Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-201430174 nr. I

30 174 Voorstel van wet van de leden Fokke, Voortman en Schouw, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum

30 372 Voorstel van wet van de leden Fokke, Voortman en Schouw, houdende regels inzake het raadgevend referendum (Wet raadgevend referendum)

I1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 april 2014

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal bij brief van 27 maart 2014 verzocht om schorsing van de gezamenlijke plenaire behandeling van de wetsvoorstellen 30 174 en 30 372 na de eerste termijn van de Kamer op 8 april 2014.

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft op 1 april 2014 gereageerd.

De Kamer brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, Hamilton

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 maart 2014

Op 8 april as. staat de gezamenlijke plenaire behandeling van wetsvoorstel 30 174 (wijziging van de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum) en wetsvoorstel 30 372 (Wet raadgevend referendum) in de Eerste Kamer geagendeerd. Bij brief van 5 juni 2013 heb ik medegedeeld dat ik tijdens de plenaire behandeling het standpunt van het kabinet over wetsvoorstel 30 372 bekend zal maken. Ik ben voornemens om dan tevens het kabinetsstandpunt over wetsvoorstel 30 174 kenbaar te maken.

Ik hecht er waarde aan om de inbreng van de leden van de Eerste Kamer mee te kunnen nemen bij de definitieve standpuntbepaling door het kabinet en ik zou daarom graag de gelegenheid hebben om hier in de ministerraad over te kunnen spreken. Ik wil je daarom verzoeken om te bezien of het mogelijk is om de plenaire behandeling na de eerste termijn van de Eerste Kamer voor twee weken te schorsen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R. Plasterk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 1 april 2014

Uw brief van 27 maart 2014 is besproken in de vergadering van het College van Senioren van 1 april 2014.

Het is in de Eerste Kamer niet gebruikelijk bewindslieden of initiatiefnemers tot een wetsvoorstel reeds voor de aanvang van de mondelinge behandeling van een (initiatief)wetsvoorstel in de plenaire vergadering de toezegging te doen dat de behandeling van het wetsvoorstel na de eerste termijn van de kant van de Kamer zal worden opgeschort teneinde de gelegenheid te bieden tot een nadere standpuntbepaling (mede) op basis van hetgeen door de woordvoerders naar voren is gebracht.

Ik kan ook thans niet op voorhand aan het verzoek tot opschorting van het debat na de eerste termijn van de Kamer voldoen.

Het ligt in de rede dat na de eerste termijn inzake de wetsvoorstellen correctief en raadplegend referendum van de kant van de Kamer de initiatiefnemers in eerste termijn de vragen beantwoorden. Mocht u, gehoord het verhandelde, bij de aanvang van uw eerste termijn behoefte hebben aan tijd voor beraadslaging, dan kunt u op dat moment de Kamer verzoeken de beraadslaging te schorsen. De Kamer zal alsdan inzake een dergelijk verzoek een beslissing nemen.

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, A. Broekers-Knol


X Noot
1

De letter I heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 30 174.