﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893-70/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_6_8__1.1" markup="1xa"></versie>
    <vervangt>NDS15178</vervangt>
    <ordernr>KST120712</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 893</nummer>
      <naam>Veiligheid van het railvervoer</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>70</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 3 juli 2008</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>
heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Verkeer en Waterstaat
naar aanleiding van de brief van 24 april 2008 inzake de rapportage overwegen
2008 (Kamerstuk 29 893, nr. 68).</al>
      <al>De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 juli 2008.</al>
      <al>Vragen en antwoorden, voorzien van een inleiding, zijn hierna afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Roland Kortenhorst</naam>
        <functie>De adjunct-griffier van de commissie</functie>
        <naam>De Beij</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">I VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES</tuskop>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fracties van het CDA, de PvdA en GroenLinks hebben kennis
genomen van de rapportage overwegen.</al>
      <al>De leden van het CDA vragen zich af in hoeverre het nieuwe beleid bekend
is bij de gemeenten en de gebruikers van de overwegen. Wie is verantwoordelijk
voor de communicatie van dit nieuwe beleid, de minister van Verkeer en Waterstaat
of toch Prorail? Ziet u tevens kans het nieuwe aangescherpte beleid beter
onder de aandacht te brengen van de betrokken partijen en gemeenten? Kunt
u aangeven in hoeverre partijen betrokken zijn en in de toekomst betrokken
zullen worden, bij nieuw aangescherpt beleid (met name de Fietsersbond)?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de PvdA zijn blij dat er een criterium is
opgesteld, maar de leden zijn benieuwd welke maatschappelijke organisaties
betrokken zijn bij het opstellen van dit criterium. Daarnaast stellen de leden
van de PvdA-fractie de vraag of er voorbeelden van overwegen te noemen zijn
waarbij er significante vermeerdering van de routeafstand plaatsvindt en dus
een integrale risicoanalyse is of wordt uitgevoerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks zijn blij dat de minister een overzicht
met de in 2007 uitgevoerde en in 2008 uit te voeren overwegprojecten met mogelijke
consequenties voor het kruisend verkeer heeft toegestuurd. Maar de vreugde
hierover verdwijnt snel bij het concreet bestuderen van de rapportage en het
overzicht van de uitgevoerde en voorgenomen projecten. Helaas blijkt hieruit
dat het overwegenbeleid dat met de Kamer is afgesproken <nadruk type="cur">niet</nadruk> wordt uitgevoerd.</al>
      <al>De oorzaak hiervan ligt in het feit dat ProRail – out of the blue –
een geheel nieuw beoordelingscriterium heeft toegevoegd, namelijk bij een
intentie tot sluiten van een overweg, hoeven de met de Kamer afgesproken integrale
risicoanalyses en het alternatievenonderzoek pas te worden uitgevoerd <nadruk type="cur">indien</nadruk> de routeafstand voor het langzaam verkeer door
de sluiting zou toenemen met meer dan 500 meter. Neemt de afstand minder dan
500 meter toe, dan hoeft er niets te worden gecheckt en mag de overweg sowieso
dicht, aldus ProRail. ProRail zegt zich daarbij te baseren op <nadruk type="cur">«samenspraak tussen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en maatschappelijk
organisaties (pagina 4).»</nadruk> Wat daar ook van waar mag zijn, het
Wandelplatform en de Fietsersbond zeggen van niets te weten, duidelijk is
dat dit criterium compleet nieuw is, nooit met de Kamer is besproken, laat
staan dat de Kamer zou hebben toegestemd om dit criterium toe te passen.</al>
      <al>In het algemeen overleg van 25 april 2007<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>
was de minister nog heel duidelijk: spoorwegovergangen op de lijst, dat wil
zeggen overwegen met recreatief belang, worden pas gesloten als er een integrale
risicoanalyse is gemaakt en er geen alternatief is. Dus het principe is: niet
sluiten, tenzij openblijven in de huidige situatie echt te veel risico oplevert –
wat dan moet blijken uit de risicoanalyse – en tenzij alternatieven
zoals selectieve sluiting niet mogelijk zijn. Dit zou bijvoorbeeld het geval
kunnen zijn bij een spoorverdubbeling, waardoor de oversteek te breed wordt.
In ieder geval moet in alle gevallen sprake zijn van maatwerk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het nieuwe criterium zet de complete aanscherping van het overwegenbeleid
in één klap op losse schroeven, menen de leden van de fractie
van GroenLinks, omdat er vrijwel geen overweg te vinden is die niet onder
dit ruime criterium valt. Dit criterium houdt bovendien in het geheel geen
rekening met de kwaliteit van de alternatieve route: is die wel veilig en
aantrekkelijk voor het langzame verkeer? Dus juist alles wat een recreatieve
route tot recreatieve route maakt, telt niet mee. En met name voor wandelaars
en ommetjesmakers geldt bovendien dat 500 meter omlopen wel degelijk véél
is. </al>
      <tuskop letat="cur">Implicaties «routevermeerderings-»criterium:</tuskop>
      <al>Hoe toepassing van het «routevermeerderings-»criterium concreet
uitpakt blijkt uit de volgende cijfers, die de leden van de fractie van GroenLinks
hebben afgeleid uit de ProRail-lijst:</al>
      <al>• Van de 48<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref> overwegen waar in 2007 projecten
zijn uitgevoerd en in 2008 projecten worden uitgevoerd zijn er 31«belangrijk»
of zelfs «heel belangrijk» voor recreatie;</al>
      <al>• Van de 31 recreatief (zeer) belangrijke overgangen krijgen er twee
een selectieve sluiting (Heerlen en Vught), vier een langzaam verkeer onderdoorgang
(2x Soest, Zevenhuizen-Moerkapelle en Hilversum), één overgang
wordt verplaatst (Maasbracht A73) en bij vier vindt de belangenafweging nog
plaats (Halderberge);</al>
      <al>• Blijft over: 20 recreatief (zeer) belangrijke overwegen die worden
gesloten. Dat is twee derde van de recreatief belangrijke overwegen!</al>
      <al>• Voor 18 van deze 20 overwegen voert ProRail noch een risicoanalyse
noch een alternatievenonderzoek uit, vanwege het «routevermeerderings-»criterium;</al>
      <al>• Bij deze 18 overwegen krijgt het recreatieve verkeer de volgende
zogenaamde «compensatie barrièrewerking»:</al>
      <al>– een onderdoorgang (locatie niet gespecificeerd): 11x</al>
      <al>– een alternatieve ontsluiting (niet gespecificeerd): 2x</al>
      <al>– een parallelweg (afstand niet-gespecificeerd): 2x</al>
      <al>– een onderdoorgang op 300 meter (Apeldoorn)</al>
      <al>– een onderdoorgang op 1,6 km (Zevenhuizen)</al>
      <al>– een parallelweg naar een andere overgang op 1,2 km afstand (Tynaarlo)</al>
      <al>• Bij de overige 2 van de 20 (Berkelland en Dalfsen) is de routevermeerdering
weliswaar meer dan 500 meter maar ook daar wordt geen risico-analyse en alternatievenonderzoek
uitgevoerd omdat, aldus ProRail, de formele besluitvormingsprocedure al voor
het AO van 25 april was afgerond.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Meerdere van de te sluiten overwegen liggen op recreatieve routes of bij
een belangrijk uitloopgebied voor het maken van wandelommetjes, zoals in Doetinchem,
Losser, Abcoude en Susteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met andere woorden, de «winst» van het aangescherpte overwegenbeleid
is op deze wijze volledig verdampt, aangezien tegenover 7 recreatief interessante
overwegen, waar ter plekke een alternatief wordt toegepast (langzaam verkeer
doorgang, selectieve sluiting), er 20 staan die worden gesloten met een zogenaamde «compensatie»
waarvan de recreatieve waarde op zijn minst twijfelachtig is. De leden van
de fractie van GroenLinks bekruipt het onaangename gevoel dat elke stap voorwaarts
op dit dossier, ook weer één stap, of zelfs twee stappen, terug
betekent.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks verzoeken u om een reactie en om
een uitleg waarom u de afspraken met de Kamer over recreatieve overwegen –
gezien het nieuwe afstandscriterium – naast u neerlegt én een
antwoord op de vraag hoe u het beleid alsnog gaat aanscherpen, zoals afgesproken.</al>
      <al>Welke conclusies trekt u voor de projecten die al zijn uitgevoerd en nog
zijn voorzien voor 2008? Kunt u toezeggen dat er altijd, hoe dan ook, een
risicoanalyse en alternatievenonderzoek plaatsvindt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Duidelijk mag zijn dat, wat de leden van de fractie van GroenLinks betreft,
het «routevermeerderings-»criterium van tafel moet. Afstand is
niet het enige dat telt, er moet zeker ook rekening gehouden worden met de
aantrekkelijkheid en veiligheid voor het langzame verkeer. </al>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks vragen u de gevolgen voor het recreatief
verkeer (verlies aantrekkelijkheid, verlies «ommetjes»-karakter,
verlies veiligheid) voor de 20 bovenbeschreven overwegen nader in beeld te
brengen. Tot zo lang moet de uitvoering van deze projecten worden opgeschort.
Ook hierop graag uw reactie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overigens verbaast het de leden van de fractie van GroenLinks dat het «routevermeerderings-»principe –
zelf al een enorme versoepeling van het beleid – door ProRail ook nog
soepel uitgelegd lijkt te kunnen worden, gezien de volgende opmerking: <nadruk type="cur">«in overleg met de maatschappelijke partners zal specifiek
bekeken worden in hoeverre het toepassen van de 500 m grens hier zinvol is
(op pagina. 12 van de rapportage).»</nadruk></al>
      <tuskop letat="vet">Vragen inzake de overzichtstabel aanpassingen 2007 en
2008</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Inzake de gemeente Halderberge:</tuskop>
      <al>De leden van de fractie van het CDA en GroenLinks vragen aandacht voor
de situatie betreffende de vier overwegen in Oudenbosch en Halderberge welke
de gemeente, in verband met het aanleggen van een rondweg, wil sluiten. Wat
is momenteel de stand van zaken?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks hebben de volgende aanvullende
vragen:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. Bent u bekend met het besluit van de gemeente Halderberge om –
op basis van een integrale risicoanalyse – twee van de vier overgangen
open te willen houden?</al>
      <al>2. Deelt u de visie van de gemeente Halderberge dat dit besluit –
gezien de beoordeling in de risicoanalyse – geen gevolgen zou moeten
hebben voor de financiële bijdrage van ProRail aan gemeente en/of provincie?
Graag een toelichting.</al>
      <al>3. Hoe beoordeelt u het dat de gemeente Halderberge door ProRail nimmer
is gewezen op de noodzaak van het maken van een integrale risicoanalyse, maar
dat ProRail zich volledig heeft laten leiden door een eerdere overeenkomst,
alsof er intussen geen aanscherping van het beleid was geweest?</al>
      <tuskop letat="cur">Overige vragen:</tuskop>
      <al>1. De leden van de fractie van het CDA vragen aandacht voor een tweetal
overwegen in de gemeente Achtkarspelen die opgeheven zullen worden en ter
compensatie vervangen door een langzaam verkeer onderdoorgang op een andere
locatie. Kunt u aangeven waarom dit project (tijdelijk) is stopgezet en wanneer
er weer zal worden begonnen met de realisatie van deze onderdoorgang?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2. De leden van de fractie van de PvdA willen graag enige toelichting
bij de aanpassing in de gemeente Vught (Croimvoirtsepad), hier vindt een selectieve
sluiting plaats. De leden willen graag uitleg hoe dat hier ter plaatse in
zijn werk gaat en wat daar nog bij komt kijken, gezien het heel belangrijke
recreatieve belang.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>3. De leden van de fractie van GroenLinks stellen de volgende vragen:</al>
      <al>– Waarom staat de overgang Neerveldsweg in Susteren op de lijst,
terwijl is besloten dat deze spoorwegovergang openblijft?</al>
      <al>– Wat wordt bedoeld met de opmerking in paragraaf 4.5 (pagina
13): <nadruk type="cur">«Het totaal van deze aanscherpingen vraagt om
een verdere ontwikkeling van het overwegenbeleid?»</nadruk> Wanneer
kan de Kamer deze verdere ontwikkeling verwachten? </al>
      <al>– Is er voldoende budget om uitvoering te geven aan het aangescherpte
beleid (met name vergoedingen voor partiële afsluitingen)?</al>
      <al>– Kunt u meer duidelijkheid geven over de stand van zaken rond de
Valleilijn? Is de integrale risicoanalyse inmiddels afgerond? Is duidelijk
voor hoeveel overgangen aan de Valleilijn geen alternatief voor sluiting aanwezig
lijkt?</al>
      <al>– Kunt u meer duidelijkheid geven over de stand van zaken rond de
intensivering van Lightrail (Apeldoorn/Zutphen) en de overwegsluitingen die
daar mogelijk het gevolg van kunnen zijn?</al>
      <tuskop letat="vet">II REACTIE VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</tuskop>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>Naar aanleiding van mijn brief van 24 april 2008 met betrekking tot
de Rapportage Overwegen 2008 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008,
29 893, nr. 68) heeft de Vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat
mij een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd. Hierbij zend ik u mijn reactie
hierop. Deze is als volgt opgebouwd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Allereerst ga ik in op uw reactie op het beleidskader spoorwegovergangen.
Ik licht daarbij in het bijzonder de volgende punten toe:</al>
      <al>• communicatie</al>
      <al>• het «routevermeerderings-criterium»</al>
      <al>• de rollen die de verschillende organisaties hebben bij de uitvoering
van het overwegenbeleid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vervolgens beantwoord ik de vragen die gesteld zijn over de «overzichtstabel
aanpassingen 2007 en 2008» en de vragen van de leden van de fractie
van Groen Links over de gevolgen voor het recreatief verkeer bij 20 specifieke
overwegen. Naar aanleiding van deze vragen zal ik ProRail vragen de gevolgen
voor het recreatief verkeer van 7 specifieke overwegprojecten in beeld te
brengen alvorens over te gaan tot daadwerkelijke realisatie hiervan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten slotte beantwoord ik de vraag die het lid Roemer tijdens het Algemeen
Overleg van 19 juni 2008 heeft gesteld over spoorwegovergangen in de
gemeente Gilze en Rijen.</al>
      <tuskop letat="cur">Beleidskader spoorwegovergangen: communicatie</tuskop>
      <al>De beleidsbepalende en toezichthoudende verantwoordelijkheden rondom het
overwegenbeleid vallen onder de verantwoordelijkheid van mijn ministerie.
De beleidsuitvoerende verantwoordelijkheid hiervan ligt bij ProRail, in samenwerking
met andere betrokken organisaties, zoals bijvoorbeeld gemeentes in hun rol
als wegbeheerder. Ik verwacht dan ook van ProRail dat zij met deze betrokken
organisaties bij de voorbereiding en uitvoering van spoorwegovergangprojecten
actief communiceert over het nieuwe beleidskader, zoals dat sinds 25 april
2007 van kracht is. Vanwege het zwaarwegende belang hiervan voor sommige andere
organisaties, zoals de Stichting Wandelplatform-LAW en de Stichting Landelijk
Fietsplatform, zal ik bovendien, samen met ProRail, nogmaals met de betrokken
overheden en maatschappelijke organisaties in overleg treden en daarbij in
het bijzonder het nieuwe beleidskader en de consequenties daarvan bespreken.
Ik zal dit doen in de stuurgroep Infrastructurele barrièrevorming –
recreatie, waarin ook de Stichting Wandelplatform-LAW en de Stichting Landelijk
Fietsplatform zitting hebben en waarin het overwegenbeleid als vast agendapunt
aan de orde komt. </al>
      <tuskop letat="vet">Beleidskader spoorwegovergangen: «routevermeerderingscriterium»</tuskop>
      <al>Uitgangspunt van het overwegenbeleid, zoals overeengekomen op 25 april
2007, is dat spoorwegovergangen open blijven voor zover de veiligheid dat
toelaat. Spoorwegovergangen worden pas gesloten als de veiligheid in het geding
is, als er een integrale risico-analyse is gemaakt en als er geen alternatief,
zoals bijvoorbeeld selectieve sluiting, mogelijk is. In de door ProRail opgestelde
en aan uw Kamer verstuurde «Rapportage Overwegen 2008» is dit
als volgt verwoord:</al>
      <al>1. Overwegen blijven open voor zover de veiligheid dat toelaat.</al>
      <al>2. Voor elke voorgenomen sluiting of samenvoeging van overwegen, waarbij
de route-afstand voor het langzaam verkeer significant toeneemt, zullen de
spoorbeheerder en de wegbeheerder een integrale risicoanalyse uitvoeren waarin
aangetoond wordt dat er een noodzaak tot sluiting is vanwege veiligheid en
er geen redelijke alternatieven voor sluiting aanwezig zijn.</al>
      <al>3. De Inspectie Verkeer en Waterstaat ziet in geval van een voorgenomen
sluiting toe op de uitvoering van de benodigde analyses.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van deze zelfde rapportage is echter de indruk ontstaan dat er
een geheel nieuw beoordelingscriterium is toegevoegd, namelijk dat bij een
intentie tot het sluiten van een overweg de met uw Kamer afgesproken integrale
risico-analyses en alternatievenonderzoek pas hoeven te worden uitgevoerd
indien de route-afstand voor het langzaam verkeer door de sluiting zou toenemen
met meer dan 500 meter. Als de afstand met minder dan 500 meter zou toenemen,
dan zou er niets gecheckt hoeven worden en zou de overweg sowieso gesloten
kunnen worden. Dit nieuwe «routevermeerderings-criterium» zou
de complete aanscherping van het overwegenbeleid, zoals overeengekomen op
25 april 2007, in één klap op losse schroeven zetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is echter geen sprake van een geheel nieuw beoordelingscriterium. Wel
is het al geruime tijd bij de voorbereiding en uitvoering van spoorwegovergangprojecten
gewoonte om daar waar twee spoorwegovergangen dicht bij elkaar liggen, bijvoorbeeld
op een afstand van minder dan 500 meter, en als op zijn minst één
van deze twee evident onveilig is en sluiting daarvan niet leidt tot onoverkomelijke
aantasting van de recreatieve waarden, geen uitgebreide risico-analyses uit
te voeren. In plaats daarvan moeten zorgvuldig overleg met belanghebbenden
en de gebruikelijke bezwaar- en beroepsmogelijkheden conform de Algemene wet
bestuursrecht, zoals deze van toepassing zijn bij het sluiten van spoorwegovergangen,
voldoende waarborgen bieden dat er sprake is van een zorgvuldig afgewogen
besluitvormingsproces. In het hierboven genoemde overleg met de betrokken
overheden en maatschappelijke organisaties zal ik dit punt aan de orde stellen
en daarbij ook de gewenste grootte van de route-afstand bespreken.</al>
      <tuskop letat="cur">Beleidskader spoorwegovergangen: rollen van de verschillende
organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van het overwegenbeleid</tuskop>
      <al>Voorstellen tot de aanpak van specifieke overwegsituaties kunnen en worden
nooit eenzijdig door ProRail opgelegd aan de wegbeheerders (rijk, provincie,
gemeenten, waterschappen), maar zijn altijd het resultaat van overleg tussen
deze betrokken beheerders. Vaak is ProRail op initiatief van wegbeheerders
betrokken bij (langjarige) plannen voor herinrichting van een bepaald gebied
(gebiedsontwikkeling, herinrichtingsplannen) waarbij ook de overwegsituaties
in beschouwing worden genomen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat de reden van de voorgenomen wijziging, aanpassing of opheffing van
een spoorwegovergang ook moge zijn, altijd vindt vanaf de eerste gedachtevorming
tot het besluit overleg plaats tussen ProRail en de wegbeheerder (meestal
de gemeente). Daarbij wordt op lokaal ambtelijk en op lokaal politiek niveau
in een vaak jaren durend proces bekeken hoe alle belangen van vervoerders,
ProRail, gemeente en burgers zo goed mogelijk in de planvorming kunnen worden
meegenomen. Dat levert meestal een flink aantal varianten op waarvan er uiteindelijk één,
na een overleg-, inspraaken besluitvormingsproces, door de gemeente wordt
gekozen. De gemeente is namelijk als wegbeheerder de (enige) partij die in
het kader van de Wegenwet een procedure kan starten om de (over)weg aan het
openbaar verkeer te onttrekken. Deze procedure kent overleg-, inspraak-, bezwaar-
en beroepsmogelijkheden voor burgers en belangengroeperingen, tot uiteindelijk
de Raad van State.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook is de gemeente de instantie die een bouwvergunning moet verlenen en
in dat kader mogelijkheden heeft om eventuele ongewenste activiteiten door
derden te verhinderen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zowel de gemeentes als ProRail kunnen voor de betrokken belangenorganisaties
(omwonenden, fietsers, ruiters, wandelaars) aanspreekpunt en overlegpartner
zijn ProRail voert bovendien op landelijk niveau overleg met de verschillende
belangenorganisaties over de hoofdlijnen van de uitvoering van het overwegenbeleid.
Zo is er bijvoorbeeld de afspraak dat ProRail voorgenomen wijzigingen dan
wel sluitingen van particuliere overpaden zonder rechthebbenden meldt aan
de Stichting Lange Afstand Wandelen (LAW). Hoewel het hier geen openbare overwegen
betreft kan hierover op deze wijze tijdig overleg plaatsvinden en eventueel
een procedure tegen een voorgenomen sluiting worden opgestart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>ProRail heeft de verantwoordelijkheid om gemeentes en andere initiatiefnemers
actief, juist en volledig te informeren over het overwegenbeleid en over de
mogelijkheden voor maatwerk in de uitvoering. Ik heb ProRail nadrukkelijk
gevraagd om op een constructieve, creatieve en transparante wijze te overleggen
met de betrokken wegbeheerders, belangengroeperingen en individuele belanghebbenden.</al>
      <tuskop letat="cur">Beantwoording van de vragen inzake de overzichtstabel
aanpassingen 2007 en 2008</tuskop>
      <al>1. Bent u bekend met het besluit van de gemeente Halderberge om –
op basis van een integrale risicoanalyse – twee van de vier overgangen
open te willen houden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van het voornemen om spoorwegovergangen in de gemeente Halderberge
op te heffen is een integrale risico-analyse uitgevoerd (Goudappel Coffeng,
14 februari 2008) over de volgende vijf overwegen:</al>
      <al>• Galgestraat</al>
      <al>• Industrieweg</al>
      <al>• Spijperstraat</al>
      <al>• Noordhoekstraat</al>
      <al>• Sint Maartenstraat</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De conclusie van dit onderzoek is als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">«Op basis van de kwalitatieve veiligheidsanalyse
heeft alleen de overweg aan de Industrieweg een verhoogd risico op botsingen
tussen treinverkeer en wegverkeer. Dit heeft met name te maken met de onoverzichtelijke
situatie en het aanbod van zowel treinverkeer en wegverkeer. Daarbij is het
aandeel langzaam verkeer en in het bijzonder het fietsverkeer mede bepalend.
Van de overige vier overwegen is het risico van botsingen beperkt.»</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van de resultaten daarvan zijn de plannen voor het sluiten van
de overwegen door de gemeente aangepast. Het gaat hier volgens ProRail om
een project dat lang heeft stilgelegen en dat op initiatief van de gemeente
begin 2007 weer is opgepakt vanwege de aanleg van de nieuwe zuidelijke rondweg
bij Oudenbosch.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2. Deelt u de visie van de gemeente Halderberge dat dit besluit –
gezien de beoordeling in de risicoanalyse – geen gevolgen zou moeten
hebben voor de financiële bijdrage van ProRail aan gemeente en/of provincie?
Graag een toelichting.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. Ik heb bovendien van ProRail vernomen dat hierover verregaande overeenstemming
met de gemeente Halderberge is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>3. Hoe beoordeelt u het dat de gemeente Halderberge door ProRail nimmer
is gewezen op de noodzaak van het maken van een integrale risicoanalyse, maar
dat ProRail zich volledig heeft laten leiden door een eerdere overeenkomst,
alsof er intussen geen aanscherping van het beleid was geweest?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>ProRail heeft mij geïnformeerd dat zij de gemeente Halderberge in
2007 heeft gewezen op de noodzaak van het maken van een integrale risicoanalyse.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>4. De leden van de fractie van het CDA vragen aandacht voor een tweetal
overwegen in de gemeente Achtkarspelen die opgeheven zullen worden en ter
compensatie vervangen door een langzaam verkeer onderdoorgang op een andere
locatie. Kunt u aangeven waarom dit project (tijdelijk) is stopgezet en wanneer
er weer zal worden begonnen met de realisatie van deze onderdoorgang?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gemeente Achtkarspelen heeft het voornemen om een rondweg te realiseren
rond Buitenpost. Deze zal de spoorlijn Leeuwarden–Groningen kruisen
door middel van een overbrugging. Deze zal naar verwachting gerealiseerd worden
in de buurt van twee spoorwegovergangen. De provincie Friesland, de gemeente
Achtkarspelen en ProRail (destijds NS Railinfrabeheer) zijn in 1998 in overleg
getreden over de realisering hiervan. Vanwege de ligging van deze overbrugging
is door hen afgesproken om twee overwegen op te heffen. Hierover is een overeenkomst
gesloten. De formele besluitvormingsprocedure om de rondweg als geheel mogelijk
te maken is nog niet afgerond. Dat is de reden waarom de realisatie van deze
overbrugging nog niet is gestart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>5. De leden van de fractie van de PvdA willen graag enige toelichting
bij de aanpassing in de gemeente Vught (Cromvoirtsepad), hier vindt een selectieve
sluiting plaats. De leden willen graag uitleg hoe dat hier ter plaatse in
zijn werk gaat en wat daar nog bij komt kijken, gezien het heel belangrijke
recreatieve belang.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gemeente Vught heeft op 22 december 2005 op verzoek van ProRail
de onttrekkingsprocedure van het Cromvoirtsepad afgerond. Na de uitspraak
van de rechter (Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 2 april 2007) was de
onttrekking onherroepelijk. Op basis van de toezegging van mij in het Algemeen
Overleg van 25 april 2007 en na overleg met de belangenorganisaties voor
het recreatief verkeer heeft de gemeente het plan samen met ProRail aangepast.
De overweg wordt niet gesloten maar omgebouwd naar een fiets- en voetgangers-AHOB.
ProRail heeft mij geïnformeerd dat voor deze oplossing, die
in 2009 zal worden uitgevoerd, volledige consensus tussen alle betrokkenen
is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>6. Waarom staat de overgang Neerveldsweg in Susteren op de lijst, terwijl
is besloten dat deze spoorwegovergang openblijft?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Rapportage Overwegen van ProRail staat abusievelijk vermeld dat
deze zal worden opgeheven. Volgens een eerder plan zou deze overweg inderdaad
komen te vervallen. In een later stadium is echter besloten om deze spoorwegovergang,
die momenteel beveiligd is met een AKI-installatie, om te bouwen tot een AHOB
voor uitsluitend fietsers en voetgangers. ProRail heeft mij geïnformeerd
dat deze werkzaamheden begin 2009 zullen worden uitgevoerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>7. Wat wordt bedoeld met de opmerking in paragraaf 4.5 (pagina 13): <nadruk type="cur">«Het totaal van deze aanscherpingen vraagt om een verdere
ontwikkeling van het overwegenbeleid?»</nadruk> Wanneer kan de Kamer
deze verdere ontwikkeling verwachten?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Tweede Kadernota «Veiligheid op de Rails» is in november
2004 aan uw Kamer aangeboden. Ik hecht er waarde aan dat dit beleidskader
na ca. 5 jaar wordt geëvalueerd. Aan de hand van zo’n evaluatie
kan worden geanalyseerd of de praktijkervaringen die sindsdien zijn opgedaan
aanleiding zijn om dit beleidskader (op onderdelen) te actualiseren. Ik acht
het zinvol het overwegenbeleid daarin mee te nemen. Het streven is erop gericht
om deze analyse in 2009 beschikbaar te hebben, evenals het (waar nodig) geactualiseerde
beleidskader.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>8. Is er voldoende budget om uitvoering te geven aan het aangescherpte
beleid (met name vergoedingen voor partiële afsluitingen)?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het PVVO-budget is bestemd om de veiligheid bij overwegen te verbeteren,
zodat in 2010 de daarvoor gestelde veiligheidsdoelstelling, zoals opgenomen
in de Tweede Kadernota «Veiligheid op de Rails», zal zijn gerealiseerd.
Deze doelstelling is inmiddels al gerealiseerd, terwijl het PVVO-budget nog
ruimte biedt voor extra maatregelen. Tot 2010 zal dan ook per situatie bezien
worden in hoeverre het al dan niet partieel sluiten van een overweg bijdraagt
aan het verder vergroten van de veiligheid en of het PVVO-budget hiervoor
voldoende ruimte biedt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik ben bovendien voornemens om een tweede tranche spoorse doorsnijdingen
mogelijk te maken. Binnen het daarvoor nog vast te stellen budget krijgen
gemeentes dan de mogelijkheid om op basis van concrete plannen verzoeken in
te dienen voor een financiële bijdrage. Ik zal uw Kamer hierover nog
nader informeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>9. Kunt u meer duidelijkheid geven over de stand van zaken rond de Valleilijn?
Is de integrale risicoanalyse inmiddels afgerond? Is duidelijk voor hoeveel
overgangen aan de Valleilijn geen alternatief voor sluiting aanwezig lijkt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De treinintensiteit op het baanvak Amersfoort–Ede is op verzoek
van de concessieverlener (de provincie Gelderland) en de vervoerder verhoogd.
In het kader van deze intensivering heeft ProRail een risicoanalyse uitgevoerd
met als doel vast te stellen op welke wijze voldaan kan worden aan de doelstelling
om, conform de Tweede Kadernota «Veiligheid op de Rails», bij
een toename van het treinverkeer de risico’s daarvan te compenseren.
Eén van de mogelijke maatregelen hiervoor is het sluiten van overwegen.
ProRail heeft hierover overleg gevoerd met de gemeentes Ede, Barneveld en
de provincie Gelderland. Op basis daarvan is door hen een overeenkomst
gesloten. Een adviesbureau heeft een rapport opgesteld waarin de veiligheid
van alle overwegen op deze lijn is beschreven. Mede aan de hand daarvan zijn
afspraken gemaakt over de te nemen maatregelen. Het gaat hierbij vooral om
het verbeteren van de veiligheid van bestaande overwegen door bijvoorbeeld
de huidige beveiligingsinstallaties verder te verbeteren. Vooralsnog blijven
vrijwel alle spoorwegovergangen gehandhaafd. Wel worden twee particuliere
spoorwegovergangen vervangen door één met een betere beveiliging.
Van één openbare overweg wordt door de gemeente Ede nog bezien
in hoeverre het wenselijk is om deze op te heffen. Het nieuwe, aangescherpte
beleid wordt hierbij vanzelfsprekend gevolgd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>10. Kunt u meer duidelijkheid geven over de stand van zaken rond de intensivering
van Lightrail (Apeldoorn/Zutphen) en de overwegsluitingen die daar mogelijk
het gevolg van kunnen zijn?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>ProRail heeft mij gemeld dat er op dit moment geen concrete plannen zijn
om in het kader van de intensivering van Lightrail Apeldoorn/Zutphen over
te gaan tot het sluiten van overwegen.</al>
      <tuskop letat="cur">Beantwoording vragen over de gevolgen voor het recreatief
verkeer bij 20 specifieke overwegen</tuskop>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks vragen om de gevolgen voor het
recreatief verkeer van 20 door haar uit de overzichtstabel geselecteerde overwegen
nader in beeld te brengen en tot zo lang de uitvoering van deze projecten
op te schorten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eén van deze geselecteerde overwegen is de Neerveldweg in Susteren.
Zoals ik hierboven heb aangegeven is in de Rapportage Overwegen van ProRail
abusievelijk vermeld dat deze spoorwegovergang zal worden opgeheven. Inmiddels
is echter besloten om deze spoorwegovergang, die momenteel is beveiligd met
een AKI-installatie, om te bouwen tot een AHOB voor uitsluitend fietsers en
voetgangers. Hierdoor is sprake van een verbetering voor het recreatief verkeer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>7 andere van deze 20 overwegprojecten zijn ook nog niet in uitvoering.
Het gaat daarbij om de volgende overwegen:</al>
      <al>1. Kaasfabriek, Soest</al>
      <al>2. Beldersweg, Hengelo</al>
      <al>3. Bavinkelsweg, Almelo</al>
      <al>4. Weg nr. 71, Tynaarlo</al>
      <al>5. Wielstraat, Doetinchem</al>
      <al>6. Ruttenhofstraat, Den Bosch (Rosmalen)</al>
      <al>7. Lemerijweg, Hengelo</al>
      <al>Ik zal ProRail vragen de gevolgen voor het recreatief verkeer van deze
overwegprojecten in beeld te brengen alvorens over te gaan tot daadwerkelijke
realisatie hiervan. Ik zal uw Kamer hierover nader informeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>12 van deze 20 projecten zijn al in uitvoering of gerealiseerd. Hieronder
geef ik voor elk daarvan puntsgewijs aan wat de gevolgen voor het recreatief
verkeer daarvan zijn:</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">1. Koedijk, Dalfsen</nadruk>
      </al>
      <al>Zoals in de Rapportage Overwegen van ProRail aangegeven is deze overweg
inmiddels gesloten nadat een zorgvuldige onttrekkingsprocedure is doorlopen.
Er zijn daarbij geen bezwaren ingediend door belanghebbenden. Overigens bevinden
zich aan beide zijden van deze locatie binnen een afstand van ca. 1 km een
onderdoorgang (Meeleweg) en een overweg (Nieuwendijk). In mijn beantwoording
op vragen van het lid Duyvendak (brief van 16 januari 2008
met kenmerk VenW/DGP-2007/10 944) heb ik uw Kamer hierover al geïnformeerd.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">2. Hoofdstraat/Arnhemseweg, Apeldoorn</nadruk>
      </al>
      <al>Zoals in de Rapportage Overwegen van ProRail aangegeven is ter vervanging
van deze overweg specifiek voor het langzaam verkeer, zoals het recreatief
verkeer, een onderdoorgang op een afstand van ca. 300 meter aangelegd. In
mijn beantwoording op vragen van het lid Duyvendak (brief van 16 januari
2008 met kenmerk VenW/DGP-2007/10944) heb ik uw Kamer hierover al geïnformeerd.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">3. Breedslatsweg, Berkelland</nadruk>
      </al>
      <al>Zoals in de Rapportage Overwegen van ProRail aangegeven is de sluiting
van deze overweg eind 2004 naar aanleiding van een bezwaar opgeschort tot
na de uitvoering van een landinrichtingsproject dat daarvoor van belang was.
De formele besluitvormingsprocedures ten aanzien van deze sluiting waren al
afgerond vóór de inwerkingtreding van het nieuwe overwegenbeleid
op 25 april 2007. Overigens bevinden zich aan beide zijden van deze locatie
binnen een afstand van ca. 1 km en 600 meter andere overwegen. In mijn beantwoording
op vragen van het lid Duyvendak (brief van 16 januari 2008 met kenmerk
VenW/DGP-2007/10 944) heb ik uw Kamer hierover al geïnformeerd.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">4. Kilweg, Dordrecht</nadruk>
      </al>
      <al>Zoals in de Rapportage Overwegen van ProRail aangegeven is ter vervanging
van deze overweg op dezelfde locatie een onderdoorgang aangebracht. In mijn
beantwoording op vragen van het lid Duyvendak (brief van 16 januari 2008
met kenmerk VenW/DGP-2007/10944) heb ik uw Kamer hierover al geïnformeerd.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">5. Stationsstraat, Vleuten/Utrecht</nadruk>
      </al>
      <al>Zoals in de Rapportage Overwegen van ProRail aangegeven is ter vervanging
van deze overweg op dezelfde locatie een onderdoorgang aangebracht. In mijn
beantwoording op vragen van het lid Duyvendak (brief van 16 januari 2008
met kenmerk VenW/DGP-2007/10944) heb ik uw Kamer hierover al geïnformeerd.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">6. Noordelijke Dwarsweg, Zevenhuizen</nadruk>
      </al>
      <al>Ter vervanging van deze overweg zal op dezelfde locatie een onderdoorgang
worden aangebracht.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">7. Gein Noord Kerkstaat, Abcoude</nadruk>
      </al>
      <al>Ter vervanging van deze overweg is op dezelfde locatie een ongelijkvloerse
kruising aangebracht.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">8. Gein Zuid Stationsstraat, Abcoude</nadruk>
      </al>
      <al>Ter vervanging van deze overweg is op dezelfde locatie een ongelijkvloerse
kruising aangebracht.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">9. Landsmeer, Purmerend</nadruk>
      </al>
      <al>Deze overweg zal vervangen worden door een onderdoorgang op dezelfde locatie.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">10. ’s-Gravenweg, Nootdorp</nadruk>
      </al>
      <al>Deze overweg zal vervangen worden door een onderdoorgang op dezelfde locatie.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">11. Paperkopperdijk, Oudewater</nadruk>
      </al>
      <al>Deze overweg zal vervangen worden door een onderdoorgang op minder dan
100 meter afstand.</al>
      <al>
        <nadruk type="cur">12. Lossersedijk, Losser</nadruk>
      </al>
      <al>Deze overweg zal vervangen worden door een onderdoorgang op dezelfde locatie.</al>
      <tuskop letat="cur">Spoorwegovergangen in de gemeente Gilze en Rijen</tuskop>
      <al>In het Algemeen Overleg van 19 juni 2008 heeft de heer Roemer aandacht
gevraagd voor de problematiek bij de spoorwegovergangen te Gilze en Rijen
inzake de sluitingstijden hiervan. Ik heb toegezegd dit onderwerp te zullen
meenemen in deze schriftelijke reactie. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De opmerking van de heer Roemer dat de spoorwegovergangen in de gemeente
Gilze en Rijen tijdens de spits maar acht minuten per uur open zijn heb ik
aan ProRail voorgelegd. ProRail ziet ook in dat het steeds langer dicht zijn
van spoorwegovergangen aanleiding kan geven tot problemen. Ik zal ProRail
dan ook vragen te onderzoeken of er technische oplossingen haalbaar zijn om
de sluitingstijden van spoorwegovergangen niet langer te laten duren dan met
het oog op de veiligheid noodzakelijk is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uiteraard is er helemaal geen sprake van verkeershinder door lange sluitingstijden
als een spoorwegovergang vervangen wordt door een ongelijkvloerse kruising.
De gemeente Gilze en Rijen kan als zij dat wenst met het oog op het ongelijkvloers
maken van de betreffende spoorwegovergangen hiertoe te zijner tijd een verzoek
indienen in het kader van de tweede tranche spoorse doorsnijdingen.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA),
Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP),
Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom
(PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (CU), Roemer
(SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter,
Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent
(GL), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66),
Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA),
Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Vacature (algemeen), Anker (CU), Van Leeuwen
(SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD),
Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>29 892, nr. 18.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>De «diverse» locaties in Halderberge tellen als vier projecten
mee.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>