﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-127/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_5_7__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST116062</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 754</nummer>
      <naam>Terrorismebestrijding</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>127</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>5 maart 2008</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij bieden wij u een samenvatting aan van het twaalfde Dreigingsbeeld
Terrorisme Nederland (DTN) van maart 2008. Dit dreigingsbeeld heeft aanleiding
gegeven het algemene dreigingsniveau van Nederland te verhogen van «beperkt»
naar «substantieel». Daarmee is de dreiging terug op het niveau
dat gold vanaf het eerste DTN in mei 2005 tot DTN 8 in april 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De formele rapportageperiode van het DTN-12 loopt van 1 september
2007 tot 31 december 2007. Recente ontwikkelingen tot en met 29 februari
2008 zijn echter eveneens in de analyse verwerkt. Het DTN wordt vier keer
per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding,
beslaat in principe een kwartaal, en is in eerste instantie bedoeld voor de
Raad voor de Nationale Veiligheid. Het DTN wordt ook besproken met de Commissie
voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer. Twee keer per jaar
wordt een samenvatting van het DTN opgenomen in de halfjaarlijkse Voortgangsrapportage
Terrorismebestrijding. Aangezien de volgende voortgangsrapportage pas begin
juni 2008 van dit jaar naar uw Kamer zal worden gestuurd, hebben wij ervoor
gekozen uw Kamer via deze weg te informeren over de inhoud van het meest recente
DTN. In de eerstkomende voortgangsrapportage zal een samenvatting van het
dan actuele DTN worden opgenomen en zal ook worden ingegaan op mogelijke beleidsimplicaties
van het DTN.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Justitie,</functie>
        <naam>E. M. H. Hirsch Ballin</naam>
        <functie>De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>G. ter Horst</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland maart
2008 (DTN-12)</tuskop>
      <al>In de aanloop naar DTN12 heeft de al in DTN10 en DTN11 gesignaleerde toenemende
voorstelbaarheid van een aanslag in Nederland verdere groei doorgemaakt. Kennis
opgedaan uit recent verijdelde aanslagen in Europa maakt het voorstelbaar
dat in West-Europa, en dus ook Nederland, meer dan voorheen rekening moet
worden gehouden met aanslagen. De dreiging gaat hoofdzakelijk uit van door
de kern van al Qa’ida aangestuurde of beïnvloede groepen uit Pakistan
en Afghanistan. Ook de toename van de ongekende dreiging, dat wil zeggen vanuit
personen of groepen die (nog) niet in beeld zijn van Europese Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten of pas op het allerlaatste moment in beeld zijn gekomen,
heeft sinds DTN10 doorgezet. Dit zijn belangrijke factoren die de voorstelbaarheid
van vooral de internationale dreiging voor Nederland dusdanig doen toenemen
dat, ook al zijn er op dit moment geen concrete aanwijzingen voor aanslagen
in Nederland, nu de conclusie gerechtvaardigd is dat het dreigingsniveau verhoogd
moet worden van «beperkt» naar «substantieel». Daarmee
is de dreiging terug op het niveau dat gold vanaf het eerste DTN in mei 2005
tot DTN 8 in april 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een bijkomende factor die het huidige dreigingsbeeld bepaalt, is dat het
internationale profiel van Nederland de afgelopen tijd verhoogd is door de
wijze waarop discussies over de islam in Nederland worden gevoerd, bijvoorbeeld
naar aanleiding van een aangekondigde film over de Koran. Het betreft hier
een momentopname. Het is echter niet te voorspellen hoe een en ander zich
op dit vlak verder zal ontwikkelen.</al>
      <tuskop letat="vet">Terrorisme</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Toegenomen internationale jihadistische invloeden</tuskop>
      <al>Sinds DTN10 is sprake van een toename van de internationale invloed op
de jihadistische dreiging in West-Europa. Bij aanhoudingen in het Verenigd
Koninkrijk (juni 2007), Denemarken (september 2007) en Duitsland (september
2007) bleek sprake van training en soms van strategische sturing door aan
al Qa’ida gelieerde groeperingen in onder meer Pakistan en Afghanistan.
Dit was ook voor Nederland een zorgelijke ontwikkeling. Bij de casus in het
Verenigd Koninkrijk (juni 2007) waar sprake was van dergelijke internationale
beïnvloeding, leek deze nog sterk verbonden met de Pakistaanse immigrantenpopulatie
aldaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Begin 2008 werden in Spanje leden van een jihadistisch netwerk gearresteerd.
Ook dit netwerk bestond vooral uit personen met een Pakistaanse achtergrond
maar had, naast plannen voor aanslagen in Spanje zélf, ook doelen in
het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Portugal op het oog. Opmerkelijk
hierbij is dat nu vanuit het ene Europese land aanslagen in het andere worden
voorbereid en gefaciliteerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Duitse casus uit september 2007 was sprake van personen die vanuit
Duitsland training en sturing ondergingen in Pakistan/Afghanistan. Bij het
terroristisch complot in het Verenigd Koninkrijk (juni 2007) was weliswaar
sprake van recentelijk geïmmigreerde personen, maar vond de radicalisering
van betrokkenen grotendeels in het Verenigd Koninkrijk plaats. De dreiging
was dus nog <nadruk type="cur">home grown</nadruk>. Een zwaarwegend nieuw
element vanuit de Spaanse casus is dat aanslagplegers niet eerder in Europa
waren, maar lijken te zijn ingevlogen vanuit het grensgebied Pakistan/Afghanistan.
In de beoordeling van de invloed uit Pakistan/Afghanistan moet worden meegenomen
dat aldaar reeds geruime tijd een zeker herstel van de kern van al Qa’ida
gaande is. De groeiende wetteloosheid in dit grensgebied en de
recente instroom daar van deels ervaren jihadisten uit het voor hen inmiddels
minder populaire Irak, zorgen daarbij voor een aanzienlijke groep die bovendien
beter en meer praktijkgericht is getraind dan de gemiddelde <nadruk type="cur">home grown</nadruk> jihadist. Deze laatste moet veelal via het internet en
van papier werken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelwitkeuze van deze jihadisten in het grensgebied Pakistan/Afghanistan
is naar verwachting ook minder gericht op individuen, zoals nu bij de lokale
Nederlandse netwerken, maar op meer traditionele al Qa’ida doelwitten.
Deze zullen zich kenmerken door een hoge symbolische waarde of de mogelijkheid
van grote aantallen slachtoffers.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In combinatie met de eerder genoemde Spaanse zaak moet worden geconcludeerd
dat invloeden vanuit het grensgebied Pakistan/Afghanistan en/of al Qa’ida
nu Europa-breed tot uitdrukking kunnen komen. Dit versterkt de in DTN10 en
DTN11 beschreven zorg: de terroristische complotten in het Verenigd Koninkrijk,
Duitsland en Denemarken (september 2007) waren geen op zichzelf staande toevalligheden,
maar aanslagen georganiseerd door personen met een Pakistaanse achtergrond
of uitgevoerd door personen die daar zijn getraind zijn nu overal voorstelbaar
in Europa, en dus ook in Nederland.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoewel het zwaartepunt van de internationale dreiging uit Pakistan/Afghanistan
komt, kan tot slot ook een mogelijke Noord-Afrikaanse component worden aangewezen.
In het najaar van 2007 heeft de LIFG (Libyan Islamic Fighting Group) zich
verbonden aan al Qa’ida. Voor met name de LIFG geldt dat deze groep
een uitgebreid ondersteuningsnetwerk heeft in Europa.</al>
      <tuskop letat="cur">Toegenomen ongekende dreiging</tuskop>
      <al>De beschreven internationale invloed op de dreiging geeft aan dat de zichtbaarheid
daarvan voor Europa afneemt: radicalisering, netwerkvorming en training vinden
in het buitenland plaats en dus veelal buiten het zelfstandige zicht van de
Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze onzichtbaarheid kan daarmee
ook (tijdelijk) blijven bestaan na binnenkomst van buitenlandse terroristen.
De onzichtbaarheid wordt verder beïnvloed doordat jihadisten over het
algemeen veiligheidsbewuster zijn geworden en meer vaardigheden hebben ontwikkeld
om opsporing te voorkomen.</al>
      <al>Ten tijde van eerdere DTN’s gold die onzichtbaarheid ook voor de
cellen die aanslagpogingen deden in Duitsland (DTN6/juni 2006: kofferbommen
in treinen) en het Verenigd Koninkrijk (DTN10/juni 2007: bomauto’s in
Londen). Veel van de betrokken personen verbleven nog maar kort in deze landen,
en waren kennelijk niet of onvoldoende bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten
opgevallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dankzij internationale samenwerking zijn in Nederland in de afgelopen
periode ook nieuwe personen onderkend via wie mogelijk een internationale
dreiging kan uitgaan tegen Nederland of andere Europese landen. Verder werden
eind 2007 drie personen aangehouden in Rotterdam, waarmee voornemens voor
aanslagen werden verstoord. Gezien de kenmerken van genoemde casussen kan
hieruit worden opgemaakt dat ook Nederland te maken heeft met een ongekende
dreiging.</al>
      <tuskop letat="cur">Profiel Nederland</tuskop>
      <al>Bij de verijdelde aanslagen in Duitsland (september 2007), Denemarken
(september 2007) en Spanje (januari 2008) bleek de aanwezigheid van Westerse
militairen in Afghanistan een belangrijke motiverende factor voor
de aanslagplannen. Op dit punt bestaat dan ook een duidelijke overeenkomst
met het profiel van Nederland, zeker gezien de verlenging van de Nederlandse
militaire missie in Afghanistan. Dit genereert, ook vanwege de Europa-brede
oriëntatie van het Spaanse netwerk, risico’s voor Nederland.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De wijze waarop in Nederland debatten over de islam voorkomen, gemarkeerd
door onder meer de aangekondigde films over de Koran van de PVV-fractievoorzitter
en de voorzitter van het Comité Ex-moslims alsook de discussie rondom
de plaatsing van kunstwerken van een Nederlands/Iraanse kunstenares heeft
internationaal, zeker ook in islamitische landen, veel aandacht gekregen en
het profiel van Nederland internationaal verhoogd. Dit heeft op een van de
meest vooraanstaande internationale jihadistische webfora onder meer geleid
tot doodsbedreigingen gericht aan de PVV-fractievoorzitter. Ook hebben jihadisten
er, in de context van de discussie over de film van de PVV-fractievoorzitter,
opgeroepen om aanslagen te plegen in Nederland dat «Afghanistan bezet».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tegenover genoemde factoren staat dat de verlenging van de Nederlandse
missie in Afghanistan nog weinig reacties heeft opgeroepen bij jihadisten.
Ook is Nederland in de afgelopen periode niet specifiek genoemd in de boodschappen
van al Qa’ida-leiders of daaraan gelieerde organisaties. Recente boodschappen
uit die hoek waren echter wel specifiek gericht op de Europese bevolking.
Hoewel binnen Europa de inmiddels inzichtelijk gemaakte ongekende dreiging
tot nu toe vooral op andere Europese landen gericht was, kan zeker niet uitgesloten
worden dat Nederland, bijvoorbeeld afhankelijk van het succes en de invloed
van aanslagen in andere landen, in een later stadium ook tot doelwit zal worden
gekozen.</al>
      <tuskop letat="cur">Netwerken in Nederland</tuskop>
      <al>Het beeld van reeds langer gekende lokale netwerken in Nederland is sinds
DTN8 niet verontrustend. Dit beeld blijft ook ten tijde van DTN12 staan. Ontbrekend
leiderschap in deze lokale groepen, doordat leiders vastzitten, was daarbij
een belangrijke factor. De uitspraak in januari 2008 van het hof in de zaak
tegen de Hofstadgroep zal mogelijk effect hebben op de verhoudingen en motivatie
binnen de bestaande netwerken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de dreiging van lokale netwerken blijft ook het risico aanwezig
van de (gestoorde) enkeling <nadruk type="cur">(«sudden jihad syndrom»)</nadruk> of een lokaal netwerk, gesteund en gestimuleerd door de massamedia
en instructiemateriaal op het internet.</al>
      <tuskop letat="vet">Radicalisering en Polarisatie</tuskop>
      <al>De verspreiding van het radicaal islamitische gedachtegoed heeft ook in
de afgelopen periode plaatsgevonden, voornamelijk via jongerenpredikers die
veel aanzien genieten bij de moslimjeugd. Zij geven lezingen op verschillende
lokaties, veelal buiten moskeebesturen om. De toename in activiteit is vooral
zichtbaar buiten de Randstad. Dat het religieuze circuit juist in deze contreien
aantrekt is in ieder geval deels te verklaren uit de omstandigheid dat enkele
van de actieve predikers afkomstig zijn uit deze regionen. Deze observatie
wordt bevestigd door uitlatingen op internet, waar geklaagd wordt dat er in
de grote steden niets meer gebeurt aan prediking. Voor de jongeren uit de
Randstad is het door de afstand minder makkelijk om lezingen bij te wonen
in de andere provincies.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Berichten in eerdere DTN’s over zekere radicaliseringstendensen
onder Turkse Nederlanders worden bevestigd door nader onderzoek. Gebleken is echter dat de verspreiding van de radicale islam in deze kring getalsmatig
een marginaal verschijnsel is dat desalniettemin niet veronachtzaamd mag worden.
Kenmerkend daar is dat een gedachtegoed ontwikkeld wordt dat sterke overeenkomsten
vertoont met dat wat in de bestaande salafistische centra in Nederland wordt
gepredikt.</al>
      <tuskop letat="vet">Weerstand</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Weerbaarheid</tuskop>
      <al>Sinds februari 2006 wordt in het DTN bericht over de toegenomen weerbaarheid
van Nederlandse moslims tegen radicalisering en extremisme. De reacties van
verschillende moslimorganisaties in Nederland op de voorgenomen film van de
PVV-fractievoorzitter bevestigen nog eens deze ontwikkeling. Vrijwel alle
belangrijke moslimorganisaties roepen de Nederlandse moslims op de rust te
bewaren en, indien zij zich beledigd voelen, zich niet te laten provoceren
tot gewelddadige acties. Deze organisaties realiseren zich bovendien dat geweld
en polarisatie langs etnische en religieuze lijnen in Nederland de aanwezige
anti-islamitische sentimenten alleen maar zullen versterken. Sommige moslimorganisaties
trachten inmiddels actief de mogelijke negatieve effecten van de film te neutraliseren
door relevante buitenlandse islamitische actoren te benaderen. Daarnaast zijn
initiatieven ontplooid om het in sommige islamitische landen aangekondigde
boycotten van Nederlandse producten te voorkomen. Nederlandse moslimorganisaties
dragen hierbij de boodschap uit dat de moslimgemeenschappen in Nederland niet
gebaat zijn bij escalatie, en dat de Nederlandse overheid en de overgrote
meerderheid van de Nederlanders de opvattingen van de PVV-fractievoorzitter
niet delen. Tevens is van salafistische zijde opgeroepen geweldloze actie
te ondernemen indien de Koran en het geloof in de film van de PVV-fractievoorzitter
worden aangevallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de vele inspanningen om de weerbaarheid te laten toenemen en polarisatie
te laten afnemen moet wel worden opgemerkt dat deze initiatieven mogelijk
vooral de minder extremen van de verschillende groepen aanspreken. De doorgroei
naar geweldsbereidheid van radicaliserende personen kan door de toenemende
weerbaarheid worden gedempt. Ook kan de toenemende weerstand de mate beperken
waarin jihadisten kunnen opereren in een voor hen «vriendelijke»
omgeving. Echter, personen die al zwaar geradicaliseerd zijn, en van wie de
echt gewelddadige actie te verwachten is, zullen zich mogelijk alleen maar
verder afkeren van de samenleving alsook van hun minder radicale broeders,
die door hen mogelijk worden gezien als «zwak» en te compromisbereid.</al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>