﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29949-3/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST83975</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 949</nummer>
      <naam>Evaluatie VBTB</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>3</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE COMMISSIE VOOR DE RIJKSUITGAVEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>8 februari 2005</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Namens de commissie voor de Rijksuitgaven bied ik u hierbij een rapportage
aan, getiteld «De behandeling van begrotingen en jaarverslagen in de
Tweede Kamer na VBTB».</al>
      <al>Deze rapportage wordt door de commissie uitgebracht in aanvulling op de
brief van de minister van Financiën van 21 december 2004 (29 949
nr. 1), met daarin de evaluatie VBTB en het bijbehorende kabinetsstandpunt</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de Commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>B. M. de Vries</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">De behandeling van begrotingen en jaarverslagen in de
Tweede Kamer na VBTB</tuskop>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Op 21 december 2004 zond de minister van Financiën de Kamer
de evaluatie van de operatie VBTB en het daarop gebaseerde kabinetsstandpunt
toe (29 949 nr. 1). Opvallend in deze evaluatie is dat de minister
zich – uit zeer te waarderen kiesheid – niet heeft uitgelaten
over de Kamerbehandeling van VBTB-begrotingen en -jaarverslagen. De commissie
voor de Rijksuitgaven acht zich hiervoor, gelet op artikel 21a van het Reglement
van Orde, verantwoordelijk. Zij brengt hierbij de rapportage uit over de wijze
waarop de Kamer met de nieuwe op VBTB-leest geschoeide begrotingen en jaarverslagen
omgaat.</al>
      <al>Daartoe wordt in paragraaf 2 een korte terugblik op VBTB gegeven
en komen in paragraaf 3 enige algemene noties aan bod. Paragraaf 4
behandelt vervolgens de invloed van VBTB op de autorisatiefunctie van de begrotingen
en de controlefunctie van begrotingen en jaarverslagen. De vijfde paragraaf
vat een en ander samen en formuleert conclusies.</al>
      <tuskop letat="vet">2. De voorgeschiedenis</tuskop>
      <al>Het gedachtegoed van VBTB vindt zijn oorsprong grotendeels in het rapport
van een ambtelijke werkgroep, getiteld «Het jaarverslag in de politieke
arena». De werkgroep bestond uit medewerkers van de staf van de commissie
voor de Rijksuitgaven, de Algemene Rekenkamer en van het ministerie van Financiën.
De werkgroep deed voorstellen om de toen gebruikelijke financiële verantwoordingen
om te vormen tot jaarverslagen en het tijdstip van uitbrengen te vervroegen
van september tot mei. Het politieke vervolg werd gegeven door instelling
van de werkgroep-Van Zijl, die de voorstellen verbreedde tot een andere vorm
van het presenteren van begrotingsvoorstellen. Niet langer zouden de financiële
middelen leidend zijn (input-sturing), doch de uitkomsten van voorgenomen
beleid (outcome). Uiteindelijk bestuurt de politiek om doelstellingen te bereiken.
Tegelijkertijd studeerde ook een interdepartementale commissie op een gewijzigde
begrotingsopzet. Dit resulteerde ten slotte in de kabinetsnota «Van
beleidsbegroting tot beleidsverantwoording» (VBTB). Kern van de voorstellen
van het kabinet was dat in begrotingen beleidsvoorstellen worden gedaan, met
daaraan gekoppeld de uitkomsten die dat beleid moet opleveren. De jaarverslagen
zouden in het vervolg vooral verantwoording moeten inhouden van het gevoerde
beleid en het met dat beleid behaalde resultaten. Controle op gevoerd beleid
kan alleen dan goed worden uitgeoefend indien door Tweede Kamer en regering
gezamenlijk en vooraf heldere en meetbare doelen zijn gesteld.</al>
      <al>In de VBTB-systematiek is daarvoor de verhouding tussen de WWW-vragen
en de HHH-vragen geïntroduceerd. Al bij de begrotingsbehandeling zouden
de bij de jaarverslagen te stellen HHH-vragen<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>
centraal moeten staan. En wel in die zin, dat de Kamer op basis van de WWW-vragen<voetref refid="v2.2" nr="2"></voetref> uit de begroting moet zien of ze later aan de hand van
de HHH-vragen in theorie na kan gaan of de belofte die de antwoorden op de
WWW-vragen impliceren, gestand zijn gedaan.</al>
      <tuskop letat="vet">3. De behandeling van begrotingen en jaarverslagen: een
eerste beschrijving</tuskop>
      <al>Overkoepelend onderwerp in de evaluatie en het regeringsstandpunt is de
transparantie en leesbaarheid van de begroting en de jaarverslagen. Het zijn
de klachten hierover die mede de aanleiding hebben gegeven tot het herzien
van de begrotingsopzet. In de Kamer wordt veel energie gestoken in het nader
begrijpen van de stukken in kwestie. De opvatting dat de begrotingen
en de jaarverslagen te dik zijn wordt over het algemeen wel gedeeld in de
Kamer, zij het niet als uitsluitende oorzaak van een gebrek aan transparantie.
Een ander, en groter, probleem is dat er niet in staat wat er in zou moeten
staan.</al>
      <al>Daarom heeft het onverkort dunner maken van de begroting in het verleden
vaak geleid tot het stellen van meer vragen. Ervaringen uit het verleden leren
dat.</al>
      <al>Bij de behandeling van begrotingen en jaarverslagen wordt uitgebreid gebruik
gemaakt van het daartoe dienende Kamerinstrumentarium. Zo wordt bij de begroting
veelal zowel een schriftelijke vragenronde georganiseerd, als een begrotingsonderzoek.
Ook wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid bij de plenaire behandeling
nog vragen te stellen. Het komt daarbij voor dat bepaalde vragen bij elk van
deze drie gelegenheden worden gesteld. Soms is dat omdat het antwoord niet
naar tevredenheid wordt gegeven, maar soms is de reden voor de herhaling niet
geheel helder. Bij de jaarverslagen is dit verschijnsel veel minder excessief.
Hier voor verder in paragraaf 4.2.c</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een aandachtspunt is in de ogen van de commissie voor de Rijksuitgaven
de kwaliteit van de schriftelijke vragen en de antwoorden hierop. Deze zijn
op onderdelen voor verbetering vatbaar.</al>
      <al>Enerzijds worden er door de Kamer soms vragen gesteld, waarop het antwoord
letterlijk in de begroting staat. Hieraan is deels de onoverzichtelijkheid
van de begrotingen debet. De commissie acht het echter ook noodzakelijk dat
de Kamer hier de hand in eigen boezem steekt.</al>
      <al>Anderzijds wordt teveel op vragen slecht geantwoord. Het verbaast de commissie
dat met dit soort antwoorden (de spreekwoordelijke «kluitje in het riet»-antwoorden)
in een groot aantal gevallen genoegen wordt genomen.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Begrotingsfuncties</tuskop>
      <tuskop letat="cur">4.1 Inleiding</tuskop>
      <al>Om een beeld te schetsen van de Kamerbehandeling van de begrotingen en
de jaarverslagen is het van belang eerst na te gaan wat de functie ervan is.
Deze kan worden afgeleid van de rol die de Kamer ten opzichte van de regering
heeft, namelijk (mede-)wetgever en controleur.</al>
      <al>In b<nadruk type="cur">egrotingsverband</nadruk> betekent dat respectievelijk
autorisatie en controle<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <al>De <nadruk type="cur">jaarverslagen</nadruk> kunnen eigenlijk vooral in
het licht van de controlefunctie van de Kamer worden gezien.<voetref refid="v3.2" nr="2"></voetref> De begrippen autorisatie en controle kunnen als volgt worden gedefinieerd:</al>
      <al>• Autorisatie: het bepalen van het maximum van de door de regering
te besteden middelen. Tevens het bepalen waar die middelen aan zullen worden
besteed.</al>
      <al>• Controle: het er op toezien dat de regering de begroting uitvoert
zoals is afgesproken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over beide onderwerpen, autorisatie en controle wordt in het hiernavolgende
een beeld geschetst van de gang van zaken in de Kamer, na de invoering van
VBTB. Dat wil zeggen dat het over de begrotingscycli 2002 en 2003 gaat, over
het grootste deel van de begrotingscyclus 2004 (tot aan voorjaarsnota) en
over de behandeling van de begroting 2005. Om een en ander in een historisch
perspectief te kunnen zien worden hierbij ook de jaren 2000 en 2001 betrokken.</al>
      <tuskop letat="vet">4.2 Autorisatie</tuskop>
      <al>Autorisatie betreft het bepalen van het maximum van de door de regering
te besteden middelen. Tevens gaat het om het bepalen waar die middelen aan
zullen worden besteed. In de wijze waarop dit tot uitdrukking komt in het
parlementaire debat heeft VBTB zeker invloed gehad. Enkele aandachtspunten
komen daarbij aan de orde</al>
      <tuskop letat="cur">a) Beleidsbegrotingen en beleidsdebatten</tuskop>
      <al>De kern van VBTB is dat de oude systematiek van input-georiënteerde
begrotingen wordt vervangen door beleidsbegrotingen. Daarin staan niet zozeer
de middelen centraal als wel het beleid. Dat heeft er in de Kamer toe geleid
dat (nog) meer dan voorheen de begrotingsbehandeling de vorm kreeg van een
beleidsdebat. Hoewel dat logisch is, en uit VBTB-optiek zelfs wenselijk, is
het nadeel ervan dat het debat over financiële aspecten wat onderbelicht
raakt. Een ander nadeel is dat in zo'n beleidsdebat de debatten die in het
kader van wetsvoorstellen en beleidsnota's zijn gevoerd, worden overgedaan.</al>
      <tuskop letat="cur">b) Middelen-autorisatie en beleidsdebat</tuskop>
      <al>In het verlengde van het vorige ligt een andere onevenwichtigheid. Waar
het debat gaat over het beleid, gaat het besluit van de Kamer over de middelen.
Aangezien er tussen de inhoud van het debat en het formele besluitvormingsdebat
een moeizame relatie is ontstaan, en er behoefte lijkt te bestaan aan een
formeel einde aan de beleidsdebatten, is het enige wat overblijft de motie.
Onderstaande figuur laat zien hoe de hoeveelheden bij de begroting in stemming
gebrachte moties zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld. Dit wordt afgezet
tegen de algemene (dus niet aan de begroting verbonden) trend van in stemming
gebrachte moties.</al>
      <tuskop letat="vet">Figuur 1: Ontwikkeling van begrotingsmoties over de jaren
1999 tot en met 2004 (index 1999=100)</tuskop>
      <plaatje file="kst-29949-3-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit deze figuur valt af te leiden dat</al>
      <al>– het jaarlijks totaal aantal moties door de jaren heen gestaag
toeneemt;</al>
      <al>– het aantal moties ingediend vanaf de begrotingsbehandelingen 2001/2002
toeneemt, met uitzondering van het jaar 2004;</al>
      <al>– het aandeel begrotingsmoties ten opzichte van het totaal aantal
moties vanaf 2001/2002 toeneemt, met uitzondering van 2004;</al>
      <al>Voor de uitzonderingspositie van 2004 heeft de commissie geen sluitende
verklaring.</al>
      <tuskop letat="cur">c) Amendering</tuskop>
      <al>Een sterker wapen dan de motie is het amendement. Het amendement is immers
een manier om de begrotingsvoorstellen te wijzigen. Bij de introductie van
VBTB bestond bij de Kamer de angst dat de begrotingsartikelen zo groot werden
dat ze het recht van amendement materieel in de weg zouden staan. De minister
van Financien gaf toen aan dat indien een amendement zou pleiten voor een
ander accent van de besteding van financiën binnen een en hetzelfde begrotingsartikel,
een zogenaamd plus-min-amendement zou volstaan, indien in de toelichting de
strekking van de wijziging helder zou worden gemaakt.</al>
      <al>Onderstaande grafiek toont een weergave van het aantal in stemming gebrachte
amendementen over de afgelopen jaren, evenals het financieel beslag van de
door amendementen gewijzigde bestedingsdoeleinden. Evenals de vorige grafieken
is hier «geïndexeerd» ten opzichte van 2000 (=100). Het gaat
immers niet om de absolute cijfers, maar om de ontwikkeling ervan.</al>
      <tuskop letat="vet">Figuur 2: Ontwikkeling van de begrotingsamendementen over
de begrotingen 2000 tot en met 2004 (index 2000=100)</tuskop>
      <plaatje file="kst-29949-3-2.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <witreg></witreg>
      <al>Hieruit blijkt dat (mede als gevolg van VBTB)</al>
      <al>• het aantal ingediende amendementen sterk is toegenomen;</al>
      <al>• het aantal aangenomen amendementen ook is toegenomen, zij het minder
sterk;</al>
      <al>• het financieel beslag van de door amendementen gewijzigde bestedingsdoeleinden
al jaren constant is, met uitzondering van het jaar 2004. Bij de begroting
2004 kwam dit hogere financieel beslag door een amendement van ruim € 300
mln. (hetgeen een groot amendement is)</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een ander punt van aandacht bij amendementen is de kwaliteit van de toelichting.
De commissie is van mening dat indien het kabinet wordt gehouden aan de verplichting
begrotingen in te dienen, waarin de WWW-vragen adequaat worden beantwoord,
hetzelfde mag worden verlangd van amendementen. Zij neemt echter waar dat
amendementtoelichtingen zelden of nooit op de drie WWW-vragen ingaan.</al>
      <al>Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste kan worden geconstateerd dat deze
kwaliteitseis, die vanuit het VBTB-gedachtegoed aan amendementen kan worden
gesteld, slechts in beperkte mate is doorgedrongen tot de dagelijkse praktijk
van de begrotingsbehandeling. Dit heeft naar het oordeel van de commissie
voor de Rijksuitgaven te maken de geringe prioriteit die in de huidige politieke
cultuur wordt gegeven aan het uitoefenen van de «controletaak».
Ook de conclusies van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten kunnen
in dit licht worden gezien.</al>
      <al>Een tweede oorzaak ligt in de kwaliteit van de begrotingen. Voor het maken
van outputgeoriënteerde amendementen is specifieke informatie over raming,
planning en beleidsprestaties nodig, die veelal niet in de begroting staat.
Derhalve zijn op VBTB-leest geschoeide amendementen moeilijk te maken.</al>
      <tuskop letat="cur">4.3 Controle</tuskop>
      <al>De prealabele vraag hier is wat onder controle wordt verstaan. Hierover
zijn tal van opvattingen mogelijk.</al>
      <al>Parlementaire controle kan alleen maar gezien worden in samenhang met
de ministeriële verantwoordelijkheid. De minister heeft een taakverantwoordelijkheid,
namelijk het uitvoeren van beleid dat tevoren in overleg met de Tweede Kamer
is bepaald. Controle daarop geschiedt in drie fasen: het vragen van inlichtingen,
het debat en ten slotte de sanctionering. Controle op het regeringsbeleid
is veelal controle achteraf. In het begrotingsproces is evenwel sprake van
controle <nadruk type="cur">ex ante,</nadruk> wat overeenkomt met sturing.
In begrotingen worden de beleidsprioriteiten vastgesteld, en wordt gestuurd
op middelen. De VBTB-uitgangspunten zien er op dat die beleidsprioriteiten
wel omschreven, toetsbaar en meetbaar zijn. Immers, in het verantwoordingsproces,
bij de behandeling van de jaarverslagen, moet duidelijk zijn waarover van
de minister verantwoording wordt verlangd.</al>
      <al>Parlementaire controle in de drie hiervoor beschreven fasen komt alleen
in het recht van enquête tot uitdrukking.</al>
      <tuskop letat="cur">a) controle in de begrotingsbehandeling</tuskop>
      <al>Adequate controle van de begrotingsuitvoering begint bij aandacht voor
de controle bij de begrotingsbehandeling. Ofwel, de vraag zou centraal moeten
staan of de ontwerpbegroting in theorie controleerbaar is.</al>
      <al>In de VBTB-systematiek zou de Kamer hiertoe bij de begrotingsbehandeling
de kwaliteit van de beantwoording van de WWW-vragen centraal moeten stellen
(zie paragraaf 2 voor een uitleg). Bieden de antwoorden die in de begrotingen
worden gegeven op deze vragen voldoende houvast om later een verantwoordingsdebat
op te baseren?</al>
      <al>De uitgelezen plek om een dergelijke exercitie uit te voeren is het begrotingsonderzoek.
Er moet echter worden gesteld dat in algemene zin van de mogelijkheid van
het houden van een begrotingsonderzoek niet optimaal gebruik wordt gemaakt.
En als er begrotingsonderzoeken worden georganiseerd, is de kwaliteit van
het overleg niet van zodanige aard dat kan worden gesproken van een zinvolle
bijdrage aan het controleaspect van de begrotingsbehandeling.</al>
      <al>De volgende problemen doen zich voor:</al>
      <al>• In sommige gevallen wordt in te grote mate geleund op technische
ondersteuning van de Kamer;</al>
      <al>• Er is over het algemeen onvoldoende besef dat de eerste stappen
voor een adequate controle moeten worden gezet bij de begrotingsbehandeling;</al>
      <al>• Het instrument begrotingsonderzoek wordt in een aantal gevallen
te veel gezien als «fact-finding-session», de oorspronkelijke
doelstelling van de begrotingsonderzoeken en is onvoldoende aangepast aan
het VBTB-tijdperk, waarin een behandeling van de kwaliteit van
de formulering van de doelstellingen meer voor de hand ligt.</al>
      <al>De nieuwe bepaling in het Reglement van Orde van de Kamer over de begrotingsbehandeling<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref> zou voor deze problemen een oplossing kunnen bieden.
Het daar geïntroduceerde begrotingsoverleg geeft de mogelijkheid om,
analoog aan een wetgevingsoverleg, de begroting artikelsgewijs te behandelen.</al>
      <al>Deze mogelijkheid heeft in haar eerste bestaansjaar (2004) niet geresulteerd
in een feitelijke verandering van de begrotingsbehandeling. De commissie voor
de Rijksuitgaven acht dit een gemiste kans.</al>
      <tuskop letat="cur">b) Controle bij de behandeling van de suppletore begrotingen</tuskop>
      <al>Ook de behandeling van suppletore begrotingen heeft in potentie een controlefunctie.
Hier wordt immers het eerste beeld geschetst van de begrotingsuitvoering.</al>
      <al>Toch neemt de commissie voor de Rijksuitgaven waar dat de behandeling
van de suppletore begrotingen in veel gevallen een hoog <nadruk type="cur">pro forma</nadruk> karakter heeft.</al>
      <al>Als suppletore begrotingen inhoudelijk worden behandeld is dat vaker om
een nieuwe wens in financiële consequenties te vertalen dan om halverwege
het jaar te kijken hoe de nieuwe begrotingsstand zich verhoudt tot tijdens
de begrotingsbehandeling gemaakte afspraken.</al>
      <al>De relatief geringe belangstelling van Kamerleden voor de controletaak
verklaart dit.</al>
      <al>Tevens is hier aan de orde dat in de suppletore begrotingen wel de financiële
standen worden geactualiseerd, maar dat geldt niet of zelden de beleidsinhoudelijke
doelstellingen, te realiseren beleidsprestaties of planningen. Dat betekent
dat controle bij de behandeling van de suppletore begrotingen per definitie
financieel is.</al>
      <tuskop letat="cur">c) Controle bij de behandeling van jaarverslagen</tuskop>
      <al>Het hoogtepunt van de uitoefening van de controlefunctie zou moeten liggen
in de behandeling van de jaarverslagen. Het algehele gevoelen is dat dit potentiële
hoogtepunt niet wordt waargemaakt. Dat wordt in eerste instantie al duidelijk
aan de hand van de parlementaire belangstelling voor het onderwerp. Figuur
3 van deze rapportage geeft een meerjarig beeld van enkele indicatoren hiervan.
De structureel dalende belangstelling tot vorig jaar is evident. De lichte
stijging die zich vorig jaar op alle terreinen voor deed, is enigszins hoopgevend. </al>
      <tuskop letat="vet">Figuur 3: Ontwikkeling van de behandeling van jaarverslagen
over de jaren 1999 tot en met 2003 (index 1999=100)</tuskop>
      <plaatje file="kst-29949-3-3.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <witreg></witreg>
      <al>Natuurlijk zijn dit indirecte indicatoren. Ze lijken te wijzen op een
relatief geringe en dalende belangstelling. Dit heeft zich echter ook gemanifesteerd
in de plenaire behandeling. Zie ook figuur 4.</al>
      <tuskop letat="vet">Figuur 4 plenaire behandeling van de jaarverslagen over
de jaren 1999 tot en met 2003</tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="46mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="25mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Plenair verantwoordingsdebat</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">1999(mei/juni 2000)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2000(mei/juni 2001)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2001 (juni/juli 2002)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2002(mei/juni 2003) </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">2003(juni/juli 2004)</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Aantal woordvoerders</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">8</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Waarvan fractie-voorzitter</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">7</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">2</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">1 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">% vertegenwoordigde fracties</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">100%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">88%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">80%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">78%</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">70%** </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Aanwezig namens regering</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Minister-president + Minister van Financiën</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Minister van Financiën</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Minister van Financiën</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Minister van Financiën</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Minister
van Financiën </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Gecombineerd met Voorjaarsnota?</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Nee*</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Nee</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Nee</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Ja</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" valign="top">Nee</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>* Op 15 juni 2000 is een afzonderlijk plenair debat gehouden over
de financiële verantwoording 1999. Dit duurde echter de hele dag, waardoor
besloten werd de tweede termijn te combineren met het debat over de Voorjaarsnota
een week later (op 22 juni 2000).</al>
      <al>** Het aantal fracties in 2004 dat deelneemt aan het debat is gelijk aan
het aantal in 2003; door de afsplitsing van de Groep Lazrak doet zich echter
een noemer-effect voor, waardoor het percentage lager is dan voorgaand jaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast deze meer formele zaken is een inhoudelijke beschouwing van de behandeling
van de jaarverslagen ook op zijn plaats. Wat opvallend is dat het (doen) afleggen
van beleidsinhoudelijke verantwoording niet erg hoog op de agenda van de diverse
overleggen staat. Minimaal twee onderwerpen staan hoger. In willekeurige volgorde
zijn dat</al>
      <al>• <nadruk type="cur">Financieel beheer</nadruk></al>
      <al>Tegelijkertijd met de jaarverslagen van de zijde van de regering dient
de Algemene Rekenkamer haar rapporten bij de jaarverslagen in. Daarin wordt
een oordeel geveld over de rechtmatigheid van de uitgaven en ontvangsten (meestal
meer dan 99% goed) en het financieel beheer. Daar neemt de Rekenkamer regelmatig
problemen waar en deelt ze negatieve oordelen uit. De Rekenkamer beschrijft
ook de stand van zaken met betrekking tot de beleidsinformatie maar doet daar
geen oordelende uitspraken over. Bij de behandeling van de jaarverslagen
wordt vaak ingegaan op de oordelen van de Algemene Rekenkamer over het financieel
beheer. Het onderwerp domineert in sommige gevallen de discussie.</al>
      <al>• <nadruk type="cur">Politieke actualiteiten</nadruk></al>
      <al>Wat tevens voorkomt is dat aan het overleg waarvoor het jaarverslag geagendeerd
staat andere brieven worden toegevoegd met een actueel thema. Soms is dat
geen brief, maar een krantenbericht of een Tv-uitzending Meestal is dat voor
de desbetreffende commissie een handige manier om de brief of het issue besproken
te krijgen. Het resultaat is echter dat er aan het eigenlijke onderwerp minder
aandacht wordt besteed.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overigens zijn er ook voorbeelden van commissiebehandeling van de jaarverslagen
die wel voldoen aan de normen van een volwaardig verantwoordingsdebat. Eigenlijk
ziet de commissie dat bij vrijwel alle wetgevingsoverleggen wel terugkomen.
Het zijn echter kleine onderdeeltjes van die overleggen. De andere onderwerpen
hebben vaak de meeste aandacht.</al>
      <tuskop letat="vet">6. Conclusies</tuskop>
      <al>VBTB is in opzet een goede manier om begrotingen en jaarverslagen vorm
te geven en om de autorisatie- en controlefunctie binnen de begrotingscyclus
gestalte te geven. Het eenvoudige denkmodel van de WWW-vragen en de HHH-vragen
kan de gedachtevorming op een transparante wijze ondersteunen. De commissie
voor de Rijksuitgaven concludeert echter op basis van deze rapportage dat
het rendement van de operatie VBTB in de Tweede Kamer niet zo hoog is als
zou mogen worden verwacht.</al>
      <al>Weliswaar is het autorisatierecht van de Kamer is als gevolg van de operatie
VBTB noch formeel noch materieel sterk beïnvloed, VBTB heeft echter niet
geleid tot meer aandacht voor begrotingscontrole. Er wordt bij de begrotingsbehandeling
te weinig aandacht besteed aan de kwaliteit van de doelstellingen. De jaarverslagen
krijgen niet voldoende parlementaire aandacht.</al>
      <al>De commissie acht het in eerste instantie bevreemdend dat de Kamer zo
weinig gebruik maakt van de politieke mogelijkheden van VBTB. Een intensiever
gebruik van de controlemogelijkheden die VBTB biedt, acht de commissie wenselijk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het beperkt gebruiken van deze mogelijkheden zijn tal van verklaringen
denkbaar. Een deel ervan heeft te maken met de onvoldoende kwaliteit van de
informatie in begrotingen en jaarverslagen. In het Algemeen Overleg dat de
commissie zal hebben met de minister van Financiën, kan dit probleem
worden besproken. Aandachtspunten hier zijn:</al>
      <al>• Een verdere verbetering van de kwaliteit van de formulering van
de doelstellingen in de begrotingen;</al>
      <al>• Het beter op VBTB-leest schoeien van de suppletore begrotingen;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een andere verklaring voor het geringe rendement van VBTB in de Kamer
heeft betrekking op de cultuur van de Kamer, waarin controle – in de
zin van controle achteraf – een weinig prominente plek inneemt. Met
deze constatering staat de commissie voor de Rijksuitgaven niet alleen. Ook
de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten stelt zich op dit standpunt.
De commissie zal zich de komende tijd beraden op de wijze waarop zij een bijdrage
kan leveren aan de oplossing van dit probleem. Op dit moment denkt zij in
ieder geval aan het volgende.</al>
      <al>• Als een eerste stap in de goede richting ziet de commissie de uitvoering
van de motie Blok (29 540 nr. 105h) waarin wordt opgeroepen om de
eerste donderdag na de derde woensdag in mei met het voltallige kabinet een
verantwoordingsdebat te voeren.<voetref refid="v10.1" nr="1"></voetref></al>
      <al>• Tevens wijst de commissie op de motie Douma (29 540 nr. 104)
waarin de regering wordt verzocht met een beknopt publieksjaarverslag te komen.<voetref refid="v10.2" nr="2"></voetref> Hierdoor zal de publieke opinie uitdrukkelijker in het
verantwoordingsproces worden betrokken, hetgeen een positieve invloed zal
hebben op het karakter van de Kamerbehandeling van de jaarverslagen.</al>
      <al>• Daarnaast is de commissie voornemens op grond van haar verantwoordelijkheden
op grond van artikel 21a van het Reglement van Orde van de Kamer<voetref refid="v10.3" nr="3"></voetref> rond de derde woensdag in mei dit onderwerp uitdrukkelijk onder de
aandacht van de leden te brengen</al>
      <al>• Tot slot wijst de commissie op het nieuwe artikel 39a uit het Reglement
van Orde (zie noot 5 van deze rapportage). Het daar geïntroduceerde begrotingsoverleg
is in de ogen van de commissie een goed instrument om meer en beter dan voorheen
in het debat tussen Kamer en Kabinet over de doelstellingen van het regeringsbeleid
te spreken.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Hebben we daarvoor gedaan wat
we wilden doen? Heeft dat gekost wat het zou kosten?</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.2" nr="2">
    <al>Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? En wat mag dat kosten?</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>In de VBTB-evaluatie wordt dit overigens anders vertaald. Bij de begrotingen
wordt uitsluitend het autorisatierecht van de Kamer genoemd.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.2" nr="2">
    <al>Ook dit wijkt af van de uitgangspunten van de evaluatie. Bij de jaarverslagen
benadrukt de regering hier de dechargeverlening en niet de controle.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>Artikel 39a. Begrotingsoverleg 1. Elke commissie kan over de in haar handen
gestelde begroting(en) een begrotingsoverleg houden. 2. Van het begrotingsoverleg
wordt een stenografisch verslag gemaakt. 3. Tijdens een begrotingsoverleg
kunnen moties worden ingediend. Artikel 66 is van overeenkomstige toepassing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.1" nr="1">
    <al>«... in het vervolg het debat met de regering over het Rijksjaarverslag
in aanwezigheid van het voltallige kabinet dient plaats te vinden op de derde
donderdag in mei en het debat met de ministers en staatssecretarissen over
de respectieve departementale jaarverslagen in de week daaropvolgend op kamerdagen
die geheel gewijd zullen zijn aan deze verantwoordingsdebatten».</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.2" nr="2">
    <al>«Verzoekt de regering met ingang van het beleidsverslag over het
jaar 2004 een beknopt en toegankelijk publieksjaarverslag over de hoofdlijnen
van het regeringsbeleid te maken en dat door middel van actieve voorlichting
aan de burgers bekend te maken».</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.3" nr="3">
    <al>Artikel 21a, eerste lid, eerste en tweede volzin: «Er is een commissie
voor de Rijksuitgaven. Zij is belast met de behandeling van aangelegenheden
van rechtmatigheid en doelmatigheid van besteding van collectieve middelen,
alsmede met de voorlichting, advisering en ondersteuning van de Kamer en de
commissies bij de uitoefening van het budgetrecht en de financiële controle.»</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>