﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29628-1345/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>29 628</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Politie</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">1345</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 3 juli 2026</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Inleiding</tussenkop>
            <al>In dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie.</al>
            <al>In deze brief zal ik ingaan op de volgende onderwerpen: veiligheid op straat en online, ARK rapport in relatie tot opsporing, financiële situatie politie 2026 en beeld vanaf 2027, reconstructie inzage politiesystemen en algemeen beeld gesprekken, bewaren politiegegevens en aanpak cold cases, verdrag met Duitsland voor grensoverschrijdende samenwerking DSI en de vertrouwen- en reputatie monitor 2025.</al>
            <al-groep>
              <al>Daarnaast treft u bijgaand een aantal bijlagen:</al>
              <al>Bijlage 1: Kerncijfers politie</al>
              <al>Bijlage 2: Informatie over Internationale en Caribische samenwerking</al>
              <al>Bijlage 3: Moties en toezeggingen inzake politie</al>
              <al>Bijlage 4: Boa-bestel</al>
              <al>Bijlage 5: Visie op internationale politiesamenwerking</al>
              <al> Bijlage 6: Voortgangsrapportage financiële situatie politie</al>
              <al> Bijlage 7: Visie en uitgangspunten stelsel forensische geneeskunde</al>
              <al> Bijlage 8a: Actieplan Versterking Forensische Geneeskunde</al>
              <al> Bijlage 8b: Onderzoek bekostiging forensische geneeskunde – Rapport AEF</al>
              <al>Bijlage 8c: Schouwen en sturen – Rapport NSOB</al>
              <al> Bijlage 9: Plan van Aanpak Cold Cases Versterken Politie</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Veiligheid op straat en online</tussenkop>
            <al>Het veiligheidsgevoel moet weer terugkeren in Nederland en dat begint vanuit de samenleving. Hiervoor is onder andere normering en een gedragsverandering vanuit de samenleving nodig. Politiemedewerkers staan er dag in dag uit voor onze veiligheid. Helaas worden zij daarbij in toenemende mate geconfronteerd met geweld. Geweld tegen hulpverleners en een gebrek aan gezag voor hun belangrijke werk is onacceptabel, zij verdienen onze waardering en respect. Het gezag op straat moet worden hersteld en dit is één van mijn topprioriteiten.</al>
            <al>De behoeften van de politie en de gezagen om de openbare orde op straat, in de wijken en online goed te kunnen handhaven zijn voor mij een belangrijk uitgangspunt. Zij moeten daarvoor goed toegerust zijn.</al>
            <al>Hiervoor zet ik in op meer agenten in de wijk en vind ik het belangrijk dat de politie (en boa’s) goed is uitgerust voor een effectieve taakuitvoering om de samenleving te kunnen beschermen. Daarom verken ik, conform de ambities uit het coalitieakkoord, de mogelijkheid voor uitbreiding van gewelds- en verdedigingsmiddelen van de Mobiele Eenheid van de politie. Voorts verken ik of bepaalde boa’s en politieagenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak, een bodycam krijgen om hun werk veiliger uit te kunnen voeren.</al>
            <al>In een tijd van een snel digitaliserende maatschappij beperkt het borgen van veiligheid zich niet alleen tot de fysieke omgeving, maar speelt het in steeds grotere mate een rol in de online omgeving. Dit vereist een impuls in het versterken van de aanpak van online criminaliteit met gebruikmaking van innovatieve werkwijzen en investering in medewerkers die gespecialiseerd zijn in het bestrijden van online criminaliteit.</al>
            <al>Een mooi voorbeeld van intensivering van de aanpak in het online domein door de politie is de succesvolle campagne Game Over<noot id="ID-1261985-d40e144" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.politie.nl/onderwerpen/game-over.html" soort="URL" status="actief">Game Over?! | politie.nl</extref></noot.al></noot> die tussen maart en mei 2026 is uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van online kanalen om verdachten op te sporen. De politie heeft in deze campagne honderd foto’s gepubliceerd van criminelen die zich voordeden als nepagent en als plegers van bankhelpdeskfraude. De foto’s werden eerst onherkenbaar gepubliceerd, zodat verdachten de kans hadden zichzelf bij de politie te melden. De campagne richtte zich sterk op online platformen, waarbij werd geadverteerd op Snapchat, TikTok en YouTube om de jongere doelgroep van de samenleving te bereiken. Om naast jongeren ook andere doelgroepen te bereiken, is de campagne tevens landelijk onder de aandacht gebracht via andere communicatiekanalen in het publieke domein. Daarnaast was een website actief waar alle foto’s van de verdachten te vinden waren. De opbrengst van de campagne was dat de identiteit van vierenzeventig van de honderd verdachten is achterhaald. Deze actie is een voorbeeld van een innovatieve methode om verdachten op te sporen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">ARK rapport in relatie tot opsporing</tussenkop>
            <al>Met interesse en waardering heb ik kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer (ARK) over prioritering in de opsporing. Ik beschouw dit rapport als een aanvulling op het eerdere rapport over de strafrechtketen. De korpschef en ik onderschrijven dat versterking nodig is in opsporing, in de gemaakte keuzes en in de onderbouwing daarvan. Deze ontwikkeling is reeds ingezet en dit onderzoek is een stimulans om daarmee door te gaan. Opsporing en het stellen van prioriteiten hierin is complex, capaciteit is immers per definitie schaars. Het politiebestel kent daarnaast in de Politiewet vastgelegde verantwoordelijkheden en gezagsrelaties die doorwerken in de uitvoering van de opsporing in de praktijk. Onderstaande reactie moet vanuit dat perspectief en vanuit die nuance gelezen worden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Prioritering en de Crime Harm Index</tussenkop>
            <al>Het signaal over niet-opgepakte ernstige misdrijven, zoals seksuele misdrijven, neem ik zeer serieus. Dit zijn belangrijke zaken vanwege de grote impact op slachtoffers en politie draagt er zorg voor dat deze de juiste aandacht krijgen. De cijfers zoals door de ARK gepresenteerd in het rapport behoeven echter enige nuance. De politie heeft de cijfers nagelopen en in verreweg de meeste gevallen is vroeg in het screeningsproces geconcludeerd dat er aanknopingspunten voor opsporing ontbraken. Het betreft bovendien zowel aangiften (verzoek om vervolging) als meldingen (kennisgeving), die een verschillende status in het opsporingsproces hebben.</al>
            <al>Voor seksuele misdrijven geldt dat een solide werkproces is afgesproken. Zo geldt de werkinstructie dat alle aangiften en meldingen van online en offline seksuele misdrijven voorgelegd worden aan de frontoffices van het team opsporing seksuele misdrijven. Deze beoordelen de melding waarbij gekeken wordt naar spoedhandelingen, slachtofferbehoeften en passende interventies. Zij werken regio-overstijgend samen en hebben periodiek overleg waarin de lijnen tussen de verschillende eenheden kort zijn.</al>
            <al>De door de ARK gebruikte Crime Harm Index (CHI) biedt een nuttig reflectiekader, maar kent ook een aantal beperkingen om als instrument ten behoeve van prioritering te gebruiken. De belangrijkste daarvan is dat het een ééndimensionaal instrument is dat enkel achteruit kijkt, terwijl het stellen van prioriteiten en het maken van keuzes in de opsporing bij uitstek een veelheid aan dimensies kent, ook vanwege de aard van ons politiebestel. Zo spelen nieuwe ontwikkelingen en landelijke beelden en regionale/lokale context een grote rol. De CHI is een nuttig middel om aanvullend inzicht te genereren. Tevens wil ik benadrukken dat de keuzes die gemaakt worden in de prioritering in de opsporing in ons politiebestel voorbehouden zijn aan de gezagen. Als Minister heb ik hier geen zeggenschap over.</al>
            <al>Transparantie in en verbetering van het opsporingsproces blijft een belangrijk aandachtspunt. OM en politie actualiseren uitgangspunten voor opportuniteit en selectiviteit, zodat de instroom van veelvoorkomende criminaliteit beter aansluit op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. De politie verkent hoe triage en coördinatie in basisteams het meest effectief kunnen worden ingericht en het werkproces bij seksuele misdrijven wordt doorontwikkeld. Doel van deze verbeteringen is de kans op succesvolle opsporing maximaliseren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Opsplitsing artikel 31 van de JenV-begroting</tussenkop>
            <al>Ik deel de ambitie om meer inzicht te geven in de politiebegroting, maar kies niet voor het splitsen van artikel 31 (politie) van de JenV-begroting. In ons bestel geldt «beheer volgt gezag»: het gezag (burgemeesters en OM) moet flexibel kunnen sturen. Splitsing beperkt die flexibiliteit, wekt schijnprecisie en vergroot administratieve lasten. Dit standpunt wordt gedeeld door het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP). Ik vergroot het inzicht in de begroting op andere manieren. In de begroting 2026 is de operationele formatie uitgesplitst naar acht werksoorten (waaronder opsporing) en de Kamer ontvangt naast de JenV-begroting ook de politiebegroting. Daarnaast wordt de motie Michon-Derkzen (2026) uitgevoerd voor meer inzicht in middeleninzet en ontwikkelt de politie nieuwe bedrijfsvoeringssystemen die mensen en middelen beter koppelen (Kamerstuk <extref doc="kst-36600-VI-80" soort="document" status="actief">36 600 VI, nr. 80</extref>).</al>
            <al>Mijn ministerie gaat graag in gesprek met de ARK over een zo adequaat mogelijke opvolging van de aanbevelingen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Financiële situatie politie 2026 en beeld vanaf 2027</tussenkop>
            <al>De meerjarige financiële opgave van de politie heeft door de investeringen van het kabinet Jetten een ander karakter gekregen. De extra financiële middelen uit het coalitieakkoord voor de politie zijn vanaf 2027 beschikbaar. De korpschef zal de voorgestelde oplossingsrichting voor de financiële opgave in 2026 behoedzaam voortzetten om te borgen dat er geen keuzes worden gemaakt die vanaf 2027 teruggedraaid hoeven te worden.</al>
            <al>Ten opzichte van hetgeen mijn voorganger in de brief uit januari 2026<noot id="ID-1261985-d40e192" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-29628-1303" soort="document" status="actief">29 628 nr. 1303</extref></noot.al></noot> heeft laten weten, is er een belangrijke ontwikkeling. De politie heeft in 2025 een positief exploitatieresultaat van ca. € 75 miljoen.</al>
            <al>Het inzetten van het positieve exploitatieresultaat gebeurt in twee stappen. Allereerst zal de politie € 46 miljoen inzetten om de eenheden en organisatieonderdelen te ontzien. Met deze maatregel blijft er in 2026 voor sommige eenheden een opgave om actief te begrenzen op de personele bezetting. Voor de invulling van de opgave in 2026 zijn de volgende kaders afgesproken. De basisteams (de gebiedsgebonden politie en de opsporing in de basisteams) zullen helemaal buiten beschouwing worden gelaten. Hiermee wordt geborgd dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad en gemeente en de opsporing in de basisteams niet geraakt worden. Met andere woorden: blauw op straat blijft dus buiten beschouwing. Daarnaast zullen de bijzondere bijdragen (zoals voor de Dienst Specialistische Interventies en Ondermijning) ongemoeid blijven. Er wordt ook niet getornd aan de instroom van aspiranten en er worden geen mensen ontslagen. Ook wordt conform afspraak bij het begrenzen van de bezetting maximaal ingezet op de niet-operationele capaciteit. Als het voor eenheden niet mogelijk is de financiële opgave voor 2026 uit te voeren binnen de afgesproken kaders of het een ongewenst effect zou hebben voor de bezetting van de operationele sterkte, dan kan er maatwerk worden toegepast. Daarvoor is € 29 mln. uit het positieve exploitatieresultaat van 2025 beschikbaar.</al>
            <al>De precieze keuzes in een eenheid voor de invulling van de financiële opgave in 2026 zullen met de desbetreffende gezagen worden gemaakt, omdat de context per eenheid kan verschillen.</al>
            <al>De politie heeft het ministerie laten weten dat het op koers ligt om de begroting 2026 te realiseren, met inachtneming van de gemaakte afspraken over inzet van het eigen vermogen. Ik heb deze ontwikkelingen met de gezagen in het LOVP besproken.</al>
            <al>Wat de meerjarige financiële opgave van de politie betreft het volgende. Vanuit het coalitieakkoord is er oplopend tot structureel € 462 miljoen vanaf 2030 bestemd voor de politie vanuit de envelop Nationale Veiligheid. Zoals aangekondigd in mijn beleidsbrief<noot id="ID-1261985-d40e212" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kv-tk-2026Z09050" soort="document" status="actief">2026Z09050</extref></noot.al></noot> van 24 april jl. zal structureel € 348 miljoen worden ingezet om de financiële opgave bij de politie in te vullen en daarmee de slagkracht van de politie (ook in Caribisch Nederland) te verbeteren. Hierbij blijven als kernpunten gelden dat de overbezetting op de niet-operationele sterkte wordt afgebouwd en de IV-uitgaven worden beheerst en begrensd, om te voorkomen dat de operationele sterkte moet worden ingeperkt. Vervolgens blijft</al>
            <al>€ 114 miljoen van de middelen uit het coalitieakkoord over voor de ambities die in het coalitieakkoord staan voor de politie. Ik zal uw Kamer in de JenV-ontwerpbegroting informeren, na Prinsjesdag, over de wijze van besteding van de € 114 miljoen en de meerjarige politiebegroting.</al>
            <al>In bijlage zes staat bovenstaande nader beschreven.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Reconstructie inzage politiesystemen<noot id="ID-1261985-d40e232" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Toezegging reconstructie: Kamerstukken II 2025/26, TZ202603, nr. 157.</noot.al></noot></tussenkop>
            <al>Naar aanleiding van het commissiedebat Politie op 25 maart jl. heb ik een reconstructie uit laten voeren over de feitelijke en chronologische besluitvorming inzake het onderzoek naar het gebruik van politiesystemen en de daaropvolgende interne en externe communicatie.</al>
            <al>Zoals gewisseld tijdens het commissiedebat van 25 maart vind ik het niet passend om het handelen van individuen zonder publieke functie onderdeel te maken van het publieke debat. Tegelijkertijd vind ik de informatiepositie van uw Kamer van groot belang. Daarom zal ik de volledige reconstructie vertrouwelijk ter inzage leggen aan uw Kamer.<noot id="ID-1261985-d40e246" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Het stuk wordt vertrouwelijk ter inzage gelegd voor drie maanden, tot en met 30 september 2026.</noot.al></noot> Hieronder treft u de integrale tekst van de algemene bevindingen die de reconstructie heeft opgeleverd.</al>
            <box>
              <al>
                <nadruk type="cur">Vanuit de eigen rol en positie van alle betrokkenen is te begrijpen waarom zij gehandeld hebben zoals zij gehandeld hebben. Er waren concrete en serieuze aanwijzingen voor het instellen van een oriënterend onderzoek op landelijk niveau. Dat onderzoek leverde bijna 1.700 politiemedewerkers op die een of meer systemen hadden bevraagd. Omdat de onderzoeksresultaten niet verder te verfijnen waren zonder de kring van betrokkenen sterk te vergroten, is besloten tot een leertraject. Het plan van aanpak voor de communicatie was uitgebreid en gedetailleerd. Het gebruik maken van brieven was bedoeld om zorgvuldig en uniform te kunnen opereren, ook naar de politiemedewerkers toe. De Kamerbrief was bedoeld om de Tweede Kamer te informeren over de kwestie en verwees naar de door de politie aangekondigde stappen.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">De individuele overwegingen die de basis vormden voor handelingen zijn echter niet altijd duidelijk besproken of gedeeld. Bovendien lopen posities en belangen uiteen en bevinden die posities en belangen zich niet altijd op een gelijk(waardig) niveau. Op bepalende momenten ontbreekt begrip van hoe informatie «op papier» moet worden geduid in de context van de praktijk. Een analyse van de mogelijke gevolgen van met name het werken met 1.700 individuele brieven (en hetgeen dat teweeg zou – kunnen – brengen) ontbrak. Belangen zijn niet navolgbaar in de besluitvorming meegenomen, soms omdat ze niet in de juiste omvang op de juiste tafel zijn terechtgekomen. Dat bevindt zich op verschillende (bestuurlijke) niveaus en heeft een bepalende rol op belangrijke momenten.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">De besluitvorming werd op bepalende momenten diffuus, duidelijk eigenaarschap ontbrak. Zo is in de vervolgtriage op 17-11 bepaald dat de opvolging een zaak voor de «eenheden» zou worden. Maar de verdere aanpak werd centraal, op landelijk niveau, tot stand gebracht, waardoor het op 14-01 niet voor alle politiechefs duidelijk was dat ook zij eigenaar van dat plan van aanpak waren.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="cur">In de besluitvorming binnen het departement omtrent het sturen van een brief aan de Tweede Kamer kunnen afwegingen rondom opportuniteit en inhoud gegeven de ervaren tijdsklem slechts beperkt worden gemaakt.</nadruk>
              </al>
            </box>
            <al>Ik heb kennisgenomen van de reconstructie en de bevindingen. De reconstructie bevestigt het beeld dat ik op 25 maart jl. met uw Kamer besprak. Vast staat dat het in dit geval terecht was dat er op basis van de signalen die er waren actie werd ondernomen binnen de organisatie. Het is onacceptabel als detailinformatie uit een zaak naar de media wordt gelekt. Dat staat niet ter discussie en wordt ook breed gevoeld en gedeeld binnen de politieorganisatie. Een mogelijk lek was de aanleiding om een onderzoek te starten. Hoewel het lek niet kon worden achterhaald, is er vanuit de korpsleiding en politiechefs voor gekozen om in te zetten op bewustwording binnen de politieorganisatie op het gebied van professioneel gebruik van politiesystemen.</al>
            <al>Uit de reconstructie komt ook naar voren dat het interne besluitvormingsproces, en specifiek de daarin gemaakte afwegingen en het ontbreken van een goede vertaling van hoe het grote aantal raadplegingen zich verhoudt tot het werk van de agent op straat, beter had gekund en gemoeten. Ook komt naar voren dat er onduidelijkheid was over het eigenaarschap binnen het korpsmanagementteam (overleg van korpsleiding en politiechefs). Daarnaast stonden de gekozen aanpak en de opgestelde brieven niet in verhouding tot het beoogde doel van leren en bewustwording. Dat de Kamerbrief en mijn communicatie in de media op 3 maart hebben bijgedragen aan het ontstaan van een onterecht beeld, betreur ik. Hiervoor heb ik ook mijn excuses aangeboden. In dit gehele proces zijn alle politiemedewerkers die wel goede redenen hadden om de systemen te raadplegen tekortgedaan, omdat het beeld is ontstaan dat zij op voorhand zijn veroordeeld.</al>
            <al>Naar aanleiding van de gebeurtenissen hebben zowel de korpschef als ik gesprekken gevoerd met politiemedewerkers. Uit die gesprekken komt naar voren dat deze kwestie er een was in een aantal situaties waarin medewerkers zich niet gesteund hebben gevoeld. Laat ik vooropstellen dat de korpschef en ikzelf deze signalen serieus nemen. Politieagenten zetten zich dag en nacht, in de frontlinie, in voor onze veiligheid. Daarbij zien we dat het handelen van onze mensen op straat in toenemende mate zonder context en op voorhand wordt veroordeeld door maatschappelijke druk. Wij staan pal achter de politiemedewerkers en hebben het volle vertrouwen in hun professionele afwegingen bij hun taakuitvoering. Veruit het meeste gaat goed. Soms gaan er dingen niet goed en daarvoor bestaan binnen de politieorganisatie procedures om daarover helderheid te krijgen en van te leren. Dit is een terugkerend thema in mijn gesprekken met agenten. Zij verdienen daarin onze steun. Een betrokken blik van de maatschappij op de politie is terecht, maar wantrouwen en veroordelingen op voorhand niet. De korpschef en ik blijven ons ervoor inzetten om dit sentiment tegen te gaan.</al>
            <al>Over de uitkomsten van de reconstructie en de gesprekken heb ik met de korpschef het gesprek gevoerd. De korpschef heeft mij ervan verzekerd dat de korpsleiding en de politiechefs het van het grootste belang vinden om actief in verbinding te (blijven) staan met de politiemedewerkers in het land. Het versterken van de verbinding binnen de politieorganisatie en meer ruimte creëren voor het open gesprek, is daarbij van groot belang. Daar blijven de korpsleiding en politiechefs zich voor inzetten, zodat politiemedewerkers met gezag en vertrouwen hun taken kunnen uitvoeren.</al>
            <al>Naast gesprekken van de korpschef met medewerkers en leidinggevenden heeft zij ook op meerdere momenten met medezeggenschap en politievakbonden teruggeblikt op het proces van de 1.700 brieven. Het beeld uit de reconstructie en de gesprekken sluiten op elkaar aan: het is niet gegaan zoals beoogd. Hoewel uit de reconstructie blijkt dat de aanleiding voor het onderzoek naar politiesystemen terecht was, ziet de korpschef dat de gekozen aanpak veel politiemedewerkers heeft geraakt. Hiervoor heeft de korpschef eerder excuses aangeboden. Er is veel betrokkenheid en vakmanschap bij politiemedewerkers. Op het moment dat het politieoptreden onder een vergrootglas komt te liggen, voelen zij zich echter niet altijd gesteund en gewaardeerd door de (korps)leiding. Dit moet beter, vinden de korpschef en de politiechefs. Hiermee gaan zij langs de volgende actielijnen aan de slag:</al>
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Besluitvorming: de korpsleiding en het korpsmanagement gaan het volgende verbeteren:</al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>Gevolgen voor de medewerker en kennis van de praktijk krijgen een nog stevigere plek in de besluitvorming: wat zijn de gevolgen voor de medewerker?</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>Stakeholders (medezeggenschap, vakbonden, ministerie e.a.) worden tijdig geïnformeerd. Hierover worden afspraken gemaakt.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>De korpschef en het korpsmanagement maken betere afspraken over het eigenaarschap van genomen besluiten.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Communicatie bij incidenten: in de communicatie over incidenten wordt de boodschap beter afgestemd op het perspectief van de politiemedewerker. Het serieus omgaan met feedback op het optreden van de politie moet in balans zijn met het steunen van de medewerker.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Bevragingen van politiesystemen: uit de gesprekken bleek dat er soms onduidelijkheid bestond over wat wel en niet is toegestaan. Hoewel dit gezien de aard van het politiewerk nooit zwart-wit is, zal de leiding op dit punt meer richting en houvast bieden. Samen met politiemedewerkers wordt dit verder uitgewerkt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>Interne onderzoeken: de werkwijze bij interne onderzoeken wordt tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast, zodat er meer mogelijkheden komen om aan leren en herstel te werken.</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>De uitvoering van deze actielijnen wordt samen met de medezeggenschap en de vakbonden opgepakt. De medezeggenschap en vakbonden kunnen zo de voortgang toetsen en op basis hiervan kan de aanpak waar nodig worden bijgesteld. Om de verbinding – aanvullend op deze acties – verder te versterken, zal de korpsleiding ook bij toekomstige werkbezoeken aan de eenheden met groepen medewerkers in gesprek blijven gaan.</al>
            <al>De rode draad voor de korpsleiding en de politiechefs is de wens om een lerende organisatie te zijn waarin vertrouwen in vakmanschap – en in elkaar – het uitgangspunt is. Zij delen de overtuiging én het vertrouwen dat alle politiemedewerkers vanuit professionaliteit willen bijdragen aan goed politiewerk.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Algemeen beeld gesprekken</tussenkop>
            <al>Naast de gesprekken van de korpschef in alle eenheden zijn er de afgelopen periode ook individuele gesprekken gevoerd tussen medewerkers die een brief hadden ontvangen en hun leidinggevende. De korpschef heeft mij zoals toegezegd geïnformeerd over het algemene beeld dat uit deze gesprekken naar voren is gekomen.</al>
            <al>Het algemene beeld is als volgt te typeren, waarbij de eerste categorie het grootste was en de laatste het kleinst:</al>
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Inzage was goed uitlegbaar; <nadruk type="cur">bijvoorbeeld vanwege een mogelijke operationele inzet, piket, taken in het kader van sturing en coördinatie en taakaccenthouderschap.</nadruk></al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>De inzage was minder goed uitlegbaar of er bestond onduidelijkheid over <nadruk type="cur">de regels; de noodzakelijkheid kwam niet duidelijk naar voren, waarbij medewerkers wel reflectie toonden. Of het was onduidelijk wat niet en wat wel is toegestaan voor wat betreft het raadplegen van de betreffende systemen.</nadruk></al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Inzage was onvoldoende uitlegbaar; <nadruk type="cur">er was geen of onvoldoende reflectie op het eigen handelen of er was sprake van herhaald gedrag.</nadruk></al>
              </li>
            </lijst>
            <al>Voor de legitimiteit van de politie blijft aandacht voor het professioneel gebruik van politiesystemen van belang. De bevindingen uit de reconstructie geven aanleiding tot leren en verbeteren. Ik heb er vertrouwen in dat dit voortvarend wordt opgepakt.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Bewaren politiegegevens en aanpak cold cases</tussenkop>
            <al>Cold cases hebben een enorme impact op slachtoffers, nabestaanden en de rechtsorde. De korpschef en ik vinden het belangrijk om de waarheidsvinding bij cold cases te vergroten. De politie en het Openbaar Ministerie hebben een plan opgesteld voor het versterken van de aanpak van cold cases in de periode 2026–2027, mede naar aanleiding van de motie Mutluer voor een betere aanpak van cold cases.<noot id="ID-1261985-d40e348" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-29628-1292" soort="document" status="actief">29 628, nr. 1292</extref>.</noot.al></noot> In bijlage 3 wordt dit plan van aanpak nader toegelicht. Tevens is het integrale interne plan bij uitzondering als bijlage bij dit halfjaarbericht gevoegd.</al>
            <al>Voorts heb ik in het licht van de aanpak van cold cases in de afgelopen periode een ultieme poging gedaan om nogmaals te bezien of er mogelijkheden bestaan om de bewaartermijn van politiegegevens, die worden verwerkt voor de dagelijkse politietaak, te verlengen. Hiervoor heb ik meerdere sporen bewandeld, waar ik graag met uw Kamer over in gesprek ga. In bijlage 3 geef ik een uitgebreide toelichting op de vervolgstappen die de korpschef zal zetten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Verdrag met Duitsland voor grensoverschrijdende samenwerking DSI</tussenkop>
            <al>Criminaliteit of een terroristische dreiging stopt niet bij de grens. Samen met Duitsland werkt mijn departement aan een nieuw verdrag zodat de Dienst Speciale Interventies (DSI) met de Duitse speciale politie interventie-eenheden grensoverschrijdend ingezet kunnen worden. Met dit verdrag wordt het mogelijk elkaar sneller te kunnen bijstaan en beter gebruik te maken van elkaars kennis en capaciteit. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk dat de Nederlandse DSI in acute situaties ook op Duits grondgebied kan optreden als arrestatieteam of om een gijzeling te beëindigen.</al>
            <al>Het nieuwe verdrag is een aanvulling op het verdrag van Enschede uit 2005, dat de basis vormt voor de grensoverschrijdende politie-inzet tussen Nederland en Duitsland. Op 29 juni jl. heb ik samen met de Duitse Bondsminister van Binnenlandse Zaken afgesproken dat het verdrag van Enschede wordt herzien om de reguliere politiesamenwerking te versterken. Het huidige verdrag dateert namelijk uit 2005 en sluit niet meer goed aan bij de huidige praktijk. Het Benelux-politieverdrag dient als een belangrijk voorbeeld bij deze herziening. Bij de herziening wordt nagedacht over een grondslag voor het verlenen van bijstand bij opsporingsonderzoeken. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van elkaars speciaal getrainde honden of politiedatabanken en gezamenlijke analyses van criminaliteits- en dreigingsbeelden. Ook afspraken over bevoegdheden en bewapening worden met de herziening beter passend bij de praktijk van nu. Door nog intensiever met onze buurlanden samen te werken, zijn we beter voorbereid op dreigingen en verhogen we onze weerbaarheid.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vertrouwen- en reputatie monitor 2025</tussenkop>
            <al>De jaarlijkse vertrouwen- en reputatiemonitor<noot id="ID-1261985-d40e377" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al><extref soort="URL" doc="https://www.politie.nl/nieuws/2026/mei/22/00-vertrouwen-in-de-politie-bij-burgers-in-2025-goed.html" status="actief">https://www.politie.nl/nieuws/2026/mei/22/00-vertrouwen-in-de-politie-bij-burgers-in-2025-goed.html</extref></noot.al></noot> laat het volgende beeld zien. Net als in voorgaande jaren bestaat er maatschappelijk vertrouwen in de politie. De inspanningen die de politie levert voor onze veiligheid, wordt door een ruime meerderheid van de ondervraagde burgers als belangrijk gezien voor het functioneren van de samenleving. Politiemedewerkers beoordelen de politie als werkgever ten opzichte van afgelopen jaren positiever. Verschillende aspecten van werkbeleving, zoals werkdruk en autonomie laten een stabiel beeld zien, waarbij niet operationele-medewerkers positiever scoren dan operationele medewerkers. De politie zal de inzichten uit de vertrouwen- en reputatiemonitor benutten voor doorontwikkeling van de dienstverlening.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.M. van</voornaam>
              <achternaam>Weel</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>