﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="lyst">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30060-5/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <vervangt>NDS12515</vervangt>
    <ordernr>KST90169</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>30 060</nummer>
      <naam>Functioneren Kustwacht Nederland</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>5</nummer>
      <titel>LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 29 september 2005</datum>
      <al>De commissie voor de Rijksuitgaven<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en de
vaste commissies voor Defensie<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>, voor Financiën<voetref refid="v1.3" nr="3"></voetref>, voor Justitie<voetref refid="v1.4" nr="4"></voetref> en voor Verkeer
en Waterstaat<voetref refid="v1.5" nr="5"></voetref> hebben een aantal vragen aan de
minister van Verkeer en Waterstaat voorgelegd over het rapport «Functioneren
Kustwacht Nederland».</al>
      <al>De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 29 september
2005.</al>
      <al>Vragen en antwoorden, voorzien van een inleiding, zijn hierna afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>B. M. de Vries</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,</functie>
        <naam>Albayrak</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Tichelaar</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,</functie>
        <naam>De Pater-van der Meer</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Atsma</naam>
        <functie>Adjunct-griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>Noordsij</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>In grote lijnen onderschrijf ik de bevindingen uit het rapport. De belangrijkste
conclusies zijn herkenbaar en bevestigen eerder gedane constateringen: de
Kustwacht is een weinig coherent geheel, het VBTB<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>-gedachtengoed
komt onvoldoende tot uitdrukking in de Kustwacht en de tekortkomingen uit
eerdere onderzoeken zijn nog onvoldoende weggenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarbij zij overigens aangetekend dat de gesignaleerde knelpunten de taakuitvoering
van de Kustwacht met betrekking tot de veiligheid op zee niet aantoonbaar
nadelig hebben beïnvloed. De Kustwacht functioneert zonder meer naar
behoren op taken zoals het opsporen en redden van drenkelingen, de zorg voor
de veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de rampen- en incidentenbestrijding.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds 1998 zijn verbeteringen doorgevoerd en, mede op basis van het rapport
van Deloitte en Touche, wordt sinds september 2003 in interdepartementaal
verband gewerkt aan de voorbereiding van een kabinetsstandpunt over de Kustwacht.
Op basis van een taakanalyse en een analyse van het beleid van de betrokken
departementen wordt onderzocht hoe deze zich verhouden tot de operationele
taken op de Noordzee en hoe de Kustwacht het beste georganiseerd kan worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderzoek richt zich daarbij met name op de volgende uitgangspunten:</al>
      <al>• De Kustwacht is een entiteit met de daadwerkelijke beschikking
over mensen en materieel;</al>
      <al>• De ministeriële verantwoordelijkheid van de diverse departementen
blijft bestaan, de entiteit Kustwacht voert in opdracht van de departementen
taken uit op basis van politiek-bestuurlijke prioriteitsstelling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik verwacht in september het kabinetsstandpunt met betrekking tot de Kustwacht
naar uw Kamer te kunnen sturen.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en antwoorden</tuskop>
      <tuskop letat="vet">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer constateert dat er bij de Kustwacht
onvoldoende inzicht bestaat in de relatie tussen doelen, prestaties, effecten,
middelen en budget. Welke maatregelen zijn genomen om dit inzicht te verbeteren,
sinds het onderzoek van de Algemene Rekenkamer in 1998 waarin dit knelpunt
al werd gesignaleerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van het ARK-rapport van 1998<voetref refid="v2.2" nr="2"></voetref>
is een aantal verbeteringen doorgevoerd: er is een planning&amp;control cyclus
ingevoerd, er zijn in PKHN-verband (Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee)
activiteiten ontwikkeld om sturing op effecten mogelijk te maken en er worden
in een beperkt aantal gevallen Kustwachttaken gecombineerd uitgevoerd. Ook
wordt een aantal vaartuigen boven de planmatige inzet ter beschikking gesteld
aan de andere Kustwachtpartners. Deze verbeteringen zijn ook geconstateerd
in het onderzoek van Deloitte en Touche van 2003<voetref refid="v2.3" nr="3"></voetref>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede op basis van de bevindingen en aanbevelingen van het rapport van
Deloitte en Touche is verder gewerkt aan verbeteringen. Zo is in 2005 het
Integraal Beheerplan Noordzee 2015 (IBN) opgesteld met een geïntegreerde
visie op het beheer van de Noordzee van vier ministeries. Tevens heeft de
PKHN in 2003 een nieuw instrument geïntroduceerd voor de beleidsmatige
aansturing van handhavingactiviteiten van de Kustwacht (het «7
stappenmodel»)<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref>. Een eerste criminaliteits-
c.q. dreigingsbeeld alsmede een eerste inhoudelijke verkenning van de risico's
van waterverontreiniging is in 2003 afgerond. In 2005 werken verschillende
werkgroepen de bevindingen nader uit in plannen.</al>
      <al></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met name het IBN en binnenkort ook het Beleidsplan Handhaving Noordzee
(BHN) bevatten een betere onderbouwing van het Noordzeebeleid van de departementen.
Middels het 7-stappenplan zal dit beleid omgezet worden in gewenste activiteiten,
waarna voor de Kustwacht een vertaling gemaakt kan worden naar benodigde middelen
en personeel.</al>
      <tuskop letat="vet">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer constateert dat de Kustwacht
een weinig coherent geheel is van diensten, die in de praktijk vooral gaan
en staan voor de belangen van de eigen dienst en/of het eigen ministerie.
Deelt de regering deze conclusie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja, op hoofdlijnen.</al>
      <tuskop letat="vet">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat gaat de regering doen aan de genoemde weinig coherente
samenwerking?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van het rapport van Deloitte en Touche wordt sinds 2003 door
het Kabinet gewerkt aan de voorbereiding van het Kabinetststandpunt inzake
de Kustwacht Nederland. Oorspronkelijk was het uitgangspunt bij de uitwerking
van de aanbevelingen een verdere verbetering van de samenwerking. Echter het
ARK-rapport geeft aan: «er is wel een samenwerkingsverband Kustwacht
maar de entiteit Kustwacht bestaat niet». Derhalve gaat het Kabinet
thans in eerste instantie uit van een entiteit Kustwacht. Onderzocht wordt
of de entiteit Kustwacht, naast het reeds bestaande Kustwachtcentrum dat uit
moet groeien tot het informatiecentrum van de actuele situatie op de Noordzee
door een versterking in zowel materiele als personele zin, de beschikking
zal moeten krijgen over vliegtuigen en algemeen inzetbare vaartuigen. Bovendien
wordt door de departementen voor een bepaalde periode per jaar materieel ter
beschikking gesteld dat ook voor andere dan Kustwachttaken wordt gebruikt.</al>
      <tuskop letat="vet">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer adviseert om de mogelijkheden
te benutten om een hoger rendement te bereiken van de inzet van vliegende
en varende middelen in Kustwachtverband. Welke concrete mogelijkheden ziet
de regering hiertoe?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 3.</al>
      <tuskop letat="vet">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre is de huidige inzet van Kustwachtmiddelen
gebaseerd op een inventarisatie en waardering van risico's op de Noordzee?
Acht de regering een risicobenadering gewenst? Zo ja, hoe wordt hieraan invulling
gegeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering acht inzet van mensen en middelen op basis van risicoanalyse
een goede benadering. Bij de introductie van het nieuwe instrument voor de
beleidsmatige aansturing van handhavingactiviteiten van de Kustwacht (het «7
stappenmodel») wordt door de PKHN nadrukkelijk wordt uitgegaan van een
inventarisatie en waardering van de risico's. Dit moet resulteren in
een op een risicoanalyse gebaseerde inzet van middelen. Tijdens een expertbijeenkomst
in 2004 zijn de risico's nader geanalyseerd waarna deze later dat jaar
door de PKHN leden zijn geprioriteerd. Gelijktijdig is een achttal
dreigingen onderkend. In 2005 werken verschillende werkgroepen deze nader
uit in plannen. Die plannen moeten de elementen bevatten die te maken hebben
met inzicht, strategie en uitvoering waarbij duidelijk moet worden wat de
rol van de Kustwacht hierbij is. Daarbij zal de Kustwacht flexibeler inzetbaar
moeten zijn, te weten op die momenten waarop dat voor een adequate bestrijding
van risicovolle regelovertreding nodig is (uitvoering) of voor het leveren
van een bijdrage aan het verkrijgen van inzicht en het bepalen van de strategie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook ten aanzien van bijvoorbeeld de hulpverlening ter voorkoming van ongevallen
op zee en het redden en opsporen van mensen zijn inmiddels initiatieven genomen
om op basis van een risicoanalyse capaciteitsplannen op te stellen.</al>
      <tuskop letat="vet">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt het VBTB-gedachtegoed, zoals afgesproken
in 1995 en vastgelegd in de overeenkomst, niet nageleefd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 1995 bestond er als zodanig nog geen «VBTB-gedachtegoed».
Er bestond echter bij de totstandkoming van het samenwerkingsverband Kustwacht
destijds wel een gezamenlijke notie dat de regering meer op output, en waar
mogelijk zelfs op outcome wilde gaan sturen. Op onderdelen wordt het VBTB-gedachtegoed
nageleefd (bijvoorbeeld bij visserij-inspecties). Op een aantal onderdelen
is die naleving echter inderdaad nog niet goed tot uitdrukking gekomen. Voor
de uitvoering van toezichttaken op de Noordzee geldt echter dat algemene surveillances
met schepen zeer kostbaar zijn<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref>, terwijl het effect–
met name de preventieve werking – moeilijk is in te schatten. Het toezicht
op zee kan niet los worden gezien van het toezicht langs de kust en in de
haven. Naast de activiteiten die zich concentreren op de aanlooproutes naar
de havens is een doelmatiger benadering mogelijk door meer gerichte surveillances
op basis van risico-analyses en specifieke informatie. Voor surveillances
op grotere afstand van de kust biedt een combinatie van middelen aantrekkelijke
perspectieven: signalering vanuit de lucht, zonodig gevolgd door een actie
met schepen en helikopters (zoals onderzoek aan boord). Voor die acties kunnen
ook operationele middelen worden ingeroepen, die voor de uitvoering van andere
taken op de Noordzee zijn. De potentiële inzet van die verschillende
middelen heeft als gunstig neveneffect dat alleen al daarvan een preventieve
werking uitgaat. Voor een dergelijke gecombineerde benadering zijn middelen
van de diverse ministeries onmisbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de geconstateerde tekortkomingen
in het onderzoek van de Algemene Rekenkamer uit 1998 nog niet zijn weggenomen
in 2005?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de loop der jaren is een aantal onderzoeken gedaan naar de doelmatigheid
en doeltreffendheid van de Kustwacht en is een aantal verbeteringen doorgevoerd
(zie het antwoord op vraag 1). Ondanks die verbeteringen geeft ook het onderzoek
van Deloitte en Touche (2003) aan dat de Kustwachtsamenwerkings-organisatie
niet (significant) efficiënter en effectiever is gaan werken. Gezien
het geringe effect van de tot dusverre uitgevoerde verbeteringen, is door
de bij de Kustwacht betrokken departementen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid
tot een significante verbetering van de Kustwacht. Om te kunnen komen tot
zo'n verbetering zijn eerst taakanalyses en beleidsdoelstellingenanalyses
uitgevoerd. Op basis hiervan wordt onderzocht in hoeverre een entiteit Kustwacht
de noodzakelijke verbeteringen geeft. </al>
      <tuskop letat="vet">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat de geconstateerde tekortkomingen
in het onderzoek van Deloitte en Touche uit 2003 nog niet zijn weggenomen
in 2005?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een aantal factoren ligt hieraan ten grondslag, zoals:</al>
      <al>• de opgekomen wens om de uitkomsten van de evaluatie van de Kustwacht
mede te bezien in het licht van het actieprogramma «Andere Overheid»,
zoals dat inmiddels door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties
(BVK) is uitgebracht;</al>
      <al>• de mogelijk te nemen initiatieven van de Europese Commissie met
betrekking tot de oprichting van een Europese Kustwacht, één
en ander in het verlengde van aanbevelingen terzake van het Europees Parlement.
Zo is er dit jaar een Europees controle agentschap opgericht voor de visserij
dat als taak heeft de inzet van de middelen door de lidstaten te coördineren;</al>
      <al>• het in 2004 aangekondigde ARK onderzoek naar het functioneren van
de Kustwacht Nederland.</al>
      <al>Voordat een besluit kan worden genomen tot een vérstrekkende verbetering
van de Kustwacht heeft het Kabinet besloten eerst zorgvuldig onderzoek te
doen als ook de rapportage van de Algemene Rekenkamer af te wachten.</al>
      <tuskop letat="vet">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Onder de noemer «belangrijkste conclusies uit
het onderzoek» stelt de Algemene Rekenkamer dat door de samenwerkende
ministeries goede initiatieven zijn genomen. Welke concrete initiatieven zijn
genomen die kunnen bijdragen aan het wegnemen van de knelpunten? Wanneer zullen
deze initiatieven naar verwachting tot het gewenste resultaat leiden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kortheidshalve verwijs ik naar de inleiding en het antwoord op de vragen
1 en 3. In het najaar 2005 zal de regering een meer afgerond voorstel doen
voor de organisatie van de Kustwacht.</al>
      <tuskop letat="vet">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer beveelt aan: «Maak van
het inzetten van de Kustwacht een weloverwogen keuze». Mag hier uit
de conclusie worden getrokken dat men nu maar wat doet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Neen.</al>
      <tuskop letat="vet">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer beveelt aan: «Leg beleid
en beleidsprestaties duidelijk vast». Mag hieruit opgemaakt worden dat
er nu maar wat gedaan wordt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Neen.</al>
      <tuskop letat="vet">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer beveelt aan: «Stel voldoende
financiële, personele en materiële middelen beschikbaar».
Mag hieruit op gemaakt worden dat de huidige middelen niet toereikend zijn?
Zo ja, waaruit blijkt dit?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet beschouwt continu de behoefte aan vliegende en varende capaciteit.
In het antwoord op vraag 1 is aangegeven dat in 2005 het Integraal Beheerplan
Noordzee 2015 (IBN) is opgesteld en dat in 2003 de PKHN een nieuw instrument
heeft geïntroduceerd voor de beleidsmatige aansturing van handhavingactiviteiten
van de Kustwacht (Beleidsplan Handhaving Noordzee, BHN). Beide documenten
moeten derhalve op basis van risicoanalyses (zie ook het antwoord op vraag
5) worden uitgewerkt in een financiële, personele en materiele behoeftestelling
van de Kustwacht. Uiteraard zullen bij deze behoeftestelling verplichtingen
voort-komend uit internationale regelgeving worden gerespecteerd en meegenomen.</al>
      <tuskop letat="vet">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer kan de Tweede Kamer het kabinetsstandpunt over
de Kustwacht tegemoet zien?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering is voornemens het kabinetsstandpunt in het najaar 2005 aan
de voorzitter van de Tweede Kamer te sturen.</al>
      <tuskop letat="vet">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat betekent de strijdigheid tussen de meningen van
ministers, over de vraag of gezamenlijk Kustwachtbelangen al dan niet prevaleren
boven departementale belangen, voor het kabinetsstandpunt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet onderschrijft, zoals in de algemene inleiding reeds is aangegeven,
in grote lijnen de bevindingen uit het rapport van de ARK. Het Kabinet zal
bij de uitwerking een zorgvuldige afweging maken welke taken uit effciency-
en effectiviteitsoverwegingen beter door de Kustwacht dan wel door de departementen
kan worden uitgevoerd.</al>
      <tuskop letat="vet">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer leiden de maatregelen, waar de Algemene Rekenkamer
op pagina 7 van haar rapport naar verwijst, wel tot gewenste verbeteringen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 13.</al>
      <tuskop letat="vet">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer doet de aanbeveling om voldoende
financiële, personele en materiële middelen beschikbaar te stellen.
Wat beschouwt de regering als voldoende beschikbaar te stellen middelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 12.</al>
      <tuskop letat="vet">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De directie Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) voert
toezicht uit op de offshore-industrie. Deze controles worden uitgevoerd door
de Kustwacht hoewel deze taak hier formeel niet thuishoort. Waarom is deze
taak niet geformaliseerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kustwacht houdt geen toezicht op de offshore-industrie. Dat doet het
Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de inspectiedienst van het Ministerie
van Economische Zaken (EZ). Het SodM houdt toezicht op de naleving van wettelijke
regelingen die van toepassing zijn op het opsporen en het winnen van delfstoffen.
Het gaat daarbij vooral om gas, aardolie en zout in Nederland en het Nederlandse
deel van het continentale plat. De dienst richt zich voornamelijk op de terreinen
veiligheid (interne en externe), gezondheid, milieu, doelmatige winning en
bodembewegingen (bodemdaling en aardschokken). Tot 1 januari 2003 gebeurde
dat op basis van een mijnwetgeving waarin alle genoemde aspecten <nadruk type="cur">integraal</nadruk> waren geregeld. De aspecten veiligheid, gezondheid en milieu
zijn uit de mijnwetgeving gehaald en geregeld in andere wetten: de Wet Milieubeheer,
Arbeidstijdenwet, Warenwet en de Arbeidsomstandighedenwet. Vanwege het specifieke
karakter van delfstofwinning is in deze wetten het SodM aangewezen als handhaver
voor de mijnbouwsector. Op deze wijze is de <nadruk type="cur">integrale</nadruk>
handhaving gecontinueerd. De redenen voor het integrale toezicht zijn enerzijds
het specifieke karakter van de delfstofwinning en anderzijds het voorkomen
van ongewenste situaties, zowel voor wat betreft veiligheid (ongevallen),
gezondheid (ziekteverzuim), milieu (verontreinigingen) als bodembewegingen.
Deze vergen meestal vergelijkbare interventies en daarom is het in samenhang
behandelen effectief en efficiënt.</al>
      <al>Om het toezicht offshore uit te kunnen voeren is in de Mijnbouwwet de
verplichting vastgelegd dat de mijnbouwondernemingen de inspecteurs van het
SodM naar de mijnbouwinstallaties moeten vervoeren. Daarnaast voert het SodM
ook onaangekondigde milieu-inspecties uit. Hiertoe heeft zij een operationele
overeenkomst met de Kustwacht afgesloten. In de praktijk betekent dit dat
het SodM zo'n 10 keer per jaar met een KLPD helikopter inspectievluchten
naar de mijnbouwinstallaties uitvoert.</al>
      <tuskop letat="vet">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt geen invulling gegeven aan het formuleren
van doelstellingen en prestaties die «SMART-C» zijn?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de diverse taken van de Kustwacht worden wel degelijk SMART-C afspraken
gemaakt. Zo gelden er bijvoorbeeld internationale eisen ten aanzien van beschikbaarheid
van vaarwegmarkering, die worden doorvertaald in regionale vaarwegmarkeringsplannen.
Ook is bijvoorbeeld de visserijcontrole SMART-C gedefinieerd. Deze worden
echter niet in detail in de beleidsplannen opgenomen.</al>
      <tuskop letat="vet">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat vindt de regering van het feit dat de overeenkomst
niet is aangepast terwijl de eisen voor de handhaving zijn losgelaten? Wat
is in deze de waarde van een overeenkomst?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 6.</al>
      <tuskop letat="vet">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden geweest dat vanaf 1998 geen expliciete
uiteenzetting van beleid meer werd opgenomen in het beleidsplan van de Kustwacht?
Op welke wijze is vanaf 1998 bepaald of het uitgevoerde beleid effectief
en efficiënt is uitgevoerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 6.</al>
      <tuskop letat="vet">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer constateert dat in eerdere onderzoeken
ook al is gewezen op het ontbreken van concrete doelstellingen en verwijzingen
naar beleid, waardoor het handhavingsplan onvoldoende op doeltreffendheid
kan worden beoordeeld. Waarom zijn deze doelstellingen en verwijzingen niet
ingevoerd naar aanleiding van deze eerdere onderzoeken? Welke zaken zijn wel
veranderd naar aanleiding van deze eerdere onderzoeken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 6.</al>
      <tuskop letat="vet">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de regering voornemens de Kustwacht een rol te laten
spelen bij terrorismebestrijding? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Ook nu reeds heeft de Kustwacht een rol bij de terrorismebestrijding
op basis van de algemene politietaak. Bovendien heeft de Kustwacht een rol
bij de veiligheid van de scheepvaart (ook security) en grensbewaking. Het
Kustwacht-centrum heeft naast een rol in de informatievoorziening (ogen en
oren, scheepvaart) een faciliterende rol bij de coördinatie van het overheidsoptreden.
De Kustwacht kan ingezet worden indien er aanleiding bestaat voor een intensievere
aandacht voor kwetsbare objecten (olieplatforms en dergelijke), en indien
op basis van het <nadruk type="cur">Dreigingsbeeld Terrorisme
Nederland</nadruk> of andere informatie, een terroristische dreiging wordt
waargenomen op de Noordzee.</al>
      <tuskop letat="vet">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is niet duidelijk welke prestaties en producten
van de Kustwacht verlangd worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment ligt niet aan alle Kustwachttaken een helder opdrachtgeverschap
ten grondslag waarin prestaties en het zorgdragen voor de noodzakelijke middelen
aan elkaar zijn gekoppeld. Het 7-stappenplan en de reeds in gang gezette initiatieven
voor de onderbouwing van de dienstverleningstaken (zie het antwoord op vraag
5) moeten daar verbetering in brengen.</al>
      <tuskop letat="vet">24</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de regering van mening dat het aantal processen-verbaal
het meest geschikt is als belangrijkste prestatiedoel. Zo ja, waarom? Zo nee,
welke prestatiedoelen zijn dan geschikt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee, een belangrijker doel dan het aantal processen-verbaal is het aantal
controles. Het gaat hier om één van de producten met behulp
waarvan de sturing in het 7-stappensysteem zal geschieden. Hierbij kunnen
ook andere producten relevant zijn. Als bijvoorbeeld uit analyse blijkt dat
met betrekking tot een bepaalde doelgroep het nalevingniveau van regels onvoldoende
is omdat die doelgroep deze regels niet of onvoldoende kent, dan zou het wel
eens effectiever kunnen zijn om activiteiten te ontplooien op het terrein
van communicatie en voorlichting in plaats van vast te houden aan handhaving
sec. Als producten kunnen dan worden aangemerkt de verslagen van georganiseerde
voorlichtings-bijeenkomsten en voorlichtingsfolders. Ook zijn producten denkbaar
op het terrein van wet- en regelgeving, het sanctiearsenaal en de -hoogte.
Zoals aangegeven ligt de eerste verantwoordelijkheid voor het handhavingsinstrument
bij het betrokken departement.</al>
      <tuskop letat="vet">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze komt de behoefte aan vliegende- en varende
middelen in relatie tot de vermelde doelstelling tot stand?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Directeur Kustwacht stelt op basis van het door het ministerie van
V&amp;W opgestelde Dienstverleningsplan, het door de PKHN opgestelde Handhavingsplan
en de door de departementen beschikbaar gestelde capaciteit (capaciteitsplan)
een zogenaamd Geïntegreerd Operationeel Jaarplan (GOJ) op waarin een
en ander op elkaar worden afgestemd. De departementale besluitvorming over
beleid en uitvoering is de basis voor zowel het dienstverlenings- als het
handhavingsplan (BHN). Dit GOJ wordt vervolgens vastgesteld in het zoge-naamde
driehoeksoverleg tussen de Directeur Kustwacht, het Ministerie van V&amp;W
en de voorzitter van de PKHN. Het GOJ biedt het kader waarbinnen de Kustwachttaken
worden uitgevoerd. Uit het GOJ moet blijken of de middelen in hun samenhang
toereikend zijn om de – in de jaarplannen beoogde – beleids-matige
resultaten te halen. Indien de middelen niet toereikend zijn zal dit –
na een kosten/batenafweging – leiden tot beleidsbijstellingen of tot
een beslissing tot de aanschaf van aanvullende middelen. Door middel van een
jaarlijkse ouputgerichte verantwoordingsrapportage kan de feitelijke realisatie
van de tot taak gestelde resultaten worden getoetst. </al>
      <tuskop letat="vet">26</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke gevolgen heeft het feit dat de vraag naar vlieguren
drie maal zo groot is als de beschikbare vlieguren? Welke invloed heeft dit
op de uitvoering van de taken van de Kustwacht? Op welke wijze wordt beoordeeld
welke taken voorrang krijgen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het aantal gevraagde vlieguren kan niet rechtstreeks vergeleken worden
met het aantal beschikbare vlieguren doordat meerdere handhavingstaken tegelijkertijd
kunnen en worden uitgevoerd. In PKHN-verband wordt de behoefte voor wat betreft
de handhaving samengebracht. Vervolgens wordt door de Directeur Kustwacht
op basis van dit handhavingplan, het beleidsplan dienstverlening en de beschikbaar
gestelde middelen een operationeel jaarprogramma opgesteld. Daarvan kan worden
afgeweken op basis van een in 1995 overeengekomen prioriteitenlijst waarbij
redding en rampenbestrijding bovenaan staan, gevolgd door opsporen van strafbare
feiten.</al>
      <tuskop letat="vet">27</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat betekent het tekort aan vlieguren voor 2005 concreet
voor het implementeren van de nieuwe risicobenadering? Wat wordt niet uitgevoerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er wordt hard gewerkt aan het verhogen van het beschikbare aantal vlieguren
met name ten behoeve van extra milieuhandhaving. De uitbreiding van 1 naar
2 vliegtuigen zal ook de continuïteit bevorderen en maakt het mogelijk
om ook ten behoeve van andere handhavingstaken het aantal vlieguren uit te
breiden.</al>
      <tuskop letat="vet">28</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer stelt dat de discrepantie tussen
vraag en beschik-baarheid van vlieguren negatieve gevolgen zal hebben voor
de implementatie van de nieuwe risicoreactie. Deelt de regering deze mening?
Zo ja, welke maatregelen worden genomen om deze situatie op te lossen? Zo
nee, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 27.</al>
      <tuskop letat="vet">29</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de regering bereid de capaciteit aan vliegende middelen
te verhogen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment loopt bij het Ministerie van V&amp;W een aanbestedingsprocedure
voor de aanschaf van twee vliegtuigen waarmee in de toekomst de behoefte aan
extra capaciteit kan worden ingevuld. Tevens zal met deze vliegtuigen de technische
beschikbaarheid van de vliegtuigen worden verbeterd zodat de planning beter
kan worden gerealiseerd en de ad hoc inzetbaarheid wordt verbeterd.</al>
      <tuskop letat="vet">30</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er sancties te verwachten op het moment dat Nederland
niet kan voldoen aan de EU-normen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het verleden heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(LNV) regelmatig kritiek gekregen vanuit de EU wegens een te geringe inzet
van Nederland op het gebied van visserijcontrole op zee. Dit heeft toen niet
geleid tot directe sancties. Inmiddels heeft de Europese Commissie bij de
hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid in 2002 meer bevoegdheden
gekregen om de lidstaten die in gebreke blijven terecht te wijzen en sancties
op te leggen. In Europees verband zijn nadere afspraken gemaakt voor verdere
samenwerking en voeren landen gezamenlijk inspecties uit. Opdrachten omtrent
de controle-inzet zullen in de toekomst worden geformuleerd in
samenspraak met het Europese Controle Agentschap voor Visserij.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als gevolg van de eerdere kritiek heeft het Ministerie van LNV besloten –
met financiële ondersteuning vanuit de EU – een patrouillevaartuig
te doen bouwen dat specifiek bestemd is voor visserijcontrole op zee. Dit
vaartuig – de Barend Biesheuvel – is in 2001 in de vaart gekomen.
Bovendien maakt LNV gebruik van de vaartuigen van Douane, Defensie en V&amp;W.</al>
      <tuskop letat="vet">31</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan het dat sinds het vorige onderzoek van de Algemene
Rekenkamer in 1998 het inzicht in de uitgaven is verslechterd? Welke garanties
worden gegeven dat dit naar de toekomst toe verbeterd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De kostenopgaven die hier worden vergeleken zijn niet op dezelfde wijze
opgebouwd. Het afgelopen decennium is de overheid bedrijfsmatiger gaan werken
en wordt beter in beeld gebracht welke kosten toebedeeld dienen te worden
aan de participatie in de Kustwacht. Complicerende factor in de toedeling
van kosten is dat middelen voor meerdere doeleinden worden gebruikt en de
verdeelsleutel die dan gehanteerd moet worden lastig te bepalen is. In 1996
was de houding dat de betreffende diensten de middelen toch wel hadden en
de samenwerking «erbij» deden. Het is dus niet zonder meer vast
te stellen dat de uitgaven voor de Kustwacht aanzienlijk zijn gestegen: het
is juist zo dat de daadwerkelijke uitgaven voor de Kustwacht t.o.v. 1996 beter
in beeld zijn gebracht. In de toekomst kan het inzicht verder verbeterd worden
als er een entiteit Kustwacht komt.</al>
      <tuskop letat="vet">32</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom zijn sinds 1996 de uitgaven voor de Kustwacht
aanzienlijk gestegen terwijl de beschikbare middelen zijn gestagneerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beeld dat de beschikbare middelen zijn gestagneerd wordt niet geheel
door het kabinet herkend. Er is in de afgelopen jaren geïnvesteerd in
een aantal modernere schepen van een betere kwaliteit (oliebestrijdings- en
meetvaartuig Ms Arca, de beide Douaneschepen en het visserij-inspectievaartuig
de Barend Biesheuvel).</al>
      <tuskop letat="vet">33</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze worden de uitgaven verdeeld tussen handhaving
en dienstverlening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderscheid in uitgaven voor dienstverlening en handhaving zijn om
meerdere redenen zeer moeilijk te maken. Zo is het KWC opgericht en als zodanig
ook ingericht om de dienstverlenings- en handhavingstaken geïntegreerd
te laten plaatsvinden. Ook binnen het Ministerie van V&amp;W en Defensie geldt
min of meer hetzelfde: zowel de dienstverleningstaken als de handhavingstaken
vinden zoveel als mogelijk geïntegreerd plaats, hetgeen onder andere
ook zichtbaar wordt in het IBN.</al>
      <tuskop letat="vet">34</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan het dat streefwaarden, die de basis vormen
voor de behoeftestelling aan materieel en personeel, ontbreken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn, zoals aangegeven in de algemene inleiding, initiatieven genomen
om een en ander te verbeteren: zowel het IBN als het handhavingsplan moeten
uit-eindelijk leiden tot een politieke prioriteitsstelling door het kabinet
die de basis vormen voor de behoeftestelling aan financiën, personeel
en materieel. Zie ook het antwoord op vraag 12. </al>
      <tuskop letat="vet">35</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe kan het dat een vrijwilligersorganisatie zoals
de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij (KNRM) wel in staat is om te
komen tot een onderbouwde behoeftestelling en de overheid met haar departementen
hier niet toe in staat is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie tevens de antwoorden op vragen 5 en 12. Zoals bij die vragen reeds
is aangegeven heeft het kabinet initiatieven genomen om te komen tot een onderbouwing
van de capaciteit voor het opsporen en redden van drenkelingen. Naast de onderbouwde
behoeftestelling voor de varende eenheden (met de behoeftestelling van de
KNRM als belangrijke input) dient ook de behoefte te worden onderbouwd voor
de vliegende eenheden.</al>
      <tuskop letat="vet">36</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer komen de ministeries met een deugdelijke onderbouwing
van de behoefte?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie de antwoorden op vragen 5 en 12.</al>
      <tuskop letat="vet">37</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe en wanneer gaat de regering de genoemde knelpunten
rondom de rechtspositie van personeel oplossen? Hoe en wanneer gaat de regering
genoemde knelpunten rondom de bevoegdheden van personeel oplossen? Hoe en
wanneer gaat de regering genoemde knelpunten rondom de feitelijke beschikbaarheid
van personeel oplossen? Hoe en wanneer gaat de regering genoemde knelpunten
rondom de feitelijke beschikbaarheid van materieel oplossen? Hoe en wanneer
gaat de regering de genoemde knelpunten rondom de geschiktheid van materieel
oplossen? Hoe en wanneer gaat de regering de genoemde knelpunten rondom de
onvoldoende bevoegdheden van Directeur Kustwacht oplossen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De genoemde knelpunten en problemen worden thans op hun merites beschouwd
en vormen onderdeel van het onderzoek naar de vorming van een entiteit Kustwacht.
De gedachte is dat de toezichthouders en handhavers op de schepen vooralsnog
van de betrokken diensten komen vanwege de vaktechnische kennis en de binding
met activiteiten aan de landzijde. Wel zal worden bezien of, en zo ja welke,
bevoegdheden deze zgn. opstappers van elkaar kunnen krijgen om te voorkomen
dat ze niets mogen doen in situaties die duidelijk om overheidsoptreden dan
wel het opstellen van een proces-verbaal vragen. De gedachte is tevens dat
de bemanningen van de eigen schepen Kustwacht-personeel worden. Voor het handhaven
van of het geven van aanwijzingen met betrekking tot de nautische regelgeving
kunnen aan deze bemanningen bevoegdheden toegekend worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het materieel gaan de gedachten uit naar gemeenschappelijk beheer
en onderhoud van overheidsvaartuigen. Verhoging van beschikbaarheid door een
meer afgestemde planning van onderhoud zou zo kunnen worden gerealiseerd.</al>
      <tuskop letat="vet">38</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor welke taken geldt dat ze te specifieke en uitgebreide
kennis vereisen om door een algemeen maritiem opsporingsambtenaar te worden
verricht?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dat geldt voor verschillende toezichttaken. Zo zijn er tientallen wetten
die een rol spelen bij het Douanetoezicht. Dit vraagt zelfs binnen de Douane
om specialisatie. Iets soortgelijks geldt ook bij visserijcontrole door de Algemene Inspectiedienst waar het gaat om gedetailleerde kennis van
de visserijwetgeving, alsmede bij het toezicht in het kader van de handhaving
van de Vreemdelingenwet door de Koninklijke Marechaussee. Gezocht wordt naar
de mogelijkheden om een aantal «eerstelijns» bevoegdheden te definiëren
die aan alle bij handhavingstaken betrokken opstappers toe te delen, zodat
per saldo de effectiviteit van het overheidsoptreden op de Noordzee omhoog
gaat. Deze eerstelijns bevoegdheden zullen moeten corresponderen met de landelijke
werkwijzen met betrekking tot de (nog te vormen) veiligheidsregio's,
het terrorismedossier en andere landelijke nationale taken.</al>
      <tuskop letat="vet">39</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht waarom verschillende ministeries
afwijzend reageren op de suggestie van de Algemene Rekenkamer om kustwachtambtenaren
te benoemen tot buitengewoon opsporingsambtenaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie de antwoorden op de vragen 37 en 38.</al>
      <tuskop letat="vet">40</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Algemene Rekenkamer geeft aan dat de vliegende capaciteit
voor search and rescue (SAR) en rampen- en incidentenbestrijding enkele malen
onder de maat is geweest. Komt dit op dit moment nog voor? Zo ja, wat kunnen
hier de veiligheidsconsequenties van zijn? Hoe wordt dit probleem opgelost?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vliegende capaciteit van de overheid voor SAR en rampen- en incidentenbestrijding
bestaat planmatig primair uit het Kustwachtvliegtuig en een Lynx-helikopter
van Defensie. Gedurende de perioden waarin het Kustwacht-vliegtuig niet inzetbaar
is voor SAR (bijvoorbeeld wegens onderhoud) kan een beroep worden gedaan op
de civiele zogenaamde JSAR-helikopter. Bij noodsituaties kan tevens een beroep
worden gedaan op andere nationale (van KLu en KLPD) en internationale vliegende
middelen. Onvoorziene uitval van de planmatige vliegende capaciteit kan zo
tijdens een noodsituatie worden opgevangen. De komst van een tweede Kustwachtvliegtuig
(waarvoor de verwerving gaande is) en ook de voorziene vervanging van de Lynx
door de NH90 zullen een positieve invloed hebben op de eigen planmatige vliegende
capaciteit van de overheid voor SAR en rampen- en incidentenbestrijding.</al>
      <tuskop letat="vet">41</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat betekent een overeenkomst als geen der partijen
zich er aan hoeft te houden en eigen belangen prevaleren boven het kustwachtbelang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is niet zo dat partijen zich niet gezamenlijk hebben gehouden aan
de overeenkomst. Alle betrokken partijen werken loyaal mee aan het Kustwacht-samenwerkingsverband.
Er wordt een afweging gemaakt of bepaalde taken met het oog op de efficiency
en effectiviteit beter bij de Kustwacht dan wel bij de departementen kan worden
uitgevoerd, zeker daar waar het de toezichtstaken op zee betreft in de relatie
tot de havens en de kust (zie ook de beantwoording van vraag 5).</al>
      <tuskop letat="vet">42</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Ondanks de Overeenkomst voor de Kustwacht constateert
de Algemene Rekenkamer dat het voor de Directeur Kustwacht niet mogelijk blijkt
te zijn om levering van de afgesproken middelen af te dwingen. Hoe is dit
mogelijk? Bestaan er plannen op dit te verbeteren? Zo ja, welke? Zo nee, waarom
niet? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie tevens de inleiding en het antwoord op de vragen 1 en 3. De kern van
de verbetering is dat de directeur Kustwacht bij de uitvoering van zijn taken
kan beschikken over eigen mensen en eigen middelen.</al>
      <tuskop letat="vet">43</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden dat signalen bij de meldkamer van de
Algemene Inspectiedienst (AID) in Kerkrade wel beschikbaar zijn en niet bij
het Kustwachtcentrum?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vissersvaartuigen langer dan 15 meter zijn op grond van een EU-verordening
voorzien van een zogenaamde VMS-transponder, waardoor de positie van het vaartuig
zichtbaar wordt. Deze signalen komen binnen bij het continue bezette Visserij
Controle Centrum bij de AID en aan boord van het patrouillevaartuig voor visserijcontrole
Barend Biesheuvel.</al>
      <al>De AID draagt – mede op grond van visserijcontroles aan wal –
zorg voor de operationele aansturing van de visserijcontroles op zee. Tegen
het beschikbaar stellen van deze gegevens aan het KWC bestaat overigens geen
bezwaar. Bezien wordt of het Kustwachtcentrum met een VMS systeem uitgerust
zal worden.</al>
      <tuskop letat="vet">44</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe staat de regering tegenover de suggestie van de
Algemene Rekenkamer om periodiek een discussie te organiseren tussen ervaringsdeskundigen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 zijn tijdens een expertbijeenkomst
in 2004 de risico's nader geanalyseerd waarna deze later dat jaar door
de PKHN leden zijn geprioriteerd. Deze sessies met experts zullen op gezette
tijden worden herhaald.</al>
      <tuskop letat="vet">45</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom beschikt de Kustwacht nog niet over een draaiboek
specifiek gericht op dreigingen van terrorisme op zee?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is een draaiboek in het kader van de algemene politietaak van de Kustwacht,
die ook voorziet in terroristische dreigingen. In overleg met alle betrokken
partijen wordt continu bezien of bestaande draaiboeken aanpassingen behoeven.</al>
      <tuskop letat="vet">46</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat betekent het feit dat de geoefendheid te wensen
overlaat voor de rampenbestrijding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Kustwacht is uitstekend in staat om SAR uit te voeren op zee en op
de ruime binnenwateren. In het ARK-rapport gaat het om de rampen- en incidentenbestrijding
op de binnenwateren. Dit valt buiten het verantwoordelijkheidsgebied van de
Kustwacht.</al>
      <al>Voor de rampenbestrijding op de ruime binnenwateren (ook IJsselmeer en
Waddenzee) geldt dat deze door de gemeentelijke indeling valt onder de verantwoordelijkheid
van de plaatselijke burgemeester. De rol van de Kustwacht in die gebieden
is beperkt tot SAR. Oefeningen op SAR gebied vinden wekelijks plaats.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De geoefendheid van de Kustwacht bij rampenbestrijding op de Noordzee
voldoet. Hier vinden naast met enige regelmaat voorkomende acties ook regelmatig
oefeningen plaats. </al>
      <tuskop letat="vet">47</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Klopt het dat, behalve ambulancediensten, ook alle
deelnemende ministeries (of deelnemende diensten) een rekening indienen als
ze meedoen aan een oefening?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook hier weer geldt dat het ARK-rapport refereerde aan de situatie op
het land en op de ruime binnenwateren.</al>
      <al>Bij rampenoefeningen op de Noordzee vinden geen verrekeningen plaats van
de gemaakte kosten van de deelnemende ministeries. Inzet van de ministeries,
maar ook van andere participerende diensten in Kustwachtverband bij oefeningen
is tot op heden geen probleem.</al>
      <tuskop letat="vet">48</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer is het redactiemodel voor de Noordzee volledig
geïmplementeerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het ARK-rapport wordt met het redactiemodel het 7-stappenmodel bedoeld.
Dat zal medio 2006 zijn geïmplementeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">49</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke concrete initiatieven hebben de ministeries genomen
om de door hen onderschreven knelpunten in het functioneren op te lossen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie de inleiding en het antwoord op vraag 1.</al>
      <tuskop letat="vet">50</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering ten aanzien van de Kustwacht antwoord
geven op de zogenaamde VBTB-vragen: Wat willen we bereiken? Wat gaan we er
voor doen? Wat mag het kosten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 12.</al>
      <tuskop letat="vet">51</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zullen
de ministeries overnemen en wanneer? Welke aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer
gaan de ministeries niet overnemen en waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Kortheidshalve verwijs ik naar in de inleiding genoemde uitgangspunten
voor het kabinetsstandpunt dat in het najaar 2005 aan u zal worden verzonden.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Bakker (D66),
Ondervoorzitter, Rouvoet (CU), De Vries (VVD), Voorzitter, De Haan (CDA),
Atsma (CDA), Vendrik (GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen
(CDA), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Rambocus (CDA), Gerkens
(SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot
(VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Heemskerk (PvdA), Hermans
(LPF), Van Dam (PvdA), Schippers (VVD) en Nijs MBA (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Fierens (PvdA), Dittrich (D66), Van
der Vlies (SGP), Van Egerschot (VVD), Mosterd (CDA), Kortenhorst (CDA), Van
Gent (GL), Duyvendak (GL), Vacature (algemeen), Dezentjé Hamming-Bluemink
(VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Ferrier (CDA), Eerdmans (LPF), Omtzigt (CDA),
Vergeer (SP), De Vries (CDA), Mastwijk (CDA), De Krom (VVD), Smeets (PvdA),
Van Heemst (PvdA), Smits (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Varela (LPF), Kalsbeek
(PvdA), van Beek (VVD) en Hofstra (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling: Leden: De Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA),
Van Beek (VVD), Karimi (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak
(PvdA), Voorzitter, Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD),
Van Winsen (CDA), Van den Brink (LPF), Mastwijk (CDA), Herben (LPF), Ondervoorzitter,
Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), Huizinga-Heringa (CU), Van Velzen (SP),
Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Straub (PvdA),
Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Brinkel (CDA) en Szabó (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Van Dam (PvdA), Van der Laan (D66), Waalkens (PvdA), Lenards
(VVD), Halsema (GL), Fierens (PvdA), Vacature (algemeen), Adelmund (PvdA),
Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Oplaat (VVD), De Haan (CDA), Kraneveldt
(LPF), Smilde (CDA), Hermans (LPF), Vendrik (GL), Bruls (CDA), Van der Staaij
(SGP), De Wit (SP), De Vries (CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Van Heemst
(PvdA), Tichelaar (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Jonker (CDA) en Veenendaal
(VVD)</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.3" nr="3">
    <al> Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Bakker (D66),
Hofstra (VVD), De Haan (CDA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Halsema (GL),
Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Ondervoorzitter, Smits (PvdA), De
Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Tichelaar (PvdA), Voorzitter, Koopmans
(CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée
tot Babberich (CDA), Koomen (CDA), Fierens (PvdA), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA),
Heemskerk (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en Van  Egerschot
(VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (CU), Koenders (PvdA), Dittrich (D66), Balemans (VVD),
Kortenhorst (CDA), Vacature (PvdA), Duyvendak (GL), Van Gent (GL), Vacature
(algemeen), De Krom (VVD), Atsma (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Omtzigt (CDA),
Eerdmans (LPF), Noorman-den Uyl (PvdA), Mosterd (CDA), Van Bommel (SP), De
Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), Rambocus (CDA), Stuurman (PvdA),
Luchtenveld (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), De Vries (VVD) en Van Beek (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.4" nr="4">
    <al>Samenstelling:  Leden: Van de Camp (CDA), De Vries (PvdA), Van Heemst
(PvdA), Vos (GL), Rouvoet (CU), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Albayrak (PvdA),
Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), Weekers (VVD), De Pater-van der
Meer (CDA), Voorzitter, Çörüz (CDA), Verbeet (PvdA), Ondervoorzitter,
Wolfsen (PvdA), De Vries (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van
Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), Van Fessem (CDA), Straub (PvdA), Nawijn
(Groep Nawijn), Van der Laan (D66), Visser (VVD), Azough (GL), Van Egerschot
(VVD) en Vacature (SP).</al>
    <al>Plv. leden: Jonker (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema
(GL), Van der Staaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen (SP), Tjon-A-Ten (PvdA),
Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout
(CDA), Jager (CDA), Van Heteren (PvdA), Arib (PvdA), Buijs (CDA), Sterk (CDA),
Kraneveldt (LPF), Joldersma (CDA), Van As (LPF), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA),
Lambrechts (D66), Van Schijndel (VVD), Karimi (GL), Örgü (VVD) en
Vergeer (SP).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.5" nr="5">
    <al>Samenstelling: Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD),
Ondervoorzitter, Atsma (CDA), Voorzitter, Van Gent (GL), Timmermans (PvdA),
Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk
(CDA), Duyvendak (GL), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Bruls (CDA), Van Lith
(CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), De Krom (VVD),
Verdaas (PvdA), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van
Hijum (CDA), Roefs (PvdA), Van der Sande (VVD) en Lenards (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD),
Hessels (CDA), Vos (GL), Smeets (PvdA), Vacature (algemeen), Slob (CU), Waalkens
(PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GL), Jager (CDA), Vergeer
(SP), Ten Hoopen (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Bakker (D66), De Pater-van
der Meer (CDA), Van Dam (PvdA), Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA), Van den
Brink (LPF), Luchtenveld (VVD), Buijs (CDA), Van Dijken (PvdA), Szabó
(VVD) en Aptroot (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.2" nr="2">
    <al>Rapport Functioneren Kustwacht. Tweede  Kamer 1997–1998, 25 865,
nrs. 1–2.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.3" nr="3">
    <al>Eindrapportage Evaluatie Kustwacht 2003.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Omgevingsanalyse; prioriteitsstelling; effecten; stuurgetallen; streefwaarden;
 producten; evaluatie en bijsturing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Referte brief aan Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, 17 408,
nr. 76.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>