﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="lyst">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30100-VIII-6/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST87537</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 100 VIII</nummer>
      <naam>Jaarverslag en slotwet ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
2004</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>6</nummer>
      <titel>LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 2 juni 2005</datum>
      <al>De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de volgende
vragen ter beantwoording voorgelegd over het rapport van de Algemene Rekenkamer
d.d. 18 mei 2005, bij het Jaarverslag 2004 van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (Kamerstuk 30 100 VIII, nr. 2).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 juni 2005.
De vragen en antwoorden zijn hieronder afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Cornielje</naam>
        <functie>De Adjunct-griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Jaspers</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="rom">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het waar dat de Algemene Rekenkamer aangeeft dat
de verantwoording niet goed aansluit op de begroting? Wat betekent dit voor
die onderwerpen waarover niet of onvoldoende is gerapporteerd? Volgt er een
verantwoording op onderdelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aansluiting tussen jaarverslag en begroting 2004 is niet volledig.
De reden hiervoor noemt de Rekenkamer op blz. 21 van haar rapport, namelijk
dat de nieuwe begrotingsrichtlijnen een aanzienlijke beperking in ruimte oplegden
aan het jaarverslag 2004. Daarom zijn op verschillende plaatsen prestatiegegevens
achterwege gelaten. Om naast de afgeslankte verantwoording toch voldoende
aandacht te kunnen besteden aan het bereiken van de maatschappelijke doelstellingen
is dit jaar een nieuw document – Bestel in Beeld – toegevoegd,
dat op dezelfde dag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden als het jaarverslag.
In Bestel en Beeld worden aan de hand van trends en benchmarks onder meer
de output – de resultaten – en de outcomes – de effecten-
van het OCW bestel op hoofdlijnen in kaart gebracht. Vooralsnog voor onderwijs
en wetenschap, volgend jaar ook voor Cultuur.</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden van het ontstaan van de onrechtmatigheden
dan wel de onzekerheid over de rechtmatigheid die door de Algemene Rekenkamer
zijn geconstateerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De financiële informatie in het Jaarverslag 2004 van het Ministerie
van OCW voldoet volgens de AR aan de eisen die de CW 2001 stelt, met uitzondering
van de volgende drie artikelen:</al>
      <al>• artikel 9 (Arbeidsmarkt en personeelsbeleid) in verband met onvolledige
verantwoording van de ontvangsten door onjuist afgerekende subsidievoorschotten
(€ 0,2 miljoen);</al>
      <al>• artikel 11 (Studiefinanciering) vanwege onjuistheden (€ 9,8
miljoen) en onzekerheden (€ 35,2 miljoen);</al>
      <al>• artikel 12 (Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) vanwege
onjuistheden (€ 4,3 miljoen) en onzekerheden (€ 6,0 miljoen).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Toelichting bij de ontvangsten op artikel 9.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De fout bij de ontvangsten wordt veroorzaakt doordat in enkele gevallen
exploitatieoverschotten van instellingen die bij het vaststellen van de subsidie
over voorgaande jaren bleken te bestaan, niet als ontvangst maar in mindering
van de uitgaven zijn geboekt. Dit is in strijd met de comptabele regels.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Toelichting bij de uitgaven op de artikelen 11 en 12.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op de artikelen 11 (WSF) en 12 (WTOS) zijn onjuistheden en onzekerheden
geconstateerd in de toekenning door fouten respectievelijk niet of onvolledig
uitgevoerde controles om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De WSF en WTOS zijn MenO-gevoelige regelingen. De IB-Groep voert controles
uit ter detectie van misbruik en/of oneigenlijk gebruik bij deze regelingen.
De IB-Groep heeft in de loop van 2004 een aanzet gedaan tot het verbeteren
van de aansturing van deze controles. Het risico dat groepen studenten onterecht
gebruik maken van de wettelijke regelingen is nog niet geheel onder controle.
In 2005 zal de IB-Groep daarom extra aandacht besteden aan de regie en bewaking
op de volledige en juiste uitvoering van het MenO-beleid. Ook zal de evaluatie
van de controles in het algemeen en de risicogerichte inrichting
daarvan in het bijzonder een meer prominente rol krijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er een relatie tussen de gevoeligheid voor misbruik
en oneigenlijk gebruik en de het gebrek aan interne controle bij de Centrale
Financiële Instelling (CFI)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het begrip misbruik en oneigenlijk gebruik (MenO) heeft betrekking op
situaties waar een (te hoge) uitkering of bijdrage van OCW verkregen wordt
door:</al>
      <al>• het bewust niet, onjuist, niet tijdig of onvolledig verstrekken
van gegevens en inlichtingen (misbruik) aan OCW;</al>
      <al>• het volgens de regels van de wet, maar in strijd met de bedoeling
van de wet handelen (oneigenlijk gebruik).</al>
      <al>Bij deze situaties betreft het onrechtmatige verkrijging.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>MenO-gevoeligheid is aan de orde als de aanspraak op een uitkering of
subsidie, de verplichting om een heffing te betalen en/of de hoogte van de
uitkering, subsidie of heffing afhankelijk is van gegevens die door een derde
of belanghebbende zelf verstrekt moeten worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het merendeel van de uitgaven van OCW heeft betrekking op reguliere bekostiging
en is afhankelijk van gegevens die door belanghebbenden en derden in het veld
worden verstrekt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze gegevensverstrekking door belanghebbenden en derden heeft echter
geen relatie met de vermindering van de kwaliteit van de interne controle
in 2004 bij CFI.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De kwaliteitsvermindering bij CFI houdt geen verband met de MenO-gevoeligheid
van de wet- en regelgeving, maar met de interne bedrijfsvoering bij CFI in
2004.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er blijkt bij CFI een spanningsveld tussen de inzet van medewerkers voor
going-concern-activiteiten en voor vernieuwingstrajecten. Dit heeft zich gemanifesteerd
in een teruggang van de interne controle op de bekostigingsprocessen. Interne
controlemaatregelen hebben in een aantal gevallen niet goed gewerkt en worden
onvoldoende zichtbaar gemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het zogenoemde vier-ogen-principe is bij bepaalde processen verlaten.
De kwaliteit van productiedossiers schiet te kort en procesbeschrijvingen
zijn niet voldoende actueel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De teruggang van de interne controle is ook uit de controle van de Auditdienst
gebleken. In 2004 zijn fouten gemaakt bij het toekennen en registreren van
verplichtingen, het afwikkelen van voorschotten en het voeren van de voorschotadministratie.
De belangrijkste fouten zijn op aangeven van de Auditdienst gecorrigeerd en
hebben daardoor geen consequenties voor de uiteindelijke bekostiging van de
onderwijsinstellingen over 2004.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels zijn maatregelen genomen om tijdelijk extra capaciteit in te
zetten voor de interne controle op de reguliere bekostiging en zijn er risicoanalyses
uitgevoerd voor alle belangrijke processen.</al>
      <tuskop letat="rom">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is naar het oordeel van de Rekenkamer de aandacht voor
de toezichtsfunctie, het actieplan Opruimen en Opbouwen en voor het onderzoek
Rekenschap mogelijk een oorzaak van het relatief slecht presteren van het
ministerie van OCW op het onderdeel beleidsinformatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit het oordeel van de AR kan geen causaal verband worden afgeleid tussen
de aandacht voor de toezichtfunctie, het actieplan Opruimen en Opbouwen en
voor het onderzoek Rekenschap, en de prestaties van het ministerie van OCW
op het onderdeel beleidsinformatie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het AR rapport adviseert wel een onderscheid te maken in effecten en prestaties
van beleid. Het gaat inderdaad uiteindelijk om het maatschappelijke effect.
Het is echter de vraag of het mogelijk is om precies de beoogde maatschappelijke
effecten van beleid te kwantificeren. Immers, maatschappelijk ontwikkelingen
worden door vele factoren bepaald. Beleid beoogt een bijdrage te leveren om
een maatschappelijk effect te bewerkstelligen. Ook andere factoren zoals de
economische conjunctuur beïnvloeden deze ontwikkelingen. Daarnaast worden
maatschappelijke effecten van beleid pas met flinke vertraging – soms
jaren – zichtbaar. Een directe koppeling tussen beleid en de uiteindelijk
beoogde effecten is om deze pragmatische redenen lastig. De nieuwe publicatie
Bestel in Beeld besteedt waar mogelijk aandacht aan de maatschappelijke opbrengsten
van onderwijs.</al>
      <tuskop letat="rom">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er bij de registratie van de voorschotten sprake
van een systeemfout of een menselijke tekortkoming? Kan een geautomatiseerd
systeem hiervoor een oplossing bieden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft hier enerzijds drie voorschotten die wel afgerekend waren,
maar die in het geautomatiseerde systeem GEFIS nog niet als zodanig waren
verwerkt en anderzijds een aantal betalingen welke niet als voorschot in GEFIS
waren opgenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het eerste geval betreft het een menselijke tekortkoming.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een geautomatiseerd systeem biedt hiervoor geen oplossing, omdat de voorschotten
immers al geautomatiseerd worden verwerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het laatste punt wordt veroorzaakt door een verschil in interpretatie
van de definitie van voorschotten, waardoor een aantal voorschotbetalingen
niet als zodanig is geregistreerd. Momenteel vindt er overleg plaats tussen
FEZ, de Auditdienst en CFI om tot een aanscherping van de definitie van het
begrip voorschot te komen waardoor dit probleem wordt opgelost.</al>
      <tuskop letat="rom">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke directies werken niet met een adequate risicoanalyse?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een goede risicoanalyse is een essentiële voorwaarde voor een goed
risicomanagement en daarmee voor beheerste bedrijfsvoering. Met ingang van
de managementafspraken 2004 is OCW gestart met risicoanalyse en het benoemen
van beheersmaatregelen. In het algemeen was er nog een flinke kwaliteitsslag
nodig om dit instrument optimaal te laten functioneren. Om dat te bereiken
is in 2004 de Handreiking Risicomanagement bij OCW uitgebracht. Daarbij is
ook als (niet verplicht) instrument voor risicoanalyse de bedrijfsvoeringstabel
aangereikt. Uit de vermelding van risico's en beheersmaatregelen in de managementafspraken
2005 kan worden afgeleid dat directies aan een of andere vorm van risicoanalyse
hebben gedaan. Er is bij OCW tot nu toe geen uniforme methodiek van risicoanalyse
voorgeschreven. In 2005 wil OCW wel een eenduidig systeem voor risicoanalyse
bij de managementafspraken 2006 gaan hanteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie eveneens het antwoord bij vraag 7.</al>
      <tuskop letat="rom">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er reeds een eenduidig systeem voor risicoanalyses
en is het niet noodzakelijk dat voor de gehele rijksdienst een eenduidig systeem
wordt toegepast?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt over de totstandkoming
van de mededeling over de bedrijfsvoering bij OCW opgemerkt dat binnen OCW
geen eenduidig systeem voor risicoanalyse wordt gebruikt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment is er bij OCW wel een algemeen beschikbaar format voor de
risicoanalyse door de directies beschikbaar in de vorm van een door de departementale
Auditdienst (DAD) en FEZ samen opgestelde Bedrijfsvoeringstabel. Het gebruik
van deze tabel is nog niet verplicht. Op dit moment wordt gewerkt aan de verdere
optimalisatie van deze tabel en wordt ingezet op het verplicht gebruik van
die Bedrijfsvoeringstabel. Op die manier wordt bereikt dat een eenduidig systeem
gebruikt gaat worden en de beoordeling van de risicoanalyses bij OCW door
DAD en AR ook op een eenduidige wijze kan worden uitgevoerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verplichte invoering van het gebruik van de Bedrijfsvoeringstabel wordt
ondersteund door binnen OCW ontwikkelde en te houden workshops over dit onderwerp.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op deze wijze kan OCW ook bijdragen aan een eventueel rijksbreed in te
voeren eenduidig systeem.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verklaart u de omissie dat het ministerie voor
een aantal operationele doelen wel concrete informatie geeft over de (maatschappelijke)
doelen en de prestaties maar in het Jaarverslag 2004 niet meer?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals bij de beantwoording van de vragen 1 en 4 aan de orde is gekomen,
hebben de richtlijnen voor de nieuwe begrotingsopzet (afslanking) tot gevolg
dat een één-op-één relatie tussen begroting 2004
en verantwoording 2004 niet mogelijk is. Om naast de afgeslankte verantwoording
toch voldoende aandacht te kunnen besteden aan het bereiken van de maatschappelijke
doelstellingen is dit jaar een nieuw document – Beleid in Beeld –
toegevoegd. Hierin worden aan de hand van trends en benchmarks onder meer
de output – de resultaten- en de outcomes – de effecten- van het
OCW bestel op hoofdlijnen in kaart gebracht. Vooralsnog voor onderwijs en
wetenschap, volgend jaar ook voor Cultuur.</al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gaat u ondernemen teneinde te waarborgen dat de
departementale auditdienst voortaan de prestatiegegevens in andere documenten
waarnaar in het beleidsverslag wordt verwezen wel gaat beoordelen en zo een
totaaloordeel kan geven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op de eerste plaats wil ik benadrukken dat mijn auditdienst, zoals door
de minister van Financiën voorgeschreven en dus evenals bij andere departementen,
niet de inhoud van de prestatiegegevens in het jaarverslag inhoudelijk controleert,
doch het proces van (ordelijke en controleerbare) totstandkoming beoordeelt.
De Algemene Rekenkamer constateert, terecht, dat laatstgenoemd onderzoek zich
niet uitstrekt tot de «precieze realisatiewaarden van prestatie-indicatoren»
die zijn opgenomen in andere documenten waarnaar in het jaarverslag wordt
verwezen. De Algemene Rekenkamer adviseert niet dat de auditdienst ook de
totstandkoming van de informatie in die andere documenten zou moeten onderzoeken,
doch benadrukt slechts dat de auditdienst ten aanzien van de informatie
in het beleidsverslag een extra kwaliteitswaarborg levert. Hiermee is voldaan
aan de interdepartementale voorschriften.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de relatie tussen de voorbereiding van de lumpsumfinanciering
van het primaire onderwijs en de invoering van het onderwijsnummer enerzijds
en het niet goed werken van de interne controlemaatregelen bij CFI?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de aandacht die nodig was voor de grote vernieuwingsprojecten met
een tijdelijk karakter is de interne controle op de reguliere bekostigingsprocessen
onder druk komen te staan. Inmiddels zijn maatregelen genomen om tijdelijk
extra capaciteit in te zetten voor de interne controle op de reguliere bekostiging
en zijn er risicoanalyses uitgevoerd voor alle belangrijke processen.</al>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer
uit het rapport «Museale collecties van het Rijk» (2000) nog nauwelijks
zijn uitgevoerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (ARK) hebben geleid tot intensivering
van de activiteiten om de collectie rijksbreed onder de loep te nemen, ten
einde knelpunten helder in beeld te krijgen. Dat proces bleek intensiever
dan werd verwacht, mede doordat alle ministeries met hun diverse buitendiensten
daarbij zijn betrokken. De inzet op deze activiteiten heb ik dan ook sedert
begin dit jaar versterkt, zodat ik thans verwacht u op korte termijn nadere
mededelingen te kunnen doen. Op het terrein van het toezicht op het collectiebeheer,
waarover de ARK ook een aanbeveling heeft gedaan,zijn al concrete vorderingen
te melden: de Inspectie cultuurbezit (ICB) ziet inmiddels toe op het collectiebeheer
door NAI en NISA. ICB heeft voorts overleg gehad met het Ministerie van LNV,
resulterend in inspectie van Kasteel Groeneveld. Overleg met Defensie leidde
tot inspectie van Museum Bronbeek en van het Legermuseum. Voorts was er contact
met het Ministerie van Financiën over de Stichting Geld+Bankmuseum.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik verwacht dat de Kamer rond de zomer een brief zal ontvangen, waarin
een eerste resultaat van de inventarisatiewerkzaamheden wordt gemeld, en waarin
ik u over mijn beleid terzake van het rijkscollectiebeheer, inclusief het
toezicht daarop zal informeren.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel tijd zal verstrijken voordat de interne controle
bij CFI zozeer op orde zal zijn dat de risicoanalyses en de productiedossiers
in «van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording» (VBTB)-termen
kunnen worden getoetst?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Cfi heeft inmiddels risicoanalyses op de primaire processen uitgevoerd
en de knelpunten geïnventariseerd. De volgende stap is de analyses verder
uit te werken en beheersmaatregelen te nemen. Voor het eind van het jaar worden
de productiedossiers van de belangrijkste primaire processen in overleg met
de departementale Accountantsdienst op orde gebracht.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van de Camp (CDA), Cornielje (VVD), voorzitter, Lambrechts (D66),
Hamer (PvdA), Van Bommel (SP), Vendrik (GL), Mosterd (CDA), Blok (VVD), Balemans
(VVD), Slob (CU), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Joldersma (CDA), De Vries
(CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Eski (CDA),
Smeets (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Leerdam, MFA (PvdA), Van Miltenburg
(VVD), Kraneveldt (LPF), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA), Visser (VVD), Azough
(GL) en Roefs (PvdA).</al>
    <al>Plv. Leden: Ferrier (CDA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Bussemaker (PvdA),
Vacature (SP), Tonkens (GL), Brinkel (CDA), Hirsi Ali (VVD), Örgü
(VVD), van der Vlies (SGP), Kant (SP), Dijksma (PvdA), Hessels (CDA), Sterk
(CDA), Atsma (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Verbeet (PvdA), Arib
(PvdA), Stuurman (PvdA), De Krom (VVD), Varela (LPF), Nawijn (LPF), Adelmund
(PvdA), Aptroot (VVD), Halsema (GL) en Kalsbeek (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>