﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-140/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_4__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST126447</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 754</nummer>
      <naam>Terrorismebestrijding</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>140</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>19 december 2008</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afgelopen juni ontving uw Kamer de achtste voortgangsrapportage terrorismebestrijding<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Met deze brief bieden wij u de negende voortgangsrapportage
aan. De rapportage behandelt de voortgang die het afgelopen half jaar is geboekt
bij de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende onderdelen van het
antiterrorismebeleid. Daarbij gaat het achtereenvolgens om het tegengaan van
radicalisering, de internationale samenwerking, het creëren van slagvaardige
instrumenten en organisatie, het treffen van veiligheidsmaatregelen, het voorbereid
zijn op (de gevolgen van) een mogelijke aanslag en communicatie en voorlichting.
De voortgangsrapportage begint zoals gebruikelijk met een samenvatting van
het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Het DTN wordt
vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
(NCTb) en valt onder zijn verantwoordelijkheid. Bij de voortgangsrapportage
is een actiepuntenlijst bijgevoegd.</al>
      <tuskop letat="vet">1. Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland
november 2008</tuskop>
      <al>Nederland en zijn belangen in het buitenland worden door internationaal
opererende jihadistische netwerken nog steeds gezien als een van hun voorkeursdoelwitten.
De film Fitna, die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie,
blijft daarvoor de belangrijkste legitimatie.</al>
      <al>Ontwikkelingen in de afgelopen periode illustreren in dat kader dat jihadisten
internationaal meer dan ten tijde van DTN-14 in propaganda de nadruk leggen
op het treffen van westerse doelwitten. Dit mede omdat zij in bredere islamitische
kring, alsook onder de eigen geledingen, veel sympathie hebben verloren met
aanslagen op doelen in islamitische landen waarbij veel burgerdoden vielen.</al>
      <al>Verwacht wordt dat Nederland voorlopig op het netvlies van jihadisten
blijft staan. Daarbij richt de aandacht van jihadisten zich nadrukkelijk ook
op individuen die door hen verantwoordelijk worden gehouden voor «belediging»
van de islam.</al>
      <al>Recente (pogingen tot) ontvoeringen in Pakistan van verschillende westerlingen
wijzen er op dat daar, naast de al langer geconstateerde dreiging tegen westerse
vertegenwoordigingen in Pakistan en Afghanistan, (wederom) ook rekening moet
worden gehouden met ontvoeringen van westerse diplomaten.</al>
      <al>Deze ontwikkelingen houden het dreigingsniveau op <nadruk type="cur">substantieel</nadruk>. Dit betekent dat de kans op een aanslag in Nederland
of tegen Nederlandse belangen reëel is.</al>
      <tuskop letat="vet">Terrorisme</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Internationale dreiging</tuskop>
      <al>Nederland en zijn belangen vormen nog steeds een van de voorkeursdoelwitten
van internationaal opererende jihadistische netwerken, voornamelijk gelegitimeerd
met de film Fitna die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie.
Mede relevant is dat jihadisten in brede islamitische kring, alsook binnen
de eigen geledingen, veel sympathie hebben verloren met aanslagen op doelen
in islamitische landen waarbij veel burgerdoden vielen. In een media-offensief
wordt door jihadisten, meer nog dan ten tijde van DTN-14, internationaal gepoogd
daar op in te spelen. Zij beweren selectief in doelwitkeuze te zijn, wijten
de slachtoffers aan de «vijand» die burgers zou gebruiken als
menselijk schild, en leggen steeds meer nadruk op de wenselijkheid van aanslagen
tegen westerse belangen en op de strijd in de Palestijnse gebieden. Deze ontwikkeling
kan leiden tot extra focus op westerse, dus ook Nederlandse, doelwitten, bijvoorbeeld
in Europa maar ook in Noord-Afrika en de Pakistaans/Afghaanse regio.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Jihadistische incidenten en ontwikkelingen in het buitenland illustreren
de in den brede toegenomen exogene dreiging voor het Westen. Zo breiden «Al
Qa’ida in de Islamitische Magreb» (AQIM) en daaraan gelieerde
groepen hun activiteiten geografisch steeds verder uit in Noord-Afrika. Westerse
belangen in de regio vormen nadrukkelijk een potentieel doelwit van jihadisten
in Noord-Afrika. Ook lijkt het aantal bedreigingen vanuit AQIM tegen westerse
bedrijven, personen en instellingen toe te nemen. Deze ontwikkeling wordt
onderstreept met de inhoud van communiqués van AQIM die tevens passen
in het genoemde media-offensief.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoewel het beeld over Pakistan geregeld wijzigt en per regio verschilt,
pakt de Pakistaanse regering momenteel in sommige regio’s terroristen
harder aan. Desondanks blijken jihadisten in staat grote aanslagen te plegen,
zoals de aanslag op het Marriott hotel in Islamabad. Verder proberen verschillende
in het Afghaans/Pakistaanse grensgebied opererende jihadistische bewegingen
hun krachten (verder) te bundelen.</al>
      <al>Voor westerse landen betekent dit, dat de al eerder geconstateerde dreiging
tegen westerse (politieke) belangen in de regio onverminderd van kracht blijft.
Recente (pogingen tot) ontvoeringen in Pakistan van verschillende westerlingen
wijzen er op dat daar (wederom) ook rekening moet worden gehouden met ontvoering
van westerse diplomaten. De aanslagen in het Indiase Mumbai, eind november,
illustreren daarnaast dat westerse personen en objecten in algemene zin doelwit
vormen van jihadisten.</al>
      <al>Daarnaast zijn er nieuwe berichten over Duitse jihadisten, verbonden aan
de Islamic Jihad Union die voornamelijk actief is in de Pakistaans/Afghaanse
grensregio, die mogelijk in Europa aanslagen willen plegen. Daarmee wordt
de al langer gesignaleerde dreiging van naar Europa terugkerende jihadisten,
die in de grensregio zijn getraind, verder gevoed.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan de vooravond van 11 september 2008 verdwenen enkele prominente
jihadistische sites van het internet. De vlak voor 11 september aangekondigde
video van leiders van al Qa’ida, bedoeld als propaganda naar aanleiding
van de herdenking van 11 september 2001, kon door het verdwijnen van
deze websites niet op de streefdatum gepubliceerd worden. Berichtgeving daarover
op jihadistische websites geeft aan dat dit door jihadisten is ervaren als
gezichtsverlies.</al>
      <tuskop letat="cur">Netwerken in Nederland</tuskop>
      <al>De situatie rondom netwerken in Nederland is grotendeels gelijk gebleven
vergeleken met die ten tijde van DTN-14. Binnen de meeste netwerken blijft
sprake van een relatieve rust maar enkele individuen tonen nog steeds interesse
voor deelname aan de internationale jihad. Verder is het jihadistische gedachtegoed
als zodanig niet verdwenen binnen de netwerken en staan netwerken geregeld
met elkaar in contact. Hierdoor kan meer professionele kennis en ervaring
breder worden gedeeld in jihadistische kring.</al>
      <al>Zeer recent is, op basis van een ambtsbericht van de AIVD, een persoon
aangehouden die in zeer korte tijd was geradicaliseerd en over twee vuurwapens
en een geluidsdemper beschikte. Vooralsnog is het onbekend wat deze persoon
met het wapen wilde doen.</al>
      <tuskop letat="cur">Profiel Nederland</tuskop>
      <al>Hoewel basiselementen van het Nederlandse profiel, zoals de militaire
presentie in Afghanistan, nog steeds relevant zijn blijft Fitna voor buitenlandse
(internationale) jihadistische netwerken de belangrijkste legitimatie voor
hun aandacht voor Nederland. De film kan ook onder het brede publiek in islamitische
landen opnieuw aandacht krijgen nu de film, in december 2008, vertoond is
in Israël.</al>
      <al>Recent is op internetsites in islamitische landen ook aandacht voor de
film over de profeet Mohammed, van de lokale politicus Jami.</al>
      <tuskop letat="vet">Radicalisering en Polarisatie</tuskop>
      <al>Verschillende prominente salafistische centra in Nederland werken samen
en richten zich daarbij breed op de Nederlandse samenleving. Zij blijven daarmee
de drijvende krachten achter de salafistische dawa in Nederland. Ook zijn
soms vanuit deze centra, waar normaal gesproken de afgelopen jaren actief
extremistische geluiden worden geweerd, weer radicale geluiden te horen via
bijvoorbeeld uitgezonden preken van salafistische predikers in Noord-Afrika.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Radicale jongeren met jihadistische ideeën die geweerd worden uit
de gekende salafistische centra blijken andere moskeeën te bezoeken waar
zij nog wel bijeen kunnen komen. Potentieel hebben deze jongeren de mogelijkheid
om daar hun radicale gedachtegoed verder te verspreiden en eventueel voor
onrust binnen moskeeën te zorgen.</al>
      <tuskop letat="vet">Weerstand</tuskop>
      <al>Het algemene beeld over de verhoogde weerbaarheid in de islamitische gemeenschap,
zoals dat in opeenvolgende DTN’s is geconstateerd, is onveranderd. Diverse
islamitische organisaties hebben zich ook de afgelopen periode duidelijk uitgesproken
in thema’s die het debat over de islam domineerden. Een andere belangrijke
trend, die al enkele jaren zichtbaar is, raakt de weerstand van salafistische
centra. Steeds vaker weigeren zij radicale jongeren met jihadistische ideeën
de toegang.</al>
      <tuskop letat="cur">Tegenmaatregelen</tuskop>
      <al>Op 2 oktober deed het gerechtshof in Den Haag uitspraak in het hoger
beroep in de Piranhazaak. Samir A. werd veroordeeld tot negen jaar cel, Noureddin
el F. tot acht jaar, Mohammed C. tot zes jaar, Soumaya S. tot vier jaar en
Mohammed H. tot drie maanden. Van belang is dat het gerechtshof bewezen achtte
dat zij deel uitmaakten van een organisatie met een terroristisch oogmerk.
Daarmee is er nog geen definitief oordeel gegeven over de uitleg van de daarop
betrekking hebbende wetgeving (artikel 140/140a Wetboek van Strafrecht) omdat
nog cassatie kan volgen door de advocaten. In een andere zaak, tegen de zogenaamde
Hofstadgroep, loopt cassatie van de zijde van het OM.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 3 september oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
dat de beslissing van de Raad van de Europese Unie, om de tegoeden te bevriezen
van een persoon en een organisatie die verdacht worden van terrorisme, nietig
is. De huidige procedure voor plaatsing op de «terroristenlijst»
is in strijd met de grondrechten zoals het recht op wederhoor. De uitspraak
van het Hof kan gevolgen hebben voor de aanpak van terrorismefinanciering
omdat het bekendmaken van eventuele geheime informatie strijdig kan zijn met
andere belangen.</al>
      <al>Inmiddels is in deze zaken gevolg gegeven aan het recht op wederhoor.
Hierop is opnieuw besloten betrokkenen te plaatsen op de lijst. De betreffende
tegoeden zijn al deze tijd bevroren gebleven.</al>
      <al>In een uitspraak van 4 december vernietigde het Gerecht van Eerste
Aanleg van de Europese Gemeenschappen het meest recente Raadsbesluit om de
Mujahedin-e Khalq Organisatie (MKO) te plaatsen op de lijst. Ook hier gold
dat het Gerecht vond dat de (inmiddels nieuwe) inhoudelijke grondslag voor
plaatsing onvoldoende was medegedeeld aan de MKO. Nederland bestudeert nog
de gevolgen van deze uitspraak.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Tegengaan radicalisering</tuskop>
      <tuskop letat="cur">2.1 Onderzoek</tuskop>
      <al>In de afgelopen periode heeft onderzoek plaatsgevonden naar radicalisering
in Nederland. Begin oktober 2008 heeft u het onderzoeksrapport <nadruk type="cur">Teruggang en uittreding. Processen van deradicalisering</nadruk> ontvangen<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref>. In dit onderzoek is geanalyseerd wat de oorzaken zijn
van het minder radicaal worden van de radicale Molukkers in de jaren zeventig,
de kraakbeweging in de jaren tachtig en de extreemrechtse Centrumstroming
in de jaren tachtig en negentig. Tevens is onderzocht waarom radicale bewegingen
ophouden te bestaan en waarom individuen uittreden uit een radicale groepering.
De conclusies van dit onderzoek zijn gebruikt om aanbevelingen te formuleren
over het bevorderen van deradicalisering onder islamistische radicalen. Op
basis van de theoretische inzichten en praktische ervaringen zal een handleiding
voor deradicaliseringsprogramma’s worden ontwikkeld. Ook worden onder
meer attitudes van jongeren ten aanzien van radicalisme en terrorisme onderzocht
en wordt onderzoek gedaan naar salafistische gemeenschappen in Nederland.
Deze onderzoeken zijn in de loop van 2009 gereed. Naast deze drie onderzoeken
financiert de NCTb verschillende andere onderzoeken die meer inzicht moeten
geven in het fenomeen radicalisering. De kennis die uit deze onderzoeken voortvloeit,
zal worden ingezet bij de analyse van radicaliseringsprocessen en bij de uitvoering
van het beleid ten aanzien van radicalisering.</al>
      <tuskop letat="cur">2.2 Radicaliseringshaarden</tuskop>
      <al>Sinds 2005 worden, zoals u weet, zogenoemde radicaliseringshaarden aangepakt om de invloed van deze haarden zo veel mogelijk te beperken<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref>. De aanpak bestaat uit een gecoördineerde inzet
van bestaande bevoegdheden en instrumenten van de landelijke en lokale overheid.
De NCTb heeft hierin een regierol, gemeenten vervullen een regierol op lokaal
niveau. Bij deze aanpak zijn diverse overheidsorganisaties betrokken die relevante
informatie over de radicaliseringshaarden verzamelen en uitwisselen. Dit gebeurt
aan de hand van zogenaamde multidisciplinaire analyses. Iedere betrokken overheidspartij
levert vanuit haar specialisme relevante informatie aan. Daarna worden de
te treffen maatregelen op elkaar afgestemd. De betrokken overheidsorganisaties
zijn: de NCTb, AIVD, Onderwijsinspectie, IND, Belastingdienst, FIOD, het OM,
politie en de besturen van de gemeenten waar de haarden zich bevinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Periodiek wordt de analyse van de situatie per haard geactualiseerd en
bekeken of de aanpak ook de gewenste effecten heeft gehad. Op basis van deze
analyses wordt per radicaliseringshaard bezien of en op welke wijze de aanpak
wordt voortgezet. Sinds enige tijd is een aantal trends waarneembaar. Door
de uitgebreide aandacht vanuit de overheid, de weerbaarheid onder de Nederlandse
moslims en de toegenomen publieke belangstelling, zijn de radicaliseringshaarden
hun toon gaan matigen. Zij nemen in het openbaar steeds meer afstand van geweld
en er wordt relatief meer openheid betracht. Op basis van de analyses en de
ontwikkelingen wordt per radicaliseringshaard bezien of en op welke wijze
de aanpak wordt voortgezet.</al>
      <tuskop letat="cur">2.3 Actieplan Polarisatie en Radicalisering</tuskop>
      <al>In het kader van het Actieplan polarisatie en radicalisering is geïnvesteerd
in kennisoverdracht en ondersteuning aan gemeenten bij het tegengaan van radicalisering.
Zo is per 1 oktober 2008 het kennis- en adviescentrum voor polarisatie
en radicalisering, <nadruk type="cur">Nuansa</nadruk>, via de website nuansa.nl
te bereiken. Via deze website wordt informatie verstrekt over radicalisering
en polarisatie, zowel met betrekking tot extreem rechts, islamistisch radicalisme
als dierenrechtenactivisme.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de voortgang van de activiteiten in het kader van het Actieplan polarisatie
en radicalisering wordt u via een aparte voortgangsrapportage geïnformeerd.
Deze voortgangsrapportage wordt eind 2008 aan de Tweede Kamer verzonden, samen
met het Operationeel actieplan 2009.</al>
      <tuskop letat="cur">2.4 Aanpak gebruik internet voor radicale en terroristische
doeleinden</tuskop>
      <al>Ter bestrijding van radicale uitingen en terroristische informatie op
het internet zijn diverse trajecten in gang gezet. Voorbeelden hiervan zijn
monitoring, surveillance, het meldpunt cybercrime en de ontwikkeling van een
Notice-and-Take-Down-systematiek (NTD). Tevens wordt op dit moment onderzocht
in hoeverre de huidige wettelijke bevoegdheden van de opsporings- en inlichtingendiensten
nog voldoende zijn in het licht van nieuwe (cyber)technologieën.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het project internetsurveillance is inmiddels afgerond en als innovatief
onderwerp opgenomen in het versterkingsprogramma cybercrime van de politie.
Momenteel wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het meldpunt cybercrime,
waarbij uitbreiding van de te melden cyberdelicten centraal staat. AIVD, KLPD
en NCTb gaan bovendien onderzoeken hoe op een innovatieve wijze slimmer en
efficiënter met elkaar kan worden samengewerkt op het gebied van internetmonitoring
en surveillance.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De investeringen die zijn gepleegd ter blokkering van radicale uitingen
en andere terroristische informatie hebben geleid tot de ontwikkeling van een Notice-and-Take-Down-systematiek op basis van een gedragscode.
Deze gedragscode is op 9 oktober 2008 gepresenteerd aan staatssecretaris
voor Economische Zaken Heemskerk en zal uw Kamer op korte termijn toegezonden
worden. Met de gedragscode hebben aanbieders van een (telecommunicatie)dienst
op internet een eigen toegankelijke NTD-procedure voor meldingen van onrechtmatige
of strafbare content op internet. Internetpartijen kunnen een melding voortaan
altijd afdoen en zorgen dat onrechtmatige en strafbare content van internet
verwijderd wordt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland is nauw betrokken bij de internationale aanpak van het gebruik
van internet voor terroristische doeleinden. De inzet van Nederland is gericht
op het formuleren van een gezamenlijke aanpak bij de bestrijding van terroristische
content op het internet. Hiertoe neemt Nederland deel aan het Europese Check
the Web project, waarin de lidstaten kennis en analyses over terroristische
websites uitwisselen. Nederland blijft bovendien inzetten op meer publiekprivate
samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met het oog op zelfregulering en het
stimuleren van andere maatregelen waaronder een NTD-systematiek in EU-verband.
In VN-verband is Nederland betrokken bij de ontwikkeling van een VN-strategie
ter bestrijding van het gebruik van internet door terroristen.</al>
      <tuskop letat="cur">2.5 Europese ontwikkelingen radicalisering</tuskop>
      <al>De Europese Commissie is in tegenstelling tot eerdere verwachtingen deze
zomer niet gekomen met een Mededeling betreffende gewelddadige radicalisering.
Naar verluidt zou dit mede samenhangen met het aantreden van de nieuwe JBZ-commissaris,
de heer Barrot. Vooralsnog is niet bekend wanneer de Commissie alsnog met
deze Mededeling zal komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Franse voorzitterschap zal naar verwachting de herziening van het
Europese actieplan Radicalisering en Rekrutering tijdens zijn voorzitterschap
afronden. Meer aandacht zal worden besteed aan de mediastrategie gericht op
het tegengaan van radicalisering. Ook deradicalisering zal extra nadruk krijgen.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Internationale ontwikkelingen</tuskop>
      <al>Gezien de aard en omvang van internationale terroristische dreiging, zoals
geschetst in eerdere en de meest recente DTN’s, blijven versterking
van bilaterale programma’s en ondersteuning van multilaterale instanties
van belang. Daarom zal het al ingezette beleid verder vormgegeven worden.</al>
      <tuskop letat="cur">3.1 Bilaterale samenwerking</tuskop>
      <al>In toenemende mate is de dreiging die uitgaat van groeperingen in Noord-Afrika
een bron van zorg. Om deze reden is samenwerking gezocht met landen in die
regio op diverse deelgebieden van terrorismebestrijding.</al>
      <al>In opvolging van de bilaterale conferentie van het afgelopen jaar zijn
de dialoog en samenwerking tussen Nederland en Marokko op het gebied van terrorismebestrijding
versterkt. Er vinden momenteel verscheidene activiteiten op dit gebied plaats
in Marokko. Zo is de KMar bezig met bilaterale projecten op het gebied van
documentfraude. Daarnaast loopt een project over terrorisme en internet en
de effectiviteit van het Marokkaanse tegengeluid via internet. In de afgelopen
periode zijn in dit kader trainingen gegeven aan Marokkaanse overheidsdienaren
over de wijze waarop radicalisering via het internet tegen kan worden gegaan.
In samenwerking met de KLPD staat een cursus digitale recherche gepland.</al>
      <al>Ook aan de samenwerking met Algerije zal in 2009 op een aantal terreinen
concreet inhoud worden gegeven. Het betreft onder meer zaken als beveiligingsmaatregelen,
douanesamenwerking, grensbewaking en het tegengaan van financiering van terrorisme.
Op 28 en 29 oktober 2008 werd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
een bezoek gebracht aan de Raadsadviseur Terrorismebestrijding van de President
van Algerije teneinde de bilaterale samenwerking tussen beide landen verder
inhoud te geven. Het betrof een vervolg op het bezoek dat de adviseur aan
Nederland bracht in oktober 2006. Tijdens het bezoek vonden diverse gesprekken
plaats met Algerijnse overheidsdiensten en met de directeur het terrorismebestrijdings-coördinatiecentrum
van de Afrikaanse Unie in Algiers, het CAERT. Er werd overeenstemming bereikt
over thematische inhoud en tijdsplanning voor de toekomstige samenwerking
op het gebied van terrorismebestrijding.</al>
      <tuskop letat="cur">3.2 Verenigde Naties</tuskop>
      <al>Begin september 2008 vond in New York de eerste formele review van de
Wereldwijde VN-strategie tegen het terrorisme plaats. De bijeenkomst had tot
doel de inspanningen van de VN-lidstaten ter implementatie van de Strategie
te evalueren. Namens de Europese Unie gingen zowel het Franse voorzitterschap
als de EU Coördinator Terrorismebestrijding (CTC) in op de door de Unie
gepleegde inspanningen. Ook de Nederlandse delegatie heeft in een kort statement
de nationale inspanningen uiteengezet. Zo werd het belang van de versterking
van het internationaal wettelijk kader benadrukt. Ook is aangegeven dat Nederland
voorstander is van gebruikmaking van het Internationaal Strafhof bij de vervolging
van terroristische misdrijven in die gevallen waarin deze kwalificeren als
misdaden tegen de menselijkheid. Nederland heeft verder het belang van de
eerbiediging van de mensenrechten in de strijd tegen het terrorisme onderstreept.
Nederland financiert in het kader van de implementatie van de VN strategie
de werkgroep die een studie verricht naar de wijze waarop het gebruik van
Internet voor terroristische doeleinden en radicalisering wereldwijd kan worden
tegengegaan.</al>
      <tuskop letat="cur">3.3 Terrorismelijsten in Europese Unie en Verenigde
Naties</tuskop>
      <al>In de zesde, zevende en achtste Voortgangsrapportage bent u geïnformeerd
over de verbeteringen van de procedurele rechtswaarborgen van personen en
organisaties die op de EU- en VN-terrorismelijst zijn geplaatst.</al>
      <tuskop letat="cur">Arrest Hof van Justitie over toetsing geldigheid EG-regelgeving
aan communautaire grondrechten</tuskop>
      <al>Op 3 september 2008 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaken Kadi en Al Barakaat. Laatstgenoemde
persoon en organisatie zijn in oktober 2001 op de VN-terrorismelijst geplaatst,
die uitvoering geeft aan VN-Veiligheidsraadresolutie 1267. De Europese lidstaten
geven uitvoering aan deze resolutie middels een EG-verordening. Het Hof oordeelde
dat een internationale overeenkomst geen inbreuk mag maken op toetsing door
het Hof van de geldigheid van EG-regelgeving aan de communautaire grondrechten.
Daarom kon het Hof nagaan of de EG-bevriezingsverordening in overeenstemming
is met deze grondrechten. Volgens het Hof is de EG-bevriezingsverordening
niet in overeenstemming met de rechten van de verdediging (het recht te worden
gehoord en het recht op effectieve rechterlijke controle) noch het recht op
eigendom.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Hof heeft zich niet uitgelaten over de vraag of Kadi en Al Barakaat
terecht aan de bevriezingsmaatregel zijn onderworpen en oordeelde dat onmiddellijke
vernietiging van de verordening ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Om deze
reden gaf het Hof de Raad gelegenheid binnen drie maanden –
vóór 3 december 2008 – de door het Hof geconstateerde
gebreken in deze twee gevallen te herstellen. Tot die tijd blijven de gevolgen
van de EU-verordening voor Kadi en Al Barakaat in stand.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De VN-Veiligheidsresolutie 1267 (1999) voorziet in financiële sancties
tegen de Taliban, Osama Bin Laden, al Qaida en aan hen geassocieerde personen
en organisaties. Een sanctiecomité dat bestaat uit de leden van de
VN-Veiligheidsraad, besluit welke personen en organisaties behoren tot deze
groep en plaatst hen op de zogeheten VN-lijst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse regering heeft de uitspraak van het Hof zorgvuldig bestudeerd
en in Europees verband aangedrongen op een spoedig herstel van de door het
Hof geconstateerde gebreken. De regering deelt de zorg om de juridische waarborgen
rondom het VN-sanctieregime, die uit de uitspraak van het Hof spreekt. Hoewel
in de afgelopen jaren delen van het regime al zijn versterkt – recent
door het aannemen van de VN Veiligheidsresolutie 1822 – is een aantal
EU-landen, waaronder Nederland, regelmatig de noodzaak tot verdere verbetering
van de rechtsbescherming van personen op de lijst blijven aankaarten. Nederland
maakt zich sterk voor de instelling van een adviespanel van onafhankelijke
en onpartijdige experts bij het 1267-sanctiecomite, dat zich over de delisting
verzoeken zou moeten buigen. Dit is feitelijk geen efectieve juridische controle,
maar wel een stap in de goede richting. Steun voor een dergelijk panel bij
de permanente leden van de VN Veiligheidsraad onbtbreekt echter vooralsnog.
De resolutie 1822, die in juni 2008 werd aangenomen, omvat al enkele beperkte
verbeteringen van het VN-sanctiesysteem, zoals een reguliere herziening van
de plaatsingen op de VN-sanctielijst.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Slagvaardige instrumenten en organisatie</tuskop>
      <tuskop letat="cur">4.1 Passenger Name Records (PNR)</tuskop>
      <al>Onder het Franse voorzitterschap zijn de besprekingen over het voorstel
met betrekking tot de oprichting van een EU-systeem voor de uitwisseling van
Passenger Name Records (PNR) voortgezet. Doel van het voorstel is, onder meer,
een middel te creëren ten behoeve van terrorismebestrijding.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de besprekingen is breed gediscussieerd over cruciale vragen zoals:</al>
      <al>– Reikwijdte van het voorstel;</al>
      <al>– Doelbinding van het voorstel;</al>
      <al>– Dataprotectie;</al>
      <al>– Samenstelling van de lijst met data, die verzameld worden door
de Passenger Information Units (PIU’s);</al>
      <al>– Werkwijze bij het opvragen van de data;</al>
      <al>– Stapsgewijze aanpak met als doel uiteindelijk alle PNR-data te
verzamelen die onder het kaderbesluit vallen;</al>
      <al>– Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de PIU’s;</al>
      <al>– De totstandkoming van risicoanalyses.</al>
      <al>Hierbij is nauw samengewerkt met betrokken partijen, zoals het Europees
Parlement, de autoriteiten voor gegevensbescherming en de transportsector.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de stand van zaken bent u geïnformeerd op de gebruikelijke wijze
met betrekking tot de voorbereiding op de bijeenkomsten van de Raad Justitie
en Binnenlandse Zaken. Daarnaast heeft u op 12 november jl. een brief
ontvangen over nut en noodzaak, het stappenplan en de opstelling van de Nederlandse
regering in het kader van de totstandkoming van het Kaderbesluit<voetref refid="v8.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <tuskop letat="cur">4.2 CBRN-terrorisme</tuskop>
      <al>Gezien de disproportionele effecten die een CBRN-aanslag teweeg kan brengen
is en blijft een gecoördineerde inspanning op nationaal niveau, gericht
op het minimaliseren van de kans op CBRN-terrorisme, noodzakelijk. Het reeds
ingezette traject dat is gericht op verhoging van de CBRN-security heeft een
extra impuls gekregen. Het kabinet heeft voor dit traject 96,8 miljoen euro
beschikbaar gesteld voor de periode 2008–2013. Het leeuwendeel van de
middelen wordt ingezet voor weerstandsverhoging bij risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen,
zoals ziekenhuizen, laboratoria en universiteiten. Voor de gehele periode
van 2008–2013 gaat het daarbij om 76 miljoen euro. In 2008 is gestart
met de implementatie van de maatregelen bij de eerste serie objecten. Tevens
is duidelijk welke objecten in 2009 zullen aanvangen met implementatie. Het
traject loopt op schema. Tevens is voor deze periode 20,8 miljoen euro beschikbaar
voor de versterking van de mogelijkheden voor (forensisch) onderzoek op het
gebied van CBRN. Zo wordt de opsporingstaak versterkt en kan betere respons
plaatsvinden in geval zich een incident voordoet. Ook ten aanzien van versterking
van respons is gestart met de implementatie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ministeries van VROM, BZK en EZ hebben eind februari 2008 een convenant
gesloten met de meest risicovolle bedrijven in de (petro)chemische industrie,
gericht op het treffen van securitymaatregelen. Daarnaast vindt momenteel
onder regie van VROM aanpassing van de Kernenergiewet plaats waardoor vergunninghouders
worden verplicht te zorgen voor beveiligingsmaatregelen. Naar verwachting
zal deze wetswijziging in 2009 van kracht worden. Ook wordt interdepartementaal
(LNV, VROM, VWS en OCW) gewerkt aan versterking van de security van biologische
agentia. De door de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) in opdracht
van het ministerie van OCW ontwikkelde gedragscode biosecurity wordt momenteel
toegepast bij betrokken instellingen en in relevante opleidingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot kan worden gemeld dat de Europese Commissie momenteel prioriteit
geeft aan CBRN-security. In parallelle werkverbanden gericht op de verschillende
stoffen (C, B en R/N) worden momenteel (beleids)maatregelen ontwikkeld die
in 2009 kenbaar zullen worden gemaakt. De maatregelen in ontwikkeling zijn
gericht op inperking van de risico’s van CBRN-stoffen, inclusief het
mogelijke gebruik hiervan voor terroristische doeleinden.</al>
      <tuskop letat="cur">4.3 Explosieven</tuskop>
      <al>Het Nederlandse project zelfgemaakte explosieven is opgezet naar aanleiding
van de observatie dat het merendeel van alle (pogingen tot) aanslagen in Europa
plaatsvindt met explosieven op basis van vrij verkrijgbare chemicaliën.
Het doel van het project is om de fabricage en inzet van zelfgemaakte explosieven
te bemoeilijken. De Nederlandse aanpak van (zelfgemaakte) explosieven loopt
parallel aan het Europees Actieplan over veiligheid van explosieven dat op
18 april 2008 door de Europese Raad van Ministers is goedgekeurd. Het
actieplan ziet op het bemoeilijken van het gebruik van explosieven en precursoren
door terroristen en bestrijkt tal van beveiligingsmaatregelen voor commerciële
en zelfgemaakte explosieven. Ook voorziet het actieplan in onderzoek, onder
meer om detectietechnologieën te versterken. Nederland zet zich maximaal
in om eventueel komende Europese regelgeving zo effectief en proportioneel
mogelijk te laten zijn. Hiertoe is begin oktober 2008 nog een internationale
expertmeeting georganiseerd. In afwachting van een oplossing op EU-niveau
wordt overgegaan tot het treffen van voorlopige maatregelen op nationaal niveau. Hiertoe worden reeds activiteiten ontplooid met relevante
publieke en private actoren.</al>
      <tuskop letat="cur">4.4 Studie- en kennismigratie</tuskop>
      <al>In de blauwdruk «Naar een modern migratiebeleid», die door
de Staatssecretaris van Justitie is aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt
in een aparte paragraaf aandacht geschonken aan de veiligheidsrisico’s
van studie- en kennismigratie. De NCTb werkt nauw samen met partners binnen
en buiten de rijksoverheid om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Er zal worden geïnvesteerd in meer trendmatig inzicht in de in- en uitstroom
van studie- en kennismigranten. Daarnaast zullen indicatoren worden opgesteld
voor studenten en kennismigranten ten behoeve van een meer gerichte controle
op risico’s voor de nationale veiligheid. Ook zal meer aandacht worden
gevraagd voor veiligheidsaspecten aan referenten in het kader van de aanwijzingensystematiek.
Tevens zal bewustwording worden gestimuleerd onder contactfunctionarissen
ten aanzien van signalen die kunnen wijzen op radicalisering of op andere
risico’s voor de nationale veiligheid. Onder regie van de NCTb werken
interdepartementale werkgroepen en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld
voorstellen uit voor implementatie van deze aanbevelingen in de regulieren
werkprocessen.</al>
      <tuskop letat="cur">4.5 Uitwerking motie-Pechtold</tuskop>
      <al>Op 15 november 2007 is de motie-Pechtold door uw Kamer aangenomen<voetref refid="v10.1" nr="1"></voetref>. Deze motie verzoekt de regering te bezien op welke
wijze een onderzoek naar het Nederlandse antiterrorismebeleid het beste kan
worden vormgegeven. Bij brief van 11 juli 2008<voetref refid="v10.2" nr="2"></voetref> is aan uw Kamer bericht dat naar aanleiding van de motie een tijdelijke
commissie wordt ingesteld. Tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie,
alsmede bij brief van 11 november jl.<voetref refid="v10.3" nr="3"></voetref> is
uw Kamer ingelicht over de samenstelling van de commissie, die uit externe
deskundigen bestaat, onder leiding van de heer mr. J. J. H. Suyver.
De commissie zal verder bestaan uit mevrouw prof. mr. C. P. M. Cleiren,
de heer prof. mr. M. J. Borgers en de heer P. J. van Zunderd. De
commissie is op 1 oktober jl. haar werkzaamheden gestart. Verwacht wordt
dat de commissie uiterlijk april 2009 haar rapport zal aanbieden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het doel van het onderzoek van de commissie Suyver is drieledig. Ten eerste
wordt onderzocht op welke wijze de genomen maatregelen meer in onderlinge
samenhang beoordeeld kunnen worden. Vervolgens beziet de commissie op welke
wijze deze onderlinge samenhang kan bijdragen aan de voorbereiding van nieuw
beleid. Tenslotte zal de commissie de aandachtspunten formuleren waarmee het
kabinet zijn standpunten zal bepalen over de uitkomsten van geplande evaluaties
van terrorisme gerelateerde wet- en regelgeving.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de brief van 11 juli 2008 is aan uw Kamer bericht dat voorts aan
de motie invulling wordt gegeven door de Kamer in de voortgangsrapportage
terrorismebestrijding op de hoogte te houden van (lopende) evaluatieonderzoeken
en de uitkomsten van (inter)nationale evaluaties van terrorismebeleid enwetgeving.
Deze brief bevatte tevens een overzicht van de lopende en voorziene evaluaties.</al>
      <tuskop letat="cur">4.6 Monitoring Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing
en vervolging van terroristische misdrijven</tuskop>
      <al>Op 1 februari 2007 is de Wet ter verruiming van de mogelijkheden
tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in werking getreden.
Bij de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel heeft de minister
aangegeven «een proces gaande te willen houden waarbij de wetgeving
in werking bij voortduring wordt gemonitord. De resultaten van dit monitoringsproces
zullen jaarlijkse worden uitgebracht. De eerste rapportage zal aan de commissie
Suyver ter beschikking worden gesteld ten behoeve van haar taakopdracht. Het
rapport zal tezamen met het advies van de commissie Suyver aan uw Kamer worden
aangeboden.</al>
      <tuskop letat="cur">4.7 Terrorismefinanciering</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Rapport Algemene Rekenkamer</tuskop>
      <al>Op 3 juni van dit jaar heeft uw Kamer het door de Algemene Rekenkamer
opgestelde rapport <nadruk type="cur">Bestrijden witwassen en terrorismefinanciering</nadruk> ontvangen<voetref refid="v11.1" nr="1"></voetref>. In deze studie onderzocht
de Rekenkamer of de beoogde doelstellingen rond het tegengaan van witwassen
en terrorismefinanciering en de daarvan afgeleide prestaties gerealiseerd
worden. De Ministers van Financiën, BZK en Justitie hebben in hun reactie –
die in het rapport is opgenomen – aangegeven te werken aan vergroting
van inzicht in de effectiviteit van bestrijding van terrorismefinanciering
en versterking van deskundigheid en prioriteit bij ketenpartners. Tevens hebben
zij aangegeven te werken aan vergroting van de capaciteit voor financieel
rechercheren en verbetering van informatie-uitwisseling tussen ketenpartners.
Inmiddels zijn door de Tweede Kamer vragen gesteld over het rapport. Deze
vragen zijn door de ministers van Financiën, Justitie en BZK beantwoord<voetref refid="v11.2" nr="2"></voetref>.</al>
      <tuskop letat="cur">Stichtingen</tuskop>
      <al>In 2005 heeft het Kabinet aangekondigd de transparantie van stichtingen
te willen verbeteren. Op dit terrein zijn sindsdien diverse stappen gezet.
De toezichtsmogelijkheden van de overheid met betrekking tot goede doelen
zijn u in de brief van 8 september jl. toegelicht<voetref refid="v11.3" nr="3"></voetref>.</al>
      <al>Ter versterking van de preventieve en repressieve mogelijkheden met betrekking
tot het misbruik van stichtingen is het echter nodig dat de informatiepositie
omtrent gegevens over stichtingen structureel verder wordt verbeterd. Momenteel
wordt gewerkt aan een voorstel.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Veiligheidsmaatregelen</tuskop>
      <al>Vanwege het feit dat rekening moet worden gehouden met ontvoering van
personeel van westerse ambassades in Pakistan, is deze nieuwe dreiging in
de beveiliging van de Nederlandse ambassade verdisconteerd en wordt bezien
of extra maatregelen nodig zijn.</al>
      <tuskop letat="cur">5.1 Bewaken en beveiligen</tuskop>
      <al>Deskundige begeleiding van bedreigde en beveiligde personen is belangrijk.
Daarom vormt een adviesgesprek tussen de te beveiligen persoon en een deskundige
een vast onderdeel van de beveiligingsprocedure.</al>
      <al>Daarnaast is recent door het AMC een onderzoek afgerond naar de psychosociale
effecten van langdurige dreiging en beveiliging. De resultaten van het onderzoek
worden gebruikt om de begeleiding van bedreigde personen en hun naasten meer
systematisch en volgens de laatste inzichten te kunnen uitvoeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 1 oktober 2008 is de herziene circulaire bewaken en beveiligen
vastgesteld. De circulaire beschrijft de beleidsmatige ontwikkelingen in het
stelsel bewaken en beveiligen – zoals de wijziging van relevante wet-
en regelgeving, waaronder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
(WIV) en de Politiewet 1993. Tevens beschrijft de circulaire de aandacht die
bestaat voor de persoonlijke effecten van bedreiging en hoe de overheid beter
communiceert met bedreigde personen. In de vijf jaar dat het stelsel
bewaken en beveiligen bestaat, is de kennis en ervaring ten aanzien van bewaken
en beveiligen aanzienlijk toegenomen. Dit uit zich in professionalisering,
innovatie en verfijning waarbij proportionaliteit van maatregelen steeds meer
op de voorgrond komt te staan. Met de herziene circulaire zijn de uitvoeringskaders
van het stelsel bewaken en beveiligen volledig geactualiseerd.</al>
      <tuskop letat="cur">5.2 Cameratoezicht</tuskop>
      <al>Het programma Cameratoezicht in het openbaar vervoer (CTOV) geeft door
middel van cofinanciering van projecten op het gebied van cameratoezicht een
impuls aan de beveiliging van de voor terroristische aanslagen meest kwetsbare
sector, de openbaar vervoerssector. De kwetsbaarheid hiervan wordt veroorzaakt
door de combinatie van vitale infrastructuur met zogenaamde «soft-targets».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Justitiebegroting van 2007 is daarom een meerjarenprogramma opgenomen
voor verbetering van het cameratoezicht in het OV. Het programma wordt inmiddels
uitgevoerd in samenwerking met de departementen BZK en V&amp;W. Het programma
heeft als doelstelling het vergroten van de maatschappelijke veiligheid in
het openbaar vervoer met de inzet van cameratoezicht ten behoeve van preventie
van terroristische aanslagen, het zo nodig versnellen van het opsporingsproces,
het waar nodig ondersteunen van de hulpverlening bij calamiteiten en het verbeteren
van de samenwerking tussen de betrokken partijen in de keten. Voor deze doelstellingen
wordt «slim» (effectief en doelmatig) cameratoezicht ingezet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze doelstelling wordt uitgevoerd in twee delen: een subsidieprogramma
Cameratoezicht in het Openbaar Vervoer (CTOV) voor specifieke risicolocaties
en het project Gemeenschappelijke Meldkamer Infrastructuur (GMI) op Schiphol.</al>
      <tuskop letat="vet">5. Reageren op crisis</tuskop>
      <tuskop letat="cur">6.1 Alerteringssysteem terrorismebestrijding (Atb)</tuskop>
      <al>Het definitieve rapport van de Algemene Rekenkamer over het Alerteringssysteem
terrorismebestrijding is inmiddels naar de Kamer gezonden. De Minister van
Justitie heeft hierop een schriftelijke reactie gezonden, waarin ingegaan
wordt op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Inmiddels zijn door de Tweede
Kamer vragen gesteld over het rapport. Deze vragen zijn door de Ministers
van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan een van de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer
(namelijk het nader tot elkaar brengen van decentrale partijen) wordt al sinds
het begin van dit jaar uitvoering gegeven door middel van zogenaamde regiobijeenkomsten.
In deze bijeenkomsten worden alle partijen die zijn betrokken bij Alerteringslocaties
uitgenodigd. Alerteringslocaties zijn locaties, die de sector zelf heeft aangewezen
als een locatie die mogelijk doelwit van een terroristische aanslag zou kunnen
zijn. Daarbij worden drie criteria gehanteerd: veel slachtoffers, veel economische
schade en het zijn van een Westers symbool. Doelstelling is het maken van
nadere afspraken over de concretisering van de afgesproken maatregelen. Inmiddels
zijn 22 regio’s bezocht. De ervaringen tot nu toe leren, dat deze bijeenkomsten
in een behoefte voorzien.</al>
      <tuskop letat="cur">6.2 Oefenen</tuskop>
      <al>Een van de pijlers van het Alerteringssysteem terrorismebestrijding is
een gedegen oefenprogramma. De Atb-oefencyclus bestaat per aangesloten sector
uit drie onderdelen. Allereerst een algemene, inleidende workshop. Vervolgens
een «tabletop»-oefening waarbij de besluitvormingsprocedures beoefend
worden. Ten slotte wordt vindt een operationele oefening plaats waarbij de
veiligheidsprocedures en de te nemen maatregelen daadwerkelijk in de praktijk
uitgevoerd worden.</al>
      <al>Na de eerder gehouden operationele oefeningen met de sectoren Spoor, Drinkwater,
Luchthavens en Nucleair, staan voor 2009 operationele oefeningen op het programma
voor de sectoren Financieel, Gas en Electriciteit, Stads- en Streekvervoer,
Olie en Chemie en Zeehavens.</al>
      <tuskop letat="cur">6.3 Stelsel Speciale Eenheden</tuskop>
      <al>Op 14 juli 2008 ontving uw Kamer het Kabinetsstandpunt op het advies
van de commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale
eenheden<voetref refid="v13.1" nr="1"></voetref>. In deze brief geeft het Kabinet aan
vrijwel alle aanbevelingen van de commissie integraal over te nemen. Inmiddels
is een interdepartementale projectstructuur opgestart en is een start gemaakt
met de uitwerking van de aanbevelingen. Verwacht wordt dat alle aanbevelingen
voor het zomerreces van 2009 zullen zijn geïmplementeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">7. Communicatie en voorlichting</tuskop>
      <tuskop letat="cur">7.1 Publiekscampagne</tuskop>
      <al>Dit jaar is het derde en laatste jaar van de massamediale publiekscampagne «Nederland
tegen terrorisme», waarmee de NCTb in februari 2006 op verzoek van uw
Kamer gestart. De campagne draagt bij aan het verhogen van de kennis van de
burger over terrorisme en terrorismebestrijding, het vertrouwen in wat de
overheid doet aan terrorismebestrijding en geeft aan wat de burger daar zelf
aan kan bijdragen. Centraal in alle campagneperiodes stonden de professionals
die – ieder op hun eigen wijze – een bijdrage leveren aan terrorismebestrijding
in Nederland. In het derde kwartaal van 2008 is een deelcampagne uitgevoerd
voor de doelgroep bedrijven. Aansluitend liep in het laatste kwartaal een
afrondende campagneperiode voor het algemeen publiek, waarmee de campagnewebsite
extra onder de aandacht is gebracht.</al>
      <al>Na 2008 stopt de massamediale inzet via Postbus 51, maar blijft de website
www.nederlandtegenterrorisme.nl gehandhaafd, ondersteund door de benodigde
middelen. Zo blijft er – op meer ingetogen wijze – contact met
de doelgroepen die in de afgelopen drie jaar binnen de campagne zijn aangesproken;
lokaal bestuur, professionals die werken met jongeren, ondernemers in diverse
bedrijfssectoren en het algemene publiek. Deze externe gerichtheid is ook
bedoeld om het securitybewustzijn van maatschappelijke actoren in de volle
breedte te verhogen.</al>
      <tuskop letat="cur">7.2 Publieksonderzoek</tuskop>
      <al>In augustus en september 2008 is opnieuw publieksonderzoek uitgevoerd
naar de risicobeleving en informatiebehoefte van het Nederlandse publiek in
relatie tot terrorisme(bestrijding). Het betreft de vijfde editie van het
onderzoek dat sinds 2004 jaarlijks wordt uitgevoerd, i.s.m. met de Rijksvoorlichtingsdienst.
Doel van dit jaarlijkse onderzoek is het monitoren van de publieke opinie
rond het onderwerp terrorisme.</al>
      <al>De belangrijkste conclusie die dit jaar uit het onderzoek naar voren komt,
is dat de Nederlandse burger zich op dit moment meer zorgen maakt over de
economische ontwikkelingen dan over terrorisme en terroristische aanslagen.
Het gevoel van veiligheid is toegenomen en daarmee de waakzaamheid afgenomen.
Ook wordt een meer genuanceerde opstelling geconstateerd ten aanzien van de
herkomst van terrorisme en de gevolgen van radicalisering voor de Nederlandse
samenleving.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Justitie,</functie>
        <naam>E. M. H. Hirsch Ballin</naam>
        <functie>De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>G. ter Horst</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Actiepuntenlijst maatregelen terrorismebestrijding bij
negende voortgangsrapportage terrorismebestrijding</tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="6mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="70mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="95mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maatregel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Stand van zaken </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Opsporen,
ingrijpen, vervolgen</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">1</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Implementatie herziening stelsel van speciale eenheden</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De commissie ter evaluatie van de herinrichting
van het stelsel van speciale eenheden heeft medio april haar rapport afgerond.
Het evaluatierapport is samen met het standpunt van de regering op 14 juli
aan de Tweede Kamer aangeboden. In de Kamerbrief geeft de regering aan vrijwel
alle aanbevelingen van de commissie Dessens over te nemen. Inmiddels is een
interdepartementale projectstructuur opgericht en is een start gemaakt met
de uitwerking van de aanbevelingen. Verwacht wordt dat alle aanbevelingen
voor het zomerreces van 2009 zullen zijn geïmplementeerd.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">2</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Pilot uitgevoerd door het Functioneel Parket waarbij civielrechtelijke
bevoegdheden van het OM worden gebruikt bij de bestrijding van terrorisme
(financiering)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Uit een evaluatie van het Functioneel
Parket naar het gebruik van civielrechtelijke bevoegdheden kwam een aantal
knelpunten naar voren, onder meer ten aanzien van vergaring en veredeling
van informatie: het ontbreekt aan een instantie die ten behoeve van het Openbaar
Ministerie noodzakelijk nader (civielrechtelijk) onderzoek kan verrichten
naar signalen van radicalisering of terrorismefinanciering. Op dit moment
worden mogelijkheden onderzocht om dit knelpunt weg te werken.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">3</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Evaluatie alerteringssysteem</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De Algemene Rekenkamer heeft het feitenonderzoek inmiddels afgerond. De definitieve
nota met conclusies en aanbevelingen is op 18 juni 2008 aan de Kamer
aangeboden. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Wetgeving</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Internationaal</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">4</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VN-verdrag inzake terrorisme</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De onderhandelingen over dit verdrag zijn gaande.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">5</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VN-verdrag inzake nucleair terrorisme</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het verdrag is inmiddels stilzwijgend goedgekeurd en in werking getreden.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">6</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Herziening witwasverdrag Raad van Europa</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het verdrag
is inmiddels stilzwijgend goedgekeurd en in werking getreden.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">7</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opsporingsbevoegdheden in verband met satellietinterceptie</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het ontwerpbesluit is in voorbereiding.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">8</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Ontwerp-kaderbesluit bewijsverkrijgingsbevel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Over het ontwerp-kaderbesluit is een politiek akkoord bereikt.
Het is echter nog niet vastgesteld.Implementatiewetgeving is in voorbereiding.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">9</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Richtlijn inzake bewaren van verkeersgegevens</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het wetsvoorstel ter implementatie is aanhangig bij de Eerste Kamer. De plenaire
behandeling vindt naar verwachting plaats in januari 2009. (Kamerstukken I
2006–2007, 31 145, nr. 1–2). </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">10</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Kaderbesluit inzake uitwisseling van gegevens uit strafregisters
en het daarop gebaseerde Ecris-besluit</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Over het
kaderbesluit is politiek akkoord bereikt in juni 2007. Over Ecris is in oktober
2008 politiek akkoord bereikt.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">11</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Ontwerp-kaderbesluit inzake uitwisseling informatie en
inlichtingen tussen wethandhavingsautoriteiten</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tussen de EU- lidstaten is een akkoord bereikt over de inhoud van het ontwerp-kaderbesluit.
De inhoud van dit kaderbesluit met betrekking tot gegevensverstrekking is
reeds betrokken bij het Besluit politiegegevens.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">Nationaal</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">12</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging
van terroristische misdrijven</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Op 1 februari
2007 is de wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische
misdrijven in werking getreden. De toepassing van de in deze wet neergelegde
bevoegdheden wordt gemonitord. De eerste monitorrapportage zal naar verwachting
eind 2008 aan de TK worden aangeboden. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">13</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel doorzettingsmacht N.a.v. overleg MvJ en MBZK
in augustus aangepaste versies van wetsvoorstel en nader rapport n.a.v. advies
Raad van State is genoemd in coalitieakkoord. Beoogd wordt behandeling in
MR nog voor kerstreces. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">14</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid (30 566)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Op 3 april 2008 vond in de Tweede Kamer een AO plaats
over de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar godslastering, discriminatie
wegens godsdienst en haatuitingen (Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VI,
nr. 8). Aan de Kamer zal begin mei 2008 een nadere brief worden gezonden.
De Minister van Justitie zond op 31 oktober een brief aan de Tweede Kamer
met een voorstel op dit punt. Het wetsvoorstel verruiming van de mogelijkheden
tot ontzetting uit het beroep bij veroordeling wegens haatdelicten, is op
12 maart 2008 bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2007/08,
31 386. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">15</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel beperken dubbele nationaliteit en ontneming
dubbele nationaliteit bij terroristische misdrijven</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Brief bij TK ingediend 12 oktober (30 166, nr. 25) met voorstellen
voor toekomstig beleid en intrekking wetsvoorstel 30 166. Tijdens AO
31 januari 2008 steun voor nieuw kabinetsbeleid. Advies Raad van State
is ontvangen. Het streven is het (nieuwe) wetsvoorstel meervoudige nationaliteit
en andere nationaliteitsrechtelijke kwesties vóór het kerstreces
in te dienen. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">16</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Mogelijkheden strafbaarstelling godslastering, discriminatie
en haatuitingen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Overwogen wordt de mogelijkheden
tot ontzetting uit het beroep bij delicten die aanzetten tot haat of geweld
tegen personen te verruimen De benodigde wetgeving zal begin 2010 gereed zijn.
Deze zomer is een pilot afgerond waarbij de HTR-systematiek met faillissementsfraude
is getest. De knelpunten zijn onderwerp van nadere studie en bespreking binnen
het OM. Na de zomer is een brede proeftuin van start gegaan waarin de gehele
keten wordt getest (vanaf het moment waarop informatie wordt geleverd in het
systeem en via nadere analyse met een risicomelding aan toezichthouder/handhaver
het systeem verlaat). Dan zullen alle vormen van misbruik van rechtspersonen
op financieel-economisch gebied worden meegenomen, die de voorkeur hebben
van de afnemers van de risicomeldingen. Dit zijn toezichthouders en handhavers,
maar met name het OM en de Belastingdienst, waarmee komende jaren afspraken
nader worden uitgewerkt en in een convenant vastgelegd. Wetsvoorstel is onlangs
voor de tweede keer in consultatie gaan. Beoogd wordt behandeling in MR voor
kerstreces. Voorts wordt gewerkt aan wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">17</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Invoering van publicatieplicht voor stichtingen van de
staat van baten en lasten en een balans, zoals aangekondigd in de brief aan
de Tweede Kamer van 30 juni 2005 (TK, vergaderjaar 2004–2005, 27 925,
nr. 181)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In 2005 heeft het Kabinet aangekondigd
de transparantie van stichtingen te willen verbeteren. Op dit terrein zijn
intussen diverse stappen gezet. Ter versterking van de preventieve en repressieve
mogelijkheden m.b.t. het misbruik van stichtingen is het echter nodig dat
de informatiepositie over gegevens over stichtingen structureel verder wordt
verbeterd. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">18</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Herziening toezicht rechtspersonen (HTR). HTR is een instrument
dat toezicht- en handhavingsorganisaties, actief op het gebied van het voorkomen
en bestrijden van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch terrein,
moet gaan ondersteunen bij hun eigen taken </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De
benodigde wetgeving zal begin 2010 gereed zijn. Deze zomer is een pilot afgerond
waarbij de HTR-systematiek met faillissementsfraude is getest. De knelpunten
zijn onderwerp van nadere studie en bespreking binnen het OM. Na de zomer
is een brede proeftuin van start gegaan waarin de gehele keten wordt getest
(vanaf het moment waarop informatie wordt geleverd in het systeem en via nadere
analyse met een risicomelding aan toezichthouder/handhaver het systeem verlaat).
Dan zullen alle vormen van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch
gebied worden meegenomen, die de voorkeur hebben van de afnemers van de risicomeldingen.
Dit zijn toezichthouders en handhavers, met name het OM en de Belastingdienst,
waarmee komende jaren afspraken nader worden uitgewerkt en in een convenant
vastgelegd. Wetsvoorstel is onlangs voor de tweede keer in consultatie gegaan.
Beoogd wordt behandeling in MR voor kerstreces. Voorts wordt gewerkt aan wetsvoorstel
civielrechtelijk bestuursverbod.</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 29 754, nr. 131.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>IMES, Teruggang en uittreding. Processen van deradicalisering ontleed.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 754, nr. 137.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Radicaliseringshaarden zijn organisaties, groepen of locaties waar sprake
is van activiteiten en uitingen die bijdragen aan verdergaande radicalisering
van individuen, welke kunnen uitmonden in terrorismegerelateerde activiteiten.
Bij radicaliseringshaarden is sprake van voedingsbodem voor radicalisering.
Zie ook Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 754, nr. 61.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v8.1" nr="1">
    <al>Deze brief is opgesteld naar aanleiding van een toezegging aan uw Kamer
tijdens het AO van 22 oktober 2008 ter voorbereiding op de JBZ-raad van
24 oktober 2008.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 31 200 VI,
nr. 79.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.2" nr="2">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 29 754/31 200
VI, nr. 132.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.3" nr="3">
    <al>Verwijzing volgt na publicatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v11.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 31 477, nr.
1.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v11.2" nr="2">
    <al>Tweede kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 31 477, nr.
5.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v11.3" nr="3">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 27 834, nr.
51.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v13.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, kamerstuk 29 754, nr.
133.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>