <al>De overheid heeft hierin met name een ondersteunende en faciliterende
rol. Dit gebeurt onder andere via regelgeving, informatieverstrekking, ook
van goede praktijken, arboconvenanten en subsidiëring.</al>
        <tuskop letat="vet">Casemanager</tuskop>
        <al>Uit het evaluatie-onderzoek blijkt dat de rol van de casemanager niet
altijd lijkt te worden ingevuld, of niet altijd zichtbaar is voor werknemers.</al>
        <al>De positie van de casemanager maakt onderdeel uit van de procesgang eerste
en tweede ziektejaar. Zoals ik in mijn brief heb aangegeven heeft de stuurgroep
zich bereid verklaard de procesgang nog eens door te nemen op verbeterpunten.
Ik wacht hun bevindingen af.</al>
        <tuskop letat="vet">Deskundigenoordeel en conflicten</tuskop>
        <al>De onderzoekers concluderen dat de Wvp heeft geleid tot het eerder signaleren
van conflicten tussen werkgever en werknemer en het voorkomen van conflicten.
De onderzoekers geven aan dat het deskundigenoordeel bij conflictsituaties
(nog) vaker zou kunnen worden ingezet. Een suggestie is dat bij conflicten
tussen werknemer en werkgever bijvoorbeeld de arbodienst een bemiddelende
rol kan spelen.</al>
        <al>In de Wvp en in de regeling procesgang zijn voor het eerste en tweede
ziektejaar processtappen ingebouwd die arbeidsconflicten en verschillen van
inzicht over de aanpak van verzuim en reïntegratie zo snel mogelijk in
goede banen kunnen leiden. De deskundige ondersteuning kan nu reeds een belangrijke
rol spelen bij het aanpakken van conflicten.</al>
        <al>Daarnaast is het deskundigenoordeel één van de mogelijkheden
om verschillen van inzicht tussen werkgever en werknemer te doorbreken en
het reïntegratieproces, dat als gevolg van het conflict veelal stagneert,
vlot te trekken. Om een optimaal gebruik van het deskundigenoordeel te bevorderen,
is er eind 2004 een aantal maatregelen getroffen om de drempels voor het vragen
van een deskundigenoordeel verder te verlagen en de doorlooptijden van een
deskundigenoordeel te bekorten. Deze aanpassingen zijn ontwikkeld in nauwe
samenspraak met de Stuurgroep verbetering poortwachter. Eén van de
maatregelen betrof de introductie van één uniform tarief voor
het deskundigenoordeel (van € 50,–) voor werkgever en werknemer.
Als gevolg van deze maatregel is met name voor werkgevers de drempel verlaagd
voor een aanvraag om een deskundigenoordeel.</al>
        <al>Tevens is in samenspraak met de stuurgroep voorzien in een extra evaluatiemoment
door werkgever en werknemer aan het einde van het eerste ziektejaar.<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref> Doel van deze eerstejaarsevaluatie is te bevorderen dat
werkgever en werknemer zo goed mogelijk het tweede ziektejaar ingaan en daarin
een zo goed mogelijk reïntegratieresultaat bereiken. De eerstejaarsevaluatie
is met name van betekenis in situaties waarin sprake is van stagnatie van
de reïntegratieaanpak en dient om het proces vlot te trekken. Ook op
deze wijze worden conflicten zoveel mogelijk voorkomen dan wel in goede banen
geleid.</al>
        <al>Verder wijzen onderzoekers naar aanleiding van het IWI-rapport «Tussen
oordeel en advies» er op dat de interne werkinstructies bij UWV kunnen
worden verbeterd, met name de werkinstructies voor de uitvoering van het deskundigenoordeel.
Ik verwijs hierbij naar mijn brief van 21 februari 2006 aan uw Kamer
naar aanleiding van het betreffende IWI-rapport. De IWI is op hoofdlijnen
positief over de uitvoering van het deskundigenoordeel «geschiktheid
tot werken» door het UWV. De inspectie is van mening dat de werkinstructies
van het UWV bijvoorbeeld bij arbeidsconflicten helder moeten maken welke uitspraken
een verzekeringsarts kan doen en op welke wijze een verzekeringsarts het deskundigenoordeel «geschiktheid
tot werken» moet aanpakken. Zoals ik in mijn brief van 21 februari
heb aangegeven heeft het UWV reeds aangekondigd de betreffende werkinstructies
hiertoe te zullen aanpassen.</al>
        <tuskop letat="vet">Samenwerking en informatieoverdracht tussen arbodiensten
en het UWV</tuskop>
        <al>Het onderzoek signaleert dat de samenwerking en informatieoverdracht tussen
arbodienst en het UWV gebaat zou zijn bij meer contact en afstemming en dat
vanuit het UWV een meer open contact met werkgevers de procesgang kan bevorderen.</al>
        <al>De Wvp kent een heldere, scherpe verantwoordelijkheidsverdeling tussen
het publieke en private domein. Hierbij berust de verantwoordelijkheid voor
de reïntegratie volledig bij de private partijen. Het UWV heeft een controlerende
taak en beoordeelt pas aan het eind van de eerste twee ziektejaren de door
werkgever en werknemer verrichtte reïntegratie-inspanningen. Tijdens
de eerste twee ziektejaren heeft het UWV geen bemoeienis met de reïntegratie.
Hiervoor is bewust gekozen omdat bemoeienis van het UWV met de reïntegratie
de private verantwoordelijkheid uitholt. </al>
        <al>Om deze reden is nauwe samenwerking tussen arbodienst en het UWV dan ook
niet wenselijk. Daardoor zou de private verantwoordelijkheid immers in het
gedrang komen en zou de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling diffuus
worden. Het onderzoek bevat naar mijn oordeel geen aanknopingspunten om dit
uitgangspunt te herzien en terug te keren naar de diffuse verantwoordelijkheidsverdeling
van vóór de Wvp.</al>
        <al>Wel is het van belang te bevorderen dat de professionals van arbodiensten,
bedrijfsartsen en de professionals van het UWV dezelfde kennis en expertise
kunnen hanteren bij het proces van beoordelen, begeleiden en behandelen van
het verzuim. Daarom acht ik het ontwikkelen van overkoepelende multidisciplinaire
richtlijnen voor deze professionals van groot belang. Ik moge hiervoor verwijzen
naar de brief die ik, mede namens mijn ambtgenoot van VWS, vóór
het eind van deze maand aan uw Kamer zend.</al>
        <tuskop letat="vet">Administratieve belasting</tuskop>
        <al>De onderzoekers geven aan dat van werkgeverszijde (met name uit het MKB)
wordt aangedrongen op een verlaging van de administratieve belasting.</al>
        <al>Ten tijde van het indienen van de Wvp constateerde de Adviescommissie
toetsing administratieve lasten (Actal) dat werkgevers minder inspanningen
verrichtten dan waartoe eerdere regelgeving verplichtte. De Wvp bevat ten
opzichte van de periode vóór de Wvp minder belastende verplichtingen.
Wanneer men daaraan gaat voldoen, zo vervolgde de Actal, erváárt
men een stijging van lasten terwijl de werkelijke verplichte lasten minder
zijn.</al>
        <al>Daarnaast geldt dat de essentie van de procesgang poortwachter is dat
actie ondernomen moet worden wanneer <nadruk type="cur">dreigend langdurig</nadruk> arbeidsongeschiktheid aan de orde is. Dat is een niet zonder meer
eenduidig begrip, zodat onzekerheden de beeldvorming over lasten in de hand
werken. Nu inmiddels meer ervaring is opgebouwd, bij professionals en in branches,
doet zich dat minder voor. Ik heb ook de verwachting dat de verdere bevordering
van multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor alle betrokkenen bijdraagt
aan een scherper, vroegtijdig beeld van situaties van dreigend langdurig arbeidsongeschiktheid.
Dat verwacht ik ook van bovenbedoelde activiteiten rond informatie en competentie-ontwikkeling.
Ik zal op dit punt overigens uitdrukkelijk de vinger aan de pols houden. </al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>De verlenging van de loondoorbetalingsperiode kreeg zijn materiële
werking eerst op 1 januari 2005, zodat over de resultaten daarvan nog
geen onderzoek beschikbaar is, waaruit een beeld kan worden afgeleid. Voorzien
wordt dat een evaluatie van die wet vóór 1 januari 2007
naar uw Kamer zal gaan.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>Stcrt. 4 november 2004, nr. 213.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>