﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-121/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_5_5__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST113046</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 754</nummer>
      <naam>Terrorismebestrijding</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>121</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>27 november 2007</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In juni 2007 ontving uw Kamer de zesde voortgangsrapportage terrorismebestrijding<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Met deze brief bieden wij u de zevende voortgangsrapportage
aan. De rapportage behandelt de voortgang die het afgelopen half jaar is geboekt
bij de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende onderdelen van het
antiterrorismebeleid. Daarbij gaat het achtereenvolgens om de internationale
samenwerking, het tegengaan van polarisatie en radicalisering, het creëren
van een slagvaardige organisatie en instrumenten, het treffen van veiligheidsmaatregelen,
het voorbereid zijn op (de gevolgen van) een mogelijke aanslag en communicatie
en voorlichting. De voortgangsrapportage begint zoals gebruikelijk met een
samenvatting van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN).
Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding (NCTb) en valt onder zijn verantwoordelijkheid. Bij
de voortgangsrapportage is een actiepuntenlijst gevoegd.</al>
      <tuskop letat="vet">1. Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland
oktober 2007</tuskop>
      <al>Het dreigingsniveau voor Nederland is beperkt. De kans op een terroristische
aanslag wordt op dit moment als relatief gering ingeschat. Tijdens de afgelopen
maanden hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, die een aanslag in Nederland
meer voorstelbaar hebben gemaakt. Die toegenomen voorstelbaarheid heeft te
maken met de toename van de internationale invloed op de jihadistische dreiging
in West-Europa als geheel. Dit kwam tot uiting in recente voorvallen waarbij
aan al Qa’ida gelieerde groeperingen training en strategische sturing
gaven aan lokale cellen in Duitsland en Denemarken. Net als ten tijde van
het vorige dreigingsbeeld geldt echter dat er geen directe aanwijzingen zijn
dat ook Nederland geconfronteerd zal worden met een aanslag. Met name ten
aanzien van de weerstand tegen terrorisme zijn interessante ontwikkelingen
te melden. Deze ontwikkelingen worden dan ook als eerste behandeld.</al>
      <tuskop letat="vet">Weerstand</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Weerbaarheid</tuskop>
      <al>In het voorlaatste dreigingsbeeld is gemeld dat er sprake lijkt te zijn
van een zekere berusting onder brede lagen van de moslimbevolking in Nederland
over het felle islamdebat. Moslims reageren minder heftig op beledigende uitspraken
over de islam dan enkele jaren geleden. Het bovenstaande laat echter onverlet
dat beledigende uitspraken over de profeet en de islam nog steeds heftige
emoties kunnen oproepen. Het opgelaaide islamdebat van afgelopen zomer (waarover
in het vorige dreigingsbeeld is gerapporteerd) laat dit zien. Hoezeer islamkritische
uitlatingen in de media en politiek leiden tot felle reacties bij bepaalde
delen van de moslimgemeenschap is afhankelijk van onder andere de aard van
de uitlating, de aanwezigheid van andere onderwerpen die de media beheersen
en de vraag of anti-islamitische sentimenten op dat moment aan de oppervlakte
drijven. Bij felle reacties is het niet altijd duidelijk of de discussie blijft
voortduren en onderliggende gevoelens en attitudes blootlegt, of dat het gaat
om een korte, hevig oplaaiende discussie die binnen een week weer uitdooft.
Met andere woorden, bij felle reacties op islamkritische uitlatingen is het
moeilijk te duiden of deze het gevolg zijn van diepgewortelde gevoelens en
attitudes, of van het zich laten meeslepen door «de waan van de dag»
en de publieke discussie op dat moment. Vooral op internet speelt deze «waan»
een grote rol bij de reacties op islamkritische uitlatingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De moslimgemeenschappen in Duitsland, Denemarken en Oostenrijk hebben
in sterke bewoordingen afstand genomen van moslims die in genoemde landen
zijn gearresteerd wegens terroristische en/of jihadistische activiteiten.
Moslimvertegenwoordigers in de drie landen waarschuwen er tegelijk voor alle
moslims over één kam te scheren. In Denemarken zeggen moslims
het gevoel te hebben twee stappen achteruit te zetten, zodra moslims verdacht
worden van een aanslag. Overigens namen ook in Nederland moslims na de moord
op Theo van Gogh nadrukkelijker afstand van jihadistische activiteiten en
hebben diverse moslimleiders ook bij andere gelegenheden geweld veroordeeld.
Een recent voorbeeld hiervan is de voorzitter van de Nederlandse Vereniging
voor Imams, die aan de zijde van enkele ex-moslims verklaarde dat geweld tegen
afvalligen uit den boze is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf februari 2006 is in dreigingsbeelden bericht over de toenemende
weerbaarheid onder moslims tegen het islamistische geweld. Uit recent grootschalig
onderzoek van het onderzoekscentrum PEW Global Attitudes blijkt deze ontwikkeling
zich ook wereldwijd te manifesteren. Uit dit onderzoek blijkt dat minder inwoners
van moslimlanden zelfmoordaanslagen een geoorloofd middel vinden om de islam
te verdedigen. Dit vijfjaarlijkse onderzoek, waarbij 45 000 mensen in
47 landen zijn bevraagd, laat zien dat in landen als Libanon, Bangladesh,
Jordanië, Pakistan en Indonesië de steun voor zelfmoordaanslagen
gehalveerd is in vergelijking met vijf jaar geleden. Opvallend is dat in genoemde
landen sinds 2002 (zelfmoord-)aanslagen hebben plaatsgevonden. Hieruit kan
worden afgeleid dat burgers eerder geneigd zijn terroristische aanslagen af
te keuren als zij zelf meer kans hebben hierdoor getroffen te worden. Overigens
blijkt uit de reacties op de website van de Arabischtalige nieuwszender Aljazeera
dat een meerderheid van de lezers die gereageerd hebben aanslagen tegen onschuldige
moslims afkeurt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tegen deze achtergrond mag evenmin het belang onderschat worden van een
ideologische koerswijziging in het intellectuele debat in de islamitische
wereld, die zich de afgelopen maanden aftekent. Een aantal prominente geestelijke
leiders heeft namelijk afstand genomen van de huidige jihadpraktijk
(zelfmoordaanslagen, religieus geweld in Irak etc.). Het is echter niet uit
te sluiten dat dergelijke acties mede te maken hebben met pogingen van overheden
in het Midden-Oosten om een positiever beeld van zichzelf in het westen te
scheppen.</al>
      <tuskop letat="cur">Tegenmaatregelen</tuskop>
      <al>Op 19 augustus 2007 diende de beroepszaak die een Keniaanse imam
van de Eindhovense Al Fourqaanmoskee had aangespannen tegen zijn uitzetting.
Het betreft één van de drie imams van deze moskee tegen wie
procedures tot uitzetting zijn gestart. Eén van hen vertrok zelf uit
Nederland, een andere werd reeds uitgezet. De imams zouden onvoldoende zijn
opgetreden tegen de activiteiten van ronselaars voor de jihad in en om hun
moskee. De zaak van de Keniaanse imam is anders dan die van de eerder uit
Nederland verwijderde imam, omdat eerstgenoemde onder het Gemeenschapsrecht
valt op grond van zijn huwelijk met een Zweedse onderdaan. In de regel biedt
dit een sterkere positie in het vreemdelingenrecht. De rechter oordeelde op
10 oktober 2007 dat het eind 2005 uitgebrachte ambtsbericht van de AIVD
inzake de Keniaanse imam op inhoudelijk juiste gronden is gebaseerd. Het bezwaar
van de imam tegen zijn uitzetting uit Nederland is ongegrond verklaard.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door een burgerinitiatief van leden van het Amerikaanse freewebs forum
in de Verenigde Staten zijn ruim veertig jihadistische websites door hun hostbedrijven
uit de lucht gehaald, waarvan enkele behoren tot de meest invloedrijke jihadistische
websites ter wereld. Ook Nederlandse jihadisten en radicale moslims bezochten
deze websites. Hoewel enkele websites vrijwel direct weer ergens anders hostingfaciliteiten
hadden gevonden, zijn de meeste op dit moment nog niet opnieuw online. Voor
zover bekend hebben de Amerikaanse veiligheidsdiensten geen relatie met dit
burgerinitiatief. Het uit de lucht halen van de site doorkruist ook de inlichtingenbelangen
van de Amerikaanse overheid. Een voordeel is echter dat nu inzicht kan worden
verkregen in de gevolgen van het sluiten van jihadistische sites: hoe lang
duurt het bijvoorbeeld voordat de websites weer online komen en waar laten
zij zich dan hosten?</al>
      <tuskop letat="cur">Terrorisme</tuskop>
      <al>Contacten tussen lokale autonome netwerken en internationale netwerken,
zoals kern al Qa’ida of daaraan gelieerde groepen in het grensgebied
van Pakistan/Afghanistan, lijken binnen Europa breder aanwezig dan alleen
in het Verenigd Koninkrijk. Dit uitte zich in de mislukte en verijdelde aanslagen
in Denemarken en Duitsland en leidde in het vorige dreigingsbeeld tot de slotsom
dat de voorstelbaarheid van dreiging vanuit internationaal georiënteerde
jihadistische netwerken ook voor Nederland groter was geworden, zeker omdat
er ook overeenkomsten zijn tussen het profiel van Denemarken en Duitsland
en dat van Nederland. Tegelijk ontbraken aanwijzingen voor een op handen zijnde
aanslag, kenden genoemde incidenten ook enkele voor de betreffende landen
specifieke achtergronden en zijn vraagtekens te plaatsen bij de professionaliteit
van de opgerolde netwerken. Bovendien was het beeld van de door de Nederlandse
diensten gekende netwerken vooralsnog niet verontrustend. Dit is nog steeds
zo. Hieronder wordt een aantal factoren genoemd, dat de situatie rond de voorstelbaarheid
van de dreiging voor Nederland nader inkleurt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten tijde van het vorige dreigingsbeeld is aandacht besteed aan bekeerlingen
als risicogroep voor deelname aan terroristische netwerken. Een andere risicogroep
vormen moslims die zich recent in westerse landen hebben gevestigd. Hun gewelddadige
radicalisering verloopt gemiddeld sneller en met grotere stappen dan bij moslims
die hier geboren zijn of al veel langer hier wonen. Dit was bijvoorbeeld het
geval bij de aanslagplegers op Glasgow Airport (29 juni 2007)
en de daders van de mislukte aanslagen op treinen in Duitsland (juli 2006).
Als verklaring kan gewezen worden op de mogelijkheid dat er bij recent naar
Europa gekomen moslims een grotere discrepantie bestaat tussen hun opvattingen
en de praktijk in hun nieuwe omgeving. De praktijk heeft ten aanzien van genoemde
voorbeelden laten zien dat de pasgevestigde moslimmigranten niet tijdig onder
de aandacht van inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn gekomen. Blijkbaar
is deze groep daarom voor terroristische netwerken aantrekkelijk als doelgroep,
en mogelijk aantrekkelijker dan de hier opgegroeide jongeren, die bij contacten
met bijvoorbeeld geestverwanten in Pakistan al snel in het vizier zullen komen
van de terrorismebestrijders.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De gebeurtenissen in de bekende islamitische strijdtonelen, de Nederlandse
politieke en militaire bemoeienis met Afghanistan en Libanon en samenwerking
daarbij met de Verenigde Staten hebben de speciale aandacht van sommige hier
te lande woonachtige radicale moslims en blijven voor hen een inspiratiebron
om op jihad te gaan. De bij de lokale netwerken aanwezige intenties om deel
te nemen aan de jihad in het buitenland groeien. Momenteel zouden er in deze
netwerken geen personen zijn met kennis over de routes naar de strijdgebieden.
Men beschikt niet over de juiste contacten om een dergelijke jihadreis te
organiseren. Er moet rekening mee worden gehouden dat Nederland in de toekomst,
net als onze buurlanden, te maken kan krijgen met individuen die naar die
gebieden reizen met als doel daarna aanslagen te plegen tegen Nederlandse
militairen ter plekke of doelen in Nederland zelf. Transnationale netwerken,
die ook in Nederland vertakkingen hebben, zouden dit kunnen faciliteren. Daarmee
zou de dreiging tegen Nederland of tegen Nederlandse belangen in het buitenland
op termijn kunnen toenemen.</al>
      <al>Tenslotte zijn er aanwijzingen van financiële steun op beperkte schaal
vanuit ons land aan in het Pakistaans/Afghaanse grensgebied aanwezige jihadistische
groeperingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten aanzien van de Nederlandse besluitvorming over verlenging van de Nederlandse
missie, is beïnvloeding van de nationale politiek door bedreigingen en
ontvoeringen van Nederlanders in het buitenland voorstelbaar. Met name uit
de recente casus in Duitsland is op te maken dat Westerse landen met een militaire
presentie in Afghanistan te maken hebben met een verhoogd dreigingsprofiel,
vooral wanneer zij nog niet getroffen zijn door een jihadistische aanslag.</al>
      <tuskop letat="cur">Radicalisering en polarisatie</tuskop>
      <al>In eerdere dreigingsbeelden is gerapporteerd over de voortgaande verspreiding
van het salafisme in Nederland, waardoor steeds meer moskeeën onder salafistische
invloed komen te staan. Naast deze ideologische beïnvloeding deinzen
salafisten er niet voor terug om tweedracht binnen moskeeën te zaaien.
Deze recente ontwikkelingen in Nederland vertonen overeenkomsten met die in
Frankrijk. Daar hanteren de salafisten volgens de bekende islamkenner Samir
Amghar de strategie van parasitage om verbreiding van hun geloofsovertuiging
te bewerkstellingen. Met parasitage wordt bedoeld dat een groep salafisten
besluit een moskee of een islamitisch cultureel centrum te bezoeken. Wanneer
deze groep zich sterk genoeg voelt, doet zij een greep naar de macht door
het bestuur en de imam te vervangen. In Frankrijk zijn reeds verschillende
moskeeën via deze strategie onder invloed gekomen van salafisten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Opvallend is dat (met name de politiek georiënteerde) salafisten
transparant zijn over hun ambities de da’wa in Nederland zo breed mogelijk
te verspreiden. Zo is de «salafistische agenda» vrij op internet
te raadplegen. Deze agenda geeft niet alleen aan in welke plaats een lezing
zal worden verzorgd, maar geeft veelal ook de locatie aan waar de lezing verzorgd
zal worden, het onderwerp en de doelgroep van de lezingen, en
de naam (soms aliassen) van de prediker. Deze transparantie is opvallend,
omdat de politieke salafisten weten dat zij de aandacht hebben van de overheid
en samenleving. Het is mogelijk dat de openheid bedoeld is om de samenleving
het idee te geven dat zij niets te verbergen hebben en dat de samenleving
ook niets van ze te vrezen heeft. Overigens staan de lezingen weliswaar op
internet, maar men is niet transparant over de boodschap die men verspreidt
en «onbekenden» zijn veelal niet welkom. De schijnbare openheid
kan dus ook een manifestatie zijn van de door de salafisten gevoerde façadepolitiek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland telt ongeveer 550 moskeeën, waarvan ongeveer veertig procent
als Marokkaans gekwalificeerd kan worden. Thans bereiken de salafisten zo’n
dertig Marokkaanse moskeeën. Dit betekent dat in ten minste een kleine
vijftien procent van de Marokkaanse moskeeën in Nederland salafistische
predikers optreden. Het is niet ongebruikelijk dat rond de honderd jonge Nederlandse
Marokkanen een dergelijke lezing bijwonen. Hierbij wordt opgemerkt dat de
intensiteit van de beïnvloeding kan variëren. In sommige moskeeën
worden op structurele basis lezingen verzorgd door salafistische predikers.
In andere gevallen gaat het om moskeeën waar de beïnvloeding beperkt
blijft tot één of enkele lezingen per jaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met betrekking tot radicaliseringstendensen onder personen van extreemrechtse
signatuur kan gemeld worden dat in Lelystad een groep van vijf jonge nationalistische
jongens is veroordeeld wegens brandstichting en pogingen daartoe in een islamitische
supermarkt, een synagoge, een krakerspand en een islamitische school, eind
2006 in Almere en Amsterdam. De jongens stellen dat hun nationalistische gedachtegoed
de drijfveer voor hun acties is en dat zij handelen als «beschermers
van de nationale cultuur». De rechter sprak uit dat hij ernstig rekening
heeft gehouden met gevoelens van maatschappelijke onrust die zij teweeg gebracht
hebben en dat resoluut opgetreden moet worden tegen extremistische acties
die bijdragen aan verdere radicalisering. Dergelijke kwesties reflecteren
de zorg die momenteel leeft omtrent extreemrechts.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Internationale ontwikkelingen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Europese Unie</tuskop>
      <al>De Europese Unie (EU) is ook op het terrein van terrorismebestrijding
voor Nederland een belangrijk multilateraal kader voor samenwerking. Het stemt
tot tevredenheid dat, na een periode waarin de functie van EU Coördinator
Terrorismebestrijding vacant was, in september 2007 de Belg Gilles de Kerchove
tot nieuwe coördinator werd benoemd. De Coördinator Terrorismebestrijding
vervult binnen de EU een spilfunctie bij het afstemmen en doorvoeren van maatregelen
tegen terrorisme. Ook vervult hij, als het gezicht van de EU op dit terrein,
een belangrijke rol in de samenwerking met derde landen. Bij brief van de
minister van Justitie van 3 oktober jongstleden zijn de Staten-Generaal
reeds geïnformeerd over het mandaat van de nieuwe coördinator, dat
niet wezenlijk anders luidt dan dat van zijn voorganger<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Basisdocumenten van de Unie met betrekking tot het terrorismevraagstuk
zijn de antiterrorismestrategie van december 2005 en het bijbehorende actieplan,
dat in april 2007 werd geactualiseerd. Eén van de taken van de EU Coördinator
Terrorismebestrijding is toe te zien op de implementatie van deze strategie
en van het actieplan en de afspraken met derde landen te bewaken. Het meest
recente rapport (21 mei 2007) over de implementatie van de strategie
werd nog voorbereid door de vorige coördinator, de Nederlander
Gijs de Vries, maar werd pas na zijn vertrek afgerond. Dit rapport constateert
dat inmiddels meer voortgang wordt geboekt bij de implementatie van de strategie
en bij de omzetting van maatregelen in nationale wetgeving. Tegelijk pleit
het rapport voor verdere intensivering van de politiesamenwerking en van de
informatie-uitwisseling tussen lidstaten ter bestrijding van zowel terrorisme
als gewone criminaliteit. Tegen deze achtergrond is het positief dat het Portugese
voorzitterschap terrorismebestrijding totéén van zijn prioriteiten
heeft verklaard en zich inspant om verdere maatregelen op dit gebied tot stand
te brengen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de EU is, mede op Nederlandse aansporing, tevens veel aandacht besteed
aan het vraagstuk van de radicalisering. Het is van groot belang gevaarlijke
vormen van radicalisering tegen te gaan en te voorkomen dat deze in terreurdaden
uitmonden. Met het oog hierop werd in december 2005 een EU-strategie en actieplan
voor het tegengaan van radicalisering en rekrutering aangenomen. Dit actieplan
werd in februari 2007 geactualiseerd. Onder het huidige voorzitterschap is
vooral aandacht besteed aan het tegengaan van radicalisering onder jeugd en
de rol van eerstelijns werkers en onderwijs in dit verband. Speciale aandacht
verdient voorts het internet, dat onder meer een grote rol speelt bij de verspreiding
van radicale propaganda. Dit wordt nog eens onderstreept door de recente arrestaties
in Spanje van de leden van een jihadistisch netwerk, dat via het internet
communiceerde en vrijwilligers voor de jihad probeerde te rekruteren. Internet
is binnen de EU, zowel onder Duits als Portugees voorzitterschap, uitgebreid
aan de orde geweest. Daarbij zijn met name de mogelijkheden besproken om sites
die tot geweld aansporen beter in de gaten te houden en hierover de informatie-uitwisseling
te versterken op basis van het project «Check the Web». In dat
verband vinden er regelmatig expert bijeenkomsten plaats in samenwerking met
Europol. De Europese Commissie is voorts doende voorstellen te ontwikkelen
om het «Kaderbesluit inzake terrorismebestrijding» van 2002 aan
te vullen met bepalingen omtrent misbruik van internet voor terroristische
doeleinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tevens wordt er in Europees verband gewerkt aan de voorbereiding van een
tweede ronde van wederzijdse evaluaties om de voorzieningen ter voorbereiding
op een mogelijke aanslag nader te onderzoeken. Deze evaluatiebezoeken, die
in 2008 zullen worden uitgevoerd, zullen leiden tot aanbevelingen en voorbeelden
van best practices.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast heeft de Commissie aangekondigd binnenkort met een pakket maatregelen
te komen, waaronder een actieplan ter beveiliging van explosieven en detonatoren.
De beveiliging van explosieven, precursoren en ontstekers is één
van de prioriteiten van het Voorzitterschap. Bij de implementatie van dit
onderwerp wordt onder meer teruggegrepen op de mededeling van de Commissie
van september 2005 (COM (2005) 329) en een speciale task force voor de beveiliging
van explosieven die het eerste half jaar van 2007 aanbevelingen heeft gedaan,
evenals de uitkomsten van een conferentie over explosieven die in juli dit
jaar plaats heeft gevonden in Braga, Portugal. Deze aanbevelingen zien op
de verbetering van informatie-uitwisseling, de ontwikkeling van dreigingsanalyses,
onderzoek, training van personeel, regulering en controle van transacties,
identificatie en detectie. Deze aanbevelingen vormen de basis voor het EU-actieplan
dat de Commissie heeft aangekondigd en dat naar verwachting op begin november
zal worden uitgebracht. Nederland staat positief tegenover dit initiatief
en zal de nodige inzet plegen om een effectieve implementatie van de beveiligingsmaatregelen
te bereiken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vermeld zij voorts dat op 11 juli 2007 de Europese Commissie het
Groenboek Bioparaatheid gepubliceerde. Door middel van dit Groenboek raadpleegt
de Commissie overheden en private instellingen over de wijze waarop
de risico’s van bioterrorisme kunnen worden beperkt en de voorbereiding
en respons op deze risico’s («bioparaatheid») verbeterd
kunnen worden. De regering verwelkomt het Groenboek over bioparaatheid. De
noodzaak van een Europese aanpak wordt onderschreven. Nederland onderschrijft
de door de Commissie voorgestelde «all-hazards approach» om alle
mogelijk biologische risico’s in te perken. Tegen de dreiging van bioterrorisme
is uiteraard tevens een mondiale strategie nodig. Op 5 oktober jongstleden
is de kabinetsreactie op het Groenboek aan uw Kamer aangeboden<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering acht het van belang dat de Europese Unie zich actief profileert
in haar externe betrekkingen en dit geldt ook voor het terrein van de terrorismebestrijding.
Het terrorismevraagstuk vormt een belangrijk agendapunt in het overleg dat
de EU voert met derde landen en met andere regionale organisaties. Voorts
speelt de EU een motorfunctie binnen de Verenigde Naties (VN) en relevante
gespecialiseerde VN-organisaties zoals UNODC (Bureau voor Drugs en Criminaliteit).
Daarnaast verleent de EU op bilaterale basis technische assistentie bij de
bestrijding van terrorisme aan een reeks ontwikkelingslanden, waaronder een
aantal landen van de Maghreb. In juli 2007 sprak de EU voorts de bereidheid
uit het instituut van de Afrikaanse Unie voor de terrorismestudies, gevestigd
te Algiers, financieel te ondersteunen. Speciale vermelding verdient de dialoog
tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over terrorismevraagstukken,
waarbij ook de mensenrechten en de bescherming van persoonsgegevens nadrukkelijk
aan de orde worden gesteld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens onderhandelingen op 27 juni 2007 hebben de Europese Commissie
en het Duitse voorzitterschap overeenstemming bereikt met de Verenigde Staten
over een tekst voor een nieuwe overeenkomst over de behandeling en overdracht
van passagiersgegevens, doorgaans aangeduid als «Passenger Name Records»
(PNR). Tevens is een akkoord bereikt over een bijbehorende briefwisseling
tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie, waarin de nodige verzekeringen
van de Verenigde Staten zijn neergelegd voor het behandelen van persoonsgegevens
(Trb. 2007, 129). De nieuwe overeenkomst heeft een looptijd van zeven jaar<voetref refid="v7.2" nr="2"></voetref>. De uitonderhandelde tekst komt inhoudelijk in belangrijke
mate overeen met voorgaande overeenkomsten tussen de EU en de VS. De regering
is van oordeel dat de onderhandelingen zijn uitgemond in een uitgebalanceerde
overeenkomst, die voldoet aan de eerdere richtsnoeren en als een goed onderhandelingsresultaat
van het voorzitterschap en de Commissie kan worden beschouwd. Overeenkomstig
het bepaalde in artikel 15, vierde lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking
verdragen wordt het bovengenoemde verdrag vanaf 26 juli 2007 voorlopig
toegepast. Nadat het advies van de Raad van State zal zijn ingewonnen, zal
het verdrag ter uitdrukkelijke goedkeuring bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal
worden ingediend<voetref refid="v7.3" nr="3"></voetref>. Belangrijk in dit verband is
ook dat de Europese Commissie, als onderdeel van het pakket nieuwe antiterrorismemaatregelen
dat op 6 november werd aangekondigd, het voorstel deed om een Europees
PNR-systeem in te stellen</al>
      <tuskop letat="cur">Terrorismelijsten in Europese Unie en Verenigde Naties</tuskop>
      <al>De Eerste Kamer heeft via de motie-Francken c.s.<voetref refid="v7.4" nr="4"></voetref> de regering verzocht zich in te zetten voor de totstandbrenging van «een
transparante en verantwoorde procedure» rond de plaatsing op de terrorismelijsten
van de Verenigde Naties en de Europese Unie. Ook de wijze waarop men van de
lijst kan worden verwijderd werd in de motie genoemd. De Eerste Kamer is in
januari, maart en op 10 oktober 2007 per brief geïnformeerd over
de verbeteringen die de Europese Unie heeft doorgevoerd in de procedure van
plaatsing op de lijst van personen en entiteiten waarop de financiële
sancties uit Verordening 2580/2001 van toepassing zijn (de zogeheten «exogene
lijst»). Nederland heeft bij de totstandkoming van deze verbeteringen
een actieve rol gespeeld. Allereerst is de rechtsbescherming versterkt door
een procedure van hoor en wederhoor. Ingeval van plaatsing op de lijst worden
de betrokken personen en organisaties nader geïnformeerd over de redenen
voor plaatsing, over welke nationale bevoegde autoriteit een besluit heeft
genomen in de zin van artikel 1(4) van het Gemeenschappelijk Standpunt 931/2001
en over de wijze waarop eventuele argumenten en bewijzen die voor verwijdering
van de lijst pleiten, onder de aandacht van de Raad kunnen worden gebracht.
Om de effectiviteit van de preventieve maatregelen niet te ondergraven worden
personen en organisaties die worden toegevoegd aan de lijst geïnformeerd
nadat de maatregel van kracht is geworden, omdat zij anders in staat worden
gesteld middelen weg te sluizen voordat de maatregel van kracht wordt. Ook
bij het periodieke heronderzoek van de lijst zijn verbeteringen doorgevoerd.
Indien de Raad voornemens is om personen of organisaties op de lijst te handhaven,
worden zij daarover op voorhand geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld
om opmerkingen bij de Raad in te dienen. Ingeval van opmerkingen zal de Raad
deze elementen in de heroverweging betrekken. Indien de Raad definitief besluit
tot continuering van de plaatsing, wordt het Raadsbesluit met toelichting
(de zogeheten«statement of reasons») aan de betrokkenen toegestuurd
en worden deze gewezen op de mogelijkheid van beroep bij het Gerecht van Eerste
Aanleg.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de rechtsbescherming verder te vergroten heeft de Raad voorts besloten
de besluitvorming voortaan in een reguliere Raadswerkgroep te laten plaatsvinden,
wat de besluitvorming transparanter zal maken. De werkzaamheden van de nieuwe
Raadswerkgroep zijn openbaar en de documenten die in de besluitvorming worden
betrokken kunnen dan ook op basis van Verordening 1049/2001 worden opgevraagd,
tenzij deze als staatsgeheim zijn geclassificeerd. Deze werkgroep heet de «Werkgroep
voor de implementatie van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB»,
kortweg de GS 931-werkgroep.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de zesde voortgangsrapportage werd vermeld dat de VN Veiligheidsraad
in resoluties 1730 en 1735 aanpassingen heeft doorgevoerd in de VN-procedures
voor plaatsing op dan wel verwijdering van de VN-terrorismelijst. Zoals aangekondigd
in bovengenoemde brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de voorzitter
van de Eerste Kamer van 10 oktober jongstleden zal de regering, in samenwerking
met gelijkgestemde landen, zich blijven inzetten voor verdere verbeteringen
van VN-procedures.</al>
      <tuskop letat="cur">Verenigde Naties</tuskop>
      <al>Zoals vermeld in de vijfde voortgangsrapportage nam de Algemene Vergadering
van de Verenigde Naties in september 2006 bij consensus de «Global Counter-Terrorism
Strategy» aan. Bij deze strategie is ook een actieplan gevoegd. Het
is van belang dat de VN er in slaagt om vooruitgang te boeken bij de implementatie
van deze mondiale strategie en het bijbehorende actieplan. Een belangrijk
instrument daarbij is de «Counter-Terrorism Implementation Task Force»
(CTITF), die wordt voorgezeten door Assistent Secretaris-Generaal, Robert
Orr. Deze task force brengt de verschillende VN-gelederen die met terrorismebestrijding
te maken hebben, bij elkaar. Nederland heeft zich tegenover de voorzitter
van de CTITF bereid verklaard op geselecteerde terreinen werkzaamheden van
de CTITF te ondersteunen in de vorm van kennis en expertise dan wel financiële
steun. Een belangrijke aanbeveling van de «Global Counter-Terrorism
Strategy» betreft voorts de assistentie bij de opbouw van capaciteit
in ontwikkelingslanden ter bestrijding van terrorisme. Daarbij gaat het
tevens om capaciteit om de verplichtingen op dit gebied in de relevante VN-verdragen
en -resoluties na te leven. Nederland is in dit opzicht op diverse fronten
actief. Zo is recentelijk samenwerking in gang gezet met Marokko en Algerije.</al>
      <tuskop letat="cur">Conferentie over radicalisering</tuskop>
      <al>Van 22 tot en met 24 oktober 2007 werd door de NCTb, namens de ministers
van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een internationale
conferentie georganiseerd over het tegengaan van radicalisering. De conferentie
bracht zo’n tweehonderd mensen uit een groot aantal landen bij elkaar.
Er waren vertegenwoordigers uit onder meer Australië, Indonesië,
Maleisië, India, Pakistan, Koeweit, Libanon, Egypte, Algerije, Marokko,
een groot aantal EU-lidstaten, Canada en de VS. Bovendien waren er officiële
vertegenwoordigers van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, de
VN, de OVSE en het EU-voorzitterschap. Het doel van de conferentie was om
een uitwisseling van ervaringen op gang te brengen tussen wetenschappers,
overheden en niet gouvernementele actoren, over tegenmaatregelen die in gang
zijn gezet om radicalisering tegen te gaan. Dit alles uitdrukkelijk met vertegenwoordigers
van en uit Arabische en islamitische landen. Daarnaast beoogde de conferentie
om bij te dragen aan de uitwerking van de VN strategie op het terrein van
tegengaan van radicalisering. De resultaten van de conferentie in de vorm
van «Chairmans conclusions» zullen door de VN en de OVSE verder
worden uitgewerkt. Daarnaast zal Nederland een rol nemen bij de wereldwijde
implementatie van de, in september 2006 tot stand gekomen, VN strategie op
dit onderdeel.</al>
      <tuskop letat="cur">Bilaterale samenwerking</tuskop>
      <al>Marokko vormt één van de prioriteitslanden voor de samenwerking
op het gebied van terrorismebestrijding. Om die samenwerking te concretiseren
vond in juli 2007 de Nederlands-Marokkaanse startconferentie terrorismebestrijding
plaats. Thema’s die aan de orde kwamen betroffen het tegengaan van radicalisering,
financiering van terrorisme, de rol van het internet bij radicalisering en
terrorisme, documentenfraude in relatie tot terrorisme en het opsporen en
onschadelijk maken van explosieven. Deze conferentie, die voor beide zijden
het karakter had van een terreinverkenning, leverde goede resultaten op. Voor
een aantal thema’s werden mogelijkheden voor nauwere samenwerking en
technische assistentie geïdentificeerd. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook met Algerije wordt samenwerking in gang gezet. Deze richt zich op
kennisoverdracht met betrekking tot de beveiliging van grote havens.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Al geruime tijd ondersteunt Nederland de opbouw en professionalisering
van de Indonesische politie. Zo verzorgt de Nederlandse politie opleidingen
voor Indonesische politiefunctionarissen op diverse terreinen, waaronder dat
van de beveiliging van luchthavens en vliegverkeer.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Tegengaan polarisatie en radicalisering</tuskop>
      <al>Het kabinet zet de brede benadering van terrorismebestrijding voort. Het
belang van deze benadering blijkt ook uit de samenvatting van het DTN. De
aanpak van het kabinet is verbreed naar het tegengaan van polarisatie. In
augustus 2007 heeft uw Kamer het actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007–2011
met de kabinetsvoornemens op dit terrein ontvangen<voetref refid="v9.1" nr="1"></voetref>.
Op 11 oktober jongstleden is het actieplan met uw Kamer besproken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Meer specifiek is in de afgelopen periode aandacht besteed aan het in
kaart brengen van salafistische stromingen in Nederland en het ontwikkelen
van beleid ten aanzien van de omgang met deze groeperingen die in sommige
gevallen een voedingsbodem kunnen vormen voor gewelddadige radicalisering.
In oktober is aan uw Kamer gelijktijdig met het AIVD-rapport <nadruk type="cur">Radicale dawa in verandering</nadruk> het kabinetsstandpunt ten aanzien van
de omgang met het salafisme in Nederland verzonden<voetref refid="v10.1" nr="1"></voetref>.
Bij de omgang met salafistische groeperingen hanteert het kabinet een drie
sporenbeleid: weerbaar maken van de samenleving om weerwoord te kunnen bieden
tegen de radicaal salafistische beweging. Confronteren en delegitimeren van
rigide uitingen en manifestaties van de ideologie van radicale salafistische
groeperingen om het publieke debat hierover te stimuleren. En handhaving indien
strafbare feiten worden gepleegd. Binnen elk van deze drie sporen horen verschillende
activiteiten en projecten die deels reeds zijn gestart en deels binnen de
komende periode een aanvang zullen nemen. Bij brief van 17 oktober 2007
is het kabinetsstandpunt nader geconcretiseerd met een beschrijving van een
aantal activiteiten en projecten op het terrein van beleid gericht op salafistische
groeperingen<voetref refid="v10.2" nr="2"></voetref>. Over het AIVD-rapport, het bijbehorende
kabinetsstandpunt en de nadere concretisering hebben wij op 18 oktober
2007 met uw Kamer van gedachten gewisseld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eén van de initiatieven is de intensivering van het rechtstreekse
contact van de landelijke overheid met gemeenten die te maken hebben met rondreizende
salafistische predikers vanuit de radicaliseringshaarden en jongeren die ontvankelijk
zijn voor deze salafistische boodschap, of waar sprake is van beginnende radicaliseringsproblematiek.
In juni 2006 waren de burgemeesters van deze gemeenten uitgenodigd voor een
informatieve bijeenkomst waarbij informatie is gegeven over de werkwijze van
salafisten en de predikers in het bijzonder. In september en oktober van dit
jaar hebben gesprekken met een aantal gemeenten plaatsgevonden. Tijdens de
gesprekken verkennen het Rijk en de gemeenten hoe de verspreiding van het
salafisme te duiden is, welke problemen er (kunnen) ontstaan, wat de reactie
van de gemeente tot dusver is geweest en hoe we met een gezamenlijke inspanning
anti-integratieve en antidemocratische tendensen en radicalisering kunnen
voorkomen en tegen kunnen gaan. De landelijke en lokale ervaringen van de
afgelopen jaren met de aanpak van radicalisering worden tijdens de gesprekken
benut. Het Rijk kan gemeenten helpen bij de ontwikkeling van een lokale strategie
over de aanpak van radicalisering. Ook reikt het Rijk instrumenten en methodieken
aan. Maatwerk is daarbij uiteraard essentieel. De gemeenten bekijken momenteel
welke acties zij naar aanleiding van het gesprek gaan ondernemen.</al>
      <tuskop letat="cur">Aanpak gebruik internet voor radicale en terroristische
doeleinden</tuskop>
      <al>Bestrijding van het internetgebruik voor radicale
en terroristische doeleinden vindt vanuit verschillende invalshoeken plaats.
Van belang daarbij is het verkrijgen en behouden van het zicht op aard en
omvang van de problematiek opdat de juiste maatregelen kunnen worden getroffen.
De projecten op het gebied van monitoring, surveillance en het meldpunt cybercrime
zijn hier voorbeelden van. Over voortzetting respectievelijk verdere vormgeving
van deze initiatieven zal de eerste helft van 2008 worden besloten. Bij de
aanpak van het internetgebruik voor radicale en terroristische doeleinden
ligt de focus op het tegengaan van bepaalde uitingen en informatie. Het plegen
van aanvallen via of tegen het internet wordt op dit moment niet waarschijnlijk
geacht; de resultaten van een recentelijk in het nieuws verschenen enquête
over informatiebeveiliging hebben dan ook niet tot andere inzichten geleid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede ter invulling van het voornemen uit het Coalitieakkoord wordt geïnvesteerd
in het ontwikkelen van maatregelen om uitingen of informatie op het internet
te blokkeren. Hiertoe wordt een breed toepasbare systematiek uitgewerkt om
websites of content daarop in samenwerking met internetproviders
ontoegankelijk te maken. Toepasbaarheid van een dergelijke systematiek op
radicale en terroristische content wordt specifiek onderzocht. In dit kader
spelen enkele juridische en praktische vraagstukken die uitwerking behoeven
en bepalend zijn voor de afweging al dan niet tot blokkering over te gaan.
Conform de tijdens het algemeen overleg op 10 oktober 2007 gedane toezegging
zal uw Kamer het eerste kwartaal van 2008 per aparte brief worden geïnformeerd
over de voorwaarden waaronder radicale en terroristische content op het internet
kan worden geblokkeerd. In het verlengde daarvan wordt eveneens een notitie
opgesteld over de rechtshandhaving op het internet in den brede. Bevindingen
in dat kader zullen in genoemde brief worden verwerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De inspanningen richten zich tenslotte op het tot stand brengen en versterken
van de samenwerking met andere landen. Binnen de EU wordt geparticipeerd in
een project gericht op uitwisseling van informatie over trends en ontwikkelingen
die via monitoring van het internet wordt gegenereerd. Daarnaast is het van
belang dat landen meer gaan samenwerken bij de bestrijding van content op
het internet. Alleen dan kan de effectiviteit van maatregelen worden verhoogd.
Vanuit Nederland worden de Europese ontwikkelingen op dit terrein ondersteund.
De Europese samenwerking dient echter vooral bij te dragen aan het verkrijgen
en behouden van het zicht op aard en omvang van de problematiek.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Slagvaardige organisatie en instrumenten</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Persoonsgerichte aanpak</tuskop>
      <al>In de vorige voortgangsrapportage is uitgebreid ingegaan op de persoonsgerichte
aanpak. Zoals daarin aangekondigd hebben wij u via een separate brief geïnformeerd
over de juridische basis, de verantwoordelijkheid en het gezag betreffende
de persoonsgerichte aanpak.<voetref refid="v11.1" nr="1"></voetref></al>
      <tuskop letat="cur">CBRN-terrorisme/Zelfgemaakte explosieven</tuskop>
      <al>De dreigingsappreciatie die in het voorjaar 2007 is opgesteld door de
inlichtingendiensten geeft aan dat de kans op een aanslag in Nederland waarbij
biologische, radiologische of nucleaire (CBRN)-middelen worden ingezet volgens
de inlichtingendiensten klein is, maar reëel. Deze inschatting leidt
tot de conclusie dat, gezien de disproportionele effecten die een CBRN-aanslag
teweeg kan brengen, een gecoördineerde inspanning gericht op het minimaliseren
van de kans op CBRN-terrorisme noodzakelijk blijft. Het reeds ingezette traject
gericht op verhoging van de CBRN-security krijgt een extra impuls, doordat
96,8 miljoen euro beschikbaar is gekomen voor de periode 2008–2013.
Het leeuwendeel van de middelen wordt ingezet voor weerstandsverhoging bij
risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen, zoals ziekenhuizen, laboratoria en
universiteiten. Voor de gehele periode van 2008–2013 gaat het daarbij
om 76 miljoen euro. Tevens is voor deze periode 20,8 miljoen euro beschikbaar
voor de versterking van de mogelijkheden tot forensisch onderzoek op het gebied
van CBRN. Zo wordt de opsporingstaak versterkt en kan betere respons plaatsvinden
in geval er zich een incident voordoet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het project zelfgemaakte explosieven is opgezet naar aanleiding van de
observatie dat het merendeel van alle (pogingen tot) aanslagen in Europa plaatsvindt
met explosieven op basis van vrij verkrijgbare chemicaliën. Het doel
van het project is om de fabricage en inzet van zelfgemaakte explosieven te
bemoeilijken. In theorie zijn talloze chemicaliën geschikt om explosieven
mee te maken. Een studie van RIVM en TNO, die inmiddels is voltooid, heeft
deze precursor-chemicaliën geselecteerd en is op basis van zorgvuldig
onderzoek tot een hanteerbare shortlist gekomen. Thans wordt in samenwerking
met het bedrijfsleven onderzocht welke maatregelen effectief en proportioneel
zijn voor welke stoffen. Men kan hierbij denken aan de melding
van verdachte transacties en restricties op de verkoop van bepaalde hoeveelheden
en zuiverheden aan de consument. De Nederlandse aanpak van precursoren explosieven
loopt parallel aan het eerder in deze brief genoemde Europees Actieplan over
de veiligheid van explosieven dat op 7 november 2007 door de Europese
Commissie zal worden gepubliceerd. Een aanpak van zelfgemaakte explosieven
is alleen zinnig als hierover op Europees niveau afspraken worden gemaakt.
Nederland heeft actief bijgedragen aan de totstandkoming van dit actieplan
en investeert in de Europese aanpak van dit onderwerp.</al>
      <tuskop letat="cur">Strafrechtelijke handhaving</tuskop>
      <al>Op 17 september 2007 heeft het gerechtshof in Amsterdam Samir A.
alsnog veroordeeld voor het bezit van voorwerpen die kennelijk bedoeld waren
voor het plegen van een aanslag. Samir A. werd op 18 november 2005
in tweede instantie vrijgesproken door het gerechtshof in Den Haag voor het
hem onder meer ten laste gelegde voorbereiden van een of meer bomaanslagen
op (overheids)gebouwen. Het ressortsparket te Den Haag heeft hierop op 24 november
2005 cassatie ingesteld bij de Hoge Raad waarbij het cassatieberoep zich uitsluitend
richtte tegen de vrijspraak voor de voorbereidingshandelingen. Op 20 februari
2007 oordeelde de Hoge Raad tot vernietiging van het bestreden arrest en verwijzing
van de zaak naar het gerechtshof in Amsterdam. Het hof legde Samir A.
een straf op van vier jaar met aftrek van voorarrest. Het hof was van oordeel
dat bij de beoordeling van de voorwerpen die Samir A. in zijn bezit had,
met name moet worden gekeken naar het doel dat hij met het bezit van die middelen
voor ogen had. Als dat doel het plegen van aanslagen is kan het bezit van
voorwerpen die op zichzelf (nog) niet schadelijk zijn, toch strafbaar zijn.</al>
      <tuskop letat="vet">5. Veiligheidsmaatregelen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Bevindingen van incidenten in de burgerluchtvaart</tuskop>
      <al>Tijdens het mondelinge vragenuur van 12 oktober 2004 heeft de minister
van Justitie toegezegd om de Tweede Kamer te informeren over de bevindingen
van incidenten in de burgerluchtvaart, met name over procedures, communicatie
en lijnen. Naar aanleiding van een voorzorgslanding op luchthaven Schiphol
van een passagierstoestel van de vliegtuigmaatschappij British Airways met
een mogelijk explosief aan boord op 30 september 2004 is onder onze verantwoordelijkheid
een evaluatierapport opgesteld over de incidentafhandeling. Uit de evaluatie
bleek dat de procedures voor de betrokken partijen in beginsel helder zijn.
Echter, er was behoefte aan meer duidelijkheid over de verantwoordelijkheidsverdeling
tussen de verschillende betrokkenen, de coördinatie van de informatievoorziening
en de organisatie van de voorlichting. Alle aanbevelingen uit het evaluatierapport
zijn inmiddels opgevolgd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De procedures rond incidentafhandeling in de burgerluchtvaart, worden
regelmatig geoefend. De oefeningen hebben inzichtelijk gemaakt dat er duidelijke
verbeteringen van de communicatielijnen zijn opgetreden. Daarnaast zijn er
door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, in overleg met luchtverkeersleiding
Nederland en de ministeries van Defensie, Justitie en Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties nadere regels en procedures opgesteld over de luchtverkeersdienstverlening,
de verantwoordelijkheidsverdeling en het eventueel beperken van baan- en routegebruik
bij onderscheppingen.</al>
      <tuskop letat="cur">Beveiliging van de burgerluchtvaart</tuskop>
      <al>In het kader van research and development wordt onderzoek verricht naar
verbeteringen in de technologische toepassingen teneinde de effectiviteit
van beveiligingsmaatregelen te vergroten. Sinds 14 mei 2007 worden op
Schiphol als proef op verschillende locaties security scanners ingezet voor zowel de beveiligingscontroles als voor douanecontroles. Tijdens de
proef gaan personen op basis van vrijwilligheid door de security scan. Passagiers
krijgen de keuze tussen de reguliere controle en de security scan. De testresultaten
geven aan dat de security scanners een kwalitatieve verbetering laten zien
ten opzichte van de huidige reguliere beveiliging.</al>
      <al>Daarnaast zal in het kader van research and development op initiatief
van de NCTb en Amsterdam Airport Schiphol nieuwe apparatuur worden getest
ter verbetering van de controle van handbagage.</al>
      <tuskop letat="vet">6. Reageren op crisis</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Oefenen</tuskop>
      <al>De NCTb en de vitale bedrijfssectoren in Nederland hebben samen een breed
functionerend waarschuwingssysteem voor terroristische dreiging ontwikkeld,
het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb). Een van de pijlers van
het ATb is een gedegen oefenprogramma. De ATb oefencyclus bestaat –
per aangesloten sector – uit een workshop, een «tabletop»
oefening waarbij de besluitvormingsprocedures worden beoefend en een operationele
oefening waarbij maatregelen concreet worden uitgevoerd in de praktijk. De
evaluaties van de in de eerste helft van 2007 gehouden operationele oefeningen
met de sectoren «Spoor» en «Drinkwater» zijn afgesloten
en de «lessons learned» zijn intensief besproken met de betrokken
sectoren. De resultaten van beide oefeningen zijn door alle deelnemer als
positief beoordeeld. In juni is een operationele ATb oefening gehouden voor
de sector «luchthavens». De te nemen maatregelen zijn daadwerkelijk
uitgevoerd op de luchthaven Schiphol. In het najaar zal een operationele oefening
worden georganiseerd voor de sector «Nucleair».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het besluitvormingstraject met betrekking tot de inzet van de Dienst Speciale
Interventies (DSI) is beoefend als onderdeel van de nationale crisisoefening
Voyager op 3 oktober 2007.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eind oktober is in samenwerking met het Air Operations and Control Station
van de Koninklijke Luchtmacht voor de tweede maal dit jaar de «Renegade-procedure»
geoefend<voetref refid="v13.1" nr="1"></voetref>. In deze procedure worden de afwegingen
gemaakt over de noodzaak tot en de wijze van optreden in geval van luchtvaartterrorisme.</al>
      <tuskop letat="vet">7. Communicatie &amp; Voorlichting</tuskop>
      <al>In februari 2006 is de NCTb gestart met de meerjarige massamediale publiekscampagne «Nederland
tegen terrorisme». De campagne draagt bij aan het verhogen van de kennis
van de burger over terrorisme en terrorismebestrijding, het vertrouwen in
wat de overheid doet aan terrorismebestrijding en geeft aan wat de burger
daar zelf aan kan bijdragen. Centraal in alle campagneperiodes staan «de
professionals» die – ieder op hun eigen wijze – een bijdrage
leveren aan terrorismebestrijding in Nederland. Dit najaar brengt de campagne
diverse professionals in beeld uit het lokaal bestuur, het jongerenwerk ,
de politie en het onderwijs.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het totale bereik van de campagne is onder het algemeen publiek en de
doelgroep bedrijfsleven hoog. Op het hoogste punt herkent 92% van het
algemeen publiek tenminste één van de campagne-uitingen. In
het algemene jaarlijkse onderzoek naar terrorismebeleving zien we dat het
vertrouwen in de overheid toe blijft nemen als het om terrorismebestrijding
gaat.</al>
      <al>De bezorgdheid over terrorisme en terroristische aanslagen is sterk afgenomen,
van 29% vorig jaar, naar 12% dit jaar. Opvallend is dat het
veelal aan terrorisme gekoppelde onderwerp radicalisering juist
een omgekeerde ontwikkeling laat zien; van 12% naar 21%. Algemeen
gesteld voelt men zich ook op de meeste locaties redelijk veilig. Wel worden
de grote steden, het openbaar vervoer en grote evenementen nog altijd gezien
als de belangrijkste risicogebieden voor een mogelijke aanslag. Niettemin
zien we een toename van de gepercipieerde veiligheid in vliegtuigen van 61%
naar 69%.</al>
      <tuskop letat="cur">Lokaal bestuur</tuskop>
      <al>De campagnewebsite is in september uitgebreid met een nieuw hoofdstuk
voor lokale professionals. Het doel is om hen te ondersteunen bij de lokale
aanpak van terrorisme. De informatie op http://www.nederlandtegenterrorisme.nl/lokaalbestuur
is ontleend aan de «Handreiking Terrorismebestrijding op lokaal niveau»<voetref refid="v14.1" nr="1"></voetref>. Via advertenties in vakpublicaties zijn professionals
op lokaal niveau attent gemaakt op deze informatie.</al>
      <tuskop letat="cur">Jongerenwerkers, wijkagenten en docenten</tuskop>
      <al>Daarnaast gaat in november 2007 een nieuwe massamediale campagneperiode
van start die het werk van drie groepen professionals in beeld brengt, die
specifiek te maken hebben met de thematiek van radicalisering onder jongeren.
Feitelijk volgt de campagne hier twee sporen. Wát de jongerenwerkers,
wijkagenten en docenten doen wordt in beeld gebracht via televisiespots, radiospots
en (print)advertenties. Daarnaast wordt materiaal ontwikkeld en aangeboden
dat met name docenten kan helpen met het faciliteren van gesprekken in de
klas over de thematiek van radicalisering. Bij de voorbereiding van deze campagneperiode
is focusgroep-onderzoek gedaan onder de drie genoemde beroepsgroepen; bevindingen
uit deze onderzoeken zijn verwerkt in de verdere campagneontwikkeling.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Justitie,</functie>
        <naam>E. M. H. Hirsch Ballin</naam>
        <functie>De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>G. ter Horst</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Actiepuntenlijst maatregelen terrorismebestrijding bij
zevende voortgangsrapportage terrorismebestrijding</tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="80mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="86mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maatregel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Stand van zaken </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">Opsporen,
ingrijpen, vervolgen</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">1</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opvolging aanbevelingen advies ACVZ (Adviescommissie voor
Vreemdelingenzaken). 17. Realiseer de mogelijkheid om in zogenoemde themaregisters,
die ingevolge een reeds voorgenomen wijziging van de Wet Politieregisters,
in de nabije toekomst zullen worden opgezet, ook vreemdelingrechtelijke informatie
op te nemen en om de informatie uit deze themaregisters beschikbaar te stellen
voor beslissingen inzake de toelating, het verblijf en/of de verwijdering
van vreemdelingen.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Onderdeel van de Wet Politiegegevens
(Stb 2007, 300). </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">2</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Implementatie herziening stelsel van speciale eenheden. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het nieuwe stelsel en de nieuwe Dienst Speciale
Interventies (DSI) bij het KLPD zijn sinds 1 juli 2006 in werking getreden.
Begin 2008 zal het nieuwe stelsel worden geëvalueerd. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">3</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Pilot uitgevoerd door het Functioneel Parket waarbij civielrechtelijke
bevoegdheden van het Om worden gebruikt bij de bestrijding van terrorisme
(financiering)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Uit een evaluatie van het Functioneel
Parket naar het gebruik van civielrechtelijke bevoegdheden kwam een aantal
knelpunten naar voren, onder meer ten aanzien van vergaring en veredeling
van informatie: het ontbreekt aan een instantie die ten behoeve van het Openbaar
Ministerie noodzakelijk nader (civielrechtelijk) onderzoek kan verrichten
naar signalen van radicalisering of terrorismefinanciering. Op dit moment
worden mogelijkheden onderzocht om dit knelpunt weg te werken.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">Conflict-,
crisisbeheersing, bewaken en beveiligen</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">4</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Adequaat monitoren veiligheid zeehavens.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Op 4 december 2006 is de voortgangsrapportage inzake Plan
van aanpak Grenscontroles aan de TK aangeboden. In de voortgangsrapportage
(5448792/06) wordt de stand van zaken vermeld m.b.t. de uitvoering van de
maatregelen die n.a.v. het AR-rapport zijn opgesteld. Om zicht te krijgen
op de gebieden en locaties langs de kust, kleine (lucht)havens waar geen reguliere
controle plaatsvindt, is besloten om in een afgebakende periode gezamenlijk
toezicht door grensbewakingautoriteiten in deze gebieden te laten uitvoeren.
Deze gezamenlijke patrouilles werden, in de vorm van een pilot vanaf 1 maart
2006 door de KMAR, ZHP en Douane uitgevoerd. Het overgrote deel van de kustlijn,
kleine (lucht)havens kan als gevolg van de pilot niet meer als blinde vlek
worden getypeerd. De gezamenlijke patrouilles van de KMar, Douane en ZHP zullen
structureel worden uitgevoerd. Op dit moment wordt gewerkt aan de invulling
van de afspraken en kaders voor de structurele uitvoering van de gemeenschappelijke
patrouilles. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– In het Central Coördinatie Centrum van het kustwachtcentrum is
in september 2006 een pilot van start gegaan, waarbij de KMAR, de Douane,
het Korps Landelijke politiediensten (KLPD) en de Algemene Inspectiedienst
een gezamenlijke meldtafel voor handhavingdiensten inrichten. Deze pilot «Handhavingsdesk
Kustwachtcentrum» is inmiddels geevalueerd en het rapport is op 23-04-2007
aan de Raad voor de Kustwacht aangeboden. De Raad heeft in navolging op aanbevelingen
van het rapport besloten dat de Handhavingsdesk, tot de evaluatie Kustwacht
in 2009, een permanent karakter dient te hebben. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Invoering van een nieuw multidisciplinair uitvoeringsconcept op maritieme
grensbewaking bij de KMAR. Het project loopt conform planning en duurt tot
eind 2007</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">5</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Evaluatie alerteringssysteem</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In 2008 zal een evaluatie naar het alerteringssysteem gereed zijn. Deze evaluatie
wordt uitgevoerd door de Algemene Rekenkamer.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">Wetgeving</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">6</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De wenselijkheid en noodzaak van verlenging van termijnen –
zowel in het kader van inverzekeringstelling, als bij het registreren en bewaren
van gegevens, zoals die van telecommunicatie – worden bezien.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deels meegenomen bij de wet ter verruiming van de mogelijkheden
tot opsporing van terroristische misdrijven, Stb. 2006, 580. In werking getreden
op 1-2-2007. Overigens betrokken bij de Wet en de Besluit politiegegevens
en de implementatie van de richtlijn inzake bewaren van verkeersgegevens.
De inwerkingtreding van deze wet wordt voorzien op 1 januari 2008. Het
wetsvoorstel tot implementatie van de EU-richtlijn bewaren verkeersgegevens
is op 14 september ingediend bij de Tweede Kamer. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">7</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Alomvattend VN- verdrag inzake terrorisme.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In februari 2007 zijn de onderhandelingen hierover hervat maar
zij hebben echter nog geen concreet resultaat opgeleverd. In het najaar van
2007 zal verder worden onderhandeld. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">8</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">VN-verdrag inzake nucleair terrorisme</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Is aangenomen bij AVVN resolutie 59/290 (15 april 2005); Nederland heeft
het ondertekend tijdens de 60e AVVN. Uitvoeringswetgeving is niet vereist.
Het goedkeuringswetsvoorstel is in voorbereiding.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">9</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Herziening witwasverdrag Raad van Europa.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het goedkeuringsvoorstel is gereed voor behandeling in de Rijksministerraad....... </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">10</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">IAEA Verdrag inzake fysieke beveiliging nucleair materiaal</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het verdrag is in juli 2005 geamendeerd. Verschillende bepalingen zijn aangescherpt
n.a.v. het VN-verdrag (actiepunt 19). De goedkeuringswetgeving is gereed voor
behandeling in de Rijksministerraad. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">11</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel politiegegevens.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Zie onder actiepunt 6. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">12</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">AMvB bij Wet politiegegevens.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het ontwerp-besluit is in voorbereiding. Betreft de uitvoering van punt 11.
Het advies van de Raad van State wordt verwerkt. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">13</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opsporingsbevoegdheden in verband met satellietinterceptie. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het ontwerp-besluit is in voorbereiding.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">14</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Ontwerp-kaderbesluit bewijsverkrijgingsbevel.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Over het ontwerp-kaderbesluit is een politiek akkoord
bereikt. Implementatiewetgeving is in voorbereiding.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">15</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Richtlijn inzake bewaren van verkeersgegevens.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Het wetsvoorstel ter implementatie is ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken
II 2006/07, 31 145, nr. 1–2).</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">16</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Ontwerpbesluit inzake uitwisseling van gegevens uit strafregisters</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Omgezet in nationale regelgeving: Besluit van
26–1-2007, Stb. 2007, 40, Wijziging Besluit justitiële gegevens
in verband met o.a. implementatie van Kaderbesluit nr. 2005/876/JBZ.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">17</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Databank voor forensisch materiaal. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De EU wil dit onderwerp bestuderen. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">18</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Ontwerp-kaderbesluit inzake uitwisseling informatie en
inlichtingen tussen wethandhavingsautoriteiten.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tussen de EUlidstaten is een akkoord bereikt over de inhoud van het ontwerp-kaderbesluit.
De inhoud van dit kaderbelsuit met betrekking tot gegevensverstrekking is
betrokken in het concept-besluit politiegegevens (zie punt 12)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">19</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Programma getuigenbescherming terrorisme</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De Europese Commissie is verzocht om een voorstel.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">20</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel doorzettingsmacht.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel en nader rapport n.a.v. advies Raad van State reeds geruime tijd
gereed. Indiening wetsvoorstel is genoemd in coalitieakkoord. Indiening voorzien
na beleidsoverleg op 29/10 a.s.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">21</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cocnept-memorie van antwoord goedgekeurd door MvJ. Indiening bij EK mogelijk
na instemming MBZK.</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">22</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Wetsvoorstel beperken dubbele nationaliteit en ontneming
dubbele nationaliteit bij terroristische misdrijven</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Plenaire behandeling gestart in de Tweede Kamer (15-2-2007); stemmingen zijn
aangehouden. Brief bij TK ingediend 12 oktober (30 166, nr. 25)
met voorstellen voor toekomstig beleid en intrekking wetsvoorstel 30 166. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">23</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Voornemens op het gebied van de wetgeving, zoals aangekondigd
in de brief van het kabinet van 10 november 2004 naar aanleiding van
de moord op de heer Van Gogh. – De mogelijkheden voor verruiming
van de strafbaarstelling voor belediging en godslastering, worden onderzocht. – Overwogen
wordt om analoog aan de Franse wetgeving ook apologie expliciet strafbaar
te stellen: het verheerlijken of goedpraten van ernstige misdrijven. Dit wetsvoorstel
strekt ertoe de strafrechtelijke bescherming tegen radicalisering te versterken. – Overwogen
wordt de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep bij delicten die aanzetten
tot haat of geweld tegen personen te verruimen. – Overwogen wordt
om de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen ten aanzien van personen
die aanzetten tot haat of geweld te verruimen. – Bezien wordt of
naast het strafrecht ook andere mogelijkheden bestaan om uitspraken op hun
mogelijk beledigende karakter te toetsen. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De kabinetsreactie
op het WODC-onderzoek naar godslastering, discriminatie wegens godsdienst
en haatuitingen is op 12 oktober 2007 aan de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken
II 2007/08, 31 200 VI, nr. 8).  De Minister van Justitie heeft
tijdens het overleg over de Iinitiatief-nota «Alles van waarde is weerbaar»
in de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2006/07, 30 449, nr. 5, blz. 29)
aangegeven op welke wijze hij voornemens is met het ontwerp-wetsvoorstel om
te gaan.  Het wetsvoorstel waarin een verruiming van de mogelijkheden
tot oplegging van een beroepsverbod is opgenomen bij veroordeling wegens haatdelicten
is opgenomen, is op 19 oktober 2007 aangenomen door de ministerraad en
voor advies aan de Raad van State gezonden. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">24</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Invoering van publicatieplicht voor stichtingen van de
staat van baten en lasten en een balans, zoals aangekondigd in de brief aan
de Tweede Kamer van 30 juni 2005 (TK, vergaderjaar 2004–2005, 27 925,
nr. 181)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In voorbereiding. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="vet">25</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Herziening toezicht rechtspersonen (HTR). HTR is een instrument dat toezicht-
en handhavingsorganisaties, actief op het gebied van het voorkomen en bestrijden
van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch terein, moet gaan
ondersteunen bij hun eigen taken. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">De benodigde
wetgeving zal in principe 1/1/2010 gereed zijn. Deze zomer is een pilot afgerond
waarbij de HTR-systematiek met faillissementsfraude is getest. Na de zomer
is een brede proeftuin van start gegaan waarin de gehele keten wordt getest
(vanaf het moment waarop informatie wordt geleverd in het systeem en via nadere
analyse met een risicomelding aan toezichthouder/handhaver het systeem verlaat).
Dan zullen alle vormen van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch
gebied worden meegenomen, die de voorkeur hebben van de afnemers van de riscomeldingen.
Dit zijn toezichthouders en handhavers, maar met name het OM en de Belastingdienst,
waarmee komende jaren afspraken nader worden uitgewerkt en in een convenant
vastgelegd</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754, nr. 100.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 34 490, nr. 472.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 22 112, nr. 571.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.2" nr="2">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 861, nr. 5.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.3" nr="3">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 861, nr. 6.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.4" nr="4">
    <al>Eerste Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 28 764, E.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v9.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754, nr. 103.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754, nr. 106.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.2" nr="2">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754, nr. 108.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v11.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754 en 30 977,
nr. 104.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v13.1" nr="1">
    <al>Regeling 5 348 913/505 van 20 april 2005 «houdende
het verlenen van militaire bijstand ten behoeve van de bewaking van het Nederlandse
luchtruim en inzet van defensiemiddelen tegen terroristische dreigingen vanuit
de lucht».</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v14.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 754, nr. 68.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>