﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30145-9/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2006-2007</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="v2_9__3.8" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST106117</ordernr>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 145</nummer>
      <naam>Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na
scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk
in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en
zorgvuldige scheiding)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <wet>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>9</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>28 maart 2007</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de plenaire behandeling van het voorstel van Wet bevordering voortgezet
ouderschap en zorgvuldige scheiding op 21 maart jl. is toegezegd om een
aantal punten te verduidelijken. Graag kom ik deze toezegging, mede namens
de Minister voor Jeugd en Gezin, middels deze brief na. Voordat deze vragen
echter worden beantwoord onder punt 2 t/m 4, doen wij een voorstel om de echtscheidingsprocedure
te vereenvoudigen.</al>
      <tuskop letat="vet">1. Vereenvoudiging echtscheidingsprocedure</tuskop>
      <al>Op dit moment mogen alleen advocaten een verzoek tot echtscheiding indienen.
Echtparen zonder minderjarige kinderen die hun relatie wensen te beëindigen
en feitelijk alleen de vermogensrechtelijke aspecten van hun huwelijk moeten
regelen (bijvoorbeeld de verkoop van hun huis), kunnen het inschakelen van
een advocaat als belastend ervaren. Voor deze groep die over alle aspecten
van de echtscheiding overeenstemming heeft bereikt, is de toegevoegde waarde
van een advocaat ook beperkt. Om die reden overweeg ik de indiening van een
wetsvoorstel waarbij ook een notaris de mogelijkheid krijgt om namens beide
echtgenoten een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding in te dienen indien
daarbij geen minderjarige kinderen betrokken zijn. Een dergelijke optreden
is niet nieuw voor de notaris. Bij het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden
tijdens het huwelijk is het veelal de notaris die hiervoor namens de echtgenoten
toestemming van de rechtbank vraagt (artikel 1:119, eerste lid, BW). De bevoegdheid
zal beperkt dienen te worden tot een gemeenschappelijk verzoek waarbij de
partijen tevens afzien van een mondelinge behandeling van hun verzoek. In
die uitzonderingsgevallen dat de rechter een mondelinge behandeling van het
verzoek gelast, bijvoorbeeld omdat hij misbruik van omstandigheden vermoedt,
zal de rechtbank de echtgenoten in de gelegenheid stellen om zich ter zitting
uit te laten. Ook daarvoor hebben de echtgenoten geen procureur nodig (artikel
279, derde lid, Rv). Uiteraard is een zorgvuldige voorbereiding
van dit initiatief aangewezen; derhalve zal in overleg worden getreden met
daartoe aangewezen instanties.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Problemen met de «flitsscheiding»</tuskop>
      <al>De heren Pechtold en Teeven hebben gevraagd naar de problemen die samenhangen
met de «flitsscheiding». Onder «flitsscheiding» versta
ik de ontbinding van het huwelijk via een omzetting van dat huwelijk in een
geregistreerd partnerschap dat vervolgens buiten de rechter om via de ambtenaar
van de burgerlijke stand wordt beëindigd. Dit gebeurt door inschrijving
door de ambtenaar van de burgerlijke stand van een door beide partners en
een of meer advocaten of notarissen ondertekende en gedateerde verklaring
waaruit blijkt dat en op welk tijdstip de partners omtrent de beëindiging
van hun geregistreerd partnerschap een overeenkomst hebben gesloten. Omdat –
kort gezegd – in deze procedure een constitutieve beslissing ontbreekt,
wordt de «flitsscheiding» niet erkend in het buitenland.</al>
      <al>Niet erkenning van de scheiding heeft als consequentie dat de ex-echtgenoten
voor het buitenland nog steeds als gehuwd worden aangemerkt. Dit heeft bijvoorbeeld
tot gevolg dat degene, die via de omzetting is gescheiden, niet opnieuw kan
trouwen in het land dat deze wijze van echtscheiding niet erkent, omdat hij
dan bigamie zou plegen. Ook zijn er gevallen bekend waarin om deze reden een
vader zijn kind uit een nieuwe relatie niet mocht erkennen waardoor het ook
niet zijn naam mocht dragen of een werkvergunning werd geweigerd omdat er
geen echtscheidingsakte kon worden overgelegd.</al>
      <al>Dat deze problemen diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van mensen
blijkt uit de vele brieven van burgers die mijn ambtsvoorganger over dit onderwerp
sinds de invoering van deze regeling heeft ontvangen. De mensen die het betreft
kunnen niet verder met hun nieuwe leven. Dat is in mijn ogen niet aanvaardbaar
en om die reden zou de mogelijkheid om een huwelijk om te zetten in een geregistreerd
partnerschap moeten worden afgeschaft. Voor het afschaffen van de flitsscheiding
is overigens brede steun. Ik verwijs hiervoor naar de adviezen die ik heb
ontvangen over het wetsvoorstel (Raad voor de Rechtspraak, Nederlandse Orde
van Advocaten, Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars,
Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) en naar de literatuur<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <al>Tot slot merk ik voor de goede orde op dat – mijn ambtsvoorganger
heeft dit ook aangegeven – dat het wel mogelijk is om een administratieve
procedure voor echtscheiding te ontwerpen die erkend wordt in het buitenland.
In het initiatiefwetsvoorstel van de heer Luchtenveld is er bijvoorbeeld voor
gekozen om de ambtenaar van de burgerlijke stand de echtscheiding te laten
uitspreken. Vervolgens maakt hij daarvan een akte op. Dit is een constitutieve
beslissing waar tegen een eventuele weigering beroep open staat bij de burgerlijke
rechter op grond van artikel 27 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het
constitutieve karakter van de beslissing is van doorslaggevend belang voor
de kans van erkenning van de aldus uitgesproken en in een akte neergelegde
beslissing in het buitenland. Een constitutieve beslissing door een bevoegd
orgaan zou dan ook onderdeel moeten uitmaken van een administratieve procedure.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Redelijke termijn</tuskop>
      <al>Mevrouw Halsema heeft gevraagd naar wat een redelijke termijn is voor
het opstellen van een ouderschapsplan indien het de ouders niet lukt om overeenstemming
te bereiken. Een eindeloze strijd over het ouderschapsplan is immers niet
in het belang van het kind.</al>
      <al>Indien het de ouders niet lukt om een ouderschapsplan op te stellen, kunnen zij op andere wijze aan de wettelijke eis van het ouderschapsplan
voldoen. In het nieuwe vijfde lid van artikel 815 is namelijk het volgende
bepaald: «<nadruk type="cur">Indien het ouderschapsplan (...) redelijkerwijs
niet kan worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere
stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling
van de rechter</nadruk>».</al>
      <al>In de memorie van toelichting (pp. 5/6) wordt op deze bepaling nader ingegaan.
De beoordeling van wat redelijkerwijs niet kan worden gevergd is afhankelijk
van de concrete omstandigheden van het geval en is voorbehouden aan de rechter.
Mijns inziens is het niet zo dat pas na zes maanden kan worden gezegd dat
redelijkerwijs een ouderschapsplan niet kan worden overgelegd. Er kunnen omstandigheden
zijn waarin het vanaf het begin niet waarschijnlijk is dat de ouders overeenstemming
zullen bereiken over het ouderschapsplan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht
worden aan situaties van huiselijk geweld waarin het slachtoffer na lange
tijd heeft besloten om een echtscheiding te vragen. Een eenzijdig verzoek
waarin een regeling is opgenomen zoals deze door de verzoeker als wenselijk
wordt gezien zal in die gevallen volstaan, ook als er slechts korte tijd is
verstreken. Anderzijds als er redelijkerwijs zicht is dat de partijen wel
tot overeenstemming kunnen komen, bijvoorbeeld met behulp van mediation, dan
kan de genoemde periode wellicht langer zijn.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Kosten scheidingsprocedure</tuskop>
      <al>De heer Pechtold heeft vragen gesteld over de kosten die verbonden zijn
aan het scheiden bij de rechter en die verbonden zijn aan het scheiden buiten
de rechter om. Ik neem bij de beantwoording van deze vragen het voorstel zoals
dat is geformuleerd in het initiatiefwetsvoorstel van de heer Luchtenveld
tot uitgangspunt voor de vorm van de buitengerechtelijke procedure. In een
scheidingsprocedure zijn twee kostenposten van belang: de kosten verbonden
aan de juridische bijstand en de leges. Ik ga op deze kostenposten hierna
in.</al>
      <tuskop letat="cur">Kosten juridische bijstand</tuskop>
      <al>In zowel de gerechtelijke als de buitengerechtelijke procedure is het
inschakelen van een advocaat of – alleen indien het een buitengerechtelijke
procedure betreft – een scheidingsbemiddelaar of notaris verplicht.
De voorbereidingen die gepaard gaan met scheiding zijn eveneens gelijk in
beide procedures.</al>
      <al>De omvang van de kosten van de juridische bijstand is vanzelfsprekend
mede afhankelijk van het aantal geschilpunten tussen de ex-echtgenoten. Veel
hangt dus af van de opstelling van de ex-echtgenoten zelf en van de veelheid
van problemen die zich voordoen bij de scheiding. Indien de ex-echtgenoten
in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand, varieert de eigen
bijdrage voor bijstand van € 92,– tot € 690,–
naar gelang het inkomen. En in geval van gesubsidieerde mediation varieert
de eigen bijdrage van € 46,– tot € 92,–. Indien
een notaris wordt ingeschakeld (in een buitengerechtelijke procedure) kan
een beroep worden gedaan op de gesubsidieerde rechtsbijstand. In de praktijk
komt dit weinig voor.</al>
      <tuskop letat="cur">Leges</tuskop>
      <al>Het verschil dat in de kosten zou kunnen optreden tussen beide procedures
is het verschil in leges. De leges voor een procedure bij de rechtbank, het
zogenaamde griffierecht, bedragen € 99,50 per echtgenoot bij een
gezamenlijk verzoek en € 199,– bij een eenzijdig verzoek (een
verzoek gedaan door één van de echtgenoten). Deze bedragen worden
verlaagd, indien de echtgenoten aangeven dat zij in aanmerking komen voor
gesubsidieerde rechtsbijstand. Het griffierecht bedraagt dan de helft van
de hiervoor genoemde bedragen (bij een eigen bijdrage van € 439,–
of hoger) of een kwart hiervan (bij een eigen bijdrage van € 438,–
of lager).</al>
      <al>Het is niet duidelijk op welke wijze de kosten van gemeenten verbonden
aan de administratieve scheiding en die bestaan uit de daarmee verband houdende
verrichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand zullen worden opgevangen.
Onmiskenbaar gaat het hier om een toename van de werkzaamheden van de ambtenaar
van de burgerlijke stand. Denkbaar is de heffing van een recht als bedoeld
in de Wet rechten burgerlijke stand. Het is dan vervolgens aan de gemeenten
om deze leges vast te stellen.</al>
      <tuskop letat="cur">Kosten rijksoverheid administratieve echtscheiding</tuskop>
      <al>Uit de brieven van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVvB) zoals
deze respectievelijk op 9 en 20 september 2005 aan de heer Luchtenveld
zijn gestuurd, blijkt dat aan de invoering van de administratieve echtscheiding
zoals vormgegeven in zijn wetsvoorstel initiële kosten zijn verbonden.
In deze brieven geeft de NVvB aan dat de burgerlijke stand gecompenseerd dient
te worden voor de uitbreiding en opleiding van het personeel en de aanpassing
van de geautomatiseerde systemen. Zij geven hierbij uitdrukkelijk aan dat
het om initiële kosten gaat die niet via de leges terugverdiend kunnen
worden.</al>
      <al>Verdere navraag bij de NVvB heeft opgeleverd dat voor wijziging in het
GBA-systeem en de daaraan gekoppelde Burgerlijke Standmodule op een bedrag
van minimaal 10 eurocent per inwoner gerekend moet worden. Dit betekent een
kostenpost van rond de anderhalf miljoen euro. Daarnaast dient nog in de opleiding
van de ambtenaren te worden voorzien.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Justitie,</functie>
        <naam>E. M. H. Hirsch Ballin</naam>
      </ondtek>
    </wet>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Zie bijvoorbeeld: Huwelijk of geregistreerd partnerschap? Een evaluatie
van de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd partnerschap, Universiteit
Utrecht, november 2006, p. 231.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>