Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 30060 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 30060 nr. 3 |
Vastgesteld 22 juni 2005
De commissies voor de Rijksuitgaven1, Defensie2, Financiën3, Justitie4 en voor Verkeer en Waterstaat5 hebben een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over het rapport «Functioneren Kustwacht Nederland» (30 060, nr. 2).
De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 21 juni 2005. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,
B. M. de Vries
De Voorzitter van de commissie voor Defensie,
Albayrak
De voorzitter van de commissie voor Financiën
Tichelaar
De voorzitter van de commissie voor Justitie,
De Pater-van der Meer
De voorzitter van de commissie voor Verkeer en Waterstaat,
Atsma
Adjunct-griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,
Noordsij
De Algemene Rekenkamer stelt dat het niet mogelijk is te beoordelen of de gevraagde middelen voldoende zijn om de doelstellingen te halen. Waarop baseert de Algemene Rekenkamer dan de aanbeveling: «stel voldoende financiële, personele en materiële middelen beschikbaar»?
De eerste constatering betreft het onvoldoende toepassen van het VBTB-concept op de beleidsdoelen waarvoor de ministeries de Kustwacht inzetten. Als onvoldoende duidelijk is welke doelen en/of prestaties de ministeries van de Kustwacht verwachten, is het evenmin mogelijk te onderbouwen welke middelen hiervoor nodig zouden zijn.
De aanbeveling betreft het feit dat de ministeries op papier voldoende middelen beschikbaar stellen voor het realiseren van de in het jaarplan van de Kustwacht (het GOJ) afgesproken prestaties maar dat in de praktijk niet altijd aan de gemaakte afspraken wordt voldaan.
De Algemene Rekenkamer beveelt aan om voldoende financiële, personele en materiële middelen beschikbaar te stellen. Wat beschouwt de Algemene Rekenkamer als voldoende beschikbaar te stellen middelen?
De Algemene Rekenkamer beschouwt het volume beschikbaar te stellen middelen als voldoende, wanneer daarmee de afgesproken prestaties volledig kunnen worden gerealiseerd respectievelijk de gevraagde taken volledig kunnen worden uitgevoerd binnen de daarvoor gestelde periode.
Kan de Algemene Rekenkamer aangeven op welke wijze de doelstellingen en verwijzingen naar beleid geconcretiseerd dienen te worden?
Doelstellingen kunnen concreet gemaakt worden door de zogenaamde SMART-C-criteria toe te passen.1 De ministeries zouden dus specifiek moeten aangeven wat ze van de Kustwacht verlangen, meetbare doelen en prestaties moeten stellen en aangeven in welk tijdsbestek die doelen en prestaties gerealiseerd zouden moeten zijn.
Het handhavingsplan (of het GOJ) zou dan specifiek daarnaar kunnen verwijzen of de beleidsdoelen/prestaties in SMART-C-termen kunnen aangeven.
Is de Algemene Rekenkamer van mening dat het aantal processen-verbaal het meest geschikt is als belangrijkste prestatiedoel. Zo ja, waarom? Zo nee, welke prestatiedoelen zijn dan geschikt?
Processen-verbaal vormen één van de resultaten van vastleggingen van de handhavingsinspanningen. Naar de mening van de Algemene Rekenkamer vormen ze geen optimale basis voor het meten van de mate waarin het doel wordt bereikt; de nadruk ligt daarvoor teveel bij de geconstateerde overtredingen.
Een betere indicator is naar de mening van de Algemene Rekenkamer het «handhavingsniveau», oftewel de naleving van de handhavingsregels. Daarvoor zouden ook de positieve uitkomsten (geen overtreding geconstateerd) moeten worden meegewogen.
De Algemene Rekenkamer stelt dat de afzonderlijke ministeries geen beleidsbelang hebben bij de Kustwacht of dat de Kustwacht te weinig toegevoegde waarde heeft voor ministeries. Is de Algemene Rekenkamer van mening dat deze problemen verholpen kunnen worden door de Kustwacht onder minder ministeries of zelfs één ministerie te laten vallen? Zo ja, welk ministerie leent zich daar het beste voor? Zo nee, waarom niet?
De Kustwacht zou beter kunnen functioneren als hij voor zijn middelen en de inzet daarvan niet afhankelijk is van diverse ministeries. Naar de mening van de Algemene Rekenkamer zou de Kustwacht daarom over eigen mensen en middelen moeten beschikken en die ook zelfstandig moeten kunnen inzetten.
De ministeries zouden een bewuste keuze moeten maken voor uitvoering van taken/leveren van prestaties door de Kustwacht en die taken/prestaties op basis van kostprijzen moeten «kopen» bij de Kustwacht. Daarbij past een hoge mate van onafhankelijkheid, die kan worden gerealiseerd door de Kustwacht onder één ministerie onder te brengen bijvoorbeeld in de vorm van een agentschap.
In een dergelijk model waarbij tegen kostprijs diensten worden geleverd voor meer ministeries maakt het naar de mening van de Algemene Rekenkamer niet zoveel uit onder welk ministerie de Kustwacht dan zou worden ondergebracht. Bij die afweging zou kunnen worden gekeken naar mogelijke synergievoordelen maar uiteraard ook naar politieke factoren.
De Algemene Rekenkamer stelt dat de beschikbaarheid van personeel een belangrijke bottleneck vormt. Is de Algemene Rekenkamer van mening dat deze problemen verholpen kunnen worden door de Kustwacht onder minder ministeries of zelfs één ministerie te laten vallen? Zo ja, welk ministerie leent zich daar het beste voor? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie het antwoord op vraag 5.
De Algemene Rekenkamer stelt dat de vliegende capaciteit voor search and rescue (SAR) en rampen- en incidentenbestrijding enkele malen onder de maat is geweest. Welke gevolgen heeft dit gehad of zou dit gehad kunnen hebben?
De Algemene Rekenkamer constateerde dat de vliegende capaciteit niet in alle gevallen beschikbaar was bij een SAR-melding, bijvoorbeeld als gevolg van onderhoudsactiviteiten. Uit het onderzoek is niet gebleken dat dit gevolgen heeft gehad.
De Algemene Rekenkamer geeft aan dat het de Directeur Kustwacht (DKW) ontbreekt aan mogelijkheden om levering van afgesproken middelen af te dwingen. Op welke wijze zou naar de mening van de Algemene Rekenkamer de positie van de DKW versterkt kunnen worden?
Gegeven het bestaande model zou dat bijvoorbeeld kunnen door van het GOJ een overeenkomst te maken tussen de betrokken partijen waardoor deze partijen aan nakoming van de afspraken zijn gehouden.
Klopt het dat, behalve ambulancediensten, ook alle deelnemende ministeries (of deelnemende diensten) een rekening indienen als ze meedoen aan een oefening? Zo ja, waarom wordt hier dan alleen melding gemaakt van ambulancediensten?
Uit de interviews is gebleken dat de problemen met het houden van oefeningen als gevolg van het indienen van rekeningen zich beperken tot de ambulancediensten.
Is bij het voorbeeld Rampenplan Waddenzee ook gekeken naar de uitvoerbaarheid tijdens oefeningen? Is hiermee ook rekening gehouden bij het toekennen door de Algemene Rekenkamer van de kwalificatie «goed voorbeeld»?
De Algemene Rekenkamer heeft het rampenplan niet beoordeeld op de uitvoerbaarheid tijdens oefeningen. Uit het onderzoek bleek wel dat de opzet van het rampenplan juist bedoeld was om de gezamenlijke inzet bij rampen en incidenten te optimaliseren. De Algemene Rekenkamer geeft het Rampenplan Waddenzee de kwalificatie «goed voorbeeld», omdat de concreetheid en mate van detaillering van het plan de betrokkenen houvast geeft bij incidenten.
Samenstelling:
Leden: Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Bakker (D66), ondervoorzitter, Rouvoet (CU), De Vries (VVD), voorzitter, De Haan (CDA), Atsma (CDA), Vendrik (GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Balemans (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Rambocus (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA), Schippers (VVD).
Plv. leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Fierens (PvdA), Dittrich (D66), Van der Vlies (SGP), Van Egerschot (VVD), Mosterd (CDA), Kortenhorst (CDA), Van Gent (GL), Duyvendak (GL), De Ruiter (SP), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Hofstra (VVD), Ferrier (CDA), Eerdmans (LPF), Omtzigt (CDA), Vergeer (SP), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), De Krom (VVD), Smeets (PvdA), Van Heemst (PvdA), Smits (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Van Beek.
Samenstelling:
Leden: De Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA), Van Beek (VVD), Karimi (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), Voorzitter, Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Winsen (CDA), Van den Brink (LPF), Mastwijk (CDA), Herben (LPF), Ondervoorzitter, Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), Huizinga-Heringa (CU), Van Velzen (SP), Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Straub (PvdA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Brinkel (CDA) en Szabó (VVD).
Plv. leden: Van Dam (PvdA), Van der Laan (D66), Waalkens (PvdA), Cornielje (VVD), Halsema (GL), Fierens (PvdA), De Ruiter (SP), Adelmund (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Oplaat (VVD), De Haan (CDA), Nawijn (LPF), Smilde (CDA), Hermans (LPF), Vendrik (GL), Bruls (CDA), Van der Staaij (SGP), De Wit (SP), De Vries (CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Van Heemst (PvdA), Tichelaar (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Jonker (CDA) en Veenendaal (VVD).
Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Bakker (D66), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Smits (PvdA), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Tichelaar (PvdA), Voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Koomen (CDA), Fierens (PvdA), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Heemskerk (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en Van Egerschot (VVD).
Plv. leden: Rouvoet (CU), Koenders (PvdA), Dittrich (D66), Balemans (VVD), Kortenhorst (CDA), Vacature (algemeen), Duyvendak (GL), Van Gent (GL), De Ruiter (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Omtzigt (CDA), Eerdmans (LPF), Noorman-den Uyl (PvdA), Mosterd (CDA), Van Bommel (SP), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), Rambocus (CDA), Stuurman (PvdA), Luchtenveld (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), De Vries (VVD) en Van Beek (VVD).
Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), De Vries (PvdA), Van Heemst (PvdA), Vos (GroenLinks), Rouvoet (ChristenUnie), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Albayrak (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), Weekers (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Verbeet (PvdA), ondervoorzitter, Wolfsen (PvdA), De Vries (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Fessem (CDA), Straub (PvdA), Griffith (VVD), Van der Laan (D66), Visser (VVD), Azough (GroenLinks), Vacature (algemeen), Vacature (algemeen).
Plv. leden: Jonker (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen (SP), Tjon-A-Ten (PvdA), Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Van Heteren (PvdA), Arib (PvdA), Buijs (CDA), Sterk (CDA), Varela (LPF), Joldersma (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Örgü (VVD), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Karimi (GroenLinks), Hermans (LPF), Vergeer (SP).
Samenstelling:
Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Oplaat (VVD), Geluk (VVD) Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Bruls (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming (VVD) en Van Hijum (CDA).
Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Vos (GroenLinks), Smeets (PvdA), De Ruiter (SP), Slob (ChristenUnie), Aptroot (VVD), Szabó (VVD), Van Dijken (PvdA), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GroenLinks), Jager (CDA), Vergeer (SP), Ten Hoopen (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Bakker (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Van Dam (PvdA), Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA), Van den Brink (LPF), Luchtenveld (VVD) en Buijs (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30060-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.