﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="lyst">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30149-3/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST90672</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 149</nummer>
      <naam>Beveiliging van Nederlandse ambassades in het buitenland</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>3</nummer>
      <titel>LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 18 oktober 2005</datum>
      <al>De commissie voor de Rijksuitgaven<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en de
vaste commissies voor Buitenlandse Zaken<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> en voor
Defensie<voetref refid="v1.3" nr="3"></voetref> hebben een aantal vragen bij brief d.d.
22 september 2005 aan de minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd over
het rapport «Beveiliging van Nederlandse ambassades in het buitenland»
(kamerstuk 30 149).</al>
      <al>De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 14 oktober
2005.</al>
      <al>Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>B. M. de Vries</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>De Haan</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,</functie>
        <naam>Albayrak</naam>
        <functie>Adjunct-griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>Erwich-Eisveld Bosch</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="rom">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke (preventieve) maatregelen neemt het ministerie
ten behoeve van de veiligheid van ambassademedewerkers buiten het ambassadeterrein?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afhankelijk van geconstateerde dreigingen uit gehouden veiligheidsanalyses
neemt het ministerie specifieke beveiligingsmaatregelen in de leefomgeving
van de ambassademedewerkers, waaronder fysieke beveiliging van de woonomgeving
en gepantserd vervoer. In de meest risicovolle situaties wordt tevens persoonsbeveiliging
ingezet.</al>
      <al>Hiernaast heeft het departement ten behoeve van alle (ambassade-) medewerkers
de brochure «veiligheid in de leefomgeving» uitgebracht. Tevens
is voorlichting over veiligheid één van de kerntaken van iedere
beveiligingsambtenaar (BVA) op een post.</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de precieze reden dat vier ambassades niet hebben
deelgenomen aan het onderzoek?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van de 145 benaderde ambassades hebben er 141 deelgenomen aan het onderzoek.
De post Abidjan was vanwege de burgeroorlog niet in staat te antwoorden. De
andere drie posten, Ankara, Lima en Sao Paulo hebben vanwege capaciteitsproblemen
door dienstreizen en overplaatsingen niet kunnen reageren.</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete acties zijn er genomen naar aanleiding
van de geuite bedreigingen aan het adres van ambassademedewerkers? Om welke
posten gaat het?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Algemene Rekenkamer heeft tijdens bezoeken aan enkele ambassades geconstateerd
dat er bedreigingen zijn geuit aan het adres van sommige ambassademedewerkers.
Als er een specifieke bedreiging wordt geuit dan wordt per individueel geval
bezien welke beveiligingsmaatregelen genomen dienen te worden. Te denken valt
hierbij o.a. aan versterkte samenwerking met lokale autoriteiten, frequentere
politiepatrouilles, de inzet van gepantserd vervoer, persoonsbeveiliging en
de repatriëring van de desbetreffende medewerker.</al>
      <tuskop letat="rom">4 en 5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom geeft het ministerie niet aan wat het onder
een aanvaardbaar minimum van veiligheidsrisico's verstaat?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven wat u verstaat onder een aanvaardbaar
minimum van veiligheidsrisico's? Verschilt dit per post? Zo ja, waarvan
is dit afhankelijk?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitgangspunt is dat de ambassade moet kunnen functioneren. Als de situatie
daartoe aanleiding geeft wordt individueel maatwerk geleverd waarbij de veiligheidsmaatregelen
toegespitst zijn op de lokale veiligheidssituatie van het land waar de betreffende
post zich bevindt. </al>
      <tuskop letat="rom">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom ontbreekt een normatief kader voor de risicoanalyse?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dreigingen laten zich moeilijk in kaders passen. Er bestaat een grote
differentiatie aan dreigingen waar een ambassade aan kan blootstaan, zoals
inbraken, berovingen, burgeroorlogen, spionage, gijzelingen, beschietingen
en terroristische aanslagen, elk in een oplopend geweldsspectrum en in verschillende
verschijningsvormen. Voor de risicoanalyse levert het ministerie maatwerk,
specifiek gericht op de bijzondere veiligheidssituatie van een individuele
post.</al>
      <tuskop letat="rom">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wilt u het structurele probleem dat de AIVD ervaart
bij het onderzoek naar lokale medewerkers met een vertrouwensfunctie oplossen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Einde 2005 wordt de inhaalslag met betrekking tot door de AIVD uitgevoerde
veiligheidsonderzoeken naar lokale medewerkers op vertrouwensfuncties afgerond.
In dezelfde periode zijn alle lokale vertrouwensfuncties doorgelicht op die
elementen die de functie een vertrouwensfunctie maken. Na deze evaluatie beschikt
het ministerie over een actuele lijst van lokale vertrouwensfuncties en gescreende
lokale medewerkers. Voor de werving van nieuwe lokale medewerkers op vertrouwensfuncties
komen voortaan alleen medewerkers in aanmerking die kunnen worden onderzocht
door de AIVD.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ziet de veiligheidsaudit er concreet uit?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het doel van een veiligheidsaudit is om een analyse te maken van de veiligheidssituatie,
waarbij wordt gekeken naar zowel het niveau van de dreiging als naar de risico's
die daar voor de post uit voortvloeien in het betreffende land. Deze analyse
maakt gebruik van een vaststaande systematiek, waarbij de omvang en de voornaamste
verschijningsvormen van de volgende dreigingen worden geanalyseerd:</al>
      <al>• politieke dreiging, inclusief terrorisme en instabiliteit</al>
      <al>• inlichtingendreigingen</al>
      <al>• criminaliteit</al>
      <al>• integriteit en corruptie</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voorbereiding van een veiligheidsaudit geschiedt via raadpleging van
verschillende bronnen. Vervolgens wordt in overleg met de betrokken ambassade
een programma samengesteld waarbij de missie van de Veiligheidsdienst Buitenlandse
Zaken (VDB) ter plaatse van gedachten wisselt met diverse (veiligheids)deskundigen.
Voorts wordt inzicht verkregen in (redenen van) veiligheidsmaatregelen van
ambassades van andere landen en organisaties alsmede in de lokale veiligheidssituatie. </al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Deelt u de waarneming dat zich uit de beschrijving
van de bevindingen met betrekking tot de veiligheidsaudits en de samenvatting
daarvan in vier constateringen een beeld van vrijblijvendheid opdringt? Zo
nee, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. Mede naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer is
besloten om iedere post waar een audit is uitgevoerd een plan van aanpak te
laten opstellen ter opvolging van de aanbevelingen van het auditrapport. Door
de Inspectie en Evaluatie Bedrijfvoering (ISB) en de Veiligheidsdienst Buitenlandse
Zaken (VDB) van mijn ministerie wordt toezicht gehouden op de opvolging van
de conclusies.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het antwoord bij vraag 10.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke verbeteringsacties met betrekking tot het veiligheidsplan
moeten er volgens u worden geformuleerd in verband met de:</nadruk>
      </al>
      <al>a. actualiteit ervan,</al>
      <al>b. vergelijkbaarheid en beoordeelbaarheid ervan qua format,</al>
      <al>c. betrokkenheid van de posten bij het opstellen van bedreigingsanalyses,</al>
      <al>d. heldere en eenduidige formulering van normen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Iedere post heeft een beveiligingsplan dat jaarlijks geactualiseerd dient
te worden. De ambassadeur wordt als integraal manager erop gewezen dat het
zijn verantwoordelijkheid is hierop toe te zien. In het kader van VDB- en
ISB-missies en vanaf 2006 door middel van jaarlijkse steekproeven wordt
bekeken of de posten inderdaad over een geactualiseerd beveiligingsplan beschikken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Iedere post kan gebruik maken van het standaard sjabloon dat in het interne
Handboek Bedrijfsvoering Buitenlandse Zaken staat. Hierin staan alle onderdelen
die in het beveiligingsplan aanwezig moeten zijn. Het sjabloon is beschikbaar
gesteld vanaf 1 januari 2005 en is derhalve door de Algemene Rekenkamer
niet in haar onderzoek meegenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De posten worden betrokken bij het opstellen van de risico-analyse van
de veiligheidsaudits. Daarnaast is het de taak van de ambassadeur om de risico's
te vertalen in de benodigde fysieke of organisatorische maatregelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regelgeving met betrekking tot beveiliging van de posten is opgenomen
in het interne Handboek Bedrijfsvoering Buitenlandse Zaken. Hierin staat een
aantal discretionaire bevoegdheden van de ambassadeur. Het is de verantwoordelijkheid
van de ambassadeur om de benodigde maatregelen te treffen. Dit is geen vrijblijvende
taak: hij legt hierover verantwoording af aan de departementsleiding.</al>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat
getroffen (fysieke) beveiligingsmaatregelen niet worden gebruikt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het toezicht vanuit het departement is verscherpt op het gebruik van fysieke
beveiligingsmaatregelen onder andere tijdens bezoeken van ISB en VDB. Daarnaast
voert het ministerie een intensieve voorlichtingscampagne om opvolging te
geven aan de getroffen (fysieke) beveiligingsmaatregelen. Ook in opleidingen
zoals de cursus «Veiligheid voor managers» wordt het belang van
beveiligingsmaatregelen onderstreept.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verklaart u dat u pas naar aanleiding van het rapport
van de Algemene Rekenkamer weet dat het toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen
te wensen over laat?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie was zich reeds voor het verschijnen van het rapport ervan
bewust dat de naleving van beveiligingsmaatregelen te wensen overliet. Er
werden ook toen verbeteringsmaatregelen geïmplementeerd. In het licht
van het veranderende dreigingsbeeld is eind jaren negentig een projectgroep
Beveiliging Opwaardering Kanselarijen (BOK) ingesteld, om een transparant
en op eenduidige normen gebaseerd beveiligingsbeleid te ontwikkelen. Na 11 september
2001 is de aandacht voor het onderwerp veiligheid bij het ministerie nog meer
toegenomen.</al>
      <tuskop letat="rom">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het gedrag van individuele medewerkers ten aanzien
van de veiligheidspraktijk nu en in de toekomst een terugkerend onderwerp
bij functionerings- en/of beoordelingsgesprekken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. De ambassadeur ziet erop toe dat in functionerings- en beoordelingsgesprekken
het gedrag van individuele medewerkers ter zake wordt opgebracht.</al>
      <tuskop letat="rom">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Worden/zijn er doelstellingen ten aanzien van het veiligheidsbewustzijn
geformuleerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelstelling ten aanzien van het veiligheidsbewustzijn luidt: alle
medewerkers van het ministerie bereiken door middel van intensieve en regelmatige
voorlichtingscampagnes.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast is er specifieke aandacht voor bepaalde doelgroepen zoals beveiligingsambtenaren
(BVA's) en leidinggevenden op posten alsmede diplomaten die worden uitgezonden
naar een conflictgebied. Voor deze groepen worden regelmatig opleidingen georganiseerd.</al>
      <tuskop letat="rom">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre zijn tijdsbesteding respectievelijk kwalificatieniveau/professionalisering
van medewerkers op de posten relevant om het functioneren van de beveiligingspraktijk
te beoordelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Genoemde indicatoren zijn zeker relevant bij de beoordeling van de beveiligingspraktijk.</al>
      <al>Niettemin spelen andere factoren zoals ervaring op voorgaande posten en
affiniteit met het onderwerp eveneens een rol.</al>
      <tuskop letat="rom">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verklaart u dat de briefing aan verantwoordelijke
leiding en beveiligingsambtenaren ter plaatse door het ministerie «vrijblijvend»
is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vrijblijvendheid hangt ermee samen dat deze briefings nooit formeel
verplicht zijn gesteld. De briefings zijn wel situatiegebonden. Ambassadeurs
en BVA's van posten worden, als de veiligheidssituatie op hun post daartoe
aanleiding geeft, specifiek uitgenodigd voor briefings of andere vormen van
overleg. Inmiddels zijn de BVA's voor posten met een verhoogd veiligheidsrisico
verplicht gesteld om de BVA-opleiding te volgen voordat ze aan hun werkzaamheden
als BVA beginnen.</al>
      <tuskop letat="rom">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk ambitieniveau heeft het ministerie om de door
de Algemene Rekenkamer geschetste leemten in het beveiligingsniveau weg te
werken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord vraag 20.</al>
      <tuskop letat="rom">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom hebben in 2004 lokale medewerkers vertrouwensfuncties
van uitgezonden medewerkers overgenomen? Wordt dat proces teruggedraaid na
de toezegging van de minister om te voorkomen dat niet-gescreende medewerkers
staatsgeheime stukken kunnen inzien (gedaan tijdens wetgevingsoverleg d.d.
15 juni 2005)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf het begin van de jaren negentig zijn als gevolg van verschillende
zogenaamde «efficiencyoperaties», mede naar aanleiding van financiële
taakstellingen van eerdere kabinetten, uitgezonden functies omgezet naar lokale
functies. Hiermee zijn aanzienlijke bezuinigingen gerealiseerd. Voor de toezegging
van de minister wordt hier verwezen naar het antwoord op vraag 7.</al>
      <tuskop letat="rom">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u er zich van bewust dat het niet voldoen aan
artikel 14, lid 1 juncto, artikel 4, lid 1 en 3 van de Wet op de Veiligheidsonderzoeken
kan leiden tot strafbaarheid van de minister van Buitenlandse Zaken in zijn
rol als wetgever? Zo ja, welke concrete acties wilt u op dit punt ondernemen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Zie het antwoord op de vragen 7 en 20 voor de concrete acties.</al>
      <tuskop letat="rom">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u de Kamer concreet aangeven welke substantiële
veranderingen er binnen de organisatie van Buitenlandse Zaken in onderhavig
dossier zijn doorgevoerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is een uitgebreid plan van aanpak, waarin binnen vijf aandachtsgebieden
(nieuwe) maatregelen zijn c.q. worden ingevoerd:</al>
      <al>1. Intensivering van aansturing van posten op veiligheids-/beveiligingsgebied;</al>
      <al>2. Veiligheidsonderzoeken en vertrouwensfuncties;</al>
      <al>3. Bewustwording;</al>
      <al>4. Opleidingen;</al>
      <al>5. Het schrijven van een beleidscontext waarin de verschillende onderdelen
van het beleid met elkaar in verband worden gebracht.</al>
      <tuskop letat="rom">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u de door u geponeerde opvatting, dat posten van
vergelijkbare landen geen eenduidig veiligheidsbeleid voor hun ambassades
hebben, documenteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De posten van qua dreigingsniveau vergelijkbare landen worden eveneens
beveiligd op basis van maatwerk. Dit beeld komt naar voren uit veiligheidsaudits
op posten en uitwisseling van ervaringen met buitenlandse partners.</al>
      <tuskop letat="rom">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verhoudt zich de hantering van standaardnormen
tot de door de minister gewenste individuele appreciatie van de lokale situatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De standaardnormen betreffen het basisniveau van beveiliging. Daarnaast
worden – op de specifieke veiligheidssituatie van de post toegesneden –
additionele beveiligingsmaatregelen uitgevoerd.</al>
      <tuskop letat="rom">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven wiens «individuele appreciatie»
de belangrijkste basis is voor de vaststelling van het beveiligingsniveau
in een specifieke lokale situatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De afdeling Analyse en Advies van de Veiligheidsdienst Buitenlandse Zaken
verzamelt gegevens over en maakt een inschatting van de veiligheidssituatie
op posten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie uit diverse open en
vertrouwelijke bronnen. Op basis van deze inschatting wordt in overleg met
de ambtelijke leiding van mijn ministerie het beveiligingsniveau vastgesteld.</al>
      <tuskop letat="rom">24</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen zijn er volgens u nodig als minimum
vereiste voor goede beveiliging?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het basisniveau voor fysieke beveiliging van ambassadegebouwen behelst
de volgende maatregelen:</al>
      <al>• Maatregelen tegen gelegenheidsinbraak</al>
      <al>• Maatregelen tegen professionele inbraak</al>
      <al>• Maatregelen tegen bedreiging van personeel</al>
      <al>• Zonering</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast gelden onverkort:</al>
      <al>• Voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst (Vir)</al>
      <al>• Voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – Bijzondere
Informatie (Vir-bi)</al>
      <al>• Wet Veiligheidsonderzoeken.</al>
      <tuskop letat="rom">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunt u aangeven:</nadruk>
      </al>
      <al>a. waarom het belangrijk is te weten wat het beveiligingsniveau is per
post en waarom juist dit niveau?</al>
      <al>b. welke doelstellingen en meetpunten horen bij elk specifiek beveiligingsniveau?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beveiligingsniveau per post hangt af van de veiligheidssituatie ter
plaatse. Positieve, dan wel negatieve ontwikkelingen op dit gebied hebben
gevolgen voor het beveiligingsniveau. Kennis over het bestaande veiligheidsniveau
per post stelt het ministerie in staat effectief in te spelen op veranderingen
in de veiligheidssituatie. Uitgangspunt blijft om op iedere post tegen geconstateerde
en reële dreigingen gepaste maatregelen te treffen.</al>
      <tuskop letat="rom">26</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht waarom bij het vaststellen van
de standaardnormen het ministerie ervan uit is gegaan dat «Nederlandse
ambassades geen direct doelwit zijn van bomaanslagen»? Is het, gezien
de huidige tijdgeest, realistisch dit te veronderstellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het enkele geval dat een post doelwit zou kunnen vormen van een bomaanslag
zal het ministerie zodanig zware beveiligingsmaatregelen treffen dat de kwetsbaarheid
van deze post aanzienlijk wordt verkleind.</al>
      <al>Zie ook de antwoorden op vragen 5 en 6.</al>
      <tuskop letat="rom">27</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Moeten de standaardnormen worden aangepast, nu blijkt
dat een aantal posten een doelwit van terroristische aanslagen kan vormen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Neen. Zie antwoorden op vragen 5, 6 en 26.</al>
      <tuskop letat="rom">28</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe concreet is de aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid
van de ambassadeur voor:</nadruk>
      </al>
      <al>a. de uitvoering van veiligheidsmaatregelen,</al>
      <al>b. de opvolging van resultaten van de veiligheidsaudit?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ambassadeur is als integraal manager verantwoordelijk voor de beveiliging/veiligheid
van de ambassade, dus ook voor de uitvoering van veiligheidsmaatregelen en
de opvolging van conclusies en aanbevelingen van de veiligheidsaudits. Zijn
functioneren wordt beoordeeld door de ambtelijke leiding van mijn ministerie.
Zie ook de antwoorden op de vragen 8, 9 en 10.</al>
      <tuskop letat="rom">29</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke garanties geeft de minister dat de door hem geschetste
maatregelen («vergrote aandacht en toegenomen budget»)</nadruk>
      </al>
      <al>a. van structurele aard zijn?</al>
      <al>b. stelselmatig in de organisatie van Buitenlandse Zaken zijn opgenomen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het toegenomen budget is van structurele aard; ook de komende jaren zullen
de nodige middelen voor beveiliging/veiligheid worden uitgetrokken. De hierboven
genoemde opleidingen op veiligheidsgebied zijn opgenomen in het reguliere
opleidingsprogramma van mijn ministerie. Medewerkers kunnen worden
aangesproken op hun veiligheidsbewustzijn. In dit kader is het tevens van
belang te melden dat de formatie van de Veiligheidsdienst Buitenlandse Zaken
is uitgebreid.</al>
      <tuskop letat="rom">30</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister de Kamer toezeggen dat er een veiligheidsbeleid
wordt geformuleerd in termen van een heldere afbakening van taken, bevoegdheden
en verantwoordelijkheden? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de voortgaande ontwikkeling van het beveiligingsbeleid zal extra aandacht
worden gegeven aan een heldere afbakening van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden
binnen het ministerie.</al>
      <tuskop letat="rom">31</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven:</nadruk>
      </al>
      <al>a. welke vrijheidsgraden worden toegekend aan de onderscheidene posten
om te voorzien in situationeel maatwerk ter zake van de veiligheidspraktijk?</al>
      <al>b. waarom deze vrijheidsgraden worden toegekend?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Maatwerk op een post heeft doorgaans betrekking op extra beveiligingsmaatregelen
naar aanleiding van een specifieke dreiging. Op deze wijze is de post in staat
snel en zelfstandig in te spelen op actuele ontwikkelingen in de veiligheidssituatie
ter plaatse. Te denken valt aan het mijden van demonstraties, inschakelen
portofoonnetwerk of verhoogde waakzaamheid.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Bakker (D66), ondervoorzitter,
Rouvoet (CU), de Vries (VVD), voorzitter, de Haan (CDA), Atsma (CDA), Vendrik
(GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), ten Hoopen (CDA), de Pater-van
der Meer (CDA), van As (LPF), Rambocus (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok
(CDA), de Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Douma
(PvdA), Stuurman (PvdA), Heemskerk (PvdA), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA),
Schippers (VVD), Vacature (algemeen).</al>
    <al>Plv. leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Fierens (PvdA), Dittrich (D66), van
der Vlies (SGP), Van Egerschot (VVD), Mosterd (CDA), Kortenhorst (CDA), van
Gent (GL), Duyvendak (GL), Vacature (algemeen), Dezentjé Hamming-Bluemink
(VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Ferrier (CDA), Eerdmans (LPF), Omtzigt (CDA),
Vergeer (SP), de Vries (CDA), Mastwijk (CDA), De Krom (VVD), Smeets (PvdA),
van Heemst (PvdA), Smits (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Varela (LPF), Kalsbeek
(PvdA), van Beek (VVD), Hofstra (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Dijksma (PvdA), de Haan (CDA), voorzitter, Koenders (PvdA), Karimi
(GL), Timmermans (PvdA), ondervoorzitter, van Bommel (SP), Albayrak (PvdA),
Wilders (Groep Wilders), van Baalen (VVD), van As (LPF), Herben (LPF), Ormel
(CDA), Ferrier (CDA), Duyvendak (GL), Huizinga-Heringa (CU), van Velzen (SP),
de Nerée tot Babberich (CDA), Van Dijk (CDA), Nawijn (Groep Nawijn),
Fierens (PvdA), Tjon-A-Ten (PvdA), Eijsink (PvdA), Van der Laan (D66), Hirsi
Ali (VVD), Brinkel (CDA), Szabó (VVD), Jonker (CDA), Vacature (algemeen).</al>
    <al>Plv. leden: Dubbelboer (PvdA), Van Fessem (CDA), Samsom (PvdA), Vos (GL),
Arib (PvdA), de Wit (SP), Leerdam, MFA (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Van Schijndel
(VVD), Varela (LPF), van den Brink (LPF), Haverkamp (CDA), Rambocus (CDA),
Halsema (GL), van der Staaij (SGP), Kant (SP), Eski (CDA), Çörüz
(CDA), Wolfsen (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Waalkens (PvdA), Dittrich (D66),
Snijder-Hazelhoff (VVD), van Winsen (CDA), Veenendaal (VVD), Kortenhorst (CDA),
Oplaat (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.3" nr="3">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: de Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA), van Beek (VVD),
Karimi (GL), Timmermans (PvdA), van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), voorzitter,
Balemans (VVD), van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), van Winsen (CDA),
van den Brink (LPF), Mastwijk (CDA), Herben (LPF), ondervoorzitter, Duyvendak
(GL), Kortenhorst (CDA), Huizinga-Heringa (CU), van Velzen (SP), Algra (CDA),
Haverkamp (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Straub (PvdA), Blom (PvdA),
Eijsink (PvdA), Brinkel (CDA), Szabó (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Van Dam (PvdA), Van der Laan (D66), Waalkens (PvdA), Lenards
(VVD), Halsema (GL), Fierens (PvdA), Vacature (algemeen), Adelmund (PvdA),
Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Oplaat (VVD), de Haan (CDA), Kraneveldt
(LPF), Smilde (CDA), Hermans (LPF), Vendrik (GL), Knops (CDA), Van der Staaij
(SGP), de Wit (SP), de Vries (CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), van Heemst
(PvdA), Tichelaar (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Jonker (CDA), Veenendaal
(VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>