Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630300-VII nr. 4

30 300 VII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2006

nr. 4
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 oktober 2005

1. Inleiding

Op 8 december 2004 is door mij tijdens de plenaire behandeling van de Wijzigingswet Wgr-plus de toezegging gedaan om aan de Tweede Kamer een notitie te doen toekomen met daarin een aantal instrumenten van gemeenteraden, gegeven de Wgr en de Wgr-plus, ter verbetering van de democratische legitimatie1. Het gaat hier om een activerende notitie voor het lokaal bestuur. De notitie democratische legitimatie intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bied ik u hierbij aan2. Met deze brief geef ik de belangrijkste uitkomsten en conclusies van mijn notitie weer.

2. Verlengd lokaal bestuur

Zoals ik ook al in de brief van 26 mei 20043 heb aangegeven, moet intergemeentelijke samenwerking primair gekarakteriseerd worden als een vorm van verlengd lokaal bestuur. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat samenwerkingsverbanden institutioneel en beleidsmatig zijn geworteld in de gemeenten en daaraan hun taakopdracht en hun democratische legitimatie ontlenen.

Hoewel in mijn notitie de verhouding tussen raden en samenwerkingsverbanden centraal staat, is het niettemin van belang dat gemeenten en samenwerkingsverbanden indien mogelijk de burger zo veel mogelijk rechtstreeks bij de besluitvorming betrekken.

3. Verbetering van de democratische controle

Algemene versterking van de gemeenteraad

In mijn notitie «democratische legitimatie intergemeentelijke samenwerkingsverbanden» zijn de bestaande instrumenten uiteengezet, waarover gemeenteraden op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen beschikken voor de democratische controle van gemeenschappelijke regelingen. Met deze instrumenten is de democratische controle op gemeenschappelijke regelingen mijns inziens voldoende gewaarborgd, niettemin ervaren betrokkenen hier wel een probleem. Een aantal, al eerder geconstateerde, algemene problemen waar de gemeenteraden mee kampen, is hier debet aan1. De stuurgroep evaluatie dualisering gemeentebestuur onder leiding van mevrouw Leemhuis2 constateert in haar rapport van 15 december 2004 dat de beoogde versterking van de raad nog in ontwikkeling is. Een algemeen instrument om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te verbeteren, is het versterken van de positie van de gemeenteraad.

Betere kaderstelling door de gemeenteraad

Uit mijn notitie blijkt dat raden betere kaders kunnen stellen voor gemeenschappelijke regelingen. De democratische legitimatie wordt verbeterd als raden scherper formuleren wat de gemeenschappelijke regeling gaat realiseren en tegen welke prijs. Een scherp afgebakend kader is immers een voorwaarde voor een goede controle. Ik merk hierbij op dat deze verbetering te realiseren is binnen het huidige wettelijke instrumentarium van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Betere evaluatie door de gemeenteraad

Met het huidige instrumentarium dat de Wgr biedt, is het ook mogelijk om regelingen te evalueren. Dit gebeurt nog te weinig. De raden van de deelnemende gemeenten zouden periodiek – doch minimaal eenmaal per vier jaar – de taakuitvoering door de verbonden partij kunnen evalueren.

Betere uittredingsbepaling

Ik stel verder vast dat de diverse gemeenten die aan gemeenschappelijke regelingen deelnemen geen goede uittredingsbepaling hebben vastgelegd in de regeling. Bij oprichting van de regeling wordt vaak ófwel niets geregeld, ófwel worden exorbitante uittredingsbedragen afgesproken. Democratische controle kan echter pas goed functioneren als ook consequenties kunnen worden verbonden aan eventuele tekortkomingen van de gemeenschappelijke regeling. Binnen het huidige instrumentarium van de Wgr is het zeer goed mogelijk om dit beter te regelen. Het verdient aanbeveling dat uittreding voor elke deelnemende gemeente op elk moment – weliswaar geen gemakkelijke – maar wel een reële optie is.

Actieve medewerking gemeenteraad

Ik constateer ook dat de meeste raadsleden geen prioriteit geven aan de democratische controle van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dit is een belangrijke constatering, aangezien de serie aanbevelingen die in mijn notitie «democratische legitimatie intergemeentelijke samenwerkingsverbanden» gedaan wordt, onmogelijk te realiseren is zonder de actieve medewerking van gemeenteraden. Ik zal daarom in samenwerking met de VNG op een website informatie plaatsen over de taken en de bevoegdheden van gemeenschappelijke regelingen. De impact van het beleid van samenwerkingsverbanden op gemeenten zal met behulp van voorbeelden worden verduidelijkt. Ook zal informatie worden verstrekt over de instrumenten die nu al in de Wgr zijn vastgelegd voor de democratische controle van gemeenschappelijke regelingen. Op deze website kunnen ook «good practices» met betrekking tot de democratische controle worden uitgewisseld. Gedacht kan worden aan gemeenten die hun kaderstelling goed op orde hebben, of een goede uittredingsbepaling in de regeling hebben opgenomen. De aanbevelingen die in mijn notitie worden gedaan, zullen via deze website onder de aandacht worden gebracht.

Actieve medewerking gemeenschappelijke regelingen

Ik ben van mening dat aan de kant van gemeenschappelijke regelingen ook een verbeterslag kan plaatsvinden. In mijn notitie wordt een reeks aan aanbevelingen gedaan die terugslaat op verbetering van de democratische cultuur bij gemeenschappelijke regelingen. Om deze cultuurverbeteringen gestalte te geven zal ik aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden– eventueel in samenspraak met andere belanghebbende organisaties – vragen om analoog aan de Zelfstandige Bestuursorganen1, een groep in het leven te roepen die zich bezighoudt met de democratische verantwoording naar raden toe. Een dergelijke groep zou zichzelf moeten gaan evalueren. Een onafhankelijk visitatiecollege toetst vervolgens – aan de hand van een lijst met criteria waaraan een regeling zou moeten voldoen om een goede democratische controle mogelijk te maken – periodiek de kwaliteit van de regeling en doet aanbevelingen voor verbeteringen. Uiteraard zullen de rapporten van het visitatiecollege openbaar zijn.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes


XNoot
1

Handelingen II, 8 december 2004, 32–2085, p. 2096–2097.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 200 VII, nr. 56.

XNoot
1

SGBO, Democratische controle op gemeenschappelijke regelingen, 1999, blz. 37.

XNoot
2

Stuurgroep evaluatie dualisering gemeentebestuur, Aangelegd om in vrijheid samen te werken, internetpagina: http://www.minbzk.nl/contents/pages/8454/rapportdualisering.pdf , geraadpleegd: 28–07– 2005, aangemaakt: december 2004.

XNoot
1

Handvest publieke verantwoording, internetpagina: http://www.publiekverantwoorden.nl/index.htm, geraadpleegd: 27-07-2005, aangemaakt: 25-04-2005.