﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29838-9/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_1__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST123124</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 838</nummer>
      <naam>Auteursrechtbeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>9</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>10 oktober 2008</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de beleidsbrief auteursrecht van 20 december 2007 heb ik toegezegd
de Tweede Kamer te zullen informeren over de bevindingen van het College van
Toezicht (hierna: College) met betrekking tot de verdeling van de thuiskopiegelden
door Stichting De Thuiskopie en de door haar ingeschakelde verdeelorganisaties
alsmede over de consultatie van de betrokken partijen over het thuiskopiestelsel
(Kamerstukken II 2007/08, 29 838, nr. 6). Hiermee doe ik deze toezeggingen
gestand. Voorts reageer ik op het verzoek van de Vaste Commissie voor Justitie,
van 9 juli 2008, om een appreciatie van de uitspraak van de rechtbank
Den Haag van 25 juni 2008 (zaaknummer 246 698) over het kopiëren
uit illegale bron.</al>
      <tuskop letat="vet">1. Onderzoek College van Toezicht Auteursrechten</tuskop>
      <al>Bij brief van 23 september 2008 heeft het College nader gerapporteerd
over de verdeling van de thuiskopiegelden en over de omvang van de onverdeelde
zogenaamde oude, dat wil zeggen voor 31 december 2004 geïnde, gelden
(bijgevoegd).<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het College concludeert dat de verdeelproblematiek bij Thuiskopie, afgezien
van de afwikkeling van de oude onverdeelde gelden, is opgelost, en dat er
geen sprake meer is van de onaanvaardbare situatie waarover het College in
2005 heeft gerapporteerd (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 VI, nr. 113
en Kamerstukken II 2006/07, 30 300 VI, nr. 79). Met instemming neem ik
hiervan kennis. Het pakket van maatregelen dat het College en ik hebben getroffen,
en waarover de Tweede Kamer laatstelijk in de beleidsbrief auteursrecht van
20 december 2007 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2007/2008, 29 838,
nr. 6, par. 4), heeft daarmee vruchten afgeworpen.</al>
      <al>Daarentegen blijkt de problematiek van de onverdeelde gelden nog niet
opgelost. Op basis van de door Stichting De Thuiskopie afgelegde financiële
verantwoording concludeert het College tot een bedrag aan oude onverdeelde
gelden per eind 2007 van 9,2 miljoen euro. Het College heeft zich onthouden
van een oordeel over een bedrag van € 804 000, omdat deze inzet
is van een juridische procedure tussen Stichting De Thuiskopie en
de verdeelorganisatie IRDA. Van het bedrag van 9,2 miljoen euro wordt door
het College 5,6 miljoen euro definitief als onverdeelbaar aangemerkt. Deze
gelden berusten bij de verdeelorganisaties Vevam (€ 2,42 miljoen)
en Sekam (€ 3,18 miljoen). Met betrekking tot 3,3 miljoen euro,
geïncasseerd in 2003 en 2004, houdt het College zijn eindoordeel aan
tot in 2009, omdat hiervoor de in de destijds geldende verdeelreglementen
voorziene verdeeltermijn van vijf jaar nog niet was verstreken dan wel omdat
het gelden betreft die pas op een later tijdstip aan de verdeelorganisaties
voor repartitie beschikbaar zijn gesteld of gekomen. Deze gelden berusten
vooral bij de verdeelorganisaties Norma (€ 1,3 miljoen), Sekam (€ 710 000),
Stemra (€ 445 000) en Vevam (€ 413 000).</al>
      <al>Gegeven het feit dat deze gelden zijn geaccumuleerd in een periode van
meer dan tien jaar en circa 4,6% van het totaal van de in die periode
geïnde thuiskopiegelden bedraagt, meen ik dat kan worden volstaan met
de restitutieregeling, zoals die is voorzien in het Besluit van 5 november
2007 (Stb. 2007, 435). Op grond hiervan zullen de gelden die naar het oordeel
van het College definitief onverdeelbaar zijn, t.w. 5,6 miljoen euro, de komende
vier jaar, vermeerderd met rente en andere baten, terugvloeien aan degenen
die deze gelden in het verleden hebben opgebracht, te weten de betalingsplichtige
fabrikanten en importeurs van blanco dragers (artikel 3 Besluit van 5 november
2007). De facto betekent dit een jaarlijkse korting op de in de toekomst te
betalen thuiskopievergoedingen voor fabrikanten en importeurs van blanco dragers
van in ieder geval 1,4 miljoen euro, vermeerderd met rente en andere baten.</al>
      <tuskop letat="vet">II. Consultatie thuiskopiestelsel</tuskop>
      <al>De periode van bestendiging van het thuiskopiestelsel is benut om de meest
betrokken partijen te consulteren over het stelsel van thuiskopievergoedingen.
Daartoe heeft regelmatig en intensief overleg plaatsgevonden met en tussen
Stichting De Thuiskopie, de verdeelorganisatie Stichting Naburige Rechten
Musici en Acteurs (Norma), ICT Office, de branchevereniging van leveranciers
van consumentenelektronica (FIAR), de Stichting Onderhandelingen Blanco Informatiedragers
(Stobi), Philips, de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs
van beeld- en geluidsdragers (NVPI) en de vakbond voor Kunsten, Informatie
en Media (FNV-Kiem). De Consumentenbond heeft de voorkeur gegeven aan inbreng
op een later tijdstip.</al>
      <al>Partijen zijn er vanwege hun principiële verschillen van inzicht
niet in geslaagd om een gezamenlijke visie te ontwikkelen op de toekomst van
het thuiskopiestelsel. Wel heeft een aantal partijen concreet gesproken over
een pragmatische, op een lumpsumbenadering gebaseerde tussenoplossing voor
de komende drie jaar, waarbij de deelnemende ondernemingen aan de lumpsum
zouden bijdragen naar rato van hun marktaandeel. Gelet op het feit dat zelfregulering
de beste garantie voor maatwerk is en daarom een hoeksteen van het auteursrechtbeleid
van dit kabinet (Kamerstukken II 2007/08, 29 838, nr. 6), had ik het
verwelkomd als partijen elkaar in zelfregulering hadden kunnen vinden. Dat
is echter tot op heden niet mogelijk gebleken.</al>
      <tuskop letat="vet">III. Europese ontwikkelingen</tuskop>
      <al>Eind mei 2008 heeft de Europese Commissie het initiatief genomen tot oprichting
van een Europees stakeholderforum waaraan de industrie, consumentenorganisaties
en rechthebbenden deelnemen. Dit forum zal zich buigen over optimalisering
van de in de EU-lidstaten bestaande, en vaak sterk uiteenlopende, stelsels
van thuiskopieheffingen. Sommige EU-lidstaten, zoals Italië en Polen,
kennen procentuele heffingen over de invoer- of consumentenprijs, andere EU-lidstaten,
zoals Duitsland en Frankrijk, kennen een stelsel van – primair aan de
opslag- of opnamecapaciteit gerelateerde – heffingen op
een grote verscheidenheid aan dragers en apparaten. Denemarken, Portugal en
Nederland kennen een vergoedingenstelsel dat zich beperkt tot blanco dragers.
Geen of slechts zeer beperkte mogelijkheden tot het maken van een privékopie
bestaan er in, bijvoorbeeld, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Luxemburg.<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het streven is om de werkzaamheden van het EU-platform voor de zomer 2009
af te ronden. Het initiatief van de Europese Commissie sluit aan bij de inspanningen
van Nederland om in EU-kader aandacht te blijven vragen voor de noodzaak van
een Europese oplossing (Kamerstukken II 2007/08, 29 838, nr. 6).</al>
      <tuskop letat="vet">IV.  De uitspraak van de rechtbank Den Haag</tuskop>
      <al>Op 25 juni 2008 oordeelde de rechtbank Den Haag dat het maken van
een privékopie van illegaal materiaal een illegale handeling is en
dat de andersluidende uitleg van de wetgever niet strookt met Richtlijn nr.
2001/29 inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij (PbEU, L 167/10).
Tegen deze uitspraak is inmiddels hoger beroep ingesteld. Daarom zie ik thans
geen aanleiding tot een wijziging van het sinds de implementatie van de richtlijn
gevoerde beleid, inhoudende dat voor het thuiskopiëren een vergoeding
mag worden gevraagd, ongeacht het karakter van de bron (vgl. de antwoorden
op de schriftelijke vragen van het lid Gerkens, Kamerstukken II 2006/07, Aanhangsel,
nr. 2256, blz. 4780).</al>
      <al>Overigens heeft de verdeelorganisatie Norma hoger beroep ingesteld tegen
de uitspraak van de President van de rechtbank Den Haag d.d. 8 januari
2008, waarin de bezwaren van Norma tegen het Besluit van 5 november 2007
zijn afgewezen. In juni 2008 is Norma tegen de Staat tevens een bodemprocedure
gestart. In beide procedures zijn belangrijke vragen van uitleg van het thuiskopieregime
uit de Richtlijn nr. 2001/29 inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij
(PbEU L 167/10) aan de orde, die van direct belang zijn voor het thuiskopiestelsel.
Gedacht kan worden aan de vraag welke privékopieën ingevolge de
richtlijn al dan niet voor vergoeding in aanmerking komen en de vraag welke
schadecriteria bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding al dan niet
relevant zijn.</al>
      <tuskop letat="vet">V. Tot slot</tuskop>
      <al>Gelet op dit samenstel van factoren, t.w. de nog steeds actuele problematiek
van de onverdeelde gelden, de lopende juridische procedures met belangrijke
vragen van Europees recht en de hoopvolle Europese ontwikkelingen die recht
doen aan de inzet van Nederland voor een Europese oplossing, acht ik het nu
niet aangewezen om over te gaan tot een uitbreiding of fundamentele herziening
van het stelsel van het thuiskopievergoedingen. Bij de besluitvorming hierover
wil ik bovendien de bevindingen van de parlementaire werkgroep auteursrecht
onder voorzitterschap van het lid Gerkens betrekken.</al>
      <al>Om een discontinuïteit in het stelsel na 1 januari 2009 te voorkomen,
zal het voor 2008 geldende stelsel in 2009 worden voortgezet, met inbegrip
van de adviserende rol van de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding.
Dat laat uiteraard onverlet dat een bijstelling van het stelsel plaats zal
vinden als tussentijdse ontwikkelingen, bijvoorbeeld zelfregulering door partijen,
daartoe aanleiding geven.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Justitie,</functie>
        <naam>E. M. H. Hirsch Ballin </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Bron: International Survey on Private Copying Law &amp; Practice, 19e
ed. 2008.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>