﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="moov">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29644-20/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.3" conv="v2_3__1.21" markup="xa"></versie>
    <ordernr>KST92697</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 644</nummer>
      <naam>Planologische Kernbeslissing Nota Mobiliteit</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>20</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 1 december 2005</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="vn1" nr="1"></voetref>
en de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<voetref refid="vn2" nr="2"></voetref> hebben op 28 november 2005 overleg gevoerd met minister
Peijs van Verkeer en Waterstaat en minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer over de <nadruk type="vet">Nota Mobiliteit</nadruk>.</al>
      <al>Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Atsma</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,</functie>
        <naam>Buijs</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Roovers</naam>
      </ondtek>
      <mo>
        <context>
          <titel>Stenografisch verslag van een notaoverleg van de vaste commissie voor
Verkeer en Waterstaat en de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer</titel>
          <tijd>
            <dag>Maandag</dag>
            <datum>28 november 2005</datum>
            <aanvang>10.15 uur</aanvang>
          </tijd>
          <vrznaam>Mastwijk</vrznaam>
          <aanw>
            <al>Aanwezig zijn 11 leden der Kamer, te weten:</al>
            <al>Dijksma, Duyvendak, Gerkens, Van der Ham, Hermans, Van Hijum, Hofstra,
Mastwijk, Slob, Van der Staaij, Verdaas,</al>
            <al>evenals mevrouw Peijs, minister van Verkeer en Waterstaat en mevrouw Dekker,
minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.</al>
          </aanw>
        </context>
        <mbody>
          <draad>
            <al>Aan de orde is de behandeling van:</al>
            <ondw>
              <wetvlst>
                <wetv>het Kabinetsstandpunt
(PKB deel III) inzake de Nota Mobiliteit (29644, nr. 12).</wetv>
              </wetvlst>
            </ondw>
          </draad>
          <draad>
            <al>Daarbij kunnen worden betrokken:</al>
            <al>- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 21 januari
2005 inzake het rapport van de Raad voor Verkeer en Waterstaat "Meer
dynamiek, beter bereikbaar" (29644, nr. 8);</al>
            <al>- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 19 mei
2005 inzake de ov-visie van het ov-beraad (29644, nr. 9);</al>
            <al>- de brief van de minister van verkeer en Waterstaat d.d. 26 mei
2005 houdende de rapportage van het Platform Anders Betalen voor Mobiliteit
(29644, nr. 10);</al>
            <al>- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat mede namens de minister
van Volkshuisvesting, Ruimte­lijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris
van Verkeer en Waterstaat d.d. 10 november 2005 houdende antwoorden op
vragen over het kabinetsstandpunt inzake de Nota Mobiliteit PKB III en houdende
antwoord op vraag 108 gesteld n.a.v. kabinetsstandpunt inzake de Nota Mobiliteit
(PKB III);</al>
            <al>- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 16 november
2005 inzake de Nationale osambassadeur (29644, nr. 16).</al>
          </draad>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik open de vergadering en heet u allen welkom. Wij hebben een schema dat
in spreektijden voorziet. Tussen 13.00 uur en 15.00 uur is voorzien in een
lunchpauze. De pauze is zo lang om de ministers de gelegenheid te geven, een
aantal vragen schriftelijk te beantwoorden. Wij houden de spreekvolgorde van
de begrotingsbehandeling aan. Dat betekent dat de grootste oppositiepartij
als eerste aan het woord is. De PvdA-fractie spreekt via twee woordvoerders.
Ik geef het woord eerst aan de heer Verdaas.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter, ik heb een punt van orde. Op zichzelf is het mooi dat wij
lang pauzeren. Dat is nooit weg. Ik vind het echter een wat vreemde procedure
dat de ministers nog op de dag van de vergadering zelf vragen schriftelijk
willen beantwoorden. Ik wil mij daar niet tegen verzetten, maar als wij het
doen, moeten wij wel afspreken dat wij de antwoorden bijvoorbeeld om 14.00
uur hebben.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Het is de bedoeling dat de ministers het eerste uur van de lunchpauze
benutten om een aantal van de gestelde vragen schriftelijk te beantwoorden.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik heb niet zo heel veel vragen, misschien dat de lunchpauze
dan korter kan. Wij hebben vooral opvattingen, daar zitten wij hier voor.</al>
            <al>Wij spreken vandaag met het kabinet over de Nota Mobiliteit deel lIl.
Collega Dijksma zal ingaan op de thema's openbaar vervoer (ov) en innovatie.
Ik zal mij richten op de relatie met de Nota Ruimte, het beprijzen en de netwerkanalyses.</al>
            <al>Bij wijze van aftrap wil ik kort aangeven hoe de fractie van de PvdA kijkt
naar mobiliteit. Mobiliteit is in onze ogen én een sociaal recht, én
een klassiek verdelingsvraagstuk. Wie in onze samenleving niet mobiel is of
kan zijn, kan niet meedoen. Dat maakt mobiliteit voor ons dus ook tot een
klassiek sociaal-democratisch verdelingsvraagstuk. Centraal staat voor ons
hoe iedereen een minimum aan mobiliteit kan hebben en hoe wij gelijktij­dig
de lusten en lasten op een eerlijke en evenwichtige manier kunnen verdelen.</al>
            <al>Dat brengt mij vanzelf op het hoofdstuk "Anders betalen voor mobiliteit".
Ik wil eerst even mijn hart luchten aan het begin van deze ongetwijfeld lange
dag. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat er de laatste maanden zoveel ruis
is ontstaan op het zo breed gesteunde en ook vanzelfsprekende idee van het
Anders betalen voor mobiliteit. Er ligt een prachtig advies van de commissie-Nouwen.
Het bedrijfsleven staat te trappelen. Landen rondom ons experimenteren volop
en vaak ook naar tevredenheid met dit onderwerp. De technologische ontwikkelingen
gaan razendsnel. Als hardloper weet ik dat er zelfs al joggingschoenen met
gps op de markt zijn. Mijn indringen­de vraag aan de minister luidt dan
ook: hoeveel meer groen licht hebt u nodig om met ambitie en enthousiasme
voor dit perspectief te gaan? Of schept het kabinet er genoegen in om alleen
herzieningen door te voeren waarvoor er geen draagvlak is?</al>
            <al>Voorzitter. Minister Zalm noemde het beprijzen van mobiliteit bij de presentatie
van het advies van de commissie-Nouwen "science fiction". In onze
ogen komt hij van een andere planeet, want voor de PvdA-fractie is het een
reëel perspectief dat zo snel mogelijk dichterbij moet komen. Ik heb
de neiging om uit tal van rapporten te citeren wat de voordelen van beprijzen
zijn, maar die citaten zijn inmiddels genoegzaam bekend. Het is goed voor
de economie, goed voor het milieu, goed voor de verkeersveiligheid en goed
voor de doorstroming uiteraard. Ik herhaal mijn vraag aan de minister: waarom
niet wat meer enthousiasme? Waarom omarmen wij dat perspectief niet?</al>
            <al>Ik merk verder op dat voor driekwart van de automobilisten het autorijden
goedkoper wordt. Alleen voor de grootverbruikers, doorgaans zakelijke rijders,
wordt het inderdaad duurder. Zij houden in ruil daarvoor wel meer tijd over
en juist in de zakenwereld is bekend dat tijd geld is. Dat wordt dus als een
eerlijke ruil geaccepteerd.</al>
            <al>Ik loop even een aantal aspecten langs van Anders betalen voor mobiliteit,
te beginnen met de techniek. Daar is een hoop over te doen. Ik heb de laatste
weken tal van deskundigen gesproken en zij vertellen mij allemaal hetzelfde:
ga maandag, 28 november, niet praten over kastjes in de auto; de ontwikkelingen
gaan zo snel dat in 2012 – het perspectief waar wij het doorgaans over
hebben – alle auto's van de benodigde techniek zullen zijn voorzien.
Of dat nu in het navigatiesysteem zal zitten, in een chipcard of in een telefoon
die je inplugt: de techniek zal er zijn. Volgens de deskundigen zou het wel
helpen als de politiek in brede zin ging uitstralen: "wij gaan daar ook
voor". Dat zou die ontwikkelingen kunnen versnellen. Vandaag zal blijken
of wij dat als politiek kunnen en willen uitstralen. Wij moeten onze energie
in ieder geval niet stoppen in het formuleren van technische eisen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Hoe flexibel bent u ten aanzien van uw standpunt? Ik vind ook niet dat
wij moeten struikelen over technische eisen. Via de accijns kunnen wij de
kilometerheffing heel snel realiseren. Is de fractie van de PvdA bereid, naar
een dergelijke oplossing te kijken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik kom daar nog op in mijn bijdrage.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De heer Verdaas stelde dat de zakelijke rijder meer zal gaan betalen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Als hij veel rijdt in ieder geval.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Er is echter ook een groep mensen die meer zal moeten betalen door de
plek waar zij woont. Zij hebben jonge kinderen en wonen in forensensteden,
waar zij aangewezen zijn op de auto. Zij gaan ook meer betalen. Hoe ziet de
PvdA-fractie dat? Is dat aanvaardbaar?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ja. Het beprijzen heeft vooral tot doel, ervoor te zorgen dat de mensen
die ergens moeten zijn daar ook beter komen. Dat kan alleen als je daar waar
het het drukst is op de tijdstippen dat het er het drukst is een hogere prijs
vraagt dan daar waar het minder druk is. Anders heeft het geen effect en hoef
je er zelf niet aan te beginnen. Het antwoord is dus ja, daar zijn wij ons
van bewust.</al>
            <al>Voorzitter. Het oormerken van de opbrengsten is voor ons een schijndiscussie.
Niet dat ons niet interesseert wat wij met dat geld gaan doen, maar laten
wij reëel blijven: wij hebben het over 80 mld. tot 2020 en waar wij dat
in gaan investeren, maakt mij niets uit, zolang de centrale vraag blijft welke
investering de beste bijdrage levert aan de doorstroming en aan de mobiliteit.
Wij kunnen vandaag net doen of wij die 80 mld. gaan oormerken. Volgens de
PvdA-fractie is 80 mld. een reëel bedrag. Misschien wordt het echter
ook minder en kan de prijs weer naar beneden, al lijkt het laatste op dit
moment tamelijk onvoorstelbaar. Hoe dan ook: de Kamer zal haar begrotingsrecht
zeker niet afstaan vandaag en daarmee komt het oormerken ook in een ander
daglicht te staan. Wij moeten vandaag niet de pretentie willen hebben dat
wij tot 2020 alles gaan vastleggen.</al>
            <al>Mijn derde punt zijn de kosten voor invoering. Het kabinet gebruikt de
hoge kosten van invoering en exploitatie als een excuus – ik zeg het
maar even zo – om nog niet te beslissen over invoering. Daar wil ik
vandaag ook opheldering over. Ik geef u twee citaten. Op blz. 10 van de Nota
Mobiliteit lees ik het volgende. "Het volgende kabinet neemt een besluit
over de invoering. Het is noodzakelijk dat de kosten tot aanvaardbare proporties
worden teruggebracht." Mijn tweede citaat stamt uit het antwoord van
de minister op vraag 57: "Het kabinet heeft reeds het besluit genomen
dat beprijzen er komt. " Het laatste bracht mij ertoe, een zoektocht
in alle papieren te beginnen, want waar heb ik dat dan kunnen lezen? Ik wil
hier gewoon helderheid over. Is er nu wel of niet een besluit gevallen over
de vraag of beprijzen er komt?</al>
            <al>Wat mij vooral stoort, is dat het kabinet weigert aan te geven wat de
aanvaardbare proporties voor de invoerings­kosten zijn. Wij gaan monitoren
op de kosten, maar wij hebben nog geen idee wanneer het goedkoop genoeg is
om het in te voeren. Ik wil daar vandaag duidelijkheid over. € 3
mld. is een hoop geld. De PvdA-fractie denkt zakelijk en wil niet meer geld
uitgeven dan strikt noodzakelijk is om het beprijzen in te voeren, maar ik
durf de stelling aan dat er minder rendabele investeringen zijn gedaan in
het verleden. Het laatste CPB-rapport laat dat ook duidelijk zien. Zelfs als
het drie miljard zou kosten, wat ik waag te betwijfelen, dan nog is het een
rendabele investering. De directe economische baten liggen immers tussen de
0,5 en 1 mld. per jaar en tot 2020 – ik heb het de minister gisteren
in Buitenhof nog horen zeggen – besparen wij12 mld. aan investeringen
in infrastructuur. Ik zou zeggen: tel uit je winst. Het is een hoop geld,
maar iedereen met een beetje gezond verstand – en dat hebben de meeste
collega's in dit huis – weet dat dit een verstandige investering is.
Overigens: de invoeringskosten bestaan voor meer dan 80% uit de kosten
voor de zogeheten On Board Units (OBU's). Vandaar dat het bedrijfsleven nu
al meldt dat het voor 1,5 mld ook kan, want de kosten voor nieuwe technologie
halveren ongeveer in een jaar tijd.</al>
            <al>De systeemkosten zijn een ander verhaal. Er hangt vooral veel af van de
wijze van innen en de eisen die men stelt aan het niveau van handhaving. Ook
hier spreekt het kabinet zich niet uit over een acceptabel percentage in relatie
tot de te innen gelden. Wij doen dat wel. Wij denken dat het bij de invoering
zo'n 10% van de op te halen gelden mag kosten en dat je dat dan in
een reeks van jaren kunt afbouwen tot 4 à 5%. Ook dat is overigens
gebaseerd op informatie uit de markt. Een vraag die ik hopelijk vandaag beantwoord
krijg, is wat de huidige wijze van inning van bpm en motorrijtuigenbelasting
kost. Wat kosten registratie en handhaving in de huidige situatie? Kan de
minister daar duidelijkheid over geven? Alleen dan kunnen wij een goede discussie
hebben en vergelijken wat het op de huidige wijze kost en wat het via het
beprijzen zou kosten.</al>
            <al>Punt vier is de wetgeving. Er moet nog wetgeving aangepast worden, al
hoor ik van deskundigen dat er ook op basis van de Telecomwet geïnd kan
worden. Ook daarover krijg ik graag helderheid van de minister. Ik heb hier
eigenlijk maar één opmerking over aan het adres van het kabinet.
Je weet dat die wetgeving voorbereid moet worden, dus begin daar gewoon mee.</al>
            <al>Dan kom ik op de afbouw van de bpm en de motorrijtuigenbelasting en daarmee
dus ook op de vraag van mevrouw Gerkens. Begin ook daar zo snel mogelijk mee,
al moet dat variabel op tijd, plaats en milieudruk. Wij weten allemaal dat
dit stelsel omgebouwd moet worden. Wat ons betreft, kan daar met ingang van
2007 aan begonnen worden. Ook hiervoor zijn meerdere scenario' s denkbaar.
Er kan gekozen worden voor een geleidelijke afbouw of voor een omslag in één
keer, waarbij je bpm teruggeeft. Daar kunnen ambtenaren mee aan de slag.</al>
            <al>Wij staan als PvdA-fractie open voor de versnellingsprijs, zij het onder
een aantal voorwaarden. Wij zien een versnellingsprijs meer als een voorspel
en dat is – de naam zegt het al – alleen maar leuk als je dan
ook naar een gezamenlijk hoogtepunt toe werkt, te weten de integrale beprijzing,
ook wel de Hofstra-variant genoemd.</al>
            <al>De verzekeringsprijs staat ook wel bekend als kilometer verzekeren. De
verzekeringsmaatschappijen zijn op dit moment bezig te bekijken of automobilisten
zich niet kunnen laten verzekeren voor het betalen per kilometer en hun rijgedrag.
Dat is een ontwikkeling die heel nauw aansluit bij het Anders betalen voor
mobiliteit. De Stichting ter Stimulering van de Kilometerverzekering overlegt
zelfs al met verzekeraars of zij die technologie wellicht bij wijze van proef
of op grotere schaal kunnen invoeren. Daar heb je ongetwijfeld dezelfde kastjes
voor nodig als voor het beprijzen. Ik roep de minister ook in dit opzicht
dringend op, gewoon eens met die club te gaan praten. Niet om ze een uurtje
aan te horen, maar om serieus ook met de verzekeraars te kijken waar wij elkaar
treffen. Pak dat goed op.</al>
            <al>Ter afronding vraagt de PvdA-fractie het kabinet om zijn passieve houding
van "de kosten monitoren" en "een volgend kabinet beslist"
in te ruilen voor ambitie, pioniersgeest en een aanstekelijk enthousiasme.
Wij mogen dan wel eens mopperen op de minister, maar als er één
kwaliteit van de minister van Verkeer en Waterstaat buiten kijf staat, dan
is het wel dat zij iets met aanstekelijk enthousiasme kan trekken. Wij hebben
een innovatieplatform en nu kunnen wij het eindelijk van inhoud voorzien.
Laten wij een project starten waar wij met zijn allen trots op kunnen zijn.
Natuurlijk moeten wij dan nog lastige zaken uitzoeken en komen wij onverwachte
zaken tegen, maar zou het niet fantastisch zijn om bij zoveel maatschappelijk
draagvlak als politiek eens te zeggen: wij gaan hier niet over kissebissen,
wij gaan er gewoon voor! Wellicht dat wij dan over een paar jaar zeggen dat
wij de eersten waren in de wereld die iets unieks hebben gedaan. Wellicht
dat wij dan niet alleen voor onze Deltawerken bekend zijn, maar ook als een
voorbeeld van geslaagd beprijzen. Binnenkort verwacht ik van de minister een
plan van de stappen die gezet moeten worden en dan gaan wij er gewoon tegenaan.
Geen denktank dus meer, maar een doetank.</al>
            <al>Om de minister nog wat extra te prikkelen: ik las vorige week in de Telegraaf
dat China interesse heeft in het Duitse tolsysteem. Als ik één
ding hoop, dan is het toch dat de volgende minister niet naar China moet op
werkbezoek om te kijken hoe men daar het beprijzen heeft ingevoerd. Laat China
naar ons komen kijken.</al>
            <al>Ik heb nog twee korte thema's, namelijk de Nota Ruimte en de netwerkanalyses.
Wij zijn het haast vergeten, maar de Nota Mobiliteit is natuurlijk een uitwerking
van de Nota Ruimte. Ik ga de kritiek die ik destijds op de Nota Ruimte had,
niet herhalen, maar ik wil twee punten kort aanstippen. De Nota Ruimte omarmt
het concept van de nationale stedelijke netwerken en de economische kerngebieden.
Door middel van de motie-Van Bochove/Verdaas hebben wij daar destijds, overigens
met unanieme steun van de Kamer, drie netwerken aan toegevoegd: de IJsseldelta,
de Stedendriehoek en de samenwerkende Friese steden. Wij vinden dat dit ook
in de Nota Mobiliteit omgezet moet worden. Dat houdt voor ons concreet in
dat de netwerkanalysen zoals die in het uitvoeringsprogramma zijn opgenomen
ook voor deze drie netwerken een plaats moeten krijgen.</al>
            <al>Voorts wil ik het hebben over de Triple A-wegen. Voor ons werd ook na
de antwoorden op onze vragen niet duidelijk wat nu precies de criteria zijn,
maar als je al vanuit de Nota Ruimte kijkt, dan moet voor ons de A1 er in
ieder geval aan worden toegevoegd. Zij verbindt de Randstad, de Stedendriehoek
en Twente – wij hebben het dus over drie van de acht, negen stedelijke
netwerken uit de Nota Ruimte – en ook het Ruimtelijke Planbureau heeft
tijdens de hoorzitting aangegeven dat als er één weg in ieder
geval bij hoort, dan wel de A1, gelet op de economische meerwaarde en het
toekomstperspectief. Het is immers toch de weg naar het Oosten, het nieuwe
kerngebied van Europa.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik kan mij helemaal vinden in de redenering van collega Verdaas. Wij moeten
de Nota Ruimte serieus nemen. Daar staan de nationale stedelijke netwerken
in. Alleen verbaast het mij dan dat hij voorstelt om alleen maar de A1 toe
te voegen. Over Triple A heb ik ook zo mijn gedachten, maar dan mist er nog
een weg. Dat geldt zeker voor Zwolle en de Friese steden, maar voor Groningen-Assen
moet er dan dus ook de A6/A7 erin, de Noordcorridor. Dan lijkt mij dat wij
een goede aansluiting krijgen bij de Nota Ruimte.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat lijkt mij een goede aanvulling. Ook daar hebben wij het dan over drie
stedelijke netwerken. De vraag rijst dan wel of wij niet alleen Triple A-wegen
overhouden.</al>
            <al>Dan kom ik bij mijn laatste punt, de netwerkanalyses. Een compliment voor
deze benadering van de netwerkanalyses, al is het jammer dat zij pas na de
Nota Mobiliteit worden uitgewerkt. Wij hadden ze liever als opmaat tot de
Nota Mobiliteit gezien. Hoe dan ook, de netwerkanalyses kunnen wat ons betreft
een perspectief zijn. Dan hoeven wij in de toekomst niet meer over allerlei
afzonderlijke bruggen en viaducten, hoe belang­rijk ook, te praten, maar
kunnen wij verder naar een MIT over netwerkanalyses en daarnaast de rijksverantwoordelijkheid
voor spoor en wegen die de regio overstijgen. Dan kan ook wat de middelen
betreft een vergaande decentralisatieslag volgen. Wij willen de netwerkanalyses
graag nader inbedden. Zij moeten explicieter dan nu gebaseerd zijn op een
ruimtelijk programma, een ruimtelijke visie conform de ECI-aanbevelingen.
De effecten van het beprijzen moeten naar onze mening vanaf nu bij alle netwerkanalyses
en tracébesluiten als uitgangspunt worden genomen. De mogelijkheden
van mobiliteitsmanagement moeten een hoofdstuk van onderzoek zijn in een netwerkanalyse,
evenals de vraag hoe het ov geoptimaliseerd kan worden. De mogelijkheden van
benutting moeten expliciet onderwerp van onderzoek zijn en er moet een uitspraak
worden gedaan over wat je kunt doen door de bestaande infrastructuur aan te
passen. De noodzaak tot nieuwe infrastructuur moet worden onderbouwd, want
die kun je ook nooit uitsluiten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De heer Verdaas pleit voor het opnemen van de kilometerheffing als uitgangspunt
in elke netwerkanalyse. Als het CPB in de hoorzitting één waarschuwing
heeft gegeven, dan is het wel: voer geen kilometerheffing in op trajecten
waar geen congestie is; dat geeft geen economische baten en daarbij is geen
sprake van extern effect, want er is geen probleem dat je moet oplossen. Waarom
zou je dat dan toch integraal in alle netwerkanalyses moeten meenemen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb de conclusie van het CPB iets anders gelezen, namelijk zo: daar
waar je nu geen verkeersprobleem hebt, zal je het zelfs goedkoper kunnen maken.
Dat stond ook in de laatste analyse die wij dit weekeinde nog hebben gekregen.
Daar staat duidelijk in dat het ook een vorm van beprijzen kan zijn, het rijden
op andere plaatsen goedkoper te maken, juist om mensen daar naar toe te bewegen.
Dan heb je het nog steeds over beprijzen, zij het met een differentiatie daarin.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik zal hier nog op terugkomen, maar volgens mij is dat niet het geval.
Daar waar geen probleem is, moet je geen middelen aanwenden om een niet-bestaand
probleem op te lossen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Laat ik u dan een tegenvraag stellen. Daar betalen mensen nu ook om hun
kilometers te maken. Als ik die kilometers vandaag nog iets goedkoper kan
maken, dan vind ik u toch aan mijn zijde, mag ik hopen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Vanzelfsprekend.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Kijk, het draagvlak begint er te komen.</al>
            <al>Er is veel discussie over de A6/A9. Nu ik beide ministers hier aan tafel
heb, vraag ik hen wel om ook daar meteen die verbreding te maken. Ga vanuit
dat ruimtelijke programma de netwerkanalyse op orde maken. Voor ons is niet
zozeer relevant hoe je dat gebied precies ontsluit, als het maar op basis
van het ruimtelijk programma een goede ontsluiting krijgt. Daarmee bedoel
ik met het ov en over de weg.</al>
            <al>Voorzitter. Dit was mijn bijdrage.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De heer Duyvendak heeft nog een vraag aan u.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Het stelt mij een beetje teleur dat de heer Verdaas alleen
een vraag stelt over de A6/A9 en geen standpunt van zijn eigen fractie daarover
geeft.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Wij hebben van de TCI-commis­sie geleerd dat je op basis van een structuurvisie –
die term werd er volgens mij gehanteerd – moet kijken naar nut en noodzaak
van projecten. Ik ken uw standpunt, mijnheer Duyvendak. Wij willen net zoals
uw partij dat er 50.000 woningen bij worden gebouwd bij Almere. Dat is een
stad ter grootte van Hilversum. Uw partij zegt nu al, lopende de onderzoeken,
dat daar geen weg bij hoeft te komen. Dat hoort u mij niet beweren, want zo
ver zijn wij nog niet. Wij denken eerst na voordat wij zoiets roepen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Natuurlijk moet het onderzocht worden, maar onderzoeken hebben altijd
een vertrekpunt en er zijn bepaalde taboes, bepaalde dingen die je niet onderzoekt.
Vindt u niet dat er een taboe moet rusten op het bouwen van een weg in het
Naardermeer, een prachtig gebied bij het Gein? Dat hoef je dan dus ook niet
te onderzoeken, want daar begin je gewoon bij voorbaat niet aan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik doe een oproep aan het kabinet om de studie te verbreden.
Ik heb mijn elementen genoemd. Daar hoort beprijzen bij, daar horen benuttingsmaatregelen
bij, daar hoort dat alles bij. Pas als dat allemaal is gebeurd, doen wij een
uitspraak over wel of niet een extra weg, waar deze dan ook moge lopen. Het
is niet fair om op voorhand te zeggen wij gaan alles onderzoeken, alleen dit
nemen wij niet mee, want dat past ons niet, om wat voor redenen dan ook. Zo
werkt dat niet.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De heer Duyvendak heeft natuurlijk het recht om daar straks verder op
door te gaan. Voordat ik het woord geef aan mevrouw Dijksma, meld ik haar
dat haar collega Verdaas 16 van de 30 minuten spreektijd heeft verbruikt,
zodat haar nog 14 minuten resteren. Zij knikt bemoedigend en zal daar ongetwijfeld
binnen blijven. Het woord is aan mevrouw Dijksma.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik zal mijn best doen. Toen wij – ik zou haast zeggen
als laatsten der Mohikanen – de Nota Mobiliteit voor het eerst konden
lezen, kon ik niet anders dan vaststellen dat het hier een beleidsarme nota
betreft. Belangrijke keuzes zoals beprij­zing van autovervoer of vrachtwagens
worden overgelaten aan een volgend kabinet. Er is geen sprankelende visie
op de toekomst van het openbaar vervoer. De gedachte alleen al dat je het
ov moet verbeteren om de automobilist te blijven verleiden uit zijn auto te
stappen, lijkt letterlijk een gepasseerd station. Een cynicus zou kunnen opmerken
dat de politieke correctheid van de conservatieven zover is doorgeslagen dat
het bijna onmogelijk is gemaakt om nog iets van een gedragsverandering bij
mobiel Nederland teweeg te willen brengen. Toen de voorloper van deze nota,
het NVVP, een aantal jaren geleden door VVD en CDA zonder omhaal in de prullenbak
werd geworpen, was het belangrijkste argument daarvoor dat het toenmalige
voorstel niet ambitieus genoeg was. Ik ben benieuwd hoe vooral de heer Hofstra
vandaag oordeelt over deze nota. Als hij zich nu net zo onverschrokken opstelt
als destijds tegenover minister Netelenbos, komt hij ongetwijfeld tot hetzelfde
oordeel. Wij zijn een aantal jaren verder, maar waar blijft nu de grootse
en meeslepende dadendrang om de mobiliteit in Nederland in de periode tot
het jaar 2020 echt een ander karakter te geven?</al>
            <al>Gelukkig ben ik geen cynicus, maar een optimist in hart en nieren. Laat
ik mijn bijdrage voor vandaag dan ook met iets positiefs beginnen: de fractie
van de PvdA staat voluit achter het idee om acht netwerkanalyses te laten
vaststellen, ter uitvoering van de Nota Mobiliteit. Wij gaan ervan uit dat
die analyses de nota de inhoud kunnen geven waar wij zo op zitten te wachten,
want al eerder is gebleken dat politieke daadkracht en vernieuwing eerder
van onderop dan van bovenaf komt. Daarbij geldt wat ons betreft niet enkel
een inhoudelijke voorwaarde om met deze analyses aan de slag te gaan, de "ladder
van Verdaas". Nee, wij menen dat je deze netwerkanalyses alleen serieus
kunt uitvoeren als je de lokale ambities ook een reële kans geeft en
als je het budget voor het uitvoeren van de Nota Mobiliteit ook niet op voorhand
dichttimmert met landelijk vastgestelde voorwaarden. Willen de ministers deze
bereidheid vandaag tonen? Mijn fractie committeert zich zonder probleem aan
het hiervoor uitgetrokken bedrag van 80 mld., wij denken dat het heel wel
mogelijk is om met dit bedrag mooie en zinvolle dingen voor mobiel Nederland
te doen. Ik merk er wel bij op dat dit inclusief het beleid moet zijn waarmee
de effecten van het verkeer als het ware kunnen worden verzacht, zoals het
CO<inf>2</inf>-beleid, het beleid om geluidshinder tegen te gaan en het verkeersveiligheidsbeleid.
Maar het is toch een tegenstelling in zichzelf om alvast vanuit het departement
te bepalen welk deel van de pot waar precies naar toe gaat? Dat moet welhaast
tot scheefgroei leiden; daarover wil ik graag een boekje open doen.</al>
            <al>Allereerst het gebrek aan waardering voor de waarde van het openbaar vervoer
dat uit deze nota spreekt. Natuurlijk, er wordt flink wat geld uitgetrokken
voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. En ja, daar zijn wij blij
mee. Maar de politieke vraag die wij vandaag moeten beantwoorden, is of dit
geld voldoende zal zijn om de zo gewenste groei van het openbaar vervoer te
accommoderen. Daarin lijkt deze regering op z'n zachtst gezegd pessimistisch.
ProRail werkt nu aan een scenario voor het spoor dat zich ergens tussen "niet
verder afglijden" en "het huis op orde maken" beweegt. En voor
een procentje reizigersgroei per jaar zal dat vast een prima scenario zijn,
maar voor ons is het niet genoeg. Wij zouden graag zien dat er juist voor
het openbaar vervoer rekening wordt gehouden met veel robuustere groeicijfers.
De mobiliteit neemt in dit kleine kikkerland alsmaar toe. Mensen willen zich
verplaatsen, of wij dat nu leuk vinden of niet. En mensen hebben ook het volste
recht om zich te verplaatsen, of dat nu met de trein of met de auto is. Het
is echt onzin om te denken dat je de keuze van het vervoermiddel niet zou
kunnen beïnvloeden. De minister laat overal waar zij maar kan –
zij deed het gisteren nog – weten dat het in al die jaren nooit gelukt
is, de automobilist te verleiden om zijn heilige koe te laten staan. Maar
welke alternatieven heeft de automobilist op dit moment dan? Heeft de Randstad
al een snelle, hoogwaardige metroachtige verbinding die hoogwaardig vervoer
tussen de harten van de steden mogelijk maakt? En als je op het platteland
woont en de dienstregeling van het busvervoer door de drastische bezuinigingen
van ook dit kabinet steeds verder achteruit ziet kachelen, stap je dan nog
in die bus? Het antwoord op beide vragen is natuurlijk nee, maar dat had eenieder
al begrepen...</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>U heeft flinke kritiek op het ambitieniveau van dit kabinet voor het openbaar
vervoer, maar waar kan ik de voorstellen vinden die de PvdA-fractie in de
afgelopen jaren heeft gedaan en die tot fundamenteel andere keuzes zouden
hebben geleid? Zouden wij met die voorstellen zoveel meer geld voor openbaar
vervoer beschikbaar hebben gehad?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Als wij een regeerakkoord met het CDA hadden kunnen sluiten, zou de verdeling
van het budget heel anders zijn geweest, ook voor het openbaar vervoer. Misschien
komt het ooit nog weer zo ver, maar de situatie zou dan echt anders zijn geweest,
dat weet u ook.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>In de afgelopen jaren heeft uw fractie inderdaad gepleit voor meer geld
voor openbaar vervoer, naar ik meen 2-of 300 mln. per jaar. Maar uit de plannen
van de PvdA blijkt dat het openbaar vervoer gratis zou moeten worden. Je kunt
een euro maar één keer uitgeven, ook als je lid bent van de
PvdA-fractie, dus alles wat je aan gratis openbaar vervoer uitgeeft, kun je
niet aan beter openbaar vervoer besteden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij is dat heel wel mogelijk, maar dat komt vast nog wel naar
voren bij de bespreking van mijn initiatiefnota op dit punt. Maar laten wij
wel wezen, mijn fractie heeft niet alleen voorstellen gedaan voor het stads-
en streekvervoer, waarop u nu doelt; wij hadden in onze "beterbegrotingen"
wel degelijk ook meer geld uitgetrokken voor bijvoorbeeld het achterstallige
onderhoud aan het spoor. Daarnaast zal ik vandaag ook een aantal voorstellen
doen die in ieder geval zullen leiden tot een drastische verbetering van de
nota. Bovendien, als u zo tevreden bent met het ambitie­niveau van deze
nota voor het openbaar vervoer, waarom bent u dan al een week lang bezig om
alle beschikbare media te gebruiken om allerlei voorstellen te doen? Ik noem
het Rondje Randstad; hartstikke goed, daar zijn ook wij een voorstander van.
Verder ov-netwerk Brabantstad; hartstikke goed, ook daarvan zijn wij een voorstander.
Met andere woorden, als u het ambitieniveau nu zo geweldig vond, zou u toch
niet zulke aanvullende voorstellen hebben gedaan? Volgens mij kunnen wij elkaar
de hand schudden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het gaat mij ook om de toon bij de kritiek op de keuzes die in de nota
worden gemaakt. U zegt dat het allemaal afbraak geweest is en dat het nergens
toe geleid heeft.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Het woord "afbraak" heb ik niet eens gebruikt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb geconstateerd dat de PvdA in de afgelopen jaren geen wezenlijk
andere voorstellen heeft gedaan die geleid zouden hebben tot andere keuzes
dan die van het kabinet. En het geld dat nodig is voor wat u voorstelt, gaat
op aan gratis openbaar vervoer. Het is voor mij trouwens nog maar de vraag
of het wel voldoende is om dat te betalen. Daar komen wij misschien straks
nog over te praten, maar alles wat je aan gratis openbaar vervoer uitgeeft,
kun je in ieder geval niet aan beter openbaar vervoer uitgeven.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik begrijp wel dat mijn toon u niet bevalt, maar de waarheid klinkt soms
gewoon hard.</al>
            <al>Laat ik nu dan maar een positieve toon aanslaan, want er zijn goede voorbeelden
in ons eigen land om aan te tonen dat het ook anders kan. Maxx, het nieuwe
vervoer in Almere, dat ik onlangs de reizigersprijs van Rover mocht geven,
kent een groeipercentage van bijna 40. En ook de HTM, die naarstig werkt aan
RandstadRail, mikt op hoge groeicijfers. Het kan dus, maar je moet het wel
willen. De PvdA zou graag zien dat de Nota Mobiliteit meer ruimte schept voor
goed openbaar vervoer en wij hebben daarvoor wel degelijk een aantal voorstellen.</al>
            <al>De heer Van Aartsen heeft bij de algemene beschouwingen een aantal uitspraken
gedaan over Nederland in 2015. Hij sprak daarbij over de gedachte dat onze
Randstad een soort deltametropool zou worden, zeg maar een New York aan de
Noordzee. Hoewel hij ook een aantal dingen over mobiliteit heeft gezegd die
wij een stuk minder konden waarderen, was zijn pleidooi voor het Rondje Randstad
ons uit het hart gegrepen. Nu heeft de minister gisteren in Buitenhof al gereageerd
op deze oproep, maar zij maakte zich er nog wel wat gemakkelijk van af door
te stellen dat het rondje al bijna klaar is als het traject Utrecht-Amsterdam
volgend jaar voltooid zal zijn. Dit lijkt ons een typisch geval van jezelf
rijk rekenen, want een lightrail-verbinding in de Randstad is toch echt iets
anders dan het aan elkaar knopen van de huidige stukken spoor met hier en
daar een verdubbeling.</al>
            <al>Het Nederlandse spoor vraagt, vooral in de Randstad en in een aantal andere
stedelijke gebieden, om een flinke upgrade. Je hoort deze bewindslieden er
zelden over, maar er is vaak een file op het spoor. Daar moeten wij iets aan
doen, want het bestaande systeem genereert onvoldoende capaciteit. In onze
ogen moeten wij dan ook doorgroeien naar het "state of the art"-scenario
dat ProRail eerder voor ogen had. Dit betekent dat wij veel meer capaciteit
genereren op het bestaande spoor met slimme en effectieve maatregelen, zoals
inhaalsporen, spoorverdubbeling of andere noodzakelijke aanpassingen, zoals
25 kV. Deze maatregel vragen eigenlijk net zoveel spoed als de zo vurig gewenste
verbreding van de bestaande wegen. Daarom bepleiten wij vandaag eenzelfde
procedure voor de capaciteitsvergroting op het spoor als voor die op de weg,
een spoedwet spoorverbre­ding.</al>
            <al>De verbindingen binnen en tussen de stedelijke gebieden vormen een belangrijk
knelpunt. Veel files ontstaan in de aanvoerroutes vanuit de steden en op de
rondwegen; juist de regionale reizigers veroorzaken problemen op deze wegen.
Daarom houden wij een pleidooi voor veel meer lightrail-verbindingen in netwerksteden.
Lokale bestuurders kunnen deze echt niet uit hun BDU-middelen betalen, want
dan zijn zij de eerste dertig jaar nog bezig met afbetalen. Daarom verdienen
enkele kansrijke lightrail-projecten financiële steun van het Rijk, zoals
ov-netwerk Brabantstad. Ik hoop alleen wel dat de lobby in Noord-Brabant,
die zeer succesvol is – dit gunnen wij deze mensen van harte –
er niet toe zal leiden dat alleen dit lightrail-project overeind blijft. Zelf
zou ik graag ook het Twentse agglo-netwerk in de warme belangstelling van
de bewindslieden aanbevelen, een verbinding van vijf knooppunten tussen Enschede
en Wierden. En ten slotte noem ik Kolibri, een lightrail-plan uit Groningen,
wat wij ook een prachtig voorbeeld vinden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De fractie van de PvdA legt nogal wat wensen op tafel en ik kan me best
voorstellen dat deze laatste wel zo ongeveer te financieren zouden zijn, maar
in de periode tot 2020 een enorme slag maken in het openbaar vervoer zou ettelijke
miljarden gaan kosten. Ten koste van wat zou dat gefinancierd moeten worden?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Wij hebben gezegd dat wij het bedrag van 80 mld. niet op voorhand willen
verdelen op de manier zoals het nu al in beton gegoten lijkt te zijn. Wij
denken dat dit soort projecten een belangrijke rol kunnen spelen in de netwerkanalyses.
Om Twente als voorbeeld te nemen, daar wil men heel veel: een A1, een A18
en een agglo-lijn. Mijn fractie zegt dan: het kan niet allemaal tegelijk,
dus wij gaan voor de A1 en het agglo-netwerk. Een nieuwe snelweg, een A18,
kan dan dus niet. Je moet op een gegeven moment kiezen, want lokale bestuurders
moeten wel begrijpen dat het geld niet als manna uit de hemel komt vallen.
Wij vinden dat zij op basis van hun analyses voor een belangrijk deel zelf
mogen kiezen, maar wij constateren dat lightrail steeds maar niet van de grond
komt omdat de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen daarvan wordt overgedragen
aan de betrokken lokale bestuurders. Die moeten het van BDU-middelen betalen,
en dat kan gewoon niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Even voor de duidelijkheid, de minister stelt nu bijna 20 mld. beschikbaar
voor nieuwe projecten. Dit bedrag wordt voor 100% aan wegen besteed.
De fractie van de PvdA zegt dus dat wij dit nog maar eens moeten bezien en
dat de verdeling ook anders kan uitvallen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Precies, u heeft het heel goed begrepen.</al>
            <al>Het stads- en streekvervoer verdient een drastische upgrade. En dat het
mogelijk is om echt iets te doen, bewijzen de eerder genoemde Maxx uit Almere
en bijvoorbeeld ook de Lelybus in Lelystad, of Syntus in Gelderland. Ik heb
de Kamer twee weken geleden een initiatiefnota gestuurd met voorstellen om
het stads- en streekvervoer te verbeteren. Die bevat – u kent mij –
politiek niet-correcte voorstellen om vervoerders en bestuurders uit te dagen
om er echt werk van te maken, bijvoorbeeld met nultarieven voor speciale doelgroepen.
Maar over dit soort zaken komen wij in deze Kamer bij de behandeling van mijn
nota nog wel te spreken. Ik wil wel alvast twee zaken op de agenda zetten.
Ten eerste bundeling van de middelen voor doelgroepenvervoer; daarover is
verleden jaar een motie van mij aangenomen, maar daar komt echt geen snars
van terecht. Minister Peijs schrijft hierover prachtige woorden, dus zij is
het er vast mee eens. Maar VWS is hierbij de voortrek­ker en het wordt
helemaal niks. Maak er dus iets van, anders schiet het niet op, zo zeg ik
tegen de minister. Ik wil ook best de minister van VWS tot de orde roepen;
ik maak uit een handgebaar van de minister op dat dit haar hartelijke steun
heeft. Ten tweede is mijn stelling dat je de decentrale overheden natuurlijk
niet de handen op rug moet binden, dus tariefsvrijheid moet gewoon het uitgangspunt
zijn.</al>
            <al>Verder wordt er inmiddels overal in het land gesproken over het idee van
tweeduizend kilometer vrije busbaan. Of het zoveel moet zijn, weet ik niet,
maar ik pleit er wel voor om in de netwerkanalyses de vrije busbanen een upgrade
te geven, want het blijkt dat daarmee veel sneller vervoer kan worden gerealiseerd.
Dat is natuurlijk belangrijk voor een stad.</al>
            <al>Dan wil ik nog enkele woorden wijden aan innovatie. De Raad voor Verkeer
en Waterstaat heeft onlangs een interessant advies uitgebracht met de titel "Innoveren,
een kwestie van doen". Zo is het maar net! Ik heb het idee dat er heel
veel over innovatie gesproken wordt, maar wat levert al dit management by
speech nu in de praktijk op? Is Verkeer en Waterstaat nu echt de grote regisseur,
de aanjager of zelfs maar de launching customer als het om het innoveren gaat?
Natuurlijk, er zijn een aantal projecten gestart, men is bij elkaar geweest
in Maarssen, maar het houdt niet over. Wat is nu precies de samenhang in het
regeringsbeleid? En is V&amp;W ook op dit punt het "doe-departement"
dat wij beogen? Wij begrijpen heel goed dat dit soort ontwikkelingen veelal
vanuit de markt moeten komen; een geliefd gezegde van deze minister is: dat
is aan de markt. Maar dat is me net iets te simpel en het mag ook geen aflaat
worden! Je kunt de markt namelijk wel prikkelen om er echt iets van te maken.</al>
            <al>Ik zou graag twee voorstellen willen doen om aan de slag te gaan, naast
het door collega Verdaas al genoem­de project "kilometerverzekeren".
Het eerste is het geven van een positieve prikkel aan de NS om met geluidsarm
materieel te gaan werken. Het geld dat de overheid bespaart, kan dan voor
een deel worden ingezet om de gebruikersheffing te verlagen die de NS voor
de infrastructuur betaalt. Het tweede voorstel is het stimuleren van telewerken.
De Stichting Nederlands Telewerkforum heeft echt een aantal interessante suggesties
gedaan om het telewerken te bevorderen, waaronder een postbus 51-spotje, een
fiscale stimulans voor werkgevers en het bevorderen van telefonisch vergaderen
en video-vergaderen. Ook hierbij dient de overheid het goede voorbeeld te
geven.</al>
            <al>Uit mijn inbreng blijkt dat mijn fractie een behoorlijk kritische opstelling
kiest en dat wij graag concrete zaken in de nota willen opnemen of aanscherpen.
Wij moeten met zo'n verhaal immers verder tot 2020; dan ben ik bijna vijftig.
Wij hopen natuurlijk dat de regering in staat zal zijn om ons te overtuigen
van haar plan, want het wachten op een nieuwe nota is natuurlijk geen aanlokkelijk
perspectief.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Het is natuurlijk de vraag of het toeval is dat wij de Nota
Mobiliteit bespre­ken op de eerste vergaderdag na de grootste verkeerschaos
die Nederland in de afgelopen decennia heeft gekend en die ons in elk geval
weer even met de neus op de feiten heeft gedrukt. Wij zijn er weer eens aan
herinnerd hoe kwetsbaar ons verkeerssysteem en ons verkeersnetwerk voor verstoringen
zijn, door weersomstandigheden, door wegversperringen, veroor­zaakt door
vrachtwagens en ongelukken, of door goederentreinen die tegen elkaar botsen.
Het zijn soms kleine verstoringen met gigantische gevolgen. Het maakt ook
weer eens zichtbaar en voelbaar hoe afhankelijk gezinnen en bedrijven van
mobiliteit geworden zijn. Ik zag zojuist dat mevrouw Gerkens het SVV-2 voor
zich heeft liggen; dat stamt uit 1989 en het had nog echt als doelstelling,
de mobiliteit af te remmen. Gelukkig kiest de regering in de Nota Mobiliteit
een andere invalshoek, namelijk het ondersteunen en erkennen van de behoefte
aan mobiliteit en het faciliteren van de mobiliteitsgroei. Let wel, dit betekent
niet dat de overheid in het geheel geen rol zou spelen om hierbij op te treden
of bij te sturen. Congestie en luchtvervuiling zijn uiteraard collectieve
problemen waarbij ook de overheid een rol speelt en een verantwoordelijkheid
heeft. Maar de invalshoek van deze nota vind ik in ieder geval een stuk reëler
dan die van haar voorgangers.</al>
            <al>Waarop let onze fractie nu bij het beoordelen van de Nota Mobiliteit?
Aangezien deze nota een looptijd tot 2020 heeft, hecht ik eraan om hier even
expliciet bij stil te staan, en wel op basis van vier uitgangspunten. Het
eerste is de vraag of de maatregelen aansluiten bij de problemen en de behoeften
van de samenleving. Mobiliteitsbeleid moet gezinnen en bedrijven perspectief
bieden op meer bewegingen en minder files. Dit ligt uiteraard voor de hand.
Daarbij komt dat de nota goed moet aansluiten bij de ruimtelijke en economische
prioriteiten van het Rijk. Het tweede criterium is de duurzaamheid van het
beleid. Mobiliteitsbeleid moet ook perspectief bieden aan generaties na ons,
zowel qua bereikbaarheid als qua leefbaarheid. Wij moeten een overgang naar
duurzame mobiliteit in gang zetten. In de derde plaats vindt mijn fractie
het evenwicht tussen stad en regio van belang. Hierover is al veel gezegd.
De bereikbaarheidsproblemen zijn uiteraard het meest nijpend en urgent in
de Randstad, maar wat ons betreft moet het mobiliteitsbeleid bijdragen aan
een evenwichtige ontwikkeling van alle landsdelen. Daaraan zullen wij de nota
dan ook nadrukkelijk toetsen. En in de vierde plaats gaat het om de vraag
of het beleid innovatief is; mevrouw Dijksma noemde dit ook al. Wij spreken
over de ontwikkeling van Nederland tot kennisland, tot innovatieland. Ook
het mobiliteitsbeleid kan profiteren van slimme oplossingen; daarmee wordt
er een bijdrage geleverd aan het concept Nederland kennisland.</al>
            <al>Ik begin met betere bereikbaarheid, want dat is uiteindelijk de hoofdopgave
bij de Nota Mobiliteit. Op dit moment is de schade van files voor huishoudens
en bedrijven al enorm. Het aantal autokilometers zal in de komende jaren alleen
maar verder toenemen, naar verwachting met 40%. Hetzelfde geldt voor
het vrachtverkeer, maar daarbij wordt in de nota zelfs een percentage van
80 genoemd. Zonder ingrijpen zal het aantal uren waarin wij in de file staan,
in 2020 ten opzichte van 2000 verdubbeld zijn. Dit vraagt echt om een pakket
van ambitieuze maatregelen. Dit moeten wij vaststellen, maar het is nog belangrijker
om het snel uit te voeren. Onze fractie maakt zich echt grote zorgen over
de bereikbaarheid van onder andere onze mainports Schiphol en Rotterdam, belangrijke
kenniscentra zoals Eindhoven, en vele andere stedelijke gebieden. De aan-
en afvoer van goederen loopt vertraging op; "just in time"-leveranties
worden gefrustreerd en mensen komen te laat op hun werk en voor afspraken.
In de nota's Ruimte en Pieken in de Delta zet het kabinet in op een vitale
economie. Samen met regionale overheden en bedrijven worden momenteel netwerkanalyses
uitgevoerd om de bereikbaarheid van regio's te verbeteren en daarbij de effectiefste
maatregelen te selecteren. Dit kunnen extra wegen zijn, maar ook openbaar
vervoer, verkeersmanagement of transferia. De plannen moeten medio 2006 gereed
zijn. Er is al een substantieel bedrag beschikbaar om ze uit te voeren; voor
wegen is er tot 2020 ongeveer 30 mld. beschikbaar, voor de regionale overheid
ongeveer 20 mld. Dit laatste bedrag wordt echter voor een belangrijk deel
besteed aan het stads- en streekvervoer, dus het budget voor wegverbetering
is aan de krappe kant. Wij voorzien dan ook dat de netwerkanalyses bloot zullen
leggen dat er op termijn te weinig geld beschikbaar zal zijn om de bereikbaarheidsproblemen
echt te kunnen aanpakken. Wij denken dan ook dat er extra geld nodig is om
de plannen die uit de analyses zullen voortvloeien, te kunnen uitvoeren. Dat
kan tegen die tijd gefinancierd worden via meevallende aanbestedingen –
een fors aantal aanbestedingen is al meegevallen, wat substantiële bedragen
heeft opgeleverd – en/of toekomstige FES-middelen. Bij de uitvoering
van de netwerkanalyses denken wij nadrukkelijk aan de acht stedelijke netwerken
die in de Nota Mobiliteit genoemd worden, aangevuld met de drie gebieden die
de heer Verdaas al heeft genoemd en die voorkomen in een motie van PvdA en
CDA, namelijk de Friese steden, de A7- en de Westergo-zone om precies te zijn,
de IJsseldelta en de Stedendriehoek.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>U zegt dat er waarschijnlijk te weinig geld zal blijken te zijn, als de
netwerkanalyses voltooid zijn. Dat zal pas over een jaar of zo zijn. Vindt
u dat wij nu al aan de minister kenbaar kunnen maken dat wij instemmen met
de verdeling van het geld die zij in de nota voorstelt?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat kan op zichzelf wel, ook omdat er in de nota aangegeven wordt dat
uiteindelijk de effectiefste oplossing gekozen zal worden. Ook de minister
toont zich bereid om geld beschikbaar te stellen voor een investering in het
onderliggende wegennet, als die effectiever blijkt te zijn dan aanpassing
van een snelweg. Ik denk dan ook dat er wel flexibiliteit is ingebouwd in
de aanpak van de netwerkanalyses en dat wij met het pakket en het geld dat
wij nu hebben, al een heleboel dingen kunnen doen. Maar om de knelpunten te
weten te komen hoef je maar in een stedelijk gebied te vragen of men daar
voldoende heeft aan de brede doeluitkering om te kunnen investeren in regionale
bereikbaarheid. Ik voorzie dan ook dat dit als een breed probleem op tafel
zal komen te liggen, als wij medio 2006 het resultaat van de netwerkanalyses
kunnen bespreken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Maar betekent dit dat de verdeling tussen openbaar vervoer en weg voor
de CDA-fractie opnieuw ter discussie kan worden gesteld?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het budget voor rijkswegen willen wij niet aantasten, dus het gaat om
de uitwisselbaarheid van het onderliggende wegennet en het rijkswegennet.
Wij vinden dat daarbij flexibiliteit nodig is. Bovendien is er 16 mld. uitgetrokken
voor verbetering van het openbaar vervoer, daarbij is nog wel een aantal plussen
nodig om onze ambities op dat terrein waar te kunnen maken; daarover kom ik
nog uitgebreid te spreken. </al>
            <al>Bij de analyses voor de mainport Schiphol en voor de Noordvleugel kunnen
wij bezien, hoeveel geld er kan worden verkregen uit de verkoop van het minderheidsbelang
van de Staat in de aandelen van Schiphol. Men weet hoe mijn fractie over deze
vervreemding denkt, maar als het er toch van komt, is het wat ons betreft
zaak om dit geld niet te verjubelen, maar het te steken in maatregelen om
de economische structuur van het gebied rondom Schiphol te versterken. Daarbij
kun je ook denken aan infrastructuur.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Deze redenering kan ik helemaal niet volgen, want er staat in het regeerakkoord
dat de opbrengst van deelnemingen van de Staat aan verlaging van de staatsschuld
besteed zal worden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dan verwijs ik nog maar even naar de afspraken in het regeerakkoord voor
het kabinet-Balkenende I. In dat regeerakkoord staat duidelijk dat die aandelen
vervreemd zullen worden om extra geld voor het mobiliteitsbeleid te verwerven.
Ik hoop eerlijk gezegd ook op steun van uw fractie, want onder deze voorwaarde
zijn wij indertijd gezamenlijk akkoord gegaan met deze stap.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik denk dat de heer Duivesteijn nu ook meeluistert. Als het standpunt
van de CDA-fractie over het vervreemden van de aandelen van Schiphol helder
is, ben ik daar heel benieuwd naar.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb aangegeven dat wij niet stonden te juichen om daarmee in te stemmen.
Er zijn nadrukkelijk nog twee opties: onderhandse plaatsing van aandelen of
Schiphol naar de beurs brengen. Er wordt nu een hele procedure in gang gezet
om te bepalen wat de verstandigste keuze zou zijn, maar uiteindelijk zullen
de aandelen van de Staat vervreemd worden, onderhands of via de beurs. Onze
voorkeur is bekend, maar wij hebben er in de Kamer een procedure voor afgesproken.
Het gaat nu om wat wij met het vrijkomende geld kunnen doen. Wij vinden dat
wij dit geld, aangezien Schiphol er ook echt baat bij moet hebben, het beste
kunnen steken in maatregelen om de economische structuur te versterken, zoals
de infrastructuur rondom Schiphol.</al>
            <al>Bij het behandelen van de Nota Ruimte heeft onze fractie al ingezet op
het vroegtijdig ontsluiten van nieuwe woonwijken en bedrijven, onder het motto "eerst
bewegen, dan bouwen". De overheid moet lessen trekken uit de ellende
die de bewoners van Vinexwijken zoals Leidsche Rijn hebben ondergaan. In de
Nota Mobiliteit wordt dit uitgangspunt onderschreven, zowel voor wegen als
voor het openbaar vervoer. Maar het is voor mijn fractie de vraag of de ontsluiting
van nieuwe woongebieden nu ook echt beter geregeld wordt. Daarbij denken wij
aan de ontwikkeling van nieuwe woon- en bedrijventerreinen in Almere, in de
Zuidplaspolder, op de as Leiden-Katwijk, inclusief vliegkamp Valkenburg, de
Hoeksche Waard, Brabantstad en Venlo. Het is geen uitputtende opsomming. In
de nota wordt de financiële verantwoordelijkheid voor de ontsluiting
van dergelijke gebieden voor een belangrijk deel bij de decentrale overheden
gelegd. Zij kunnen daarbij ook gebruik maken van de opbrengsten van de grondexploitatie.
Niettemin is er veelal toch nog een tekort. Graag vernemen wij of het uitgangspunt "eerst
bewegen, dan bouwen" met deze nota realiteit zal worden en hoe het op
elkaar aansluiten van beide nota's gegarandeerd wordt.</al>
            <al>De heer Verdaas heeft al een aantal opmerkingen gemaakt over de Triple
A. Wij kunnen ons op zich iets voorstellen bij het feit dat je prioriteit
toekent aan de A2, A4 en A12 vanwege de betekenis van die assen voor de stuwende
werkgelegenheid. Dit staat ergens in een bijlage bij de antwoorden op vragen
uit de Kamer over kwantificering van het economische belang van die assen.
Vanuit die optiek kan het verstandig zijn om, als er knelpunten zijn, een
gewicht toe te kennen aan het oplossen van knelpunten op die assen. Ook bij
de behandeling van de Nota Ruimte heeft mijn fractie gewezen op het economische
belang van de A1-corridor tussen Schiphol, de Stedendriehoek, Twente en het
Oost-Europese achterland. Onderzoeken wijzen uit dat de bijdrage van de A1
aan de economie vergelijkbaar is met die van de A12, zeker voor wat betreft
de stuwende werkgelegenheid. Het belang van de A1 voor het vracht­verkeer
naar het Oost-Europese achterland is zelfs groter dan de A12. Mijn fractie
stelt daarom, samen met de heer Verdaas, voor om de A1 een Triple A status
toe te kennen, zodat de aanpak een hogere prioriteit krijgt. De minister heeft
bovendien bij de behandeling van de Nota Ruimte toegezegd dat op zoek gegaan
zal worden naar additionele middelen uit het TEN, de Europese subsidie voor
infrastructuur. Wij zouden graag vernemen hoe dat vordert.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik begin mij bij de discussie over de Triple A en al die verbindingen
af te vragen of het om het economisch of het electoraal belang gaat van een
bepaalde verbinding.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>De A1 loopt inderdaad niet langs Zwolle, om dat misverstand maar even
weg te nemen. De A28 zou dan eerder voor de hand liggen. Ik kan mij de vraag
voorstellen. Ik vind dat er een inhoudelijke basis moet zijn voor het toekennen
van prioriteit aan een weg. Wij hebben ons ook de vraag gesteld of je het überhaupt
moet doen. Waarom kennen wij niet gewoon hoofdverbindingsassen en verder niets?
De redenering van de Nota Mobiliteit is dat je kijkt naar verbindingen tussen
belangrijke economische gebieden vanaf de mainports naar economische kerngebieden.
Het maakt niet uit of die in Twente, Noord-Nederland of Zuid-Nederland liggen.
Er moet ook worden gekeken wat het belang is van de stuwende werkgelegenheid
aan die assen. Om die reden vind ik het inhoudelijk verdedigbaar dat je de
A1 aan die lijst toevoegt.</al>
            <al>Geldt dat ook voor de A7-corridor? Ik probeer de vraag van de heer Hofstra
even voor te zijn. Ik ben daar nog niet helemaal van overtuigd, want ik zou
ook graag zo'n analyse willen zien voor die corridor. Het is voor mij niet
onbespreekbaar, maar misschien kan de minister daar in eerste termijn op reageren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Het is op zich wel grappig dat de heer Van Hijum de vraag probeert te
beantwoorden voordat ik de vraag stel.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat is collegialiteit, mijnheer Hofstra.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik hoorde de heer Van Hijum zeggen dat er misschien ook wel iets voor
te zeggen is om het te houden bij de hoofdverbindingsassen. Dat vond ik een
heel goede opmerking. Vervolgens wordt geconstateerd dat wij wat te kort komen
als wij naar heel Nederland kijken. Het voorstel van het kabinet laat een
heel grote vlek in Noordoost-Nederland leeg. Het is terecht dat de A1 daarin
moet passen. Volgens dezelfde logica moeten voor Zwolle, de Friese steden,
Groningen en Assen de A6 en A7, dus de Noordcorridor, erin.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb niet gezegd dat het mijn standpunt is dat wij ons moeten concentreren
op de hoofdverbindingsassen. Wij hebben ons die vraag gesteld. Als het economische
belang van zo'n weg, ook voor de stuwende werkgelegenheid, en het aansluiten
bij de nota's Ruimte en Pieken én de Delta onomstreden is, dan komt
die corridor daarvoor wat ons betreft ook in aanmerking. Voor de witte vlekken
is het belangrijk dat wij niet alleen naar de wegen zelf kijken, maar ook
de netwerkanalyses toevoegen voor het Friese gedeelte, de regio IJsseldelta
en de Stedendriehoek. Ik hoop dat de heer Hofstra die aanpak ook wil steunen,
want ik denk dat dit voor de economische ontwikkeling van die gebieden nog
belangrijker is dan toekenning van de Triple A status aan de as die hij noemt.</al>
            <al>Waar mogelijk moet gebruik worden gemaakt van publiekprivate samenwerking.
De Nota Mobiliteit geeft aan dat pps bij veel projecten wordt onderzocht.
Bij welke projecten gaan wij daadwerkelijk met pps aan de slag? Waarom horen
wij niets meer van het aanbod van VNO-NCW om 15 mld. beschikbaar te stellen
voor de voorfinanciering van projecten om op die manier op korte termijn een
impuls te geven aan de bereikbaarheid? Het grootste deel van die impuls zit
na 2012. Als dat kan, zouden wij veel eerder willen beginnen met een aantal
van die projecten. Hoe staat het met de uitvoering van de motie die door mij
is ingediend samen met een flink aantal collega's, waarin de regering wordt
verzocht om in de Nota Mobiliteit aan te geven hoe de uitvoering van de Nota
Mobiliteit via pps wordt versneld? Ik zou daar graag wat meer duidelijkheid
over willen hebben.</al>
            <al>Ook de scheiding van verkeersstromen kan bijdragen aan een betere bereikbaarheid.
De CDA-fractie pleit voor speciale doelgroepstroken op belangrijke doorgaande
routes naar het oosten en het zuiden, bijvoorbeeld op de A12, A1 of A4 voor
het vrachtverkeer. Overigens spreekt ook het voorstel van mevrouw Dijksma
mij wel aan om te kijken naar busstroken. Je hebt het dan vaak over binnenstedelijke
gebieden. Hier heb ik het nadrukkelijk over doorgaande routes naar het zuiden
en oosten van Europa.</al>
            <al>De minister constateert dat beprijzen onontkoombaar is om de files terug
te dringen. Zonder die maatregel zal er 3 mld. tot 7 mld. extra nodig zijn
om de ambitie te realiseren. Ik hoor nu ook bedragen van 10 mld. of 12 mld.
Misschien kan daar nog wat meer opheldering over komen. In de nota staat volgens
mij 3 mld. tot 7 mld. als inverdieneffect als gevolg van beprijzing. De minister
kiest naar onze mening terecht voor een nuchtere en reële stap-voor-stapbenadering
en voor een duidelijke koppeling tussen beprijzen en het verbeteren van de
bereikbaarheid. Het CDA heeft geen overdreven verwach­tingen van het effect
van een kilometertarief op de files. Een belangrijke vraag is namelijk of
mensen een alternatief hebben. Daarom vinden wij het ook belangrijk om juist
in die alternatieven te blijven investeren, ook in de komende jaren en zowel
in de weg als in het open­baar vervoer.</al>
            <al>Betalen per kilometer is wel eerlijker dan betalen voor het bezit van
de auto en kan bijdragen aan een betere luchtkwaliteit. Schaarste krijgt een
prijs en waar geen files zijn, betaal je minder. Daarom is het CDA op zich
voorstander van het vervangen van de huidige autobelastingen – BPM en
de motorrijtuigenbelasting – door een bedrag per kilometer, zoals de
commissie-Nouwen voorstelt. Dit met de voorwaarde dat er geen sprake mag zijn
van een lastenverzwaring. Een andere voorwaarde is dat de systeemkosten tot
een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht. Ik vind het zelf lastig om daarbij
een norm te noemen. De heer Nouwen noemde tijdens de hoorzitting 5%.
Wellicht is dat reëel, maar dat is voor discussie vatbaar. Wij vinden
dat je een duidelijk maximum moet stellen. De 20% die in Duitsland
wordt gehanteerd, is werkelijk veel te veel. Wij nemen echter pas een definitief
besluit als bekend is hoe het systeem eruit ziet, wat de kosten en de risico's
zijn en wie dat gaat betalen.</al>
            <al>Wij vinden dat je op basis van wat er nu voorligt, niet met zijn allen
kunt zeggen: wij gaan dat vóór 2007 even invoeren. Bij mijn
weten is er ook niemand die dat voorstelt, maar wij denken dat het verstandig
is om voor die invoering een procedure in gang te zetten conform de adviezen
van de commissie-Duivesteijn voor grote projecten. Het uitgangspunt ondersteunen
wij, maar wij bouwen duidelijk een aantal besluitvormingsmomenten in. In modern
jargon heet dat tegenwoordig go/no go-momenten. Daarbij is het nadrukkelijk
mogelijk om te zeggen dat wij het niet doen of dat niet aan de voorwaarden
is voldaan. Het gaat om een aantal duidelijke besluit­vormingsmomenten
waarbij wij als Kamer ook een keuze hebben.</al>
            <al>Een randvoorwaarde is voor ons dat de opbrengsten van het kilometertarief
worden geoormerkt voor mobiliteit. Zonder die oormerking blijft het beeld
van de auto als melkkoe van de overheid bestaan. Een van de redenen voor consumentenorganisaties
als de ANWB om in te stemmen met het advies van de commissie-Nouwen, was het
wantrouwen van de automobilist jegens de overheid en het feit dat men niet
het gevoel heeft dat het geld dat men opbrengt ook ten goede komt aan mobili­teit.
Dat wantrouwen kun je wegnemen door te kiezen voor een transparanter systeem.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Dat beeld van melkkoe klopt vooralsnog prima, aangezien de automobilist
een nettobetalingspositie heeft van meer dan 10 mld. De heer Van Hijum heeft
het over een koppeling. Hoorde ik hem nu zeggen dat die koppeling 100%
zal zijn? Opbrengsten gaan naar infrastructuur?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb beweerd dat je bpm en MRB moet afbouwen onder gelijktijdige invoering
van zo'n kilometertarief. Hoe wij dat precies gaan doen met de koppeling en
de bestemming van de middelen, moeten wij volgens mij nog eens heel goed op
een rij zetten. Het huidige infrafonds bedraagt 6 à 7 mld. Dat geld
gaat naar wegen, openbaar vervoer en vaarwegen. Ik wil voorkomen dat wij op
die terreinen te maken krijgen met een forse kaalslag. Wij zullen daar nog
eens goed over moeten discussiëren. Op dit moment is het uitgangspunt
van mijn fractie dat er geen lastenverzwaring mag plaatsvinden. Veel mensen
hebben het idee dat de overgang naar zo'n systeem alleen maar bedoeld is om
extra inkomsten te genereren. Ik vind dat wij daar klip en klaar over moeten
zijn. Er mag geen sprake zijn van lastenverzwaring, want het moet gaan om
een budgetneutrale invoering. Alleen onder die conditie kan mijn fractie daarmee
instemmen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind het verheugend – al zegt u het een beetje tussen neus en
lippen door – dat het CDA-standpunt van eerst bewegen en dan beprijzen
nu de facto wordt verlaten. Welkom in het kamp van de mensen die deze kant
op willen. Hoe komen wij daar? U zegt dat u de TCI-methode, dus breed beginnen
en langzaam trechteren, interessant vindt. Ik borduur voort op die suggestie.
De TCI formuleert een doel. Dat zou in dit geval betere doorstroming en milieudoelen
zijn. Vervolgens ga je kijken met welke middelen je die doelen kunt bereiken.
Beprijzen is één van die middelen. Andere middelen zijn waarschijnlijk
openbaar vervoer en meer asfalt aanleggen. Je moet het dan ook in die breedte
verkennen en dat betekent dat je niet alleen die ene oplossing in het model
kunt stoppen. Bent u bereid tot die consequentie?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik moet even nagaan of ik snap wat de heer Duyvendak precies bedoelt.
Het gaat er toch om dat wij met elkaar de route verkennen die zou kunnen leiden
tot de invoering van een systeem van anders betalen? Het gaat om de effecten
van zo'n systeem. Daarvan hebben wij wat CPB-verkenningen gezien. Wij kunnen
daar natuurlijk ook niet omheen. De maatschappelijke baten die daarvan worden
verwacht, zijn op termijn positief. Er zal een aantal duidelijke randvoorwaarden
nader moeten worden ingevuld voordat wij uiteindelijk met zo'n systeem kunnen
instemmen. Dergelijke zaken moet je in dat proces inbrengen. De heer Duyvendak
maakt het voor mijn gevoel wel heel breed en ik weet niet of dat tot een goede
afweging leidt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik deel het standpunt dat er voor de automobilist gemiddeld genomen geen
lastenverzwaring mag optreden, natuurlijk volledig. Oormerking kan een heel
groot voordeel hebben, namelijk dat wij ervoor zorgen dat wij juist meer geld
krijgen voor infrastructuur. De regering wil natuurlijk korten omdat er vanuit
de schatkist geld naar infra gaat. Wij kunnen afspreken dat dit voor hooguit
30% mag. Dan hebben wij dus meer geld voor infrastructuur.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Maar vooralsnog minder geld voor iets anders. Daar moet je ook duidelijkheid
over verschaffen. In die breedte wil ik de discussie wel zien. Ik vind het
bovendien onverstandig om mensen nu al voor te spiegelen dat zij in de toekomst
meer moeten gaan betalen voor wegen. Ik las ook zoiets van uw kant in het
artikel in de Telegraaf van afgelopen zondag. Laten wij eerst maar eens kijken
hoe wij tot een budgetneutrale invoering van het systeem kunnen komen en mensen
niet al op voorhand lastenverzwaring in het vooruitzicht stellen, want ik
denk niet dat dit het draagvlak ten goede komt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Collega Van Hijum begrijpt niet wat ik bedoel. Ik ben begonnen te zeggen
dat wij natuurlijk tegen autorijdend Nederland moeten zeggen dat de lasten
in totaal niet omhoog gaan. De Duitsers hebben het bedrag voor de "LKW
Maut" een dag later heel sneaky in de rijksuitgaven verlaagd. De infra
werd er dus niets beter van. Ik stel juist voor om een deel van de huidige
stromen vanuit de schatkist in stand te houden, naast de opbrengsten die hetzelfde
zijn als nu en die ook in de infra gaan. Wij hebben dan juist meer geld terwijl
de automobilist niet meer betaalt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij heeft de heer Hofstra gezegd dat er extra geld nodig is en
dat het ook mogelijk zou zijn om de inkomsten te verhogen. Misschien heb ik
dat verkeerd gelezen. Laten wij het daar maar even op houden omwille van de
lieve vrede.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben ook erg blij met het standpunt van de CDA-fractie op dit punt.
Er zit natuurlijk één addertje onder het gras, namelijk de doelheffing.
Een meerderheid van de Kamer en zelfs een deel van de oppositie vindt dit,
maar minister Zalm is daar nog geen groot voorstander van. Sterker nog: hij
is er zeer op tegen. Ik hoop niet dat u geen fall-backoptie heeft voor wat
betreft de kilometerheffing. Voor ons is het om meerdere redenen van groot
belang dat de kilometerheffing er gaat komen. Wat gaat u allereerst als CDA
richting minister Zalm doen om dat te bewerkstelligen? Mocht hij daartoe tijdens
deze kabinetsperiode niet bereid zijn, wat gaan wij dan doen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Wij hebben in dit debat niet te maken met minister Zalm, maar met minister
Peijs. Ik mag aannemen dat zij namens het kabinet spreekt. Ik ben erg benieuwd
naar haar reactie op dit punt in eerste termijn. Laten wij elkaar geen al
te groot probleem aanpraten. Ook de commissie-Nouwen voorziet dat het niet
reëel is om eerder dan 2012 tot invoering van dat systeem over te gaan.
In die tijd kan er veel gebeuren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Dan is minister Zalm ook weg, wilt u zeggen.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik verzoek de leden, hun interrupties kort en bondig te formuleren. Anders
wordt het vanavond heel erg laat en dan weet ik niet of u allemaal nog wel
thuiskomt met dit weer.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Daar gaat mijn fractie niet over, zeg ik nog tegen de heer Van der Ham.</al>
            <al>Ik kom nu op het openbaar vervoer. Wij constateren met instemming dat
de passage over het openbaar vervoer aanzienlijk is uitgebreid ten opzichte
van PKB deel I. Wij waren ook toen kritisch in de richting van de minister
over de rol van openbaar vervoer in de Nota Mobiliteit. Terecht staat de ketengedachte
centraal. Mensen moeten zo snel mogelijk van deur tot deur. De trein en de
bus moeten niet alleen op tijd rijden, maar ook goed op elkaar aansluiten.
Wij moeten niet al te star aansturen op punctualiteit. Ook wil mijn fractie
dat er ruimte komt voor gedifferentieerd prijsbeleid, zodat er op bepaalde
tijdstippen voordelen gegeven kunnen worden. Regio's moeten op dat punt ook
echt tariefsvrijheid krijgen. Dat is voor mijn fractie belangrijker dan gratis
openbaar vervoer voor doelgroepen.</al>
            <al>De toename van het aantal ouderen maakt toegankelijkheid belangrijker.
Overheden en vervoerders zullen de komende jaren fors moeten investeren in
toegankelijke haltes en materieel. Daarvoor is inmiddels ook een stappenplan
opgesteld. Ik zou de minister nog wel de opmerking willen meegeven die ik
van wethouders hoor, namelijk dat wij daarbij de rationaliteit een beetje
in het oog moeten houden. Soms moeten er haltes worden verhoogd tot 90 centimeter,
zodat mensen in een rolstoel er vervolgens niet kunnen komen. Al te star moeten
wij dus niet met die regels omgaan. Zorg ervoor dat bepaalde voorzieningen
goed bereikbaar zijn en geef daar ook prioriteit aan.</al>
            <al>Mijn fractie onderschrijft het belang van een hoogfrequente openbaarvervoersverbinding
in de Randstad. Onlangs haalde een consortium van bouwers en financiers het
plan voor een Rondje Randstad uit de mottenballen. Kan de minister aangeven
hoe dat plan zich verhoudt tot bestaande plannen om het openbaar vervoer in
de Randstad te verbeteren, zoals onder andere Randstadspoor, de Stedenbaan,
Randstad Rail, de Utrechtboog en de hogere frequentie van stadsgeweste­lijke
treinen die is voorzien in de dienstregeling van 2007? Is de minister bereid
om de uitvoering van die plannen vervolgens daadwerkelijk te versnellen? Daarnaast
pleiten wij ervoor om prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van het
ov-netwerk Brabantstad tussen Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Breda en Helmond.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>U verwijst naar het Randstad-Rapididee van Siemens en vraagt de minister
daar het een en ander over. Maar wat is uw eigen opvatting?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het lijkt mij niet voor de hand liggen dat wij kiezen voor een grootschalige
nieuwe infrastructuur die gaat concurreren met de projecten die wij op dit
moment proberen te realiseren en die tot doel hebben om stedelijke centra,
nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen met elkaar te verbinden middels snelle
en frequente treinen. Dat is stadsgewestelijk treinvervoer. Als er een nieuwe
magneetzweefbaan naast moet komen te liggen, dan zou dat in mijn beleving
al snel leiden tot kapitaalvernietiging. Mij spreekt niettemin het idee aan
dat je de grote stedelijke centra met elkaar verbindt. Ik denk dat het beeld
dat wij op dat punt niets doen enige bijstelling behoeft. Daarom vraag ik
de minister om aan te geven hoe datgene wat wij op dit moment al doen, zich
verhoudt tot die plannen. Kunnen wij daar qua beeld en ambitie zo dicht mogelijk
in de buurt komen door die verbindingen op te waarderen en het liefst zo snel
mogelijk?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>U bepleit – ik ben dat overigens met u eens – om niet meteen
naar die magneetzweeftechniek te kijken. Lightrailtechniek zou dus wel tot
de mogelijkheden behoren?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Zonder meer.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>U neemt dus afstand van de gedachte die de minister gisteren heeft geopperd
in Buitenhof, dat wij dat Rondje Randstad volgend jaar eigenlijk al hebben
liggen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb de minister niet horen zeggen dat het er al helemaal ligt. Ik ben
er ook nog niet van overtuigd dat er geen additionele investeringen noodzakelijk
zijn in de infrastructuur om dat echt voor elkaar te krijgen. Zover ben ik
inderdaad nog niet. Ik vind het ook belangrijk dat de minister toezegt dat
zij dat soort projecten niet strategisch opknipt in delen om zo onder de BDU-grens
van 112 mln. te blijven. Ik krijg dat signaal nog wel eens van provincies
en gemeenten. De spoorsector zelf, NS en ProRail, voorziet dat extra bijdragen
van het Rijk nodig zijn om capaciteitsknelpun­ten op te vangen. Om die
op te lossen, zou na 2012 circa 100 mln. per jaar nodig zijn voor extra sporen,
stations, inhaalsporen en dergelijke. Deelt de minister die analyse? Is zij
bereid om extra middelen beschikbaar te stellen? De spoorsector zal zich dan
ook moeten commit­teren aan die hogere groeidoelstelling, want dat kan
uiteraard niet vrijblijvend zijn. Wij zijn als fractie bereid om in 2006 al
een impuls van 100 mln. aan die hoogwaardige ov-ontwikkeling te geven.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Dat is niet helemaal een verrassing, want dat ontvouwde zich dit weekeind
al. Gisteren heeft de minister in Buitenhof gezegd dat de gevraagd 100 mln.
er zal komen. Waar komt dat bedrag vandaan? Dat zou ik graag willen weten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>De minister gaat dat bedrag zoeken, maar wij hebben het gevonden. Wij
hebben goed gekeken naar het Infrastructuurfonds. Ik sprak al over de aanbestedingsmeevallers
van ongeveer 1,5 mld. die zijn verwerkt in de begroting. Er zit een sluitpost
op een aanbestedingsmeevaller op het terrein van spoor van 105 mln. Ik kan
de post in de pauze aanwijzen als de heer Hermans dat wil. Omdat die post
nog niet concreet is ingevuld, ook voor het beheerplan ProRail voor 2006,
stel ik voor dat wij prioriteit toekennen aan de ontwikkeling van deze twee
netwerken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb min of meer een punt van orde. Wij praten over een plan voor 2020.
Het betreft een investering van 80 mld. Wat mij betreft mag daar nog flink
wat bij. Nu hebben wij het over een neuzelbedrag voor volgend jaar. Zullen
wij dat bij de begroting bespreken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb er tussen neus en lippen door één zin aan geweid.
Daarover worden mij allemaal vragen gesteld. Ik ben graag bereid om die te
beantwoorden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Volgend jaar 100 mln. erbij kan nooit kwaad. Mijn vraag richt zich op
de termijn tot 2020. Stelt u alleen aan de minister de vraag of er 100 mln.
extra nodig is? Of zegt u als CDA-fractie: minister leg er vanaf 2011/2012
100 mln. per jaar bij? Het wordt nu veel vrijblijvender dan ik het uit de
media meekreeg.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat laatste is uiteraard aan de beoordeling van de heer Duyvendak. Het
gaat mij te snel om het nu maar vast op te plussen. Nadat ik dit met NS en
ProRail heb doorgesproken, heb ik nog niet echt scherp waar dat bedrag van
100 mln. precies voor bedoeld is. Ik vind het belangrijk dat wij eerst scherp
krijgen hoe wij dat ambitieniveau kunnen bereiken en wat je daar als additionele
investeringen voor nodig hebt. Misschien is het minder en misschien is het
zelfs meer dan 100 mln. per jaar. Ik durf dat niet te zeggen. Ik vind dat
er meerdere groeiscenario's moeten komen. Wij gaan nu uit van 1% per
jaar. Ik denk dat dit niet reëel is en dat er uiteindelijk een hogere
groei uit zal komen en dat je dan ook voor capaciteitsknelpunten zult komen
te staan. Dan moet je ook klaar zijn. Die vooruitziende blik moeten wij nu
hebben. Je moet meerdere scenario's opstellen om daaraan ook tegemoet te kunnen
komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben heel blij dat u dat laatste zegt. Is het Brabantse ov-netwerk het
enige lightrailproject waarvoor de CDA-fractie nog wil gaan? Of zijn er in
den lande ook nog een paar andere plekken waar de heer Van Hijum wat wil doen?
Anders is het wel heel erg beperkt. Ik vraag niet naar Zwolle, voorzitter.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>U weet dat daar ook het nodig plaatsvindt. Die benadering kunnen wij steunen.
Is het wel een verantwoordelijkheid van decentrale overheden? Als die projecten
boven de grens van 112 mln. uitkomen, kan er steun komen van de rijksoverheid.
Wij vinden dat dit breder beoordeeld moet worden dan de twee projecten die
ik nu noem. Ons wordt ook gevraagd om prioriteiten te stellen. Ik heb voorts
de verwachting dat de capaciteitsknelpunten, als die zich al voordoen, zich
vooral op de druk bereden trajecten zullen voordoen. Je zult dan ook bij die
projecten uitkomen. Ik sluit mijn ogen natuurlijk niet voor alles wat er verder
in het land gebeurt. Sterker nog: als ik de tijd krijg, dan hoop ik direct
nog iets te kunnen zeggen over het evenwicht tussen de Randstad en de regio's.
Wat ons betreft moet dat evenwicht gewaarborgd worden.</al>
            <al>Ik vraag de minister om bij de besteding van het bedrag van 16 mld. dat
beschikbaar is voor vervangingsinvesteringen in het spoor, ook aandacht te
hebben voor het belang van een systeemsprong die wij op termijn moeten maken
naar nieuwe beveiligingssystemen, zoals het Europese systeem ERTMS dat eraan
komt. Op een gegeven moment wordt het ondoelmatig om nog in oude infrastructuur
te investeren. Daar lees ik niets over. De vraag is op welk moment wij die
stap zouden moeten zetten en of de minister daar iets meer over zou kunnen
zeggen.</al>
            <al>Ik heb nog een vraag over het beheer van regionaal spoor door de provincies.
In de Nota Mobiliteit staan daar twee tegenstrijdige opmerkingen over. Op
pagina 23 wordt gezegd dat een deel van het spoornetwerk wel naar de provincies
kan gaan. Op pagina 61 wordt de boot afgehouden. Daar willen wij graag duidelijkheid
over.</al>
            <al>In het kader van goederenvervoer zijn wij blij met de beschikbare middelen
voor vaarwegen en dat er erken­ning is voor het feit dat wij daar gigantische
achterstand hebben opgebouwd en dat wij daar nu ook daadwerkelijk iets aan
kunnen doen. Die achterstanden zullen pas in 2020 zijn weggewerkt en wij vragen
de minister welke mogelijkheden zij ziet om bijvoorbeeld als gevolg van onderuitputting
ook die aanpak te versnellen. Waar eerdere nota's nog actief inzetten op modal-shift­beleid,
dus het bevorderen van het vervoer over water en spoor, laat de minister dat
in deze nota een beetje los. De minister zegt dat zij investeert in infrastructuur.
Zij zegt dat zij ervoor zorgt dat het op orde is en dan moeten de bedrijven,
de verladers en de vervoerders vervolgens de keuze maar maken. Dat is ons
net iets te vrijblijvend.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Waar haalt de heer Van Hijum vandaan dat de minister het modal-shiftbeleid "een
beetje" loslaat? Ik weet niet anders dan dat de minister altijd zegt
dat zij het modal-shiftbeleid vergeet en loslaat, omdat het niet werkt. Ik
vind het daarom een beetje eufemistisch uitgedrukt als de heer Van Hijum zegt
dat de minister het modal-shiftbeleid een beetje loslaat. Misschien kan hij
dat uitleggen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Niet helemaal. Onder het kopje innovatie en voorlichting worden een aantal
maatregelen genoemd. Er wordt geprobeerd om mensen te wijzen op de mogelijkheden
en de ruimte die bijvoor­beeld de vaarwegen nog bieden. Wij vinden dat
nog iets te gemakkelijk. Op Europees niveau wordt in het Marco-Poloprogramma
wel degelijk ingezet op het modal-shiftbeleid. Na 2007 is er circa 750 mln.
beschikbaar. Ik vraag de minister waarom wij geen modal-shift nieuwe stijl
op de agenda zetten in het verlengde van die Europese regeling. Hierbij zouden
wij moeten inzetten op technische en logistieke innovaties die bijdragen aan
het verschuiven van goederenvervoer van de weg naar het water en het spoor.
Het gaan dan niet om exploitatiesubsidies, maar om projecten die aan de shift
kunnen bijdragen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Dan zou het toch beter zijn om te spreken over "een beetje over",
dan over "een beetje loslaten"?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat begrijp ik niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>U zegt dat de minister het modal-shiftbeleid een beetje loslaat, terwijl
wij hier eigenlijk allemaal concluderen dat er nagenoeg niets van over is.
Eigenlijk zou u dat moeten zeggen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik doe het voorstel om daar een aanscherping in aan te brengen. Ik hoop
dat wij samen kunnen optrekken, want ik weet dat u daar ook van oudsher belangstelling
voor heeft.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Dit punt van de heer Van Hijum spreekt mij zeer aan. Vindt hij ook dat
wij dat dan op enigerlei wijze moeten vastleggen in de PKB-tekst?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ja, ik denk dat wij dat zouden moeten doen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Die modal-shiftgedachte spreekt ons aan. Ik heb het in mijn eerste termijn
zelf laten liggen omwille van de tijd. Ik heb de volgende vraag aan de heer
Van Hijum. Hoort daar ook bij dat wij, bijvoorbeeld voor het vrachtverkeer,
al met de Maut beginnen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb al warme woorden gewijd aan het advies van de commissie-Nouwen
die daar om haar moverende redenen vanaf heeft gezien. Tijdens de hoorzitting
hebben wij hierover gesprekken gevoerd met het CPB. Het effect op de files
van zo'n maatregel is zeer beperkt. Zoals bekend, rijdt vrachtverkeer voor
een belangrijk deel buiten de spits. Wij voelen daar dus niet zo verschrikkelijk
veel voor.</al>
            <al>Wij vinden duurzaamheid een buitengewoon belangrijk thema. De hervorming
van de autobelastingen is een belangrijke maatregel die daaraan ook kan bijdragen.
Ik doel dan vooral op de differentiatie van de huidige belastingen naar milieukenmerken.
Wij vragen de minister om toe te lichten welke stappen het kabinet daarin
kiest. Wij vinden overigens dat de Europese aanpak van het luchtkwaliteitsprobleem
een beetje buiten proportie is. Europa zou veel meer moeten inzetten voor
het bronbeleid en het stimuleren van schone en zuinige technieken, waarvan
wij als land ook het voordeel zouden kunnen hebben, en zich veel minder moeten
bemoeien met het toetsen van allerlei maatregelen. Het regionale en lokale
maatwerk kan veel beter aan de landen zelf worden overgelaten, zodat belangrijke
ontwikkelingen gewoon door kunnen gaan, zoals de aanleg van wegen of spitsstroken.</al>
            <al>Ook zouden wij graag zien het hoe kabinet de toepassing van innovatieve
technieken, bijvoorbeeld het rijden op aardgas en de uitrol daarvan, wil bevorderen.
Het bevorderen van innovatie is één punt, maar de toepassing
ervan en de uitrol is vaak een kwestie van lange adem. Duidelijkheid op de
lange termijn is belangrijk, ook met betrekking tot het wel of niet treffen
van fiscale maatregelen. Wij vragen de minister om dergelijke maatregelen,
zowel met betrekking tot schone en zuinige auto's als tot zee- en binnenvaartschepen.</al>
            <al>Vervolgens kom ik te spreken over het evenwicht tussen de Randstad en
de regio's. Ik heb al gezegd dat de problemen in de Randstad ongetwijfeld
het meest nijpend zijn, maar ook de bereikbaarheid van alle landsdelen is
belangrijk. Verschillende stedelijke centra buiten de stedelijke netwerken
hebben hun eigen bereikbaarheidsknelpunten, zij het van een andere aard en
schaal. Bereikbaarheid van scholen, winkelcentra en ziekenhuizen met openbaar
vervoer, verkeersveiligheid van diverse regionale wegen of het ontsluiten
van bedrijventerreinen van regionale stedelijke netwerken moeten onze aandacht
houden. De Nota Mobiliteit legt voor deze voorzieningen een grote verantwoordelijkheid
bij de provincies. Het Rijk moet de regionale overheden dan ook wel in staat
stellen deze verantwoordelijkheden waar te maken.</al>
            <al>Wij hebben grote aarzelingen bij de aangekondigde herverdeling van de
BDU-middelen ten koste van de regio, want hierdoor zullen de regio's ook minder
in staat zijn om investeringen in de regio te kunnen doen. Regio's kunnen
op dit moment sparen voor grote wegprojecten, maar het jaarlijkse budget is
echt onvoldoende om grote investeringen te kunnen doen. Mede om die reden
heeft mijn fractie eerder betoogd dat de financiële ondersteuning voor
voormalige regionale en stedelijke netwerken in het noorden en het oosten
van het land wel op de agenda moet blijven staan.</al>
            <al>Daarnaast hechten wij eraan dat in de Nota Mobiliteit een passage wordt
opgenomen over de bereikbaarheid van de landsdelen via het spoor. De Kamer
heeft bij de behandeling van de concessie voor de Nederlandse Spoorwegen gezamenlijk
een amendement ingediend op die concessie, waarin wij het publieke belang
van het spoor en van het hoofdrailnet wat scherper hebben gedefinieerd. Het
gaat ons daarbij niet alleen om de grote steden; alle landsdelen moeten bereikbaar
zijn via het spoor. Die tekst staat nu niet in de Nota Mobiliteit. Die nota
geldt wel tot 2020. Tot 2015 moeten wij een nieuwe concessie verlenen aan
een nieuwe vervoerder of aan de Nederlandse Spoorwegen. Wij pleiten ervoor
om de tekst van de PKB aan te passen. Daarvoor zal ik een concreet voorstel
doen. </al>
            <al>Innovatie is terecht een belangrijk aandachtspunt in de Nota Mobiliteit.
Wij zien met belangstelling uit naar de innovatieagenda die in de loop van
2006 gepresenteerd zal worden. Een maatregel die wij actief zouden moeten
bevorderen, is naar de mening van onze fractie het informatiemanagement. De
Kamercommissie heeft nog niet zo heel lang geleden een werkbezoek aan Berlijn
gebracht. Daar is een prachtige verkeerscentrale in het leven geroepen voor
de stedelijke agglomeratie Berlijn. Reizigers kunnen daardoor on-line actuele
informatie krijgen over stremmingen op de weg en in het openbaar vervoer,
waar zij zich ook bevinden. Hun reisgedrag kunnen zij daarop afstemmen. Dat
blijkt in de praktijk een belangrijke bijdrage te leveren aan het verminderen
van het aantal uren dat iemand in de file doorbrengt. Het is mij bekend dat
op dit terrein in regio's een aantal verschillende projecten loopt, maar dit
is echt iets wat je landelijk zou moeten uitrollen. Is de minister bereid
om ook dit punt actief ter hand te nemen?</al>
            <al>Het valt niet te overzien hoe de wereld er in 2020 uit ziet. Ongetwijfeld
anders dan wij nu met elkaar bespreken. Je moet maar afwachten of het effect
van maatregelen op de maatschappij hetzelfde is als je had verwacht. Voor
het ontwikkelen van schone en zuinige technieken is de ontwikkeling op de
oliemarkt misschien veel meer bepalend dan allerlei maatregelen die wij nu
met elkaar vaststellen. Niettemin denkt het CDA dat wij met de Nota Mobiliteit
en de aanscherpingen die de Kamer daarin nog aanbrengt een belangrijke stap
zetten naar het in beweging brengen en houden van onze samenleving en een
transitie naar een duurzame mobiliteit.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>De heer Van Hijum eindigt met het aanscherpen van de Nota Mobiliteit.
Ik heb hier een stukje uit Cobouw voor mij liggen van 24 augustus 2005
waarin staat "Nouwen ook gestrikt voor invoeringheffing". Nou pak
ik dat metaforisch op. Voor mij staat open wie dat moet gaan doen, alhoewel
de heer Nouwen een prima klus heeft geklaard. Gaat de aanscherping van de
Nota Mobiliteit van de heer Van Hijum zover dat hij zijn voorstel, de TCI-aanpak,
voor het anders beprijzen – ik noemde dat een plan van aanpak programmatische
verkenning – integraal onderdeel wil laten uitmaken van de PKB-tekst
in de Nota Mobiliteit? Dan blijft het niet in de lucht hangen, maar dan zijn
wij vanaf vandaag bezig met de invoering of in ieder geval met de voorbereidingen
daartoe.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben net als de heer Verdaas van mening dat daarover een hoop ruis is
geweest, maar ik deel niet de opvatting dat dit nu in de lucht hangt. Als
je de tekst van de nota bekijkt, zie je dat het advies van de commissie-Nouwen,
fase 1 en fase 2, wordt omarmd. Er wordt een volgorde in bepaald en wij stellen
met elkaar een uitvoeringsprogramma vast waarin een aantal stappen wordt gezet
in een richting die ook de heer Verdaas bepleit. Ik pleit ervoor om dat nadrukkelijk
in het kader te gieten van zo'n TCI-aanpak, zodat ook de Kamer daarbij nadrukkelijk
een rol speelt en scherp op de voorwaarden kan blijven letten. Naar mijn mening
kan dat gewoon de uitwerking van een nota zijn. Ik zie niet zo goed in waarom
dat in de nota in de PKB-tekst verankerd moet worden. Ik ben namelijk echt
van mening dat wij het principe van het anders betalen met deze nota omarmen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Vandaag hebben wij het niet alleen over de Nota Mobiliteit.
Wij nemen ook afscheid van een periode. Als wij de Nota Mobiliteit onverhoopt
accepteren, nemen wij immers afscheid van het idee dat mobiliteit te sturen
is. De terugtredende overheid zal dan ook op het gebied van verkeer een feit
worden. Hoe de maatschappelijke belangen dan nog gewaarborgd worden, is de
vraag.</al>
            <al>Wat houdt een visie in? Rond 2001 was het hele beleid al gericht op de
NVVP-doelstellingen, zonder dat het NVVP kon rekenen op steun in de Kamer.
Deze minister schrijft overal hoe zij conform de Nota Mobiliteit handelt,
terwijl wij deze visie nog niet eens hebben onderschreven. Ik heb het idee
dat een visie voorleggen aan de Tweede Kamer wordt beschouwd als een verplicht
nummertje, maar dat het ministerie toch zijn eigen koers vaart. Dit kan ik
het duidelijkst maken door aan te geven wat de huidige visie is en door te
vragen wat de minister gedaan heeft om deze uitgangspunten uit te voeren.</al>
            <al>Er zijn in het verleden veel goede visies geweest. Van de uitgangspunten
van het Structuurschema Verkeer en Vervoer uit 1990 is niet veel uitgevoerd.
Het NVVP van minister Netelenbos wilde deze visie al wijzigen. Mobiliteit
mag, en zoveel mogelijk decentraal. Deze visie is door de Kamer afgewezen,
maar de minister voert haar uit. Sterker nog, de Nota Mobiliteit kent een
visie die vrijwel gelijk is aan de visie in het NVVP. Ik krijg het gevoel
hier in een politiek spel te zitten. Een afgewezen visie wordt anders ingepakt
en gewoon nogmaals aan de Kamer voorgelegd. Details hiervan zullen vandaag
uitgebreid besproken worden, maar op hoofdlijnen is alleen al dit gegeven
verwerpelijk.</al>
            <al>Het uitgangspunt dat mobiliteit niet bestreden mag worden omdat dan maatschappelijke
behoeften worden gedwarsboomd, vind ik totale kul. Slechts zelden kom ik mensen
tegen die mobiliteit zelf als een maatschappelijke behoefte zien. Mobiliteit
is met name een middel. Ik denk dat mensen graag een korte woon-werkafstand
willen. De behoefte is bovenal om zo snel mogelijk van vertrekpunt naar aankomstpunt
te geraken. Dit moet de overheid faciliteren. Het SVV-2 stelt dan ook voor
bedrijven verplicht vervoermanagement voor. Helaas is hier niks mee gebeurd.
Er is niet eens onderzoek naar verricht. Nu wij in Nederland steeds meer vast
komen te staan en de dagelijkse reisafstanden nog steeds toene­men, zie
ik een grote behoefte om dit vervoermana­gement in te voeren. Het is hoog
tijd om dit alsnog te doen. Is de minister dat met mij eens?</al>
            <al>Vier jaar geleden, bij de behandeling van het NVVP in de Kamer, sprak
mijn collega Harrie van Bommel over transportpreventie. Hij wees erop dat
de doelstelling van transportpreventie in het NVVP nergens te bekennen is.
Zijn motie terzake is aangenomen. In de Nota Mobiliteit zien wij het begrip "transportbesparing"
dan ook terug. In hoeverre gaat de minister hier ook echt serieus mee aan
de gang? Nederland distributieland is nog steeds zeer actueel. Hoe denkt de
minister haar wens uit te voeren dat "overal in Nederland aan transportbesparing
wordt gewerkt", zoals op blz. 17 wordt vermeld? Het komt over alsof zij
het allemaal aan het bedrijfsleven en de EU wil overlaten. Dat lijkt mij toch
weinig daadkrachtig. Graag meer daadkracht.</al>
            <al>De paragraaf over het openbaar vervoer in de Nota Mobiliteit is beneden
alle peil. Het zal niemand verwonderen dat ik dat zeg. Ik verwijs daarom graag
naar anderen, waar de minister naar ik hoop wel naar kan luisteren. Zo vindt
CDA-gedeputeerde Eric Jans De Jonge in Brabant het ov-hoofdstuk beneden peil
en alleen maar geklets. De hele spoorsector staat te springen om meer ambitie.
De Nota Mobiliteit laat geen ambitie zien ten aanzien van het reizigersvervoer
per trein, terwijl wordt verwacht dat de trein een volwaardig alternatief
biedt bij potentiële knelpunten op de weg. De voorziene groei van slechts
circa 1% per jaar van momenteel 14 naar 17 miljard reizigerskilometers
in 2020 betekent maximaal een gelijkblijvend marktaandeel. Duidelijke taal
van ProRail, NS en Railion lijkt mij. Wat trekt de minister zich hiervan aan?</al>
            <al>In het verleden werd in de Kamer gesproken over Rail 21, een zeer ambitieus
plan voor het spoornet dat op massale steun kon rekenen. Waar is dit plan
gebleven? Reconstructie leidt ertoe dat Rail 21 uiteindelijk op een ambtelijk
vodje is afgewezen. De politieke wens is er nog wel degelijk. Waar vinden
wij die terug in de Nota Mobiliteit?</al>
            <al>Ook het project Benutten en Bouwen of BB21 wordt een warm hart toegedragen.
Wat komt van dit plan nog terecht? Ook deze projecten lijken verdwenen te
zijn. Kan de minister aangeven waarop zij de keuze heeft geba­seerd om
deze projecten in de ijskast te zetten? Hoe denkt ProRail hierover en wat
is de rol van het ministerie hierbij geweest? Ronduit schofferend vind ik
het dat de Kamer, behalve dan bij de begroting, nooit betrokken is geweest
bij de besluitvorming rondom de vertraging of verdwijning van BB21. Kan de
minister dit aan mij uitleggen? Het enige wat ik in de Nota Mobiliteit lees,
is dat er wat onderhoud plaatsvindt. Vanaf 2012 is er helemaal geen geld meer
beschikbaar voor spoorprojec­ten. Hoe kan dit? Hoe verhoudt zich dit tot
de vele miljarden voor extra asfalt? Welke ambitie voeren wij voor het spoor
uit zonder daar extra geld voor uit te trekken? De Nota Mobiliteit zonder
spoorambitie is voor de SP volstrekt onacceptabel.</al>
            <al>De SP heeft er begrip voor dat niet eindeloos veel geld in het spoor gestoken
kan worden, maar het is wel zonde dat geen maximaal gebruik wordt gemaakt
van het spoor. Promovendus Rob Goverde trok bij zijn promotieonderzoek de
conclusie dat er te veel kleine knelpunten bij de NS zijn die onnodige vertragingen
veroorzaken. De NS speurt dit volgens hem te weinig op. Hij zegt dat NS en
ProRail maar blijven kijken naar de dienstregeling van volgend jaar zonder
terug te kijken op vorige jaren. Deze onderzoeker ziet veel mogelijkheden
voor de NS. Deelt de minister deze analyse en hoe wil zij daarmee omgaan?</al>
            <al>Het stads- en streekvervoer is gedecentraliseerd. De minister is hier
dan ook kort over. Een groei van 1% is echt ambitieloos te noemen.
Wij denken dat dit anders kan en zullen daartoe nog voorstellen uitwerken.
Ondertussen zien wij dat over de grens echte reizigersgroei mogelijk is. België
kan een goed voorbeeld zijn voor Nederland. Volgende week zal ik hierop bij
de begrotingsbehandeling nog uitgebreid terugkomen aan de hand van amendementen
voor gratis openbaar vervoer, die ik hiervoor heb ingediend.</al>
            <al>De Kamer kan het openbaar vervoer en de overige mobiliteit steeds minder
sturen. Vervoer heeft kennelijk geen maatschappelijk belang meer. Vervoersbedrijven,
individuen en organisaties moeten alles maar regelen. De politiek kijkt passief
van een afstandje toe. Reizigers moeten in deze systematiek echter wel goed
vertegenwoordigd zijn. Op dit moment zijn nauwelijks reizigers vertegenwoordigd
door de reizigersorganisatie. Dat is slecht voor het openbaar vervoer. Reizigers
kunnen alleen nog met de voeten stemmen, maar dan is het te laat, want een
verdwenen ov-reiziger win je niet zo snel terug. De SP is er dan ook zeer
verheugd over dat ov-reizigers sinds vandaag lid kunnen worden van een vereniging
die zich daadwerkelijk gaat inzetten voor het verbeteren van het algemene
openbaar vervoer. Ik zal de kaarten zo ronddelen. De Nederlandse Vereniging
voor Reizigers zal proberen om ook de reizigers weer vertegenwoordigd te krijgen.
Hoe denkt de minister hierover? De Vereniging voor Reizigers pleit onder andere
voor een beter deur-tot-deur-vervoer, met een maximale afstand van 750 meter
tussen elke woning en ov-halte. Zij heeft ook meer aandacht voor het betaalbaar
maken van openbaar vervoer en gratis openbaar vervoer voor verschillende doelgroepen,
waaronder ouderen en jongeren. Verder vindt zij het van groot belang dat mensen
zich weer veilig kunnen voelen op de haltes en dat er menselijke assistentie
aanwezig is. Op de haltes moeten meer activiteiten komen en er moet naar innovatieve
verbeteringen worden gestreefd. Deelt de minister deze eisen van de nieuwe
Vereniging voor Reizigers?</al>
            <al>Er is nog hoop voor het openbaar vervoer. In enkele landelijke gebieden
zien wij door een klantgerichte benadering een spectaculaire stijging. Door
de hoge brandstofprijzen lijkt het ov weer aan te trekken. De gedachte dat
mobiliteit niet te sturen is, is dan ook onjuist. Het is echter de vraag of
logge organisaties zoals de NS dit kunnen. De sturende gedachte van SVV-2
loslaten, is een politieke keuze, geen praktische. Zoals ook de vervoerder
Syntus opmerkt, kiest de automobilist wel degelijk voor het openbaar vervoer
wanneer hem dit past. Mij lijkt dat hier een mooie taak voor de regering is
weggelegd: hoe maken wij het ov passend?</al>
            <al>De kilometerheffing. Hoe staat het met het beprijzen van de auto? Op 25 februari
2002 constateerde minister Netelenbos verheugd dat er niet alleen in het maatschappelijk
middenveld, maar ook binnen de Kamer breed draagvlak is voor een kilometerheffing.
Een platte heffing, ook wel de Hofstraheffing genoemd, kon toen op steun rekenen
van de VVD, de PvdA, D66 en de SP. Helaas sneuvelde deze kilometerheffing
bij de daaropvolgende verkiezing, door de opkomst van de LPF en de wederopstanding
van het CDA. Aan de partijen die dit idee destijds steunden, vraag ik of dit
ondertussen is gewijzigd. Van enkelen heb ik al wat gehoord. Ik verwacht van
niet. Wij hebben sinds 2003 weer een meerderheid. Laten wij de minister dus
weer de opdracht geven om op dit pad verder te gaan. Dan kunnen wij de discussie
over het halfslachtige en verwarrende advies van platform-Nouwen verder vergeten.
Over dat advies kan ik weinig positiefs zeggen. Zoals wij al snel in de media
konden vernemen, waren de reacties duidelijk. De asfaltlobby deed goede zaken,
maar de automobilisten zitten hier niet op te wachten. Waar is nu dat brede
draagvlak dat het platform zou gaan vinden? Ook de deskundigen zijn helder.
Zo stelt vervoerseconoom Erik Verhoef dat het economisch niet optimaal en
als financie­ringsinstrument omslachtig en duur is. Hij doet een aardige
suggestie door te stellen dat je beter de accijnzen kunt verhogen. Pieter
Jans van CE vindt het domweg investeren van de opbrengst in nieuw asfalt onverstandig.
Dat is volgens hem niet eens de meest rendabele investering. CPB-onderzoeker
Besseling begrijpt het idee van tegelijk heffen en bouwen niet. Aan de ene
kant trek je automobilisten aan, aan de andere kant stoot je ze af. Een zeer
vreemde combinatie. Draagvlak is er dus duidelijk niet voor deze oplossing
van Nouwen. Hoeveel geld hebben wij nu eigenlijk uitgegeven aan dit platform?
In hoeverre kunnen wij nu beoordelen of dit wel rechtmatig is besteed, aangezien
het platform in mijn ogen zijn kernopdracht niet heeft uitgevoerd?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben ook niet zo blij met de commissie-Nouwen. Het mag allemaal wel
wat sneller, maar goed, het is een stapje in de juiste richting. Mevrouw Gerkens
zegt dat het Infrafonds aan wegen wordt besteed. Ik meen dat dit geld ook
naar het openbaar vervoer kan gaan. Ik heb zelfs van het CDA en de VVD gehoord
dat zij dat bespreekbaar vinden. Dat is dus een mooie bijdrage.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Dat mag de mening zijn van de heer Van der Ham. Hoe het uitwerkt, moeten
wij nog zien, maar ik ben geen voorstander van een Infrafonds. Ik vind dat
het geld veel te veel in beton vastzetten, zoals wel vaker gebeurt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>De SP spreekt ook in andere debatten vaak over de kloof tussen burger
en politiek. Dit is nou echt een prachtige directe band. Je betaalt iets en
je weet precies waar het heen gaat. Directer kan een burger het bijna niet
krijgen. Het is dus een doelheffing die de SP ook op andere punten bepleit,
bijvoorbeeld in de bio-industrie. Is dat niet juist een ideale situatie?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Daarover ben ik het niet met de heer Van der Ham eens. Zoals al eerder
is gezegd, is dat namelijk gebaseerd op wantrouwen. In plaats van op die manier
het wantrouwen weg te nemen, namelijk door degene die je niet meer vertrouwt
gelijk te geven of door diegene te geven wat wordt gevraagd, zou je eerst
moeten kijken hoe het komt dat dit wantrouwen is ontstaan. Wij spreken immers
over een heffing die geen extra inkomsten genereert. Wij gaan het geld dat
wij binnenkrijgen alleen maar vastzetten. Ik vind dat niet goed. Ik vind dat
wij met vertrouwen moeten werken. De belastingbetaler moet erop kunnen vertrouwen
dat de overheid ervoor zorgt dat het geld terechtkomt waar dat nodig is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik probeer het allemaal een beetje te plaatsen. Ik denk dat mevrouw Gerkens
afstand neemt van de kilometerheffing, maar pleit voor een verhoging van de
accijns. Zij zei zelf al dat de SP in het verleden een platte heffing heeft
gesteund. Vorig jaar is de motie-Dijksma/Hofstra gesteund met het doel om
versneld de kilometerheffing in te voeren. Nu het advies er is, schiet mevrouw
Gerkens het af en wil zij de accijnzen verhogen. Waar staat de SP nu?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Een platte heffing staat volgens mij gelijk aan het verhogen van de accijnzen.
Dan betaalt iedereen even veel, namelijk gewoon de accijns.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Het is toch duidelijk dat de commissie-Nouwen niet in het leven is geroepen
om een platte heffing na te streven.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De commissie-Nouwen heeft haar taak; mijn politieke partij mag ook haar
taak hebben. Haar standpunt is dat, als wij willen rekenen op een groot draagvlak,
het heffen van accijns de beste methode is. De minister zegt nu dat zij de
kilometerheffing in Europees verband wil bespreken. De accijnsheffing is op
Europees niveau door de grenseffecten een groot probleem. Waarom pleiten wij
niet in Europa meteen voor de accijnzen? Dan hebben wij niet al die extra
kosten voor kastjes en toestanden en dan kunnen wij veel sneller beginnen
met het invoeren van beprijzen op de weg en met de verschuiving van autobezit
naar autogebruik.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het aardige van de commissie-Nouwen is dat zij meer varianten heeft onderzocht,
waaronder het voorstel dat mevrouw Gerkens nu doet, namelijk differentiatie
via de accijns. Voorzover ik dat in het advies heb kunnen lezen, geeft de
commissie het ontbreken van mogelijkheden tot differentiatie aan als reden
om daarvan af te zien. Het effect op de luchtkwaliteit, de verkeersveiligheid
en dat soort dingen is er dan niet. Bovendien ontstaat dan een probleem in
de grensstreek. Er zijn al forse accijnsverschillen en de accijns in Nederland
is al niet laag. Dat wordt dan alleen nog maar erger. Hoe reageert mevrouw
Gerkens nu op dat advies?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben toevallig gisteren uit Frankrijk teruggekomen, maar de prijs voor
benzine scheelt daar echt maar een paar cent met de prijs hier. Dat is ook
in België zo. Er zijn echt geen grote verschillen. Dat is het punt niet.</al>
            <al>De heer Van Hijum geeft ook een ander punt aan. De variabilisering van
het systeem kan volgens de onderzoekers veel meer milieueffecten teweegbrengen.
Dat klopt. Toch kiezen wij daar vooralsnog niet voor, en wel om twee redenen.
1. Het draagvlak is volgens mij niet groot genoeg. 2. Het is gewoon niet eerlijk
dat iemand in de Randstad voor een afstand van 10 km in de spits vele malen
meer moet betalen dan iemand in het buitengebied in de spits. Daar hebben
wij toch vaker over gediscussieerd. Dat zal niet nieuw zijn. Dat standpunt
is ook door mijn voorganger de heer Van Bommel verwoord.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik meen dat de SP zich nou toch weer gewoon tot het betonsocialisme bekent.
Wat wil de SP dan wel doen om bijvoorbeeld de luchtkwali­teit via de kilometerheffing
een beetje te verbeteren? Dat is een van de dingen waarover ik overigens ook
mevrouw Van Velzen in de andere debatten over hoor spreken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Mijn conclusie is dat de SP niet langer van eerlijk delen houdt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Het zou een opmerkelijk politiek feit zijn als de SP-fractie zich nu tegen
een gedifferentieerde kilometerheffing keert. Als dat echt zo is, moet mevrouw
Gerkens dat hier uitspreken. Dan weten wij waaraan wij toe zijn, met alle
spijt die ik daar overigens bij voel.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik verkondig hier helemaal niets nieuws. Als daarover hier aan tafel verbazing
ontstaat, kan ik alleen maar zeggen dat de leden zich niet goed hebben ingelezen
op het onderwerp. De SP heeft altijd voor een platte kilometerheffing gepleit.
Ik zeg nu dat die het beste via de accijns gerealiseerd kan worden. Dat heeft
minder effect, maar nog steeds wel een effect op het milieu. Ik deel de verwijten
van de heer Van der Ham dus niet. Als je een systeem wilt dat kan rekenen
op een groot draagvlak onder de bevolking en ook nog eens snel is in te voeren,
dan moet je overstappen op accijns. De invoering van het systeem van de kilometerheffing
zoals de heer Duyvendak dat bedoelt, brengt enorme kosten met zich. De bedrijven
ruziën nu al over het antwoord op de vraag wie het goedkoopst is. Overduidelijk
is dat het aanzienlijke kosten met zich zal brengen. Elektronica, kastjes,
bureaucratie. De automobilist wil best betalen voor het autorijden, maar niet
voor de bureaucratische rompslomp. De invoeringskosten van 1,5 tot 3 mld.
en de jaarlijkse exploitatiekosten van zo'n 0,5 mld. zijn flink. De automobilist
gaat niet betalen voor bewegen, maar voor het systeem. Zo'n 10% van
de kosten zal na de uitvoering van het ingenieuze systeem gaan. Ik moet de
eerste automobilist nog tegenkomen die dat wil betalen. Hoe kijkt de minister
daartegen aan en hoeveel overhead acht de minister dan eigenlijk acceptabel?
Wij roepen bovendien een onafhankelijke organisatie in het leven om het geld
te verdelen. Dat lijkt mij een directe motie van wantrouwen aan het adres
van de regering. Hoe ziet de minister dit?</al>
            <al>De discussie rondom rekeningrijden en de kilometerheffing vertroebelt
steeds meer. In een column schrijft de hoogleraar economie Alfred Kleinknecht
het mooi op. Hij stelt dat de economie leert dat schaarse goederen, dus ook
het weggebruik in de spits, beprijsd moeten worden. Nu wordt dit al beprijsd
doordat een automobilist min of meer betaalt met extra reistijd. Sociaal gezien
is dat een veel betere manier van beprijzen dan via de portemonnee. De welvaart
wordt namelijk gelijk veel eerlijker verdeeld omdat mensen met meer geld over
het algemeen ook een hogere waarde toekennen aan tijd. Hij stelt dan ook dat
betalen met tijd nivellerend is en betalen met geld denivellerend. Volgens
deze in mijn ogen juiste gedachte zouden zeker ook GroenLinks, de PvdA en
de ChristenUnie zich moeten keren tegen de kilometerheffing. Ik roep hen vandaag
op in hun termijn uit te leggen waarom zij kiezen voor de positie van de rijkeren,
die liever met geld dan met tijd betalen.</al>
            <al>Ik noem nog een aantal punten inzake de infrastructuur. Vraagt de minister
zich wel eens af waarom de A4 Midden-Delfland er nou nog steeds niet ligt?
Komt het in haar op dat het wellicht een erg slecht plan is en dat het niet
voor niets steeds maar weer wordt uitgesteld? Ik vraag haar dan ook om nu
eindelijk eens een streep te zetten door deze weg. Het verplaatsen van de
file naar andere stukken snelweg is niet in het belang van de automobilist.
De vervuiling door de auto's is ook niet in het belang van de mensen in Schiedam.</al>
            <al>De plannen voor de tweede Coentunnel en de Westrandweg zijn al net zulke
slechte plannen. Het is een verplaatsing van files. Uiteindelijk zullen zelfs
de files toenemen, zo is onlangs berekend. In 2020 is de filevorming op de
A10 west en de A10 zuid met de tweede Coentunnel en de Westrandweg groter
dan zonder deze dure aanleg. Dat is toch duidelijke taal? Waarom wil de minister
die dan toch aanleggen? Heeft zij te veel geld over? </al>
            <al>Ook de verbinding tussen Almere en Amsterdam moet beter. Bij deze ontwikkeling
is nagelaten om ook te kijken naar de werkgelegenheid in de regio. In dit
opzicht deel ik de analyse van de heer Verdaas. Dure oplossingen moeten deze
mensen naar de regio Amsterdam gaan verplaatsen voor het werk. Ik zeg vast
dat de SP vindt dat de A6-A9 langs het Naardermeer een waardeloze oplossing
is. Niet doen dus. Meer oplossingen zijn te vinden in een ov-verbinding tussen
Almere en Amsterdam. De Hanzelijn kan hieraan op de korte termijn al een bijdrage
leveren. Wellicht is het ook mogelijk om de capaciteit te vergroten en de
mensen de trein in te lokken. Het gaat om het vervoer tussen twee grote steden.
Dat mag dan geen probleem zijn. Zelfs niet voor deze minister.</al>
            <al>Tot groot ongenoegen van mijn fractie heeft de minister de zweeftrein
naar Groningen nog steeds niet geschrapt. Nog steeds heeft zij hier bijna
3 mld. voor over. Zolang ik in de Kamer zit, is het al duidelijk dat deze
lijn te duur is. Ook het milieu en leefomgeving zijn er niet mee gediend.
De Hanzelijn komt er. De superbus kan goede mogelijkheden bieden. Kan de minister
nou niet eens gewoon daadkrachtig zijn en dit pad bewandelen in plaats van
met haar hoofd bij zweverige ideeën te blijven?</al>
            <al>Natuurlijk is ook de verwondering groot over de miljarden die in nieuwe
wegen worden gepompt en het achterblijven van investeringen in spoor- en waterwegen.
De waterwegen kregen in deel 1 van de Nota Mobiliteit nog enige aandacht.
Helaas ontbreekt die nu grotendeels. De SP vindt dat de minister wel krachtig
moet inzetten op de binnenvaart. Wat is de ambitie? Kan zij toezeggen dat
zij streeft naar het maximaliseren van de groeikansen van de binnenvaart binnen
de gehele mobiliteit?</al>
            <al>De verkeersveiligheid. De ambitie voor de verkeersveiligheid ligt niet
erg hoog. Dat is niet verrassend, want voor veilig verkeer is geld nodig of
ontmoedigingsbeleid. De minister wil het geld echter vooral aan asfalt uitgeven
en de automobiliteit al helemaal niet ontmoedigen. Sterker nog, zij accepteert
een toename van het verkeersonveilige autoverkeer. Vooral het wegennet moet
meer verkeer gaan faciliteren. Is dat wegennet nou niet net relatief verkeersonveilig?
Is het niet nodig om juist meer uit te trekken voor het programma Duurzaam
veilig? Meer mobiliteit betekent ook acceptatie van meer verkeersdoden. Hoe
ziet de minister dit en hoe weegt zij dit mee bij haar ambities? Voor de SP
is het helder. De veiligheid, het milieu, de portemonnee en de mensen zijn
niet gediend met deze mobiliteit. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe deze minister
denkt de kritiek te pareren.</al>
          </spreker>
          <draad>
            <al>De vergadering wordt van 12.10 uur tot 12.15 uur geschorst.</al>
          </draad>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. De VVD-fractie hecht zeer veel waarde aan een goed vervoer
van personen en goederen. De overheid is daar primair verantwoordelijk voor.
Dat is een heel klassieke overheidstaak. Aangezien de Nederlandse overheid
verslaafd is aan autobelastin­gen, is het geld dus geen probleem. Wij
hoeven alleen maar te kiezen. Wij moeten er gewoon meer geld bij doen.</al>
            <al>Ik moet vaststellen dat wij in de aanloop naar de onderhavige nota al
heel veel andere nota's hebben gehad. Ik wil graag het geloof, hoop en liefdebeleid
van mevrouw Hanja Maij-Weggen noemen. Toen hadden wij nog de grafiek en kwam
het vanzelf goed. Dat bleek achteraf toch niet het geval. Een jaar of zes,
zeven geleden hebben wij de Perspectievennota gehad. Ik herinner mij goed
dat de Kamer daarover zei: er zit alles in, behalve perspectief. Op dat vlak
blijft het een moeizaam onderwerp.</al>
            <al>Ik moet wel zeggen dat er een paar externe factoren zijn die het voor
de minister moeilijk maken. Allereerst noem ik de heer Dorknoper. De minister
kent hem. Vooral nu hij ook in lucht doet, is hij een geduchte tegenstander.
Als tweede noem ik het anti-bouwen virus, dat hier in de Kamer helaas ook
zeer sterk is verspreid. Maar visie is nodig, evenals daadkracht om die virussen
de baas te worden.</al>
            <al>Hoe zou het volgens ons moeten? Ik heb een artikel voor mij uit de digitale
Telegraaf van 16 februari 2015. "Auto melkkoe af. Kamer besluit
tot betalen per kilometer. Vanaf komend jaar zullen de vaste autolasten drastisch
afnemen en gaat de automobilist betalen per gereden kilometer. Voor de meeste
automobilisten een flinke kostenmeevaller." Aldus de Telegraaf. Verderop
nog een paar leuke citaten. "De zojuist gereedgekomen Randstadmetrolijn
betekent dat burgers een daadwerkelijk alterna­tief hebben voor de auto." "De
invoering van tol op nieuwe wegen en de extra investeringen in de weginfrastructuur
hebben geleid tot een sterke vermindering van het aantal knelpunten op de
wegen". En speciaal voor collega Duyvendak: "In de Amsterdamse regio
werd een geweldige verbetering bereikt door de doorgetrokken A6-A9." "Een
fraai ontwerp van architect sir Normen Foster, een plexiglazen constructie
vijf meter boven maaiveld. Je ziet de voertuigen, maar je hoort en je ruikt
ze niet."</al>
            <al>Dat is de visie die wij hebben; zo moeten wij drastisch proberen het verkeer
en vervoer in dit land te verbeteren. De minister eindigt het voorwoord door
te zeggen dat wij nu in de praktijk op weg gaan naar een mobiel, leefbaar
en welvarend Nederland. Prachtige woorden. Maar helaas moet ik zeggen dat
de Nota Mobiliteit ons dat perspectief niet zonder meer brengt. Het ambitieniveau
vinden wij in het algemeen te laag. Tegen collega Dijksma kan ik zeggen dat
mij het verkeer en vervoer in dit goede land zo ter harte gaat, dat ik daarbij
afzie van de politieke kleur en naam van de minister en ook van de coalitie.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat is goed nieuws.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Wij moeten dus proberen om op een aantal hoofdpunten toch tot een bijstelling
van de nota te komen, zodat wij wel bereiken wat wij graag willen. Ik heb
dat ook bij anderen beluisterd.</al>
            <al>De versterking van de economie speelt daarbij een belangrijke rol. Onze
files zorgen ervoor dat een zeer groot deel van onze bevolking dagelijks wordt
geconfronteerd met een soort ontwrichting van zijn en haar agenda's. Vooral
aan die congestie moeten wij dus iets doen. De verwachtingen die in de Nota
Mobiliteit zijn geschetst in het langetermijnbeleid achten wij realistisch,
ook in kwantitatief opzicht. Dat geldt zeker voor de groei van het wegverkeer.
Het is toch wel jammer om te zien dat het openbaar vervoer blijkbaar heel
weinig potentie heeft. Waarom kan het in Tokio wel? Waarom kan het in Hong
Kong wel? Waarom kan het in Londen en Parijs ook wel? Het moet toch mogelijk
zijn dat wij dat op een betere manier organiseren. </al>
            <al>De minister heeft in Rotterdam gezegd – en gisteren voor de TV weer –
dat de filedruk door de uitvoering van dit plan vergelijkbaar wordt met de
filedruk in het begin van de jaren negentig. Prachtig, maar dat staat niet
in de Nota Mobiliteit. Waarom zit hierin niet een duidelijke taakstellingsontwikkeling
om de twee, drie of vier jaar? Hoe gaan wij dan om met de strijd tegen de
files?</al>
            <al>In dit rapport wordt ontzettend veel gegoocheld met cijfers. Een model
is een te simpele weergave van een te ingewikkelde werkelijkheid. Dat geldt
voor een fotomodel, maar dat geldt ook zeker voor een verkeersmodel. Ik weiger
om beleid, waarbij je politieke keuzes moet maken, te laten uitrekenen door
een of andere computer. Dat hele gedoe over betrouwbaarheid spreekt mij niet
echt aan.</al>
            <al>De vorige week moest ik van Den Haag naar Gorinchem, 72 kilometer. Ik
heb wat gegevens uit mijn boordcompu­ter gehaald. Ik heb er een uur en
24 minuten over gedaan. Dat is een gemiddelde van 51,4km/u. Graag hoor ik
van de minister of dat goed is, of dat betrouwbaar is of wat zij daar verder
van vindt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Politieke kleur doet er niet toe. Ik herinner mij dat u het plan vier
jaar geleden afstemde omdat u de doelstelling die mevrouw Netelenbos lanceerde,
een doorstroming van 60 km/u, onvoldoende vond. Nu vindt u de norm die de
huidige minister introduceert, betrouwbare reistijd, niet adequaat. Heeft
dat consequenties voor uw houding tegenover de nota?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Het lijkt mij heel consequent. GroenLinks heeft het plan overigens ook
afgestemd. Er is een motie-Eurlings waarin staat dat het in plaats van 60
km/u 80 km/u moet zijn. Nu staat er helemaal geen getal meer in, maar een
mediaan. Het is een heel ingewikkeld verhaal, waarover ik al genoeg gezegd
heb. Er ligt nog een motie van mij waarin wordt gevraagd om één
bereikbaarheidsindex. Uitvoering daarvan is toentertijd door de minister toegezegd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Welke centrale doelstelling voor betrouwbaarheid op de weg wil de VVD
in de nota hebben, wil zij de nota aanvaardbaar vinden?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Wij kunnen het beste aansluiten bij simpele, meetbare dingen. Betrouwbaarheid
kun je niet meten. Wij kunnen dus ook niet evalueren. Wij hebben een filestatistiek.
Op grond daarvan kunnen wij zeggen dat het goed gaat of minder goed. Mijn
voorstel zou zijn om op dat punt tot een helderder taakstelling te komen.</al>
            <al>Opvallend is de knelpuntenkaart voor 2020 op pagina 38. In de legenda
staat dat een groene lijn betekent dat het knelpunt is opgelost. Ik heb nergens
in Nederland, en trouwens ook niet in het buitenland, een groene lijn gevonden.
Een heel dun oranje lijntje betekent: geen knelpunt. Dat geldt bijvoorbeeld
voor de A1 tussen Apeldoorn en Twente of voor de zuidelijke ringweg van Groningen.
Ik kan mij niet voorstellen dat die kaart klopt, maar misschien heeft dat
te maken met de modellen waar ik het zo-even over had. Wij hoeven ons daar
dus niet al te veel aan te storen.</al>
            <al>Ik vind de relatie met de Nota Ruimte heel erg wezenlijk. Daarin hebben
wij de nationale stedelijke netwerken benoemd. Dat moet consequenties hebben
die verder gaan dan nu is aangegeven in dit plan voor verkeer en vervoer.
Vinden wij niet dat die stedelijke netwerken, waarover ik bij interruptie
al wat heb gezegd, moeten worden ontsloten door de hoogste typologie van wegen
die wij kennen, dus de hoofdverbindingsas? Als wij de Triple A gaan invoeren,
dan door de Triple A. In die gebieden moet per definitie sprake zijn van een
gesloten doorgaand net van snelwegen. Als er congestie is, moet het langeafstandsverkeer
een zekere prioriteit hebben boven het lokale en het regionale verkeer. Dan
kom je op ontvlechting, de motie van collega Hermans, waarvan wij nog heel
weinig terugvinden in de nota.</al>
            <al>In mijn ogen blijft er voor de nationale stedelijke netwerken een rijksverantwoordelijkheid
voor investeringen in openbaar vervoer, uiteraard binnen een efficiencytoets
en een financiële toets. Daarmee ben je logisch bezig vanuit de Nota
Ruimte, lijkt mij. Wij zijn nog niet in staat om een fatsoenlijk openbaarvervoersysteem
te creëren voor de Randstad. Misschien moet de ruimtelijke ordening meer
op het vervoerssysteem worden aange­past. In Hongkong wordt geen nieuwe
woonwijk ontwikkeld zonder goede railaansluiting. Misschien moeten wij het
niet alleen bij verkeer en vervoer zoeken, maar ook bij de ruimtelijke ordening.</al>
            <al>De minister was in China. Zij heeft bij Sjanghai kunnen vaststellen dat
er in twee jaar tijd dertig kilometer zesstrookssnelweg gebouwd is, van het
vasteland naar de diepzeehaven die er wordt gebouwd. Geweldig! Ik was er in
februari, toen stonden er alleen nog maar pijlertjes. Als de minister dan
terugkomt in Nederland zal zij toch wel een raar gevoel hebben. Wij praten
over de A6-A9. Daar wordt al dertig jaar op gestudeerd. Er komen zes stroken
uit Hilversum. Er komen er binnenkort, als er weer een paar huizen klaar zijn,
acht uit Almere. Dat zijn er veertien. Er liggen er maar zeven. Neem er nog
vier bij voor de groei. Dan kom je op elf stroken. Waar zijn zij? Nog erger:
er is nog geen besluit genomen, zelfs niet over de Uitwegvariant, waar vrij
veel draagvlak voor schijnt te bestaan. Wij denken dat wij veel sneller en
driester zouden moeten omgaan met de procedures.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Uit het bijzinnetje over de Uitwegvariant concludeer ik dat u die uitweg
niet hebt afgeschreven, maar serieus neemt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ja, maar ik denk dat wij ook heel goed moeten kijken naar een route langs
het Naardermeer, en niet door het Naardermeer, zoals sommigen hier zeggen,
want daar ben ik niet voor. Het is ook niet logisch om door het Naardermeer
te gaan, want de kortste weg gaat er langs. De Uitweg moeten wij goed bekijken.
De IJmeerverbinding moet er ook komen. Terugkijkend constateer ik dat er een
geweldige fout is gemaakt. Het massale verkeer Almere-Amsterdam – dat
is het gros – had op een regionale weg gemoeten en niet op een rijkssnelweg,
die zelfs doorgaat naar Kopenhagen en verder.</al>
            <al>Wij bepleiten het vergroten van de wegcapaciteit via een soort z.s.m.3-programma.
De minister gebruikt die afkorting anders dan ik. Ik bedoel met z.s.m.: zo
spoedig mogelijk. Het openbaar vervoer moet worden verbeterd waar dat kan,
dus in de Randstad. Ik sta open voor alle opties: nieuw, hoogwaardig, laagwaardig,
het maakt niet uit. Bekijk het en laten wij met elkaar iets vinden dat werkt.
Er moet ook aan andere maatregelen worden gedacht, bijvoorbeeld aan werktijden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Zou de heer Hofstra voor het spoor in de Randstad ook een z.s.m.-benadering,
in de zin van "zo spoedig mogelijk" willen steunen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ja zeker, maar dan met dit verschil dat ik als het geld wordt besteed
aan wegen altijd zeker weet dat dit rendement oplevert – kijk maar naar
de berekeningen van het CPB – terwijl wij in het openbaar vervoer nog
een oplossing moeten vinden die ook in dat opzicht goed scoort. Het noodlot
van het openbaar vervoer is misschien dat wij altijd op van die vierkante
cirkels uitkomen. Dat rijdt heel ongemakkelijk, ook in het openbaar vervoer.</al>
            <al>De VVD wil een onderscheid maken tussen de Randstad, die natuurlijk een
specifiek probleem vormt, en de gebieden daarbuiten. Daarbuiten moeten wij
niet al te zenuwachtig doen. Als de weg te smal is, maken wij hem breder.
Ons voorstel is dat alle hoofdverbindingsassen standaard minimaal twee keer
drie stroken krijgen. Wij kunnen dat ook bespoedigen door als wij met onderhoud
bezig zijn meteen twee keer drie stroken aan te leggen. Kijk nu eens naar
de A6 tussen Almere en Lelystad. Daar ligt ontzettend veel ruimte. Daar is
nu een aannemer bezig. Als hij straks klaar is, ligt daar keurig asfalt, maar
nog steeds maar twee keer twee. Voor hetzelfde geld had bijna twee keer drie
gelegd kunnen worden. Dat moet op veel grotere schaal worden gedaan.</al>
            <al>Ik heb al gezegd dat in de Randstad het openbaar vervoer veel meer aandacht
moet krijgen, maar dat vergt wel een oplossing van het grote financiële
probleem. Ik ben niet tegen investeringen in infrastructuur voor het openbaar
vervoer, maar dan moet de kostendekkendheidsgraad omhoog. Wij moeten dan ook
een oplossing kunnen vinden die kan concurreren met een oplossing via uitbreiding
van de wegen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb het nog even laten bezinken. Twee keer drie op alle hoofdverbindingsassen
kan op termijn wellicht een perspectief zijn, maar het geld valt niet uit
de hemel. Wij moeten prioriteiten stellen. Het is dan toch logisch om te beginnen
met de snelwegen waarop wij een knelpunt hebben, kortom bij de netwerkanalyses?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik voorspel u dat wij binnenkort op alle wegen een knelpunt hebben, net
zo goed als wij geen spitsuur meer hebben in dit land maar een spitsdag of
een spitshalvedag. Denk ook eens aan de ongevallen. Die gebeuren helaas. Dan
ben je veel flexibeler als er meer ruimte is. Kijk hoe in Frankrijk met snelwegen
wordt omgegaan. Een beetje visie, zou ik zeggen. Natuurlijk als wij uit twee
projecten kunnen kiezen en er bij het ene veel meer auto's over gaan dan bij
het andere, dan ben ik ervoor om daar te beginnen. Er zijn echter ook situaties
waarin het heel goedkoop is en naar het mij lijkt met het onderhoud zou moeten
worden meegenomen.</al>
            <al>Ik heb het niet geturfd, maar het woord innovatie komt vele keren in de
nota voor. Het wordt echter iets anders gebruikt dan wij hadden gehoopt. Dubbeldeks
hebben wij nog steeds niet kunnen realiseren, maar wel bij het onderhoud,
zo zag ik laatst in Rotterdam. De automobilist werd naar boven geleid, zodat
men daaronder de weg weer een beetje plat, vlak en glad kon maken, of juist
stroef. Kan dat niet op grotere schaal gebeuren?</al>
            <al>Er zijn procedures om asfalt te verbeteren waarmee tientallen miljoenen
kunnen worden bespaard. Op een of andere manier gebeurt dat niet. Wij hebben
gelezen dat er in Amsterdam wellicht een containertram komt. Dat kan misschien
ook wel in Den Haag en Rotterdam. 's Nachts gaan er containertjes op om de
winkels te bevoorraden. Busbanen worden soms maar een keer per kwartier gebruikt.
Kan het bedienend verkeer, taxi's, vrachtwagens enz., daar ook niet op? Meer
gebruik van de busbanen kan volgens mij helpen.</al>
            <al>Heel vaak laten wij in ons land files ontstaan, waarbij het verkeersmanagement
zodanig is dat de nooduitgang geblokkeerd wordt. Er moeten af en toe opritten
tijdelijk of definitief worden afgesloten, om het verkeer op de hoofdrijbaan
aan de gang te houden. Ik denk dat wij daar veel drastischer mee moeten omgaan
dan op dit moment.</al>
            <al>Ik had het genoegen vorige week te rijden in een vrachtwagen – weliswaar
als passagier, zo kan ik geruststellend melden – met automatische voertuiggeleiding.
Die wagen deed alles zelf, behalve sturen. Hij bepaalde zelf de snelheid en
remde als de voorganger dat nodig maakte. Het is een relatief goedkoop systeem,
dat op grote schaal zou kunnen worden ingevoerd. Probeer dat te bevorderen
door dat verkeer wel op de tweede van drie stroken toe te laten, terwijl al
het andere vrachtverkeer rechts moeten blijven. Dat zijn mogelijkheden om
het systeem veel veiliger te maken. Dat zal ook ernstige ongevallen kunnen
doen vermijden.</al>
            <al>Voor pps geldt hetzelfde als voor innovatie. Je komt het in elk stuk tien
keer tegen, maar wij doen het bijna niet. Het moet nu toch echt eens gebeuren.
In de commissie-Nouwen werd gesuggereerd eens te experimenteren met wegbeheer.
Ga eens een corridor veilen of er een concessie voor uitgeven, zodat private
partijen het werk uitvoeren. Dat lijkt ons uitstekend.</al>
            <al>Wij hebben een mooi technisch rapport gekregen over de infrakosten van
het goederenvervoer. Er is nog geen kabinetsstandpunt over. Een goede liberale
opvatting zou kunnen zijn dat iedereen zijn eigen kosten betaalt. Dan zal
de vrachtauto de Betuwelijn leeg rijden – die is overigens nog niet
eens vol – en ook voor een deel de binnenvaart. Dat is dan het goedkoopste
systeem. Maar waar laten wij alle vrachtwagens als wij er twee of drie keer
zoveel hebben als nu, of misschien wel vijf keer zoveel? Als je er integraal
over nadenkt, kom je misschien toch tot andere oplossingen. Zou het niet goed
zijn om de keuzes nog eens nader uit te werken? Misschien kunnen wij dan binnenkort
eens afzonderlijk over dit punt verder praten. Voor ons speelt dan ook de
Oost-Europese schokgolf in het wegtransport nog mee. Daardoor staan onder
andere rentabiliteit en veiligheid zeer onder druk.</al>
            <al>"Anders betalen voor mobiliteit". Wij vonden dat een prachtige
naam, beter dan allerlei andere namen die nog steeds worden gebruikt, zoals
kilometerheffing en rekeningrijden. Dit is volgens mij de goede term. Wij
hebben veel waardering voor het overzichtelijke rapport dat door de commissie
is gemaakt en voor de snelheid waarmee dat is gebeurd. De verwerking in de
Nota Mobiliteit is niet in alle opzichten erg duidelijk.</al>
            <al>Allereerst zijn er de effecten. Ik heb de grafiek van mevrouw Hanja May-Weggen
al genoemd. In de Nota Mobiliteit zien wij dat als wij die nota met het ambitieniveau
daarin verwoord uitvoeren de files zeer sterk zullen toenemen. Opeens, vlak
voor 2018, komt er een duveltje uit een doosje dat Nouwen heet. Dan is het
probleem opgelost. Dan zit het met alle parameters ineens goed. Dat is een
model. Daar heb ik zo-even al wat over gezegd. Het is wonderbaarlijk.</al>
            <al>De VVD wil het systeem van Anders betalen voor mobiliteit invoeren, maar
voor ons is het doel niet zozeer beperking van de files, want dat lukt echt
niet in een dag, maar een systeem van kiezen voor eerlijke prijzen. Het allerbelangrijkste
is het gezond maken van de financie­ringsstructuur.</al>
            <al>Onze eerste belangrijke voorwaarde is de oormerking. Ik hoorde de minister-president
bij de algemene beschouwingen – ik heb toen heel goed opgelet –
zeggen dat wij het niet zouden doen. Minister Peijs zei gisteren op tv dat
wij het wel gingen doen. Het lijkt mij redelijk dat wij een brief krijgen,
misschien voor 1 februari van het volgend jaar, waarin de regering de
contouren van dat oormerken schetst.</al>
            <al>Ik wil daar heel duidelijk over zijn. De randvoorwaarde moet zijn dat
de automobilist gemiddeld niet méér gaat betalen. De bpm en
de wegenbelasting worden afge­schaft. De overmatige accijns – het
verschil is echt wel wat groter dan mevrouw Gerkens zo-even suggereerde –
mag er ook in. Dat wordt geoormerkt voor infrastructuur. Ik begrijp het als
de overheid het deel uit de algemene middelen dan wat verlaagt, maar daar
kan ook een maximum aan worden gesteld. Het kabinet, welk kabinet dan ook,
kan dan een rijksbrede verschuiving doorvoeren waarmee de sector er 2 mld.
Per jaar bij krijgt of misschien nog wel meer. Ik zou graag een notitie van
het kabinet hierover willen hebben, omdat dit zo essentieel is. Eigenlijk
hoef ik er niet over te praten zolang ik het niet weet. Mijn fractievoorzitter
bracht dit punt niet voor niets op bij de algemene beschouwingen.</al>
            <al>Er zijn nog twee andere belangrijke voorwaarden. De eerste is dat voor
de burgers zichtbaar moet worden gemaakt dat je al flink op weg bent naar
meer capaciteit van de wegen en een beter openbaar vervoer in de Randstad.
Het communicatietraject moet nog op gang komen. Er is een geweldig grote stelselherziening
nodig. De tweede voorwaarde is dat er een goed systeem komt, niet gevoelig
voor fraude en niet duur. Ik laat mij er nu niet over uit welk systeem dat
moet zijn. Je kunt je alles voorstellen: plat, bol, het hele land, slechts
bepaalde wegen, vrachtvervoer of personenvervoer. Eerst moeten de andere problemen
worden opgelost. De kosten mogen de orde van grootte van de kosten van een
creditcard hebben.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik steun graag het verzoek om een brief van de heer Hofstra. Zullen wij
dan ook nog een paar dingen vragen die tot het antwoord leiden dat het kabinet
meteen de brede aanpak zal presenteren? Hoe gaan wij het geld verdelen? Wat
moet er gebeuren met de wetgeving? Wanneer kan dat klaar zijn? Welke scenario's
zijn er om de bpm en de motorrijtuigenbelasting af te bouwen? Naar mijn gevoel
kunnen wij dan de discussie aangaan met een constructieve houding.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik zou blij zijn als wij iets konden krijgen dat ik zojuist contouren
heb genoemd. Ik vind het standpunt van de commissie-Nouwen in de Nota Mobiliteit
niet maximaal duidelijk. Misschien vindt de minister dat inmiddels ook wel.
Misschien is er gelegenheid om dat wat breder op te schrijven. Dat lijkt mij
uitstekend. Het gaat mij echter primair om de oormerking.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De heer Hofstra had het over een creditcard. Nu zijn daar verschillende
percentages aan verbonden. Het rentetarief is nogal hoog. De kosten lopen
voor de winkelier uiteen van 1,8% tot 4%. Is de VVD bereid zich
voor een bepaald percentage uit te spreken, bijvoorbeeld minder dan 4%?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik had deze range wel in gedachten, dus niet de rente die ze berekenen.
Ik zou het willen formuleren als enkele procenten, of dat nu 4% of
5% moet zijn. Er is misschien een ingroeitermijn nodig, maar op langere
termijn zou het zo'n percentage moeten zijn.</al>
            <al>Het is vooral belangrijk dat wij er meer geld voor moeten durven uit te
trekken. Ik heb al gezegd dat Anders betalen voor mobiliteit een opstap daarvoor
biedt. Het is een klassieke overheidstaak. Politiek is alleen maar kiezen.
Dat moeten wij op termijn gewoon doen.</al>
            <al>Ik heb nog een paar concrete suggesties. Ik wijs op de motie die bij de
algemene financiële beschouwingen is aangenomen, dat het FES binnenkort
meer geld moet opleveren voor de infrastructuur. Optimalisatie van het onderhoud
en combinatie met nieuwbouw, waarvan ik zo-even een voorbeeld heb gegeven,
zou volgens mij niet alleen voor de weg maar ook voor de rail tot een extra
geldstroom kunnen leiden. Procedures en regels moeten worden opgeschoond,
de overhead moet worden beperkt, er kunnen pps' en worden gebruikt, kortom,
er zijn vele mogelijkheden. Het zou heel prettig zijn als die in kaart konden
worden gebracht.</al>
            <al>Het vervoerseconomisch aspect is wat onderbelicht in de nota. Als ik vergelijk
wat ProRail per jaar uitgeeft voor het onderhoud van onze spoorstaven en wat
Rijkswaterstaat per jaar uitgeeft voor onze asfaltbanen, zijn per reizigerskilometer
de kosten van ProRail vijftien keer zo hoog als die voor de weg. Dat is een
geweldig financieel probleem. In het verleden heb ik wel eens gevraagd waarom
er in Frankrijk en Duitsland zoveel prachtige spoorlijnen zijn die nauwelijks
meer gebruikt worden. Ik heb het niet over hogesnelheidslijnen, maar over
gewone spoorlijnen. De spoorwegen maken zichzelf onbetaalbaar. Ik vind dat
een geweldig dilemma. Kunnen wij niet eens wat meer aandacht besteden aan
het vervoerseconomisch aspect? Hoe maken wij in de politiek keuzes en hoe
maken wij dingen goed vergelijkbaar? Nogmaals, openbaar vervoer mag van ons
meer aandacht hebben. Dat verdient het ook. Dat moet wel in een context waarin
het financieel aantrekkelijk wordt. Zeker in de Randstad moet je de eis kunnen
stellen dat het openbaar vervoer qua exploitatie zichzelf bedruipt. Bij de
NS gebeurt dat nu ook grotendeels.</al>
            <al>Voorzitter. Ik hoop dat de regering met duidelijke antwoorden komt. Niet
alleen de fractie van de VVD heeft een aantal kritische noten laten horen.
Dat hebben ook andere fracties gedaan. Wij vragen de bereidheid om via welke
procedure dan ook tot een plan te komen waarvan wij allemaal kunnen zeggen
dat het beter is dan wat er nu ligt. Daarmee zouden wij met visie en daadkracht
aan de gang moeten kunnen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat zijn woorden naar mijn hart. Ik ken de heer Hofstra als iemand die
de zaken graag even op scherp zet. Hij zegt eigenlijk dat hij vooralsnog niet
instemt met het product dat nu op tafel ligt. Er zal eerst een aantal concrete
verbeteringen in de Nota Mobiliteit moeten worden aangebracht, wil de fractie
van de VVD er haar steun aan verlenen. Is dat correct?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Niet alleen vanwege de inbreng van onze fractie, maar ook vanwege die
van andere fracties, zou het heel verstandig zijn. Ik vraag de minister van
VROM concreet wat er mis gaat als wij nog eens vijf maanden wachten met het
vaststellen van deze nota. Wij kunnen dan een afweging maken. Wij zouden dan
in de lijn van de suggestie van collega Dijksma op een aantal punten tot verbeteringen
en verduidelijkingen kunnen komen. Daar wordt de nota beter van. Dat lijkt
mij goed.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Omdat ik weet dat ministers bij dit soort verzoeken graag koppen tellen,
spreek ik graag de hartelijke steun van mijn fractie voor het verzoek van
de heer Hofstra uit. Zij weten dan ook weer waar zij aan toe zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Wat de procedure betreft, rijst bij mij wel de vraag aan de heer Hofstra
of het kabinet niet aan zet was en nu de Kamer aan zet is, om met amenderende
moties te komen. Op welke punten is de inzet van de VVD dan gericht? Vervolgens
is het aan het kabinet om die al dan niet over te nemen. Dat is de normale
procedure.</al>
            <al>Wil de heer Hofstra nu een heel andere procedure volgen? Dat begrijp ik
niet helemaal.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>De heer Van der Staaij heeft volledig gelijk. Maar als wij nu zien dat
de netwerkanalyses er niet zijn? Die hadden in de nota te vinden moeten zijn,
met een aantal andere dingen waarop niet alleen ik de nadruk heb gelegd. Eigenlijk
zeggen wij daarmee dat het rapport niet zo ver is als het had moeten zijn.
Dat brengt mij ertoe om deze procedure voor te stellen, die wat afwijkt van
de normale procedure.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind de inbreng van collega Hofstra buitengewoon helder, maar op dit
laatste punt begint hij toch een beetje als Dorknoper te klinken. Zelf zegt
hij dat wij van extra procedures en plannen af moeten. Waarom stelt hij dan
toch voor om extra tijd te nemen? Waarom kunnen wij dit pakket aan maatregelen,
dat een zeker ambitieniveau heeft, zeker als het gaat om de aanpak en verbreding
van wegen, niet vaststellen? Over de netwerkanalyses heb ik in mijn bijdrage
al gezegd dat wij in de toekomst nog wel punten op de i zullen moeten zetten.
Dat kunnen wij als uitwerking zien, zodat wij nu aan de slag kunnen. Is het
verstandig voor een vertraging te kiezen? De heer Hofstra heeft zelf ook gezegd
dat de bereikbaarheidsvraagstukken zo dringend zijn. Voor de aanpak daarvan
is een nota als basis nodig.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>In het land zijn allerlei projecten gewoon in uitvoering. Weliswaar gaat
het minder snel dan ik zou willen met Midden-Delfland en A6-A9, maar dat ligt
niet aan het nog niet vastgesteld zijn van de nota. Daarom heb ik de vraag
gesteld wat er mis gaat als wij de door mij voorgestelde procedure zouden
kiezen. De minister van Verkeer en Waterstaat kan daar ook een antwoord op
geven. Of het nu linksom is of rechtsom, er moet een aantal aanscherpingen
komen. Als dat moet gebeuren volgens de lijn die de heer Van der Staaij terecht
aangeeft, is het toch noodzakelijk dat een paar dingen worden uitgewerkt en
opnieuw aan de Kamer worden voorgelegd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>U zegt in feite dat de nota nu niet rijp is voor amendering. Er zijn nog
netwerkanalyses etc. nodig. Pas na een nieuwe ronde kunt u eventueel met amendementen
komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik weet niet hoe het met u is, maar ik heb anderhalve medewerker. Beide
ministers hebben er zo'n 20.000. Men kan niet van mij verwachten dat ik zelf
het verhaal afmaak. Ik wil wel amenderen, maar wat moet ik op dit moment dan
amenderen? Ik hoor graag een helder antwoord van de regering hoe het nu precies
zit met de planning. Wij zijn sinds het niet aanvaarden van de vorige nota
al twee jaar verder. Het lijkt mij stug als het nu op een paar maanden zou
vastzitten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. De problemen in het verkeer hebben een grote urgentie, waarvoor
ambitie, visie en leiderschap van het kabinet worden gevraagd. Ik zet de vier
cruciale problemen die de fractie van GroenLinks ziet nog even helder op een
rij.</al>
            <al>Ten eerste worden door het verkeer heel grote milieuproblemen veroorzaakt.
Als wij vooruitkijken tot 2020 zien wij nu pas het begin van de ernst van
de extra problemen rond de luchtkwaliteit waarmee wij te maken krijgen. Voor
het eerst kunnen projecten niet meer worden verwezenlijkt, doordat wij tegen
milieunormen aanlopen. Ik verwacht dat de problemen rond het broeikaseffect,
de klimaatverandering en het verkeer vele malen ernstiger zullen zijn in 2020
dan nu. De minister voorspelt een groei van de uitstoot door het verkeer met
30% tot 40%. Nationaal zouden wij tegen 2020 tot een reductie
van de CO<inf>2</inf>-uitstoot met een vergelijkbaar percentage moeten komen.</al>
            <al>Het tweede grote probleem, te onderscheiden van het milieuprobleem, is
dat van de leefbaarheid. Waar is het in Nederland nog stil en hoor je geen
auto? Bijna nergens meer. Waar gaat het laatste groen in de Randstad heen,
gelet op de discussie over de A6-A9? Een paar maanden geleden kregen wij een
rapport dat steeds minder kinderen op straat spelen, omdat zij zich onveilig
voelen doordat er zoveel auto's zijn. Er zijn grote leefbaar­heidsproblemen
door het verkeer.</al>
            <al>Het derde punt is dat de groei van het openbaar vervoer stagneert of zelfs
terugvalt. Zie het rapport van afgelopen zaterdag.</al>
            <al>Het vierde probleem in het verkeer, waar de collega's al veel aan hebben
gerefereerd, is dat van de sterke groei van de files. Eigenlijk kun je zeggen
dat de files net zo hard groeien als het verkeer zelf. Geen enkel kabinet
heeft tot nu toe deze ijzeren wet weten te doorbreken.</al>
            <al>Wat doet het kabinet aan deze grote problemen? Ik kan niet anders zeggen
dan dat het kabinet niet veel meer doet dan pappen en nathouden. Het is stilstand.
Het kabinet negeert eenvoudigweg de milieuproblemen. Er is niet eens een perspectief
tot 2020 voor de oplossing ervan. Het kabinet zet alleen maar in op bronbeleid.
Alle deskundigen zullen het erover eens zijn dat je er met alleen schonere
motoren niet komt. </al>
            <al>Het kabinet miskent naar mijn idee de grote leefbaarheids­problemen
als het zo eenzijdig inzet op het faciliteren van de groei. Het kabinet marginaliseert
verder het openbaar vervoer, zeker buiten de Randstad. Ook binnen de Randstad
toont het kabinet op dit terrein geen enkele ambitie. Het openbaar vervoer
wordt stiefkinderlijk bedeeld.</al>
            <al>Beprijzen is hét middel om de files aan te pakken. Het ontbreekt
echter aan politieke moed om een besluit daarover te nemen. Mijn conclusie
kan niet anders zijn dan dat wij met minister Peijs opnieuw vier verloren
jaren hebben voor het effectief aanpakken van de problemen rondom verkeer
en vervoer als de nota werkelijkheid wordt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dit geluid van de heer Duyvendak is niet helemaal onbekend. Ik heb hem
al eerder gevraagd hoe hij met droge ogen kan beweren dat het allemaal niet
genoeg is, terwijl GroenLinks het vorig jaar bij de begrotingsbehandeling
het budget voor de uitvoering van de Nota Mobiliteit heeft gehalveerd, van
80 mld. naar 40 mld. Bereikbaarheid was niet zo nodig. Kennis en onderwijs
waren veel belangrijker. Zij zijn ook ontzettend belangrijk, maar als die
prioriteit wordt gekozen, moet GroenLinks nu niet komen aanzetten met gebrek
aan ambitie van de minister.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik kom later nog op de financiële onderbouwing. Wij hebben toen gezegd
dat er tot 2020 120 mld. op de begroting staat voor Verkeer en Vervoer. Daar
kon wat ons betreft 40 mld. af. Het mag bekend zijn dat GroenLinks er niet
meer voor kiest om te investeren in asfalt. Daar vinden wij een bezuiniging.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het gaat om politieke keuzes. Dan moet je ook eerlijk durven te zijn.
GroenLinks heeft de uitwerking een keer op tafel gelegd. Dan blijkt gewoon
dat wij er met zo'n korting niet komen. Er moet dan bezuinigd worden op beheer
en onderhoud van wegen, vaarwegen enz. Kortom, GroenLinks is niet eerlijk
bij het presenteren van het eigen alternatief.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Dat is niet correct. De heer Van Hijum moet de staatjes er maar eens bij
pakken. Meer dan de helft van het geld gaat nu naar asfalt en wegen. Als je
wel geld uittrekt voor onderhoud, maar niet voor nieuwe wegen, kun je een
bezuinigingspost van 40 mld. vinden.</al>
            <al>Ik sprak over vier verloren jaren, maar ik zie ook dat de minister het
politieke initiatief verliest. Zij heeft te weinig ambitie en politieke visie.
Ik hoef maar te verwijzen naar de sprekers voor mij, die op allerlei manieren
proberen weer perspectief en initiatief te brengen. Dat komt nu vanuit de
Kamer en niet van het kabinet.</al>
            <al>Het zal niet verbazen dat de fractie van GroenLinks zegt dat er lang genoeg
getreuzeld is met het invoeren van het beprijzen van het wegverkeer. Het kabinet
kiest opnieuw voor uitstel, met geen andere dan gelegenheids­argumenten.
Mijn fractie zegt: stel een doel, bepaal een traject hoe je tot de beprijzing
wilt komen, prikkel de markt en druk daarmee de prijzen. Zonder beprijzing
kunnen de doelen van de Nota Mobiliteit niet worden gehaald. De fractie van
GroenLinks vindt langer uitstel onverantwoord.</al>
            <al>Ik pleit nadrukkelijk voor een stap-voor-stap-aanpak om tot de invoering
van een kilometerheffing in 2010 te komen. Wij hebben daarvoor een stappenplan
gemaakt. Mij ontbreekt helaas de tijd dat plan voor te lezen. Ik verzoek de
voorzitter om dat plan aan de ministers en de collega's te laten ronddelen.
Groen Links pleit voor beprijzen om te reguleren en niet om te asfalteren.
Het zij nog maar een keer gezegd. Wij pleiten voor een pragmatische aanpak
waarmee de techniek zich kan bewijzen en het effect langzaam zichtbaar wordt.
Het is nadrukkelijk niet ons doel om in één keer in te zetten
op landelijke invoering. Dat zou zelfs heel stom zijn. Evenmin is het verstandig
om direct in te zetten op de introductie van het technisch meest complexe
systeem. Stap voor stap zul je tot betalen moeten komen, waarbij je het zodanig
moet organiseren dat de investering in de ene stap rendabel is in volgende
stappen.</al>
            <al>Wij zeggen dat de eerste stap moet zijn, dat een lokale start mogelijk
wordt gemaakt met beprijzen in steden of regio's en dat dit wettelijk moet
worden geregeld. Het is bekend dat er een wetsvoorstel van mijn hand ligt
om dit daadwerkelijk mogelijk te maken. Uit vele regio's klinkt de roep om
deze mogelijkheid te bieden. Onze tweede stap zou zijn dat een proefregio
of proefstad wordt gekozen. Kijkend naar de brieven, zou het ons niet verbazen
wanneer er gemeenten of regio's zijn die bereid zijn om als eerste te kijken
wat er op dit terrein kan. Amsterdam ligt als pilot voor de hand. Wij zeggen
ook dat een bestaande techniek moet worden gehanteerd en dat niet moet worden
geëxperimenteerd met nieuwe technieken. Een derde stap, bijvoorbeeld
weer een jaar later als het succes zichtbaar wordt, zou uitbreiding naar meer
knelpunten en meer regio's kunnen zijn. De vierde stap zou sectorale uitbreiding
over het hele land kunnen zijn met de invoering van een heffing op vrachtverkeer.
De techniek kan daarmee verder vervolmaakt worden. De vijfde stap zou de landelijke
invoering van een kilometerheffing voor personenauto's kunnen zijn. Naar onze
overtuiging zouden wij hier toch echt over een jaar of vijf moeten kunnen
zijn aangeland. Er zou zoals bekend sprake moeten zijn van een gedifferentieerde
heffing. Als je in schone auto's rijdt, op relatief geschikte tijdstippen
en niet te veel, ga je er fors op vooruit. De veelrijders in vuile auto's
gaan meer betalen. Een dergelijk stappenplan zou op een effectieve, rustige,
pragmatische manier kunnen leiden tot de invoering van een kilometerheffing
en de vele barrières die er inderdaad zijn, stap voor stap kunnen slechten.
In één keer is de hobbel te groot. Ik verneem graag een reactie
van het kabinet hierop.</al>
            <al>Als de 1% groei van het openbaar vervoer al in de nota is opgenomen,
is deze volstrekt ambitieloos. De GroenLinks-fractie is van mening dat de
modal shift weer uit de kast moet worden gehaald. Wij moeten mensen uit de
auto in het openbaar vervoer of de goederen van de weg op het water krijgen.
Laten wij wel zijn, de modal shift is nooit serieus geprobeerd. Wie dat zegt,
bevindt zich teveel aan de borreltafel. De Consumentenbond heeft berekend
dat sinds begin jaren '90 de tarieven van de trein meer zijn gestegen dan
de gebruikskosten van de auto. Nu de benzineprijzen stijgen, zien wij dat
het modal-shiftbeleid waarschijnlijk best kan werken. De NS meldt dat de reizigers
bij bakken binnenkomen en wij constateren daadwerkelijk minder benzineverkoop.
Dus kan een serieuze start met de modal shift worden gemaakt.</al>
            <al>Daarbij zou de ambitie van GroenLinks een verdubbeling van het openbaar
vervoer naar de steden in 2020 zijn, een groei van 50% in de middelgrote
steden en een groei van 25% in het landelijk gebied, waar de auto immers
altijd het belangrijkste vervoermiddel zal blijven. Dat betekent een verhoging
van de BDU en een forse verschuiving van asfaltinvesteringen naar investeringen
in het openbaar vervoer. Om het concreet te maken: wij zijn voorstander van
een 6x6x6-systeem in de Randstad. Zes stoptreinen en zes intercity's per uur
tussen zes plaatsen. Dat zijn om te beginnen de vier traditionele plaatsen:
Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Wij zouden daaraan Schiphol en
Almere willen toevoegen. Dat zijn de twee andere cruciale plaatsen in de Randstad
die via een 6x6-verbinding aan elkaar zouden moeten worden gekoppeld. Voor
zover wij ons erop hebben kunnen oriënteren, kost dit ongeveer 1 mld.
Daarvan is 300 mln. bestemd voor volledige spoorverdubbeling op het traject
Utrecht-Rotterdam/Den Haag. Het oplossen van de knelpunten bij Delft kost,
naast de ondertunneling, circa 500 mln. Kleinere ingrepen komen samen op 200
mln. Wij gaan er hierbij vanuit dat de broodnodige investeringen voor de lijn
in de richting van Almere uit het ZZL-project worden gefinancierd. Een vergelijkbaar
concept met groeiambities is nodig in Brabant. Collega's hebben daar gelukkig
ook al voor gepleit. Daarnaast bepleiten wij lightrail en een forse versterking
van het stads- en streekvervoer. Ook hierop hoor ik graag een reactie van
de minister.</al>
            <al>Vervolgens wil ik spreken over twee concrete wegprojecten. Het eerste
is de A6/A9. Mijn fractie spreekt liever van de A6/A-nee. Mijn fractie zou
graag zien dat de verkenning van dit traject liefst vandaag al uit de nota
wordt geschrapt, maar wij zouden er geen moeite mee hebben als dit pas over
vijf maanden gebeurt. Voor mijn fractie rust er een taboe op zelfs maar het
verkennen van de mogelijkheid dat wij dit prachtige gebied in de Randstad
ook nog weer eens met wegverkeer zouden gaan belasten. Mijn tweede opmerking
over de A6/A-nee is, dat de studie erover helemaal onjuist is opgezet omdat
hij niet is gekoppeld aan volwaardige openbaar-vervoervarianten. De Zuiderzeediscussie,
die gek genoeg Amsterdam-Schiphol-Almere als zwaartepunt heeft, is helemaal
losgekoppeld van deze tracéstudie. Daardoor krijg je alleen maar weg/weg-opties
en de beprijzingen daarvan tegen elkaar afgezet. Volwaardige openbaar-vervoeropties
worden niet afgewogen. Dat zou anders moeten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik kom nog even terug op de openbaar-vervoerambitie van de heer Duyvendak,
die mij op een aantal punten best aanspreekt. Ik begrijp echter niet hoe hij
denkt zijn plan te kunnen financieren. De PvdA-fractie zegt dan tenminste
nog dat men misschien wat gaat herverdelen, maar de heer Duyvendak heeft helemaal
niets om te herverdelen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Wij halen van de € 120 mld inderdaad fors wat af wat naar nieuw
asfalt zou gaan. Van de resterende 80 mld. blijft naar onze overtuiging na
de kosten van het onderhoud van de rijkswegen en vaarwegen voldoende geld
over om het volwaardige openbaar vervoer te realiseren. De heer Van Hijum
behoeft zich daarover geen zorgen te maken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil de heer Duyvendak een vraag stellen over de verbreding van de studie
naar de A6/A9 met openbaar-vervoeralternatieven. Mijn vraag luidt, of er voor
GroenLinks een taboe op dit traject rust, of dat er hoe dan ook een taboe
rust of nieuwe weginfrastructuur waar dan ook?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben van mening dat op bepaalde trajecten een taboe zou mogen rusten.
Er is ook wel eens sprake van de A3, een snelweg dwars door het Groen Hart.
In de jaren zestig is deze gelukkig snel van de kaart verdwenen. Je zou kunnen
zeggen dat wij ook deze maar weer eens zouden moeten onderzoeken, omdat wij
nu eenmaal alles onderzoeken. Daarop zou dus een taboe moeten rusten! Bepaalde
dingen onderzoek je niet, omdat je bij voorbaat weet dat je ze niet gaat doen.
Je wilt de waarden die in dit gebied zo groot zijn, niet opofferen aan het
autoverkeer.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Als je op voorhand weet dat jet het niet wilt, kun je het gerust onderzoeken.
Er rust voor de heer Duyvendak dus geen taboe op weginfrastructuur?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Wat mijn fractie betreft zou je daarnaar inderdaad überhaupt veel
minder studies moeten doen. Van bepaalde dingen denk ik dat het maar moet
worden onderzocht, dan kunnen wij het daarna wel afwikkelen. Ik vind dat een
taboe zou moeten rusten op de A6/A9. Dat geldt ook voor andere doorsnijdingen.
Ik kan ook een ander voorbeeld noemen: de A4. Dat geldt zowel voor de A4 Midden-Delfland
als de A4 die nu weer opduikt door de Hoeksche Waard. Mijn fractie is van
mening dat je dat niet moet doen. Wat ons betreft moet je onmiddellijk stoppen
met alle onderzoek daarnaar. Ook hierop zou een taboe moeten rusten. Bovendien
blijkt uit onderzoek dat de A4 Midden-Delfland alleen maar tot meer verkeer
op de A13 lijdt. Daaruit blijkt dus dat nieuwe infrastructuur niet altijd
effectief is. Los van de effectiviteitsvraag, ligt op bepaalde doorsnijdingen
voor de GroenLinks-fractie een taboe. Graag een reactie hierop van de minister.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Wat sneu voor onze collega Adri Duivesteijn dat de A3 er nooit is gekomen.
Maar dat terzijde. Ik heb zo-even voorgerekend dat er tien extra stroken moeten
komen van Muiderberg naar Diemen. Als ik de groei weglaat, zouden het erbij
het huidige verkeer zeven moeten zijn. Wat vindt hij er concreet van, wanneer
wij met een weg door het IJmeer zouden gaan?</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik wijs u erop dat de heer Duivesteijn aan dit debat niet meedoet. Ik
geef het woord aan de heer Duyvendak.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Het is niet zonder reden dat ik Almere nadrukkelijk wil koppelen aan wat
in het jargon het Rondje Randstad is gaan heten. Almere maakt in zijn hele
functioneren deel uit van de Randstad. De doelstelling 6x6 moet daarom ook
tot Almere worden uitgestrekt. Dat betekent een heel forse ambitie ten aanzien
van de ontsluiting van Almere met het openbaar vervoer. Daarnaast moeten wij
reëel zijn en vaststellen dat Almere niet tot in het oneindige kan groeien.
Dat heeft consequenties voor de woningbouw aan de andere kant in de Randstad.
Je zult ook moet erkennen dat Schiphol niet tot in het oneindige kan groeien
omdat wij niet alle werkgelegenheid in dat deel van de Randstad kunnen concentreren
en de mensen die in Almere moeten wonen altijd maar laten pendelen. Het impliceert
dus ook een beperking van de mogelijkheden voor de groei op Schiphol om woningbouw
ook aan die kant in de Randstad mogelijk te maken. Dat zal de heer Hofstra
als muziek in de oren klinken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik begrijp dat de heer Duyvendak het moeilijk krijgt omdat hij zich in
allerlei bochten moet wringen om van welke infrastructuur dan ook af te zien.
Ik hoor hem ook zeggen dat zijn fractie afstand neemt van het ruimtelijk programma
in Almere, en blijkbaar ook dat bij Schiphol. Waar moeten de kiezers van GroenLinks
dan wonen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik breng mijn bijdrage bij de bespreking van de Nota Ruimte in herinnering,
waarin ik ervoor pleitte om te komen tot een bollenstad tussen Haarlem en
Leiden. Daar zouden de bollenboeren moeten verdwijnen en heel veel woningbouw
worden gepleegd. Als je dat niet doet, voorzien wij enorme ontsluitingsproblemen
aan de kant van Almere. Het is niet makkelijk. Onze GroenLinks-collega's in
Zuid-Holland zijn er helemaal niet enthousiast over. Wij lopen dus ook niet
weg voor moeilijke keuzes. Voor ons is het duidelijk dat als wij willen voorkomen
dat de oostelijke kant van de Randstad op slot komt te staan, je aan de westelijke
kant meer woningen moet bouwen. Helaas heeft dit plan het niet gehaald.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil het even hebben over de IJmeerverbinding. Daar zijn ook heel veel
mensen tegen omdat het landschappelijk negatief zou kunnen uitpakken. Is de
heer Duyvendak wel voorstander van een IJmeerverbinding boven het water, in
plaats van een tunnel?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Dat is nu net iets waarvan ik zeg dat als je deze verbinding met het openbaar
vervoer zou willen maken, er geen taboe op zou rusten om dit te onderzoeken.
Ik meen echter dat je voor het 6x6-systeem de bestaande route kunt gebruiken
en dat er geen reden is om die omweg te nemen. Dan kun je het dus beter niet
doen. Maar laten wij dit eens bekijken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb er nog een vervolgvraagje over. De heer Duyvendak zegt dat hij
het een goede zaak vindt om dit te onderzoeken. Dan verzet hij zich dus ook
niet tegen het onderzoeken van een bovengrondse verbinding naar Almere?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ja, laten wij dat maar onderzoeken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De heer Duyvendak sluit een IJmeerverbinding, tunnel of brug, niet uit.
Maar de door hem zo gekoesterde vogel- en Habitatrichtlijn gooit daarvoor
al roet in het eten. De driehoeksmossel is daar ontdekt! Mijn vriend is het
niet! Maar volgens mij wel die van GroenLinks. Hoe gaat hij dit oplossen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb gezegd dat je een openbaarvervoersverbinding met een brug over
het IJmeer zou kunnen onderzoeken. Ik heb nadrukkelijk gezegd dat dit uitsluitend
een openbaarvervoersverbinding mag zijn. Als blijkt dat deze de natuurwaarden
in het gedrang brengt, weet de heer Hermans welke keuze mijn fractie zal maken.
Zo dit al het geval is, hoeft de heer Hermans zich daarover geen zorgen te
maken.</al>
            <al>Ik ga door met mijn betoog. Ik heb het zojuist in een interruptie gedaan,
maar wil graag nog even nadrukkelijk markeren dat mijn fractie ervoor pleit
om de A4, zowel in Midden-Delfland als de Hoeksche Waard, als reservering
uit de Nota Mobiliteit te schrappen.</al>
            <al>Ook de collega's hebben al gezegd dat elke discussie over de verdeling
van de financiën prematuur is zolang wij de netwerkanalyses niet kennen.
Er is dus heel veel voor te zeggen om de afronding van de discussie over de
Nota Mobiliteit uit te stellen totdat wij deze wel kennen. Dan kunnen wij
zowel over de ambities in het openbaar vervoer als de financiële middelen
daarbij besluiten. Nu rijst het beeld op van een auto- en asfalt­plan,
zeker als wij kijken naar de keuzen die minister Peijs heeft gemaakt op de
terreinen waarvoor zij expliciet verantwoordelijk is. In de periode 2011-2020
gaat er 18,5 mld. naar nieuwe wegen en nul komma nada naar het openbaar vervoer.
Ik heb dat net ook al in een interruptie gezegd. Het meeste van dat geld wordt
uitgegeven tussen 2015 en 2020. Het is dus wel een extreme vorm van over je
graf heen regeren. Als je het omrekent gaat er dan per dag 10 mln. op aan
nieuw asfalt. Dat komt neer op € 45 per maand per huishouden die
aan asfalt worden uitgegeven.</al>
            <al>Mijn fractie vraagt aan de minister hoeveel projecten, met toepassing
van haar eigen criteria, overbodig worden als je, ook in het MIT, structureel
rekening houdt met de kilometerheffing. De GroenLinks-fractie pleit ervoor
om de zaken om te draaien: niet alle geld naar het openbaar vervoer, maar
geld naar de wegen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik veronderstel...</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Neen, laat maar. Hij zegt het heel goed.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik denk dat de heer Duyvendak bedoelt "niet alle geld naar de wegen,
maar naar het openbaar vervoer". Hij zei het echter precies andersom.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Dank u wel.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Die coalitie wordt nog wel wat.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik verzoek de heer Duyvendak zijn betoog af te ronden.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Wij wachten al tweeëneenhalf jaar met smart op een nota van het kabinet
over de regionale luchthavens die maar niet afkomt. In de Nota Mobiliteit
lezen wij nu plotseling, dat de regionale luchthavens alle ruimte krijgen
voor groei. Dat verontrust mijn fractie zeer. Het spreiden van de hinder en
luchtverontreiniging bij de luchtvaart is enorm wanneer deze niet wordt geconcentreerd.
Ik verneem graag een toelichting van de minister op deze plannen.</al>
            <al>Tot slot wil ik aandacht vragen voor het wandelen en het lopen. Onze benen
zijn een van de belangrijkste vervoermiddelen waarover de mens beschikt. Wandelen
en lopen komt in de nota in het geheel niet voor. In de PKB-tekst staat wel
dat fietsen moet worden gestimuleerd en dat ook andere overheden worden aangespoord
om dat te doen. Het lopen wordt echter niet genoemd. Ik vraag de minister
waarom dit het geval is. Ik vraag haar tevens of zij bereid is om over het
wandelen een vergelijkbare passage als over het fietsen op te nemen. Bij de
aanleg van nieuwe infrastructuur speelt het probleem dat veel de fietspaden
worden doorsneden en daardoor letterlijk van de kaart verdwijnen. De nota
stelt dat nieuwe barrièrevorming zo veel mogelijk moet worden voorkomen.
Dat is een uiterst zwakke formulering. Ik heb de minister gevraagd hoe zij
dit bedoelt. Zij heeft daarop geantwoord dat het maar per plek moet worden
bekeken en dat de Fietsersbond maar aan de bel moet trekken als het mis gaat.
Daar komt het ongeveer op neer. Dat is geen goede manier om invulling te geven
aan de verantwoordelijkheid van het rijk. Ik zou graag een veel preciezere
formulering van de minister horen. Wanneer is een barrière eventueel
aanvaardbaar? Maar vooral: wanneer wordt hij niet aanvaard?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. "Het genot van de verplaatsing". Dat heb ik als
leidraad genomen voor mijn inbreng in de tien minuten die mij zijn toebedeeld.
Het is een zin uit Op weg naar het einde van Gerard Reve. Ik heb geprobeerd
om het begrip "Het genot van de verplaatsing", het gaat niet om
de bestemming maar om de weg er naartoe, naar deze nota te vertalen. Ik ben
er op een gegeven moment maar mee opgehouden, want het levert niet zo heel
veel op. Op vakantie is het misschien leuk op voortdurend onderweg te zijn,
maar de meeste Nederlanders gaat het er toch werkelijk om om uiteindelijk
op de bestemming aan te komen en niet zozeer om de weg daar naartoe. De vraag
die wij ons moesten stellen, is of deze nota wat oplevert. Worden er noodzakelijke
en desnoods harde en visionaire keuzen gemaakt? Op zichzelf is het heel goed
dat er een link is gelegd tussen de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. Volgens
de D66-fractie ontbreekt het in beide nota's aan een echte visie op de uitbreiding
en verbetering van woningen en mobiliteit. Daarbij gaat het niet alleen om
de aanleg van wegen of spoorlijnen, maar ook om de inrichting van de stadstaat
Nederland.</al>
            <al>Laten wij het hier nu even niet hebben over het milieu of over de luchtkwaliteit,
want dat doen wij in allerlei andere debatten. Dat is zeer belangrijk en ten
nauwste verbonden aan mobiliteit. Laten wij het hier echt hebben over de ruimtelijke
inrichting. Want ook al worden de auto's steeds schoner, hoe meer auto's er
zijn, hoe groter het probleem zal worden. In het Kamerdebat bij de algemene
politieke beschouwingen heeft VVD-leider Van Aartsen het al gehad over New
York als voorbeeld. Tjonge, wat hebben zij het in die stadstaat mooi voor
elkaar wat het openbaar vervoer betreft. Maar het is daar natuurlijk ook niet
zomaar ontstaan. Er zijn harde keuzen voor gemaakt. Nederland is een stadstaat,
een deltametropool, maar wij gaan er soms mee om alsof het een smurfendorp
is. Ik heb dat al wel eens eerder gezegd. Het blijkt dat als je heel strak
vasthoudt aan een radicaal stratenpatroon, zodat mensen haltes zien, er een
hogere dichtheid rond haltes ontstaat en er in theorie zelfs 60% extra
reizigers mogelijk zijn. Dat wordt ook veroorzaakt door geconcentreerd bouwen
en door meer hoogbouw, waardoor het openbaar vervoer een doelmatiger en aantrekkelijker
alternatief wordt. Maar wat zeggen wij dan tegen al die mensen die een huis
met een tuin en een parkeerplek willen hebben? Deze zomer bleek uit een onderzoek
van het Bouwfonds en MAB dat driekwart van de starters op de huizenmarkt een
woning met een tuin zoekt. De discussie hoe wij de stadstaat Nederland gaan
invullen, wordt in deze nota eigenlijk niet voldoende gevoerd, en rond deze
nota al helemaal niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De heer Van der Ham spuit heel wat kritiek op beide nota's. Hij neemt
het woord "onvol­doende" in de mond. Maar ik meen toch dat de
D66-fractie heeft ingestemd met de Nota Ruimte. Hoe kan dat dan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Zeker. Wij kunnen niet alles op papier regelen. Wij hebben destijds ongeveer
dezelfde kritiek geuit op de Nota Ruimte. De heer Hermans was daar, als ik
mij goed herinner, toen niet bij. Wij hebben er wel voor gezorgd dat er wat
meer sturing in is gekomen, bijvoorbeeld doordat de provincies wat meer te
zeggen kregen. Nog even los van wat er op papier kan worden gezet, moet de
discussie over hoe wij in Nederland omgaan met cityvorming ook dagelijks worden
gevoerd in provincies en gemeenten.</al>
            <al>Voorzitter. Er is vooral in de Verenigde Staten heel veel onderzoek naar
gedaan hoe je openbaar vervoer kunt organiseren. Daaruit is gebleken dat er
enorme economische en maatschappelijke voordelen behaald kunnen worden wanneer
je harde keuzen durft te maken, voor natuur en milieu, maar ook voor de leefbaarheid
van steden en de aantrekkelijkheid van het investeringsklimaat. Ik krijg graag
een uitgebreide reactie op deze discussie, vooral van minister Dekker. Juist
deze discussie zullen wij de komende jaren intensief met elkaar moeten gaan
voeren. Ik verwijs ook naar de discussie die is aangezwengeld door de Holland-Acht.
Dat is een club van burgemeesters en Commissarissen van de Koningin die stellen
dat het een bestuurlijke chaos in de Randstad is. Zelf komen zij overigens
niet met oplossingen. Het is ongelooflijk belangrijk om de problemen bij hun
nekvel te grijpen en op te lossen.</al>
            <al>Het volgende thema dat ik wil aansnijden is dat van het mobiliteitsmanagement.
Middels een motie-Van der Ham/Dijksma hebben wij de regering vorig jaar gevraagd
om het mobiliteitsmanagement nader uit te werken. In een recent door de minister
aan de Kamer toegezonden brief lijkt het vooral te gaan over de aanbodkant:
het aanbod van infrastructuur en het aanbod van vervoersdiensten. Maar het
gaat wat ons betreft ook om de vraagkant. Hoe kunnen wij forensen verleiden
om het openbaar vervoer te nemen? Hoe kunnen wij hen beter gebruik laten maken
van de auto? Natuurlijk is D66 heel blij met de toezeggingen dat er samen
met de decentrale overheden over wordt gediscussieerd en dat er opleidings­trajecten
worden aangeboden. Maar brochures alleen zijn niet genoeg. Er is ook een stok
achter de deur nodig. Er worden miljarden uitgegeven ten gunste van bedrijven
en gemeenten, maar daar moet ook iets tegenover staan. Welke mogelijkheden
ziet het kabinet ten aanzien van verplichtingen aan gemeenten en bedrijven
tot het beter omgaan met mobiliteit? Is het voor de minister een optie om
dit element mee te nemen bij de evaluatie van de BDU in 2007? Het zou een
verplich­ting moeten worden voor gemeenten om daadwer­kelijk meer
te doen aan het mobiliteitsmanage­ment. In Italië zijn hiermee al
ervaringen opgedaan.</al>
            <al>Voor het bedrijventerrein in Amsterdam Zuidoost werd met de Belastingdienst
een tijdelijke fiscale regeling getroffen om een beetje uit de problemen te
raken. Aan de werknemers werd onbelast een Zuidoost-openbaar­vervoerpas
gegeven. Dergelijke voorbeelden van fiscale "trucs" om mensen te
verleiden gebruik te maken van het openbaar vervoer werken erg goed. Ook door
anderen is gesproken over de werktijden. Kan ook in de SER aan de orde worden
gesteld dat de discussie over werktijden wordt gevoerd in relatie met mobiliteitsvraag­stukken
en het openbaar vervoer? Dat lijkt mij een veel beter idee dan de uitbreiding
van wegen. In de krant las ik ergens dat CDA en PvdA vonden dat wij projecten
op dat terrein maar even moesten uitstellen, maar ik heb hen daarover niet
meer gehoord.</al>
            <al>Hoe is de stand van zaken ten aanzien van de reconstructie van bedrijventerreinen
in de Randstad? Vorig jaar hebben wij vastgesteld dat veel bedrijfsterreinen
leegstaan. Alle infrastructuur die daarvoor wordt aangelegd is zondegeld.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De heer Van Hijum wil nog iets zeggen over wat u in de krant hebt gelezen.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Die uitspraken betroffen de piek in de onderhoudswerkzaamheden in 2006
en 2007. Dat komt volgende week aan de orde bij de bespreking van de begroting
van Verkeer en Waterstaat.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Dan hoor ik u daar graag over.</al>
            <al>D66 is blij met de investeringen in het achterstallig onderhoud om de
capaciteit op het bestaande spoor uit te breiden. De ambitie voor het openbaar
vervoer is echter te schraal. Vooral in de gebieden waar veel mensen wonen
en waar de potentie enorm is, moet meer gebeuren. Ik kan het kort houden.
Samen met collega Van Hijum van het CDA heb ik al gepleit voor 100 mln. extra
volgend jaar. Bij de bespreking van de begroting zullen wij daar uitgebreid
op terugkomen. Dit geld is bestemd voor Brabantstad, de Stedenbaan, Randstadrail,
Randstadspoor en het doorkijkje naar wat wij na 2012 aan het spoor moeten
doen. Er is ongelooflijk veel potentie. Wij vinden dat deze door de minister
moet worden benut. Wat mij betreft moet het onderzoek zo snel mogelijk plaatsvinden,
samen met de partners. Zo snel mogelijk moeten de gegevens op tafel komen
hoeveel geld er precies nodig is, 100 mln. extra per jaar of misschien wel
meer. D66 is bereid om dat geld te gaan vinden, desnoods in het FES. Bij de
VVD is ook de Randstad Rapid langsgekomen. Ik ben er evenmin een groot voorstander
van. Mijn jongenshart gaat natuurlijk ook sneller slaan als ik zo'n verbinding
zie, maar ik meen toch dat wij het niet moeten doen. De verbinding Almere-Leiden
vind ik wel interessant. Daar zouden wij misschien nog wel eens kunnen kijken,
al vraag ik mij af of dit een magneetzweefbaan moet worden.</al>
            <al>De Nota Mobiliteit gaat over een langere periode. Wij gaan hier dus niet
tot in detail elk project bekijken. Ik vind de lightrailverbindingen echter
toch wel erg belangrijk. Ook anderen hebben erover gesproken. Ik vind het
erg belangrijk dat de mensen, maar ook de besturen, de zekerheid krijgen dat
hier achter wordt gestaan. Ik pleit dus voor de Zuidtangent, regiorail KAN,
de Rijn-Gouwelijn en de lightrail Zuid-Limburg. Dat zijn overigens allemaal
plaatsen waar ik zelf niet woon.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik woon er ook niet, maar de lightrailprojecten die de heer Van der Ham
noemt zijn prima voorbeelden. Is hij ook bereid om tegen de minister te zeggen
dat de regionale overheden de kosten ervan niet alleen kunnen dragen? Dat
is natuurlijk het probleem.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Voor een deel is dat inderdaad het probleem. Waar dit soort verbindingen
niet tot stand kunnen komen omdat men er te weinig geld voor heeft, ben ik
van mening dat de minister een helpende hand dient uit te steken omdat wij
er ongelooflijk veel extra automobiliteit mee kunnen voorkomen. Ik meen daarom
dat een extra inspanning door het rijk moet worden geleverd. De Zuiderzeelijn,
vooral de magneetzweefbaanvariant, wordt min of meer nog steeds genoemd. Wij
zijn zoals bekend geen voorstander van de magneetzweefbaan naar Groningen.
Wat ons betreft kan deze dus wel uit de nota worden geschrapt.</al>
            <al>Over de A6/A9 zijn heftige discussies losgebarsten. Ook wij stellen grote
vraagtekens bij de noodzakelijkheid van de aanleg van deze weg, althans zoals
hij nu is gepland. Wij vinden het ook erg gek dat allerlei openbaarvervoervarianten
niet zijn meegenomen in het traject. Wij wensen dat dit alsnog gebeurt. Overigens
hebben wij zeer veel sympathie voor de IJmeerverbinding via een brug. Dat
moet natuurlijk een heel mooie brug zijn zodat de driehoeksmossel een prachtig
uitzicht heeft. Hij mag zich dan ook tot de vrienden van D66 rekenen. Wij
zijn voorstander van de aanleg van lightrailverbindingen die worden gekoppeld
aan de noord-zuidlijn. Ook dat idee is uit de regio afkomstig. Wij moeten
minder verkokerd kijken naar alleen maar een stad, maar de Randstad meer en
meer beschouwen als een grote agglomeratie, de deltametropool.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind het, net als van de heer Duyvendak, zo lastig dat de heer Van
der Ham aangeeft dat de A6/A9 niet hoeft en direct het alternatief omarmt.
Ik stel voor om de netwerkanalyse te verbreden tot alle modaliteiten, rekening
houdend met het ruimtelijk programma dat is opgesteld. De resultaten van het
onderzoek kunnen door ons worden besproken, waarna de Kamer haar conclusies
kan trekken. Dat is toch de enige verstandige aanpak?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik kies niet nu al voor een variant. Ik heb gezegd dat ik er heel veel
sympathie voor heb. Die kleine reserve houd ik wel. Ik vind dat je het eerst
moet onderzoeken. Je moet niet iets op basis van nattevingerwerk moeten willen
doen. Ik ben niet tegen het onderzoeken van wat dan ook. Ik heb het net nog
even bij mijn SGP-collega gecheckt: "Onderzoekt alles en behoudt het
goede",staat er ergens in een mooi boek.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>"Beproeft alles".</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>"Beproeft". Dan heb ik het toch niet helemaal goed geciteerd.
Dan zouden wij hem eerst moeten gaan aanleggen. Zo ver zijn wij nou ook weer
niet. Ik vind dat naar alles onderzoek moet kunnen worden gedaan, maar ik
zeg er ook bij dat de natuurwaarde van het Naardermeer voor ons wel erg belangrijk
is. Ik ben ook echt van mening dat de andere verbindingen beter moeten worden
onderzocht. Dat zij ten aanzien van mobiliteit misschien wat minder uit de
bus zouden komen, is voor mij nog geen reden om dan maar direct voor de A6/A9
door het Naardermeer te kiezen. Er is sprake van een afweging. Ik heb al aangegeven
wat niet mijn voorkeur heeft. Sterker nog, ik heb er maar heel weinig sympathie
voor.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Als de heer Van der Ham vindt dat alles onderzocht of beproefd moet worden,
waarom schiet hij dan wel nu de Zuiderzeelijn er nu al uit, terwijl wij daarover
met elkaar een traject hebben afgesproken voor het opstellen van een structuurvisie
om in april volgend jaar een keuze te kunnen maken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Laten wij zeggen dat ik daar nog iets sterker over denk. Maar ik heb niet
gezegd dat hij niet meer mag worden onderzocht. Het gaat mij echter te ver
om hem nu al zo pontificaal in de nota op te nemen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben niet de enige die gehoord heeft dat de heer Van der Ham zei, dat
de Zuiderzeelijn uit de nota moest. Hij zei: "haal hem eruit. Het hoeft
voor ons niet". Dat is niet erg consistent van de heer Van der Ham.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De heer Van der Ham antwoordt en zal daarna zijn betoog afronden.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>De magneetzweefbaan heeft niet onze voorkeur. Het is niet de eerste keer
dat ik dat zeg. Ik wil nog een aantal opmerkingen maken.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Dat moet dan in één minuut.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Dat gaan wij doen in een minuut.</al>
            <al>De wegenbouw. Wij zijn groot voorstander van het oplossen van knelpunten.
Ook dat hebben wij diverse keren eerder verklaard. Wegverbredingen zijn een
noodzakelijk kwaad. Overigens maken wij ons wel zorgen over een aantal wegen,
zoals de A2 rond Eindhoven. Wij zijn geen voorstander van de A4 door de Hoeksche
Waard en wij hebben ons altijd tegenstander vertoond van de A4 Midden-Delfland.
Wat de A70 betreft, moet de Klagenfurter variant er komen en niet de milieuonvrien­delijke
plateauvariant die de GroenLinks-wethouder daar bepleit. Dat zal ik overigens
ook bij de volgende begrotings­behandeling naar voren brengen.</al>
            <al>Dan kom ik bij de kilometerheffing. Onze opvatting hierover is bekend:
de kilometerheffing moet er gewoon snel komen. Er wordt heel veel over gepraat.
De kletsmajo­ren marcheren rustig door en dat vinden wij een slechte zaak.
De kilometerheffing moet er zo snel mogelijk komen. De minister moet zich
niet langer verschuilen achter de kosten. Minister, zegt u dan gewoon wat
het mag kosten. Als u zegt dat u er twee miljard voor over hebt, kunnen wij
daar iets mee. Noemt u een bedrag en laat de markt vervolgens springen. Laat
ze hun best doen om onder dat bedrag te komen, zodat zij het kunnen vervolmaken.
Dat lijkt mij een heel erg creatieve en zeer efficiënte manier, waardoor
je ook de markt prikkelt.</al>
            <al>Tot slot hoor ik graag hoe het staat met het gebruik van asfalt voor energieopwekking.
Daar is in het verleden wel eens over gediscussieerd. Er wordt heel veel extra
asfalt aangelegd en er schijnen allemaal innovatieve manieren te zijn om daar
energie uit te halen. Misschien is het een aardige optie om tegelijkertijd
dat traject in te gaan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik zou de heer Van der Ham toch willen vragen wat hij vindt van de Hofstra-benadering
van de Nota Mobiliteit. Ik hoor hem enorm veel kritiek uiten. De heer Hofstra
zegt: laten wij even iets meer tijd nemen, ik heb maar 1,5 medewerker en kom
er niet met de amendementen alleen. Steunt de heer Van der Ham die benadering?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Ik geloof dat ook de Hofstra het kabinet vroeg in welke problemen wij
komen als wij dat doen. Ik heb altijd veel sympathie voor mijn collega Hofstra,
alleen al omdat het een coalitiepartner is. Dan moet je dat soort dingen hebben.
Maar in dit geval ben ik zeer benieuwd naar het antwoord. Ik verzet mij er
niet tegen als het zou kunnen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Het is altijd aardig om na de fracties van D66 en GroenLinks
het woord te voeren. De consequentie is dat mijn inleiding wat wordt veranderd.</al>
            <al>Laat ik beginnen met de vriend van de D66-fractie, namelijk de driehoeksmossel.
Ik voorspel u dat hij de IJmeervariant onmogelijk zal maken. De driehoeksmossel
zal de korenwolf van het IJmeer worden. Als wij de Vogel- en habitatrichtlijn
niet aanpassen bij de evaluatie, komt die variant er nooit.</al>
            <al>Dan richt ik nog enkele woorden aan de heer Duyvendak. Wij zijn net een
aantal jaren bezig, van allerlei taboes af te komen en nu wil hij weer nieuwe
taboes gaan invoeren, namelijk taboes op infrastructurele projecten. Laat
ik helder zijn: wat ons betreft is er geen taboe. Infrastructurele projecten
en ook de A3 mogen zichzelf bewijzen. Dat is conform de aanbeveling van de
commissie-Duivesteijn dat een goed project zichzelf bewijst. Dan hoeft het
dus niet bij voorbaat een taboe te zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil hier geen inhoudelijk debat beginnen, maar even een misverstand
rechtzetten. Ik pleit niet voor een taboe op infrastructurele projecten. Wij
zijn bijvoorbeeld fors voor infrastructurele projecten voor het openbaar vervoer.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik hoorde u toch een taboe uitspreken op de A3.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Wij zijn geen politiek voorstander van nieuwe wegen en wij zijn voor een
taboe op het doorsnijden van de schaarse groene ruimte en van natuurgebieden.
Dat is onze positie.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij heb ik ook niets anders gezegd.</al>
            <al>Voorzitter. Lang gewacht, toch gekregen. Wij zijn nog steeds van mening
dat deze nota er eerder had moeten liggen, namelijk medio 2003. Met de procedurele
verklaring van de minister zijn wij het eigenlijk nog altijd niet eens. Wij
hadden hier eerder moeten doorpakken. Laat ik dan maar een eerste oordeel
geven. Niet slecht, juiste gedachten, het mag scherper. Ik ben het eigenlijk
ook eens met wat mevrouw Dijksma en de heer Hofstra hebben gezegd: de nota
is nog niet af. Voorts zit er nog een politiek breekpunt in, namelijk de kilometerheffing,
waarover later meer.</al>
            <al>Een ander uitgangspunt in de nota is: decentraal wat kan, centraal wat
moet. Mijn fractie is van mening dat de nota op dit punt nog niet af is; hierbij
gaat het om de netwerkanalyses. Vooralsnog is dit voor ons een black box.
Wat gebeurt er bij deze analyses? De resultaten ervan komen pas volgend jaar
en er wordt eigenlijk nu al gevraagd om ermee in te stemmen. De heer Van Hijum
denkt dat er nog een ander moment komt om erover te beslissen, maar ik denk
dat wij dit deel van de nota even moeten "parkeren"; ik steun de
gedachte van de heer Hofstra en mevrouw Dijksma op dit punt.</al>
            <al>Nog een voorbeeld. Een motie van mijn hand over het onderliggende wegennet,
gesteund door de heer Hofstra. Wij hebben geen idee hoe deze motie uitgevoerd
zal worden, terwijl dit voor de doorstroming van groot belang is: verkeer
zo snel mogelijk naar A-wegen leiden en regionaal en interregionaal verkeer
scheiden. De nota biedt dit vooruitzicht nog niet; wij willen dan ook eigenlijk
de netwerkanalyses afwachten voordat wij ons op dit punt vastleggen.</al>
            <al>Het pièce de résistance: de kilometerheffing. Zoals bekend
zijn wij geen voorstander van een heffing naar tijd en plaats. Wij geven de
voorkeur aan een platte heffing, omdat die de hoogste baten heeft. Een heffing
met minder baten is een politieke keuze, maar juist omdat het om een verdelingsvraagstuk
gaat, vinden wij dat jan met de pet niet de weg af gepest moet worden. De
plaats waar je werkt, moet je niet op hogere kosten jagen. Wij stellen voorwaarden
aan het invoeren van een kilometerheffing, die de heer Hofstra voor het grootste
deel al genoemd heeft: de systeemkosten moeten minder bedragen dan 4%
en een volledige koppeling van opbrengsten en investeringen in infrastructuur.
Voor ons komt hier nog bij dat de risico's van de aanleg van het systeem geheel
bij private partijen moeten liggen. Die moeten met een lumpsum uitkomen, de
overheid mag niet bijplussen. Deze voorwaarde leggen wij zo nodig neer in
een amenderende motie, het is voor ons ook een voorwaarde om in te stemmen
met de nota. Dit is het moment om de sector duidelijkheid te verschaffen,
die moet weten waar hij aan toe is. En het is inderdaad onverantwoord om op
dit moment een kilometerheffing in te voeren, want de kosten zijn veel en
veel te hoog. De mooie verhalen van verschillende private partijen over de
techniek leg ik voorlopig maar terzijde. Zie de erva­ring met de chipkaart
en met C2000; de beloften zijn altijd prachtig, maar als de daad bij het woord
gevoegd moet worden, ontstaat er altijd vertraging en treden er meerkosten
op. Wat dit betreft ben ik niet optimistisch. Een versnellingsprijs vinden
wij prima, daarin steunen wij de minister wel.</al>
            <al>Enkele algemene thema's. Wij zijn blij dat het CPB heeft berekend dat
het een zeer positief effect heeft als er een bedrag van 14 tot 18,5 mld.
in de wegen wordt gestoken; wij hadden dit ook wel verwacht. Een reëel
rendement van 7% is voor de overheid eigenlijk ongekend, dat kunnen
wij bijna nergens realiseren, behalve bij infrastruc­tuur. Maar mijn fractie
wil meer voor wegen en wij vinden het eigenlijk bijzonder vreemd dat in deze
discussie verschillende fracties steeds maar zeggen dat het openbaar vervoer
en de weg gelijkwaardig zijn. De minister kiest al voor een verhouding van
fiftyfifty, maar 83% van de mensen maakt geen gebruik van het openbaar
vervoer, maar van de weg, dus waarom zou je de helft van het geld in het openbaar
vervoer steken? Deze vervoerssoorten zijn niet gelijkwaardig, de substitutie
is gering en als je wilt investeren met het meeste effect, kom je gewoon uit
bij investeren in wegen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Het CPB is bij zijn berekeningen uitgegaan van de economische effecten.
Heeft u nu alleen maar oog voor de economische effecten of kent u het openbaar
vervoer ook nog een maatschappelijk belang toe?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik kom nog op onze zienswijze op het openbaar vervoer, maar wij vinden
dat de over­heid gehouden is, elke euro zo te investeren dat die het meest
effect heeft. Daarbij kan het ook gaan om maatschappelijke effecten, maar
uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse zal blijken dat wij eigenlijk
de voorkeur aan de weg moeten geven, want 7% is voor het spoor onhaalbaar.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Maar hoe wilt u dan opkomen voor degenen die gewoon geen gebruik kunnen
maken van de weg omdat zij geen rijbewijs hebben of omdat zij er fysiek niet
toe in staat zijn? Of bent u van plan om net als de heer Hofstra al deze mensen
van een auto met chauffeur te voorzien, omdat de weg sowieso belangrijker
is?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik ga mensen geen auto met chauffeur leveren. Ik zal mijn ov-stukje wat
naar voren halen. Wij zijn blij met de adviezen van het ov-beraad: zet in
op dikke stromen, zet in op de sterktes en zorg, in het geval van een relatief
zwak product, dat je nog wel aanbod hebt, maar dat je naar maatwerk gaat kijken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Dan zegt de heer Hermans dus dat iedereen die zich niet via de weg kan
vervoeren, beter daar kan gaan wonen waar de dikke stromen lopen. Hij laat
de reiziger op het platteland dus gewoon stikken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Dat zijn keuzes die je kunt maken. Een volledig landelijk dekkend netwerk
in stand houden, is economisch geredeneerd waanzin. Het openbaar vervoer heeft
een dekkingsgraad van 65%. Dat betekent dat de werkelijke kosten van
elke € 10 die je aan een kaartje besteedt, € 26,50 zijn.
Dat is gemiddeld. In de landelijke gebieden subsidieer je er honderden euro's
bij. Ik denk dat dit slimmer kan door middel van maatwerk, zoals dat ook in
de nota verwoord is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil de heer Hermans in overweging geven dat maatwerk per persoon vijf
keer zo duur is dan een bus. Uit zijn verhaal moet ik concluderen dat hij
toch kiest voor het economische belang en niet voor het maatschappelijke belang.
Uiteindelijk telt wat er onder de streep op de balans staat.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>U mag de conclusie trekken dat wij vinden dat een investering van elke
euro het meeste effect mag hebben.</al>
            <al>Verschillende partijen hebben erop ingezet om nóg meer geld in
het openbaar vervoer te steken. Wij kiezen daar niet voor. Als wij een keuze
zouden mogen maken om die honderdzoveel miljoen te besteden die er klaarblijkelijk
is, dan zouden wij kiezen voor het versnellen van de projecten op de A2, A27,
A4, A13 en A16. Op dat punt wil ik nog een vraag stellen aan mevrouw Dekker.
Reserveren wij nu voor de rijkswegen, ook voor de toekomst? Hebben wij ruimte
voor die twee maal drie wegen van de heer Hofstra? Is die ruimte in overheidshanden
en, zo nee, waarom nog niet?</al>
            <al>Wij spreken over allerlei investeringsprojecten, maar een andere reden
waarom wij mogelijk zouden moeten kiezen voor het nog niet vaststellen van
de Nota Mobiliteit, is luchtkwaliteit. Wij hebben geen idee of wij deze 80
mld. kunnen aanwenden. Er zijn nu eenmaal grote risico's. De saldobenadering
is afgeschoten door de Raad van State. Overigens ook door mij. Ik denk dat
dit niet robuust gaat worden en dat wij het geld niet eens weg kunnen zetten.
Het komende halfjaar kunnen zich nog ontwikkelingen voordoen. Wij moeten die
ontwikkelingen afwachten, zodat wij kunnen zien wat er mogelijk is. Ik ben
bang dat dit niet veel zal zijn. Laat ik maar hopen op iets anders.</al>
            <al>Ik kom nu te spreken over het verkeersmanagement. Mijn fractie ergert
zich bijzonder aan die matrixborden. Als je aan verkeersmanagement wil doen,
dan zitten wij meer op de lijn van de heer Van Hijum. Ik ben ook mee geweest
met het werkbezoek aan Berlijn. Zorg ervoor dat je verkeersstromen echt kunt
leiden. Dat betekent ook dat degene die het verkeer leidt, controle heeft
over de verkeerslijn. Wat dat betreft, maak ik in de kantlijn nog een opmerking.
Ik begrijp nog steeds niet waarom je midden in de nacht komt stil te staan
voor een stoplicht en de voetgangers- en fietslichten op groen springen, terwijl
er in geen velden of wegen iemand te bekennen is. Ik begrijp niet waarom dat
goed is voor het milieu. Optrekken en remmen is tenslotte heel slecht voor
het milieu. Hoe is het mogelijk dat dit nog steeds gebeurt?</al>
            <al>Wij zijn blij met de informatie die wij dit weekeinde, relatief laat,
kregen. Hieruit blijkt dat het aanbod van het ov niet sterk is teruggelopen
en dat de markt zijn werk goed doet. Ik heb nog een enkele opmerking over
het Rondje Randstad. Elk project mag zichzelf bewijzen, maar ik heb hier wel
een hard hoofd in. Ik denk nog steeds dat het een oplossing is op zoek naar
een probleem. De oplossing verplaatst zich van het noorden naar de Randstad.
Wij zullen zien. Misschien komt er een prachtige structuurvisie uit die ervoor
zorgt dat je dit kunt gaan aanleggen, maar ik heb daar een hard hoofd in.</al>
            <al>In de nota staat ook iets over transportbesparing en logistieke innovatie.
Als er ergens in een sector sprake is van innovatie en marktwerking, dan is
het in de transportsector. Waarom zet de overheid hier op in? Je ziet overal
dat er sprake is van consolidatie. Dit om de beladingsgraad te verhogen. Waarom
wil de overheid hier een rol in spelen? Als het ergens niet hoeft, dan is
het daar. Wat mij betreft kunnen die fte's worden ingezet voor verkeersmanagement.
Verder sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Hofstra over de bereikbaarheid
op de weg en de betrouwbare reistijd. Ik vind het gewoon niets. Het lijkt
op een truc om doelstellingen te gaan halen. Naar mijn mening worden files
gewoon nog steeds gemeten. Daar kunnen wij beleid op afrekenen, niet op betrouwbare
reistijd.</al>
            <al>Vorig jaar heb ik al twee moties ingediend over beheer en onderhoud. Leidend
daarbij is de vraag hoe het nou mogelijk is dat wij eerst een budget beschikbaar
stellen en dan pas invullen welk beheer en onderhoud wij uitvoeren. Ik zeg
dit naar aanleiding van CPB-rapporta­ges. Ik kom verschillende rapporten
en data tegen: het IBO pas in 2007, optimaal beheer in 2005 en een review
in 2006. Wij moeten toch eerst in beeld brengen wat wij willen gaan doen en
dan pas kijken naar de middelen die erbij horen? Hoe zit het nou? Worden de
moties die ik op verzoek van de minister heb aangehouden, eigenlijk wel uitgevoerd?</al>
            <al>Dan wil ik nog refereren aan een opmerking die de minister volgens mij
in China heeft gemaakt: als je uit de trein komt, zie je meestal alleen de
achterlichten van de bus. Ik vond dat een erg goede opmerking. Hoe kunnen
wij er nu voor zorgen dat de NS en de decentrale overheden beter overleggen
opdat dienstregelen op elkaar worden afgestemd? Ik begrijp dat de NS niet
erg gewillig is. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de NS wel aan tafel gaat
zitten? Ik vind dat wij daar echt iets aan moeten doen. Het belang is natuurlijk
hetzelfde: een sterk ov-product.</al>
            <al>Het verbaast mij dat de kostendekkendheid van het openbaar vervoer niet
in de nota wordt genoemd. Er moet toch een doel worden verwoord? Welke kostendekkingsgraad
willen wij? Zet je in op dikke vervoersstromen en kies je bij de dunne vervoersstromen
voor maatwerk, dan zal volgens mij de dekkingsgraad veranderen. Waarom wordt
dit niet genoemd? Ik ben bereid om op dit vlak een motie in te dienen, zodat
in ieder geval een einddoel wordt opgenomen van 50%.</al>
            <al>Wat over de Zuiderzeelijn wordt vermeld, vind ik toch vreemd: op basis
van de probleemanalyse gaan wij kijken naar alternatieven. Zo gaat het natuurlijk
niet. Wij definiëren eerst het probleem. Daarna kijken wij of het openbaar
vervoer daarvoor een oplossing kan zijn. Is dat niet zo, dan houden wij ermee
op. Is dat wel zo, dan kijken wij welke variant het beste is. Volgens mij
is dat de trits die je moet volgen. Je moet dus niet meteen inzetten op allerlei
alternatieven. Eerst het probleem, dan kijken of er een oplossing is.</al>
            <al>De luchtvaart sla ik maar even over. Ik begrijp dat dit iets is voor onder
de kerstboom. Dan krijgen wij de mainportvisie.</al>
            <al>Ik maak wel nog een enkele opmerking over Schiphol. In de nota staat eigenlijk
flauwekul: voor vergroting van de slagkracht van Schiphol gaan wij aandelen
vervreemden. De financiële slagkracht van Schiphol gaan wij dus verhogen,
maar daartoe onttrekken wij een paar miljard aan Schiphol. Dat is de waanzin
ten top. Als je die slagkracht wilt vergroten, laat je die centen daar en
dan zorg je ervoor dat Schiphol zijn vermogen kan gebruiken om zich verder
te ontwikkelen. Je kunt de slagkracht niet vergroten door middelen te onttrekken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>De LPF is hier de onderne­merspartij, althans daar pocht zij altijd
een beetje mee, maar volgens mij zit het met de aandelenverkoop iets anders.
Het is wel zo dat je door aandelen uiteindelijk iets meer geld binnenhaalt.
Ik adviseer de heer Hermans dat nog maar eens aan zijn sponsors te vragen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Sponsors? Een beetje flauw.</al>
            <al>Ik denk dat de heer Van der Ham het niet heeft begrepen. Ik ben niet voor
het vervreemden van welk aandeel dan ook, niet via de markt, niet via een
onderhandse plaatsing, juist omdat het de financiële slagkracht en de
positie van Schiphol zal verzwakken. Ik ben best bereid dat met mijn sponsors
te bespreken, mijnheer Van der Ham, maar ik denk dat u het verkeerd heeft
begrepen.</al>
            <al>Dan wil ik een positief woord spreken over short sea shipping. De green
award vinden wij een prima zaak. Is het mogelijk om de short sea shipping
nog wat verder te helpen? Het gaat daarbij om grote volumes. Naar onze mening
zou daar meer op ingezet kunnen worden.</al>
            <al>Ik kom dan op de verkeersveiligheid. Van het IPO heb ik begrepen dat op
dit moment de ongevalsregistratie niet deugt. Die registratie is wel noodzakelijk
om in kaart te brengen welke wegen onveilig zijn zodat daarop beleid kan worden
gemaakt. Het schijnt dat de politie niet afdoende registreert. De verzekeraars
bieden ook geen oplossing. Moeten wij niet nagaan hoe wij ongevallen wel beter
kunnen registreren? Graag hoor ik een reactie.</al>
            <al>Ik sluit af met een financieel woord. Ik meen dat wij 80 mld. gaan investeren.
Dat lijkt een enorme hoop geld, maar een kleine rekensom levert op dat de
automobilist tot 2020 170 mld. gaat opbrengen. De automobilist betaalt de
Nota Mobiliteit tweemaal. Hij betaalt zijn eigen weguitbreidingen. Hij betaalt
het openbaar vervoer. Hij betaalt de vaarwegen. Dat alles gebeurt twee keer.
De vraag of wij via de kilometerheffing van het idee af kunnen komen dat de
automobilist een melkkoe is, is eigenlijk een gotspe. De automobilist gaat
170 mld. betalen aan de Nota Mobiliteit. Dan blijft er wel heel veel over.
Praat dat maar eens goed!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Zoals de winter dit weekend Haaksbergen overviel, werd ik
dit weekend een beetje overvallen door de beperkte spreektijd die wij hadden
gekregen. Ik vraag u enige coulance. Ik heb mij ingehouden met de interrupties.
Wij hebben een deel van ons verhaal, over onze visie op het personenvervoer
per spoor, in een notitie verpakt. Die bied ik de minister straks graag aan.
De collega's krijgen uiteraard ook een exemplaar. Wij hebben een aantal heel
constructieve voorstellen om de Nota Mobiliteit nog een stukje beter te maken.
Die willen wij de minister niet onthouden.</al>
            <al>Wij zijn blij dat de Nota Mobiliteit er eindelijk ligt. Met nadruk wordt
aangegeven dat mobiliteit van groot belang is voor onze economie. Die stelling
zullen wij niet ontkrachten, maar ook andere zaken zijn van belang, onder
andere ruimtelijke belangen en milieubelangen. Ook die moeten worden meegewogen.
Wij vinden het een belangrijke taak van de overheid om daaraan aandacht te
geven. In de Nota Mobiliteit is dat onderbelicht gebleven. Vijftien jaar geleden
werd in het nog altijd geldende Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer
nadrukkelijk ingezet op beperking van de groei van de mobiliteit. Er werd
gekozen voor een inrichting van ons land en voor een verkeer- en vervoerssysteem
waarbij zo zuinig mogelijk wordt omgesprongen met schone lucht, energie en
schaarse ruimte. In de Nota Mobiliteit worden de mobiliteit geen beperkingen
opgelegd. Dat staat letterlijk op pagina 139.</al>
            <al>Bovendien had de overheid destijds de ambitie om te sturen op de mobiliteitskeuze
voor mensen. Het woord modal shift is al gevallen. Mensen konden worden gestimuleerd
om gebruik te maken van de fiets en het openbaar vervoer en door een goed
prijsbeleid. Wij moeten constateren dat de ambities van toen bij lange na
niet zijn waargemaakt. Ik vind het een gemiste kans dat het kabinet niet alsnog
een poging in die richting wil doen. Het had vooral ook met daadkracht te
maken. Nu lezen wij toch min of meer met zoveel woorden in de Nota Mobiliteit
dat het modal shiftbeleid wordt losgelaten. Ik ben blij met de opmerkingen
die mijn collega Van Hijum hierover heeft gemaakt. Ik heb de indruk dat wij
de nota op dat punt nog wel wat kunnen aanscherpen. </al>
            <al>In algemene zin roep ik het kabinet op om veel meer werk te maken van
een eerlijk en modern prijsbeleid in de vorm van een gedifferentieerde kilometerheffing
en van vergroting van de capaciteit van het spoor. Wij leggen ons er in ieder
geval niet bij neer dat het personenvervoer op de hoofdwegen tot 2010 met
zo'n dertig miljard reizigerskilometers groeit. Het zijn nu circa honderdenveertig
miljard reizigerskilometers. Daar komt dan nog eens zo'n 20% bij. Per
spoor zou het maar zo'n drie miljard zijn.</al>
            <al>Over het prijsbeleid hebben wij al ontzettend veel gesproken met elkaar,
ook in de afgelopen maanden. Mijn fractie is altijd heel helder geweest. De
SP vroeg ons dat nog een keer kort samen te vatten. Al vanaf 1997 vindt mijn
fractie dat er een prijsbeleid moet komen, gedifferentieerd naar tijd en plaats.
Ik las ergens: wij praten nu al jaren over prijsbeleid; laten wij het nu ook
gaan doen. Dat was een citaat van de minister bij een van de vragen die zijn
gesteld, vraag 78. Ik zou de minister willen vragen de daad nu bij het woord
te voegen. Het zijn mooie woorden, maar het moet er nu maar een keer van komen.
Wij moeten doortastend zijn, uiteraard wel zorgvuldig, maar wij moeten wel
nadrukkelijk op ons doel afkoersen. Het kabinet heeft al heel veel jaren onze
steun daarvoor. Natuurlijk kunnen wij ook gaan praten over oormerken en zo.
Laat er maar een mooie notitie over geschreven worden. Wij vinden dat het
grootste deel van het geld dat binnenkomt ook in mobiliteit moet worden gestoken.
Wij zien dat ook in landen om ons heen. In Zwitserland bijvoorbeeld steekt
men 50% in het vervoer per spoor. Er zijn heel mooie matches te maken.
Laten wij alsjeblieft de vaart er goed in houden en nu een keer doorzetten.
Er is al lang genoeg gewacht.</al>
            <al>Tot 2020 zal er fors worden geïnvesteerd in autowegen. Een aantal
investeringen is wat ons betreft ook te verdedigen. Ook wij zien dat een groot
aantal wegen volloopt. Er moet wat gebeuren, al hopen wij wel dat wegwerkzaamheden
ook goed gepland zullen worden. Met een aantal andere fracties, onder andere
PvdA en CDA, zetten wij een vraagteken bij de prioriteitsstelling van het
kabinet voor de belangrijkste assen. Ook wij missen de A1 als het gaat om
de Triple A. Het lijkt ons niet onlogisch dat die er bij wordt gevoegd. Wij
vinden de nota nog erg onduidelijk over de gevolgen van het rijksbeleid voor
het onderliggende wegennet, waarvoor de decentrale overheden verantwoordelijk
zijn. Moet dat allemaal uit de brede doeluitkering? Als dat zo is, hebben
wij zeer grote twijfels over de toereikendheid ervan. Onvoldoende capaciteit
op provinciale en lokale wegen betekent verplaatsing van de files. Dat wil
niemand. Ik vraag de minister om op dit punt een stukje duidelijkheid te beiden,
want wij zien de problemen er aan komen.</al>
            <al>Mijn fractie wil vasthouden aan het modal-shiftbeleid. Dat betekent dat
meer dan in de kabinetsplannen het geval is, moet worden geïnvesteerd
in openbaar vervoer en binnenvaart. Wij maken ons zorgen over de beperkte
ambities van het kabinet met betrekking tot het stads- en streekvervoer. In
dit kader vinden wij het antwoord van Ingrid Lieten, de directeur-generaal
van de zeer succesvolle De Lijn in Vlaanderen, op de vraag wat zij de Nederlandse
overheid zou willen adviseren, veelzeggend. Ik citeer haar: "Ik kan niet
verhelen dat de Nederlandse regering naar mijn mening erg haar best doet de
mensen terug in de auto te jagen. Dat verbaast ons. Nederland was altijd veel
verder, dachten wij. Nu lijkt het precies of de rollen zijn omgedraaid. Als
je een geïntegreerd beleid voert, willen mensen best overstappen op het
openbaar vervoer." Door kwaliteitsverbetering, frequentieverhogin­gen
en tariefsverlagingen is het aantal openbaarvervoerreizigers in Vlaanderen
met vele tientallen miljoen gestegen en is het autoverbruik veel minder sterk
gegroeid dan bij ons. Het kan dus wel degelijk. In een vergelijkbare economie,
zeg ik er dan ook nog maar bij.</al>
            <al>Uit het overzicht van concessies in het stad- en streekvervoer blijkt
dat de decentrale overheden en vervoerders het openbaar vervoer veel grotere
groeimogelijkheden toedichten dan het kabinet. Dat blijkt uit het antwoord
op een vraag van ons, vraag 108. Onze dank aan de minister voor het feit dat
zij het antwoord op deze vraag alsnog heeft toegestuurd. Het kabinet legt
zich zelfs neer bij een groei van nog geen 0,5% in het landelijk gebied.
Wij vinden dat dit echt veel ambitieuzer moet. De nota moet op dit terrein
dus in opwaartse zin worden bijgesteld. Wij willen daartoe zo nodig best een
motie indienen.</al>
            <al>Ik heb onze notitie over het spoor bij mij. De minister kan er best een
exemplaar van krijgen. Er is vast iemand in de buurt die hem haar kan overhandigen.
Wij hebben hier vandaag twee ministers, dus minister Dekker krijgt er ook
een van mij. Naar onze mening is in de Nota Mobiliteit sprake van een onbalans
tussen de investeringen in nieuwe hoofdwegen voor de auto en nieuwe spoorwegen,
Dat leidt ertoe dat het spoor genoegen moet nemen met eenzelfde groeipercentage
als de weg: 20%. Wij vinden dat geen goede keuze. Mijn fractie pleit
ervoor om als ambitie neer te leggen dat wij streven naar 40% groei
voor de spoorsector tot 2020. Dat kan alleen als wij meer investeren in de
aanleg van nieuw spoor. Wij ons betreft krijgt ProRail de opdracht om in overleg
met de vervoerders in kaart te brengen met welke investeringen 40%
groei ten opzichte van 2006 kan worden gerealiseerd. In onze notitie staat
op de laatste pagina een groot aantal projecten dat daarvoor wat ons betreft
in aanmerking komen. Daar horen Rondje Randstad en Rondje Brabant ook bij.
Ik noem heel kort nog even twee voorbeelden. Een directe verbinding Amersfoort-Den
Haag-Rotterdam door de aanleg van een nieuwe fly-over bij Utrecht. Dat heeft
een kortere reistijd voor de reizigers op de oostwestas tot gevolg omdat zij
niet meer een kwartier in Utrecht hoeven te blijven hangen. Wat ons betreft
stoppen in de toekomst er van de zes treinen per uur drie wel en drie niet
in Utrecht. Bijkomend voordeel daarvan is dat bij storingen in Utrecht, het
netwerk minder kwetsbaar is geworden omdat een omleidingsroute is gecreëerd.
Volgens mij slaan wij dus een aantal vliegen in één klap. Een
ander voorbeeld is de spoorverdubbeling Zwolle-Wierden zodat de as Schiphol-Almere-Zwolle-Twente-Duitsland
kan worden gerealiseerd. Ook dat heeft onze prioriteit.</al>
            <al>Tot slot twee losse opmerkingen. Wij vinden dat meer werk moet worden
gemaakt van het stimuleren van innovaties in het openbaar vervoer, niet alleen
op decentraal niveau, maar ook op rijksniveau. Ten aanzien van de stedelijke
netwerken sluit ik mij aan bij de opmerkingen die hierover zijn gemaakt. Ik
doel op de IJsseldelta, de Stedendriehoek en de Friese steden die zich hebben
geclusterd. Hierbij wil ik het in eerste instantie laten. Ik dank u voor uw
welwillendheid om mij even mijn zin te hebben laten afmaken.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Het was mij een genoegen.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Ik mijn korte bijdrage zal ik mij vanzelfsprekend in het bijzonder richten
op het deel van de nota dat juridisch bindend is en rechtstreeks doorwerkt
naar andere overheden. Ik heb het dan over het deel van de nota waarin de
essentiële onderdelen van het beleid zijn vastgelegd. Daarin wordt als
uitgangs­punt genomen dat een goed functionerend vervoerssysteem heel
belangrijk is. Wij zijn dat helemaal met het kabinet eens. Maar wij zijn het
niet eens met wat daarop volgt, namelijk dat daarom de groei van de mobiliteit
geen beperkingen krijgt opgelegd. Naar onze mening is dat niet alleen onlogisch,
maar ook een ongewenste politieke keuze. Het wekt de suggestie dat mobiliteit
in principe onbeperkt genoten kan worden. Het uitgangspunt dat geen enkele
beperking wordt gesteld aan de mobiliteit, doet geen recht aan de vele afwegingen
en spanningsvelden die rond dit thema een rol spelen: leefbaarheid, veiligheid,
schone lucht, gezonde natuur etc.. Communiceer je met het uitgangspunt dat
geen beperkingen worden opgelegd, naar de burger niet een verkeerd signaal?
Wij kiezen ervoor om uit te gaan van verantwoord mobiel. Er zijn grenzen aan
de groei van de mobiliteit, vanwege andere belangen en waarden. Het bejaarde
SVV-2 is wat dat betreft meer bij de tijd, als er wordt gezegd: wij kiezen
voor een verkeers- en vervoerssysteem waarbij zo zuinig mogelijk wordt omgesprongen
met schone lucht, energie en schaarse ruimte. Kortom, wij pleiten voor een
ingetogener vertrek­punt, zonder taboes op grenzen stellen aan mobiliteit.</al>
            <al>Dit heeft consequenties voor het modal-shiftbeleid, dat wordt afgewezen
binnen het goederenvervoer, ondanks forse protesten van onder meer de Raad
voor verkeer en waterstaat. In principe wordt het bereikbaarheidsvraagstuk
middels beprijzing, dat in de toekomst verder moet worden vervolmaakt, overgelaten
aan de markt. Wij vinden dat het Rijk zelf dient te stimuleren dat het bereikbaar
houden van economische centra zoveel mogelijk gebeurt via relatief schone
en duurzame vervoerstechnieken, zoals vervoer over water en spoor. Dat was
en is de insteek van Europa. Op dit punt dienen wij een amenderende motie
in.</al>
            <al>Terecht is door veel collega's gezegd dat er heel veel neerkomt op de
netwerkanalyses. Het hele uitvoeringstraject is buitengewoon bepalend voor
de vraag, waar je "ja" tegen zegt. Ik herken wat dat betreft de
gevoelens van de heer Hofstra en hoor graag de reactie van de minister.</al>
            <al>"Peijsbeleid" is vooralsnog geen prijsbeleid. Voor het kabinet
lijkt het prijsbeleid op korte termijn vooral een middel om de aanleg van
wegen mogelijk te maken. Wij vinden het primair een reguleringsinstrument,
waarmee wellicht juist kan worden voorkomen dat er op tal van plaatsen nog
meer asfalt bij moet komen. Het ideale prijsbeleid combineert juist heffingen
met capaciteitsbeleid en past deze niet na elkaar toe. De versnellingsprijs
zien wij niet als een ideale uitwerking van het concept van de kilometerheffing.
Wij kunnen ons wel vinden in de lijn van de daarvoor ingestelde commissie,
als het gaat om de eindfase: een landelijke, naar tijd, plaats en milieukenmerken
gedifferentieerde kilometerprijs. Dat is ook wat de SGP-fractie al lange tijd
voor­staat. Ik begrijp dat wij dat het ABM-systeem moeten noemen: anders
betalen voor mobiliteit.</al>
            <al>Het viel mij op dat in de PKB-tekst staat dat het kabinet alle voorbereidingen
treft om een volgend kabinet in staat te stellen een besluit te nemen over
de kilometerprijs. Staat het dan nog helemaal open, of wordt een volgend kabinet
geacht te besluiten tot invoering van die kilometerheffing? Die lezing lijkt
logischer, als er vervolgens staat: "dit onder gelijktijdige verlaging
van de vaste autobelastingen". Als er alleen maar een besluit moet worden
genomen over de kilometerheffing, zou het erg raar zijn als vervolgens een
vast gegeven is dat de autoprijs moet worden verlaagd. Dat zou dan immers
wel juridisch bindend zijn voor een volgend kabinet. Met andere woorden: mogen
wij ervan uitgaan dat alleen de vorm waarin het wordt gegoten ter discussie
staat, maar dat het wel de bedoeling is dat besloten wordt tot de invoering
van zo'n kilometerheffing? Wij blijven het jammer vinden dat het niet sneller
gaat en dat dit kabinet niet concreet besluit over invoeringsdata en niet
de stappen neemt die nu nodig zijn om te komen tot een zo spoedig mogelijke
invoering van een landelijke kilometerheffing.</al>
            <al>Ik sluit mij wat het openbaar vervoer betreft aan bij diegenen die hebben
gezegd: daar is een extra impuls nodig, niet alleen op de kortere, maar ook
op de langere termijn. Helaas blijkt nog steeds waar te zijn wat al twintig
jaar geleden in een stelling bij een proefschrift werd verdedigd: het grondprobleem
van het openbaar vervoer is dat het de mensen brengt van een plaats waar zij
veelal niet zijn naar een plaats waar zij veelal niet moeten zijn, op een
tijdstip dat hen vaak niet schikt en tegen een tarief dat niet of nauwelijks
concurrerend is met dat van andere vormen van gemotoriseerd vervoer. Onze
wens is dat aan de juistheid van die stelling zo snel mogelijk een eind komt.</al>
            <al>Heeft het veel zin dat de Triple-A-categorie een aparte status krijgt
in de ook juridisch bindende PKB-tekst? Dan kun je ook weer lastige vragen
krijgen. Als sprake is van een licht knelpunt op een Triple-A-weg en een zwaarder
knelpunt op een hoofdverbindingsas, niet zijnde een Triple-A-weg, wat moet
dan precies voorrang hebben? Als het alleen maar iets algemeens is, wat is
dan precies de meerwaarde ervan? Moeten alle andere hoofdverbin­dingswegen
dan nog worden toegevoegd aan het Triple-A-systeem?</al>
            <al>Wij vinden het jammer dat slechts een autonome groei van de binnenvaart
wordt nagestreefd, terwijl de kans blijft liggen om het vervoer over water
nog grootschaliger te bevorderen. Zonder bijzondere problemen zou het transport
over water kunnen worden verdriedubbeld. Het blijft wel teleurstellend dat
op niet veel kortere termijn dan 2010 kan worden gewerkt aan het wegwerken
van achterstallig onderhoud. Op zichzelf is het positief dat daarvoor geld
beschikbaar is, maar graag zien wij daarin een versnelling aangebracht. Waarom
zijn het Lekkanaal en de Lek niet toegevoegd aan de hoofdtransportas?</al>
            <al>Is wel voldoende gewaarborgd dat de ambitieuze doelstellingen op het gebied
van de impuls ter bevordering van de verkeersveiligheid, waarmee wij graag
instemmen, voldoende kunnen worden beheerst vanuit het Rijk? Is de rol van
het Rijk niet te ver gemarginaliseerd?</al>
            <al>Van bepaalde dossiers kun je het heen-en-weer krijgen, ook van dat van
de veerpunten in ons land. Veren zijn van belang voor de bereikbaarheid, voorkomen
omrijden en vertegenwoordigen een cultuurhistorische en recreatieve waarde.
Toch wordt er nauwelijks geïnvesteerd, waardoor de vloot veroudert. Kan
het Rijk op dit punt een impuls geven?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter, een ordevoorstel van mijn kant. Met de ervaring van de Nota
Ruimte in het achterhoofd: in tweede termijn hebben wij daarbij al onze moties
ingediend, met als gevolg dat een deel van de zaken die wij wilden regelen
niet werd ingediend en andere zaken zes keer. Mijn voorstel is om in tweede
termijn geen moties in te dienen, omdat er tussen de beantwoording van de
regering en de tweede termijn van de Kamer slechts één kwartier
zit. Ik stel voor dat de Kamer iets meer tijd, zeg een week, neemt, waarna
er een heropening komt met als enige doel het geordend indienen van moties.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De griffier zegt dat er mogelijkheden zijn, mits de agenda het toelaat.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Doen wij dan wel een tweede termijn zonder moties en een derde termijn
waarin wij onze moties indienen, op een nader te bepalen tijdstip?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Misschien is het handig die lappen tekst bij amenderende moties niet voor
te lezen. Dat kan een praktische tijdsbesparing zijn.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik bepaal niet de orde in de plenaire vergadering, maar ik kan mij voorstellen
dat er geen derde termijn komt, maar wel een korte mogelijkheid om moties
nader te verklaren. Dat moeten wij even bestuderen.</al>
            <al>Ik ga nu schorsen tot 16.00 uur, daarbij de regering vragend rond 15.00
uur een aantal vragen schriftelijk te hebben beantwoord. Daarna gaan wij door
met de tweede termijn, handelend zoals de heer Verdaas heeft voorgesteld.</al>
          </voorz>
          <draad>
            <al>De vergadering wordt van 14.02 uur tot 16.00 uur geschorst.</al>
          </draad>
          <voorz nw="nee">
            <al>Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van Ven
W op mondelinge vragen gesteld in eerste termijn. Ik stel voor deze antwoorden
als bijvoegsel aan dit verslag toe te voegen.</al>
          </voorz>
          <draad>
            <al>Daartoe wordt besloten.</al>
          </draad>
          <draad>
            <al>(De antwoorden zijn als bijlage aan dit verslag toegevoegd.)</al>
          </draad>
          <voorz nw="nee">
            <al>Voordat ik het woord geef aan de ministers voor de beantwoording, wil
ik erop wijzen dat wij nog een begrotingsbehandeling te gaan hebben en dat
er nog een MIT-overleg komt. Ik wil u daarom verzoeken uw bijdrage van nu –
dat geldt uiteraard ook voor de interrupties – zo veel mogelijk te richten
op het doen tot stand komen van een goede planologische kernbeslissing. Ik
doe dus een beroep op uw bescheidenheid. Ik geef eerst het woord aan mevrouw
Dekker, de minister van VROM.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Dekker</naam>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik acht het van belang om vanuit de ruimtelijke ontwikkeling
en de ruimtelijke ordening te starten, omdat de Nota Mobiliteit nadrukkelijk
gerelateerd is aan de Nota Ruimte. In de Nota Ruimte worden de kaders aangegeven
van zowel de rijkshoofdstructuur als datgene waarvoor de provincies, de regio's
en de gemeenten verantwoordelijk zijn. Het is dus belangrijk om nog eens te
onderstrepen de positie en de status van de Nota Mobiliteit, omdat de Nota
Ruimte ingaat op de internationale concurrentiepositie, die versterkt moet
worden. Dat willen wij in ieder geval doen door een accent te leggen op de
zes nationale stedelijke netwerken, vervolgens op de rijkshoofdstructuur,
waaronder ook de rijksinfrastructuur valt, zowel op spoor, weg als water,
de nationale landschappen, de ecologische verbindingszones en de economische
kernzones.</al>
            <al>In de Nota Mobiliteit worden nu juist de hoofdverbindings­assen tussen
de stedelijke netwerken en de economische kerngebieden neergelegd. Het is
van belang om dat nog even neer te zetten, omdat daarmee ook aan de orde is
de vraag die de heren Hofstra en Van der Ham hebben geformuleerd. Wat gaat
er nu mis als deze Nota Mobili­teit wordt doorgeschoven? Vanuit de sturingsfilosofie
van de Nota Ruimte, waarin wij heel nadrukkelijk hebben gezet dat het Rijk
het kader aangeeft en dat de provincies en de gemeenten aan zet zijn om binnen
dat kader hun eigen ontwikkelingsvisie, hun eigen structuurvisie neer te zetten,
betekent het dat het mis gaat met de ontwikkelingsplannen van de provincies
en de regio's. De verschillende provincies zijn op dit moment aan de slag
om streekplannen te formuleren en die naar aanleiding van de vaststelling
door de Tweede Kamer van de Nota Ruimte, "Nota Ruimte-proof" te
doen zijn. Dat betekent dat je niet alleen inzoomt op de stedelijke ontwikkelingen
of de bundelingseisen daarvan of de economische kerngebieden, maar juist ook
op de verbindingsassen. In feite zijn de nationale ruimtelijke hoofdstructuren
en daarmee de nationale ruimtelijke hoofdinfrastructuur de basis waarbinnen
die netwerkanalyses gemaakt moeten worden.</al>
            <al>Als u dan kijkt naar een van de belangrijke gebieden in Nederland, Almere,
en wat daar aan de orde is, dan zijn dat gigantische vraagstukken. Wij zijn
nu bezig om te weten te komen wat de harde cijfers zijn voor bijvoorbeeld
de woningbouw, wat wij vervolgens zouden moeten doen voor de ontsluiting daarvan
en hoe de signatuur van Almere zou moeten zijn. Aan die hoofdinfrastructuur
worden dus de netwerkanalyses gekoppeld. Dat is de lijn die wij hier moeten
volgen. Daarom is het zo belangrijk dat de Nota Mobiliteit nu niet wordt uitgesteld,
maar dat die goed wordt bezien in relatie tot de Nota Ruimte, met de kaders
die daarvoor zijn aange­geven en de verbindingsassen die moeten worden
gezocht en benoemd en waarvoor moet worden geïnves­teerd. De basis
daarvoor bevindt zich in de Nota Ruimte en dus ook in de Nota Mobiliteit.
Met het pleiten voor uitstel wordt in feite de wens uitgesproken om de kaders
opnieuw te bezien. De Kamer heeft die kaders echter al zelf vastgesteld. Er
kan ook niet afgewacht worden hoeveel er uit het FES beschikbaar komt, want
wij bevinden ons reeds in het stadium van het "FES-proof" maken
van projecten.</al>
            <al>De netwerkanalyses zijn van uitermate groot belang voor de verbindingen
van de steden met het hoofdnet van de infrastructuur. Een en ander dient in
deze periode te worden afgerond om tijdig te kunnen investeren. Bij de relatie
tussen de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit zijn vooral no-regretopties aan
de orde. Een aantal projecten kan nu uitgevoerd worden, waarmee zij gelijk
oplopen met andere plannen uit de Nota Ruimte. Ik houd dan ook vast aan de
volgorde van het eerst vaststellen van de kaders en daarna de netwerkanalyses.
De kaders zijn vastgesteld bij de Nota Ruimte. De Kamer heeft bij die gelegenheid
vastgesteld waar de hoofdassen voor de infrastructuur lopen.</al>
            <al>De minister van Verkeer en Waterstaat zal ingaan op de Triple A-kwestie.
Deze typering is trouwens van onder­geschikt belang. Wij dienen ons vooral
te richten op de hoofdverbindingsassen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Hoe spijtig ik het ook vind, de Nota Ruimte is een realiteit. De kaders
voor de netwerkanalyses zijn daarmee ook vastgesteld. De vraag is echter of
de netwerkanalyses er niet toe kunnen leiden dat uitgangspunten of aannames
uit de Nota Mobiliteit ter discussie komen te staan. Wellicht blijkt dat bijstelling
in financiële of andere zin nodig is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Dekker</naam>
            </wie>
            <al>De uitgangspunten van de Nota Ruimte zijn vertaald in de Nota Mobiliteit.
De netwerkanalyses zijn een verfijning van de eerder geformuleerde doelstellingen
inzake de bereikbaarheid. Behalve voor de nationale stedelijke netwerken is
er ook aandacht gevraagd voor de regionale netwerken en voor de verbindingen
met de economische kerngebieden. Nu gaat het om de uitwerking op het niveau
van de verbin­dingen. De uitgangspunten worden niet ter discussie gesteld.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>De streekplannen van de provincies moeten getoetst worden aan de Nota
Ruimte. Als de Kamer de Nota Mobiliteit afwijst, blijft de Nota Ruimte onverminderd
van kracht. Wanneer kunnen de streekplannen worden vastgesteld?</al>
            <al>Bij de netwerkanalyses dringt de vergelijking zich op met een hond die
zichzelf in de staart bijt. Wij willen graag weten wat de resultaten van die
analyses zijn om te kunnen beoordelen of zij binnen de Nota Mobiliteit passen.
De vraag is wie op wie wacht.</al>
            <al>Ik begrijp dat minister Peijs over het Triple A-verhaal gaat. Wat houdt
dat concreet in?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Dekker</naam>
            </wie>
            <al>In de eerste plaats gaat het kader voor de Nota Ruimte en voor de Nota
Mobiliteit vooraf aan de netwerkanalyses. Wij roepen de regio als het ware
op om binnen dat kader van beide nota's te komen met nadere gegevens voor
die netwerkanalyses. In de tweede plaats is een aantal streekplannen reeds
verwerkt. Ik verwacht dat alle streekplannen voor 1 juli 2006 "Nota
Ruimte-proof" zijn. In de derde plaats heb ik gezegd dat Triple A niet
zo belangrijk is als typering, maar dat het veel meer gaat om de hoofdverbindingsassen.
Minister Peijs zal dat nader toelichten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Voorzitter. In de Nota Ruimte zijn de nationale hoofdstructuren weg, water
en spoor vastgesteld. De allereerste regel uit de Nota Ruimte was dat de infrastructuur
structurerend is in de ruimte. Die gedachte is uitgewerkt in de Nota Mobiliteit.
Daarbij is eerst vastgesteld waar de verantwoordelijkheden liggen voor het
Rijk en de decentrale overheden. Vervolgens wordt nagegaan wat de structurerende
werking van de infrastructuur inhoudt. Voor de netwerkanalyses moet uitgegaan
worden van de nationale hoofdstructuur zoals vastgesteld in de Nota Ruimte.
Als wij die op losse schroeven zetten door de Nota Mobiliteit op de lange
baan te schuiven, zal er inderdaad een "kip en ei"-verhaal ontstaan.
De decentrale overheden zullen dan in ieder geval zeggen dat zij pas stappen
zetten als de Kamer en de minister de Nota Mobiliteit hebben vastgesteld,
omdat zij dan pas weten binnen welke kaders zij kunnen werken. De verantwoordelijkheid
van Rijk en decentrale overheden is terug te vinden in de essentiële
onderdelen. De essentiële onderdelen zijn er niet om de decentrale overheden
van bovenaf te binden. Die zijn er om de verantwoordelijkheden van het Rijk
en van de decentrale overheden vast te leggen. Ik wil ook met nadruk stellen
dat de Nota Mobiliteit niet mijn nota is, maar onze nota. Zij is stap voor
stap in overleg met de decentrale overheden opgebouwd. In alle rondes is er
iets gedaan met de zaken waar de decentrale overheden aandacht voor vroegen.
Wij hebben dus niets gedicteerd. Alles hebben wij samen gedaan. Dat heeft
zijn weerslag gekregen in iedere punt en komma van de Nota Mobiliteit en dus
ook in de essentiële onderdelen. In de Nota Mobiliteit stellen wij de
kaders vast. Binnen die kaders worden straks de netwerkanalyses gemaakt.</al>
            <al>De Kamer heeft bij de discussie over deel 1 van de Nota Mobiliteit gevraagd
om een knelpuntenanalyse. Dat is iets anders dan een netwerkanalyse. De knelpuntenanalyse
geeft op basis van een uniforme aanpak over het gehele land aan waar knelpunten
liggen die gedefinieerd zijn volgens de Nota Mobiliteit. Het ministerie heeft
in overleg met de decentrale overheden in deel 1 aangegeven, in de grote netwerkanalyse
over het hele land, in te willen zoomen op de kerngebieden, omdat het niet
mogelijk is om in de nota en detail op te nemen wat er per kerngebied vanuit
de Nota Ruimte nodig is op het gebied van verkeer en vervoer. Dat doen wij
niet alleen voor de wegen of het openbaar vervoer, maar wij kijken samenhangend
naar waar de knelpunten zitten. Stel je voor dat wij straks alle knelpunten
op de grote wegen hebben opgelost en mensen voor het eerste stoplicht van
de stad lang moeten wachten, wij kijken ook of mensen makkelijk in en uit
het openbaar vervoer kunnen, zodat een va et vient tussen die twee soorten
mobiliteit mogelijk blijft voor de mensen?</al>
            <al>Die netwerkanalyses hebben input nodig van de regio's. Die input van de
regio's is niet te versnellen, omdat daarvoor belangrijke besluiten moeten
worden genomen, zoals waar gaan wij wonen en recreëren in deze regio
en welke gevolgen heeft dat voor onze ov-systemen, voor onze binnenstedelijke
wegen en voor de aansluiting op de hoofdtransportwegen van het Rijk. Zonder
die input, waarvoor een behoorlijke voorbereidingsperiode in de regio's nodig
is, kunnen die netwerkanalyses niet worden gemaakt. Die netwerkanalyses zijn
niet alleen onze netwerkanalyses, maar vooral van de decentrale overhe­den.
Het Rijk trekt alleen de netwerkanalyses in de Randstad en de regio's trekken
alle netwerkanalyses buiten de Randstad. Ook daar zie je dat wij het samen
doen.</al>
            <al>Het is heel belangrijk om goed in het oog te houden dat alle netwerkanalyses
plat zullen vallen, als wij de kaders niet verschaffen. Wij zullen bijvoorbeeld
ook geen prijsbeleid zien. Niemand zal rekenen met prijsbeleid, want het Rijk
heeft nog nergens officieel, formeel aangegeven dat er prijsbeleid op komst
is. Dat doen wij voor het eerst in deze nota.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik raak een beetje in de war van de beleidstheorie die ons nu wordt voorgeschoteld.
De Nota Ruimte heeft inderdaad een decentrale aanpak. De regio's komen met
een ruimtelijke visie en het kabinet kijkt achteraf of deze ons past of niet.
Als je dat vertaalt naar de Nota Mobiliteit, vraag ik mij af welke kaders
deze nota stelt. Wij hebben niet zo gek veel kaders, behalve dat er wat kerngebieden
en hoofdtransportassen zijn aangewezen. Die regio's kunnen toch gewoon hun
huiswerk doen? Met de beste wil van de wereld zie ik niet in wat de schade
is, als wij vandaag besluiten om iets meer tijd te nemen om de Nota Mobiliteit
aan te scherpen, te concretiseren, al naar gelang wat er uit die netwerkanalyses
komt. Dat zie ik oprecht niet. De minister zei net dat wij vandaag wel moeten
besluiten over het beprijzen. Wij kunnen dat best vandaag besluiten en erbij
zeggen dat wij over vijf maanden verder praten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Als wij het prijsbeleid voor de toekomst willen verzekeren, denk ik dat
het in een PKB terecht moet komen. Ik denk dat in de netwerkanalyses heel
duidelijk is dat wat wij zeggen over het openbaar vervoer, over de dikke stromen
en over de hoofdtransportassen, als input naar de regio's moet, zodat zij
hun huiswerk kunnen maken. Die twee dingen zullen samen netwerkanalyses opleveren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Nu komen wij ergens, want nu zegt u zelf dat de uitwerking van het beprijzen
in de PKB van de Nota Mobiliteit moet komen, maar het staat er nog niet in.
U zegt zelf dat het beprijzen het kader moet zijn voor de regio's. Dat gaan
wij gewoon doen, maar dat staat er nu nog niet in. Zo zijn er nog een aantal
thema's waarvan de Kamer zegt dat wij ze er iets concreter en met iets meer
planning in willen hebben dan nu het geval is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wat betreft het prijsbeleid kan ik daar helemaal in meegaan. Ik ben er
sterk voor dat dit in de essentiële onderdelen terechtkomt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij moeten wij hier niet te lang over spreken. Ik geloof dat de
heer Hofstra zei dat wij het niet eindeloos moeten uitstellen, maar er vijf
maanden voor moeten nemen. Dat is toch een heel redelijke termijn? Als wij
daar vijf maanden voor nemen, kunnen wij dat op ons gemak doen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij hebben het niet over vijf maanden. Netwerkanalyses zijn er op z'n
allervroegst over negen of tien maanden. Dat is niet te vervroegen, omdat
wij het niet in eigen hand hebben, aangezien het een coöperatie is tussen
decentrale overheden en Den Haag. Wij zitten dan ontzettend dichtbij de gevarenzone
van de Tweede-Kamerverkiezingen. Ik ben bang dat er dan geen besluit meer
wordt genomen. In plaats van dat wij iets weten en de 6,5 mld. uit het FES
en de 80,5 mld. die hier onderaan de streep staan vastleggen, hebben wij helemaal
niets. Een volgend kabinet kan dan weer overnieuw beginnen. Dan zijn wij veel
verder van huis. Ik weet best dat een aantal partijen in deze Kamer daar niet
wakker van zal liggen, maar ik wel. De vorige nota is weggestemd. Ik zou het
heel erg vinden als deze nota ook bleef liggen. De officiële beleidskaders
waarvan op mijn ministerie wordt uitgegaan dateren uit 1992. Dat is ontzettend
lang geleden en ik kan u verzekeren dat de wereld sindsdien ongelooflijk is
veranderd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik begrijp die redenering wel, maar u vraagt ons om in te stemmen met
een PKB III. De netwerkanalyses zijn een belangrijk onderdeel van de Nota
Mobiliteit. U zei zelf al: anders hebben wij 31 kilometer voor de steden staan.
Hoe kan de Kamer vanuit haar controlerende en toetsende functie dan instemmen
met een PKB III, terwijl ze niet weet of de netwerkanalyses gaan voldoen aan
de kaders die zijn gesteld? Ik heb het in eerste termijn een black box genoemd.
Wat dat betreft, is het vreemd dat wij een juridisch bindende beslissing nemen
in de vorm van PKB III en ons daarmee binden aan de netwerkanalyses, maar
er niks meer over te zeggen hebben. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Zo is het ook niet. U moet goed bedenken dat de netwerkanalyses door onszelf
zijn opgebracht en niet door de Kamer zijn afgedwongen. Wij wilden inzoomen
op wat er gebeurt in de stedelijke gebieden en op de samenhang van het openbaar
vervoer met de weginfrastructuur. Dat gaat verder dan een knelpuntenanalyse.
Die netwerkanalyse kunnen wij heel gemakkelijk bezien, aanvullend op de Nota
Mobiliteit. In de inleiding van de uitvoeringsagenda van de Nota Mobiliteit
staat, naar ik meen in de tweede kolom van de eerste bladzijde, dat de uitvoeringsagenda
eigenlijk een voortrollend plan is dat om de twee jaar zal het worden geüpdated.
Deze netwerkanalyses kunnen wij daarin op een heel eenvoudige manier meenemen
om ons plan voortdurend te updaten. Niemand, zeker deze minister niet, denkt
dat wij hier een blauwdruk kunnen neerleggen tot 2020. Daar is geen denken
aan. Niemand kan zover vooruitkijken. Als wij dat konden, waren wij absoluut
spekkoper. Alles is erop gericht om tussentijds te kunnen bijsturen. Dat spreekt
vanzelf. Kijk maar eens naar twintig jaar geleden. Bij ieder MIT sturen wij
bij.</al>
            <al>Wij kunnen een aantal zaken die wij nu zien aankomen, bijvoorbeeld de
netwerkanalyses, in september 2006 bij elkaar brengen en dan een eerste update
maken. Wij kunnen dan vaststellen wat er uit de netwerkanalyses komt en hoe
wij dat met elkaar waarderen. Tevens kunnen wij het werkprogramma van het
prijsbeleid erbij betrekken, plus het resultaat van het inzoomen op het ov.
Iedereen praat over de noodzaak van meer investeringen in het ov, maar zelfs
NS en ProRail kunnen ze niet aangeven waarin precies moet worden geïnvesteerd
om het ov te verbeteren. Wij willen daarom op het spoor inzoomen om na te
gaan waar inhaalsporen nodig zijn, waar een nieuw station nodig is, waar een
perron moet worden verlengd, waar gouden wissels nodig zijn, dat zijn wissels
waarover ontzettend veel wordt gereden en die dus van de allerbeste kwaliteit
moeten zijn. ProRail en NS hebben overigens allebei deelgenomen aan de commissie-Winsemius
waarin deze doorbraak in de gedachten niet naar voren is gekomen, maar beter
laat dan nooit. Die drie zaken kunnen in de update na de vakantie naar voren
komen. De Kamer kan dan bij de behandeling van de begroting voor 2007 moties
indienen en aanvullingen vragen op de Nota Mobiliteit.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Iedereen vindt de netwerkanalyses belangrijk, want in de regio's stapelen
de problemen zich op en het is de vraag hoe die op een effectieve en pragmatische
manier kunnen worden opgelost. De minister vraagt ons om de PKB nu vast te
stellen; wij kunnen dan in het najaar van 2006 verder discussiëren. De
vraag is natuurlijk wel of wij dan nu misschien een aantal dingen vastleggen
die wij volgend jaar weer willen wijzigen. Ik noem als voorbeeld bepaalde
openbaarvervoersverbindingen die volgens de netwerkanalyses nodig blijken
te zijn, maar die niet in de Nota Mobiliteit staan, of een vorm van prijsbeleid,
of misschien wel extra wegen. Wij leggen nu een veel uitgewerkter kader neer
waar wij vervolgens aan vastzitten. Dit is natuurlijk ook de bedoeling van
een PKB.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij is het politieke gegeven van vandaag dat de Nota Mobiliteit
op een aantal punten niet goed genoeg is, althans zo beluister ik de meerderheid
van de Kamer. De minister kan ons niet vragen om in te stemmen met die nota
nu de dingen die wij gewijzigd willen zien, er niet in zitten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De minister probeert ons op de een of andere manier tegemoet te komen,
maar welke ruimte heeft de Kamer dan nog in september 2006?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk dat de Kamer nog heel veel kan. Stel je voor dat de heer Duyvendak
extra wegen zou willen! Die wens kan zelfs in 2006 nog worden gehonoreerd.</al>
            <al>De opmerking dat de nota niet goed genoeg is, vat ik zo op dat dit onverlet
laat dat wij met zijn allen op zijn minst het bedrag van 80,5 mld. willen
arresteren. Ik heb mevrouw Dijksma ook niet horen zeggen dat zij meer geld
wil; zij wil het anders verdelen. Wij doen toch nooit iets anders bij het
MIT dan de beschikbare ruimte anders verdelen? Waarom zou dit nu niet kunnen?</al>
            <al>In de essentiële onderdelen van de Nota Mobiliteit worden verantwoordelijkheden
verdeeld. Zo stellen wij bij de doelstelling verkeersveiligheid vast welke
verant­woordelijkheid de regio en de minister hebben en hoe wij samen
de doelstellingen kunnen bereiken die in de Nota Mobiliteit voor 2020 worden
vastgesteld. Zo is het ook gesteld met de verantwoordelijkheid voor het hoofdwegennet
en het onderliggende wegennet. Wij hebben daar een eerste invulling aan gegeven,
maar het is geen wet van Meden en Perzen dat die invulling in alle gevallen
onveranderd blijft; de wegen en de wegnum­mers zijn niet in de PKB opgenomen.</al>
            <al>In de PKB worden veel algemenere zaken geregeld zoals een goede doorstroming,
een gedeelde verantwoordelijkheid voor de doorwerking van het hoofdwegennet
op het onderliggende wegennet, de toegankelijkheid van het openbaar vervoer
voor mensen met een handicap, enz. Die aspecten worden in de PKB vastgelegd,
maar die raken totaal niet aan de bezwaren die ik hier vandaag hoor tegen
de concrete invulling van de Nota Mobiliteit.</al>
            <al>Er is geen enkele belemmering om straks voor een andere invulling te kiezen
of om het bedrag van 80,5 mld. anders te verdelen. Daarom wordt er ook een
PKB Nota Mobiliteit deel IV uitgegeven waarin de neerslag van het Kamerdebat
terecht komt.</al>
            <al>Ik denk dat wij ons goed moeten realiseren dat wij de nota nodig hebben
om de kapers op de kust weg te houden van het bedrag van 80,5 mld. uit de
FES-gelden. Ik kan u verzekeren dat wij daar voor gevochten hebben. Ik denk
dat wij een groot risico nemen als wij dit niet vast timmeren. Dan wordt dit
over een kabinetsformatie heen getild. Een nieuwe Kamer en een nieuw kabinet
zullen dan immers een eigen stempel willen drukken op de nota en dan zijn
we nog verder van huis met twee jaar extra. Het is belangrijk dat het prijsbeleid
erin komt, om vast te timmeren dat in een volgend kabinet inderdaad wordt
beprijsd. Decentrale overheden zullen niet met uitvoering beginnen, maar wachten
tot het Rijk en de Kamer hun huiswerk hebben gedaan. Op alle dossiers zal
dus vertraging optreden. Ik wil juist de dag nadat de nota door deze Kamer
is afgehandeld, beginnen met de uitwerking van het prijsbeleid, mijn werkagenda
opstellen en voor alles een tijdplanning maken. Daar kan ik dan uiteindelijk
mee naar de Kamer. Zo kunnen we snel aan de slag met de verbetering van het
openbaar vervoer en de aanpak van het fileprobleem, waar de heer Hofstra terecht
zo veel nadruk op legt.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik beschouw de vraag, hoe het ene zich tot het andere verhoudt, voldoende
besproken. Er komt een derde termijn. De minister heeft aangegeven wat zij
noodzakelijk vindt. Ik stel vast dat de Kamer in de aanloop naar de derde
termijn de gelegenheid heeft om amenderende moties in te dienen.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. In het betoog van de minister begrijp ik iets niet. Zij betoogt
dat zij niet verder kan als er wordt uitgesteld, maar ik heb juist betoogd
dat de minister al jaren bezig is met de uitvoering van de Nota Mobiliteit.
Waarom denkt zij dan ineens gebonden te zijn? Zij verwijst voortdurend naar
de visie in de nota, dus kennelijk is zij er al mee bezig.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Nee, ik neem geen formele besluiten op essentiële onderdelen die
de Kamer ongewenst zou vinden, al dan niet gebaseerd op de nota.</al>
            <al>Misschien bedoelt u de passage in de nota die spreekt over mijn voorbereiding
bij de begrotingsbehandeling op de versnelling van een aantal projecten? Dat
heb ik inderdaad gedaan, maar dat had ik zonder de nota ook gedaan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik vroeg u ook naar uw visie: in hoeverre bevat de nota iets nieuws in
vergelijking met het bestaande beleid? De stukken die u naar de Kamer stuurt
zijn niet meer gebaseerd op SVV-2. Volgens mij wordt dat beleid al lang niet
meer gevoerd. De stukken zijn gebaseerd op het beleid dat u wilt voeren en
dat beleid krijgt zijn neerslag in de Nota Mobiliteit.</al>
            <al>Als u zegt dat u aan handen en voeten bent gebonden wanneer dit stuk niet
door de Kamer gaat, dan vraag ik mij af wat wij hier de afgelopen jaren hebben
gedaan. In ieder geval niet SVV-2.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk dat de decentrale overheden zullen vragen om zekerheid. Ik heb
de structuurvisie van de stad Den Haag bijvoorbeeld al langs zien komen; die
wacht op de kaders van de Nota Mobiliteit. Mij lijkt die vraag terecht. Wij
zitten hier niet alleen voor het rijksbe­lang; de steden en de regio's
zitten te springen om de kaders die wij nu aan het stellen zijn. Zij hebben
grote problemen op het gebied van verkeer en vervoer en hun dringende vraag
aan het Rijk is om verantwoordelijkheid te nemen en richting te geven, zodat
zij verder kunnen. De Nota Mobiliteit vraagt immers alle regio's om regionale
verkeers- en vervoersplannen te maken en die zijn op de doelstellingen van
de nota gebaseerd. Zo sprak ik net van de doelstelling verkeersveiligheid:
alle regio's baseren hun plannen op wat wij hier doen op dat gebied. </al>
            <al>Wat mijn visie is? Ik vind dat Nederland in beweging moet komen, door
onderhoud waardoor we ons veilig over wegen, spoorwegen en waterwegen kunnen
verplaatsen en door te bouwen voor een pakket van 14,5 mld. Wij kunnen meer
bouwen, maar dan moeten wij wel rekening houden met de wet van de afnemende
opbrengsten. Hoe groter het pakket dat je bouwt, hoe groter met andere woorden
de behoefte aan beprijzen wordt. Mijn visie komt er dus op neer dat wij hard
aan de slag moeten gaan met het openbaar vervoer, het onderhoud en de aanleg
van nieuwe wegen. Je moet daarvoor overigens niet kijken op de bladzijde die
de heer Hofstra opsloeg, maar op een bladzijde een stukje verder. De heer
Hofstra verwees namelijk naar beleid dat ongewijzigd blijft, terwijl hij een
paar bladzijden verder had kunnen zien wat er gebeurt als je de instrumenten
uit de Nota Mobiliteit inzet. Je houdt dan nog maar enkele rode stukjes over.
De CO<inf>2</inf>-uitstoot neemt nog steeds toe, maar zonder de Nota Mobiliteit
zou het nog veel erger zijn.</al>
            <al>Waar zegt de Kamer ja tegen als ze de Nota Mobiliteit aanneemt? De Kamer
zegt dan ja tegen ambities die als ondergrens kunnen dienen wanneer de Kamer
verder wil gaan. Deze nota is gedekt. Ik heb hard gevochten, maar meer geld
kreeg ik niet los. Voor een eventuele aanscher­ping van de ambities, zullen
wij moeten gaan zoeken naar dekking. Dat geld kan wellicht worden gevonden
door meer geld uit het FES te halen als er nog meer meevallers blijken te
zijn dan waarmee wij nu rekening houden.</al>
            <al>De Kamer zegt ook ja tegen kaders. Verder behoudt de Kamer natuurlijk
haar budgetrecht, wat in de praktijk betekent dat wij met deze nota een eerste
stap zetten. Ieder jaar zullen wij de voortgang monitoren, onder meer door
de lengte van de files te onderzoeken. De heer Hofstra trok de betrouwbaarheid
daarvan in twijfel. Het is echter ook mogelijk om de voertuigverliesuren te
meten. Dat is een heel zuivere maatstaf. De heer Hofstra noemde in dit verband
het jaartal 2007. Ik wijs hem er dan wel op dat de nota de periode tot en
met 2020 bestrijkt en dat hij niet mag verwachten dat alle doelen in één
jaar gerealiseerd worden. Die doelen kunnen wij alleen realiseren over een
langere termijn. Dat is de reden dat wij een uitvoeringsagenda hebben opgesteld.</al>
            <al>Als wij de instrumenten uit de Nota Mobiliteit inzetten, zal het aantal
voertuigverliesuren in 2020 even groot zijn als dat in 1992. Daaruit blijkt
wel hoe ambitieus wij zijn. Ik zou het zelf ook niet geloven als het Natuur-
en Milieuplanbureau het niet op alle mogelijke manieren had nagerekend. Dat
doel kunnen wij dus halen als wij gaan onderhouden, bouwen en beprijzen. Beprijzen
is in deze trits heel erg belangrijk. Iedere twee jaar zal een nieuwe uitvoeringsagenda
worden opgesteld. Er is gekozen voor een periode van twee jaar, omdat dat
ons de mogelijkheid biedt om elkaar scherp te houden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>De minister verwijst naar het Natuur- en Milieuplanbureau. Het rapport
van dit bureau hebben wij vandaag pas op ons bureau gekregen. Doordat het
zo laat binnenkwam, heb ik nog geen tijd gehad om het goed te bestuderen.
Overigens hebben wij wel meer stukken op het allerlaatste moment gekregen.</al>
            <al>Waar zeggen wij ja tegen? Wij zeggen volgens mij ook ja tegen beleid waarin
aan mobiliteit geen enkele beperking wordt opgelegd en waaruit de modal shift
helemaal is verdwenen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De modal shift bestond al niet meer toen ik minister werd. Afgelopen zaterdag
woonde ik op het congres van Transport en Logistiek Nederland de uitreiking
bij van een prijs voor duurzaam ondernemen. De ondernemer die deze prijs in
ontvangst mocht nemen, zei dat het voor een ondernemer in de logistieke sector
helemaal niet van belang is of goederen over de weg worden vervoerd; hij moet
er gewoon voor zorgen dat die goederen op de goedkoopste, efficiëntste
en duurzaamste manier op de plaats van bestemming komen. Ik ben het daar helemaal
mee eens. Een ondernemer moet niet uitgaan van het vervoer per schip of vrachtwagen.
De vraag moet zijn: wat is de beste manier om mijn spullen op tijd op de bestemming
te krijgen? Als een bepaald tijdstip moet worden gehaald, wordt wellicht voor
een ander vervoermiddel gekozen dan als er een paar dagen speling is. Er wordt
op deze manier uitgegaan van andere aspecten dan alleen het vervoermiddel.
Elke modaliteit moet ervoor zorgen dat de marktpositie zo goed mogelijk is:
schoon, goedkoop, op tijd en voorspelbaar. Daarvoor is geen modal shift nodig.
De sectoren verdienen op deze manier de eigen modal shift.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>In dat geval klopt hetgeen ik in eerste termijn heb gezegd, namelijk dat
vooral het economisch criterium leidend is in de keuzes die worden gemaakt.
Milieu en ruimte, wat belangrijke afwegingen zijn, spelen een ondergeschikte
rol.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik ben het daar niet mee eens. Niet alle plaatsen zijn via vaarwegen bereikbaar,
zeker niet internationaal. Soms zal de trein het beste vervoermiddel zijn,
bijvoorbeeld op lange afstanden, soms de binnenvaart en soms de vrachtwagen,
bijvoorbeeld op korte afstanden. De keuze voor het vervoer hangt af van hetgeen
vervoerd moet worden. Ik hoor ondernemers duidelijk een onderscheid maken
naar duurzaamheid. Ook hoor ik de binnenvaart spreken over een slag in het
schoner maken van hun schepen. De binnenvaart verwacht van ons hulp op dat
punt,</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik kan mij wat voorstellen bij de afweging die de minister maakt als zij
zegt dat wij niet op de stoel van ondernemers, verladers en transportbedrijven
moeten gaan zitten. Ik ondersteun echter de stelling van de heer Slob dat
de politiek de taak heeft om daarbij de macro-effecten voor de samenleving
in de gaten te houden. De vraag is of het milieuargument doorslaggevend is.
De modaliteiten verschillen op het punt van de uitstoot van schadelijke stoffen
steeds minder. Het aspect dat vaarwegen vaak onbenut blijven en dat daarvan
meer gebruik kan worden gemaakt, ook om het aantal files en de belasting van
de weg terug te brengen, kan in de overwegingen worden betrokken. Hoe kan
aan een omslag een impuls worden gegeven? Subsidieregelingen waren voorheen
effectief.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>De overbelasting van het wegvervoer past niet bij de meer pragmatische
insteek van de minister. Het gaat ook om het omgaan met schaarste. Past daarin
geen modal-shiftbeleid?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij kunnen mensen nooit dwingen tot het gebruik van een bepaalde vervoersmodaliteit.
Nu de business cases van de binnenvaart, the short sea en de trein steeds
beter worden, kiezen ondernemers vaker voor gecombineerd vervoer, dus voor
trein en binnenvaart. Dat is de kracht die de modaliteiten nodig hebben. Geen
enkele ondernemer kan gedwongen worden om zijn spullen op een andere manier
te vervoeren dan hij wil. Er is een subsidieregeling geweest voor inland terminals.
Verder geldt op dit punt een Europese subsidi­eregeling, Marco Polo. Trimodale
overslagpunten, zoals Duisburg, werken echter buitengewoon goed, zonder inmenging
van de overheid. Onze taak ligt in het verbeteren van de randvoorwaarden van
elke modaliteit. Beheer en onderhoud vormen daarin belangrijke aspecten. Eigenlijk
hebben wij al een modal-shiftbeleid, als ik het even zeggen mag. De binnenvaart
betaalt namelijk niets voor het gebruik van zijn infrastructuur, de trein
betaalt een klein beetje en de weg gaat geleidelijk aan veel betalen. Hierin
verandert de komende tijd niet veel. Zo bezien, hebben wij dus eigenlijk al
een modal-shiftbeleid.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>De minister verwijst nu onder andere naar de Europese Marco-Poloregeling.
Dat is natuurlijk ook een stimuleringsinstrument van de overheid, zij het
van de Europese overheid. De drempels voor die regeling liggen vrij hoog.
Je moet bovendien aan allerlei internationale voorschriften voldoen. Daarom
stel ik voor om landelijk iets te verzinnen dat daar naadloos op aansluit,
maar met een iets lagere drempel. Dat is heel simpel.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dat wij al een modal-shiftbeleid hebben, omdat de mensen
van de binnenvaart niet betalen, van de trein een klein beetje en van de weg
heel veel, maar door de manier waarop de minister problemen in het achterstallig
onderhoud aanpakt, wordt de binnenvaart een hekkensluiter. Zij kan daar natuurlijk
wat aan doen. Zo zegt zij zelf dat de overheid de randvoorwaarden kan scheppen.
Daarom stel ik voor dat zij meer inzet op de binnenvaart en ervoor zorgt dat
er betrouwbare vaarwegen zijn, zodat het voor bedrijven interessanter wordt
om daar gebruik van te maken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De situatie op die drie vlakken is verschillend. Als een wissel kapot
is, kan er geen trein overheen rijden. Als de wegen glad zijn, zoals vorig
jaar het geval was, is het levensgevaarlijk om eroverheen te rijden. Dat geldt
niet voor de vaarwegen. Op een gegeven moment kan een beschoeiing aan vervanging
toe zijn, maar dan nog kan er gevaren worden. Het kan voorkomen dat een sluis
niet goed werkt, maar daar doen wij dan wat aan. Wij laten geen sluis zitten
die niet werkt. Dat staat ook in de nota. Wij hebben daar correctief onderhoud
aan gepleegd. Als een sluis niet werkt, gaat die voor.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Er is geen preventief onderhoud gepleegd?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Nee.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Dat is beter, anders kunnen mensen weer drie weken stil komen te liggen
voor een sluis. Dat kun je ook niet hebben met just-in-timevervoer.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Daar heeft mevrouw Gerkens absoluut groot gelijk in. Correctief onderhoud
valt onder de nota die tot 2010, 2011 geldt. In de Nota Mobiliteit is een
veel groter budget opgenomen, waardoor wij wel aan preventief onderhoud kunnen
doen. Mevrouw Gerkens heeft echter gelijk. Voor de eerstkomende jaren is het
budget voor de vaarwegen hoog genoeg om het goed bevaarbaar te houden, zij
het niet dankzij preventief onderhoud. Dat heeft mevrouw Gerkens goed gezien.
Preventief onderhoud is wel mogelijk dankzij de grote hoeveelheid geld die
is gereserveerd in de Nota Mobiliteit.</al>
            <al>Wij hebben een forse ambitie op het vlak van de weg. Wij keren terug naar
de situatie van begin jaren '90. Dat zei ik net al. Er zullen 40% minder
files zijn dan in 2000 en 95% van de reizigers in de spits zal op tijd
aankomen, ondanks 40% groei van het autoverkeer en 80% groei
van het vrachtverkeer. In 2020 zijn er in twee keer zo veel auto's als in
1992. Als u nog zegt dat het geen ambitieuze doelstelling is om in 2020 met
twee keer zo veel auto's als in 1992 het zelfde aantal voertuigverliesuren
te realiseren, weet ik het niet meer. In mijn ogen is die doelstelling uiterst
ambitieus.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Dat klinkt zeker ambitieus. Ik ben ook blij dat de minister heeft gezegd
dat zij ook wel wil overstappen op voertuigverliesuren, als de Kamer het wil.
Voertuigverliesuren zijn concreter, want die kun je tellen en meten. Ik kijk
alleen even naar het tabelletje dat in de tekst in de buurt van het plaatje
staat, dat volgens de minister niet het goede plaatje was. De minister zegt
dat 2000 100 is en dat dit 195 wordt als wij niets doen, dus dat er bijna
een verdubbeling optreedt. Zij gaat echter bouwen en benutten, waardoor het
142 wordt en zegt dat het 60 wordt dankzij beprijzing. Dat is het duveltje
uit het doosje. In de laatste drie of vijf jaar gaan wij van 142 naar 60.
Dit model is voor mij een volledige black box. Ik heb hier al een opmerking
over gemaakt. Ik vind deze uitkomst niet plausibel. Als de getallen van de
minister kloppen, is het een geweldige prestatie. Daar teken ik graag voor.
Plausibel is het alleen niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Er is een termijn: de nota loopt van 2011 tot 2020. Ik pretendeer niet
dat ik op de eerste dag van 2011 alles heb opgelost, nee, in 2020 ben ik zover
dat bepaalde zaken zijn opgelost. Daar groeien wij dus langzaam naar toe.
Wij gaan niet in 2018 beprijzen, maar in 2012, conform het advies van "Nouwen".
Iedereen heeft gezegd dat ik het beprijzen uitstel, maar dat heb ik nooit
beweerd. Ik heb alles onderschreven. Vooral in de tweede fase zal er veel
bemoeienis van de Tweede Kamer zijn, zodat wij die fase niet en detail hebben
ingevuld. Wel hebben wij in zijn algemeenheid gezegd: wij onderschrijven "Nouwen".
Als wij in 2010 beginnen met beprijzen, hebben wij nog acht jaar tot 2020.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Kunt u toezeggen dat de Kamer een mooie grafiek krijgt, waarbij 1990 gelijk
is aan 100? Als het goed is, staan we dan in 2020 weer op 100. Misschien kan
dan ook even een kruisje worden gezet bij het moment waarop de beprijzing
wordt ingevoerd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Mijn expert zegt dat wij zo'n grafiek kunnen leveren. Bedenk echter wel
dat er aan bouwen een pakket van zo'n 14,5 mld. in zit. Op blz. 21 van het
rapport van het Natuur- en milieuplanbureau (NMP) wordt daar verder op ingegaan.
Ik zeg zo'n grafiek dus toe.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Worden al deze becijferingen, die vooral met de economie en het verkeer
te maken hebben, gemaakt door het NMP? Is dat dan wel verstandig?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het antwoord is "ja", dat is juist heel verstandig!</al>
            <al>De heer Hofstra vroeg of de files ooit volledig worden opgelost. Ik vraag
de Kamer hierbij om een klein beetje realiteitszin. Ik ken namelijk geen enkel
EU-land, vergelijk­baar met ons land, waar in de ochtend- en de avondspits
geen files zijn. Als wij daarop moeten gaan bouwen, word ik bijna samen met
de heer Duyvendak een gelovige: dat kan niet. In Nederland houden wij dus
altijd wat congestie in de spits, zij het veel minder dan nu. In 2020 wordt
het op alle fronten beter, maar de Kamer hoort mij niet zeggen dat ik tegen
die tijd alle files heb opgelost.</al>
            <al>Hoe gaan wij vervolgens de ambities waarmaken? Eerst gaan wij de wegen
structureel goed onderhouden. Alles wat wij "planten" heeft dus
voortaan een onderhoudsbudget. Hetgeen waarin wij verzeild zijn geraakt vanaf
het ogenblik dat ik op deze stoel zit, moet nooit meer voorkomen. Er moet
een constant niveau van onderhoud zijn. Dat hoeft niet overdreven te zijn,
maar hetgeen nodig is, moet er wel zijn.</al>
            <al>Wij gaan de weg optimaal benutten. Nu zetten wij in op de spitsstroken
via ZSM-1 en ZSM-2. Net als de heer Hofstra kan ik het ook niet onthouden,
dus voor mij is het ook "zo spoedig mogelijk". Ik onderzoek verder
de mogelijkheden van compact rijden in de grote steden. Bovendien zijn wij
bezig met een ZSM-3-programma.</al>
            <al>Belangrijk is het bouwen aan meer capaciteit. Aan het eind, in 2020, zult
u zien dat wij 30% meer capaciteit hebben dan in 2000. Ik denk dat
dat een belangrijke uitbreiding is van de capaciteit. Die vinden wij zowel
in stroken bij de bestaande wegen, als in het realiseren van een aantal nieuwe
verbindingen. Op het beprijzen van de weg kom ik nog terug.</al>
            <al>Dit zijn de zaken waaruit de nota is opgebouwd en die samen tot een resultaat
leiden in 2020. Als wij het hele programma zouden versnellen, zou het zelfs
in 2017 klaar kunnen zijn.</al>
            <al>Als je rekent met een pakket van 14,5 mld. treedt de situatie op die op
blz. 21 van het rapport van het Natuur- en Milieuplanbureau is geschetst.
Ga je meer bouwen, nog een keer voor bijna 13 mld., dan komt de wet van de
afnemende meeropbrengsten aan bod. Dan treedt het effect op dat er zo veel
capaciteit komt op het hoofdwegen­net, dat alles zich zal concentreren
op het hoofdwegennet en dat de optimale mix niet zal worden gevonden en er
veel capaciteit op het onderliggende wegennet overblijft.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De minister stelt dat er versneld zou kunnen worden en dat het bouwprogramma
dan in 2017 voltooid zou kunnen zijn. Wat heeft zij voor midde­len nodig
om dat te bereiken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Daarvoor heb ik regio's nodig die de rentekosten betalen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Om wat voor bedrag gaat het dan?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat ligt eraan wat je naar voren wilt halen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Het hele programma.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk niet dat je het hele programma naar voren kunt halen. Veel dingen
staan ook al goed in de tijd. Er zijn echter wel een aantal zaken die wij
naar voren zouden kunnen halen. Die worden bij de begroting benoemd. Sterker
nog, ik ga er nu al een paar noemen.</al>
            <al>Wat wij nu hebben liggen aan maatregelen is financieel gedekt. Die 80,5
mld. is genoeg om alles wat er in de nota staat, waar te maken. Dat zijn ook
de herstelwerkzaamheden en veel vervangingswerkzaamheden aan het spoor. Wij
moeten namelijk niet vergeten dat er heel veel geld nodig is om het spoor
te verbeteren. De investeringen in de benutting en de aanleg van wegen zijn
groter dan ooit en wel 2 mld. per jaar. Dat is nog nooit vertoond. Verleden
jaar is gevraagd om meer en sneller aan de aanleg van wegen te werken. Daar
hebben wij ons hard voor gemaakt. Dat ziet u nu terug in het MIT van 2006,
waarin staat dat 260 mln., beschikbaar naar aanleiding van amendementen van
verleden jaar, wordt ingezet voor extra wegenprojecten waaronder de A12, Maasbergen-Veenendaal.
Verder is uit de aanbestedingsmeevallers, ter grootte van 270 mln., een drietal
projec­ten versneld, waaronder de A2, Amsterdam-Utrecht. Die wordt zelfs
twee keer vijfbaans, in plaats van twee keer vierbaans. Verder worden de twee
tangenten bij Eindhoven aangepakt en de A4, Burgerveen-Leiden. Wij hebben
met alle landsdelen, behalve met Utrecht, overleg gevoerd. De regio's hebben
laten weten dat zij buitengewoon blij zijn met die versnellingen.</al>
            <al>Belangrijk is ook dat de procedures snel en met behoud van zorgvuldigheid
kunnen worden toegepast. Dat kan, want wij hebben met elkaar een nieuwe spoedprocedure
vastgesteld. Daarnaast worden mogelijkheden uitgewerkt om de interne werkwijze
van het ministerie te versnellen. Begin 2006 ontvangt de Kamer de resultaten
daarvan.</al>
            <al>In de uitvoeringsagenda zijn de mogelijkheden tot versnelling van het
MIT-programma op een rij gezet. Eén van de mogelijkheden is de invoering
van de versnellings­prijs, waarbij de regio's alleen de rente van de projecten
voor hun rekening nemen. Vorige week heb ik tijdens de bestuurlijke overleggen
met de regio's afspraken gemaakt over projecten die eventueel in aanmerking
komen voor de versnellingsprijs. Samen met de decen­trale overheden bepaal
ik welke knelpuntlocaties met behulp van de versnellingsprijs of tol kunnen
worden aangepakt. Onder het voorbehoud dat de Kamer instemt met de Nota Mobiliteit
heb ik met Gelderland en Limburg afgesproken dat de mogelijkheden van een
versnellingsprijs en cofinanciering worden onderzocht bij de doortrekking
van de A15 naar de A12 en de bij de verbreding van de A2. De provincie Noord-Brabant
beraadt zich op een oplossing voor de brug bij Gorkum in de A27. De partners
in de Noordvleugel zullen begin volgend jaar een voorstel doen voor projecten
voor beprijzing in hun regio. Met de partners in de Zuidvleugel is afgesproken
dat wij gezamenlijk de vormgeving van de versnellingsprijs en tol bij de projecten
in die regio zullen verkennen. In beide regio's gebeurt een en ander in samenhang
met het gehele netwerk.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>De verbreding van de A2 in Limburg komt ook voor een versnellingsprijs
in aanmer­king. Ik zie daarbij twee opties. De eerste is de aanleg van
twee extra stroken met een bordje erboven met de tekst: u kunt erlangs, maar
dat kost u zoveel. De tweede is dat op alle rijstroken tol geheven wordt.
Dat laatste is in strijd met het vigerende beleid. Overweegt de minister ook
tol te heffen in de tunneltjes in Maas­tricht?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Die tunneltjes zijn nog niet eens aangelegd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb begrepen dat men geld te kort komt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het is zeker niet de bedoeling om vandaag al te bepalen hoe dit straks
technisch wordt geregeld. Wij zijn nu nog in het stadium van het onderzoek.
Wij komen daar nog uitgebreid over te spreken. Ik noemde deze projecten als
mogelijkheden voor de versnellingsprijs.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Wij hebben het over een zeer grofmazig wegennet. De eerste gelijkwaardige
route ligt in Duitsland. Anders moet je uitwijken naar de lijn Antwerpen-Breda.
Als op de A2 tol wordt geheven, is dat een zeer ingrijpende beslissing.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>De vraag is ook hoe de selectie plaatsvindt. Het is heel goed dat de projecten
van onderop, in samenwerking met de regio's worden aangedragen. In de Nota
Mobiliteit staan criteria aan de hand waarvan de voorstellen getoetst moeten
worden. Wanneer komen wij daarover te spreken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Als de concrete voorstellen op tafel liggen. Daarvoor is het nu nog te
vroeg. Ik wilde alleen aangeven welke voorstellen de regio's hebben aangedragen.
Vervolgens wordt gezamenlijk onderzocht wat de mogelijkheden zijn.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>De Kamer krijgt nog een brief met de uitkomsten van het bestuurlijk overleg
waarin de minister ongetwijfeld ook haar visie hierop zal geven.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Op verzoek van de Kamer zijn de knelpuntenanalyses uitgevoerd. Alle regio's
zijn daarbij betrokken. In heel Nederland zal dezelfde knelpuntendefinitie
worden gehanteerd. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ik heb ook geen reden
om te twijfelen aan de uitkomsten van de knelpuntenanalyses, waarin landelijk
op een uniforme wijze wordt gerekend. Belangrijker is dat wij met de regio's
overeenstemming hebben bereikt over de gegevens waarop een dergelijk model
is gebaseerd. Wij zullen dus straks niet met de regio's vechtend over straat
gaan over de knelpuntenanalyses. De manier waarop de analyses verwerkt worden,
is vergelijkbaar voor het gehele land.</al>
            <al>Wij blijven de ontwikkelingen volgen. In 2007 wordt er een hernieuwde
analyse gemaakt van de knelpunten op het totale hoofdwegennet. Dan worden
ook de zogenaamde N-wegen meegenomen en de manier waarop de N-wegen en de
hoofdwegen met elkaar in verbinding staan en op elkaar inwerken. Dat is een
heel belangrijke update. Voor het komende jaar wordt samen met de regio's
meer diepgravend gekeken naar de samenhang binnen de stedelijke netwerken.
Dat zijn de stedelijke netwerken die zijn opgenomen in de Nota Ruimte plus
de drie andere. Die zijn niet gelijkwaardig, maar zij worden wel gelijkwaardig
behandeld.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>De minister is schriftelijk ingegaan op mijn voorbeelden van de A1 en
de ringweg in Groningen. Ik neem aan dat de minister daar niet meer op terugkomt.
Ik begrijp echter niets van haar antwoord. Hier staat dat beide geen knelpunten
zijn. Het zijn ook geen "net niet"-knelpunten. Ik kan de minister
erop wijzen dat er tussen Amsterdam en Hamburg nog één verkeerslicht
staat, namelijk in Groningen. Ik weet niet of de minister dat voor een snelweg
normaal vindt. Ik vind het in ieder geval niet normaal dat er een verkeerslicht
op een snelweg staat. Tegenwoordig staat het daar de hele dag vol. Ik voorspel
dat de verbinding Apeldoorn-Twente in 2020 ook een knelpunt zal zijn, ook
al zijn de spitsstrookjes dan in gebruik.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De knelpuntenanalyses worden regelmatig bijgesteld. Op dit ogenblik komen
deze voorbeelden er volgens de definitie in de Nota Mobiliteit niet als knelpunt
uit. Wij hebben zelfs bij de A1 de trajecten wat korter genomen. Toch komen
zij er niet uit als een knelpunt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Om het rondje door het land even af te maken: voor Maastricht geldt hetzelfde.
Wat zijn wij nu aan het doen met die plannen als Maastricht ook geen knelpunt
is?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het knelpunt bij Maastricht wordt opgelost.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil nog terugkomen op de drie netwerken die de minister noemde. Zij
stelde: zij zijn niet gelijkwaardig, maar zij worden wel meegenomen. Dat vind
ik een wat cryptische omschrijving. De kernvraag is natuurlijk of de netwerken
voor rijkssteun in aanmerking komen op het moment dat er knelpunten zijn die
niet opgelost kunnen worden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wanneer een knelpunt verschijnt in de knelpuntenanalyses, krijgt dat een
plaats in het MIT. Dan maakt het niet of dat nu is of over twee jaar. Een
knelpunt is een knelpunt.</al>
            <al>Ik kom bij de criteria die de heren Verdaas en Van Hijum stelden bij de
stedelijke netwerken en de samenhang daarbinnen of wel "de ladder van
Verdaas, beklommen door de heer Van Hijum". Die kan ik zonder meer volgen.
Wij zullen die criteria aan de regio's doorgeven.</al>
            <al>Ik herhaal nog eens dat wij als Rijk de netwerkanalyses van de noordvleugel,
de zuidvleugel en Utrecht trekken. Daar neemt de regio deel. Buiten de Randstad
zijn zeven netwerkanalyses waar de regio trekker is en het Rijk meedoet. Dus
Groningen, Assen, Leeuwarden, Zwolle, Twente, Arnhem, Nijmegen, Zuid-Limburg
en BrabantStad zijn de economische kerngebieden waarvoor de visie op de ruimtelijke
ontwikkeling juist van belang is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dat zij het rijtje criteria dat ik noemde graag als structurerend
element wil meenemen. Is dit een concrete toezegging dat dit, hoe wij ook
verder met de PKB omgaan, in de netwerkanalyses wordt opgenomen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De PKB heeft natuurlijk wel iets met de netwerkanalyses te maken. Ik zal
in ieder geval aan de regio's doorgeven dat die zeven criteria gehanteerd
worden voor de knelpuntenanalyses en de stedelijke netwerken. De heer Verdaas
kan de ladder dus optrekken, uiteraard na vaststelling.</al>
            <al>Voor gebieden buiten deze tien zie ik zelf geen aanleiding om de komende
jaren heel diepgaand te analyseren, dit in antwoord op de heer Van Hijum.
Het gaat het kabinet in het komende jaar om de belangrijkste stedelijke gebieden,
conform de Nota Ruimte en de drie aanhangsels. Als de regio's dat zelf willen,
mogen zij vanzelfsprekend verder analyseren. Over twee jaar worden de knelpunten
van het hele wegennet nogmaals kritisch geanalyseerd.</al>
            <al>In die tien netwerkanalyses staat centraal de specifieke analyse van de
ontwikkelingen van verkeer en vervoer rond de grote steden als de basis van
ieders inzet, dus ook van de regio's, zowel op de korte als op de langere
termijn. Wat zijn de grootste knelpunten in de samenhang van de hoofdwegen
en de onderliggende wegen en in de samenhang tussen het landelijke en het
regionale openbaar vervoer? Mijn centrale thema daarbij is toegang tot de
steden. Zijn wij wel slim bezig op het hoofdwegennet, als wij vervolgens met
z'n allen stil staan voor de grote stad? Daar zit een heel speciaal knelpunt
waar wij met heel veel aandacht naar kijken.</al>
            <al>In de netwerkanalyses kijken wij naar kansrijke en concrete oplossingen
op korte en op langere termijn. Vaak zijn deze er tegelijkertijd. Kortetermijnmaatregelen
zijn quick wins door mobiliteitsmanagement en door te kijken naar alle stoplichten
die op de route van belang zijn. Bij de langetermijnoplossing gaat het over
de weg en het openbaar vervoer, waaronder light rail, als dat nuttig, nodig
en gewenst is in de regio.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Uw stellingname is niet langer dat light rail te allen tijde uit de BDU
gefinancierd moet worden?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Als er een knelpunt is, gaan wij daar gezamenlijk naar kijken. Tot nu
toe is dat niet anders geweest. Bij het decentraliseren van de onrendabele
lijnen hebben wij voortdurend samen met de provincies gekeken hoe dat moet.
Als een lichtere trein gaat rijden over een traditioneel traject, moeten wij
dan allerlei dure aanpassingen doen? Dat hebben wij op kosten van het Rijk
onderzocht, samen met de decentrale overheden, en de uitkomsten daarvan zijn
heel hoopgevend. Dat kan, als wij hier en daar een kleinigheid veranderen,
zoals dat spoorbomen ook op een lichtere trein reageren. Een heel belangrijk
van onderzoek was dit jaar of het veilig is om met een lichtere trein op een
traditioneel traject te rijden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voor de goede orde, ik ben blij met de conclusie van dat onderzoek. Is
het signaal voor de regio's dat zij bij de netwerkanalyses die zij maken,
ook de light rail als volwaardig alternatief in stelling kunnen brengen, en
dat daarvoor een financiële bijdrage van het Rijk komt, als dat nodig
is? Bij de vaststelling van de bedragen voor de Nota Mobiliteit is het geld
voor de wegen en voor het achterstallig onder­houd bij het spoor wel goed
belegd, maar heerst er onduidelijkheid over het bedrag waar men op dit punt
op kan rekenen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk niet dat dit onduidelijk is. Wij hanteren bij het spoor en bij
de wegen precies dezelfde criteria. Wij kijken naar de meest efficiënte
oplossing. Ik denk dat wij er wel voor moeten waken dat wij dat blijven doen,
want anders gooien wij het geld van de belastingbetalers bij bakken weg. Het
bedenken van een buitengewoon luxe oplossing is niet moeilijk. Dat is eigenlijk
het makkelijkste wat er is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Met een praktisch voorbeeld wil ik laten zien waarom ik denk dat u het
wel mooi vertelt, maar niet zo mooi doet. Dat voorbeeld is Kolibri in Groningen.
Daar zegt men dat door een lightrail rond de stad een verdubbeling van de
Zuidtangent A7 (de ringweg) onnodig is. Men investeert dan liever in openbaar
vervoer dan in een weg. En wat is de reactie van uw departement? U bent niet
bereid tot een landelijke subsidie. U knipt het project als het ware in stukjes,
zodanig dat de redenering is en blijft: betaalt u dat maar uit uw BDU. En
dan gebeurt er dus helemaal niets. Als wij vandaag gewoon afspreken dat dergelijke
redeneringen passé zijn, dan geloof ik ook echt dat die lightrailprojecten
een kans maken, want u hebt gelijk dat je het geld niet met bakken moet weggooien.
Dat bepleiten wij hier ook niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Maar wel rendabele oplossingen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Wij zijn wel een serieuze partij!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Oké.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind het triest dat u daar nu pas achterkomt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Maar niet ieder lightrailproject dat aan het ministerie wordt voorgelegd
is de beste en meest efficiënte oplossing.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat is ook niet het geval met elk wegproject! Als wij het daarover eens
zijn...</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ja. In essentie maken wij scherp wat het Rijk kan doen, wat de regio kan
doen en wat wij samen kunnen en moeten doen. Wat mij betreft, is flexibiliteit
mogelijk bij het inzetten van de budgetten van Rijk en regio. Dat is volgens
mij een gigantische breuk met het verleden, ook met het beleid van kabinetten
waarvan uw solide partij deel uitmaakte. Wij gaan dus daar investeren waar
het rendement voor de reiziger het hoogst is. Dat kan betekenen dat er rijksgeld
naar regionale oplossingen gaat en regiogeld naar rijksoplossingen. Dat principe
staat echt in de Nota Mobiliteit.</al>
            <al>De heren Hofstra en Hermans hebben gesproken over de planning van de netwerkanalyses.
Ik heb met alle regio's afgesproken dat wij de netwerkanalyses afronden voor
1 augustus 2006. Ik heb al gezegd dat het een compact besluitvormingsproces
vereist van de regio's om die datum te halen. Daarna gaan wij in gezamenlijk
overleg onze bestuurlijke conclusies trekken. Die zijn voor mij primair van
belang voor de concrete invulling, samen met de Kamer, van het MIT op langere
termijn. Via het MIT worden de invulling en voortgang van deze afspraken jaarlijks
met de Kamer besproken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De motie van mij en de heer Hofstra ligt er al een jaar. Ik denk te zien
dat de knelpun­tenanalyse van de N-wegen en het onderliggende wegennet
er pas in 2007 komt. Ik vraag mij af waarom pas in 2007 wordt gekeken naar
het onderliggende wegennet, terwijl het zo'n belangrijk onderdeel is van de
Nota Mobiliteit.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat heeft gewoon te maken met de capaciteit op het ministerie. Wij kunnen
niet alles tegelijk. Er is een ongelooflijke hoop werk te doen voor de netwerkanalyses
en het inzoomen op het spoor, waar immers de meeste investeringen nodig zijn.
Er is heel veel mankracht voor nodig. Het jaar daarna gaan wij verder. Die
knelpunten worden meegenomen bij de evaluatie en herziening van de BDU.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Het is raar om te constateren dat je als je een netwerkanalyse gaat maken,
een deel van het netwerk pas later gaat analyseren. Het is toch logisch om
dat mee te nemen in de netwerkanalyses die gemaakt worden, zodat je het integraal
kunt bekijken? Nu ga je een pakket maatregelen nemen en er budget voor aanwenden,
terwijl je pas een jaar later naar het onderlig­gende wegennet gaat kijken.
Wij moeten nog zien wanneer dat in 2007 gebeurt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dit is een misverstand. In 2007 ga ik het totale hoofdwegennet en de N-wegen
bekijken. Bij de netwerkanalyses wordt natuurlijk het onderliggende wegennet
betrokken, evenals het rijks-ov en het regio­nale ov. Bij de netwerkanalyses
rondom de grote steden worden alle betreffende N-wegen meteen meegenomen.
De rest gebeurt in 2007.</al>
            <al>De hoofdkeuzen liggen nu op tafel. Ik presenteer de ambities, de aanpak
en de middelen voor het beleid voor de termijn tot 2020. De netwerkanalyses
zijn een middel om dit algemene beleid meer specifiek in te vullen in de stedelijke
netwerken. De netwerkanalyses zijn niet bedoeld om fundamenteel andere algemene
beleidskeuzen voor te bereiden. De beleidskeuzen in de nota zijn samen met
de decentrale overheden vastgesteld. Als wij daar opnieuw mee zouden beginnen,
zouden wij grote teleurstelling bij onze decentrale partners teweeg brengen.
De hoofdambities, de aanpak en de beschikbare middelen blijven dus gelijk.
Die zijn ook samen met de koepels VNG, IPO en SKVV vastgesteld. Binnen dit
budget kunnen wij wel degelijk schuiven zoals wij dit ook doen bij het MIT.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dit nu mooi en ik begrijp dat dit een tegemoetkoming
aan de Kamer is, maar het probleem is dat een deel van de ambities die zij
tentoonspreidt, bijvoorbeeld op het punt van het openbaar vervoer, naar de
smaak van mijn fractie vraagt om een drastischer inzet van middelen binnen
het beschikbare budget en daarmee ook om een andere ambitie. Dit moet toch
ook worden gecommuniceerd naar de decentrale overheden?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ja, dit snap ik, maar het Rondje Randstad is vooral een rijkstaak. Wij
zullen daardoor niet direct op het hart van de regionale bestuurders trappen.
Als wij aan de NS en ProRail vragen waar wij moeten investeren om het Rondje
Randstad compleet te maken en snel te kunnen berijden, denk ik dat wij daar
nog geen helder antwoord op krijgen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Wij hebben destijds van de voorganger van de minister, de heer De Boer,
toen hij constateerde dat het achterstallig onderhoud op het spoor erg groot
was, drie scenario's van ProRail voorgeschoteld gekregen. Scenario 1 was:
niet verder afglijden. Scenario 2 was: huis op orde. Scenario 3 was een soort "state
of the art" scenario. Als wij daarvoor zouden kiezen, zou Nederland voorop
lopen. Dit heeft men zelfs toen al kunnen beleggen met noodzakelijke bedragen.
De minister moet dan nu niet zeggen dat wij dit allemaal niet weten, want
wij hebben dit al zo'n drie jaar geleden voorgeschoteld gekregen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij hebben niet stil gezeten in die drie jaar. Die mate van gedetailleerdheid
verdient nu echt een update. Wij hebben het nu over specifieke projecten,
namelijk het Rondje Randstad en het Rondje Brabant, met de nadruk op het Rondje
Randstad. Als de Kamer die wens uit, moeten wij naar dat specifieke stuk kijken
en vaststellen waar wij iets tekort komen, waar er sprake is van achterstallig
onderhoud en waar vervanging nodig is. Navraag leert dat dit de NS en ProRail
in die gedetail­leerdheid niet voor ogen staat. Wij zoomen daar nu op
in en wij kunnen dit volgend jaar aan de Kamer voorleggen in de update van
de netwerkanalyses en het werkprogramma van het prijsbeleid.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Dit verbaast mij, zowel gelet op het materiaal dat ik heb gezien als op
de gesprekken die ik de afgelopen weken heb gevoerd. Ik heb geprobeerd dit
zo precies mogelijk te formuleren. Een aantal stukken op het traject Utrecht-Den
Haag en Utrecht-Rotterdam is nu nog tweesporig en zou viersporig moeten worden.
Bij Delft is er een knelpunt, nog los van de discussie over de tunnel. Dit
alles is natuurlijk ook afhankelijk van je ambitie met het Rondje Randstad.
Ik heb gesproken over zes stoptreinen en zes intercity's per uur tussen zes
steden. Je kunt vrij nauwkeurig zeggen dat je daar een miljard voor nodig
hebt. Ik hoor graag of dit nu flauwekul is of niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij ligt er al heel wat materiaal, maar ik begrijp wel dat ProRail
met de houders van de vervoersconcessies moet spreken als de ambities verhoogd
worden. Je praat dan over een ander scenario dan nu in de Nota Mobiliteit
is opgenomen. Ik heb vanmorgen goed geluisterd: er is door de leden een aantal
concrete voorstellen gedaan en ik heb er zelf ook een paar op papier gezet.
Die kunnen daar dan in worden meegenomen. In dat opzicht slaan wij dus al
een behoorlijke slag, we kunnen gewoon oppakken wat er al ligt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>In het Financieele Dagblad van heden kan ik uit onverdachte bron, de baas
van NS Holding de heer Veenman, optekenen dat de aanpassingen voor het Rondje
Brabant en het Rondje Randstad 100 mld. kosten, maar – zo zegt hij –
als je het slim doet, 13 mld. Ik wil daarmee slechts zeggen dat het wel vreselijk
veel geld is. Ik heb gezegd dat geld geen probleem kan zijn, want de overheid
heeft geld genoeg hiervoor. Maar mijn vervoerseconomische opmerking is hier
toch wel van toepassing: we moeten een goede afweging maken; de plannen zijn
prachtig, maar het moet allemaal financieel wel verantwoord kunnen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Nou, dat geld heb ik niet. We bekijken hoe het Rondje Randstad op een
reële manier kan worden vormgegeven. Daarvoor hebben we een update nodig:
wat is gedaan, wat moet er nog gebeuren, waar zit dat precies in en in welke
volgorde? Met die update wil ik straks naar de Kamer. Liever treed ik niet
in de dienstregelingen, in de trant van: welke treinen moeten rijden en hoe
laat? Aan die update hangt het prijskaartje. Ik zal de Kamer hierover een
voorstel doen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>In dat geval heeft de minister mij verkeerd geantwoord. Hoe is het namelijk
mogelijk dat dit nog niet voldoende is uitgewerkt, na de nota drie jaar geleden
en alle schetsen in de tussentijd? Waarom moeten we weer gaan wachten? Vindt
de minister dat zelf geen tekortkoming in haar werk? Dat had toch al veel
eerder moeten gebeuren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>De minister wil niet over dienstregelingen praten. Volgens mij moeten
we inderdaad niet praten over de precieze dienstregelingen, maar juist wel
over de ambities op dat gebied. De automobilist heeft behoefte aan een betrouwbare
reistijd, maar de ov-reiziger zeker ook. Ik wil een reactie van de minister
op mijn 6x6x6-ambitie: zes stoptreinen en zes intercity's per uur tussen de
zes plaatsen. Wil zij dat gaan realiseren of niet?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben blij met de toezegging van de minister om het Rondje Brabantstad
en het Rondje Randstad op te pakken. Maar NS en ProRail zeggen dat de groeiverwachting –
die mag je inderdaad niet "ambitie" noemen – voor het openbaar
vervoer van gemiddeld 1% per jaar veel hoger zal uitvallen, met een
grote kans op files op het spoor. Ik neem aan dat dit niet alleen zal gelden
voor Brabant en de Randstad; misschien wel voor het belangrijkste deel, maar
die files kunnen zich ook elders voordoen. Kan de minister op die scenario's
ingaan?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Toen wij met de NS over de concessies spraken, ging het over het gehele
hoofdrailnet. Nu gaat het heel specifiek over het Rondje Randstad, dat tot
ieders verbeelding spreekt. Niemand moet echter de hele Randstad rond; mensen
moeten van Utrecht naar Den Haag of van Utrecht naar Amsterdam. Maar goed,
als het zo tot de verbeelding spreekt, wil ik de mogelijkheden wel onderzoeken.
Toch laat ik mij niet de kans ontnemen om daarbij het aantal passagiers te
betrekken dat over bepaalde lijnen rijdt. Het 6x6x6-plan van de heer Duyvendak
klinkt ongezien best mooi, maar voor de juiste prioriteiten wil ik dat tegen
het licht houden van het aantal passagiers.</al>
            <al>Ik ga verder met de prognoses en verwachtingen. De groei van 1%
is gerezen uit de gesprekken met de vervoerders. Op dit ogenblik is de groei
inderdaad hoger, maar de groei die de vervoerders en de regio's aangeven,
is nog nooit gehaald. Dit zijn dus echt verwachtingen. Moet je bouwen op verwachtingen
of op prestaties? Ik vind dat we dicht moeten blijven bij wat wordt gereali­seerd.
Wij moeten met elkaar bekijken waar wij onze prioriteiten willen leggen en
waar de dichtste passagiersstromen door de Randstap lopen. Er mag natuurlijk
geen misverstand over bestaan dat heel Nederland bereikbaar moet blijven.
Er zijn niet voor niets minimum bedieningsniveaus vastgesteld voor het hoofdrailnet.
Overigens denk ik dat wij de discussie over de concessieproblematiek nu niet
moeten overdoen.</al>
            <al>Ik zal dus onderzoek doen naar de drukste lijnen. Als ik weet wat er precies
nodig is voor de drukste lijnen, kunnen wij hierover met elkaar verder praten.
Dan weten wij ook welk prijskaartje aan onze prioriteiten hangt. Volgens mij
moeten wij het in deze volgorde doen, omdat hiermee heel veel geld gemoeid
is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>U spreekt op een toontje over het Rondje Randstad. Het lijkt wel of u
het gebruikt als een kluifje om die gekke Kamerleden zoet te houden. Wij dringen
hier juist zo op aan, omdat het Rondje Randstad deel uitmaakt van onze visie
op de toekomst van de Deltametropool. De HTM spreekt verder niet voor niets
over een reizigersgroei van 40% bij RandstadRail. U moet dan ook niet
doen of het Randje Randstad een idioot idee is. U rekent verder met een reizigersgroei
van 1%. Dat percentage is veel te karig. U zult dit percentage in de
PKB dan ook moeten verhogen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het is helemaal geen kluifje. Als de vervoerders willen dat ik uitga van
een hogere groei, moet ik ook over de mogelijkheid beschikken om ze op dat
hogere percentage vast te pinnen. Het kan niet zo zijn dat de overheid extra
bouwt en de vervoerders over tien jaar zeggen: jammer, maar wij hebben onze
doelen niet gehaald. Ik zal de vervoerders dus ergens op moeten kunnen afrekenen
om te voorkomen dat wij geld in het water gooien.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat ben ik helemaal met u eens. Wat u nu zegt, is ook helemaal het probleem
niet. Het gaat mij erom dat u bereid moet zijn om open te staan voor dit soort
ideeën. Ik zeg dat, omdat ik de hele tijd het gevoel heb dat de Kamer
hier wel heel hard op moet hameren om u in beweging te krijgen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat is een flauwe opmerking, want het is gewoon niet waar. Voor de lijnen
rond de grote steden ga ik uit van veel hogere groeicijfers dan 1%.
Bij sommige lijnen rekenen wij zelfs met een groei van 50%. RandstadRail
is een goed voorbeeld van de bereidheid van het Rijk om een substantiële
bijdrage te leveren. Het Rijk heeft hier namelijk 180 mln. in gestopt. Verder
hebben wij al onze onderuitputting gebruikt voor RandstadRail. Wij hebben
ons hier van onze beste kant laten zien, omdat wij ervan overtuigd zijn dat
het een fantastisch project is.</al>
            <al>Laten wij alle trajecten die deel uitmaken van het Rondje Randstad, afzonderlijk
beoordelen. Als wij vervolgens weten wat de drukste trajecten zijn en waar
de noden het hoogst zijn, moeten wij die problemen als eerste oplossen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dat zij alsnog een studie naar het openbaar vervoer wil
laten uitvoeren, maar hoe denkt zij in de toekomst extra geld voor het openbaar
vervoer vrij te kunnen maken?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De minister zet een vraagteken bij het percentage van 1% dat mevrouw
Dijksma noemde. De spoorsector zegt echter zelf dat uit de Nota Mobiliteit
geen ambitie spreekt en dat de voorziene groei van ongeveer 1%, van
14 naar 17 miljard reizigerskilometers, ten hoogste neerkomt op een gelijkblijvend
markt­aandeel. Dat kun je toch zeker niet ambitieus noemen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik was juist toe aan het blokje openbaar vervoer. In de loop van dat blokje
zal ik antwoord geven op de vraag van mevrouw Gerkens.</al>
            <al>Sinds de behandeling in de Kamer van PKB-1 heeft de ov-wereld niet stilgezeten.
De Kamer heeft destijds gevraagd om een gedragen visie voor het hele ov. Dit
voorjaar hebben de overheden, de vervoerders en de reizigers onder het voorzitterschap
van de heer Winsemius een ambitieuze visie op het ov neergelegd. Overigens
hadden ProRail en de NS zitting in dat platform. Als de NS dus zegt dat er
geen ambitie besloten is in die visie, dan wekt dat mijn verwondering. De
NS zat er zelf bij en er is niets veranderd aan hetgeen door dat ov-platform
naar voren is gebracht. Ik frons mijn wenkbrauwen dus bij die uitspraak. De
kern is het publieke belang van het spoor; dat punt wordt opgenomen in de
essentiële onderdelen zoals in de concessieovereenkomst is gedaan.</al>
            <al>Het is van groot belang dat iedereen kan deelnemen aan maatschappelijke
activiteiten en maatschappelijke instellingen kan bereiken. Dat is een belangrijke
doelstel­ling van het ov en daarvoor is een goed ov vereist. Alle overheden
moeten daarvoor aan de bak. De uitgangspositie is niet bepaald gunstig. De
heer Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft aan dat maatschappelijke
trends zoals intensivering, het combi­neren van taken, individualisering
en internationalisering een slechte uitwerking hebben op het ov-gebruik. Er
is echter ook sprake van potentie. De reiziger vergelijkt het ov met de auto
en juist in dichtbevolkte gebieden kan die vergelijking positief uitvallen
voor het ov. Mijn ambitie is dan om betrouwbaar, veilig en comfortabel ov
van deur tot deur in het hele land te realiseren, met de hoogste frequentie
in dichtbevolkte gebieden. Die ambitie vraagt veel van de betrokken partijen,
niet alleen van het Rijk, maar ook van provincies, WGR-plusgebie­den,
de vervoerders en reizigerorganisaties. De netwerkanalyses spelen hierin als
instrument een heel belangrijke rol.</al>
            <al>Samen met de decentrale overheden en de vervoersbedrijven wordt door de
overheid fors geïnvesteerd in het ov. Met de Nota Mobiliteit wordt in
de periode 2006 tot en met 2020 maar liefst 50 mld. geïnvesteerd in het
ov. Op vragen over het beschikbaar stellen van extra middelen zeg ik: laten
wij ons concentreren op de treinanalyses en de resultaten daarvan gebruiken
om beslissingen te nemen over het geld.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Als het niet voldoende is, dan is het uittrekken van een groter bedrag
bespreekbaar?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Daar heb ik dan wel de Kamer voor nodig. Ik heb wel zakken maar daar zit
niets in. Ik heb geen boompje waar ik aan kan schudden. De Kamer zal mij bij
de verdeling van extra FES-gelden rugdekking moeten geven. Overigens wordt
het Rijk af en toe beticht van verkokering, maar laten wij elkaar geen sprookjes
vertellen: ook in de fracties zal aan leden worden gevraagd om de ambities
af te zetten tegen die van het ministerie van SZW, van VWS, enz.. Deze bal
ligt dus niet alleen in het kamp van de ministers, maar ook in dat van de
fracties. Verkokerd praten kunnen wij allemaal, zowel in de ministeries als
in de fracties. Ik roep u daarom op om deze discussie in de fractie te voeren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Is wat u nu zegt, geen illustratie van het feit dat uw ov-visie nog niet
af is? U zegt dat er nog heel veel moet worden uitgezocht, dat er nog plannen
moeten worden gemaakt, dat u nog niet weet hoeveel het gaat kosten, maar dat
dit allemaal nog blijkt en dat u om extra geld bij wie dan ook gaat bedelen
als het zo ver is. Dat hadden wij op dit moment toch juist met elkaar moeten
afwegen? Die plannen hadden toch al op papier moeten zijn gezet voor ons?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat hoeft helemaal niet. De essentiële onderdelen vereisen niet dat
wij nu al zeggen welke wissel wij gaan verwisselen en waar wij twee of vier
sporen willen. Dat is geen onderdeel van de planologische kernbeslissing.
Wij kunnen daar naderhand nog uitgebreid met elkaar over spreken. Het is vandaag
niet zo dringend.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Met alle respect, dan moeten wij maar amenderen. In de nota staat een
uitermate karige ambitie op het terrein van openbaar vervoer. Daar hebben
vele collega's op gewezen. Wij zullen die toch wat moeten "opfrissen".</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Bent u bereid om op dit punt met een nota van wijziging te komen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Kunt u heel kort omschrijven wat daarin moet komen te staan?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Daar zal ik mijn tweede termijn geheel en al aan wijden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Wat ik ga vragen, klinkt een beetje flauw of semantisch: is die 1%
een groeiverwach­ting of een groeiambitie? Een groeiverwachting kan hoger
uitvallen. Dan is het verstandig om niet alleen van dat scenario uit te gaan,
maar ook van een paar andere. Als het een groeiambitie is, moet ik de heer
Duyvendak gelijk geven dat die vooralsnog niet voldoende is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De ambitie komt neer op 20% tot 2020. Dat lijkt mij een behoorlijke
ambitie. In het openbaar vervoer is nog nooit zo'n ambitie gerealiseerd, behalve
op de dag dat studenten een ov-kaart kregen. Dat is de enige groeispurt die
het openbaar vervoer ooit heeft gemaakt. Ik blijf liever met beide benen op
de grond staan. Iedereen roept nu dat zij veel harder kunnen groeien, maar
het is nog nooit voorgekomen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>NS en ProRail zeggen dat het niet reëel is en dat de werkelijke groei
hoger zal uitval­len, waardoor er files op het spoor zullen ontstaan.
U vindt hun verwachting niet reëel. Het kan alleen niet allebei waar
zijn. Hoe verhouden de cijfers en de verwachtingen zich nu tot elkaar? Hoe
kan het dat die zo uit elkaar lopen? Hier krijg ik graag duidelijkheid over.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dat een groei met 20% zeer ambitieus is. Volgens
de stukken komt die neer op 17 miljard reiskilometers in 2020. Die moeten
worden afgezet tegen de ambitie van de minister op de weg. In die verhouding
valt het in mijn ogen allemaal best mee. Laten wij maar eens kijken naar wat
er in het stad- en streekvervoer gebeurt. Op decentraal niveau durft men veel
hogere ambities te koesteren en percentages te hanteren, die men ook nog eens
weet te realiseren. Wij mogen van de rijksoverheid dan toch best verwachten
dat zij niet zo laag inzet, dus niet op 20%, maar op 40%? Dan
gaat zij ergens voor.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Die 20% is een samenstelling van hogere percentages in stedelijke
gebieden en van lagere percen­tages elders. Dit percentage is in samenspraak
met NS en de rest van de spoorsector tot stand gekomen. NS kent dankzij de
huidige brandstofprijzen een plotselinge groei. Iedereen ziet waarschijnlijk
tot zijn vreugde dat het openbaar vervoer niet inflexibel is en het autogebruik
ook niet, doordat men reageert op prijzen. Dat sterkt mij in mijn overtuiging
dat de prijs op de weg ook zal helpen. Hoe lang de brandstofprijs hoog blijft,
is natuurlijk wel de vraag.</al>
            <al>Investeren in een groei met 40% op het spoor is ongelooflijk ambitieus,
zeker gezien de groei die tot nu toe in de spoorsector is gerealiseerd. Wij
moeten ook uitrekenen wat dit in geld betekent, lijkt mij. Ik kom hier dan
ook graag op terug, want uit de losse pols kan ik dat niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Bespeur ik dat bij de minister een iets hogere ambitie begint te groeien,
die nog wel moet worden berekend? Komt er iets bij haar los? Of is het een
stofje of iets dergelijks?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij kunnen er een geintje van maken, maar wij hebben het over ongelooflijk
veel geld.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Wat mij betreft hebben wij het in de eerste plaats over ambitie.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De ambitie tot een groei van 20% is tot stand gekomen in samenspraak
met de spoorsector. Ik ben van mening dat wij dat niet uit het oog mogen verliezen.
Wanneer de spoorsector de beschikking heeft over andere cijfers waarop zij
zich inmiddels baseert, wil ik dat toch ook wel even graag horen. Dan gaan
wij samen kijken hoeveel het allemaal moet kosten en hoe een en ander kan
worden gerealiseerd. Het lijkt mij een terechte eis van mijn kant dat zij
dan ook garanties geven dat zij deze groei zullen kunnen halen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>De minister heeft al toegezegd dat zij het Rondje Randstad en de netwerken
wil gaan uitvoeren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Neen, onderzoeken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Zij wil ook nog verder gaan onderzoeken wat nog meer mogelijk is. Dan
zou ik haar willen zeggen dat zij niet zo krampachtig moet zijn. Laat zij
nu gewoon toezeggen dat zij dit onderzoek uitvoert. Op basis van de uitkomsten
daarvan kunnen wij vervolgens nadere financiële afwegingen maken. Die
zullen betekenen dat iedereen moet kiezen en duidelijk moet maken welke dingen
hij liever wil dan de andere. De minister moet dan ook komen met een nota
van wijziging. Ik beloof haar dat ik daar zodadelijk in mijn tweede termijn
nog wel een paar suggesties zal doen. Ik daag haar uit om dit op te pikken.
Op deze manier kan zij immers bereiken dat zij en de Kamer weer wat dichter
bij elkaar komen te staan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Daarmee ben ik het helemaal eens, maar mevrouw Dijksma vraagt iets heel
anders dan de heer Slob. Mevrouw Dijksma vraagt dat ik even op papier zet
wat het zou betekenen en dat ik het laat onderzoeken. De heer Slob vraagt
mij om uit te spreken dat ik voor een groei van 40% ga.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vraag de minister dat ook wel. Het is bij mij natuurlijk ook niet allemaal
vrijblijvend. Ik wil daarom graag dat de minister een nota van wijziging indient
op de PKB-tekst. Ik veronderstel dat het toch ook de minister zelf moet zijn
opgevallen dat haar ambities op het terrein van het openbaar vervoer toch
niet zo hoog liggen dat de woordvoerders hier achter de tafel er erg warm
van worden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat gaan wij doen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Even voor de helderheid. Ik wil niet tegen mevrouw Dijksma worden uitgespeeld.
Juist vanwege de zorgvuldigheid hebben wij het een en ander op papier gezet.
Ik heb suggesties voor concrete projecten genoemd. Uiteraard moeten deze worden
doorberekend en moet worden bekeken wat mogelijk is. Maar wij willen wel degelijk
dat de ambitie hoger wordt gesteld. Ik zie dat er iets aan het groeien is,
dus ik heb goede hoop dat wij er met elkaar misschien wel zullen komen.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik geef nog het woord aan mevrouw Gerkens en vervolgens de heer Hermans.
Ik verzoek de minister daarna door te gaan met haar beantwoording. Ik zal
het onderdeel "ambitie" daarmee voor dit moment als voldoende besproken
beschouwen, maar ik wijs de leden er op dat zij nog een tweede termijn krijgen.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De minister stelt dat het vreemd is dat NS, ProRail en Railion dit nu
vertellen, maar dat hoort voor haar helemaal niet zo vreemd te zijn. Zij hebben
dit namelijk vastgelegd in een brief van 24 oktober 2005, gericht aan –
ik lees voor – mevrouw drs. K.M.H. Peijs, minister van Verkeer en Waterstaat.
Wij hebben daarvan een afschrift gekregen. De minister moet nu dus niet doen
alsof haar dit niet bekend was. Of zij leest haar brieven kennelijk niet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Toch maar even een procedurele opmerking. Wat mij betreft wordt dus helemaal
geen nota van wijziging voorbereid. Ik ben van mening dat de minister zich
er wel heel erg snel toe heeft laten verleiden. Het zou de wereld op zijn
kop zijn als wij niet weten wat de kosten, de consequenties en de vervoerskundige
waarde zijn. Zet dat eerst op een rij en laat ons daarna een afweging maken.
Om zomaar een nota van wijziging voor te bereiden, kan volgens mij niet aan
de orde zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Zo heb ik het verzoek van mevrouw Dijksma ook opgevat. Zij heeft gezegd
dat wij een afweging zouden gaan maken. Naar mijn mening is dat alleen mogelijk
wanneer je dit soort input hebt. Natuurlijk ken ik de brief waarnaar mevrouw
Gerkens verwijst heel goed. Overigens houd ik er niet van dat zij hier in
de Kamer voorleest uit privé-correspondentie aan mij.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De brief is toch zeker openbaar?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ja natuurlijk is het een openbare brief. Grapje!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>U maakt altijd zoveel ruzie met de NS dat wij niet meer weten wat nog
grappig is en wat echt.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik wilde al het voorstel doen om deze brief te vermenigvuldigen, maar
de lol is er nu af.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het hele punt is dat ik nooit ruzie maak met de NS, al denkt iedereen
dat altijd. Ik ken die brief natuurlijk erg goed. Dat neemt mijn verbazing
dat men er niet eerder mee is gekomen, niet weg. Dat had bijvoorbeeld gekund
bij de commissie-Winsemius, toen wij bezig waren met de alomvattende visie
op het openbaar vervoer. Naar mijn mening zou dat het moment zijn geweest
waarop dit naar voren had kunnen komen, opdat iedereen alle berekeningen die
nodig zijn, had kunnen maken.</al>
            <al>Het spoor moet zo betrouwbaar worden dat storingen op één
locatie niet meer meteen betekenen dat het hele spoorwegennet in het hele
land plat ligt. Daarvoor moet er worden geïnvesteerd, bijvoorbeeld in
meer fietsenstallingen en parkeerplaatsen bij de stations en in een betere
toegankelijkheid voor ouderen en gehandicapten. Het stappenplan voor het bereiken
van een betere toegankelijkheid is gereed; de volgende stap is de implementatie.
Ook voor het overige openbaar vervoer zijn stappenplannen in ontwikkeling.
Er moet daarbij in redelijkheid naar de bushaltes worden gekeken, want daarvan
zijn er ruim 57.000. Dat hebben wij ook al uit de regio gehoord en wij zullen
daarop ingaan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Bij de netwerkanalyses moet de toegankelijkheid van het openbaar vervoer
worden meegenomen in "de ladder van Verdaas". Ik ben het overigens
eens met uw opmerkingen daarover.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De heer Van Hijum sprak over het belang van goede reisinformatie. Ik ben
dat helemaal met hem eens: je moet in de toekomst snel kunnen switchen van
de ene vorm van openbaar vervoer naar de andere vorm. Wij zijn daarvoor systemen
aan het ontwikkelen. Straks kan via de telefoon of internet actuele reisinformatie
worden verkregen. De reiziger krijgt met de chipcard één betaalmiddel
voor alle vormen van openbaar vervoer en andere mobiliteitsdiensten.</al>
            <al>Ik was wat verbaasd dat de emoties rond het Rondje Brabant ineens zo opliepen.
Bij de bespreking van de prioriteiten in de regio was dat punt namelijk niet
genoemd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat kan u toch niet verrassen? Vorig jaar is dat punt bij de bespreking
van het MIT uitgebreid aan de orde gekomen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>BrabantStad en Kolibri zullen worden bekeken.</al>
            <al>In de Nota Mobiliteit wordt uitgegaan van ten minste 17 miljard reizigerskilometers,
wat voor de Randstad een groei van 50% inhoudt. Nog nooit zagen wij
in het openbaar vervoer een dergelijk groeipercentage. De investeringen in
het spoor door het op orde brengen van beheer en onderhoud maken op zich een
nog grotere groei mogelijk. Er is dus ruimte genoeg op het spoor om die groei
te accommoderen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb een vraag gesteld over de kleine knelpunten van promovendus Rob
Goverde, die aantoonde dat de spoorwegen zich teveel richten op de toekomstige
dienstverlening en niet terugkijken. De andere vraag ging over Rail21 en Benutten
en Bouwen. De minister vindt dat dat plan niet is bevroren. In de beantwoording
van de vragen over het Infrafonds 2004 staat dat het project is bevroren in
verband met de prioriteit van het herstelplan spoor. Hoe zit dat nu? Is het
nu wel of niet bevroren? Wat is er gebeurd met Rail 21? Waarom wordt het niet
in de Kamer besproken, maar wordt het op het ministerie besloten, zonder dat
wij er op een goede manier een discussie over hebben gevoerd?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De reden van de bevriezing is dat wij destijds de gelden hebben ingezet
voor het beheer en onderhoud. Wij hebben gesproken over het Europese veiligheidssysteem.
In het kader daarvan komen wij met een plan naar de Kamer over hoe dat in
de tijd gezet moet worden. De 25 kV is een ander verhaal. Dat is voorlopig
noch nodig, noch noodzakelijk, maar wij gaan wel heel langzamerhand het Europese
systeem in gedeelten uitrollen over het net.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Het stoort mij bijzonder dat dit kennelijk allemaal besloten is, zonder
dat wij daar een volwaardige discussie over hebben gevoerd in de Kamer. U
zegt dat 25 kV nog niet echt nodig is en dat het geld ergens anders voor is
gebruikt. Dat was dan wel terug te vinden in de begroting, maar inhoudelijk
is het nooit aan de Kamer voorgelegd, noch bediscussieerd. Dat geldt ook voor
Rail 21. Ik vind dat een zeer slechte zaak.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk dat dat niet zo is. Wij hebben over Rail 21 en het feit dat dat
opging in de beheer- en onderhoudsgelden gesproken bij de begroting voor 2003.
Wij hebben toen met elkaar afgesproken dat wij in 2006 een midtermreview zouden
hebben, waarin wij het onderhoud op de weg, het water en het spoor met elkaar
in verband zouden brengen en zouden kijken of de verdeling juist is. Wij hebben
er toen wel degelijk over gesproken. Wij gaan er half 2006 weer over spreken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>De minister zegt dat de spoorambitie in de Randstad op 50% ligt.
Ik had begrepen dat het iets lager was, maar hoe hoger, hoe beter. Zij zei
echter ook dat de overall ambitie 1% is. Reken ik heel slecht als ik
zeg dat dat betekent dat er dan veel plekken in Nederland zullen zijn die
dan fors in de min komen? Anders kan die 50% in de Randstad namelijk
nooit worden gehaald.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het gaat om 20% over de hele periode. Dat betekent wel dat er gebieden
zijn waar minder groei is en gebieden waar meer groei is. Dat is ook te zien
in alle cijfers. Wij hebben een rapport gezien van het NEA waarin staat hoe
het zit met het stads- en streekvervoer. Daaruit blijkt dat er in sommige
gebieden zelfs sprake is van krimp, terwijl andere gebieden een grote groei
laten zien. Ik denk dat dat ook naar verwachting is. U zei zelf al dat in
sommige gebieden de auto het beste vervoermiddel zal blijken te zijn. Elders,
zoals in de grootstedelijke gebieden, zal dat ongetwijfeld het spoor zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Als het om het ov gaat, hebben wij met elkaar gesproken over de ambities
met betrekking tot het personenvervoer per spoor. Wij gaan misschien zaken
doen met elkaar om die ambitie te vergroten. Heb ik het gemist of heeft u
niets gezegd over het stad- en streekvervoer? Ik heb aangegeven dat wij vinden
dat de ambities die daar gesteld zijn wel heel erg laag zijn als het gaat
om het stedelijk gebied. Als het om het landelijk gebied gaat, is die helemaal
laag, namelijk maar een 0,5% per jaar. Dat is echt helemaal niets.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik denk dat de ambities van het stad- en streekvervoer bij de regionale
overheden ligt. Dit zijn de ambities die wij daar hebben gezien. Wij hebben
met de BDU het vervoer gedecentraliseerd naar de decentrale overheden. Die
wet is nog geen jaar in werking. Wij hebben afgesproken dat wij in 2007 zullen
kijken of alle ambities die in de BDU staan, gehaald kunnen worden en of de
verdeling goed is. Daarbij zullen wij kijken naar de structurele kenmerken.
In 2007 zullen wij kunnen evalueren of het stad- en streekvervoer voldoende
is gegroeid.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Spreekt u daarom in uw teksten over "voorziene vervoergroei"
als het om dat soort ambities gaat? Zou het niet beter en ambitieuzer zijn
over "beoogde groei" te spreken? Dan kunnen wij de lat ook wat hoger
leggen, ook in de richting van de decentrale overheden, die die lat op verschillende
plekken zelf ook al hoger leggen. Ik denk alleen al aan het voorbeeld dat
mevrouw Dijksma noemde. Dat is niet helemaal een gemiddelde, maar dat geeft
wel aan dat er enorme pieken in zitten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Die pieken heb je nodig om de dalen te kunnen compenseren. De BDU voorziet
in een autonome groei van 2,1%. Het stads- en streekvervoer kan de
komende jaren groeien.</al>
            <al>Het kabinet heeft het advies van de commissie-Nouwen omarmd. Daarmee is
ook de datum van invoering geaccepteerd. De versnellingsprijs is nog een zaak
van dit kabinet, maar voor de overige onderdelen moet het volgende kabinet
de accenten bepalen. De volgende fase is dan ook niet gedetailleerd ingevuld
en ik denk dat dit tot verwarring heeft geleid.</al>
            <al>Op dit moment wordt gewerkt aan invoering van de versnellingsprijs en
aan het opstellen van een werkprogramma. In dat programma wordt in de tijd
uitgezet wanneer welk besluit genomen moet zijn. Het eerste besluit is dat
beprijzing wordt ingevoerd. Het tweede is het inzetten van de versnellingsprijs.
Daarna moet ik meteen beginnen met het voorbereiden van wetswijziging en het
zoeken naar een goedkoper systeem. De percentages die de Kamer in dit verband
heeft genoemd, komen overeen met onze schattingen. Ik noem nu geen bedrag,
want dan maak ik het de industrie wel erg gemakkelijk. Mijn uitgangspunt is
een zo goedkoop en betrouwbaar mogelijk systeem.</al>
            <al>Ik begin hier onmiddellijk na het vaststellen van deze nota mee. Dat is
ook nodig om dit systeem tijdig te kunnen invoeren. Ik kies nog niet voor
het plaatsen van kastjes. Ik ben ervan overtuigd dat wij niet vooruit hoeven
te lopen op technologische ontwikkelingen. Vanaf 2008/2009 heeft Europa een
aantal satellieten waarvan gebruikgemaakt kan worden.</al>
            <al>Het definitieve besluit moet uiterlijk in 2008 genomen worden. Dan moet
bekend zijn hoe de inning wordt geregeld. Iedereen weet wat het probleem met
oormerking van middelen is. Dit kabinet gaat op een bepaalde manier met een
begroting om. In de toelichting op de instellingsbrief staat duidelijk dat
het platform-Nouwen is ingesteld met inachtneming van de bestaande begrotings­regels.
Ik snap heel goed dat dergelijke grenzen in de dynamiek van de werkzaamheden
worden overschreden, maar dit was wel degelijk onderdeel van het instellingsbesluit.
Van tevoren was duidelijk dat dit pas bij de volgende kabinetsformatie geregeld
kan worden. Eerder hoeven wij niet te besluiten over earmarking. Het lijkt
mij het beste om hier tactisch mee om te gaan. Wij hoeven dat nu niet te besluiten,
dus waarom zouden wij dat onder dit kabinet nog voor elkaar willen krijgen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>De minister omhelst voortdurend de heer Nouwen...</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Met plezier!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>...maar ik had de indruk dat hij u de laatste weken niet meer aan het
omhelzen was.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat is flauw. Omhelzingen moeten van twee kanten komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij kwam dat doordat u zich niet vast wilde laten leggen op een
datum en een besluit. Nu zegt u tussen de regels door dat u die datum wel
hebt geaccepteerd. Tot nu toe wilde het kabinet geen datum noemen, omdat het
allemaal te duur is. Zegt u nu dat het kabinet de ambitie heeft om de kilometerheffing
daadwerkelijk in 2012 ingevoerd te hebben?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Misschien is de minister wel moeilijk te omarmen omdat zij op dit punt
zo glad is als een aal.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Het is weliswaar na zessen, mijnheer Van der Ham, maar ik zou de discussie
toch graag wat objectiever willen voeren.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik doe dat zo objectief als voor mij mogelijk is. Het punt
is dat de minister zich voortdurend verschuilt achter een argument dat zij
niet zelf wil hanteren. Ik heb de minister voorgesteld om een bedrag te noemen.
Dat mag een bedrag zijn dat behoorlijk aan de onderkant zit. Ik heb dat gezegd,
omdat daarmee aan het bedrijfsleven een impuls wordt gegeven om hier zo snel
mogelijk iets te implementeren wat ook aan andere landen verkocht kan worden.
De minister moet wel enige kwetsbaarheid durven te tonen, zodat mensen een
houvast hebben waar zij vervolgens op kunnen inspringen. Dan kan die versnelling
er misschien komen. Het is te mager om alleen maar in de gaten te houden wat
de technologie is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik begrijp dat hiermee het oormerken voor dit kabinet van tafel is. Dat
wordt aan een volgend kabinet overgelaten. Voor ons is en blijft dit een harde
voorwaarde. Ik heb nog een vraag over de systeemkosten. In de schriftelijke
beantwoording heeft het kabinet het over minder dan 10%. Wanneer wij
op 10% gaan zitten, betekent dit dat 20% van het jaarlijkse
wegenbudget aan systeemkosten zal worden uitgegeven. Zou niet de hoogte van
de systeemkosten leidend moeten zijn in plaats van een uitvoeringsdatum? Voor
hetzelfde geld zitten wij in 2012 pas op 10% en dan kost dat systeem
ongelofelijk veel, terwijl wij zouden moeten streven naar invoer bij 3%
of 4%.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik ben het niet met de heer Van der Ham eens dat ik een bedrag zou moeten
noemen. Ik vind dat de industrie in concurrentie tot een zo laag mogelijk
bedrag moet komen. Dat ga ik de industrie niet voorschrij­ven, want ik
zit altijd te hoog of te laag. Ik moet de industrie ook niet zo veel informatie
geven. De industrie moet zelf met een goed systeem voor lage kosten komen.
Dat wacht ik graag af. Als de aanbiedingen ons niet bevallen, komen wij met
een nieuwe uitschrijving. Zo simpel is het.</al>
            <al>De heer Hermans bestudeert altijd de adviezen en de beoordelingen van
het CPB naar de letter. Hij heeft vast en zeker ook gelezen dat het CPB stelt
dat zelfs bij deze hoge systeemkosten de welvaartsrendementen voor Nederland
gigantisch zijn. Zij belopen bijna 16. mld. Ik ben er overigens vast van overtuigd
dat wij erin slagen tot lagere systeemkosten te komen. Ik heb mijn ogen en
oren natuurlijk niet dicht en ik heb al vernomen dat het veel lager zou kunnen,
zeker als wij de Europese satelliet in de lucht hebben. Ik ben er ook van
overtuigd dat op een zeker moment alle nieuwe auto's dit in hun boordcomputer
zullen hebben, maar er rijden niet alleen maar nieuwe auto's op de weg, dus
er moet altijd nog wel iets gebeuren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Als de minister die vaste overtuiging heeft, waarom legt zij zich dan
vast op een percentage dat lager is dan 10? Laten wij dan wat ambitie laten
zien om nog meer welvaartseffecten te sorteren en voor 4 of 5 gaan. Als zij
die overtuiging heeft, zal zij ook boter bij de vis moeten doen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik wil mij houden aan de bandbreedte van de heer Hofstra. Hij zei dat
het in de orde van grootte van 3, 4, 5 of 6 mag zijn. Ik denk dat de bandbreedte
rond 5% is. Dat lijkt mij heel redelijk. Als alles wat de industrie
aanbiedt, daar nooit onder uitkomt, kunnen wij nog terugkomen naar de Kamer
en zeggen: dit zijn de aanbiedingen, zeg het maar. Daar komt de Kamer ook
voortdurend in, want dit wordt een groot project volgens de spelregels van
de TCI. Zo'n investering willen wij niet eens doen zonder dat het een groot
project is, waarbij de Kamer zegt: go, no go. Dat lijkt mij een heel belangrijke
inbreng van de Kamer. Wij moeten dit ook samen doen.</al>
            <al>Ik snap wat de heer Hermans zegt over het earmarken. Ik ben wel een heel
klein beetje wantrouwend, want ik weet dat de heer Hermans geen voorstander
is van beprijzen. Hij moet van dat earmarken geen breekpunt maken voor het
beprijzen. Het is een onderdeel dat geregeld kan worden bij een volgend kabinet.
Je weet dat je dit kabinet daarmee overvraagt. Ik verzoek de Kamer heel dringend
om de hele beprijzingsdiscussie daar niet van afhankelijk te maken. Dat kan
met gemak bij de formatie van het nieuwe kabinet. Het kan zelfs tot 2008.
Wij hoeven dit nu helemaal niet te besluiten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik ben wantrouwend uit het oogpunt van de automobilist. Wij hebben in
Duitsland gezien dat het apart werd gezet en dat er vervolgens meteen op werd
gekort, zodat de automobilist er niets mee opschoot. Dat gevaar zit er wel
in, als wij niet earmarken. Kabinetten kunnen van kleur veranderen. Ik denk
dat de automobilist er bekaaid van af kan komen, als dat gebeurt. Daarom stel
ik juist voor de automobilist als harde voorwaarde dat er investeringen tegenover
staan. Als wij richting kabinetsformatie gaan, of later, dan hangt dat maar.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik ben daar niet zo bang voor, want de Kamer is er zelf bij. De Kamer
kan altijd zeggen dat er geen beprijzing is zonder earmarking. Dat heeft de
Kamer zelf in de hand. Als ik naar deze Kamer luister, is dat bij haar in
goede handen. Je weet zeker dat het niet doorgaat, als je het dit kabinet
door de strot duwt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>De minister heeft net warme woorden gesproken over de resultaten van de
commissie-Nouwen. Ik stel vast dat in de essentiële onderdelen van de
harde PKB-tekst alleen het langetermijnperspectief staat; dat een volgend
kabinet in staat wordt gesteld om een besluit te nemen. Dat is een heel kille,
procedurele tekst. Mijn vraag is of er iets meer van die omhelstaal, maar
dan netter geformuleerd, in de essentiële PKB-tekst terecht kan komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat de vertaling van het advies van
de commissie-Nouwen toch wel onduidelijk is, maar daarmee sluit ik aan op
wat de heer Van der Staaij zegt. Ik vind het verhaal van de minister over
het oormerken toch wel raar. Zij zegt op de televisie, niet alleen tegen ons,
maar tegen heel Nederland, dat wij gaan oormerken, maar zij zegt nu dat er
andere ministers in het kabinet zijn die dit niet willen. Blijkbaar hebben
zij de meerderheid. De VVD begint er niet aan zonder duidelijke teksten over
de oormerking, laat ik dat even duidelijk zeggen. Als er een ander kabinet
komt in 2007, en daar moet je rekening mee houden, is dat misschien minder
verstandig dan dit kabinet. Ik vind dat de minister hierover duidelijker moet
zijn, want dit is de belangrijkste voorwaarde die wij eraan verbinden. De
Kamer gaat zelf over de grote projecten en hoeft niet aan het kabinet te vragen
of dat goed is. Ik zou de marge bij de kosten toch op enkele procenten houden,
maar de minister maakt deze wat hoger. Doe maar gewoon creditcard, van Visa
tot American Express, dan weet iedereen waar hij aan toe is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik wil de minister complimenteren, want ik krijg net als de
heer Van der Staaij warme gevoelens bij wat de minister nu zegt. Ik denk:
wij zijn over de drempel. Minister, schrap die zin op blz. 10 toch gewoon.
Er staat nog steeds: het volgende kabinet beslist. Ik vraag u op te schrijven:
dit kabinet zal er alles aan doen wat in zijn vermogen ligt om het in 2012
zover te hebben. Dat klinkt wel iets anders.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat oormerken is voor ons een belangrijke randvoorwaarde, zoals ik in
mijn eerste termijn heb aangegeven. Wij willen die duidelijkheid graag hebben,
maar ik kan mij ook iets voorstellen bij de redenering die de minister volgt
dat het kabinet er uiterlijk in 2008 een besluit over moet nemen en dat het
vervolgens aan de fracties is om daar een oordeel over te vellen. Daar ben
je dan natuurlijk zelf bij. Daartussen moeten wij dan een beetje schipperen.
Ik vraag de minister wat de reden is om vooralsnog niet daarvoor te kiezen,
afgezien van de begrotingsregels die het kennelijk niet toelaten. Ik zou zeggen:
die kun je veranderen.</al>
            <al>In het schriftelijke antwoord op mijn vraag staat dat de minister er nog
niet aan wil beginnen om er een groot project van te maken. De heer Hofstra
kan wel zeggen dat de Kamer daarover gaat, maar ik snap niet waarom de minister
het niet wil.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik wil er wel een groot project van maken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat staat er niet. Er staat: Ik vind het nu nog niet opportuun om de status
van groot project aan Anders betalen van mobiliteit toe te kennen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>In de haast van het op papier zetten van de antwoorden van daarnet is
een foutje gemaakt, want in het antwoord op eerdere vragen staat al dat het
wel zal gebeuren. Ik vind het vanzelfsprekend dat het een groot project wordt.</al>
            <al>Ik vind wel dat ik de heer Hofstra nog een verklaring schuldig ben over
gisteren. Je zit er wel, maar... Ik heb vannacht dan ook nageluisterd wat
ik precies had gezegd. Dat werd eigenlijk getriggerd door het feit dat Brabant
vanmorgen ineens 100 mln. binnenharkte. Ik dacht: ik heb het woord Brabant
niet genoemd en de interviewer ook niet, dus waar komt dat ineens vandaan.
Toen de interviewer het had over earmarken heb ik inderdaad gezegd: ja, dat
gaan wij doen. Ik had eraan willen toevoegen: maar nu nog niet, want dat kan
ik nu nog niet besluiten. Het is gewoon een verspreking geweest. Dat het nu
nog niet kan, is altijd mijn uitgangspunt geweest. De heer Zalm wees mij er
ook op. Ik heb dus gezegd wat de heer Hofstra zei, maar het was mijn bedoeling
te zeggen: earmarken kan, maar wij kunnen er nu nog niet toe besluiten.</al>
            <al>Ik doe een zeer dringend beroep op de Kamer om de hele beprijzingsdiscussie
niet op dat ene onderdeel te laten vallen. Dat kan met gemak. De heer Hofstra
zegt: er komt straks een kabinet dat niet zo verstandig is als dit. Op dit
punt is dat nieuwe kabinet wellicht verstandiger dan het huidige. De heren
Van Hijum en Hofstra hebben bij een vorige discussie over beprijzen vragen
gesteld aan het kabinet en daarop antwoord gekregen. Dat antwoord was glashelder:
misschien wel, maar nu niet. Laten wij niet iedere keer eenzelfde vraag stellen
en eenzelfde antwoord krijgen. Laten wij verstandig zijn en de beprijzingsdiscussie
niet laten afhangen van dit ene onderdeel. Laten wij gewoon het traject ingaan.
Als de Kamer dan straks zegt dat ze het niet doet zonder earmarken, dan is
het zonder meer een no-gobeslissing. Daar is de Kamer duidelijk bij. Dat lijkt
mij helemaal geen breekpunt te hoeven zijn. Ik denk dat wij er een beetje
tactisch mee moeten omgaan: als het nu niet kan, kan het straks wel.</al>
            <al>Ik zal een beprijzingsprogramma opstellen en de woorden die de heer Verdaas
heeft gebruikt, zal ik in de essentiële onderdelen verwerken. Daarna
kom ik naar de Kamer met een werkprogramma. Daaruit zal blijken hoe wij dit
in de tijd zetten, wat wanneer moet gebeuren, welke techniek nodig is en wat
wij daaraan doen. Dit zal samen met de uitwerking van de netwerken een pakket
vormen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb net als de heer Verdaas gevraagd of de PKB-tekst meer inhoud kan
krijgen op dit punt. Voor amenderende moties is het van belang om vast te
stellen wat de minister nu toezegt. Zegt zij nu toe dat de paragraaf over
het anders betalen van mobiliteit nog wat wordt aangevuld?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ja, en de woorden die de heer Verdaas zo-even uitsprak, zullen daarbij
de leidraad zijn. Ik zal het werkprogramma aan de Kamer sturen. De tekst van
de essentiële onderdelen zal worden aangescherpt met een inspanningsverplichting
zoals de heer Verdaas die verwoordde. Ik denk dat wij nu aan de slag kunnen.</al>
          </spreker>
          <draad>
            <al>De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.40 uur geschorst.</al>
          </draad>
          <voorz nw="nee">
            <al>Wij beginnen met de tweede termijn. Ikzelf zal rond kwart voor acht deze
zaal verlaten en de hamer overdragen aan de heer Hofstra. In eerste termijn
is uitermate ruim geïnterrumpeerd. Ik vraag de leden zich in hun spreektijd
in deze tweede ronde te beperken.</al>
            <al>Het woord is aan de heer Verdaas.</al>
          </voorz>
          <vrznaam>Hofstra</vrznaam>
          <voorz nw="nee">
            <al>Wij zijn hiermee gekomen aan het einde van een zeker niet emotieloos,
maar tot op heden wel motieloos debat. De regering heeft toegezegd dat de
Kamer volgende week dinsdag 6 december de wijzigingen zal ontvangen.
Misschien kan er een sinterklaasgedichtje bij. De commissie zal zo snel mogelijk
kenbaar maken wanneer de behandeling wordt hervat en, naar ik hoop, afgerond.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Visie stuurt geld, zo heb ik geleerd. Daarover ging ook het
debat van vandaag. Ik denk dat wij een eind in de goede richting zijn opgeschoven.</al>
            <al>Ik houd mij bij mijn thema's van de eerste termijn. Ik ben, evenals kennelijk
de heer Nouwen die ik een zucht van verlichting zag slaken, blij met de wijze
waarop de minister met het beprijzen zegt te zullen omgaan. Ik zie haar wijzigingsvoorstel
met veel belangstelling en optimisme tegemoet. Over het oormerken zei ik in
eerste termijn dat voor ons buiten kijf staat dat heel veel geld naar mobiliteit,
in welke vorm ook, moet gaan. Meer waarborgen kunnen er op dit moment niet
worden gegeven. De Kamer zal haar begrotingsrecht ongetwijfeld niet afgeven
en elk kabinet maakt zijn eigen afwegingen. Ook al wil ik het oormerken nu
graag zekerstellen, ik beschouw het niet als definitieve barrière.
Ik vind het niet belangrijk genoeg om het daarop stuk te laten lopen, het
beprijzen staat bij mij voorop.</al>
            <al>Vanaf vandaag is er kennelijk geen fuzz meer. Heerlijk, het is duidelijk,
de luchtkwaliteit is aanzienlijk verbeterd! Nog kort iets over netwerkanalyses.
De ladder moeten wij echt niet gebruiken. Ik zal hier niet uitleggen waarom,
al snapt minister het wel. Ik heb het liever over de zevensprong. Ik zie dit
nadrukkelijk niet als een onontkoombare blauwdruk voor besluitvorming, maar
wel als een stappenplan en checklist: daarover zul je met je netwerkanalyse
een opvatting creëren en ook zul je met argumenten komen voor je keuzes,
al dan niet voor lightrail en wat je al dan niet met mobiliteitsmanagement
kunt bereiken. Als de regio laat zien dat hij zich hierover heeft bekommerd,
kan de Kamer in ruil daarvoor een veel grotere decentralisatieslag slaan,
misschien groter dan dit kabinet voor mogelijk houdt. De PvdA wordt wel eens
weggezet als centralistisch, maar dat zijn we niet; we weten alleen graag
hoe de regio's met zaken omgaan. Zoals ik wel vaker zeg: als je een opvatting
hebt, kun je heel veel decentraliseren.</al>
            <al>Ik heb in eerste termijn ook de MIT-systematiek behan­deld. Ik kreeg
afwijzende antwoorden op mijn schriftelijke vragen hieromtrent. De mondelinge
antwoorden van de minister mogen van mij wat scherper. Ik zie daadwerkelijk
een einde komen aan het MIT-circus. We hebben dat dit jaar nog een keer, maar
ik hoop dat we het volgend jaar gewoon kunnen hebben over acht of elf netwerkanalyses
en projecten als Rondje Randstad en de IJmeerverbinding; die zaken kunnen
niet worden meegenomen in een netwerkanalyse. Het zou toch prachtig zijn als
in het MIT die schaalsprong kon worden gemaakt, inclusief de middelen die
daarbij horen. Laten wij toch eens ophouden met die eindeloze discussie over
tunneltjes! Daarvoor zijn wij toch zeker niet in dit huis gekozen.</al>
            <al>Voorzitter. Het politieke oordeel van mijn fractie is natuurlijk afhankelijk
van de stukken die nog naar de Kamer komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Als het aan mijn fractie ligt, zal de Nota Mobiliteit op twee
belangrijke punten worden aangepast. Mijn collega Verdaas sprak al over de
beprijzing. De minister heeft daaraan gelukkig warme woorden gewijd, maar
haar ambities voor het openbaar vervoer moeten evengoed worden aangescherpt.
Uiteindelijk zal de tekst van het PKB dan ook moeten worden aangepast. Als
zij dat doet op de manier die zij voor de beprijzing in het vooruitzicht stelde,
zijn wij een stuk opgeschoten.</al>
            <al>Het is mijn fractie op dit moment niet te doen om extra middelen, bovenop
de 80 mld. van de Nota Mobiliteit. Wij doen dat niet, omdat tijdens de discussie
over het FES bleek dat de financieel woordvoerder van mijn fractie, de heer
Crone, de handen van de Kamer en het kabinet niet op elkaar kreeg voor zijn
voorstel om een deel van de FES-middelen te bestemmen voor het openbaar vervoer.
Een en ander betekent wel dat wij een herverdeling binnen de Nota Ruimte tussen
wegvervoer en openbaar vervoer niet uitsluiten. De discussie hierover moet
in ieder geval worden gevoerd. Deze discussie zal bovendien op basis van de
elf netwerkanalyses moeten worden gevoerd, omdat ook hier de visie het geld
moet sturen en niet andersom. </al>
            <al>Mijn fractie is blij met de voorstellen voor light rail. Light rail kan
nu echt worden ontwikkeld.</al>
            <al>De minister heeft in verband met het Rondje Randstad Brabant en het Kolibrieproject
nadrukkelijk genoemd. Mijn collega's hebben deze voorbeelden aangevuld. Ik
ben het geheel met de minister eens dat deze voorbeelden wel concurrerend
en kansrijk moeten zijn.</al>
            <al>De tekst van het PKB over het openbaar vervoer zal moeten worden aangepast
met het oog op de bijgestelde ambities. Er zullen namelijk plannen moeten
komen om de groei op het spoor meer dan nu te accommoderen. Ik denk daarbij
aan stukken inhaalspoor en verdubbeling van trajecten. Wat dat betreft is
het verschil met de weg niet zo groot. Als de minister net zo voortvarend
aan de slag zou gaan met het openbaar vervoer als met de weg, vindt zij ons
zeker aan haar zijde. Ik herhaal verder mijn pleidooi voor een ZSM-procedure
voor het spoor. Kan de minister daar nog eens op reageren? De spoedwet voor
spoorverbreding is volgens mijn fractie een goed idee.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>U hield dit pleidooi ook in eerste termijn. De Tracéwet is echter
nog niet zo heel lang geleden gewijzigd en die wijziging betreft ook verbreding
van het spoor. Daarvoor is dus geen nieuw besluit nodig. Vanwaar dan nog uw
pleidooi voor een spoedwet?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Het gaat natuurlijk niet alleen om de tracés, maar ook om de bijbehorende
middelen en het moment waarop die middelen beschikbaar worden gesteld. De
Raad van State gooide eerder roet in het eten, maar desondanks bleek het mogelijk
om heel snel middelen aan procedures te koppelen. Ik zou graag zien dat dat
ook bij het spoor gebeurde, want daar is nog een wereld te winnen. Na vandaag
heb ik overigens de indruk dat de minister dat eigenlijk wel met mij eens
is.</al>
            <al>Collega Slob zei in eerste termijn al iets over het stads- en streekvervoer.
Mijn fractie heeft hiervoor eigen voorstellen gedaan, die ik waarschijnlijk
binnenkort in de Kamer mag verdedigen. Tegen de heer Van Hijum zeg ik nu al
vast maar dat het niet alleen om gratis vervoer gaat. Misschien moet hij onze
nota nog maar eens een keer goed lezen, want wij doen daarin belangrijke voorstellen
om geld vrij te maken voor de verbetering van de kwaliteit van het openbaar
vervoer in de stad en op het platteland. Het gaat dan natuurlijk niet alleen
om gratis openbaar vervoer. Ik raad de heer Van Hijum aan om nog eens goed
naar de nota te kijken, want een belangrijk onderdeel van het verhaal is dat
er geld wordt vrijgespeeld om de kwaliteit van het openbaar vervoer in stad
en land te verbeteren. Dat kan met aangepast materiaal en met het leggen van
geld bij het verbeterplan van de minister. Daar mogen niet alleen warme woorden
aan worden gewijd. Het moet de decentrale overheden financieel mogelijk worden
gemaakt om daarop in te haken. Ik hoop dat de discussie hierover nog een mooi
vervolg krijgt. Ik weet dat het af en toe lastig is om dergelijke discussies
te voeren, zeker als wordt voorgesteld om het openbaar vervoer gratis te maken
voor bepaalde groepen mensen. In het verleden kende dat onderwerp in dit huis
een politiek niet-correcte connotatie, maar tegenwoordig mag de discussie
daarover gevoerd worden. Ik tref de heer Van Hijum vast weer in dat debat.</al>
            <al>Mijn fractie moet natuurlijk een afweging maken ten aanzien van de Nota
Mobiliteit. Toen deze voor het eerst verscheen, was de PvdA-fractie niet bijster
enthousiast. Ik heb in eerste termijn gezegd dat tegen de tijd dat de nota
uitgevoerd wordt, mijn jaren ook aardig beginnen door te tikken. Ik hoop niet
dat mijn fractie de minister moet opdragen om haar huiswerk helemaal opnieuw
te doen, een positie die de VVD en het CDA voorheen graag innamen. Ik denk
dat de minister de sleutel in handen heeft om dat te voorkomen. Als zij een
paar mooie teksten opstelt en laat zien dat het echt anders kan, dan komt
het wel goed. Ik hoop daarop, want Nederland verdient een concreet plan in
plaats van geesten uit het verleden. Met vorige generaals win je nooit een
nieuwe oorlog</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>U heeft zich aanvankelijk aangesloten bij de heer Hofstra die op vertraging
uit was. Laat u dat nu los ten gunste van de minister?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik wacht natuurlijk wel de nieuwe teksten van de minister af. Het lijkt
mij zinvol om daarover te beschikken alvorens een eindoordeel uit te spreken.
Als de kaders van beprijzing en ambitie voor het openbaar vervoer substantieel
veranderd worden, dan vind ik het niet nodig om de resultaten van de netwerkanalyses
af te wachten. Ik ben eerlijk gezegd blij verrast met de beweging die de minister
vandaag heeft gemaakt. Laten wij het ijzer smeden als het heet is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik dank de minister voor haar uitgebreide beantwoording en
voor haar tegemoetkoming aan de Kamer. Er zit niet alleen beweging in de Nota
Mobiliteit maar ook in de minister.</al>
            <al>In eerste termijn heb ik gewezen op het belang van de netwerkanalyses –
niet acht maar elf – op hoogwaardig openbaar vervoer in verschillende
delen van het land, over beprijzen en over vervoer over het water. Op een
aantal punten heeft de minister duidelijk toegezegd dat zij wijzigingsvoorstellen
naar de Kamer stuurt. Dat is positief zolang in de PKB-tekst die later wordt
vastgesteld ambities en middelen in evenwicht zijn. Er kunnen geen extra ambities
toegevoegd worden zonder daarvoor financiële dekking aan te geven. Voor
een deel zal daarom wellicht gewerkt moeten worden met scenario's in plaats
van met ambities zodat de Kamer keuzes kan maken bij de verdeling van FES-gelden.
Zo eerlijk moet het spel gespeeld worden. Als wij daarover met elkaar afspraken
maken, dan moet voor deze nota vrij brede steun te verkrijgen zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Is de heer Van Hijum ook bereid tot herverdeling? Is dat een van de scenario's?
Behoort dat tot de mogelijkheden? Sluit hij dat niet uit?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind het belangrijk dat de regio veel ruimte krijgt om afwegingen te
maken in het kader van de netwerkanalyses. Ik vind het niet onbespreekbaar
dat daarbij tussen modaliteiten wordt geschoven. Voorop staat echter dat knelpunten
op een effectieve manier worden opgelost, samen met allerlei andere criteria
waaraan dergelijke analyses moeten voldoen. Mij lijkt dat weguitbreiding het
belangrijkst is om knelpunten op te lossen, of die het onderliggend wegennet
betreft of het bovenliggend wegennet. Hoe dan ook is het van belang dat de
nota die wij vaststellen, een kadernota is. Keuzes zitten niet tot 2020 in
beton vervat. In 2020 zal een heleboel anders zijn verlopen dan wij nu denken.
Die realiteit moeten wij voor ogen houden. De CDA-fractie heeft in ieder geval
geen enkele behoefte aan uitstel van de behandeling. De minister heeft een
aantal toezeggingen gedaan. Wij kunnen wijzigingen aanbrengen door middel
van moties. Over hoe ver je wilt gaan ten aanzien van het vervoer over water,
kun je discussiëren. Ik vind wel dat wij nog over dat onderwerp moeten
spreken. De ambitie is behoorlijk. Er zijn middelen voor uitgetrokken. Er
is evenwicht. Verder zijn het mobiliteitsbeleid, het ruimtelijk beleid en
het economisch beleid in grote lijnen op elkaar afgestemd. Voor de CDA-fractie
volstaat dat om de kaders vast te stellen en de handen uit de mouwen te steken.
Gaandeweg wordt er natuurlijk altijd aangescherpt en bijgesteld. Die werkelijkheid
moeten wij niet dicht willen timmeren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb het idee dat er zaken zijn gedaan en dat er aangepaste PKB-teksten
komen met steun van de CDA-fractie. Wat mevrouw Dijksma betreft, is het bedrag
van 80,5 mld. de leidraad en heeft de wens om meer aan openbaar vervoer te
doen tot gevolg dat er aan het wegbudget wordt geknabbeld. Steunt de CDA-fractie
dat idee of is zij van plan om die middelen uit het FES te halen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat laatste. Ik ben niet van plan om de budgetten te herverdelen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>U vindt het dus niet aanvaardbaar?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Nee, de CDA-fractie gaat daar niet in mee. Ik heb net tegen de heer Slob
gezegd dat ik alleen een regionale afweging aanvaard van wat de effectiefste
oplossing voor een verkeersknelpunt is. Alleen dat vind ik bespreekbaar.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik vind het allemaal prima, maar de heer Van Hijum begint zijn inbreng
met "wij moeten eerlijk zijn in hoe wij het allemaal gaan doen".
Dan moet hij ook even heel eerlijk zijn. Steunt de heer De Nerée tot
Babberich volgens hem een eventuele motie van de financieel woordvoerder van
mijn fractie om FES-middelen beschikbaar te stellen aan het openbaar vervoer?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>De CDA-fractie zal in de komende jaren de mobiliteit en de uitvoering
van deze nota inderdaad zeer zwaar laten meewegen in de toedeling van nieuwe
FES-middelen. Ik kan natuurlijk niet met miljoenen of miljarden gaan gooien.
Wij zetten bij de komende begroting een belangrijke stap in de vorm van 100
mln. voor de ov-ambitie. Ik hoop dat mevrouw Dijksma die stap steunt. Bij
nieuwe rondes zal de CDA-fractie na moeten gaan hoe de ambities uitpakken
en welke middelen daarbij horen. Daarom vind ik dat in de Nota Mobiliteit
met alternatieve scenario's moet worden gewerkt. De bomen groeien namelijk
niet tot in de hemel. Dat weten wij allemaal. Dat stellen wij hier ook vast.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Eerlijk gezegd, vind ik dit niet voldoende. De heer Van Hijum hinkt mee
met de mensen die zeggen dat er echt iets moet worden gedaan voor het openbaar
vervoer, maar zet zijn eigen minister en de regio's volledig op slot door
vast te stellen dat dit tot geen enkele herprioritering binnen het bedrag
van 80 mld. kan leiden. Dergelijk beleid komt neer op het met de ene hand
uitdelen en het met de andere heel grote hand terughalen van dingen. Als de
CDA-fractie serieus is, staat zij toe dat er een herverkaveling plaatsvindt,
zodat de minister gewoon aan het werk kan gaan. Als zij elke keer haar hand
moet ophouden bij haar collega's, weten de heer Van Hijum en ik wel hoe het
afloopt. Dan zijn het allemaal mooie praatjes geweest.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het beeld dat mevrouw Dijksma schetst, vind ik niet terecht. Ik heb gezegd
binnen welke ruimte ik over een budgetverdeling wil spreken. De minister heeft
toegezegd, nota bene mede op de vragen van mevrouw Dijksma, dat zij bij het
honoreren van light-railprojecten zal nagaan wat de BDU-grens is en hoeveel
er boven die grens nodig is. Dat is een heel belangrijke toezegging van de
minister aan de Kamer geweest. De Nota Mobiliteit gaat uit van een heel voorzichtige
FEZ-aanname van 6 mld. Dat bedrag is mooi binnen, maar de komende tijd zal
er echt nog wel een discussie losbarsten of hiervoor additionele middelen
beschikbaar kunnen worden gesteld. Wij hebben gezegd dat de uitvoering van
de nota in belangrijke mate moet worden meegewogen. Dat geldt overigens niet
alleen voor het openbaar vervoer, maar ook voor de netwerkanalyses. Naar mijn
mening is dit volstrekt helder. Met de nota die wij op dit moment hebben,
zetten wij met 80 mld. een forse eerste stap tot het verbeteren van de bereikbaarheid.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik wil toch even proberen de heer Van Hijum te helpen. Mij wordt het namelijk
nog niet helemaal duidelijk. In reactie op de heer Slob zei hij zojuist, dat
er binnen een netwerkanalyse misschien wel wat kan worden geschoven. Bedoelt
hij daarmee dat als uit de studie blijkt dat in een bepaalde regio waarvoor
nu veel asfaltplannen zijn, node een lightrailverbinding moet komen en dat
deze meer maatschappelijk rendement biedt, hij op dat moment zal zeggen dat
wij moeten afzien van het asfalt en kiezen voor de lightrail?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat lijkt mij een voor de hand liggende keuze. Ik sluit zelfs niet uit
dat uit de netwerkanalyse naar voren komt dat je allebei moet doen om een
bepaalde ambitie te kunnen waarmaken. Dat is dan een lastige discussie. Ik
veronderstel dat de resultaten van alle netwerkanalyses gezamenlijk te zien
zullen geven dat wat wij eigenlijk allemaal willen, het beschikbare budget
ver overschrijft. Dan komen wij dus voor de politieke vraag te staan of wij
er nog iets bovenop willen doen. Die vraag zullen wij pas op dat moment beantwoorden.
Er moet dan een afweging worden gemaakt tegen de andere prioriteiten van dat
moment. Dat lijkt mij volstrekt voor de hand te liggen.</al>
            <al>De minister is nog niet echt ingegaan op mijn suggestie om te proberen
door middel van publiekprivate samen­werking projecten zo veel mogelijk
te versnellen, en op het bedrag van 15 mld. van VNO-NCW. De minister heeft
al vaker kritisch gereageerd op het bedrijfsleven en hardop gevraagd waar
zij nu blijven met al die middelen. Laten wij eens proberen om dit aanbod
te incasseren. Kunnen wij met gebruikmaking van privaat voorfinancieringskapitaal
de uitvoering van de Nota Mobiliteit behoorlijk versnellen? Ik zou daar graag
in de breedte een concreter antwoord van de minister op willen.</al>
            <al>De minister heeft een aantal dingen gezegd over innovatie, maar in het
bijzonder op het punt van schoon en zuinig ben ik van mening dat wij onze
ambitie scherp moeten hebben. Hoe maken wij de volgende slag? Ik heb een vraag
gesteld over de Triple-A die nog niet is beantwoord. Dat geldt ook voor mijn
vraag of de toegevoegde waarde van de A1. Verschillende fracties hebben daarvoor
gepleit. De heer Hofstra is zelfs nog verder gedaan door er nog een bij te
noemen. Ik leid uit de non-verbale reactie van de minister af, dat hiervan
geen sprake meer is. Daarop moeten wij ons dan nog eens goed beraden.</al>
            <al>Ten aanzien van het beprijzen speelt voor mij in het bijzonder de vraag
of al dan niet sprake moet zijn van oormerking. Ik meen duidelijk te hebben
gesteld dat het geld naar de mening van mijn fractie zeker moet worden geoormerkt.
De minister heeft gezegd dat zij daar op dit moment nog niet op wil worden
vastgepind en heeft ruimte gevraagd voor besluitvorming. Ik wil haar toch
de vraag voorleggen, wat zich er tegen verzet om in de PKB-tekst zowel een
passage op te nemen dat er moet worden geoormerkt als een tweede, dat het
kabinet daarover pas in 2008 een besluit neemt. Het is de vraag wat de status
van een dergelijk besluit op dat moment zou zijn, en of het nu opnemen van
een dergelijke bepaling niet wat meer houvast zou bieden. Ik zou mij toch
graag op deze mogelijkheid willen oriënteren.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Wij moeten uitkijken dat wij hiermee niet het addertje onder het gras
gaan formuleren, waardoor het straks uiteindelijk helemaal niet doorgaat omdat
wij ons helemaal hebben vastgelegd op deze ene omschrijving. Ook ik ben op
zichzelf voor labelling, maar ik vind het geen harde voorwaarde om dit te
kunnen gaan invoeren. Het is zeker niet de enige voorwaarde waaraan zou moeten
worden voldaan. Wat is de positie van de heer Van Hijum hierin? Mijn tweede
vraag gaat uit van de hypothese dat dit in de PKB zou worden opgenomen. Is
de heer Van Hijum van mening dat er wel ruimte moet zijn in de vorm waarin
de labelling wordt gegoten?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Het is voor mijn fractie wel een voorwaarde. De vraag is of je het op
dit moment allemaal moet dichttimmeren of dat je ruimte laat in de besluitvormingsprocedure
om het later te regelen. Laat ik voorop stellen dat wij het hierop niet zullen
laten stuklopen. Ik wil echter graag van de minister weten waarom het niet
zou kunnen op de manier waarop ik het eerder heb geschetst. Dan neem je het
weliswaar op de in PKB-tekst, maar leg je vast dat het kabinetsbesluit erover,
en over de wijze waarop de PKB-oormerking wordt ingevuld, op een later moment
wordt genomen. Toch graag een reactie op die mogelijkheid. Overigens ben ik
het eens met de heer Hermans dat de uiteindelijke invoering niet is gekoppeld
aan het jaartal, maar aan de mate waarin aan de criteria wordt voldaan.</al>
            <al>Dank voor de toezeggingen over de doelgroepstroken, over het inzicht dat
wij krijgen in de omschakeling naar het Europese beveiligingssysteem en over
het uitwerken van het systeem van reisinformatie.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Dank voor de beantwoording door beide ministers. De Nota Mobiliteit
is al tijden in werking op het ministerie en ik ben blij dat wij daarover
vandaag hier hebben kunnen praten. Dat is een stap vooruit.</al>
            <al>Ik begrijp dat de minister teruggaat naar de lessenaar om de nota te herschrijven.
Wij kijken reikhalzend naar de aanvullingen op de ov-paragraaf. Dat is hard
nodig, want er spreekt echt te weinig ambitie uit, zoals ik in eerste termijn
al heb gezegd. Graag sluiten wij aan bij de opmerkingen van Syntus over de
vraag, hoe het openbaar vervoer passend wordt gemaakt. Hulde voor het puntenplan
van de ChristenUnie. Ik neem aan dat daar nog een reactie van de bewindslieden
op komt. Verder krijg ik graag een reactie op de stellingen van promovendus
Rob Goverde over het optimaliseren van de knelpunten bij de NS. Wat het water
betreft: voor de lange termijn zijn er wat ambities, die voor de korte termijn
nog te laag zijn.</al>
            <al>Als laatste kom ik toe aan "Nouwen". Een paar jaar geleden was
hier draagvlak voor een andere manier van beprijzing, namelijk een platte
heffing, terwijl ik nu draagvlak zie voor een gedifferentieerde heffing. Ik
zie nog een lange, moeizame discussie voor ons, aangezien "Nouwen"
niet op maatschappelijk draagvlak kan rekenen. Beprijzing komt daarmee op
de lange baan terecht en zijn wij zo weer vijftien jaar verder, terwijl wij
nu een begin kunnen maken door te heffen op accijns. Graag een reactie van
de minister, die volledig voorbijgaat aan andere opties dan die van de commissie-Nouwen.
De SP wil een platte heffing, die het simpelst te regelen is via de accijns,
na al dan niet gedeeltelijke afschaffing van de bpm en de motorrijtuigenbelasting.
Oormerken is voor ons onbespreekbaar. Ik wacht de reactie van het kabinet
af en zal dan mijn eindoordeel vellen. Maar vooralsnog is dat oordeel niet
positief.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Waarom is oormerken voor u onbespreekbaar?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Het gaat om de manier waarop "Nouwen" dat voorstelt, met een
aparte organisatie die dat moet gaan regelen. Ik vind het een vreemde manier
van omgaan met belastinggelden. Wij hebben daar een democratische controle
op, het geld komt hier binnen. Via verkiezingen kunnen mensen aangeven hoe
dat geld volgens hen moet worden besteed. Zoals u het ziet, zal het openbaar
vervoer veel meer in het nauw komen dan wenselijk is. Daarom is het belangrijk
dat het via de Kamer loopt.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik begin met het model, de taakstellingen en de knelpuntenanalyse.
Ik ben blij dat de minister bereid is, naar tastbare eenheden als filezwaarte
en voertuigverliesuren te gaan en af te stappen van dat wat zweverige idee
van reistijden en de betrouwbaarheid daarvan. Prima! Wat de knelpunten betreft,
zit ik met een probleem. Ik heb twee voorbeelden genoemd waarin wel netwerkanalyses
zijn gehouden, zonder dat er een knelpunt is. Rara, waarom doen wij dat? Als
ik de enige hier ben die daarvan een probleem maakt, kan de minister mij wellicht
aangeven waar ik de juiste informatie kan vinden, zodat ik dat ook begrijp.</al>
            <al>Ik heb een aantal suggesties gedaan om de ambitie op het punt van met
name de wegen en vooral de hoofdverbindingsassen wat aan te scherpen. Ik denk
dat het het beste is dat, als wij straks de definitieve teksten van de kant
van het kabinet hebben, wij dan bij motie wellicht op een aantal punten wat
aanscherpingen zullen inbrengen.</al>
            <al>Dan het ABvM, zoals het nu heet. Ik ben blij dat de minister wel wat beweegt
door te zeggen dat het er eigenlijk wel duidelijk in staat, maar dat zij bereid
is om het nog duidelijker te zeggen. Daar is al veel over gewisseld. Wij gaan
als VVD echter niet meewerken aan het organiseren van een grote elektronische
melkkoe. Hoe dan ook: PKB is wet. In die wet komt te staan dat er geoormerkt
wordt, alsmede nog een aantal andere voorwaarden. Daar kunnen wij als Kamer
dan een amendement op indienen. Ik denk dat daar door de combinatie Hermans,
Van Hijum en Hofstra een goed amendement over te maken is. Daar hoeft de minister
van Financiën, als hij zich daaraan zou willen storen, niet aan te storen,
want iedereen weet dat het niet door dit kabinet wordt ingevoerd. Dat heeft
de minister zelf ook gezegd. Ik wil echter niet de situatie hebben dat wij
met elkaar zeggen dat wij het zo gaan doen en dat als er straks een nieuwe
regering is, de wegenbelasting niet wordt afgeschaft en er nog meer gegrabbeld
gaat worden in het FES, want dan hebben wij straks niets dan platbelaste auto's.
Misschien zijn er nog meer partijen die aan een dergelijke amendering mee
zouden willen doen. Als de minister het zelf kan verzinnen, dan graag, maar
zo niet, dan zullen wij dat moeten doen.</al>
            <al>Wij hebben een debat gehad over het instellen van de commissie-Nouwen.
Wij hebben toen gezegd dat het instellingsbesluit van de commissie moest worden
gewijzigd, omdat de oormerking er niet goed in zat. Er was namelijk een voetnoot
opgenomen, waarin stond dat het binnen de rijksbegrotingsystematiek moest
passen. De minister heeft dat toen toegezegd. Van de commissie heb ik echter
gehoord dat zij geen andere opdracht hebben gekregen, omdat dat niet mocht
van Financiën. Wij hebben daar dus al veel eerder over gesproken. Ook
de andere voorwaarden, met name dat het een goed en praktisch systeem moet
zijn, zouden er duidelijk in moeten staan. Verder hechten wij eraan dat wordt
gezegd op welk moment het rijp is. Niet alleen de BPM-dagwaarde moet eruit
komen, maar ook moet worden bekeken of voldoende zichtbaar is gemaakt voor
de burgers in het land dat wij ook wat gedaan hebben en dat wij goed kunnen
beginnen.</al>
            <al>Wat het openbaar vervoer betreft, ben ik blij dat de minister de handschoen
op wil pakken en zegt dat zij ook andere dingen wil bekijken. Ik heb wel zorgen
over de financiën. Wij moeten het namelijk wel zorgvuldig blijven afwegen
en kijken naar de totaliteit. Wij hebben bij het openbaar vervoer de bekende
vierkante cirkel. Investering is één, maar exploitatie kost
nog altijd geld. Dat zit nu verscholen in de BDU, maar het totale pakket moet
wel goed zijn. U weet ook dat ik heb gezegd dat er meer geld bij moet. Wat
betreft het FES vind ik 6,5 mld. voor tien jaar ook vrij mager. Via het Anders
betalen voor mobiliteit kun je ook een situatie creëren dat je meer geld
krijgt door verschuivingen in de rijksbegroting. Ik was het eens met de heer
Hermans en ook met de heer Van Hijum, zeker in het begin toen hij zei dat
het voor de wegen moet blijven zoals het is en dat wij meer moeten hebben
om aan het openbaar vervoer ook wat te kunnen doen. Ik sluit dan aan bij de
opmerking die de minister maakte. In de fracties is sprake van verkokering.
Als wij zeggen dat wij daarop in moeten zetten, krijgen wij veel meer steun
om meer geld voor de infrastructuur te krijgen en vooral voor het openbaar
vervoer. Ik denk dat wij daar heel duidelijk in moeten zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Gaat u dan ook uw woordvoerder, Van Beek is dat meen ik, vertellen dat
hij elke keer als er een motie over het FES wordt ingediend, waarin wordt
bepleit dat er extra middelen naar het openbaar vervoer gaan, daar voor moet
stemmen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Hij heet anders, Stef Blok, maar hij zal zeker doen wat u zegt. Wij zijn
het er toch over eens dat het redelijk moet zijn in de afweging. Wij hebben
niets aan openbaar vervoer dat er heel mooi uit ziet, maar dat wegens exploitatietekorten
twee jaar later moet worden gesloten. Het moet dus wel haalbaar zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Dat zegt u echt tegen de verkeerde persoon. Dat is voor ons altijd zo,
of het nu om het openbaar vervoer of de weg gaat, het moet haalbaar zijn.
Daar gaat de discussie dus niet over. Sluit u echter uit dat de netwerkanalyses
van de regio's er nog toe kunnen leiden dat er een interne verschuiving plaatsvindt,
omdat men soms toch kiest voor het openbaar vervoer, in plaats voor weer een
extra stukje weg? Het kan zelfs in Nederland voorkomen dat dat de analyse
is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>U weet precies hoe ik daar tegenover sta. Ik heb altijd gezegd dat bij
eenzelfde effect als bij een oplossing in asfalt, beton en staal, ook voor
het openbaar vervoer gekozen mag worden. Daarbij spelen onder andere maatschappelijke
effecten een rol. Als het ov maar gelijkwaardig is. Er mag echter nooit worden
bijgedragen in de exploitatie, maar daar zijn wij het wel over eens.</al>
            <al>Het is goed dat de verkeerseconomische kant scherper in beeld wordt gebracht.
Ik heb erop gewezen dat het spoor in beheer en onderhoud vijftien keer duurder
is dan de auto. Ik stel het zeer op prijs als criteria worden geformuleerd
waarmee die beleidsafweging wordt versimpeld.</al>
            <al>Triple-A blijkt nu op nul uit te komen en dat vind ik uitstekend. Wij
wachten de komende wijzigingen van de nota af. Het lijkt mij goed dat de voorzitter
nog even het tijdschema schetst in verband met het indienen van moties. Wij
willen graag een betere Nota Mobiliteit. Mijn doel is zeker niet vertraging.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>De heer Van Hijum was vrij duidelijk over het infrastructuurfonds. Hij
wil het wel, maar hij laat het er niet op stuk lopen. Hoe staat u daarin?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Zo gemakkelijk is het voor mij niet. Ik ben niet van plan, een elektronische
melkkoe voor de volgende linkse regering in het leven te roepen. Het moet
nu goed in de PKB geformuleerd worden. Ik denk dat daar een meerderheid voor
is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Volgens mij wil zelfs een linkse partij daar wel aan meedoen. U ziet alleen
maar spoken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Inderdaad, de heer Van der Ham ziet spoken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Het enige spook dat ik zie, bent u. Ik denk overigens dat het allemaal
wel mee zal vallen. Deze links-liberale partij is ook voor de instelling van
een infrafonds.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Het was goed, de heer Hofstra een linkse regering te horen
aankondigen.</al>
            <al>De minister is niet ingegaan op een aantal cruciale punten in mijn betoog.
Ik vraag haar om dit alsnog te doen, desnoods schriftelijk. Er is nauwelijks
reactie gekomen op alle opmerkingen over milieu en leefbaarheid. Er is een
enorme spanning tussen de plannen van de minister op het gebied van verkeer
en vervoer en de eisen op grond van milieu en leefbaarheid. In 2020 moet er
bijvoorbeeld een forse reductie van de uitstoot van CO<inf>2</inf> zijn gerealiseerd.</al>
            <al>De minister is ook niet ingegaan op mijn pleidooi voor het schrappen van
de verbinding tussen de A6 en de A9. Mocht zij hiertoe overgaan, dan hoef
ik geen moties op dit punt in te dienen. Ik beschik over een kleine duizend
moties uit de regio waarin wordt voorgesteld om deze verbinding te schrappen.
Ik heb ook geen reactie gekregen op mijn voorstel om de A4 door de Hoeksche
Waard uit de planning te halen.</al>
            <al>De minister is ook niet ingegaan op mijn pleidooi voor het lopen en het
wandelen. Zij is evenmin ingegaan op mijn vragen over de regionale luchthavens.
Daar krijg ik ook nog graag een reactie op.</al>
            <al>De minister biedt wel openingen, maar zij geeft nog onvoldoende duidelijkheid,
zeker als het gaat om de toekomst van het openbaar vervoer. De minister is
bereid om nader onderzoek te doen naar bijvoorbeeld Brabantrail, Rondje Randstad
en de plaats van het openbaar vervoer in de netwerkanalyses. Nu is er echter
nog geen geld voor deze initiatieven en dus moeten wij afwachten tot na de
zomer. Mij is dat veel te vrijblijvend. Ik hoor graag op welke wijze de tekst
van de nota op het punt van het openbaar vervoer wordt aangepast. Ik vraag
andere, harde formuleringen in termen van ambities. Daarbij dient ook duidelijkheid
te worden gegeven over de dekking. Ik krijg de indruk dat met de vaststelling
van deze nota al het geld voor het asfalt is geregeld, terwijl de komende
linkse regering zelf het geld voor het openbaar vervoer bijeen moet sprokkelen.
Dat zou uitermate onevenwichtig en onwenselijk zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Mag ik de heer Duyvendak eraan herinneren dat hij die 40 mld. niet heeft,
want die heeft hij al aan andere dingen uitgegeven.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Ik zou graag zien dat deze nota een volledig overzicht geeft, inclusief
de dekking voor de ambities op het terrein van openbaar vervoer. Ik hoop dat
wij ook nog aangepaste formuleringen krijgen over ambities voor de modal shift.</al>
            <al>Ik heb een voorstel op tafel gelegd om stap voor stap te komen tot de
invoering van beprijzen. Het lijkt mij niet goed om in één keer
die heel grote sprong te maken. Het is beter om eerst regionaal een concept
uit te proberen en dat de komende jaren stap voor stap uit te bouwen. De minister
heeft daar helaas niet op gereageerd. Zij heeft alleen schriftelijk geantwoord
dat de versnellingsprijs hiermee te vergelijken is. Naar mijn idee is dat
iets volstrekt anders. Je kunt ook niet zeggen dat het concept daarmee getest
wordt. Het is namelijk een ordinaire tolheffing om geld op te halen voor asfalt.
Die is op geen enkele manier regulerend bedoeld. Graag krijg ik een reactie
van de minister op mijn voorstel. Ik ben ervan overtuigd dat de invoering
van de beprijzing pragmatisch en stap voor stap moet worden uitgevoerd en
dat het anders niet zal lukken. Dit is een te grote stap om in één
keer te zetten. Naar mijn idee past een dergelijke benadering in de wens van
het kabinet om ruimte te geven aan de regio's. Ik zou zeggen: geef een regio
de kans om hier een start mee te maken.</al>
            <al>Tot slot de discussie over het oormerken van de opbrengst uit de heffing.
Eigenlijk zijn wij hier een discussie met minister Zalm aan het voeren, terwijl
hij er zelf niet bij is. Dat is de VVD-minister die het op dit moment blokkeert.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hofstra</naam>
              <partij>VVD</partij>
            </wie>
            <al>Hij is minister van de Kroon.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Maar hij was uw lijstaanvoerder bij de laatste verkiezingen, mijnheer
Hofstra.</al>
            <al>De discussie over het oormerken is een discussie over macht en zeggenschap.
Heeft straks het politiek besluit­vormende orgaan, de wetgever, iets te
zeggen over de opbrengsten of liggen die al vast? Mijn fractie neemt het principiële
standpunt in dat het autorijden een belastinggrondslag is, dat de opbrengsten
naar de algemene middelen gaan en dat het politieke orgaan vervolgens beslist
waar het geld aan besteed wordt. Het is heel goed mogelijk dat het besteed
wordt aan openbaar vervoer, maar het politieke orgaan heeft daarover te beslissen.
Wij besteden de accijns op drank ook niet per definitie aan de alcoholisten.
De belasting die wij halen bij de huizenbezitter stoppen wij ook niet in de
huisvestingspolitiek. Nee, dat gaat naar de algemene middelen en vervolgens
herverdelen wij dat.</al>
            <al>Het lijkt mij heel verstandig als wij een uitgebreide schriftelijke reactie
van het kabinet krijgen en dat wij als Kamer vervolgens bekijken hoe wij verder
procederen. Misschien lukt het dan best nog voor kerst.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik ben blij dat wij een stapje verder lijken te komen met
de kilometerheffing. Bij interruptie heb ik wel gezegd dat er heel wat addertjes
onder het gras zitten, overigens niet bij het CDA, maar wel bij de VVD.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Dat valt mij nou weer tegen van de heer Van der Ham.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>Hoe bedoelt u?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Moet ik dat nog uitleggen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Ham</naam>
              <partij>D66</partij>
            </wie>
            <al>U moet het juist als een compliment zien. Ik vind het belangrijk dat u
zegt dat die kilometerheffing voor uw fractie heel essentieel is en dat u
het niet op één element laat stuk lopen. De VVD zit daar iets
anders in. De discussie met minister Zalm is een interessante. Er zal vooral
binnen de VVD een strijd ontstaan over wat er gaat gebeuren. Op zo'n moment
denk ik: wat zouden Hirsi Ali en Hans Wiegel er eigenlijk van vinden? Maar
goed, dat laat ik over aan de VVD.</al>
            <al>De regering heeft niets gezegd over de verstedelijking als kans. De verwachting
is dat over een aantal jaren twee derde van de wereldbevolking in steden woont.
Dan is het geweldig als wij allerlei concepten hebben bedacht over woningbouw,
zeer fijnmazige openbaarvervoersverbindingen die wij al hebben uitgeprobeerd
en kunnen verkopen. Die verstedelijking als kans mis ik in de nota, juist
omdat het een positief punt is waarmee wij de wereld in kunnen. Wij zijn vanzelfsprekend
heel blij met de toezeggingen over het Rondje Randstad en BrabantStad. Wij
zullen het ongetwijfeld in de komende maanden nog hebben over de vraag hoe
de netwerkanalyses hiervoor uitpakken.</al>
            <al>De minister heeft nog niets gezegd over wat ik heb gezegd over mobiliteitsmanagement
en over de motie die zij heeft overgenomen. Welke meer dwingende elementen
kan zij inbouwen om bedrijven en lokale overheden ertoe aan te zetten om efficiënt
om te gaan met de bestaande mobiliteit? Wij moeten niet alleen ambtenaren
daarin helpen, maar ook bedrijven. In andere landen gebeurt dat al, waarom
hier niet? Ik heb iets gevraagd over de SER en over fiscale maatregelen, zoals
de Zuidoostpas, die heel goed heeft gewerkt. Kunnen dat soort middelen niet
worden uitgebreid?</al>
            <al>Over de lightrailverbindingen heeft de minister gezegd dat zij wil bekijken
welke mogelijkheden er zijn. Daar ben ik zeer blij mee. Wij zijn zeker iets
opgeschoten en daar zijn wij heel content over.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik dank beide ministers voor de beantwoording in eerste termijn.
Er zijn een paar punten blijven liggen. Het CPB schrijft dat bouwen loont.
Daar was ik erg blij mee. Over de spoedwet wegverbreding wilde ik nog vragen,
maar dat was ik vergeten, of het een idee is om die wegverbredingen permanent
te maken. Wat zou dat kosten? Kunnen wij dat op afzienbare termijn doen? Als
wij allemaal zoeken naar capaciteit, denk ik dat het slim is om die wegverbreding
permanent te maken, zodat die capaciteit de hele dag te vinden is.</al>
            <al>In eerste termijn heb ik nog gevraagd waarom wij in de nota aandacht besteden
aan logistieke innovatie, terwijl de markt op dat gebied perfect werkt, zodat
er enorme innovatiekracht in zit.</al>
            <al>Verder heb ik nog een vraag gesteld over de ongevalregistraties. Door
het IPO werd gezegd dat deze onvoldoende zijn om er beleid op te baseren.
Graag hoor ik hierop een reactie.</al>
            <al>Misschien moet ik mij maar laten overtuigen, omdat beide ministers over
de netwerkanalyses hebben gezegd dat er nog een PKB-IV komt, dat de Kamer
haar budget­recht behoudt, zodat de voortgang gemonitord kan worden, en
dat er ook nog wat geschoven kan worden. Ik merk dat de politieke meerderheid
hiervoor als sneeuw voor de zon is verdwenen, dus dat laat ik maar lopen.</al>
            <al>Verder wil ik nog iets zeggen over de amenderende teksten van de PvdA
die eraan komen. Ik blijf het raar vinden dat zij niet afwachten of het wel
slim is om daar je euro aan uit te geven. Beoordeel dat dan. In eerste termijn
meende ik te bespeuren dat de heer Van Hijum zich hier klakkeloos achter stelde,
maar gelukkig heeft hij zijn onaanvaardbaar uitgesproken, als dat geld ten
koste van de weg gaat. Hij heeft ook gezegd dat die projecten zichzelf moeten
bewijzen. Dat zien wij dan wel in september 2006.</al>
            <al>Bij het advies van de commissie-Nouwen constateer ik dat het "nee,
tenzij" vandaag is veranderd in "ja, mits". De minister nam
in haar termijn vlot teksten over voor de uiteindelijke PKB, zodat het "ja,
mits" is geworden. De minister streeft gelukkig ook naar 5 in plaats
van 10%. Dat is prima, maar het oormerken blijft voor mij nog steeds
een probleem, zoals de heer Hofstra ook heeft gezegd. Ik vraag mij zelfs af
of het voldoende is om dit amenderend op te nemen in de PKB-III. Misschien
moeten wij dit wettelijk regelen. Die tekst moet in ieder geval inhouden dat
100% naar de weginfrastructuur gaat. Dat is voor ons een harde voorwaarde.</al>
            <al>Het draagvlak in de commissie-Nouwen is tot stand gekomen doordat die
oormerking erin zat. Alle partijen hebben elkaar gevonden, maar ik weet dat
de partijen die ik een warm hart toedraag, de oormerking als voorwaarde hebben
gesteld voor hun draagvlak. Laten wij dat niet verspelen en dat oormerken
er hard in zetten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Slob</naam>
              <partij>ChristenUnie</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik dank beide ministers voor hun beantwoording in eerste termijn.
Het is misschien wat ongebruikelijk, maar ik dank de heer Hofstra ook voor
de rol die hij op zijn geheel eigen wijze in dit debat heeft vervuld. Hij
rolde in zijn eerste termijn even met zijn spierballen en dreigde met enige
vertraging. Mevrouw Dijksma wist niet hoe snel zij zich daarbij moest voegen.
Toen dreigde er een probleem voor de minister. De geschiedenis dreigde zich
zelfs een beetje te herhalen. Ik sluit niet uit dat de minister daardoor wat
meer is gaan bewegen dan zij van te voren misschien van plan was. Ik kan het
natuurlijk niet helemaal beoordelen. Zij moet het zelf maar zeggen als zij
dat wil.</al>
            <al>De punten waarop zij is gaan bewegen, stemmen mij tot grote tevredenheid,
want het waren net de twee hoofd­punten van kritiek die ik in mijn eerste
termijn heb genoemd op de Nota Mobiliteit, deel III, zoals die voorligt. Het
gaat om de discussie over de beprijzing die absoluut niet opschoot en de ambities
met betrekking tot het ov, zeker afgezet tegen wat er allemaal op de weg gaat
plaatsvinden. Wij vonden die punten absoluut uit balans. Ik heb wat het ov
betreft zelfs gezegd: deze nota spoort niet.</al>
            <al>Voor het beprijzen lijkt er een veel betere tekst te komen ter vervanging
van de huidige tekst in de Nota Mobiliteit. Wij wachten af wat precies zijn
neerslag gaan vinden in de nota, al heeft collega Verdaas al enkele formuleringen
in de mond genomen. Het ziet er in ieder geval beter uit en heeft onze steun.</al>
            <al>Wat de ambities rond het spoor betreft, waarvan ik heb gezegd dat het
eigenlijk moet worden verdubbeld, wachten wij af waarmee de minister komt.
Ik ga ervan uit dat zij onze nota ook serieus neemt en de zeer concrete voorstellen
daarin mogelijkerwijs een plekje zal geven in het vervolg. Zij kent ons en
weet dat wij constructief meedenken. Ik mis nog een verhoogde ambitie rond
stads- en streekvervoer. De minister legt het wel heel erg bij de regio onder
het motto: het is decentraal, men moet het daar doen en ik kom op basis van
de percentages wel tot een gemiddelde. Ik wijs erop dat wij op basis van de
Wet personenvervoer ook een nationale verantwoordelijkheid hebben voor wat
daar gebeurt. In dat opzicht willen wij de Nota Mobiliteit aangepast zien.
Misschien kan dat wel via een mooie amenderende motie.</al>
            <al>Ook willen wij graag de uitgangspunten in de nota veranderd zien. Wij
vinden het echt absoluut vreemd dat erin staat dat de mobiliteit geen beperking
opgelegd gaat worden. Dat is een vreemde zin als je weet hoe druk het in ons
landje is. Daarvoor zullen wij een andere tekst aandragen. Wij vinden ook
dat er meer ambitie moet komen inzake de modal shift. Er liggen al teksten
voor die onze steun zullen krijgen.</al>
            <al>Kort en goed, het debat overziende, heb ik niet de indruk dat wij ons
hier hebben bezig zijn geweest met bezigheidstherapie. Wij zijn op onderdelen
echt vooruitgekomen. Het is goed om dat met elkaar te constateren, maar ik
steek de vlag nog niet uit, want wij moeten het allemaal nog wel zien. Ik
vond de interruptie van de heer Max Hermans aan het adres van collega Van
Hijum ook niet zo plezierig, omdat ik de indruk kreeg dat Van Hijum weer een
beetje terugkwam op de ruimte die hij bood om er met elkaar uit te komen.
Maar goed, wij wachten af waarmee de minister terugkomt en wij willen graag
dat zij dat zo spoedig mogelijk doet, want wij zitten ook niet op vertraging
te wachten. Ik begrijp heel goed dat zij aan de regio duidelijkheid wil bieden
en dat wij de potten geld die er zijn niet aan onze neus voorbij moeten laten
gaan. Dus, minister, zet de vaart erin, kom met een aantal wijzigingen, dan
kunnen wij beoordelen of wij daaraan zelf nog wijzigingen willen toevoegen
en dan kunnen wij het wat mij betreft zo snel mogelijk aftikken. Dan kan de
boel echt gaan lopen. Volgens mij ziet het er dan beter uit dan wij voor deze
vergadering dachten dat de werkelijkheid zou gaan worden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Allereerst dank ik beide bewindslieden voor de beantwoording.
Ik sluit mij aan bij diegenen die zich positief hebben uitgesproken over de
aanpassingen welke de minister bereid is aan te brengen in de PKB-tekst inzake
de ambitieuze inzet op ov-projecten Bijzonder spoor én inzake de beprijzing,
waarbij duidelijk zal worden aangesloten bij de resultaten van de commissie-Nouwen,
zodat er geen vooruitschuiftekst meer te lezen zal zijn. Kortom, datgene waarvoor
de minister blijkens eerdere toelichtingen al stond, gaat sporen met de tekst
van de PKB op dit punt.</al>
            <al>Bij mij leeft ook de vraag wanneer wij die teksten kunnen krijgen. Is
het niet praktisch als wij zo snel mogelijk vernemen hoe het kabinet, gehoord
de Kamer die op die twee punten zeer duidelijke wensen heeft geuit, de PKB
wil aanpassen, zodat wij daarmee rekening kunnen houden bij amenderende moties?
Immers, anders krijgen wij eerst amenderende moties, dan de regeringstekst
en vervolgens weer amenderende moties. Dat moeten wij voorkomen. Vandaar mijn
vraag of wij zo snel mogelijk de suggesties voor de aanpassingen kunnen krijgen,
zodat er daarna maar één rondje van de Kamer nodig is en wij
het resultaat zo spoedig mogelijk kunnen aftikken. Want er is waarachtig wel
behoefte aan een nieuw kader voor de mobiliteit.</al>
            <al>Mij is nog onduidelijk of de teksten over Triple-A ook worden geschrapt.
Komt het kabinet met voorstellen? Ik zie dat de minister positief reageert
en ik kan mij dit ook goed voorstellen, want wat er nu staat, voegt niet veel
toe, maar roept in plaats daarvan allerlei vragen op. Wij vinden het prima
als dit wordt geschrapt.</al>
            <al>Ik heb nog wel twee wensen voor de bijstelling van de PKB-tekst. Aan het
begin van de PKB wordt gesteld dat er aan de groei van de mobiliteit geen
beperkingen worden opgelegd. Ik vind dit wel erg plat geformuleerd. Zelfs
van ons dagelijks voedsel dat toch onmisbaar is, zeggen wij dat overdaad kan
schaden. Zou er dan bij mobiliteit in geen enkele zin sprake kunnen zijn van
overdaad? Zouden wij daar op geen enkele manier grenzen aan kunnen stellen?
Dit zou ik heel vreemd vinden. Daarom dring ik erop aan dat die tekst wordt
genuanceerd.</al>
            <al>De minister zegt eerst dat zij geen modal-shiftbeleid wil, maar vervolgens
zegt zij: ik doe het eigenlijk al. Misschien biedt dit een aansluiting om
de teksten te wijzigen in de richting van een modal-shiftbeleid.</al>
            <al>Op een aantal vragen heeft de minister niet gereageerd. Misschien kan
zij die schriftelijk beantwoorden? Ik heb gesproken over de binnenvaart en
de mogelijkheid om bepaalde onderhoudsprojecten te versnellen. Verder heb
ik gevraagd of het Lekkanaal en de Lek kunnen worden toegevoegd aan de hoofdtransportassen.
Tot slot heb ik gevraagd om een landelijke generale regeling om veerponten
als basisvoorziening in stand te houden.</al>
          </spreker>
          <vrznaam>Hofstra</vrznaam>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik heb al toegezegd dat ik een wijzigingsvoorstel zal maken
voor de tekst van het beprijzingsvoorstel in de zin van de woorden van de
heer Verdaas.</al>
            <al>Ik zal een mogelijke tekst voor het oormerken voorlezen; wij kunnen daar
dan over nadenken. "Voor de werkelijke invoering van de kilometerprijs
is er duidelijkheid over de besteding van de opbrengsten." Dit zou zelfs
nu kunnen, want de woorden "koppelen" of "ontkoppelen"
worden hierbij niet gebruikt. Er wordt alleen gezegd dat er duidelijkheid
zal bestaan over de besteding. Iets dergelijks is dus mogelijk en wij moeten
nog maar eens nadenken over de vraag wat er wel en wat er niet kan.</al>
            <al>De heer Verdaas spreekt over oormerken en zegt dat het budgetrecht moet
worden gehandhaafd. Dit lijkt mij moeilijk, het is het een of het ander.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Verdaas</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Ik heb willen zeggen dat wij hier wel kunnen praten over oormerken tot
2020, maar ik loop hier nu een kleine drie jaar rond en ik weet dat dit een
vrije irreële gedachte is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij noemen de "ladder van Verdaas" voortaan de "zevensprong".
Ik heb begrepen dat het als een checklist moet worden beschouwd en niet als
een blauwdruk.</al>
            <al>De heer Verdaas heeft nog gesproken over de MIT-systematiek in een aantal
landelijke en regionale netwerken. Dit zou mij een lief ding waard zijn, maar
ik kan mij niet voorstellen dat hij hier een meerderheid voor kan vinden.
Misschien kan hij dit in een motie gieten. Hij ziet dan af van alle wegen,
bruggen, enz. terwijl ik zeker weet dat de heer Hofstra bijvoorbeeld zijn
N33 nooit zou willen laten vervallen.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Wilt u de voorzitter niet uitdagen?</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Maar ik sprak de heer Hofstra aan!</al>
            <al>Ik hoor het dus graag als voor die motie een meerderheid wordt gevonden.
Mevrouw Dijksma vroeg naar de aangepaste PKB-tekst over de ov. Wij zullen
hiervoor suggesties doen, met bijgestelde ambities. Mevrouw Dijksma wilde
het binnen het budget houden. Dat zou mij een lief ding waard zijn. Wij hebben
het daarbij over reële zaken, alle andere vogels zijn nog in de lucht.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>In dat geval gaan we weer schuiven tussen openbaar vervoer en weg, zoals
de PvdA wil.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>En de SP, de ChristenUnie, GroenLinks, SGP en D66!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>Het is duidelijk wat het CDA gaat doen. Het is dan raar dat de minister
geen vliegen wil gaan tellen in de vorm van FES-gelden, maar inderdaad tussen
spoor en weg gaat schuiven. Dat gebeurt gewoon, zonder motie of amenderende
tekst. Ik meen toch echt gehoord te hebben dat het CDA in 2006 het pakket
voor het spoor wil bekijken. De minister loopt hier al op vooruit.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat is niet waar, maar ik probeer wel realistisch te zijn. Als ik alle
wensen van de Kamer van vandaag voor binnenvaart, voor spoor, voor het streekvervoer
optel, kom ik aan de 120 mld.! Laten we gewoon eerlijk zijn. Er kan binnen
die 81 mld. van alles. Willen we meer, dan moeten we dat op andere Haagse
partijen bevechten die de FES-gelden nu voor iets anders willen gebruiken.
Ik wil me ook voor FES-gelden inspan­nen om zo veel mogelijk van mijn
programma te kunnen uitvoeren, maar zekerheid daarover bestaat niet op dit
moment.</al>
            <al>De uitwerking van de netwerkanalyses blijft staan. Mevrouw Dijksma heeft
inmiddels tien keer verklaard dat zij voor rationele afwegingen is, compleet
met doorrekening van het CPB.</al>
            <al>Nu de vragen naar aanleiding van de ZSM-procedure met betrekking tot spoorverbreding.
Voor kleine spoor­aanpassingen als inhaalsporen en dergelijke is geen
wet nodig. De Tracéwet is verkort; het gaat nu hetzelfde als een spoedwet.
Hiervoor hoeft dus geen wet te worden gemaakt; als wij dat allemaal willen,
kan het sneller.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Dijksma</naam>
              <partij>PvdA</partij>
            </wie>
            <al>Het gaat mij niet om het optuigen van een wet,want dat duurt in dit huis
altijd jaren en daar zit ik ook niet op te wachten. De procedure bij ZSM,
de snelheid daarvan wordt dus ook benut voor dit soort spooruitbreidingen?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ja. U zei ook iets waar ik het zeer mee eens ben: laten wij niet alles
overdoen en ervoor zorgen dat wij snel aan de slag kunnen en verder kunnen
gaan.</al>
            <al>Met de heer Van Hijum ben ik het eens dat ambities en middelen in evenwicht
moeten zijn en dat knelpunten het eerst moeten worden opgelost.</al>
            <al>In de inleiding bij de uitvoeringsagenda staat dat de Nota Ruimte niet
in beton is gegoten. Dat kan ook echt niet, omdat wij in 2005 de zaak niet
tot aan 2020 moeten willen dichttimmeren. In die tijd kan zo veel gebeuren
dat wij wel moeten zorgen voor de nodige flexibiliteit.</al>
            <al>De heer Van Hijum sprak over vervoer over het water. Ik weet echter niet
meer precies wat zijn vraag was.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik sprak over de mogelijkheid om bij de Europese Marco-Poloregeling aan
te sluiten. De projecten waarover wij nu spreken zijn bijna altijd grensoverschrijdend
en dan ligt het volgens mij voor de hand om een soortgelijke nationale regeling
voor de innovatie van het goederenvervoer over water in het leven te roepen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat hebben wij geprobeerd met het project Distrivaart. Ik ben daarvan
een groot voorstander en ik dan ook blij dat dit project na enige strubbelingen
nieuw leven is ingeblazen.</al>
            <al>Ik ben een groot voorstander van pps-constructies. Ik zou dan ook graag
zien dat de onderhandelingen over dergelijke constructies sneller verlopen.
Er moet echter scherp worden onderhandeld over de vraag wie welke risico's
gaat dragen. Dat vergt natuurlijk de nodige tijd. Ik heb altijd gedacht dat
het bedrag 15 mld. van VNO-NCW genoemd werd als een bij-wijze-van-spreken.
Ik heb het geld dan ook nog niet gezien. Op dit moment werken wij aan pps-constructies
voor de tweede Coentunnel en de A4 Zuid. Deze projecten zijn in ieder geval
op een innovatieve manier in de markt gezet.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Hermans</naam>
              <partij>LPF</partij>
            </wie>
            <al>De minister is een voorstander van pps. Het loopt desondanks niet zo hard,
want ik las onlangs nog de kop: Zestig aanbestedingen Rijkswaterstaat mislukt;
de minister heeft een onderzoek ingesteld. Is die kop waar en, zo ja, wanneer
wordt dat onderzoek dan gepubliceerd?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Dat waren normale aanbestedingen. Het is niet de bedoeling dat informatie
daarover op straat komt te liggen. Er is een aantal innovatieve aanbestedingen
in de markt gezet, waarop de markt niet of nauwelijks heeft gereageerd. Dat
was voor ons reden voor een onderzoekje. Ik denk niet dat dit het soort onderzoek
is dat wij moeten gaan uitventen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Een van de reden om te kiezen voor pps is dat je meer kwaliteit verwacht
te krijgen voor minder geld. Een andere reden is dat de uitvoering van de
Nota Mobiliteit erdoor versneld zou worden. Als het bedrijfsleven niet met
concrete voorstellen komt, is het wellicht raadzaam om te onderzoeken wat
daarvan precies de reden is. Hoe eerder wij met projecten kunnen beginnen,
hoe beter het immers is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Bij alle MIT-projecten wordt onderzocht of pps tot de mogelijkheden behoort
en of een project op een innovatieve manier in de markt kan worden gezet.
Je moet pps niet isoleren van de normale procedure. Of pps mogelijk is, wordt
dan ook elke keer onderzocht. Het ene project leent zich hier beter voor dan
het andere. Projecten waarbij pps goed mogelijk is, zijn de kustaanvullingen,
zandsuppletie en onderhoud.</al>
            <al>Ik heb grote ambities voor de innovatie. Dat geldt zowel voor de aanbestedingsprocedures
als voor de transitie naar duurzame mobiliteit. De commissie-Wijffels heeft
geconcludeerd dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat niet op de goede
manier omging met kennis en innovatie. Wij hebben ons dat aangetrokken zonder
in discussie te gaan. Wij hebben gezegd: als het niet goed genoeg is, dan
moet het beter. Wij zijn aan de slag gegaan met het Delta-instituut en met
het stimuleren van innovaties in de markt. Wij sluiten aan op het innovatieplatform
van de minister-president door zaken in te brengen die op ons terrein liggen,
zoals transport en logistiek en de bouw. Wij dagen op die terreinen uit tot
innovaties. Wij kunnen niet zelf tot innovatie komen. De sectoren moeten dat
zelf doen. Wij kunnen stimuleren en uitdagen en wij doen dat via het platform
van de minister-president. De extra FES-gelden voor innovatie worden daaraan
besteed. Ik heb gisteren een brief aan de Kamer over dit onderwerp getekend. </al>
            <al>Ik heb net voorgelezen hoe de beprijzing kan worden vormgegeven. De heer
Van Hijum weet precies hoe de vlag erbij hangt. Mijn vraag is op een zeker
moment: wilt u beprijzen of niet? Met de stelling dat niet het jaar van de
invoering maar de criteria van belang zijn, ben ik het slechts gedeeltelijk
eens. Op een zeker moment moet worden teruggeteld. Er is verschil tussen invoering
in 2012 en invoering in 2018. Als besloten wordt tot invoering in 2018, dan
hoeven wij geen haast te maken want dan treden er nog vier kabinetten aan.
Ik meen echter dat wij moeten aanpakken want als wordt uitge­gaan van
beprijzing in 2018 dan veranderen opeens alle grafieken, zoals de heer Hofstra
al zei.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik geef de heer Hofstra geen toestemming om te interrumperen.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Mevrouw Gerkens wacht de aanvullingen op het openbaar vervoer af. Wij
proberen te komen tot maatwerk in het openbaar vervoer op plaatsen waar regulier
openbaar vervoer niet rendabel en niet passend is. Ik kan niet even snel reageren
op de conclusies van een promovendus die vier jaar op een onderwerp gestudeerd
heeft. Dat is teveel gevraagd.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik geef de minister alle ruimte om daar op niet al te lange termijn schriftelijk
op terug te komen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik weet niet of ik mijn ministerie wil veroordelen tot het doornemen van
al dat spul. Dat vind ik nogal wat.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>De samenvatting is volgens mij helder genoeg.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Als er een heldere samenvatting is, dan wil ik daarnaar laten kijken.</al>
            <al>In het rapport van de commissie-Nouwen zijn heel heldere uitspraken gedaan
over de accijnzen. Op het punt van de accijnzen lekt er zoveel weg naar de
buurlanden dat er geen sprake meer is van een eerlijke verdeling over het
land. Mensen schijnen wel 50 kilometer om te rijden om goedkoper te kunnen
tanken in het buitenland.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik neem aan dat de minister het systeem van kilometerheffing in Europees
verband bespreekt. Zij wil toch dat iedereen in Europa een systeem van kilometerheffing
heeft? Waarom betrekt zij de optie van de accijnzen er niet bij?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De Europese Unie is bijna aan het einde van het traject ter invoering
van het eurovignet, dus ik denk niet dat het zin heeft om iets heel nieuws
in te brengen. Bovendien staat het iedereen vrij, omdat Europa totaal niet
over belastingheffing en accijnzen gaat. Het heeft dus geen enkele zin om
in Europa over accijnzen te praten. Iedereen zal mij streng aankijken en zeggen
dat zij daar niet over gaan. Ik vind ook dat Europa daar niet over moet gaan.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Ik zeg ook niet dat Europa daarover gaat, maar je kunt in Europees verband
toch nagaan wat de mogelijkheden daartoe zijn?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Nee, lidstaten willen in Europees verband niet over belastingen praten.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Mevrouw</aanspr>
              <naam>Gerkens</naam>
              <partij>SP</partij>
            </wie>
            <al>Over welke belasting gaat het dan?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Het gaat over heffingen en prijzen.</al>
            <al>De heer Hofstra staat op earmarking. Mij lijkt dat wij goed na moeten
gaan hoe een oplossing eruit moet zien. De heer Hofstra weet ook dat wij het
niet redden als ik hiermee terugga naar het kabinet. Dat is de oplossing dus
niet; wij moeten een goede formulering zoeken.</al>
            <al>De heer Hofstra vindt dat het allemaal mooi is wat er over het openbaar
vervoer wordt gezegd, maar dat er binnen het totaalpakket nog steeds afwegingen
moeten worden gemaakt en dat er goede voorstellen moeten worden gedaan. Ook
vindt hij dat goed moet worden afgewogen of er meer FES-geld voor openbaar
vervoer moet worden uitgetrokken. Hij constateert dat netwerkanalyses van
de regio's verschuivingen kunnen veroorzaken. Wij realiseren ons allemaal
dat de netwerk­analyses van groot belang zijn, omdat daar alles op elkaar
aansluit. Als wij er inflexibel tegenover staan, hoeven ze niet te worden
gemaakt. Ik sta van harte achter het standpunt van de heer Hofstra dat er
geen geld in exploitatie mag worden gestoken.</al>
            <al>Dinsdag over een week heeft de Kamer de suggesties van het ministerie
van Verkeer en Waterstaat binnen. Als wij heel snel werken, kunnen wij in
het nieuwe jaar aan de gang.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Mogen wij verwachten dat uw voorstellen gemakkelijk te consumeren zijn
voor ons in de zin dat u ons niet een heel nieuwe tekst stuurt en wij het
maar moeten uitzoeken, maar dat u alleen de wijzigingen doorgeeft?</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Ik zal zorgen voor hapklare brokken.</al>
            <al>De heer Duyvendak heeft het over milieu en leefbaarheid gehad. Ik vind
dat hij in de beoordeling van het Milieu en Natuurplanbureau wel selectief
shopt. Hij heeft het namelijk alleen maar over de CO<inf>2</inf>-uitstoot,
terwijl al het andere veel beter wordt. Dat deze nota dat bewerkstelligt,
mag ook wel eens worden gezegd. Ik begrijp dat het niet uitkomt om dat te
zeggen en dat het dus alleen over de CO<inf>2 </inf>-uitstoot gaat, maar zelfs
met de CO<inf>2</inf>-uitstoot zou het zonder deze nota slechter gesteld zijn.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Laat mij een korte reactie geven. Ook de fijne stof- en de NOx-emissie
blijft ver boven de Europese luchtkwaliteitsnorm. Ik kan niet anders dan dat
te constateren. Wij weten allen iedere dag opnieuw dat dit een zeer groot
probleem is.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Daar komt minister Dekker zo meteen op terug.</al>
            <al>De heer Duyvendak wenst dat de aansluiting van de A6 op de A9 ter plaatse
wordt geschrapt. Wij zijn daar alleen niet van, want binnen de TCI is afgesproken
dat structuurvisies en dergelijke degelijk worden uitgewerkt.</al>
            <al>Mag ik schriftelijk reageren op de opmerkingen van de heer Duyvendak over
de regionale luchthavens?</al>
            <al>Voor het openbaar vervoer komt er een tekstsuggestie.</al>
            <al>Over het stap voor stap beprijzen verschillen de heer Duyvendak en ik
fundamenteel van mening. Ik denk niet dat wij vandaag nader tot elkaar komen
op dit vlak, want ik geloof niet in het stap voor stap beprijzen. Ik denk
namelijk dat het een grote puinhoop wordt als de ene regio zus doet en de
andere regio zo. Voor alles wat de heer Duyvendak zegt, moet ik van tevoren
het systeem bepalen, anders past het niet binnen één systeem.
Mij lijkt dat wij echt de dood in de pot hebben als wij op verschillende plaatsen
in Nederland verschillende systemen hebben. Als ik stap voor stap wil beprijzen
om uiteindelijk een compleet systeem te hebben, moet ik van begin af aan weten
met welk systeem ik uiteindelijk wil werken. Wat ik voor ogen heb, brengt
ons volgens mij verder.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>De discussie over het stap voor stap beprijzen moeten wij later dan maar
voeren, want u hebt geen goed beeld van mijn plannen in dezen. Ik heb ook
een vraag gesteld over het wandelen en lopen. Geeft u mij daar ook een schriftelijke
reactie op?</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Over wandelen en lopen hebben wij zojuist de initiatiefnota van de heer
Duyvendak uitgebreid met de Kamer besproken. Ik meen dat wij daarover op dit
moment niet verder hoeven te praten. Hij heeft 1.000 km. wandelpad binnengehaald.
Dat is heel ver lopen!</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Als de minister het daarmee af wil doen, wil ik toch nog even nader op
dit punt ingaan. Één van de punten die wij toen niet hebben
afgewikkeld, is de barrièrewerking van de grote infrastructuur op wandel-
en fietspaden. De tekst die in de Nota Mobiliteit is opgenomen, voorkomt nauwelijks
dat er weer heel veel nieuwe barrières komen. Daarover heb ik vanmiddag
vragen gesteld. Ik zou graag een scherpere formulering van de minister horen
die de instandhouding van wandel- en fietspaden garandeert.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Dan kunt u toch een amenderende motie indienen?</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Maakt u zich geen zorgen.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>U kunt daar vast een prachtige tekst voor maken.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Maar de minister doet alsof het probleem niet bestaat.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij hebben er uitgebreid over gesproken. Ik heb gezegd dat ik niet ieder
wandelpad onder de weg kan doortrekken. Dat zou mijn budgetten tot bijna nul
terugbrengen. Het zou buitengewoon inefficiënt zijn omdat deze onderdoorgangen
ook weer onderhouden moeten worden. Op deze manier zouden wij elkaar in de
ellende brengen. In heel belangrijke fietspaden die worden gebruikt door schoolkinderen
die naar school rijden en veel mensen die naar hun werk moeten, komt absoluut
een onderdoorgang. Daaraan hoeft niemand te twijfelen. Wij kunnen dat alleen
niet bij alle wandelpaden doen. Maar ook belangrijke wandelpaden zullen worden
gehandhaafd. Wij zullen per geval bekijken wat mogelijk is en of wij zaken
kunnen combineren, maar wel binnen de grenzen van het redelijke. </al>
            <al>De heer Van der Ham vroeg aandacht voor de verstedelijking als kans. Ik
neem aan dat mevrouw Dekker daarop zal ingaan. Sinds de vorige begrotingsbehandeling
is heel veel gebeurd op het terrein van het mobiliteitsmanagement. Naar aanleiding
van zijn vraag destijds is er juist heel veel aan gedaan. Op dit moment vindt
overleg plaats met het ministerie van Financiën over mogelijke fiscale
prikkels om het gebruik van openbaar vervoer en van pools aantrekkelijker
te maken. De Kamer zal daarover zo snel mogelijk bericht ontvangen. Het is
ook niet nodig om extra druk uit te oefenen op de gemeenten. Decentrale overheden
zijn er zelf van doordrongen dat dit soort maatregelen op het gebied van mobiliteitsmanagement
absoluut noodzakelijk zijn. Ook via de netwerkanalyses zullen deze maatregelen
voldoende aan bod komen. Ten aanzien van nieuwe bouwwerken hebben wij de gemeenten
de suggestie gedaan om in alle gevallen aan de betreffende bedrijven zelf
te vragen hoe zij hebben gedacht dat de mensen naar het werk zullen komen.
Dat is een heel haalbare optie.</al>
            <al>Het lijkt mij niet voor de hand te liggen om de gemeenten via het opnemen
van voorwaarden in de BDU te verplichten om maatregelen te gaan treffen, te
meer omdat zij zelf dat zonder meer toch al willen. Het zou bovendien in strijd
zijn met de sturingsfilosofie, omdat wij de inhoudelijke sturing willen laten
plaatsvinden via de essentiële onderdelen van het beleid, waarbij primair
de provincies en de kaderwetgebieden worden aangesproken, en niet rechtstreeks
de gemeenten. Wij hebben bij de SER een adviesaanvraag ingediend over het
mobiliteitsmanagement, waarbij onder andere de dagindeling, werktijden en
het telewerken aan de orde zullen komen. Ik ben van mening dat er ongelooflijk
veel energie is gestoken in de suggestie die de heer Van der Ham vorig jaar
heeft gedaan en dat wij er heel erg hard mee aan de slag zijn.</al>
            <al>Bouwen loont, zegt het CPB. De heer Hermans haalde dat aan. Dat is juist,
maar tot op zekere hoogte. Je ziet dat vooral in de beoordeling van natuur
en milieu. Op een bepaald moment is er sprake van afnemende meeropbrengsten.
Wij hebben dan absoluut de beprijzing nodig om tot een optimaal resultaat
te kunnen komen. Ik ben het niet eens met de heer Hermans dat wij niet zouden
hoeven te stimuleren op het gebied van logistieke innovatie. Al een paar jaar
houden wij ons bezig met het stimuleren van transportbesparing en logistieke
concepten. Dat werkt ongelooflijk goed in de markt. Het kost haast niets.
Wij blijven het graag doen. Met de ongevallenregistratie snijdt hij een goed
punt aan. Wij hebben daarover heel uitgebreid in het Nationaal mobiliteitsberaad
gesproken, omdat dit punt erg belangrijk is om de planningen op het gebied
van de verkeersveiligheid te halen. Tot nu toe is die registratie betrouwbaar,
maar wij moeten het KLPD er voortdurend van overtuigen dat daarop volledig
wordt ingezet. Wij gaan werken aan een kwaliteitsverbetering van de ongevallenregistratie,
samen met de decentrale overheden, de SWOV, het OM, BZK, politie en verzekeraars.
De decentrale overheden zullen meer dan in het verleden zelf een rol krijgen
bij het verzamelen van relevante gegevens inzake ongevallen, naast de politie
en de verzekeraars. Op 8 december bespreek ik het voorstel met de decentrale
overheden, waaronder het IPO. Ik onderschrijf het belang van de ongevallenregistratie,
omdat wij geen beleid kunnen maken op het gebied van de verkeersveiligheid
als de registratie niet deugt.</al>
            <al>Het voorstel van de heer Hermans om de spitsstroken permanent te maken,
vraagt wel het een en ander. Ze liggen er, als het nodig is kunnen wij ze
openstellen. Maar als we die stroken de hele dag open willen stellen, moeten
we alle procedures doorlopen.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Een kwartiertje per dag dicht, die stroken!</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van Hijum</naam>
              <partij>CDA</partij>
            </wie>
            <al>Ik kan mij de vraag van de heer Hermans voorstellen als het gaat om de
spitsstroken die wel in de planning zitten, maar nog niet zijn aangelegd.
Je zou kunnen overwegen deze permanent te maken.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>Wij kunnen zelfs onder het Luchtbesluit 2005 vooruit met een flink aantal
spitsstroken. Als wij daar zwaardere trajecten van maken, gaan wij weer de
mist in. Laten wij nu aanleggen wat wij kunnen en onszelf niet opnieuw in
de problemen brengen. Als de luchtproblemen zijn opgelost, kunnen wij er weer
vol tegenaan. Maar op het ogenblik brengen wij onszelf alleen maar in de problemen
als wij de spitsstroken permanent gaan openen.</al>
            <al>De heer Slob is blij met de punten waarop beweging is te constateren,
te weten openbaar vervoer en beprijzing. Ik heb zijn puntenplan nog niet gelezen,
maar wij geven daar nog een reactie op, na het goed bestudeerd te hebben.
Hij mist ambitie bij stads- en streekvervoer. Ik wil dat met liefde in het
Nationaal mobiliteitsberaad neerleggen. Echter, gelet op de jaarlijkse verruiming
van 2,1% van de brede doeluitkering is het aan de regio om nieuwe ambities
te formuleren. Waar concessies zijn verleend, is het moeilijk de ambities
tussentijds te verhogen. Maar straks is er ruimte voor het stads- en streekvervoer.</al>
            <al>Uitgangspunt is geen beperking van de mobiliteit. Jarenlang hebben wij
dat geprobeerd te bereiken, door automobilisten uit de auto te krijgen, waarover
iedereen erg geïrriteerd raakte. Daarom hebben wij gezegd: laten wij
het openbaar vervoer nu meer kwaliteit en betere randvoorwaarden meegeven.
Er komt een beprijzing op de weg, waardoor 10% over zal stappen van
de weg naar het ov. Ik denk daarom dat er voor het ov in de toekomst alle
kansen zijn om op eigen kracht dat te doen wat ons met dwang nooit is gelukt.
Ik hoop dat u het daarbij zou willen laten. Laten wij samen inzetten op dat
verbeterde ov.</al>
            <al>Ik onderschrijf de opmerking dat er heel snel duidelijkheid moet komen
richting de regio's. Die rekenen daar vast op. Als wij er met elkaar in zouden
slagen om voor het einde van het jaar dit traject tot een goed einde te brengen,
zullen in de regio's de vlaggen uitgaan, omdat zij dan verder kunnen.</al>
            <al>De heer Van der Staaij heeft ook zijn tevredenheid uitgesproken dat er
bewogen worden. Wij zullen, zoals gezegd, volgende week dinsdag suggesties
doen voor de tekstwijzigingen. Hij onderschrijft ook het schrappen van de
Triple-A. Als iedere weg in Nederland er onder gaat vallen, heeft Triple-A
geen zin meer en gaan wij gewoon voor de hoofdtransportassen.</al>
            <al>Modal shift is een belangrijk punt. Het is mijn vaste overtuiging dat
modal shift vanzelf tot stand komt als de randvoorwaarden voor het watervervoer
en de trein duidelijk zijn als wij straks de Betuweroute hebben. Dat zal de
trigger zijn om tot een modal shift te komen. Het gaat niet om wat wij als
overheid verzinnen aan kleine maatregelen of kleine stimuleringen. Die markt
beweegt pas in de richting van modal shift als er een goede businesscase voor
is. Straks interesseert het verladers niet meer hoe hun product ergens komt.
Zij zeggen gewoon dat het op een bepaalde datum ergens moet zijn en wat het
mag kosten. Dan zoekt degene die de vervoerspaden zoekt, het meest efficiënte
pad en of dat over het water, met de trein of over de weg is, dat zal de verlader
een zorg wezen. Hij wil gewoon zijn spullen op een bepaalde tijd voor een
bepaalde prijs ergens hebben. Daar zal de sterke kant van water en trein zich
moeten bewijzen. Dat is mijn vaste overtuiging.</al>
            <al>Als wij moeilijkheden ondervinden met vervoer door de lucht, zullen wij
kijken of er projecten liggen in de binnenvaart die naar voren getrokken kunnen
worden.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Van der Staaij</naam>
              <partij>SGP</partij>
            </wie>
            <al>Ik had nog een vraag gesteld over de veerponten, maar die kan bij de begrotingsbehandeling
volgende week wel worden beantwoord.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Dekker</naam>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Ik wil de Kamer danken voor het feit dat zij heeft bevestigd
dat de Nota Ruimte, met de uitgangspunten die daarin zijn geschetst, leidend
is voor de Nota Mobiliteit. Dat houdt in dat wij een kader schetsen, zoals
mijn collega ook heeft aangegeven, en dat wij daarbij uitgaan van de basiskwaliteit
die in de Nota Ruimte is geformuleerd. Daar moeten de projecten uit de Nota
Mobiliteit ook aan voldoen. Dan hebben wij het natuurlijk over de emissie,
over geluid en over luchtkwaliteit. Dat zijn de uitgangspunten die onverkort
vanuit de Nota Ruimte op de Nota Mobiliteit van toepassing zijn.</al>
            <al>Wat het geluid betreft, hebben wij forse extra investeringen gepleegd
om dat geluid te beperken. Het gaat daarbij niet alleen om de voertuigen zelf,
maar ook om de wegen, het asfalt en de banden.</al>
            <al>Wat betreft de luchtkwaliteit wil ik er toch op attenderen dat wij daar
bij de begrotingsbehandeling van VROM een aantal duidelijk afspraken over
hebben gemaakt. Wij zullen de Kamer daar ook informatie over geven. Natuurlijk
is het uitgangspunt van mij, maar ook van collega Peijs en staatssecretaris
Van Geel dat wij inzetten op een vermindering van de gezondheidsrisico's.
Dat is het uitgangspunt en daar worden een aantal eisen aan gesteld.</al>
            <al>Wij werken op dit moment in een vierslag. Wij zijn bezig met het verwerken
van het advies van de Raad van State op de nieuwe wet op de luchtkwaliteit.
Samen met provincies en gemeenten is een task force ingericht die de problematiek
in kaart brengt. Via 12 pilots wordt de nadere onderbouwing in de plannen
voor woningbouw, infrastructuur en bedrijventerreinen bestudeerd. Het kabinet
zet een zeer gerichte EU-lobby op ter ondersteuning van het beleid op dit
punt. De Kamer zal over dit alles uiteraard geïnformeerd worden.</al>
            <al>In antwoord op de vraag van de heer Duyvendak zeg ik met nadruk dat wij
natuurlijk inzetten op de kwaliteit van de leefomgeving. Dat is een van onze
uitgangspunten.</al>
            <al>De heer Van der Ham heeft over de verstedelijking gesproken. In de Nota
Ruimte zijn de uitgangspunten op dit terrein geformuleerd, zoals het bundelingsbeleid.
Vanuit het stedelijk concept moet worden geïnvesteerd in bereikbaarheid.
Er zijn niet voor niets zes stedelijke netwerken en drie regionale netwerken
beschreven. In dat kader zijn de kansen voor verstedelijking aangegeven. De
signatuur van de steden is van groot belang.</al>
            <al>Samen met de minister van BZK voer ik gesprekken met vertegenwoordigers
van de Holland Acht. De informatie in dit kader kan de minister van BZK betrekken
bij zijn nota over het middenbestuur. Ook wij zien in dat de bestuurlijke
omgeving van de Randstad verbetering behoeft.</al>
            <al>De heer Hermans heeft naar de ruimtelijke reservering gevraagd. Ik wijs
hem erop dat in de Nota Mobiliteit de benodigde ruimtelijke reserveringen
zijn aangegeven.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Wij zijn hiermee gekomen aan het einde van een zeker niet emotieloos,
maar tot op heden wel motieloos debat. De regering heeft toegezegd dat de
Kamer volgende week dinsdag 6 december de wijzigingen zal ontvangen.
Misschien kan er een sinterklaasgedichtje bij. De commissie zal zo snel mogelijk
kenbaar maken wanneer de behandeling wordt hervat en, naar ik hoop, afgerond.</al>
          </voorz>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>De heer</aanspr>
              <naam>Duyvendak</naam>
              <partij>GroenLinks</partij>
            </wie>
            <al>Voorzitter. Minister Peijs had ons beloofd dat wij vandaag de brief over
de HSA-exploitaitie zouden krijgen, maar die heb ik nog niet ontvangen.</al>
          </spreker>
          <spreker nw="nee">
            <wie>
              <aanspr>Minister</aanspr>
              <naam>Peijs</naam>
            </wie>
            <al>De brief is klaar, maar ik heb hem nog niet gelezen. Dat kon ook niet,
want ik heb de hele dag in de Kamer gezeten.</al>
          </spreker>
          <voorz nw="nee">
            <al>Ik begrijp dat de Kamer deze brief binnenkort zal ontvangen.</al>
            <al>Ik dank de aanwezigen voor hun inbreng en uithoudingsvermogen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">BIJLAGE</nadruk>
            </al>
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <witreg></witreg>
            <al>Den Haag, 28 november 2005</al>
            <witreg></witreg>
            <al>Hierbij ontvangt u mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer de antwoorden op de feitelijke vragen, welke gesteld
zijn door de leden van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat
tijdens de eerste termijn van het Nota Overleg «Nota Mobiliteit»,
gehouden op 28 november 2005. De antwoorden op de overige vragen zullen
mijn collega van VROM en ik mondeling geven.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</al>
            <al>K. M. H. Peijs</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>1</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Hoeveel meer groen licht heeft u nodig om voor dit
(ABvM) perspectief te gaan (immers iedereen staat te trappelen of gaat u liever
voor geen draagvlak.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ik heb niet meer groen licht nodig dan dat u een dezer weken akkoord bent
met de nota mobiliteit. Dan kan ik morgen aan de slag met de voorbereidingen
zoals in de uitvoeringsagenda genoemd.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>3</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wat zijn aanvaardbare systeemkosten (in % van
totale opbrengst)?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ik had al in de schriftelijke beantwoording aangegeven wat de huidige
percentages bij de verschillende internationale systemen zijn. Dat varieert
tussen de 57% (Londen) tot 19% (Duitse maut). In de Wet Bereikbaarheid
Mobiliteit staat 20%. Dat vind ik dus allemaal te hoog. Gaat immers
om een bedrag tussen de 3,5 en 5 miljard op jaarbasis. Daarvoor is wat mij
betreft het moment van de kostenmonitor een veel geschikter moment. Dan hebben
we inzicht in de kosten en op welke punten die kosten lager kunnen worden.
Dat moment is in september volgend jaar. Nu denk ik aan een percentage dat
onder de 10% ligt.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>4</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wat zijn voor het kabinet aanvaardbare systeemkosten
(in % van totale opbrengst</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Inning van de BPM kost 0,5%, de MRB 2% van de opbrengst.
Dit is inclusief handhaving.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>5</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Gaat het kabinet praten met de verzekeraars over hun
plannen rond kilometerverzekeringen</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Zover ik weet zijn er alleen verzekeraars die een kilometer verzekering
aanbieden zonder techniek. (Deze is overigens alleen aantrekkelijk voor weinig
rijders.) Naast verzekeringen zijn er wellicht ook andere features die op
termijn aantrekkelijk zijn om mee te liften met het systeem van beprijzen.
Maar ik wil eerst beginnen met de kilometerprijs naar tijd, plaats (veiligheid)
en milieukenmerken. Daarbij heeft de gehele markt wat mij betreft een heel
belangrijke rol en daar schaar ik de verzekeraars ook onder. Na behandeling
van de Nota ga ik natuurlijk dit ook verkennen. Het is nu reeds een onderdeel
van het Innovatieprogramma Transumo.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>6</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Bent u bereidt om uw passieve houding aangaande ABvM
in te ruilen voor ambitie en pioniersgeest (gegeven ook het maatschappelijk
draagvlak) Dit eventueel met gebruik van het Innovatie Platform voor het uitzoeken
van vragen.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ik vind het onterecht dat u het heeft over een passieve houding ten aanzien
van anders betalen voor mobiliteit. Met het instellen van het Platform heb
ik een al jaren slepend dossier weer vaart gegeven. Gebrek aan pioniersgeest
op dit punt kunt u mij niet ontzeggen. Met beprijzen kan ik mijn ambities
van de nota mobiliteit halen. Ik vind de ambitie dat de bereikbaarheid op
de weg weer terug is op het niveau van begin 1990 zeer ambitieus. Ook de uitvoeringsagenda
straalt wat mij betreft activiteit uit.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Verdaas (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>9</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wil het kabinet ook voor de A6/A9 uitgaan van het ruimtelijk
programma en de netwerkanalyses in de regio?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ja.</al>
            <al>In de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere wordt als één
van de hoofdalternatieven onderzoek verricht naar de mogelijke aanleg van
de A6/A9. Bij het bepalen van de effecten wordt daarbij uitgegaan van het
ruimtelijk programma in de regio. Daarbij is vooral de voorziene verdere groei
van Almere van belang. Uitgegaan wordt van de in de Nota Ruimte opgenomen
groei van Almere met 40 000 woningen in 2030 conform het middenscenario.
Bovendien worden scenario’s doorgerekend, die uitgaan van een lagere- én
een hogere groei van Almere.</al>
            <al>Tussen de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere en de netwerkanalyse in
de Noordvleugel bestaat een onderlinge relatie. Resultaten van de planstudie
zullen waar nodig worden betrokken bij de netwerkanalyse en omgekeerd.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Dijksma (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>14</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Stads- en streekvervoer: graag uw reactie op twee zaken:
1) Bundeling van middelen voor doelgroepenvervoer (want dit lijkt nog niet
van de grond te komen) en beleidsvrijheid voor decentrale overheden. 2) Daarom
tariefvrijheid, want anders bind je de decentrale overheden de beide handen
op de rug.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Bundeling van middelen voor het doelgroepenvervoer gebeurt al op regionaal
niveau met de combinatie van collectief Wvg-vervoer en de regiotaxi. Dat is
een goede basis voor uitbreiding met andere doelgroepen, maar het blijkt lastig
te zijn om dit op korte termijn te realiseren. Dat willen we doen met behulp
van experimenten, zoals gevraagd met de motie Dijksma (nr. 15) van eind vorig
jaar. Over de voortgang daarbij wordt u binnenkort per brief door mij nader
geïnformeerd.</al>
            <al>Wat betreft tariefvrijheid merk ik op dat op dit punt al beleidsvrijheid
bestaat voor decentrale overheden, zoals blijkt uit diverse decentrale initiatieven
in combinatie met regionale vervoerbewijzen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Dijksma (PvdA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>15</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wanneer gaan we bij innovatie over van praten naar
doen? Is Verkeer en Waterstaat nu echt de grote regisseur, de aanjager of
zelfs maar de launching customer?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Voor VenW is innovatie is niet iets van mooie woorden. Innovatie is een
onlosmakelijk onderdeel van ons beleid: innovatie is een must. Wil VenW zijn
beleidsdoelstellingen kunnen halen dan lukt dat alleen maar als er, naast
traditionele maatregelen, ook innovatieve oplossingen in het geweer
worden gebracht. Daarbij werken we «van buiten naar binnen». Dat
geldt overigens niet alleen voor mobiliteit maar ook voor het waterbeleid.</al>
            <al>Op 1 november zijn er tijdens «de dag van Maarssen» per
deelsector afspraken gemaakt over de innovatieagenda voor de komende jaren,
en zijn er ook meerdere concrete afspraken over innovatieprojecten gemaakt.
Een voorbeeld is het versneld oplossen van het fileleed op de A2 tussen Amsterdam
en Utrecht, door slim gebruik te maken van technische innovaties en innovatieve
samenwerkingsvormen. Dit als uitvloeisel van het werk van het vorig jaar opgerichte
VenW-Beraad Kennis en Innovatie, met daarin captains of industry, en zwaargewichten
uit de kennisinfrastructuur, die samen de verschillende deelsectoren kunnen
overzien en mobiliseren.</al>
            <al>VenW is daarbij soms regisseur, soms aanjager, en soms ook launching customer.
Dat verschilt per deelsector. Voor het goederenvervoer is het vaak belangrijk
dat wij er voor zorgen dat de regelgeving is toegesneden op de logistieke
concepten en dito eisen. Voor de bouwsector geldt dat VenW als mega-opdrachtgever
veel sturender zal zijn. De rol van regisseur ligt daarmee op het bordje van
VenW, waarbij het er veelal om gaat de sector maximaal uit te dagen tot vernieuwing
middels slimme PPS-arran­gementen. Deze rol wordt overigens vaak gecombineerd
of aangevuld met die van launching customer. Launching customership is ook
bij uitstek de weg waarlangs VenW nieuwe ontwikkelingen in het netwerkmanagement
probeert in te voeren (voorbeelden zijn: compact rijden, rijtaakondersteunende
systemen).</al>
            <al>Daarnaast heeft VenW ook al langere tijd een aantal innovatieprogram­ma’s
lopen, waarvan de resultaten zichtbaar zijn in ons werk. Tijdelijke bruggen
om overlast bij wegwerkzaamheden te voorkomen, en asfalt op de rol, zijn voorbeelden
van dit soort ontwikkelingen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>18</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Hoe is de aansluiting tussen de nota’s verzekerd
voor nieuwe woonlocaties? Zullen Leidsche Rijn taferelen kunnen worden voorkomen?
Kortom : hoe zorgen we voor «eerst bewegen dan beprijzen»?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>De afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer
vindt op verschillende manieren plaats. Op rijksniveau zijn er zogenaamde
projectenveloppen waarin grote ruimtelijke en infrastructurele opgaven in
onderlinge samenhang worden behandeld.</al>
            <al>Op het regionale niveau is de samenhang tussen ruimte en mobiliteit in
eerste instantie een verantwoordelijkheid voor de decentrale overheden. Zij
hebben daarvoor ook de budgetten gekregen met de BDU Verkeer en Vervoer. Daarnaast
maken rijk en regio netwerkanalyses voor de stedelijke netwerken uit de nota
Ruimte. Een eerste stap daarbij is om de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen
tot 2020 in beeld te brengen. Op basis daarvan wordt er een beeld van de toekomstige
problemen gemaakt. In de fase daarna worden er gezamenlijk maatregelpakketten
gemaakt en wordt er geprioriteerd. Deze aanpak zorgt ervoor dat er eerder
afspraken worden gemaakt over benodigde investeringen. Alle betrokken partijen
dienen zich daarbij in te spannen voor het tijdig realiseren van de benodigde
maatregelen.</al>
            <al>Daarmee wordt dus hard gewerkt aan «eerst bewegen».</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>21</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Bent u bereid te kijken naar doelgroepstroken voor
vracht voor doorgaand transport over A12, A1 of A4 naar Zuid- en Oost-Europa?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het lijkt mij goed om dit als onderzoek op te nemen in de Uitvoeringsagenda.</al>
            <al>Ik wil dan kijken naar verschillende mogelijkheden voor ontvlechting,
dus zowel personen versus goederen als korte-afstandsverkeer versus doorgaand
verkeer.</al>
            <al>Bij de mogelijkheden zal ik in ieder geval kijken wat de bijdrage is aan
de doelstellingen voor bereikbaarheid, en wat de kosteneffectiviteit van de
maatregel is.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>22</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wil het kabinet een procedure instellen conform de
commissie Duijvenstein voor grote projecten voor de invoering van ABvM?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ja, ik wil graag TCI-proof werken. Dat betekent niet alleen voldoende
betrokkenheid van de omgeving tijdens het proces, maar ook voldoende interactie-
en informatiemomenten met u. Met dit debat in deze kamer acht ik dan ook de
fase van nut en noodzaak de zogenaamde initiatieffase – voor beprijzen
als afgerond en start ik de voorbereidingsfase. Ik zal u door een halfjaarlijkse
voortgangsrapportages op de hoogte houden. Ik zal u nog dit jaar de door mij
voorgestelde aanpak schriftelijk sturen. Ik vind het nu nog niet oppertuun
om de status van «groot project» aan Anders Betalen voor Mobiliteit
toe te kennen. Afhankelijk van de uitkomst van de monitor wil ik de status
opnieuw bezien. (Bij een go is een dergelijke status niet meer dan logisch).</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>25</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Kan de minister aangeven wanneer het vervangen van
conventionele infrastructuur nog doelmatig is? In hoeverre is het mogelijk
om geleidelijk over te stappen op een nieuw spoorsysteem (ERTMS)?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="cur">Doelmatigheid vervanging</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>ProRail heeft in haar meerjarige financiële planning inzichtelijk
gemaakt welke middelen noodzakelijk zijn voor het beheer en instandhouding
van de spoorinfrastructuur. Vervanging maakt daarvan onderdeel uit. Om de
raming extra robuust te maken heeft ProRail Booz Allen Hamilton een audit
op het Financieel Meerjarenplan laten doen.</al>
            <al>Om in het Financieel Meerjarenplan ook de vervangingen goed inzichtelijk
te kunnen maken is een Meerjaren Vervangingsplan opgesteld. In het Meerjaren
Vervangingsplan is op basis van technische levensduur een planning opgesteld
van de benodigde vervangingsinvesteringen in de periode tot en met 2025 voor
de diverse spoorsystemen, waaronder bovenbouwvernieuwing en beveiliging. Hierbij
is eerst de vraag beantwoord of de vervanging van de infrastructuur –
gericht op functiebehoud – wel rendabel is. Om deze vraag te beantwoorden
zijn diverse business cases opgesteld. De conclusie van de business case is
dat op tijd vervangen goedkoper is dan lang onderhouden.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="cur">Systeemsprong 25 kV / ERTMS</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het huidige beveiligingssysteem wordt gemoderniseerd en vervangen. Als
eerste stap ga ik – zoals ik reeds aan u heb toegezegd – het door
rood licht rijden voorkomen (ATB ++). Voor de langere termijn zijn middelen
beschikbaar voor de vervanging en modernisering van het beveiligingssysteem.
Mogelijk dat hierbij het Europese ERTMS-systeem, zoals dat straks in gebruik
zal zijn op de HSL-Zuid, de Betuweroute en tussen Amsterdam en Utrecht, toegepast
kan worden. Voor de invoering van ERTMS zijn op de begroting niet expliciet
middelen gereserveerd. Binnen het totale budget voor BB21 van € 271
mln is een aanzienlijk deel bestemd voor (en reeds uitgegeven) aan de ontwikkeling
van ERTMS-systemen. ProRail heeft mij in haar meerjarige financiële planning
aangegeven dat voor de periode 2006 tot en met 2020 € 1,8 mld nodig
is voor vervanging van het beveiligingssysteem. Deze middelen zijn opgenomen
in de NoMo-ramingen spoor. Het bestaande beveiligingssysteem zal op diverse
trajecten door ERTMS worden vervangen. Op welke trajecten dat exact zal zijn,
wordt door ProRail (mede in verband met het Europese implementatie programma
ERTMS) momenteel nog onderzocht. Ik verwacht eind 2006 daarover meer duidelijkheid
te hebben.</al>
            <al>Ook zullen de beheersingssystemen voor de bediening van de seinen en wissels
vervangen en gemoderniseerd worden. Daarbij zal de betrouwbaarheid verder
vergroot worden, zodat storingen in een systeem of op één locatie
niet meer meteen tot gevolg hebben dat het spoorwegnet in een groot deel van
het land platligt. 25 kV wordt nu toegepast bij twee aanlegprojecten, te weten
de HSL-Zuid en Betuweroute. Ik heb u al eerder aangegeven (brief van 17 december
2004, kenmerk DBS/2004/5977 en brief van 18 oktober 2005, kenmerk U.05 02100)
dat invoering van 25 kV op het hele net voorlopig niet opportuun is, noch
beleidsmatig, noch budgettair.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>26</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Graag duidelijkheid over de vraag of provincies het
beheer van deel van spoornetwerk kunnen krijgen (blz 23 versus blz 61). Kamer
heeft daarover motie aanvaard.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Dit onderwerp is eerder aan de orde geweest bij de behandeling van de
beheerconcessie, bij de behandeling van de contractsectorconcessies vóór
de zomer en u heeft hierover in het kader van de begroting 2005 een motie
ingediend waarin u de regering vraagt te streven naar het decentraliseren
van het beheer van spoorlijnen met een exclusieve regionale functie. Tenslotte
heeft u hierover een schriftelijke vraag gesteld voorafgaand aan dit NoMo
debat.</al>
            <al>Zoals ik hierover heb aangegeven is decentralisatie van het beheer van
delen van het spoorwegen – gezien de complexiteit en de noodzakelijke
wetsaanpassing – vooralsnog niet aan de orde. Ik wil hiervoor eerst
ervaring opdoen met Randstadrail waarvan het beheer zal worden overgedragen
onder het specifieke wettelijke regime voor lokaalspoorwegen. Daar wil ik
eerst ervaringen mee opdoen om te bezien of decentralisatie van beheer en
instandhouding ook in andere situaties opportuun kan zijn. Dit heb ik afgesproken
met de decentrale overheden en tevens aangegeven in mijn schriftelijke reactie
van 17 december 2004 op uw motie.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>27</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Welke mogelijkheden zijn er om wegwerken, achterstanden
vaarwegen en onderhoud sneller aan te pakken?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>• Ik heb het onderhoud van de waterwegen in de periode 2004
tot 2010 een extra impuls van 700 miljoen gegeven.</al>
            <al>• Het zwaartepunt van deze impuls ligt voor de vaarwegen (ofwel
de afronding van projecten) in de jaren 2007 tot 2010. Het kan dus kloppen
dat de indruk bestaat dat het allemaal wat sneller kan.</al>
            <al>• De plannen voor 2006 liggen nu klaar. Daar moet je niet te
veel aan sleutelen, want dan moet RWS veel werk overdoen en dat is alleen
maar inefficiënt. In 2007 worden de onderhoudsuitgaven met 33%
opgeschroefd en in 2008 nog eens met 14% extra. Veel sneller kan het
dus niet.</al>
            <al>• Na 2010 neemt de ambitie nog verder toe. In de periode 2010–2020
is 7,5 miljard uitgetrokken voor onderhoud van de waterwegen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>29</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Kan regering een integraal stappenplan toezeggen door
de hervorming van autobelastingen, waarbij ook differentiatie naar milieukenmerken
wordt meegenomen?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ik zal u de door mij voorgesteld aanpak van de kilometerprijs, indien
gereed, schriftelijk sturen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>30</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Duurzaam veroer: Hoe ziet u uitrolstrategie, die begint
bij het OV (concessies) en het eigen wagenpark van overheden (aanbesteding/lease)?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Transitie naar duurzaam vervoer is het meest effectief bij autoverkeer
omdat de auto het overgrote deel van de mobiliteit voor z’n rekening
neemt. Dit neemt niet weg dat in het OV duurzame technieken ook aandacht verdienen.
In de praktijk gebeurt dat al.</al>
            <al>In het Platform Duurzame Mobiliteit wordt door bedrijfsleven en overheden
gewerkt aan het versneld op grote schaal introduceren van schone brandstoffen
(bijv. rijden op aardgas) en schone voertuigen (bijv. de Whisper bus). Ik
stimuleer dat decentrale overheden in hun concessies voor het stads- en streekvervoer
innovaties bevorderen. Het rijk heeft onlangs een subsidieregeling ingesteld
voor bussen die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Een mooi voorbeeld van aandacht voor luchtkwaliteit is een onlangs door provincie
Noord-Holland aanbestede concessie; aandacht voor luchtkwaliteit heeft ertoe
geleid dat Connexxion begin 2006 met aardgasbussen gaat rijden.</al>
            <al>De milieuprestatie van de trein is bij hoge bezetting relatief gunstig
in verband met grootschalig gebruik van elektrische tractie. De NS heeft nu
een nieuwe serie stoptreinen aangeschaft die zuiniger omgaan met energie.</al>
            <al>Mijn beleid is er op gericht de bestaande vervoerscapaciteit beter te
benutten. Meer mensen met dezelfde bus, trein of tram draagt ertoe bij dat
het personenvervoer minder beslag legt op het milieu.</al>
            <al>Op de dag van Maarssen van 1 november jl. heb ik aangekondigd dat
ik in het voorjaar van 2006 met een innovatieagenda zal komen voor ondermeer
de sector verkeer. Deze agenda stel ik op samen met het bedrijfsleven en andere
overheden. Het OV zal een onderdeel van de agenda uitmaken.</al>
            <al>De uitrolstrategie voor het eigen wagenpark van de overheden ziet er als
volgt uit. Bij de inkoop van het wagenpark hanteert het rijk een speciaal
segment voor nieuwe technologie. De strategie is er op gericht dit segment
in de komende jaren (sterk) te laten groeien. Dit door middel van pilots en
door het toewerken naar samenwerking bij de inkoop tussen verschillende overheden.
Daardoor kan schaalgrootte worden verkregen. Op dit terrein worden thans gerichte
pilots voorbereid voor auto’s op aardgas, auto’s op aardgas en
waterstof en auto’s die op ethanol en benzine kunnen rijden zogeheten
flexifuel voertuigen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>31</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Duurzaamheid in concessies: Uitgangspunt moet zijn
dat alle landsdelen met de trein bereikt kunnen worden.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Dit is een onderwerp waar we bij de behandeling van de concessies uitgebreid
bij hebben stilgestaan. Op wens van de Kamer is hierover in de concessie opgenomen
(art. 6): «NS draagt zorg .... dat met het aangeboden vervoer het publiek
belang van het personenvervoer per trein is gewaarborgd en het aangeboden
vervoer dienovereenkomstig bijdraagt aan de bereikbaarheid van met name de
grote steden en economische kerngebieden, in het bijzonder gedurende de spits,
en bijdraagt aan de bereikbaarheid van alle landsdelen.» Ik zal dit
opnemen in de essentiële onderdelen van de PKB.</al>
            <al>Tot 2015 is de ontsluiting van de landsdelen per trein in de concessies
geborgd. In 2008 kijken we in de evaluatie naar de huidige concessies en heb
ik ook meer inzicht in de ontwikkeling van de vervoervraag op deze trajecten.
We kunnen dan bezien of de concessie aanpassing op dit punt behoeft.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Van Hijum (CDA)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>32</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ontwikkeling landelijk informatie systeem op basis
van PPS-constructie, vergelijkbaar met de aanpak in Berlijn?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het Berlijnse systeem is een sympathiek systeem, dat mogelijk ook in Nederland
zou kunnen worden gebruikt. Dat hangt af van de vraag of het vertaalbaar is
naar de Nederlandse situatie, bijvoorbeeld als het gaat om schaalgrootte en
betrokken partners.</al>
            <al>Dit wordt onderzocht in de opzet voor een geordende informatie-huishou­ding
voor verkeersinformatie en verkeersmanagement, die ik samen met de commissie
Laan aan het ontwikkelen ben. In de loop van 2006 weet ik meer over de toepasbaarheid
van het Berlijnse systeem in Nederland.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>33</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Is de minister het er mee eens dat vervoermanagement
onderbelicht is?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Nee, ik ben het hier niet mee eens. Op diverse plaatsen in de Nota Mobiliteit
komt dit onderwerp aan de orde, ook in het bredere kader van mobiliteitsmanagement.
Het onderwerp komt ook expliciet aan de orde in de netwerkanalyses en mobiliteitsmanagement
is onderdeel van het MIT-proces. Daarnaast is bij V&amp;W vervoermanagement
een van de maatregelen die worden toegepast bij grotere wegwerkzaamheden.</al>
            <al>In het algemeen ligt ten aanzien van vervoermanagement met name ook een
belangrijke een taak voor het bedrijfsleven en lokale overheden. Op dit punt
dienen op het lokale niveau zakelijke afspraken gemaakt te worden om de locatiebereikbaaheid
te verbeteren.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>34</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Transportbesparing: Hoe serieus gaat u dit handen en
voeten geven? Want Nederland distributieland is nog realiteit. U schrijft
dat «overal in Nederland aan Transport besparing wordt gewerkt».
Dit impliceert dat alleen het bedrijfsleven aan de slag gaat, maar er blijkt
geen concrete rijksambitie uit uw reactie?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Wij zijn al een aantal jaren bezig met het programma transportbesparing.
Ik acht het programma succesvol, vooral omdat het het bedrijfsleven aanspreekt
om na te denken over een vervoerefficiente wijze van produceren. Ik ben van
plan dit programma uit te breiden waardoor ook de vervoerders erbij betrokken
worden. Kern van het nieuwe programma is dat het goederenvervoer
zo efficient mogelijk afgewikkeld wordt, zonder de economische ontwikkeling
te schaden, door:</al>
            <al>• zoveel mogelijk te voorkomen dat er vervoerd moet worden (door
aanpassing van het product);</al>
            <al>• als er toch vervoerd moet worden, dit zo km-efficient mogelijk
te doen (logistieke efficiency);</al>
            <al>• als er toch vervoerd moet worden, dit zo energie-efficient
mogelijk te doen (energiebesparing).</al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het programma sluit zoveel mogelijk aan bij Europese initiatieven. Ik
zal de TK in de loop van volgend jaar over dit programma informeren.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="cur">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>35</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Waarom zijn OV-projecten als BB21 opeens in de ijskast
gezet? Hoe denkt de minister over de vele onderzoeken die zeggen dat groei
mogelijk is?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="cur">BB21</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het project BB21 is niet in de ijskast gezet. Binnen het totale budget
voor BB21 van € 271 mln is een aanzienlijk deel bestemd voor (en
reeds uitgegeven) aan de ontwikkeling van ERTMS-systemen. Voor de langere
termijn zijn middelen beschikbaar voor de vervanging en modernisering van
het beveiligingssysteem. Mogelijk dat hierbij het Europese ERTMS-systeem,
zoals dat straks in gebruik zal zijn op de HSL-Zuid, de Betuweroute en tussen
Amsterdam en Utrecht, toegepast kan worden. ProRail heeft mij in haar meerjarige
financiële planning aangegeven dat voor de periode 2006 tot en met 2020 € 1,8
mld nodig is voor vervanging van het beveiligingssysteem. Deze middelen zijn
opgenomen in de NoMo-ramin­gen spoor. Het huidige beveiligingssysteem
wordt dus gemoderniseerd en vervangen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="cur">Onderzoeken groei</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ook ik ga in de Nota Mobiliteit uit van groei. De groei is geanalyseerd
in de probleemverkenning van AVV voor de Nota Mobiliteit PKB I. De groei is
naar tijd en plaats verschillend. Het gaat vooral om groei van ruwweg 50%
in de spitsuren in de Randstad (2020 t.o.v. 2000). De groei die tot 2020 wordt
verwacht betreft vooral trajecten van, naar en tussen de grote steden; dit
zijn trajecten waar in het MIT maatregelen worden genomen. Voor wat de exacte
groeicijfers tot 2020 betreft ben ik ambitieus, maar realistisch tegelijkertijd
en reken ik mij niet rijk. De in de Nota verwachte groei van de vraag is kleiner
dan de capaciteitstoename. De netwerkanalyses, de gevraagde nadere vervoerstudie
van de NS en de midtermreview zullen de groei tot 2020 scherper moeten maken.
Indien de groei hoger is dan nu gedacht, zullen NS en ProRail via de jaarlijkse
vervoer- en beheerplannen tijdig maatregelen nemen (materieel, dienstregeling,
logistiek en infrastructuur).</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>36</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Zojuist is de Nederlandse vereniging van reizigers
opgericht. Hoe denkt de minister over de bijdrage van reizigers in de concessie
systematiek?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>De bijdrage van de reizigers in de concessiesystematiek vind ik van groot
belang. Daarom is de positie van de reiziger zorgvuldig geborgd in de Wp2000.
Concessieverleners en concessiehouders zijn wettelijk verplicht over diverse
onderwerpen advies te vragen aan en overleg te plegen met consumentenorganisaties.
Met de Concessiewet is de Wp2000 recentelijk aangepast om de inspraak van
de reiziger nog verder te verbeteren. Rijk, decentrale overheden
en vervoerbedrijven dienen elk, vanuit een verschillende invalshoek, het belang
van de reiziger.</al>
            <al>In de praktijk van de concessieverlening, zowel bij het regionaal OV als
bij het spoor, wordt met verschillende bestaande consumentenpartijen samengewerkt.
Als de nieuwe vereniging van Reizigers de belangen van de reiziger in het
OV serieus gaat behartigen, dan is deze partij wat mij betreft ook welkom
aan tafel, voor het spoorvervoer in het Locov. Voor het regionaal OV is het
al dan niet betrekken van consumentenpartijen primair de verantwoordelijkheid
van de decentrale overheden, uiteraard binnen genoemde wettelijke kaders.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>37</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Feitelijk: Hoeveel geld is uitgegeven aan (de facilitering)
van het Platform Nouwen? Want er is geen draagvlak voor de uitkomsten en daarmee
is aan de opdracht niet (volledig) voldaan.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Aan het Platform is in het totaal zo’n € 350 000
uitgegeven voor personeelskosten, huisvesting, communicatie en draagvlakonderzoek.
Het Platform heeft aan een cruciale voorwaarde voldaan om echt Anders te gaan
Betalen voor Mobiliteit. Zij hebben draagvlak opgeleverd en zijn met een unaniem
advies gekomen. Dat advies is, zoals u heeft kunnen lezen, het uitgangspunt
van Anders Betalen in de Nota Mobiliteit. En daarmee heeft het Platform aan
haar opdracht voldaan.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>38</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Hoeveel overhead acht de minister acceptabel voor het
inningsysteem (ABvM)?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Zie het antwoord op vraag 3. Daarvoor is wat mij betreft het moment van
de kostenmonitor het moment.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Gerkens (SP)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>39</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wil de minister de A4 midden Delftland wegstrepen?
En de tweede Coentunnel? Beide projecten verplaatsen alleen files en zijn
slecht voor het milieu.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>De projecten die u noemt zijn verkeerskundig belangrijke schakels in het
wegennet en helpen de filedruk te verminderen. Ik wil ze dus niet wegstrepen.
In de planvorming neem ik natuurlijk dié maatregelen mee, die ervoor
zorgen dat er aan de wettelijke normen voor geluid en lucht wordt voldaan.</al>
            <al>Overigens zorgt de Nota Mobiliteit voor zowel een verbetering van de bereikbaarheid,
alsmede voor de leefbaarheid én veiligheid. De suggestie dat er projecten
moeten worden geschrapt ten behoeve van het milieu deel ik dus niet.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hofstra (VVD)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>44</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Betrouwbaarheid, berekend via modellen, stelt me niet
gerust. De praktijk wijst anders uit, kan iedereen constateren. Wat vindt
u hiervan?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>De betrouwbaarheid wordt berekend ten opzichte van de gemiddelde reistijd
op een bepaald tijdstip. Deze gemiddelde reistijd is de tijd die mensen
bij vertrek ingeboekt hebben als te verwachten reistijd. In de spits wordt
derhalve met een langere reistijd rekening gehouden dan buiten de spits. Daarnaast
gaat het om een landelijk gemiddelde. Voor sommige trajecten valt de betrouwbaarheid
dus lager uit, voor andere hoger. Voor gebruikers die op de meer onbetrouwbare
trajecten zitten, kan de ervaring dus anders zijn.</al>
            <al>De berekeningen zijn uitgevoerd door het Ruimtelijk Planbureau, in samenwerking
met TNO, en daar heb ik het grootste vertrouwen in.</al>
            <al>Met de Nota Mobiliteit wordt overigens de betrouwbaarheid, ook op de slechte
trajecten, beter.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hofstra (VVD)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>45</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Klopt het knelpuntenkaartje? Waarom zijn bijvoorbeeld
A1 tussen apledoorn en Twente en de ringweg om Groningen geen knelpunt?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Ja, het knelpuntenkaartje klopt. Ik heb geen reden om te twijfelen aan
de uitkomst van de knelpuntenanalyse, waarin landelijk op een uniforme wijze
wordt gerekend.</al>
            <al>In heel Nederland is sprake van dezelfde knelpuntdefinitie. Er wordt geen
onderscheid gemaakt tussen regio’s.</al>
            <al>In het voorjaar is – op verzoek van de Kamer – een herijking
van de knelpuntenanalyse uitgevoerd. Hierover is overeenstemming met de regio’s.
Resultaat is dat er overeenstemming bestaat over de cijfers die zijn gebruikt
voor de vulling van de modellen.</al>
            <al>De A1 tussen Apeldoorn en Twente en de ringweg om Groningen zijn inderdaad
geen knelpunten, en ook niet «net-niet» knelpunten. Voor de A1
geldt overigens dat hier nog benuttingsmaatregelen als onderdeel van ZSM worden
gerealiseerd.</al>
            <al>In de netwerkanalyses kijk ik meer diepgravend naar de belangrijkste stedelijke
netwerken, waaronder Groningen-Assen.</al>
            <al>De knelpuntenanalyse wordt tweejaarlijks herijkt. Mochten de ontwikkelingen
dus anders gaan, dan zal dit zeker naar voren komen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hofstra (VVD)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>47</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Is er een kabinetsstandpunt over het IBO gebruiksvergoedingen
goederenvervoer? Houdt het kabinet vast aan het idee dat elke modaliteit zijn
kosten moet betalen? Dan trekt de vrachtwagen de Betuweroute toch nog verder
leeg? Moeten we hier niet nader over doorpraten ook gezien de influx van 0
Europese chauffeurs?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>De heer Hofstra wil de discussie over het beprijzen van goederenvervoer
breed voeren. Ik wijs hem er op dat het kabinetsstandpunt over het beprijzen
van WEGvervoer is neergelegd in de Nota Mobiliteit. Ik zou de discussie met
de Kamer over deze vorm van beprijzen dan ook in dit kader nu te voeren.</al>
            <al>Er komt nog wel een kabinetsstandpunt over het beprijzen van spoor en
binnenvaart. Ik verwacht dat de eerste helft van 2006.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Duyvendak (GroenLinks)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>52</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Beprijzen snel invoeren, via stappenplan:</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">1. maak regionale beprijzing wettelijk mogelijk</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">2. bepaal een proefregio</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">3. gebruik bestaande techniek</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">4. breid langzaam uit, hetzij sectoraal (vrachtverkeer),
hetzij regionaal.</nadruk>
            </al>
            <al>Wat is uw reactie?</al>
            <witreg></witreg>
            <al>Met de versnellingsprijs maak ik al de eerste stap. Daarmee is een extra
instrument voor beprijzen in de regio, naast parkeerbeleid en andere regionale
prijsinstrumenten, aanwezig. Ik gebruik daarvoor bestaande techniek. Voor
de overige acties verwijs ik u naar de uitvoeringsagenda, zowel voor de versnellingsprijs
als voor de kilometerprijs. Daarbij wordt gekeken naar de juridische en technische
inpasbaarheid.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Duyvendak (GroenLinks)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>54</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Uit onderzoek blijkt dat de A4 Middendelfland niet
tot minder, maar tot meer verkeer op de A13 leidt. Wat betekent dat voor dit
project? Moeten deze, en de A4 Hoekse waard, niet als reservering uit de plankaarten.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Het aantal voertuigen op de A13 neemt af met de aanleg van de A4 Delft-Schiedam
t.o.v. de referentiesituatie en daarmee verbetert de bereikbaarheid via de
A13.</al>
            <al>Wel is het zo dat het aantal voertuigen op de A13 en de A4 DS tezamen
toeneemt t.o.v. de referentiesituatie. Dit is logisch aangezien er een extra
capaciteit van 2x2 rijstroken wordt toegevoegd.</al>
            <al>Ik zie dus geen aanleiding de plankaart te wijzigen.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>V<nadruk type="vet">raag van het lid Van de Ham (D66)</nadruk></al>
            <witreg></witreg>
            <al>61</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Waarom zijn OV-alternatieven niet meegenomen in de
studies voor de A6/A9? Gebeurt dit nog?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>In de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere, waarvan de A6/A9 één
van de hoofdalternatieven vormt, wordt onderzoek gedaan naar het hoofdwegen­net
in de corridor tussen Schiphol en Almere. Op basis van de verkenning Haarlemmermeer-Almere,
die aan de planstudie vooraf is gegaan, is geconcludeerd, dat tot 2020 in
het OV, behalve op de Zuidas, geen verdere capaciteitsproblemen te verwachten
zijn. Daarom is in het kader van de planstudie besloten het OV niet verder
te onderzoeken. wel wordt in het kader van de Structuurvisie Zuiderzeelijn
een ZZL-variant via het IJmeer onderzocht. Daarnaast voert de regio zelf ook
een verkenning uit naar een regionale OV-verbinding (sneltram of metro) via
het IJmeer Bovendien wordt het OV onderzocht in het kader van de netwerkanalyse
Noordvleugel.</al>
            <al>Het is de bedoeling dat in het voorjaar van 2006 geïntegreerde besluitvorming
over alle betrokken dossiers plaats vindt.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hermans (LPF)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>67</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Onderhoud: Ik zie verschillende data: IBO 2007, review
in 2006, optimaal beheer 2005, Wat gaat we nu precies doen, ook in reactie
tot mijn eerdere moties?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>In 2003 heb ik besloten op de achterstanden in het onderhoud in te gaan
halen.</al>
            <al>In het IBO Beleid en Onderhoud worden de mogelijkheden onderzocht om onderhoud
te optimaliseren en te differentiëren in de basiskwaliteitsnor­men.
De resultaten van het IBO verwacht ik in de loop van 2006.</al>
            <al>In de Midterm-review wordt geëvalueerd hoever het staat met het wegwerken
van de achterstanden, of daarmee de beoogde doelen worden gehaald en of er
reden is tot bijstelling te komen van de geplande onderhoudsprogramma’s.
De uitkomst van de Midterm-review wordt verwerkt in de begroting van 2007
en verder.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hermans (LPF)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>68</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Hoe krijgen we de NS aan tafel om meer met de decentrale
overheden af te stemmen? Graag uw reactie.</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Na een uitvoerig debat in de Tweede Kamer over de vervoerconcessie is
de rol van de regio versterkt. NS heeft de verplichtingen met de decentrale
te overleggen. In het jaarlijkse vervoerplan maakt NS uitvoerig zichtbaar
hoe zij is omgegaan met de wensen van decentrale overheden. Ik zie hierop
toe.</al>
            <al>Deze afspraken bieden voldoende aanknopingspunten om NS aan tafel te krijgen.
Tevens zal een conflictbeslechtingskader worden uitgewerkt en komt er een
OV-ambassadeur. Als het overleg niet goed verloopt is het in eerste instantie
aan de betrokken partijen om elkaar hierop aan te spreken. In tweede instantie
kan men bij mij aan kloppen als NS haar verplichting in de concessie niet
nakomt.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Hermans (LPF)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>69</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Waarom bevat de Nota Mobiliteit geen streven voor de
kostendekkingsgraad in het stads- en streekvervoer, bijvoorbeeld 50 procent?</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>Met de invoering van de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU),
aanbesteding en tariefvrijheid is er voor het rijk geen reden om te sturen
op de verhouding tussen subsidies en reizigersopbrengsten.</al>
            <al>Binnen de BDU is het onderscheid tussen het OV-deel en andere beste­dingsdoeleinden
(infrastructuur, veiligheid etc.) vervallen. Aanbesteding is een middel om
efficiëncy te bereiken. Tenslotte wil ik de tariefvrijheid van decentrale
overheden niet inperken door doelstellingen voor de kostendekkingsgraad op
te nemen: decentrale overheden kunnen goede redenen hebben om bijvoorbeeld
op bepaalde tijden en/of trajecten te differentiëren.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Slob (Christen Unie)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>73</al>
            <al>H<nadruk type="cur">oe rijmt u het dat u de financiële slagkracht
van Schiphol wilt verhogen, met het feit dat u geld onttrekt bij het afstoten
van het minderheidsbelang?</nadruk></al>
            <witreg></witreg>
            <al>Bij een vervreemding van een minderheidsaandeel van de NV luchthaven Schiphol
wordt geen geld onttrokken aan het kapitaal van de NV Luchthaven Schiphol.
Een minderheidsdeel van de aandelen van de Staat zullen worden verkocht.</al>
            <al>De financiële slagkracht van Schiphol wordt mede verhoogd (na vervreem­ding)
aangezien andere financieringsconstructies mogelijk zijn bij een beursgenoteerde
onderneming of bij een onderneming deels in eigendom van een private aandeelhouder
(onderhandse verkoop).</al>
            <witreg></witreg>
            <al>
              <nadruk type="vet">Vraag van het lid Slob (Christen Unie)</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>75</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wilt u Prorail de opdracht geven te onderzoeken welke
investeringen in infrastructuur kunnen leiden tot 40% reizigersgroei.
(N.B. schriftelijke toelichting uitgereikt).</nadruk>
            </al>
            <witreg></witreg>
            <al>• Gezamenlijk met de vervoerder NS wordt jaarlijks via de systematiek
van de vervoer- en beheerplannen bezien hoe het aanbod zo goed mogelijk aansluit
op de vraag.</al>
            <al>• Indien een dergelijke vraag al gesteld zou moeten worden,
zou de vraag aan de vervoerder moeten worden gesteld.</al>
            <al>• In de brief van de sector n.a.v. de Nota Mobiliteit geeft
de sector echter zelf aan nog geen onderbouwing te hebben voor een groei na
2012.</al>
            <al>• Met de NS en Prorail zal ik een aantal scenario’s verkennen. </al>
          </voorz>
        </mbody>
        <sluiting>Sluiting 20.20 uur.</sluiting>
      </mo>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="vn1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter,
Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Timmermans (PvdA), Van Bommel
(SP), Van der Staaij (SGP), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk (CDA), Duyvendak
(GroenLinks), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66),
Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Hermans
(LPF), Dezentjé Hamming (VVD), Van Hijum (CDA), Roefs (PvdA), Van der
Sande (VVD), Lenards (VVD) en Knops (CDA). </al>
    <al>Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD),
Hessels (CDA), Vos (GroenLinks), Smeets (PvdA), Slob (ChristenUnie), Waalkens
(PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GroenLinks), Jager (CDA),
Vergeer (SP), Van Haersma Buma (CDA), Bakker (D66), De Pater-van der Meer
(CDA), Van Dam (PvdA), Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA), Van den Brink (LPF),
Luchtenveld (VVD), Buijs (CDA), Van Dijken (PvdA), Szabó (VVD), Aptroot
(VVD) en Ten Hoopen.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="vn2" nr="2">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik
(CDA), Van Gent (GroenLinks), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van
der Horst (CDA), Van As (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak
(GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), Spies (CDA),
Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Fierens (PvdA), ondervoorzitter,
Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA), Samsom (PvdA),
Hermans (LPF), Veenendaal (VVD) en Lenards (VVD). </al>
    <al>Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Mastwijk (CDA),
Ormel (CDA), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Dubbelboer (PvdA),
Hessels (CDA), Van den Brink (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer (SP), Vos (GroenLinks),
Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Koşer
Kaya (D66), Gerkens (SP), Boelhouwer (PvdA), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD),
Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA), Roefs (PvdA), Varela (LPF), Oplaat (VVD)
en Van der Sande (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>