﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30300-IXB-22/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST94494</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 300 IXB</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën
(IXB) voor het jaar 2006</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>22</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>2 februari 2006</datum></al>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Op 16 december 2005 is Van der Hoop Bankiers (Van der Hoop) door
de rechtbank Amsterdam failliet verklaard. Een week daarvoor had de rechtbank
op verzoek van de Nederlandsche Bank (DNB) de noodregeling uitgesproken, waarna
bij Van der Hoop alle rekeningen waren bevroren. DNB greep in nadat door de
Belgische Bank Degroof was afgezien van overname van Van der Hoop. Als onderdeel
van de noodregeling werd het bestuur overgenomen door twee bewindvoerders,
die na het faillissement door zijn gegaan als curatoren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vaste commissie voor Financiën heeft bij brieven van 20 december
2005 en 11 januari 2006 vragen gesteld (05-Fin-B-050 en 06-Fin-B-001)
over het faillissement van Van der Hoop. Gezien de opmerking daarbij dat een
uitgebreide reactie op prijs zou worden gesteld, zal ik hieronder uitgebreid
stilstaan bij de ontwikkelingen bij Van der Hoop, het uitgeoefende toezicht
en de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken. Hiermee zullen de in
de bovengenoemde brieven gestelde vragen grotendeels zijn beantwoord. Voor
de volledigheid is als bijlage I<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> bij deze brief
een overzicht van de vragen met antwoorden opgenomen, waarbij waar mogelijk
wordt verwezen naar deze brief.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van het faillissement hebben DNB en de Autoriteit Financiële
Markten (AFM) rapporten opgesteld. Deze rapporten behelzen een overzicht van
de ontwikkelingen bij Van der Hoop in de periode 1996–2005, het in deze
periode uitgeoefende toezicht en de conclusies die hieruit door de toezichthouders
worden getrokken. Deze rapporten hebben als belangrijke bron voor de feitenweergave
in deze brief gediend. De rapporten zijn als bijlage II<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> bij de brief gevoegd.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Overzicht ontwikkelingen Van der Hoop</tuskop>
      <al>Van der Hoop Bankiers N.V. is van oorsprong een commissionairsfirma, opgericht
in 1895. In februari 1987 gaat Van der Hoop naar de beurs. Haar hoofdactiviteit
is bemiddeling bij aan- en verkoop van effecten. Daarnaast vindt handel in
effecten voor eigen rekening plaats en kredietverlening op onderpand van effecten
en vermogensbeheer. In de loop der jaren neemt Van der Hoop verscheidene initiatieven
om haar basis te verbreden naar andere activiteiten dan de effectenhandel.
Zo gaat Van der Hoop zich bezighouden met trustactiveiten en later ook met
het algemene kredietbedrijf. Sinds 1988 is Van der Hoop ingeschreven als effectenkredietinstelling
en sinds maart 2005 als algemene kredietinstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tussen 1996 en 2000 is het personeel van Van der Hoop Bankiers gegroeid
van 42 werknemers in 1996 naar 162 werknemers in 2000. Ook het rendement neemt
snel toe, vooral door de hausse op de effectenmarkten eind jaren ’90.
In de jaren daarna daalt het resultaat en de rentabiliteit op het eigen vermogen,
ondanks inkomsten uit de nieuwe activiteiten. Een fiscale claim resulteert
uiteindelijk in verliezen over 2004 en 2005. Eind 2005 had van der Hoop nog
59 werknemers in dienst.</al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="8" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="52mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="17mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="17mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1999</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2000</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2001</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2002</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2003</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2004</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2005</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Balanstotaal (in miljoenen €)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">138,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">177,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">235,2 </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">282,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">389,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">403,6</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">358,3<sup>1</sup></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Eigenvermogen (in miljoenen €)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13,9 </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13,3</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14,2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14,5</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12,938<sup>1</sup></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Nettoresultaat (in miljoenen €)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1,548</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2,455</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,105 </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,148</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,817</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 3,406</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 2,1<sup>1</sup></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Rentabiliteit (van het eigen vermogen in %)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">0,7 </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1,1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5,9</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">– 23,8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">–</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Personeel</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">92</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">162</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">156<sup>2</sup></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">125<sup>2</sup></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">110</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">82</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">59 </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Bron: Jaarverslag Van der Hoop Bankiers 2004 en Van der Hoop Bankiers
Halfjaarbericht 2005.</al>
      <al>
        <sup>1</sup> Per 30 juni 2005.</al>
      <al>
        <sup>2</sup> In 2001 en 2002 inclusief de na balansdatum ontbonden
arbeidsovereenkomsten in het kader van de reorganisaties, exclusief de ontbonden
arbeidsovereenkomsten was het aantal medewerkers 140 respectievelijk 110.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na in eerste instantie een positief nettoresultaat te hebben gepresenteerd
over 2004, heeft Van der Hoop haar jaarrekening over 2004 in mei 2005 moeten
herzien, nadat de accountant zijn goedkeuring aan de jaarrekening had ingetrokken.
Deze herziening houdt verband met het feit dat de Belastingdienst de voormalige
dochter Padt en Van Kralingen Trust aansprakelijk heeft gesteld voor nog niet
betaalde vennootschapsbelasting die verschuldigd was door vennootschappen,
welke enkele jaren geleden door Padt en Van Kralingen zijn verkocht. Mede
naar aanleiding van uitkomsten van een door Van der Hoop ingesteld onderzoek
heeft Van der Hoop een schikking getroffen met de Belastingdienst, waarbij € 5,5
mln. is betaald. De eerder gepresenteerde winst veranderde daarmee in een
verlies. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de overname door vastgoedbedrijf
LSI in het voorjaar van 2005 afketste. Ook de geplande uitgifte van perpetuals,
eeuwigdurende leningen die eigenschappen van obligaties en aandelen combineren
en kwalificeren als eigen vermogen, door Van der Hoop ging mede om die reden
niet door.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2005 heeft DNB Van der Hoop tot twee keer toe liquiditeitssteun verleend.
Het verstrekken van liquiditeitssteun gebeurt slechts in uitzonderlijke omstandigheden.
Voorwaarde hierbij is dat er voldoende zicht moet zijn op het spoedig aflossen
van deze steun door van derden verkregen middelen en adequaat onderpand wordt
verstrekt. Dat was bij Van der Hoop naar het oordeel van DNB het geval. Na
het verstrekken van de bijzondere liquiditeitssteun, is Van der Hoop er beide
keren in geslaagd de benodigde middelen uit de markt te trekken
en een liquiditeitsarrangement te arrangeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot november 2005 leek er sprake van verbetering bij Van der Hoop. Van
der Hoop was al geruime tijd op zoek naar verdere samenwerking met andere
partijen of overname door een andere partij. De Belgische bank Degroof leek
geïnteresseerd in overname van Van der Hoop. Na boekenonderzoek vond
deze overname echter op het laatste moment geen doorgang. DNB vreesde een
bankrun en besloot tot het aanvragen van de noodregeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij brief van 6 januari 2006<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref> aan de
schuldeisers, hebben de curatoren aangegeven te verwachten dat schuldeisers,
waaronder de rekeninghouders bij Van der Hoop, grotendeels kunnen worden vergoed.
De curatoren verwachten dat eind april 2006 een eerste uitkering kan plaatsvinden
van ongeveer 50% van de vorderingen. Afhankelijk van nog in te dienen
vorderingen kan dit percentage hoger dan wel lager uitvallen.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Toezicht</tuskop>
      <tuskop letat="cur">3.1 Algemeen</tuskop>
      <al>In het financieel toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen prudentieel
toezicht en gedragstoezicht. Kort gezegd, is het prudentieel toezicht gericht
op het waarborgen van een stabiel financieel stelsel door de bevordering van
de soliditeit van financiële ondernemingen. Het gedragstoezicht heeft
als doel het bevorderen van een ordelijk en transparant marktproces, zuivere
verhoudingen tussen marktpartijen en een zorgvuldige behandeling van consumenten.</al>
      <tuskop letat="cur">3.2 Prudentieel toezicht</tuskop>
      <al>De prudentiële regels bestaan vooral uit bedrijfseconomische normen.
Hiertoe behoren onder meer de solvabiliteits- en liquiditeitsvereisten, die
erop gericht zijn dat een financiële onderneming te allen tijde aan zijn
betalingsverplichtingen kan voldoen. Prudentiële eisen sluiten aan op
de risicobronnen in financiële ondernemingen, bij banken vooral verschillende
vormen van kredietrisico. Binnen de financiële sector gelden voor vergelijkbare
risico’s dezelfde eisen, zodat mededinging en marktdynamiek niet worden
verstoord. Het toezicht op de naleving van prudentiële regels is risicogeoriënteerd.
DNB concentreert zich op de belangrijkste risico’s in een financiële
onderneming en in het financiële stelsel, en vergroot de intensiteit
van het toezicht als de risico’s toenemen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De prudentiële regels beogen het risico van faillissement te beheersen,
zonder dit overigens in een markteconomie te kunnen uitsluiten. Een overheidsgarantie
tegen faillissement zou banken minder voorzichtig maken bij het verstrekken
van leningen, wat ten koste gaat van een efficiënte allocatie van middelen
in de maatschappij. Een overheidsgarantie zou ook klanten minder kritisch
maken bij de keuze van een financiële instelling aan wie zij gelden toevertrouwen.
Iedere volledige verzekering of garantie creëert het probleem van «moral
hazard», waarbij de mogelijkheid tot het afwentelen van risico ertoe
leidt dat te veel risico wordt genomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om deze reden biedt het toezichtsysteem geen garantie tegen faillissement
van een financiële instelling. Niettemin is het huidige toezicht, evenals
het toezicht onder de Wet op het financieel toezicht, zodanig ingericht dat
de kans op een déconfiture zeer gering moet worden geacht. Crediteuren
kunnen rekenen op behoorlijke bescherming. Bij de invulling van
het toezicht geldt wel als randvoorwaarde dat toezicht niet onbetaalbaar mag
worden. Toezicht brengt kosten met zich mee, zowel voor marktpartijen als
voor de maatschappij op grond van de overheidsbijdrage die de toezichthouders
ontvangen. Marktpartijen zullen de kosten die aan hen worden doorberekend
weer doorberekenen aan cliënten. Een tweede randvoorwaarde is dat financiële
ondernemingen niet onevenredig in hun handelen dienen te worden beperkt. Het
is niet de bedoeling dat de toezichthouder op de stoel van het bestuur gaat
zitten en bepaalt hoe financiële ondernemingen zaken doen. Dat zou een
gezonde marktwerking fnuiken en tot verschraling van de dienstverlening leiden.</al>
      <tuskop letat="cur">3.3 Toezichtsinstrumentarium</tuskop>
      <al>Voor het toezicht op de naleving van de financiële regelgeving beschikken
de medewerkers van DNB en de AFM die zijn belast met het toezicht op de naleving
van deze regels, in beginsel over alle bevoegdheden van afdeling 5.2 Algemene
wet bestuursrecht. Dit zijn de bevoegdheden tot het vorderen van inlichtingen,
het betreden van plaatsen alsmede de inzage van gegevens en bescheiden. Deze
bevoegdheden zijn primair bedoeld voor de toezichthouders om er op toe te
zien dat financiële ondernemingen zich houden aan de voor hen toepasselijke
regelgeving. Uit de financiële toezichtregelgeving vloeien voor financiële
ondernemingen verplichtingen voort om te rapporteren over financiële
zaken van uiteenlopende aard, bijvoorbeeld over hun liquiditeit- en solvabiliteitpositie,
maar ook over deelnemingen en renterisico.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mocht in het kader van het toezicht op de naleving blijken dat een financiële
onderneming in strijd met de financiële regelgeving handelt, dan kan
de toezichthouder handhavend optreden. Hiertoe staan de toezichthouders verschillende
instrumenten ter beschikking. Zo kan een toezichthouder een financiële
onderneming die niet voldoet aan haar verplichtingen, een aanwijzing geven
om binnen een redelijke termijn een bepaalde gedragslijn te volgen. Naast
de algemene aanwijzingsbevoegdheid kan het onder omstandigheden noodzakelijk
zijn om bij financiële ondernemingen verdergaande greep te krijgen op
de bedrijfsvoering, indien gestelde regels (dreigen te) worden overtreden.
Wanneer er nog geen noodzaak is om de activiteiten te beëindigen, de
vergunning in te trekken of de noodregeling aan te vragen, kan DNB gebruik
maken van een (stille) curator. Daarnaast kan een toezichthouder een financiële
onderneming een last onder dwangsom opleggen en/of een boete.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als sluitstuk van het handhavinginstrumentarium kan de noodregeling worden
gezien. Samen met het intrekking van de vergunning als sanctie kan de noodregeling
worden gezien als het meest ingrijpende toezichtinstrument. DNB kan de noodregeling
aanvragen bij de rechtbank. Spreekt de rechtbank de noodregeling uit, dan
worden de bevoegdheden van de organen van de bank (algemene vergadering van
aandeelhouders, raad van commissarissen en raad van bestuur) overgedragen
aan de door de rechtbank benoemde bewindvoerders en worden de tegoeden van
de rekeninghouders van de bank bevroren. De noodregeling kan zowel een saneringsprocedure
als een liquidatieprocedure zijn, afhankelijk van de machtiging die de bewindvoerders
hebben gekregen. Is geen machtiging gekregen dan wordt de noodregeling veelal
beschouwd als een saneringsprocedure. De bewindvoerders zullen dan in de eerste
plaats streven naar het herstellen van de financiële situatie van de
desbetreffende financiële onderneming, waarbij de belangen van de crediteuren
voorop staan.</al>
      <tuskop letat="cur">3.4 Gedragstoezicht</tuskop>
      <al>Voor het gedragstoezicht zijn met name aspecten van vermogensscheiding
en marktmisbruik relevant.</al>
      <tuskop letat="rom">3.4.1 Vermogenscheiding</tuskop>
      <al>In geval van een faillissement van een effecteninstelling, zijnde een
kredietinstelling, speelt de vraag in hoeverre de effecten die cliënten
op rekeningen aanhouden bij die effecteninstellingen in de boedel van de failliet
vallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van der Hoop valt als effecteninstelling onder de regels voor vermogenscheiding
die gelden uit hoofde van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Naleving van
de vermogenscheidingregels moet voorkomen dat effecten van cliënten bij
een faillissement in de boedel vallen. De AFM houdt toezicht op de naleving
van deze regels.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op grond van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995; artikel
16) en de door de AFM opgestelde Nadere Regeling Gedragstoezicht 2002 (artikelen
12 en 16) dienen effecteninstellingen zoals Van der Hoop effecten die toebehoren
aan cliënten af te scheiden van hun eigen vermogen. Dit kunnen ze doen
door (1) de effecten in het systeem van de Wet giraal effectenverkeer (Wge)
onder te brengen waarmee de effectenposities van cliënten wettelijk beschermd
zijn tegen een faillissement van de instelling, of (2) de effecten onder te
brengen bij een bewaarinstelling die een rechtspersoon is naar Nederlands
recht en aan andere in de Nadere Regeling Gedragstoezicht bepaalde voorwaarden
voldoet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Opties en derivaten kunnen niet in het girale systeem worden opgenomen.
De Wge maakt dit thans niet mogelijk. Ten aanzien van de tweede mogelijkheid,
de bewaarinstelling, vermeldt de toelichting op artikel 16 van de Nadere Regeling
1999 dat de aard van de effecten beperkingen stellen ter zake van de toepassing
van de figuur van de separate bewaarder, (bijvoorbeeld in het geval van afgeleide
effecten zoals opties en futures). Deze mogelijkheid wordt momenteel door één
instelling toegepast. Vanwege de door de AFM in bijgaande rapportage genoemde
complicaties en de hoge kosten die daaraan verbonden zijn moet worden geconstateerd
dat het onderbrengen van derivatenposities in een bewaarbedrijf geen bevredigende
oplossing biedt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de genoemde toelichting wordt verder aangegeven dat het mogelijk grensoverschrijdend
karakter van effectendienstverlening voorts met zich brengt dat (buitenlandse)
effecten van cliënten bij buitenlandse bewaarinstellingen zullen worden
neergelegd. Via artikel 18 van Nadere Regeling kunnen alternatieve regelingen
worden getroffen. Artikel 18 biedt zo de ruimte die nodig is om internationaal
aanvaarde usances inzake effectenbewaring te faciliteren.</al>
      <tuskop letat="rom">3.4.2 Marktmisbruik</tuskop>
      <al>Een uitgevende instelling is verplicht om voorwetenschap onverwijld openbaar
te maken. De wet biedt een mogelijkheid van uitstel ingeval sprake is van
een rechtmatig belang dat de uitgevende instelling dient, van dit uitstel
geen misleiding van het publiek te duchten is en de vertrouwelijkheid van
de voorwetenschap gewaarborgd is. Uitgangspunt is dat de uitgevende instelling
verantwoordelijk is voor het wel of niet openbaar maken van voorwetenschap.
Doel van deze regels is allereerst gelijke toegang tot informatie voor beleggers,
maar daarnaast werkt zij tevens preventief doordat onverwijlde openbaarmaking
zoveel mogelijk gebruik van voorwetenschap voorkomt. Van der Hoop
dient als uitgevende instelling aan deze verplichting tot onverwijlde openbaarmaking
te voldoen. De AFM houdt toezicht op de naleving van deze regels.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Toezicht op Van der Hoop</tuskop>
      <tuskop letat="cur">4.1 Prudentieel toezicht</tuskop>
      <al>Wanneer de soliditeit en continuïteit van een financiële onderneming
in het geding komt, of dreigt te komen, kan DNB handhavend optreden. Hoe DNB
toeziet op naleving van prudentiële regels, en welke instrumenten zij
daarbij inzet, is een afweging die DNB steeds afhankelijk van de omstandigheden
van het geval zal maken. Proportionaliteit en effectiviteit van de middelen
die de toezichthouder ter beschikking staan, spelen daarbij een belangrijke
rol.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>DNB heeft de ontwikkelingen bij Van der Hoop de laatste jaren op de voet
gevolgd. Nadat Van der Hoop met tegenvallende resultaten werd geconfronteerd,
verhoogde DNB in 2002 de toezichtintensiteit. Omdat DNB van oordeel was dat
Van der Hoop onvoldoende voortgang maakte met de naleving van verzoeken en
aanbevelingen die DNB had gedaan tot verbetering van bedrijfsvoering en risicobeheer,
overwoog DNB begin 2002 om formele toezichtmaatregelen te nemen. Nadat DNB
en de directie van Van der Hoop besloten tot het voeren van maandelijkse gesprekken,
werd hiervan afgezien. Het gebruik van een informeel toezichtinstrument, in
de vorm van het maandelijkse gesprek, sorteerde volgens DNB voldoende effect.
Van der Hoop gaf, zij het soms langzaam en incidenteel na oplopende discussie,
opvolging aan de aanbevelingen van DNB. Het aanwenden van een formele bevoegdheid,
zoals het geven van een aanwijzing, zou volgens DNB niet hebben geleid tot
een ander beleid bij Van der Hoop.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na het bekend worden van de belastingclaim van € 5,5 miljoen
in mei 2005 besloot DNB om de algemene voortgang en de solvabiliteits- en
liquiditeitsontwikkelingen bij Van der Hoop op dagbasis te volgen. DNB vond
het op dat moment niet nodig om een stille curator aan te stellen, die achter
de schermen Van der Hoop zou reorganiseren, omdat met de aanstaande benoeming
van een interim-manager door Van der Hoop hetzelfde werd bereikt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Begin juli 2005 stond DNB op het punt de noodregeling aan te vragen. Hiervan
werd uiteindelijk afgezien omdat Van der Hoop erin slaagde een liquiditeitsarrangement
te regelen. Dit arrangement maakte het Van der Hoop mogelijk om de in gang
gezette herstructurering, waaronder het zoeken naar een partij die Van der
Hoop wilde overnemen, voort te zetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Toen in december 2005 bekend werd dat de Belgische Bank Degroof afzag
van een overname van Van der Hoop, vreesde DNB voor een bankrun en daaruit
voorkomende liquiditeitsproblemen. DNB besloot bij de rechtbank de noodregeling
aan te vragen om zoveel mogelijk waarde intact te laten en om alle schuldeisers
gelijke kansen te laten houden. Het niet aanvragen van de noodregeling zou
beter geïnformeerde cliënten voordeel hebben verschaft ten opzichte
van minder goed geïnformeerde cliënten, doordat zij als eerste hun
geld bij Van der Hoop zouden kunnen weghalen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Toen de noodregeling werd ingeroepen was de solvabiliteit van Van der
Hoop volgens DNB nog niet gedaald onder het uit Europese richtlijnen voortvloeiende
minimum van 8% van de naar risico gewogen activa op de balans. De verwachting
van een bankrun en de daaruit voortkomende liquiditeitsproblemen waren voor
DNB aanleiding de noodregeling aan te vragen. Bij het uitspreken
van de noodregeling heeft de rechter geen specifieke opdracht meegegeven,
maar het lag voor de hand dat de curatoren zouden zoeken naar mogelijkheden
om Van der Hoop te saneren.</al>
      <tuskop letat="cur">4.2 Gedragstoezicht</tuskop>
      <tuskop letat="rom">4.2.1 Vermogenscheiding</tuskop>
      <al>De AFM heeft in het toezicht op Van der Hoop geoordeeld dat ten aanzien
van de aandelen en obligaties de vermogenscheiding goed geregeld was. Met
betrekking tot de derivatenposities van cliënten van Van der Hoop is
de AFM van mening dat hiervoor geen adequate methode voor afscheiding van
het vermogen van de instelling bestaat.</al>
      <tuskop letat="rom">4.2.2 Marktmisbruik</tuskop>
      <al>Nadat op 9 december de overname door bank Degroof afketste heeft
de AFM in het kader van haar toezichtstaak op het terrein van marktmisbruik
besloten tot stillegging van de handel in afwachting van een persbericht van
Van der Hoop. Van der Hoop maakte hierna het afketsen bekend, met de mededeling
dat zij met DNB in overleg was over de te treffen maatregelen. De beurshandel
is hierna heropend. Later diezelfde dag heeft de AFM besloten de handel na
16.45 uur terug te draaien daar haar oordeel was dat in die periode –
terugkijkend – met het ontbreken van een verwijzing naar de aanvraag
van de noodregeling er sprake was van een misleidende situatie. Hiermee werd
niet voldaan aan één van de voorwaarden voor uitstel van openbaarmaking
van voorwetenschap.</al>
      <tuskop letat="vet">5. Gevolgen voor het Nederlandse financiële
stelsel</tuskop>
      <tuskop letat="cur">5.1 Algemeen</tuskop>
      <al>De gevolgen van het faillissement zijn nog niet volledig te overzien.
Veel gegevens, zoals wat de exacte omvang van de schade voor de rekeninghouders
en aandeelhouders is, zijn nog niet bekend zolang de curatoren hun onderzoek
nog niet hebben afgerond.</al>
      <tuskop letat="cur">5.2 Prudentieel</tuskop>
      <al>De Wft, en het deel prudentieel toezicht in het bijzonder, stellen eisen
aan banken op het gebied van de liquiditeit en solvabiliteit van banken, en
biedt de toezichthouder een breed spectrum aan maatregelen om in te grijpen
indien financiële problemen dreigen. Echter, helemaal uitsluiten van
financiële problemen kan niet. DNB heeft aangegeven dat extra toezichtsinstrumenten
het faillissement van Van der Hoop niet hadden kunnen voorkomen.</al>
      <tuskop letat="cur">5.3 Noodregeling</tuskop>
      <al>De noodregeling is bedoeld om de tegoeden van de rekeninghouders bij een
in moeilijkheden verkerende bank te bevriezen teneinde een bewindvoerder in
staat te stellen de financiële onderneming te saneren. De noodregeling
richt zich voornamelijk op de depositokant, terwijl de laatste jaren het vermogensbeheer
bij banken juist is toegenomen. De voor het vermogensbeheer verplichte vermogensscheiding
heeft als doel de effectenposities van cliënten buiten het vermogen van
de instelling te houden. Uit deze systematiek vloeit voort dat deze effectenposities
en het daarmee samenhangende vermogensbeheer niet onder de noodregeling vallen.
DNB constateert dat het in dit geval moeilijk bleek de waarde van de onderneming
intact te laten. Uitbreiding van de noodregeling tot het vermogensbeheer
acht ik echter niet wenselijk, aangezien dit haaks zou staan op hetgeen de
vermogensscheiding beoogt te bewerkstellingen. Bovendien is het slecht denkbaar
dat in ons rechtsysteem, waarin contractsvrijheid en eigendomsrechten een
belangrijke rol spelen, de noodregeling deze rechten van burgers en ondernemingen
zou doorkruisen. </al>
      <tuskop letat="cur">5.4 Gedrag</tuskop>
      <tuskop letat="rom">5.4.1 Vermogenscheiding</tuskop>
      <al>Zoals door de AFM is aangegeven is het onderbrengen van de derivatenposities
van cliënten in een bewaarinstelling geen geschikte vorm van vermogenscheiding.
Geconcludeerd kan worden dat op dit moment alleen een wetswijziging een oplossing
kan bieden voor de bescherming van de derivatenposities van cliënten.
Ter gelegenheid van de implementatie van de richtlijn voor markten in financiële
instrumenten (MIFID) bereid ik op dit moment een wetswijziging voor die er
in resulteert dat ook de derivatenposities van cliënten afgescheiden
kunnen worden van het vermogen van de instelling waar de cliënt zijn
effectenrekening aanhoudt. Op de complexe problemen die zich hierbij voordoen
wordt thans nog gestudeerd.</al>
      <tuskop letat="rom">5.4.2 Marktmisbruik</tuskop>
      <al>De toezichthouders constateren dat de verhouding tussen de verplichting
tot onverwijlde openbaarmaking van voorwetenschap op basis van de Wet marktmisbruik
en het belang om toezichtinformatie niet (direct) openbaar te maken niet altijd
even duidelijk is.</al>
      <al>In zijn algemeenheid zal naar mijn mening een instelling een rechtmatig
belang hebben tot uitstel van openbaarmaking indien de noodregeling wordt
aangevraagd. Ook in het onderhavige geval lijkt hiervan sprake te zijn geweest.
Indien de aanvraag van de noodregeling vervolgens wordt toegewezen, doet deze
onduidelijkheid zich niet voor, aangezien deze op een openbare terechtzitting
wordt uitgesproken en door de bewindvoerders bekend wordt gemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om voor de toekomst onduidelijkheid over de samenloop van de openbaar-makings-verplichting
op grond van marktmisbruik en het belang van de geheimhouding van de aanvraag
van de noodregeling uit te sluiten, zal in het kader van de Wft deze onduidelijkheid
worden weggenomen.</al>
      <tuskop letat="cur">5.5 Financiële stelsel</tuskop>
      <al>Ten aanzien van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel
kan worden gesteld dat de impact van het faillissement hiervoor beperkt is.
Van der Hoop is te klein om de stabiliteit van de Nederlandse financiële
sector in gevaar te brengen. Het Nederlandse bankwezen als geheel heeft geen
last van het faillissement. Hoewel enkele kleine banken hebben aangegeven
kritisch door hun klanten te zijn bevraagd, lijkt het vertrouwen in het Nederlandse
bankwezen bij de consument met het faillissement van Van der Hoop niet te
zijn aangetast.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Financiën,</functie>
        <naam>G. Zalm</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Te raadplegen op www.vanderhoop.nl.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>