﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-162/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_8__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST132457</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 754</nummer>
      <naam>Terrorismebestrijding</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>162</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>19 juni 2009</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afgelopen december ontving uw Kamer de negende voortgangsrapportage terrorismebestrijding<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Met deze brief bied ik u mede namens de minister van
Justitie de tiende voortgangsrapportage aan. De rapportage behandelt de voortgang
die het afgelopen half jaar is geboekt bij de ontwikkeling en uitvoering van
de verschillende onderdelen van het antiterrorismebeleid. Daarbij gaat het
achtereenvolgens om het tegengaan van radicalisering, de internationale samenwerking,
het creëren van slagvaardige instrumenten en organisatie, het treffen
van veiligheidsmaatregelen, het voorbereid zijn op (de gevolgen van) een mogelijke
aanslag en communicatie en voorlichting. De voortgangsrapportage begint zoals
gebruikelijk met een samenvatting van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme
Nederland (DTN). Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal
Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) en valt onder zijn verantwoordelijkheid.
Bij de voortgangsrapportage is een actiepuntenlijst bijgevoegd.</al>
      <tuskop letat="vet">1. SAMENVATTING DREIGINGSBEELD TERRORISME NEDERLAND
JUNI 2009</tuskop>
      <al>Het dreigingsniveau met betrekking tot Nederland blijft net als in de
vorige rapportageperiode «substantieel». Dit betekent dat de kans
op een aanslag in Nederland of tegen Nederlandse belangen reëel is. Er
zijn in de afgelopen rapportageperiode echter geen concrete aanwijzingen voor
aanslagplannen tegen Nederland en zijn belangen geconstateerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De internationale jihadistische dreiging is nog steeds de belangrijkste
component van de dreiging tegen (de belangen van) Nederland. Internationale
jihadistische groeperingen zien Nederland en zijn belangen als één
van hun «voorkeursdoelwitten», vanwege zijn militaire betrokkenheid
in Afghanistan en de vermeende islambeledigingen in Nederland. </al>
      <tuskop letat="vet">Terrorisme</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Internationale context jihadistische dreiging</tuskop>
      <al>De belangrijkste «theaters» van de jihad zijn onveranderd
de Pakistaans-Afghaanse regio, Noord-Afrika, Jemen, Irak en Somalië.
In deze regio’s zijn jihadistische groeperingen actief die de internationale
jihad ondersteunen en die een voortdurende dreiging vormen voor westerse,
en daarmee ook Nederlandse belangen. Voor het Nederlandse dreigingsbeeld zijn
op dit moment met name de ontwikkelingen in de Pakistaans-Afghaanse regio
relevant. Hierbij geldt dat de slechte veiligheidssituatie in Pakistan, waarover
in eerdere dreigingsbeelden is gerapporteerd, een bron van zorg blijft. Het
Pakistaanse leger is sinds eind april 2009 in de Swat-vallei in hevige gevechten
verwikkeld met Pakistaanse militanten om zo te voorkomen dat deze aan invloed
in het land winnen. Op dit moment is nog niet duidelijk of de militaire acties
in Swat ook op langere termijn tot uitschakeling van de militanten zullen
leiden. Wel wordt door de aanhoudende aanvallen met onbemande vliegtuigen
(zogenaamde «drones») in de tribale gebieden van Pakistan de operationele
effectiviteit van kern al Qa’ida onder druk gezet. Door deze aanvallen
zijn enkele prominente leden van kern al Qa’ida gedood en is de terroristische
infrastructuur aangetast.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De groeiende militaire acties tegen de Pakistaanse Taliban kunnen een
voedingsbodem zijn voor de rekrutering van nieuwe leden door allerlei islamistische
bewegingen. De woede groeit mede omdat de aanvallen met onbemande vliegtuigen
deels vanaf Pakistaans grondgebied zouden worden uitgevoerd. Verder zijn er
signalen dat de Pakistaanse Taliban hun krachten willen bundelen. Dit als
antwoord op de groeiende militaire acties van de Verenigde Staten tegen al
Qa’ida en de harde kern van de Taliban in de grensgebieden van Pakistaan
en Afghanistan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat betreft ontwikkelingen in de andere jihadistische strijdgebieden in
de afgelopen rapportageperiode vallen vooral de ontwikkelingen in Somalië
en Irak op. Jihadistische groeperingen in Somalië slagen er steeds beter
in om westerlingen, al dan niet van Somalische origine, te verleiden naar
Somalië af te reizen en daar deel te nemen aan de gewelddadige jihad.
In Irak is de afgelopen maanden het geweld weer opgelaaid. Hiermee komt de
relatieve verbetering van de veiligheidssituatie in het land steeds meer onder
druk te staan. De toename van het geweld laat zien dat de veiligheidssituatie
in Irak fragiel blijft en dat de onderliggende etnische en religieuze conflicten
nog steeds actueel zijn. Mocht het (intra-)sektarische geweld verder oplaaien,
dan zou dit kunnen leiden tot een verhoogde instroom van jihadisten en zou
Irak wederom een meer prominente inspiratiebron kunnen vormen voor jonge moslims
om zich aan te sluiten bij de internationale jihad.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op het internet is sinds medio april 2009 sprake van een terugkeer van
prominente internationale jihadistische websites. Deze websites zijn grotendeels
identiek aan de voormalige prominente jihadistische sites, die aan de vooravond
van 11 september 2008 van het internet verdwenen.</al>
      <tuskop letat="cur">Dreiging tegen (belangen van) Europa</tuskop>
      <al>In de afgelopen rapportageperiode zijn opnieuw reisbewegingen vanuit Duitsland
richting de jihadistische strijdgebieden in Pakistan geconstateerd, waardoor
het aantal daar aanwezige jihadisten uit Duitsland verder is toegenomen. Verder
hebben verschillende Europese landen te maken met jihadisten die terugkomen
uit conflictgebieden. Van personen die in buitenlandse jihadistische kampen
zijn getraind en weer terugkeren naar Europa, kan een grote dreiging
uitgaan. Zij kunnen immers worden aangestuurd vanuit het buitenland, hebben
aangegeven een jihadistische intentie te hebben en hebben bovendien terroristische
vaardigheden opgebouwd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bovendien kunnen jihadistische groeperingen de aanwezigheid van jihadisten
uit Europa in de jihadistische strijdgebieden voor propagandadoeleinden gebruiken.
Zo is Duitsland de afgelopen rapportageperiode wederom geconfronteerd met
zeker twee videoboodschappen, waarin geradicaliseerde Duitstaligen zich met
dreigementen richten tot het Duitse publiek en zich onder andere uitspreken
tegen de Duitse militaire aanwezigheid in Afghanistan.</al>
      <tuskop letat="cur">Dreiging tegen (belangen van) Nederland</tuskop>
      <al>Zoals eerder vermeld zien internationale jihadistische groeperingen Nederland
en zijn belangen als één van hun «voorkeursdoelwitten»,
vanwege zijn militaire betrokkenheid in Afghanistan en de vermeende islambeledigingen
in Nederland. Er zijn in de afgelopen rapportageperiode echter geen concrete
aanwijzingen voor aanslagen tegen (belangen van) Nederland geconstateerd.
De waarschijnlijkheid van een jihadistische aanslag op Nederlandse belangen
is momenteel het hoogst in het buitenland. Deze dreiging doet zich vooral
voor in regio’s waar internationale jihadistische organisaties ruime
mogelijkheden hebben tot het plegen van aanslagen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dat Nederland op het netvlies van jihadisten staat, blijkt uit een op
12 april 2009 uitgebrachte video van as-Sahab, één van
de mediaorganisaties van al Qa’ida. In deze video komt een jihadist
aan het woord die in het Duits een dreiging uit aan het adres van <nadruk type="cur">met name</nadruk> Nederland en Denemarken, omdat deze landen de
profeet Mohammed beledigd zouden hebben. Dat Nederland in beeld is bij jihadisten,
wordt verder ook geïllustreerd door andere «postings» op
het internet waarin Nederland genoemd wordt dan wel beelden worden vertoond
die te relateren zijn aan Nederland.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De afgelopen rapportageperiode zijn geen reisbewegingen van jihadisten
uit Nederland naar trainingskampen geconstateerd. Er zijn wel aanwijzingen
dat in het verleden een zeer beperkt aantal personen vanuit Nederland naar
de Pakistaans-Afghaanse regio is gereisd om deel te nemen aan de internationale
gewelddadige jihad, al dan niet door aldaar een terroristische training te
ondergaan. Er zijn tot op heden geen redenen om aan te nemen dat (één
van) deze personen inmiddels (is) zijn teruggekeerd naar Nederland. De aanwezigheid
van personen uit Nederland in buitenlandse jihadistische trainingskampen en
strijdtonelen maakt een mogelijke strategische en tactische sturing van aanslagen
in Nederland mogelijk. Dit laatste geldt eveneens voor inwoners van andere
Schengenlanden die na een verblijf in een trainingskamp weer terugkeren naar
Europa en opdracht zouden krijgen een aanslag uit te voeren in Nederland.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tegenover de hierboven beschreven internationale jihadistische dreiging
staat dat wederom het overgrote deel van de Nederlandse lokale jihadistische
netwerken in een periode van relatieve rust verkeert of zijn activiteiten
richt op het buitenland.</al>
      <tuskop letat="vet">Radicalisering en polarisatie</tuskop>
      <al>De manifestatie van het salafisme in Nederland is in toenemende mate onderwerp
van (wetenschappelijk) onderzoek. Dit onderzoek heeft als doel inzichtelijk
te maken hoe salafistisch georiënteerde moslims in Nederland hun geloofsbeleving
in de praktijk invullen. Vermeldenswaardig in deze context is
het onderzoek naar de integratie en participatie van de bezoekers van het
salafistische centrum van Ahmad Salam in Tilburg. Dit onderzoek, waarvan de
resultaten in maart 2009 zijn verschenen, laat zien dat de meeste bezoekers
in meerdere of mindere mate orthodoxe denkbeelden koesteren en de strikte
leef- en denktrant aan hun dagelijks bestaan aanpassen. Dit roept het beeld
op van differentiatie in de salafistische beweging in Nederland, waar naast
onverdraagzame puristen ook veel gelovigen zijn die de leer aanpassen aan
hun dagelijks leven in een westerse samenleving.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verder probeert de radicale islamistische organisatie Hizb ut-Tahrir (HuT)
in Nederland zijn invloedssferen uit te breiden. Hierbij valt op dat de Amsterdamse
islamitische studentenvereniging Al Furqan een platform biedt aan de HuT.
Zo heeft de afgelopen rapportageperiode de voorman van de HuT op uitnodiging
van Al Furqan een lezing verzorgd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat de
studentenvereniging een platform biedt aan de HuT betekent dat deze laatste <nadruk type="cur">in potentie</nadruk> de gelegenheid heeft om haar polariserende
en activistische boodschap ook in het Nederlandse hoger onderwijs te verspreiden.</al>
      <tuskop letat="vet">Weerstand</tuskop>
      <al>Sinds begin 2006 wordt in het DTN een beeld geschetst van de gegroeide
weerbaarheid tegen radicale en extremistische geluiden binnen de Nederlandse
moslimgemeenschappen. Dit beeld is de afgelopen rapportageperiode niet veranderd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten slotte zijn de afgelopen rapportageperiode enkele personen aangehouden
in verband met de vrijlating van 2500 nertsen op 15 maart 2009. De arrestaties
zijn het eerste resultaat van de geïntensiveerde opsporing en vervolging
van dierenrechtenextremisten; een onderdeel van de integrale aanpak zoals
die wordt voorgestaan door de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en Justitie.</al>
      <tuskop letat="vet">2. TEGENGAAN RADICALISERING</tuskop>
      <tuskop letat="vet">2.1 Onderzoek</tuskop>
      <al>Begin dit jaar verscheen een literatuurstudie die een overzicht geeft
van het empirisch sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar antiterrorismebeleid
in meerdere landen over de periode 1997–2007.<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref>
De auteur toont aan dat het wetenschappelijk onderzoek naar contraterrorisme
nog in de kinderschoenen staat. Het meeste onderzoek richt zich op «single
cases»; er worden slechts zeer weinig vergelijkende studies geschreven.
Onderzoek naar de effectiviteit van CT-maatregelen lijkt zich vooral te richten
op wetgevingsaspecten en andere repressieve en beschermingsmaatregelen. Opvallend
is het ontbreken van studies naar de«zachte» maatregelen, zoals
politieke hervormingen, integratie en deradicalisering. De uitkomsten van
dit onderzoek zullen worden meegenomen als een mogelijke aanvulling op de
vigerende onderzoeksagenda voor terrorismebestrijding.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>BZK cofinanciert op ad hoc basis wetenschappelijk onderzoek op het gebied
van polarisatie en radicalisering. Daarnaast stelt BZK in samenspraak met
NCTb, WWI, AIVD en de G4 een strategische onderzoeksagenda samen op het terrein
van P&amp;R. De kennis die uit deze onderzoeken voortvloeit, zal worden ingezet
bij de analyse van radicaliseringsprocessen en bij de uitvoering van het beleid
ten aanzien van radicalisering in het kader van het Actieplan Polarisatie
en Radicalisering. </al>
      <tuskop letat="vet">2.2 Radicaliseringshaarden</tuskop>
      <al>Sinds enkele jaren worden zogenoemde radicaliseringshaarden aangepakt
om de invloed van deze haarden zo veel mogelijk te beperken. De aanpak bestaat
uit een gecoördineerde inzet van bestaande bevoegdheden en instrumenten
van de landelijke en lokale overheid. De NCTb heeft hierin een regierol, gemeenten
vervullen een regierol op lokaal niveau. Op dit terrein wordt verder samengewerkt
met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Wonen,
Werken en Integratie. De eerder geconstateerde trend van matiging bestendigt
zich in de meest recente analyses. Ook de trend van versterkte weerbaarheid,
geconstateerd in de negende voortgangsrapportage terrorismebestrijding, zet
zich door.</al>
      <tuskop letat="vet">2.3 Aanpak gebruik internet voor radicale en terroristische
doeleinden</tuskop>
      <al>Ter bestrijding van radicale uitingen en terroristische informatie op
het internet lopen diverse trajecten. Voorbeelden hiervan zijn monitoring,
surveillance en het meldpunt cybercrime (MCC). Daarnaast is een Notice-and-Take-Down-systematiek
(NTD) ontwikkeld. De werkgroep Veiligheidsrisico’s van internettoepassingen
onderzoekt welke internettoepassingen door terroristen ingezet kunnen worden
en hoe daarop het beste ingespeeld kan worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De investeringen die zijn gepleegd ter blokkering van radicale uitingen
en andere terroristische informatie hebben geleid tot de ontwikkeling van
een Notice-and-Take-Down-systematiek op basis van een gedragscode. Met deze
gedragscode hebben aanbieders van een (telecommunicatie-)dienst op internet
een eigen toegankelijke NTD-procedure voor meldingen van onrechtmatige of
strafbare content op internet. Internetpartijen kunnen een melding voortaan
altijd afdoen en zorgen dat onrechtmatige en strafbare content van internet
verwijderd wordt. De gedragscode is inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer over de negende voortgangsrapportage
terrorismebestrijding op 2 april jl. zijn vragen gesteld over de samenhang
van de NTD-code met het filteren en blokkeren van kinderporno op het internet
en de motie van het lid Gerkens, waarin de regering wordt verzocht er zo spoedig
mogelijk voor te zorgen dat het blokkeren van sites met seksueel geweld tegen
kinderen gepaard gaat met een rechterlijke toets en een onafhankelijke klachtenregeling.
Voor het zomerreces zal uw Kamer hierover per brief geïnformeerd worden.
Deze brief zal tevens ingaan op de voortgang van de inventarisatie van de
knelpunten in wet- en regelgeving bij de bestrijding van cybercrime.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland is nauw betrokken bij de internationale aanpak van het gebruik
van internet voor terroristische doeleinden. De inzet van Nederland is gericht
op het formuleren van een gezamenlijke aanpak bij de bestrijding van terroristische
content op het internet. Hiertoe neemt Nederland deel aan het Europese Check
the Web project, waarin de lidstaten kennis en analyses over terroristische
websites uitwisselen. Via een reeks expertmeetings wordt momenteel kennis
uitgewisseld over de aanpak van internet en terrorisme in Groot-Brittannië,
Duitsland, Tsjechië en Nederland. Nederland neemt het voortouw bij het
thema zelfregulering. Nederland blijft in dit kader inzetten op meer publiek-private
samenwerkingsverbanden en het stimuleren van maatregelen waaronder een NTD-systematiek
in EU-verband. </al>
      <tuskop letat="vet">3. INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN</tuskop>
      <al>Gezien de aard en omvang van de internationale terroristische dreiging,
zoals geschetst in eerdere en de meest recente DTN’s, blijven verdere
versterking van bilaterale programma’s en ondersteuning van multilaterale
instanties van belang.</al>
      <tuskop letat="vet">3.1 Bilaterale samenwerking</tuskop>
      <al>De dreiging die uitgaat van groeperingen in Noord-Afrika blijft een bron
van zorg. Om deze reden werkt Nederland met landen in deze regio samen op
diverse deelgebieden van terrorismebestrijding. De dialoog en samenwerking
tussen Nederland en Marokko op het gebied van terrorismebestrijding zijn verder
versterkt. In Marokko vinden momenteel verscheidene activiteiten plaats op
dit gebied. Een bilateraal project van de Koninklijke Marechaussee (KMar)
op het gebied van documentfraude is zojuist afgerond. De KMar verzorgde een
training voor vertegenwoordigers van de Marokkaanse autoriteiten in het herkennen
en opsporen van documentfraude en stelde hun detectieapparatuur ter beschikking.
Daarnaast loopt een project over terrorisme en internet en de effectiviteit
van het Marokkaanse tegengeluid via internet. Een Marokkaanse delegatie bezocht
recent verschillende onderdelen van het Korps Landelijke Politie Diensten
(KLPD).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens een bezoek aan Algiers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
op 28 en 29 oktober 2008 werd overeenstemming bereikt over de thematische
inhoud en de tijdsplanning voor de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding
tussen Nederland en Algerije. Het betreft onder meer zaken als het tegengaan
van radicalisering, douanesamenwerking, het herkennen en tegengaan van documentfraude,
grensbewaking, havenbeveiliging en het tegengaan van financiering van terrorisme.
Verscheidene concrete activiteiten lopen inmiddels of zijn in voorbereiding,
in het bijzonder op het gebied van opsporen en herkennen van documentfraude,
havenbeveiliging en het tegengaan van radicalisering.</al>
      <tuskop letat="vet">3.2 Europese ontwikkelingen tegen terrorisme en radicalisering</tuskop>
      <al>De Europese Unie (EU) is ook op het terrein van terrorismebestrijding
voor Nederland een belangrijk multilateraal kader voor samenwerking. De EU
antiterrorismestrategie met bijbehorend actieplan en de EU-strategie om radicalisering
en rekrutering tegen te gaan vormen de belangrijkste kaders.</al>
      <al>De regering acht het van belang dat de Europese Unie zich ook op het terrein
van contraterrorisme actief profileert in haar externe betrekkingen. Het terrorismevraagstuk
vormt een belangrijk agendapunt in het overleg van de EU met derde landen
en met andere regionale organisaties. In de afgelopen periode overlegde de
EU-troika onder andere met Canada, VS, Egypte en de Russische Federatie (RF)
over terrorismebestrijding. Op 4 en 5 mei jl. vond in Riyad (Saudie-Arabië)
het jaarlijkse overleg plaats tussen de EU en de lidstaten van de Gulf Cooperation
Council (GCC) over het tegengaan van financiering van terrorisme. Hier werd
in het bijzonder gesproken over de implementatie van de desbetreffende resoluties
van de VN-Veiligheidsraad en de relevante aanbevelingen van de Financial Action
Task Force (FATF).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast wordt ook concreet samengewerkt tussen de EU, de lidstaten van
de EU en enkele prioriteitslanden/-gebieden. De aandacht van de EU richt zich
onder andere op de Westelijke Sahel-regio. In juni 2008 vond een EU-missie
naar deze regio plaats om de bestaande capaciteit in de betreffende landen
op het terrein van terrorismebestrijding in kaart tebrengen. Thans
vindt binnen de EU overleg plaats over de meest effectieve manier om de samenwerkingsrelatie
met landen in deze regio verder vorm te geven. Naar aanleiding van de uitkomsten
van een EU-missie naar Pakistan in maart 2009, wordt tussen EU-lidstaten en
Pakistan overleg gevoerd over technische samenwerking.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder het Franse voorzitterschap van de Europese Unie zijn het Europese
Actieplan dat ziet op bestrijding van Radicalisering en Rekrutering en de
daarbij behoren Strategie herzien. Ten opzichte van de vorige versie van het
Actieplan is er weinig veranderd. De belangrijkste wijzigingen betreffen extra
aandacht voor de Media Communicatie Strategie en een minder exclusieve focus
op islamistisch extremisme. Frankrijk heeft zijn uiterste best gedaan om het
actieplan ook toe te snijden op het tegengaan van radicalisering in andere
kringen, bijvoorbeeld: rechtsextremisme, dierenrechtenextremisme, linksradicalisme,
of nationalistisch getint extremisme. Op Nederlands aandringen zal in de toekomst
extra aandacht worden besteed aan onderzoek naar processen van deradicalisering
en, indien mogelijk, aan mogelijk overheidsbeleid om deze processen te doen
versnellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Counter Terrorism Coordinator (CTC) van de Europese Unie heeft in 2008
een vijftal lidstaten benaderd om het voortouw te nemen bij de implementatie
van het actieplan. Het gaat om:</al>
      <al>• Zweden – «Community policing»;</al>
      <al>• Het Verenigd Koninkrijk – Media Communciatie Strategie en
de ontwikkeling van een «counter narrative»;</al>
      <al>• Duitsland – Internet;</al>
      <al>• Spanje – Opleiding van imams; en</al>
      <al>• Nederland – Brede lokale aanpak.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels heeft Denemarken de leiding genomen op het terrein van deradicalisering –
in het bijzonder deradicalisering van jongeren. Het Deense project beoogt
praktische instrumenten te ontwikkelen – zoals coachingstechnieken –
die ingezet kunnen worden om deze jongeren los te weken uit hun omgeving en
te laten deradicaliseren. Daarnaast wordt beoogd het contact tussen rechtshandhavinginstanties
en gemeenten op dit terrein te verbeteren. Vanuit het actieplan Polarisatie
en Radicalisering van het ministerie van BZK heeft Nederland in dit kader
in samenwerking met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk midden februari te
Berlijn een conferentie georganiseerd over radicalisering. Verder zal vanuit
het actieplan een internationale stedenconferentie worden georganiseerd gericht
op de uitwisseling van kennis en ervaringen met de lokale aanpak van radicalisering.
De conferentie richt zich op professionals die op lokaal niveau bezig zijn
met de aanpak van polarisatie en radicalisering.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot valt te melden dat de Europese Unie onder het Zweedse Voorzitterschap
een vervolgprogramma zal opstellen voor het Haags Programma dat in 2004 onder
Nederlands Voorzitterschap tot stand is gekomen. Dit zal het Stockholm-programma
gaan heten. De Europese Commissie bracht medio juni haar Mededeling uit inzake
dit programma, waarin zij uiteenzet wat volgens haar in dit programma moet
worden opgenomen.</al>
      <tuskop letat="vet">3.3 Verenigde Naties</tuskop>
      <al>Een delegatie onder leiding van Mike Smith, sinds november 2007 Executive
Director van het Counter-Terrorism Executive Directorate (CTED) van de VN,
bracht op 4 en 5 februari jl. een bezoek aan Nederland. Centraal stond
de monitoring van de implementatie op nationaal en EU-niveau van antiterrorisme
wet- en regelgeving volgens VNVR resoluties 1373 («on criminalizing
the financing of terrorists») en 1624 («on incitement to commit acts of terrorism»). Het hoofdonderwerp van het bezoek
was de financiering van terrorisme. Daarnaast was er aandacht voor ons contraterrorismebeleid
in het algemeen, deradicalisering en technische assistentie op deze thema’s.
Smith werd geïnformeerd over de Nederlandse praktijk naar aanleiding
van de verplichtingen die voortvloeien uit VN-resolutie 1373, zoals het bevriezingsoverleg
en het protocol waarin de procedures voor listing en delisting staan beschreven.
In een gesprek met het bankwezen kwamen een aantal Nederlandse «best
practices» aan de orde zoals de cliëntacceptatie (screening vooraf)
en de transactieblokkades. In een eerste rapportage toont de CTED zich positief
over de Nederlandse procedures omtrent de uitvoering van de VN-resoluties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de tiende zitting van de Mensenrechtenraad in Genève (2–27 maart
2009) werd de resolutie «Mensenrechten en het tegengaan van terrorisme»
aangenomen. Mede dankzij de inzet van Nederland en andere EU-lidstaten onderstreept
deze resolutie het belang van rechtsbescherming bij het plaatsen op en verwijderen
van de VN-terrorismelijsten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland heeft in het kader van de implementatie van de VN-strategie
de werkgroep gefinancierd die een studie heeft verricht naar de wijze waarop
het gebruik van Internet voor terroristische doeleinden en radicalisering
wereldwijd kan worden tegengegaan. De studie geeft een overzicht van «best
practices» van lidstaten rond het tegengaan van het gebruik van internet
voor terroristische doeleinden en radicalisering. De studie komt tot de conclusie
dat technische oplossingen om het gebruik van internet voor de genoemde doeleinden
te verminderen niet de enige en ook niet de belangrijkste bijdrage is aan
de oplossing van het vraagstuk. Aanvullende beleidslijnen, zoals het ontwikkelen
van een inhoudelijk weerwoord en internationale afspraken over de (on)toelaatbaarheid
van bepaalde inhoud, zijn van groot aanvullend belang. De CTITF van de VN
heeft een vervolg op de studie, in projectvorm, gepresenteerd. Dit project
voorziet in een aantal bijeenkomsten, waarin op onderdelen de inhoud van het
rapport en de beleidsaanbevelingen met VN-lidstaten worden besproken. Dit
zal er toe moeten leiden dat meer VN-lidstaten, met gebruikmaking van de ervaringen
van anderen, een eigen beleid ontwikkelen op het gebied van internet in relatie
tot terrorismebestrijding en radicalisering. Ook wordt gestreefd naar betere
internationale afspraken over de samenwerking bij de uitvoering van het beleid.</al>
      <tuskop letat="vet">3.4 Terrorismelijsten in Europese Unie en Verenigde
Naties</tuskop>
      <al>In de voorafgaande Voortgangsrapportages bent u geïnformeerd over
de verbeteringen van de procedurele rechtswaarborgen van personen en organisaties
die op de EU- en VN-terrorismelijst zijn geplaatst. Belangrijk is in dit verband
dat de VNVR-resolutie 1822, die in juni 2008 werd aangenomen, al enkele beperkte
verbeteringen van het VN-sanctiesysteem bevat, waaronder in het bijzonder
een reguliere herziening van de plaatsingen op de VN-sanctielijst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In januari jl. stemde de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van
de Europese Unie (RAZEB) in met de vaststelling van de herziene EU-lijst van
terroristische organisaties, waarvan de Iraanse MKO (Mujahedin-e Khalq Organisatie)
is verwijderd. Deze verwijdering vloeit rechtstreeks voort uit de uitspraak
van het Gerecht van Eerste Aanleg op 4 december 2008. In een verklaring
benadrukte de Raad dat als er essentiële nieuwe informatie beschikbaar
zou komen, de Raad zou kunnen bezien of terugplaatsing op de lijst tot de
mogelijkheden behoort.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor wat betreft de VN-terrorismelijst zoekt Nederland met een aantal
gelijkgestemde landen naar mogelijkheden de rechtsbescherming voor individuen
en organisaties die op deze lijst zijn geplaatst te verbeteren, vooral waar
het de procedures voor «delisting» betreft. Nederland zet zich
daarbij in voor de creatie van een onafhankelijk adviespanel dat de Veiligheidsraad
kan adviseren bij de besluitvoming.</al>
      <tuskop letat="vet">4. INSTRUMENTEN EN ORGANISATIE</tuskop>
      <tuskop letat="vet">4.1 Security awareness</tuskop>
      <al>De vergroting van security awareness – veiligheidsbewustzijn –
bij diverse maatschappelijke actoren is een belangrijk thema. Security bij
(vitale) bedrijven en instellingen wordt momenteel veelal belegd bij de verantwoordelijke
professionals. Zo zijn met de sectoren van het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding
(ATb) afspraken gemaakt over te treffen maatregelen bij een terroristische
dreiging, teneinde de sectoren weerbaarder te maken. Personeel dat werkzaam
is binnen de beveiligde gebieden van de Nederlandse luchthavens is zelfs verplicht
een security awareness training te volgen alvorens ze op de luchthaven mogen
werken. Niet elke medewerker is zich echter altijd bewust van het feit dat
ook hij een belangrijke bijdrage kan leveren aan de veiligheid op en rond
het eigen bedrijf. Naast het bewuster handelen op diverse veiligheidsaspecten
kan de medewerker, vaak als eerste, afwijkend gedrag of een afwijkende situatie
signaleren in de eigen werkomgeving. Medewerkers kunnen zo hun bijdrage leveren
in het onderzoek naar terrorisme en daarnaast met dit bewustzijn ook andere
zaken aan het licht brengen, zoals criminaliteit. Het voornemen is om de verschillende
vitale bedrijfssectoren (ATb-sectoren en CBRN-instellingen) de helpende hand
te bieden om alertheid onder medewerkers te blijven stimuleren. Belangrijk
voor de diverse bedrijfssectoren is dat actuele kennis en concrete handelingsperspectieven
over dit thema naar eigen inzicht kunnen worden ingevoegd in de eigen opleidingstrajecten.
Bij veiligheidsbewustzijn gaat het immers om lange termijn planning en structurele
aandacht voor het onderwerp.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Momenteel ontwikkelt de NCTb ook een «security awareness tool»
voor bedrijven, aangesloten bij het ATb en CBRN-instellingen. Met deze «tool»
worden bedrijven en instellingen aangezet tot het opzetten van een security
awareness programma waarin de eigen werknemers:</al>
      <al>• Bewust worden van het eigen onveilige gedrag;</al>
      <al>• Afwijkend gedrag bij een ander leren herkennen, en;</al>
      <al>• Handelingsperspectieven worden aangeboden.</al>
      <al>Met deze security awareness tool wordt getracht de weerstand tegen een
terroristische dreiging en andere vormen van criminaliteit te verhogen.</al>
      <tuskop letat="vet">4.2 Beveiliging burgerluchtvaart</tuskop>
      <tuskop letat="cur">4.2.1 Passenger Name Records (PNR)</tuskop>
      <al>Onder het Tsjechische voorzitterschap zijn de besprekingen over het voorstel
met betrekking tot de oprichting van een EU-systeem voor de uitwisseling van
Passenger Name Records (PNR) voortgezet. Een van de doelstellingen van het
voorstel is het bestrijden van terrorisme.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoewel de onderhandelingen vorderen, is er nog een aantal punten waarover
discussie nodig blijft, zoals:</al>
      <al>• Reikwijdte en doelbinding van het voorstel;</al>
      <al>• Dataprotectie;</al>
      <al>• Samenstelling van de lijst met data die verzameld worden door de
Passenger Information Units (PIU’s); </al>
      <al>• Werkwijze bij het opvragen van de data;</al>
      <al>• Stapsgewijze aanpak met als doel uiteindelijk alle PNR-data te
verzamelen die onder het kaderbesluit vallen;</al>
      <al>• Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de PIU’s, en;</al>
      <al>• De totstandkoming van risicoanalyses.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de laatste stand van zaken is uw Kamer geïnformeerd tijdens
het algemeen overleg van 11 maart jongstleden.</al>
      <tuskop letat="cur">4.2.2 Body scanner</tuskop>
      <al>De aard van de terroristische dreiging die is gericht tegen de burgerluchtvaart
is de afgelopen jaren sterk gewijzigd. Derhalve wordt gezocht naar apparatuur
die deze nieuwe dreiging zo goed mogelijk afdekt. De bodyscanner is een voorbeeld
van dergelijke apparatuur en maakt een significante verbetering van de beveiliging
mogelijk. Op Schiphol worden op verschillende locaties als proef bodyscanners
ingezet voor zowel beveiligingscontroles als douanecontroles. Tijdens de proef
krijgen de passagiers de keuze tussen de reguliere controle en de security
scan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Europees Parlement heeft in 2008 een motie aanvaard waarin de Europese
Commissie wordt verzocht een aantal aspecten rondom het gebruik van bodyscanners,
waaronder privacy, verder uit te werken alvorens de inzet van bodyscanners
bij reguliere beveiligingscontroles op luchthavens kan worden goedgekeurd.
De Europese Commissie heeft een werkgroep ingesteld die deze aspecten verder
aan het uitwerken is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de huidige proef met bodyscanners op Schiphol zijn alle denkbare zorgvuldigheidseisen
ingebouwd om identificatie – hetzij gericht, hetzij toevallig –
uit te sluiten. Beelden worden niet opgeslagen of bewaard, beelden worden
niet in verband gebracht met of gekoppeld aan enig ander persoonsgegeven en
de bodyscan is fysiek en ICT-technisch gescheiden uitgevoerd van alle andere
informatieverwerkingssystemen. Daarnaast zijn alle nodige maatregelen genomen
om het beeld van de gezichten van de personen niet zichtbaar te maken op het
beeldscherm en om visueel contact tussen de beeldanalist en de gecontroleerde
personen te voorkomen.</al>
      <tuskop letat="vet">4.3 CBRN-terrorisme</tuskop>
      <al>Gezien de disproportionele effecten die een aanslag met chemische, biologische,
radiologische of nucleaire (CBRN-)middelen teweeg kan brengen is een gecoördineerde
inspanning op nationaal niveau noodzakelijk, gericht op het minimaliseren
van de kans op CBRN-terrorisme.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het reeds ingezette traject dat gericht is op weerstandsverhoging bij
risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen – zoals ziekenhuizen, laboratoria
en universiteiten – ligt op koers. Dit traject loopt in de periode 2008–2013.
Implementatie bij een deel van de objecten is gestart. Er is een begin gemaakt
met de versterking van de mogelijkheden voor (forensisch) onderzoek op dit
gebied. In aanvulling op deze maatregelen zal in 2009 binnen de security-awareness
voorlichtingsactiviteiten, als elders gemeld in deze voortgangsrapportage,
een specifieke component CBRN-awareness worden opgenomen. Deze is gericht
op instellingen waar met CBRN-kennis en of CBRN-agentia wordt gewerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De interdepartementale inspanning gericht op versterking van de security
van biologische agentia wordt gecontinueerd. Momenteel wordt bezien op welke
wijze een biosecurityregime kan worden vormgegeven. Hierbij zijn het ministerie
van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Volkshuisvesting
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) betrokken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om grenscontrole te versterken wordt in een innovatief project gewerkt
aan inrichting van een test CBRN-E-controlestraat op Schiphol, waarmee detectie
van goederenstromen kan worden geoptimaliseerd. Ook detectie van (zelfgemaakte)
explosieven wordt meegenomen. In 2010 zullen de testresultaten bekend zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland is dit jaar gastland voor de jaarlijkse plenaire GICNT-bijeenkomst
(juni) en een internationale GICNT-oefening (november). Het Global Initiative
to Combat Nuclear Terrorism is een internationaal mondiaal samenwerkingsverband
gericht op het bestrijden en voorkomen van nucleair terrorisme.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot kan worden gemeld dat de Europese Commissie momenteel prioriteit
geeft aan CBRN-security. In parallelle werkverbanden gericht op de verschillende
stoffen (C, B en R/N) worden momenteel (beleids)maatregelen ontwikkeld die
in 2009 kenbaar zullen worden gemaakt. Op 24 juni 2009 wordt hier een
voorschot op genomen door de Europese Commissie met de presentatie van het
CBRN Policy Package.</al>
      <tuskop letat="vet">4.4 Zelfgemaakte explosieven</tuskop>
      <al>Het Nederlandse project «zelfgemaakte explosieven» is opgezet
naar aanleiding van de observatie dat het merendeel van alle (pogingen tot)
aanslagen in Europa plaatsvindt met explosieven op basis van vrij verkrijgbare
chemicaliën. Het doel van het project is om de fabricage en inzet van
zelfgemaakte explosieven te bemoeilijken. De Nederlandse aanpak van (zelfgemaakte)
explosieven loopt parallel aan het Europees Actieplan over veiligheid van
explosieven dat op 18 april 2008 door de Europese Raad van ministers
van Justitie en Binnenlandse Zaken in Europa is goedgekeurd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland zet zich maximaal in om eventueel komende Europese regelgeving
zo effectief en proportioneel mogelijk te laten zijn. In oktober 2008 en februari
2009 zijn hiertoe internationale expertmeetings georganiseerd. Vooruitlopend
op een oplossing op EU-niveau worden voorlopige maatregelen getroffen op nationaal
niveau. Hierbij zijn voor de meest risicovolle precusoren door VROM en NCTb
op vrijwillige basis concrete (beveiligings)afspraken gemaakt met relevante
publieke en private actoren. Daarnaast is een samenwerking tussen het KLPD
en de Fiscale Opsporings- en Inlichtingendienst-Economische Controle Dienst
(FIOD-ECD) gerealiseerd waardoor de meldingen op het vlak van drugs- en terrorismegerelateerde
precursoren door bedrijven en particulieren bij één centraal
meldpunt kunnen worden gemeld. Dit is het Meldpunt verdachte transacties chemicaliën
(040-2916000). In de tweede helft van 2009 start hiervoor een pilot. Daarnaast
starten op korte termijn gerichte voorlichtingsactiviteiten voor specifieke
doelgroepen van bedrijven . Tot slot wordt door de politie gewerkt aan de
geconstateerde problemen rond een politieveiligheidssysteem voor explosieven.
Een door deskundigen en ketenpartners gedragen noodoplossing moet op korte
termijn operationeel zijn.</al>
      <tuskop letat="vet">4.5 Studie- en kennismigratie</tuskop>
      <al>Recente arrestaties in het Verenigd Koninkrijk in april jl. wijzen wederom
op de noodzaak de veiligheidsrisico’s rond studie- en kennismigratie
zoveel mogelijk te beperken. Van de 12 terrorismeverdachten die werden opgepakt bleken er 11 op een studentenvisum het Verenigd Koninkrijk
te zijn binnengekomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Reeds in de blauwdruk «Naar een modern migratiebeleid»<voetref refid="v12.1" nr="1"></voetref>, die door de staatssecretaris van Justitie aan uw Kamer
is aangeboden, werd in paragraaf 7.3.1 gewezen op dergelijke veiligheidsrisico’s
voor Nederland. De NCTb werkt samen met partners binnen en buiten de rijksoverheid
om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten behoeve van meer trendmatig inzicht in de inen uitstroom van studie-
en kennismigranten is door OCW, NCTb, koepelorganisaties van de kennisinstellingen
en onderwijsinstellingen de beschikbare informatie in kaart gebracht en ter
beschikking gesteld aan de relevante partijen. De IND heeft het afgelopen
jaar onderzoek verricht naar de uitval van Pakistaanse studenten en extra
controles uitgevoerd op deze doelgroep. Ook verbetert de IND het inzicht in
de uitval van buitenlandse studenten door periodieke overzichtsrapportages
voor de betrokken (overheids)partijen op te stellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>IND, AIVD en NCTb doen onderzoek naar de mogelijkheden van het opstellen
van indicatoren voor (mogelijke) risico’s die studenten en kennismigranten
meebrengen, ten behoeve van een meer gerichte controle op risico’s voor
de nationale veiligheid. Hierbij wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van ervaringen
in het buitenland. Ook wordt bij de uitwerking van de erkenningsystematiek
bezien of meer aandacht moet worden besteed aan veiligheidsaspecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten behoeve van bewustwording onder diverse contactfunctionarissen (bijvoorbeeld
bij kennis- en onderwijsinstellingen) ten aanzien van signalen die kunnen
wijzen op radicalisering of op andere risico’s voor de nationale veiligheid,
worden door de NCTb en OCW in samenwerking met enkele onderwijsinstellingen
de mogelijkheden verkend om voorlichtingsmateriaal te ontwikkelen. Hierbij
wordt voor zover mogelijk aangesloten bij de elders in deze rapportage genoemde
voorlichtingsactiviteiten rond security awareness. NCTb en AIVD hebben in
verschillende sessies met (vertegenwoordigers van) onderwijsinstellingen gerichte
voorlichting verzorgd.</al>
      <tuskop letat="vet">4.6 Uitwerking motie-Pechtold</tuskop>
      <al>In de 9e voortgangsrapportage hebben wij u op de hoogte gesteld van de
uitwerking van de motie Pechtold inzake een onderzoek naar het Nederlandse
terrorismebeleid. Daarin werd aangegeven dat de commissie onder voorzitterschap
van de heer mr. J. J. H. Suyver op 1 oktober jl. haar werkzaamheden
is gestart. Inmiddels heeft de commissie op 13 mei jl. haar rapport aan
de opdrachtgevers aangeboden. Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen
van de kabinetsreactie op het rapport. Tijdens een algemeen overleg met uw
Kamer op 2 april jl. hebben wij u bericht dat wij u het rapport van de
commissie en de kabinetsreactie voor het zomerreces van 2009 zullen doen toekomen.</al>
      <tuskop letat="vet">4.7 Monitoring Wet ter verruiming mogelijkheden tot
opsporing en vervolging van terroristische misdrijven</tuskop>
      <al>Op 1 februari 2007 is de Wet ter verruiming van de mogelijkheden
tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in werking getreden
(Stb. 2006, 580). De werking van de wet wordt met behulp van twee instrumenten
onderzocht: monitoring en evaluatie. De evaluatie zal vijf jaar na de inwerkingtreding
plaatsvinden. Voorts vindt elk lopend jaar een monitoronderzoek plaats waarover
aan beide Kamers der Staten-Generaal wordt gerapporteerd. Het
eerste monitorrapport is op 18 mei jl. tezamen met de reactie van het
kabinet aan uw Kamer aangeboden. Het eerste monitorrapport betreft de periode
van februari 2007 tot februari 2008. Het gaat hier om de eerste, voorlopige
bevindingen van de toepassing van de betreffende wet. Dit eerste monitoronderzoek
was gericht op de implementatie van de nieuwe regelgeving en de eerste toepassing
hiervan in de praktijk. De tweede rapportage zal eind 2009 aan uw Kamer worden
aangeboden.</al>
      <tuskop letat="vet">4.8 Stichtingen</tuskop>
      <al>Tijdens het Algemeen Overleg over de negende voortgangsrapportage terrorismebestrijding
op 2 april jl. is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het
wetsvoorstel dat de publicatieplicht ten aanzien van de financiële stukken
van stichtingen regelt. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd fraude en misbruik
door rechtspersonen tegen te gaan, zowel uit het oogpunt van financieel-economische
criminaliteit als uit het oogpunt van terrorismefinanciering. Deze voorgestelde
publicatieplicht stelt de overheid beter in staat tot doorlopend repressief
toezicht op stichtingen. Daarnaast hebben ook donateurs en handelspartners
baat bij het openbaar maken van financiële stukken. Het wetsvoorstel
zal na advisering door de Raad van State dit jaar worden ingediend uw Kamer.</al>
      <tuskop letat="vet">5. VEILIGHEIDSMAATREGELEN</tuskop>
      <tuskop letat="vet">5.1 Bewaken en beveiligen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">5.1.1 Afghanistan-conferentie</tuskop>
      <al>Vanuit de NCTb is de Eenheid Bewaken en Beveiligen (EBB) nauw betrokken
geweest bij de organisatie van de beveiliging van de Afghanistan-conferentie
op 31 maart 2009 in Den Haag. Vrijwel alle delegaties zijn gedurende
hun aanwezigheid in Nederland beveiligd. Samen met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
en de politie is de dreiging ingeschat voor alle afzonderlijke delegaties
die de bijeenkomst hebben bezocht en voor het evenement als geheel. Op basis
daarvan heeft de EBB de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen geadviseerd.
In nauwe samenwerking met het ministerie van BZ, de gemeente Den Haag, de
KMar, Politie Haaglanden en het KLPD, zijn deze maatregelen vormgegeven. Voor
de beveiliging van het evenement is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de
normale structuren zoals die bij soortgelijke evenementen gelden. Om de samenwerking
te optimaliseren zijn de verschillende draaiboeken en overlegstructuren op
elkaar afgestemd. De verantwoordelijke organisaties hebben om de dag een afstemmingsoverleg
gehouden over de beveiliging. Op deze manier is een optimale samenhang gewaarborgd
van de interne, externe en persoonsbeveiligingsmaatregelen. De conferentie
is zonder veiligheidsincidenten verlopen.</al>
      <tuskop letat="cur">5.1.2 Beveiliging verkiezingen Europees Parlement</tuskop>
      <al>Op 4 juni 2009 hebben in Nederland de verkiezingen voor het Europees
Parlement plaats gevonden. Teneinde de verkiezingen en de voorafgaande campagneperiode
veilig en ongestoord te laten verlopen had de EBB extra aandacht voor de veiligheidssituatie
van de deelnemende kandidaten. De aanpak is gebaseerd op de ervaringen met
de wijze van beveiligen tijdens de Tweede Kamer-verkiezingen in november 2006.
Gebleken is dat vrijwel alle partijen naar aanleiding van de vorige verkiezingen
een contactpersoon hebben aangewezen voor de beveiliging. Tevens kan worden
geconstateerd dat het beveiligingsbewustzijn bij de landelijke
politieke partijen is toegenomen.</al>
      <al>De verkiezingen zijn zonder veiligheidsincidenten verlopen.</al>
      <tuskop letat="cur">5.1.3 Libanon-tribunaal</tuskop>
      <al>Op 1 maart 2009 is in Leidschendam-Voorburg het Speciaal Tribunaal
voor Libanon officieel geopend. Het tribunaal is gehuisvest in het gebouw
waar de AIVD voorheen gevestigd was. De dreigingen en risico’s die met
de vestiging van dit tribunaal in Nederland zijn gemoeid, worden door de NCTb
nauwgezet gevolgd in samenwerking met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
en andere informatiepartners. Inmiddels heeft de NCTb beveiligingsmaatregelen
gerealiseerd rond het tribunaal.</al>
      <tuskop letat="cur">5.1.4. Grensoverschrijdende beveiliging van bedreigde
personen in Europa</tuskop>
      <al>Op 26 mei 2008 informeerde de minister van Justitie uw Kamer per
brief dat hij eind februari 2008 en marge van de JBZ-Raad aan zijn Europese
ambtsgenoten had voorgesteld tot afspraken te komen rond de beveiliging van
bedreigde personen die deelnemen aan het publieke debat, zodat bij reizen
naar dan wel verblijf in een andere lidstaat en indien de noodzaak daartoe
bestaat, zorggedragen kan worden voor een zorgvuldige overdracht van de beveiliging
van die personen.<voetref refid="v14.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er bestonden hieromtrent al EU-afspraken over personen met een officiële
functie voor de staat. Het voorstel dat Nederland in de tweede helft van 2008
aan de lidstaten heeft voorgelegd breidt deze afspraken uit door personen
zonder officieel ambt die vanwege hun bijdrage aan het publieke debat persoonsbeveiliging
van de overheid ontvangen en die reizen naar andere lidstaten van de Unie
hieraan toe te voegen. Het voorstel behelst een wijziging van het besluit
tot oprichting van een Europees netwerk voor de bescherming van prominenten
uit 2002.<voetref refid="v14.2" nr="2"></voetref> Wanneer de wijziging wordt aangenomen,
zullen lidstaten elkaar voortaan over bezoeken van beveiligde personen informeren,
met of zonder officieel ambt. Hierbij wordt tevens informatie verstrekt over
beveiligingsmaatregelen. Belangrijk uitgangspunt blijft dat iedere lidstaat
zelf verantwoordelijk is voor het beleid over en de uitvoering van beveiliging
van bedreigde personen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op ambtelijk niveau werd begin 2009 overeenstemming bereikt. Tevens heeft
het Europees Parlement over de wijziging van het besluit uit 2002 een positief
advies uitgebracht. Tot slot ging de JBZ-raad van juni akkoord met deze wijziging.</al>
      <tuskop letat="vet">5.2 Cameratoezicht</tuskop>
      <tuskop letat="cur">CTOV</tuskop>
      <al>Het programma Cameratoezicht in het Openbaar Vervoer (CTOV) geeft een
impuls aan het cameratoezicht voor de beveiliging van de voor terroristische
aanslagen kwetsbare sector openbaar vervoer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het programma heeft tot doel het vergroten van de maatschappelijke veiligheid
in het openbaar vervoer met de inzet van cameratoezicht, onder andere ten
behoeve van het voorkomen van terroristische aanslagen en het versnellen van
de opsporing.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Centraal bij de uitvoering staat de samenwerking tussen de betrokken actoren
op de locaties. Camera’s zijn het middel, het vergroten van veiligheid is het doel. Het veiligheidsgevoel van burgers is overigens niet
een van de primair beoogde doelen van het programma.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de zeven locaties wordt per project circa drie miljoen euro toegekend.<voetref refid="v15.1" nr="1"></voetref> Daarnaast is aan een landelijk OV-project ongeveer 4
miljoen euro toegekend. Binnen dit deel van het subsidieprogramma is na een
zorgvuldige planningsen voorbereidende fase, in mei dit jaar gestart met de
daadwerkelijke aanvang van de inrichting van de cameratoezichtssystemen.</al>
      <tuskop letat="cur">GMI</tuskop>
      <al>Daarnaast wordt de Gemeenschappelijke Meldkamer Infrastructuur (GMI) op
de luchthaven Schiphol uitgevoerd. Dit project is gestart door het platform
Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (BPVS) waarin alle bij de veiligheid
op Schiphol betrokken partijen zitting hebben. Het BPVS is opgericht naar
aanleiding van de conclusies van de Commissie Oort die de diamantroof onderzocht
die in februari 2005 op Schiphol plaatsvond. Voor de GMI is ruim vier miljoen
euro aan subsidie beschikbaar. Dit project bevindt zich in een afrondende
fase. De gehele infrastructuur is aangelegd. Per april 2009 zijn cameraprojecten
gereed met betrekking tot: kentekenherkenning, opstelplaatsen van de vliegtuigen,
de NS perrons, transport en expeditiestraten, voorplein, crewcenter, Plaza,
de pieren en de gates, de vrachtplatformen, spottersplaatsen, bagage reclaimgebied
en bagagekelders. Deze locaties zijn gekozen op basis van de beheersing van
de veiligheid- en beveiligingsrisico’s als gevolg van terrorisme en
criminaliteit. Nu is het zaak om te zorgen dat deze technische mogelijkheden
optimaal worden benut.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor zowel CTOV als GMI geldt dat het effect van cameratoezicht meerledig
is. In het algemeen kan gezegd worden dat cameratoezicht in de preventieve
en handhavingsfase met name de efficiëntie van het toezicht bevordert.
Kort gezegd komt het erop neer dat meer gedaan kan worden met dezelfde personele
capaciteit, mits de systemen over «intelligente» software beschikken
en goed op elkaar en op de behoeften en werkwijze van handhavingsbeambten
zijn afgestemd. In het geval van een calamiteit wordt de «situation
awareness» substantieel vergroot. Dat wil zeggen dat het overzicht van
de situatie beter wordt en hulpverleners daardoor effectiever kunnen optreden.
In de repressieve fase kunnen de beelden van de camera’s bijdragen aan
het versnellen van het opsporingsproces.</al>
      <tuskop letat="vet">6. REAGEREN OP CRISIS</tuskop>
      <tuskop letat="vet">6.1 Evaluatie terrorismedreiging Amsterdam</tuskop>
      <al>De uitvoering van de aan uw Kamer toegezegde evaluatie van de terrorismedreiging
op 12 maart 2009 in Amsterdam is gestart. De centrale onderzoeksvraag
luidt: Hoe verliepen de informatievoorziening, samenwerking, besluitvorming
en communicatie tijdens en in de afhandeling van de terrorismedreiging op
12 maart 2009 en welke lessen kunnen hieruit worden geleerd? Zoals aan
uw kamer is toegezegd tijdens het Algemeen Overleg van 2 april jongstleden,
zal in de evaluatie in ieder geval aandacht worden besteed aan communicatie,
nazorg en de lokale driehoek. Er wordt naar gestreefd om de evaluatie af te
ronden voor het zomerreces van uw Kamer. </al>
      <tuskop letat="vet">6.2 Alerteringssysteem terrorismebestrijding (ATb)</tuskop>
      <al>Inmiddels zijn de regiobijeenkomsten in het kader van het Alerteringssysteem
Terrorismebestrijding (ATb) afgerond. De belangrijkste conclusies zijn:</al>
      <al>• De bijeenkomsten zijn goed bezocht, door alle partijen;</al>
      <al>• De bijeenkomsten voorzagen duidelijk in een behoefte;</al>
      <al>• Inmiddels is duidelijk geworden dat in de nabije toekomst de veiligheidsregio
het aanspreekpunt zal zijn voor dergelijke bijeenkomsten, en;</al>
      <al>• Minstens 1 keer per 2 jaar dient een regioronde gehouden te worden
teneinde alle betrokken partijen ook daadwerkelijk betrokken te houden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede naar aanleiding van de regiobijeenkomsten en het rapport van de Algemene
Rekenkamer wordt momenteel gewerkt aan het ontwikkelen van een instrument
om vast te stellen in hoeverre de betrokken partijen op decentraal niveau
nadere afspraken in het kader van het Alerteringssysteem hebben gemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals vermeld in paragraaf 5.1 wordt momenteel gewerkt aan een security
tool voor bedrijven die zijn aangesloten bij het ATb en voor CBRN-instellingen.</al>
      <tuskop letat="vet">6.3 Oefenen</tuskop>
      <al>Een van de pijlers van het Alerteringssysteem terrorismebestrijding is
een gedegen oefenprogramma. De ATb-oefencyclus bestaat per aangesloten sector
uit drie onderdelen. Allereerst vindt er een algemene, inleidende workshop
plaats. Vervolgens is er een «tabletop»-oefening waarbij de besluitvormingsprocedures
beoefend worden. Ten slotte vindt een operationele oefening plaats waarbij
de veiligheidsprocedures en de te nemen maatregelen daadwerkelijk in de praktijk
worden uitgevoerd. Inmiddels is de eerste oefencyclus afgerond voor de sectoren
Spoor, Drinkwater, Luchthavens, Nucleair, Gas, Elektriciteit en Stadsen Streekvervoer.
In juni 2009 zal een veldoefening worden gehouden voor de sector Financieel
en eind 2009 zullen de sectoren Zeehavens en Olie en Chemie worden geoefend.</al>
      <tuskop letat="vet">6.4 Stelsel Speciale Eenheden</tuskop>
      <al>Op 14 juli 2008 is het rapport van de commissie ter evaluatie van
de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden – ook wel genoemd «de
commissie Dessens» – tezamen met een kabinetsreactie op het rapport,
aan uw Kamer gestuurd. Het stelsel functioneerde volgens de commissie «naar
behoren». Het stelsel zou volgens de commissie echter op een aantal
punten nog beter kunnen functioneren. Deze punten hadden primair betrekking
op de samenwerking tussen de eenheden binnen het stelsel. In haar rapport
deed de commissie daar enkele aanbevelingen voor, die op dit moment worden
uitgewerkt. De verwachting is dat de implementatie van alle aanbevelingen
uit het rapport voor de zomer van 2009 zal zijn afgerond. Met betrekking tot
de belangrijkste aanbevelingen kan de volgende stand van zaken worden gegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De commissie Dessens adviseerde om aan de DSI de status van aanhoudings-
en ondersteuningseenheid (AOE) te verstrekken. Op 11 februari 2009 is
bij het KLPD de AOE-KLPD ingesteld. Deze eenheid bestaat uit personeel van
de DSI, maar betreft een zelfstandige juridische entiteit met eigen taken,
die wordt ingezet op een andere juridische grondslag dan die waarop het optreden
van de DSI plaatsvindt. Hiermee is voldaan aan de aanbeveling
van de commissie. Op uitvoeringsniveau zijn de benodigde afspraken gemaakt,
inhoudende dat het AOE-KLPD, naast het verlenen van wederzijdse assistentie
aan andere AOE’en, in principe alle AOE-inzetten van de Nationale Recherche
zal gaan verrichten. De verwachting is dat het hierbij gaat om ongeveer 60
inzetten op jaarbasis.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De commissie Dessens adviseerde voorts om het stelsel van speciale eenheden
om te vormen tot een, door de commissie zo genoemd, «dakpanmodel».
Dit betreft een stelsel waarbinnen de verschillende eenheden binnen het stelsel
elkaar structureel gaan ondersteunen en van elkaar gaan leren. Voor de invulling
van deze aanbeveling is inmiddels een opleidingsplan gemaakt, inhoudende dat
personeel van de AOE’en de mogelijkheid zal worden geboden om opgeleid
te worden tot «interventiespecialist». Het doel is dat deze opleiding
nog in 2009 wordt gestart. Per jaar zullen één of twee opleidingen
tot interventiespecialist gegeven worden, in gezamenlijkheid door de DSI van
het KLPD en de Unit Interventie Mariniers (UIM) van het ministerie van Defensie.
Hierdoor kan de capaciteit van de DSI snel worden uitgebreid, mocht dit in
voorkomend geval noodzakelijk zijn. Daarenboven zal personeel van de AOE’en
en van de DSI structureel de mogelijkheid worden geboden om bij elkaar stages
te lopen. Ook zal worden gerealiseerd dat de specialismen die bij de UIM beschikbaar
zijn eenvoudiger ter ondersteuning van de andere eenheden binnen het stelsel
kunnen worden ingezet.</al>
      <tuskop letat="vet">7. COMMUNICATIE EN VOORLICHTING</tuskop>
      <al>In 2009 wordt geen voortzetting gegeven van de massamediale campagne «Nederland
tegen terrorisme». De campagne is begin 2006 gestart op verzoek van
uw Kamer en kwam tegemoet aan de toen sterk toegenomen bezorgdheid en informatiebehoefte
bij het Nederlands publiek. In de afgelopen drie jaar zijn binnen deze brede
campagne diverse doelgroepen aangesproken: het algemeen publiek, maar ook
specifiekere doelgroepen als lokaal bestuur, jongeren, professionals die werken
met jongeren en ondernemers in diverse bedrijfssectoren. Eind 2008 is de massamediale
inzet van deze campagne via Postbus 51 volgens planning gestopt. Vanaf 2009
richten de communicatie-inspanningen voor terrorisme(bestrijding) zich met
name op professionele doelgroepen. Deze vloeien vooral voort uit de beleidsthema’s
die centraal staan. Het vergroten van veiligheidsbewustzijn van maatschappelijke
actoren in de volle breedte is daarbinnen een belangrijke thema.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de zomer van 2009 zal opnieuw het jaarlijkse monitoronderzoek worden
uitgevoerd naar de risicobeleving en informatiebehoefte van het Nederlandse
publiek in relatie tot terrorisme(bestrijding). Het betreft de zesde editie
van het onderzoek dat sinds 2004 jaarlijks wordt uitgevoerd, in samenwerking
met de Rijksvoorlichtingsdienst. Het doel van dit jaarlijkse onderzoek is
het monitoren van de publieke opinie rond het onderwerp terrorisme.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>G. ter Horst </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 754, nr. 140.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>T. van Dongen, Not quite there yet: the state of the art in counterterrorism
research, HCSS,  2009.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v12.1" nr="1">
    <al>27 juni 2008, Kamerstukken II 2007/08, 30 573, nr. 10.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v14.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 23 490, nr. 503.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v14.2" nr="2">
    <al>2002/956/2002, d.d. 28 november 2002.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v15.1" nr="1">
    <al>Het betreft de treinstations Amsterdam CS, Rotterdam CS, Utrecht CS, Eindhoven
CS, Leiden CS, Den Haag CS en Den Haag HS.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>