﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29689-269/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_10__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST133847</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 689</nummer>
      <naam>Herziening Zorgstelsel</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>269</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>23 juli 2009</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de beantwoording van vragen aan de minister van SZW naar aanleiding
van de brief over het zak- en kleedgeld d.d. 22 april 2009 (Kamerstuk
29 689 nr. 258H) is toegezegd, dat een rapport van Research voor Beleid
over de vrijwillige bewonersbijdragen in AWBZ-instellingen naar de Kamer zal
worden gestuurd. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bijgevoegde rapport over de vrijwillige bewonersbijdrage in AWBZ-instellingen
is door Research voor Beleid in opdracht van het ministerie van VWS geschreven<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Het onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in de
aanvullende diensten in AWBZ-instellingen, de mate waarin hiervoor een bijdrage
wordt gevraagd, de hoogte van de bijdrage en de ervaren mate van vrijwilligheid<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>. Tevens is in het onderzoek aandacht besteed aan de ontwikkeling
in de bewonersbijdragen en de communicatie daarover. Voor dit onderzoek is
een internetenquête gehouden onder instellingen en onder cliëntenraden
in de AWBZ-sectoren verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en geestelijke
gezondheidszorg. Hiernaast zijn verdiepende case studies gehouden in de drie
AWBZ-sectoren. De resultaten van het onderzoek raken aan de discussie die
ik bij verschillende gelegenheden met uw Kamer heb gevoerd over de zogenoemde «pluspakketten».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het rapport komen de onderzoekers tot de conclusie dat de meeste instellingen
(89%) aanvullende diensten aanbieden. De mate waarin aanvullende diensten
worden aangeboden is niet in alle sectoren gelijk. In de sector verpleging
en verzorging is het aanbod van aanvullende diensten het hoogste (96%)
en in de sector geestelijke gezondheidszorg het laagste (62%).</al>
      <al>Instellingen bepalen zelf welke aanvullende diensten worden aangeboden.
Het spectrum omvat: wassen/stomen van ondergoed en kleding, recreatieve diensten,
eten en drinken buiten reguliere maaltijden, uiterlijke verzorging (kapper,
pedicure), (extra) begeleiding, personeelsinzet of vervoer bij uitstapjes,
communicatie en media (krant, internet etc) en (collectieve) verzekeringen.
De aanvullende diensten die door instellingen en cliëntenraden
het meest genoemd worden zijn: het wassen/stomen van ondergoed en kleding,
eten en drinken buiten de reguliere maaltijden en recreatieve activiteiten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een belangrijke vraag in het onderzoek betreft de hoogte van de bijdrage
die gevraagd wordt. Instellingen bekostigen aanvullende diensten vooral uit
een vrijwillige bijdrage van cliënten die gebruik maken van de dienst
of uit de algemene middelen. Afhankelijk van de dienst bekostigt 18%
tot 81% van de instellingen de dienst door middel van een bijdrage
onder de gebruikers van deze dienst. Voor een aanzienlijk deel van de aanvullende
diensten geldt dat de hoogte van de bijdrage gelijk is voor alle cliënten
die hier gebruik van maken. Uiterlijke verzorging is echter een dienst waarbij
de bijdrage veelal afhankelijk is van mate waarin van de dienst gebruik wordt
gemaakt. Slechts een klein deel van de instellingen brengt periodiek een verplichte
bijdrage in rekening. Dit doen zij met name voor: aansprakelijkheidsverzekering,
recreatieve activiteiten en communicatie en media. Uit het rapport blijkt
dat er relatief grote verschillen zijn tussen de laagste en hoogste bijdrage
die door instellingen aan hun cliënten worden gevraagd. De gemiddelde
bijdrage per maand is het hoogst voor de dienst wassen/stomen van ondergoed
en kleding. Deze bedraagt gemiddeld € 36 per maand, als alleen gekeken
wordt naar instellingen die een vaste bijdrage vragen die voor alle cliënten
gelijk is. Als hierbij ook de instellingen worden meegenomen die geen vrijwillige
bijdrage vragen voor deze dienst dan bedraagt het gemiddelde € 22
per maand. Cliëntenraden noemen een vergelijkbaar bedrag.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De onderzoekers komen tot de conclusie dat instellingen steeds meer aanvullende
diensten zijn gaan aanbieden. Voor de dienst wassen/stomen van ondergoed en
kleding heeft dit deels te maken met het feit dat deze dienst per 1 januari
2009 voor cliënten die vanaf deze datum in een verzorgingshuis komen
wonen niet meer onder de AWBZ aanspraak valt. Vooral de sector verpleging
en verzorging is beduidend meer aanvullende diensten gaan aanbieden. In het
overgrote deel van de instellingen is de bekostiging van aanvullende diensten
niet veranderd tussen 2006 en 2009. Waar zich wijzigingen voordoen betreft
het met name de aanvullende dienst wassen/stomen van ondergoed en kleding
waarvoor nu vaker een bewonersbijdrage wordt gevraagd of dat de bewonersbijdrage
is verhoogd. Het gaat hierbij veelal om een stijging van enkele euro’s
per maand. Uit het rapport blijkt dat de meeste instellingen schriftelijk
advies vragen aan de cliëntenraden over de aanvullende diensten en de
bijdragen die hiervoor worden gevraagd. Ook de informatie over de aanvullende
diensten is bij de meeste instellingen op orde. In meer dan de helft van de
instellingen is schriftelijk informatiemateriaal aanwezig.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderzoek laat zien dat er op deze punten ruimte is voor verbetering.
Gelukkig passen weinig instellingen, zo blijkt uit het onderzoek, een verplichte
eigen bijdrage toe. Een zeer belangrijke voorwaarde is verder naar mijn mening
dat de cliëntenraden betrokken zijn bij voorwaarden waaronder de aanvullende
diensten worden aangeboden. Dit punt wil ik met de sector bespreken. Een belangrijk
punt van aandacht voor mij zijn ook de grote verschillen in bijdragen die
voor aanvullende diensten gevraagd worden. De grote verschillen zijn voor
mij aanleiding om dit met de sector te bespreken. Ik deel weliswaar de visie
dat ook mensen in AWBZ-instellingen keuzevrijheid moeten hebben waar het gaat
om aanvullende diensten, maar ik ben ook van mening dat daarbij uitdrukkelijk
rekening moet worden gehouden met de kwetsbare positie waarin deze mensen
zich bevinden. De bijdrage die voor aanvullende diensten wordt gevraagd kan
dan ook in principe alleen vrijwillig zijn. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot hecht ik er aan te benadrukken dat voor mij voorop staat dat
de basiszorg voor elke cliënt van voldoende kwaliteit moet zijn. Ik laat
me daarbij leiden door de normen voor verantwoorde zorg. Ik vind het onwenselijk
dat instellingen die niet voldoen aan de normen voor verantwoorde zorg hun
bewoners wel confronteren met pluspakketten en extra bijdragen. In het vragenuur
dd. 2 juni heb ik mij ook in die zin geuit. De cliënt heeft recht
op die zorg waarvoor hij op grond van de AWBZ wordt geïndiceerd; hierbij
dragen wij als overheid bij aan het verhogen van de kwaliteit van leven. Aanvullende
diensten of pluspakketten mogen niet leiden tot uitholling van deze basiszorg.
De basiszorg moet op orde zijn.</al>
      <ondtek>
        <functie>De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>J. Bussemaker </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>In bijlage 3 van het onderzoek vrijwillige bewonersbijdrage is in een
brochure van het CVZ beschreven op welke verstrekkingen een bewoner in een
AWBZ-instelling recht heeft.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>