﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30196-O/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>30 196</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Duurzame ontwikkeling en beleid</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">O</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-04-08">8 april 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur<noot id="ID-1242862-d40e74" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over <nadruk type="vet">het voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 wat betreft bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren. </nadruk>Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 3 maart 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 8 april 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Wolf</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur</al>
            <al>Den Haag, 3 maart 2026</al>
            <al>In haar vergadering van 27 januari 2026 heeft de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten om in nader schriftelijk overleg te treden met u over de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR) (E250029)<noot id="ID-1242862-d40e120" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="https://redactie.eerstekamer.nl/eu/europeesvoorstel/com_2025_652_voorstel_voor_een/document/f%3D/vmtxh8clohu5.pdf" soort="URL" status="actief">COM(2025)652</extref>, voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 betreffende bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren.</noot.al></noot>. In dit kader wensen de leden van de fracties van de <nadruk type="vet">SP, </nadruk>mede namens de leden van de fractie<nadruk type="vet"> GroenLinks-PvdA, </nadruk>en het lid van de<nadruk type="vet"> Fractie-Visseren-Hamakers </nadruk>u de volgende vragen en opmerkingen voor te leggen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP</tussenkop>
            <al>De leden van de <nadruk type="vet">SP-</nadruk>fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van de Europese Commissie tot aanpassing van de EU-verordening ontbossingsvrije producten<noot id="ID-1242862-d40e150" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="https://redactie.eerstekamer.nl/eu/europeesvoorstel/com_2025_652_voorstel_voor_een/document/f%3D/vmtxh8clohu5.pdf" soort="URL" status="actief">COM(2025)652</extref>, voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 betreffende bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren.</noot.al></noot> en de brief van de Staatssecretarissen over de kabinetsinzet.<noot id="ID-1242862-d40e162" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref>.</noot.al></noot> Zij hebben hier enkele vragen over.</al>
            <al>De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de versoepeling van de EUDR. Zij vragen zich af in hoeverre duidelijkheid over of producten ontbossingsvrij zijn wordt vertroebeld door micro- en kleine primaire marktdeelnemers (MSPO’s) en downstream-marktdeelnemers bepaalde vrijstellingen te geven?<noot id="ID-1242862-d40e174" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Zie: Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref>, pag. 2.</noot.al></noot> In hoeverre blijft het duidelijk voor eindconsumenten, zoals huishoudens en bedrijven, of de producten die zij kopen voldoen aan de richtlijnen? Ziet u het risico dat downstream-marktdeelnemers producten inkopen die niet voldoen aan de richtlijnen en tijdens verwerking mengen met producten die wel aan de richtlijnen voldoen?</al>
            <al>Kan de regering duidelijkheid scheppen over de verschillen tussen zorgvuldigheidsverklaring en de eenmalige vereenvoudigde verklaring voor MSPO’s?<noot id="ID-1242862-d40e186" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Zie: Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref>, p. 2.</noot.al></noot> Welke informatie hoeven MSPO’s niet aan te leveren? Welke zekerheden hebben eindconsumenten en downstream-marktdeelnemers dat producten van MSPO’s voldoen aan de richtlijnen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de Fractie-Visseren-Hamakers</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Het lid van de<nadruk type="vet"> Fractie-Visseren-Hamakers </nadruk>heeft met interesse kennisgenomen van het Verslag <nadruk type="cur">van een schriftelijk overleg met de Staatssecretaris van LVVN over de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR).</nadruk><noot id="ID-1242862-d40e205" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-30196-N" soort="document" status="actief">30 196, N</extref>.</noot.al></noot> Naar aanleiding van dit verslag heeft het lid een aantal vervolgvragen.</al>
              <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Hoe kijkt u aan tegen de afzwakking van de EUDR? Hoe kijkt u naar de appreciatiebrief van het voorgaande kabinet?<noot id="ID-1242862-d40e216" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Het BNC-fiche is vervangen door de kabinetsappreciatiebrief, zie Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref></noot.al></noot></al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Hoe gaat u zich in Europa verhouden tot de voorgestelde maatregelen met betrekking tot het afzwakken van de EUDR? Bent u voornemens in Europa te pleiten voor het behoud van de originele, niet-afgezwakte EUDR?<noot id="ID-1242862-d40e226" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 inzake het op de markt aanbieden en uitvoeren van bepaalde grondstoffen en producten die verband houden met ontbossing en bosdegradatie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010, PbEU 2023, L 150.</noot.al></noot></al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Erkent u dat de originele EUDR ook tekortschiet omdat producten als maïs, varkens- en kippenvlees niet afdoende worden meegenomen?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Erkent u dat het uitstellen van de invoer en handhaving van de EUDR leidt tot meer schade aan bossen en biodiversiteit? Zo ja, bent u voornemens hier maatregelen tegen te treffen? Zo ja, welke maatregelen? Zo nee, waarom niet?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Zorgt de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR) voor meer biodiversiteitsverlies buiten bosgebieden?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>6.</li.nr>
                  <al>Erkent u dat er ook direct minder veevoer (soja) wordt geïmporteerd uit Zuid-Amerika dat tot stand is gekomen door ontbossing als minder dieren worden gehouden en gefokt in Nederland? Bent u het met het lid van de fractie Visseren-Hamakers eens dat het integraal benaderen van natuur-, klimaat- en dierenwelzijnsproblematiek kan zorgen voor oplossingen op de verschillende beleidsterreinen gezamenlijk? Bent u voornemens vraagstukken op het gebied van ontbossing en veehouderijen integraal te benaderen in toekomstig beleid?</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Micro en kleine primaire marktdeelnemers en downstreammarktdeelnemers hoeven niet langer een zorgvuldigheidsverklaring aan te leveren, leest Fractie-Visseren-Hamakers in de brief van de Staatssecretaris van LVVN van 7 november 2025.<noot id="ID-1242862-d40e246" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Zie: Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref>, p. 2</noot.al></noot></al>
              <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>7.</li.nr>
                  <al>Wat voor bedrijven vallen precies onder micro en kleine primaire marktdeelnemers en downstreammarktdeelnemers? Het lid ontvangt graag de volgende gegevens:</al>
                  <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>De definitie van klein en micro;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>Het aantal bedrijven in beide categorieën;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>Welke producten deze categorieën voornamelijk betreffen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>Of dit bedrijven uit Europese landen of derde landen zijn.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>8.</li.nr>
                  <al>Wat zijn de concrete gevolgen voor de ontbossing binnen én buiten Europa nu deze MSPO’s geen zorgvuldigheidsverklaring meer hoeven in te dienen?</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Het voornoemde lid leest dat de Europese Commissie de afgelopen jaren maatregelen heeft getroffen om bedrijven te helpen om administratieve lasten te verminderen. Er zijn handleidingen, richtsnoeren en een document met veel gestelde vragen ontwikkeld. Er is ook een application programming interface (API) ontwikkeld dat automatische koppeling van bedrijfs-IT-systemen met het EUDR-informatiesysteem mogelijk maakt voor een soepelere indiening én er is door de EC aangegeven dat bedrijven maar één zorgvuldigheidsverklaring per jaar hoeven in te dienen.<noot id="ID-1242862-d40e269" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Zie voor alle maatregelen: Kamerstukken I, 2025/2026, <extref doc="kst-22112-JP" soort="document" status="actief">22 112, JP</extref>, p. 2–3.</noot.al></noot></al>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>9.</li.nr>
                  <al>Waarom is er, nadat uitvoerige hulp voor bedrijven is opgezet om administratieve lasten te verminderen, alsnog besloten om micro en kleine primaire marktdeelnemers en downstreammarktdeelnemers uit te sluiten van het indienen van een zorgvuldigheidsverklaring?</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers wijst erop dat de volgende vraag eerder is gesteld aan de vorige bewindspersoon. Voornoemd lid verneemt echter graag hoe de huidige bewindspersoon hierover oordeelt. Wat doet u voor de bedrijven die hebben geïnvesteerd om zich te houden aan de nieuwe regels? Dit is voor hen een oneerlijke situatie, ze houden zich volgens voornoemd lid aan de wet, maar worden nu benadeeld.</al>
            </al-groep>
            <al>De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze uiterlijk <nadruk type="vet">vrijdag 3 april 12:00 uur</nadruk> aan de Eerste Kamer aan te bieden.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G.J.</voornaam>
              <achternaam>Oplaat</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 8 april 2026</al>
            <al>Hierbij stuur ik uw Kamer de antwoorden op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de leden de leden van de fracties van de SP, mede namens de leden van de fractie GroenLinks-PvdA, en het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers over de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR) op 3 maart 2026 onder nummer 180039.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
            <naam>
              <voornaam>J. van</voornaam>
              <achternaam>Essen</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>180039</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen van de SP-fractie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>1</al>
              <al>De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de versoepeling van de EUDR. Zij vragen zich af in hoeverre duidelijkheid over of producten ontbossingsvrij zijn wordt vertroebeld door micro- en kleine primaire marktdeelnemers (MSPO’s) en downstream-marktdeelnemers bepaalde vrijstellingen te geven? In hoeverre blijft het duidelijk voor eindconsumenten, zoals huishoudens en bedrijven, of de producten die zij kopen voldoen aan de richtlijnen? Ziet u het risico dat downstream-marktdeel-nemers producten inkopen die niet voldoen aan de richtlijnen en tijdens verwerking mengen met producten die wel aan de richtlijnen voldoen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De EUDR is per 26 december 2025 gewijzigd. Per 30 december 2026 moet Nederland hieraan uitvoering geven. Voor MSPO’s en downstreammarktdeelnemers geldt in de gewijzigde verordening een vereenvoudigd regime. Voor MSPO’s geldt dat zij geen zorgvuldigheidsverklaring hoeven in te dienen voordat zij relevante producten in de handel brengen of uitvoeren. In plaats daarvan dienen zij een eenmalige vereenvoudigde aangifte in (zie voor de verschillen tussen de zorgvuldigheidsverklaring en de vereenvoudigde aangifte het antwoord op vraag 2). Downstreammarktdeelnemers hoeven geen zorgvuldigheidsverklaring of vereenvoudigde aangifte in te dienen. Voor hen gelden dezelfde verplichtingen als voor handelaren. Dat betekent dat zij relevante producten alleen in de handel mogen brengen, op de markt mogen aanbieden of mogen uitvoeren, als zij beschikken over onder meer de nummers van de zorgvuldigheidsverklaringen of vereenvoudigde aangiften. Op deze manier is voor ieder relevant product dat in de handel wordt gebracht of wordt uitgevoerd, een zorgvuldigheidsverklaring of vereenvoudigde aangifte ingediend. Het risico dat downstreammarktdeelnemers producten inkopen die niet voldoen aan de verordening wordt daarom als verwaarloosbaar geacht. Consumenten kunnen ervan uitgaan dat de producten voldoen aan de verordening.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>2</al>
              <al>Kan de regering duidelijkheid scheppen over de verschillen tussen zorgvuldigheidsverklaring en de eenmalige vereenvoudigde verklaring voor MSPO’s? Welke informatie hoeven MSPO’s niet aan te leveren? Welke zekerheden hebben eindconsumenten en downstream-marktdeelnemers dat producten van MSPO’s voldoen aan de richtlijnen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De informatie die moet worden opgenomen in de zorgvuldigheidsverklaring is opgenomen in bijlage II bij de Verordening en de informatie die moet worden opgenomen in de vereenvoudigde aangifte in bijlage III. De informatie die moet worden opgenomen in beide verklaringen is bijna gelijk. Het gaat kort gezegd om:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>naam, adres en nummer van de marktdeelnemer;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>productcode en hoeveelheid van de relevante producten die in de handel worden gebracht of worden uitgevoerd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>land en locatie van de productie; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>een verklaring dat zorgvuldigheid overeenkomstig de verordening is betracht en dat geen of slechts een verwaarloosbaar risico is vastgesteld dat de relevante producten niet in overeenstemming zijn met de verordening.</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Er zijn kleine verschillen. In de vereenvoudigde aangifte hoeft niet de precieze hoeveelheid relevante producten te worden opgenomen, maar een raming van de jaarlijkse hoeveelheid producten die bestemd zijn om in de handel te worden gebracht of te worden uitgevoerd. Ook kan er in de vereenvoudigde aangifte voor worden gekozen niet de geolocatie van alle percelen op te nemen, maar het postadres. Het grootste verschil tussen de zorgvuldigheidsverklaring en de vereenvoudigde aangifte is dat de zorgvuldigheidsverklaring steeds moet worden ingediend als er relevante producten in de handel worden gebracht of worden uitgevoerd. De vereenvoudigde aangifte hoeft slechts eenmalig te worden ingediend. Eindconsumenten kunnen ervan uitgaan dat voor ieder relevant product dat in de handel wordt gebracht of wordt uitgevoerd, een zorgvuldigheidsverklaring of vereenvoudigde aangifte is ingediend. Downstreammarktdeelnemers moeten zich daarvan vergewissen, voordat ze de producten verder in de handel brengen, op de markt aanbieden of uitvoeren.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de Fractie-Visseren-Hamakers</tussenkop>
            <al>Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers heeft met interesse kennisgenomen van het Verslag van een schriftelijk overleg met de Staatssecretaris van LVVN over de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR). Naar aanleiding van dit verslag heeft het lid een aantal vervolgvragen.</al>
            <al-groep>
              <al>1</al>
              <al>Hoe kijkt u aan tegen de afzwakking van de EUDR? Hoe kijkt u naar de appreciatiebrief van het voorgaande kabinet?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Zoals eerder beschreven in deze beantwoording gaat het om een aanpassing van de EUDR met als doel om de administratieve lasten te verlichten. De Commissie heeft deze wijzigingen en versoepelingen voorgelegd om het functioneren van het onderliggende IT-systeem te waarborgen. Nederland heeft zich onthouden van stemming en de onderbouwing hiervoor is uitgebreid toegelicht in o.a. het BNC fiche dat op 7 november jl. met beide Kamers is gedeeld.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>2</al>
              <al>Hoe gaat u zich in Europa verhouden tot de voorgestelde maatregelen met betrekking tot het afzwakken van de EUDR? Bent u voornemens in Europa te pleiten voor het behoud van de originele, niet-afgezwakte EUDR?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Er zijn op dit moment geen voorstellen voor wijzigingen waarover in EU verband moet worden besloten, en er zijn reeds versimpelingen doorgevoerd. De Nederlandse positie zoals weergegeven in de kamerbrief van 7 oktober 2025 is dat administratieve lasten moeten worden verminderd binnen de bestaande kaders van de verordening</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>3</al>
              <al>Erkent u dat de originele EUDR ook tekortschiet omdat producten als maïs, varkens- en kippenvlees niet afdoende worden meegenomen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Er is bewust gekozen om te starten met de groepen met de grootste impact. In de toekomst kan dit mogelijk worden uitgebreid na evaluatie. Daar is nu, met het van toepassing worden van de wet in zicht, echter nog geen sprake van.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>4</al>
              <al>Erkent u dat het uitstellen van de invoer en handhaving van de EUDR leidt tot meer schade aan bossen en biodiversiteit? Zo ja, bent u voornemens hier maatregelen tegen te treffen? Zo ja, welke maatregelen? Zo nee, waarom niet?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Dit is niet zo direct te concluderen. De «cut-off date» waarna onder de EUDR niet meer ontbost mag worden, is namelijk niet uitgesteld, maar blijft staan op 31 december 2020. Hoewel de handhaving van de verordening later start dan aanvankelijk voorzien (eind 2024), zijn toeleveringsketens door stakeholders reeds aangepast in de voorbereiding hierop en wordt deze «cut-off date» in de praktijk al toegepast voor de invoer van producten die onder de EUDR vallen. Daarom is de verwachting niet direct dat er meer schade zal worden veroorzaakt bij uitstel van de handhaving. Bovendien wordt door middel van flankerend beleid ingezet op het tegengaan van weglek effecten of diversificatie van handelsstromen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>5</al>
              <al>Zorgt de wijziging van de verordening ontbossingsvrije producten (EUDR) voor meer biodiversiteitsverlies buiten bosgebieden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De definitie van bos en wat er onder scope van ontbossing en bosdegradatie valt blijft ongewijzigd. De evaluatie over mogelijke uitbreiding naar andere ecosystemen is uitgesteld, maar aangezien de uitkomst van een evaluatie niet vaststaat is het gevolg daarvan moeilijk te overzien. Buiten de wijzigingen aan de EUDR, is toenemende druk op andere ecosystemen een mogelijkheid, maar geen zekerheid. Daarom is een evaluatie hiervan voorzien in de verordening.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>6</al>
              <al>Erkent u dat er ook direct minder veevoer (soja) wordt geïmporteerd uit Zuid-Amerika dat tot stand is gekomen door ontbossing als minder dieren worden gehouden en gefokt in Nederland? Bent u het met het lid van de fractie Visseren-Hamakers eens dat het integraal benaderen van natuur-, klimaat- en dierenwelzijnsproblematiek kan zorgen voor oplossingen op de verschillende beleidsterreinen gezamenlijk? Bent u voornemens vraagstukken op het gebied van ontbossing en veehouderijen integraal te benaderen in toekomstig beleid?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Met de toepassing van de EUDR zal er geen soja meer worden geïmporteerd die bijdraagt aan ontbossing. Zoals uiteengezet in de Kamerbrief «Volhoudbare voedselsystemen over de grens: de internationale inzet van LNV (Kamerstuk II <extref doc="kst-30196-825" soort="document" status="actief">30 196-825</extref>)» zet ik mij in voor een integrale benadering van verschillende beleidsterreinen die bijdragen aan Europese en mondiale afspraken, de EUDR is hier onderdeel van.</al>
            </al-groep>
            <al>Micro en kleine primaire marktdeelnemers en downstreammarktdeelnemers hoeven niet langer een zorgvuldigheidsverklaring aan te leveren, leest Fractie-Visseren-Hamakers in de brief van de Staatssecretaris van LVVN van 7 november 2025.</al>
            <al-groep>
              <al>7</al>
              <al>Wat voor bedrijven vallen precies onder micro en kleine primaire marktdeelnemers en down-streammarktdeelnemers? Het lid ontvangt graag de volgende gegevens:</al>
              <al>a.</al>
              <al>De definitie van klein en micro;</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De definitie opgenomen in artikel 2, lid 15 bis is als volgt:</al>
              <al>«primaire micro- of kleine marktdeelnemer»:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>een marktdeelnemer die een natuurlijke persoon is of een micro-onderneming of kleine onderneming, in de zin van artikel 3, lid 1, respectievelijk artikel 3, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, ongeacht de rechtsvorm ervan,</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>die gevestigd is in een overeenkomstig artikel 29 van deze verordening als laag risico aangemerkt land, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>die in het kader van een handelsactiviteit relevante producten in de handel brengt of uitvoert die de marktdeelnemer zelf heeft geteeld, geoogst, verkregen uit of gefokt op relevante percelen, of – wat runderen betreft – in etablissementen, die zich in dat land bevinden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>dit omvat marktdeelnemers die de grensbedragen voor ten minste twee van de drie criteria van artikel 3, lid 1 en lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2013/34/EU overschrijden, maar die kunnen aantonen dat de delen van hun balanstotaal, netto-omzet en gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar die verband houden met de relevante grondstoffen en de relevante producten, de grensbedragen voor ten minste twee van de drie van die criteria niet overschrijden;</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>b.</al>
              <al>Het aantal bedrijven in beide categorieën;</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>In Nederland zijn 21.292 bedrijven die rundvee houden. Veel van deze bedrijven zullen in de primaire micro of kleine marktdeelnemers vallen, maar een onderscheid is niet te maken op basis van de gepubliceerde data. Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar hoofdbedrijfstype, regio | CBS.</al>
              <al>In 2024 werd 69 hectare sojabonen geteeld. Het aantal telers is niet bekend uit de openbare data (Staat van landbouw, natuur en Voedsel 2025, WUR). Het aantal bedrijven dat hout op de Nederlandse markt brengt is niet bekend uit openbare data.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>c.</al>
              <al>Welke producten deze categorieën voornamelijk betreffen;</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Gelet op de definitie van primaire, micro en kleine ondernemers kunnen dit enkel bedrijven zijn die in de EU gevestigd zijn. Enkel rund, soja en hout wordt in de EU geproduceerd.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>d.</al>
              <al>Of dit bedrijven uit Europese landen of derde landen zijn.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Zie de beantwoording onder 7.c.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>8</al>
              <al>Wat zijn de concrete gevolgen voor de ontbossing binnen én buiten Europa nu deze MSPO’s geen zorgvuldigheidsverklaring meer hoeven in te dienen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Op basis van de aanpassingen van de EUDR en de aard hiervan verwachten wij geen gevolgen voor ontbossing, het gaat om een administratieve lastenverlichting.</al>
            </al-groep>
            <al>Het voornoemde lid leest dat de Commissie de afgelopen jaren maatregelen heeft getroffen om bedrijven te helpen om administratieve lasten te verminderen. Er zijn handleidingen, richtsnoeren en een document met veel gestelde vragen ontwikkeld. Er is ook een application programming interface (API) ontwikkeld dat automatische koppeling van bedrijfs-IT-systemen met het EUDR-informatiesysteem mogelijk maakt voor een soepelere indiening én er is door de Commissie aangegeven dat bedrijven maar één zorgvuldigheidsverklaring per jaar hoeven in te dienen.</al>
            <al-groep>
              <al>9</al>
              <al>Waarom is er, nadat uitvoerige hulp voor bedrijven is opgezet om administratieve lasten te verminderen, alsnog besloten om micro en kleine primaire marktdeelnemers en down-streammarktdeelnemers uit te sluiten van het indienen van een zorgvuldigheidsverklaring?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 7 november jl. droeg de Commissie de volgende aanleiding aan voor het voorstel tot aanpassing van de EUDR. Er zijn nieuwe ramingen voor het derde kwartaal van 2025 die aantonen dat het EUDR-informatiesysteem aan de zijde van de Commissie veel zwaarder belast zal worden dan de Commissie had verwacht, vooral door de intensieve IT-interacties tussen bedrijven en het systeem. Daarnaast hebben EU lidstaten en bedrijven zorgen geuit over de administratieve lasten, met name voor producenten binnen de EU, zoals veehouders en bosbouwers. Door de Commissie worden versimpelingen voorgesteld voor de nieuw in te stellen categorieën «micro en kleine primaire marktdeelnemers» en «downstreammarktdeelnemers».</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>10</al>
              <al>Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers wijst erop dat de volgende vraag eerder is gesteld aan de vorige bewindspersoon. Voornoemd lid verneemt echter graag hoe de huidige bewindspersoon hierover oordeelt. Wat doet u voor de bedrijven die hebben geïnvesteerd om zich te houden aan de nieuwe regels? Dit is voor hen een oneerlijke situatie, ze houden zich volgens voornoemd lid aan de wet, maar worden nu benadeeld.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Een groot deel van het Nederlands bedrijfsleven heeft de afgelopen jaren aanzienlijk geïnvesteerd om te voldoen aan de wetgeving en is volledig voorbereid op inwerkingtreding eind dit jaar. Naast het bedrijfsleven heeft ook de overheid kosten gemaakt voor implementatie. De NVWA was er namelijk op voorbereid om per 30 december 2025 te handhaven. Er zijn geen compensatiemaatregelen aangekondigd vanuit de Commissie voor de reeds gemaakte kosten.</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>