﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="lyst">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29660-4-h1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2003-2004</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <vervangt>NDS11190</vervangt>
    <ordernr>KST79856</ordernr>
    <vergjaar>2003-2004</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 660</nummer>
      <naam>Zorg voor verslaafden</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>4 herdruk<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></nummer>
      <titel>LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 1 september 2004</datum>
      <al>De commissie voor de Rijksuitgaven<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> en de
vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<voetref refid="v1.3" nr="3"></voetref> hebben een aantal vragen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport voorgelegd over het rapport «Zorg voor verslaafden» (kamerstuk
29 660, nrs. 1–2).</al>
      <al>De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 1 september
2004.</al>
      <al>Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>B. M. de Vries</naam>
        <functie>De Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport,</functie>
        <naam>Blok</naam>
        <functie>Adjunct-griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven,</functie>
        <naam>Fernandez Garcia</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Antwoorden op kamervragen van de commissie voor de Rijksuitgaven
en de vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het rapport
van de Algemene Rekenkamer Zorg voor verslaafden (29 660)</tuskop>
      <tuskop letat="rom">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is het overleg met veldpartijen over de uitwerking
van de aanbevelingen uit de verschillende rapporten, waaronder het rapport
«Verslavingszorg herijkt» uit 1999 niet eerder gestart?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eén van de pilots van Verslavingszorg Herijkt, in Limburg, is pas
onlangs afgerond. Voorts was bij het gereed komen van het rapport Verslavingszorg
Herijkt al bekend dat de Algemene Rekenkamer met het onderzoek naar de zorg
voor verslaafden bezig was. De onderwerpen zijn zozeer verwant, dat is besloten
na het uitkomen van het AR-rapport een gezamenlijk congres voor het veld te
organiseren, om de aanbevelingen uit beide rapporten over te dragen.</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Betekent het feit, dat de gemeentelijk gefinancierde
verslavingsproducten sterk lijken op de AWBZ gefinancierde verslavingsproducten,
dat de indicatiestelling voor de AWBZ niet scherp genoeg is?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De meeste gemeentelijke activiteiten rondom verslavingszorg liggen op
het terrein van opvang, overlastbestrijding en preventie. Daarnaast zijn gemeenten
verantwoordelijk voor woon- en werkbegeleiding voor kwetsbare groepen, waaronder
verslaafden. Dit zijn en blijven duidelijk gemeentelijke taken. Een relatief
klein deel van de gemeentelijke zorg bestaat uit behandeling. Het gaat dan
met name om de methadonbehandeling. Deze zal per 2005 worden overgeheveld
naar de AWBZ, omdat het hier gaat om een individuele, medische behandeling
die eigenlijk niet goed (meer) past binnen de gemeentelijke taken.</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Omvat de regietaak van de centrumgemeenten alleen de
gemeentelijk gefinancierde verslavingszorg of zou deze ook de AWBZ-gefinancierde
verslavingszorg moeten betreffen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>VWS is verantwoordelijk voor de AWBZ-gefinancierde verslavingszorg. Omdat
zowel de regionale zorginstellingen als de gemeenten verantwoordelijk zijn
voor de zorg voor verslaafden (ieder voor een ander deel), is afstemming tussen
zorgkantoor en gemeente belangrijk. Daarom zijn de pilots Verslavingszorg
Herijkt destijds gestart. In deze pilots is gezocht naar wegen om die afstemming
te verbeteren en minder vrijblijvend te maken. Daarnaast onderzoekt VWS op
verzoek van de G4 of er mogelijkheden zijn om de steden invloed te geven op
de AWBZ-gefinancierde ggz- en verslavingszorg. Het gaat dan met name om de
OGGZ, bemoeizorg, casemanagement e.d.</al>
      <tuskop letat="rom">4 en 5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom is er volgens de minister geen aparte visie
voor verslavingszorg nodig?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is een heldere visie niet hard nodig, om de signalering
en het bereik te vergroten en aldus de verslaafden te helpen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De kernpunten in het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn een betere
afstemming en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de taken van
het Rijk op het gebied van de zorg en de taken van de gemeente. In de brief
aan de Kamer over de WMO van 23 april jl. wordt die visie gegeven<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>. Het vergroten van de signalering en het bereik van de zorg kan worden bereikt door een inhoudelijke kwaliteitsslag, met name
via het ondersteunen van de eerstelijn en een meer outreachende werkwijze
van de verslavingszorg.</al>
      <tuskop letat="rom">6 en 7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer zal een plan van aanpak van verloedering en
overlast naar de Kamer worden gestuurd?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de minister in het plan van aanpak voornemens in
te gaan op de onderdelen die de Algemene Rekenkamer opsomt in het nawoord?
Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het plan van aanpak verloedering en overlast zal eind november naar de
Kamer worden gestuurd. In mijn reactie op het rapport van de AR heb ik al
aangegeven dat in ieder geval op twee onderdelen zal worden ingegaan: privacyaspecten
en de regierol van gemeenten.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat vindt de minister van de aanbeveling van de Algemene
Rekenkamer om ieder zorgkantoor zijn eigen productieafspraken te laten maken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn reactie (ingevoegd in het AR-rapport) heb ik al aangegeven dat
de indeling in zorgkantoorregio's niet alleen in het leven is geroepen voor
de verslavingszorg. Zorgkantoren maken productieafspraken voor de hele AWBZ-zorg.
Een andere indeling die beter zou stroken met de regio-indeling voor de verslavingszorg,
zou waarschijnlijk bij de GGZ, de verpleegsector of de gehandicaptensector
tot discrepantie leiden. In de praktijk hebben verslavingszorginstellingen
waarvan het werkgebied groter is dan één zorgkantoorregio, meestal
de pragmatische afspraak dat één zorgkantoor de productieafspraken
maakt voor de hele verslavingszorginstelling. Dit heeft niets te maken met
een voorkeur van VWS, maar met de pragmatische afweging van veldpartijen.
Overigens is dit punt per 2006 minder relevant, omdat de verslavingszorg dan
overgaat naar de nieuwe zorgverzekeringswet en aanbieders dan met verschillende
verzekeraars te maken kunnen krijgen.</al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de minister voornemens verandering aan te brengen
in het beleid van doorverwijzing, zodanig dat ook sprake zal kunnen zijn van
een gedwongen doorverwijzing naar verslavingszorginstellingen? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. De meeste huisartsen en andere eerstelijnshulpverleners zijn juist
terughoudend in het behandelen van verslaafden en sturen hen snel door naar
de gespecialiseerde verslavingszorg. Ook bij bijvoorbeeld de jeugdzorg of
de ggz geldt, dat bij verslavingsproblemen snel de verslavingszorg wordt ingeschakeld
of dat er wordt doorverwezen.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze zal de financiering van de verslavingszorg
vorm krijgen? Zal de zorg grotendeels binnen de AWBZ blijven? Wordt overwogen
gebruik te maken van andere dekkingsbronnen? Welke aandeel ziet de minister
nu voor de centrumgemeenten en andere instanties qua financiering van de verslavingszorg
en hoe wil de minister dit in de toekomst vormgeven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de ggz en de verslavingszorg geldt dat alle ambulante hulpverlening
en de klinische behandeling korter dan 1 jaar, per 2006 worden overgeheveld
naar de nieuwe zorgverzekeringswet. De preventie, overlastbestrijding en de
opvang van verslaafden blijven bij de centrumgemeenten, deels als onderdeel
van het Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid
in het kader van het Grotestedenbeleid en deels in de «oude» specifieke
uitkering Maatschappelijke Opvang en Verslavingsbeleid voor die centrumgemeenten
die niet onder het Grotestedenbeleid vallen.</al>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt het aanbod van zorg en hulpverlening niet
op wonen, financiën en werk afgestemd? Welke maatregelen zijn nodig om
die samenhang wel te bereiken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dat gebeurt heel vaak wel, omdat verslavingszorginstellingen daarin zelf
actief zijn. Het punt van de Algemene Rekenkamer is dat centrumgemeenten niet
altijd goed de regierol (kunnen) vervullen. In het plan van aanpak verloedering
en overlast dat eind november naar de Kamer zal worden gestuurd, zal onder
andere nader worden ingegaan op het ondersteunen van die regierol van gemeenten.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe ziet de minister een verregaande samenwerking tussen
de verschillende ministeries bij de verslavingszorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de uitwerking van de aanbevelingen van het IBO Maatschappelijke Opvang
wordt samengewerkt met onder andere VROM, SZW en BZK. Op het terrein van de
forensische zorg en de verslavingszorg wordt bovendien nauw samengewerkt met
het ministerie van Justitie. Het hele terrein van de justitiële verslavingszorg
is buiten het onderzoek van de Rekenkamer gebleven. Justitie is met name voor
de zorg voor de groep ernstig verslaafden die overlast veroorzaakt en delicten
pleegt, een belangrijke partner. In antwoord op de motie van het lid Beeten
c.s. (nr. 28 979) over afstemming tussen justitie en zorg voor verslaafden
en psychiatrisch patiënten, komt binnenkort een gezamenlijke notitie
van Justitie en VWS.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie verder ook het antwoord op vraag 20.</al>
      <tuskop letat="rom">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is voor het ontwikkelen van een zorgnetwerk een beleidsmatige
samenwerking tussen de betreffende organisaties nodig of kan worden volstaan
met samenwerking rond individuele cliënten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Instellingsoverstijgende samenwerking is niet voor alle verslaafden even
hard nodig. Het gaat vooral om bepaalde groepen cliënten: zwaar verslaafden
met ernstige problemen op verschillende terreinen, zoals huisvesting, werk
of dagbesteding. Voor deze groep is instellingsoverstijgende samenwerking
relevant. Hiertoe is bijvoorbeeld in het kader van Verslavingszorg Herijkt
in Amsterdam met subsidie van VWS een cliëntvolgsysteem ontwikkeld. In
oktober wordt een congres voor het veld georganiseerd met als doel de overdracht
van succesvolle instrumenten en methoden voor instellingsoverstijgende samenwerking.
In verschillende regio's is overigens rondom deze groep cliënten al een
zorgnetwerk ontstaan.</al>
      <tuskop letat="rom">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waar ligt het verschil van inzicht in het functioneren
van de beleidslijn dat ieder zorgkantoor voor zich productieafspraken maakt
met verslavingszorginstellingen, waarvan het werkgebied groter is dan één
zorgkantoorregio?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 8.</al>
      <tuskop letat="rom">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Mag uit tabel 5 de conclusie worden getrokken dat de
centrumgemeenten relatief meer geld in het verslavingsbeleid zijn gaan steken
en relatief minder geld in de maatschappelijke opvang?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee: het SGBO, het onderzoeks- en adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten, concludeerde in 2002 in haar rapport <nadruk type="cur">Besteding
extra rijksmiddelen maatschappelijke opvang door centrumgemeenten,</nadruk>
juist dat in 2001 de extra middelen voor een belangrijk deel zijn besteed
aan de maatschappelijke opvang. VWS heeft de Rekenkamer gewezen op dit punt.</al>
      <tuskop letat="rom">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Meent de minister dat meer ingezet dient te worden
op kleinschalige lokale projecten in de verslavingszorg? Hoe kan het dat centrumgemeenten
de regierol onvoldoende vervullen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 11 en 17.</al>
      <tuskop letat="rom">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze zal de afbakening tussen de AWBZ, de
toekomstige Zorgverzekeringswet en de WMO de verantwoordelijkheidsverdeling
tussen Rijk, gemeenten en zorgkantoren specifiek voor de verslavingszorg verbeteren
ten opzichte van de huidige situatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en gemeenten
en een duidelijke afbakening tussen gezondheidszorg en ondersteuning. Juist
vanuit die duidelijker onderscheiden verantwoordelijkheidsverdeling is samenwerking
beter mogelijk. Nu is dat op het gebied van de verslavingszorg niet altijd
duidelijk. Dat kan leiden tot afschuifgedrag, veel partijen die verantwoordelijk
zijn waardoor niemand zich verantwoordelijk voelt enz.</al>
      <tuskop letat="rom">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke knelpunten ziet de minister bij de afbakening
tussen de AWBZ, de toekomstige Zorgverzekeringswet en de WMO voor de verslavingszorg?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf 2006 zal alle behandeling in de verslavingszorg vallen onder
de Zorgverzekeringswet. (Behalve de klinische behandeling langer dan 1 jaar,
die blijft in de AWBZ, maar dit komt in de verslavingszorg zeer weinig voor).
Van de AWBZ-functies gaat alleen de groepsgebonden activerende en ondersteunende
begeleiding zoals gegevens in dagactiviteitencentra over naar de WMO. De gemeenten
zijn en blijven verantwoordelijk voor opvang, ondersteuning, woon/werkbegeleiding,
overlastbestrijding en preventie. In de toekomst wordt de afbakening dus juist
verhelderd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie ook het antwoord op vraag 2, 10 en 17.</al>
      <tuskop letat="rom">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is ook binnen de WMO een visie op verslavingszorg niet
noodzakelijk? Zal bij de uitwerking van de WMO specifieke aandacht worden
besteed aan de verslavingszorg? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie het antwoord op vraag 4 en 5.</al>
      <tuskop letat="rom">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zal in het komende plan van aanpak van verloedering
en overlast aandacht worden besteed aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid
van de verschillende bewindspersonen op het gebied van meervoudige problematiek
van verslaafden? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja: het plan van aanpak betreft kabinetsbeleid. Verslaafden met meervoudige
problematiek zijn overigens een belangrijke «doelgroep» van dat
plan van aanpak, maar niet de enige.</al>
      <tuskop letat="rom">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe luidt de reactie van de minister op de aanbeveling
van de Algemene Rekenkamer om de schakel «vroegtijdige signalering en
zorgtoewijzing» in het netwerk rondom verslaafden te versterken en daarbij
expliciet aandacht te besteden aan de rol van huisartsen hierin?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat betreft de drugshulpverlening is het bereik van de verslavingszorg
juist groot. Wat betreft de alcoholhulpverlening moeten de signaleringsfunctie
en het bereik inderdaad verbeterd worden. Vandaar dat sinds 2002 extra geld
(€ 7,7 mln. jaarlijks) wordt ingezet om de signalering en het bereik
van de hulpverlening te verbeteren. Er zijn sinds 2002 ongeveer 80 projecten
gestart, gericht op bijvoorbeeld het versterken van de eerstelijn en deskundigheidsbevordering
bij huisartsen.</al>
      <tuskop letat="rom">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe luidt de reactie van de minister op de aanbeveling
om de informatie over de aard en omvang van de verslavingsproblematiek te
verbeteren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn reactie op het AR-rapport van 17 mei jl. ben ik hier al op
ingegaan. Deze reactie is ingevoegd in het AR-rapport zelf (hoofdstuk 9).</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>I.v.m. een correctie in de inleiding.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Duivesteijn (PvdA), Giskes (D66), Ondervoorzitter, Crone (PvdA),
Rouvoet (CU), De Vries (VVD), Voorzitter, De Haan (CDA), Atsma (CDA), Vendrik
(GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Balemans (VVD),
De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Rambocus (CDA), Gerkens (SP), Van
Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot
(VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Heemskerk (PvdA), Van Dam
(PvdA) en Schippers (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Fierens (PvdA), Van
der Vlies (SGP), Van Egerschot (VVD), Mosterd (CDA), Kortenhorst (CDA), Van
Gent (GL), Duyvendak (GL), De Ruiter (SP), Dezentjé Hamming (VVD),
Schreijer-Pierik (CDA), Hofstra (VVD), Ferrier (CDA), Eerdmans (LPF), Vacature
(CDA), Vergeer (SP), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), De Krom
(VVD), Smeets (PvdA), Van Heemst (PvdA), Smits (PvdA), Boelhouwer (PvdA),
Kalsbeek (PvdA) en Van Beek (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.3" nr="3">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts
(D66), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Halsema (GL), Kant (SP), Blok
(VVD), Voorzitter, Smits (PvdA), Örgü (VVD), Verbeet (PvdA), Van
Oerle-van der Horst (CDA), Ondervoorzitter, Vergeer (SP), Vietsch (CDA), Tonkens
(GL), Joldersma (CDA), Van Heteren (PvdA), Smilde (CDA), Nawijn (LPF), Van
Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Hermans (LPF), Schippers
(VVD) en Omtzigt (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (CU), Verdaas (PvdA), Griffith (VVD), Bakker (D66),
Ferrier (CDA), Çörüz (CDA), Blom (PvdA), Vendrik (GL), Gerkens
(SP), Veenendaal (VVD), Van Nieuwenhoven (PvdA), Weekers (VVD), Tjon-A-Ten
(PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), De Ruiter (SP), Ormel (CDA), van
Gent (GL), Koomen (CDA), Waalkens (PvdA), Mosterd (CDA), Varela (LPF), Bussemaker
(PvdA), Heemskerk (PvdA), Oplaat (VVD), Kraneveldt (LPF), Hirsi Ali (VVD)
en Eski (CDA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Op weg naar een bestendig stelsel voor langdurige zorg en maatschappelijke
ondersteuning.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>